J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Einde Franstalige versie
 
belgiŽlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2007/04/21/2007003301/justel

Titel
21 APRIL 2007. - Koninklijk besluit tot oprichting van de waarnemingspost voor de gewestelijke fiscaliteit.

Bron :
FINANCIEN
Publicatie : 11-06-2007 nummer :   2007003301 bladzijde : 31496   BEELD
Dossiernummer : 2007-04-21/93
Inwerkingtreding : 21-06-2007

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-12

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Bij de Federale Overheidsdienst FinanciŽn wordt onder het administratieve gezag van de Voorzitter van het Directiecomitť, een Waarnemingspost voor de gewestelijke fiscaliteit opgericht, hierna " de Waarnemingspost " genoemd.

  Art. 2. ß 1. De Waarnemingspost heeft als opdracht :
  1į het verzamelen van alle informatie betreffende :
  - de eigen fiscaliteit van de deelentiteiten, bedoeld in artikel 170, ß 2, van de Grondwet;
  - de belastingen bedoeld in titel III en titel IIIbis van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, evenals de uitoefening door de deelentiteiten van hun bevoegdheden met betrekking tot de belastingen bedoeld in titel IV van de voornoemde bijzondere wet;
  - de uitwisseling van informatie bedoeld in artikel 1bis van de voornoemde bijzondere wet;
  - de inachtname van het principe van vermijding van dubbele belasting, bedoeld in artikel 1ter van de voornoemde bijzondere wet;
  - het gezamenlijk beheer van de gegevens van de patrimoniale documentatie, bedoeld in artikel 4, ß 2, van de voornoemde bijzondere wet;
  - het sluiten van samenwerkingsakkoorden in de materies bedoeld in artikel 4, ßß 3 en 4, van de voornoemde bijzondere wet;
  - de overheveling van de dienst van de belastingen bedoeld in de artikelen 5, ß 3, en 68ter van de voornoemde bijzondere wet;
  - de inachtname van de bepalingen van de wet van 23 januari 1989 betreffende de in artikel 110, ßß 1 en 2, van de Grondwet bedoelde beslissingsbevoegdheid;
  - elke vorm van administratieve samenwerking die op fiscaal vlak overwogen of toegepast wordt tussen de federale Staat en ťťn of de deelentiteiten;
  - elke andere verbonden materie;
  2į het volgen van de evolutie van de opvattingen en de praktijken inzake de verdeling van fiscale bevoegdheden in andere federale Staten;
  3į het uitvoeren van alle studies en opzoekingen die nodig zijn voor het vervullen van zijn opdrachten;
  4į het uitbrengen van adviezen en het richten van aanbevelingen aan de Minister van FinanciŽn in de voormelde materies.
  ß 2. In het kader van de uitoefening van zijn opdrachten, die in alle onafhankelijkheid worden uitgeoefend, is de Waarnemingspost gemachtigd elk nodig geacht contact te leggen met de administratieve diensten van de betrokken federale entiteiten of met om het even welke instelling of organisme.

  Art. 3. De Minister van FinanciŽn wijst onder de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst FinanciŽn de leden van de Waarnemingspost aan.
  Hij wijst onder de ambtenaren van niveau A van die dienst, een Voorzitter aan die de algemene leiding van de Waarnemingspost waarneemt.

  Art. 4. De Waarnemingspost is samengesteld uit ten minste twee leden die titularis zijn van een betrekking van niveau A en ten minste ťťn lid dat titularis is van een betrekking van niveau B.

  Art. 5. Met eventuele uitzondering van de Voorzitter, worden de leden van niveau A van de Waarnemingspost aangeduid met inachtneming van de taalpariteit.

  Art. 6. De Voorzitter en de leden van de Waarnemingspost worden aangeduid voor een termijn van zes jaar. Hun mandaat is hernieuwbaar.

  Art. 7. Er kan, op hun verzoek of om ernstige redenen, een einde maken aan het mandaat van de Voorzitter en de leden van de Waarnemingspost.
  Het mandaat eindigt van rechtswege wanneer zij de pensioenleeftijd bereiken.

  Art. 8. De personeelsleden van de Federale Overheidsdienst FinanciŽn, bedoeld in artikel 3, worden ter beschikking gesteld van de Waarnemingspost en behouden in hun administratie van oorsprong hun rechten op bevordering, verandering van graad, verandering van vakklasse en op mutatie.
  Gedurende de duur van hun mandaat behouden zij de bezoldiging, toelagen en vergoedingen waarop zij recht hebben in hun administratie van oorsprong.

  Art. 9. Artikel 458 van het Strafwetboek is van toepassing op de Voorzitter en de leden van de dienst.

  Art. 10. De Voorzitter van de Waarnemingspost brengt rechtstreeks verslag uit bij de Minister van FinanciŽn en richt aan deze elk jaar en uiterlijk op 31 maart een activiteitenverslag.
  Overeenkomstig de bepalingen van het huishoudelijk reglement van het Directiecomitť van de Federale Overheidsdienst FinanciŽn, neemt hij deel aan de vergaderingen ervan voor de materies die van belang zijn voor de opdrachten van de Waarnemingspost.
  Hij informeert het Directiecomitť over de uitvoering van de opdrachten van de Waarnemingspost.

  Art. 11. De Waarnemingspost kan rekenen op de directe medewerking van de diensten van de Federale Overheidsdienst FinanciŽn die materies behandelen die van belang zijn voor de opdrachten van de Waarnemingspost.
  Hij krijgt van de Federale Overheidsdienst FinanciŽn alle administratieve en logistieke hulp die nodig is voor de uitoefening van zijn opdrachten. De modaliteiten van deze samenwerking worden vastgesteld door de Minister van FinanciŽn in overleg met de Voorzitter van het Directiecomitť van de Federale Overheidsdienst FinanciŽn.

  Art. 12. Onze Minister van FinanciŽn is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 21 april 2007.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Vice-Eerste Minister en Minister van FinanciŽn,
  D. REYNDERS.

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de artikelen 37, en 170, ß 2, van de Grondwet;
   Gelet op de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, inzonderheid op de artikelen 1 tot 11, 36 en 68ter ;
   Gelet op de wet van 23 januari 1989 betreffende de in artikel 110, ßß 1 en 2 van de Grondwet bedoelde belastingsbevoegdheid;
   Op de voordracht van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van FinanciŽn,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie