J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel 2 uitvoeringbesluiten
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2008/06/20/2008000700/justel

Titel
20 JUNI 2008. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de criteria waarmee door de exploitant moet rekening gehouden worden bij het afbakenen van het gebied dat door een zwaar ongeval zou kunnen worden getroffen.

Bron :
BINNENLANDSE ZAKEN
Publicatie : 27-08-2008 nummer :   2008000700 bladzijde : 44513       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2008-06-20/45
Inwerkingtreding : 06-09-2008

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-6
BIJLAGEN.
Art. N1-N4

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° " Samenwerkingsakkoord " : het samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 tussen de Federale Staat, het Vlaams, Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, waaraan instemming is verleend bij de wet van 22 mei 2001;
  2° " Waakzaamheidszone " : de zone waar de effecten van het ongeval gevoelige personen kunnen treffen of niet-verwittigde personen kunnen verontrusten;
  3° " Risicozone " : de zone waar de effecten van het ongeval ernstige, directe of indirecte, onmiddellijke of later optredende gevolgen kunnen hebben;
  4° " Zone van onmiddellijk gevaar " : de zone waar de effecten van het ongeval onomkeerbare of letale gevolgen kunnen hebben, zelfs bij korte blootstelling;
  5° " Thermische belasting " : de fysische grootheid die verkregen wordt door vermenigvuldiging van de maximale voorziene blootstellingsduur aan de straling met de thermische flux tot de macht 4/3;
  6° " Toxische belasting " : de fysische grootheid die verkregen wordt door vermenigvuldiging van de maximale voorziene duur van de blootstelling aan de gevaarlijke concentratie met de concentratie van de gevaarlijke stof in de lucht, verheven tot een bepaalde macht in functie van de karakteristieken van de stof.

  Art. 2. § 1. De ongevallentypes die de zoneafbakening vereisen op basis van een simulatie van de draagwijdte van de gevaarlijke gevolgen, zijn :
  1° De emissies van gevaarlijke stoffen in de lucht, met uitzondering van de rook bij brand;
  2° De ontploffing van een mengsel van lucht en gas of ontvlambare damp;
  3° De ontploffing van explosieve vaste of vloeibare stoffen;
  4° Een vuurbol als gevolg van de onmiddellijke verdamping van ontvlambaar gas of ontvlambare vloeistof.
  De te beschouwen ongevallen, de hypotheses en de berekeningswijzen worden gepreciseerd in bijlage 1.
  § 2. De ongevallentypes die de zoneafbakening vereisen op basis van conventioneel bepaalde afstanden, zijn :
  1° de branden door gasuitstotingen of aërosols;
  2° de plasbranden of de tankbranden;
  3° de vuurbollen als gevolg van de eruptie van de inhoud van brandende tanken;
  4° de massale emissies van vloeibare of gasvormige zuurstof;
  5° de emissies van gevaarlijke stoffen, veroorzaakt door de rook bij brand.
  De conventionele afstanden worden gepreciseerd in bijlage 2 van dit besluit.
  § 3. De ongevallentypes die geen zoneafbakening vereisen, zijn :
  1° de emissies van gevaarlijke stoffen in het water;
  2° de emissies van gevaarlijke stoffen in de grond.
  De gedetailleerde beschrijving van de types van ongevallen uit de paragrafen 1 tot 3, wordt in bijlage 4 van dit besluit weergegeven.

  Art. 3. De relevante concentraties voor de zoneafbakening zijn de in bijlage 3 van dit besluit vermelde concentraties.

  Art. 4. De afbakening van de waakzaamheidszone moet vastgesteld worden op basis van de volgende criteria :
  1° voor de emissie van gevaarlijke stoffen in de lucht, de concentratie van de derde kolom van bijlage 3 wanneer zij vastgesteld en beschikbaar is of, bij gebrek daaraan, een zone van 3 km rond de risicozone.
  Wanneer de voorziene duur van blootstelling minder is dan 5 minuten, is de bepaling van een waakzaamheidszone niet vereist;
  2° voor de thermische straling, een thermische dosis van 75 kJ/ m2 als de blootstelling de 20 seconden niet overschrijdt of een straling van 2,5 kW/ m2 als de duur langer is;
  3° voor de drukgolven, een overdruk van 2 kPa;
  4° voor de atmosferen die een zuurstofconcentratie hoger dan 25 % maar lager dan 40 % bevatten.

  Art. 5. De afbakening van de risicozones moet vastgesteld worden op basis van de volgende criteria :
  1° voor de concentraties van gevaarlijke stoffen in de lucht, de concentratie van de vijfde kolom van bijlage 3 als de voorziene duur van blootstelling gelijk of hoger is dan 60 minuten of een toxische belasting die overeenstemt met de berekeningsmethode zoals beschreven in bijlage 3;
  2° voor de thermische straling, een thermische dosis van 125 kJ/ m2 als de blootstelling de 20 seconden niet overschrijdt of een straling van 6,4 kW/ m2 als de duur langer is;
  3° voor de drukgolven, een overdruk van 5 kPa;
  4° voor de atmosferen die een zuurstofconcentratie hoger dan 40 % bevatten.

