J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 5 uitvoeringbesluiten 2 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/ordonnantie/2010/04/22/2010031202/justel

Titel
22 APRIL 2010. - Ordonnantie " houdende het statuut van de reisagentschappen " [...]
(NOTA : gewijzigd door ORD 2017-12-07/16, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-03-2018)
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 03-05-2010 en tekstbijwerking tot 20-12-2017)

Bron : BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Publicatie : 03-05-2010 nummer :   2010031202 bladzijde : 24859       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2010-04-22/09
Inwerkingtreding : 18-10-2012

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-16

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. § 1. Onderhavig ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.
  § 2. In onderhavige tekst verstaat men onder :
  1° [1 ...]1
  2° reisagentschap : rechts- of natuurlijke persoon die een winstgevende activiteit uitoefent die erin bestaat hetzij reizen of verblijven tegen forfait te organiseren en te verkopen die met name logies omvatten, hetzij, als tussenpersoon, dergelijke reizen of verblijven, vervoerbewijzen, logies- of maaltijdbonnen te verkopen;
  3° [1 dienstverlener : elk reisagentschap dat, op tijdelijke en incidentele wijze, diensten verleent op het door deze ordonnantie gedekte grondgebied ; ]1
  4° aangetekende zending : ter post aangetekende brief of elk ander communicatiemiddel bedoeld door artikel 2281 van het Burgerlijk Wetboek zoals fax of e-mail, op voorwaarde dat er een ontvangstbewijs aan de verzender gestuurd wordt.
  ----------
  (1)<ORD 2017-12-07/16, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 01-03-2018>

  Art. 2. § 1. Niemand mag de in artikel 1, § 2, 2° bedoelde activiteit van reisagentschap uitoefenen als hij het niet doet als hoofdbezigheid, bestendig en met een vergunning.
  § 2. Moeten eveneens toegelaten worden om de in artikel 1, § 2, 2° bepaalde activiteit uit te oefenen :
  1° de exploitanten van touringbussen, van het spoorweg-, luchtvaart- of binnenvaarttransport die de activiteit niet in hoofdberoep en op permanente wijze uitoefenen;
  2° de personen die, in het kader van hun opleidingsopdracht of in het kader van hun activiteiten binnen de domeinen van de jeugdanimatie, sport, cultuur, sociale bijstand, gezondheid of volwassenenanimatie, de activiteit niet in hoofdberoep en op permanente wijze uitoefenen.
  § 3. § 1 is niet van toepassing op :
  1° de dienstverleners zoals omschreven in artikel 1, § 2, 3° van onderhavige ordonnantie;
  2° het Office de Promotion du Tourisme de Wallonie et de Bruxelles en Toerisme Vlaanderen;
  3° Brussels International - Tourism & Congress;
  4° de jeugdorganisaties erkend door de Franse Gemeenschap en aan de jeugdorganisaties erkend of aanvaard door de Vlaamse Gemeenschap, bepaald door de Regering, die reizen en verblijven organiseren en verkopen aan hun aangesloten leden.

  Art. 3. § 1. Wanneer de dienstenverlener zich voor de eerste keer verplaatst van een andere lidstaat van de Europese Unie dan België of van de Europese Vrijhandelsassociatie zodra de richtlijn van toepassing zal zijn op deze Staten, naar het grondgebied waarop onderhavige ordonnantie van toepassing is om er diensten te verlenen, moet hij de door de Regering aangestelde ambtenaar inlichten met een voorafgaande schriftelijke verklaring die informatie bevat over de dekking door verzekeringen en andere middelen van persoonlijke of collectieve bescherming met betrekking tot de beroepsaansprakelijkheid, zoals omschreven door de Regering. Deze verklaring kan met alle middelen bezorgd worden.
  Deze verklaring moet worden hernieuwd voor elk jaar dat de dienstenverlener op voornoemd grondgebied zijn activiteit op tijdelijke en/of occasionele basis uitoefent.
  [1 ...]1
  Deze verklaring dient ter informatie naar de door de Regering aangeduide ambtenaar te worden gestuurd, binnen de 15 dagen die volgen op de eerste verplaatsing naar het grondgebied waarop onderhavige ordonnantie van toepassing is.
  § 2. [1 De Regering bepaalt welke informatie de dienstverlener ter beschikking stelt van de afnemers van zijn dienst.]1
  ----------
  (1)<ORD 2017-12-07/16, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 01-03-2018>

