J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Einde Franstalige versie
 
belgiėlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2008/11/13/2008031594/justel

Titel
13 NOVEMBER 2008. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende de verplichting tot periodieke kennisgeving van milieugegevens voor bepaalde ingedeelde industriėle inrichtingen.

Bron :
BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Publicatie : 01-12-2008 nummer :   2008031594 bladzijde : 63085   BEELD
Dossiernummer : 2008-11-13/36
Inwerkingtreding : 11-12-2008

Inhoudstafel Tekst Begin
Toepassingsgebied en doelstelling.
Art. 1
Jaarlijkse rapportageverplichtingen van de exploitanten.
Art. 2-3
BIJLAGEN.
Art. N1-N2

Tekst Inhoudstafel Begin
Toepassingsgebied en doelstelling.

  Artikel 1. Dit besluit is van toepassing op ingedeelde inrichtingen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest waar een of meer van de in bijlage I vermelde activiteiten uitgeoefend worden.

  Jaarlijkse rapportageverplichtingen van de exploitanten.

  Art. 2. § 1. De exploitant van elke ingedeelde inrichting waar een of meer van de in bijlage I genoemde activiteiten plaatsvinden in een mate die de daarin gespecificeerde toepasselijke capaciteitsdrempelwaarde overtreft, rapporteert jaarlijks aan het Brussels Instituut voor Milieubeheer (BIM) per aangetekend schrijven of per elektronische gegevensoverdracht, met vermelding of het gaat om informatie gebaseerd op een meting, een berekening of een raming, de volgende hoeveelheden :
  a) de uitstoot in de lucht, in het water en in de bodem van alle in bijlage II genoemde verontreinigende stoffen waarvoor de in bijlage II gespecificeerde toepasselijke drempelwaarde overschreden is;
  b) de overbrengingen naar plaatsen buiten het terrein van gevaarlijk afval ten belope van meer dan twee ton per jaar of de overbrengingen van ongevaarlijk afval ten belope van meer dan tweeduizend ton per jaar voor alle activiteiten met betrekking tot nuttige toepassing of verwijdering, met uitzondering van de verwijderingsactiviteiten " behandeling op of in de bodem " en " injectie in de diepe ondergrond ", als bedoeld in paragraaf 6, waarbij met " R " respectievelijk " D " aangegeven wordt of dit afval bestemd is voor nuttige toepassing of verwijdering, en waarbij, in het geval van grensoverschrijdende overbrengingen van gevaarlijk afval, de naam en het adres van de onderneming die de nuttige toepassing of de verwijdering van het afval uitvoert en van het terrein waar de feitelijke nuttige toepassing of verwijdering van het afval plaatsvindt aangegeven worden;
  c) de overbrengingen naar plaatsen buiten het terrein van alle in bijlage II gespecificeerde verontreinigende stoffen in afvalwater dat bestemd is voor afvalwaterzuivering en waarvoor de in bijlage II, kolom 1b, gespecificeerde drempelwaarde overschreden is.
  De exploitant deelt de informatie mee door de betrokken inrichting te identificeren overeenkomstig de door het BIM gespecificeerde formulieren.
  In het geval van gegevens waarvan vermeld wordt dat zij op een meting of op een berekening gebaseerd zijn, duidt de exploitant de toegepaste analysemethode en/of berekeningsmethode aan.
  De uitstoot bedoeld in bijlage II die overeenkomstig punt a) van deze paragraaf gerapporteerd wordt, omvat alle uitstoot van alle bronnen op het terrein van de inrichting als bedoeld in bijlage I.
  § 2. De in paragraaf 1 bedoelde informatie omvat de uitstoot en de overbrengingen die het resultaat zijn van alle opzettelijke of accidentele activiteiten met al dan niet een routinematig karakter.
  § 3. De exploitant verzamelt met een gepaste frequentie de informatie die nodig is om te bepalen welke uitstoot en welke overbrengingen naar plaatsen buiten het terrein onder de rapportagevoorschriften bedoeld in paragraaf 1 vallen.
  § 4. Bij het opstellen van het verslag maakt de exploitant gebruik van de beste beschikbare informatie, in voorkomend geval monitoringgegevens, emissiefactoren, massabalansvergelijkingen, indirecte monitoring of andere berekeningen, technische beoordelingen of andere methoden. Hij garandeert de kwaliteit van de informatie die hij verstrekt.
  § 5. De exploitant houdt gedurende een periode van vijf jaar, te rekenen vanaf het einde van de betrokken referentieperiode, de documentatie van de gegevens waarop de gerapporteerde informatie gebaseerd is, ter beschikking van het BIM. Die documentatie bevat ook een beschrijving van de voor de gegevensverzameling gebruikte methodiek.
  § 6. Afval dat onderworpen wordt aan de verwijderingsactiviteiten behandeling op of in de bodem' of injectie in de diepe ondergrond', als opgesomd in bijlage I van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 30 januari 1997 betreffende het afvalregister, wordt slechts door de exploitant van de inrichting waarvan het afval afkomstig is, als een uitstoot in de bodem gerapporteerd.
  § 7. De exploitant bezorgt het BIM alle bedoelde gegevens overeenkomstig de volgende kalender :
  a) voor het eerste referentiejaar, binnen twaalf maanden na het einde van het referentiejaar;
  b) voor alle volgende referentiejaren, binnen zes maanden na het einde van het referentiejaar.
  Het eerste referentiejaar is het jaar 2007.
  De jaarlijkse rapportageverplichting ontslaat de exploitant niet van de verplichting om het BIM informatie te verstrekken die eventueel opgelegd wordt door de voorschriften van de milieuvergunning of door eender welke andere toepasselijke wetgeving of regelgeving.
  Bovendien moet een dergelijke rapportage ook ingediend worden binnen de kortst mogelijke termijnen na elk voorval of ongeval dat het leefmilieu significant beļnvloedt.
  Eindbepaling

  Art. 3. De Minister van Leefmilieu is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Brussel, 13 november 2008.
  Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering :
  De minister-voorzitter van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
  Ch. PICQUE
  De minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bevoegd voor Leefmilieu,
  Mevr. E. HUYTEBROECK

  BIJLAGEN.

  Art. N1. Bijlage I. Categorieėn van industriėle activiteiten zoals voorzien in artikel 1

  Nr.          Activiteit                |       Capaciteitsdrempel
  ---------------------------------------|-----------------------------------
  1.  Energiesector                      |
  ---------------------------------------|-----------------------------------
  a)  Aardolie- en gasraffinaderijen     |*1
  b)  Installaties voor vergassing en    |*
       vloeibaar maken van steenkool     |
  c)  Thermische krachtcentrales en      |Met een warmte-input van 50
       andere stookinstallaties          | megawatt (MW)
  d)  Cokesovens                         |*
  e)  Steenkoolwalserijen                |Met een capaciteit van 1 ton per
                                         | uur
  f)  Installaties voor de fabricage van |*
       steenkoolproducten en vaste       |
       rookvrije brandstof               |
  ---------------------------------------|-----------------------------------
  2.  Productie en verwerking van metalen|
  ---------------------------------------|-----------------------------------
  a)  Installaties voor het roosten of   |*
       sinteren van ertsen, met inbegrip |
       van zwavelhoudend erts            |
  b)  Installaties voor de productie van |Met een capaciteit van 2,5 ton per
       ruwijzer of staal (primaire of    | uur
       secundaire smelting) met inbegrip |
       van installaties voor             |
       continugieten                     |
  c)  Installaties voor de verwerking van|
       ferrometalen :                    |
      i) warmwalserijen                  |Met een capaciteit van 20 ton
                                         | ruwstaal per uur
      ii) smederijen met hamers          |Met een energie van 50 kilojoule
                                         | per hamer, als het calorisch
                                         | vermogen 20 MW overtreft
      iii) installaties voor het         |Met een verwerkingscapaciteit van 2
       aanbrengen van deklagen van       | ton ruwstaal per uur
       gesmolten metaal                  |
  d)  Ferrometaalgieterijen              |Met een productiecapaciteit van 20
                                         | ton per dag
  e)  Installaties :                     |
      i) voor de winning van ruwe        |*
       non-ferrometalen uit erts,        |
       concentraat of secundaire         |
       grondstoffen met metallurgische,  |
       chemische of elektrolytische      |
       procedes                          |
      ii) voor het smelten van           |Met een smeltcapaciteit van 4 ton
       non-ferrometalen, met inbegrip van| per dag voor lood en cadmium of 20
       het vervaardigen van legeringen,  | ton per dag voor alle andere
       inclusief terugwinningsproducten  | metalen
       (affineren, vormgieten, enz.)     |
  f)  Installaties voor                  |Als de inhoud van de gebruikte
       oppervlaktebehandeling van metalen| behandelingsbaden 30 m3 bedraagt
       en kunststoffen door middel van   |
       een elektrolytisch of chemisch    |
       procede                           |
  ---------------------------------------|-----------------------------------
  3.  Minerale industrie                 |
  ---------------------------------------|-----------------------------------
  a)  Ondergrondse mijnbouw en           |*
       aanverwante activiteiten          |
  b)  Dagbouw en steenwinning            |Bij een effectief productieareaal
                                         | van 25 hectare
  c)  Installaties voor de productie van |
       :                                 |
      i) cementklinkers in draaiovens    |Met een productiecapaciteit van 500
                                         | ton per dag
      ii) ongebluste kalk in draaiovens  |Met een productiecapaciteit van 50
                                         | ton per dag
      iii) cementklinkers of ongebluste  |Met een productiecapaciteit van 50
       kalk in andere ovens              | ton per dag
  d)  Installaties voor de winning van   |*
       asbest en de fabricage van        |
       asbestproducten                   |
  e)  Installaties voor de fabricage van |Met een smeltcapaciteit van 20 ton
       glas, met inbegrip van            | per dag
       installaties voor de fabricage van|
       glasvezels                        |
  f)  Installaties voor het smelten van  |Met een smeltcapaciteit van 20 ton
       minerale stoffen, met inbegrip van| per dag
