J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 6 uitvoeringbesluiten 4 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2011/02/17/2011031105/justel

Titel
17 FEBRUARI 2011. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de erkenning van de certificateurs voor het opstellen van een EPB-certificaat of een EPB-certificaat Openbaar gebouw.
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 01-03-2011 en tekstbijwerking tot 24-01-2019)

Bron : BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Publicatie : 01-03-2011 nummer :   2011031105 bladzijde : 14153       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2011-02-17/02
Inwerkingtreding : 11-03-2011

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Definities en doelstelling
Art. 1-2
HOOFDSTUK 2. - Over de certificateurs
Afdeling 1. - Erkenning [1 en verplichtingen]1 van de certificateurs
Art. 3-6
Art. 6 TOEKOMSTIG RECHT
Afdeling 2. - Over de erkenningsprocedure
Art. 7-9
Afdeling 3 - Over de schorsing en de intrekking van de erkenning
Art. 10-11
Afdeling 4. - Over de beroepprocedure
Art. 12
HOOFDSTUK 3. - Over het systeem van kwaliteitscontrole
Art. 13-14
HOOFDSTUK 4. - De erkenning van de opleidingen voor certificateurs [1 en over de organisatie van het centraal examen]1
Art. 15-20
HOOFDSTUK V. - Overgangs- en slotbepalingen
Art. 21-22
BIJLAGEN.
Art. N1-N3

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Definities en doelstelling

  Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit moet worden verstaan onder :
  1° Ordonnantie : [2 de Ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing]2
  2° [1 Minister : de Minister die het energiebeleid tot zijn/haar bevoegdheden telt.]1
  [2 3° Specialiteit : de gekozen wijze van certificering, hetzij de certificering van wooneenheden, van [3 niet-residentiële EPB-eenheden]3 of van openbare gebouwen, die bepaalt welke opleiding de certificateur moet volgen en welke specifieke instrumenten hij moet gebruiken;]2
  [2 4° Protocol : handleiding die door het Instituut ter beschikking wordt gesteld en die de richtsnoeren vastlegt die de certificateurs moeten volgen voor de uitgifte van het EPB-certificaat voor iedere specialiteit;]2
  [2 5° Opleidingsprotocol : handleiding die door het Instituut ter beschikking wordt gesteld en die de richtsnoeren vastlegt die de opleidingsinstellingen moeten volgen in het kader van de erkenning van de opleidingen voor certificateur, voor iedere specialiteit afzonderlijk;]2
  [2 6° Software : specifieke informaticatoepassing voor iedere specialiteit die door het Instituut ter beschikking wordt gesteld en die de gegevens verwerkt die nodig zijn voor het opstellen van het EPB-certificaat volgens de methode voor berekening van de energieprestatie.]2
  ----------
  (1)<BESL 2014-04-24/A4, art. 14, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (2)<BESL 2016-10-06/14, art. 28, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2017>
  (3)<BESL 2017-01-26/37, art. 36, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2017>

  Art. 2.Dit besluit beoogt de certificateurs [1 natuurlijke personen in [2 elk van de specialiteiten te erkennen]2 ]1. Voor [1 elke specialiteit]1 volgt de certificateur [1 natuurlijke persoon]1 een erkende specifieke opleiding.
  ----------
  (1)<BESL 2014-04-24/A4, art. 15, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (2)<BESL 2016-10-06/14, art. 29, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  HOOFDSTUK 2. - Over de certificateurs

