J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit 1 gearchiveerde versie
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving

Titel
9 FEBRUARI 2011. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de Ethische Code voor de telecommunicatie
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 21-06-2011 en tekstbijwerking tot 22-05-2014)

Bron : ECONOMIE, KMO, MIDDENSTAND EN ENERGIE
Publicatie : 21-06-2011 nummer :   2011011190 bladzijde : 36508   BEELD
Dossiernummer : 2011-02-09/14
Inwerkingtreding : 01-07-2011

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Definities
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Informatieverstrekking aan de Ethische Commissie voor de telecommunicatie
Art. 2-5
HOOFDSTUK 3. - Algemene regels inzake de wettelijkheid, ethiek, eerlijkheid en transparantie van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken
Afdeling 1. - Wettelijkheid en ethiek
Art. 6-10
Afdeling 2. - Eerlijkheid en transparantie
Art. 11-17
HOOFDSTUK 4. - Algemene regels betreffende de bescherming van minderjarigen
Art. 18
HOOFDSTUK 5. - Nummers waarmee betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken moeten worden aangeboden
Art. 19
HOOFDSTUK 6. - Reclame voor betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken
Afdeling 1. - Algemene regels met betrekking tot het vermelden van de eindgebruikerstarieven
Onderafdeling 1. - Inhoud van de vermelding
Art. 20-21
Onderafdeling 2. - Wijze en frequentie van de vermelding
Art. 22-25
Afdeling 2. - Algemene regels met betrekking tot het vermelden van het betaalnummer en andere informatie
Onderafdeling 1. - Algemeen
Art. 26-27
Onderafdeling 2. - Aanvullende regels voor abonnementsdiensten
Art. 28-29
Onderafdeling 3. - Aanvullende regels voor alarmdiensten
Art. 30
HOOFDSTUK 7. - Algemene regels met betrekking tot de inschrijving op en de uitschrijving uit betalende berichtendiensten
Afdeling 1. - De inschrijving op of bestelling van een betalende berichtendienst
Art. 31-34
Afdeling 2. - De uitschrijving of andere vormen van beëindiging van een betalende berichtendienst
Art. 35-41
HOOFDSTUK 8. - Algemene regels in verband met de bescherming van de persoonlijke levenssfeer
Art. 42-43
HOOFDSTUK 9. - Algemene regels met betrekking tot de werking van de betalende dienst
Art. 44-49
HOOFDSTUK 10. - Regels die specifiek zijn voor bepaalde categorieën betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken
Afdeling 1. - Algemeen
Art. 50
Afdeling 2. - Betalende diensten geleverd via SMS of MMS
Art. 51
Afdeling 3. - Betalende diensten bestemd voor minderjarigen
Art. 52-56
Afdeling 4. - Betalende diensten bestaande uit de organisatie van spelen, wedstrijden en quizzen
Art. 57-71
Afdeling 5. - Betalende diensten voor de werving van fondsen
Art. 72-74
Afdeling 6. - Betalende adviesdiensten
Art. 75-76
Afdeling 7. - Specifiek voor meerderjarigen bestemde betalende diensten
Art. 77-83
Afdeling 8. - Betalende diensten waarmee toepassingen voor de verpersoonlijking van het telefoontoestel worden verstrekt
Art. 84-85
Afdeling 9. - Chatdiensten
Art. 86-97
Afdeling 10. - Betalende diensten met verkeersgegevens of locatiegegevens
Art. 98-100
HOOFDSTUK 11. - Diverse en slotbepalingen
Art. 101-104
BIJLAGE.
Art. N

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Definities

  Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° " betaalnummer " : nummer uit de reeks of reeksen bepaald in het nationale nummerplan voor het aanbieden van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken;
  2° " eindgebruikerstarief " : het totale door de abonnee te betalen tarief, met inbegrip van de belasting over de toegevoegde waarde, alle overige taksen en de kosten van alle diensten die door de abonnee verplicht moeten worden bijbetaald;
  3° " reclame " : elke mededeling die rechtstreeks of onrechtstreeks tot doel heeft de verkoop van een betalende dienst via een elektronische-communicatienetwerk te bevorderen, ongeacht de plaats of de aangewende communicatiemiddelen;
  4° " dienstidentiteit " het eerste gedeelte van het nummer dat in het nummerplan wordt gebruikt voor de identificatie van een groep van gelijkaardige diensten;
  5° " prefix " : indicator, die geen deel uitmaakt van het nummer, die uit één of meer cijfers bestaat en die de selectie mogelijk maakt van de verschillende types van nummerformaten, te weten lokale, nationale en internationale nummerformaten, en van transitnetwerken en diensten;
  6° " betalende berichtendienst " : betalende dienst via een elektronische-communicatienetwerk die voor de volledige afname ervan de ontvangst van twee of meer betalende SMS- of MMS-berichten door de eindgebruiker vereist;
  7° " abonnementsdienst " : een betalende berichtendienst waarbij de eindgebruiker, na zich ingeschreven te hebben, op geregelde tijdstippen via een door hem te ontvangen SMS of MMS, die gratis of betalend kan zijn, een informatie of een dienst verkrijgt;
  8° " alarmdienst " : betalende berichtendienst waarbij de eindgebruiker, na zich ingeschreven te hebben, via een door hem te ontvangen SMS of MMS, die gratis of betalend kan zijn, een informatie of een dienst verkrijgt telkens wanneer een welbepaalde externe gebeurtenis zich voordoet; het aantal berichten dat de eindgebruiker in het kader van deze betalende berichtendienst ontvangt kan niet vooraf worden bepaald;
  9° " betalende dienst bestemd voor minderjarigen " : betalende dienst via een elektronische-communicatienetwerk die, geheel of gedeeltelijk, specifiek gericht is op personen jonger dan achttien jaar of die als bijzonder aantrekkelijk voor deze personen geldt;
  10° " spelsessie " : het geheel van handelingen dat gesteld moet worden om kans te maken op het winnen van een prijs verbonden aan een spel, wedstrijd of een quiz of om de antwoorden te kennen op een spel-, wedstrijd- of quizopgave;
  11° " specifiek voor meerderjarigen bestemde betalende dienst " : betalende dienst via een elektronische-communicatienetwerk die specifiek bestemd is voor personen ouder dan 18 jaar;
  12° " chatdienst " : een dienst die het voeren van een gesprek door het heen en weer typen van tekst of het uitwisselen van geluids- of videobestanden tussen twee of meerdere gebruikers van eindapparatuur aangesloten op een elektronische-communicatienetwerk die zich meestal op verschillende locaties bevinden mogelijk maakt via een betaalnummer of na registratie door middel van een betaalnummer;
  13° " betalende dienst met verkeers- of locatiegegevens " : betalende dienst via een elektronische-communicatienetwerk die een bijzondere behandeling van verkeers- of locatiegegevens vereist die verder gaat dan wat strikt noodzakelijk is voor het versturen of aanrekenen van de elektronische communicatie;
  14° " Wet " : de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie;
  15° " KB Nummering " : het koninklijk besluit van 27 april 2007 betreffende het beheer van de nationale nummeringsruimte en de toekenning en intrekking van gebruiksrechten voor nummers.

  HOOFDSTUK 2. - Informatieverstrekking aan de Ethische Commissie voor de telecommunicatie

  Art. 2. Het verstrekken van een betalende dienst via een elektronische-communicatienetwerk (hierna ook " betalende dienst " genoemd) is niet onderworpen aan een voorafgaande vergunning of een vereiste van gelijkaardige werking.

  Art. 3. De operator van een toegewezen betaalnummer beschikt bestendig over de volgende, bijgewerkte, informatie :
  1° de naam van de persoon of personen die een betalende dienst aanbieden aan de hand van het betrokken betaalnummer;
  2° een omschrijving van het type van dienst die met het betrokken nummer zal worden aangeboden of wordt aangeboden;
  3° in voorkomend geval, een omschrijving van de rol van de andere personen die betrokken zijn bij het aanbieden van de betalende dienst;
  4° de naam, het adres, het telefoonnummer, het faxnummer en het e-mailadres van de vertegenwoordiger(s) van de onder 1° bedoelde persoon of personen die bevoegd zijn verklaard om die persoon of personen te vertegenwoordigen in de betrekkingen met de Ethische Commissie voor de telecommunicatie;
  5° de naam, het adres, het telefoonnummer, het faxnummer en het e-mailadres van de vertegenwoordiger(s) van de onder 1° bedoelde persoon of personen, die zijn aangeduid om individuele klachten of onderzoeken te behandelen, indien deze persoon of personen verschillend zijn van de persoon of personen bedoeld onder 4°;
  6° in voorkomend geval, het adres van de website(s) in de vorm van een " URL " of de teletekstpagina(s) waarop reclame wordt gemaakt voor de dienst die aangeboden wordt via het betaalnummer;
  7° in voorkomend geval, het adres van de website(s) in de vorm van een " URL " of de teletekstpagina(s) waarop de algemene voorwaarden geconsulteerd kunnen worden van de dienst die aangeboden wordt via het betaalnummer;
  8° in voorkomend geval, het adres van de website(s) in de vorm van een " URL " of de teletekstpagina(s) waarop de werking van de dienst die aangeboden wordt via het betaalnummer nader wordt omschreven;
  9° in voorkomend geval, de URL waartoe enkel toegang verkregen kan worden door gebruik te maken van een betaalnummer of software die gebruikmaakt van een betaalnummer;
  Wanneer er een onderzoek wordt gevoerd naar een vermoede overtreding, conform de bepalingen van artikel 134, § 2, van de wet, stelt de operator de informatie bedoeld in het eerste lid ter beschikking van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie binnen een termijn van twee werkdagen volgend op het verzoek van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie of haar secretariaat.

  Art. 4. Feitelijke beweringen die gemaakt worden in het kader van een betalende dienst via een elektronische-commmunicatienewerk of in het kader van een reclame ervoor, worden gestaafd door bewijselementen. De persoon die een betalende dienst aanbiedt is in het bezit van deze bewijselementen alvorens reclame voor de betrokken dienst te maken. Deze bewijselementen worden, samen met een verklaring over het belang ervan, onmiddellijk verstrekt indien de Ethische Commissie voor de telecommunicatie of haar secretariaat binnen het kader van haar bevoegdheden erom vraagt.

  Art. 5. Onverminderd de toepassing van andere wettelijke of reglementaire bepalingen verstrekken de operatoren en de personen die betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken aanbieden, op verzoek en binnen de gestelde termijn, alle nuttige informatie in verband met betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken aan de Ethische Commissie voor de telecommunicatie of haar secretariaat.

  HOOFDSTUK 3. - Algemene regels inzake de wettelijkheid, ethiek, eerlijkheid en transparantie van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken

  Afdeling 1. - Wettelijkheid en ethiek

  Art. 6. De betalende diensten en de reclame ervoor voldoen aan alle toepasselijke wetten en mogen niets bevatten dat in strijd is met deze wetten, noch iets weglaten wat wettelijk inbegrepen moet zijn. De diensten en de reclame ervoor mogen niets vergemakkelijken of aanmoedigen dat op enige manier onwettig is.

  Art. 7. De betalende diensten en de reclame ervoor mogen niet van die aard zijn dat ze :
  1° afbreuk doen aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;
  2° schrik, vrees of afschuw veroorzaken door :
  a) het beschrijven of afbeelden van nodeloos geweld, sadisme of wreedheid;
  b) het ongegrond melding maken van terrorisme, een terroristische dreiging, een natuurramp of een door mensen veroorzaakt drama, zelfs bij wijze van grap;
  3° een persoon ertoe aanmoedigen of aansporen om schadelijke of gevaarlijke daden te stellen of schadelijke of gevaarlijke substanties, producten of diensten aan te schaffen, te gebruiken of te verhandelen;
  4° een persoon helpen om wettelijke controles ter bevordering van de veiligheid, waaronder de verkeersveiligheid, te omzeilen;
  5° onenigheid met zich brengen of bevorderen op grond van geslacht, burgerlijke staat, vermogen, geboorte, leeftijd, taal, seksuele geaardheid, nationaliteit, geloof of levensbeschouwing, politieke overtuiging, huidige of toekomstige gezondheidstoestand, handicap, een fysieke of genetische eigenschap of sociale afkomst;
  6° ernstige belediging of publieke verontwaardiging veroorzaken door :
  a) gebruik te maken van onbehoorlijke of obscene taal;
  b) gebruik te maken van seksueel expliciete taal of afbeeldingen, behalve in het kader van specifiek voor meerderjarigen bestemde betalende diensten;
  c) te vernederen, onteren of verlagen;
  7° gebruikmaken van subliminale berichten.

  Art. 8. Betaalnummers mogen niet gebruikt worden om :
  1° prostitutie te bevorderen of te vergemakkelijken;
  2° seksuele diensten aan te bieden of te vergemakkelijken die, wegens de plaats ervan in de publicatie of het tijdstip van uitzending op de radio of televisie, zich kunnen richten op minderjarigen;
  3° seksuele diensten aangeboden door minderjarigen aan te bieden of te vergemakkelijken;
  4° diensten aan te bieden of te vergemakkelijken die te kennen geven dat een persoon ontucht wil plegen met andere personen.

  Art. 9. Het is verboden een betaalnummer te gebruiken voor het voeren van ongevraagde reclame of enige andere ongewenste commerciële handeling.

  Art. 10. De betalende diensten en de reclame ervoor mogen niet proberen op onrechtmatige manier te profiteren van een eigenschap of omstandigheid die eindgebruikers kwetsbaar maakt of op een andere manier eindgebruikers aanmoedigen om gesprekken te voeren of berichten te sturen die onredelijk of buitensporig zijn in aantal of duur.

  Afdeling 2. - Eerlijkheid en transparantie

  Art. 11. De betalende diensten en de reclame ervoor mogen niet :
  1° suggereren dat toekomstige gebeurtenissen kunnen worden voorzien zonder wetenschappelijk bewijs of vermelding van de toevallige aard of van de ongegrondheid van de verstrekte informatie;
  2° van die aard zijn dat ze kunnen misleiden door onnauwkeurigheid, dubbelzinnigheid, overdrijving, weglating of op een andere manier.

  Art. 12. Betalende diensten mogen enkel informatie bevatten die te goeder trouw wordt gegeven en die de persoon die een betalende dienst aanbiedt redelijkerwijze correct en up-to-date acht op het ogenblik dat die informatie aan de eindgebruiker wordt verstrekt. Wanneer de geleverde informatie tijdsgevoelig is, maakt de persoon die de betalende dienst aanbiedt duidelijk wanneer die informatie het laatst is bijgewerkt.

  Art. 13. Een betalende dienst via een elektronische-communicatienetwerk mag niet als " gratis " worden voorgesteld. Producten of diensten die geleverd worden tijdens een oproep of als direct gevolg hiervan, mogen niet als " gratis " worden omschreven wanneer die enkel kunnen worden verkregen door gebruik te maken van een betaalnummer.

  Art. 14. Indien het afnemen van een betalende dienst onderworpen is aan algemene voorwaarden, worden deze voorwaarden tegenstelbaar gemaakt aan de eindgebruiker.
  De algemene voorwaarden zijn op kosteloze en permanente wijze consulteerbaar.
  De algemene voorwaarden worden kosteloos op schrift of op een andere duurzame drager ter beschikking gesteld van de eindgebruiker.

  Art. 15. Iedere persoon die een betalende dienst aanbiedt beschikt over een klantendienst, of zorgt ervoor dat een klantendienst beschikbaar is, waarop iedere eindgebruiker de nodige informatie kan verkrijgen over de aangeboden dienst. De klantendienst die aldus verstrekt wordt is behoorlijk bemand en uitgerust en geeft de eindgebruiker via een nationaal telefoonnummer, waarvan de gesprekskosten per minuut niet hoger zijn dan deze voor een oproep naar een geografisch nummer, de mogelijkheid om effectief te spreken met een fysieke persoon. Indien de klantendienst niet bereikbaar is buiten de kantooruren, wordt er aan de eindgebruiker de mogelijkheid geboden om zijn vraag in te spreken op een antwoordapparaat en wordt die vraag de volgende werkdag behandeld door de klantendienst die de persoon die de betalende dienst aanbiedt, heeft opgericht.

  Art. 16. De personen bedoeld in artikel 134, § 2, derde lid, van de wet publiceren de gedragscode(s) die zij onderschreven hebben op hun website.
  Op de plaats waar de in het eerste lid bedoelde personen de in het vorige lid bedoelde informatie publiceren op hun website, publiceren zij ook het huidige besluit of een link naar het huidige besluit, evenals duidelijke, correcte, volledige en ondubbelzinnige informatie over de beroepsmogelijkheden tegen het gebruik en/of de aanrekening van betaalnummers.
  De persoon bedoeld in artikel 134, § 2, derde lid, van de wet verstrekt aan alle personen die hierom verzoeken kosteloos en op schrift of op een andere duurzame drager de gedragscode(s) die zij onderschreven hebben en/of het huidige besluit.

  Art. 17. De algemene voorwaarden van de persoon bedoeld in artikel 134, § 2, derde lid, van de wet vermeldt de wijze waarop geschillen kunnen worden beslecht, met inbegrip van de mogelijkheid tot het indienen van een klacht bij de Ethische Commissie voor de telecommunicatie.

  HOOFDSTUK 4. - Algemene regels betreffende de bescherming van minderjarigen

  Art. 18. Indien een betalende dienst niet geschikt is voor een minderjarige of een categorie minderjarigen, vermeldt alle reclame rond die dienst uitdrukkelijk de vereiste leeftijd voor toegang tot de dienst.
  Wanneer een betalende dienst niet geschikt is voor een minderjarige, mag de reclame voor deze dienst niet samenvallen met reclame voor diensten die voor een algemeen publiek bestemd zijn.

  HOOFDSTUK 5. - Nummers waarmee betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken moeten worden aangeboden

  Art. 19.Iedere betalende dienst wordt aangeboden door middel van een nummer dat verenigbaar is met het gebruik van de nummerreeksen vastgelegd in de bijlage.
  [1 Toegang tot of betaling van horoscoop-, astrologie- of toekomstvoorspellingsdiensten wordt steeds aangeboden onder de nummerreeksen bedoeld in punt A2 en B2 van de bijlage.]1
  ----------
  (1)<KB 2014-04-04/52, art. 5, 002; Inwerkingtreding : 01-06-2014>

  HOOFDSTUK 6. - Reclame voor betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken

  Afdeling 1. - Algemene regels met betrekking tot het vermelden van de eindgebruikerstarieven

  Onderafdeling 1. - Inhoud van de vermelding

  Art. 20. Alle reclame met betrekking tot een betalende dienst maakt melding van het hoogste eindgebruikerstarief dat in de sector van de elektronische communicatie toegepast wordt op een nationale oproep naar of communicatie met de betrokken betalende dienst.
  Het eindgebruikerstarief bedoeld in het eerste lid wordt uitgedrukt in euro per minuut of wordt weergegeven als een vast bedrag in euro per oproep of per bericht. Een afkorting van de munteenheid euro mag enkel plaatsvinden door middel van de letters " EUR ", het symbool " euro " of een eventuele andere door de Europese Unie erkende verkorte schrijfwijze van deze munteenheid.
  Indien het eindgebruikerstarief aangerekend wordt per minuut of per oproep, wordt in de vermelding geen gebruik gemaakt van afkortingen andere dan " min " voor het aanduiden van de tijdseenheid " minuut ".
  Indien het eindgebruikerstarief aangerekend wordt per bericht worden de gebeurtenis of gebeurtenissen die aanleiding geeft of geven tot aanrekening van het eindgebruikerstarief, in het bijzonder de vermelding of een eindgebruikerstarief wordt aangerekend bij het verzenden van een bericht door de eindgebruiker, bij het ontvangen van een bericht of bij beide, duidelijk en ondubbelzinnig vermeld, zonder gebruik te maken van afkortingen of van acroniemen andere dan " SMS " of " MMS ".
  Het uitgedrukte of weergegeven eindgebruikerstarief mag in geen geval hoger zijn dan het toepasselijke maximale eindgebruikerstarief vastgelegd in artikelen 48, 50 of 71 van het KB Nummering of in ieder ander besluit ter uitvoering van artikel 11 van de wet.

  Art. 21. In afwijking van artikel 20, eerste en tweede lid, gelden de volgende specifieke regels voor de vermelding van de eindgebruikerstarieven :
  1° Indien de betalende dienst de vorm aanneemt van een abonnementsdienst, maakt de reclame melding van :
  a) het hoogste eindgebruikerstarief dat in de sector van de elektronische communicatie toegepast wordt voor het verzenden van het bericht waarmee ingeschreven wordt;
  b) de hoogste in de sector van de elektronische communicatie toegepaste totale prijs uitgedrukt per periode waartoe de eindgebruiker zich bij inschrijving verbindt;
  c) het aantal berichten dat binnen het abonnement door de betalende dienst wordt verstuurd en/of de frequentie van de berichten die door de betalende dienst verstuurd worden binnen de periode waartoe de eindgebruiker zich bij inschrijving verbindt.
  2° Indien de betalende dienst de vorm aanneemt van een alarmdienst, maakt de reclame melding van :
  a) het hoogste eindgebruikerstarief dat in de sector van de elektronische communicatie toegepast wordt voor het verzenden van het bericht waarmee ingeschreven wordt op de betrokken dienst;
  b) indien toepasselijk, het hoogste eindgebruikerstarief dat in de sector van de elektronische communicatie toegepast wordt voor het ontvangen van ieder bericht dat aan de eindgebruiker verstuurd wordt door de betrokken dienst;
  3° Indien de betalende dienst de vorm aanneemt van een betalende berichtendienst, met uitzondering van een abonnements- of alarmdienst, maakt de reclame melding van :
  a) het aantal SMS- of MMS-berichten dat door de eindgebruiker verzonden en/of ontvangen moeten worden met het oog op het aanschaffen of afnemen van de betrokken dienst, met vermelding van het maximumaantal berichten dat betaald moet worden door de abonnee;
  b) de hoogste in de sector van de elektronische communicatie toegepaste totale prijs voor het aanschaffen of afnemen van de betrokken betalende dienst.
  4° Van zodra er voor de volledige deelname aan een spel, wedstrijd of quiz, georganiseerd aan de hand van een betalend SMS of MMS kort nummer meer dan één bericht verzonden moet worden door de eindgebruiker, maakt de reclame melding van :
  a) het hoogste in de sector van de elektronische communicatie toegepaste eindgebruikerstarief van elk bericht dat door de eindgebruiker verstuurd of ontvangen moet worden om aan het spel, de wedstrijd of de quiz te kunnen deelnemen;
  b) de hoogste in de sector van de elektronische communicatie toegepaste totale prijs voor het doorlopen van een spelsessie.

  Onderafdeling 2. - Wijze en frequentie van de vermelding

  Art. 22. Indien het eindgebruikerstarief op geschreven wijze wordt vermeld zijn de gehanteerde karaktertekens leesbaar en goed zichtbaar.
  Het eindgebruikerstarief en de gebeurtenis of gebeurtenissen die aanleiding geven tot de aanrekening van het eindgebruikerstarief worden in de onmiddellijke nabijheid van het betaalnummer vermeld en staan los van elke andere tekst. Verwijzing naar het eindgebruikerstarief door middel van een asterisk of een ander verwijzingsteken is niet toegestaan.
  Het eindgebruikerstarief en de gebeurtenis of gebeurtenissen die aanleiding geven tot de aanrekening van het eindgebruikerstarief worden vermeld in de normale richting van de tekst van de reclame. Ze mogen niet enkel onderaan de tekst van de reclame vermeld worden.

  Art. 23. Indien het eindgebruikerstarief op mondelinge wijze wordt vermeld, worden ook de gebeurtenis of gebeurtenissen naar aanleiding waarvan het eindgebruikerstarief aangerekend wordt, vermeld. Beide vermeldingen gebeuren op een dusdanige manier dat ze duidelijk verstaanbaar zijn voor de eindgebruiker.

  Art. 24. § 1. Indien een betalende dienst wordt aangeboden tijdens een televisieprogramma of indien er op televisie reclame gemaakt wordt voor een betalende dienst, wordt het eindgebruikerstarief op een geschreven wijze vermeld, overeenkomstig artikel 22.
  § 2. De geschreven vermelding van het eindgebruikerstarief tijdens een televisieprogramma of ter gelegenheid van reclame op televisie vindt plaats telkens wanneer het betaalnummer op het beeldscherm wordt weergegeven.
  De weergave op het beeldscherm wordt voldoende lange tijd in beeld gehouden om gelezen te kunnen worden.

  Art. 25. Indien een betalende dienst wordt aangeboden tijdens een radioprogramma of indien er op de radio reclame gemaakt wordt voor een betalende dienst, vindt de mondelinge vermelding van het eindgebruikerstarief plaats onmiddellijk na elke mondelinge vermelding van het betaalnummer in het radioprogramma of in de reclame.

  Afdeling 2. - Algemene regels met betrekking tot het vermelden van het betaalnummer en andere informatie

  Onderafdeling 1. - Algemeen

  Art. 26. Alle reclame met betrekking tot een betalende dienst vermeldt ondubbelzinnig het nummer van de lijnen die toegang verschaffen tot voormelde dienst, ongeacht of het nummer van de lijn die toegang verleent tot de dienst manueel wordt gevormd door de eindgebruiker of automatisch door zijn modem of door eender welk ander technisch middel.
  Het is verboden het geheel gevormd door de dienstidentiteit 70 of 9, gevolgd door de twee cijfers zoals bepaald in artikel 50 van het KB Nummering, voorafgegaan door een eventuele prefix, op enige wijze te splitsen wanneer het, mondeling of op geschreven wijze, vermeld wordt.
  In alle reclame die niet enkel op mondelinge wijze verricht wordt, is het verplicht het geheel bedoeld in het tweede lid van de rest van het nummer te scheiden door een spatie, een streepje of gelijk welk ander leesteken.

  Art. 27. § 1. Iedere reclame voor een betalende dienst vermeldt, naast het betaalnummer en het of de eindgebruikerstarieven, minstens :
  1° de volledige identiteit van de persoon die de betalende dienst aanbiedt;
  2° zijn geografisch adres;
  3° het in artikel 15 vereiste telefoonnummer van zijn klantendienst;
  4° indien toepasselijk, de wijze waarop de volledige algemene voorwaarden van toepassing op de betrokken dienst kunnen worden geraadpleegd of verkregen.
  De karaktertekens, waarmee de in het eerste lid bedoelde informatie vermeld wordt in de reclame, zijn leesbaar, goed zichtbaar en voldoende groot.
  § 2. Indien een betalende dienst aangeboden of gebruikt wordt tijdens een radioprogramma of indien er op de radio reclame gemaakt wordt voor een betalende dienst, worden de vermeldingen, waarvan sprake in § 1 op een dusdanige manier gegeven dat ze duidelijk verstaanbaar zijn voor de eindgebruiker.

  Onderafdeling 2. - Aanvullende regels voor abonnementsdiensten

  Art. 28. In aanvulling op de regels vermeld in onderafdeling 1 vermeldt de reclame voor een abonnementsdienst die op geschreven wijze verricht wordt bovenaan de reclame eveneens op permanente en stationaire wijze het woord 'abonnement' of 'abonnementsdienst' met karaktertekens die tenminste even groot zijn als die van de vermelding van het eindgebruikerstarief en ten minste half zo groot als die van de vermelding van het betaalnummer.
  Reclame voor een abonnementsdienst die op mondelinge wijze verricht wordt vermeldt ten minste na elke mondelinge vermelding van het betaalnummer het woord 'abonnement' of 'abonnementsdienst' op een dusdanige manier dat het duidelijk verstaanbaar is voor de eindgebruiker.

  Art. 29. Iedere reclame voor een abonnementsdienst vermeldt expliciet de periode waartoe de eindgebruiker zich bij inschrijving verbindt, informeert de eindgebruiker over de dienst waarvoor hij zich inschrijft en over het feit of de abonnementsperiode stilzwijgend wordt verlengd of niet.

  Onderafdeling 3. - Aanvullende regels voor alarmdiensten

  Art. 30. In aanvulling op de regels vermeld in onderafdeling 1 informeert iedere reclame voor een alarmdienst de eindgebruiker over het soort gebeurtenis tengevolge waarvan de dienst wordt geleverd.

  HOOFDSTUK 7. - Algemene regels met betrekking tot de inschrijving op en de uitschrijving uit betalende berichtendiensten

  Afdeling 1. - De inschrijving op of bestelling van een betalende berichtendienst

  Art. 31. Iedere reclame voor een betalende berichtendienst vermeldt, naast de vermeldingen, bedoeld in Hoofdstuk 6, leesbaar en goed zichtbaar en/of op een duidelijk verstaanbare manier :
  1° de inschrijvingsprocedure voor of de bestellingswijze van de betrokken betalende berichtendienst;
  2° de te volgen procedure voor uitschrijving uit de dienst;
  3° het al dan niet bestaan van het herroepingsrecht waarin de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming voorziet.

  Art. 32. § 1. De afname of activering van een betalende berichtendienst mag enkel uitgevoerd worden na voorafgaande inschrijving daartoe door een eindgebruiker die daar uitdrukkelijk om gevraagd heeft via de inschrijvings- of bestelprocedure die in de reclame met betrekking tot deze dienst is uiteengezet.
  § 2. De inschrijving op een abonnements- of alarmdienst vindt plaats na het doorlopen van de volgende procedure :
  1° de eindgebruiker stuurt op een in de reclame uiteengezette wijze een aanvraag tot inschrijving naar de persoon die de abonnementsdienst of alarmdienst aanbiedt;.
  2° ter bevestiging van de aanvraag wordt een standaardbericht, dat gratis is voor de abonnee, via SMS of MMS aan de eindgebruiker gestuurd, waarvan de tekst, die aaneensluitend wordt weergegeven, luidt als volgt :
  " Om je te abonneren op S aan XX EURO/PP, stuur K naar N (de kost van dit bericht is RR EURO) ", waarbij :
  S = de dienst waarop de eindgebruiker zich wil abonneren;
  XX = het eindgebruikerstarief per periode;
  PP = in geval van een abonnementsdienst, de periode waarvoor het eindgebruikerstarief wordt gevraagd, vermeld in volle letters en zonder afkortingen en in geval van een alarmdienst, het soort gebeurtenis ten gevolge waarvan de dienst wordt geleverd, vermeld in volle letters en zonder afkortingen;
  K = het sleutelwoord dat teruggestuurd moet worden door de eindgebruiker per SMS; de enige toegestane sleutelwoorden zijn " GO ", " OK " en " Start ";
  N = een nationaal SMS of MMS kort nummer dat start met de dienstidentiteit 9;
  RR = het eindgebruikerstarief van de gestuurde bevestigings-SMS of -MMS;
  3° de eindgebruiker bevestigt zijn inschrijving door het terugsturen via SMS van het sleutelwoord naar het nationale SMS- of MMS- kort nummer vermeld in het standaardbericht.
  § 3. De bestelling van een betalende berichtendienst die geen abonnements- of alarmdienst uitmaakt gebeurt aan de hand van een SMS verzonden door de eindgebruiker die als enig doel heeft de eindgebruiker in te schrijven voor het ontvangen van de bestelde betalende berichtendienst.
  § 4. De inschrijving op of de bestelling van een betalende berichtendienst kan nooit impliceren dat de eindgebruiker ingeschreven heeft op een andere betalende berichtendienst of een andere betalende berichtendienst heeft besteld.

  Art. 33. Onmiddellijk na de inschrijving op of de bestelling van een betalende berichtendienst en vóór de start van de eigenlijke verlening van de dienst wordt of worden aan de eindgebruiker één of meerdere berichten gestuurd met vermelding van :
  1° de bevestiging van de inschrijving op of de bestelling van de betrokken betalende berichtendienst;
  2° een omschrijving van de dienst waarvoor de eindgebruiker zich heeft ingeschreven of van het product of de dienst die de eindgebruiker heeft besteld, alsmede, in geval van een abonnementsdienst, informatie over het feit of de abonnementsperiode stilzwijgend wordt verlengd.
  3° naargelang van het geval, de vermelding voorgeschreven door artikel 21, 1°, b) en c), artikel 21, 2°, b) of artikel 21, 3°.
  4° de te volgen procedure voor uitschrijving uit de dienst;
  5° het in artikel 15 vereiste telefoonnummer van de klantendienst van de persoon die de betrokken betalende berichtendienst aanbiedt.
  Het bericht of de berichten bedoeld in het eerste lid zijn gratis voor de abonnee.

  Art. 34. Het komt aan de persoon die een betalende berichtendienst aanbiedt toe het bewijs te leveren dat de eindgebruiker zich heeft ingeschreven voor een welbepaalde dienst of een bestelling geplaatst heeft voor die dienst.
  Indien die persoon het in het eerste lid bedoelde bewijs niet kan leveren, is de abonnee niet verplicht de verleende dienst te betalen, zelfs niet indien een vermoeden werd geopperd dat men de dienst stilzwijgend had aanvaard.
  De berichten die met de eindgebruiker werden uitgewisseld in het kader van de inschrijvingsprocedure of bestelprocedure gelden als bewijs indien betreffende ieder van die berichten de volgende informatie beschikbaar is :
  1° het nummer van waaruit het bericht verstuurd is;
  2° het nummer van de bestemmeling van het bericht;
  3° de inhoud van het bericht;
  4° het precieze tijdstip van het verzenden van het bericht;
  5° het precieze tijdstip van het afleveren van het bericht.
  De bewaringsplicht bedoeld in dit artikel vervalt voor een abonnements- of alarmdienst na 1 jaar, te rekenen vanaf de uitschrijving of, in geval van betwisting, op het einde van de periode waarin de betaling gerechtelijk kan worden afgedwongen.
  In alle andere gevallen vervalt de bewaringsplicht na 1 jaar, te rekenen vanaf de uitvoering van de betrokken betalende dienst of, in geval van betwisting, op het einde van de periode waarin de betaling gerechtelijk kan worden afgedwongen.
  Wanneer de bewaringsplicht vervalt, worden de betrokken gegevens onmiddellijk vernietigd.
  De principes van dit artikel zijn eveneens van toepassing op het leveren van het bewijs van de ontvangst van het sleutelwoord, bedoeld in artikel 61, op het leveren van het bewijs van de registratie voor een chatdienst, bedoeld in artikel 89 en op het leveren van het bewijs van de dienstaanvraag van een betalende dienst met verkeers- of locatiegegevens, bedoeld in artikel 100.

  Afdeling 2. - De uitschrijving of andere vormen van beëindiging van een betalende berichtendienst

  Art. 35. Wanneer de eindgebruiker om uitschrijving verzoekt via de te volgen procedure voor uitschrijving uit de betrokken dienst, wordt de betalende berichtendienst onmiddellijk stopgezet.

  Art. 36. § 1. Uitschrijving uit de betrokken betalende berichtendienst is steeds mogelijk door verzending van " STOP ", eventueel gevolgd door een sleutelwoord, naar het nummer waarvan de betrokken betalende berichtendienst gebruikmaakt.
  § 2. Verzending van " STOP " naar het nummer waarvan verschillende betalende berichtendiensten gebruikmaken, beëindigt de inschrijving voor alle diensten die gebruikmaken van het betrokken nummer.
  § 3. Verzending van " STOP " gevolgd door een sleutelwoord verschaft in de reclame en in het bericht bedoeld in artikel 32 naar het nummer waarvan verschillende betalende berichtendiensten gebruikmaken beëindigt enkel de inschrijving voor de dienst waaraan het sleutelwoord is gekoppeld.
  § 4. Wanneer de persoon die een betalende berichtendienst aanbiedt een bericht ontvangt dat niet woordelijk overeenstemt met het woord " STOP " of het toepasselijke sleutelwoord, beëindigt hij de dienst toch, wanneer hij redelijkerwijze uit het bericht kan afleiden dat de eindgebruiker zich wenst uit te schrijven uit de betrokken dienst of diensten.

  Art. 37. In geval van beëindiging van de inschrijving op een betalende berichtendienst, wordt onmiddellijk een bericht ter bevestiging van de uitschrijving aan de eindgebruiker gestuurd. Dit bericht is gratis voor de abonnee.

  Art. 38. Indien een betalende berichtendienst via MMS wordt geleverd, wordt het commando " STOP ", dat via SMS wordt gestuurd naar het korte nummer waarvan de betalende berichtendienst gebruikmaakt, herkend als een geldig verzoek tot uitschrijving uit de betalende MMS-berichtendienst.

  Art. 39. Elke inschrijving voor een betalende berichtendienst die gedurende 3 maanden geen geldig verkeer heeft gegenereerd of waarvoor de operator een code heeft teruggestuurd waarmee de operator heeft aangegeven deze abonnee niet te herkennen wordt onmiddellijk ongedaan gemaakt door de persoon die de betalende berichtendienst aanbiedt. Onder geldig verkeer bedoeld in dit artikel wordt verstaan een SMS of MMS die is verzonden of ontvangen door een eindgebruiker en die een ontvangstnotificatie uitlokt, ongeacht of deze SMS of MMS door de operator aan de abonnee wordt gefactureerd.

  Art. 40. Indien de essentiële bepalingen en voorwaarden van een alarm- of abonnementsdienst worden gewijzigd, vraagt de persoon die de alarm- of abonnementsdienst aanbiedt minstens twee weken voorafgaand aan de wijziging de expliciete toestemming van alle ingeschreven eindgebruikers alvorens deze laatste de dienst verder te leveren onder de gewijzigde voorwaarden.
  Indien de persoon die de alarm- of abonnementsdienst aanbiedt binnen de overeenkomstig het eerste lid geboden termijn de toestemming van de eindgebruiker niet krijgt, wordt de inschrijving van deze eindgebruiker geacht te zijn beëindigd. In dat geval brengt hij de eindgebruiker op de hoogte van de beëindiging van de inschrijving via een SMS-bericht dat gratis is voor de abonnee.

  Art. 41. Indien een alarm- of abonnementsdienst wordt beëindigd door de persoon die die dienst aanbiedt, brengt hij iedereen die zich voor die dienst heeft ingeschreven via een SMS-bericht, dat gratis is voor de abonnee, op de hoogte van het feit dat de dienst is beëindigd.

  HOOFDSTUK 8. - Algemene regels in verband met de bescherming van de persoonlijke levenssfeer

  Art. 42. Persoonsgevens van een eindgebruiker mogen niet worden gebruikt zonder diens specifieke, vrije, voorafgaande en op informatie berustende toestemming, bekomen in overeenstemming met de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. Het gebruik van de betrokken gegevens is verenigbaar met de gerechtvaardigde doeleinden die overeenkomstig de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens werden opgegeven door de persoon die de betalende dienst aanbiedt. De verwerking van persoonsgegevens gebeurt steeds overeenkomstig artikel 4 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.
  Onverminderd de toepassing van de artikelen 34 en 43, worden persoonsgegevens na de uitschrijving uit de dienst of na afloop van de dienst onmiddellijk vernietigd.
  Persoonsgegevens van een eindgebruiker die, overeenkomstig het eerste lid, via een toepassing zijn verkregen mogen enkel gebruikt worden in het kader van zulke toepassing, voor zover de eindgebruiker zich niet heeft uitgeschreven uit de dienst in het kader waarvan de toepassing gebruikt wordt.

  Art. 43. De persoon bedoeld in artikel 134, § 2, derde lid, van de wet neemt de nodige maatregelen om aan de Ethische Commissie, haar secretariaat of aan de instanties of personen op wie de Ethische Commissie voor de telecommunicatie of haar secretariaat een beroep kunnen doen in toepassing van het koninklijk besluit van 1 april 2007 betreffende de procedure voor en de praktische regels in verband met de werking van de Ethische Commissie voor het aanbieden van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken, het bewijs te kunnen leveren van het voldoen aan de verplichtingen opgelegd door dit besluit. De betrokken bewijzen worden aangeboden op een manier die een gemakkelijke controle op de wettelijkheid van de aangeboden dienst door de in de vorige zin bedoelde instanties mogelijk maakt.
  Indien het voor het voldoen aan de in het eerste lid vermelde verplichting nodig is om de persoonsgegevens van de eindgebruiker te verwerken, brengt de persoon bedoeld in artikel 134, § 2, derde lid, van de wet de eindgebruiker hiervan expliciet op de hoogte, met vermelding van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie als bestemmeling van de betrokken gegevens, in geval van een onderzoek naar een klacht of een onderzoek op eigen initiatief van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie.
  Onverminderd de toepassing van artikel 34, vervalt de verplichting bedoeld in dit artikel na één jaar, te rekenen vanaf het te bewijzen feit, of, in geval van betwisting, op het einde van de periode waarin de betaling gerechtelijk kan worden afgedwongen.

  HOOFDSTUK 9. - Algemene regels met betrekking tot de werking van de betalende dienst

  Art. 44. De betalende dienst die aangeboden wordt moet in overeenstemming zijn met de reclame die ervoor gemaakt wordt.

  Art. 45. Het is verboden diensten zonder voorwerp te leveren of betalende diensten aan te bieden die tot doel hebben de duur van het gesprek zo lang mogelijk te rekken zonder dat dit nodig is voor de levering van de betrokken betalende dienst.

  Art. 46. Het is verboden de oproepers, bij het begin of in de loop van de oproep, af te leiden naar een wachtlijn, tenzij de maximumwachttijd gelijk is aan of kleiner is dan één minuut.

  Art. 47. De personen die betalende diensten aanbieden wenden alle redelijke middelen aan om een gepaste kwaliteit van de door hen geleverde dienst te garanderen.

  Art. 48. De inhoud van een betalende dienst wordt aangepast telkens wanneer de aard van de dienst dat vereist.
  Diensten waarvan de inhoud niet meer wordt bijgewerkt, worden onverwijld beëindigd.

  Art. 49. De communicatie met een betalende dienst via een elektronische-communicatienetwerk wordt technisch, automatisch en onmiddellijk verbroken zodra de eindgebruiker inhaakt, de verbinding verbreekt of de site, of een deel ervan, verlaat waarvan de consultatie aanleiding gaf tot een facturatie van een bedrag hoger dan deze voor een normale internetcommunicatie.
  Indien de toegang tot een website, of een deel ervan, afhankelijk gesteld wordt van het gebruik van een betaalnummer of van een methode die gebruikmaakt van een betaalnummer mag de methode of het nummer die de eindgebruiker normaal gezien gebruikt om toegang tot het internet te krijgen niet gewijzigd worden.

  HOOFDSTUK 10. - Regels die specifiek zijn voor bepaalde categorieën betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken

  Afdeling 1. - Algemeen

  Art. 50. De diensten die behoren tot verschillende van de in de volgende afdelingen beschreven categorieën beantwoorden cumulatief aan de vereisten die voor ieder van deze dienstcategorieën werden vastgelegd.

  Afdeling 2. - Betalende diensten geleverd via SMS of MMS

  Art. 51. Elk SMS- of MMS-bericht dat bij ontvangst aan de abonnee aangerekend wordt, vermeldt het korte nummer vanwaar de betrokken SMS of MMS uitgaat. Indien het in de eerste zin bedoelde SMS- of MMS-bericht verstuurd wordt vanaf een website, vermeldt het SMS- of MMS-bericht ook de identificatiegevens van de website vanwaaruit het bericht verstuurd werd.

  Afdeling 3. - Betalende diensten bestemd voor minderjarigen

  Art. 52. De betalende diensten bestemd voor minderjarigen en alle reclame die ervoor gemaakt wordt, mogen niets bevatten dat schade zou kunnen berokkenen aan de lichamelijke, geestelijke of zedelijke integriteit van minderjarigen of dat misbruik zou kunnen maken van hun goedgelovigheid, hun gebrek aan ervaring of aan onderscheidingsvermogen. Ze mogen geenszins overeenstemmen met de betalende diensten bedoeld in afdeling 7 van dit Hoofdstuk.

  Art. 53. Betalende diensten bestemd voor minderjarigen mogen niet gericht zijn op minderjarigen jonger dan 12 jaar.
  In geen geval mag reclame voor betalende diensten bestemd voor minderjarigen rechtstreeks of onrechtstreeks worden bezorgd aan minderjarigen jonger dan 12 jaar.
  Betalende diensten bestemd voor minderjarigen en reclame voor dergelijke diensten mogen slechts gericht worden tot minderjarigen van 12 jaar of ouder, indien het product of de dienst dat of die het voorwerp uitmaakt van de betalende dienst voornamelijk voor minderjarigen van belang kan zijn en er redelijkerwijs kan worden verwacht dat de minderjarige die dienst of dat product zelf kan betalen.

  Art. 54. Iedere reclame voor een betalende dienst bestemd voor minderjarigen vermeldt leesbaar en goed zichtbaar en/of op een duidelijk verstaanbare manier dat, indien de eindgebruiker minderjarig is, hij de toestemming van de persoon die het ouderlijk gezag uitoefent dient te vragen.

  Art. 55. De betalende diensten bestemd voor minderjarigen worden aangeboden via betaalnummers waarvan de prijs per minuut lager is dan of gelijk is aan 50 eurocent per minuut of waarvan de prijs per oproep lager is dan of gelijk is aan 1 euro of waarvan het eindgebruikerstarief, bedoeld in artikel 71, § 6, van het KB Nummering, lager is dan of gelijk is aan 1 euro.

  Art. 56. Betalende diensten bestemd voor minderjarigen mogen niet aangeboden worden aan de hand van software die tot doel of tot gevolg heeft het nummer of de methode die de eindgebruiker normaal gezien gebruikt om toegang tot het internet te krijgen te vervangen door een betaalnummer of een methode die gebruikmaakt van een betaalnummer.

  Afdeling 4. - Betalende diensten bestaande uit de organisatie van spelen, wedstrijden en quizzen

  Art. 57. De verplichtingen van deze afdeling, met uitzondering van de verplichting van artikel 71, zijn niet van toepassing op de mediaspelen bedoeld in Hoofdstuk IV/2 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers.

  Art. 58. De persoon die de betalende dienst bedoeld in deze afdeling aanbiedt zorgt ervoor dat het volledige reglement van het spel, de wedstrijd of de quiz op kosteloze en permanente wijze consulteerbaar is.
  Het reglement van het spel, de wedstrijd of de quiz wordt kosteloos op schrift of op een andere duurzame drager ter beschikking gesteld van de eindgebruiker.

  Art. 59. Spelen, wedstrijden en quizzen georganiseerd aan de hand van betaalnummers hebben een vaststaand ogenblik van afsluiting, behalve wanneer er onmiddellijke prijzen toegekend worden. Een ontoereikend aantal inzendingen, een te groot aantal inzendingen of inzendingen van ongepaste kwaliteit zijn geen aanvaardbare redenen om het ogenblik van afsluiting van een spel, wedstrijd of quiz te veranderen of om geen prijzen uit te reiken.

  Art. 60. Elke reclame voor spelen, wedstrijden en quizzen georganiseerd aan de hand van betaalnummers vermeldt leesbaar en goed zichtbaar en/of op een duidelijk verstaanbare manier :
  1° alle essentiële deelnemingsvoorwaarden en -regels die op het spel, de wedstrijd of de quiz van toepassing zijn;
  2° in voorkomend geval, de datum en/of het uur waarop het spel, de wedstrijd of de quiz beëindigd wordt;
  3° de mogelijkheid om op verzoek het volledige reglement van het spel, de wedstrijd of de quiz ter beschikking gesteld te krijgen en de manier waarop de terbeschikkingstelling kan aangevraagd worden of plaatsvindt;
  4° indien toepasselijk, een duidelijke en ondubbelzinnige beschrijving van de prijzen die toegekend worden en het aantal prijzen.

  Art. 61. Toegang tot een spel, wedstrijd of quiz, georganiseerd via een betalend SMS of MMS kort nummer, in het kader waarvan de eindgebruiker meer dan één bericht moet verzenden voor een volledige deelname, mag enkel verleend worden aan een eindgebruiker die daar uitdrukkelijk om gevraagd heeft door het versturen via SMS van een sleutelwoord, dat in de reclame met betrekking tot dit spel, deze wedstrijd of deze quiz is uiteengezet.
  Het sleutelwoord uiteengezet in de reclame geeft toegang tot één enkel spel of één enkele wedstrijd of quiz.
  Toezending van het sleutelwoord, overeenkomstig de vorige leden, of deelname aan het spel, de wedstrijd of de quiz kan nooit impliceren dat de eindgebruiker toegang heeft gevraagd tot een ander spel, wedstrijd of quiz.

  Art. 62. Onmiddellijk na het toezenden van het sleutelwoord en voor de start van het eigenlijke spel, de eigenlijke wedstrijd of eigenlijke quiz, geleverd via een betalend SMS of MMS kort nummer, wordt of worden aan de eindgebruiker één of meerdere berichten gestuurd met vermelding van :
  1° de bevestiging van de toegang tot het betrokken spel of de betrokken wedstrijd of quiz;
  2° het hoogste in de sector van de elektronische communicatie toegepaste eindgebruikerstarief van elk bericht dat door de eindgebruiker verstuurd of ontvangen moet worden om aan het spel, de wedstrijd of de quiz te kunnen deelnemen;
  3° de hoogste in de sector van de elektronische communicatie toegepaste totale prijs voor het doorlopen van een spelsessie.
  4° het in artikel 15 vereiste telefoonnummer van de klantendienst van de persoon die het spel, de wedstrijd of de quiz aanbiedt.
  Het bericht of de berichten bedoeld in het eerste lid zijn gratis voor de abonnee.

  Art. 63. De persoon die een spel, wedstrijd of quiz organiseert via een betalend SMS of MMS kort nummer, in het kader waarvan de eindgebruiker meer dan één bericht moet verzenden voor een volledige deelname, mag een volgende fase in de spelsessie pas aanbieden nadat de eindgebruiker een bericht heeft gestuurd dat een antwoord vormt op de vraag die in de vorige fase van de spelsessie werd gesteld of die het element aanbrengt dat in de vorige fase van de spelsessie werd gevraagd.
  Het is verboden om aan de eindgebruiker een SMS of MMS te sturen om hem aan te sporen een antwoord te geven op een reeds gestelde vraag of een element aan te brengen waarnaar reeds gevraagd werd.

  Art. 64. Spelen, wedstrijden en quizzen georganiseerd aan de hand van betaalnummers en de reclame voor dergelijke diensten mogen niet :
  1° woorden gebruiken zoals " winnen " of " prijs " om producten, diensten of voordelen te beschrijven die aan alle deelnemers of het merendeel ervan worden gegeven;
  2° de kans om te winnen overdrijven;
  3° suggereren dat er zeker zal worden gewonnen;
  4° zonder matiging aansporen om te spelen.

  Art. 65. De totale prijs voor het doorlopen van een spelsessie moet op elk moment redelijk zijn en door de aard van het spel, de wedstrijd of de quiz gerechtvaardigd worden.
  De totale prijs voor het doorlopen van een spelsessie mag nooit meer bedragen dan 5 euro.

  Art. 66. Wanneer er tussen het nummer dat gebruikt wordt door een eindgebruiker en het SMS of MMS korte nummer waarmee het spel, de wedstrijd of de quiz wordt aangeboden een communicatie plaatsvindt, waardoor er voor dat betaalnummer meer dan 10 euro per maand verschuldigd is of zal zijn, wordt de eindgebruiker hiervan door middel van een SMS- of MMS-bericht, dat gratis is voor de abonnee, op de hoogte gebracht.
  Wanneer er binnen de periode vermeld in het eerste lid een veelvoud van 10 euro bereikt wordt, wordt, met vermelding van het bereikte veelvoud van 10 euro, eenzelfde bericht gestuurd.
  Indien het spel, de wedstrijd of de quiz aangeboden wordt in de vorm van een abonnements- of alarmdienst herinnert het in het eerste lid bedoelde SMS- of MMS-bericht bovendien aan de te volgen procedure voor uitschrijving uit de dienst.

  Art. 67. Het einde van iedere spelsessie wordt op uitdrukkelijke wijze aangegeven. Indien dit gebeurt door middel van een afzonderlijk SMS- of MMS-bericht, is dit bericht gratis voor de abonnee.
  Na de datum en/of het uur waarop het spel, de wedstrijd of de quiz beëindigd wordt, sluit de persoon die het spel, de wedstrijd of de quiz aanbiedt de betrokken betalende dienst af.

  Art. 68. De persoon die een betalende dienst bedoeld in deze afdeling aanbiedt geeft aan alle deelnemers evenveel kans om te winnen.

  Art. 69. Wanneer er bij de selectie van de winnende inzendingen enige vorm van subjectieve beoordeling tussenkomt, wordt de wedstrijd gearbitreerd door een persoon of personen die onafhankelijk zijn van de persoon of personen die de betrokken dienst aanbieden.
  De arbitrage en de selectiecriteria die gebruikt worden bij de arbitrage worden op voorhand op duidelijke en ondubbelzinnige wijze beschreven in het reglement van het spel, de wedstrijd of de quiz. De arbiters motiveren op schriftelijke wijze de selectie van de winnaar of winnaars.

  Art. 70. De prijzen die gewonnen werden in het kader van een spel, wedstrijd of quiz worden geleverd of uitbetaald binnen 30 dagen na het ogenblik van afsluiting van het spel, de wedstrijd of de quiz.

  Art. 71. De heruitzending van spelen, wedstrijden of quizzen georganiseerd aan de hand van betaalnummers na het afsluiten van het spel, de wedstrijd of de quiz is enkel mogelijk indien tegelijkertijd met de vermelding van het betaalnummer het woord " Opname " of " Heruitzending " duidelijk weergegeven wordt op het beeldscherm, samen met een duidelijke, goed zichtbare en ondubbelzinnige vermelding dat de eindgebruiker tijdens de heruitzending niet kan deelnemen.

  Afdeling 5. - Betalende diensten voor de werving van fondsen

  Art. 72. Behoudens de toepassing van het tweede lid, kunnen enkel de instellingen waaraan fiscaal aftrekbare giften kunnen worden gestort een betaalnummer gebruiken voor de werving van fondsen. Indien het bedrag van de storting niet in aanmerking komt voor een fiscale aftrek of in dringende gevallen, waarbij er geen voorafgaande erkenning door de bevoegde minister(s) kan worden bekomen conform het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en zijn uitvoeringsbesluit, kan de minister een uitzondering toestaan op deze regel.
  Personen die een loterij bedoeld in artikel 7 van de wet van 31 december 1851 op de loterijen willen organiseren via een betaalnummer kunnen dit enkel doen na voorafgaandelijk de vergunning daartoe voor te leggen aan de persoon of personen die hen daarvoor een betaalnummer ter beschikking stellen.

  Art. 73. Iedere reclame voor een betalende dienst voor de werving van fondsen vermeldt leesbaar en goed zichtbaar en/of op een duidelijk verstaanbare manier :
  1° het doel waarvoor de fondsen geworven worden;
  2° het deel van de prijs van de oproep dat voor dat doel bestemd is;
  3° de organisatie die de geworven fondsen ter beschikking stelt van het doel waarvoor de fondsen geworven worden;
  4° het moment waarop de betrokken werving van fondsen begint en eindigt.

  Art. 74. De heruitzending van programma's waarin fondsen geworven worden aan de hand van betaalnummers na het afsluiten van de periode waarbinnen de fondsen geworven worden is enkel mogelijk indien tegelijkertijd met de vermelding van het betaalnummer het woord " Opname " of " Heruitzending " duidelijk weergegeven wordt op het beeldscherm, samen met een duidelijke, goed zichtbare en ondubbelzinnige vermelding dat de eindgebruiker tijdens de heruitzending niet kan deelnemen.

  Afdeling 6. - Betalende adviesdiensten

  Art. 75. Iedere reclame voor een betalende dienst die ertoe strekt advies te verstrekken vermeldt leesbaar en goed zichtbaar en/of op een duidelijk verstaanbare manier :
  1° de identiteit van de personen of organisaties die het advies verstrekken;
  2° het niveau en de competentie van de personen of organisaties die het advies verstrekken.

  Art. 76. Ieder advies wordt verstrekt in overeenstemming met de regels en gebruiken van de beroepsvereniging(en) waartoe de personen of organisaties die het advies verstrekken behoren.

  Afdeling 7. - Specifiek voor meerderjarigen bestemde betalende diensten

  Art. 77. Worden steeds beschouwd als specifiek voor meerderjarigen bestemde diensten :
  1° betalende diensten die hetzij live hetzij door middel van het uitwisselen van berichten of bestanden, gesprekken van een seksuele of erotische aard organiseren of vergemakkelijken;
  2° betalende diensten in het kader waarvan dating- of andere diensten aangeboden worden die ertoe strekken gesprekken tot stand te brengen of berichten of bestanden uit te wisselen met als doel ontmoetingen tussen twee of meer personen te organiseren of te vergemakkelijken met het oog op het aanknopen van een liefdes- of seksuele relatie, hierna ook " ontmoetingsdiensten " genoemd.

  Art. 78. Een specifiek voor meerderjarigen bestemde betalende dienst mag geen verwijzingen bevatten die op enige manier de betrokkenheid van minderjarigen suggereren of impliceren.

  Art. 79. Het is verboden reclame te maken voor of te verwijzen naar een specifiek voor meerderjarigen bestemde betalende dienst in publicaties of programma's bedoeld voor minderjarigen of websites bestemd voor minderjarigen.

  Art. 80. Onverminderd de verplichting om specifiek voor meerderjarigen bestemde betalende diensten onder te brengen onder een nummerreeks die daartoe bestemd is, wordt iedere voor meerderjarigen voorbehouden betalende dienst als zodanig geïdentificeerd in elke reclame die ervoor gemaakt wordt.

  Art. 81. Bij het begin van iedere oproep, verbinding of uitwisseling van berichten verwittigt de persoon die de specifiek voor meerderjarigen bestemde betalende dienst aanbiedt de eindgebruiker kosteloos en ondubbelzinnig van de precieze aard van de dienst die hij op het punt staat te raadplegen. De waarschuwingsboodschap is duidelijk verstaanbaar of leesbaar en goed zichtbaar.
  In geval van een oproep naar een specifiek voor meerderjarigen bestemde betalende dienst die gebruikmaakt van spraak, wordt de eindgebruiker voldoende tijd gelaten om hem de mogelijkheid te geven de verbinding te verbreken vóór het beepsignaal, dat ingesteld is om het betalende gedeelte van de oproep aan te duiden.
  In geval van een oproep of verbinding met een specifiek voor meerderjarigen bestemde betalende dienst die geen gebruik maakt van spraak, wordt de verbinding pas opgezet en aangerekend nadat de eindgebruiker bevestigd heeft kennis genomen te hebben van de waarschuwingsboodschap.
  Indien het technisch niet mogelijk is om de eindgebruiker voor de start van de eigenlijke levering van de betalende dienst kosteloos te verwittigen, wordt de waarschuwingsboodschap onmiddellijk na de start van de levering van de betalende dienst gegeven.

  Art. 82. In gesproken of geschreven reclame voor ontmoetingsdiensten mogen geen contactgegevens worden opgenomen die het mogelijk maken om de deelnemers aan die dienst identificeren.

  Art. 83. Wanneer er tussen het nummer dat gebruikt wordt door een eindgebruiker en het SMS of MMS korte nummer waarmee een specifiek voor meerderjarigen bestemde betalende dienst wordt aangeboden een communicatie plaatsvindt waardoor er voor dat betaalnummer meer dan 10 euro per maand verschuldigd is of zal zijn, wordt de eindgebruiker hiervan door middel van een SMS- of MMS-bericht, dat gratis is voor de abonnee, op de hoogte gebracht.
  Wanneer er binnen de periode vermeld in het eerste lid een veelvoud van 10 euro bereikt wordt, wordt, met vermelding van het bereikte veelvoud van 10 euro, eenzelfde bericht gestuurd.

  Afdeling 8. - Betalende diensten waarmee toepassingen voor de verpersoonlijking van het telefoontoestel worden verstrekt

  Art. 84. Iedere geschreven reclame voor een betalende dienst waarmee logo's, beltonen, games of andere producten of diensten voor de verpersoonlijking van het telefoontoestel worden verstrekt maakt duidelijk op welke toestellen de aangeboden producten of diensten kunnen geïnstalleerd worden.

  Art. 85. Wanneer er tussen het nummer dat gebruikt wordt door een eindgebruiker en het korte SMS- of MMS-nummer, waarmee logo's, beltonen, games of andere producten of diensten voor de verpersoonlijking van het telefoontoestel worden verstrekt een communicatie plaatsvindt waardoor er voor dat betaalnummer meer dan 10 euro per maand verschuldigd is of zal zijn, wordt de eindgebruiker hiervan door middel van een SMS- of MMS-bericht, dat gratis is voor de abonnee, op de hoogte gebracht.
  Wanneer er binnen de periode vermeld in het eerste lid een veelvoud van 10 euro bereikt wordt, wordt, met vermelding van het bereikte veelvoud van 10 euro, eenzelfde bericht gestuurd.
  Indien de betalende dienst waarmee logo's, beltonen, games of andere producten of diensten voor de verpersoonlijking van het telefoontoestel worden verstrekt aangeboden wordt in de vorm van een abonnements- of alarmdienst herinnert het in het eerste lid bedoelde SMS- of MMS-bericht bovendien aan de te volgen procedure voor uitschrijving uit de dienst.

  Afdeling 9. - Chatdiensten

  Art. 86. De persoon die een chatdienst aanbiedt zorgt ervoor dat de regels van aanvaardbaar gebruik van zijn dienst op kosteloze en permanente wijze consulteerbaar zijn.
  De regels van aanvaardbaar gebruik worden kosteloos op schrift of op een andere duurzame drager ter beschikking gesteld van de eindgebruiker.

  Art. 87. De regels van aanvaardbaar gebruik van een niet specifiek voor meerderjarigen bestemde chatdienst verbieden hun gebruikers gesprekken tot stand te brengen of berichten of bestanden uit te wisselen :
  1° van een seksuele of erotische aard;
  2° met als doel ontmoetingen tussen hen en één of meerdere personen te organiseren of te vergemakkelijken met het oog op het aanknopen van een liefdes- of seksuele relatie.

  Art. 88. Iedere reclame voor een chatdienst vermeldt leesbaar en goed zichtbaar en/of op een duidelijk verstaanbare manier :
  1° de essentiële regels van aanvaardbaar gebruik van de dienst;
  2° de mogelijkheid om op verzoek de volledige regels van aanvaardbaar gebruik ter beschikking gesteld te krijgen en de manier waarop de terbeschikkingstelling kan aangevraagd worden of plaatsvindt;
  3° het feit of discussies binnen de chatdienst al dan niet gemodereerd worden en zo ja, op welke wijze.

  Art. 89. Een chatdienst mag enkel geleverd worden aan een eindgebruiker die daar uitdrukkelijk om gevraagd heeft in het kader van de registratieprocedure die in de reclame met betrekking tot deze dienst is uiteengezet.
  Registratie voor een chatdienst, die plaatsvindt via SMS of MMS, gebeurt aan de hand van een SMS verzonden door de eindgebruiker die als enig doel heeft de eindgebruiker toegang te geven tot de chatdienst bedoeld in de reclame.
  Registratie voor of deelname aan de dienst waarvoor geregistreerd werd kan nooit impliceren dat de eindgebruiker geregistreerd is voor een andere chatdienst.

  Art. 90. Onmiddellijk na de registratie en voor de start van de eigenlijke chatdienst geleverd via een SMS of MMS kort nummer wordt of worden aan de eindgebruiker één of meerdere berichten gestuurd met vermelding van :
  1° de bevestiging van de registratie voor de betrokken chatdienst;
  2° het hoogste eindgebruikerstarief dat in de sector van de elektronische communicatie toegepast wordt voor het verzenden van ieder bericht naar het nummer waarvan de chatdienst gebruikmaakt;
  3° de te volgen procedure voor uitschrijving uit de chatdienst;
  4° het in artikel 15 vereiste telefoonnummer van de klantendienst van de persoon die de betrokken chatdienst aanbiedt.
  Het bericht of de berichten bedoeld in het eerste lid zijn gratis voor de abonnee.

  Art. 91. Enkel de communicatie uitgaande van de eindgebruiker mag aangerekend worden in het kader van een chatdienst.

  Art. 92. Het modereren van discussies binnen chatdiensten is toegestaan, op voorwaarde dat dit uitdrukkelijk vermeld wordt in :
  1° alle reclame voor de betrokken dienst;
  2° de algemene voorwaarden van toepassing op de betrokken dienst;
  3° de bevestigings-SMS of -MMS volgend op de registratie van de eindgebruiker op de betrokken dienst, indien de betrokken dienst geleverd wordt via betalende SMS of MMS korte nummers.
  Het modereren gebeurt onder de verantwoordelijkheid van de persoon die de betalende dienst aanbiedt.
  Het modereren kan worden vervuld door een server- of informaticatoepassing.

  Art. 93. De moderator of de server- of informaticatoepasing die modereert verwijdert alle berichten die strijdig zijn met de geldende wetten of met de regels van aanvaardbaar gebruik van de chatdienst, waarvan kennis genomen wordt, onmiddellijk uit de dienst die aan het publiek of de geregistreerde leden wordt aangeboden.

  Art. 94. Wanneer er tussen het nummer dat wordt gebruikt door een eindgebruiker en het SMS of MMS kort nummer dat wordt gebruikt door de chatdienst een communicatie plaatsvindt waardoor er voor dat betaalnummer meer dan 10 euro per maand verschuldigd is of zal zijn, wordt de eindgebruiker hiervan door middel van een SMS- of MMS-bericht, dat gratis is voor de abonnee, op de hoogte gebracht.
  Wanneer er binnen de periode vermeld in het eerste lid een veelvoud van 10 euro bereikt wordt, wordt, met vermelding van het bereikte veelvoud van 10 euro, eenzelfde bericht gestuurd.

  Art. 95. Alle beweringen die een chatdienst publiek maakt met betrekking tot het aantal deelnemers aan de chatdienst worden, op verzoek van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie of haar secretariaat gestaafd.

  Art. 96. Wanneer de eindgebruiker om uitschrijving verzoekt via de te volgen procedure voor uitschrijving uit de chatdienst, stuurt de chatdienst geen berichten meer naar de eindgebruiker.

  Art. 97. § 1. Indien de chatdienst geleverd wordt via betalende korte SMS- of MMS-nummers, is uitschrijving uit de betrokken dienst steeds mogelijk door verzending van " STOP ", eventueel gevolgd door een sleutelwoord, naar het nummer waarvan de betrokken chatdienst gebruikmaakt.
  Het eindgebruikerstarief van toepassing op het bericht waarmee uitgeschreven wordt kan niet meer bedragen dan het normale eindgebruikerstarief voor een bericht naar een standaard mobiel nummer. De persoon die een betalende dienst aanbiedt vergewist er zich van of de operatoren die de abonnees factureren of het gebruik van elektronische-communicatiediensten aan de abonnees aanrekenen in de mogelijkheid verkeren om aan berichten waarmee uitgeschreven wordt de betaling van het normale eindgebruikerstarief voor een bericht naar een standaard mobiel nummer te koppelen. Indien dat niet het geval is, crediteert de persoon die een betalende dienst via een elektronische-communicatienetwerk aanbiedt de betrokken operator of operatoren op een dusdanige manier dat de abonnee geen hoger eindgebruikerstarief dient te betalen dan het in de eerste zin van dit lid bedoelde eindgebruikerstarief.
  § 2. Verzending van " STOP " naar het nummer waarvan verschillende chatdiensten gebruikmaken beëindigt de registratie voor alle chatdiensten die gebruikmaken van het betrokken nummer.
  § 3. Verzending van " STOP " gevolgd door een sleutelwoord verschaft in de reclame en in het bericht bedoeld in artikel 90 naar het nummer waarvan verschillende chatdiensten gebruikmaken beëindigt enkel de registratie voor de chatdienst waaraan het sleutelwoord is gekoppeld.
  § 4. Wanneer de persoon die een chatdienst aanbiedt een bericht ontvangt dat niet woordelijk overeenstemt met het woord " STOP " of het toepasselijke sleutelwoord, beëindigt hij de dienst toch, wanneer hij redelijkerwijze uit het bericht kan afleiden dat de eindgebruiker zich wenst uit te schrijven uit de betrokken dienst of diensten.

  Afdeling 10. - Betalende diensten met verkeersgegevens of locatiegegevens

  Art. 98. De persoon die een betalende dienst aanbiedt mag in opdracht van de operator die de abonnee of eindgebruiker toegang verleent tot een mobiel elektronische-communicatienetwerk instaan voor het verkrijgen van de in artikel 123, § 2, 2°, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie bedoelde toestemming van de abonnee of eindgebruiker met de verwerking van de verkeers- of locatiegegevens die dienstig zijn voor het leveren van een betalende dienst met verkeersgegevens of locatiegegevens. Indien de in de vorige zin bedoelde operator de in de vorige zin bedoelde opdracht geeft aan de persoon die de betalende dienst met verkeersgegevens of locatiegegeven levert, wordt een methode overeengekomen, waarbij de betreffende operator de persoon die de betalende dienst met verkeersgegevens of locatiegegeven levert verzekert dat de gegeven toestemming afkomstig is van de persoon waarop de gegevens betrekking hebben.
  Wanneer de in het eerste lid bedoelde verzekering gegeven is, bewaart de persoon die de betalende dienst met verkeersgegevens of locatiegegevens levert alle gegevens over de manier waarop de toestemming van de eindgebruiker is verkregen gedurende een periode van één jaar of, in geval van betwisting, tot het einde van de periode waarbinnen de toestemming en/of de manier waarop ze bekomen werd gerechtelijk betwist kan worden. Wanneer de bewaringsplicht vervalt, worden de betrokken gegevens onmiddellijk vernietigd.
  De bewaring van de gegevens omtrent de toestemming en de manier waarop ze bekomen werd gebeurt steeds overeenkomstig artikel 4 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.
  Indien de abonnee of de eindgebruiker zijn toestemming intrekt, deelt de persoon die de betalende dienst aanbiedt deze informatie onmiddellijk mee aan de operator die de betrokken abonnee of eindgebruiker toegang verleent tot het mobiele elektronische-communicatienetwerk.

  Art. 99. Onverminderd de verplichting tot het leveren van de informatie, bedoeld in artikel 123, § 2, 1°, van de Wet door de operator die de betrokken abonnee of eindgebruiker toegang verleent tot het mobiele elektronische-communicatienetwerk, vermeldt elke reclame voor een betalende dienst met verkeersgegevens of locatiegegevens leesbaar en goed zichtbaar en/of op een duidelijk verstaanbare manier :
  1° een precieze omschrijving van de aard van de dienst, met inbegrip van het feit dat de eindgebruiker door middel van de betrokken dienst gelokaliseerd zal worden;
  2° dat informatie over de locatie van de mobiele telefoon van de eindgebruiker door de operator die de abonnee of eindgebruiker toegang verleent tot een mobiel elektronische-communicatienetwerk verwerkt wordt en naar de persoon die de betalende dienst aanbiedt of eventuele met naam genoemde derde partijen doorgestuurd moeten worden om hem de betrokken dienst te kunnen leveren;
  3° de mogelijkheid voor de eindgebruiker om te allen tijde zijn toestemming voor de verwerking van zijn verkeers- of locatiegegevens door de operator definitief of tijdelijk in te trekken, alsmede de manier waarop dat dient te gebeuren.

  Art. 100. Betalende diensten met verkeersgegevens of locatiegegevens mogen enkel verleend worden :
  1° na het verkrijgen van de toestemming van de abonnee of eindgebruiker overeenkomstig artikel 98 en
  2° na een daaropvolgende dienstaanvraag van de eindgebruiker, wat betreft een eenmalige dienstverlening door middel van één oproep of één door de eindgebruiker te ontvangen SMS of MMS, of na een inschrijving, wat betreft alle andere soorten van dienstverlening.
  De inschrijving op een betalende dienst met verkeersgegevens of locatiegegevens die geleverd wordt door middel van een betalende berichtendienst vindt plaats overeenkomstig de artikelen 32 en 33 en is onderworpen aan artikel 39.
  De persoon die de betalende dienst aanbiedt onthoudt zich van het verwerken van verkeers- en locatiegegevens dienstig voor het leveren van een betalende dienst met verkeersgegevens of locatiegegevens waarvoor een eindgebruiker geen dienstaanvraag heeft gedaan of zich niet heeft ingeschreven.
  De verwerking van verkeers- of locatiegegevens dienstig voor het leveren van een betalende dienst met verkeersgegevens of locatiegegevens gebeurt steeds overeenkomstig de artikelen 4 en 16 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. Verkeers- of locatiegegevens worden na het voldoen aan de dienstaanvraag of na het verrichten van de dienstprestatie waarvoor ingeschreven werd onmiddellijk vernietigd.
  Indien een eindgebruiker zich uitschrijft uit een betalende dienst met verkeersgegevens of locatiegevens, onthoudt de persoon die de betalende dienst aanbiedt zich van het verder verwerken van verkeers- of locatiegegevens dienstig voor het leveren van een betalende dienst met verkeersgegevens of locatiegegevens. De uitschrijving uit een betalende dienst met verkeersgegevens of locatiegegevens die geleverd wordt door middel van een betalende berichtendienst vindt plaats overeenkomstig de artikelen 35 tot en met 38.

  HOOFDSTUK 11. - Diverse en slotbepalingen

  Art. 101. De operatoren betrokken bij het aanbod van een betalende dienst ten aanzien waarvan de Ethische Commissie voor de telecommunicatie een schorsing of een schrapping uitgesproken heeft, verlenen hun medewerking aan de uitvoering van de uitgesproken schorsing of schrapping.

  Art. 102. Het is de operatoren verboden om aan personen ten aanzien waarvan de Ethische Commissie voor de telecommunicatie een verbod heeft uitgesproken om nieuwe betalende diensten te beginnen enige dienst te verlenen die de betrokken persoon in staat stelt een nieuwe betalende dienst via elektronische-communicatienetwerken op te starten.

  Art. 103. De artikelen 31 tot en met 38, 61 tot en met 63, 65 tot en met 67, 81, 83 en 85 en afdeling 9 van Hoofdstuk 10 treden in werking op de eerste dag van de zesde maand na die waarin dit besluit is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

  Art. 104. De Minister bevoegd voor Telecommunicatie is belast met de uitvoering van dit besluit.

  BIJLAGE.

  Art. N.[1 Nummerreeksen waarvoor het is toegestaan om naast de prijs voor de communicatie ook een betaling voor de inhoud te vragen
   A. Nummerreeksen in het nummerplan voor telefoondiensten
   1. Toegang tot of betaling van alle specifiek voor meerderjarigen bestemde diensten en -producten, ongeacht of de levering ervan wel of niet via het nummer verloopt, wordt aangeboden via nummers uit de volgende nummerreeksen:
   a. 906 BCXXX met B verschillend van 7, op voorwaarde dat het eindgebruikerstarief maximaal 1 euro per minuut bedraagt;
   b. 907 BCXXX met B verschillend van 7 (het eindgebruikerstarief bedraagt maximaal 2 euro per minuut);
   c. Iedere andere voor dit gebruik door het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie geopende nummerreeks.
   2. Toegang tot of betaling van alle ontspanningsproducten en -diensten, ongeacht of de levering ervan wel of niet via het nummer verloopt, wordt aangeboden via nummers uit de volgende nummerreeksen:
   a. 905 BCXXX met B verschillend van 0 en 9 (het eindgebruikerstarief bedraagt maximaal 2 euro per oproep);
   b. Iedere andere voor dit gebruik door het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie geopende nummerreeks.
   3. Toegang tot of betaling van alle andere producten of diensten dan bedoeld onder 1 of 2, wordt aangeboden via nummers uit de volgende nummerreeksen:
   a. 70 BCXXXX met B verschillend van 0, 1, 5, 8 en 9;
   b. 900 BCXXX met B verschillend van 9, op voorwaarde dat het eindgebruikerstarief maximaal 50 eurocent per minuut bedraagt;
   c. 901 BCXXX met B verschillend van 9, op voorwaarde dat het eindgebruikerstarief maximaal 50 eurocent per oproep bedraagt;
   d. 902 BCXXX met B verschillend van 9, op voorwaarde het eindgebruikerstarief maximaal 1 euro per minuut bedraagt;
   e. 903 BCXXX met B verschillend van 7, op voorwaarde dat het eindgebruikerstarief maximaal 1,5 euro per minuut bedraagt;
   f. 904 BCXXX met B verschillend van 9, op voorwaarde dat het eindgebruikerstarief maximaal 2 euro per minuut bedraagt;
   g. 909 BCXXX met B verschillend van 1 op voorwaarde dat het totaalbedrag dat aan de abonnee aangerekend wordt voor één individuele oproep, ongeacht de maatstaf die gebruikt wordt om het eindgebruikerstarief te bepalen, nooit meer bedraagt dan 31 euro;
   h. Iedere andere voor dit gebruik door het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie geopende nummerreeks.
   B. Nummerreeksen in het nummerplan voor SMS en MMS-diensten
   1. Toegang tot of betaling van alle specifiek voor meerderjarigen bestemde diensten en -producten, ongeacht of de levering ervan wel of niet via het nummer verloopt, wordt aangeboden via nummers uit de volgende nummerreeksen:
   a. 7000 tot en met 7999 (het eindgebruikerstarief, zoals bedoeld in artikel 71, § 6, van het KB Nummering bedraagt maximaal 4 euro);
   b. Iedere andere voor dit gebruik door het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie geopende nummerreeks.
   2. Toegang tot of betaling van alle ontspanningsproducten en -diensten, ongeacht of de levering ervan wel of niet via het nummer verloopt, wordt aangeboden via nummers uit de volgende nummerreeksen:
   a. 5000 tot en met 5999, op voorwaarde dat het eindgebruikerstarief, zoals bedoeld in artikel 71, § 6, van het KB Nummering, maximaal 50 eurocent bedraagt;
   b. 6000 tot en met 6999, op voorwaarde dat het eindgebruikerstarief, zoals bedoeld in artikel 71, § 6, van het KB Nummering, maximaal 2 euro bedraagt;
   c. 9500 tot en met 9999, indien de dienst een betalende berichtendienst uitmaakt (enkel het bericht waarmee de inschrijving voor de dienst verricht wordt en de berichten afkomstig van de dienst mogen een eindgebruikerstarief hebben dat hoger is dan het eindgebruikerstarief van een bericht naar een standaard geografisch of mobiel nummer. Dat hogere eindgebruikerstarief bedraagt maximaal 2 euro per bericht);
   d. Iedere andere voor dit gebruik door het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie geopende nummerreeks.
   3. Toegang tot of betaling van alle andere producten of diensten dan bedoeld onder 1 of 2, wordt aangeboden via nummers uit de volgende nummerreeksen:
   a. 2000 tot en met 2999, op voorwaarde dat het eindgebruikerstarief, zoals bedoeld in artikel 71, § 6, van het KB Nummering, maximaal 1 euro bedraagt;
   b. 3000 tot en met 3999, op voorwaarde dat het eindgebruikerstarief, zoals bedoeld in artikel 71, § 6, van het KB Nummering, maximaal 4 euro bedraagt;
   c. 4000 tot en met 4999 wanneer de dienst bestaat uit het werven van fondsen of het, geheel of gedeeltelijk, creëren van een monetaire waarde dat als betaalmiddel aanvaard wordt door leveranciers van lichamelijke producten of leveranciers van diensten die zelf niet geleverd worden via een elektronische-communicatienetwerk;
   d. 9000 tot en met 9499, indien de dienst een betalende berichtendienst uitmaakt (enkel het bericht waarmee de inschrijving voor de dienst verricht wordt en de berichten afkomstig van de dienst mogen een eindgebruikerstarief hebben dat hoger is dan het eindgebruikerstarief van een bericht naar een standaard geografisch of mobiel nummer. Dat hogere eindgebruikerstarief bedraagt maximaal 2 euro per bericht);
   e. Iedere andere voor dit gebruik door het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie geopende nummerreeks.]1
  ----------
  (1)<KB 2014-04-04/52, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-06-2014>
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 9 februari 2011.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen,
V. VAN QUICKENBORNE
De Minister van Klimaat en Energie, belast met Consumentenzaken,
P. MAGNETTE

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, artikel 134, § 2, gewijzigd bij de wet van 18 mei 2009 houdende diverse bepalingen inzake elektronische communicatie;
   Gelet op de mededeling aan de Europese Commissie, op 29 juli 2009, met toepassing van artikel 8, eerste lid, van Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij;
   Overwegende het advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer nr. 26/2009 van 14 oktober 2009;
   Gelet op het voorstel van de Ethische Commissie voor het aanbieden van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken van 16 december 2009;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 8 februari 2010;
   Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, d.d. 20 oktober 2010;
   Gelet op advies 47.649/4 van de Raad van State, gegeven op 8 februari 2010, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Op de voordracht van Onze Minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen en van Onze Minister van Klimaat en Energie, belast met Consumentenzaken,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 04-04-2014 GEPUBL. OP 22-05-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 19; N)

  • Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
       VERSLAG AAN DE KONING
       Sire,
       Dit besluit heeft tot doel uitvoering te geven aan artikel 134, § 2, eerste lid, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie (hierna ook genoemd de " wet "). Dit artikel voorziet dat de Ethische Code voor de telecommunicatie vastgesteld wordt bij koninklijk besluit op voorstel van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie.
       Volgens artikel 134, § 2, tweede lid, duidt de Ethische Code voor de telecommunicatie de nummerreeksen aan waarvoor het is toegestaan om van de oproeper naast de prijs van de communicatie ook een betaling voor de inhoud te vragen en omschrijft ze de voorwaarden waaronder betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken aan de eindgebruikers kunnen worden aangeboden.
       In het uitvoeren van deze bepaling heeft de Ethische Commissie er in haar voorstel voor gekozen om zich in zekere mate in te schrijven in een reeds vooraf bestaand kader.
       Wat betreft de aanduiding van de nummerreeksen voor het aanbieden van betalende diensten ging het voorstel van de Ethische Commissie uit van de bepalingen van artikelen 48, 50 en 71 van het koninklijk besluit van 27 april 2007 betreffende het beheer van de nationale nummeringsruimte en de toekenning en intrekking van gebruiksrechten voor nummers, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 24 maart 2009 (hierna ook het " KB Nummering " genoemd). Die artikelen duiden de dienstidentiteiten aan die bestemd zijn voor het aanbieden van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken. Tevens geven deze artikelen (voor de SMS en MMS korte nummers, artikel 71 gecombineerd met de artikelen 72 en 73) aan onder welke voorwaarden operatoren blokken van betaalnummers (of voor SMS of MMS korte nummers, in sommige gevallen, individuele nummers) kunnen aanvragen. De Ethische Code voor de telecommunicatie zorgt nu voor een verlengstuk van bovenvermelde regels naar de personen die betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken aanbieden. Deze personen (hierna verder ook " dienstenaanbieders " genoemd) krijgen uit de nummerblokken die de operatoren verkregen hebben van het BIPT één of meerdere betaalnummers toegewezen om de door hen (of eventuele derden) ontwikkelde betalende diensten aan te bieden via de elektronische-communicatienetwerken van de operatoren. Het van toepassing maken van de regels van het KB Nummering van 27 april 2007 op de dienstenaanbieders wordt in het onderhavige besluit gerealiseerd door artikel 19 en de bijlage.
       Wat betreft de omschrijving van de voorwaarden waaronder de betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken (hierna ook " betalende diensten ") aan de eindgebruikers kunnen aangeboden worden, is de Ethische Commissie bij het opmaken van haar voorstel in verschillende etappes tewerkgegaan. Als uitgangspunt voor haar voorstel heeft de Ethische Commissie de teksten van de in 2007 bestaande gedragscodes genomen, te weten, enerzijds, de Gedragscode betreffende het aanbod van bepaalde diensten via telecommunicatie, ondertekend door de belangrijkste operatoren van vaste telefonie in België, en, anderzijds, de GOF-richtlijnen voor SMS/MMS/LBS-diensten, opgesteld door de drie Belgische operatoren van openbare mobiele telefonie in het kader van het " GSM Operators' Forum ". Vervolgens heeft de Ethische Commissie adviezen gekregen van de Ombudsdienst voor telecommunicatie, de Algemene Directie Controle en Bemiddeling van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie en de Raad voor het Verbruik, waarin de voornoemde gedragscodes werden geëvalueerd. De Ethische Commissie heeft ook over de grenzen heen gekeken en punctuele bepalingen van enkele buitenlandse gedragscodes (voornamelijk de Code of Practice van de Ierse " premium rate regulator " RegTel en in mindere mate de gedragscodes toepasselijk in het Verenigd Koninkrijk, Zweden, Frankrijk en Nederland) genomen als inspiratiebron. Tot slot werden er aan de auteurs van de Belgische Gedragscodes ook specifieke, gerichte schriftelijke vragen gesteld over sommige bepalingen van die codes.
       Op basis van deze bronnen en eigen inzichten en accenten hebben de leden van de Ethische Commissie in een aantal werkvergaderingen een tekst opgesteld, die vervolgens voor commentaar voorgelegd werd in een openbare raadpleging. Na verwerking van de antwoorden ontvangen in het kader van deze raadpleging en de commentaren opgetekend tijdens de hoorzittingen georganiseerd op initiatief van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie, heeft de Ethische Commissie voor de telecommunicatie uiteindelijk, overeenkomstig artikel 134, § 2, eerste lid, van de Wet, een voorstel gericht aan de ministers bevoegd voor de aangelegenheden die in de Ethische Code worden geregeld. De eigen accenten en inzichten die de Ethische Commissie aangebracht heeft aan de tekst hebben voornamelijk te maken met de volgende problemen, die blijvend gerapporteerd werden gedurende de periode waarin het voorstel van Ethische Code werd opgesteld :
       - het gebrek aan transparantie over de toepasselijke eindgebruikerstarieven;
       - het ongevraagd ontvangen van (vaak) betalende SMS of MMS berichten;
       - allerhande klachten over de ethiek van sommige diensten (betalende diensten die wetsontduiking aanmoedigen, onaanvaardbare 'hoax'-diensten, het onvoldoende ter harte nemen van klachten van eindgebruikers door een klantendienst, enzovoort).
       Daarnaast beschouwde de Ethische Commissie het als zijn natuurlijke taak om minderjarigen een bijzondere bescherming te bieden tegen sommige betalende diensten.
       De belangrijkste innovaties die dit besluit in de praktijk invoert zijn :
       - de verplichting voor de dienstenaanbieder een kwaliteitsvolle klantendienst in te stellen via een niet-betaalnummer (art. 15);
       - meer transparantie over de algemene voorwaarden, de onderschreven gedragscodes en de mogelijkheden van geschillenbeslechting (art. 14, 16 en 17);
       - de uitbreiding van de procedure van dubbele bevestiging tot alarmdiensten (art. 32, § 2);
       - meer transparantie over en een duidelijkere procedure voor het bestellen van betalende diensten via SMS of MMS, waarbij er voor de volledige afname van de dienst twee of meer SMS'en of MMS'en door de eindgebruiker moeten ontvangen worden (art. 32, § 3 en 33);
       - de expliciete verplichting om bij een uitschrijving ieder gebruik van persoonsgegevens stop te zetten (art. 42);
       - scherpere regels voor betalende diensten bestemd voor minderjarigen (art. 53, 55 en 56);
       - meer transparantie over en een duidelijkere procedure voor het toetreden tot een spelsessie, waarbij er meerdere antwoorden via meerdere (betalende) SMS'en of MMS'en moeten gegeven worden (art. 61 en 62) en de instelling van de regel dat er in een dergelijke spelsessie een strikt 'vraag-antwoord' schema moet gevolgd worden (art. 63);
       - een afdwingbare regeling over de maximale kostprijs van een spelsessie (art. 65);
       - waarschuwingsberichten bij het spenderen van euro 10 per maand voor bepaalde diensten (art. 66, 83, 85 en 94);
       - de uitdrukkelijke verplichting voor de organisatoren van alle spelletjes, wedstrijden en quizzen om de prijzen uit te betalen binnen 30 dagen na de afsluiting van het spel, de wedstrijd of de quiz (art. 70);
       - de uitdrukkelijke koppeling van fundraising via betaalnummers aan de nodige erkenningen en/of vergunningen (art. 72);
       - de invoering van een registratie en een uitschrijvingsprocedure voor een chatdienst (art. 89-90 en art. 97);
       - het verbod om berichten komende van de chatdienst betalend te maken bij ontvangst door de eindgebruiker (art. 91).
       Het voorstel van Ethische Code van de Ethische Commissie werd op 14 september 2009 door de Minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen voor advies aan de Commissie voor de Bescherming van de persoonlijke levenssfeer voorgelegd. De Privacycommissie verleende op 14 oktober 2009 een gunstig advies (advies nr. 26/2009), mits er rekening gehouden werd met enkele in het advies geformuleerde opmerkingen. Het besluit dat U voorgelegd wordt houdt rekening met deze opmerkingen
       Het voorstel van Ethische Code werd op 29 juli 2009 aan de Europese Commissie genotificeerd op basis Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (de zogenaamde " transparantierichtlijn "). De procedure werd op 30 oktober 2009 afgesloten zonder commentaren of uitvoerig gemotiveerde meningen van de Europese Commissie of andere lidstaten.
       Voordelen van het werken met een reglementaire Ethische Code zijn onder meer dat de toepasselijkheid van dezelfde regels op alle actoren, die aan de hand van Belgische betaalnummers betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken aanbieden, gegarandeerd is en dat overwegingen van algemeen belang (en in het bijzonder consumentenbescherming) hierin het best tot uitdrukking komen.
       De uitvaardiging en inwerkingtreding van het huidige besluit heeft niet noodzakelijk tot gevolg dat reeds bestaande gedragscodes of toekomstige gedragscodes zonder voorwerp zouden worden. Zij kunnen nog altijd verder gaan dan de minimumregels vastgesteld door het huidige besluit en/of praktische regels vastleggen die, waar nodig, de regels van het huidige besluit meer in detail uitwerken. Tot slot wordt er ook aan herinnerd dat het koninklijk besluit van 1 april 2007 betreffende de procedure voor en de praktische regels in verband met de werking van de Ethische Commissie voor het aanbieden van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken in zijn artikel 7, § 4, tweede lid, toestaat dat bepaalde categorieën van klachten gericht aan de Ethische Commissie kunnen overgezonden worden aan een contactpunt voor afhandeling van de klacht buiten iedere administratiefrechtelijke of gerechtelijke procedure " op basis van een gedragscode erkend door de Ethische Commissie voor de telecommunicatie ".
       De Ethische Commissie voor de telecommunicatie heeft aan de bevoegde politieke autoriteiten laten weten dat het het wetgevend en reglementair kader van de betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken en de toepassing ervan op het terrein regelmatig zal onderwerpen aan een kritische evaluatie en dat zij, indien nodig, de resultaten van die evaluatie zal verwerken in de nodige voorstellen tot bijsturing.
       Artikelsgewijze bespreking
       Artikel 1 geeft enkele definities die nodig zijn voor een goed begrip van dit besluit. De meeste van deze definities werden afgeleid uit bestaande wettelijke of reglementaire bepalingen, zoals de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument (bv. artikel 1, 3°, definitie van reclame), het koninklijk besluit van 27 april 2007 betreffende het beheer van de nationale nummeringsruimte en de toekenning en intrekking van gebruiksrechten voor nummers (bv. artikel 1, 4° en 5°, de definities van 'dienstidentiteit' en 'prefix') en werden aangepast om ze toe te passen in de specifieke context van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken.
       Artikel 1, 6° voert het nieuwe begrip " betalende berichtendienst " in. Het begrip viseert een transactie met een betaalnummer, waarbij de eindgebruiker na een inschrijving, twee of meer SMS'en of MMS'en moet ontvangen om de volledige dienst af te nemen. Een dergelijke transactie kan ertoe leiden dat de tariefmaxima die gedefinieerd zijn in artikel 71 van het KB Nummering (en die, volgens dat besluit, maximaal over één verstuurde en één ontvangen SMS of MMS kunnen verdeeld worden) overschreden worden. Dit besluit laat de mogelijkheid open om een dergelijke in de praktijk vaak voorkomende verkoopspraktijk voort te zetten, op voorwaarde dat de eindgebruiker zich hiervoor inschrijft en er aan de eindgebruiker na de inschrijving en vóór de eigenlijke uitvoering van de dienst bijkomende informatie in verband met de prijs en de belangrijkste voorwaarden van de betalende dienst worden geboden (zie verder Hoofdstuk 7). Het criterium voor wat een betalende berichtendienst uitmaakt en wat niet is dus het aantal SMS'en of MMS'en dat ontvangen moet worden om te kunnen genieten van de betalende dienst. Het stemmen voor een kandidaat die deelneemt aan een wedstrijd uitgezonden op tv (" voting ", bv. Eurosong) of een donatie via SMS (bv. actie " Kom op tegen Kanker ") gebeurt gewoonlijk via één SMS (eventueel gevolgd door een bevestigings-SMS). Dergelijke diensten maken dus geen betalende berichtendienst uit. Een voorbeeld van een dienst die wel een betalende berichtendienst uitmaakt is de aanschaf van een ringtone door middel van het ontvangen van bijvoorbeeld drie betalende SMS'en. De deelname aan een wedstrijd of quiz via een betalend SMS of MMS kort nummer, waarbij men bv. antwoorden moet geven op drie vragen, vooraleer men in aanmerking komt voor het winnen van een prijs valt niet onder het begrip betalende berichtendienst', omdat een dergelijke dienst een patroon van vraag en antwoord volgt en er dus volgend op de aanvraag van de klant geen twee of meer SMS'en of MMS'en van de dienstenaanbieder volgen. Een chatdienst is om analoge redenen evenmin een betalende berichtendienst.
       Een voorbeeld van een abonnementsdienst (artikel 1, 7°) is een dienst waarbij men, na inschrijving, elke dag het weerbericht van de dag toegestuurd krijgt via een SMS. Die SMS zal in de meeste gevallen te betalen zijn bij ontvangst, om de dienstverlenende bedrijven die het betaalnummer uitbaten te vergoeden. Een SMS die gratis is bij ontvangst kan echter ook aangeboden worden in de vorm van een abonnementsdienst, maar in dat laatste geval kan de eventuele betaling voor de informatie of de dienst via het elektronische-communicatienetwerk enkel gebeuren aan de hand van de inschrijvings-SMS aangezien artikel 71, § 4, van het " KB Nummering " niet toestaat dat het eindgebruikerstarief voor de berichten die verzonden worden naar het betaalnummer aan de hand waarvan de abonnemenstsdienst geleverd wordt, hoger is dan het eindgebruikerstarief voor het verzenden van een oproep naar een geografisch of mobiel nummer van een privépersoon.
       Een voorbeeld van een alarmdienst (artikel 1, 8°) is een dienst waarbij men, na inschrijving, een bericht toegestuurd krijgt telkens wanneer er een doelpunt gescoord wordt in een wedstrijd van een sportploeg waarvoor men supportert.
       De bepaling dat een " dienst voor minderjarigen ", gedefinieerd in artikel 1, 9° niet alleen diensten omvatten, die specifiek gericht zijn op personen jonger dan achttien jaar maar ook diensten " die als bijzonder aantrekkelijk voor deze personen geld[en] " heeft tot doel aan te geven dat de beoordeling of een dienst bestemd is voor minderjarigen niet alleen afhankelijk is van het doelpubliek dat de dienstenaanbieder in zijn publieke communicatie heeft aangewezen maar ook van de intrinsieke karakteristieken van de dienst en met name van het criterium of een bepaalde dienst toch niet hoofdzakelijk een min 18-jarigen publiek aantrekt. De definitie is overigens een letterlijke overname van de definitie in punt C.1.1. van de GOF-richtlijnen voor SMS/MMS/LBS-diensten.
       De chatdienst, gedefinieerd in artikel 1, 12°, viseert enkel chatdiensten die plaatsvinden via een betaalnummer of na registratie van de eindgebruiker door middel van een oproep of bericht naar een betaalnummer. Een chatdienst in de zin van dit besluit viseert dus niet de gratis chatdiensten op het internet of chatdiensten waartoe men slechts toegang kan krijgen na betaling door middel van een kredietkaart of een ander betaalmiddel (en voor zover de communicatie met de chatdienst verder niet verloopt via een betaalnummer). Verder viseert de definitie zowel de chat (tegen betaling) tussen eindgebruikers onderling als de chat tussen een eindgebruiker en een dienstenaanbieder, al dan niet aan de hand van geautomatiseerde chat-software. Een dienstenaanbieder is inderdaad ook een gebruiker van eindapparatuur, in de zin van artikel 2, 41°, van de Wet, omdat de middelen waarmee de dienstenaanbieder een chatdienst levert (gewoonlijk een telefoontoestel of een server) ook door middel van een eindapparaat verbonden moet zijn met een elektronische-communicatienetwerk om de dienst te leveren (in het geval van een chatdienst geleverd via een server is de modem tussen de server en het elektronische-communicatienetwerk het eindapparaat).
       De definitie van de begrippen " verkeersgegevens " en " locatiegegevens ", gebruikt in de definitie van artikel 1, 13°, is terug te vinden in artikel 2, 6° en 7° van de " wet ", die ook de wet is die de rechtsgrond oplevert voor het huidige besluit.
       Artikel 1 geeft geen definitie van een " betalende dienst via een elektronische-communciatienetwerk " (of kortweg : " betalende dienst ") of van de personen die dit besluit hoofdzakelijk in acht moeten nemen, omdat de Raad van State in zijn advies 42.279/4 van 5 maart 2007 voorafgaand aan het koninklijk besluit van 1 april 2007 betreffende de procedure voor en de praktische regels in verband met de werking van de Ethische Commissie voor het aanbieden van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken (hierna ook genoemd het " KB procedure voor de Ethische Commissie ") het volgende stelde met betrekking tot de definities opgenomen in het ontwerpbesluit dat eraan voor advies werd voorgelegd :
       " De voorliggende bepaling strekt ertoe de begrippen " betalende dienst via een elektronische- communicatienetwerk " en " dienstenaanbieder " te definiëren teneinde de werkingssfeer van het ontworpen besluit te omschrijven.
       Zo een werkwijze kan niet worden aanvaard.
       Uit artikel 134 van de voormelde wet van 13 juni 2005 vloeit immers voort dat de Ethische Commissie voor de telecommunicatie ermee belast is toe te zien op de naleving van de Ethische Code waarvan in paragraaf 2 van die bepaling sprake is en om in voorkomend geval wegens schending van die Code administratieve geldboetes of straffen op te leggen.
       [...].
       Wanneer de Koning ter uitvoering van artikel 134, § 1, eerste lid, tweede zin, van voornoemde wet van 13 juni 2005 de procedure en de praktische regels in verband met de werking van de Ethische Commissie bepaalt, is het Hem niet toegestaan het wettelijk begrip " betalende dienst via een elektronisch communicatienetwerk " en " dienstenaanbieder " te definiëren, noch om zodoende de werkingssfeer van de ontworpen tekst te definiëren of te omschrijven.
       Artikel 1 van het ontwerp dient te vervallen. "
       In een ontwerp van wijzigingsbesluit, dat spoedig na het huidige besluit ter ondertekening zal worden voorgelegd, wordt artikel 1 van het " KB procedure voor de Ethische Commissie " van 1 april 2007 dan ook volledig geschrapt. Toch zijn de practici niet verstoken van een definitie van een betalende dienst. Artikel 1, 15°, van het KB Nummering definieert een betalende dienst via een elektronische-communicatienetwerk immers als volgt : " dienst die via apparatuur aangesloten op een elektronisch-communicatienetwerk de oproeper de mogelijkheid biedt informatie te verkrijgen, informatie terug te sturen, in contact te treden met andere gebruikers van de informatiedienst, toegang te krijgen tot spelletjes of andere voordelen of betalingen uit te voeren voor producten of diensten die worden geleverd tijdens de oproep of als direct gevolg hiervan, tegen betaling van een vergoeding hoger dan het normale eindgebruikerstarief voor een oproep naar een standaard geografisch of mobiel nummer ". Gelet op de intrinsieke band tussen nummers en diensten in het KB nummering en de mogelijkheid die het KB Nummering geeft om nummercapaciteit die toegewezen is aan een operator verder toe te wijzen aan achterliggende personen (zie artikel 19 KB Nummering) is de persoon aan wie een betaalnummer uiteindelijk (eventueel in cascade via tussenliggende partijen) wordt toegewezen om een betalende dienst op te zetten in principe de dienstenaanbieder.
       Artikel 2 maakt duidelijk dat men voor het leveren van een betalende dienst geen vergunning dient aan te vragen.
       Artikel 3 is een eerste artikel dat gebaseerd is op de uitbreiding van het toepassingsgebied van de Ethische Code tot de operatoren, wat betreft de medewerking aan het onderzoek naar een vermoedelijke inbreuk op de Ethische Code en wat betreft de uitvoering van de beslissingen van de Ethische Commissie (zie artikel 30 van de wet van 18 mei 2009 houdende diverse bepalingen inzake elektronische communicatie). De gegevens die krachtens artikel 3, 1°, 4° en 5°, verzameld moeten worden, moeten betrekking hebben op de persoon of personen die, in de keten van partijen die actief zijn achter een betaalnummer toegewezen aan een operator, een betalende dienst uitbaten. Een voorbeeld van personen bedoeld in artikel 3, 3°, zijn de personen die een loutere transportfunctie vervullen tussen de betalende dienst en het elektronische-communicatienetwerk (b.v. een pure " connectivity provider ", zijnde een bedrijf dat verbonden is met het SMSC/MMSC van een operator met het oog op de mogelijkheid van sortering van de SMS'en/MMS'en tussen de dienstenaanbieder, de operator en de eindgebruiker). De verplichting van artikel 3 is bedoeld om de Ethische Commissie of haar secretariaat in staat te stellen om bij een klacht of een vermoeden van inbreuk snel en efficiënt terecht te kunnen komen bij de daadwerkelijk verantwoordelijke persoon en bij basisinformatie over hem en zijn dienst. Artikel 3 belet niet dat de operatoren of een bepaalde groep van hen een internetsite of een andere toepassing maken, waarop de gevraagde gegevens vermeld zijn en waartoe de Ethische Commissie en haar secretariaat permanent toegang krijgen.
       Artikel 4 vereist dat men ook als dienstenaanbieder al een minimum aan informatie moet bezitten wanneer men een betaalnummer in gebruik neemt of een betalende dienst promoot. Voor de toepassing van artikel 4 wordt onderstreept dat enkel de beweringen die de ambitie hebben " feitelijk " te zijn door bewijselementen gestaafd moeten worden. Voorbeelden van dergelijke feitelijke beweringen zijn beurskoersen, weerberichten. De vereiste tot staving houdt in dat als men een feitelijk element wil verwerken in een betalende dienst, men daarvoor de bron moet kunnen voorleggen, die men gebruikt. De beweringen van waarzeggers of lottovoorspellingen, voor zover toegelaten, zijn geen feitelijke beweringen.
       Artikel 5 is een vrij klassieke bepaling die de Ethische Commissie of haar secretariaat toestaat om (schriftelijke) verzoeken om informatie te richten tot de operatoren en de dienstenaanbieders. In antwoord op het commentaar van de Raad van State, wordt eraan herinnerd dat de informatie die uit hoofde van artikel 3, tweede lid, van de operatoren gevraagd kan worden, beperkt is tot de informatie, omschreven in artikel 3, eerste lid, terwijl de informatie die uit hoofde van artikel 5 gevraagd kan worden betrekking kan hebben op andere zaken dan opgesomd in artikel 3, eerste lid. Zowel artikel 3 als artikel 5 zijn dus nodig om aan de Ethische Commissie de mogelijkheid te verzekeren voldoende informatie te kunnen inwinnen om met volledige kennis van zaken de voorliggende dossiers te kunnen onderzoeken.
       Artikel 6 is een algemene bepaling die men terugvindt in zowat alle gedragscodes (zowel binnenlandse als buitenlandse). De bedoeling van dit artikel is onder meer aan te geven dat, indien een dienst buiten de context van een aanbod via een betalende dienst via een elektronische-communicatienetwerk onderworpen is aan bepaalde wettelijke vereisten, er ook aan deze wettelijke vereisten moet voldaan worden wanneer die dienst via een betaalnummer wordt aangeboden. Relevante wetten in het kader van het aanbod van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken zijn onder meer :
       - de wet van 11 maart 2003 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij;
       - de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de werking van persoonsgegevens;
       - wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming.
       De bedoeling van dit artikel (of andere artikelen van het huidige besluit, aangewezen in het advies van de Raad van State) is geen dubbele vervolging of bestraffing te creëren, maar integendeel, een mogelijkheid tot bestraffing (en, de daaruit volgende regeling van de factuur van de eindgebruiker; zie artikel 134, § 3, laatste lid van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie) te hebben, wanneer de instantie die bevoegd is over te gaan tot strafvervolging een bepaalde zaak wettelijk niet kan vervolgen of beslist een bepaalde zaak of klacht niet te vervolgen. De Ethische Commissie zal inderdaad, waar nodig, het beginsel " non bis in idem " respecteren, wanneer in de loop van het onderzoek komt vast te staan dat een instantie die bevoegd is voor strafvervolging een dergelijke vervolging effectief heeft opgestart.