       installaties voor de fabricage van|
       mineraalvezels                    |
  g)  Installaties voor de fabricage van |Met een productiecapaciteit van 75
       keramische producten door middel  | ton per dag of met een
       van bakken, met name dakpannen,   | ovencapaciteit van 4 m3 en met een
       bakstenen, vuurvaste stenen,      | plaatsingsdichtheid per oven van
       tegels, aardewerk of porselein    | 300 kg/m3
  ---------------------------------------|-----------------------------------
  4.  Chemische industrie                |
  ---------------------------------------|-----------------------------------
  a)  Chemische installaties voor de     |
       fabricage op industriele schaal   |
       van organische chemische          |
       basisproducten, zoals :           |
      i) eenvoudige koolwaterstoffen     |
       (lineaire of cyclische, verzadigde|
       of onverzadigde, alifatische of   |
       aromatische)                      |
      ii) zuurstofhoudende               |
       koolwaterstoffen, zoals alcoholen,|
       aldehyden, ketonen, carbonzuren,  |
       esters, acetaten, ethers,         |
       peroxiden, epoxyharsen            |
      iii) zwavelhoudende                |
       koolwaterstoffen                  |
      iv) stikstofhoudende               |*
       koolwaterstoffen, zoals aminen,   |
       amiden, nitroso-, nitro- en       |
       nitraatverbindingen, nitrilen,    |
       cyanaten, isocyanaten             |
      v) fosforhoudende koolwaterstoffen |
      vi) gehalogeneerde koolwaterstoffen|
      vii) organometaalverbindingen      |
      viii) kunststof-basisproducten     |
       (polymeren, kunstvezels,          |
       cellulosevezels)                  |
      ix) synthetische rubber            |
      x) kleurstoffen en pigmenten       |
      tensioactieve stoffen en tensiden  |
  b)  Chemische installaties voor de     |
       fabricage op industriele schaal   |
       van anorganische chemische        |
       basisproducten, zoals :           |
      i) gassen, zoals ammoniak, chloor  |
       of chloorwaterstof, fluor of      |
       fluorwaterstof, kooloxiden,       |
       zwavelverbindingen,               |
       stikstofoxiden, waterstof,        |
       zwaveldioxide, carbonylchloride   |
      ii) zuren, zoals chroomzuur,       |*
       fluorwaterstofzuur, fosforzuur,   |
       salpeterzuur, zoutzuur,           |
       zwavelzuur, oleum, zwavelig zuur  |
      iii) basen, zoals                  |
       ammoniumhydroxide,                |
       kaliumhydroxide, natriumhydroxide |
      iv) zouten, zoals ammoniumchloride,|
       kaliumchloraat, kaliumcarbonaat,  |
       natriumcarbonaat, perboraat,      |
       zilvernitraat                     |
      v) niet-metalen, metaaloxiden of   |
       andere anorganische verbindingen, |
       zoals calciumcarbide, silicium,   |
       siliciumcarbide                   |
  c)  Chemische installaties voor de     |*
       fabricage op industriele schaal   |
       van fosfor-, stikstof- of         |
       kaliumhoudende meststoffen        |
       (enkelvoudige of samengestelde    |
       meststoffen)                      |
  d)  Chemische installaties voor de     |*
       fabricage op industriele schaal   |
       van basisproducten voor           |
       gewasbescherming en van biociden  |
  e)  Installaties voor de fabricage op  |*
       industriele schaal van            |
       farmaceutische basisproducten met |
       behulp van een chemisch of        |
       biologisch procede                |
  f)  Installaties voor de fabricage op  |*
       industriele schaal van explosieve |
       en pyrotechnische producten       |
  ---------------------------------------|-----------------------------------
  5.  Afval- en afvalwaterbeheer         |
  ---------------------------------------|-----------------------------------
  a)  Installaties voor de nuttige       |Die 10 ton per dag ontvangen
       toepassing of verwijdering van    |
       gevaarlijk afval                  |
  b)  Installaties voor de verbranding   |Met een capaciteit van 3 ton per
       van niet-gevaarlijk afval in de   | uur
       zin van besluit van de Brusselse  |
       Hoofdstedelijke Regering van 21   |
       november 2002 betreffende de      |
       verbranding van afval             |
  c)  Installaties voor de verwijdering  |Met een capaciteit van 50 ton per
       van niet gevaarlijk afval         | dag
  d)  Stortplaatsen (met uitzondering van|Die 10 ton per dag ontvangen of met
       stortplaatsen voor inert afval en | een totale capaciteit van 25 000
       stortplaatsen die voor 16 juli    | ton
       2001 definitief zijn gesloten of  |
       waarvoor de nazorgfase zoals      |
       voorgeschreven door de bevoegde   |
       autoriteiten overeenkomstig       |
       artikel 13 van besluit van de     |