  Afdeling 1. - Erkenning [1 en verplichtingen]1 van de certificateurs
  ----------
  (1)<BESL 2016-10-06/14, art. 30, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 3.§ 1 De erkenning als certificateur wordt toegekend aan natuurlijke personen die aan de volgende voorwaarden voldoen :
  1° houder zijn van een geldig [1 attest van slagen in het door het Instituut georganiseerde centraal examen]1, bedoeld in artikel 4;
  2° zich ertoe verbinden de in artikel 6 bedoelde verplichtingen na te leven;
  3° niet ontzet zijn uit hun burgerlijke of politieke rechten;
  [2 4° houder zijn van een diploma architect, ingenieur-architect, burgerlijk ingenieur, bio-ingenieur, industrieel ingenieur, gegradueerde in de bouwkunde of elk ander diploma van het hoger onderwijs ter bekrachtiging van een opleiding die de energetische aspecten van de gebouwen behandelt [3 of een in een andere staat uitgereikt gelijkwaardig diploma ]3 dan wel het bewijs leveren van minstens twee jaar beroepservaring [3 n een vakgebied dat de energetische aspecten van de gebouwen behandelt]3 .]2
  § 2. [2 ...]2.
  ----------
  (1)<BESL 2014-04-24/A4, art. 16,§1,1°, 002; Inwerkingtreding : 15-03-2017 (MB 2016-12-21/24, art. 3)>
  (2)<BESL 2014-04-24/A4, art. 16,§1,2°,§2, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (3)<BESL 2016-10-06/14, art. 31, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 4.Een [1 slaagattest voor het door het Instituut georganiseerde centraal examen]1 is geldig voor zover het wordt afgeleverd [1 krachtens [2 artikel 17]2 ]1, en het op [1 de datum van verzending van het ontvangstbewijs van het volledig verklaarde dossier]1 minder dan zes maanden oud is.
  ----------
  (1)<BESL 2014-04-24/A4, art. 17, 002; Inwerkingtreding : 15-03-2017 (MB 2016-12-21/24 , art. 3)>
  (2)<BESL 2016-10-06/14, art. 32, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 5.
  <Opgeheven bij BESL 2016-10-06/14, art. 33, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 6.Bij de uitvoering van zijn opdrachten dient de certificateur de volgende verplichtingen na te leven :
  1° [2 de certificateur stelt het EPB-certificaat op met behulp van de software en met toepassing van het protocol, rekening houdende met alle documenten die specifiek door het Instituut werden uitgegeven voor de uitoefening van zijn activiteit als certificateur;]2
  2° [1 [2 Hij stelt de EPB-certificaten en de EPB-certificaten voor openbare gebouwen op onafhankelijke en objectieve wijze op, zonder dat hij door eventuele commerciële belangen wordt beïnvloed]2. Uit dien hoofde is het de certificateur niet toegestaan EPB-certificaten op te maken voor goederen waarop hij een zakelijk of persoonsrecht rusten heeft of waarvoor hij in welke hoedanigheid ook optreedt in het kader van een vastgoedtransactie, binnen de voorwaarden onder artikel [2 2.2.13, § 2]2 van de ordonnantie;]1
  3° [1 ...]1;
  4° Hij geeft geen ruchtbaarheid aan de informatie of feiten, waarvan hij kennisneemt bij de vervulling van zijn opdracht en ten aanzien waarvan hij een geheimhoudingsplicht heeft;
  5° Hij aanvaardt een controle van de kwaliteit van zijn prestaties door [1 het Instituut]1 of de kwaliteitscontrole-instelling aangeduid door het Instituut en verleent zijn medewerking bij controles, onderzoek of verificaties van afgeleverde EPB-certificaten en EPB-certificaten Openbaar gebouw;
  6° [2 ...]2
  7° Hij beschikt over de gepaste technische en informaticamiddelen om zijn verplichtingen na te komen;
  8° [1 Met het formulier dat het Instituut ter beschikking stelt, brengt hij het Instituut op de hoogte van wijzigingen aan de gegevens in de erkenningsaanvraag;]1
  9° Gedurende een periode van vijf jaar bewaart hij een kopie van de gevraagde bewijsstukken en de ingezamelde gegevens voor elk afgeleverd EPB-certificaat of EPB-certificaat Openbaar gebouw. [1 Op eenvoudig verzoek bezorgt hij deze aan het Instituut of een door het Instituut aangestelde controle-instantie]1;
  10° [1 Hij komt de verplichtingen na die hem door de sociale en fiscale wetgeving opgelegd worden, en, vóór de uitvoering van de eerste handeling waarvoor hij erkend is, bezorgt hij aan het Instituut het ondernemingsnummer van de natuurlijke persoon of van de rechtspersoon via dewelke hij zijn activiteit van certificateur uitoefent, samen met afdoende bewijsstukken;]1
  11° Hij sluit een verzekering " Beroepsaansprakelijkheid " ten aanzien van derden voor fouten of nalatigheden begaan bij de uitoefening van zijn activiteit van certificateur af.
  12° [2 ...]2
  [1 13° De codes die het Instituut hem ter beschikking stelt zodat hij toegang krijgt tot de hulpmiddelen, deelt hij niet mee;
   14° Hij behaalt een slaagattest voor het centrale bijscholingsexamen dat het Instituut krachtens artikel 17, § 2 heeft georganiseerd, binnen twee jaar na de inwerkingtreding van de door de Minister krachtens artikel 15, § 1, 1°, b) vastgelegde bepalingen. Deze verplichting is niet van toepassing op de certificateurs die na de inwerkingtreding van de door de Minister krachtens artikel 15, § 1, 1°, b) vastgelegde bepalingen een slaagattest voor het centraal examen voor initiële-kennis hebben verkregen;
   15° [2 Indien een van zijn EPB-certificaten wordt ingetrokken, verbetert hij de gegevens rekening houdende met de opmerkingen van het Instituut. Binnen de zestig dagen na de kennisgeving van de intrekking levert hij een nieuw EPB-certificaat af. Hij kan van deze verplichting worden vrijgesteld indien hij het bewijs levert, dat door het Instituut wordt aanvaard, dat geen enkele renovatie werd uitgevoerd die een impact heeft op de energiekenmerken van de EPB-eenheid sinds zijn bezoek ter plaatse dat voorafging aan de uitgifte van het ingetrokken EPB-certificaat.]2 ]1
  [2 16° Indien een van zijn EPB-certificaten wordt ingetrokken, overhandigt hij kosteloos en binnen de vijftien dagen na uitgifte het nieuwe EPB-certificaat aan de eigenaar of de bewoner van de betrokken EPB-eenheid op het moment van intrekking.]2
  ----------
  (1)<BESL 2014-04-24/A4, art. 19, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (2)<BESL 2016-10-06/14, art. 34, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 6 TOEKOMSTIG RECHT.


