J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 25 uitvoeringbesluiten 3 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/ordonnantie/2009/01/22/2009031043/justel

Titel
22 JANUARI 2009. - Ordonnantie houdende de organisatie van het parkeerbeleid en de oprichting van het Brussels Hoofdstedelijk Parkeeragentschap
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 30-01-2009 en tekstbijwerking tot 27-07-2016)

Bron : BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Publicatie : 30-01-2009 nummer :   2009031043 bladzijde : 7287       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2009-01-22/32
Inwerkingtreding : 01-03-2009

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
Art. 1-2
HOOFDSTUK II. - Middelen.
Art. 3
HOOFDSTUK III. - Gereglementeerde zones.
Art. 4-8
HOOFDSTUK IV. - Gewestelijk parkeerbeleidsplan.
Afdeling 1. - Inhoud.
Art. 9
Afdeling 2. - Opmaakprocedure.
Art. 10-13
HOOFDSTUK V. - Gemeentelijke parkeeractieplannen.
Afdeling 1. - Inhoud.
Art. 14
Afdeling 2. - Procedure voor de opmaak van de gemeentelijke parkeeractieplannen.
Art. 15-21
Afdeling 3. - Gevolgen van de parkeeractieplannen.
Art. 22-24
HOOFDSTUK VI. - Brussels Hoofdstedelijk Parkeeragentschap.
Afdeling 1. - Algemene bepalingen.
Art. 25
Afdeling 2. - Samenstelling.
Art. 26
Afdeling 3. - Dagelijks bestuur.
Art. 27
Afdeling 4. - Personeel.
Art. 28
Afdeling 5. - Opdrachten.
Art. 29-31
Afdeling 6. - Beheerscontract.
Art. 32-33
Afdeling 7. - Middelen.
Art. 34-35
Afdeling 8. - Boekhouding en controle.
Art. 36
HOOFDSTUK VII. - Parkeerretributies en contrôle op de naleving van de parkeerregels.
Afdeling 1. - Parkeerretributies.
Art. 37-39
Afdeling 2. - Controle en inning.
Art. 40-42
HOOFDSTUK VIII. - Publieke parkings.
Art. 43
HOOFDSTUK IX. - Slotbepalingen.
Art. 44-46

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.

  Artikel 1. Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.

  Art. 2.Voor de toepassing van deze ordonnantie, wordt verstaan onder :
  1° parkeerplaats : ruimte op de openbare weg die bestemd is om een motorvoertuig te parkeren;
  2° voorbehouden parkeerplaats : een parkeerplaats uitsluitend bestemd [1 , naar gelang van het geval, voor voertuigen gebruikt door personen met een handicap]1, taxi's, fietsers, gemotoriseerde tweewielers, motorvoertuigen gebruikt voor het autodelen, vrachtwagens, motorvoertuigen die mensen in en uit laten stappen en goederen laden en lossen en voor elke categorie voertuigen aangeduid door de Regering;
  3° gereglementeerde zone : deel van het grondgebied van het Gewest bestaande uit parkeerplaatsen op de openbare weg en waarvan het gebruik gereglementeerd is volgens de categorie waartoe zij behoort;
  4° [1 vrijstellingskaart]1 : individuele toelating uitgereikt aan bijzondere categorieën gebruikers van parkeerplaatsen;
  5° publieke parking : elke parking die toegankelijk is voor het publiek en die beantwoordt aan de voorwaarden bedoeld in deze ordonnantie, met inbegrip van die welke aan het Gewest of elke andere publiekrechtelijke rechtspersoon toebehoren, met inbegrip van de transitparkings;
  6° parkeergeleidingssysteem : informatie- en geleidingssysteem omtrent de beschikbare plaatsen in de publieke parkings;
  7° het Parkeeragentschap : het Brussels Hoofdstedelijk Parkeeragentschap, zoals bepaald in hoofdstuk VI van deze ordonnantie;
  8° de inning : [1 het ontvangen van het geld van de parkeerautomaten, het ontvangen van betalingen in geval van overtreding van de parkeerregels]1 en de invordering van de niet-betaalde bedragen;
  9° de controle : het controleren op gemeente- en gewestwegen van het naleven van het gereglementeerd parkeren;
  [1 10° leveringszone : parkeerzone gericht op het laden en lossen;]1
  [1 zone " kiss & ride " : parkeerzone gericht op het ophalen of afzetten van personen.]1
  ----------
  (1)<ORD 2016-07-20/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  HOOFDSTUK II. - Middelen.

  Art. 3. Het parkeerbeleid beoogt een doeltreffende, coherente en overlegde organisatie van het privatieve gebruik van de gewest- en gemeentewegen. Het wil ook bijdragen aan de doelstelling om de verkeerslast te beperken. De hoofdfunctie van deze wegen als vector voor de mobiliteit, zowel voor motorvoertuigen als voor voetgangers en fietsers, wordt hierbij benadrukt.
  Het parkeerbeleid komt tot stand via :
  1° de bepaling van gereglementeerde zones;
  2° de vaststelling van een gewestelijk parkeerbeleidsplan;
  3° de vaststelling van gemeentelijke parkeeractieplannen;
  4° de oprichting van een Parkeeragentschap.

  HOOFDSTUK III. - Gereglementeerde zones.

  Art. 4.Onverminderd de mogelijkheid voor de Regering om andere aanvullende zones te creëren, waarvoor zij de maximumduur en de gebruiksvoorwaarden vastlegt, worden drie soorten gereglementeerde zones op het grondgebied van het Gewest bepaald :
  1° de rode zone [1 gericht op kortstondig parkeren]1 waarin, [1 behoudens afwijkingen vastgesteld door de Regering]1, elke gebruiker van een parkeerplaats onderworpen is aan de betaling van de parkeerretributie bedoeld in artikel 38, § 1 [1 ...]1;
  2° de groene zone waarin, [1 behoudens afwijkingen vastgesteld door de Regering]1, elke gebruiker van een parkeerplaats onderworpen is aan de betaling van de parkeerretributie bedoeld in [1 artikel 38, § 1]1;
  3° de blauwe zone waarin, [1 behoudens afwijkingen vastgesteld door de Regering]1, elke gebruiker van een parkeerplaats de beperkte parkeertijd moet naleven middels een parkeerschijf, conform artikel 27 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, op straffe van onderwerping aan de parkeerretributie bedoeld in artikel 38, § 3 [1 ...]1.
  ----------
  (1)<ORD 2016-07-20/01, art. 3, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 5. Het gebruik van een parkeerplaats is de feitelijke bezetting van deze plaats door een motorvoertuig langer dan de tijd die nodig is voor het laten instappen of uitstappen van mensen of het laden of lossen van zaken in de zin van artikel 2.23 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
  Het gebruik van een parkeerplaats in een van de in artikel 4 van deze ordonnantie bedoelde gereglementeerde zones is onderworpen aan de gebruiksvoorwaarden bepaald door deze ordonnantie of de uitvoeringsbesluiten ervan, elke weekdag van 9 uur tot 18 uur, uitgezonderd de zondagen en de wettelijke feestdagen die in het hele land gelden.
  Een gemeentelijk parkeeractieplan kan punctueel afwijken van de periode bedoeld in het tweede lid, ofwel om deze te verlengen, ofwel om deze te beperken wanneer de specificiteit van een weg of een bijzondere wijk dit verantwoordt.
  De Regering legt de toelatingsvoorwaarden voor een dergelijke afwijking vast.

  Art. 6.Met inachtneming van de regels bepaald door het ministerieel besluit van 9 januari 2007 betreffende de gemeentelijke parkeerkaart [1 worden vrijstellingskaarten uitgereikt aan]1 :
  1° buurtbewoners, wat de wijk betreft waarin zij wonen;
  2° zorgverleners die dringende medische hulp verstrekken;
  3° exploitanten van motorvoertuigen die voor het autodelen worden ingezet;
  4° [2 personen met een handicap]2.
  [2 Elke andere vrijstellingskaart]2 is gekoppeld aan een bepaald motorvoertuig. [2 Voor personen met een handicap geldt de Europese parkeerkaart voor personen met een handicap als vrijstellingskaart.]2
  De Regering kan de regels voor de uitreiking en het gebruik van [1 vrijstellingskaarten bepalen]1 met inachtneming van het [1 ...]1 koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg en van het ministerieel besluit van 9 januari 2007 betreffende de gemeentelijke parkeerkaart. Binnen dit kader, kan zij aanvullende categorieën begunstigden bepalen.
  [1 De Regering kan vrijstellingskaarten voorzien die gelden op het grondgebied van meer dan één gemeente. De Regering kan de bevoegdheid om deze vrijstellingskaarten uit te reiken aan het Parkeeragentschap of aan de gemeenten toewijzen. ]1
  ----------
  (1)<ORD 2016-04-14/04, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-06-2016>
  (2)<ORD 2016-07-20/01, art. 4, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 7. De Regering bepaalt de algemene voorwaarden betreffende de bezetting van parkeerplaatsen bij tijdelijke gebeurtenissen zoals verhuizingen, werken die het gebruik van vrachtwagens of containers vereisen of festiviteiten.
  De gemeenten blijven bevoegd voor het toestaan of weigeren van de toelatingen binnen de aldus door de Regering bepaalde algemene voorwaarden.

  Art. 8. De Regering bepaalt de regels voor het gebruik van de voorbehouden parkeerplaatsen.

  HOOFDSTUK IV. - Gewestelijk parkeerbeleidsplan.

  Afdeling 1. - Inhoud.

  Art. 9.Het gewestelijk parkeerbeleidsplan bepaalt het algemene kader van het parkeerbeleid vastgesteld door het Gewest, waarbij de samenhang verzekerd wordt in alle zowel door het Gewest als door de gemeenten genomen of te nemen beslissingen terzake en in alle fasen van voorbereiding, goedkeuring en uitvoering van deze beslissingen.
  [1 Het gewestelijk parkeerbeleidsplan wordt opgesteld in overeenstemming met het gewestelijk mobiliteitsplan zoals bedoeld in de ordonnantie tot oprichting van een kader inzake mobiliteitsplanning en tot wijziging van sommige bepalingen die een impact hebben op het vlak van mobiliteit.]1
  Het parkeerbeleidsplan bevat ten minste :
  1° een informatief luik bestaande in een beschrijving, een analyse en een evaluatie van de bestaande parkeertoestand en de vermelding van de vooropgestelde doelstellingen op basis van deze bestaande situatie, rekening houdend met de verwachte toekomstige behoeften en het gevolgde parkeerbeleid;
  2° een reglementair luik waarbij enerzijds voor het volledige grondgebied van het Gewest en anderzijds voor het grondgebied van elke gemeente die er deel van uitmaakt, het volgende bepaald wordt :
  a) het maximaal toegelaten aantal parkeerplaatsen;
  b) het aantal parkeerplaatsen voor elke zone bedoeld in artikel 4 van deze ordonnantie;
  c) het minimaal aantal voorbehouden parkeerplaatsen, alsook de bijzondere eenvormige signalisatie die ervoor gebruikt wordt indien deze signalisatie niet reeds geregeld is door het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg of elk ander koninklijk besluit tot uitvoering van de wetten gecoördineerd op 16 maart 1968 betreffende de politie van het wegverkeer.
  ----------
  (1)<ORD 2013-07-26/05, art. 25, 002; Inwerkingtreding : 13-09-2013>

  Afdeling 2. - Opmaakprocedure.

  Art. 10. § 1. De Regering stelt het ontwerp van gewestelijk parkeerbeleidsplan vast en onderwerpt het aan een openbaar onderzoek gedurende zestig dagen.
  Het openbaar onderzoek wordt aangekondigd door aanplakking in elke gemeente van het Gewest, door een bericht in het Belgisch Staatsblad en in minstens drie Franstalige en drie Nederlandstalige dagbladen die in het Gewest worden verspreid. In deze aankondigingen worden de begin- en einddatum van het onderzoek vermeld.
  Het ontwerpplan wordt gedurende zestig dagen ter inzage van de bevolking in het gemeentehuis van elke gemeente van het Gewest gelegd.
  De bezwaren en opmerkingen worden aan de Regering toegezonden binnen de termijn van het onderzoek bij een ter post aangetekende brief.
  § 2. Tegelijk met het onderzoek legt de Regering het ontwerpplan aan Mobiel Brussel, de MIVB en Leefmilieu Brussel om advies voor. De adviezen moeten bij de Regering toekomen binnen een termijn van zestig dagen na de aanvraag. Is de termijn vervallen, dan wordt het niet bezorgde advies geacht gunstig te zijn.
  § 3. Na het verstrijken van het openbaar onderzoek en van de termijn bedoeld in § 2, legt de Regering aan de gemeenten het ontwerpplan om advies voor, samen met de bezwaren, de opmerkingen en de adviezen bedoeld in de §§ 1 en 2.
  De adviezen worden door de gemeenteraden uitgebracht en moeten bij de Regering toekomen binnen een termijn van zestig dagen na de aanvraag.
  Zo niet, worden de adviezen over het ontwerpplan geacht gunstig te zijn.

  Art. 11. Binnen een termijn van acht maanden na de vaststelling van het ontwerpplan, stelt de Regering het gewestelijk parkeerbeleidsplan definitief vast.
  Het plan wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.

  Art. 12. De procedure bedoeld in artikelen 10 en 11 is van toepassing op elke wijziging die de Regering aan het gewestelijk parkeerbeleidsplan aanbrengt.

  Art. 13. Het gewestelijk parkeerbeleidsplan wordt vastgesteld voor een termijn van vijf jaar vanaf de inwerkingtreding ervan.
  Het blijft echter van kracht tot het door een ander plan wordt vervangen.
  Het nieuwe plan wordt opgesteld op basis van het globale evaluatierapport dat is opgesteld door het Parkeeragentschap conform artikel 23 van deze ordonnantie.

  HOOFDSTUK V. - Gemeentelijke parkeeractieplannen.

  Afdeling 1. - Inhoud.

  Art. 14.§ 1. Elke gemeente van het Gewest stelt een gemeentelijk parkeeractieplan vast dat van toepassing is op alle Gewest- en gemeentewegen op haar grondgebied.
  § 2. De gemeentelijke parkeeractieplannen zijn plannen die concreet ingrijpen op het parkeren. Zij operationaliseren het gewestelijk parkeerbeleidsplan.
  [1 De gemeentelijke parkeeractieplannen zien ook toe op de inachtneming van het gewestelijk mobiliteitsplan zoals bedoeld in de ordonnantie tot oprichting van een kader inzake mobiliteitsplanning en tot wijziging van sommige bepalingen die een impact hebben op het vlak van mobiliteit. De gemeentelijke parkeerplannen worden opgemaakt in overeenstemming met de gemeentelijke mobiliteitsplannen zoals bedoeld in de ordonnantie tot oprichting van een kader inzake mobiliteitsplanning en tot wijziging van sommige bepalingen die een impact hebben op het vlak van mobiliteit.]1
  § 3. De Regering bepaalt de precieze inhoud van de parkeeractieplannen, die minstens het volgende bevatten :
  1° een toelichting waaruit blijkt dat zij het gewestelijk parkeerbeleidsplan operationaliseren;
  2° een actieplan betreffende het parkeren in elke straat die in het plan is opgenomen en dat minstens het volgende omvat :
  a) de afbakening van de gereglementeerde zones;
  b) het aantal gereglementeerde parkeerplaatsen;
  c) het aantal en de aard van de voorbehouden parkeerplaatsen.
  3° een opsomming van de aanvullende verkeersreglementen waarvan de vaststelling nodig geacht wordt voor de uitvoering van het actieplan;
  4° een beschrijving van de aan te wenden controlewijzen en -middelen voor de naleving van het gemeentelijk parkeeractieplan;
  5° een raming van de gegenereerde kosten en verwachte inkomsten als gevolg van de uitvoering van het gemeentelijk parkeeractieplan.
  ----------
  (1)<ORD 2013-07-26/05, art. 26, 002; Inwerkingtreding : 13-09-2013>

  Afdeling 2. - Procedure voor de opmaak van de gemeentelijke parkeeractieplannen.

  Art. 15. De gemeenteraad stelt het ontwerp van gemeentelijk parkeeractieplan vast en onderwerpt het binnen de maand na de vaststelling ervan aan een openbaar onderzoek gedurende zestig dagen.
  Het openbaar onderzoek wordt aangekondigd door aanplakking in de gemeente en in het gemeenteblad of, anders, in minstens drie Franstalige en drie Nederlandstalige dagbladen die in de gemeente worden verspreid. In deze aankondigingen worden de begin- en einddatum van het onderzoek vermeld.
  Het ontwerpplan wordt gedurende de hele duur van het onderzoek ter inzage van de bevolking in het gemeentehuis gelegd.
  De bezwaren en opmerkingen worden aan het college van burgemeester en schepenen toegezonden binnen de termijn van het onderzoek bij een ter post aangetekende brief.
  Zij worden bij het proces-verbaal van sluiting van het openbaar onderzoek gevoegd, dat door het college binnen een termijn van vijftien dagen na het verstrijken van de termijn van het onderzoek wordt opgesteld.

  Art. 16. Tegelijk met het onderzoek legt het college van burgemeester en schepenen het ontwerpplan aan elke aangrenzende gemeente alsook aan het Parkeeragentschap om advies voor. De adviezen worden door de betrokken gemeenteraden en door het Parkeeragentschap uitgebracht en moeten bij het college van burgemeester en schepenen toekomen binnen een termijn van zestig dagen na de aanvraag.
  Het advies dat niet voor de vervaldatum van deze termijn is toegekomen, wordt geacht gunstig te zijn.

  Art. 17. De gemeenteraad stelt het gemeentelijk parkeeractieplan definitief vast uiterlijk binnen een termijn van twaalf maanden na de bekendmaking van het gewestelijk parkeerbeleidsplan in het Belgisch Staatsblad.
  De Regering kan, op met redenen omkleed verzoek van de gemeente, een verlenging met drie maanden toestaan voor de goedkeuring van het gemeentelijk parkeeractieplan.
  Zo niet, stelt de Regering, op voorstel van het Parkeeragentschap, in de plaats van de gemeente, het gemeentelijk parkeeractieplan op volgens de procedure bedoeld in artikel 18, § 3, van deze ordonnantie.

  Art. 18. § 1. De Regering keurt het gemeentelijk parkeeractieplan goed binnen de drie maanden na ontvangst van het volledige dossier, op basis van :
  1° het gewestelijk parkeerbeleidsplan;
  2° de overeenstemming tussen het gemeentelijk actieplan en de goedgekeurde of in opmaak zijnde parkeerplannen in de andere gemeenten van het Gewest.
  In geval van niet-goedkeuring, wordt de beslissing met redenen omkleed. Zij bevat de indicaties waarmee de gemeente een nieuw definitief actieplan kan vaststellen dat aan de vooropgestelde doelstellingen en aan de samenhang met de verschillende plannen beantwoordt.
  § 2. Het gewijzigde parkeeractieplan moet ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Regering binnen een termijn van drie maanden na de notificatie van de beslissing van niet-goedkeuring.
  § 3. Als een gemeente haar definitief actieplan niet ter goedkeuring voorlegt binnen de vereiste termijn of in geval van voorlegging van een actieplan ter goedkeuring gevolgd door twee opeenvolgende regeringsbesluiten tot weigering van de goedkeuring, maakt de Regering, op voorstel van het Parkeeragentschap, in de plaats van de in gebreke zijnde gemeente, het gemeentelijk parkeeractieplan op en keurt het goed. In dit geval, keurt de Regering het gemeentelijk parkeeractieplan op voorstel van het Parkeeragentschap voorlopig goed en onderwerpt het aan een openbaar onderzoek in de gemeente en legt het om advies voor aan de betrokken gemeente en aan de aangrenzende gemeenten, conform de artikelen 15 en 16 van deze ordonnantie.
  Na afloop van de procedure, keurt de Regering het definitief gemeentelijk parkeeractieplan goed.

  Art. 19. In afwijking van artikel 15, kan een gemeente, bij beslissing van de gemeenteraad, de opmaak van het ontwerp van gemeentelijk parkeeractieplan aan het Parkeeragentschap toevertrouwen, alsook de voorlegging, ter goedkeuring, van dit ontwerp aan de Regering.
  In dit geval, legt het Parkeeragentschap het ontwerp van actieplan aan elke gemeente die aan de betrokken gemeente grenst om advies voor, conform de artikelen 15 en 16 van deze ordonnantie.
  Het advies van de betrokken gemeente wordt pas gevraagd na het verstrijken van de termijn van het openbaar onderzoek en van de termijn waarbinnen de adviezen van de aangrenzende gemeenten kunnen worden uitgebracht, op basis van het ontwerpplan en de bezwaren, de opmerkingen en de adviezen. Dit advies wordt door de gemeenteraad uitgebracht en moet bij het Parkeeragentschap binnen een termijn van negentig dagen na de aanvraag toekomen.
  Is deze termijn verstreken, dan bezorgt het Parkeeragentschap het volledige dossier aan de Regering ter vaststelling van het definitief actieplan.

  Art. 20. Het gemeentelijk parkeeractieplan wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.

  Art. 21. § 1. De procedure bedoeld in de artikelen 15 tot 20 van deze ordonnantie is van toepassing op elke wijziging aangebracht in een gemeentelijk parkeeractieplan.
  Elke gemeente neemt de nodige wijzigingen aan rekening houdend met de wijzigingen aangebracht in het reglementaire luik van het gewestelijk parkeerbeleidsplan.
  Hetzelfde geldt na vaststelling van een nieuw gewestelijk parkeerbeleidsplan.
  § 2. Van de in de artikelen 15 tot 20 van deze ordonnantie bedoelde procedure kan afgeweken worden in de door de Regering bepaalde gevallen betreffende minieme aanpassingen in het gemeentelijk parkeeractieplan. In dat geval, worden de door de gemeenteraad voorgestelde aanpassingen rechtstreeks voorgelegd aan de Regering, die binnen drie maanden het gewijzigde gemeentelijk parkeeractieplan goed- of afkeurt. Indien de Regering binnen drie maanden na de notificatie van de gemeenteraadsbeslissing geen beslissing neemt, worden de voorgestelde minieme aanpassingen geacht te zijn goedgekeurd.

  Afdeling 3. - Gevolgen van de parkeeractieplannen.

  Art. 22.[1 De parkeeractieplannen zijn verbindend ten aanzien van de gemeenten waarop de plannen betrekking hebben.]1
  ----------
  (1)<ORD 2016-07-20/01, art. 5, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 23. Om de twee jaar en volgens de regels bepaald door de Regering, keurt elke gemeente een evaluatieverslag goed dat de maatregelen ter uitvoering van de actieplannen specificeert, alsook de concrete gevolgen ervan voor het parkeren op de betrokken wegen. De gemeenten maken deze rapporten aan het Parkeeragentschap over.
  Op basis van deze rapporten, stelt het Parkeeragentschap een globaal rapport op dat de impact van deze parkeeractieplannen op de mobiliteit en het milieu evalueert. De Regering maakt het globaal rapport ter informatie over aan het Parlement.
  Indien een gemeente dit evaluatieverslag niet goedkeurt, kan de Regering het Parkeeragentschap ermee belasten dit evaluatieverslag op te stellen en het haar te bezorgen.

  Art. 24. Indien uit het evaluatieverslag bedoeld in artikel 23 van deze ordonnantie blijkt dat een gemeente het parkeeractieplan dat van toepassing is op de gemeente- en gewestwegen op haar grondgebied, geheel of gedeeltelijk, niet op afdoende wijze of binnen de voorgeschreven termijn uitvoert, dan richt de Regering bij een ter post aangetekend schrijven een ingebrekestelling aan deze gemeente.
  Deze ingebrekestelling specificeert de vastgestelde tekortkomingen alsook de te nemen maatregelen om er een eind aan te stellen. Zij preciseert de termijn waarbinnen deze maatregelen moeten worden genomen en uitgevoerd en vermeldt hierbij, desgevallend, dat bij het ontbreken van een afdoend antwoord, de Regering in de plaats zal treden van de gemeente.
  Binnen zestig dagen na ontvangst van deze ingebrekestelling, kan de betrokken gemeente haar opmerkingen bezorgen.
  Na kennisneming ervan, kent de Regering, desgevallend, een laatste termijn toe aan de gemeente om een eind te stellen aan de vastgestelde tekortkomingen. In dit geval, belast de Regering het Parkeeragentschap ermee, na afloop van deze termijn, een evaluatieverslag op te maken met betrekking tot de wijze waarop een eind werd gesteld aan de vastgestelde tekortkomingen.
  Indien de vastgestelde tekortkomingen, geheel of gedeeltelijk, blijven voortbestaan, dan neemt de Regering de vervangingsmaatregelen die nodig zijn voor de goede uitvoering van de parkeeractieplannen in de gemeente aan.

  HOOFDSTUK VI. - Brussels Hoofdstedelijk Parkeeragentschap.

  Afdeling 1. - Algemene bepalingen.

  Art. 25.§ 1. Om de door deze ordonnantie vastgelegde doelstellingen te bereiken, wordt er een naamloze vennootschap naar publiek recht met rechtspersoonlijkheid opgericht onder de benaming " Brussels Hoofdstedelijk Parkeeragentschap ", hierna genoemd het Parkeeragentschap en belast met de opdrachten vermeld in afdeling 5.
  Het Parkeeragentschap is onderworpen aan het Wetboek van Vennootschappen, onder voorbehoud van de bepalingen van deze ordonnantie of van zijn statuten.
  Het heeft zijn zetel in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
  De Regering keurt de eerste statuten van het Parkeeragentschap goed en kan haar benaming wijzigen.
  Elke latere wijziging van de statuten door de algemene vergadering wordt door de Regering goedgekeurd op voorstel van de minister van Mobiliteit.
  § 2. Het minimumkapitaal van het Parkeeragentschap wordt vastgesteld door de Regering. [1 Het kapitaal wordt volledig onderschreven door het Gewest]1. De rechten verbonden aan de aandelen in het bezit van het Gewest worden uitgeoefend door de vertegenwoordigers van de Regering.
  § 3. Het Parkeeragentschap is onderworpen aan de controlebevoegdheid van de Regering. Deze [1 controle]1 wordt uitgeoefend door twee [1 Regeringscommissarissen]1 die door de Regering benoemd en ontslagen worden. De [1 Regeringscommissarissen]1 moeten tot twee verschillende taalgroepen behoren. De Regering regelt de uitoefening van de opdracht van de [1 Regeringscommissarissen]1 conform de artikelen 9 en 10 van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut.
  § 4. De principes die aan de oprichting van het Parkeeragentschap en zijn dagelijkse werking ten grondslag liggen, moeten exemplarische milieu- en energiedoelstellingen omvatten, met name op het vlak van de modaliteiten inzake energie- en milieuprestaties voor gebouwen, voertuigen en de bereikbaarheid. Deze doelstellingen worden door de Regering bepaald.
  ----------
  (1)<ORD 2016-07-20/01, art. 6, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Afdeling 2. - Samenstelling.

  Art. 26.§ 1. De algemene vergadering bestaat uit de aandeelhouders en de bestuurders. Enkel de aandeelhouders nemen deel aan de stemmingen.
  § 2. Het Parkeeragentschap wordt bestuurd door een raad van bestuur samengesteld uit 15 leden :
  - 5 leden worden benoemd door de Regering op voordracht van de [1 ...]1 gemeenten;
  - 10 leden worden benoemd door de Regering op voordracht van de Minister van Mobiliteit.
  Tien leden moeten tot de meest talrijke taalgroep behoren en vijf anderen tot de andere taalgroep.
  De regeringscommissarissen wonen de vergaderingen van de raad van bestuur bij maar nemen niet deel aan de stemmingen.
  De raad van bestuur wordt vernieuwd binnen zes maanden die volgen op de vernieuwing van het Brussels Parlement. De bestuurders blijven in functie tot ze vervangen zijn.
  § 3. De raad van bestuur kiest een voorzitter en een ondervoorzitter onder de leden van de raad. Zij moeten tot een verschillende taalgroep behoren.
  § 4. Het mandaat van de bestuurders is hernieuwbaar.
  Het kan op elk ogenblik herroepen worden.
  § 5. Het mandaat van bestuurder is onverenigbaar met de volgende hoedanigheden :
  1° lid van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering of staatssecretaris toegevoegd aan een van haar leden;
  2° lid van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement;
  3° bestuurder, manager of personeelslid van een onderneming die actief is op het vlak van het parkeren of de exploitatie van publieke parkings en elke persoon die deze activiteiten in eigen naam uitoefent;
  4° personeelslid van het Parkeeragentschap.
  ----------
  (1)<ORD 2016-07-20/01, art. 7, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Afdeling 3. - Dagelijks bestuur.

  Art. 27.Het dagelijks bestuur van het Parkeeragentschap wordt uitgeoefend door een leidend ambtenaar en een adjunctleidend ambtenaar, [1 met respectieve titels van directeur-generaal en adjunct directeur-generaal,]1 die ieder tot een andere taalrol behoren en door de Regering worden aangewezen en ontslagen volgens de door haar vastgestelde regels.
  De Regering bepaalt hun administratief en geldelijk statuut, alsook de bevoegdheden die hun worden gedelegeerd.
  Zij stelt vast in welke gevallen de beide handtekeningen niet verplicht zijn.
  De leidend ambtenaar en de adjunct-leidend-ambtenaar vertegenwoordigen het Parkeeragentschap bij gerechtelijke en buitengerechtelijke handelingen en treden, binnen de perken van het dagelijks bestuur, rechtsgeldig op in naam en voor rekening van het Parkeeragentschap.
  ----------
  (1)<ORD 2016-07-20/01, art. 8, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Afdeling 4. - Personeel.

  Art. 28. De Regering stelt de personeelsformatie van het Parkeeragentschap vast, alsook het administratief en geldelijk statuut van het personeel. Een optimale mobiliteit zal voorzien worden voor de ambtenaren van de openbare besturen naar het Parkeeragentschap.

  Afdeling 5. - Opdrachten.

  Art. 29.Het Parkeeragentschap heeft als opdracht het parkeerbeleid van het Gewest uit te voeren en te zorgen voor de goede werking ervan. Hiertoe wordt het Parkeeragentschap met opdrachten belast die eraan door deze ordonnantie worden toevertrouwd alsook met :
  1° de aanmaak en de update van een gegevensbank, met de nodige informatie voor de opmaak van het gewestelijk parkeerbeleidsplan en de parkeeractieplannen; de Regering bepaalt wie onder welke voorwaarden toegang heeft tot deze gegevensbank;
  2° de medewerking bij het opmaken, het adviseren en het controleren van de instrumenten van het parkeerbeleid;
  3° de opmaak van gemeentelijke parkeeractieplannen op vraag van de gemeenten in het geval bedoeld in artikel 19 van deze ordonnantie, of de medewerking aan de opmaak van deze plannen door de Regering in het geval bedoeld in artikel 18, § 3, van deze ordonnantie;
  4° de opmaak van evaluatieverslagen bedoeld in artikel 23 van deze ordonnantie;
  5° het beheer van en de controle op de uitvoering van het parkeerbeleid op de wegen waarmee het Parkeeragentschap belast is, met inbegrip van de inning van de parkeerretributies;
  6° de implementatie van de maatregelen ter uitvoering van de gemeentelijke parkeeractieplannen in de gevallen bedoeld in artikel 24 van deze ordonnantie;
  7° de bouw, de aankoop of de huur, alsook de organisatie, het beheer en de controle van alle publieke parkings die eigendom zijn van het Gewest, die het Gewest in concessie heeft of rechtstreeks beheert, of dit nu transitparkings zijn of niet;
  8° het sluiten van overeenkomsten met privépersonen of publieke personen betreffende de terbeschikkingstelling van parkeerplaatsen die hun toebehoren of die zij beheren [1 ...]1;
  9° de organisatie en het beheer of de controle van een takeldienst, voor zover deze kadert binnen het parkeerbeleid van het Gewest en de ontwikkeling van een parkeergeleidingssysteem;
  10° de ontwikkeling van een aanbod van beveiligde, publieke en overdekte bromfiets-, motorfiets- en fietsstallingen aangepast aan de verschillende behoeften op dit vlak;
  11° de ontwikkeling van een parkeeraanbod voor voertuigen met hoge ecologische performantie.
  De Regering bepaalt de regels betreffende de uitoefening van deze bevoegdheden.
  ----------
  (1)<ORD 2016-07-20/01, art. 9, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 30. De Regering kan elke andere opdracht die zij bepaalt en die het parkeerbeleid betreft aan het Parkeeragentschap toevertrouwen.

  Art. 31. Het Parkeeragentschap kan commerciële activiteiten uitoefenen die verenigbaar zijn met de opgedragen opdrachten voor zover deze bijkomstig zijn aan deze opdrachten.
  Met het oog op de uitvoering van zijn opdrachten, kan het Parkeeragentschap overeenkomsten sluiten en installaties die ertoe bijdragen zijn doel te bereiken, exploiteren of laten exploiteren.

  Afdeling 6. - Beheerscontract.

  Art. 32. De Regering en het Parkeeragentschap stellen een beheerscontract op dat de regels en bijzondere voorwaarden bepaalt waaronder het Parkeeragentschap zijn opdrachten vervult.

  Art. 33. Het beheerscontract wordt opgemaakt voor een termijn van vijf jaar. Het bestaat uit een financieel plan, de te behalen doelstellingen en voorziet in de opmaak van een evaluatierapport.
  Het blijft echter van kracht tot het door een ander beheerscontract wordt vervangen.
  Het wordt ter informatie aan de parlementsleden bezorgd vanaf het ogenblik dat het goedgekeurd is door de Regering en het Parkeeragentschap.

  Afdeling 7. - Middelen.

  Art. 34. Het Parkeeragentschap beschikt over de volgende middelen :
  1° een basisdotatie die bestaat in de op de begroting van het Gewest ingeschreven kredieten en de toekenning van eventuele specifieke dotaties;
  2° de ontvangsten uit zijn werking en de vergoedingen voor prestaties;
  3° de opbrengst van de parkeerretributie bedoeld in de artikel 38 van deze ordonnantie;
  4° schenkingen en legaten;
  5° subsidies en occasionele inkomsten;
  6° de leningen gesloten in het kader van een investeringsprogramma goedgekeurd door de Regering.

  Art. 35. Het Parkeeragentschap gebruikt zijn tegoeden en beschikbare gelden om de in of krachtens deze ordonnantie bepaalde opdrachten, contracten en investeringen uit te voeren.