  Art. 4. § 1. Niemand mag, onder welke vorm ook, de titel van reisagent of de benaming van reisagentschap of een soortgelijke titel of benaming gebruiken indien hij geen houder is van een vergunning afgegeven overeenkomstig artikel 2, § 1 of § 2, 1°.
   De ingezetenen van de andere Staten die zijn gemachtigd om het beroep van touroperator uit te oefenen, dragen de beroepstitel die van kracht is op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
   § 2. De dienstverlener [1 oefent]1 zijn activiteit uit onder de beroepstitel waarmee hij zijn activiteit uitoefent in de [1 Staat]1 waar hij zijn hoofdbezigheid uitoefent wanneer een dergelijke titel bestaat. Die titel is opgesteld in de officiële taal of in een van de officiële talen van de [1 Staat ]1 waar hij zijn hoofdbezigheid uitoefent.
   Wanneer die titel niet bestaat in de [1 Staat ]1 waar de dienstverlener zijn hoofdbezigheid uitoefent, zal de dienstverlener gebruik maken van zijn opleidingstitel in de officiële taal of in een van de officiële talen van de lidstaat waar hij zijn hoofdbezigheid uitoefent.
  ----------
  (1)<ORD 2017-12-07/16, art. 5, 003; Inwerkingtreding : 01-03-2018>

  Art. 5. § 1. De in artikel 2, § 1 bedoelde aanvraag om vergunning wordt aan de door de Regering aangestelde ambtenaar gericht per aangetekend schrijven.
  De Regering bepaalt de vorm en de inhoud van de aanvraag om vergunning. Zij preciseert welke documenten absoluut bij de aanvraag gevoegd moeten worden.
  § 2. Wanneer de aanvraag onvolledig is, richt de door de Regering aangestelde ambtenaar, per aangetekend schrijven en binnen 30 dagen na ontvangst van de aanvraag, een lijst van de ontbrekende stukken aan de aanvrager en preciseert hij dat de termijn die in onderhavig artikel is vastgelegd, begint te lopen na de ontvangst van het volledige dossier.
  Wanneer de aanvraag volledig is, informeert de door de Regering aangestelde ambtenaar, door middel van een ontvangstbewijs, de aanvrager over de volledigheid van de aanvraag en over de modaliteiten om de procedure voort te zetten, met inbegrip van de termijn waarin de beslissing genomen zal moeten worden.
  § 3. Het technisch comité bedoeld in artikel 11 geeft een advies over de vergunningsaanvraag binnen 45 dagen na verzending van het bewijs van ontvangst naar de aanvrager. Bij ontstentenis van verzending van het advies binnen die termijn, wordt het advies gunstig geacht.
  § 4. De beslissing van de door de Regering aangestelde ambtenaar wordt meegedeeld met een aangetekende zending aan de aanvrager binnen een termijn van 90 dagen vanaf de verzending van het bewijs van ontvangst van het volledig dossier.
  De Regering bepaalt de vorm en de inhoud van de beslissing.
  § 5. Bij ontstentenis van antwoord binnen de voorziene termijn vastgelegd in § 4, wordt de vergunning als toegekend beschouwd. De door de Regering aangestelde ambtenaar kan evenwel deze termijn met maximum 60 dagen verlengen, bij een uiterlijk op de laatste dag van de voorziene termijn aan de aanvrager meegedeelde beslissing, en enkel maar om dringende redenen van algemeen belang, met inbegrip van het wettig belang van een derde partij. Tot deze verlenging kan eveneens worden beslist wanneer door de door de Regering aangestelde ambtenaar aan buitenlandse overheden ter controle gevraagde documenten op zich laten wachten.
  § 6. Een beroep kan bij de Regering ingesteld worden tegen de beslissing tot weigering van de vergunning binnen de termijn en de regels bedoeld in artikel 9, § 3.