   Bij de uitvoering van zijn opdrachten dient de certificateur de volgende verplichtingen na te leven :
  1° [2 de certificateur stelt het EPB-certificaat[4 op met behulp van de software]4 op met behulp van de software en met toepassing van het protocol, rekening houdende met alle documenten die specifiek door het Instituut werden uitgegeven voor de uitoefening van zijn activiteit als certificateur;]2
  2° [1 [2 Hij stelt de EPB-certificaten en de EPB-certificaten voor openbare gebouwen op onafhankelijke en objectieve wijze op, zonder dat hij door eventuele commerciële belangen wordt beïnvloed]2. Uit dien hoofde is het de certificateur niet toegestaan EPB-certificaten op te maken voor goederen waarop hij een zakelijk of persoonsrecht rusten heeft of waarvoor hij in welke hoedanigheid ook optreedt in het kader van een vastgoedtransactie, binnen de voorwaarden onder artikel [2 2.2.13, § 2]2 van de ordonnantie;]1
  3° [1 ...]1;
  4° Hij geeft geen ruchtbaarheid aan de informatie of feiten, waarvan hij kennisneemt bij de vervulling van zijn opdracht en ten aanzien waarvan hij een geheimhoudingsplicht heeft;
  5° Hij aanvaardt een controle van de kwaliteit van zijn prestaties door [1 het Instituut]1 of de kwaliteitscontrole-instelling aangeduid door het Instituut en verleent zijn medewerking bij controles, onderzoek of verificaties van afgeleverde EPB-certificaten en EPB-certificaten Openbaar gebouw;
  6° [2 ...]2
  7° Hij beschikt over de gepaste technische en informaticamiddelen om zijn verplichtingen na te komen;
  8° [1 Met het formulier dat het Instituut ter beschikking stelt, brengt hij het Instituut op de hoogte van wijzigingen aan de gegevens in de erkenningsaanvraag;]1
  9° Gedurende een periode van vijf jaar bewaart hij een kopie van de gevraagde bewijsstukken en de ingezamelde gegevens voor elk afgeleverd EPB-certificaat of EPB-certificaat Openbaar gebouw. [1 Op eenvoudig verzoek bezorgt hij deze aan het Instituut of een door het Instituut aangestelde controle-instantie]1;
  10° [1 Hij komt de verplichtingen na die hem door de sociale en fiscale wetgeving opgelegd worden, en, vóór de uitvoering van de eerste handeling waarvoor hij erkend is, bezorgt hij aan het Instituut het ondernemingsnummer van de natuurlijke persoon of van de rechtspersoon via dewelke hij zijn activiteit van certificateur uitoefent, samen met afdoende bewijsstukken;]1
  11° Hij sluit een verzekering " Beroepsaansprakelijkheid " ten aanzien van derden voor fouten of nalatigheden begaan bij de uitoefening van zijn activiteit van certificateur af.
  12° [2 ...]2
  [1 13° De codes die het Instituut hem ter beschikking stelt zodat hij toegang krijgt tot de hulpmiddelen, deelt hij niet mee;
   14° [3 Hij behaalt een slaagattest voor het centrale examen dat het Instituut krachtens artikel 17 heeft georganiseerd, binnen de termijn vastgesteld door de minister die krachtens artikel 15, § 1, 1°, b) de inhoud van de bijscholing vastlegt;]3
   15° [2 Indien een van zijn EPB-certificaten wordt ingetrokken, verbetert hij de gegevens rekening houdende met de opmerkingen van het Instituut. Binnen de zestig dagen na de kennisgeving van de intrekking levert hij een nieuw EPB-certificaat af. Hij kan van deze verplichting worden vrijgesteld indien hij het bewijs levert, dat door het Instituut wordt aanvaard, dat geen enkele renovatie werd uitgevoerd die een impact heeft op de energiekenmerken van de EPB-eenheid sinds zijn bezoek ter plaatse dat voorafging aan de uitgifte van het ingetrokken EPB-certificaat.]2 ]1
  [2 16° Indien een van zijn EPB-certificaten wordt ingetrokken, overhandigt hij kosteloos en binnen de vijftien dagen na uitgifte het nieuwe EPB-certificaat aan de eigenaar of de bewoner van de betrokken EPB-eenheid op het moment van intrekking.]2
  

----------
  (1)<BESL 2014-04-24/A4, art. 19, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (2)<BESL 2016-10-06/14, art. 34, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2017>
  (3)<BESL 2016-10-06/14, art. 34, 5°, 003; Inwerkingtreding : onbepaald, in werking gelijktijdig met de door de minister vastgelegde bepalingen, genomen in uitvoering van artikel 6, 14° van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 17 februari 2011 betreffende de erkenning van de certificateurs voor het opstellen van een EPB-certificaat of een EPB-certificaat Openbaar gebouw (art. 48)>
  (4)<BESL 2018-12-13/12, art. 16, 005; Inwerkingtreding : 01-06-2019>

  Afdeling 2. - Over de erkenningsprocedure

  Art. 7.§ 1. De aanvraag tot erkenning wordt in één exemplaar aan het Instituut gericht, hetzij aangetekend of per drager, hetzij elektronisch.
  Het Instituut verstrekt onmiddellijk een ontvangstbewijs voor de indiening van de aanvraag.
  § 2. De aanvraag dient de volgende elementen te bevatten :
  1° [1 ...]1 :)
  1° (vroeger a)) het naar behoren ingevulde en ondertekende formulier voor aanvraag van erkenning, waarvan het model ter beschikking gesteld wordt door het Instituut.
  2° (vroeger b)) [2 een afschrift van het onder artikel 4 vermelde geldige slaagattest voor het door het Instituut georganiseerde centraal examen [3 ...]3 ;]2.
  3° (vroeger c)) Een kopie van het bewijs van betaling van de bij artikel [3 2.5.3]3 van de ordonnantie bedoelde dossierrechten;
  4° (vroeger d)) Een uittreksel uit het strafregister [1 dat minder dan een jaar oud is]1;
  [1 5° een kopie van het diploma of van het bewijs van de beroepservaring, bedoeld in artikel 3, § 1, 4°. ]1
  § 3. Indien de aanvraag tot erkenning wordt ingediend door een natuurlijke persoon die houder is van een gelijkwaardige zijnde titel die in een ander gewest of in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte afgeleverd werd, bevat de erkenningsaanvraag :
  [3 1° het naar behoren ingevulde en ondertekende formulier voor aanvraag van erkenning, waarvan het model door het Instituut ter beschikking wordt gesteld;]3
  [3 2°]3 een kopie van het document houdende de titel afgeleverd door de bevoegde overheidsdiensten van het gewest of van de lidstaat van de Europese Unie;
  [3 3°]3 indien nodig, een vertaling naar het Nederlands of het Frans van de reeds verkregen titel;
  [3 4°]3 elk element dat de aanvrager in staat stelt om aan te tonen dat de voorwaarden van de reeds ontvangen titel gelijkaardig zijn aan de voorwaarden opgelegd in artikel 3;
  [3 5°]3 [2 een afschrift van het onder artikel 4 vermelde geldige slaagattest voor het door het Instituut georganiseerde centraal examen [3 ...]3 ;]2
  [3 6°]3 Een kopie van het bewijs van betaling van de bij artikel [3 2.5.3]3 van de ordonnantie bedoelde dossierrechten.
  [3 7° een uittreksel uit het strafregister dat minder dan een jaar oud is.]3
  ----------
  (1)<BESL 2014-04-24/A4, art. 20,§1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (2)<BESL 2014-04-24/A4, art. 20,§1,2°, § 2, 002; Inwerkingtreding : 15-03-2017 (MB 2016-12-21/24, art. 3)>
  (3)<BESL 2016-10-06/14, art. 35, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 8.§ 1. Het Instituut stuurt een ontvangstbewijs van het volledig of onvolledig verklaarde dossier naar de aanvrager op binnen de tien werkdagen na ontvangst van de aanvraag tot erkenning.
  Als het dossier onvolledig is, deelt het Instituut de aanvrager mee, welke documenten en inlichtingen nog ontbreken. Binnen de tien werkdagen na ontvangst van de ontbrekende documenten stuurt het Instituut een ontvangstbewijs van het volledig of onvolledig verklaarde dossier op.
  Het ontvangstbewijs van het volledig of onvolledig verklaarde dossier vermeldt de behandelingstermijnen van het dossier en de beroepsmiddelen tegen de beslissing.
  § 2. Het Instituut oordeelt over de aanvraag tot erkenning, rekening houdende met de elementen in het volledig verklaarde dossier. Het Instituut betekent zijn beslissing aan de aanvrager bij aangetekend schrijven binnen de dertig werkdagen na de datum van verzending van het ontvangstbewijs van het volledig verklaard dossier.
  § 3. Bij gebrek aan betekening van de beslissing binnen de in § 2 voorziene termijn kan de aanvrager bij aangetekend schrijven een herinnering sturen aan het Instituut.
  Indien de aanvrager bij het verstrijken van een nieuwe termijn van vijftien werkdagen vanaf de neerlegging van de aangetekende zending houdende de herinnering geen beslissing heeft ontvangen, wordt de aanvraag geacht geweigerd te zijn.
  ----------
  (1) niet in nederlanse versieArt. 9.§ 1. De erkenning wordt bekendgemaakt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad en op de online portaalsite van het Instituut.
  § 2. [2 Alle documenten die de houder van de erkenning opstelt in het kader van de activiteit waarvoor hij erkend is, dragen het nummer van zijn erkenning.]2
  ----------
  (1)<BESL 2014-04-24/A4, art. 22, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (2)<BESL 2016-10-06/14, art. 36, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Afdeling 3 - Over de schorsing en de intrekking van de erkenning

  Art. 10.§ 1 Het Instituut kan [1 maximaal honderdtwintig dagen]1 de erkenning schorsen als de houder [1 een of meerdere van]1 zijn verplichtingen bedoeld onder artikel 6 niet nakomt.
  § 2. Indien de houder van de erkenning niet langer voldoet aan de in [1 artikel 3 van dit besluit]1 beoogde erkenningvoorwaarden, dan moet hij dat aan het Instituut laten weten en zich in regel stellen binnen een termijn van vijftien dagen.
  Het Instituut kan de erkenning schorsen, als het vaststelt dat de houder van de erkenning niet langer aan de erkenningvoorwaarden voldoet.
  § 3. Van de houder van een erkenning die het voorwerp uitmaakte van [1 een schorsing]1 [2 en die zich in de voorwaarden van een tweede schorsing overeenkomstige paragrafen 1 en 2 bevindt]2 , kan het Instituut de erkenning intrekken.
  ----------
  (1)<BESL 2014-04-24/A4, art. 23, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (2)<BESL 2016-10-06/14, art. 37, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 11.§ 1 Elke beslissing tot schorsing [1 of tot intrekking]1 wordt genomen na de houder van de erkenning de mogelijkheid te hebben geboden om zijn opmerkingen mondeling of schriftelijk te bezorgen.
  [1 ...]1.
  § 2 Een beslissing tot schorsing of intrekking wordt bij aangetekend schrijven betekend aan de houder van de erkenning. Ze wordt bekendgemaakt [1 ...]1 op de online portaalsite van het Instituut, van zodra aan één van de volgende twee voorwaarden is voldaan :
  1° de termijn voor het instellen van het beroep voorzien in artikel 12 is verstreken.
  2° de beslissing werd bevestigd of wordt geacht te zijn bevestigd, na het voorwerp te hebben uitgemaakt van het beroep voorzien in artikel 12.
  [1 De beslissing tot intrekking wordt ook bekendgemaakt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad.]1
  § 3. Binnen dezelfde termijn dient de houder van de erkenning wiens erkenning werd geschorst of ingetrokken, aan zijn klanten kennis te geven dat hij niet langer erkend is.
  ----------
  (1)<BESL 2014-04-24/A4, art. 24, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Afdeling 4. - Over de beroepprocedure

  Art. 12.§ 1. In uitvoering van artikel [1 2.5.5]1 van de ordonnantie kan elke persoon aan wie de erkenning geweigerd werd, wiens erkenning geschorst of ingetrokken werd of die geen beslissing ontving binnen de bij artikel 8, § 3 beoogde termijn, hiertegen beroep aantekenen bij het Milieucollege.
  § 2. De beroepstermijn van dertig dagen begint te lopen vanaf de kennisgeving van de in artikel 8, § 2 of in artikel 11, § 2 beoogde beslissing of het verstrijken van de bij artikel 8, § 3 beoogde termijn.
  § 3. Binnen de vijf dagen vanaf de ontvangst van het beroep stuurt het Milieucollege een kopie ervan naar het Instituut.
  § 4. Binnen de tien dagen vanaf de ontvangst van de kopie van het beroep stuurt het Instituut een kopie van het dossier naar het Milieucollege.
  § 5. De indiener of zijn raadsman, evenals het Instituut of zijn afgevaardigde worden, op hun verzoek, door het Milieucollege gehoord. Wanneer een partij vraagt om gehoord te worden, worden de andere partijen uitgenodigd om te verschijnen.
  ----------
  (1)<BESL 2016-10-06/14, art. 38, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  HOOFDSTUK 3. - Over het systeem van kwaliteitscontrole

  Art. 13.[1 Het Instituut stelt kwaliteitscontrole-instellingen aan die minstens aan de volgende voorwaarden voldoen :
   1° natuurlijke personen binnen de organisatie hebben aangesteld die erkend zijn en die beschikken over een praktijkervaring als certificateur in de specialiteit waarop de kwaliteitscontrole van toepassing is;
   2° in de desbetreffende specialiteit geen krachtens dit besluit erkende opleidingen geven.]1
  ----------
  (1)<BESL 2014-04-24/A4, art. 25, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 14.§ 1. De kwaliteitscontrole-instelling voert op verzoek van het Instituut [1 minstens]1 de volgende opdrachten uit :
  1° De controle van de verplichtingen voorzien in artikel 6;
  2° De opstelling van rapporten over de uitgevoerde kwaliteitscontroles en de verzending ervan naar het Instituut.
  § 2. Mocht uit de bij § 1, 1° beoogde controle blijken dat de certificateur zijn verplichtingen niet is nagekomen en dat deze tekortkoming een nieuwe controle in aanwezigheid van de betrokken partijen noodzakelijk maakt, zullen de kosten voor deze nieuwe controle voor rekening van de in gebreke gebleven certificateur zijn.
  § 3. De resultaten van de controle bedoeld onder § 1, 1° kunnen door het Instituut worden gebruikt om de erkenning op te schorten of in te trekken.
  ----------
  (1)<BESL 2014-04-24/A4, art. 26, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  HOOFDSTUK 4. - De erkenning van de opleidingen voor certificateurs [1 en over de organisatie van het centraal examen]1
  ----------
  (1)<BESL 2014-04-24/A4, art. 27, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 15.§ 1. De erkenning van een opleiding voor certificateur wordt toegekend aan de opleidingen die aan de volgende voorwaarden voldoen :
  1° [1 De opleiding heeft de volgende inhoud, naar omstandigheid :
   a) de initiële opleiding heeft betrekking op de verschillende modules waarvan de minimale inhoud gedefinieerd wordt onder bijlage 1;
   b) de bijscholing heeft betrekking op de door de Minister bepaalde wijzigingen aan de modules;]1
  2° De opleiding wordt gegeven in een geschikte infrastructuur voor de organisatie van de opleiding.
  3° De opleiding wordt verstrekt door opleiders die [2 minstens tien EPB-certificaten hebben opgesteld in de desbetreffende specialiteit voor zover, voor iedere opleider, het aantal ingetrokken EPB-certificaten niet meer bedraagt dan tien procent van het totale aantal EPB-certificaten dat hij heeft uitgegeven;]2
  [2 4° De opleiding voldoet aan de in het opleidingsprotocol vastgelegde bepalingen.]2
  § 2. Iedere opleidingsinstelling waarvan de opleiding door het Instituut is erkend is gemachtigd een [1 getuigschrift uit te reiken aan de personen die de opleiding hebben gevolgd. Het opleidingsgetuigschrift is enkel geldig voor het deelnemen aan twee zittingen van het krachtens artikel 17 georganiseerde examen]1.
  § 3. Het Instituut informeert desgevallend de opleidingsinstellingen over de vrijgestelde gelijkwaardige opleidingen [1 die worden verstrekt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest,]1 in een ander gewest of een andere lidstaat, en geeft hen de toestemming om elke natuurlijke persoon die een bewijs van deelname aan de voornoemde gelijkwaardige opleiding voorlegt, vrij te stellen van een of meerdere modules, met uitzondering van de reglementaire module [2 en de praktische module]2.
  ----------
  (1)<BESL 2014-04-24/A4, art. 28, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (2)<BESL 2016-10-06/14, art. 39, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 16. § 1 De aanvraag tot erkenning van de opleiding voor certificateur wordt in één exemplaar aangetekend of bij koerier naar de zetel van het Instituut of elektronisch tot het Instituut gericht. De aanvraag bevat minstens de gegevens opgenomen in het formulier dat overeenkomt met het model in bijlage 2 en wordt vergezeld van de documenten vermeld in deze bijlage.
  Het Instituut bezorgt onmiddellijk een ontvangstbewijs voor de indiening van de aanvraag.
  § 2. De aanvraag tot erkenning zal in overeenstemming met de in de artikelen 8 en 9 beschreven procedure onderzocht worden.

