J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 1 gearchiveerde versie
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2006/09/28/2006033101/justel

Titel
28 SEPTEMBER 2006. - Besluit van de Regering betreffende de adoptie (VERTALING)
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 23-11-2006 en tekstbijwerking tot 17-03-2011)

Bron : DUITSTALIGE GEMEENSCHAP
Publicatie : 23-11-2006 nummer :   2006033101 bladzijde : 65340       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2006-09-28/61
Inwerkingtreding : 28-09-2006

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Definities.
Art. 1
HOOFDSTUK II. - De centrale autoriteit van de gemeenschap inzake adoptie.
Art. 2
HOOFDSTUK III. - Erkenning en subsidiëring van de bemiddelingsdiensten.
Art. 3
HOOFDSTUK IV. - Voorbereiding van de kandidaat-adoptanten.
Art. 4-7
HOOFDSTUK V. - Het maatschappelijk onderzoek.
Afdeling 1. - Geschiktheid van de kandidaat-adoptant in het kader van een interne of van een interlandelijke adoptie.
Art. 8
Afdeling II. - Adopteerbaarheid van het kind in het kader van een interlandelijke adoptie.
Art. 9
Afdeling III. - Maatschappelijke onderzoeken in het kader van een beroepsprocedure.
Art. 10
HOOFDSTUK VI. - De bemiddeling.
Art. 11-13
HOOFDSTUK VII. - Nazorg na de adoptie.
Art. 14-15
HOOFDSTUK VIII. - Beheer, archivering en inzage van de dossiers.
Art. 16
HOOFDSTUK IX. - Slotbepalingen.
Art. 17-18

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Definities.

  Artikel 1. Voor de toepassing van voorliggend besluit dient te worden verstaan onder :
  1° decreet : het decreet van 21 december 2005 betreffende de adoptie;
  2° samenwerkingsakkoord : het samenwerkingsakkoord van 12 december 2005 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, inzake de tenuitvoerlegging van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie;
  3° interlandelijke adoptie : elke gewone of volle adoptie van een persoon die
  a) van zijn staat van herkomst door één of meerdere personen naar België is, wordt of moet worden gebracht, zij het na haar adoptie in deze staat door één of meerdere personen die haar/hun gebruikelijke woonplaats in België heeft/hebben of met het oog op een dergelijke adoptie in België of in deze staat, of
  b) die haar gebruikelijke woonplaats in België heeft en naar een andere staat is, wordt of moet worden gebracht, zij het na haar adoptie in België door één of meerdere personen die haar/hun gebruikelijke woonplaats in deze andere staat heeft/hebben, of met het oog op een dergelijke adoptie in België of in deze andere staat, of
  c) die in België verblijft, zonder gemachtigd te zijn er zich te vestigen of er langer dan drie maanden te verblijven, ten einde er te worden geadopteerd door één persoon of meerdere personen die er haar/hun gewone verblijfplaats heeft/hebben;
  4° interne adoptie : elke andere adoptie dan een interlandelijke adoptie;
  5° kandidaat-adoptant : elke persoon die een in België of in het buitenland geboren persoon wenst te adopteren;
  6° geadopteerde : een persoon, geboren in België of in het buitenland, die geadopteerd is;
  7° kind : persoon onder 18 jaar;
  8° minister : de minister bevoegd inzake hulpverlening aan de jeugd;
  9° centrale autoriteit : de centrale autoriteit van de Gemeenschap inzake adoptie;
  10° bemiddelingsdienst : elke met toepassing van de artikelen 5, 16 of 19, § 3, van het decreet erkende organisatie.

  HOOFDSTUK II. - De centrale autoriteit van de gemeenschap inzake adoptie.

  Art. 2. § 1 Met toepassing van de artikelen 3 en 4 van het decreet wordt de centrale autoriteit van de Gemeenschap inzake adoptie binnen de Afdeling " Tewerkstelling, Gezondheid en sociale Aangelegenheden " opgericht.
  § 2 - De centrale autoriteit bestaat uit een directie en een sociale dienst. De persoon belast met de directie moet een met de functie overeenstemmend universitair diploma bezitten. De persoon belast met de opdrachten van de sociale dienst moet ten minste houder zijn van een diploma van gegradueerde op psycho-sociaal gebied.

  HOOFDSTUK III. - Erkenning en subsidiëring van de bemiddelingsdiensten.

  Art. 3. § 1 Met toepassing van artikel 5 van het decreet dient de aanvrager een aanvraag tot erkenning bij de centrale autoriteit in.
  De aanvraag omvat :
  1° de statuten van de vereniging;
  2° de kwalificaties van de medewerkers;
  3° de samenstelling van de raad van beheer;
  4° de werkwijze en de filosofie van de dienst;
  5° inlichtingen m.b.t. de infrastructuur van de dienst.
  § 2 - De dienst moet ten minste aan volgende voorwaarden voldoen :
  1° kunnen bewijzen dat hij aan de in artikel 5, § 2, van het decreet vermelde voorwaarden voldoet;
  2° in staat zijn op verzoek van de centrale autoriteit het in artikel 7 van het decreet bedoeld programma met het oog op de voorbereiding van de kandidaat-adoptanten uit te voeren;
  3° voor de plaatsing van een kind zorgen overeenkomstig de voorschriften vastgelegd in een met de Regering gesloten verdrag;
  4° over een gekwalificeerd diensthoofd en een multidisciplinair team beschikken. Het team moet uit personen bestaan die ten minste de volgende kwalificaties bezitten :
  a) een diploma van maatschappelijk assistent, uitgeleverd door een inrichting van het hoger onderwijs;
  b) licentiaat in psychologie;
  c) artsdiploma;
  5° de infrastructuur wordt zodanig ingericht dat de gesprekken met de kandidaat-adoptanten, de oorspronkelijke familie en de geadopteerden in een kader dat de bescherming van de persoonlijke levenssfeer waarborgt, kunnen verlopen;
  6° de individuele dossiers worden zodanig bewaard dat de bescherming van de persoonlijke levenssfeer wordt gewaarborgd en de betrokkenen de dossiers kunnen inzien met inachtneming van de artikelen 368-6 en 368-7 van het Burgerlijk Wetboek;
  7° de lokalen moeten tijdens ten minste 19 uren/week, verspreid over drie dagen per week, toegankelijk zijn;
  8° voor een telefonische wachtdienst tijdens ten minste 19 uren/week zorgen;
  9° in staat zijn met de centrale autoriteit de in artikel 14 vermelde nazorg na de adoptie van het geadopteerde kind en van de kandidaat-adoptanten waar te nemen.
  § 3 - Om de in § 2 van dit artikel vermelde opdrachten te vervullen, kan de Regering in het kader van de beschikbare begrotingskredieten een toelage toekennen waarvan het bedrag en de toekenningsmodaliteiten in een contract afgesloten met de Dienst worden vastgelegd.

  HOOFDSTUK IV. - Voorbereiding van de kandidaat-adoptanten.

  Art. 4. Met toepassing van artikel 4, 2°, van het decreet wordt de centrale autoriteit ermee belast de voorbereiding van de kandidaat-adoptanten te organiseren.
  De centrale autoriteit kan derden, o.a. de in artikel 3 van dit besluit vermelde bemiddelingsdiensten, met het geheel of een deel van de voorbereiding belasten. Deze derden moeten het bewijs leveren van :
  1° een nuttige ervaring in de opleiding van volwassenen of de animatie van groepen;
  2° een basiskennis in de aangelegenheden in verband met de adoptie, inzonderheid wat de in artikel 5, § 1, van dit besluit vastgelegde sterke punten betreft.
  Het door derden uitgevoerde programma moet vooraf door de centrale autoriteit worden goedgekeurd.