  Afdeling 8. - Boekhouding en controle.

  Art. 36. Het Parkeeragentschap is een autonome bestuursinstelling van categorie 2 in de zin van artikel 85, 1°, van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, en is in deze hoedanigheid onderworpen aan de bepalingen van deze ordonnantie.

  HOOFDSTUK VII. - Parkeerretributies en contrôle op de naleving van de parkeerregels.

  Afdeling 1. - Parkeerretributies.

  Art. 37.Overeenkomstig artikel 40 van deze ordonnantie, wordt er een retributie geheven voor het gebruik van een parkeerplaats [1 in een gereglementeerde zone in de zin van artikel 4, de blauwe zone uitgezonderd,]1 gedurende de periode bedoeld in artikel 5.
  De retributie is ten laste van de bestuurder van het motorvoertuig dat een parkeerplaats bezet of, indien deze niet gekend is, de persoon op wiens naam het motorvoertuig is ingeschreven.
  ----------
  (1)<ORD 2016-07-20/01, art. 11, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 38.§ 1. [1 De Regering bepaalt de maximale parkeertijd en het bedrag van de retributie die verschuldigd is voor het parkeren in elk van de gereglementeerde zones, de blauwe zone uitgezonderd.
   Het tarief bevindt zich binnen een vork :
   - van 0,50 EUR tot 3 EUR voor het eerste half uur;
   - van 0,50 EUR tot 5 EUR voor het tweede half uur;
   - van 2 EUR tot 10 EUR voor het tweede uur;
   - van 1,50 EUR tot 15 EUR per extra uur.
   De Regering kan beslissen om gratis parkeren toe te laten voor maximum een kwartier.]1
  § 2. [1 In geval van niet-betaling van de retributie of overschrijding van de gratis parkeertijd of parkeertijd waarvoor een retributie werd betaald, wordt de persoon bedoeld in artikel 37 geacht gekozen te hebben voor de betaling van een forfaitaire retributie waarvan de Regering het bedrag bepaalt binnen een vork van 20 tot 50 EUR, behalve voor de leveringszone en de zone " kiss & ride " waarvoor een vork van 20 tot 100 EUR geldt. ]1
  § 3. In de blauwe zone, is geen enkele retributie verschuldigd voor de duur van de toegelaten parkeertijd bij gebruik van een parkeerschijf, met inachtneming van en conform artikel 27 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
  Bij niet-gebruik van de reglementaire parkeerschijf of bij overschrijding van de met toepassing van dit koninklijk besluit toegelaten duur, wordt de persoon bedoeld in artikel 37 geacht gekozen te hebben voor de betaling van een forfaitaire retributie waarvan de Regering het bedrag bepaalt binnen een vork van 20 tot 40 EUR en hierbij de twee voormelde veronderstellingen onderscheidt.
  § 4. [1 In de gevallen bedoeld in paragraaf 2 en in paragraaf 3, tweede lid, maakt een van de parkeerstewards bedoeld in artikel 42 van deze ordonnantie, op de voorruit van het voertuig of op elektronische wijze, een verzoek tot betaling over, binnen een termijn van vijf dagen, van de forfaitaire retributie.]1
  Bij niet-betaling van de forfaitaire retributie binnen deze termijn, en na een tweede herinnering die de retributie verhoogt met [1 alle verzendingskosten en]1 een administratieve sanctie van 15 EUR, geschiedt de inning ervan langs wettelijke burgerlijke weg.
  ----------
  (1)<ORD 2016-07-20/01, art. 11, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 39.[1 § 1. - De houders van een vrijstellingskaart bedoeld in artikel 6, eerste lid, 2°, zijn niet onderworpen aan het verplichte gebruik van de parkeerschijf noch aan de betaling van enige retributie zoals bedoeld in artikel 38 voor de duur van de effectieve verstrekking van dringende medische hulp.
   § 2. - De houders van een vrijstellingskaart bedoeld in artikel 6, eerste lid, 4°, zijn niet onderworpen aan het verplichte gebruik van de parkeerschijf noch aan de betaling van enige retributie zoals bedoeld in artikel 38, tenzij de Regering dit uitdrukkelijk uitsluit voor een welbepaalde gereglementeerde zone.
   § 3. - De houders van een andere vrijstellingskaart dan deze bedoeld in § 1 of § 2 zijn niet onderworpen aan de retributie die van toepassing is in gereglementeerde zones zoals bedoeld in artikel 38, de rode zones en andere door de Regering vastgestelde zones uitgezonderd. Zij zijn niet onderworpen aan het verplichte gebruik van de parkeerschijf noch aan de betaling van de forfaitaire retributie, die van toepassing zijn in de blauwe zone zoals bedoeld in artikel 4, 3°.]1
  ----------
  (1)<ORD 2016-07-20/01, art. 12, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Afdeling 2. - Controle en inning.

