J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 16 uitvoeringbesluiten 9 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiėlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2007/12/21/2008031023/justel

Titel
21 DECEMBER 2007. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot vaststelling van de eisen op het vlak van de energieprestatie en het binnenklimaat van gebouwen.
(NOTA : artikelen gewijzigd in de toekomst door BESL 2018-06-21/16, art. 6.1.1; Inwerkingtreding : 01-01-2019)
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 05-02-2008 en tekstbijwerking tot 20-12-2017) Zie wijziging(en)

Bron : BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Publicatie : 05-02-2008 nummer :   2008031023 bladzijde : 6084   BEELD BEELD BEELD BEELD BEELD
Dossiernummer : 2007-12-21/73
Inwerkingtreding : 02-07-2008

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
Art. 1-3, 3bis, 3ter
HOOFDSTUK II. - EPB-eisen voor [1 nieuwe EPB-eenheden]1 [2 en EPB-eenheden die, met inbegrip van vervanging van alle technische installaties, renovatiewerkzaamheden ondergaan op minstens 75 % van hun verliesoppervlakte]2.
Deel I. - E-peil en oververhitting.
Art. 4-5, 5bis, 6, 6bis, 7
Deel II. - Thermische isolatie.
Art. 8-10
Deel IIbis. [1 - Eisen van toepassing vanaf 1 januari 2015]1
Art. 10bis, 10ter, 10quater, 10quinquies, 10sexies, 10septies
Deel III. - Ventilatie.
Art. 11-12
Deel IV. - Eisen met betrekking tot de technische installaties.
Art. 13
HOOFDSTUK III. - EPB-eisen voor [1 zwaar gerenoveerde EPB eenheideden]1.
Deel I. - Thermische isolatie.
Art. 14
Deel II. - Ventilatie.
Art. 15-16
Deel III. - Eisen van de technische installaties.
Art. 17
HOOFDSTUK IV. - EPB-eisen voor [1 eenvoudig gerenoveerde [2 eenheden]2]1.
Art. 18
HOOFDSTUK V. - Uitvoerings- en handhavingsmaatregelen.
Art. 19
HOOFDSTUK VI. - Overgangs- en slotbepalingen.
Art. 20-21, 21bis, 22-23
BIJLAGEN.
Art. N1-N16

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.

  Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit moet worden verstaan onder :
  1° [2 ...]2;
  2° [2 ...]2;
  3° [2 ...]2;
  4° [2 ...]2;
  5° Bestemming : een van de volgende bestemmingen : Wooneenheid, Gemeenschappelijk residentieel, Kantoren en diensten, Onderwijs, Gezondheidszorg, Cultuur en ontspanning, Restaurants en cafés, Handelszaken, Sport, Andere bestemming, Gemeenschappelijk deel, Aangrenzende onverwarmde ruimte (AOR).
  Deze bestemmingen zijn gedefinieerd onder punten 1.7 tot 1.18 van bijlage I.
  6° Minister : de minister van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die het energiebeleid tot zijn bevoegdheden telt;
  7° Ordonnantie : [3 de Ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing]3.
  ----------
  (1)<BESL 2011-05-05/21, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-07-2011>
  (2)<BESL 2014-04-03/35, art. 31, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (3)<BESL 2017-01-26/37, art. 7,2°, 008; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 2.§ 1. Het beschermd volume dat wordt bedoeld in [2 artikel 2.1.1, 26°]2, van de Ordonnantie dat in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van de EPB-eisen omvat :
  - de doorlopend of onderbroken verwarmde of gekoelde ruimten;
  - de niet-verwarmde of niet-gekoelde ruimten die gelegen zijn boven de begane grond, omgeven door buitenlucht, en die niet door een geļsoleerde wand van de verwarmde ruimten worden gescheiden.
  Deze ruimten worden beschouwd als indirect verwarmd of gekoeld door warmtetransmissie afkomstig van de verwarmde of gekoelde ruimten.
  De indirecte verwarming door ventilatie wordt niet in aanmerking genomen om het beschermd volume te bepalen.
  § 2. Voor de toepassing van de voorgaande paragraaf moet worden verstaan onder geļsoleerde wand :
  - Voor een opake wand : een wand die voldoet aan de Rmin/Umax-waarden van bijlage IV in het geval van [1 nieuwe EPB-eenheden]1 en, in het geval van bestaande gebouwen, een wand die een materiaal bevat waarvan het warmtegeleidingscoėfficiėnt lager is dan of gelijk aan 0,08 (W/m.K).
  - Voor een doorzichtige/doorschijnende wand : een wand die voldoet aan de Rmin/Umaxwaarden van bijlage IV in het geval van [1 nieuwe EPB-eenheden]1 en, in het geval van bestaande gebouwen, een wand die bestaat uit dubbel of driedubbel glas, of een dubbel raam.
  ----------
  (1)<BESL 2014-04-03/35, art. 30, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (2)<BESL 2017-01-26/37, art. 8,§1, 008; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 3.Een lage energiebehoefte, voor een industrieel site, een werkplaats of een niet-residentieel landbouwgebouw zoals bedoeld in [1 artikel 2.2.1, 2°]1 van de Ordonnantie, is een vraag waarbij;
  - de som van het vermogen van de warmtebronnen die bestemd zijn voor de verwarming van de lokalen gedeeld door de verwarmde volume lager is dan 15 W/m3 en/of;
  -- de som van het vermogen van de warmtebronnen die bestemd zijn voor de airconditioning van de lokalen gedeeld door de volume met airconditioning lager is dan 15 W/m3.
  Alleen de warmtebronnen die voorzien zijn om het thermisch comfort van personen te garanderen, worden in aanmerking genomen.
  ----------
  (1)<BESL 2017-01-26/37, art. 9,§1, 008; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 3bis. [1 De EPB-eisen worden berekend met behulp van de door het Instituut ter beschikking gestelde software die op dat moment van toepassing is.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BESL 2011-05-05/21, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-07-2011>