       Brusselse Hoofdstedelijke Regering|
       van 18 april 2002 betreffende het |
       storten van afvalstoffen is       |
       afgesloten)                       |
  e)  Installaties voor de verwijdering  |Met een verwerkingscapaciteit van
       of terugwinning van kadavers en   | 10 ton per dag
       dierlijk afval                    |
  f)  Installaties voor de behandeling   |Met een capaciteit van 100 000
       van stedelijk afvalwater          | inwonerequivalenten
  g)  Onafhankelijk geexploiteerde       |Met een capaciteit van 10 000 m3
       installaties voor de behandeling  | per dag
       van industrieel afvalwater, ten   |
       dienste van een of meer           |
       activiteiten in deze bijlage      |
  ---------------------------------------|-----------------------------------
  6.  Productie en verwerking van papier |
       en hout                           |
  ---------------------------------------|-----------------------------------
  a)  Industriele installaties voor de   |*
       fabricage van pulp uit hout of uit|
       gelijkaardige vezelstoffen        |
  b)  Industriele installaties voor de   |Met een productiecapaciteit van 20
       fabricage van papier en karton en | ton per dag
       andere primaire houtproducten     |
       (zoals spaanplaat, vezelplaat en  |
       multiplex)                        |
  c)  Industriele installaties voor de   |Met een productiecapaciteit van 50
       conservering van hout en          | m3 per dag
       houtproducten met chemicalien     |
  ---------------------------------------|-----------------------------------
  7.  Intensieve veeteelt en aquacultuur |
  ---------------------------------------|-----------------------------------
  a)  Installaties voor intensieve       |i) Met 40 000 plaatsen voor
       pluimvee- of varkenshouderij i)   | pluimvee
       Met 40 000 plaatsen voor pluimvee |
                                         |ii) Met 2 000 plaatsen voor
                                         | mestvarkens (van meer dan 30 kg)
                                         |iii) Met 750 plaatsen voor zeugen
  b)  Intensieve aquacultuur             |Met een productiecapaciteit van 1
                                         | 000 ton vis of schelpdieren per
                                         | jaar
  ---------------------------------------|-----------------------------------
  8.  Dierlijke en plantaardige producten|
       van de levensmiddelen- en         |
       drankensector                     |
  ---------------------------------------|-----------------------------------
  a)  Abattoirs                          |Met een productiecapaciteit van 50
                                         | ton karkassen per dag
  b)  Bewerking en verwerking voor de    |
       fabricage van levensmiddelen en   |
       dranken op basis van :            |
      i) dierlijke grondstoffen (andere  |Met een productiecapaciteit van 75
       dan melk)                         | ton aan eindproducten per dag
      ii) plantaardige grondstoffen      |Met een productiecapaciteit van 300
                                         | ton eindproducten per dag
                                         | (gemiddelde waarde op
                                         | kwartaalbasis)
  c)  Installaties voor de bewerking en  |Met een ontvangstcapaciteit van 200
       verwerking van melk               | ton melk per dag (gemiddelde op
                                         | jaarbasis)
  ---------------------------------------|-----------------------------------
  9.  Overige activiteiten               |
  ---------------------------------------|-----------------------------------
  a)  Installaties voor de               |Met een verwerkingscapaciteit van
       voorbehandeling (handelingen zoals| 10 ton per dag
       wassen, bleken, merceriseren) of  |
       het verven van vezels of textiel  |
  b)  Installaties voor het looien van   |Met een verwerkingscapaciteit van
       huiden                            | 12 ton eindproducten per dag
  c)  Installaties voor de               |Met een verbruikscapaciteit van 150
       oppervlaktebehandeling van        | kg per uur of 200 ton per jaar
       stoffen, voorwerpen of producten  |
       waarbij organische                |
       oplossingsmiddelen worden         |
       gebruikt, in het bijzonder voor   |
       het appreteren, bedrukken, coaten,|
       ontvetten, vochtdicht maken,      |
       lijmen, verven, reinigen of       |
       impregneren                       |
  d)  Installaties voor de fabricage van |*
       koolstof (harde gebrande          |
       steenkool) of elektrografiet door |
       verbranding of grafitisering      |
  e)  Installaties voor het bouwen van,  |Met een capaciteit voor schepen van
       en het verven of de verwijdering  | 100 m lang
       van verf van schepen              |


  Capaciteitsdrempel
  (1) Een asterisk (*) betekent dat er geen capaciteitsdrempel van toepassing is (alle inrichtingen vallen onder de rapportageplicht).
  (2) De capaciteitsdrempel wordt uiterlijk in 2010 herzien aan de hand van de resultaten van de eerste rapportageronde.

  Art. N2. Bijlage II. - Verontreinigende stoffen bedoeld in artikel 2
  VERONTREINIGENDE STOFFEN *

                                                    Drempelwaarde
                                                    voor uitstoot
                                                      (kolom 1)
                                         ------------------------------------
  Nr.   CAS-   Verontreinigende stof (1) in de lucht in het waterin de bodem
       nummer                             (kolom 1a)  (kolom 1b)  (kolom 1c)
                                           kg/jaar     kg/jaar     kg/jaar
  ---------------------------------------------------------------------------
   1  74-82-8  Methaan (CH4)               100 000        -2          -
   2  630-08-0 Koolmonoxide (CO)           500 000        -           -
   3  124-38-9 Kooldioxide (CO2)         100 millions     -           -
   4           Fluorkoolwaterstoffen         100          -           -
                (HFK's) 3
   5 10024-97-2Distikstofoxide (N2O)        10 000        -           -
   6 7664-41-7 Ammoniak (NH3)               10 000        -           -
   7           Andere vluchtige            100 000        -           -
                organische stoffen dan
                methaan (NMVOS)
   8           Stikstofoxiden (NOx/NO2)    100 000        -           -
   9           Perfluorkoolwaterstoffen      100          -           -
                (PFK's) 4
  10 2551-62-4 Zwavelhexafluoride (SF6)       50          -           -
  11           Zwaveloxiden (SOx/SO2)      150 000        -           -
  12           Totaal stikstof                -         50 000      50 000
  13           Totaal fosfor                  -         5 000       5 000
  14           Chloorfluorkool-               1           -           -
                waterstoffen (HCFK's) 5
  15           Chloorfluorkoolstoffen         1           -           -
                (CFK's) 6
  16           Halonen 7                      1           -           -
  17           Arseen en zijn                 20          5           5
                verbindingen (als As) 8
  18           Cadmium en zijn                10          5           5
                verbindingen (als Cd) 8
  19           Chroom en zijn                100          50          50
                verbindingen (als Cr) 8
  20           Koper en zijn verbindingen    100          50          50
                (als Cu) 8
  21           Kwik en zijn verbindingen      10          1           1
                (als Hg) 8
  22           Nikkel en zijn                 50          20          20
                verbindingen (als Ni) 8
  23           Lood en zijn verbindingen     200          20          20
                (als Pb) 8
  24           Zink en zijn verbindingen     200         100         100
                (als Zn) 8
  25 15972-60-8Alachloor                      -           1           1
  26  309-00-2 Aldrin                         1           1           1
  27 1912-24-9 Atrazine                       -           1           1
  28  57-74-9  Chlordaan                      1           1           1
  29  143-50-0 Chloordecon                    1           1           1
  30  470-90-6 Chloorfenvinfos                -           1           1
  31 85535-84-8Chlooralkanen (C10-C13)        -           1           1
  32 2921-88-2 Chloorpyrifos                  -           1           1
  33  50-29-3  DDT                            1           1           1
  34  107-06-2 1,2-dichloorethaan (EDC)     1 000         10          10
  35  75-09-2  Dichloormethaan (DCM)        1 000         10          10
  36  60-57-1  Dieldrin                       1           1           1
  37  330-54-1 Diuron                         -           1           1
  38  115-29-7 Endosulfaan                    -           1           1
  39  72-20-8  Endrin                         1           1           1
  40           Gehalogeneerde organische      -         1 000       1 000
                verbindingen(als AOX) 9
  41  76-44-8  Heptachloor                    1           1           1
  42  118-74-1 Hexachloorbenzeen (HCB)        10          1           1
