J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers Senaat
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2009/04/14/2009000258/justel

Titel
14 APRIL 2009. - Wet houdende verscheidene wijzigingen inzake verkiezingen

Bron :
BINNENLANDSE ZAKEN
Publicatie : 15-04-2009 nummer :   2009000258 bladzijde : 30493   BEELD
Dossiernummer : 2009-04-14/01
Inwerkingtreding : 15-04-2009

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Wjzigingen aan het Strafwetboek
Art. 2-20
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Kieswetboek
Art. 21-37
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wet tot wijziging van de wet van 12 januari 1989 tot regeling van de wijze waarop het Brusselse Hoofdstedelijk Parlement en de Brusselse leden van het Vlaams Parlement verkozen worden
Art. 38-47
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van de wet van 6 juli 1990 tot regeling van de wijze waarop het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap wordt verkozen
Art. 48-58
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur
Art. 59-68
HOOFDSTUK 7. - Overgangs- en slotbepalingen
Art. 69-70
BIJLAGE.
Art. N1

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

  HOOFDSTUK 2. - Wjzigingen aan het Strafwetboek

  Art. 2. Artikel 31 van het Strafwetboek, gewijzigd bij de wetten van 12 april 1894, 10 juli 1996, 29 april 2001 en 8 juni 2006, wordt aangevuld met een lid luidende :
  " De arresten van veroordeling bedoeld in het vorige lid kunnen bovendien tegen de veroordeelden de ontzetting van het kiesrecht uitspreken, voor hun leven of voor twintig jaar tot dertig jaar. "

  Art. 3. In de Franse tekst van artikel 32 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 23 januari 2003, wordt het woord " énumérés " vervangen door het woord " visés ".

  Art. 4. In artikel 33 van hetzelfde Wetboek worden de woorden " artikel 31 " vervangen door de woorden " artikel 31, eerste lid ".

  Art. 5. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 33bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 33bis. De hoven en de rechtbanken zullen de tot correctionele straffen veroordeelden kunnen ontzetten van de uitoefening van het recht bedoeld in artikel 31, tweede lid, voor een termijn van vijf jaar tot tien jaar. "

  Art. 6. In artikel 84, tweede lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden " artikel 31 " vervangen door de woorden " artikel 31, eerste lid ".

  Art. 7. In artikel 85, vierde lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 9 april 1930, worden de woorden " artikel 31 " vervangen door de woorden " artikel 31, eerste lid ".

  Art. 8. In artikel 123quinquies, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 juli 1934 en gewijzigd bij de wet van 31 december 1939, worden de woorden " artikel 31 " vervangen door de woorden " artikel 31, eerste lid ".

  Art. 9. In artikel 135bis, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 juli 1939, worden de woorden " artikel 31 " vervangen door de woorden " artikel 31, eerste lid ".

  Art. 10. In artikel 147, vierde lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden " artikel 31 " vervangen door de woorden " artikel 31, eerste lid ".

  Art. 11. In artikel 234, tweede lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden " artikel 31 " vervangen door de woorden " artikel 31, eerste lid ".

  Art. 12. In artikel 237, eerste lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden " artikel 31 " vervangen door de woorden " artikel 31, eerste lid ".

  Art. 13. In artikel 239, tweede lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden " artikel 31 " vervangen door de woorden " artikel 31, eerste lid ".

  Art. 14. In artikel 254, tweede lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden " artikel 31 " vervangen door de woorden " artikel 31, eerste lid ".

  Art. 15. In artikel 312 van hetzelfde Wetboek worden de woorden " artikel 31 " vervangen door de woorden " artikel 31, eerste lid ".

  Art. 16. In artikel 378 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 28 november 2000, worden de woorden " artikel 31 " vervangen door de woorden " artikel 31, eerste lid ".

  Art. 17. In artikel 382, § 1, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 28 november 2000, worden de woorden " artikel 31 " vervangen door de woorden " artikel 31, eerste lid ".

  Art. 18. In artikel 388, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 juli 1962 en vernummerd en gewijzigd bij de wet van 28 november 2000, worden de woorden " artikel 31 " vervangen door de woorden " artikel 31, eerste lid ".

  Art. 19. In artikel 433novies, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2005, worden de woorden " artikel 31 " vervangen door de woorden " artikel 31, eerste lid ".

  Art. 20. In artikel 433terdecies, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2005, worden de woorden " artikel 31 " vervangen door de woorden " artikel 31, eerste lid ".

  HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Kieswetboek

  Art. 21. Artikel 6 van het Kieswetboek, gewijzigd bij de wet van 5 juli 1976, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 6. Van het kiesrecht zijn definitief uitgesloten en tot de stemming mogen niet worden toegelaten zij die levenslang ontzet zijn van de uitoefening van het kiesrecht door veroordeling. "

  Art. 22. Artikel 7, eerste lid, 2°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet 21 december 1994, wordt vervangen als volgt :
  " 2° zij die voor een bepaalde duur ontzet zijn van de uitoefening van het kiesrecht door veroordeling. "

  Art. 23. Artikel 9 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 5 juli 1976, en artikel 9bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 5 juli 1976, worden opgeheven.

  Art. 24. In artikel 17 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 30 juli 1991 en 27 december 2004, alsmede bij het koninklijk besluit van 5 april 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, tweede lid, wordt het woord " en " vervangen door de woorden " of volgens zijn keuze ";
  2° paragraaf 3 wordt aangevuld met een lid luidende :
  " De exemplaren of afschriften van de kiezerslijst die afgeleverd worden bij toepassing van de §§ 1 en 2 mogen hun identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen niet vermelden. "

  Art. 25. In artikel 94, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 5 april 1994, wordt het woord " twintig " vervangen door het woord " zevenentwintig ".

  Art. 26. In artikel 94bis van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 2 april 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, derde lid, wordt het woord " twintig " vervangen door het woord " zevenentwintig ";
  2° in paragraaf 2 wordt tussen het derde en het vierde lid een lid ingevoegd luidende :
  " Het hoofdbureau van de kieskring Waals-Brabant voor de verkiezing van de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers, gevestigd te Nijvel, zetelt eveneens als provinciehoofdbureau voor de verkiezing van de Senaat. "

  Art. 27. In artikel 95, § 4, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 11 maart 2003, alsmede bij het koninklijk besluit van 5 april 1995, wordt het derde lid vervangen als volgt :
  " Deze personen worden aangewezen in de hierna vermelde volgorde :
  1° de magistraten van de Rechterlijke Orde;
  2° de gerechtelijke stagiairs;
  3° de advocaten en de advocatenstagiairs volgens hun inschrijving op het tableau of de lijst van stagiairs;
  4° de notarissen;
  5° de gerechtsdeurwaarders;
  6° de bekleders van een ambt die onder de Staat, de gemeenschappen en de gewesten ressorteren en de bekleders van een gelijkwaardige graad die ressorteren onder provincies, gemeenten en openbare centra voor maatschappelijk welzijn, onder enige instelling van openbaar nut al dan niet bedoeld in de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut of onder de autonome overheidsbedrijven bedoeld in de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven;
  7° het onderwijzend personeel;
  8° de vrijwilligers;
  9° indien nodig, de personen die aangewezen zijn onder de kiezers van de kieskring. "

  Art. 28. Artikel 101 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 30 juli 1991, wordt hersteld in de volgende lezing :
  " Art. 101. De kantonhoofdbureaus organiseren een opleiding ten behoeve van de voorzitters van de stem- en stemopnemingsbureaus van hun ambtsgebied of van de secretaris van deze bureaus. "

  Art. 29. In artikel 116, § 3, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 16 juli 1993, wordt de zin die begint met de woorden " Indien kiezers die de voordracht doen " en eindigt met de woorden " van de gemeente waar zij ingeschreven zijn " vervangen als volgt :
  " De hoedanigheid van kiezer van de kiezers die de voordracht doen, wordt vastgesteld door de gemeente waar zij ingeschreven zijn door het aanbrengen van het gemeentezegel op de voordrachtsakte. "

  Art. 30. In artikel 127, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 30 juli 1991 en 16 juli 1993 en bij het koninklijk besluit van 5 april 1995, wordt het woord " vijftiende " vervangen door het woord " tweeëntwintigste ".

  Art. 31. In artikel 147bis, § 1, 7°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 5 april 1995 en 13 februari 2007, worden de woorden " door de burgemeester van zijn woonplaats vastgesteld is, na overlegging van de nodige bewijsstukken; de Koning bepaalt het model van het attest dat door de burgemeester moet worden afgegeven " vervangen door de woorden " door de burgemeester van zijn woonplaats of zijn gemachtigde vastgesteld is, na overlegging van de nodige bewijsstukken, of, in het geval dat de kiezer zich in de onmogelijkheid bevindt een dergelijk bewijsstuk voor te leggen, op grond van een verklaring op erewoord. De Koning bepaalt het model van de verklaring op eer ingediend door de kiezer en het model van het attest dat door de burgemeester moet worden afgegeven ".

  Art. 32. In artikel 149 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 5 juli 1976 en 5 april 1995, alsmede bij het koninklijk besluit van 5 april 1994, wordt het tweede lid vervangen als volgt :
  " Elk stemopnemingsbureau wordt gesplitst in een bureau A en een bureau B. "

  Art. 33. In artikel 156, § 1, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 13 december 2002, wordt het vijfde lid opgeheven.

  Art. 34. De artikelen 161 tot 165 van hetzelfde Wetboek worden samengebracht in hoofdstuk IV/1, met als titel " Het afsluiten van de stemopnemingsverrichtingen en het doorsturen van de processen-verbaal. "

  Art. 35. In artikel 165 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 18 december 1998 en 12 augustus 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden " zowel op het niveau van het kanton als op het niveau van de kieskring, de provincie of het college " worden vervangen door de woorden " zowel op het niveau van de kieskring als op het niveau van de provincie of het college ";
  2° het artikel wordt aangevuld met drie leden luidende :
  " Voor zowel de gedeeltelijke als algemene stemmentelling gebruiken de kantons enkel de software die bij elke verkiezing door de minister van Binnenlandse Zaken wordt bezorgd en erkend, na advies van het orgaan dat daartoe door de Koning erkend is bij een in de Ministerraad overlegd koninklijk besluit.
  Voor de digitale transmissie van de resultaten en van de processen-verbaal gebruiken de hoofdbureaus enkel de software die bij elke verkiezing door de Minister van Binnenlandse Zaken wordt bezorgd en erkend, na advies van het orgaan dat daartoe door de Koning erkend is bij een in de Ministerraad overlegd koninklijk besluit.
  De software die door de stemopnemingsbureaus gebruikt wordt voor de elektronische stemmentelling, moet bij elke verkiezing door de Minister van Binnenlandse Zaken erkend worden, na advies van het orgaan dat daartoe door de Koning erkend is bij een in de Ministerraad overlegd koninklijk besluit. "

  Art. 36. In artikel 173, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 13 december 2002, wordt het vierde lid aangevuld met de volgende zin :
  " Deze kandidaten kunnen niet als gekozen opvolgers verklaard worden. "

  Art. 37. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 203bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 203bis. De waarnemers afkomstig van door België erkende internationale organisaties of afgevaardigd door andere landen kunnen gemachtigd worden alle kiesverrichtingen te volgen. Zij worden in dit geval toegelaten in de verschillende kiesbureaus op voorwaarde dat zij hun door de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken uitgereikte legitimatiekaart aan de voorzitter voorleggen. "

  HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wet tot wijziging van de wet van 12 januari 1989 tot regeling van de wijze waarop het Brusselse Hoofdstedelijk Parlement en de Brusselse leden van het Vlaams Parlement verkozen worden

  Art. 38. In artikel 3, zevende lid, van de wet van 12 januari 1989 tot regeling van de wijze waarop het Brusselse Hoofdstedelijk Parlement en de Brusselse leden van het Vlaams Parlement verkozen worden, gewijzigd bij de wetten van 16 juli 1993 en 11 april 1994, worden de woorden " en de hoofdverblijfplaats " vervangen door de woorden " , de hoofdverblijfplaats en het identificatienummer bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen ".