  Art. 3ter. [1 Voor de zwaar gerenoveerde EPB-eenheden, worden de volgende criteria voor de werkzaamheden in verband met de technische installaties ervan in aanmerking genomen :
   1° voor de EPB-eenheden Wooneenheid betreft het werkzaamheden in verband met tenminste een volgende technische installatie : productie-installatie van het verwarmingssysteem, productie-installatie van het klimaatregelingssysteem, ventilatiesysteem;
   2° voor de andere EPB-eenheden betreft het werkzaamheden in verband met tenminste twee van de volgende technische installaties : productie-installatie van het verwarmingssysteem, productie-installatie van het klimaatregelingssysteem, ventilatiesysteem.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BESL 2014-04-03/35, art. 32, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  HOOFDSTUK II. - EPB-eisen voor [1 nieuwe EPB-eenheden]1 [2 en EPB-eenheden die, met inbegrip van vervanging van alle technische installaties, renovatiewerkzaamheden ondergaan op minstens 75 % van hun verliesoppervlakte]2.
  ----------
  (1)<BESL 2014-04-03/35, art. 30, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (2)<BESL 2015-06-19/32, art. 1, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Deel I. - E-peil en oververhitting.

  Art. 4.Het E-peil is het peil van primair energieverbruik.
  Het E-peil van [3 nieuwe EPB-eenheden]3 wordt bepaald aan de hand van de volgende factoren voor de omzetting in primaire energie (fp) :
  1° fossiele brandstoffen : f/p = 1;
  2° elektriciteit : f/p = 2,5;
  3° door warmtekrachtkoppeling zelf opgewekte elektriciteit : [1 fp = 2.5]1;
  4° [1 biomassa : fp = 0.32]1.
  [2 In afwijking van lid 2, 4°, kan de Minister in geval van biomassa een andere omzettingsfactor bepalen.]2
  ----------
  (1)<BESL 2011-05-05/21, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 01-07-2011>
  (2)<BESL 2013-02-21/19, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 05-04-2013>
  (3)<BESL 2014-04-03/35, art. 30, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 5.Voor de EPB-eenheden Wooneenheid wordt het E-peil berekend in overeenstemming met de bepalingen van [1 bijlagen II en IX]1 en met behulp van de volgende constante factoren :
  a1 = 115;
  a2 = 70;
  a3 = 105.
  Het E-peil van een EPB-eenheid Wooneenheid mag niet hoger zijn dan E70.
  ----------
  (1)<BESL 2013-02-21/19, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 05-04-2013>

  Art. 5bis.
  <Opgeheven bij BESL 2013-02-21/19, art. 3, 004; Inwerkingtreding : 05-04-2013>

  Art. 6.§ 1. Voor de EPB-eenheden Kantoren en diensten, en voor de EPB-eenheden Onderwijs, wordt het E-peil berekend in overeenstemming met de bepalingen van [1 bijlagen III en X]1 , en met behulp van de volgende constante factoren :
  b1 = 105;
  b2 = 175;
  b3 = 50;
  b4 = 35;
  b5 = 0,7.
  Het E-peil van een EPB-eenheid Kantoren en diensten en dat van een EPB-eenheid Onderwijs mag niet hoger zijn dan E75.
  § 2. Een EPB-eenheid Kantoren en diensten die een oppervlakte heeft die kleiner is dan 75 m2, mag worden beschouwd als een deel van de EPB-eenheid Wooneenheid. In dit geval kan een gemeenschappelijk E-peil worden bepaald volgens de regels van artikel 5.
  ----------
  (1)<BESL 2013-02-21/19, art. 4, 004; Inwerkingtreding : 05-04-2013>

  Art. 6bis.
  <Opgeheven bij BESL 2013-02-21/19, art. 5, 004; Inwerkingtreding : 05-04-2013>

  Art. 7. Elke EPB-eenheid Wooneenheid voldoet aan de eis betreffende de beperking van het oververhittingsrisico zoals beschreven in hoofdstuk 8 van bijlage II.