  Art. 5. § 1 Onverminderd artikel 6 van dit besluit omvat de voorbereiding een collectief en een individueel gedeelte.
  Het collectief gedeelte omvat een seminarie van ten minste 20 uren georganiseerd in de vorm van avondvergaderingen en van een weekeinde. Tot het collectief gedeelte worden ten hoogste 12 echtparen of alleenstaande personen toegelaten.
  In het kader van dit collectief gedeelte moeten volgende thema's worden behandeld :
  1° inlichtingen over de adoptieprocedure;
  2° de juridische en andere gevolgen van een adoptie;
  3° de mogelijkheid en het nut van nazorg na de adoptie;
  4° het geadopteerd kind en zijn relatiekring;
  5° stoornissen en ondersteuningsmogelijkheden;
  6° theorie en praktijk op het vlak van de plaatsing van buitenlandse geadopteerde kinderen;
  7° door het geadopteerd kind ervaren crisissituaties;
  8° reflectie over de eigen situatie vóór de opvang van een kind.
  Het individueel gedeelte bestaat in het invullen van een formulier houdende een levensbeschrijving en in ten minste één gesprek met een psycholoog. Op basis van dit gesprek wordt een verslag opgesteld dat zowel voor het maatschappelijk onderzoek als voor de bemiddeling kan worden gebruikt. De kandidaat-adoptanten worden over de bestemming van dit verslag geïnformeerd.
  § 2 - De kandidaat-adoptanten die al een keer het in § 1 vastgelegd collectief gedeelte hebben gevolgd en daarna een kind hebben geadopteerd, hoeven voor de adoptie van andere kinderen het collectief gedeelte niet meer te volgen. Het verplicht programma, zoals bepaald in artikel 7 van het decreet, wordt in het in § 1 vermeld individueel gedeelte behandeld. In elk geval wordt ten minste een gesprek op de woonplaats van de kandidaat-adoptant gevoerd, o.a. over de thematiek van de integratie van het/de al door de kandidaat-adoptant geadopteerd(e) kind(eren).
  § 3 - Wat het collectief gedeelte betreft, beloopt de in artikel 9 van het decreet bepaalde kostenbijdrage ten hoogste 600, plus de verblijfkosten voor het weekeinde. Wordt de voorbereiding door derden georganiseerd, storten de kandidaat-adoptanten het bedrag op het konto en op het tijdstip die hen door de organisator worden gegeven. Wordt de voorbereiding door de centrale autoriteit uitgevoerd, legt deze de betalingsmodaliteiten vast.
  De kandidaat-adoptanten die niet aan alle gedeelten van de voorbereiding deelnemen, hebben geen recht op de terugbetaling van het betaalde bedrag.
  Het individueel gedeelte wordt door de centrale autoriteit gratis uitgevoerd.
  § 4 - De centrale autoriteit bepaalt het oord van de vergaderingen, welke ook buiten de Duitstalige Gemeenschap plaats kunnen vinden.

  Art. 6.§ 1 Wat de kandidaat-adoptanten betreft voor wie het maatschappelijk onderzoek overeenkomstig artikel 346-2 van het Burgerlijk Wetboek niet verplicht is, omvat de voorbereiding twee gedeelten.
  Het eerste gedeelte geschiedt individueel en stemt overeen met de in artikel 5, § 1, lid 3, vastgelegde inhoud.
  Het tweede gedeelte geschiedt collectief of individueel en behandelt de volgende thema's :
  1° inlichtingen over de adoptieprocedure;
  2° de juridische en andere gevolgen van een adoptie;
  3° de mogelijkheid en het nut van nazorg na de adoptie;
  4° het geadopteerd kind en zijn relatiekring;
  5° stoornissen en ondersteuningsmogelijkheden.
  Indien sociale diensten al belast waren met de toestand van het kind, kunnen ze door de centrale autoriteit in de voorbereiding worden betrokken.
  § 2 - [1 De voorbereiding geschiedt volledig individueel wanneer de kandidaten noch het Duits, noch het Frans machtig zijn en een beroep moet worden gedaan op een tolk of wanneer de centrale autoriteit het deelnemen van de kandidaat-adoptanten aan een collectieve voorbereiding wegens bijzondere omstandigheden onmogelijk acht.]1
  [2 § 3 - De in artikel 9 van het decreet voorgeschreven bijdrage in de kosten om met toepassing van § 1 of § 2 aan een individuele voorbereiding deel te nemen, bedraagt 100 euro . Indien voor de organisatie van de individuele voorbereiding een beroep moet worden gedaan op een tolk, vallen de daaruit voortvloeiende kosten ten laste van de kandidaat-adoptanten en worden die kosten door de aangestelde tolk rechtstreeks aan de kandidaat-adoptanten gefactureerd.]2
  ----------
  (1)<BDG 2011-01-19/09, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 19-01-2011>
  (2)<BDG 2011-01-19/09, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 19-01-2011>

  Art. 7. Na het einde van de in de artikelen 5 en 6 vermelde voorbereiding levert de centrale autoriteit aan de kandidaat-adoptanten die de hele voorbereiding hebben meegemaakt een deelnemingsattest af overeenkomstig het model opgenomen in bijlage 1 van het samenwerkingsakkoord. De kandidaat-adoptant die op meer dan één der in artikel 5 vastgelegde avondvergaderingen afwezig was, verkrijgt deze attest niet.

  HOOFDSTUK V. - Het maatschappelijk onderzoek.

  Afdeling 1. - Geschiktheid van de kandidaat-adoptant in het kader van een interne of van een interlandelijke adoptie.

  Art. 8. § 1 Het in de artikelen 1231-6, lid 1, en 1231-29, lid 1, van het Gerechtelijk Wetboek vermeld maatschappelijk onderzoek wordt door de sociale dienst van de centrale autoriteit uitgevoerd.
  § 2 - Deze maatschappelijke onderzoeken worden met inachtneming van artikel 4, 1°, van het samenwerkingsakkoord uitgevoerd.
  § 3 - Met het oog op het maatschappelijk onderzoek voert de sociale dienst ten minste twee gesprekken, waarvan één op de woonplaat van de kandidaat-adoptant plaatsvindt.
  Voor de uitvoering van deze maatschappelijke onderzoeken worden geen kosten ten laste van de kandidaat-adoptanten gelegd. Slechts de kosten die ontstaan zijn om noodzakelijke bijkomende adviezen in te winnen bij gespecialiseerde diensten of bij deskundigen die per prestatie aangeworven worden, worden door de centrale autoriteit ten laste van de kandidaat-adoptanten gelegd.
  § 4 - Voor het maatschappelijk onderzoek kan de sociale dienst van de centrale autoriteit met toepassing van artikel 10, lid 3, van het decreet het advies van de volgende diensten inwinnen :
  - de organisator van de in artikel 4, lid 2, van dit besluit vermelde voorbereiding;
  - de diensten die door de Duitstalige Gemeenschap belast zijn met de sociale en psychosociale consultatie en begeleiding van kinderen, jongeren en volwassenen.
  De door de raadpleging van deze diensten ontstane kosten worden door de centrale autoriteit ten laste van de kandidaat-adoptanten gelegd.
  § 5 - Om het in artikel 5 van het samenwerkingsakkoord bedoeld attest op te stellen, wijst de centrale autoriteit de huisarts van de kandidaat-adoptanten aan. Weigert deze arts of twijfelt de centrale autoriteit aan zijn onpartijdigheid ten opzichte van de kandidaat-adoptanten, dan wijst de centrale autoriteit een andere algemeen geneeskundige werkzaam in de Duitstalige Gemeenschap aan. De door de arts gefactureerde kosten worden rechtstreeks door de kandidaat-adoptanten betaald.

  Afdeling II. - Adopteerbaarheid van het kind in het kader van een interlandelijke adoptie.

  Art. 9. § 1 Het in de artikelen 1231-35 van het Gerechtelijk Wetboek vermeld maatschappelijk onderzoek wordt door de sociale dienst van de centrale autoriteit uitgevoerd.
  § 2 - Deze maatschappelijke onderzoeken worden met inachtneming van artikel 4, 2°, van het samenwerkingsakkoord uitgevoerd.
  § 3 - Met het oog op de uitvoering van het maatschappelijk onderzoek voert de sociale dienst ten minste twee gesprekken, waarvan één op de woonplaats van het kind plaatsvindt.
  § 4 - Met toepassing van artikel 10, lid 3, van het decreet kunnen de diensten die door de Duitstalige Gemeenschap belast zijn met de sociale en psychosociale consultatie en begeleiding van kinderen, jongeren en volwassenen in het kader van het maatschappelijk onderzoek door de sociale dienst van de centrale autoriteit om advies gevraagd worden.

  Afdeling III. - Maatschappelijke onderzoeken in het kader van een beroepsprocedure.

  Art. 10. De in de artikelen 1231-55 van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde maatschappelijke onderzoeken worden door de sociale dienst van de centrale autoriteit onder de in de artikelen 8 en 9 van dit besluit vermelde voorwaarden uitgevoerd.

  HOOFDSTUK VI. - De bemiddeling.

  Art. 11. De inlichtingen bedoeld in artikel 12 van het decreet worden in opdracht van de centrale autoriteit aan de afstandouders verstrekt door de diensten die in de Duitstalige Gemeenschap belast zijn met de consultatie en de begeleiding van gezinnen. De ouders bevestigen de ontvangst ervan d.m.v. een door de centrale autoriteit opgesteld model.

  Art. 12. Als kandidaat-adoptanten met toepassing van de artikelen 16 of 19, § 3, van het decreet een beroep doen op de bemiddelingsdienst van een andere Gemeenschap en zich, op grond van aan taal gerelateerde begripsproblemen, door een persoon naar keuze laten begeleiden, kunnen ze bij de centrale autoriteit de terugbetaling van de daardoor ontstane - bewezen en gerechtvaardigde - kosten aanvragen, en dit tot een bedrag van maximum 150 in het kader van een interne adoptie of van 250 in het kader van een interlandelijke adoptie.