  Art. 39. In artikel 3bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 31 maart 1989 en gewijzigd bij de wetten van 16 juli 1993 en 27 maart 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden " , op papieren drager of naargelang zijn keuze op gestandaardiseerde informaticadrager, " ingevoegd tussen de woorden " kosteloos " en de woorden " twee exemplaren ";
  2° paragraaf 3 wordt aangevuld met een lid luidende :
  " De exemplaren of afschriften van de kiezerslijst die afgeleverd worden bij toepassing van de §§ 1 en 2 mogen het identificatienummer, dat bedoeld wordt in artikel 2, tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, niet vermelden. "

  Art. 40. In artikel 6 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 16 juli 1993 en 27 maart 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid, worden de woorden " 101, " tussen de woorden " 100, " en " 102 " ingevoegd;
  2° in het tweede lid, wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt :
  " 2° in artikel 95, § 4, derde lid, 9°, in plaats van de woorden " tussen de kiezers van de kieskring ", de woorden " tussen de kiezers voor het Parlement; ".

  Art. 41. In dezelfde wet wordt een artikel 6bis ingevoegd luidende :
  " Art. 6bis. De voorzitter van het gewestbureau en de voorzitters van de kantonhoofdbureaus bedoeld in artikel 93 van het Kieswetboek, delen via elektronische weg hun gegevens mee aan de Minister van Binnenlandse Zaken, uiterlijk op de datum die vastgesteld werd in artikel 3 van de onderhavige wet voor het opmaken van de kiezerslijst. "

  Art. 42. In artikel 11, § 1, van dezelfde wet, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
  " De kandidaten, die overeenkomstig artikel 17, § 3, 1°, van de bijzondere wet voorgedragen worden, moeten de hoedanigheid van kiezer van de kiezers, die de voordracht doen, laten erkennen door de gemeente waar zij ingeschreven zijn, door middel van het aanbrengen van het gemeentezegel op de voordrachtsakte. "

  Art. 43. Artikel 14, § 2, tweede lid, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " De naam en de voornaam van elke kandidaat op de lijst worden voorafgegaan door het volgnummer en worden gevolgd door een kleiner stemvak. "

  Art. 44. Artikel 17, § 2, vijfde lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 2 maart 2004, wordt opgeheven.

  Art. 45. In artikel 19, § 1, van dezelfde wet, worden het tiende en het elfde lid, gewijzigd bij de wet van 5 april 1995, vervangen als volgt :
  " De voorzitter van het kantonhoofdbureau of de persoon die hij daartoe aanwijst, deelt aan de voorzitter van de regering en aan de minister van Binnenlandse Zaken, onverwijld en via elektronische weg, en gebruikmakend van de elektronische handtekening met behulp van zijn identiteitskaart, het totaal aantal neergelegde stembiljetten, het totaal aantal geldige stembiljetten, het totaal aantal blanco en ongeldige stembiljetten mee, alsmede, voor elke lijst, per taalstelsel en gerangschikt volgens volgnummer, het stemcijfer zoals bepaald in artikel 20, § 1, van de bijzondere wet, en het totaal aantal naamstemmen dat door elke kandidaat-titularis of kandidaat-opvolger behaald werd.
  De voorzitter van het kantonhoofdbureau verstuurt onverwijld en via digitale weg, en gebruikmakend van zijn elektronische handtekening, uitgebracht met behulp van zijn identiteitskaart, het proces-verbaal van zijn bureau, dat de samenvattende tabel bevat, naar de voorzitter van het gewestbureau, die er de ontvangst van bevestigt, en naar de Minister van Binnenlandse Zaken. De dubbele exemplaren van de stemopnemingstabellen en een papieren versie van het proces-verbaal met daarop de samenvattende tabel worden eveneens bezorgd aan de voorzitter van het gewestbureau. "

  Art. 46. In artikel 20 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 16 juli 1993, 22 januari 2002 en 27 maart 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1, tweede lid, wordt vervangen als volgt :
  " Onmiddellijk na deze afkondiging verstuurt de voorzitter van het gewestbureau onverwijld en via digitale weg, en gebruikmakend van zijn elektronische handtekening, uitgebracht met behulp van zijn identiteitskaart, het proces-verbaal van zijn bureau naar de Minister van Binnenlandse Zaken, naar de griffier van het Parlement van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest en, wat de verkiezing van de leden van het Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreft, naar de voorzitter van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en wat de rechtstreekse verkiezing van de Brusselse leden van het Vlaams Parlement betreft, naar de voorzitter van de Vlaamse Regering. ";
  2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden " Het proces-verbaal van de verkiezing " vervangen door de woorden " Een papieren versie van het proces-verbaal " en de woorden " binnen drie dagen " door " binnen vijf dagen ".

  Art. 47. Het als bijlage bij dezelfde wet gevoegde model van stembiljet II, gewijzigd bij de wetten van 22 januari 2002, 2 maart 2004 en 26 maart 2006, wordt vervangen door het model II, gevoegd als bijlage bij deze wet.

  HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van de wet van 6 juli 1990 tot regeling van de wijze waarop het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap wordt verkozen

  Art. 48. In artikel 7, § 1, vierde lid, van de wet van 6 juli 1990 tot regeling van de wijze waarop het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap wordt verkozen, gewijzigd bij de wet van 11 april 1994, worden de woorden " en de hoofdverblijfplaats " vervangen door de woorden " , de hoofdverblijfplaats en het identificatienummer bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen ".

  Art. 49. In artikel 7bis van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 16 juli 1993 en 27 maart 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden " , op een papieren drager of naargelang zijn keuze op een gestandaardiseerde informaticadrager, " ingevoegd tussen het woord " kosteloos " en de woorden " twee exemplaren ";
  2° paragraaf 3 wordt aangevuld met een lid luidende :
  " De exemplaren of afschriften van de kiezerslijst die afgeleverd worden bij toepassing van de paragrafen 1 en 2 mogen het identificatienummer, dat bedoeld wordt in artikel 2, tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, niet vermelden. ".

  Art. 50. Artikel 11 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, wordt aangevuld met een paragraaf 6 luidende :
  " De voorzitters van de hoofdbureaus die bedoeld worden in paragrafen 2 en 3, delen, uiterlijk op de in artikel 7 vastgestelde datum voor het opmaken van de kiezerslijst, via digitale weg hun gegevens mee aan de minister van Binnenlandse Zaken. "

  Art. 51. In artikel 14 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 16 juli 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1, eerste lid, wordt aangevuld als volgt :
  " 4° de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters van de stembureaus. ";
  2° in paragraaf 1 wordt het derde lid vervangen als volgt :
  " De in het eerste lid, 1° tot 3° vermelde personen worden aangewezen in de hierna vermelde volgorde :
  1° de magistraten van de Rechterlijke Orde;
  2° de gerechtelijke stagiairs;
  3° de advocaten en de advocatenstagiairs volgens hun inschrijving op het tableau of de lijst van stagiairs;
  4° de notarissen;
  5° de gerechtsdeurwaarders;
  6° de bekleders van een ambt die ressorteren onder de Staat, de gemeenschappen en de gewesten, de provincies, de gemeenten en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, onder enige instelling van openbaar nut al dan niet bedoeld in de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut of onder de autonome overheidsbedrijven bedoeld in de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven;
  7° het onderwijzend personeel;
  8° de vrijwilligers;
  9° indien nodig, de personen die aangewezen zijn onder de kiezers voor het Parlement. ";
  3° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid luidende :
  " De overheden die de in het vorig lid onder 6° en 7° bedoelde personen tewerkstellen, delen de naam, de voornamen, het adres en het beroep van die personen mee aan de gemeentebesturen waar zij hun hoofdverblijfplaats hebben. ";
  4° In paragraaf 4 wordt de zin die aanvangt met de woorden " De bijzitters en de plaatsvervangende bijzitters " en eindigt met de woorden " en kunnen lezen en schrijven " vervangen als volgt :
  " De bijzitters en de plaatsvervangende bijzitters worden, ten minste twaalf dagen vóór de verkiezing aangewezen, onder de kiezers van de afdelingen die kunnen lezen en schrijven door de voorzitter van het kieskringhoofdbureau - voor wat het kanton Eupen betreft - en door de voorzitter van het kantonhoofdbureau van Sankt-Vith. ";
  5° in paragraaf 4 wordt de derde zin, die aanvangt met de woorden " De voorzitter geeft dadelijk " en eindigt met de woorden " kennis van die aanwijzingen. " opgeheven;
  6° in paragraaf 5 wordt het eerste lid vervangen als volgt :
  " Binnen achtenveertig uur na de aanwijzing van de bijzitters en de plaatsvervangende bijzitters van de stembureaus, brengt de voorzitter van het kieskringhoofdbureau - voor wat het kanton Eupen betreft - en de voorzitter van het kantonhoofdbureau van Sankt-Vith hen daarvan op de hoogte via een aangetekend schrijven; bij een verhindering dienen zij, binnen achtenveertig uur na de kennisgeving hiervan, de voorzitter van het kieskringhoofdbureau - voor wat het kanton Eupen betreft - of de voorzitter van het kantonhoofdbureau van Sankt-Vith daarvan op de hoogte te brengen. ";
  7° paragraaf 5 wordt aangevuld met een lid luidende :
  " De voorzitter van het kieskringhoofdbureau - voor wat het kanton Eupen betreft - en de voorzitter van het kantonhoofdbureau van Sankt-Vith stellen elke voorzitter van een stembureau in kennis van de aanwijzing van de bijzitters en de plaatsvervangende bijzitters van zijn bureau. ";
  8° in paragraaf 7, 1°, worden in de eerste zin de woorden " , 1° tot 3° " ingevoegd na de woorden " § 1, eerste lid ";
  9° in paragraaf 7, 2°, wordt het woord " twaalf " vervangen door het woord " vierentwintig " en wordt de zin " Deze stuurt ze op zijn beurt naar de voorzitters van de stembureaus die hij aangewezen heeft overeenkomstig § 1. " opgeheven;
  10 ° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 9 luidende :
  " De kantonhoofdbureaus organiseren een opleiding ten behoeve van de voorzitters van de stem- en stemopnemingsbureaus van hun ambtsgebied of van de secretaris van deze bureaus. "

  Art. 52. In artikel 22, van dezelfde wet, wordt het achtste lid vervangen als volgt :
  " De hoedanigheid van kiezer van de kiezers die de voordracht doen, wordt erkend door de gemeente waar zij ingeschreven zijn door het aanbrengen van het gemeentezegel op de voordrachtsakte. "

  Art. 53. In artikel 26, § 2, van dezelfde wet wordt het tweede lid vervangen als volgt :
  " De naam en de voornaam van elke kandidaat op de lijst worden voorafgegaan door het volgnummer en worden gevolgd door een stemvak dat een kleinere afmeting heeft. "

  Art. 54. In artikel 39, § 3, derde lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 5 april 1995, wordt de zin " Op deze stembiljetten schrijft de voorzitter de vermelding " geldig " en zet hij zijn paraaf " opgeheven.

  Art. 55. In artikel 42, § 1, van dezelfde wet, worden het tiende en elfde lid, gewijzigd bij de wet van 5 april 1995, vervangen als volgt :
  " De voorzitter van het kieskringhoofdbureau, voor wat het kanton Eupen betreft, en de voorzitter van het kantonhoofdbureau van Sankt-Vith - of voor elk van hen de persoon die zij daartoe aanwijzen - delen aan de Minister-President van de Regering en aan de Minister van Binnenlandse Zaken onverwijld en via digitale weg, en gebruikmakend van de elektronische handtekening uitgebracht door middel van hun identiteitskaart, het totaal aantal neergelegde stembiljetten, het totaal aantal geldige stembiljetten, het totaal aantal blanco en ongeldige stembiljetten, het stemcijfer van elke lijst zoals bepaald in het negende lid, en het totaal aantal naamstemmen dat door elke kandidaat behaald werd, mee.
  De voorzitter van het kantonhoofdbureau van Sankt-Vith verstuurt onverwijld en via digitale weg, en gebruikmakend van zijn elektronische handtekening, uitgebracht met behulp van zijn identiteitskaart, het proces-verbaal van zijn bureau, dat de samenvattende tabel bevat, naar de voorzitter van het kieskringhoofdbureau, die er de ontvangst van bevestigt, en naar de Minister van Binnenlandse Zaken. De dubbele exemplaren van de stemopnemingstabellen en een papieren versie van het proces-verbaal met daarop de samenvattende tabel worden eveneens bezorgd aan de voorzitter van het kieskringhoofdbureau.
  De voorzitter van het kieskringhoofdbureau, voor wat het kanton Eupen betreft, verstuurt eveneens, onverwijld en via digitale weg en gebruikmakend van zijn elektronische handtekening, uitgebracht met behulp van zijn identiteitskaart, het proces-verbaal van zijn bureau, dat de samenvattende tabel bevat, naar de minister van Binnenlandse Zaken. "

  Art. 56. In artikel 46, van dezelfde wet wordt het tweede lid vervangen als volgt :
  " Onmiddellijk na die afkondiging bezorgt de voorzitter van het kieskringhoofdbureau onverwijld en via digitale weg, en gebruikmakend van zijn elektronische handtekening uitgebracht door middel van zijn identiteitskaart, het proces-verbaal van zijn bureau aan de griffier van het parlement, aan de voorzitter van de regering en aan de Minister van Binnenlandse Zaken. "

  Art. 57. In artikel 47, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006 worden de woorden " Het proces-verbaal van de verkiezing " vervangen door de woorden " Een papieren versie van het proces-verbaal van de verkiezing " en de woorden " binnen drie dagen " worden vervangen door de woorden " binnen vijf dagen ".

  Art. 58. Het als bijlage bij dezelfde wet gevoegde model van stembiljet II, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, wordt vervangen door het model II, gevoegd als bijlage bij deze wet.

  HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur

  Art. 59. In artikel 2, zevende lid, van de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur, gewijzigd bij de wet van 11 april 1994, worden de woorden " en de hoofdverblijfplaats " vervangen door de woorden " , de hoofdverblijfplaats en het identificatienummer bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen ".

  Art. 60. In artikel 3 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden " , op papieren drager of naargelang zijn keuze op gestandaardiseerde informaticadrager, " ingevoegd tussen de woorden " kosteloos " en " twee exemplaren ";
  2° paragraaf 3 wordt aangevuld met een lid luidende :
  " De exemplaren of afschriften van de kiezerslijst die afgeleverd worden bij toepassing van de §§ 1 en 2 mogen het identificatienummer, dat bedoeld wordt in artikel 2, tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, niet vermelden. "

  Art. 61. In artikel 7, eerste lid, van de dezelfde wet, wordt het woord " 101, " tussen de woorden " 100, " en " 102 " ingevoegd.

  Art. 62. In dezelfde wet wordt een artikel 7bis ingevoegd luidende :
  " Art. 7bis. De voorzitters van de kieskring- en kantonhoofdbureaus die respectievelijk bedoeld worden in artikel 26quater van de bijzondere wet en in artikel 93 van het Kieswetboek, delen, uiterlijk op de in artikel 2 vastgestelde datum voor het opmaken van de kiezerslijst, via digitale weg hun contactgegevens mee aan de Minister van Binnenlandse Zaken. "

  Art. 63. In artikel 14, van dezelfde wet, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
  " De kandidaten, die door kiezers worden voorgedragen, moeten de hoedanigheid van kiezer van deze kiezers laten erkennen door de gemeente waar zij ingeschreven zijn, door middel van het aanbrengen van het gemeentezegel op de voordrachtsakte. "

  Art. 64. In artikel 17, § 2, van dezelfde wet wordt het tweede lid vervangen als volgt :
  " De naam en de voornaam van elke kandidaat op de lijst worden voorafgegaan door het volgnummer en worden gevolgd door een kleiner stemvak. ".

  Art. 65. In artikel 20, § 2, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 2 maart 2004, wordt het vijfde lid opgeheven.

  Art. 66. In artikel 22, § 1,van dezelfde wet, worden het tiende en het elfde lid, gewijzigd bij de wet van 5 april 1995, vervangen als volgt :
  " De voorzitter van het kantonhoofdbureau of de persoon die hij daartoe aanwijst, deelt aan de Minister van Binnenlandse Zaken en, naargelang van het geval, aan de voorzitter van de Vlaamse Regering of aan de voorzitter van de Waalse Regering, onverwijld en via elektronische weg, en gebruikmakend van de elektronische handtekening met behulp van zijn identiteitskaart, het totaal aantal neergelegde stembiljetten, het totaal aantal geldige stembiljetten, het totaal aantal blanco en ongeldige stembiljetten, het stemcijfer van elke lijst en het totaal aantal naamstemmen, dat door elke kandidaat behaald werd, mee.
  De voorzitter van het kantonhoofdbureau verstuurt onverwijld en via digitale weg, en gebruikmakend van zijn elektronische handtekening, uitgebracht met behulp van zijn identiteitskaart, het proces-verbaal van zijn bureau, dat de samenvattende tabel bevat, naar de voorzitter van het kieskringhoofdbureau, die er de ontvangst van bevestigt, en naar de Minister van Binnenlandse Zaken. De dubbele exemplaren van de stemopnemingstabellen en een papieren versie van het proces-verbaal met daarop de samenvattende tabel worden eveneens bezorgd aan de voorzitter van het kieskringhoofdbureau. "

  Art. 67. In artikel 23 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, wordt het tweede lid vervangen als volgt :
  " Onmiddellijk na deze afkondiging verstuurt de voorzitter van het kieskringhoofdbureau onverwijld en via digitale weg, en gebruikmakend van zijn elektronische handtekening, uitgebracht met behulp van zijn identiteitskaart, het proces-verbaal van zijn bureau, naar de griffier, naargelang van het geval, van het Vlaams of Waals Parlement, naar de minister van Binnenlandse Zaken, en naargelang van het geval, naar de voorzitter van de Vlaamse Regering of naar de voorzitter van de Waalse Regering. ";
  2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden " Het proces-verbaal van de verkiezing " vervangen door de woorden " Een papieren versie van het proces-verbaal van de verkiezing " en de woorden " binnen drie dagen " worden vervangen door de woorden " binnen vijf dagen ".

  Art. 68. De als bijlage bij dezelfde wet gevoegde modellen van stembiljet II (a) tot II (c), gewijzigd bij de wetten van 2 maart 2004 en 27 maart 2006, worden vervangen door de modellen II (a) tot II (c), gevoegd als bijlage bij deze wet.

  HOOFDSTUK 7. - Overgangs- en slotbepalingen

  Art. 69. De wijzigingen aangebracht aan het Kieswetboek door de artikelen 21 tot 23 van onderhavige wet zijn niet van toepassing op de daders van misdrijven, die op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wijzigingen het voorwerp waren van een definitieve veroordeling.

  Art. 70. Deze wet treedt in werking op de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
  Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  
  Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 14 april 2009.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Binnenlandse Zaken,
  G. DE PADT
  De Minister van Justitie,
  S. DE CLERCK
  Met 's Lands zegel gezegeld :
  De Minister van Justitie,
  S. DE CLERCK

  BIJLAGE.

  Art. N1. Bijlage 1.
  ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 15-04-2009, p. 30502 )

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
    Gewone zitting 2008-2009. Kamer van volksvertegenwoordigers. Parlementaire bescheiden. - Wetsontwerp, nr. 1799/1. - Erratum, nr. 1799/2. - Amendementen, nr. 1799/3. - Amendementen, nr. 1799/4. - Verslag, nr. 1799/5. - Tekst aangenomen door de commissie, nr. 1799/6. - Amendementen, nr. 1799/7. - Verslag, nr. 1799/8. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat, nr. 1799/9. Integraal Verslag : 26 maart 2009. Senaat. Parlementaire bescheiden. - Ontwerp overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers, nr. 4-1253/1. - Amendementen, nr. 4-1253/2. - Verslag, nr. 4-1253/3. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd, nr. 4-1253/4. Handelingen van de Senaat : 2 april 2009.

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Franstalige versie