  Deel II. - Thermische isolatie.

  Art. 8.De constructieonderdelen van de EPB-eenheden voldoen aan de maximale warmtedoorgangscoėfficiėnt of aan de minimale warmteweerstand zoals vastgelegd in bijlage IV [1 voor de tot en met 31 december 2013 ingediende aanvragen en zoals vastgelegd in bijlage XI voor de vanaf 1 januari 2014 ingediende aanvragen]1.
  ----------
  (1)<BESL 2013-02-21/19, art. 6, 004; Inwerkingtreding : 05-04-2013>

  Art. 9. De invloed van de koudebruggen op het specifiek warmteverlies door transmissie wordt bepaald overeenkomstig de bepalingen van Bijlage V.

  Art. 10. § 1. Het K-peil is het globale warmte-isolatiepeil.
  § 2. Voor de berekening van het K-peil van de EPB-eenheden Wooneenheid en Gemeenschappelijk Residentieel is het in aanmerking genomen beschermd volume datgene dat wordt gevormd door de aangrenzende EPB-eenheden Wooneenheid, de EPB-eenheden Gemeenschappelijk residentieel en de EPB-eenheden gemeenschappelijke delen.
  Het K-peil dat wordt berekend op dit beschermd volume mag niet hoger zijn dan K40.
  § 3. Voor de berekening van het K-peil van de EPB-eenheden Kantoren en diensten of de EPB-eenheden Onderwijs is het in aanmerking genomen beschermd volume datgene dat wordt gevormd door de aangrenzende EPB-eenheden Kantoren en diensten, de EPB-eenheden Onderwijs en de gemeenschappelijke delen.
  Het K-peil dat wordt berekend op dit beschermd volume mag niet hoger zijn dan K45.

  Deel IIbis. [1 - Eisen van toepassing vanaf 1 januari 2015]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BESL 2013-02-21/19, art. 7, 004; Inwerkingtreding : 05-04-2013>

  Art. 10bis.[1 De eisen van dit deel worden bepaald aan de hand van de volgende factoren voor de omzetting in primaire energie (fp) :
  1° fossiele brandstoffen : fp = 1;
  2° elektriciteit : fp = 2,5;
  3° door warmtekrachtkoppeling of fotovoltaļsche zelf opgewekte elektriciteit : fp = 2.5;
  4° [2 biomassa : fp = 1]2.
  In afwijking van lid 2, 4°, kan de Minister in geval van biomassa een andere omzettingsfactor bepalen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BESL 2013-02-21/19, art. 7, 004; Inwerkingtreding : 05-04-2013>
  (2)<BESL 2015-06-19/32, art. 2, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2016>

  Art. 10ter.[1 § 1. Voor de vanaf 1 januari 2015 ingediende aanvragen hebben de EPB-eenheden Wooneenheid :
  1° een [3 specifiek primair energieverbruik]3 van minder dan of gelijk aan 45 kWh per m2 en per jaar;
  2° een netto energiebehoefte voor verwarming van minder dan of gelijk aan 15 kWh per m2 en per jaar die berekend wordt met inachtname van (ongeacht het ventilatiesysteem dat voorzien is (A, B, C of D) :
  a) een reductiefactor voor voorverwarming van de ventilatielucht rpreh,heat,zone z gelijk aan 0.32, tenzij er een ventilatiesysteem D met warmteterugwinapparaat met een rendement ηtest,p groter dan 80 % aanwezig is;
  b) een afstelling van de installatie waarvan mheat,sec i gelijk is aan 1 en een reductiefactor voor ventilatie freduc,vent,heat,seci gelijk aan 1;
  3° een temperatuur van oververhitting die tijdens het jaar slechts gedurende 5 % van het jaar 25 ° C mag overschrijden zoals beschreven in hoofdstuk 8 van Bijlage IX.
  § 2. Voor de vanaf 1 januari 2018 ingediende aanvragen hebben de EPB-eenheden Wooneenheid bovendien een luchtdichtheid bij een drukverschil van 50 Pa (n50) van minder dan of gelijk aan 0.6 volume per uur.
  § 3. EPB-eenheden Wooneenheid die de eis onder § 1, 2° van het voorliggende artikel niet halen, hebben bijgevolg :
  1° een netto energiebehoefte voor verwarming van minder dan of gelijk aan X kWh per m2 en per jaar, waarbij de netto energiebehoefte voor verwarming X aan de hand van de volgende parameters wordt berekend :
  a) een Ugewogen gemiddeld -waarde van 0,12 W/m2K voor de opake scheidingsconstructies;
  b) een Ugewogen gemiddeld -waarde van 0,85 W/m2K voor de ramen en deuren;
  c) een luchtdichtheid bij een drukverschil van 50 Pa (n50) gelijk aan :
  

  
[1 vanaf 1 januari 2015 :vanaf 1 januari 2016 :
1 vol. per uur0.8 vol. per uur]1
(1)<BESL 2017-01-26/37, art. 14,5°, 008; Inwerkingtreding : 01-01-2017>


  d) een reductiefactor voor voorverwarming van de ventilatielucht rpreh,heat,zone z gelijk aan 0.32, tenzij er een ventilatiesysteem D met warmteterugwinapparaat met een rendement ētest,p groter dan 80 % aanwezig is;
  e) een afstelling van de installatie waarvan mheat,seci gelijk is aan 1 en een reductiefactor voor ventilatie freduc,vent,heat,seci gelijk aan 1;
  2° [3 ...]3.
  § 4. De in vorige paragrafen bedoelde eisen worden berekend in overeenstemming met de bepalingen van bijlage IX, met uitzondering van de Ugewogen gemiddeld - waarde die bepaald wordt als volgt [2 overwegende dat de bouwknopen conform zijn]2 :
  
  (Formule niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 26-03-2013, p. 18636)
  GEWIJZIGD BIJ :
  <BESL 2015-06-19/32, art. 3, 3°, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  
  overeenstemming met de bepalingen van bijlage IX voor respectievelijk de opake scheidingsconstructies en het geheel van vensters, deuren en poorten.]1
  [3 § 5. EPB-eenheden Wooneenheid die niet aan de eis onder § 1, 1° van het voorliggende artikel voldoen, hebben een specifiek primair energieverbruik van minder dan of gelijk aan 45 + max (0; 30-7.5 C) + 15*max (0; 192/VEPR-1) kWh per m2 en per jaar; C wordt hierbij gedefinieerd als de compactheid en VEPR als het totaal volume van de EPB-eenheid.]3
  [3 § 6. De resultaten van de berekeningen bij het toepassen van de artikelen 10ter, § 1, en 10ter, § 3, worden naar boven afgerond tot op twee cijfers na de komma.]3
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BESL 2013-02-21/19, art. 7, 004; Inwerkingtreding : 05-04-2013>
  (2)<BESL 2014-04-03/35, art. 33, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (3)<BESL 2015-06-19/32, art. 3, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 10quater. [1 De bepalingen van artikel 10ter zijn eveneens van toepassing op de EPB-eenheden Wooneenheid die, met inbegrip van vervanging van alle technische installaties, renovatiewerkzaamheden ondergaan op minstens 75 % van hun verliesoppervlakte. In dit geval wordt een vermenigvuldigingsfactor van 1.2 toegepast voor de vermelde eisen, behalve voor de onder punt 3° van de eerste paragraaf gedefinieerde oververhittingseis.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BESL 2013-02-21/19, art. 7, 004; Inwerkingtreding : 05-04-2013>

  Art. 10quinquies.[1 § 1. Voor de vanaf 1 januari 2015 ingediende aanvragen hebben de EPB-eenheden Kantoren en diensten en de EPB-eenheden Onderwijs :
  1° een [3 specifiek primair energieverbruik]3 van minder dan of gelijk aan (95 - 2.5 *C) kWh per m2 en per jaar. C wordt hierbij gedefinieerd als de compactheid en heeft een bovengrens van 4 als de verkregen waarde groter is dan 4;
  2° een netto energiebehoefte voor verwarming van minder dan of gelijk aan 15 kWh per m2 en per jaar die ongeacht het ventilatiesysteem dat voorzien is (A, B, C of D), berekend wordt met inachtname van : :
  a) een reductiefactor voor voorverwarming van de ventilatielucht rpreh,heat,zone z gelijk aan 0.36, tenzij er een ventilatiesysteem D met warmteterugwinapparaat met een rendement ētest,p groter dan 75 % aanwezig is;
  b) een reductiefactor voor ventilatie freduc,vent,heat,seci gelijk aan 1;
  3° [3 ...]3
  § 2. [4 ...]4
  § 3. Voor de vanaf 1 januari 2018 ingediende aanvragen hebben de EPB-eenheden Kantoren en diensten en de EPB-eenheden Onderwijs bovendien een luchtdichtheid bij een drukverschil van 50 Pa (n50) van minder dan of gelijk aan 0.6 volume per uur.
  § 4. EPB-eenheden Kantoren en diensten en EPB-eenheden Onderwijs die de eis onder § 1, 2° van het voorliggende artikel niet halen, hebben bijgevolg :
  1° een netto energiebehoefte voor verwarming van minder dan of gelijk aan X kWh per m2 en per jaar, waarbij de netto energiebehoefte voor verwarming X aan de hand van de volgende parameters wordt berekend :
  a) een Ugewogen gemiddeld -waarde van 0,12 W/m2K voor de opake scheidingsconstructies;
  b) een Ugewogen gemiddeld -waarde van 0,85 W/m2K de ramen en deuren;
  c) een luchtdichtheid bij een drukverschil van 50 Pa (n50) gelijk aan :
  

  
[1 vanaf 1 januari 2015 :vanaf 1 januari 2016 :
1 vol. per uur0.8 vol. per uur]1
(1)<BESL 2017-01-26/37, art. 16,4°, 008; Inwerkingtreding : 01-01-2017>


  d) een reductiefactor voor voorverwarming van de ventilatielucht rpreh,heat,zone z gelijk aan 0.36, tenzij er een ventilatiesysteem D met warmteterugwinapparaat met een rendement ētest,p groter dan 75 % aanwezig is;
  e) een reductiefactor voor ventilatiefreduc,vent,heat,seci gelijk aan 1;
  2° Een [3 specifiek primair energieverbruik]3 van minder dan of gelijk aan (95 - 2.5 *C) + 1,2*(X - 15) kWh per m2 en per jaar, met C gedefinieerd als de compactheid, met een bovengrens van 4 als de verkregen waarde groter is dan 4 en met de waarde X zoals berekend onder 1°.
  § 5. De in vorige paragrafen bedoelde eisen worden berekend in overeenstemming met de bepalingen van bijlage X [2 overwegende dat de bouwknopen conform zijn]2.]1
  § 6. [4 ...]4
  [3 § 7. De resultaten van de berekeningen bij het toepassen van [4 artikel 10quinquies, § 1]4 [4 ...]4 [4 ...]4 worden naar boven afgerond tot op twee cijfers na de komma.]3
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BESL 2013-02-21/19, art. 7, 004; Inwerkingtreding : 05-04-2013>
  (2)<BESL 2014-04-03/35, art. 33, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (3)<BESL 2015-06-19/32, art. 4, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (4)<BESL 2017-01-26/37, art. 16,2°,7°,8°, 008; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 10sexies.[1 De bepalingen van artikel 10quinquies zijn eveneens van toepassing op de EPB-eenheden Kantoren en diensten en de EPB-eenheden Onderwijs die, met inbegrip van vervanging van alle technische installaties, renovatiewerkzaamheden ondergaan op minstens 75 % van hun verliesoppervlakte. In dit geval wordt een vermenigvuldigingsfactor van 1.2 toegepast voor de vermelde eisen [2 ...]2.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BESL 2013-02-21/19, art. 7, 004; Inwerkingtreding : 05-04-2013>
  (2)<BESL 2017-01-26/37, art. 17,1°, 008; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 10septies. [1 De invloed van de koudebruggen op het specifiek warmteverlies door transmissie wordt bepaald in overeenstemming met de bepalingen van Bijlage V.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BESL 2013-02-21/19, art. 7, 004; Inwerkingtreding : 05-04-2013>

  Deel III. - Ventilatie.

  Art. 11.§ 1. De EPB-eenheden Wooneenheid zijn uitgerust met ventilatievoorzieningen zoals beschreven [1 in bijlagen VI en XV]1.
  § 2. [1 Een Niet-Residentiėle EPB-eenheid met een vloeroppervlakte kleiner dan 75 m|F2 mag worden beschouwd als deel uitmakend van de EPB-wooneenheid. In dit geval is het niet-residentieel gedeelte, dat opgenomen is in de EPB-wooneenheid, uitgerust met de ventilatievoorzieningen zoals beschreven in bijlage XVI.]1
  ----------
  (1)<BESL 2017-01-26/37, art. 18, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2017>

  Art. 12.[1 De Niet-Residentiėle EPB-eenheden]1 zijn uitgerust met ventilatievoorzieningen zoals beschreven [1 in bijlagen VII en XVI]1.
  ----------
  (1)<BESL 2017-01-26/37, art. 19, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2017>

  Deel IV. - Eisen met betrekking tot de technische installaties.

  Art. 13.De technische installaties voor [1 nieuwe EPB-eenheden]1 [2 en EPB-eenheden die, met inbegrip van [3 plaatsing en/of vervanging van alle technische installaties, constructiewerkzaamheden en/of afbraak- en heropbouwwerkzaamheden]3 ondergaan op minstens 75 % van hun verliesoppervlakte]2 zijn onderworpen aan de eisen die worden bedoeld in het eerste hoofdstuk van Bijlage VIII.
  ----------
  (1)<BESL 2014-04-03/35, art. 30, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (2)<BESL 2015-06-19/32, art. 5, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (3)<BESL 2017-01-26/37, art. 20, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2017>

  HOOFDSTUK III. - EPB-eisen voor [1 zwaar gerenoveerde EPB eenheideden]1.
  ----------
  (1)<BESL 2014-04-03/35, art. 30, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Deel I. - Thermische isolatie.

  Art. 14.De delen van de warmteverliesoppervlakte die gewijzigd worden in het kader van een [2 zwaar gerenoveerde EPB eenheid]2, zijn gebonden aan de eisen die voorzien zijn [3 onder bijlagen IV, XI en XIV]3.
  ----------
  (1)<BESL 2013-02-21/19, art. 8, 004; Inwerkingtreding : 05-04-2013>
  (2)<BESL 2014-04-03/35, art. 30, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (3)<BESL 2017-01-26/37, art. 21, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2017>

  Deel II. - Ventilatie.

  Art. 15.In het geval van een toevoeging, verwijdering of vervanging van de ramen van een lokaal van een EPB-eenheid Wooneenheid, worden voorzieningen voor luchtaanvoer [1 of -afvoer]1 geļnstalleerd [2 ...]2, volgens de bepalingen [2 van bijlagen VI en XV]2.
  In het geval van een toevoeging, verwijdering of vervanging van de ramen van [2 een Niet-Residentiėle EPB-eenheid, worden voorzieningen voor luchtaanvoer of -afvoer]2 geļnstalleerd die voldoen aan de bepalingen [2 van bijlagen VII en XVI]2.
  ----------
  (1)<BESL 2011-05-05/21, art. 6, 003; Inwerkingtreding : 01-07-2011>
  (2)<BESL 2017-01-26/37, art. 22, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2017>

  Art. 16.Elk nieuw opgericht lokaal is uitgerust met voorzieningen voor luchtaanvoer of -afvoer afhankelijk van de aard van het lokaal en volgens de bepalingen van bijlagen VI of VII [1 en XV of XVI]1 afhankelijk van het geval.
  ----------
  (1)<BESL 2017-01-26/37, art. 23, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2017>

  Deel III. - Eisen van de technische installaties.

  Art. 17.De technische installaties voor [1 zwaar gerenoveerde EPB eenheideden]1 zijn onderworpen [2 aan de eis die wordt bedoeld onder punt 1.5.6 van hoofdstuk 1]2 van Bijlage VIII.
  ----------
  (1)<BESL 2014-04-03/35, art. 30, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (2)<BESL 2016-10-06/14, art. 46, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  HOOFDSTUK IV. - EPB-eisen voor [1 eenvoudig gerenoveerde [2 eenheden]2]1.
  ----------
  (1)<BESL 2014-04-03/35, art. 30, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (2)<BESL 2016-10-06/14, art. 46, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 18.§ 1. De EPB-eisen die voorzien zijn in de delen I en II van hoofdstuk III zijn van toepassing op [1 eenvoudig gerenoveerde renovaties]1.
  [3 De eis bedoeld onder punt 1.5.6 van hoofdstuk 1 van bijlage VIII van dit besluit is van toepassing op de eenvoudig gerenoveerde eenheden waaraan werken worden uitgevoerd die betrekking hebben op meer dan 25% van de warmteverliesoppervlakte.]3
  § 2. [4 ...]4
  ----------
  (1)<BESL 2014-04-03/35, art. 30, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (2)<BESL 2015-06-19/32, art. 6, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (3)<BESL 2016-10-06/14, art. 46, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2017>
  (4)<BESL 2017-01-26/37, art. 24, 008; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  HOOFDSTUK V. - Uitvoerings- en handhavingsmaatregelen.

  Art. 19.De minister bepaalt de regels voor berekening van de transmissieverliezen die nodig zijn voor de berekening van de eisen van [1 dit besluit]1.
  ----------
  (1)<BESL 2013-02-21/19, art. 9, 004; Inwerkingtreding : 05-04-2013>

  HOOFDSTUK VI. - Overgangs- en slotbepalingen.

  Art. 20.In afwijking van artikelen 5 en 6 :
  - mogen [1 nieuwe EPB-eenheden]1 van de E-peileisen afwijken indien de aanvraag tot het verkrijgen van de stedenbouwkundige vergunning wordt ingediend binnen de 12 maanden na de inwerkingtreding van dit besluit en er wordt voldaan aan de K-peileisen zoals vastgelegd in artikel 10;
  - het E-peil is vastgelegd op 90 voor de eerste 36 maanden volgend op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit.
  ----------
  (1)<BESL 2014-04-03/35, art. 30, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 21. In afwijking van artikel 9 mag de invloed van de koudebruggen buiten beschouwing worden gelaten indien de aanvraag tot het verkrijgen van de stedenbouwkundige vergunning wordt ingediend binnen de 12 maanden na de inwerkingtreding van dit besluit.

  Art. 21bis.[1 § 1. [2 Artikelen 4 t.e.m 7 en 10]2 van dit besluit zijn van toepassing op de tot en met 31 december 2014 ingediende aanvragen.
   § 2. De bijlagen II en III zijn van toepassing op de tot en met 31 december 2013 ingediende aanvragen.
   [3 Bijlage IX is van toepassing op de vanaf 1 januari 2014 tot en met 30 juni 2017 ingediende aanvragen.
   Bijlage X is van toepassing op de vanaf 1 januari 2014 tot en met 30 juni 2017 ingediende aanvragen.
   Bijlage XII is van toepassing op de vanaf 1 juli 2017 ingediende aanvragen.
   Bijlage XIII is van toepassing op de vanaf 1 juli 2017 ingediende aanvragen.
   De Minister mag de technische aspecten van de bepalingsmethodes van het primaire energieverbruik van de voorgenoemde bijlagen wijzigen, om de nauwkeurigheid van de bekomen resultaten met deze methodes te verbeteren en om de technische evoluties in acht te nemen.]3]1
  [3 § 3. Bijlage IV is van toepassing op de tot en met 31 december 2013 ingediende aanvragen.
   Bijlage XI is van toepassing op de vanaf 1 januari 2014 tot en met 30 juni 2017 ingediende aanvragen.
   Bijlage XIV is van toepassing op de vanaf 1 juli 2017 ingediende aanvragen.]3
  [3 § 4. De bijlagen VI en VII zijn van toepassing op de tot en met 30 juni 2017 ingediende aanvragen.
   De bijlagen XV en XVI zijn van toepassing op de vanaf 1 juli 2017 ingediende aanvragen.]3
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BESL 2013-02-21/19, art. 10, 004; Inwerkingtreding : 05-04-2013>
  (2)<BESL 2015-06-19/32, art. 7, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (3)<BESL 2017-01-26/37, art. 25, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2017>

  Art. 22. Dit besluit treedt in werking op 2 juli 2008, met uitzondering van de eisen voorzien in het 1e deel van het eerste hoofdstuk van Bijlage VIII die van kracht worden op 1 januari 2009.

  Art. 23.De Minister [1 ...]1 is belast met de uitvoering van dit besluit.
  ----------
  (1)<BESL 2011-05-05/21, art. 7, 003; Inwerkingtreding : 01-07-2011>

  BIJLAGEN.

  Art. N1.Bijlage I. - Definities.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 05-02-2008, p. 6088-6089).
  Gewijzigd bij :
  <BESL 2010-06-03/12, art. 56, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2011>
  <BESL 2011-05-05/21, art. 8, 003; Inwerkingtreding : 01-07-2011>
  <BESL 2017-01-26/37, art. 26,2°-12°, 008; Inwerkingtreding : 01-01-2017>
  <BESL 2017-01-26/37, art. 26,1°, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2017>
  <BESL 2017-01-26/37, art. 26,13°, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2017>
  

  Art. N2.Bijlage II. - EPW-methode voor de bepaling van het E-peil van wooneenheden.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 05-02-2008, p. 6090-6205).
  Gewijzigd bij :
  <BESL 2011-05-05/21, art. 9, 003; Inwerkingtreding : 01-07-2011>

  Art. N3.Bijlage III. - EPU-methode voor de bepaling van het E-peil van kantoor- en schoolgebouwen.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 05-02-2008, p. 6206-6280).
  Gewijzigd bij :
  <BESL 2011-05-05/21, art. 9, 003; Inwerkingtreding : 01-07-2011>

  Art. N4. Bijlage IV. - Maximaal toelaatbare U-waarden of minimaal te realiseren R-waarden.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 05-02-2008, p. 6281-6282).

  Art. N5.Bijlage V. - Behandeling van koudebruggen.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 05-02-2008, p. 6283-6285).
  Gewijzigd bij :
  <BESL 2011-05-05/21, art. 9, 003; Inwerkingtreding : 01-07-2011>

  Art. N6.Bijlage VI. - Ventilatievoorzieningen in residentiėle gebouwen.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 05-02-2008, p. 6286-6288).
  Gewijzigd bij :
  <BESL 2011-05-05/21, art. 11, 003; Inwerkingtreding : 01-07-2011>

  Art. N7.Bijlage VII. - Ventilatievoorzieningen in niet-residentiėle gebouwen.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 05-02-2008, p. 6289-6300).
  Gewijzigd bij :
  <BESL 2011-05-05/21, art. 12, 003; Inwerkingtreding : 01-07-2011>

  Art. N8. Bijlage VIII. - Eisen betreffende de technische installaties.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 05-02-2008, p. 6301-6313).
  Gewijzigd bij :
  <BESL 2010-06-03/12, art. 56, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2011>

  Art. N9.[1 Bijlage IX. - EPW METHODE VOOR EPB-EENHEDEN
  (Tekst niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 26-03-2013, p. 18926)]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BESL 2013-02-21/19, art. 11, 004; Inwerkingtreding : 05-04-2013>
  

  Art. N10.[1 Bijlage X. - EPU METHODE VOOR EPB-EENHEDEN KANTOREN EN DIENSTEN EN ONDERWIJS
  (Tekst niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 26-03-2013, p. 19077)]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BESL 2013-02-21/19, art. 11, 004; Inwerkingtreding : 05-04-2013>
  

  Art. N11. [1 BIJLAGE XI. - MAXIMAAL TOELAATBARE V-WAARDEN OF MINIMAAL TE REALISEREN R-WAARDEN
   (Tekst niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 26-03-2013, p. 19195)]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BESL 2013-02-21/19, art. 11, 004; Inwerkingtreding : 05-04-2013>
  

  Art. N12.[1 Bijlage XII (EPW) - EPW Methode - Bepalingsmethode van het primaire energieverbruik van residentiėle eenheden.
   (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 06-03-2017, p. 32120]1
  
