J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 14 uitvoeringbesluiten 14 gearchiveerde versies
Erratum Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2007/03/29/2007031181/justel

Titel
29 MAART 2007. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de taxidiensten en de diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur.
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 03-05-2007 en tekstbijwerking tot 19-04-2019)

Bron : BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Publicatie : 03-05-2007 nummer :   2007031181 bladzijde : 23526       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2007-03-29/33
Inwerkingtreding : 01-07-2007

Inhoudstafel Tekst Begin
TITEL I. - Definities.
Art. 1
TITEL II. - Taxidiensten.
HOOFDSTUK I. - Exploitatievoorwaarden.
Afdeling 1. - Bepalingen betreffende de exploitanten.
Art. 2-9
Afdeling 2. - Bepalingen betreffende de chauffeurs.
Onderafdeling 1. - Voorwaarden.
Art. 10-25
Onderafdeling 2. - Verplichtingen van de chauffeurs in dienst.
Art. 26-31
Afdeling 3. - Bepalingen betreffende de voertuigen.
Onderafdeling 1. - Algemene verplichtingen.
Art. 32-43, 43bis
Onderafdeling 2. - Reservevoertuigen.
Art. 44
Onderafdeling 3. - Vervangingsvoertuigen.
Art. 45
Afdeling 4. - Bepalingen betreffende de reizigers.
Art. 46-47
HOOFDSTUK II. - Vergunningsaanvragen.
Afdeling 1. - Aanvraag tot een exploitatievergunning.
Art. 48-52
Afdeling 2. - Jaarlijkse overlegging [1 uittreksel uit het strafregister afgeleverd [2 overeenkomstig artikel 596, eerste lid]2 van het Wetboek van strafvordering]1.
Art. 53
Afdeling 3. - Aanvraag tot hernieuwing van een vergunning.
Art. 54-56
Afdeling 4. - Aanvraag tot een vergunning voor het beschikken over een reservevoertuig of het gebruiken van een vervangingsvoertuig.
Art. 57-59
Afdeling 5. - Aanvraag tot gehele of gedeeltelijke opschorting van exploitatie van voertuigen.
Art. 60
Afdeling 6. - Aanvraag tot definitieve vermindering van het aantal geëxploiteerde voertuigen.
Art. 61
Afdeling 7. - Aanvraag tot overdracht van een vergunning.
Art. 62-63
Afdeling 8. - Groepering van exploitatievergunningen.
Art. 64
HOOFDSTUK III. - Parkeren.
Art. 65-69
HOOFDSTUK IV. - Sancties.
Afdeling 1. - Opschorting en intrekking van de exploitatievergunningen.
Art. 70-72
Afdeling 2. - Opschorting en intrekking van de bekwaamheidscertificaten van de chauffeurs.
Art. 73-76
HOOFDSTUK V. - Stopzetting van de activiteit.
Art. 77
TITEL III. - Diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur.
HOOFDSTUK I. - Exploitatievoorwaarden.
Afdeling 1. - Bepalingen betreffende de exploitanten.
Art. 78-81
Afdeling 2. - Bepalingen betreffende de chauffeurs.
Art. 82-83
Afdeling 3. - Bepalingen betreffende de voertuigen.
Art. 84-90
HOOFDSTUK II. - Vergunningsaanvragen.
Afdeling 1. - Aanvraag tot een exploitatievergunning.
Art. 91-94
Afdeling 2. - Aanvraag van hernieuwing van een vergunning.
Art. 95-97
Afdeling 3. - Vergunningsaanvraag om een vervangingsvoertuig te gebruiken.
Art. 98-100
HOOFDSTUK III. - Parkeren.
Art. 101-102
HOOFDSTUK IV. - Opschorting en intrekking van de vergunningen.
Art. 103-105
HOOFDSTUK V. - Staking van activiteit.
Art. 106
TITEL IV. - Opheffings- en slotbepalingen.
Afdeling 1. - Opheffingsbepaling.
Art. 107
Afdeling 2. - Slotbepalingen.
Art. 108-109
BIJLAGE.
Art. N1-N3

Tekst Inhoudstafel Begin
TITEL I. - Definities.

  Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit, verstaat men onder :
  1° " de ordonnantie " : de ordonnantie van 27 april 1995 betreffende de taxidiensten en de diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur;
  2° " de Minister " : de Minister die bevoegd is voor de taxidiensten en de diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur;
  3° " de Administratie " : de administratieve dienst van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest belast met de materie taxidiensten en diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur;
  4° " exploitant " : elke natuurlijke of rechtspersoon die een taxidienst of een dienst voor het verhuren van voertuigen met chauffeur exploiteert, in de zin van artikel 2 van de ordonnantie;
  5° " werkdag " : elke dag van de week met uitzondering van zaterdag, zondag en wettelijke feestdagen;
  6° [1 "digitale taxameter" : meetinstrument dat de te betalen prijs voor een traject berekent en afbeeldt op basis van de berekende afstand en/of de gemeten duur van het traject en conform bijlage MI-007 bij het koninklijk besluit van 13 juni 2006 betreffende de meetinstrumenten, gekoppeld aan een printer, en indien nodig aan een randapparaat, en waarmee ticketten op ieder moment automatisch afgedrukt kunnen worden voor de klanten op het einde van de rit, alsook activiteitenverslagen en rittenbladen van de chauffeurs.]1
  ----------
  (1)<BESL 2014-03-20/18, art. 1, 009; Inwerkingtreding : 27-04-2014>

  TITEL II. - Taxidiensten.

  HOOFDSTUK I. - Exploitatievoorwaarden.

  Afdeling 1. - Bepalingen betreffende de exploitanten.

  Art. 2. § 1. Niemand mag het beroep van exploitant van taxidiensten uitoefenen indien hij niet voldoet aan volgende voorwaarden inzake zedelijkheid, solvabiliteit en beroepsbekwaamheid.
  Wanneer de exploitatie gebeurt door een rechtspersoon, moeten de voorwaarden inzake zedelijkheid en beroepsbekwaamheid vervuld worden door de zaakvoerders of bestuurders belast met het dagelijks beheer.
  De exploitant die aan deze voorwaarden voldoet, ontvangt van de Administratie een document dat dit vermeldt en dat de datum en de geldigheidsduur van de exploitatievergunning, de naam en het adres van de houder en de datum waarop de vereiste documenten dienen voorgelegd te worden.
  § 2. Om zijn zedelijkheid aan te tonen, moet de exploitant :
  1° van goed zedelijk gedrag zijn;
  2° in België of in het buitenland sinds minder dan vijf jaar geen veroordeling opgelopen hebben die in kracht van gewijsde is gegaan voor een van de overtredingen vermeld in boek II, titel III, hoofdstukken I tot V en titel IX, hoofdstuk I en II van het Strafwetboek.
  In geval van veroordelingen, uitgesproken door een buitenlandse gerechtsinstantie, zal worden rekening gehouden met elke veroordeling die betrekking heeft op een feit dat volgens het Belgisch recht een van de in onderhavige bepaling bedoelde overtreding vormt.
  Er wordt geen rekening gehouden met de uitgewiste veroordelingen of de veroordelingen welke aanleiding hebben gegeven tot eerherstel van de betrokkene.
  § 3. Om zijn solvabiliteit aan te tonen, moet de exploitant :
  1° eigenaar zijn van de voertuigen die hij exploiteert of de verplichtingen nakomen inzake vervaldagen van de betalingen die hij moet verrichten in het kader van de contracten van verkoop op afbetaling, huurfinanciering of huurkoop, die hem de beschikking over de geëxploiteerde voertuigen garanderen;
  2° geen enkele vertraging oplopen :
  -van meer dan 6 maanden in de betaling van taksen of belastingen, verbonden aan de exploitatie van een taxidienst;
  - inzake sociale bijdragen of lonen;
  3° het hoofd kunnen bieden aan de onderhouds-, herstellings- of vervangingskosten van de geëxploiteerde voertuigen.

  Art. 3. Ter wille van het openbaar nut van de taxidiensten, is de exploitant ertoe gehouden al de op de vergunningsakte vermelde voertuigen ter beschikking te stellen van het publiek.
  De voormelde verplichting ten laste van de exploitant gaat in drie maanden na de ontvangst door laatstgenoemde van de exploitatievergunning.
  Om aan de bepaling van artikel 7, § 4, 4° van de ordonnantie te voldoen, dienen de geëxploiteerde voertuigen ter beschikking te worden gesteld van het publiek minimum gedurende een tijdspanne die overeenstemt met het voltijds in dienst nemen van ten minste een chauffeur per geëxploiteerde voertuig die effectief tewerkgesteld wordt het hele jaar door, waarbij de controle verricht wordt per kalenderjaar.
  Als verschillende chauffeurs in dienst worden genomen voor het besturen van een voertuig, dient het totaal van hun gepresteerde uren minstens overeen te stemmen met een voltijdse baan en dienen zij aangeworven te worden met inachtneming van de sociale wetgeving. Indien de exploitant zelf chauffeur is, worden zijn prestaties in rekening genomen tot het aantal uren dat hij effectief met het voertuig rijdt.

  Art. 4. Indien wordt vastgesteld, overeenkomstig artikel 11, § 2bis, van de ordonnantie, dat, gezien het aantal door de exploitant aangegeven chauffeurs, blijkt dat de in artikel 3 bedoelde voorwaarden van terbeschikkingstelling niet worden vervuld, wordt de exploitatievergunning geschorst voor het aantal voertuigen, gelijk aan het aantal door de niet-naleving van deze bepaling betrokken voertuigen. Behoudens ingeval de exploitant uitzonderlijke, behoorlijk verantwoorde, gevallen van overmacht kan laten gelden, beschikt hij over een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de bekendmaking van het besluit dat de exploitatie schorst, om het bewijs te leveren dat de aanwerving van de chauffeur(s) ter vervulling van de voorwaarden bedoeld in artikel 3 heeft plaatsgevonden.
  Indien het bewijs wordt geleverd dat de aanwerving heeft plaatsgevonden, wordt de schorsing opgeheven en de documenten en het materieel m.b.t. het (de) door de schorsing getroffen voertuig(en) aan de exploitant teruggegeven.
  Indien deze termijn niet in acht wordt genomen, gaat de Regering over tot de gedeeltelijke of gehele intrekking van de exploitatievergunning, overeenkomstig artikel 11, § 2bis, lid 2 van de ordonnantie.

  Art. 5. Vóór de ingebruikname van de voertuigen vermeld in de vergunningsakte en op elk verzoek van de Administratie is de exploitant ertoe gehouden, volgende documenten over te leggen, opgemaakt op zijn naam, met uitzondering van deze vermeld onder 2° en 4° :
  1° de aankoopfactuur van elk geëxploiteerde voertuig, het contract van verkoop op afbetaling, het contract van huurfinanciering of het contract van huurverkoop;
  2° het keuringsbewijs van het voertuig bedoeld in artikel 24 van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen, behoorlijk gevalideerd, voor de exploitatie van een taxidienst;
  3° de verzekeringspolis waarin wordt vermeld dat :
  a) de burgerlijke aansprakelijkheid van de exploitant gedekt is voor schade veroorzaakt aan de vervoerde personen en aan derden ter gelegenheid van het gebruik van zijn voertuig;
  b) de verzekeraar er zich uitdrukkelijk toe verbindt om de Administratie onmiddellijk op de hoogte te brengen in geval van het vervallen van het recht van de polis;
  c) het voertuig verzekerd is als taxi;
  4° het inschrijvingsbewijs;
  5° een geldige, internationale autoverzekeringskaart;
  6° het bewijs dat hij is aangesloten bij een socialeverzekeringsfonds, evenals de natuurlijke persoon die zich bezighoudt met het dagelijks beheer, indien het gaat om een rechtspersoon;
  7° in voorkomend geval, het bewijs van inschrijving bij een telefooncentrale die in verbinding staat met het geëxploiteerde voertuig.
  Wanneer al deze documenten effectief aan het Bestuur worden overgelegd vóór het in het verkeer stellen van de in de vergunningsakte bedoelde voertuigen, worden deze geregistreerd door het Bestuur en wordt er melding van gemaakt op de in artikel 54, § 2, bedoelde kaart.

  Art. 6. De exploitant die meerdere voertuigen in dienst stelt, is ertoe gehouden per voertuig :
  1° ofwel minstens een chauffeur voltijds aan te werven;
  2° ofwel meerdere deeltijdse chauffeurs van wie het totaal aantal gepresteerde uren minstens gelijk is aan een voltijdse betrekking, aan te werven. Deze aanwerving geschiedt met inachtneming van de sociale wetgeving.
  Wanneer de exploitant zelf chauffeur is van één van de in dienst gestelde voertuigen, dan wordt de in het eerste lid bedoelde verplichting beperkt tot zijn prestaties.

  Art. 7. De exploitanten mogen geen chauffeurs aanwerven of laten rijden die geen houder zijn van het geldige, door de Administratie afgeleverde bekwaamheidscertificaat en van het geschiktheidsattest, uitgereikt met toepassing van de geldende federale reglementering.

  Art. 8.De exploitanten zijn ertoe gehouden de Administratie op de hoogte te brengen :
  1° binnen een termijn van 10 werkdagen nadat de situatie zich voordoet en als het gaat om een rechtspersoon, van elke overdracht van de maatschappelijke zetel of wijziging van de exploitatiezetel, elke benoeming, elk ontslag, elke uitsluiting [1 van een bestuurder, werkende vennoot of zaakvoerder]1 en van elke wijziging in de toekenning van de aandelen, met uitzondering van de aandelen aan toonder, door het vertonen van een gewaarmerkte kopie van de beslissing van het bevoegde orgaan van de vennootschap en het bewijs van het neerleggen van deze beslissing bij de griffie van de rechtbank van koophandel;
  2° binnen een termijn van 10 werkdagen nadat de situatie zich voordoet en als het gaat om een natuurlijke persoon, van elke wijziging van woonplaats, door het vertonen van de identiteitskaart;
  3° vóór de indienststelling van het voertuig, van elke verandering van voertuig, door het vertonen van de in artikel 5 bedoelde boorddocumenten;
  4° binnen een termijn van 10 werkdagen na het voorval, van elke in kracht van gewijsde gegane strafrechtelijke veroordeling ten opzichte van die persoon, door het overleggen van een kopie daarvan;
  5° binnen de 24 uren van het voorval, van elke verjaring, elk verstrijken of elke opschorting van de verzekeringspolis voor één of meerdere voertuigen;
  6° vóór de inwerkingtreding van het contract of de wijziging ervan, van de aanwerving, de verandering van het arbeidsregime, van het aftreden of ontslag van een chauffeur;
  7° binnen een termijn van 10 werkdagen na het vallen van de beslissing, van de uitspraak van elke gerechtelijke beslissing aangaande hun faillietverklaring of het verslag van een uitgesproken faillissement.
  [2 De exploitant moet de voorgaande verplichtingen nakomen door middel van een brief, telefax, elektronische post of door afgifte per drager tegen ontvangstbewijs van de Administratie.]2 Als de mededeling bedoeld in lid 1, 6° geschiedt buiten de kantooruren van de Administratie, dient een kopie van het aan de Administratie gerichte document zich aan boord van het voertuig te bevinden.
  ----------
  (1)<BESL 2014-03-27/31, art. 1, 010; Inwerkingtreding : 27-04-2014>
  (2)<BESL 2014-03-27/31, art. 2, 010; Inwerkingtreding : 27-04-2014>

  Art. 9.Het is de exploitanten en hun aangestelden verboden de terugbetaling te verrichten van telefoon- of andere kosten, alsook rechtstreeks of onrechtstreeks premies, schadeloosstellingen of commissies aan tussenpersonen toe te kennen.
  [1 Het is de exploitanten en hun aangestelden verboden om de chauffeurs die ze tewerkstellen kosten te doen betalen die niet in collectieve arbeidsovereenkomsten zijn vastgelegd.]1
  ----------
  (1)<BESL 2014-03-27/31, art. 3, 010; Inwerkingtreding : 27-04-2014>

  Afdeling 2. - Bepalingen betreffende de chauffeurs.

  Onderafdeling 1. - Voorwaarden.

  Art. 10.§ 1. De chauffeurs moeten steeds voldoen aan de vereiste waarborgen inzake zedelijkheid en beroepsbekwaamheid.
  § 2. Om zijn zedelijkheid te bewijzen, moet de chauffeur :
  1° van goed gedrag en zeden zijn;
  2° in België of het buitenland geen van de hiernavolgende in kracht van gewijsde gegane veroordelingen hebben opgelopen :
  a) een criminele straf, al dan niet met uitstel;
  b) [3 een correctionele gevangenisstraf als hoofdstraf, langer dan zes maanden, of een werkstraf als hoofdstraf, langer dan honderd uren, al dan niet met uitstel;]3
  c) [3 een correctionele gevangenisstraf als hoofdstraf, van drie tot zes maanden, of een werkstraf als hoofdstraf, van vijftig tot honderd uren, al dan niet met uitstel, in de vijf jaar die de aanvraag tot inschrijving voor de selectietesten als bedoeld in artikel 14, voor de examens als bedoeld in artikel 16, of tot het afleveren van het bekwaamheidscertificaat of tot de nieuwe geldigverklaring ervan voorafgaan;]3
  d) [3 meer dan drie veroordelingen al dan niet met uitstel voor inbreuken op het verkeersreglement, in de drie jaar die de aanvraag tot inschrijving voor de selectietesten als bedoeld in artikel 14, voor de examens als bedoeld in artikel 16, of tot het afleveren van het bekwaamheidscertificaat of tot de nieuwe geldigverklaring ervan voorafgaan;]3
  e) meer dan één veroordeling, met of zonder uitstel, voor het besturen met alcoholintoxicatie, onder invloed, in staat van dronkenschap of onder invloed van andere stoffen die de rijvaardigheid beïnvloeden in [3 in de drie jaar die de aanvraag tot inschrijving voor de selectietesten als bedoeld in artikel 14, voor de examens als bedoeld in artikel 16, of tot het afleveren van het bekwaamheidscertificaat of tot de nieuwe geldigverklaring ervan voorafgaan]3;
  f) correctionele of politieveroordelingen die, bij elkaar opgeteld, meer dan drie maanden gevangenisstraf [3 of vijftig uur werkstraf als hoofdstraf]3 bedragen, met of zonder uitstel, in de drie jaar die de aanvraag tot inschrijving [3 voor de selectietesten als bedoeld in artikel 14, voor de examens als bedoeld in artikel 16]3 tot het afleveren van het bekwaamheidscertificaat of tot de nieuwe geldigverklaring ervan voorafgaan.
  Er wordt geen rekening gehouden met de uitgewiste veroordelingen of de veroordelingen waarvoor de betrokkene eerherstel heeft gekregen.
  § 3. [4 Om zijn beroepsbekwaamheid te bewijzen, moet de chauffeur het door de Administratie afgeleverde en in artikel 18 bedoelde bekwaamheidscertificaat voorleggen.]4.
  ----------
  (1)<BESL 2014-03-27/34, art. 1, 011; Inwerkingtreding : 01-09-2014>
  (2)<BESL 2015-07-16/04, art. 1, 013; Inwerkingtreding : 01-08-2015>
  (3)<BESL 2019-04-04/29, art. 1, 015; Inwerkingtreding : 01-07-2019>
  (4)<BESL 2019-04-04/29, art. 2, 015; Inwerkingtreding : 01-07-2019>

