J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 14 uitvoeringbesluiten 3 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiŽlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2007/03/30/2007011371/justel

Titel
30 MAART 2007. - Ministerieel besluit houdende vaststelling van sociale maximumprijzen voor de levering van elektriciteit aan [beschermde residentiŽle afnemers] <MB 2020-04-03/17, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 30-04-2020>
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 06-07-2007 en tekstbijwerking tot 20-04-2020)

Bron : ECONOMIE, KMO, MIDDENSTAND EN ENERGIE
Publicatie : 06-07-2007 nummer :   2007011371 bladzijde : 37232       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2007-03-30/58
Inwerkingtreding : 06-07-2007

Deze tekst wijzigt de volgende tekst :2003011303       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen.
Art. 1-3
HOOFDSTUK 2. - Toepassingsvoorwaarden.
Art. 4-5
HOOFDSTUK 3. - Procedure.
Art. 6-7
HOOFDSTUK 4.
Art. 8-13
HOOFDSTUK 5. - Wijzigings- opheffings- en eindbepalingen.
Art. 14-16

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen.

  Artikel 1.[1 De definities, vervat in artikel 1 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt zijn van toepassing op dit besluit.]1
  ----------
  (1)<MB 2020-04-03/17, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 30-04-2020>

  Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit dient te worden verstaan onder " residentieel beschermde klanten met een laag inkomen of die zich in een kwetsbare situatie bevinden ", in de zin van artikel 20, ß 2 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, zoals gewijzigd bij wet van 1 juni 2005 :
  A. Iedere eindafnemer die kan bewijzen dat hijzelf of iedere persoon die onder hetzelfde dak leeft, geniet van een beslissing tot toekenning van :
  een leefloon, toegekend door het OCMW van zijn gemeente overeenkomstig de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie;
  het gewaarborgd inkomen voor bejaarden, overeenkomstig de wet van 1 april 1969 tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden en de inkomensgarantie voor ouderen overeenkomstig de wet van 22 maart 2001;
  een tegemoetkoming aan gehandicapten ingevolge een blijvende arbeidsongeschiktheid van ten minste 65 %, overeenkomstig de wet van 27 juni 1969 betreffende de tegemoetkoming aan gehandicapten;
  een inkomensvervangende tegemoetkoming aan gehandicapten, overeenkomstig de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkoming aan gehandicapten;
  een integratietegemoetkoming aan gehandicapten behorende tot de categorieŽn II, III of IV, overeenkomstig de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkoming aan gehandicapten;
  een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden, overeenkomstig de artikelen 127 en volgende van de wet van 22 december 1989;
  een tegemoetkoming voor hulp van derden, overeenkomstig de wet van 27 juni 1969;
  een financiŽle steun verstrekt door een OCMW aan een persoon die is ingeschreven in het vreemdelingenregister met een machtiging tot verblijf voor onbeperkte tijd en die omwille van zijn nationaliteit niet kan beschouwd worden als een gerechtigde op maatschappelijke integratie;
  B. Bij gelijkstelling met de categorieŽn 2, 3, 4, 5, 6 en 7, zoals vermeld in punt A., de personen die genieten van een tegemoetkoming toegekend door het OCMW in afwachting van het gewaarborgde inkomen voor bejaarden, een tegemoetkoming voor gehandicapten of een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden.

  Art. 3. Het sociale tarief is niet van toepassing op :
  tweede verblijfsplaatsen;
  gemeenschappelijke delen van appartementsgebouwen;
  professionele klanten;
  occasionele klanten, tijdelijke aansluitingen.

  HOOFDSTUK 2. - Toepassingsvoorwaarden.