  Art. 6. § 1. De Regering kan categorieën van vergunningen vaststellen die onderworpen zijn aan verschillende voorwaarden, naarmate de vergunningen de uitoefening toelaten van geheel of een deel van de in artikel 1, § 2, 2° omschreven activiteit of de uitoefening van een deel van deze activiteit door de exploitanten van touringbussen.
  § 2.[1 Onverminderd de naleving van de in uitvoering van artikel 8 genomen bepalingen, hangt de toekenning van de in artikel 2 bedoelde vergunning uitsluitend af van de eerbiediging van de volgende voorwaarden :
   1° het sluiten van een verzekering die de burgerlijke en beroepsaansprakelijkheid dekt en van een verzekering die de risico's op financieel onvermogen dekt ;
   2° voorwaarden in verband met de door de Regering bepaalde bedragen, de aard en de wijzen van stellen van een borgtocht uitsluitend tot zekerheidstelling van de beroepsverbintenissen, volgens de door de Regering vastgestelde nadere regels.]1
  ----------
  (1)<ORD 2017-12-07/16, art. 6, 003; Inwerkingtreding : 01-03-2018>

  Art. 7. Elke in artikel 2, § 3, 1° tot 3°, bedoelde persoon of die houder is van de in artikel 2 bedoelde vergunning kan de in artikel 2, § 1, omschreven activiteit uitzonderlijk uitoefenen mits de voorafgaande verklaring aan de door de Regering aangestelde ambtenaar, in het kader van beurzen en salons voor toerisme.

  Art. 8. De Regering kan bepalen :
  1° de regels betreffende het gebruik en de wijzen van opnieuw samenstellen en teruggave van de in [1 artikel 6, § 2, 2°,]1van onderhavige ordonnantie bedoelde borgtocht die uitsluitend bestemd is voor de zekerheidstelling van de ter gelegenheid van de uitoefening van de door de vergunning gedekte activiteiten aangegane professionele verbintenissen; hij kan evenwel niet dienen voor de betaling van schuldeisers die reeds voorzien zijn van een andere waarborg, binnen de limiet van deze laatste;
  2° de regels betreffende de plichtenleer;
  3° de statistische gegevens die jaarlijks aan de door de Regering aangestelde ambtenaar moeten worden verstrekt;
  4° het model van het schild verleend aan de houder van een vergunning afgegeven overeenkomstig artikel 2, § 1 of § 2, 1°, en het gebruik dat ervan moet worden gemaakt;
  5° de vermeldingen die moeten of kunnen voorkomen op de vergunningen, op de beroepsdocumenten en in de reclame.
  ----------
  (1)<ORD 2017-12-07/16, art. 7, 003; Inwerkingtreding : 01-03-2018>

  Art. 9. § 1. De in artikel 2 bedoelde vergunning kan, al naargelang het geval, worden geweigerd, opgeschort of ingetrokken :
  1° indien de in artikel 2 bepaalde of overeenkomstig artikel6 vastgestelde voorwaarden, of de met toepassing van artikel8 opgelegde verplichtingen niet of niet meer worden nageleefd;
  2° indien de aanvrager of de houder van de vergunning een beheerder, een zaakvoerder of een van de personen is die belast zijn met het dagelijks beheer van de onderneming :
  a) failliet werd verklaard in een onderneming met als doel de in artikel 2, § 1, omschreven activiteit of een van de hoedanigheden van beheerder, van zaakvoerder of van persoon belast met het dagelijks beheer in zo'n onderneming bezat op het ogenblik waarop die laatste failliet werd verklaard;
  b) in België of in het buitenland veroordeeld werd door een in kracht van gewijsde getreden gerechtelijke beslissing voor een van de overtredingen bedoeld in boek II, titel III, hoofdstukken I tot V, titel VII, hoofdstukken IV tot VII, titel VIII, hoofdstukken I, IV en VI, en titel IX, hoofdstukken I en II van het Strafwetboek.
  Er wordt geen rekening gehouden met de voorwaardelijke veroordelingen zolang de uitvoering van de uitgesproken straffen opgeschort is;
  3° indien het bedrag van de betwiste schulden van de houder van de vergunning en gewaarborgd door de borgtocht het bedrag hiervan bereikt.
  § 2. Indien de door de Regering aangestelde ambtenaar vaststelt dat de houder van een vergunning zich in een van de in § 1 bedoelde gevallen bevindt, dan licht hij hierover de betrokkene in met een ter post aangetekend schrijven en maakt de zaak aanhangig bij het technisch comité.
  Het technisch comité nodigt de betrokkene uit om te verschijnen, begeleid door een persoon naar keuze en die zo nodig een geschreven memorie kan indienen, eventueel met bewijsstukken. De oproep gebeurt via aangetekende zending.
  Na de betrokkene te hebben gehoord, bezorgt het technisch comité haar advies aan de ambtenaar die is aangesteld door de Regering.
  De door de Regering aangestelde ambtenaar kan de vergunning opschorten of intrekken. Deze beslissing wordt aan de betrokkene meegedeeld bij een ter post aangetekend schrijven.
  § 3. De betrokkene mag via aangetekende zending een met redenen omkleed beroep indienen bij de Regering tegen de beslissing tot weigering, opschorting of intrekking van de vergunning genomen door de ambtenaar aangeduid door de Regering binnen een termijn van vijftien dagen na de officiële kennisgeving.
  In geval van intrekking of schorsing van de vergunning, kan het beroep opschortend werken.
  De Regering deelt haar beslissing mee via aangetekende zending binnen 45 dagen na ontvangst van het beroep.

  Art. 10. Bij overlijden van de vergunninghouder kan de exploitatie van de onderneming voortgezet worden, voor zover de onderneming regelmatig geëxploiteerd is geworden tot aan het overlijden van de vergunninghouder en een nieuwe vergunningsaanvraag ingediend wordt binnen de zes maanden die volgen op het overlijden van de vergunninghouder.
  De exploitatie zal onmiddellijk moeten stoppen vanaf de kennisgeving van een definitieve beslissing tot weigering of na de zes maanden die volgen op het overlijden van de vergunninghouder, indien er geen enkele nieuwe aanvraag om vergunning werd ingediend binnen die termijn.

  Art. 11. De Regering richt een technisch comité op dat belast is met het :
  1° geven van een advies over de reglementeringsontwerpen betreffende de reisagentschappen;
  2° geven van een advies inzake de toekenning, weigering, opschorting of intrekking van de vergunningen.
  De Regering bepaalt de samenstelling van dit comité, alsmede de duur van het mandaat van de leden ervan.

  Art. 12. § 1. 1° Met gevangenisstraf van 8 dagen tot een maand en een geldboete van 100 tot 10.000 euro, of met een van deze straffen alleen, wordt gestraft hij die :
  a) de in artikel 2, § 1 omschreven activiteit uitoefent zonder de vereiste vergunning;
  b) artikel 2, 3 of 7 overtreedt.
  2° Met een gevangenisstraf van 8 dagen tot 15 dagen en een geldboete van 100 à 500 euro, of met een van deze straffen alleen, wordt gestraft hij die het in artikel 8 bedoeld schild in zijn bezit heeft zonder houder te zijn van de in artikel 2 bedoelde vergunning, of meer dan 10 dagen na de stopzetting van de activiteit, de intrekking of de schorsing van de genoemde vergunning overeenkomstig artikel 9 van onderhavige ordonnantie.
  De hoven en rechtbanken kunnen bovendien de dader van een of meerdere van de in deze paragraaf bedoelde overtredingen verbieden, gedurende een periode van een tot 12 maanden, persoonlijk of door een tussenpersoon, de in artikel 2, § 1 omschreven activiteiten uit te oefenen.
  Bij recidive kan het verbod definitief worden.
  Het verbod heeft uitwerking acht volle dagen na de dag dat de beslissing die het verbod uitspreekt in kracht van gewijsde is getreden.
  De personen die volgens artikel 1384 van het Burgerlijk Wetboek burgerrechtelijk aansprakelijk zijn, zijn gehouden tot het betalen van de geldboete.
  Alle bepalingen van Boek I van het Strafwetboek, met uitzondering van zijn hoofdstuk VII en van artikel 85, zijn van toepassing op de door onderhavige ordonnantie omschreven overtredingen.
  § 2. Behalve de in vorige paragraaf voorziene strafbepalingen, beveelt de rechter, op verzoek van de door de Regering aangestelde ambtenaar, tot de stopzetting van de onrechtmatige handeling, op straffe van een dwangsom.
  Het Gewest kan ageren voor de politie- of correctionele rechtbank om de veroordeling te bekomen tot de stopzetting van de onrechtmatige handeling, bovenop de in artikel 12 voorziene strafbepalingen.
  Het kan eveneens ageren voor de burgerlijke rechtbank om de veroordeling te bekomen tot de stopzetting van de onrechtmatige handeling.
  De rechtsvordering wordt opgesteld en behandeld volgens de vormen van het kortgeding.