  Art. 17.[1 1. Het Instituut organiseert een centraal examen dat aan de volgende voorwaarden voldoet :
   1° het examen is enkel toegankelijk voor personen die houder zijn van een geldig getuigschrift van initiële opleiding of bijscholing afgeleverd krachtens artikel 15, § 2;
   2° het examen waarvan de minimale inhoud gedefinieerd wordt onder bijlage 3 heeft betrekking op de evaluatie van de kennis die werd verworven tijdens de overeenkomstig artikel 15, § 1, 1° erkende opleiding;
   3° het examen gaat door in een aangepaste voorziening;
   4° het examen vindt minstens één keer per jaar plaats op voorwaarde dat er minstens tien personen zijn ingeschreven;
   § 2. Voor het centrale examen levert het Instituut een slaagattest af aan de deelnemers die voor elke proef vijftig procent van de punten en voor het volledige examen zestig procent van de punten behaalden.]1
  ----------
  (1)<BESL 2016-10-06/14, art. 40, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 18.[1 De instelling waarvan de opleiding erkend wordt, komt de volgende verplichtingen na :
   1° [2 Hij past het opleidingsprotocol voor iedere specialiteit toe;]2
   2° Ze bezorgt het Instituut jaarlijks een activiteitenrapport waarin ze de georganiseerde erkende opleidingen beschrijft en evalueert, de kwaliteit ervan aantoont, de afgeleverde opleidingsgetuigschriften oplijst en verklaart dat de opleiding nog steeds de erkenningsvoorwaarden vervult;
   3° Ze meldt het Instituut elke wijziging betreffende gegevens in het erkenningsdossier.]1
  ----------
  (1)<BESL 2014-04-24/A4, art. 30, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (2)<BESL 2016-10-06/14, art. 41, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 19.Het Instituut kan mits naleving van de procedure bedoeld in artikel 11 beslissen om de erkenning op te schorten of in te trekken :
  1° als niet langer voldaan wordt aan de erkenningsvoorwaarden of;
  2° als de instelling waarvan de opleiding erkend werd haar verplichtingen bedoeld in artikel 18 niet nakomt [1 of]1
  [1 3° als de instelling waarvan de opleiding erkend werd, de door het Instituut gegeven aanwijzingen in het kader van de erkenning niet heeft gevolgd.]1
  ----------
  (1)<BESL 2014-04-24/A4, art. 31, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 20. De bepalingen met betrekking tot de beroepsprocedure voorzien in artikel 12 zijn van toepassing op huidig hoofdstuk.

  HOOFDSTUK V. - Overgangs- en slotbepalingen

  Art. 21.De opleidingen voor certificateurs die door het Instituut georganiseerd worden overeenkomstig de [1 in artikel 15, § 1, 1° bepaalde inhoud]1 zijn erkend [1 als geen enkele opleidingsinstelling een erkende opleiding tot certificateur voor elke specialiteit organiseert]1.
  ----------
  (1)<BESL 2014-04-24/A4, art. 32, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 22.De Minister [1 ...]1 is belast met de uitvoering van dit besluit.
  
  ----------
  (1)<BESL 2016-10-06/14, art. 42, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  BIJLAGEN.

  Art. N1.Bijlage 1. - Minimum inhoud van de opleidingen met het oog op de erkenning van de certificateur
  

  
 [2 Specialiteit Wooneenheden]2[2 Specialiteit [3 Niet-residentiële EPB-eenheden]3]2
Reglementaire moduleEPB-ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten betreffende de EPB-certificaten voor wooneenheden, [3 niet-residentiële EPB-eenheden]3 en openbare gebouwen
  Brusselse huisvestingscode
  Controle van de EPB-certificaten
EPB-ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten betreffende de EPB-certificaten voor wooneenheden, [3 niet-residentiële EPB-eenheden]3 en openbare gebouwen
  Aansprakelijkheden, verzekeringen
  Controle van de EPB-certificaten
  
Theoretische moduleBasiskennis van bouwfysische aspecten van het gebouw.
  De thermische isolatie en de specifieke eigenschappen van de vier bouwelementen (muren, dak, vloeren, ramen)
  Basiskennis over de technische uitrusting en in het bijzonder over ventilatie en de warmteproductie-installaties
  Certificatiemethodologie :
  - [1 protocol]1 berekeningsmethode
Basiskennis van bouwfysische aspecten van het gebouw.
  De thermische isolatie en de specifieke eigenschappen van de vier bouwelementen (muren, dak, vloeren, ramen)
  Basiskennis over de technische uitrusting en in het bijzonder over ventilatie, verlichting en de warmteproductie-installaties
  Certificatiemethodologie :
  - [1 protocol]1 berekeningsmethode
  