  Art. 11.Niemand mag het beroep van taxichauffeur uitoefenen [2 als hij op het ogenblik van zijn aanvraag tot inschrijving voor de selectietesten als bedoeld in artikel 14 of voor de examens als bedoeld in artikel 16, niet sinds minstens drie jaar houder is van een rijbewijs, minstens van categorie B, of van een Europees rijbewijs geldig voor dezelfde categorie]2 en als hij niet woonachtig is in België of niet beschikt over een gekozen woonplaats waar hem elke oproeping of officiële betekening geldig zal kunnen gedaan worden, als hij niet houder en drager is van een door de Administratie afgeleverd bekwaamheidscertificaat [2 ...]2.
  ----------
  (1)<BESL 2014-03-27/34, art. 2, 011; Inwerkingtreding : 01-09-2014>
  (2)<BESL 2019-04-04/29, art. 3, 015; Inwerkingtreding : 01-07-2019>

  Art. 12.Om in het bezit te komen van zijn bekwaamheidscertificaat moet de kandidaat-chauffeur zich bij het Bestuur aanmelden en de volgende documenten bij zich hebben :
  1° zijn identiteitskaart of, voor een buitenlandse staatsburger, een document waaruit zijn identiteit blijkt, in voorkomend geval vertaald in een van de landstalen door een beëdigd vertaler;
  2° het behoorlijk gevalideerde bewijs van medische schifting of het geschiktheidsattest, uitgereikt met toepassing van de vigerende federale reglementering, behoudens indien een daarop betrekking hebbende vermelding op het rijbewijs van de kandidaat staat;
  3° het nationaal Belgisch rijbewijs, minstens van categorie B, of een Europees rijbewijs geldig voor dezelfde categorie;
  4° een [3 uittreksel uit het strafregister afgeleverd [4 overeenkomstig artikel 596, eerste lid]4 van het Wetboek van strafvordering]3 en minder dan drie maanden oud, waaruit zijn zedelijkheid blijkt. Daarenboven voor de buitenlandse staatsburgers, een attest van hun ambassade of elk ander document dat hun goed zedelijk gedrag bewijst vóór ze naar België zijn gekomen, of, in voorkomend geval, het bewijs dat zij genieten van het statuut van vluchteling. De kandidaat-vluchtelingen en de onderdanen van een vreemde staat die legaal en onafgebroken in België verblijven sinds meer dan vijf jaar kunnen in aanmerking komen, mits zij een Belgisch [3 uittreksel uit het strafregister afgeleverd volgens de artikelen 595 en 596, lid 1 van het Wetboek van strafvordering]3, model 1 overleggen.
  Om zijn zedelijkheid te bewijzen mag de kandidaat-chauffeur in België of in het buitenland geen van de in artikel 10, § 2 in kracht van gewijsde gegane veroordelingen hebben opgelopen;
  5° voor de betrokken buitenlandse staatsburgers, de documenten waarvan het bezit vereist is voor het verwerven van het recht arbeidsprestaties te verrichten in België;
  6° [5 ...]5
  7° [5 een getuigschrift waaruit blijkt dat de kandidaat geslaagd is voor de selectietesten als bedoeld in artikel 14 en voor de examens als bedoeld in artikel 16;]5
  [1 8° [5 ...]5
   [2 ...]2 ]1
  ----------
  (1)<BESL 2011-10-13/07, art. 1, 006; Inwerkingtreding : 06-11-2011>
  (2)<BESL 2014-03-27/34, art. 3, 011; Inwerkingtreding : 01-09-2014>
  (3)<BESL 2014-03-27/34, art. 9, 011; Inwerkingtreding : 01-09-2014>
  (4)<BESL 2019-04-04/29, art. 4, 015; Inwerkingtreding : 01-07-2019>
  (5)<BESL 2019-04-04/29, art. 5, 015; Inwerkingtreding : 01-07-2019>

  Art. 13.[1 § 1. Om het bekwaamheidscertificaat te verkrijgen dat toegang verleent tot de uitoefening van het beroep van taxichauffeur, moet de kandidaat die een dergelijk certificaat aanvraagt zich eerst inschrijven voor een infosessie over het beroep van taxichauffeur die hij bijwoont. De bijeenkomst wordt georganiseerd door het Gewest of door een instelling die de minister daartoe vooraf aanwijst.
   § 2. Voor zover hij die volledig heeft bijgewoond ontvangt de deelnemer aan het eind van de infosessie een getuigschrift van aanwezigheid van het Gewest of van de aangewezen instelling als bedoeld in § 1.]1
  ----------
  (1)<BESL 2019-04-04/29, art. 6, 015; Inwerkingtreding : 01-07-2019>

  Art. 14.[1 § 1. Op vertoon van het getuigschrift van aanwezigheid als bedoeld in artikel 13, § 2 en van alle documenten opgesomd in artikel 12, 1° tot 5°, wordt de kandidaat toegelaten tot de inschrijving voor de beroepsselectietesten die de Administratie organiseert en die de onder andere volgende vier bestanddelen omvatten:
   1) een test die peilt naar de basisvaardigheid voor rekenen (niveau lager onderwijs).
   Die test wordt via een aangepast informaticaprogramma afgenomen met behulp van een computer die aan de kandidaat ter beschikking wordt gesteld.
   2) een situationele beoordelingstest die bij de kandidaat onder andere peilt naar:
   a) zijn vermogen om gepast met stress om te gaan, in het bijzonder in verband met het wegverkeer, het contact met de klanten en de radio-oproepen van en naar de telefooncentrale;
   b) zijn vermogen om bij een beroepsactiviteit in de taxisector in alle omstandigheden respectvol te blijven;
   c) de graad van betrokkenheid in het vooruitzicht van de uitoefening van het beroep van taxichauffeur, in het bijzonder wat de kwaliteit van de dienstverlening jegens de klant aangaat, waaronder het maken van korte ritten en het vervoeren van personen met beperkte mobiliteit;
   d) zijn aanpassingsvermogen aan concrete, onvoorziene omstandigheden die zich gewoonlijk voordoen in het kader van de uitoefening van het beroep van taxichauffeur.
   Die test wordt via een aangepast informaticaprogramma afgenomen met behulp van een computer die aan de kandidaat ter beschikking wordt gesteld.
   3) een persoonlijkheidstest die bij de kandidaat onder andere peilt naar:
   a) zijn vermogen om actief te luisteren, in het bijzonder om over de opdracht misverstanden te vermijden met de klant, met inbegrip van de klant met beperkte mobiliteit;
   b) zijn mondelinge communicatievaardigheid met de klant, de ambtenaren van de Administratie en derden, met het oog op een goed begrip;
   c) zijn kennis van het Frans of van het Nederlands.
   Die test wordt via een aangepast informaticaprogramma afgenomen met behulp van een computer die aan de kandidaat ter beschikking wordt gesteld.
   4) een gestructureerd gesprek met minstens een deskundige psycholoog, in het bijzonder over de resultaten van de situationele beoordelingstest als bedoeld in punt 2 en de persoonlijkheidstest als bedoeld in punt 3, om de geschiktheid van de kandidaat na te gaan voor de uitoefening van het beroep van taxichauffeur.
   De minister mag de beroepsselectietesten als bedoeld in deze paragraaf met bijkomende elementen uitbreiden.
   § 2. Op het ogenblik van zijn inschrijving bij de Administratie deelt de betrokkene, behalve zijn naam, de voornamen en het adres van zijn wettelijke woonplaats, tevens zijn e-mailadres en zijn gsm-nummer mee waarop hij kan worden bereikt.
   De Administratie overhandigt de betrokkene alle inlichtingen en documenten aangaande het afleggen van de beroepsselectietesten.
   § 3. Alleen de kandidaten die minstens 60% van de punten behalen in fase 1 en geschikt verklaard worden voor fase 2 kunnen deelnemen aan de fases 3 en 4 als bedoeld in § 1.
   § 4. De kandidaat bij de professionele selectietesten valsspeelt, wordt onmiddellijk uitgesloten. Zijn uitsluiting zal door de verantwoordelijke van de directie, die bij de Administratie bevoegd is voor het bezoldigde personenvervoer, bevestigd worden en meegedeeld aan de betrokkene.
   § 5. De kandidaat die niet geslaagd is voor een van de fases van de test als bedoeld in § 1, kan zich pas opnieuw inschrijven voor de beroepsselectietest na het verstrijken van een termijn van zes maanden die ingaat vanaf de betekening van de beslissing van zijn niet-slagen. De kandidaat die tot drie keer toe niet slaagt, kan zich pas opnieuw inschrijven voor de beroepsselectietest na het verstrijken van een termijn van drie jaar die ingaat vanaf de betekening van de derde beslissing van zijn niet-slagen.
   § 6. Na afloop van de beroepsselectietest overhandigt de Administratie de geslaagde kandidaat een getuigschrift waaruit dit blijkt.]1
  ----------
  (1)<BESL 2019-04-04/29, art. 6, 015; Inwerkingtreding : 01-07-2019>

  Art. 15.[1 Onverminderd de in artikel 33 van de ordonnantie bedoelde taks, worden de kosten van de beroepsselectietesten volledig door het Gewest gedragen.]1
  ----------
  (1)<BESL 2019-04-04/29, art. 6, 015; Inwerkingtreding : 01-07-2019>

  Art. 16.[1 § 1. Op vertoon van het getuigschrift als bedoeld in artikel 14, § 6, waaruit blijkt dat hij geslaagd is voor de beroepsselectietest, en van de documenten opgesomd in artikel 12, 1° tot 5°, ontvangt de kandidaat een syllabus en wordt hij toegelaten tot de inschrijving voor de door de Administratie georganiseerde examens.
   § 2. Voor hij zich aanmeldt voor die examens kan de kandidaat er, zonder dat een rechtvaardiging jegens de Administratie nodig is, vrij voor kiezen om :
   a) zich alleen voor te bereiden, met behulp van de hem door de Administratie bezorgde syllabus overeenkomstig artikel 16, § 1;
   b) deel te nemen aan een opleiding via een opleidingsinstelling van zijn keuze.
   § 3. [1 De examens bestaan uit één of meerdere schriftelijke proeven en één of meerdere mondelinge proeven.]1
   De geschreven proeven handelen minstens over de algemene reglementering betreffende de taxidiensten en over de reglementeringen en materies die verband houden met de activiteiten van taxichauffeur, onder andere het onthaal en het vervoer van personen met beperkte mobiliteit en de regelgeving inzake verkeersveiligheid.
   De mondelinge proeven betreffen minstens de taalkundige kennis die nodig is voor de uitoefening van het beroep en het kaartlezen namelijk, met behulp van een gewestelijke stratengids en binnen de toegekende tijd een door de klant gekozen precieze bestemming aanduiden.
   § 4. Om te slagen in de examens moet de kandidaat minstens 60 % van de punten behalen voor elk van de proeven.
   § 5. De kandidaat legt de proeven af in het Frans of in het Nederlands, naargelang de taal die hij bij zijn inschrijving heeft gekozen.
   De vertegenwoordigers van de taxichauffeurs binnen het Adviescomité kunnen bij consensus onder elkaar een waarnemer aanwijzen om de proeven bij te wonen.
   De kandidaat die bij de examens bedrog pleegt, wordt onmiddellijk uitgesloten. Zijn uitsluiting wordt door de deliberatiecommissie bevestigd, en aan de betrokkene meegedeeld.
   De deliberatiecommissie beslist over het al dan niet slagen voor de proeven. Ze is samengesteld uit de examinatoren van bij of buiten de Administratie, bij wie de proeven werden afgelegd, en twee door de minister aangewezen personen binnen de Administratie, waarvan er een het voorzitterschap waarneemt.
   Op schriftelijk verzoek aan de Administratie kan de kandidaat de gedetailleerde uitslagen van zijn examens en proeven krijgen.
   Onverminderd de in artikel 33 van de ordonnantie bedoelde taks, worden de kosten van de examens volledig door het Gewest gedragen.
   § 6. De kandidaat krijgt een getuigschrift waaruit blijkt dat hij voor de examens geslaagd is.
   De kandidaat die niet geslaagd is, kan zich pas opnieuw inschrijven na het verstrijken van een termijn van zes maanden die ingaat vanaf de betekening van de beslissing van zijn niet-slagen. De kandidaat die tot drie keer toe niet slaagt, kan zich pas opnieuw inschrijven voor de examens na het verstrijken van een termijn van drie jaar die ingaat vanaf de betekening van de derde beslissing van zijn niet-slagen.
   § 7. De Administratie nodigt de kandidaten die geslaagd zijn voor de in § 3 bedoelde examens uit om een niet-verplichte ecologische rijopleiding te volgen op kosten van het Gewest. Onder een ecologische rijopleiding verstaat men een rijopleiding, zowel economisch als ecologisch, gegeven door een vooraf door het Gewest aangewezen beroepsrijinstructeur. Deze opleiding bevat een theoretisch luik en een praktische rijopleiding achter het stuur.]1
  ----------
  (1)<BESL 2019-04-04/29, art. 6, 015; Inwerkingtreding : 01-07-2019>

  Art. 17.[1 § 1. De kandidaat die niettegenstaande zijn inschrijving verstek geeft of te laat komt voor de beroepsselectietesten als bedoeld in artikel 14, of die halverwege opgeeft, wordt als niet geslaagd beschouwd, tenzij hij het origineel van een medisch attest kan voorleggen.
   De kandidaat die niettegenstaande zijn inschrijving verstek geeft of te laat komt voor de examens als bedoeld in artikel 16, of die halverwege opgeeft, wordt als niet geslaagd beschouwd, tenzij hij het origineel van een medisch attest kan voorleggen voor de beraadslaging van de deliberatiecommissie.
   § 2. Worden op beslissing van de verantwoordelijke van de directie, die bij de Administratie bevoegd is voor het bezoldigde personenvervoer, voor een periode gaande tot tien jaar uitgesloten van het recht aan een nieuwe infosessie, de beroepsselectietesten of de examens deel te nemen, de kandidaten die :
   1. bedrog hebben gepleegd bij de testen of de examens;
   2. zich schuldig hebben gemaakt aan verduistering van materiaal of opzettelijk het materiaal of de lokalen van de Administratie hebben beschadigd;
   3. handelingen hebben verricht met het oog op het beïnvloeden, in hun voordeel, van een examinator of elk ander personeelslid van de Administratie;
   4. zich een valse naam hebben toegeëigend of laten toe-eigenen om een infosessie bij te wonen of iemand anders de selectietesten of de examens in hun plaats te laten afleggen;
   5. zich onbeleefd of respectloos hebben gedragen tegenover de examinatoren of de personeelsleden van de Administratie.
   § 3. Het getuigschrift van aanwezigheid als bedoeld in artikel 13, § 2, het getuigschrift waaruit blijkt dat de betrokkene geslaagd is voor de beroepsselectietest of de examens als respectievelijk bedoeld in artikel 14, § 6 en artikel 16, § 6, hebben een geldigheidsduur van twee jaar, te rekenen vanaf de datum van afgifte.]1
  ----------
  (1)<BESL 2019-04-04/29, art. 6, 015; Inwerkingtreding : 01-07-2019>

  Art. 18.[1 Op vertoon van de documenten zoals bedoeld in artikel 12, 1° tot 7°, en van de arbeidsovereenkomst of een individuele opleidingsovereenkomst in de onderneming waaruit blijkt dat de kandidaat als taxichauffeur bij hem in dienst is genomen, en een kopie van het ontvangstbericht van de DIMONA-aangifte voor die overeenkomst, krijgt de betrokkene het bekwaamheidscertificaat van taxichauffeur.
   Voor de werknemers met het statuut van zelfstandige chauffeur conform de sociale regelgeving, wordt het bekwaamheidscertificaat slechts afgeleverd op vertoon van de documenten als bedoeld in artikel 12, 1° tot 7°, en van het bewijs dat de betrokkene is aangesloten bij een sociale-verzekeringsfonds voor zelfstandigen.]1
  ----------
  (1)<BESL 2019-04-04/29, art. 6, 015; Inwerkingtreding : 01-07-2019>

  Art. 19.[1 Om de vier jaar vanaf de afgifte van het bekwaamheidscertificaat moeten de chauffeurs een opfrissingscursus volgen, waarvan de nadere regels bij een afzonderlijk besluit worden bepaald.]1
  ----------
  (1)<BESL 2019-04-04/29, art. 6, 015; Inwerkingtreding : 01-07-2019>

  Art. 20. Op het bekwaamheidscertificaat wordt vermeld dat de chauffeur tewerkgesteld is bij een of meer werkgevers en worden opgenomen o.m. de naam van de werkgever(s), zijn of hun DIMONA-nummers, de dagen waarop gewerkt wordt, alsook het (de) inschrijvingsnummer(s) bij de R.S.Z.
  De gegevens vermeld op het bekwaamheidscertificaat worden gewijzigd en bijgewerkt telkens er een verandering optreedt in de toestand van de houder ervan, meer bepaald ingeval de werkgever of het arbeidsregime verandert. Te dien einde zijn de chauffeurs ertoe gehouden, zich te melden bij de Administratie binnen de tien dagen na de feiten die de wijziging of de bijwerking rechtvaardigen.

  Art. 21. Iedere chauffeur die niet meer effectief werkt, is ertoe gehouden het bekwaamheidscertificaat bij de Administratie in te leveren binnen de tien werkdagen, te rekenen vanaf het stopzetten van zijn activiteit van taxichauffeur. Indien het bekwaamheidscertificaat niet vrijwillig wordt ingeleverd, kunnen de in artikel 37 van de ordonnantie bedoelde ambtenaren en beambten o.m. belast worden met het recupereren van dit document.

  Art. 22.Zij die taxichauffeur wensen te worden maar die het beroep van taxichauffeur wederrechtelijk, zonder houder te zijn van een bekwaamheidscertificaat, op het Brussels Hoofdstedelijk Grondgebied hebben uitgeoefend, zullen, na vaststelling bij proces-verbaal opgesteld door een controleur van de Administratie der taxi's, [1 hun inschrijving voor de infosessies, voor de testen of voor de examens als bedoeld in de artikelen 13 tot 16]1 door het Bestuur geweigerd zien voor een periode van twee jaar beginnend vanaf de datum van het proces-verbaal van vaststelling van het misdrijf.
  ----------
  (1)<BESL 2019-04-04/29, art. 7, 015; Inwerkingtreding : 01-07-2019>

  Art. 23.[1 De bekwaamheidscertificaten van de chauffeurs dienen om de twee jaar opnieuw geldig verklaard te worden, uiterlijk drie maanden na de verjaardagdatum van de chauffeur, tijdens de pare jaren voor de chauffeurs geboren tijdens een paar jaar en tijdens de onpare jaren voor de chauffeurs geboren tijdens een onpaar jaar.
   Het bekwaamheidscertificaat van een chauffeur geboren tijdens een paar jaar is geldig vanaf de uitreikingsdatum tot drie maanden na de verjaardagdatum van de chauffeur die valt in de loop van het paar jaar volgend op het jaar waarin het bekwaamheidscertificaat uitgereikt werd.
   Het bekwaamheidscertificaat van een chauffeur geboren tijdens een onpaar jaar is geldig vanaf de uitreikingsdatum tot drie maanden na de verjaardagdatum van de chauffeur die valt in de loop van het onpaar jaar volgend op het jaar waarin het bekwaamheidscertificaat uitgereikt werd.
   De chauffeurs zijn ertoe gehouden zich om de twee jaar bij het Bestuur aan te melden, uiterlijk drie maanden na hun verjaardagdatum, voorzien van een uittreksel uit het strafregister, [2 afgeleverd overeenkomstig artikel 596, eerste lid]2 van het Wetboek van Strafvordering, minder dan drie maanden oud, alsook van het geldig bewijs van medische schifting of het geldig geschiktheidsattest, uitgereikt met toepassing van de vigerende federale reglementering, behalve als er een desbetreffende vermelding op het rijbewijs van de chauffeur staat. Onverminderd artikel 75, lid 3, worden de bekwaamheids-certificaten opnieuw geldig verklaard naar aanleiding van deze aanmelding. Op hun bekwaamheidscertificaat zal melding worden gemaakt van deze nieuwe geldigverklaring.
   Elk bekwaamheidscertificaat dat niet opnieuw geldig verklaard werd, vervalt en moet bij het Bestuur worden ingeleverd.
   Indien het bekwaamheidscertificaat niet vrijwillig wordt ingeleverd, kunnen de in artikel 37 van de ordonnantie bedoelde ambtenaren en beambten belast worden met het recupereren van dit document.
   De nieuwe geldigverklaring van het bekwaamheidscertificaat zal worden geweigerd als het bewijs van medische schifting of het geldig geschiktheidsattest, uitgereikt met toepassing van de vigerende federale reglementering vervallen is, of als uit het uittreksel uit het strafregister, [2 afgeleverd overeenkomstig artikel 596, eerste lid]2, van het Wetboek van Strafvordering, blijkt dat door veroordelingen opgelopen sinds het laatste visum, niet langer kan worden beschouwd dat de chauffeur beantwoordt aan de zedelijkheidsvereisten bedoeld in artikel 10, § 2, van dit besluit.
   De chauffeurs van wie het bekwaamheidscertificaat twee opeenvolgende keren niet opnieuw geldig verklaard werd, zijn verplicht opnieuw [3 de infosessies, testen en examens als bedoeld in de artikelen 13 tot 16 bij te wonen en af te leggen]3 om een nieuw bekwaamheidscertificaat te behalen.]1
  
  (NOTA : De wijziging aangebracht bij <BESL 2014-03-27/34, art. 8, 011; Inwerkingtreding : 01-09-2014> is niet uitgevoerd kunnen worden)
  (NOTA : De wijziging aangebracht bij <BESL 2014-03-27/34, art. 9, 011; Inwerkingtreding : 01-09-2014> is niet uitgevoerd kunnen worden)

  ----------
  (1)<BESL 2014-03-27/31, art. 5, 010; Inwerkingtreding : 27-04-2014>
  (2)<BESL 2019-04-04/29, art. 9, 015; Inwerkingtreding : 01-07-2019>
  (3)<BESL 2019-04-04/29, art. 9, 015; Inwerkingtreding : 01-07-2019>

  Art. 24. Het vervallen van de medische schifting of de geschiktheid vastgesteld met toepassing van de vigerende federale reglementering, heeft van rechtswege het verval van het bekwaamheidscertificaat tot gevolg.

  Art. 25. Onverminderd de verplichting om in het bezit te zijn van deze documenten op het ogenblik waarop de situatie zich voordoet, zijn de chauffeurs ertoe gehouden om binnen tien werkdagen nadat de situatie zich voordoet de Administratie op de hoogte te brengen van elke wijziging van woonplaats, op vertoon van hun identiteitskaart, alsook van elke verandering van werkgever op vertoon van een kopie van hun nieuwe arbeidscontract.

  Onderafdeling 2. - Verplichtingen van de chauffeurs in dienst.

  Art. 26.§ 1. Wanneer de chauffeurs in dienst zijn, zijn zij ertoe gehouden om de volgende documenten bij zich te hebben :
  1° het geldig bekwaamheidscertificaat, afgeleverd door de Administratie;
  2° het geldig bewijs van medische schifting of het geschiktheidsattest, uitgereikt met toepassing van de vigerende federale reglementering, behalve als er een desbetreffende vermelding op het rijbewijs van de chauffeur staat;
  3° het Belgisch rijbewijs of het Europees rijbewijs, minstens van tenminste categorie " B ";
  4° de identiteitskaart.
  5° Indien hij loontrekker is, [2 en]2, als hij geniet van een aanvullende werkloosheidsuitkering, van het door de RVA afgeleverde document C3, behoorlijk ingevuld, en indien hij zelfstandige is, een kopie van zijn attest van aansluiting bij een socialeverzekeringsfonds voor zelfstandigen.
  § 2. [1 De chauffeurs moeten op ieder moment een dagelijks rittenblad door de digitale taxameter op een afgedrukte manier of via een elektronische drager kunnen voorleggen waarop o.a. de volgende gegevens vermeld staan :
   1° de datum waarnaar het rittenblad verwijst;
   2° de naam van de natuurlijke of rechtspersoon die het voertuig uitbaadt en zijn telefoonnummer;
   3° het identificatienummer van de taxi, het reserve- of vervangingsvoertuig, zoals afgeleverd door de Administratie;
   4° de nummerplaat van het voertuig;
   5° het nummer van het bekwaamheidsattest van de chauffeur;
   6° de datum en het uur waarop de dienst van de chauffeur begint;
   7° de kilometerstand van de digitale taxameter in het begin van de dienst;
   8° de volgnummers van de ritten;
   9° de adressen en uren van in- en uitstappen van de klanten;
   10° de ontvangen bedragen;
   11° de dienstonderbrekingen;
   12° de kilometerstand de taxameter op het einde van de dienst;
   13° het aantal opnemingen dat op de digitale taxameter voorkomt bij het begin van de dienst;
   14° het aantal afgelegde kilometers met een klant aan boord bij het begin van de dienst;
   15° het aantal opnemingen dat op de digitale taxameter voorkomt op het einde van de dienst;
   16° het aantal afgelegde kilometers met een klant aan boord op het einde van de dienst;
   17° de aard van de rit naargelang het gaat om gewoon vervoer of vervoer van een persoon met beperkte mobiliteit;
   De aanduidingen onder 1° tot en met 7° en onder 13° en 14° moeten opgeslagen worden voordat de chauffeur aan zijn dienst begint. De aanduiding onder 11° moet worden opgeslagen vóór het begin van de onderbreking van de dienst. De aanduidingen onder 12°, 15° en 16° moeten opgeslagen worden op het einde van de dienst.
   De overige aanduidingen dienen te worden opgeslagen ten laatste op het einde van elke rit.
   De ritbladen moeten minstens gedurende zeven dagen in het toestel bewaard worden en, vervolgens, gedurende vijf jaar na de datum van hun opstelling, op een zelfstandige drager, hetzij op de zetel van de exploitant, hetzij op een beveiligde server bij een derde en moeten, gerangschikt per voertuig en per datum, vertoond kunnen worden op elk door de ambtenaren en beambten van de Administratie gedaan verzoek in het kader van de uitoefening van hun functie.]1
  § 3. De documenten bedoeld in dit artikel moeten worden vertoond op elk door de in artikel 37 van de ordonnantie bedoelde ambtenaren en beambten gedaan verzoek.
  § 4. Het is de bestuurders verboden om de dagtellers vóór het einde van hun dienst terug op nul te zetten.
  ----------
  (1)<BESL 2014-03-20/18, art. 2, 009; Inwerkingtreding : 27-04-2014>
  (2)<BESL 2014-03-27/31, art. 6, 010; Inwerkingtreding : 27-04-2014>

  Art. 27. § 1. De chauffeurs moeten een keurige kleding dragen. Onder keurige kleding dient men te verstaan kleding die voldoet aan de specificaties van § 2, van dit artikel.
  § 2. Deze kleding voldoet aan de volgende specificaties :
  1° voor het mannelijk personeel : een effen jek of jas, een effen broek, een effen hemd en gesloten schoenen;
  2° voor het vrouwelijk personeel : een effen jek of jas, een effen broek of jurk, een effen hemd en gesloten schoenen.
  Bij warm weer is het dragen van het jek en de jas niet verplicht. Bij koud weer wordt het dragen van een effen pullover toegestaan.

  Art. 28. § 1. De chauffeurs zijn ertoe gehouden, van zodra de taxi vrij is, de personen die wensen vervoerd te worden op te pikken.
  Nochtans moet de aangeroepen bestuurder de rit weigeren, als zijn voertuig zich op minder dan honderd meter bevindt van een standplaats voor taxi's, waar één of meerdere voertuigen beschikbaar zijn.
  Na elke rit of ononderbroken reeks ritten is de bestuurder ertoe gehouden zo snel mogelijk de speciaal voorziene standplaats van zijn keuze op te zoeken.
  § 2. In afwijking van de bepaling van paragraaf 1 kunnen de chauffeurs :
  1° weigeren om elk persoon te vervoeren die vraagt over een lange afstand of naar een weinig bewoonde plaats vervoerd te worden, tenzij ze zijn identiteit hebben kunnen vaststellen, desnoods met tussenkomst van de plaatselijke politie of de federale politie;
  2° een voorschot vragen voor langeafstandsritten;
  3° elke persoon weigeren te vervoeren die in zichtbare staat van dronkenschap verkeert of onder invloed van verdovende middelen.
  § 3. In geval van onenigheid tussen een chauffeur en een vervoerde persoon over de prijs van de uitgevoerde rit, mag de chauffeur niet weigeren om de klant naar een politiekantoor te vervoeren, alwaar de klacht onderzocht zal worden.

  Art. 29.De chauffeurs zijn ertoe gehouden :
  1° zich in alle omstandigheden beleefd en met respect te gedragen tegenover het publiek, de klanten, de collega's en de vertegenwoordigers van de Administratie, meer bepaald de beambten belast met de controle en het toezicht op taxi's en huurwagens met chauffeur;
  2° om bejaarden of personen met een beperkte mobiliteit, alsmede kinderen die alleen reizen te helpen bij het in- en uitstappen van de voertuigen en ook in het bijzonder de veiligheid te waarborgen van de personen in een rolstoel gedurende het hele traject;
  3° zich ervan te vergewissen dat de deuren goed gesloten zijn, alvorens hun voertuig in werking te zetten;
  4° met hun voertuig ter beschikking te blijven van de reizigers die ze vervoeren, en dit voor de gehele door hen gevraagde tijd, behalve indien daaruit prestaties zouden resulteren van een duidelijk overdreven omvang;
  5° erop toe te zien dat de door dit besluit ten laste van de reizigers gelegde verplichtingen worden nageleefd. Zij moeten tevens helpen bij het laden en lossen van hun koffers;
  6° zich ervan te vergewissen dat de klant niets is vergeten in het voertuig en hem meteen de voorwerpen terug te geven die hij daar zou hebben laten liggen.
  Als om een of andere reden, deze teruggave niet heeft kunnen plaatsvinden, moeten de gevonden voorwerpen zo vlug mogelijk afgegeven worden, ten laatste binnen de vijf dagen, aan het loket van de dienst taxi's van de Administratie;
  7° [1 om systematisch, zelfs zonder dat de klant erom verzoekt, na elke rit, het in artikel 41,5°, van dit besluit bedoelde ticket af te leveren; indien voor welke reden dan ook, dit ticket niet kan overhandigd worden aan de klant, dient de chauffeur hem een geschreven ticket te overhandigen waarin alle aanduidingen bedoeld in artikel 41,5° worden vermeld en het incident onmiddellijk te melden aan de exploitant; in dat geval moet hij de oorzaak van dit incident laten herstellen, ten laatste op de eerste werkdag na het incident.]1
  8° zich te voegen naar de bevelen van de ambtenaren en beambten bedoeld in artikel 37 van de ordonnantie;
  [1 9° op ieder moment een rapport met de totalisatoren voorleggen op een afgedrukte manier of via een elektronische drager, op elk door de ambtenaren en beambten, bedoeld in artikel 37 van de ordonnantie, gedaan verzoek in het kader van de uitoefening van hun functie;]1
  [2 10° de taxicheques met universele waarde te aanvaarden als betalingsmiddel en wisselgeld terug te geven indien hun waarde hoger is dan de prijs van de rit.]2
  De chauffeurs die het voorwerp zijn geweest [2 van een proces-verbaal of]2 van een gegrond verklaarde klacht wegens ongemanierd of agressief gedrag, [2 zullen verplicht kunnen worden]2, onverminderd de eventuele administratieve sancties die hen opgelegd kunnen worden, [3 de beroepsselectietesten als bedoeld in artikel 14]3 af te leggen of opnieuw af te leggen en ervoor te slagen. Indien een chauffeur die naar behoren werd opgeroepen zich niet aandient voor deze testen, zonder geldige reden, of indien de omschrijving in het verslag van deze afgelegde of opnieuw afgelegde test dit rechtvaardigt, kan zijn bekwaamheidscertificaat definitief ingetrokken worden overeenkomstig de artikelen 73 tot 76.
  ----------
  (1)<BESL 2014-03-20/18, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 27-04-2014>
  (2)<BESL 2014-03-27/31, art. 7, 010; Inwerkingtreding : 27-04-2014>
  (3)<BESL 2019-04-04/29, art. 10, 015; Inwerkingtreding : 01-07-2019>

  Art. 30. Tenzij anders door de klant is aangegeven, moet de bestuurder deze langs de snelste weg naar zijn bestemming brengen.

  Art. 31.Het is de chauffeurs verboden :
  1° om hun dienst te verzorgen in het gezelschap van andere personen dan de klanten of in het gezelschap van een dier;
  2° om te roken in het voertuig;
  3° om een prijs te vragen die hoger ligt dan deze vermeld op de taximeter, behalve speciale toeslagen vastgelegd door de Regering met toepassing van artikel 29, lid 1, van de ordonnantie;
  4° om hun voertuig met een klant aan boord door derden te laten besturen;
  5° om hun voertuig te laden met voorwerpen die de binnenbekleding kunnen beschadigen of bevuilen;
  6° om een radio, een CD-speler of een geluidsopnemer te laten spelen, met uitzondering van de dienstradiotelefoon, behalve met de instemming van de reiziger;
  7° [1 om klanten te ronselen of om klanten te doen ronselen door derden]1
  8° om hun voertuig boventallig of buiten de vastgelegde limieten te parkeren;
  9° om op hun toegelaten standplaats zonder reden de motor van het voertuig te laten draaien.
  ----------
  (1)<BESL 2014-03-27/31, art. 8, 010; Inwerkingtreding : 27-04-2014>

  Afdeling 3. - Bepalingen betreffende de voertuigen.

  Onderafdeling 1. - Algemene verplichtingen.

  Art. 32.§ 1. De voor een taxidienst bestemde voertuigen moeten voorzien zijn van ten minste drie zijdeuren, zich in goede staat bevinden en steeds in goede staat onderhouden worden, zowel binnen als aan de buitenkant, alsmede voldoen aan al de hierna volgende voorwaarden inzake kwaliteit, comfort, gemak en properheid, zowel wat het koetswerk als wat het interieur betreft :
  1° de deuren, koffer en motorkap moeten zonder problemen open en dicht kunnen;
  2° de ramen van de deuren [4 ...]4 gemakkelijk open en dicht kunnen;
  3° de taximeter moet op zodanige wijze in het voertuig geïnstalleerd worden, dat de voorkant steeds zichtbaar blijft voor een reiziger die in het voertuig zit. Wanneer de taximeter in een houder is geplaatst, mag deze geen sluitingssysteem bevatten dat de klanten zou kunnen verhinderen om een duidelijk zicht te hebben op het toegepaste tarief en de bedragen die op de taximeter verschijnen;
  4° in de koffer van het voertuig mogen geen voorwerpen liggen die het opbergen van de bagages van de klanten kunnen verhinderen. Om deze bagages niet vuil te maken moet hij steeds perfect in een propere staat gehouden worden;
  5° de voertuigen mogen geen sporen van ongeval of roest vertonen. De verf van het voertuig mag nergens afbladeren of loskomen. De verf mag geen herstellingen van een andere kleur dan deze van het voertuig vertonen;
  6° de zetels mogen niet ingedeukt zijn, de bekleding mag niet gescheurd zijn, noch sporen van bevuiling vertonen;
  7° wanneer het voertuig in beweging is, mag het geen abnormale geluiden of trillingen produceren;
  8° in het voertuig mag er geen papier of afval komen te slingeren;
  9° de voertuigen moeten regelmatig verlucht worden zodat er geen enkele onaangename geur in het interieur waar te nemen valt;
  10° [1 de voor een taxidienst bestemde voertuigen moeten zwart zijn en voorzien zijn van de aanduidingen vermeld [3 als bijlage 2 bij dit besluit]3 :
   a) Een zelfklevende of magnetische horizontale band in zwart en mango-geel dambordmotief geplaatst op de hele lengte van de twee deuren van beide flanken op de lijn van het koetswerk, reëel of visueel, boven de wielen;
   b) Het identificatienummer van de taxi in mango-geel op de twee achtervleugels, boven de achterwielen;
   c) Een iris in mango-geel aan beide flanken aan de voorkant en achterkant van de band.]1
  [2 d) dragen de elektrische voertuigen buiten, op een welbepaalde plaats, een welbepaald logo dat specifiek is voor het uitsluitend elektrisch karakter van het geëxploiteerde voertuig.]2
  11° de voertuigen mogen binnen noch buiten enige tekens, vermeldingen, voorwerpen, boodschappen of andere informatie dragen dan deze die verplicht zijn in het kader van de exploitatie van de taxidienst, deze met betrekking tot de activiteit van de exploitant zelf, of desgevallend, deze met betrekking tot zijn eventuele aansluiting bij een telefooncentrale, of deze die zijn toegelaten met toepassing van artikel 32, § 3, van de ordonnantie;
  12° de voertuigen in dienst mogen niet ouder zijn dan zeven jaar, te rekenen vanaf de datum van de eerste inverkeersstelling, zoals aangegeven op het inschrijvingsbewijs;
  13° de voertuigen die door een exploitant voor de eerste keer aan een taxidienst worden toegewezen, moeten uitgerust zijn met motoren waarvan de uitstoot aan de direct van kracht zijnde Europese normen beantwoorden, alsmede de normen die besloten zijn door de terzake bevoegde federale overheid;
  14° de voertuigen moeten steeds in goede staat van zindelijkheid binnen en buiten onderhouden worden.
  § 2. Regelmatig controleert de Administratie de naleving van de in paragraaf 1 bedoelde verplichtingen.
  ----------
  (1)<BESL 2011-03-03/08, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-03-2011>
  (2)<BESL 2012-06-21/25, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 16-11-2012>
  (3)<BESL 2012-11-15/13, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 11-02-2013>
  (4)<BESL 2014-03-27/31, art. 9, 010; Inwerkingtreding : 27-04-2014>