  Art. 13. § 1. Onverminderd de verplichtingen van de officieren van de gerechtelijke politie, zijn de door de Regering aangeduide ambtenaren belast met het waken over de naleving van de door of overeenkomstig onderhavige ordonnantie vastgestelde regels. Hiertoe kunnen zij bij de uitoefening van hun opdracht :
  1° zich toegang verschaffen tot elke plaats, zelfs gesloten en overdekt, wanneer zij ernstige redenen hebben om te geloven in het bestaan van een overtreding van de ordonnantie of van haar uitvoeringsbesluiten en dit, tussen 8 uur en 19 uur; indien het gaat over een woonplaats, ook al is deze tijdelijk, dan is de schriftelijke toestemming van de houder van de vergunning, van de bewoner(s) of de voorafgaande toelating van de onderzoeksrechter vereist, die nagaat of er aanwijzingen van een overtreding bestaan;
  2° de bijstand van de politie inroepen;
  3° overgaan, op basis van ernstige aanwijzingen van een overtreding, tot elk onderzoek, elke controle en enquête, en alle inlichtingen inwinnen die nuttig worden geacht om zich ervan te verzekeren dat de bepalingen van de ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten worden nageleefd, en met name :
  a) elk persoon ondervragen over elk feit waarvan de kennis nuttig is voor de uitvoering van het toezicht, en van deze ondervragingen processen-verbaal opstellen die rechtsgeldig zijn tot het bewijs van het tegendeel;
  b) zich zonder verplaatsing elk document, stuk of elke titel laten voorleggen of opzoeken die nuttig zijn voor de vervulling van hun opdracht, er een fotokopie of ander afschrift van nemen, of het meenemen tegen ontvangstbewijs.
  De in het eerste lid bedoelde ambtenaren bezitten de hoedanigheid van officieren van de gerechtelijke politie. Zij moeten de eed afleggen voor de rechtbank van eerste aanleg van hun standplaats.
  § 2. In geval van een overtreding van onderhavige ordonnantie of haar uitvoeringsbesluiten, kunnen de in § 1 bedoelde ambtenaren :
  1° aan de overtreder een termijn opleggen die hem moet toelaten om zich in orde te stellen; deze termijn kan slechts eenmaal worden verlengd; de door de Regering aangestelde ambtenaar licht de Procureur des Konings in over de getroffen maatregelen; bij het verstrijken van de termijn of, al naargelang het geval, van de verlenging, stelt de door de Regering aangestelde ambtenaar een verslag op; de door de Regering aangestelde ambtenaar maakt het binnen tien dagen bij een ter post aangetekend schrijven over aan de overtreder en aan de Procureur des Konings;
  2° een rechtsgeldig proces-verbaal opstellen tot bewijs van het tegendeel; de door de Regering aangestelde ambtenaar maakt dit proces-verbaal bij een ter post aangetekend schrijven met ontvangstbewijs over aan de Procureur des Konings en aan de overtreder, en dit binnen de tien dagen die volgen op de datum waarop het is opgesteld of na het verstrijken van de in het 1° bedoelde termijn.
  Hiervan wordt een kopie binnen dezelfde termijn overgemaakt aan de burgemeester van de gemeente waar de betrokken activiteit wordt uitgeoefend en, bij een ter post aangetekend schrijven met bewijs van ontvangst, aan de houder van de vergunning.

  Art. 14.§ 1. Bij een overtreding van de artikelen 2, 3 of 7 van onderhavige ordonnantie of van de bepalingen genomen in uitvoering van deze artikelen, evenals in geval van belediging of ernstige bedreiging ten aanzien van de gemandateerde beambten, of bij weigering of opzettelijke verhindering van de uitoefening van het in artikel13 voorziene inspectierecht, krijgt de overtreder een administratieve boete waarvan het bedrag niet hoger kan zijn dan [1 4.160 ]1 euro.
  Elke persoon, die, in de zin van artikel 12, § 2, onrechtmatig in het bezit is van het in artikel 8 bedoelde schild, krijgt een administratieve boete waarvan het bedrag niet hoger kan zijn dan [1 833 ]1 euro.
  § 2. [1 De bepalingen van de ordonnantie van 9 juli 2015 houdende geharmoniseerde regels betreffende de administratieve geldboeten bepaald bij de wetgeving op het vlak van werkgelegenheid en economie zijn van toepassing op de administratieve geldboeten bepaald in § 1. ]1
  § 3.[1 ...]1
  § 4. [1 ...]1
  § 5. [1 ...]1
  § 6. [1 ...]1
  § 7. [1 ...]1
  § 8. [1 ...]1
  ----------
  (1)<ORD 2017-12-07/10, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 29-12-2017>

  Art. 15. De wet van 21 april 1965 houdende het statuut van de reisbureaus wordt opgeheven.
  De houders van een in uitvoering van de wet van 21 april 1965 houdende het statuut van de reisagentschappen afgegeven vergunning zijn geacht houder te zijn van een overeenkomstig onderhavige ordonnantie afgeleverde vergunning en blijven die genieten, waarbij ze onderworpen zijn aan de door onderhavige ordonnantie vastgelegde regels.
  De personen, die tijdens de periode van vijf jaar voor de inwerkingtreding van onderhavige ordonnantie werden tewerkgesteld door een vergunde onderneming, voltijds gedurende een jaar of deeltijds gedurende drie jaar, worden verondersteld te voldoen aan de in artikel 6, § 2, 1° voorgeschreven voorwaarden.

  Art. 16.De Regering bepaalt de datum van inwerkingtreding van onderhavige ordonnantie.
  
  (NOTA : inwerkingtreding van art. 11, 1°, vastgesteld op 03-08-2011 door BESL 2011-07-07/08, art. 11, tweede lid)
  (NOTA : inwerkingtreding van art. 11, tweede lid, vastgesteld op 03-08-2011 door BESL 2012-09-27/04, art. 30, tweede lid)
  (NOTA : inwerkingtreding vastgesteld op 18-10-2012 door BESL 2012-09-27/04, art. 30, eerste lid)

  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze ordonnantie af, bevelen dat ze in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 22 april 2010.
De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Openbare Netheid en Ontwikkelingssamenwerking,
Ch. PICQUE
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Financiën, Begroting, Openbaar Ambt en Externe Betrekkingen,
J.-L. VANRAES
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Leefmilieu, Energie, Waterbeleid, Stadsvernieuwing, Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp en Huisvesting,
Mevr. E. HUYTEBROECK
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Openbare Werken en Vervoer,
Mevr. B. GROUWELS
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Tewerkstelling, Economie en Wetenschappelijk Onderzoek,
B. CEREXHE

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • ORDONNANTIE (BRUSSEL) VAN 07-12-2017 GEPUBL. OP 20-12-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : OPSCHRIFT; 1; 3; 4; 6; 8)
  • originele versie
  • ORDONNANTIE (BRUSSEL) VAN 07-12-2017 GEPUBL. OP 19-12-2017
    (GEWIJZIGD ART. : 14)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Gewone zitting 2009-2010. Documenten van het Parlement. - Ontwerp van ordonnantie, A-72/1. Verslag, A-72/2. Integraal verslag. - Bespreking en aanneming. Vergadering van vrijdag 26 maart 2010.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 5 uitvoeringbesluiten 2 gearchiveerde versies
    Franstalige versie