       Het wordt overigens opgemerkt dat in het advies nr. 47.321/2 van de Raad van State van 16 november 2009 de afdeling (advies waar de Raad van State in zijn huidig advies naar verwijst; zie voetnoot 4, p.6 van het advies), gesteld wordt dat de precieze draagwijdte van het arrest Zolotoukhine t. Rusland niet erg duidelijk is en dat het niet aan de Raad van State toekomt om een eventuele aanpassing van de rechtspraak van het EHRM te voorspellen. (Doc. Parl., Parl. Wall., 2009-2010 n°117/1 p. 56) In hetzelfde advies stelt de Raad van State dat de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof in ieder geval minder ver gaat. Volgens de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof wordt het principe non bis in idem niet geschonden wanneer de essentiële bestanddelen van de beide strafbare feiten niet identiek zijn en geldt zulks ook wanneer het morele element van de beide strafbaarstellingen verschilt. (Grond. Hof, 18.06.2008, 91/2008, p. 12). Welnu, de situaties waarin de dienstaanbieder daadwerkelijk het moreel opzet had om de strafwet te overtreden, worden zeldzaam geacht. In die zin zal er in het licht van bovenstaande rechtspraak dan ook geen wezenlijk probleem van " non bis in idem " optreden.
       In tegenstelling tot wat de Raad van State opmerkt, wordt het vervolgens ook mogelijk geacht om een bestaand wetsartikel te parafraseren of te verfijnen door de delegatie van de wetgever aan de Koning om " de voorwaarden waaronder betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken aan de eindgebruikers kunnen worden aangeboden te omschrijven ". Deze bevoegheidsdelegatie belet niet dat, in geval van overlapping, de Ethische Commissie de betrokken wetsbepaling zal onderzoeken, eventueel overleg zal plegen met de instantie bevoegd voor de controle ervan of advies van deze instantie zal inwinnen en een beslissing zal nemen, rekening houdende met deze wetsbepaling.
       Wat betreft het verfijnen van een strafrechterlijk gesanctionneerde wetsbepaling, kan overigens niet ingezien worden wat het probleem is in het licht van het principe " non bis in idem ", aangezien er op het gebied waar de verfijning wordt aangebracht geen mogelijk conflict is met een strafrechterlijk gesanctionneerde regel.
       De constitutieve elementen van de strafbepaling komen in die gevallen immers niet overeen met de constitutieve elementen van de inbreuk op de Ethische Code.
       Bovendien geldt bijna bij alle " verfijningen " of " parafraseringen " opgenomen in de Ethische Code dat zij slechts heel uitzonderlijk zullen samenvallen met situaties waarbij ook aan alle constitutieve elementen van de strafrechterlijke bepaling voldaan is. Men mag immers niet vergeten dat er voor het vaststellen van een inbreuk op de Ethische Code geen opzet of kwade trouw vereist is, in tegenstelling tot strafrechterlijk beteugelde artikelen waarvan de bepalingen van de Ethische Code een " verfijning " of " parafrasering " zouden zijn.
       De artikelen 7, 8 en 10 voeren een aantal normen in die eveneens afkomstig zijn uit diverse gedragscodes. Deze artikelen stellen de Ethische Commissie in staat om, indien nodig, een snelle beslissing tot schorsing van de betalende dienst, die zich niet aan deze regels zou houden, te nemen, om zo verder en wijdverspreid onheil te vermijden.
       De bepaling onder artikel 7, 1° beoogt onder meer de band te leggen met de naleving van artikel 22 van de Grondwet en de naleving van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.
       Artikel 9 voert een algemene regel in die voornamelijk aanbieders van betalende diensten geleverd via viercijferige SMS en MMS korte nummers verbiedt om die SMS- of MMS-nummers te gebruiken om ongevraagde reclame voor betalende diensten toe te zenden aan eindgebruikers. Reacties op dergelijke berichten brengen immers, vaak ongewild, een nieuwe betalingssequentie teweeg en geven in de praktijk aanleiding tot vele klachten. In toepassing van deze bepaling is het voor een dienstenaanbieder bijvoorbeeld verboden om ongevraagd SMS'en of MMS'en naar een eindgebruiker te sturen met een betaalnummer als afzender of om berichten te sturen of achter te laten op een antwoordapparaat, met de uitnodiging om een betaalnummer te vormen.
       Artikel 11 heeft tot doel allerlei vormen van misleiding in het kader van betalende diensten uit te sluiten. In het kader van de redactie van artikel 11, 1°, is men ervan uitgegaan dat een weervoorspelling een voorspelling is op basis van wetenschappelijk bewijs. De bedoeling van artikel 11, 1° is niet om zogenaamde horoscooplijnen te verbieden, wel om erover te waken dat men eerlijk spel speelt met de eindgebruikers door er bijvoorbeeld op te wijzen dat een horoscoopvoorspelling een vorm van amusement is of een vermelding dat indien een horoscoopvoorspelling uitkomt dit gebaseerd is op toeval.
       Artikel 12 legt de dienstenaanbieders op de nodige eerlijkheid en zorgvuldigheid aan de dag te leggen om ervoor te zorgen dat de informatie die zij tegen betaling aanbieden correct en up-to-date is.
       Omdat een betalende dienst steeds impliceert dat er een betaling plaatsvindt via de telecomoperator, stelt artikel 13 dat het niet aanvaardbaar is om een dergelijke dienst als " gratis " voor te stellen.
       Artikel 14 regelt de minimale verplichtingen in verband met het tegenstelbaar maken en ter beschikking stellen van de algemene voorwaarden van de betalende dienst. Wat betreft de ter beschikkingstelling vereist artikel 14 niet alleen de permanente raadpleegbaarheid op bijvoorbeeld een website of teletekst, maar stelt het ook het recht van de eindgebruiker in om gratis de algemene voorwaarden op papier of op een andere duurzame drager (pdf-file, enz.) te krijgen. Een definitie van het begrip duurzame drager kan onder meer teruggevonden worden in artikel 2, 25,° van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming
       De algemene voorwaarden, bedoeld in artikel 14, zijn de algemene voorwaarden van de aanbieder van de betalende dienst, niet die van de operator (tenzij de operator zelf de rol van dienstenaanbieder vervult).
       Artikel 15 wil dat de dienstaanbieder steeds een klantendienst heeft of toch minstens het verlenen van een klantendienst uitbesteedt. De klantendienst moet bereikbaar zijn door middel van een niet-betalend nummer en de eindgebruiker moet, eventueel na het doorlopen van een IVR-menu, de mogelijkheid hebben om doorgeschakeld te worden naar een gesprekspartner, die bekwaam is zijn vragen of eventuele klachten te behandelen.
       Artikel 16, eerste lid, heeft tot doel om eindgebruikers van betalende diensten op de hoogte te brengen van de rechten die zij putten uit vrijwillig onderschreven gedragscodes.
       Het tweede lid van artikel 16 is ingesteld met het oog op de volledig informatie van de eindgebruiker. Er dient inderdaad vermeden te worden dat de verkeerde indruk wordt gegeven dat de rechten van de eindgebruiker enkel omschreven zijn in één of meerdere toepasselijke gedragscode(s). Daarom moet op dezelfde webpagina waar de gedragscode(s) wordt of worden gepubliceerd de tekst van het huidige besluit of een link naar het huidige besluit worden aangeboden, tezamen met duidelijke, correcte en ondubbelzinnige informatie over de officiële instanties bij wie een klacht neergelegd kan worden tegen het gebruik en/of de aanrekening van betaalnummers. Deze instanties zijn in de huidige stand van de wetgeving in ieder geval de Ethische Commissie voor de telecommunicatie, de Ombudsdienst voor telecommunicatie en voor consumentengeschillen de Algemene Directie Controle en Bemiddeling van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O, Middenstand en Energie.
       Artikel 18 heeft niet alleen tot doel algemene verplichtingen op te leggen in verband met specifiek voor meerderjarigen bestemde betalende diensten (die verder nog geregeld zijn in afdeling 7 van hoofdstuk 10), maar viseert bijvoorbeeld ook diensten die niet geschikt zijn voor minderjarigen omdat zij geen autonome handelingsbekwaamheid hebben (dit is bijvoorbeeld het geval voor beleggingsadviesdiensten, geleverd via betaalnummers) of diensten die niet toegankelijk zijn voor minderjarigen vanwege andere redenen dan de seksueel of erotisch getinte inhoud van de betalende dienst (bijvoorbeeld de kansspelen).
       Artikel 19 heeft, zoals hierboven reeds gesteld, te maken met één van de twee functies van de Ethische Code. Iedere betalende dienst moet immers aangeboden worden onder een nummer dat verenigbaar is met het gebruik van de nummerreeksen opgenomen in het Belgische nummerplan. Deze onderverdeling binnen de categorie van betaalnummers is geen doel op zich, maar is een middel om onder meer oproepblokkering (of " Call Barring ") op een correcte manier te kunnen laten plaatsvinden (zie hiervoor ook artikel 120 van " de wet " en het ministerieel besluit van 12 december 2005). De bijlage maakt de principes van het KB Nummering toepasselijk op de dienstenaanbieders.
       Hoofdstuk 6, bestaande uit de artikelen 20 tot en met 30, is één van de sleutelhoofdstukken van het onderhavige besluit. Het definieert de algemene vereisten waaraan iedere reclame voor een betalende dienst moet voldoen. Dit neemt niet weg dat andere hoofdstukken nog andere bepalingen in verband met reclame voor betalende diensten bevatten, maar deze bijkomende vereisten gelden alleen in een specifieke context, bijvoorbeeld in de context van een betalende berichtendienst (zie hoofdstuk 7) of in de context van een specifieke dienstencategorie, zoals een chatdienst (zie hoofdstuk X, afdeling 9).
       Dit besluit, inzonderheid de artikelen 20 en 21, vereist dat de reclame ook de prijs voor de dienst vermeldt. Deze keuze werd bewust gemaakt, omdat de eindgebruiker vaak impulsief een betaalnummer belt of zulks doet op een plaats waar hij de prijslijst van zijn operator niet ter beschikking heeft, terwijl hij toch geïnformeerd dient te worden dat er een groot prijsverschil is tussen de oproepen die hij gewoonlijk maakt naar gewone vaste en mobiele nummers en de oproepen naar betaalnummers. Als gevolg van deze keuze dient de reclame dan ook tegelijk beschouwd te worden als het aanbod aan de consument of eindgebruiker, hetgeen onder meer impliceert dat de prijs en de andere essentiële kenmerken van de dienst niet mogen afwijken van datgene wat in de reclame vermeld wordt.
       Met een oproep wordt niet alleen een spraakoproep naar een 090x-nummer bedoeld maar ook het inloggen op internet via een betaalnummer. Omdat een dienstenaanbieder niet weet met welke operator zijn klant belt, sms't of surft, schrijft artikel 20 voor dat de dienstenaanbieder steeds het hoogste daadwerkelijk gehanteerde eindgebruikerstarief in België dient te vermelden. Merk op dat de adverteerder dus niet noodzakelijk de maxima bedoeld in artikelen 48, 50 en/of 71 van het KB Nummering moet vermelden, met name niet indien geen enkele operator in de feiten een tarief toepast dat overeenkomt met het maximum vastgelegd in de hierboven vermelde artikelen van het KB Nummering.
       Dat de eindgebruikerstarieven uitgedrukt moeten worden in euro per minuut lijkt een evidentie maar is het niet : er zijn gevallen geweest van reclame voor betalende diensten die het eindgebruikerstarief bijvoorbeeld uitdrukt als een bedrag per 15 seconden. Ook het afkorten van de prijsvermeldingen wordt om transparantieredenen beperkt tot een aantal uitdrukkelijk omschreven gevallen. De vereiste dat de reclame eenduidig is wat betreft de vermelding van de gebeurtenis of gebeurtenissen die aanleiding geven tot de aanrekening van een bepaald eindgebruikerstarief, heeft tot doel om vermeldingen te vermijden in de zin van " euro 1 pvob ", om uit te drukken dat elke verstuurde of ontvangen SMS een prijs heeft van 1 euro.
       Artikel 21 voorziet in een aantal van artikel 20 afwijkende regels voor de vermelding van de eindgebruikerstarieven in een aantal specifieke situaties, die hoofdzakelijk ingegeven zijn om de eindgebruikers een betere indicatie te geven van de totaalprijs die verbonden is aan het afnemen van de betrokken dienst in die specifieke situatie.
       Artikel 21, 1°, bepaalt voor abonnementsdiensten dat het eindgebruikerstarief moet uitgedrukt worden per periode waartoe de eindgebruiker zich bij inschrijving verbindt (bijvoorbeeld per week of per maand).
       Artikel 21, 2°, viseert alarmdiensten, waarbij, na een inschrijving, op niet op voorhand gekende tijdstippen informatie aan de eindgebruiker wordt toegestuurd, waarvan de ontvangst meestal (maar niet noodzakelijk; vandaar het gebruik van " indien toepasselijk ") betalend is voor de abonnee. Omdat het KB Nummering het mogelijk maakt dat de inschrijvings-SMS of -MMS een eindgebruikerstarief heeft dat hoger ligt dan het standaardtarief voor het verzenden van SMS'en of MMS'en, moet de reclame dit tarief apart vermelden.
       Artikel 21, 3°, viseert in hoofdzaak de zogenaamde Pull-diensten in de mobiele sector, waarbij eenmalige informatie of een dienst die een geheel vormt om technische of andere redenen toch via verschillende SMS'en of MMS'en wordt geleverd. Zo komt het bijvoorbeeld voor dat er voor de levering van een individueel logo verschillende SMS'en of MMS'en moeten worden uitgewisseld. Artikel 21, 3°, wil dat in dat geval de totaalprijs aangegeven wordt voor het verkrijgen van het logo (en het aantal te verzenden of ontvangen berichten) en niet de prijs van een individuele SMS of MMS van de uit te wisselen SMS- of MMS-serie.
       In het bijzonder in het kader van artikel 21, 2° en 3°, dient erop gewezen worden dat de afwijking van artikel 20 niet slaat op artikel 20, laatste lid, dat dienstenaanbieders verbiedt hogere eindgebruikerstarieven te vermelden dan de maxima opgenomen in het KB Nummering.
       Artikel 21, 4°, tot slot wenst aan te geven dat indien deelname aan een spel, wedstrijd of quiz impliceert dat de eindgebruiker een reeks van berichten moet sturen, het niet volstaat om het eindgebruikerstarief per bericht te vermelden, maar men ook de totaalprijs voor deelname aan een spelsessie (begrip dat gedefinieerd wordt in artikel 1, 10°) moet vermelden. Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat de eindgebruiker om in aanmerking te komen voor winst verbonden aan deelname aan een quiz driemaal per SMS die aangerekend wordt aan euro 1 per bericht een antwoord moet sturen op een vraag. In dat geval dient naast de vermelding van euro 1 per verzonden bericht ook de totaalprijs van 3 euro vermeld te worden.
       De artikelen 22 tot en met 25 schrijven voor hoe en hoe vaak het eindgebruikerstarief, dat in toepassing van artikel 20 of 21 in de reclame vermeld moet worden, in verschillende situaties moet gegeven worden.
       Het idee dat aan de basis ligt van artikel 22 is dat, indien de eindgebruikerstarieven op geschreven wijze vermeld worden, de karaktertekens van dien aard moeten zijn dat geen minutieus onderzoek nodig is om de betekenis van de geschreven vermelding te vatten. De vereiste van duidelijkheid van de vermelding houdt in dat een voldoende lettergrootte gebruikt wordt, dat er voldoende onderscheiding van de tekst is tegen de achtergrond, enzovoort.
       De verplichting in het laatste lid van artikel 22 om de eindgebruikerstarieven en de gebeurtenis of gebeurtenissen die aanleiding geven tot de aanrekening van de eindgebruikerstarieven te vermelden in de normale richting van de tekst van de reclame betekent doorgaans dat deze horizontaal moeten vermeld worden, maar indien een reclameadvertentie bijvoorbeeld diagonaal of ondersteboven op een blad wordt weergegeven, dan moeten het eindgebruikerstarief en de gebeurtenis of gebeurtenissen die aanleiding geven tot de toepassing van het eindgebruikerstarief ook respectievelijk diagonaal en ondersteboven vermeld worden.
       Artikel 26 stelt algemene regels vast voor het vermelden van het betaalnummer. Artikel 26 wil in het bijzonder vermijden dat de adverteerder de eindgebruiker misleidt door bijvoorbeeld een betaalnummer van het type " 0903 ABCDE " weer te geven als een nummer " 09 03ABCDE ", waarbij ten onrechte de indruk gewekt wordt dat de eindgebruiker een (veel goedkoper) nummer uit de geografische nummerzone '09' van Gent moet oproepen.
       Artikel 27 groepeert de andere informatie, die, naast de eindgebruikerstarieven en het betaalnummer, in elke reclame dient te verschijnen. Ook wat betreft deze informatie is het de norm dat de eindgebruiker geen minutieus onderzoek moet voeren om de betekenis van die vermeldingen te vatten. De vereiste in artikel 27, § 1, laatste lid, in verband met de voldoende grootte van de geschreven karaktertekens is afhankelijk van het gebruikte medium : wat voldoende groot is op een krantenpagina is manifest niet voldoende groot op een reclamepaneel van 3 op 4 meter opgesteld langs de openbare weg.
       De artikelen 28 en 29 stellen aanvullende regels vast voor alle abonnementsdiensten. Artikel 28 wil dat het woord 'abonnement' of 'abonnementsdienst' op prominente wijze voorkomt in de reclame. Artikel 29 wil dat de eindgebruiker expliciet geïnformeerd wordt over de kenmerken van de abonnementsdienst. Indien het abonnement stilzwijgend wordt verlengd, dienen de vermeldingen ingevoerd door de wet van 25 april 2007 tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en de bescherming van de consument, betreffende de stilzwijgende verlenging van overeenkomsten van bepaalde duur, vermeld te worden in de reclame en in de bevestigings-SMS van de inschrijving op een betalende berichtendienst (zie verder artikel 33).
       Artikel 30 legt gelijkaardige regels op ten aanzien van alarmdiensten.
       Hoofdstuk 7, bestaande uit de artikelen 31 tot en met 41, neemt in eerste instantie de regels in verband met de inschrijving en de uitschrijving over van de GOF-richtlijnen voor SMS/MMS/LBS-diensten, met inbegrip van update 1/2008 van die richtlijnen, die voor abonnementsdiensten een zogenaamde dubbele opt-in-procedure instelt.
       Artikel 31 vereist onder meer dat ook " het al dan niet bestaan van het herroepingsrecht waarin de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming voorziet " uiteengezet wordt in de reclame. Artikel 31, 3°, verwijst daarmee naar de regeling die thans opgenomen is in de artikelen 45 en volgende van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming. Deze regeling impliceert onder meer ook dat als er geen herroepingsrecht is, de dienstenaanbieder dit ook daadwerkelijk moet vermelden (zie artikel 45, 6° en 46, § 1, 3°, van de wet van 6 april 2010) en dat indien de dienstenaanbieder de consument niet verwittigd heeft van de ontstentenis van een verzakingsrecht, de consument beschikt over een verzakingstermijn van 3 maanden (art. 47, § 2 van de wet van 6 april 2010).
       Artikel 32 legt de essentiële regel op dat een betalende berichtendienst, die vaak georganiseerd wordt aan de hand van SMS'en of MMS'en, waarvan de ontvangst betalend is voor de eindgebruiker, pas mag van start gaan nadat de eindgebruiker zich heeft ingeschreven of een duidelijke bestelprocedure (met een inschrijving om een reeks bij ontvangst te betalen SMS'en of MMS'en te ontvangen) heeft doorlopen.
       Voor de inschrijving op abonnementsdiensten, die een engagement voor een welbepaalde periode impliceren, wordt, in lijn met de thans toepasselijke zelfregulering van de sector, bepaald dat het verzenden van één inschrijvings-SMS niet voldoende is, maar dat er een " dubbele opt-in "-procedure (of een procedure van bevestiging van inschrijving) gevolgd moet worden. Dit betekent dat de eindgebuiker zijn inschrijving voor een abonnementsdienst dient te bevestigen. In het kader van deze procedure moeten de volgende stappen doorlopen worden :
       1. Een " eerste opt-in " op een in de reclame uiteengezette wijze. Deze aanvraag tot inschrijving kan gebeuren via SMS, MMS, web, IVR (Interactive Voice Response), WAP, iDTV of door middel van een ondertekend document.
       2. Vervolgens dient er steeds een bevestigingsbericht aan de eindgebruiker te worden verstuurd, dat een vast formaat heeft. Het formaat dat in het huidige besluit verankerd wordt, werd overgenomen uit de GOF-richtlijnen, update 1/2008, dat opgesteld werd door het GOF (vereniging van de drie mobiele operatoren in België) en het WASP Forum (vereniging van een aantal belangrijke zogenaamde " wireless access service providers ", dit zijn bedrijven die verbonden zijn met de SMSC/MMSC-centrale van de (mobiele) operatoren met het oog op de mogelijkheid van sortering van SMS'en tussen het bedrijf dat de redactionele inhoud creëert, organiseert en commercialiseert, de operator en de eindgebruiker). Dit besluit verduidelijkt verder dat de tekst van het standaardbericht " aaneensluitend " moet worden weergegeven, wat wil zeggen dat de tekst van het bericht niet uit elkaar mag worden getrokken door spaties toe te voegen of andere methodes toe te passen die ervoor zorgen dat bepaalde informatie over de abonnementsdienst, die normaliter op het scherm van de gsm van de eindgebruiker zou verschijnen, niet onmiddellijk verschijnt (b.v. het invoeren van spaties vóór het deel van het standaardbericht over de abonnementsprijs, waardoor de eindgebruiker naar beneden moet scrollen om kennis te nemen van deze informatie).
       3. In een derde stap dient de eindgebuiker zijn inschrijving te bevestigen door via SMS het sleutelwoord dat gegeven werd in het standaardbericht terug te sturen naar de short code (" opt-in-bevestiging "). Het is van belang te onderstrepen dat in toepassing van artikel 32, § 2, derde lid, 3°, geen enkel ander woord dan het sleutelwoord als een geldige opt-in beschouwd wordt.
       De regeling van de GOF Guidelines in verband met de dubbele opt-in voor abonnementsdiensten wordt in dit besluit expliciet uitgebreid naar de alarmdiensten, omdat deze qua werking bijna identiek zijn aan abonnementsdiensten (er is eveneens een inschrijving vereist, er worden ook 9XXX- nummers gebruikt, enzovoort; alleen de frequentie van de levering van de alarmdienst is niet voorspelbaar).
       De bestelling van producten of diensten via een betalend SMS of MMS korte nummer, waarbij de dienst zodanig is opgezet dat voor een volledig afname van de dienst de ontvangst van twee of meer SMS'en of MMS'en nodig is wordt geregeld in artikel 32, § 3. Het probleem bij dergelijke diensten is dat een eindgebruiker vaak naar een dergelijke dienst wordt gelokt met het idee dat hij door één SMS of MMS te verzenden en één SMS of MMS te ontvangen het product of de dienst krijgt, die hij meende te bestellen, terwijl hij in werkelijkheid bijvoorbeeld drie SMS'en of MMS'en moet ontvangen om zijn bestelling te krijgen. De expliciete bestelprocedure voorzien in artikel 32, § 3 en de gratis bevestigingsSMS voorzien in artikel 33 hebben tot doel de eindgebruiker beter bewust te maken van de inhoud en de prijs van zijn bestelling.
       De inschrijving op of de bestelling van alle betalende berichtendiensten, met inbegrip van abonnements- of alarmdiensten, wordt bevestigd via één (of, indien nodig, meerdere) gratis SMS-bericht(en), die de informatie bevat(ten) die opgesomd wordt in artikel 33.
       Artikel 34 stelt een omkering van de bewijslast in, alsmede een regeling met betrekking tot gevallen waarin er toch geen bewijs van inschrijving of bestelling geleverd kan worden. De bedoeling van het derde lid is dat de dienstenaanbieders logfiles aanleggen met :
       - informatie over de nummers waartussen berichten werden uitgewisseld,
       - de " time stamp " van die berichten, en
       - de inhoud van die berichten.
       Met het " precieze tijdstip van het afleveren van het bericht " (artikel 34, derde lid, 5°) wordt de time stamp van de " delivery notification " bedoeld.
       Artikel 35 wil dat de uitschrijving ogenblikkelijk uitgevoerd wordt. Het verzenden van bij ontvangst te betalen berichten naar de eindgebruiker die te kennen gegeven heeft zich te willen uitschrijven, is uit den boze.
       Artikel 36 met betrekking tot het 'STOP'-commando als sleutelwoord dat in alle gevallen moet leiden tot de stopzetting van de dienst, is qua principe eveneens gebaseerd op de regels van de industrie, vastgelegd in de GOF-richtlijnen voor SMS/MMS/LBS-diensten. Het verschil tussen de regeling in § 2 en § 3 is dat de verzending van 'STOP' + een sleutelwoord de dienst stopzet waaraan dat sleutelwoord is gekopppeld maar dat, in tegenstelling tot een STOP zonder sleutelwoord, alle andere eventuele diensten die gebruikmaken van het betrokken betaalnummer blijven doorlopen.
       Artikel 36, § 4, wenst aan te geven dat foute spelling zoals " (spatie) STOP ", " sToP ", " TSOP ", verkeerde sleutelwoorden, enzovoort door de dienstenaanbieder dienen geïnterpreteerd te worden als " STOP " en/of een geldig verzoek tot uitschrijving uit de betrokken dienst.
       Artikel 37 met betrekking tot de bevestiging van de uitschrijving is een spiegelbepaling van artikel 33 dat betrekking had op de bevestiging van de inschrijving.
       De bedoeling van artikel 38 is ervoor te zorgen dat uitschrijven ook steeds via het SMS-kanaal (naast het MMS-kanaal) kan gebeuren.
       Artikel 39 beoogt onder meer de problematiek te regelen van de wijziging van de titularis van het oproepnummer, van waaruit door de voormalige titularis betalende berichtendiensten werden geactiveerd. Grondslag voor deze preventieve maatregel is de standaardpraktijk bij de mobiele operatoren om een oproepnummer niet aan een nieuwe klant toe te kennen vóór het verstrijken van een periode van drie maanden nadat de vroegere klant van zijn nummer heeft afgezien.
       Artikel 40 legt een regeling op die nageleefd moet worden wanneer de dienstenaanbieder de essentiële bepalingen en voorwaarden van een alarm- of abonnementsdienst (b.v. de prijs of frequentie van de boodschappen) wil wijzigen. Deze regeling is bewust soepeler dan die van een inschrijving (omdat ervan uitgegaan wordt dat maar één of enkele componenten van de dienst wijzigen) maar garandeert tegelijkertijd ook dat niemand gedwongen wordt om de dienst verder af te nemen onder de gewijzigde voorwaarden.
       Artikel 41 viseert de beëindiging van een betalende dienst door de dienstenaanbieder en is dus een voorbeeld van een andere vorm van beëindiging van een betalende berichtendienst (zie de titel van deze afdeling).
       Artikel 42 legt een link met de naleving van bepaalde principes van de privacywet. Het is vaste rechtspraak van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer dat de telefoonnummers die door eindgebruikers worden gebruikt beschouwd worden als persoonsgegevens in de zin van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. In toepassing van de bepalingen van artikel 42 is het bijvoorbeeld verboden om eindgebruikers, die zich ingeschreven hebben voor een bepaalde betalende berichtendienst,te contacteren om hen uit te nodigen om deel te nemen aan een andere betalende berichtendienst (zelfs niet door middel van een gratis SMS-bericht (een zogenaamde 'teasing-SMS')), indien zij niet uitdrukkelijk, voorafgaandelijk en op geïnformeerde wijze daarmee hebben ingestemd. Bij uitschrijving uit een dienst is deze praktijk totaal niet meer toegestaan.
       Artikel 43 wil onder meer dat dienstenaanbieders de nodige procedures toepassen om tekstberichten die uitgewisseld werden in het kader van de dienst te kunnen bezorgen aan de Ethische Commissie en andere controle-instanties, om de correctheid van klachten en de naleving van wettelijke vereisten te kunnen onderzoeken. Ook niet-betalende berichten moeten opgeslagen worden en voorkomen in de traffic- en content-lijsten van de dienstenaanbieder, onder meer omdat dit besluit een aantal verplichtingen oplegt om niet-betalende berichten te verzenden of omdat dit besluit het verzenden van 'teasing-SMS'en' in bepaalde omstandigheden verbiedt.
       Hoofdstuk 9, gaande van de artikelen 44 tot en met 49, bevat diverse algemene regels over de werking van een betalende dienst. De regeling in artikel 49 is hoofdzakelijk uitgewerkt met het oog op het correcte gebruik van zogenaamde internetdialers. De bedoeling is onder meer dat er na elke internetsessie waarmee er gesurft werd via een procédé waarin een betaalnummer betrokken is, teruggekeerd wordt naar de normale methode van de eindgebruiker om toegang te verkrijgen tot het internet.
       Artikel 50 maakt duidelijk dat verschillende afdelingen van Hoofdstuk 10 van toepassing kunnen zijn op één welbepaalde categorie van betalende dienst.
       Artikel 51 handelt over betalende diensten die gebruikmaken van reverse charged SMS'en of MMS'en.
       Om de eindgebruiker duidelijk te maken dat er bij ontvangst van het bericht kosten aangerekend worden, vereist artikel 51 dat elk reverse charged SMS- of MMS-bericht het korte nummer vermeldt dat aan de dienst gekoppeld is.
       Afdeling 3 van hoofdstuk 10, gaande van de artikelen 52 tot en met 56, bevat de vereisten waaraan betalende diensten bestemd voor minderjarigen moeten voldoen. Artikel 53 is deels gebaseerd op de bijzondere gedragsregels inzake bankreclame en -marketing gericht op jongeren uit de Gedragscode van de Belgische Vereniging van Banken en Beursvennootschappen. De bedoeling van artikel 54 is te komen tot een waarschuwing in reclameteksten, die bijvoorbeeld de volgende vorm kan aannemen : " Minderjarig? Vraag toestemming aan je ouder(s) ". Artikel 55 voert een preventieve maatregel in om te vermijden dat gezinsbudgetten al te snel bezwaard worden door oproepen naar betalende diensten, ook al zijn deze diensten geschikt voor minderjarigen. Artikel 56 verbiedt betalende diensten die bestemd zijn voor minderjarigen aan te bieden via dialers(software).
       Afdeling 4 van hoofdstuk 10, bestaande uit de artikelen 57 tot en met 71, legt een reeks regels vast voor toepassingen die voornamelijk aangeboden worden in de media- en entertainmentsector (spelletjes, wedstrijden en quizzen). Een deel van deze toepassingen is momenteel al gereguleerd op basis Hoofdstuk IV/2 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. Om onzekerheid over het juiste toepasselijke stelsel te vermijden, bepaalt artikel 57 dat de verplichtingen van deze afdeling van het huidige besluit niet van toepassing zijn op de spelen bedoeld in Hoofdstuk IV/2 van de wet van 7 mei 1999. Een uitzondering betreft de verplichting van artikel 71 over de eventuele heruitzending, waaromtrent geen verwarring of onzekerheid mogelijk kan zijn omdat een soortgelijke regel niet opgenomen is in het betrokken Hoofdstuk van wet van 7 mei 1999. Een essentieel element in het kader van spelletjes, wedstrijden en quizzen is in vele gevallen het reglement. Artikel 58 preciseert, naar analogie van artikel 14, dat dat reglement vrij en permanent raadpleegbaar moet zijn en dat een eindgebruiker gratis in het bezit dient gesteld te worden van het reglement op papier of op een andere duurzame drager (dit laatste impliceert dat het reglement moet kunnen worden gedownload). De artikelen 61 tot en met 63 voeren een specifieke regeling in voor spelletjes, wedstrijden en quizzen, waarbij de eindgebruiker meer dan één maal een antwoord of een andere informatie moet versturen naar de dienstenaanbieder om uiteindelijk kans te maken op een prijs. De toegangsprocedure tot dergelijke spelletjes impliceert het verzenden van een sleutelwoord naar het SMS of MMS kort nummer dat voor de dienst gebruikt wordt (artikel 61). De toegang tot spelletjes, wedstrijden en quizzen in de zin van deze artikelen is dus niet onderworpen aan een inschrijving, waardoor deze diensten ook niet aangeboden moeten worden onder SMS of MMS korte nummers uit de 9XXX-reeks. Wel moet er, naar analogie met de regeling voor de betalende berichtendiensten tussen de verzending van het sleutelwoord en het stellen van de eerste vraag een bevestigingsbericht gestuurd worden (artikel 62). Artikel 63 tot slot bouwt het fundamentele beginsel in dat er pas een nieuwe vraag gesteld mag worden als er een antwoord gegeven is op de vorige vraag (dit staat ook gekend als het principe : " 1 SMS-MO = 1 SMS-MT ", waarbij " MO " staat voor " Mobile Originated ", d.w.z. vertrekkende van de mobiele telefoon van de eindgebruiker en " MT " staat voor " Mobile Terminated ", d.w.z. ontvangen door een mobiele telefoon). Het waarschuwingsmechanisme ingebouwd in artikel 66 is geïnspireeerd op soortgelijke mechanismen die ingebouwd zijn in de Ierse Code of Practice van Regtel. Het mechanisme heeft onder meer ook tot doel om de strijd aan te binden tegen spelverslaving, of althans de aandacht te vestigen op de financiële implicaties van overdadig spelen.
       De werving van fondsen, die meestal ook gebeurt via de media, wordt gereguleerd in de artikelen 72 tot en met 74 (afdeling 5 van hoofdstuk 10).
       Het KB Nummering van 27 april 2007 voorziet in zijn artikelen 50 en 71 telkens in een nummerreeks (met name de 0909- en de 4XXX-reeks) waaronder het mogelijk is een eindgebruikerstarief van maximaal 31 euro aan te rekenen. Dit plafond werd gekozen om fiscale redenen, met name om een fiscale aftrek van een gift gedaan via een betaalnummer mogelijk te maken.
       Als logisch gevolg hiervan (en om elk misbruik te voorkomen) wordt het gebruik van een betaalnummer voor de werving van fondsen in artikel 72 in principe enkel toegestaan voor instellingen waaraan fiscaal aftrekbare giften kunnen worden gestort zoals wettelijk bepaald. Deze instellingen waaraan fiscaal aftrekbare giften kunnen worden gestort zijn ofwel instellingen opgenomen in de (fiscale) wet ofwel erkende instellingen in één van de categorieën overeenkomstig artikel 104, 3° tot 5°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992.
       Omdat de erkenning door de bevoegde minister(s) conform de artikelen 57 tot en met 60 van het koninklijk besluit van 27 augustus 1993 tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 soms niet mogelijk is vooraleer een fundraisingactie daadwerkelijk van start gaat (b.v. fondsenwerving voor de slachtoffers van een plotse natuurramp) of omdat een fundraising te werk gaat met kleinere stortingen (bv. met microstortingen van één euro), bepaalt artikel 72 dat de minister die bevoegd is voor de aangelegenheden die de elektronische communicatie betreffen een uitzondering kan toekennen. Voor het eerste geval geldt de uitzondering in principe totdat de betrokken instelling een erkenning conform de geijkte procedures van het belastingrecht heeft gekregen.
       Fundraising kan echter ook gebeuren in de vorm van een loterij of tombola. In dat geval vereist artikel 72, tweede lid, dat de wet van 31 december 1851 op de loterijen moet nageleefd worden vooraleer daarvoor een betaalnummer ter beschikking wordt gesteld. Zo moet de vergunning voor een loterij die uitsluitend bestemd is voor liefdadige werken en die georganiseerd en aangekondigd of gepubliceerd wordt in meer dan één provincie (zie artikel 7 van de wet van 31 december 1851 op de loterijen) in de huidige stand van zaken aangevraagd worden bij de FOD Binnenlandse Zaken.
       Artikel 73 wenst de nodige transparantie te creëren door te vereisen dat de reclame, naast de vermelding van de totaalprijs van de oproep, overeenkomstig de algemene regels vastgelegd in Hoofdstuk 6, ook het deel van de totaalprijs vermeldt dat aan het goede (of andere) doel wordt overgemaakt.
       In afdeling 6 van hoofdstuk 10 (artikelen 75 en 76) wordt bepaald welke voorwaarden in acht genomen moeten worden, wanneer er via betaalnummers advies gegeven wordt. Bij een oproep naar een betalende dienst is er per definitie geen fysiek contact of een fysieke verplaatsing naar een adviesverleningscentrum. Om toch een zekere mate van verifieerbaarheid van de correctheid van de betalende adviesdienst in te bouwen vereist artikel 75 dat de identiteit en het niveau en competentie (b.v. aangeduid door professionele titels, zoals 'accountant') van de persoon of de organisatie die de dienst verstrekt in de reclame wordt vermeld. Artikel 76 heeft tot doel ervoor te zorgen dat het advies wordt verstrekt conform de deontologie van de adviesverleners of conform andere op de betrokken beroepsgroep toepasselijke gedragsregels.
       Afdeling 7 van hoofdstuk 10, bestaande uit de artikelen 77 tot en met 83, is van toepassing op de zogenaamde 'roze lijnen' en aanverwante diensten. Om te vermijden dat minderjarigen in aanraking komen met diensten die hun gezonde en evenwichtige ontwikkeling als persoon in het gedrang kunnen brengen, bouwt deze afdeling een bescherming in in meerdere lagen. Er bestaan echter nog andere maatregelen, zoals de gratis call barring van specifiek voor meerderjarigen bestemde diensten, waarvan sprake in artikel 120 van de wet en het ministerieel besluit van 12 december 2005, en de artikelen 8, 2° en 3°, 10, en 18 van dit besluit.
       Artikel 77, 1°, is ingevoerd met als doel om dienstenaanbieders duidelijk te maken dat, indien de chatdienst het mogelijk maakt om seksueel of erotisch getinte gesprekken te voeren, het stelsel van afdeling 7 van hoofdstuk 10 van toepassing is en dat zij, in toepassing van de bijlage, voor deze dienst een nummer moeten gebruiken afkomstig uit de nummerreeksen vermeld in punt 1 van die bijlage.
       Artikel 77, 2°, heeft in wezen dezelfde finaliteit. Hoewel er in het kader van ontmoetingsdiensten niet noodzakelijk een gesprek van seksuele of erotische aard plaatsvindt, is het, naar analogie van artikel 4 van de wet van 9 maart 1993 ertoe strekkende de exploitatie van huwelijksbureaus te regelen en te controleren, niet gepast dat minderjarigen een beroep doen op dergelijke diensten.
       Een eerste laag van het beschermingsmodel van minderjarigen is een verbod op reclame in media die bedoeld zijn voor minderjarigen (b.v. scholierentijdschrijften of tijdschriften en/of websites van jeugdbewegingen). Dit verbod wordt ingesteld in artikel 79. In geval van twijfel over het doelpubliek, moet er, in toepassing van het beginsel " in dubio pro reo ", geen inbreuk op de Ethische Code in aanmerking worden genomen. De bepaling is niet overlappend met artikel 8, 2°) (zie commentaar Raad van State), omdat artikel 8, 2° het enkel heeft over seksuele diensten, terwijl voor meerderjarge bestemde betalende diensten ook andere diensten kunnen omvatten die niet geschikt zijn voor minderjarigen, zoals gokspelen, en artikel 8, 2° het heeft over het aanbod van de dienst, terwijl artikel 79 handelt over de reclame.
       Een tweede laag houdt in dat reclame voor specifiek voor meerderjarigen bestemde betalende diensten niemand in dwaling mag brengen over het feit dat er reclame gemaakt wordt voor diensten die voorbehouden zijn voor " volwassenen ". Deze verplichting wordt vastgelegd in artikel 80.
       Een derde en laatste laag is de verplichting voor de persoon die de betrokken dienst aanbiedt om gratis een waarschuwingsboodschap af te spelen of te tonen, die duidelijk maakt dat de eindgebruiker op het punt staat een voor meerderjarigen bestemde betalende dienst te raadplegen. De nadere regels voor de waarschuwingsboodschap, bedoeld in artikel 81, zijn gelijkaardig aan die van de tariefboodschap van artikel 50, § 2, van het KB Nummering, met dien verstande dat de waarschuwingsboodschap bedoeld in dit artikel ook gegeven moet worden wanneer het hoogst mogelijke eindgebruikerstarief van toepassing op de oproep beneden de drempel ligt van 1 euro per minuut of 1 euro per oproep. Het laatste lid van artikel 81 is ingevoerd omdat het in sommige gevallen technisch niet mogelijk is om de waarschuwingsboodschap te laten horen of te laten bevestigen in een gedeelte van de communicatie dat niet betalend is. Dit was op het ogenblik van het aannemen van dit besluit het geval voor dataoproepen (b.v. videotelefonie). Het wordt ook erkend dat het technisch niet mogelijk is om een gratis waarschuwingsbericht te sturen via SMS zonder dat de klant eerst het initiatief genomen heeft om een SMS te sturen naar het nummer uit de 7XXX-reeks, dat hem dan in voorkomend geval gefactureerd wordt.
       Artikel 82 schrijft voor dat een reclame voor ontmoetingsdiensten geen contactgegevens bevat die het mogelijk maken om de deelnemers aan die dienst te kunnen identificeren (b.v. familienaam, adres, telefoonnummer, e-mailadres of faxnummer). De bedoeling is dat deelnemers aan een dergelijke dienst zelf het initiatief nemen om deze gegevens uit te wisselen.
       De regeling in artikel 83 met betrekking tot het waarschuwen van de eindgebruiker wanneer een bepaald bedrag gespendeerd werd is (opnieuw) geïnspireerd op een gelijkaardige regeling opgenomen in de Ierse Code of Practice van Regtel.
       In afdeling 8 van Hoofdstuk 10, dat de artikelen 84 en 85 omvat, worden specifieke regels neergelegd voor betalende diensten waarmee logo's en beltonen kunnen worden gedownload of andere producten of diensten voor het verfraaien of verpersoonlijken van het telefoontoestel (zoals games, mp-downloads, enzovoort).
       De bedoeling van artikel 84 is dat personen die GSM- of andere toestellen bezitten waarmee de aangeboden logo's of beltonen of andere " customization products " niet compatibel zijn, op voorhand worden geïnformeerd over deze incompatibiliteit en dus geen kosten maken voor een product dat zij uiteindelijk niet kunnen gebruiken op hun toestel. De informatie die in de reclame gegeven wordt kan bijvoorbeeld bestaan uit de vermelding dat het logo of de beltoon compatibel is met alle GSM-toestellen, behalve met de met merknaam, type en model genoemde toestellen.
       Afdeling 9 van Hoofdstuk 10, gaande van de artikelen 86 tot en met 97, betreft de chatdiensten. Een chatdienst is een in artikel 1, 12°, van dit besluit gedefinieerd begrip. Conform deze definitie moet er in het chatproces gebruik worden gemaakt van een betaalnummer. Deze afdeling is dus niet van toepassing op het chatten dat zonder een bijkomende betaling aan de hand van een betaalnummer mogelijk gemaakt wordt via bijvoorbeeld het internet. Centraal in deze afdeling staan enerzijds de transparantie van de manier waarop een chatdienst verloopt en anderzijds de regels van aanvaardbaar gebruik of "acceptable use policy" van de chatdienst en de moderatie.
       De kanalen via dewelke de regels van aanvaardbaar gebruik volgens artikel 86 kenbaar gemaakt moeten worden aan de eindgebruikers zijn dezelfde als diegene die hierboven besproken werden onder artikel 14. Artikel 87 maakt duidelijk dat, indien een chatdienst de bedoeling heeft om zich niet specifiek tot een volwassenenpubliek te richten, de chatdienst sluitende regels moet hebben die gesprekken of berichten die vallen onder afdeling 7, verbieden. Artikel 88 legt de adverteerders van een chatdienst op om, bovenop de informatie bedoeld in Hoofdstuk 6 (en desgevallend andere hoofdstukken), bijkomende informatie in verband met de chatdienst te vermelden.
       Hoewel een chatdienst niet alle kenmerken heeft van een betalende berichtendienst, is het wenselijk, opdat een einde kan worden gesteld aan de bestaande problemen, waaronder het krijgen van ongevraagde berichten zonder inschrijving of het krijgen van berichten terwijl men niet actief aan de dienst meer deelneemt of wenst deel te nemen, om, naar analogie van de regeling voor de betalende berichtendiensten, in een " opt-in "- (registratie) en een " opt-out "-mechanisme (uitschrijving) te voorzien. De artikelen 89 en 90, enerzijds, en de artikelen 96 en 97, anderzijds, realiseren dit.
       Ook wordt het mechanisme van de reversed charging niet toegestaan in verband met een chatdienst (zie artikel 91). De reden hiervoor is dat een chatter geen controle heeft over de berichten die hem toegezonden worden. Er zijn voorbeelden van klachten waarin het krediet van een herlaadkaart van een chatter verschillende malen achter elkaar uitgeput werd, omdat de chatter 's nachts (tijdens het slapen) verschillende berichten, waaronder ook betalende teasing SMS'en waar hij niet om gevraagd had, ontving via een betalende chatdienst, die gebruikmaakt van reverse charged SMS'en.
       Artikel 92 handelt over de voorwaarden waaronder de moderatie van een chatdienst kan gebeuren. Essentieel bij moderatie is dat ongepaste inhoud waarvan kennis genomen wordt onmiddellijk verwijderd wordt van de interface die voor de eindgebruikers zichtbaar is (artikel 93). Dit kan het GSM scherm zijn (waarbij de chatdienst dus enkel aan de geregistreerde eindgebruikers wordt aangeboden) maar in sommige gevallen ook het TV-scherm (met name wanneer de berichten verstuurd naar het betalende chatnummer ook door een omroep worden uitgezonden; vandaar ook de verwijzing naar het aanbieden " aan het publiek " in artikel 93). In de toepassing van artikel 93 is het de bedoeling dat wat verwijderd werd conform artikel 93 wel nog aangeboden moet kunnen worden aan de Ethische Commissie of andere instanties, conform de modaliteiten van artikel 43.
       Het waarschuwen van de gebruikers van een chatdienst, bepaald in artikel 91, is onder meer ingegeven door de bekommernis om de gebruikers van dergelijke chatdiensten eraan te herinneren dat, in tegenstelling tot bepaalde gratis toepassingen op, bijvoorbeeld, het internet (zoals MSN Messenger), het gebruik van de chatdienst(en) waarop de eindgebruiker ingeschreven is, extra kosten veroorzaakt die aangerekend worden door de telecomoperator.
       Artikel 95 met betrekking tot de bewijslast inzake het aantal deelnemers aan de chatdienst, is een toepassing van de principes inzake eerlijkheid en het verbod op misleiding.
       Afdeling 10 van Hoofdstuk 10, bestaande uit de artikelen 98 tot en met 100, reguleert wat in het vakjargon " Location Based Services " (of LBS) genoemd wordt. Concreet gaat het hier om toepassingen waarbij een eindgebruiker tegen betaling via een betaalnummer bijvoorbeeld de locatie van een restaurant kan opvragen in de buurt van de plaats waar hij zich (met zijn gsm) bevindt of nog op zijn gsm een wegbeschrijving kan verkrijgen naar een bepaalde plaats, vertrekkende van de plaats waar hij zich op het ogenblik van zijn aanvraag bevindt.
       Artikel 98 laat om pragmatische redenen toe dat de dienstenaanbieder, die uiteindelijk het technische platform beheert dat de verkeers- en locatiegegevens afkomstig van de mobiele operator koppelt aan de door de eindgebruiker gewenste informatie (die meestal vervat zit in een database van de dienstenaanbieder), de toestemming van de abonnee of eindgebruiker vraagt omtrent de verwerking van zijn verkeers- of locatiegegevens. Het artikel koppelt aan die toelating :
       1) een soort van authentificatieprocedure overeen te komen tussen de betreffende operator en de dienstenaanbieder, om de mogelijkheid uit te sluiten dat een derde een eindgebruiker inschrijft voor een betalende dienst met verkeersgegevens of locatiegegevens, zonder dat deze laatste hiervan op de hoogte is (zie punt 15, in fine, van het advies nr. 26/2009 van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van 14 oktober 2009);
       2) een bewaarplicht van de manier waarop die toestemming verkregen werd (in de meeste gevallen gaat het hier om een SMS) op een manier die aanbevolen wordt door de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (waaronder het naleven van het proportionaliteitsbeginsel, opgenomen in artikel 4 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens);
       3) een verplichting om het intrekken van die toestemming onmiddellijk aan de mobiele operator door te geven.
       Voor het eigenlijke verkrijgen van de toestemming moeten de voorwaarden van artikel 122, § 3, van de wet nageleefd worden door de dienstenaanbieder (die dus handelt " in opdracht van de operator " conform artikel 122, § 5 van de wet). Dit impliceert onder meer dat er voorafgaand aan het verkrijgen van de toestemming van de abonnee of eindgebruiker met de verwerking duidelijke informatie wordt verstrekt over de duur van de verwerking, zoals informatie over het feit of de verkeersgegevens of locatiegevens eenmalig worden verwerkt in het kader van de LBS-dienst dan wel of de toestemming voor een langere periode geldt.
       Artikel 99 legt aan de dienstenaanbieder die een LBS-dienst levert op om in de reclame voor de dienst zeer gedetailleerd en op een zeer transparante wijze uit te leggen :
       - wat een LBS-dienst impliceert;
       - hoe de lokalisatie van de gsm van de eindgebruiker verkregen wordt en
       - welke stappen de eindgebruiker moet nemen, indien hij het verwerken van de locatie van zijn gsm wil blokkeren.
       Het verkrijgen van de toestemming van de abonnee of eindgebruiker omtrent de verwerking van zijn verkeers- of locatiegegevens op zich is niet voldoende om de eindgebruiker volledig bewust te maken van, bijvoorbeeld, de kosten verbonden aan de activering van een alarmdienst die gebruik maakt van verkeers- of locatiegegevens. Artikel 100 legt voor dergelijke (in de GOF Guidelines " Passieve LBS-diensten " genoemde) diensten dan ook uitdrukkelijk de link met de desbetreffende beschermingsmaatregelen elders in dit besluit, zoals de voorafgaande (eventueel dubbele) inschrijving, gevolgd door een gratis bevestigingsSMS, met essentiële informatie over onder meer de prijs van de dienst, vooraleer van start gegaan kan worden met de eigenlijke lokalisering. Voor een eenmalige verwerking van de locatie (aansluitend op wat in de GOF Guidelines een " Actieve LBS-dienst " wordt genoemd), aangeleverd door middel van één oproep of één SMS of MMS, waarvan het eindgebruikerstarief niet hoger is dan het maximale eindgebruikerstarief vastgelegd in het KB Nummering, volstaat een eenvoudige aanvraag na het voorafgaandelijk bekomen van de toestemming van de abonnee of eindgebruiker omtrent de verwerking van zijn verkeers- of locatiegegevens.
       Overeenkomstig het advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer wordt uitdrukkelijk verwezen naar de verplichting voor de dienstenaanbieders die verkeers- of locatiegegevens verwerken om (1) het proportionaliteitsbeginsel, vastgelegd in de wet van 8 december 1992 na te leven (verwijzing naar artikel 4 van die wet), (2) de noodzakelijke veiligheidsmaatregelen te nemen met betrekking tot de door hen verwerkte persoonsgegevens (verwijzing naar artikel 16 van diezelfde wet) en (3) de persoonsgegevens na afloop van de dienst onmiddellijk te verwijderen. Voor recurrente diensten, zoals in het voorbeeld van de alarmdienst hierboven, impliceert dit de vernietiging van de verkeers- of locatiegegevens, van zodra de door de eindgebruiker te ontvangen SMS werd afgeleverd (en dus niet de bewaring van de verkeers- of locatiegegevens tot aan de uitschrijving uit de recurrente dienst).
       De artikelen 101 en 102 beogen de effectiviteit te garanderen van de andere sancties die de Ethische Commissie kan uitspreken. In antwoord op het advies van de Raad van State, die wees op de beperkte machtiging aan de Koning, gegeven in artikel 134, § 2, tweede lid, van de Wet, werd het toepassingsgebied van deze bepalingen beperkt tot operatoren.
       Artikel 103 bepaalt dat dit besluit in werking treedt op een latere datum dan de datum van tien dagen volgend op de publicatie van het huidige besluit, teneinde de dienstenaanbieders de kans te bieden hun procedures en praktijken aan te passen aan sommige regels van dit besluit.
       De overige artikelen behoeven geen commentaar.
       We hebben de eer te zijn,
       Sire,
       van Uwe Majesteit,
       de zeer eerbiedige
       en zeer getrouwe dienaar,
       De Minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen,
       V. VAN QUICKENBORNE
       De Minister van Klimaat en Energie, belast met Consumentenzaken,
       P. MAGNETTE
       