Praktische moduleGebruik van de berekeningssoftware die het Instituut ter beschikking stelt
  Certificatiemethodologie :
  - certificatieprocedure
  - protocol
  - aanbevelingen
  [2 Opstelling van minstens één EPB-certificaat ter plaatse, volgens de in het opleidingsprotocol vastgelegde modaliteiten]2
Gebruik van de berekeningssoftware die het Instituut ter beschikking stelt
  Certificatiemethodologie :
  - certificatieprocedure
  - protocol
  - aanbevelingen
  [2 Opstelling van minstens één EPB-certificaat ter plaatse, volgens de in het opleidingsprotocol vastgelegde modaliteiten]2
[1 ... ]1
(1)<BESL 2014-04-24/A4, art. 33, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
(2)<BESL 2016-10-06/14, art. 43, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2017>
(3)<BESL 2017-01-26/37, art. 36, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2017>


  

  
 Opleiding voor EPB-certificaat Openbaar gebouw
  
Reglementaire moduleAlgemeen overzicht van de EPB-ordonnantie
  Reglementaire inhoud van de ordonnantie inzake certificatie
  Besluit EPB-certificaat Openbaar gebouw
  Controle van de EPB-certificaten
  
Theoretische moduleBasiskennis van bouwfysische aspecten van het gebouw en de energieboekhouding
  [1 protocol]1 Berekeningsmethode : voorstelling en uitleg van de in te zamelen gegevens en de manier waarop ze verrekend worden
  REG-principes en aanbevelingen
  
Praktische moduleVoorstelling van de berekeningssoftware
  Bezoek ter plaatse en analyse van een praktijkgeval met ingeven van de gegevens en visualisering van het certificaat
  
[1 ...]1
(1)<BESL 2014-04-24/A4, art. 33, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2015>



  Art. N2.Bijlage 2.- Model van aanvraag tot erkenning van een opleiding voor certificateurs
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen)
  Vervangen door :
  <BESL 2014-04-24/A4, art. 34, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2015> zie B.St. van 16-09-2014, p. 72882-72883)
  <BESL 2016-10-06/14, art. 44, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2017> zie B.St. van 31-10-2016, p. 72406)

  Art. N3.[1 Bijlage 3. - Minimale inhoud van het centrale [2 examen]2
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 16-09-2014, p. 72874)]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BESL 2014-04-24/A4, art. 35, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (2)<BESL 2016-10-06/14, art. 45, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2017>
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, 17 februari 2011.
De Minister-Voorzitter van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
Ch. PICQUE
De Minister voor Leefmilieu, Energie, Stadsvernieuwing en Bijstand aan Personen,
Mevr. E. HUYTEBROECK

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
   Gelet op artikel 20 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen;
   Gelet op artikel 8 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen
   Gelet op de ordonnantie van 7 juni 2007 houdende de energieprestatie en het binnenklimaat van gebouwen, de artikelen 22, § 2, 1° en 2°, 22, § 3, 23bis en 24 gewijzigd door de ordonnantie van 14 mei 2009.
   Gelet op het advies van de Raad voor het Leefmilieu van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gegeven op 13 september 2010;
   Gelet op het advies van de Economische en Sociale Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gegeven op 21 september 2010;
   Gelet op het advies van de Inspectie Financiën, gegeven op 29 juni 2010;
   Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 8 juli 2010;
   Gelet op het advies 48.981/3 van de Raad van State, gegeven op 21 december 2010 in toepassing van artikel 84, § 1, lid 1, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Op voorstel van de Minister voor Leefmilieu, Energie, Stadsvernieuwing en Bijstand aan Personen;
   Na beraadslaging,
   Besluit :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • BESLUIT (BRUSSEL) VAN 13-12-2018 GEPUBL. OP 24-01-2019
    (GEWIJZIGD ART. : 6)
  • originele versie
  • BESLUIT (BRUSSEL) VAN 21-06-2018 GEPUBL. OP 03-08-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 5; 6)
  • originele versie
  • BESLUIT (BRUSSEL) VAN 26-01-2017 GEPUBL. OP 06-03-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; N1)
  • originele versie
  • BESLUIT (BRUSSEL) VAN 06-10-2016 GEPUBL. OP 31-10-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2; 3; 4; 5; 6; 7; 9; 10; 12; 15; 17; 18; 22; N1; N2)
  • originele versie
  • BESLUIT (BRUSSEL) VAN 24-04-2014 GEPUBL. OP 16-09-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 4; 7) Inwerkingtreding nader te bepalen
  • originele versie
  • BESLUIT (BRUSSEL) VAN 24-04-2014 GEPUBL. OP 16-09-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2; 3; 5; 6; 7; 8; 9; 10; 11; 13; 14; 15; 17; 18; 19; 21; N1; N2; N3)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 6 uitvoeringbesluiten 4 gearchiveerde versies
    Franstalige versie