  Gewijzigd bij:
  
  <MB 2017-11-28/02, art. 1-6, 009; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BESL 2017-01-26/37, art. 28, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2017>
  (2)<MB 2017-11-09/13, art. 2, 010; Inwerkingtreding : 01-07-2017>

  Art. N13.[1 Bijlage XIII (EPN) - EPN methode - Bepalingsmethode van het totaal primair eniergieverbruik van niet-residentiėle eenheden.
   ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 06-03-2017, p. 32294 )]1
  
  Gewijzigd bij:
  
  <MB 2017-11-28/02, art. 7-10, 009; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BESL 2017-01-26/37, art. 28, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2017>
  

  Art. N14. [1 Bijlage XIV. - (U/R) - Maximaal toelaatbare u-waarden of minimaal te realiseren r-waarden.
   ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 06-03-2017, p. 32482 )]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BESL 2017-01-26/37, art. 28, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2017>
  
  

  Art. N15. [1 Bijlage XV. - Ventilatievoorzieningen in woongebouwen : Bepalingensmethode en eisen (Bijlage HVR)
   ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 06-03-2017, p. 32484 )]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BESL 2017-01-26/37, art. 28, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2017>
  
  

  Art. N16.[1 Bijlage XVI. - Ventilatievoorzieningen in niet-residentiėle gebouwen : Bepalingsmethode en eisen (Bijlage HVNR).
   ( Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 06-03-2017, p. 32488 )]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BESL 2017-01-26/37, art. 28, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2017>
  
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, 21 december 2007.
De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
Ch. PICQUE
De Minister van Leefmilieu, Energie en Waterbeleid,
Mevr. E. HUYTEBROECK

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
   Gelet op de Richtlijn 2002/91/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende de energieprestatie van gebouwen;
   Gelet op de Ordonnantie van 7 juni 2007 betreffende de energieprestaties en het binnenklimaat van gebouwen, met name artikelen 4, tweede lid, 5, § 1, en 6, § 1;
   Gelet op het advies van de Raad voor het Leefmilieu van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gegeven op 12 september 2007;
   Gelet op het advies van de Economische en Sociale Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gegeven op 20 september 2007;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiėn, gegeven op 9 juli 2007;
   Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 20 november 2007 in toepassing van artikel 84, § 1, lid 1, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
   Op voorstel van de Minister van Leefmilieu, Energie en Waterbeleid;
   Na beraadslaging,
   Besluit :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
BEELD
  • BESLUIT (BRUSSEL) VAN 21-06-2018 GEPUBL. OP 03-08-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 17; 18; N8)
  • BEELD
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 09-11-2017 GEPUBL. OP 20-12-2017
    (GEWIJZIGD ART. : N12)
  • BEELD
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 28-11-2017 GEPUBL. OP 15-12-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : N12; N13)
  • BEELD
  • BESLUIT (BRUSSEL) VAN 26-01-2017 GEPUBL. OP 06-03-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2; 3; 3ter; 8; 10bis; 10ter; 10quater; 10quinquies; 10sexies)
    (GEWIJZIGDE ART. : 11; 12; 13; 14; 15; 16; 18; 21bis; N1; N12; N13; N14; N15; N16)
  • BEELD
  • BESLUIT (BRUSSEL) VAN 26-01-2017 GEPUBL. OP 06-03-2017
    (GEWIJZIGD ART. : N1) Inwerkingtreding nader te bepalen
  • BEELD
  • BESLUIT (BRUSSEL) VAN 06-10-2016 GEPUBL. OP 31-10-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 17; 18; 35)
  • BEELD
  • BESLUIT (BRUSSEL) VAN 19-06-2015 GEPUBL. OP 31-07-2015
    (GEWIJZIGDE ART. : 10bis; 10ter; 10quinquies; 13; 18; 21bis)
  • BEELD
  • BESLUIT (BRUSSEL) VAN 03-04-2014 GEPUBL. OP 15-05-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 4; 13; 20; 17; 18; 1; 3ter; 10ter; 10quinquies; 21bis)
  • BEELD
  • BESLUIT (BRUSSEL) VAN 21-02-2013 GEPUBL. OP 26-03-2013
    (GEWIJZIGDE ART. : 4; 5; 5bis; 6; 6bis; 8; 10bis-10septies; 14; 19; 21bis; N9; N10; N11)
  • BEELD
  • BESLUIT (BRUSSEL) VAN 05-05-2011 GEPUBL. OP 14-09-2011
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 3bis; 4; 5bis; 6bis; NL15; 23; N1; N2; N3; N5; FN4; N6; NLN7)
  • BEELD
  • BESLUIT (BRUSSEL) VAN 03-06-2010 GEPUBL. OP 09-07-2010
    (GEWIJZIGDE ART. : N8; N1)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 16 uitvoeringbesluiten 9 gearchiveerde versies
    Franstalige versie