       ADVIES 47.649/4 VAN 8 FEBRUARI 2010 VAN DE AFDELING WETGEVING VAN DE RAAD VAN STATE
       De Raad van State, afdeling Wetgeving, vierde kamer, op 22 december 2009 door de Minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen verzocht hem, binnen een termijn van dertig dagen verlengd tot 15 februari 2010 (*), van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit "tot vaststelling van de Ethische Code voor de telecommunicatie", heeft het volgende advies gegeven :
       Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals het is vervangen bij de wet van 2 april 2003, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.
       Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.
       Voorafgaande vormvereisten
       1. De gemachtigde van de minister heeft de Raad van State een niet-ondertekend afschrift bezorgd van een brief van de Ethische Commissie, gedateerd 16 december 2009, waarbij de Commissie haar voorstel van Ethische Code overzendt aan de minister. De steller van het ontwerp moet zich ervan vergewissen dat hij wel degelijk in het bezit is van een ondertekende brief.
       2. De gemachtigde van de minister heeft aan de Raad van State het advies d.d. 19 januari 2010 van de inspecteur van Financiën bezorgd. De Inspecteur van Financiën stelt in dat advies dat hij in zijn hoedanigheid van gemachtigde van de minister van Begroting vaststelt dat het ontwerp van koninklijk besluit geen wezenlijke budgettaire weerslag vertoont voor het BIPT en dat hij dus geen bezwaar ertegen heeft; hij voegt eraan toe dat het dossier voor advies moet worden overgezonden aan de Inspecteur van Financiën geaccrediteerd bij de bevoegde minister. Er kan niet worden beschouwd dat dit advies het vereiste voorafgaande vormvereiste vormt, aangezien de om een advies verzochte Inspecteur van Financiën zich ermee vergenoegt van advies te dienen over de budgettaire weerslag ten aanzien van het BIPT, doch niet over de algemene budgettaire weerslag van het ontwerpbesluit, en hij voorstelt dat daarvoor het advies wordt ingewonnen van de Inspecteur van Financiën geaccrediteerd bij de bevoegde minister. Bijgevolg moet dit laatste advies worden aangevraagd opdat beschouwd kan worden dat het voorafgaande vormvereiste op geldige wijze is vervuld.
       3. Ook de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting moet worden verkregen.
       Algemene opmerkingen
       1. Het ontwerpbesluit ontleent zijn rechtsgrond aan artikel 134, § 2, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, luidende :
       " Op voorstel van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie stelt de Koning een Ethische Code voor de telecommunicatie vast.
       De Ethische Code voor de telecommunicatie duidt de nummerreeksen aan waarvoor het is toegestaan om van de oproeper naast de prijs voor de communicatie ook een betaling voor de inhoud te vragen en omschrijft de voorwaarden waaronder betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken aan de eindgebruikers kunnen worden aangeboden. De Ethische Code voor de telecommunicatie stelt eveneens de nadere regels vast volgens dewelke de operatoren hun medewerking verlenen aan het onderzoek van een vermoedelijke inbreuk door een persoon die een betalende dienst via een elektronische-communicatienetwerk aanbiedt en aan de uitvoering van de beslissingen van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie.
       De personen die betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken aanbieden en de operatoren, wat betreft de medewerking bedoeld in het tweede lid, zijn verplicht de bepalingen van de Ethische Code voor de telecommunicatie in acht te nemen.
       De Ethische Commissie voor de telecommunicatie spreekt zich uit over de naleving van de Ethische Code voor de telecommunicatie na een klacht van de belanghebbende, rechtstreeks of na de tussenkomst van de ombudsdienst voor telecommunicatie.
       De beslissingen van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie zijn gemotiveerd en worden openbaar gemaakt ".
       2. In paragraaf 3 van datzelfde artikel staat te lezen dat "de inbreuken op de Ethische Code voor de telecommunicatie worden bestraft met een administratieve geldboete ten belope van 125 tot 12.500 EUR of een schorsing van de activiteiten van 1 tot 30 dagen", en voorts dat "in geval van een zware of herhaalde inbreuk [...] de Ethische Commissie voor de telecommunicatie de schrapping van de betrokken diensten [kan] bevelen, alsmede het verbod om nieuwe diensten te beginnen".
       De grenzen van de aan de Koning verleende machtiging om een Ethische Code vast te stellen, worden bepaald bij artikel 134, § 2, van de voornoemde wet van 13 juni 2005 : ze bestaan enerzijds daarin dat de nummerreeksen worden bepaald waarvoor, benevens de prijs van de communicatie, ook een vergoeding voor de inhoud kan worden aangerekend, en met betrekking tot die nummers de voorwaarden worden vastgelegd waaronder betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken aan de eindgebruikers kunnen worden aangeboden, en anderzijds dat de nadere regels worden vastgesteld volgens welke de operatoren van elektronische communicatie hun medewerking verlenen aan het onderzoek van overtredingen van die Code en aan het uitvoeren van de beslissingen van de Ethische Commissie.
       De aldus afgebakende machtiging, verleend aan de Koning, om de Ethische Code vast te stellen staat hem niet toe bijzondere regels uit te vaardigen die bestaande, ter zake van toepassing zijnde wetsbepalingen (1) parafraseren of ervan afwijken.
       De voorwaarden van de Ethische Code moeten bijgevolg verschillen van de regels vervat in de bestaande wetgeving die eveneens van toepassing is op deze materie, inzonderheid de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument, de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van de persoonsgegevens, alsook de wet van 11 maart 2003 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij.
       2. Voorts wordt de steller van het ontwerp gewezen op de problemen die zouden rijzen indien zowel in de Ethische Code als in andere bijzondere wetten bepalingen zouden voorkomen die soortgelijke voorwaarden vastleggen welke van toepassing zijn op de betalende diensten.
       Enerzijds wordt het niet in acht nemen van de voorwaarden gesteld in de Ethische Code gestraft met de administratieve sancties omschreven in artikel 134, § 3, van de voornoemde wet van 13 juni 2005, die inzonderheid in de zin van artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, alsmede van artikel 14 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten geacht kunnen worden een strafrechtelijk aspect te vertonen, omdat ze zowel van repressieve als van preventieve aard zijn en het bedrag van de geldboete behoorlijk hoog is (2).
       Anderzijds staan strafrechtelijke sancties op de overtredingen van de regels vervat in alle drie de voornoemde wetten van 14 juli 1991, 8 december 1992 en 11 maart 2003.
       Een zodanige samenloop van administratieve sancties van strafrechtelijk aard en van strafrechtelijke sancties is niet verenigbaar met het beginsel non bis in idem, vastgelegd in artikel 4 van Protocol nr. 7 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, en in artikel 14, lid 7, van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, een beginsel dat in het interne recht wordt omschreven als "une règle essentielle de procédure pénale laquelle constitue en droit belge un principe général du droit" (3). Dit beginsel stelt dat niemand strafrechtelijk vervolgd of gestraft kan worden wegens een strafbaar feit waarvan hij reeds is vrijgesproken of waarvoor hij reeds is veroordeeld.
       Voorts valt in dit verband op te merken dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in een arrest dat op 10 februari 2009 door de Grote Kamer is gewezen, gesteld heeft dat "l'article 4 du Protocole n° 7 doit être compris comme interdisant de poursuivre ou de juger une personne pour une seconde " infraction " pour autant que celle-ci a pour origine des faits identiques ou des faits qui sont en substance les mêmes" (4).
       Tal van bepalingen van de Ethische Code doen problemen rijzen ter zake. Bij wijze van voorbeeld :
       1) Artikel 6 van het ontwerp bepaalt dat de betalende diensten en de reclame ervoor moeten "voldoen aan alle toepasselijke wetten". Aldus verheft dit artikel in zeer algemene bewoordingen het vereiste van het voldoen aan alle toepasselijke wetten, die thans reeds kunnen voorschrijven dat iedere overtreding ervan strafrechtelijk wordt gestraft, tot een voorwaarde waarvan de niet-naleving kan worden gestraft met de administratieve sancties gesteld in artikel 134, § 3, van de voornoemde wet van 13 juni 2005.
       In het verslag aan de Koning staat daaromtrent te lezen :
       " Relevante wetten in het kader van het aanbod van betalende diensten via elektronische-communicatienetwerken zijn onder meer :
       - de wet van 11 maart 2003 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij;
       - de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de (ver)werking van persoonsgegevens;
       - de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. "
       Op zijn minst deze drie wetten bepalen echter effectief dat de overtredingen ervan strafrechtelijk worden gestraft.
       2) Artikel 7 van het ontwerp bepaalt dat de betalende diensten en de reclame ervoor geen "afbreuk [mogen] doen aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer", en artikel 42 van het ontwerp bepaalt met betrekking tot de bescherming van de persoonlijke levenssfeer dat de voornoemde wet van 8 december 1992 moet worden nageleefd.
       3) Artikel 11 van het ontwerp verbiedt betalende diensten of reclame ervoor indien deze "suggereren dat toekomstige gebeurtenissen kunnen worden voorzien zonder wetenschappelijk bewijs of vermelding van de toevallige aard of van de ongegrondheid van de verstrekte informatie" of "van die aard zijn dat ze kunnen misleiden door onnauwkeurigheid, dubbelzinnigheid, overdrijving, weglating of op een andere manier".
       Dit artikel moet in verband worden gebracht met de artikelen 94/5 en 94/6 van de voornoemde wet van 14 juli 1991, die iedere vorm van misleidende handelspraktijken verbieden en die preciseren dat "als misleidend wordt beschouwd een handelspraktijk die gepaard gaat met onjuiste informatie of, zelfs als de informatie feitelijk correct is, de consument op enigerlei wijze, inclusief door de algemene presentatie, bedriegt of kan bedriegen [...] en de consument er toe brengt of kan brengen een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen. "
       4) Artikel 13 van het ontwerp verbiedt dat een betalende dienst als "gratis" wordt voorgesteld, terwijl artikel 94/8, 19°, van de voornoemde wet van 14 juli 1991 een soortgelijk verbod bevat.
       5) Artikel 14 van het ontwerp schrijft voor dat indien het afnemen van een betalende dienst onderworpen is aan algemene voorwaarden (het consulteren en het kosteloos ter beschikking stellen van die algemene voorwaarden), de eindgebruiker daarvan in kennis moet worden gesteld, terwijl de artikelen 78 en 79 van de voornoemde wet van 14 juli 1991, die de overeenkomsten op afstand betreffen, eveneens garanties van informatieverstrekking bieden, die evenwel vollediger zijn.
       6) Artikel 31 van het ontwerp moet eveneens in verband worden gebracht met de artikelen 78 en 79 van de voornoemde wet van 14 juli 1991.
       7) Artikel 44 van het ontwerp bepaalt dat de voorgestelde betalende dienst moet overeenstemmen met de reclame die ter zake wordt gevoerd, terwijl een soortgelijke verplichting reeds voortvloeit uit de artikelen 94/5 en 94/6 van de voornoemde wet van 14 juli 1991.
       Derhalve moet de steller van het ontwerp de Ethische Code herzien, waarbij alle bepalingen erin worden geschrapt die ertoe strekken voorwaarden te stellen die gelijkenis vertonen met die waarvan de niet-naleving door andere reeds bestaande wetten strafrechtelijk wordt gestraft, zoals bijvoorbeeld de voornoemde wetten van 14 juli 1991, 8 december 1992 en 11 maart 2003.
       3. Alleen via een wijziging van artikel 134, § 3, van de voornoemde wet van 13 juni 2005 kan worden voorzien in een regeling die uitsluit dat een overtreder meer dan één vervolging oploopt ingeval het door hem gepleegde strafbare feit aanleiding kan geven tot verscheidene strafrechtelijke of administratieve sancties.
       Onder het voorbehoud van deze algemene opmerkingen worden de volgende bijzondere opmerkingen gemaakt.
       Bijzondere opmerkingen
       Dispositief
       Artikel 1
       Artikel 1, 9°, van het ontwerp definieert de betalende dienst bestemd voor minderjarigen als een betalende dienst die, geheel of gedeeltelijk, specifiek gericht is op personen jonger dan achttien jaar "of die als bijzonder aantrekkelijk voor deze personen geldt".
       Hoofdstuk 10, afdeling 3, van het ontwerpbesluit (de artikelen 53 tot 56) bevat specifieke voorwaarden toepasselijk op de betalende diensten bestemd voor minderjarigen.
       Aangezien de niet-naleving van die voorwaarden aanleiding kan geven tot de administratieve sancties gesteld in artikel 134, § 3, van de voornoemde wet van 13 juni 2005, moet de definitie van een betalende dienst bestemd voor minderjarigen voldoende duidelijk en nauwkeurig zijn opdat de eraan verbonden sancties voorzienbaar zouden zijn. De woorden "of die als bijzonder aantrekkelijk voor deze personen geldt" moeten worden herzien of moeten worden toegelicht in het verslag aan de Koning.
       Artikel 3
       Artikel 3, tweede lid, van het ontwerp bepaalt dat de operator aan de Ethische Commissie de gegevens genoemd in het eerste lid moet bezorgen "binnen een termijn van twee werkdagen volgend op het verzoek van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie of haar secretariaat".
       Volgens artikel 134, § 2, van de voornoemde wet van 13 juni 2005 is de Koning gemachtigd om "de nadere regels vast [te stellen] volgens dewelke de operatoren hun medewerking verlenen aan het onderzoek van een vermoedelijke inbreuk door een persoon die een betalende dienst via een elektronische-communicatienetwerk aanbiedt".
       Bijgevolg moet in artikel 3, tweede lid, van het ontwerp worden gepreciseerd dat de operatoren de in het eerste lid genoemde informatie ter beschikking moeten stellen van de Commissie "indien een onderzoek wordt gevoerd omtrent een vermoedelijke inbreuk, overeenkomstig het bepaalde in artikel 134, § 2, van de wet".
       Artikel 5
       Dit artikel bepaalt op algemene wijze dat de operatoren, de personen die de betalende diensten aanbieden en alle personen die betrokken zijn bij het aanbod van de betalende dienst, op verzoek en binnen de gestelde termijn, alle nuttige informatie in verband met de betalende diensten moeten verstrekken aan de Ethische Commissie of aan haar secretariaat. Wat de operatoren betreft, zou deze verplichting haar rechtsgrond eventueel kunnen ontlenen aan artikel 134, § 2, van de voornoemde wet van 13 juni 2005, naar luid waarvan de Koning de nadere regels kan stellen inzake de medewerking van de operatoren aan het onderzoek van een feit waarvan wordt vermoed dat het een strafbaar feit oplevert dat is gepleegd door een persoon die betalende diensten aanbiedt. In dat geval ziet de Raad van State evenwel niet in hoe dit artikel verenigbaar is met artikel 3, tweede lid, van het ontwerp, dat reeds een soortgelijke verplichting oplegt. Daarentegen is geen enkele rechtsgrond voorhanden om op algemene wijze voor te schrijven dat al die informatiegegevens moeten worden verstrekt aan "alle personen die betrokken zijn bij het aanbod van een betalende dienst".
       Artikel 5 van het ontwerp moet worden herzien in het licht van deze opmerking.
       Artikel 7
       Artikel 7, 2°, a), verbiedt betalende diensten en de reclame ervoor die schrik, vrees of afschuw veroorzaken door "het beschrijven of afbeelden van nodeloos geweld, sadisme of wreedheid".
       De Franse lezing van dit artikel ("décrivant ou représentant de la violence, du sadisme ou de la cruauté inutiles") is dubbelzinnig. Is het beschrijven of afbeelden van geweld, sadisme of wreedheid toegestaan, bepaaldelijk indien ze als "utile" kunnen worden aangezien? Hoe kan in dat geval geoordeeld worden dat zulke beschrijvingen of afbeeldingen voldoen aan het criterium dat ze "utile" zijn ?
       De tekst zou aan duidelijkheid winnen indien hij als volgt zou worden geredigeerd : "décrivant ou représentant de la violence gratuite, du sadisme ou de la cruauté". Eenzelfde opmerking geldt voor de Nederlandse tekst, waarin men schrijve : "het beschrijven of afbeelden van zinloos geweld, van sadisme of wreedheid;".
       Artikel 8
       Artikel 8, 2°, is in bijzonder vage bewoordingen gesteld.
       De Raad van State vraagt zich af of deze bepaling niet overtollig is ten opzichte van het bepaalde in artikel 79 van het ontwerp.
       Deze bepalingen moeten worden herzien.
       Artikel 15
       De laatste zin van artikel 15 van het ontwerp luidt als volgt : "Indien de klantendienst niet bereikbaar is buiten de kantooruren, wordt er aan de eindgebruiker de mogelijkheid geboden om zijn vraag in te spreken op een antwoordapparaat en wordt die vraag de volgende werkdag behandeld door de persoon die de betalende dienst aanbiedt. "
       Moet niet worden voorzien in de mogelijkheid dat de vraag behandeld wordt door de klantendienst, veeleer dan door de persoon die de betalende dienst aanbiedt?
       Artikel 34
       In de Franse lezing van het derde lid is sprake van een "preuve irréfutable". Er moet worden gezorgd voor overeenstemming met de Nederlandse lezing. Wellicht betreft het, zoals wordt aangegeven in het verslag aan de Koning, een omkering van de bewijslast, zodat de eindgebruiker het tegendeel kan bewijzen.
       De Franse lezing moet dienovereenkomstig worden herzien.
       Artikel 53
       In het eerste lid van deze bepaling staat te lezen dat betalende diensten bestemd voor minderjarigen en de reclame voor deze diensten niet mogen worden gericht aan minderjarigen jonger dan 12 jaar.
       Het tweede lid bepaalt dat de reclame voor deze diensten "in geen geval [...] rechtstreeks of onrechtstreeks [mag] worden bezorgd aan minderjarigen jonger dan 12 jaar".
       Teneinde iedere overlapping tussen het eerste en het tweede lid te voorkomen, moeten in het eerste lid de woorden "en reclame voor dergelijke diensten" vervallen.
       Artikel 57
       Artikel 57 van het ontwerp bepaalt dat de verplichtingen omschreven in de artikelen 58 tot 71 niet van toepassing zijn op "spelen gereglementeerd door middel van een besluit genomen op grond van artikel 3.4 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers".
       De steller van het ontwerp wordt erop gewezen dat artikel 3.4 van de voornoemde wet van 7 mei 1999 opgeheven wordt bij artikel 4 van de wet van 10 januari 2010 tot wijziging van de wetgeving inzake kansspelen. Volgens artikel 61 van deze laatste wet treedt de opheffing in werking op 1 januari 2011 of op een vroegere datum vastgesteld door de Koning.
       Voorts bepaalt artikel 26 van de voornoemde wet van 10 januari 2010 dat in de voornoemde wet van 7 mei 1999 een hoofdstuk IV/2 wordt ingevoegd met betrekking tot de "mediaspelen", waarin de verplichtingen worden omschreven inzake dit type van spelen, welke in artikel 2, 9°, van de voornoemde wet van 7 mei 1999, zoals het is ingevoegd bij artikel 3 van de voornoemde wet van 10 januari 2010, worden gedefinieerd als een "kansspel waarvan de exploitatie gebeurt via de media".
       Artikel 57 van het ontwerp moet worden herzien, zodat het zowel verwijst naar de spelen gereglementeerd op de huidige basis van artikel 3.4 van de voornoemde wet van 7 mei 1999, als naar die welke worden gereglementeerd op de toekomstige basis van hoofdstuk IV/2 van dezelfde wet.
       Artikel 79
       Er wordt verwezen naar de opmerking gemaakt onder artikel 8.
       Artikel 101
       Deze bepaling, die betrekking heeft op de termijnen waarbinnen een administratieve geldboete opgelegd door de Ethische Commissie moet worden betaald, kan haar rechtsgrond niet ontlenen aan artikel 134, § 2, van de voornoemde wet van 13 juni 2005.
       Artikel 101 van het ontwerp moet dan ook vervallen.
       Artikel 102
       Deze bepaling gaat, in zoverre ze iedere persoon betrokken bij het aanbieden van een betalende dienst verplicht zijn medewerking te verlenen aan de uitvoering van de door de Ethische Commissie uitgesproken schorsing of schrapping van die dienst, de machtiging te buiten die artikel 134, § 2, aan de Koning verleent om de voorwaarden vast te leggen voor medewerking van de "operatoren", doch niet van iedere persoon betrokken bij het aanbieden van een betalende dienst.
       Artikel 102 moet aldus worden gewijzigd dat het alleen slaat op de operatoren.
       Artikel 103
       De ontworpen bepaling kan haar rechtsgrond niet ontlenen aan artikel 134, § 2, van de voornoemde wet van 13 juni 2005.
       Deze bepaling moet dan ook vervallen.
       (*) Bij e-mail van 22 december 2009.
       ------
       (1) Deze machtiging wordt niet gewijzigd bij artikel 24 van het voorontwerp van wet houdende diverse bepalingen inzake telecommunicatie, waarover de Raad van State op 27 januari 2010 zijn advies 47.626/4 heeft verstrekt, welk artikel ertoe strekt artikel 134, § 2, van de wet van 13 juni 2005 als volgt aan te vullen :
       " De voorwaarden van de Ethische Code gelden onverminderd de toepassing van de bepalingen van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument en van de wet van 11 maart 2003 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij. "
       De commentaar op dit artikel luidt trouwens als volgt :
       " Om elke mogelijke juridische discussie over de verenigbaarheid van de Ethische Code met de wet op de handelspraktijken en met de wet op de diensten van de informatiemaatschappij te vermijden, wordt uitdrukkelijk voorzien dat de bepalingen van deze wetten onverminderd van kracht blijven. De betrokken operatoren moeten dus ten volle alle bepalingen inzake de handelspraktijken en de informatiemaatschappij naleven en terzelfder tijd de voorwaarden van de Ethische Code in acht nemen. "
       (2) Omtrent het strafrechtelijke karakter van een administratieve sanctie, zie inzonderheid Th. Bombois en D. Deom, "La définition de la sanction administrative", in R. Andersen, D. Deom en D. Renders (dir.), Les sanctions administratives, blz. 102-128.
       (3) J. Velu en R. Ergec, La Convention européenne des droits de l'homme, Bruylant, Brussel, 1990, blz. 521.
       (4) EHRM, Grote Kamer, Zolotouchin tegen Rusland, 10 februari 2009, punten 81 en 82. Omtrent dit arrest, zie advies 47.321/2, op 16 november 2009 verstrekt over een ontwerp dat is geworden het decreet van 10 december 2009 houdende wijziging van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, het koninklijk besluit van 3 april 1953 tot samenordening van de wetsbepalingen inzake de slijterijen van gegiste dranken, de wet van 13 juli 1987 betreffende het kijk- en luistergeld en het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de directe gewestelijke belastingen (Parl. St., Waals Parl., 2009-2010, nr. 117/1, 52 tot 61).
       De kamer was samengesteld uit :
       De heren :
       P. Liénardy, kamervoorzitter;
       J. Jaumotte en L. Detroux, staatsraden;
       G. Delannay, toegevoegd griffier.
       Het verslag werd uitgebracht door Mevr. L. Vancrayebeck, auditeur.
       De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd nagezien onder toezicht van de heer P. Liénardy.
       
       De griffier,
       G. Delannay.
       De voorzitter,
       P. Liénardy.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Verslag aan de Koning Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit 1 gearchiveerde versie
    Franstalige versie