  Art. 33.§ 1. Elk voertuig moet geïdentificeerd worden door de Administratie alvorens het in dienst wordt genomen en moet vooraan rechts op de buitenkant van het voertuig, op een zichtbare plaats, voorzien zijn van de door de Administratie afgeleverde identificatieplaat, waarop minstens het woord " TAXI " en een identificatienummer voorkomen. Deze plaat moet stevig aan het voertuig vastgemaakt worden, en het identificatienummer moet goed zichtbaar zijn.
  Het identificatienummer moet tevens worden aangebracht op een klein aanplakbiljet of een bord, vastgehecht op de achterkant van één van de twee hoofdsteunen van de voorzetels, zodanig dat het altijd duidelijk zichtbaar is voor de gebruikers.
  Elk cijfer moet een minimumafmeting hebben van 2 cm hoog en 1 cm breed.
  Behalve de vermeldingen bedoeld in artikel 43 § 2, staan op het hierboven bedoelde aanplakbiljet of bord de volgende vermeldingen aangeduid : " Informations - Réclamations - Informatie - Klachten [1 Information - Complaints]1" gevolgd door het telefoonnummer van de dienst taxi's en huurwagens met chauffeur waarop de gebruikers een beroep kunnen doen bij elk probleem die zich voordoet in het kader van de toepassing van de wetgeving inzake de exploitatie van diensten voor taxi's en het verhuren van voertuigen met chauffeur.
  Het identificatienummer van het voertuig moet eveneens duidelijk zichtbaar weergegeven worden, rechts van het dashboard.
  § 2. Opdat de klanten de identiteit van de bestuurder gemakkelijk zouden kunnen vaststellen, wordt in elk voertuig een aanplakbiljetje of een bord vastgemaakt op de rug van één van de twee hoofdsteunen van de voorzetels, met daarop, duidelijk zichtbaar voor de gebruikers, een kleurenfoto van de bestuurder, het nummer van zijn bekwaamheidscertificaat en desgevallend, de referenties van de exploitant voor wie hij werkt.
  [2 § 3. Ieder voertuig dat aangewend wordt als taxi, met uitzondering van de vervangingsvoertuigen, moet een kentekenplaat dragen waarop de groepsletters beginnen met "TX" zoals bepaald in artikel 4, § 4 van het ministerieel besluit van 23 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen.]2
  
  TOEKOMSTIG RECHT
  
   Art. 33. § 1. Elk voertuig moet geïdentificeerd worden door de Administratie alvorens het in dienst wordt genomen en moet vooraan rechts op de buitenkant van het voertuig, op een zichtbare plaats, voorzien zijn van de door de Administratie afgeleverde identificatieplaat, waarop minstens het woord " TAXI " en een identificatienummer voorkomen. Deze plaat moet stevig aan het voertuig vastgemaakt worden, en het identificatienummer moet goed zichtbaar zijn.
  Het identificatienummer moet tevens worden aangebracht op een klein aanplakbiljet of een bord, vastgehecht op de achterkant van één van de twee hoofdsteunen van de voorzetels, zodanig dat het altijd duidelijk zichtbaar is voor de gebruikers.
  Elk cijfer moet een minimumafmeting hebben van 2 cm hoog en 1 cm breed.
  Behalve de vermeldingen bedoeld in artikel 43 § 2, staan op het hierboven bedoelde aanplakbiljet of bord de volgende vermeldingen aangeduid : " [3 staan , in het Frans, het Nederlands en het Engels, de vermeldingen betreffende de rechten van de klanten, overeenkomstig het in bijlage 1 van dit besluit overgenomen model, alsook de vermeldingen "Informations - Réclamations/Informatie - Klachten/Informations - Complaints]3 [1 Information - Complaints]1" gevolgd door het telefoonnummer van de dienst taxi's en huurwagens met chauffeur waarop de gebruikers een beroep kunnen doen bij elk probleem die zich voordoet in het kader van de toepassing van de wetgeving inzake de exploitatie van diensten voor taxi's en het verhuren van voertuigen met chauffeur.
  Het identificatienummer van het voertuig moet eveneens duidelijk zichtbaar weergegeven worden, rechts van het dashboard.
  § 2. Opdat de klanten de identiteit van de bestuurder gemakkelijk zouden kunnen vaststellen, wordt in elk voertuig een aanplakbiljetje of een bord vastgemaakt op de rug van één van de twee hoofdsteunen van de voorzetels, met daarop, duidelijk zichtbaar voor de gebruikers, een kleurenfoto van de bestuurder, het nummer van zijn bekwaamheidscertificaat en desgevallend, de referenties van de exploitant voor wie hij werkt.
  [2 § 3. Ieder voertuig dat aangewend wordt als taxi, met uitzondering van de vervangingsvoertuigen, moet een kentekenplaat dragen waarop de groepsletters beginnen met "TX" zoals bepaald in artikel 4, § 4 van het ministerieel besluit van 23 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen.]2

  ----------
  (1)<BESL 2010-08-26/60, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-09-2010>
  (2)<BESL 2011-03-24/10, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 18-04-2011>
  (3)<BESL 2012-11-15/13, art. 3, 008; Inwerkingtreding : onbepaald. Zie art. 8>

  Art. 34.Elk voertuig in dienst moet minstens de volgende documenten aan boord hebben :
  1° een document afgeleverd door de Administratie, met vermelding van minstens de datum en de geldigheidsduur van de exploitatievergunning, de naam en het adres van de houder, het merk en het inschrijvingsnummer van het voertuig;
  2° een plan van de openbare wegen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
  [1 3° de documenten met betrekking tot het voertuig bedoeld in artikel 5, 2°, 4° en 5°.]1
  Deze documenten moeten vertoond worden op elk door de ambtenaren en beambten van de Administratie gedaan verzoek.
  ----------
  (1)<BESL 2014-03-20/18, art. 4, 009; Inwerkingtreding : 27-04-2014>

  Art. 35. Onverminderd de toepassing van artikel 32, § 1, 11°, mag het voertuig geen andere nummers dragen dan die van de nummerplaat en de door de afgeleverde Administratie identificatieplaat.

  Art. 36. In geval van verlies, diefstal of vernietiging van de identificatieplaat, de reserve- of de vervangingsplaat, wordt een nieuwe plaat slechts door de Administratie afgeleverd op vertoon van een attest van de lokale of de federale politie.

  Art. 37.[1 § 1. De voertuigen moeten uitgerust zijn met een digitale taxameter die de voorgeschreven informatie exact en in gemakkelijk leesbare karakters, zowel overdag als 's avonds, aangeeft en afdrukt.
   De digitale taxameter moet permanent tijdens de dienst functioneren.
   De wijzerplaat van de digitale taxameter moet opgelicht worden zodra de aanwijzingen erop niet meer leesbaar zijn bij daglicht.
   De digitale taxameter moet bovendien permanent voldoen aan de voorschriften verkondigd in het koninklijk besluit van 13 juni 2006 betreffende de meetinstrumenten.
   § 2. De digitale taxameter heeft een opslagcapaciteit voor elektronische gegevens dat overkomt met minstens 7 dagen activiteit.
   Deze gegevens worden zodanig beveiligd dat de integriteit, de oorsprong en het onweerlegbaar karakter ervan op elk moment gewaarborgd wordt.
   De exploitant bewaart deze gegevens op een onafhankelijke drager gedurende ministens vijf jaar op de zetel van de exploitant ofwel op een beveiligde server bij een derde.
   Deze gegevens moeten op een elektronische drager voorgelegd worden op elk verzoek van de ambtenaren en beëdigde agenten van de Administratie.]1
  ----------
  (1)<BESL 2014-03-20/18, art. 5, 009; Inwerkingtreding : 27-04-2014>

  Art. 38.Naargelang het voertuig al dan niet bezet is, moet de taximeter al dan niet gestart worden.
  Wordt beschouwd als bezet :
  1° het gemende taxivoertuig vanaf het ogenblik waarop de klant met beperkte mobiliteit of de gehandicapte klant in een rolstoel opgenomen wordt door de chauffeur;
  2° het per telefoon bestelde taxivoertuig vanaf het uur van opneming dat met de klant wordt overeengekomen, met de uitdrukkelijke voorwaarde dat de chauffeur zich aanbiedt en zich toont op het overeengekomen uur;
  [1 3° het taxivoertuig dat gebruikt wordt in alle andere omstandigheden, te tellen vanaf het ogenblik dat de klant plaatsneemt in het voertuig.]1
  [1 Het prijsberekeningsmechanisme van de digitale taxameter blijft in dienst tot het einde van de rit.]1
  ----------
  (1)<BESL 2014-03-20/18, art. 6, 009; Inwerkingtreding : 27-04-2014>

  Art. 39. Aan elke taximeter moet een verklikkerlicht worden gekoppeld dat op het dak van het voertuig wordt bevestigd en door de Administratie ter beschikking van de exploitant wordt gesteld ter uitrusting, tijdens hun gebruik, van de voertuigen die in de akte van vergunning voor het exploiteren van een taxidienst worden vermeld, met inbegrip van de reserve- of vervangingsvoertuigen.
  De exploitant is gehouden dat verklikkerlicht te gebruiken van zodra het voertuig in dienst is, met uitsluiting van elk ander apparaat.
  Het verklikkerlicht is eigendom van de Administratie. De exploitant of de bestuurder mag het verklikkerlicht onder geen enkele vorm uitlenen, verhuren, afstaan, verkopen of toevertrouwen aan een derde.
  Hij mag hem niet plaatsen op een voertuig dat niet als taxi wordt erkend.
  Hij levert het verklikkerlicht in aan de Administratie in geval van opschorting of intrekking van de exploitatievergunning of wanneer hij zijn activiteiten stopzet.
  De exploitant moet zorg dragen voor het onderhoud en de werking van het verklikkerlicht, o.m. door erop toe te zien dat de vervangingslampjes dezelfde intensiteit hebben als de oorspronkelijk geleverde exemplaren; in geval van verlies, diefstal, beschadiging of vernietiging vervangt hij hem op eigen kosten door een identiek model afkomstig van de Administratie.
  De bestuurder is ertoe gehouden op zijn ritblad elk in de loop van de dienst vastgestelde incident aan te geven dat een invloed heeft op de goede werking van het verklikkerlicht en zich onmiddellijk naar de exploitatiezetel te begeven.
  In geval van een naar behoren door de controledienst vastgesteld defect, kan de Administratie de exploitant of de chauffeur verplichten om het voertuig te vertonen, voorzien van het verklikkerlicht in goede staat van werking, op de eerste werkdag volgend op de dag van de vaststelling.
  Inbreuken tegen het 1e tot het 6e lid kunnen de opschorting van de exploitatievergunning of het bekwaamheidscertificaat, naargelang het geval, tot gevolg hebben.

  Art. 40. Wanneer de taximeter is gestart, moet het verklikkerlicht zeer duidelijk door middel van een controlelampje aanduiden in welke stand de taximeter zich bevindt :
  1° wanneer de taxi vrij is, is het hele verklikkerlicht verlicht;
  2° is de taxi bezet en tarief I is van toepassing, dan is het gedeelte van het verklikkerlicht langs de kant van de zetel naast die van de bestuurder geheel verlicht of toch minstens het cijfer " I ";
  3° als de taxi bezet en tarief II van toepassing is, dan is het gedeelte van het verklikkerlicht aan de kant van de chauffeur in zijn geheel verlicht, of toch minstens cijfer " II ";
  4° wanneer de taxi " einde rit " is, zijn de twee kanten van het verklikkerlicht verlicht, of toch minstens cijfers " I " en " II " en is het midden niet verlicht.
  Wanneer het voertuig niet bezet is, maar geparkeerd staat of rijdt zonder beschikbaar te zijn, hetzij omdat het het voorwerp is van een bestelling, hetzij omwille van personeelsprestaties hetzij om technische redenen, dan moet het als dusdanig aangegeven worden door een bord aan de voorruit, met de vermelding " Niet vrij ". In dit geval wordt de taximeter niet gestart en is het verklikkerlicht helemaal uitgeschakeld.

  Art. 41.De taximeters moeten aan de volgende voorschriften voldoen :
  1° voorzien zijn van een dagteller klok;
  2° het inschakelen van minstens vier al dan niet onafhankelijke tarieven mogelijk maken;
  3° de automatische overgang mogelijk maken naar een ander tarief met verschillende parameters, na het afleggen van een bepaalde afstand;
  4° het automatisch en tijdelijk verrekenen van een toeslag mogelijk maken, uitgedrukt ofwel in vast bedrag ofwel in percentage;
  5° [1 het aan de klanten te overhandigen ticket automatisch na het einde van de rit zelf of door bemiddeling van een daartoe voorziene apparaat afdrukken en met tenminste de volgende vermeldingen op zijn recto :
   a) de vermelding "ticket"
   b) de naam van de natuurlijke of rechtspersoon die het voertuig uitbaat alsook zijn telefoonnummer;
   c) het identificatienummer van het voertuig dat normaal gebruikt wordt, afgeleverd door de Administratie of bij het gebruik van een reserve- of vervangingsvoertuig, het nummer van de kentekenplaat van het voertuig;
   d) het nummer van bekwaamheidsattest van de chauffeur;
   e) het volgnummer van de rit dat een oplopend getal is dat bestaat uit vijf cijfers, te beginnen met 00001;
   f) de datum en het uur van het in- en uitstappen van de klant;
   g) de instap- en uitstapplaatsen of, ingeval er geen straatnamen bestaan, de GPS-coördinaten;
   h) het aantal afgelegde kilometers;
   i) de toegepaste tarieven;
   j) de totale prijs van de rit, voorafgegaan door de vermelding "te betalen bedrag";
   k) de vermelding "plaintes-klachten" en het telefoonnummer van de Administratie waar men gratis kan bellen bij klacht en de benaming van de website van de Administratie die met hetzelfde doel kan worden geactiveerd.]1
  6° door zichzelf of door middel van een daartoe bestemd apparaat, het lezen van kredietkaarten - met het in twee exemplaren afdrukken van kwitanties - alsook het aansluiten van een kaartlezer en een navigatiesysteem mogelijk maken;
  7° het automatisch afdrukken mogelijk maken, door zichzelf of door middel van een daartoe bestemd apparaat, van de inhoud van de totalisatoren bedoeld in artikel 22 van het ministerieel besluit van 21 maart 1961 betreffende de modelgoedkeuring en de installatie der taxameters;
  8° de transmissie mogelijk maken, door zichzelf of door middel van een daartoe bestemd apparaat, van de in het vorige punt bedoelde gegevens;
  9° de aansluiting en het gebruik van een passagiersdetector mogelijk maken;
  10° in maximum één uur de tariefupdate mogelijk maken.
  [2 De ambtenaren en de beëdigde agenten van het Gewest aangeduid om de overtredingen van dit besluit op te zoeken en vast te stellen, zijn gerechtigd om, in het kader van de uitoefening van hun functie, op elk moment de identificatieplaat van het voertuig en het document over de exploitatievergunning in te trekken bij vaststelling van de afwezigheid of disfunctioneren van een digitale taxameter die voldoet aan al de voorschriften van het eerste lid.]2
  ----------
  (1)<BESL 2014-03-20/18, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 27-04-2014>
  (2)<BESL 2014-03-20/18, art. 8, 009; Inwerkingtreding : 27-04-2014>

  Art. 42. Elke uitrusting waarmee de taximeter van op afstand kan worden bediend of waarmee de werking ervan kan worden onderbroken als de taximeter gestart is, is verboden.

  Art. 43.§ 1. De taximeter omvat twee tarieven :
  1° op de plaatsen waar het zonestelsel niet moet worden toegepast :
  a) het eerste (tarief I) is het [1 ...]1 tarief dat wordt toegepast als de klant het voertuig niet verlaat en zich naar zijn vertrekpunt laat terugbrengen;
  b) het tweede (tarief II) is het [1 ...]1 tarief dat wordt toegepast als de klant het voertuig verlaat en het voertuig leeg naar zijn standplaats moet terugkeren.
  De bestuurder ertoe is ertoe gehouden zich zekerheid te verschaffen over de intenties van de klant alvorens tarief II in werking te stellen;
  2° op de plaatsen waar het zonestelsel wordt toegepast, is het eerste tarief (tarief I) het [1 ...]1 tarief dat wordt toegepast binnen de zone en het tweede tarief (tarief II) [1 ...]1 wordt toegepast als het voertuig de zone verlaat.
  De chauffeur moet het toestel voor tarief II inschakelen bij het verlaten van genoemde zone.
  Hij moet zich evenwel vóór het inschakelen van tarief II vergewissen van de eindbestemming van de klant; tarief II is niet van toepassing als de klant het voertuig niet verlaat en zich laat terugbrengen naar eender welke plaats binnen de zone.
  § 2. Op het aanplakbiljet bedoeld in artikel 33, § 1, lid 2, dient eveneens permanent en duidelijk leesbaar [1 in het Frans, Nederlands en Engels]1 de hierna volgende tekst te worden aangebracht :

  
TARIEF 
Instapgeld :euro.
Kilometerprijs I :euro.
Kilometerprijs II :euro.
Wachtgeld :euro/uur.
[1 Toeslag nacht :euro.]1
(1)<BESL 2014-03-20/18, art. 9, 009; Inwerkingtreding : 27-04-2014>


  " Dienst, BTW en fooi zijn inbegrepen in de prijs aangegeven op de taximeter. "
  Als er een toeslag wordt toegestaan, moet de desbetreffende vermelding op het aanplakbiljet voorkomen, na de wachtvergoeding.
  Dit aanplakbiljet dient conform te zijn het model dat [2 als bijlage 1]2 wordt gevoegd bij dit besluit.
  Een vertaling in het [1 ...]1 Duits mag door de chauffeur ter beschikking worden gesteld van de klant voorzover dezelfde gegevens erop vermeldt worden.
  ----------
  (1)<BESL 2010-08-26/60, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-09-2010>
  (2)<BESL 2012-11-15/13, art. 4, 008; Inwerkingtreding : 11-02-2013>

  Art. 43bis. [1 De taxi's zijn uitgerust met een kredietkaartlezer.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BESL 2014-03-20/18, art. 10, 009; Inwerkingtreding : 27-04-2014>

  Onderafdeling 2. - Reservevoertuigen.