  Art. 13. § 1 Doen de kandidaat-adoptanten met toepassing van de artikelen 17 of 21 van het decreet een beroep op een door de centrale autoriteit uitgevoerde bemiddeling, dan storten ze onder de door de centrale autoriteit vastgelegde modaliteiten een bedrag van 1000 voor de behandeling van de dossiers.
  § 2 - Wordt de bemiddeling met toepassing van artikel 17, § 5, van het decreet door de centrale autoriteit in het kader van een overeenkomst voortgezet, dan storten de kandidaat-adoptanten onder de door de centrale autoriteit vastgelegde modaliteiten een forfaitair bedrag van 750.
  § 3 - Wordt de bemiddeling met toepassing van artikel 23, § 5, van het decreet door de centrale autoriteit in het kader van een overeenkomst voortgezet, dan storten de kandidaat-adoptanten onder de door de centrale autoriteit vastgelegde modaliteiten een forfaitair bedrag van 1500, als vertalingen op grond van het land van oorsprong noodzakelijk zijn, en van 750, als deze vertalingen niet noodzakelijk zijn.

  HOOFDSTUK VII. - Nazorg na de adoptie.

  Art. 14. § 1 De centrale autoriteit is met de nazorg na de adoptie belast. Zo nodig werkt ze met de erkende bemiddelingsdiensten samen die bij de bemiddeling van het betrokken geadopteerd kind zijn opgetreden. Onverminderd artikel 26, § 2, van het decreet, worden de desbetreffende kosten tot een bedrag van maximum 200 ten laste van de adoptieve ouders gelegd.

  Art. 15. Wanneer de adoptieve ouders een nazorg na de adoptie in de vorm van een psychosociaal consult, van een psychosociale therapie of van een opvoedingsconsult aanvragen, worden ze door de centrale autoriteit naar een in de Duitstalige Gemeenschap werkzaam consultatiebureau gericht. De adoptanten betalen de desbetreffende kosten tegen het door deze diensten gewoonlijk toegepaste tarief.

  HOOFDSTUK VIII. - Beheer, archivering en inzage van de dossiers.

  Art. 16.
  § 1 - Onverminderd andersluidende bindende bepalingen en met inachtneming van artikel 368-7 van het Burgerlijk Wetboek worden geen inlichtingen m.b.t. een adoptie aan andere centrale autoriteiten in België of in het buitenland schriftelijk toegezonden, anders dan op verzoek ingediend bij het parket of bij de dienst die de bemiddeling van het kind heeft waargenomen.
  § 2. Op schriftelijk verzoek bij de centrale autoriteit kunnen de adoptanten te allen tijde inzage krijgen in de documenten m.b.t. de hen betreffende adoptie; de inlichtingen worden hen slechts in het kader van een in de lokalen van de centrale autoriteit gevoerd gesprek gegeven.
  § 3. Op verzoek van de geadopteerde kunnen hem met toepassing van artikel 368-6 van het Burgerlijk Wetboek, in het kader van een gesprek met de sociale dienst van de centrale autoriteit, inlichtingen verstrekt worden die in het hem betreffende adoptiedossier opgenomen zijn.
  De adoptanten worden door de centrale autoriteit over dit verzoek geïnformeerd, voor zover de geadopteerde geen 18 jaar is.
  Bij het informatiegesprek kan zich de geadopteerde door een meerderjarige vertrouwenspersoon laten begeleiden.

  HOOFDSTUK IX. - Slotbepalingen.

  Art. 17. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het wordt aangenomen.

  Art. 18. De Minister bevoegd inzake Sociale Aangelegenheden is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Eupen, 28 september 2006.
  Voor de Regering van de Duitstalige Gemeenschap :
  De Minister-President, Minister van Lokale Besturen,
  K.-H. LAMBERTZ
  De Vice-Minister-President, Minister van Vorming en Werkgelegenheid, Sociale Aangelegenheden en Toerisme,
  B. GENTGES.

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Regering van de Duitstalige Gemeenschap,
   Gelet op het decreet van 21 december 2005 betreffende de adoptie;
   Gelet op de overeenkomst betreffende de samenwerking op het gebied van de voorbereiding van de kandidaat-adoptanten ressorterend onder de Duitstalige Gemeenschap en de Kreis Aken, afgesloten tussen de Kreis Aken en de Duitstalige Gemeenschap op 4 november 2005;
   Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 14 maart 2006;
   Gelet op het akkoord van de Minister-President, bevoegd inzake Begroting, gegeven
   op 1 maart 2006;
   Gelet op het advies nr. 40.796/1/V van de Raad van State, gegeven op 18 juli 2006 met toepassing van artikel 84, lid 1, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
   Op de voordracht van de Minister bevoegd inzake Sociale Aangelegenheden;
   Na beraadslaging,
   Besluit :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • BESLUIT DUITSTALIGE GEMEENSCHAP VAN 19-01-2011 GEPUBL. OP 17-03-2011
    (GEWIJZIGD ART. : 6)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 1 gearchiveerde versie
    Franstalige versie