  Art. 40.§ 1. [1 Behoudens in de gevallen zoals bepaald in § 2 of § 3, oefent elke gemeente de controleopdracht en de inningsopdracht van de retributie bedoeld in artikel 38 uit op de gemeente- en gewestwegen gelegen op haar grondgebied.]1
  § 2. [1 In afwijking van § 1 kan de gemeente de controleopdracht en de inningsopdracht gezamenlijk aan het Parkeeragentschap overdragen. Het Parkeeragentschap oefent de controleopdracht en de inningsopdracht van de retributie bedoeld in artikel 38 uit op de gewest- en de gemeentewegen op het grondgebied van de gemeenten die het uitdrukkelijk belast hebben deze opdrachten in hun plaats uit te oefenen.]1
  § 3. [1 In afwijking van § 1 kan de gemeente de controleopdracht en de inningsopdracht gezamenlijk aan het Parkeeragentschap overdragen.
   Het Parkeeragentschap kan de uitoefening van de controleopdracht en de inningsopdracht gezamenlijk delegeren aan één enkele private concessiehouder. Op voorstel van het Parkeeragentschap, bepaalt de Regering de voorwaarden en de modaliteiten van deze delegatie van opdracht voor een bepaalde duur. De concessie is beperkt tot het grondgebied van de gemeenten die hebben beslist de controleopdracht en de inningsopdracht over te dragen aan het Parkeeragentschap met het oog op het delegeren van bovengenoemde opdrachten aan een private concessiehouder.]1
  § 4. [1 ...]1.
  § 5. Indien de Regering, na onderzoek ter plaatse of op verslag van het Parkeeragentschap, vaststelt dat een gemeente de opdracht bedoeld in [1 § 1]1 niet op afdoende wijze uitoefent, dan kan zij, bij gemotiveerd besluit, het Parkeeragentschap belasten deze opdrachten uit te oefenen in de plaats van deze gemeente.
  In dit geval, wordt het Parkeeragentschap onmiddellijk belast met de uitoefening van de opdrachten bedoeld in [1 § 1 ]1 over de gemeente- en gewestwegen van de betrokken gemeente.
  ----------
  (1)<ORD 2016-07-20/01, art. 13, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 41. § 1. Elke gemeente wordt vergoed voor de gedragen kosten betreffende de controle en de inning op de gemeentewegen en de gewestwegen, evenals voor de kosten betreffende de invordering van de niet-betaalde bedragen. Op basis van de effectief gedragen kosten en de uitgevoerde prestaties en in geval van een eventuele winst, storten de gemeenten 15 % van deze winst door aan het Parkeeragentschap.
  § 2. Indien de controle en de inningsopdracht overeenkomstig artikel 40 overgedragen worden aan het Parkeeragentschap, dan wordt dit vergoed voor de gedragen kosten betreffende de controle, de inning en de invordering van de niet-betaalde bedragen.
  Het Parkeeragentschap stort een deel van de parkeerinkomsten door naar de gemeenten en behoudt zelf het andere deel van de parkeerinkomsten. Dit gebeurt op basis van de gedragen kosten en met een verdeelsleutel wat betreft de winsten, gemeente per gemeente, op basis van de uitgevoerde prestaties en van het geheel van de parkeerretributies die op het grondgebied van elke gemeente geïnd zijn. Vervolgens wordt de eventuele winst die na vergoeding van de kosten overblijft, doorgestort aan elk van de gemeenten.
  Hierop wordt echter een afhouding van 15 % ten voordele van het Parkeeragentschap voorzien. Wanneer de kosten de winst overstijgen, neemt het Gewest het tekort ten laste.
  De Regering bepaalt de toepassingsregels van dit artikel.

  Art. 42.De Regering en de gemeenten duiden respectievelijk de parkeerstewards van het Parkeeragentschap [1 , de concessiehouder van het Parkeeragentschap of van de gemeenten]1 aan om de niet-naleving van de parkeerregels, op gewest- of gemeentewegen, die aanleiding geven tot de parkeerretributie op te sporen en vast te stellen.
  [1 De Regering bepaalt de functieomschrijving van de in het eerste lid vermelde parkeerstewards, en de voorwaarden om als parkeersteward te kunnen worden aangeduid.]1
  ----------
  (1)<ORD 2016-07-20/01, art. 14, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  HOOFDSTUK VIII. - Publieke parkings.

  Art. 43. Onverminderd de andere gewestelijke normen betreffende de exploitatie van publieke parkings, bepaalt de Regering de voorwaarden inzake tarifering, openingsuren, aantal parkeerplaatsen, bereikbaarheid, netheid, veiligheid, verlichting en signalisatie middels welke een parking, per besluit, erkend kan worden als publieke parking en in aanmerking komt voor het parkeergeleidingssysteem van het Parkeeragentschap.
  Enkel de parkings door de Regering erkend met toepassing van het besluit bedoeld in het eerste lid zijn gemachtigd om gebruik te maken van de vermelding " publieke parking ".

  HOOFDSTUK IX. - Slotbepalingen.

  Art. 44.
  <Opgeheven bij ORD 2016-07-20/01, art. 15, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 45.
  <Opgeheven bij ORD 2016-07-20/01, art. 15, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 46. Deze ordonnantie treedt in werking de eerste dag van de tweede maand volgend op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze ordonnantie af, bevelen dat ze in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 22 januari 2009.
De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Stadsvernieuwing, Huisvesting, Openbare Netheid en Ontwikkelingssamenwerking,
C. PICQUE
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Financiën, Begroting, Openbaar Ambt en Externe Betrekkingen,
G. VANHENGEL
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Tewerkstelling, Economie, Wetenschappelijk Onderzoek, Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp,
B. CEREXHE
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Mobiliteit en Openbare Werken,
P. SMET
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Leefmilieu, Energie en Waterbeleid,
Mevr. E. HUYTEBROECK.

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • ORDONNANTIE (BRUSSEL) VAN 20-07-2016 GEPUBL. OP 27-07-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 4; 6; 22; 25; 26; 27; 29; 37; 38; 39; 40; 42; 44; 45)
  • originele versie
  • ORDONNANTIE (BRUSSEL) VAN 14-04-2016 GEPUBL. OP 25-04-2016
    (GEWIJZIGD ART. : 6)
  • originele versie
  • ORDONNANTIE (BRUSSEL) VAN 26-07-2013 GEPUBL. OP 03-09-2013
    (GEWIJZIGDE ART. : 9; 14)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Gewone zitting 2007-2008 : Documenten van het Parlement. - Ontwerp van ordonnantie, A-498/1. Gewone zitting 2008-2009 : Documenten van het Parlement. - Verslag, A-498/2. - Amendementen na verslag, A-498/3. Integraal verslag. - Bespreking en aanneming. Vergadering van vrijdag 16 januari 2009.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 25 uitvoeringbesluiten 3 gearchiveerde versies
    Franstalige versie