  Art. 44.De reservevoertuigen bedoeld in artikel 8, § 2, van de ordonnantie moeten aan de volgende voorwaarden voldoen :
  1° uitgerust zijn om een taxidienst te verzekeren, met inbegrip van het verklikkerlicht waarvan sprake in artikel 39 om de taxidienst te verzorgen in dezelfde voorwaarden als met het tijdelijk onbeschikbare voertuig;
  2° bij het gebruik ervan, in de hoedanigheid van " reservevoertuig " ingeschreven zijn bij de Administratie;
  3° aan de buitenkant, enerzijds vooraan rechts voorzien zijn van de identificatieplaat van het voertuig dat het vervangt en anderzijds, vooraan links voorzien zijn van een plaat afgeleverd door de Administratie en met de vermelding " RESERVE ";
  4° naast de vereiste documenten van het voertuig dat het vervangt, de vergunningen betreffende het gebruik van het reservevoertuig aan boord hebben;
  5° als taxi's verzekerd zijn op het ogenblik van gebruik;
  [1 6° een kentekenplaat dragen waarvan de groepsletters beginnen met "TX" zoals bepaald in artikel 33, § 3.]1
  Deze voertuigen mogen niet verhuurd worden.
  Alvorens zij een reservevoertuig gebruiken, zijn de exploitanten ertoe gehouden de Administratie vooraf te verwittigen bij een [2 middel van een brief, telefax, elektronische post of door afgifte per drager tegen ontvangstbewijs van de Administratie]2, waarin ze de reden van de onbeschikbaarheid van het gewoonlijk geëxploiteerde voertuig aangeven, alsook de vermoedelijke duur van de onbeschikbaarheid en de plaats waar het onbeschikbare voertuig geparkeerd staat tijdens de onbeschikbaarheid. [2 ...]2 Indien deze mededeling gebeurt buiten de kantooruren van de Administratie, wordt een kopie van het aan de Administratie gerichte document bewaard in het voertuig.
  ----------
  (1)<BESL 2011-03-24/10, art. 2, 005; Inwerkingtreding : 18-04-2011>
  (2)<BESL 2014-03-27/31, art. 11, 010; Inwerkingtreding : 27-04-2014>

  Onderafdeling 3. - Vervangingsvoertuigen.

  Art. 45. De vervangingsvoertuigen bedoeld in artikel 8, § 3, van de ordonnantie moeten aan de volgende voorwaarden voldoen :
  1° uitgerust zijn om een taxidienst te verzorgen, met inbegrip van het verklikkerlicht waarvan sprake in artikel 39, onder dezelfde voorwaarden als voor het tijdelijk onbeschikbare voertuig;
  2° op het ogenblik van het gebruik ervan, ingeschreven zijn bij de Administratie in de hoedanigheid van " vervangingsvoertuig "; als de dienst niet bereikbaar is, mag de exploitant of zijn aangestelde de Administratie per fax of per elektronische post in kennis stellen van de vervanging, mits hij zich op de eerste werkdag volgend op de vervanging bij de dienst meldt, voor bevestiging;
  3° enerzijds vooraan rechts voorzien zijn van de identificatieplaat van het voertuig dat hij vervangt en anderzijds, vooraan links, van een plaat afgeleverd door de Administratie, met de vermelding " R-V ";
  4° naast de vereiste documenten voor het voertuig dat zij vervangen, ook de vergunningen aan boord hebben betreffende het gebruik van het vervangingsvoertuig;
  5° als taxi's verzekerd zijn op het moment van gebruik.
  Deze voertuigen mogen niet onderverhuurd worden.

  Afdeling 4. - Bepalingen betreffende de reizigers.

  Art. 46. Het is de reizigers verboden :
  1° in het voertuig te roken;
  2° in het voertuig in te stappen als het reglementair aantal toegelaten personen bereikt is;
  3° tenzij met de instemming van de chauffeur het voertuig te betreden met honden of andere dieren die niet op de schoot kunnen worden genomen, met uitzondering van de geleidehonden van blinden en hulphonden die assistentie verlenen aan elke gehandicapte persoon. De persoon die wil vervoerd worden moet kunnen bewijzen dat het dier wel degelijk een hulphond is;
  4° het voertuig te betreden met gevaarlijke voorwerpen of met pakken die door hun omvang, hun aard of hun geur, kwetsuren, vuiligheid, hinder of ongemak kunnen veroorzaken;
  5° het voertuig te betreden als ze er zelf duidelijk vuil uitzien;
  6° uit het voertuig te hangen of de deuren te openen terwijl het voertuig in beweging is;
  7° het voertuig te bevuilen of te beschadigen;
  8° eender welk voorwerp uit het voertuig te gooien.

  Art. 47. In geval van een gemakkelijk herstelbaar defect aan het voertuig is voor stilstand niets verschuldigd en staat het de reiziger vrij om ofwel het voertuig te verlaten en de som te betalen, die op het moment van het defect is geregistreerd, ofwel in het voertuig te blijven zitten met, in dit geval, aftrek van de wachttijd voor de herstelling. Dit wordt dan duidelijk vermeld op het ritblad.
  In geval van een incident, een ernstige panne of een ongeval waardoor het voertuig niet verder kan rijden, heeft de chauffeur recht op de bezoldiging die door de taximeter wordt aangegeven, voor zover hij probeert de klant een ander voertuig te bezorgen en met aftrek van het nieuwe instapgeld.

  HOOFDSTUK II. - Vergunningsaanvragen.

  Afdeling 1. - Aanvraag tot een exploitatievergunning.

  Art. 48.Op elke aanvraag om een vergunning voor het exploiteren van een taxidienst, [1 bedoeld in de artikelen 3 en 6 van de ordonnantie]1 , dient te worden vermeld, op straffe van onontvankelijkheid :
  1° de naam, de voornamen, de hoedanigheid of het beroep, de woonplaats en het beroepstelefoonnummer van de aanvrager of als deze een rechtspersoon is, de firmanaam of benaming, de vorm, de maatschappelijke zetel, en indien zij bestaan, het telefoon-, mobiel-, faxnummer en het elektronisch adres van de onderneming;
  2° desgevallend de gebruikelijke plaatsen voorzien voor het stallen en het parkeren, gelegen op elke plaats die niet voor het openbaar verkeer toegankelijk is;
  3° het aantal voertuigen waarvoor de vergunning wordt aangevraagd, met inbegrip van de eventuele reservevoertuigen;
  4° de algemene kenmerken van de voertuigen die gebruikt zouden worden en desgevallend hun registratienummers;
  5° de modaliteiten van de terbeschikkingstelling aan het publiek van de voertuigen, overwogen door de vergunningsaanvrager, ten aanzien van de in artikel 3 bedoelde verplichting;
  6° in voorkomend geval, alle vermeldingen bedoeld in het advies bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad overeenkomstig artikel 5, lid 6, van de ordonnantie;
  7° in voorkomend geval, de aansluiting op een telefooncentrale.
  [1 8° het bedrag van de prijs van de bieding per voertuig waarvoor de vergunning(en) worden aangevraagd]1
  ----------
  (1)<BESL 2014-04-24/35, art. 1, 012; Inwerkingtreding : 01-02-2014>

  Art. 49.[3 Op straffe van onontvankelijkheid, de vraag]3 moet van de volgende documenten vergezeld zijn :
  1° een [2 uittreksel uit het strafregister afgeleverd [4 overeenkomstig artikel 596, eerste lid]4 van het Wetboek van strafvordering]2, minder dan drie maanden oud, met betrekking tot de natuurlijke persoon die de aanvraag indient of die belast is met het dagelijks beheer van de rechtspersoon die de vergunning aanvraagt;
  2° desgevallend, kopie van de statuten en de vennootschapsakten betreffende de rechtspersoon die de vergunning aanvraagt;
  3° een getuigschrift uitgaande van, naargelang het geval, hetzij de sociale verzekeringsfonds voor zelfstandigen, [1 en/of]1 de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid en waaruit blijkt dat de aanvrager in orde is met de sociale bijdragen. Wanneer de aanvrager voor het eerst een beroepsactiviteit uitoefent, mag hij enkel een verklaring op erewoord bij zijn aanvraag bijvoegen, waarin hij verklaart dat hij, ingeval de gevraagde vergunning hem wordt toegekend, zich zal aansluiten en, in voorkomend geval zich zal laten inschrijven en dat de stortingen aan de sociale verzekeringsfonds voor zelfstandigen of aan de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid regelmatig zullen uitgevoerd worden;
  4° een getuigschrift uitgaande van een erkend ondernemingsloket waaruit blijkt dat de aanvrager of, in geval van een rechtspersoon opgericht vanaf 1 januari 1999 de zaakvoerder of afgevaardigd bestuurder belast met het dagelijks beheer van deze rechtspersoon, aangetoond heeft dat hij de basiskennis van het bedrijfsbeheer bezit;
  5°in voorkomend geval alle documenten bedoeld in het advies bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad overeenkomstig artikel 5 van de ordonnantie.
  [3 6° een verbintenis om de prijs van de bieding te betalen binnen zes maanden na deze kennisgeving van de vergunning die toegekend zou worden op de rekening van het Gewest, opgenomen in deze kennisgeving met de uitdrukkelijke vermelding dat de verzoeker zich bewust is van het feit dat bij gebrek aan betaling van de volledige prijs van de bieding binnen deze termijn, de toegekende vergunning van rechtswege vervalt voor alle voertuigen die bij deze kennisgeving betrokken zijn.]3
  ----------
  (1)<BESL 2014-03-27/31, art. 12, 010; Inwerkingtreding : 27-04-2014>
  (2)<BESL 2014-03-27/34, art. 9, 011; Inwerkingtreding : 01-09-2014>
  (3)<BESL 2014-04-24/35, art. 2, 012; Inwerkingtreding : 01-02-2014>
  (4)<BESL 2019-04-04/29, art. 11, 015; Inwerkingtreding : 01-07-2019>

  Art. 50.[1 De door de aanvrager gedagtekende en ondertekende vergunningsaanvraag wordt, samen met de bijlagen gericht aan de Administratie per brief of door afgifte per drager tegen ontvangstbewijs van de Administratie.]1
  ----------
  (1)<BESL 2014-03-27/31, art. 13, 010; Inwerkingtreding : 27-04-2014>

  Art. 51. Het Bestuur bevestigt de ontvangst van de aanvraag en kan, in voorkomend geval, de ontbrekende documenten opeisen en de onvolledige vermeldingen op de aanvraag of de bijlagen ervan laten aanvullen.

  Art. 52.§ 1. Na onderzoek van de aanvraag en in voorkomend geval na vergelijking tussen de projecten die door de gegadigden worden voorgesteld als antwoord op het bericht bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad overeenkomstig artikel 5 van de ordonnantie [1 alsook na vergelijking van de prijzen van de biedingen overeenkomstig artikel 6 van de ordonnantie]1 , weigert of verleent de Regering de vergunning.
  [1 Onder prijs van de bieding verstaat men het eenmalige bedrag voorgesteld door de kandidaat per te exploiteren voertuig bedoeld in de aanvraag voor een vergunning.]1
  § 2. Wanneer de Regering een exploitatievergunning verleent aan een nieuwe exploitant, wordt aan de begunstigde een exploitatiekaart per voertuig overhandigd, met daarop de naam, de woonplaats of de exploitatiezetel, de geldigheidsduur van de toegekende vergunning, de gegevens betreffende de voertuigen die geëxploiteerd zullen worden, alsook de nummers van de identificatieplaten aangebracht op deze voertuigen.
  [2 § 3. Wanneer de Regering, geheel of gedeeltelijk, een gunstig gevolg geeft aan de vraag, moet de te betalen prijs op de creditzijde worden geboekt van de rekening van het Gewest aangegeven in de kennisgeving van de beslissing binnen zes maanden na deze kennisgeving. Bij gebrek aan betaling van de volledige prijs binnen deze termijn vervalt de beslissing van de Regering voor alle voertuigen bedoeld in deze beslissing.]2
  [2 § 4. De betaling van de prijs is eenmalig en onherroepelijk. Geen enkele volledige of gedeeltelijke terugbetaling is mogelijk, met name in het geval dat de verzoeker, na betaling, afziet van de positieve beslissing, of wanneer hij een opschorting van exploitatie aanvraagt overeenkomstig artikel 60 of een vermindering van het aantal te exploiteren voertuigen overeenkomstig artikel 61, of indien hij zijn exploitatievergunning overdraagt overeenkomstig artikel 10bis van de ordonnantie.]2
  ----------
  (1)<BESL 2014-04-24/35, art. 3, 012; Inwerkingtreding : 01-02-2014>
  (2)<BESL 2014-04-24/35, art. 4, 012; Inwerkingtreding : 01-02-2014>

  Afdeling 2. - Jaarlijkse overlegging [1 uittreksel uit het strafregister afgeleverd [2 overeenkomstig artikel 596, eerste lid]2 van het Wetboek van strafvordering]1.
  ----------
  (1)<BESL 2014-03-27/34, art. 9, 011; Inwerkingtreding : 01-09-2014>
  (2)<BESL 2019-04-04/29, art. 24, 015; Inwerkingtreding : 01-07-2019>

  Art. 53.§ 1. [1 De in artikel 7 § 2 van de ordonnantie bedoelde overlegging dient uit eigen beweging te geschieden, door middel van een brief of door afgifte per drager tegen ontvangstbewijs van de Administratie, dit uiterlijk op 31 maart van elk jaar.]1
  De exploitanten die tevens chauffeur zijn en die reeds het [2 uittreksel uit het strafregister afgeleverd [3 overeenkomstig artikel 596, eerste lid]3 van het Wetboek van strafvordering]2 volgens de regels hebben neergelegd ter ondersteuning van hun aanvraag tot nieuwe geldigverklaring van de bekwaamheidscertificaten met toepassing van artikel 23, worden vrijgesteld van het opnieuw overleggen met toepassing van dit artikel.
  § 2. Het staat aan elke exploitant of, indien hij een rechtspersoon is, aan elke afgevaardigd bestuurder of zaakvoerder van deze rechtspersoon om te zorgen voor de in § 1 bedoelde overlegging.
  ----------
  (1)<BESL 2014-03-27/31, art. 14, 010; Inwerkingtreding : 27-04-2014>
  (2)<BESL 2014-03-27/34, art. 9, 011; Inwerkingtreding : 01-09-2014>
  (3)<BESL 2019-04-04/29, art. 11, 015; Inwerkingtreding : 01-07-2019>

  Afdeling 3. - Aanvraag tot hernieuwing van een vergunning.

  Art. 54.§ 1. Elke aanvraag tot hernieuwing van een vergunning voor het exploiteren van een taxidienst moet, op straffe van onontvankelijkheid, de volgende gegevens vermelden :
  1° de naam, de voornamen, de hoedanigheid of het beroep, woonplaats en telefoonnummer van de aanvrager of indien deze een rechtspersoon is, de firmanaam of benaming, de vorm, de maatschappelijke zetel, het ondernemingsnummer en indien zij bestaan, het telefoon-, mobiel-, faxnummer en het elektronisch adres van de onderneming;
  2° het aantal voertuigen waarvoor de hernieuwing van de vergunning wordt aangevraagd, daarbij inbegrepen de eventuele reservevoertuigen;
  § 2. Bovendien moet deze aanvraag vergezeld zijn van volgende documenten :
  1° een nieuw [1 uittreksel uit het strafregister afgeleverd [2 overeenkomstig artikel 596, eerste lid]2 van het Wetboek van strafvordering]1, minder dan drie maanden oud, en betrekking hebbend op de natuurlijke persoon die de hernieuwing aanvraagt of die belast is met het dagelijks beheer van de rechtspersoon die de hernieuwing van de vergunning aanvraagt, op de dag dat deze aanvraag wordt ingediend;
  2° het bewijs van een permanente en regelmatige verzekering als taxi's en voor de periode waarin de voertuigen als taxi's zullen worden gebruikt, van alle voertuigen die tijdens de geldigheidsduur van de lopende vergunning worden gebruikt;
  3° de fotokopieën van de verzekeringspolissen van de in exploitatie zijnde voertuigen, verzekerd als taxi's;
  4° de fotokopieën van de geldige internationale autoverzekeringskaarten;
  5° de fotokopieën van de geldige keuringsbewijzen bedoeld in artikel 24 van het koninklijk besluit van 15 maart 1968, houdende het algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen;
  6° het bewijs dat de aanvrager in orde is en blijft met de sociale bijdragen betreffende het aangeworven personeel of voor zichzelf als hij valt onder de wetgeving voor zelfstandigen;
  7° de lijst van loontrekkende chauffeurs die in de onderneming werkzaam zijn op de dag van de aanvraag (naam, voornaam, adres en datum van aanwerving voor elke chauffeur), met nauwkeurige opgave van het arbeidsregime het DIMONA-nummer van elk van hen, alsmede, in voorkomend geval, de lijst van de zelfstandige chauffeurs die in de onderneming werkzaam zijn op de dag van de aanvraag, samen met het bewijs van hun regelmatige aansluiting bij een socialeverzekeringsfonds voor zelfstandigen;
  8° de fotokopieën van de nominatieve R.S.Z.-aangiften van het bezoldigd personeel gedurende de geldigheidsperiode van de vergunning;
  9° in voorkomend geval het bewijs van inschrijving bij een telefooncentrale die in verbinding staat met elk van de geëxploiteerde voertuigen.
  ----------
  (1)<BESL 2014-03-27/34, art. 9, 011; Inwerkingtreding : 01-09-2014>
  (2)<BESL 2019-04-04/29, art. 11, 015; Inwerkingtreding : 01-07-2019>

  Art. 55.[1 De aanvraag tot hernieuwing van de vergunning, gedagtekend en ondertekend door de aanvragen, en vergezeld van de bijlagen ervan, wordt gericht aan de Administratie per brief of door afgifte per drager tegen ontvangstbewijs van de Administratie.]1
  ----------
  (1)<BESL 2014-03-27/31, art. 15, 010; Inwerkingtreding : 27-04-2014>

  Art. 56. De Administratie kan, in voorkomend geval, de ontbrekende documenten opeisen en de onvolledige vermeldingen op de aanvraag of de bijlagen ervan laten aanvullen en ook aan de exploitant vragen om de geëxploiteerde voertuigen voor te rijden, teneinde na te gaan of ze conform zijn de artikelen 32 en volgende.
  Na onderzoek van de aanvraag en de bijlagen ervan beslist de Regering over het al of niet toekennen - geheel of gedeeltelijk - van de hernieuwing van de vergunning.
  Ingeval de hernieuwing wordt toegekend, ontvangt de begunstigde een nieuwe exploitantkaart per voertuig, met daarop de vermeldingen bedoeld in artikel 54, § 2.

  Afdeling 4. - Aanvraag tot een vergunning voor het beschikken over een reservevoertuig of het gebruiken van een vervangingsvoertuig.

  Art. 57. § 1. De aanvragen tot een vergunning voor het beschikken over een reservevoertuig in de zin van artikel 8, § 2, van de ordonnantie worden ingediend hetzij tezelfdertijd als de aanvraag tot exploitatievergunning, hetzij gedurende de exploitatie. In dit laatste geval bevat de aanvraag tot vergunning de volgende vermeldingen en bijlagen :
  1° de naam, de voornamen, de hoedanigheid of het beroep, woonplaats en beroepstelefoonnummer van de aanvrager of indien deze een rechtspersoon is, de firmanaam of benaming, de vorm, de maatschappelijke zetel, het ondernemingsnummer en indien zij bestaan, het telefoon-, mobiel-, faxnummer en het elektronisch adres van de onderneming;
  2° een kopie van de exploitatievergunning.
  3° een kopie van de aankoopfactuur van het reservevoertuig en in voorkomend geval van het desbetreffende leasing- of huurfinancieringscontract.
  § 2. De vergunningsaanvragen voor het gebruik van een vervangingsvoertuig in de zin van artikel 8, 3, van de ordonnantie worden in de loop van de exploitatie ingediend en bevatten de volgende vermeldingen en bijlagen :
  1° de naam, de voornamen, de hoedanigheid of het beroep, de woonplaats en het beroepstelefoonnummer van de aanvrager en als deze een rechtspersoon is, de firmanaam ervan, de benaming, de vorm, de maatschappelijke zetel, het ondernemingsnummer en indien zij bestaan, het telefoon-, mobiel-, faxnummer en het elektronisch adres van de onderneming;
  2° de identificatiegegevens en het registratienummer van het voertuig dat tijdelijk beschadigd of buiten dienst is;
  3° de identificatiegegevens, de naam van de eigenaar en het registratienummer van het voertuig dat ter vervanging zal worden gebruikt;
  4° de periode waarvoor de vervangingsvergunning wordt aangevraagd;
  5° de precieze reden voor de tijdelijke stillegging van het gewoonlijk geëxploiteerde voertuig;
  6° de aanduiding van de plaats waar het geïmmobiliseerde voertuig door de Administratie kan worden onderzocht;
  7° een verbintenis vanwege de exploitant om de speciale " R-V "-plaat in te leveren, op een precieze datum bij het verstrijken van de aangevraagde vergunning.

  Art. 58.[1 Onverminderd artikel 44, lid 3, worden de vergunningsaanvragen voor het beschikken over een reservevoertuig in de loop van de exploitatie en de vergunningsaanvragen voor het gebruik van een vervangingsvoertuig gedagtekend en ondertekend door de aanvrager en vergezeld van hun bijlagen, worden gericht aan de Administratie per brief, telefax, elektronische post of door afgifte per drager tegen ontvangstbewijs van de Administratie.]1
  ----------
  (1)<BESL 2014-03-27/31, art. 16, 010; Inwerkingtreding : 27-04-2014>

  Art. 59. De Administratie kan, in voorkomend geval, de ontbrekende documenten opeisen en de onvolledige vermeldingen op de aanvraag of de bijlagen ervan laten aanvullen en ook aan de exploitant vragen om de voertuigen voor te rijden, teneinde na te gaan of ze conform zijn de artikelen 32 en volgende.
  Na onderzoek van de aanvraag en de bijlagen ervan beslist de Regering, of de Administratie in geval van ontvangst van een aanvraag van vergunning voor het beschikken over een vervangingsvoertuig, de vergunning al of niet toe te kennen - geheel of gedeeltelijk.

  Afdeling 5. - Aanvraag tot gehele of gedeeltelijke opschorting van exploitatie van voertuigen.

  Art. 60.[1 De aanvragen tot gehele of gedeeltelijke opschorting van exploitatie van voertuigen worden ingediend bij de Administratie per brief, telefax, elektronische post of door afgifte per drager tegen ontvangstbewijs van de Administratie met vermelding van de referenties van de vergunning, het aantal en de precieze kenmerken van de voertuigen waarop de aanvraag betrekking heeft, de uitzonderlijke, sociale of economische redenen die de aanvraag rechtvaardigen, alsook de datum vanaf dewelke de aanvrager vraagt om te kunnen genieten van de maatregel en in voorkomend geval de duur van de gewenste opschortingsmaatregel.]1
  § 2 De platen bedoeld in artikel 33 worden bij de Administratie neergelegd, uiterlijk de dag van de door de aanvrager gewenste inwerkingtreding van de in § 1 bedoelde opschorting.
  § 3. Het besluit van de Regering waarbij uitspraak wordt gedaan over de aanvraag wordt met redenen omkleed en bekendgemaakt aan de aanvrager.
  ----------
  (1)<BESL 2014-03-27/31, art. 17, 010; Inwerkingtreding : 27-04-2014>

  Afdeling 6. - Aanvraag tot definitieve vermindering van het aantal geëxploiteerde voertuigen.

  Art. 61. § 1. De aanvragen tot definitieve vermindering van het aantal geëxploiteerde voertuigen worden ingediend bij de Administratie en worden er neergelegd, samen met de in artikel 33 bedoelde identificatieplaat, de exploitantkaart bedoeld in artikel 34, 1° en het verklikkerlicht bedoeld in artikel 39.
  § 2. In de aanvraag worden vermeld : de referenties van de vergunning en het aantal voertuigen waarop de aanvraag betrekking heeft.

  Afdeling 7. - Aanvraag tot overdracht van een vergunning.

  Art. 62.[1 § 1. "Elke aanvraag voor een vergunning tot overdracht, geheel of gedeeltelijk, om een taxidienst uit te baten, bevat, op straffe van onontvankelijkheid :
   1° de naam, de voornaam, de hoedanigheid of het beroep, de woonplaats, het beroepstelefoonnummer van de kandidaat-overgever of als hij een rechtspersoon is, de firmanaam of benaming, de vorm, de maatschappelijke zetel en zijn ondernemingsnummer evenals het telefoonnummer, het gsm-nummer, het faxnummer en het e-mailadres van de onderneming, als deze beschikbaar zijn.
   2° de vermelding dat de voorgenomen overdracht betrekking heeft op alle of bepaalde uitgebate voertuigen enerzijds en of deze bedoeld is voor een of meerdere kandidaat-overnemers anderzijds.
   3° het nummer van de platen bedoeld in artikel 33;
   4° de naam, de voornaam, de hoedanigheid of het beroep, de woonplaats en het beroepstelefoonnummer van de kandidaat-overnemer(s) of als het, geheel of gedeeltelijk, gaat om (een) rechtsperso(o)n(en), de firmanaam of benaming, de vorm, de maatschappelijke zetel en het ondernemingsnummer evenals het telefoonnummer, het gsm-nummer, het faxnummer en het e-mailadres van de onderneming, als deze beschikbaar zijn, bij meerdere kandidaat-overnemers met vermelding van de plaatnummers van de voertuigen die betrokken zijn bij de voorgenomen overdracht met betrekking tot elk van hen;
   5° desgevallend, de gebruikelijke plaatsen voorzien door de overnemer(s) voor de garage en de standplaats van de te exploiteren voertuigen en gelegen op elke plaats die niet voor het publiek toegankelijk is;
   6° de algemene kenmerken van de voertuigen die zouden worden gebruikt door de overnemer(s) en, desgevallend, hun registratienummers;
   7° de modaliteiten van terbeschikkingstelling van het publiek van de voertuigen, zoals overwogen door de overnemer(s), ten aanzien van de in artikel 3 bedoelde verplichting;
   8° in voorkomend geval, de aansluiting van de overnemer(s) op een telefooncentrale;
   9° de prijs die de overnemer(s) moet(en) betalen voor de voorziene overdracht.
   § 2. Bovendien moet deze aanvraag worden vergezeld van de volgende documenten :
   1° het ondernemingsnummer van de overnemer(s) en, als het gaat om een rechtspersoon, de kopie van de statuten van het overnemende bedrijf neergelegd bij de handelsrechtbank en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad;
   2° een uittreksel uit het strafregister afgeleverd [2 overeenkomstig artikel 596, eerste lid]2 van het Wetboek van Strafvordering van minder dan drie maanden oud, met betrekking tot elke overnemende natuurlijke persoon of elk van de gedelegeerde bestuurders of beheerders van elke betrokken overnemende rechtspersoon;
   3° een attest van een erkend ondernemingsloket waaruit blijkt dat de kandidaat-overnemer(s) of als het gaat om een rechtspersoon opgericht vanaf 1 januari 1999, de (of een van de) beheerder(s) of de (of een van de) bestuurder(s) belast met het dagelijks bestuur van de rechtsperso(o)n(en) blijk heeft gegeven van de basiskennis van het bedrijfsbeheer.
   4° naargelang het geval een attest van de socialeverzekeringskas voor zelfstandigen of van de Rijksdienst voor Sociale zekerheid en waaruit blijkt dat de kandidaat-overnemer(s) in orde zijn met hun sociale bijdragen of voor de chauffeurs in loondienst of de zelfstandige chauffeurs als er in dienst zijn. Als een kandidaat-overnemer voor het eerst een beroepsactiviteit wenst uit te oefenen, mag deze bij zijn aanvraag enkel een verklaring op erewoord voegen waarin wordt bevestigd dat hij zich, bij toekenning van de gevraagde vergunning, zal aansluiten en zich, indien nodig, zal inschrijven en dat de stortingen aan de socialeverzekeringskas voor zelfstandigen of aan de Rijksdienst voor Sociale zekerheid regelmatig zullen worden uitgevoerd;
   5° een kopie van de identiteitskaart van de kandidaat-overnemer en van elke kandidaat-overnemer en als het gaat om een rechtspersoon, van elk van de gedelegeerd bestuurders of beheerders van de overnemende rechtspersoon;
   6° een kopie van het betalingsbewijs van de dossierkosten inzake de overdracht;
   7° een kopie van het betalingsbewijs van de belastingen inzake de uitbating van taxidiensten, ten kohier gebracht ten laste van de kandidaat-overgever evenals een betalingsbewijs van de belasting met betrekking tot het lopende dienstjaar op het moment van de indiening van de aanvraag;
   8° een attest betreffende de teruggave van de platen bedoeld in artikel 33, de vergunningsdocumenten bedoeld in artikel 34, 1°, evenals de verklikkerlichten bedoeld in artikel 39;
   9° het DIMONA-nummer van de chauffeurs van de kandidaat-overgever en de lijst met chauffeurs voor de laatste drie jaar met vermelding van het arbeidsregime van elk van hen en, indien nodig, de lijst met zelfstandige chauffeurs, vergezeld van het bewijs van hun wettige aansluiting bij een socialeverzekeringskas voor onafhankelijke werknemers en van de effectieve betaling van de sociale bijdragen die hierop betrekking hebben.
   10° een attest van de RSZ waarin wordt bevestigd dat de verschuldigde bijdragen voor de chauffeurs werden betaald.]1
  ----------
  (1)<BESL 2014-04-24/35, art. 5, 012; Inwerkingtreding : 01-02-2014>
  (2)<BESL 2019-04-04/29, art. 11, 015; Inwerkingtreding : 01-07-2019>

  Art. 63.[1 De door de kandidaten-overdrager en -overnemers gedagtekende en ondertekende aanvraag tot overdracht van de vergunning, vergezeld van haar bijlagen, wordt gericht aan de Administratie per brief of door afgifte per drager tegen ontvangstbewijs van de Administratie.]1
  Deze kan, in voorkomend geval, de ontbrekende documenten opeisen en de onvolledige vermeldingen van de aanvraag of de bijlagen ervan laten aanvullen.
  Na onderzoek van de aanvraag en de bijlagen ervan beslist de Regering over het al dan niet toekennen van de vergunning van overdracht.
  Ingeval deze vergunning wordt toegekend, ontvangt de overnemer een exploitantkaart per voertuig, met daarop de vermeldingen bedoeld in artikel 54, § 2.
  ----------
  (1)<BESL 2014-03-27/31, art. 18, 010; Inwerkingtreding : 27-04-2014>

  Afdeling 8. - Groepering van exploitatievergunningen.

  Art. 64.§ 1. De aanvragen tot groepering van exploitatievergunningen worden bij de Administratie ingediend gezamenlijk door de verschillende betrokken rechtspersonen, [1 per brief, telefax, elektronische post of door afgifte per drager tegen ontvangstbewijs van de Administratie]1, met vermelding van de referenties van de verschillende aanvragende rechtspersonen en hun respectieve zaakvoerders of bestuurders, kennisgeving van de beslissingen tot fusie of overname en de eventuele, desbetreffende bekendmakingen in het Belgisch Staatsblad en opgave van de datum waarop de aangevraagde groepering uitwerking zou hebben in geval van vergunning.
  § 2. Het besluit van de Regering waarbij uitspraak wordt gedaan over de aanvraag wordt met redenen omkleed en bekendgemaakt aan elke betrokken rechtspersoon.
  ----------
  (1)<BESL 2014-03-27/31, art. 19, 010; Inwerkingtreding : 27-04-2014>

  HOOFDSTUK III. - Parkeren.

  Art. 65. De voertuigen vermeld op een door de Regering afgegeven vergunning voor het exploiteren van een taxidienst kunnen naar keuze van de chauffeur elke standplaats innemen die vrij is.

  Art. 66. Wanneer alle parkeerplaatsen van een standplaats bezet zijn, moet het voertuig naar een andere standplaats gebracht worden, waar een plaats vrij is.

  Art. 67. Het voertuig mag slechts op de toegelaten standplaatsen gaan staan indien het in dienst is. De bestuurder moet op elk moment het voertuig kunnen verplaatsen om aan te schuiven in de rij of op verzoek van een bevoegde persoon.

  Art. 68. Op de standplaatsen moeten de voertuigen altijd achter elkaar of in groep blijven staan, zonder de veiligheid of het gemak van doorgang te hinderen.
  De chauffeur van de eerste taxi op een standplaats moet in zijn wagen blijven zitten, klaar om te vertrekken.
  Mits dit geen enkele hinder vormt voor de veiligheid of het gemak van doorgang, mag het eerste voertuig dat klaar staat om te vertrekken, hoogstens één meter verder staan t.o.v. de rij van de anderen.

  Art. 69. Wanneer een reiziger niet uitdrukkelijk een andere taxi kiest, voert de chauffeur die vooraan in de rij staat de rit uit.

  HOOFDSTUK IV. - Sancties.

  Afdeling 1. - Opschorting en intrekking van de exploitatievergunningen.

  Art. 70. De vergunning voor het exploiteren van een taxidienst kan voor bepaalde tijd opgeschort of definitief ingetrokken worden ingeval van schending van de bepalingen van de ordonnantie, de besluiten genomen in uitvoering van de ordonnantie of de voorwaarden van de betrokken vergunning, alsmede ingeval de exploitatie van de dienst volledig gestaakt wordt gedurende twee jaar of indien de geregelde oproepingsbrieven van de Administratie onbeantwoord zijn gebleven.

  Art. 71. Vóór het nemen van enige maatregel van tijdelijke opschorting of definitieve intrekking van een vergunning wordt de betrokken exploitant opgeroepen om vooraf door de Administratie te worden gehoord.

  Art. 72. De met redenen omklede beslissing van tijdelijke opschorting of definitieve intrekking van de vergunning wordt per aangetekend schrijven aan de betrokken exploitant betekend.
  Binnen acht dagen na deze betekening is betrokkene ertoe gehouden de in artikel 33 bedoelde platen, de in artikel 34, 1° bedoelde vergunningsdocumenten alsook het in artikel 39 van dit besluit bedoelde verklikkerlicht bij de Administratie neer te leggen.

  Afdeling 2. - Opschorting en intrekking van de bekwaamheidscertificaten van de chauffeurs.

  Art. 73.Het bekwaamheidscertificaat kan tijdelijk opgeschort of definitief ingetrokken worden wanneer de houder ervan niet langer voldoet aan de voorwaarden inzake zedelijkheid of beroepsbekwaamheid of indien hij een of meer bepalingen van de ordonnantie of van de toepassingsbesluiten ervan niet naleeft [1 of indien hij geen gevolg geeft aan de rechtmatig verrichte oproepingen van het Bestuur]1.
  ----------
  (1)<BESL 2014-03-27/31, art. 20, 010; Inwerkingtreding : 27-04-2014>

  Art. 74. Vóór het nemen van enige maatregel van tijdelijke opschorting of definitieve intrekking van het bekwaamheidscertificaat wordt de betrokken chauffeur opgeroepen om vooraf door de Administratie te worden gehoord.

  Art. 75. De met redenen omklede beslissing van tijdelijke opschorting of definitieve intrekking van het bekwaamheidscertificaat wordt per aangetekend schrijven aan de betrokken chauffeur betekend.
  Binnen de acht dagen na deze betekening is de betrokkene ertoe gehouden zijn bekwaamheidscertificaat bij de Administratie in te leveren.
  Wanneer het bekwaamheidscertificaat niet vrijwillig wordt ingeleverd, kunnen de in artikel 37 van de ordonnantie bedoelde ambtenaren en beambten o.m. belast worden met het recupereren van dit document. Bovendien kan, onverminderd een nieuwe toepassing van artikel 73, de in artikel 23 bedoelde nieuwe geldigverklaring van het bekwaamheidscertificaat geweigerd worden.

  Art. 76. De definitieve intrekking van het bekwaamheidscertificaat houdt het tienjarig verbod in om zich aan te melden voor de examens voor het halen van het bekwaamheidscertificaat van taxichauffeur.

  HOOFDSTUK V. - Stopzetting van de activiteit.

  Art. 77. § 1. In geval van definitieve stopzetting van de activiteit, zijn de exploitanten ertoe gehouden de Administratie onmiddellijk daarvan op de hoogte brengen en er de platen bedoeld in artikel 33, § 1, de vergunningsdocumenten bedoeld in artikel 34, 1°, alsook het verklikkerlicht bedoeld in artikel 39 van dit besluit, in te leveren.

  TITEL III. - Diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur.

  HOOFDSTUK I. - Exploitatievoorwaarden.

  Afdeling 1. - Bepalingen betreffende de exploitanten.

  Art. 78.§ 1. Niemand mag het beroep van exploitant van een dienst voor het verhuren van voertuigen met chauffeur uitoefenen, als hij niet voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 19 van de ordonnantie.
  Wanneer de exploitatie verzorgd wordt door een rechtspersoon, dan moeten deze voorwaarden vervuld worden door de zaakvoerders of bestuurders.
  De exploitant die aan deze voorwaarden voldoet, ontvangt van de Administratie een document ter bevestiging, dat tevens de datum en de geldigheidsduur van de exploitatievergunning, de naam en adres van de houder, alsook de datum waarop de vereiste documenten dienen vertoond te worden, opgeeft.
  § 2. Om zijn zedelijkheid te bewijzen, moet de exploitant :
  1° van goed gedrag en zeden zijn;
  2° in België of in het buitenland sinds minder dan vijf jaar geen veroordeling hebben opgelopen die in kracht van gewijsde is gegaan, voor één van de overtredingen vermeld in boek II, titel III, hoofdstukken I tot V en titel IX, hoofdstuk I en II van het Strafwetboek.
  In geval van veroordelingen, uitgesproken door een buitenlandse gerechtsinstantie, zal rekening worden gehouden met elke veroordeling die betrekking heeft op een feit dat volgens het Belgisch recht een van de in deze bepaling bedoelde overtreding vormt.
  Er wordt geen rekening gehouden met de uitgewiste veroordelingen of de veroordelingen die aanleiding hebben gegeven tot eerherstel van de betrokkene.
  Op elk verzoek van de Administratie zijn de exploitanten ertoe gehouden een [1 uittreksel uit het strafregister afgeleverd [2 overeenkomstig artikel 596, eerste lid]2 van het Wetboek van strafvordering]1 van minder dan drie maanden oud, over te leggen of te bezorgen.
  § 3. Om zijn solvabiliteit te bewijzen, moet de exploitant :
  1° eigenaar zijn van de voertuigen die hij exploiteert of de verplichtingen nakomen inzake vervaldagen van de regelmatige betalingen die hij moet verrichten in het raam van de contracten van verkoop op afbetaling, huurfinanciering of huurkoop, die hem de beschikking over de geëxploiteerde voertuigen garanderen;
  2° geen vertraging oplopen :
  van meer dan 6 maanden in de betaling van taksen of belastingen, verbonden aan de exploitatie van een dienst voor het verhuren van voertuigen met chauffeur;
  inzake sociale bijdragen of lonen;
  3° het hoofd kunnen bieden aan de onderhouds- of vervangingskosten van de geëxploiteerde voertuigen.
  ----------
  (1)<BESL 2014-03-27/34, art. 9, 011; Inwerkingtreding : 01-09-2014>
  (2)<BESL 2019-04-04/29, art. 11, 015; Inwerkingtreding : 01-07-2019>

  Art. 79. § 1. De exploitanten kunnen een huurwagen met chauffeur enkel in gebruik stellen voor een bepaalde natuurlijke of rechtspersoon mits het voorafgaandelijk sluiten van een schriftelijk contract, dat in een van de landstalen wordt opgesteld, met eventueel een Engelse vertaling, en dat tenminste alle volgende vermeldingen duidelijk bevat :
  1° de volledige referenties van de exploitant, waaronder het telefoonnummer waarop hij het best bereikt kan worden;
  2° de volledige referenties van de klant;
  3° het voorwerp van het huurcontract, met uitdrukkelijke vermelding van de duur van de prestatie, d.i. minstens drie uur, waarbij wordt verduidelijkt dat dit de enige omstandigheid is waarin de huur van een wagen met chauffeur wettelijk toegestaan is;
  4° alle gegevens betreffende het verhuurde voertuig, waaronder het identificatienummer, het merk, het type en het inschrijvingsnummer;
  5° de datum en het uur waarop de prestatie aanvangt;
  6° de datum en het uur waarop de prestatie eindigt;
  7° de juiste opgave van het vertrekpunt voor de gebruiker;
  8° de prijsopgave van de prestatie, en de vermelding dat deze prijs slechts betaalbaar is na ontvangst van de factuur op de zetel van de huurder;
  9° de vermelding dat de contracterende partijen uitdrukkelijk verklaren dat ze op de hoogte zijn gesteld van de bepalingen van de ordonnantie en de toepassingsbesluiten ervan, speciaal deze van toepassing inzake de overtredingen;
  § 2. De in § 1 bedoelde contracten dienen te worden genummerd in de volgorde van het sluiten ervan. Als de ondertekening van het contract het opnemen van de passagiers voorafgaat, dient een origineel exemplaar doorlopend te worden bewaard op de zetel van de exploitant en een kopie dient zich steeds aan boord van het voertuig te bevinden. In de andere gevallen dient het originele contract zich aan boord van het voertuig te bevinden.
  § 3. Het schriftelijk huurcontract mag enkel slaan op het voertuig en niet op de plaatsen in dat voertuig.
  § 4. In ieder geval mag de dienst enkel bezoldigd worden na ontvangst van de factuur op de zetel van de klant. De factuur moet verplicht verwijzen naar het nummer van het gesloten contract waarop ze betrekking heeft.
  § 5. De exploitanten zijn ertoe gehouden alle continu genummerde ontwerpcontracten te bewaren in de zetel van hun onderneming. Ze zijn ertoe gehouden hen te gebruiken in de volgorde van hun nummering.
  § 6. De in dit artikel bedoelde documenten moeten worden vertoond op elk door de in artikel 37 van de ordonnantie bedoelde ambtenaren of beambten gedaan verzoek.

  Art. 80. De exploitanten dienen in de zetel van hun onderneming een verzameling van de huurcontracten, in de chronologische volgorde van het sluiten ervan, te bewaren, en tevens een register te houden waarin de belangrijkste vermeldingen dag na dag worden opgenomen, betreffende al de verrichtingen i.v.m. het verhuren van een wagen met chauffeur, alsmede de datum en het uur van de bestelling, het nummer, het juiste voorwerp waar het huurcontract op slaat en de prijs.
  Het bijhouden van het register kan geïnformatiseerd zijn.

  Art. 81. De exploitanten zijn ertoe gehouden binnen een termijn van 10 werkdagen nadat de situatie zich voordoet, de Administratie op de hoogte te brengen van elke overdracht van de maatschappelijke zetel of de exploitatiezetel, en, als ze rechtspersonen zijn, van elke benoeming, elk ontslag, elke uitsluiting van een bestuurder of zaakvoerder door het vertonen van een kopie van de beslissing van het bevoegde orgaan van deze rechtspersoon en het bewijs van het neerleggen van deze beslissing bij de griffie van de rechtbank van koophandel.

  Afdeling 2. - Bepalingen betreffende de chauffeurs.

  Art. 82. Het is de chauffeurs verboden het voertuig te parkeren of ermee te rijden op de openbare weg of op een voor het publiek toegankelijke of zichtbare privé-weg, tenzij het voertuig in dienst is ingevolge het vooraf verhuren ervan op de zetel van de onderneming.

  Art. 83. Op het einde van de uitvoering van elk huurcontract zijn de chauffeurs ertoe gehouden het voertuig onmiddellijk en langs de kortst mogelijke weg naar de zetel van de onderneming terug te brengen.

  Afdeling 3. - Bepalingen betreffende de voertuigen.

  Art. 84. Mogen enkel beschouwd worden als luxevoertuigen in de zin van artikel 17, § 1, 1°, van de ordonnantie van 27 april 1995 betreffende de taxidiensten en de diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur : de voertuigen, gemengde voertuigen of minibussen, in de zin van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende het algemeen reglement over de technische voorwaarden waaraan de motorvoertuigen en hun aanhangwagens moeten voldoen, de onderdelen alsook de veiligheidsaccessoires ervan, en die voldoen aan de voorwaarden vermeld in dit besluit.

  Art. 85.De voertuigen en gemengde voertuigen moeten voldoen aan alle volgende voorwaarden :
  1° in de luxe-klasse :
  a) drie onderscheiden, aparte compartimenten bevatten : een motorcompatiment, een cabinecompartiment en een koffercompartiment voor de bagage;
  b) een wielbasis hebben van 2,80 meter of meer;
  c) een nieuwe aankoopwaarde hebben van minstens 26.750 euro volgens de prijzen exclusief opties en exclusief taksen, zoals opgenomen in de officiële prijscatalogus voor verkoop in nieuwe staat van de bouwer of verdeler naar de eindverbruiker.
  Voornoemd bedrag wordt automatisch geïndexeerd op 1 januari van elk jaar en de eerste keer op 1 januari 2008, op de volgende basis : nieuw bedrag = 26.750 euro index van de consumptieprijzen van de maand december voorafgaand aan de indexering, gedeeld door : index van de consumptieprijzen van de maand december 2006. Het bedrag kan overigens op elk moment aangepast worden aan de wijzigingen op de automarkt, door de Minister die bevoegd is voor de taxidiensten en de diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur;
  d) niet meer dan zeven jaar oud zijn, te rekenen vanaf de eerste inverkeersstelling, zoals vermeld op het inschrijvingsbewijs;
  2° in de 'grote-luxe' klasse :
  a) drie onderscheiden, aparte compartimenten bevatten : een motorcompartiment, een cabinecompartiment en een koffercompartiment voor de bagage;
  b) een wielbasis vertonen van 2,90 meter of meer;
  c) een nieuwe aankoopwaarde hebben van minstens 40.500 euro volgens de prijzen exclusief opties en exclusief taksen, zoals opgenomen in de officiële prijscatalogus voor verkoop in nieuwe staat van de bouwer of verdeler naar de eindverbruiker.
  Voornoemd bedrag wordt automatisch geïndexeerd op 1 januari van elk jaar en de eerste keer op 1 januari 2008, op de volgende basis : nieuw bedrag = 40.500 euro x index van de consumptieprijzen van de maand december voorafgaand aan de indexering, gedeeld door de index van de consumptieprijzen van de maand december 2006. Het bedrag kan trouwens op elk moment aangepast worden aan de wijzigingen op de automarkt, door de Minister die bevoegd is voor de taxidiensten en de diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur;
  d) niet meer dan tien jaar oud zijn, te rekenen vanaf de eerste inverkeersstelling, zoals vermeld op het inschrijvingsbewijs;
  3° in de klasse 'ceremoniewagens' :
  a) drie onderscheiden, aparte compartimenten bevatten : een motorcompartiment, een cabinecompartiment en een koffercompartiment voor de bagage;
  b) de kenmerken hebben van de 'grote-luxe' klasse, behalve bijzondere kenmerken die aan hun gebruik gebonden zijn en die bij hun goedkeuring beoordeeld worden.
  Deze voertuigen worden gekeurd door de Minister die bevoegd is voor de taxidiensten en de diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur, op advies van een commissie die bestaat uit :
  - twee personen die de sector van de verhuur van voertuigen met chauffeur vertegenwoordigen [1 ...]1;
  - één persoon die de taxisector vertegenwoordigt en die zetelt in het Adviescomité voor Taxi's en Huurwagens met Chauffeur;
  - twee personen van de Directie Taxi's en Bijzonder Geregeld Vervoer van het Bestuur Uitrusting en Vervoer van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
  - één persoon die de gebruikers vertegenwoordigt en die zetelt in het Adviescomité voor Taxi's en Huurwagens met Chauffeur.
  De leden van de Commissie worden benoemd door de Minister die bevoegd is voor de taxidiensten en de diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur, dit voor hernieuwbare periodes van drie jaar. Deze mandaten worden gratis uitgeoefend.
  De Commissie wordt voorgezeten door één van de leden afkomstig van het Bestuur Uitrusting en Vervoer van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Ze kiest een secretaris onder de eigen leden.
  De Voorzitter roept de Commissie op, telkens wanneer ze een verzoek om advies ontvangt. Hij bepaalt de agenda van de vergaderingen en roept de leden op, hij leidt de debatten, vat ze samen, stelt eventueel de voorstellen ter stemming en drukt het advies van de Commissie uit, dat hij laat acteren door de secretaris. Hij ondertekent samen met de secretaris de processen-verbaal, de verslagen, de brieven die de Commissie binden en de instructies voor de leden.
  In geval van afwezigheid of verhindering wordt de voorzitter vervangen door het oudste aanwezige lid van de Commissie.
  Elk lid van de Commissie dat volgens de regels is opgeroepen en dat, zonder wettige redenen te hebben doen gelden, verzuimt te verschijnen op drie opeenvolgende vergaderingen, wordt van rechtswege als ontslagnemend geacht.
  De leden van de Commissie kunnen door de Minister opgeroepen worden in geval van kennelijk wangedrag dat schade heeft berokkend aan de waardigheid van hun functie en in geval van ernstige tekortkomingen in de uitoefening van hun taken.
  Wanneer een lid vóór de vervaldag van zijn mandaat vervangen wordt, dan voltooit de persoon die hem vervangt dit mandaat.
  Het benoemingsbesluit van het vervangende lid vermeldt de naam van het vervangen lid.
  De vergaderingen van de Commissie worden gehouden met gesloten deuren.
  De Commissie houdt geldig zitting alleen als alle leden volgens de regels zijn opgeroepen en als ten minste de helft van de leden aanwezig is.
  De adviezen worden uitgebracht bij eenvoudige meerderheid van de stemmen van de aanwezige leden. Bij staking van stemmen beslist de stem van de Voorzitter.
  De Commissie kan een huishoudelijk reglement vastleggen. Dit reglement wordt ter goedkeuring aan de Minister voorgelegd.
  Wanneer de Commissie een ongunstig advies over de aanvraag om goedkeuring van het voertuig uitbrengt, moet de Minister deze aanvraag verwerpen.
  ----------
  (1)<BESL 2014-03-27/31, art. 21, 010; Inwerkingtreding : 27-04-2014>

  Art. 86. De minibussen moeten voldoen aan alle volgende voorwaarden :
  1° bij de inschrijving onderverdeeld worden in de categorie " personenvoertuigen ";
  2° een wielbasis hebben van 2,60 meter of meer;
  3° een nieuwkoopprijs van minstens 21.500 euro hebben, volgens de prijzen exclusief opties en exclusief taksen, vermeld in de officiële prijscatalogus voor verkoop in nieuwe staat van de bouwer of verdeler naar de eindgebruiker.
  Voornoemd bedrag wordt automatisch geïndexeerd op 1 januari van elk jaar en de eerste keer op 1 januari 2008, op de volgende basis : nieuw bedrag = euro 21.500 euro x index van de consumptieprijzen van de maand december voorafgaand aan de indexering, gedeeld door : index van de consumptieprijzen van de maand december 2006. Het bedrag kan trouwens op elk moment aan de wijzigingen in de automarkt aangepast worden door de Minister die bevoegd is voor de taxidiensten en de diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur;
  4° niet meer dan zeven jaar oud zijn te rekenen vanaf de eerste inverkeersstelling, zoals vermeld op het inschrijvingsbewijs.

  Art. 87. Met uitzondering van de voertuigen die erkend zijn als ceremonievoertuigen, overeenkomstig artikel 85, § 3, moeten alle voertuigen bestemd voor het exploiteren van een dienst voor het verhuren van voertuigen met chauffeur tenminste voldoen aan volgende minimumvoorwaarden inzake comfort :
  1° het voertuig moet uitgerust zijn met een systeem van airconditioning;
  2° het voertuig moet uitgerust zijn met een lampje dat de klanten die achteraan in het voertuig zitten, toelaat om documenten te raadplegen of te lezen.

  Art. 88. § 1. De voertuigen die bestemd zijn voor het exploiteren van een dienst voor het verhuren van voertuigen met chauffeur, moeten steeds in goede staat verkeren en voldoen aan alle voorwaarden inzake kwaliteit, comfort en netheid, zowel wat het koetswerk als het interieur betreft :
  1° de deuren, de koffer en de motorkap moeten zonder problemen open en dicht gaan;
  2° de ramen van de deuren moeten gemakkelijk open en dicht gaan;
  3° in de kofferruimte van het voertuig mogen geen voorwerpen liggen die het wegbergen van de bagage van de passagiers zouden kunnen verhinderen; om deze bagages niet vuil te maken moet hij steeds perfect in een propere staat gehouden worden;
  4° de voertuigen mogen geen sporen van ongeval of roest vertonen, die een verwaarloosde indruk zouden geven; de verf van het voertuig mag nergens afbladderen of loskomen. De verf mag geen herstellingen van een andere kleur dan deze van het voertuig vertonen;
  5° de zetels mogen niet ingedeukt zijn, de bekleding van de zetels mag niet gescheurd zijn en mag geen sporen van bevuiling vertonen;
  6° wanneer het voertuig in beweging is, mag het geen abnormale geluiden of trillingen produceren;
  7° in het voertuig mag er geen papier of afval komen te slingeren;
  8° de voertuigen moeten regelmatig verlucht worden zodat er binnen in het voertuig geen enkele onaangename geur waar te nemen valt.
  Het Bestuur gaat regelmatig na of deze criteria in acht worden genomen.
  § 2. Onverminderd de bepalingen van artikel 30 van de ordonnantie van 30 juli 2006 ter wijziging van de ordonnantie, mogen deze voertuigen buiten noch binnen enig teken dragen dat typerend is voor of herinnert aan de voertuigen bestemd voor het exploiteren van een taxidienst, zoals taximeters, verklikkerlicht en vermeldingen, noch uitgerust zijn met een zender of ontvanger van radiocommunicatie in de zin van artikel 1, 4°, van de wet van 30 juli 1979 betreffende de radiocommunicatie.

  Art. 89.Elk voertuig dat bestemd is voor het exploiteren van een verhuurdienst voor voertuigen met chauffeur moet vóór de ingebruikneming geïdentificeerd worden door de Administratie en vooraan en achteraan op het voertuig, op een zichtbare plaats, een door de Administratie afgeleverd, geplastificeerd identificatievignet dragen, waarop een cirkel te zien is van minstens 6 centimeter diameter en waarop minstens een identificatieletterwoord voorkomt en een identificatienummer, voorafgegaan door de letter " L ".
  Deze vignetten moeten permanent duidelijk van buiten zichtbaar zijn.
  In geval van verlies, diefstal of vernietiging van een vignet, wordt een nieuw vignet door de Administratie slechts afgeleverd op vertoon van een attest van de [2 ...]2 politie.
  [1 Ieder voertuig dat aangewend wordt als een dienst voor het verhuren van voertuigen met chauffeur, moet een kentekenplaat dragen met de volgende groepsletters "TXH", "TXL", "TXR" of "TXV" zoals bepaald in artikel 4, § 4 van het ministerieel besluit van 23 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen.]1
  ----------
  (1)<BESL 2011-03-24/10, art. 3, 005; Inwerkingtreding : 18-04-2011>
  (2)<BESL 2014-03-27/31, art. 22, 010; Inwerkingtreding : 27-04-2014>

  Art. 90. Elk voertuig dat in dienst is, moet tenminste volgende documenten aan boord hebben :
  1° een document afgeleverd door de Administratie, met vermelding van tenminste de datum en geldigheidsduur van de exploitatievergunning, de naam en het adres van de houder, de plaats waar het voertuig kan worden geparkeerd wanneer het niet in dienst is, alsook het merk, het chassisnummer, de kleur, het registratienummer van het voertuig en het identificatienummer dat door de Administratie is toegekend;
  2° de eigen boorddocumenten van het gehuurde voertuig;
  3° het origineel of een kopie van het huurcontract voor het voertuig.
  Deze documenten moeten worden vertoond op elk door de ambtenaren of beambten van de Administratie gedaan verzoek.

  HOOFDSTUK II. - Vergunningsaanvragen.

  Afdeling 1. - Aanvraag tot een exploitatievergunning.

  Art. 91. Elke aanvraag tot een vergunning voor het exploiteren van een dienst voor het verhuren van voertuigen met chauffeur, bedoeld in artikel 16 van de ordonnantie, vermeldt op straffe van onontvankelijkheid :
  1° de naam, de voornamen, de hoedanigheid of het beroep en de woonplaats van de exploitant of wanneer deze een rechtspersoon is, de firmanaam of benaming, de vorm, de maatschappelijke zetel, het ondernemingsnummer, en indien zij bestaan, het telefoon-, mobiel-, faxnummer en het elektronisch adres van de onderneming;
  2° het aantal en de algemene kenmerken van de voertuigen die in het kader van de exploitatie worden gebruikt;
  3° de standplaatsen bedoeld in artikel 27 van de ordonnantie.

  Art. 92.De in artikel 91 bedoelde aanvraag wordt ondertekend door de exploitant of, indien deze een rechtspersoon is, door de persoon die belast is met het dagelijkse beheer, en is vergezeld van de volgende documenten :
  1° een [1 uittreksel uit het strafregister afgeleverd [2 overeenkomstig artikel 596, eerste lid]2 van het Wetboek van strafvordering]1, minder dan drie maanden oud, betreffende de natuurlijke persoon die de aanvraag indient of die belast is met het dagelijks beheer van de rechtspersoon die de vergunning aanvraagt;
  2° naargelang het geval, kopie van de identiteitskaart van de exploitant of de statuten van de rechtspersoon en de identiteitskaart van de personen die zich bezighouden met het dagelijks beheer ervan;
  3° een getuigschrift uitgaande van een erkend ondernemingsloket waaruit blijkt dat de aanvrager of, in geval van een rechtspersoon opgericht vanaf 1 januari 1999, de zaakvoerder of afgevaardigd bestuurder belast met het dagelijks beheer van deze rechtspersoon, aangetoond heeft dat hij de basiskennis van het bedrijfsbeheer bezit.
  4° kopie van het inschrijvingsbewijs bedoeld in artikel 16 van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen en van het laatste keuringsbewijs bedoeld in artikel 24, § 1, van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende het algemeen reglement voor de technische voorwaarden waaraan de motorvoertuigen en hun aanhangwagens moeten voldoen, de onderdelen ervan alsook de veiligheidsaccessoires van alle voertuigen die in het kader van de exploitatie worden gebruikt;
  5° kopie van de verzekeringscontracten betreffende de voertuigen die in het kader van de exploitatie worden gebruikt en van de geldige groene kaarten;
  6° een attest van betaling van de taks op het indienen van een aanvraag tot een exploitatievergunning.
  ----------
  (1)<BESL 2014-03-27/34, art. 9, 011; Inwerkingtreding : 01-09-2014>
  (2)<BESL 2019-04-04/29, art. 11, 015; Inwerkingtreding : 01-07-2019>

  Art. 93.[1 De aanvraag tot vergunning wordt, samen met de bijlagen, gericht aan de Administratie per brief of door afgifte per drager tegen ontvangstbewijs van de Administratie.]1
  ----------
  (1)<BESL 2014-03-27/31, art. 23, 010; Inwerkingtreding : 27-04-2014>

  Art. 94.[1 De Administratie bevestigt de ontvangst van de aanvraag binnen een termijn van vijftien werkdagen en kan, in voorkomend geval, de ontbrekende documenten opeisen en de onvolledige vermeldingen op de aanvraag of de bijlagen ervan laten aanvullen.
   Op de bevestiging van ontvangst staan de datum van ontvangst van de aanvraag, de beslissingstermijn en de rechtsmiddelen.
   De beslissing wordt gegeven ten laatste drie maanden na het overmaken van de bevestiging van ontvangst of vanaf de datum van mededeling van de nodige stukken als het dossier incompleet is.
   De termijn kan één keer worden verlengd voor een beperkte duur. De beslissing tot verlenging wordt bekendgemaakt aan de aanvrager voor de afloop van de oorspronkelijke termijn.
   Bij ontstentenis van een beslissing binnen de bedoelde termijnen, is de vergunning niet beschouwd als toegekend.]1
  ----------
  (1)<BESL 2010-07-08/12, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-10-2010>

  Afdeling 2. - Aanvraag van hernieuwing van een vergunning.

  Art. 95.Naast de op de vergunningsaanvraag vereiste vermeldingen, moet de aanvraag van hernieuwing van de vergunning, op straffe van onontvankelijkheid, vergezeld zijn van volgende documenten :
  1° een nieuw [1 uittreksel uit het strafregister afgeleverd [2 overeenkomstig artikel 596, eerste lid]2 van het Wetboek van strafvordering]1, minder dan drie maanden oud, betreffende de natuurlijke persoon die de hernieuwing aanvraagt of die belast is met het dagelijks beheer van de rechtspersoon die de hernieuwing van de vergunning aanvraagt, op de dag dat deze aanvraag wordt ingediend;
  2° het bewijs van de permanente en regelmatige verzekering van alle gebruikte voertuigen tijdens de geldigheidsduur van de lopende vergunning;
  3° de fotokopieën van de verzekeringspolissen van de in exploitatie zijnde voertuigen;
  4° de fotokopieën van de geldige internationale autoverzekeringskaarten;
  5° de fotokopieën van de geldige keuringsbewijzen bedoeld in artikel 24, § 1, van het koninklijk besluit van 15 maart 1968, houdende het algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen;
  6° het bewijs dat de aanvrager in orde is en blijft met de sociale bijdragen betreffende het aangeworven personeel of voor hemzelf als hij valt onder de wetgeving voor zelfstandigen;
  7° afschriften van de inschrijvingsbewijzen van de voertuigen die bij de exploitatie worden gebruikt;
  8° een bewijs van betaling van de taksen bedoeld in artikel 26 van de ordonnantie.
  ----------
  (1)<BESL 2014-03-27/34, art. 9, 011; Inwerkingtreding : 01-09-2014>
  (2)<BESL 2019-04-04/29, art. 11, 015; Inwerkingtreding : 01-07-2019>

  Art. 96.[1 De aanvraag tot hernieuwing van de vergunning wordt, samen met de bijlagen, gericht aan de Administratie per brief of door afgifte per drager tegen ontvangstbewijs van de Administratie.]1
  ----------
  (1)<BESL 2014-03-27/31, art. 24, 010; Inwerkingtreding : 27-04-2014>

  Art. 97.[1 De Administratie bevestigt de ontvangst van de aanvraag binnen een termijn van vijftien werkdagen en kan, in voorkomend geval, de ontbrekende documenten opeisen en de onvolledige vermeldingen op de aanvraag of de bijlagen ervan laten aanvullen en de exploitant vragen om het voertuig voor te rijden.
   Op de bevestiging van ontvangst staan de datum van ontvangst van de aanvraag, de beslissingstermijn en de rechtsmiddelen.
   De beslissing wordt gegeven ten laatste zes maanden na het overmaken van de bevestiging van ontvangst of vanaf de datum van mededeling van de nodige stukken als het dossier incompleet is.
   De termijn kan één keer worden verlengd voor een beperkte duur. De beslissing tot verlenging wordt bekendgemaakt aan de aanvrager voor de afloop van de oorspronkelijke termijn.
   Bij ontstentenis van een beslissing binnen de bedoelde termijnen, is de vergunning niet beschouwd als toegekend.]1
  ----------
  (1)<BESL 2010-07-08/12, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-10-2010>

  Afdeling 3. - Vergunningsaanvraag om een vervangingsvoertuig te gebruiken.

  Art. 98. De aanvragen tot een vergunning om gebruik te maken van een vervangingsvoertuig in de zin van artikel 21, tweede lid van de ordonnantie, bevatten volgende vermeldingen en bijlagen :
  1° de naam, de voornamen, de hoedanigheid of het beroep en de woonplaats van de aanvrager of wanneer deze een rechtspersoon is, de firmanaam of benaming, de vorm, de maatschappelijke zetel, het ondernemingsnummer, en indien zij bestaan, het telefoon-, mobiel-, faxnummer en het elektronisch adres van de onderneming;
  2° het identificatienummer van de exploitatievergunning;
  3° de identificatie-elementen en het registratienummer van het tijdelijk onbeschikbare voertuig;
  4° de identificatie-elementen, de naam van de eigenaar en het registratienummer van het voertuig dat ter vervanging zal worden gebruikt;
  5° de periode waarvoor de vergunning tot vervanging wordt aangevraagd;
  6° de precieze reden van de tijdelijke stillegging van het doorgaans geëxploiteerde voertuig;
  7° de aanduiding van de plaats waar het geïmmobiliseerde voertuig kan worden gecontroleerd door de Administratie.

  Art. 99.[1 De vergunningsaanvragen om een vervangingsvoertuig te gebruiken worden, samen met de bijlagen, gericht aan de Administratie per brief, telefax, elektronische post of door afgifte per drager tegen ontvangstbewijs van de Administratie.]1
  ----------
  (1)<BESL 2014-03-27/31, art. 25, 010; Inwerkingtreding : 27-04-2014>

  Art. 100.[1 De Administratie bevestigt de ontvangst van de aanvraag binnen een termijn van vijftien werkdagen en kan, in voorkomend geval, de ontbrekende documenten opeisen en de onvolledige vermeldingen op de aanvraag of de bijlagen ervan laten aanvullen en de exploitant vragen om het voertuig voor te rijden.
   Op de bevestiging van ontvangst staan de datum van ontvangst van de aanvraag, de beslissingstermijn en de rechtsmiddelen.
   De beslissing wordt gegeven ten laatste drie weken na het overmaken van de bevestiging van ontvangst of vanaf de datum van mededeling van de nodige stukken als het dossier incompleet is.
   De termijn kan één keer worden verlengd voor een beperkte duur. De beslissing tot verlenging wordt bekendgemaakt aan de aanvrager voor de afloop van de oorspronkelijke termijn.
   Bij ontstente]1
  ----------
  (1)<BESL 2010-07-08/12, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 01-10-2010>

  HOOFDSTUK III. - Parkeren.

  Art. 101. De voertuigen, vermeld in een exploitatievergunning voor een verhuurdienst van voertuigen met chauffeur, mogen slechts geparkeerd worden op de openbare weg of op een privéweg die door het publiek zichtbaar is of voor het publiek toegankelijk is, als ze in dienst zijn, nadat ze het voorwerp zijn geweest van een voorafgaande verhuur in de zetel van de onderneming en waarvan het contract in uitvoering is.

  Art. 102. Buiten het geval vermeld in artikel 101 van dit besluit, kunnen de geëxploiteerde voertuigen enkel geparkeerd worden op de standplaatsen bedoeld in artikel 27 van de ordonnantie.

  HOOFDSTUK IV. - Opschorting en intrekking van de vergunningen.

  Art. 103. De in deze titel bedoelde vergunningen kunnen voor bepaalde tijd opgeschort of definitief ingetrokken worden in geval van schending van de bepalingen van de ordonnantie, van de uitvoeringsbesluiten ervan of van de voorwaarden verbonden aan de betrokken vergunning, alsook wanneer de exploitatie van de dienst volledig gestaakt wordt gedurende twee jaar of indien de geregelde oproepingsbrieven van de Administratie onbeantwoord zijn gebleven.

  Art. 104. Vóór het nemen van enige maatregel van tijdelijke opschorting of definitieve intrekking van een vergunning wordt de betrokken exploitant vooraf door de Administratie gehoord.

  Art. 105. De met redenen omklede beslissing van opschorting of intrekking van de vergunning, wordt door middel van een ter post aangetekend schrijven aan de betrokken exploitant betekend.
  Binnen acht dagen na deze betekening is de betrokkene ertoe gehouden de in artikel 89 bedoelde vignetten en de in artikel 90, 1°, van dit besluit bedoelde vergunningsdocumenten bij de Administratie in te leveren.

  HOOFDSTUK V. - Staking van activiteit.

  Art. 106. In geval van definitieve staking van de activiteit zijn de exploitanten ertoe gehouden de Administratie onmiddellijk daarvan op de hoogte brengen en er de in artikel 89 bedoelde vignetten alsook de in artikel 90, 1°, van dit besluit bedoelde vergunningsdocumenten inleveren.

  TITEL IV. - Opheffings- en slotbepalingen.

  Afdeling 1. - Opheffingsbepaling.

  Art. 107. Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 12 december 2002 betreffende de taxidiensten en de diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur wordt opgeheven.

  Afdeling 2. - Slotbepalingen.

  Art. 108. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

  Art. 109. De Minister bevoegd voor de taxidiensten is belast met de uitvoering van dit besluit.

  BIJLAGE.

  Art. N1. [2 Bijlage 1.]2 [1

  
NUMERO D'IDENTIFICATION . . . . .
  
TARIF
  
Prise en charge : . . . . . euros.
  
Prix kilométrique I : . . . . . euro.
  
Prix kilométrique II : . . . . . euros.
  
Attente : . . . . . euros/heure.
  
Le service, la T.V.A. et le pourboire sont compris dans le prix indiqué au taximètre.
  
Informations - Réclamations : 0800 14 795
  
IDENTIFICATIENUMMER . . . . .
  
TARIEF
  
Instapgeld : . . . . . euro.
  
Kilometerprijs I : . . . . . euro.
  
Kilometerprijs II : . . . . . euro.
  
Wachtgeld : . . . . . euro/uur.
  
Dienst, btw en fooi zijn inbegrepen in de prijs aangegeven op de taximeter.
  
Informatie - Klachten : 0800 14 795
  
IDENTIFICATION NUMBER . . . . .
  
RATES :
  
Starting Fee : . . . . . euro.
  
Price per kilometre I : . . . . . euro.
  
Price per kilometre II : . . . . . euro.
  
Waiting time : . . . . . euro/hour.
  
Service, V.A.T. and tips are included in the price displayed on the taximeter.
  
Information B Complaints : 0800 14 795

]1
  ----------
  (1)<BESL 2010-08-26/60, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 01-09-2010>
  (2)<BESL 2012-11-15/13, art. 5, 008; Inwerkingtreding : 11-02-2013>
  

  Art. N2. [1 Bijlage 2. Technische clausules voor de zelfklevende of magnetische banden
   De banden
   Het zwart en mangogeel (RAL 1003) dambordmotief in vinyl met zelfklevende of magnetische rug van 80 mm hoogte en +/- 2200 mm lengte (variabel volgens het type voertuig gaande van de voordeur tot de achterdeur).
   De band in zelfklevende vinyl is bestemd voor langdurig extern nuttig gebruik voor het merken van het voertuig met lichte afwijkingen en is verwijderbaar.
   De band met magnetische rug is voorzien voor een verpersoonlijking van de voertuigen en heeft een dikte van 0,8 tot 1mm.
   De band is bestendig tegen UV-stralen, slechte weersomstandigheden, afslijping en frequente reinigingen.
   De bedrukking van het dambordmotief is hetzij digitaal + beschermingslaminaat, hetzij door serigrafie + beschermingsvernis met " oplosbare " UV-bestendige inkt.
   De afwerking is glanzend.
   Het identificatienummer van de taxi
   Het bestaat uit twee " nummerblokken " in mangogeel (RAL 1003) en zwart waarop het identificatienummer van het voertuig staat, in vinyl met zelfklevende of magnetische rug van 80 mm hoog en 400 mm lang.
   Het " nummerblok " in zelfklevende vinyl is bestemd voor langdurig extern nuttig gebruik voor het merken van het voertuig met lichte afwijkingen en is verwijderbaar.
   Het " nummerblok " met magnetische rug is voorzien voor de verpersoonlijking van voertuigen en heeft een dikte van 0,8 tot 1 mm.
   Het " nummerblok " met een rug in static heeft een laag in micro-zuignapjes.
   De bedrukking is hetzij digitaal met " oplosbare " UV-bestendige inkt + beschermingslaminaat. De afwerking is glanzend
   Het is bestendig tegen UV-stralen, slechte weersomstandigheden, afslijping en frequente reinigingen.
   Plaatsing van de band
   De plaatsing van de banden wordt bepaald door bijgevoegd schema : in het algemeen wordt de bovenkant van de band parallel geplaatst met de lijn van het koetswerk (werkelijk of visueel) die zich min of meer ter hoogte van de deurklinken bevindt, de plaatser moet echter over de precieze plaatsing oordelen in functie van de krommingen eigen aan elk voertuig.
   Bepaalde zones met lichte welvingen (bijvoorbeeld onder de deurklinken) kunnen bedekt worden door vormverandering met warmte of onbedekt worden gelaten door te knippen indien dat adequater lijkt.
   (Figuren niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 18-03-2011, p. 16989-16991)
   Plaatsing van de nummers
   De " nummerblokken " moeten zich op één lijn bevinden in het verlengde van de band in dambordmotief. Ze worden op de twee achtervleugels geplaatst, ter hoogte van de wielen, volgens het schema gevoegd in bijlage.
   (Figuren niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 18-03-2011, p. 16992)]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BESL 2012-11-15/13, art. 6, 008; Inwerkingtreding : 11-02-2013>
  

  Art. N3.[1 Bijlage 3. Model van bekendmaking van de tarieven
   (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 01-02-2013, p. 5527)]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij BESL 2012-11-15/13, art. 7, 008; Inwerkingtreding : 11-02-2013>
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, 29 maart 2007.
Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering :
De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Stadsvernieuwing, Huisvesting, Openbare Netheid en Ontwikkelingssamenwerking,
Ch. PIQUE
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Mobiliteit en Openbare Werken,
P. SMET.

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
   Gelet op de ordonnantie van 27 april 1995 betreffende de taxidiensten en de diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur, gewijzigd bij het besluit van 13 december 2001 de ordonnanties van 11 juli 2002 en 20 juli 2006;
   Gelet op het besluit van 12 december 2002 betreffende de taxidiensten en de diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur, gewijzigd bij de besluiten van 20 oktober 2003, 24 maart 2005 en 22 december 2005;
   Gelet op het advies nr. 41.852/4 van de Raad van State, gegeven op 29 januari 2007;
   Op de voordracht van de Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Mobiliteit en Openbare Werken;
   Na beraadslaging,
   Besluit :
Erratum Tekst Begin

originele versie
2007031249
PUBLICATIE :
2007-06-15
bladzijde : 32815

Erratum



Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • BESLUIT (BRUSSEL) VAN 04-04-2019 GEPUBL. OP 19-04-2019
    (GEWIJZIGDE ART. : 10; 11; 12; 13-19; 22; 23; 29; 49; 53; 54; 62; 78; 92; 95)
  • originele versie
  • BESLUIT (BRUSSEL) VAN 09-02-2017 GEPUBL. OP 16-02-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 13; 14)
  • originele versie
  • BESLUIT (BRUSSEL) VAN 16-07-2015 GEPUBL. OP 27-07-2015
    (GEWIJZIGDE ART. : 10; 13; 17; 19)
  • originele versie
  • BESLUIT (BRUSSEL) VAN 24-04-2014 GEPUBL. OP 20-05-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 48; 49; 52; 62)
  • originele versie
  • BESLUIT (BRUSSEL) VAN 27-03-2014 GEPUBL. OP 18-04-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 10; 11; 12; 13; 17; 18; 19; 23; 49; 53; 54; 62; 78; 92; 95)
  • originele versie
  • BESLUIT (BRUSSEL) VAN 20-03-2014 GEPUBL. OP 17-04-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 26; 29; 34; 37; 38; 41; 41; 43; 43bis)
  • originele versie
  • BESLUIT (BRUSSEL) VAN 27-03-2014 GEPUBL. OP 17-04-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 8; 8; 9; 19; 23; 26; 29; 31; 32; 41; 44; 49; 50; 53; 55; 58; 60; 63; 64; 73; 85; 89; 93; 96; 99)
  • originele versie
  • BESLUIT (BRUSSEL) VAN 15-11-2012 GEPUBL. OP 01-02-2013
    (GEWIJZIGDE ART. : 19; 32; 33; 43; N1; N2; N3)
  • originele versie
  • BESLUIT (BRUSSEL) VAN 21-06-2012 GEPUBL. OP 06-11-2012
    (GEWIJZIGD ART. : 32)
  • originele versie
  • BESLUIT (BRUSSEL) VAN 13-10-2011 GEPUBL. OP 27-10-2011
    (GEWIJZIGDE ART. : 12; 18)
  • originele versie
  • BESLUIT (BRUSSEL) VAN 24-03-2011 GEPUBL. OP 08-04-2011
    (GEWIJZIGDE ART. : 33; 44; 89)
  • originele versie
  • BESLUIT (BRUSSEL) VAN 03-03-2011 GEPUBL. OP 18-03-2011
    (GEWIJZIGD ART. : 32)
  • originele versie
  • BESLUIT (BRUSSEL) VAN 26-08-2010 GEPUBL. OP 14-10-2010
    (GEWIJZIGDE ART. : 33; 43; N)
  • originele versie
  • BESLUIT (BRUSSEL) VAN 08-07-2010 GEPUBL. OP 26-07-2010
    (GEWIJZIGDE ART. : 94; 97; 100)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 14 uitvoeringbesluiten 14 gearchiveerde versies
    Erratum Franstalige versie