  Art. 6. De afbakening van de zones van onmiddellijk gevaar wordt vastgesteld op basis van de volgende criteria :
  1° voor de concentraties van gevaarlijke stoffen in de lucht, de concentratie van de zevende kolom van bijlage 3 als de voorziene duur van blootstelling gelijk of hoger is dan 60 minuten of een toxische belasting die overeenstemt met de berekeningsmethode zoals beschreven in bijlage 3;
  2° voor de thermische straling, een thermische dosis van 250 kJ/ m2 als de blootstelling de 20 seconden niet overschrijdt of een straling van 12,5 kW/ m2 als de duur langer is;
  3° voor de drukgolven, een overdruk van 10 kPa.
  Gegeven te Brussel, 20 juni 2008.
  De Minister van Binnenlandse Zaken,
  P. DEWAEL

  BIJLAGEN.

  Art. N1. Bijlage 1. Berekeningswijze voor de zones.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 27-08-2008, p. 44515-44526).
  Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit tot vaststelling van de criteria waarmee door de exploitant moet rekening gehouden worden bij het afbakenen van het gebied dat door een zwaar ongeval zou kunnen worden getroffen
  De Minister van Binnenlandse Zaken,
  P. DEWAEL

  Art. N2. Bijlage 2. Reglementaire afmetingen van de zones overeenkomstig artikel 2, § 2.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 27-08-2008, p. 44527).
  Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit tot vaststelling van de criteria waarmee door de exploitant moet rekening gehouden worden bij het afbakenen van het gebied dat door een zwaar ongeval zou kunnen worden getroffen
  De Minister van Binnenlandse Zaken,
  P. DEWAEL

  Art. N3. Bijlage 3. Reglementaire concentratiedrempels.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 27-08-2008, p. 44528-44544).
  Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit tot vaststelling van de criteria waarmee door de exploitant moet rekening gehouden worden bij het afbakenen van het gebied dat door een zwaar ongeval zou kunnen worden getroffen
  De Minister van Binnenlandse Zaken,
  P. DEWAEL

  Art. N4. Bijlage 4. Fiches type-ongevallen.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 27-08-2008, p. 4454544557).
  Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit tot vaststelling van de criteria waarmee door de exploitant moet rekening gehouden worden bij het afbakenen van het gebied dat door een zwaar ongeval zou kunnen worden getroffen
  De Minister van Binnenlandse Zaken,
  P. DEWAEL.

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Minister van Binnenlandse Zaken,
   Gelet op het samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 tussen de Federale Staat, het Vlaams, het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, waaraan instemming is verleend bij de wet van 22 mei 2001, in het bijzonder artikel 16;
   Overwegende de vooruitgang gemaakt in de kennis van de niveaus van draaglijke effecten voor de gezondheid in geval van blootstelling aan effecten van ongevallen en de noodzaak om de reglementering aan deze vooruitgang aan te passen;
   Overwegende het nut om de risicozones te verkleinen tot de strikt noodzakelijke afmetingen om de veiligheid van de personen en het rationele gebruik van de menselijke middelen voor een gezond beheer van de noodsituaties te verenigen;
   Overwegende dat nieuwe risico's op zware ongevallen bepaald werden en dat specifieke aanbevelingen voor deze ongevallentypes noodzakelijk zijn;
   Overwegende dat niet alle types van zware ongevallen toelaten om zones af te bakenen door simulatie van de effecten om aansluitend passende externe noodplannen uit te werken en dat het bijgevolg raadzaam is de betrokken ongevallentypes vast te stellen en de basis te bepalen waarop deze plannen in dergelijke gevallen moeten worden opgesteld;
   Overwegende dat de draagwijdte van de gevaarlijke effecten van bepaalde ongevallen niet wetenschappelijk voorspelbaar is, maar dat men zich er evenwel dient op voor te bereiden de bevolking vlug te beschermen in geval van een ongeval;
   Overwegende dat de in bijlage 3 opgesomde gevaarlijke stoffen van het voorliggende ministerieel besluit de gezondheid van de bevolking kunnen aantasten en dat er reden is om er rekening mee te houden bij het opstellen van de noodplannen;
   Gelet op de adviezen van de Waalse Regering, gegeven op 16 oktober 2003 en 6 september 2007;
   Gelet op de adviezen van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gegeven op 21 april 2004 en 21 november 2007;
   Gelet op de adviezen van de Vlaamse Regering, gegeven op 4 februari 2005 en 19 juli 2007;
   Gelet op de adviezen 40.043/2 en 44.335/2 van de Raad van State, gegeven op 5 april 2006 en 21 april 2008,
   Besluit :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel 2 uitvoeringbesluiten
Franstalige versie