  Art. 4.De elektriciteitsbedrijven die elektriciteit leveren [1 aan elke beschermde residentiŽle afnemer]1, moeten dit doen tegen maximumprijzen vastgesteld in overeenstemming met dit besluit.
  ----------
  (1)<MB 2020-04-03/17, art. 3, 004; Inwerkingtreding : 30-04-2020>

  Art. 5.Een elektriciteitsbedrijf kan enkel van deze verplichting vrijgesteld worden, wanneer het elektriciteitsbedrijf door de [1 beschermde residentiŽle afnemer]1, bij aangetekend schrijven in kennis wordt gesteld van het feit dat deze laatste niet langer van het sociaal tarief wenst te genieten. In dit geval wordt het door de klant gekozen commerciŽle tarief van dit elektriciteitsbedrijf toegepast vanaf de datum van in kennis stelling tot de datum dat [1 beschermde residentiŽle afnemer]1 bij aangetekend schrijven opnieuw de toepassing van het sociaal tarief vraagt.
  ----------
  (1)<MB 2020-04-03/17, art. 4, 004; Inwerkingtreding : 30-04-2020>

  HOOFDSTUK 3. - Procedure.

  Art. 6.[1 Het sociaal tarief wordt trimestrieel vastgesteld zoals bepaald in dit besluit en door de Commissie bekendgemaakt op haar website en in het Belgisch Staatsblad. Tegelijkertijd deelt ze dit sociaal tarief mee aan de Minister bevoegd voor Economie en aan de Minister bevoegd voor Energie.
   De driemaandelijkse tariefperiodes beginnen telkens op 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober. De bekendmaking van het sociaal tarief in het Belgisch Staatsblad gebeurt minstens vijftien dagen voor het begin van elke tariefperiode.]1
  ----------
  (1)<MB 2020-04-03/17, art. 5, 004; Inwerkingtreding : 30-04-2020>

  Art. 7.[1 ß 1. De energiecomponent van het sociaal tarief in een gegeven kwartaal wordt vastgesteld op grond van het laagste commerciŽle tarief aangeboden in de maand voorafgaand aan dat kwartaal, voor zover dat tarief wordt aangeboden door een leverancier die minstens sinds twaalf maanden ononderbroken actief is in ťťn van de drie gewesten en die minstens 1% van het marktaandeel in BelgiŽ vertegenwoordigt.
   Worden niet in aanmerking genomen:
   1į de punctuele promotionele tarieven, zoals welkomstkortingen of reducties voor het aanbrengen van cliŽnteel;
   2į de groepsaankopen;
   3į de tarieven die een investering van de eindafnemer vergen, zoals het verwerven van aandelen;
   4į de tarieven die de onderschrijving van bijkomende diensten vergen, hetzij in hetzelfde contract, hetzij via een gekoppeld contract;
   5į de tarieven die voorafbetaling vergen.
   ß 2. De netwerkcomponent van het sociaal tarief omvat distributie, inclusief transmissie. De distributiecomponent in een gegeven kwartaal wordt vastgesteld op grond van het laagste distributienettarief in de Belgische distributiezones in de maand voorafgaand aan dat kwartaal, op voorwaarde dat binnen deze zone minstens 1% van de Belgische bevolking woont.]1
  ----------
  (1)<MB 2020-04-03/17, art. 6, 004; Inwerkingtreding : 30-04-2020>

  HOOFDSTUK 4.
  <Opgeheven bij MB 2020-04-03/17, art. 7, 004; Inwerkingtreding : 30-04-2020>

  Art. 8.[1 Het sociaal tarief bevat geen forfaitaire kosten of abonnementsgelden en wordt uitgedrukt in een bedrag in euro/kWh.
   Capacitaire tariefcomponenten en andere niet-forfaitaire kosten worden door de commissie omgezet in euro/kWh met het oog op de berekeningen, bedoeld in artikel 7.
   De berekeningen, bedoeld in artikel 7, gebeuren aan de hand van bestaande opdelingen van de residentiŽle klanten en op grond van een typeklant met het volgende jaarverbruik bij:
   1į enkelvoudig uurtarief: 3.500 kWh;
   2į tweevoudig uurtarief: 1.600 kWh dag, 1900 kWh nacht;
   3į exclusief nachttarief: 12.500 kWh.]1
  ----------
  (1)<MB 2020-04-03/17, art. 8, 004; Inwerkingtreding : 30-04-2020>

  Art. 9.[1 Het resultaat, berekend met toepassing van de artikelen 7 en 8, vermeerderd met de toepasselijke belastingen en heffingen, wordt geplafonneerd wanneer:
   1į het meer dan 10% hoger ligt dan het sociaal tarief van de voorafgaande periode.
   2į het meer dan 20% hoger ligt dan het gemiddelde van de sociale tarieven van de vier voorafgaande kwartalen.
   De plafonnering houdt in dat het sociaal tarief wordt beperkt tot het niveau van het laagste van deze twee plafonds.
   De aldus in mindering gebrachte bedragen worden het volgende kwartaal gerecupereerd, in zoverre ze de plafonds van dat kwartaal niet te boven gaan.]1
  ----------
  (1)<MB 2020-04-03/17, art. 9, 004; Inwerkingtreding : 30-04-2020>

  Art. 10.[1 Het sociaal tarief is gelijk aan het tarief bekomen op grond van de in artikelen 7 tot 9 vermelde berekening.]1
  ----------
  (1)<MB 2020-04-03/17, art. 10, 004; Inwerkingtreding : 30-04-2020>

  Art. 11.
  <Opgeheven bij MB 2020-04-03/17, art. 11, 004; Inwerkingtreding : 30-04-2020>

  Art. 12.Leveranciers mogen geen onderscheid maken betreffende de door hen toegepaste promoties naargelang een klant al dan niet [1 beantwoordt aan de voorwaarden van beschermde residentiŽle afnemer]1. De levering van elektriciteit aan de residentieel beschermde klant kan aan geen strengere voorwaarden onderworpen worden dan deze die gelden voor de klanten met een gelijkaardig afnameprofiel die niet [1 tot die categorie behoren]1.
  ----------
  (1)<MB 2020-04-03/17, art. 12, 004; Inwerkingtreding : 30-04-2020>

  Art. 13.[1 Onverminderd artikel 6 wordt het sociaal tarief]1 wordt bekendgemaakt op de website van de commissie, de leveranciers en de distributienetbeheerders.
  ----------
  (1)<MB 2020-04-03/17, art. 13, 004; Inwerkingtreding : 30-04-2020>

  HOOFDSTUK 5. - Wijzigings- opheffings- en eindbepalingen.

  Art. 14. Het ministerieel besluit van 15 mei 2003 tot vaststelling van maximumprijzen voor de levering van elektriciteit aan de beschermde residentiŽle klanten met een laag inkomen of in een kwetsbare situatie, wordt opgeheven vanaf de inwerkingtreding van dit besluit.

  Art. 15. Dit besluit treedt in werking op de datum van publicatie in het Belgisch Staatsblad

  Art. 16. Onze Minister van Energie is belast met de uitvoering van dit besluit.
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 30 maart 2007.
De Minister van Energie,
M. VERWILGHEN.

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Minister van Energie,
   Gelet op de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, inzonderheid op artikel 20, ß 2, gewijzigd bij de wet van 1 juni 2005;
   Gelet op het Ministerieel besluit van 15 mei 2003 tot vaststelling van maximumprijzen voor de levering van elektriciteit aan de residentiŽle beschermde klanten met een laag inkomen of in een kwetsbare situatie.
   Gelet op het advies van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas, gegeven op 19 oktober 2006.
   Gelet op het overleg met de Gewesten gehouden op 30 juni 2006, 12 juli 2006, 17 november 2006 en 25 april 2007;
   Gelet op het advies van de inspecteur van FinanciŽn, gegeven op 16 maart 2007;
   Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting op 22 maart 2007
   Gelet op het advies 42.821/3 van de Raad van State, gegeven op 3 mei 2007, met toepassing van artikel 84, ß 1, eerste lid, 1į, van de gecoŲrdineerde wetten op de Raad van State;
   Op de voordracht van Onze Minister van Energie, en op advies van Onze in raad vergaderde Ministers,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 03-04-2020 GEPUBL. OP 20-04-2020
    (GEWIJZIGDE ART. : OPSCHRIFT; 1; 4; 5; 6; 7; 8; 9; 10; 12; 13)
  • originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 29-07-2019 GEPUBL. OP 31-07-2019
    (GEWIJZIGD ART. : 10)
  • originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 28-03-2019 GEPUBL. OP 02-04-2019
    (GEWIJZIGD ART. : 10)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 14 uitvoeringbesluiten 3 gearchiveerde versies
    Franstalige versie