  43  87-68-3  Hexachloorbutadieen (HCBD)     -           1           1
  44  608-73-1 1,2,3,4,5,6 -                  10          1           1
                hexachloorcyclohexaan
                (HCH)
  45  58-89-9  Lindaan                        1           1           1
  46 2385-85-5 Mirex                          1           1           1
  47           PCDD + PCDF (dioxinen +      0,0001      0,0001      0,0001
                furanen) (als Teq) 10
  48  608-93-5 Pentachloorbenzeen             1           1           1
  49  87-86-5  Pentachloorfenol (PCF)         10          1           1
  50 1336-36-3 Polychloorbifenylen           0,1         0,1         0,1
                (PCB's)
  51  122-34-9 Simazine                       -           1           1
  52  127-18-4 Tetrachloorethyleen (PER)    2 000         10          -
  53  56-23-5  Tetrachloormethaan (TCM)      100          1           -
  54 12002-48-1Trichloorbenzenen (TCB's)      10          1           -
                (alle isomeren)
  55  71-55-6  1,1,1-trichloorethaan         100          -           -
  56  79-34-5  1,1,2,2-tetrachloorethaan      50          -           -
  57  79-01-6  Trichloorethyleen            2 000         10          -
  58  67-66-3  Trichloormethaan              500          10          -
  59 8001-35-2 Toxafeen                       1           1           1
  60  75-01-4  Vinylchloride                1 000         10          10
  61  120-12-7 Antraceen                      50          1           1
  62  71-43-2  Benzeen                      1 000      200 (als    200 (als
                                                       BTEX) 11    BTEX) 11
  63           Gebromeerde difenylethers      -           1           1
                (PBDE) 12
  64           Nonylfenol en                  -           1           1
                nonylfenol-ethoxylaten
                (NP/NPE's)
  65  100-41-4 Ethylbenzeen                   -        200 (als    200 (als
                                                       BTEX) 11    BTEX) 11
  66  75-21-8  Ethyleenoxide                1 000         10          10
  67 34123-59-6Isoproturon                    -           1           1
  68  91-20-3  Naftaleen                     100          10          10
  69           Organische tinverbindingen     -           50          50
                (als totaal Sn)
  70  117-81-7 Di(2-ethylhexyl)ftalaat        10          1           1
                (DEHP)
  71  108-95-2 Fenolen (als totaal C) 13      -           20          20
  72           Polycyclische aromatische      50          5           5
                koolwaterstoffen (PAK's)
                14
  73  108-88-3 Tolueen                        -        200 (als    200 (als
                                                       BTEX) 11    BTEX) 11
  74           Tributyltin en zijn            -           1           1
                verbindingen 15
  75           Trifenyltin en zijn            -           1           1
                verbindingen 16
  76           Totaal organisch koolstof      -         50 000        -
                (TOC) (als totaal C of
                COD/3)
  77 1582-09-8 Trifluralin                    -           1           1
  78 1330-20-7 Xylenen 17                     -        200 (als    200 (als
                                                       BTEX) 11    BTEX) 11
  79           Chloriden (als totaal Cl)      -       2 miljoen   2 miljoen
  80           Chloor en zijn               10 000        -           -
                anorganische verbindingen
                (als HCl)
  81 1332-21-4 Asbest                         1           1           1
  82           Cyaniden (als totaal CN)       -           50          50
  83           Fluoriden (als totaal F)       -         2 000       2 000
  84           Fluor en zijn anorganische   5 000         -           -
                verbindingen (als HF)
  85  74-90-8  Waterstofcyanide (HCN)        200          -           -
  86           Zwevende deeltjes(PM10)      50 000        -           -
  87 1806-26-4 Octylfenolen en                -           1           -
                octylfenolethoxylaten
  88  206-44-0 Fluorantheen                   -           1           -
  89  465-73-6 Isodrin                        -           1           -
  90 36355-1-8 Hexabroombifenyl              0,1         0,1         0,1
  91  191-24-2 Benzo(g,h,i)peryleen                       1

Voetnoten :
  (1) Tenzij anders aangegeven wordt bij rapportage van een verontreinigende stof vermeld in bijlage II de totale massa van die verontreinigende stof vermeld of, als het om een groep van verontreinigende stoffen gaat, de totale massa van de groep.
  (2) Een streepje (-) geeft aan dat voor betrokken parameter en milieucompartiment geen rapportagevereiste geldt.
  (3) Totale massa flurokoolwaterstoffen : som van HFC23, HFC32, HFC41, HFC4310mee, HFC125, HFC134, HFC134a, HFC152a, HFC143, HFC143a, HFC227ea, HFC236fa, HFC245ca, HFC365mfc.
  (4) Totale massa perfluorkoolwaterstoffen : som van CF4, C2F6, C3F8, C4F10, c-C4F8, C5F12, C6F14.
  (5) Totale massa van de stoffen van groep VIII van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 2037/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 2000 betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen (PB L 244 van 29.9.2000, blz. 1). Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1804/2003 (PB L 265 van 16.10.2003, blz. 1), met inbegrip van hun isomeren.
  (6) Totale massa van de stoffen van groep I en II van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 2037/2000, met inbegrip van hun isomeren.
  (7) Totale massa van de stoffen van groep III en VI van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 2037/2000, met inbegrip van hun isomeren.
  (8) Alle metalen worden gerapporteerd als de totale massa van het element in alle chemische vormen aanwezig in de uitstoot.
  (9) Gehalogeneerde organische verbindingen die aan actieve kool adsorberen, uitgedrukt als chloride.
  (10) Uitgedrukt als I-Teq.
  (11) Rapportage voor de afzonderlijke verontreinigende stoffen is vereist indien de drempelwaarde voor BTEX (de sommatieparameter voor benzeen, tolueen, ethylbenzeen en xyleen) wordt overschreden.
  (12) Totale massa van de volgende gebromeerde difenylethers : penta-BDE, octa-BDE en deca-BDE.
  (13) Totale massa van fenol en eenvoudige gesubstitueerde fenolen, uitgedrukt als totaal koolstof.
  (14) Met het oog op de rapportage van de uitstoot in de lucht moeten polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) worden gemeten als benzo(a)pyreen (50-32-8), benzo(b)fluorantheen (205-99-2), benzo(k)fluorantheen (207-08-9), indeno(1,2,3-cd)pyreen (193-39-5) (afgeleid van Verordening (EG) nr. 850/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen (PB L 229 van 29.6.2004, blz. 5)).
  (15) Totale massa van tributyltinverbindingen, uitgedrukt als massa tributyltin.
  (16) Totale massa van trifenyltinverbindingen, uitgedrukt als massa trifenyltin.
  (17 Totale massa xyleen (ortho-, meta- en paraxyleen).

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
   Gelet op de verordening EG nr. 166/2006 van 18 januari 2006 betreffende de instelling van een Europees register inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen en tot wijziging van de Richtlijnen 91/689/EEG en 96/61/EG van de Raad (de zogenaamde EPRTR-verordening), en in het bijzonder de artikelen 5, 6, 7 en 20 toe;
   Gelet op de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen, in het bijzonder op artikel 6;
   Gelet op het advies van de Raad voor het Leefmilieu, gegeven op 25 juni 2008;
   Gelet op het advies van de Raad van State gegeven op 21 oktober 2008, in toepassing van artikel 84, lid 1, 1°, van de gecoördineerde wetten van 12 januari 1973 op de Raad van State;
   Op voorstel van de minister van Leefmilieu,
   Na beraadslaging,
   Besluit :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie