J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
Inhoudstafel 4 uitvoeringbesluiten 7 gearchiveerde versies
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving

Titel
13 JUNI 2005. - Bijlage bij de wet betreffende de elektronische communicatie.
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 20-06-2005 en tekstbijwerking tot 30-05-2014)

Bron : ECONOMIE, KMO, MIDDENSTAND EN ENERGIE
Publicatie : 20-06-2005 nummer :   2005A11238 bladzijde : 28114       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2005-06-13/33
Inwerkingtreding : 30-06-2005

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Definities.
Art. 1
HOOFDSTUK II. - Technische voorwaarden inzake de verstrekking van de in artikel 68 van de wet bedoelde diensten die bij wijze van universele dienst worden verstrekt.
Afdeling 1. - Algemeen.
Art. 2
Afdeling 2. - Het vaste geografische element van de universele dienst.
Art. 3-21
Afdeling 3. - Het sociale element van de universele dienst.
Art. 22
Afdeling 4. - [1 Beschikbaarstelling van openbare betaaltelefoons en andere toegangspunten voor openbare spraaktelefoniediensten ]1
Art. 23-27
Afdeling 5. - Universele inlichtingendienst.
Art. 28-29
Afdeling 6. - Beschikbaarstelling van de universele telefoongids.
Art. 30-33
HOOFDSTUK III. - Financiële voorwaarden inzake de verstrekking van de in artikel 68 van de wet bedoelde diensten die bij wijze van universele dienst worden verstrekt.
Art. 33/1, 34-39
HOOFDSTUK IV. - Methodologie voor de berekening van de kosten van de in artikel 68 van de wet bedoelde diensten die bij wijze van universele dienst worden verstrekt.
Afdeling 1. - Algemeen.
Art. 40
Afdeling 2. - Het vaste geografische element van de universele dienst.
Art. 41
Afdeling 3. - Openbare telefoons.
Art. 42-43
Afdeling 4. - Universele inlichtingendienst.
Art. 44
Afdeling 5. - Universele telefoongids.
Art. 45
Afdeling 6. - Het sociale element van de universele dienst. <Ingevoegd bij W 2007-04-25/38, art. 200; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
Art. 45bis, 45/1
HOOFDSTUK V. - Inlichtingen en openbaarheid.
Art. 46-48

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Definities.

  Artikel 1.Voor de toepassing van deze bijlage wordt verstaan onder :
  1° aanbieder : elke persoon die overeenkomstig de artikel en 71, 76, 80 en 87 van de wet is aangewezen om één of meer diensten te leveren die vermeld zijn in artikel 68 van de wet;
  2° openbare telefoondienst op een vaste locatie : de openbare telefoondienst op een vaste locatie bedoeld in artikel 70, § 1, 1°, van de wet die via een openbaar telefoonnetwerk op een vaste locatie aan het publiek wordt aangeboden en het de eindgebruikers mogelijk maakt lokale, nationale en internationale telefonische oproepen te doen en te ontvangen;
  3° [2 ...]2;
  4° wachttijd bij een aansluiting op het vaste openbare basistelefoonnetwerk : de duur vanaf het moment waarop een geldig contract wordt gesloten tussen de aanbieder van het vaste geografische element van de universele dienst en de abonnee tot het moment dat de aansluiting op het vaste openbare basistelefoonnetwerk in gebruik gesteld wordt. Die wachttijd wordt uitgedrukt in werkdagen;
  5° geldige foutmelding : de melding van een onderbroken of in kwaliteit verminderde dienst. Deze melding wordt door een eindgebruiker gemaakt of wordt eventueel gegenereerd door controleapparatuur van het netwerk. Het gaat om een fout die toe te schrijven is aan het netwerk. Fouten toe te schrijven aan de eindapparatuur of aan de lijnen en apparatuur aan de klantenzijde van het netwerkaansluitpunt zijn hierin niet begrepen;
  6° toegangslijn : een circuit dat in staat is om in de band 300-3400Hz een basisaansluiting tot stand te brengen tussen een aansluitpunt van het openbare netwerk en de lokale schakelaar; door die aansluiting kan de openbare telefoondienst op een vaste locatie worden geleverd;
  7° storingshersteltijd : de duur vanaf het moment dat een storing op geldige wijze wordt gemeld aan de aanbieder van het vaste geografische element van de universele dienst of hij zelf een storing vaststelt, tot op het moment dat de dienst hersteld is en opnieuw normaal werkt. Voor [2 openbare betaaltelefoons of van andere toegangspunten voor openbare spraaktelefoniediensten]2 loopt de duur vanaf het moment dat de fout wordt vastgesteld door de aanbieder van de beschikbaarstelling van de [2 openbare betaaltelefoons of van andere toegangspunten voor openbare spraaktelefoniediensten]2 of hem wordt gemeld tot het ogenblik waarop de openbare telefoon opnieuw werkt. De duur voor de herstelling ervan wordt uitgedrukt in volle uren;
  8° [1 ...]1
  9° [1 ...]1
  10° [1 ...]1
  11° [1 ...]1
  12° [1 ...]1
  13° dienst met tussenkomst van een telefonist : de dienst bestaande uit een manuele internationale oproep met tussenkomst van een menselijke operator voor verbindingen waar geen automatische oproep mogelijk is;
  14° antwoordtijd voor diensten met tussenkomst van een telefonist : de duur vanaf het moment dat de laatste adres-digit voor de diensten met tussenkomst van een telefonist correct wordt verzonden tot op het moment waarop de telefonist de oproepende abonnee te woord staat om de gevraagde dienst te verlenen. Die antwoordtijd wordt uitgedrukt in seconden;
  15° indirecte winst : het geheel van financieel waardeerbare voordelen dat een operator krijgt door zijn verlening van één van de in artikel 68 van de wet bedoelde diensten verstrekt in het kader van de universele dienst, die hij niet zou hebben, mocht hij die dienst niet verstrekken, meer bepaald het effect van de bekendheid van het merk van de onderneming, de invloed van de reclame, de alomtegenwoordigheid, het effect van de levenscyclus van klanten, het gemak van toegang tot de klanten;
  16° antwoordtijd voor de telefooninlichtingendienst : de tijd die loopt tussen het ogenblik waarop het laatste adres-digit voor de telefooninlichtingendiensten correct wordt verzonden en het moment waarop de operator of een gelijkwaardig automatisch spraaksysteem de oproeper te woord staat om de gevraagde dienst te verlenen. Die antwoordtijd wordt uitgedrukt in seconden;
  17° actieve penetratiegraad van de mobiele openbare telefoniedienst : de verhouding tussen het totaal aantal gebruikers van een openbare mobiele-telefoniedienst die de afgelopen drie maanden gebruik hebben gemaakt (hebben gebeld of opgebeld zijn) van één of meerdere van de basisdiensten van dat mobiel netwerk, en het totaal aantal inwoners van het Rijk.
  ----------
  (1)<W 2011-05-31/02, art. 20, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2011>
  (2)<W 2012-07-10/04, art. 107, 005; Inwerkingtreding : 04-08-2012>

  HOOFDSTUK II. - Technische voorwaarden inzake de verstrekking van de in artikel 68 van de wet bedoelde diensten die bij wijze van universele dienst worden verstrekt.

  Afdeling 1. - Algemeen.

  Art. 2. De basiskwaliteitseisen die vermeld zijn in de artikel en van dit hoofdstuk, zijn geldig voor een kalenderjaar.

  Afdeling 2. - Het vaste geografische element van de universele dienst.

  Art. 3. Behalve in geval van overmacht of van een uitdrukkelijk akkoord tussen de persoon en een aanbieder van het vaste geografische element van de universele dienst, is deze laatste verplicht de leveringsvoorwaarden toe te passen die hij gepubliceerd heeft.
  Indien een aanbieder van het vaste geografische element van de universele dienst, in antwoord op een specifieke vraag, eenzijdig van oordeel is dat het niet redelijk is zijn leveringsvoorwaarden aan te houden zoals die zijn gepubliceerd, dan heeft hij eerst de toestemming van het Instituut nodig om die voorwaarden te wijzigen.

  Art. 4. Het vaste geografische element van de universele dienst moet voldoen aan de in de volgende artikel en van deze afdeling vastgelegde kwaliteitseisen voor een observatieperiode van een kalenderjaar, en dit voor de eerste keer het kalenderjaar dat volgt op de datum waarop deze wet in werking treedt. De kwaliteitseisen hebben geen betrekking op communicatie waarbij andere diensten dan het vaste geografische element van de universele dienst te pas komen.
  Onverminderd artikel 69, § 2, van de wet, kan de Koning, na advies van het Instituut, de technische voorwaarden van de levering van het vaste geografische element bedoeld in het eerste lid, wijzigen, indien Hij, naar aanleiding van een openbare raadpleging bedoeld in artikel 140 van de wet vaststelt dat die diensten of vergelijkbare diensten in grote mate toegankelijk zijn.

  Art. 5. Wat betreft de wachttijd bij een aansluiting moet binnen vijf werkdagen zijn voldaan aan minstens 95 % van de geldige contracten tot aansluiting, afgesloten in de loop van de observatieperiode en waarbij de abonnee geen wens heeft geuit om op een bepaald tijdstip dat hem past aangesloten te worden.
  Wanneer de wachttijd langer is dan acht werkdagen, voorziet de aanbieder van het betreffende geografische gebied vanaf de negende dag na de totstandkoming van een geldig contract waarbij de abonnee geen wens heeft geuit om op een bepaald tijdstip dat hem past aangesloten te worden, in een alternatieve oplossing tot het moment waarop de aansluiting effectief wordt gerealiseerd. Die alternatieve oplossing wordt geboden zonder bijkomende kosten bovenop de prijs voor de levering van het vaste geografische element van de universele dienst waarop de abonnee is geabonneerd.
  De aanbieder maakt een onderscheid tussen de kosten voor de indienststelling en de aansluitingskosten. Wanneer de door de abonnee gevraagde aansluiting effectief wordt gerealiseerd, mag hij geen tweede maal aansluitingskosten vorderen.
  In minstens 95 % van de gevallen van geldig contract tot aansluiting moet de abonnee uiterlijk de eerste dag volgend op de registratie van de aanvraag door de aanbieder, een datum voor de levering van de aansluiting kunnen krijgen.

  Art. 6. Voor het opstellen van zijn statistieken, gebruikt de aanbieder voor elke categorie, het totale aantal van de in de betreffende observatieperiode gemaakte geldige contracten en aansluitingen.
  De volgende statistieken zullen worden verstrekt :
  - percentage geldige contracten tot aansluiting dat binnen vijf dagen gerealiseerd is en waarvoor met de abonnee geen andere termijn is overeengekomen;
  - percentage geldige contracten tot aansluiting dat binnen acht dagen gerealiseerd is en waarvoor met de abonnee geen andere termijn is overeengekomen;
  - tijd om 95 % van de aansluitingen te realiseren in die gevallen waar de abonnee niet gevraagd heeft om op een bepaald tijdstip dat hem past te worden aangesloten;
  - tijd om 99 % van de aansluitingen te realiseren in die gevallen waar de abonnee niet gevraagd heeft om op een bepaald tijdstip dat hem past te worden aangesloten;
  - tijd om alle aansluitingen te realiseren waarvoor de abonnee geen andere datum is overeengekomen met de aanbieder;
  - percentage aansluitingen dat is gerealiseerd op de dag die met de abonnee is overeengekomen.
  Voor de meting gebruikt de aanbieder het totale aantal bestelde aansluitingen die tijdens de beschouwde observatieperiode uitgevoerd zijn. In de praktijk registreert de aanbieder op de Xe werkdag (waarbij X = aantal dagen vastgesteld in de kwaliteitsdoelstelling) volgend op het einde van de beschouwde maand alle aanvragen die de vorige maand zijn afgesloten. Voor iedere aanvraag wordt de realisatietijd berekend en aan de hand van dat gegeven kan worden bepaald binnen welke termijn 95 % en 99 % van de aansluitingen uitgevoerd zijn.
  De metingen houden enkel rekening met de aansluitingen. De gevallen waarin de abonnee een langere termijn vraagt dan de vastgestelde doelstelling worden niet in aanmerking genomen.

  Art. 7.§ 1. Het storingspercentage per toegangslijn of het percentage van de storingen op het totale aantal toegangslijnen mag hoogstens 7,5 % per observatieperiode bedragen.
  De telling van de foutmeldingen is gebaseerd op de geldige foutmeldingen gemaakt door gebruikers. Voor een melding die meer dan één toegangslijn betreft tussen een abonnee en een lokale schakelaar wordt elk van die toegangslijnen in rekening gebracht. Het percentage storingen wordt gemeten door het aantal geldige foutmeldingen tijdens de observatieperiode te delen door het gemiddelde aantal toegangslijnen gedurende diezelfde observatieperiode.
  § 2. Minstens 80 % van de storingen op de toegangslijnen die op geldige wijze gemeld zijn in de loop van de observatieperiode moeten opgeheven zijn binnen 35 volle uren.
  Minstens 95 % van de storingen op de toegangslijnen die op geldige wijze gemeld zijn in de loop van de observatieperiode moeten opgeheven zijn binnen 40 volle uren.
  Minstens 99 % van de storingen op de toegangslijnen die op geldige wijze gemeld zijn in de loop van de observatieperiode moeten opgeheven zijn binnen 60 volle uren.
  Die percentages worden berekend op basis van alle geldige foutmeldingen en herstellingen die in de betreffende observatieperiode werden gedaan. De gevallen waarbij de herstelling afhangt van een afspraak tussen de aanbieder en de abonnee worden niet in rekening gebracht. Ook de gevallen die toegang tot apparatuur van de abonnee hebben vereist en waarvoor de abonnee geen toegang heeft verleend op het geplande ogenblik, worden uitgesloten.
  § 3. Er worden aparte statistieken verstrekt voor storingen op het niveau van de toegangslijnen en de andere storingen.
  Toegangslijnen :
  - het maximum aantal volle uren om 80 % van de op geldige wijze gemelde storingen op toegangslijnen op te heffen;
  - het maximum aantal volle uren om 95 % van de op geldige wijze gemelde storingen op toegangslijnen op te heffen;
  - het maximum aantal volle uren om 99 % van de op geldige wijze gemelde storingen op toegangslijnen op te heffen;
  - het maximum aantal volle uren om 100 % van de op geldige wijze gemelde storingen op toegangslijnen op te heffen.
  Andere storingen :
  - het maximum aantal volle uren om 80 % van de andere op geldige wijze gemelde storingen op te heffen;
  - het maximum aantal volle uren om 95 % van de andere op geldige wijze gemelde storingen op te heffen;
  - het maximum aantal volle uren om 99 % van de andere op geldige wijze gemelde storingen op te heffen;
  - het maximum aantal volle uren om 100 % van de andere op geldige wijze gemelde storingen op te heffen.
  
  (NOTA : gewijzigd bij KB 2014-04-02/36, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 09-06-2014, geen bekrachtiging door een Wet, zonder uitwerking vanaf 30-08-2015)

  Art. 8.
  <Opgeheven bij W 2012-07-10/04, art. 108, 005; Inwerkingtreding : 04-08-2012>

  Art. 9.
  <Opgeheven bij W 2011-05-31/02, art. 21, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2011>

  Art. 10.
  <Opgeheven bij W 2011-05-31/02, art. 21, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2011>

  Art. 11.
  <Opgeheven bij W 2011-05-31/02, art. 21, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2011>

  Art. 12.
  <Opgeheven bij W 2011-05-31/02, art. 21, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2011>

  Art. 13. § 1. De antwoordtijd voor diensten met tussenkomst van een telefonist mag gemiddeld maximaal 20 seconden bedragen.
  § 2. De meting is gebaseerd op alle oproepen naar de diensten met tussenkomst van een telefonist die gedurende de beschouwde observatieperiode worden opgetekend.
  § 3. De volgende statistieken worden verstrekt :
  - de gemiddelde antwoordtijd voor de diensten met tussenkomst van een telefonist;
  - de som van de duur om een verbinding tot stand te brengen, van de duur van de beltoon en het welkomstbericht;
  - de tijd tussen het einde van het welkomstbericht en het ogenblik waarop de telefonist de oproeper antwoordt.

  Art. 14. De algemene voorwaarden van de aanbieders preciseren de voorwaarden met betrekking tot de schadevergoedingen, het eventuele beleid inzake schadeloosstelling en/of terugbetaling. Die voorwaarden worden voor met redenen omkleed advies voorgelegd aan de ombudsdienst voor telecommunicatie en voor advies aan het Raadgevend Comité voor de telecommunicatie.

  Art. 15.Wat de faxberichten betreft, als bedoeld in artikel 70, § 1, 2°, b) van de wet, moet een faxeindtoestel van groep 3 (G3) ten minste in staat zijn om zich met een ander faxeindtoestel van groep 3 (G3) te synchroniseren, een fax te versturen en te ontvangen voor elke nationale verbinding.
  [1 De aansluiting bedoeld in artikel 70, § 1, 2°, b, moet in staat zijn de berichten via datatransmissie te ondersteunen met in artikel 16 van deze bijlage bepaalde snelheden van de functionele internettoegang.]1
  ----------
  (1)<W 2012-07-10/04, art. 109, 005; Inwerkingtreding : 04-08-2012>

  Art. 16.[1 De aansluiting bedoeld in artikel 70, § 1, 2°, c), moet de eindgebruikers in staat stellen te beschikken over een functionele internettoegang door middel van een specifiek contract met een internetserviceprovider.
   De Koning bepaalt op voorstel van het Instituut de snelheid van deze functionele toegang, naar behoren rekening houdende met de specifieke marktomstandigheden, met name de door de meerderheid van de abonnees gebruikte bandbreedte en de technische haalbaarheid. De aanduiding van de snelheid is opgenomen in het in artikel 103 bedoelde rapport.]1
  ----------
  (1)<W 2012-07-10/04, art. 110, 005; Inwerkingtreding : 04-08-2012>

  Art. 17. § 1. De dienst, bedoeld in 70, § 1, 2°, d) van de wet, wordt verleend aan abonnees met achterstal van betaling zonder onderbreking van de lijn, na het opsturen van een herinnering via gewone post waarop niet is gereageerd tijdens een periode van 14 dagen, te rekenen vanaf de datum van verzending. De dienst wordt gratis in stand gehouden gedurende een minimumperiode van negentig kalenderdagen en mag enkel worden verleend aan natuurlijke personen die er enkel voor privé-doeleinden gebruik van maken.
  Tijdens die periode van negentig dagen stelt de aanbieder van de universele dienst aan de abonnee een redelijk aanzuiveringsplan voor.
  In geval van akkoord wordt de periode van negentig dagen verlengd voor de duur van het aanzuiveringsplan. Indien er geen akkoord is, moet de aanbieder de abonnee inlichten over de mogelijkheid die hij heeft om zich tot de ombudsdienst voor de telecommunicatie te wenden.
  De algemene voorwaarden van de aanbieder preciseren de algemene regels die van toepassing zijn op de uitwerking van aanzuiveringsplannen, de voorwaarden waaronder hij de aansluiting mag schorsen indien de abonnee het aanzuiveringsplan weigert, indien het plan niet wordt nageleefd of indien een aanzuiveringsplan niet wordt nageleefd dat in het kader van een specifieke wetgeving is toegepast. Die voorwaarden worden voor met redenen omkleed advies voorgelegd aan de ombudsdienst voor telecommunicatie en voor advies aan het Raadgevend Comité voor de telecommunicatie.
  De aanbieder is verplicht het vertrouwelijke karakter te eerbiedigen van de inlichtingen die worden verstrekt bij de aanvraag van een aanzuiveringsplan.
  In geval van een beroep op de collectieve schuldaflossing ingesteld door een specifieke wetgeving, wordt de in het eerste lid bedoelde dienst behouden gedurende de gehele procedure.
  Onverminderd artikel 69, § 2, van de wet, kan het Instituut de technische voorwaarden van de levering van het vaste geografische element bedoeld in het eerste en tweede lid wijzigen, indien het, naar aanleiding van een openbare raadpleging bedoeld in artikel 140 van de wet vaststelt dat die diensten of vergelijkbare diensten in grote mate toegankelijk zijn.
  § 2. De verplichting inzake het gratis instandhouden gedurende een minimumperiode geldt niet ingeval het een nieuwe abonnee betreft die binnen de voorziene termijn geen gevolgen geeft aan de herinnering van de eerste factuur, of in geval van consequent te laat betaalde facturen, met name wanneer de abonnee binnen een periode van 12 maanden reeds van het regime van minimumdienst heeft genoten.

  Art. 18. Het percentage betwistingen van en complexe vragen over facturering mag niet meer dan 1% van het totale aantal verzonden facturen bedragen.
  Onder betwistingen van en complexe vragen over facturering moet worden verstaan die vragen en betwistingen die niet met één telefoongesprek kunnen worden afgehandeld.

  Art. 19. Naast de publicatie van de inlichtingen waarvan sprake in artikel 46 van deze bijlage, berekent de aanbieder eveneens de waarden die elk kwartaal effectief gerealiseerd zijn, volgens de meetmethodes voorgeschreven in de artikel en 4 tot 13 van deze bijlage. Die waarden worden uiterlijk een maand na afloop van het betreffende kwartaal aan het Instituut bezorgd in de vorm bepaald in artikel 46 van deze bijlage.

  Art. 20. Voor de toepassing van artikel 5 en artikel 7, § 2, van deze bijlage moet de aanbieder in geval van overmacht aan de betrokken gebruikers de termijn meedelen waarbinnen vermoedelijk aan hun vraag zal worden voldaan.

  Art. 21. De aanbieder stelt de abonnees een hulpdienst ter beschikking. De hulpdienst is 24 uur per dag en 7 dagen per week bereikbaar. De hulpdienst registreert de aanvragen van de abonnees in verband met de opheffing van storingen van de telefoondienst en de moeilijkheden om een verbinding te krijgen. Hij stuurt die aanvragen zo spoedig mogelijk door naar de bevoegde diensten. De hulpdienst bedoeld in artikel 70, § 1, 2°, e), van de wet is gratis toegankelijk.

  Afdeling 3. - Het sociale element van de universele dienst.

  Art. 22.§ 1. De operatoren passen ten minste de [1 sociale tarieven]1 toe die hierna worden gedetailleerd :
  1. Sociaal telefoontarief
  1.1. De begunstigde van het [1 sociaal telefoontarief]1 mag slechts over één telefoonaansluiting met [1 sociaal telefoontarief]1 beschikken en er mag maar één begunstigde zijn per huishouden.
  1.2. Het voordeel van het sociale telefoontarief kan op zijn verzoek worden genoten door iedere persoon die :
  1° hetzij de volle leeftijd van 65 jaar heeft bereikt en
  - alleen woont;
  - samenwoont met één of meer personen die ten volle 60 jaar oud zijn, onverminderd 1.3.
  Mogen eveneens met de begunstigde samenwonen, zijn kinderen en kleinkinderen. De kleinkinderen moeten bovendien wees zijn die beide ouders hebben verloren of bij gerechtelijke beslissing aan de grootouders zijn toevertrouwd.
  De ten aanzien van zijn kinderen en kleinkinderen gestelde leeftijdsgrens geldt niet voor descendenten die voor minstens 66 % getroffen zijn door ontoereikendheid of vermindering van lichamelijke of geestelijke geschiktheid wegens één of meer aandoeningen.
  Het [1 globaal belastbaar inkomen]1 van de begunstigde, gecumuleerd met het [1 globaal belastbaar inkomen]1 van de personen die bij toepassing van 1° hiervoor eventueel met hem samenwonen, mag de bedragen niet te boven gaan die worden vastgesteld overeenkomstig artikel 1, § 1, van het koninklijk besluit van 1 april 1981 ter bepaling van het jaarbedrag van de inkomsten welke bedoeld zijn in artikel 37, §§ 1, 2 en 4 en houdende uitvoering van artikel 49, § 5, derde lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering inzake ziekenzorg en schadeloosstelling, gecoördineerd op 14 juli 1994;
  2° hetzij ten minste 66 % gehandicapt is en ten volle 18 jaar oud is en :
  - alleen woont;
  - samenwoont, hetzij met ten hoogste twee personen, hetzij met bloed- of aanverwanten van de eerste of de tweede graad.
  Het [1 globaal belastbaar inkomen]1 van de begunstigde, gecumuleerd met het [1 globaal belastbaar inkomen]1 van de personen die bij toepassing van 2° hiervoor eventueel met hem samenwonen, mag de bedragen niet te boven gaan die worden vastgesteld overeenkomstig artikel 1, § 1, van het koninklijk besluit van 1 april 1981 ter bepaling van het jaarbedrag van de inkomsten welke bedoeld zijn in artikel 37, §§ 1, 2 en 4 en houdende uitvoering van artikel 49, § 5, derde lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering inzake ziekenzorg en schadeloosstelling, gecoördineerd op 14 juli 1994;
  3° hetzij persoonlijk het voorwerp is van één van de volgende beslissingen :
  a) beslissing om een leefloon toe te kennen, krachtens de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie;
  b) een andere beslissing die wordt vastgesteld door de Koning, op voorstel van het Instituut.
  1.3. Wonen in een hotel, een rusthuis of een andere vorm van gemeenschapsleven verleent geen recht op het voordeel van het sociale telefoontarief, behalve indien de begunstigde over een abonnement beschikt op zijn eigen naam dat uitsluitend door hem kan worden gebruikt.
  1.4. Als voor minstens 66 % gehandicapt, wordt beschouwd de persoon :
  1° die bij een administratieve of gerechtelijke beslissing minstens 66 % blijvend fysiek of psychisch gehandicapt of arbeidsongeschikt is verklaard;
  2° in wiens hoofde na de periode van primaire ongeschiktheid bepaald in artikel 87 van de wet betreffende de verplichte verzekering inzake ziekenzorg en schadeloosstelling, gecoördineerd op 14 juli 1994, een vermindering van het verdienvermogen tot een derde of minder wordt vastgesteld, zoals bepaald in artikel 100 van diezelfde wet;
  3° in wiens hoofde in het kader van de inkomensvervangende tegemoetkoming een vermindering van het verdienvermogen tot een derde of minder, zoals bepaald in artikel 2 van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten, werd vastgesteld;
  4° in wiens hoofde een vermindering van de graad van zelfredzaamheid van minstens 9 punten werd vastgesteld overeenkomstig de handleiding en de medisch-sociale schaal van toepassing in het kader van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten.
  1.5. De reeds op het telefoonnetwerk aangesloten personen die aan de gestelde voorwaarden voldoen, genieten het voordeel van het sociale telefoontarief na het verstrijken van de eerste vervaldag van hun abonnement die volgt op het indienen van hun verzoek.
  1.6. De begunstigde van het sociale telefoontarief :
  1° geeft de operator dadelijk kennis van het feit dat hij niet verder voldoet aan een van de gestelde voorwaarden om dat tarief te genieten;
  2° past onmiddellijk de bedragen bij die hij door het ten onrechte genieten van het sociale telefoontarief heeft ontdoken ten gevolge van onder andere een onvolledige of valse verklaring omtrent die voorwaarden.
  1.7. Het genot van het sociale telefoontarief wordt ingetrokken vanaf de eerste vervaldag van het abonnement die volgt op de datum waarop niet meer wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden.
  2. Sociaal telefoontarief ten voordele van sommige gehoorgestoorden en personen bij wie een laryngectomie werd uitgevoerd
  2.1. De operatoren staan sommige gehoorgestoorden en personen bij wie een laryngectomie werd uitgevoerd een [1 sociaal telefoontarief]1 toe. De installatie van de aanvrager moet uitgerust zijn met een voor doven goedgekeurd telefoontoestel. Indien voornoemd toestel niet door de operator werd geleverd, moet hem een aankoopbewijs worden voorgelegd.
  2.2. De korting wordt slechts toegekend voor één aansluiting per begunstigde.
  2.3. Het genot van het sociale telefoontarief ten voordele van sommige gehoorgestoorden en personen bij wie een laryngectomie werd uitgevoerd, kan op zijn verzoek worden genoten door iedere persoon, houder van een aansluiting op het telefoonnetwerk die :
  1° hetzij minstens een gehoorverlies heeft van minstens 70 dB voor het beste oor volgens de classificatie van het " Bureau International d'Audiophonologie " - Internationaal Bureau voor Audiofonologie (BIAP);
  2° hetzij een laryngectomie heeft ondergaan.
  De ouders of grootouders, houder van een telefoonaansluiting, kunnen het bewuste tarief genieten indien hun kind of kleinkind dat bij hen inwoont, voldoet aan één van de bovengemelde voorwaarden inzake de handicap.
  2.4. De handicap die recht geeft op voornoemd sociaal telefoontarief moet blijken uit een administratieve of gerechtelijke beslissing.
  2.5. De reeds op het telefoonnet aangesloten personen die aan de gestelde voorwaarden voldoen, genieten het voornoemde sociale telefoontarief na het verstrijken van de eerste vervaldag van hun abonnement die volgt op het indienen van hun verzoek.
  2.6. De begunstigde van het bewuste sociale telefoontarief :
  1° geeft de operator dadelijk kennis van het feit dat hij niet langer voldoet aan een van de gestelde voorwaarden om het betreffende tarief te genieten;
  2° past onmiddellijk de bedragen bij die hij door het onrechtmatige genot van het voormelde speciale telefoontarief heeft ontdoken ten gevolge van onder andere een onvolledige of valse verklaring omtrent die voorwaarden.
  2.7. Het genot van het sociale telefoontarief ten voordele van sommige gehoorgestoorden en personen bij wie een laryngectomie werd uitgevoerd wordt ingetrokken vanaf de eerste vervaldag van het abonnement die volgt op de datum waarop niet meer aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan.
  3. Sociaal telefoontarief ten voordele van de militaire oorlogsblinden
  De operatoren staan de militaire oorlogsblinden een sociaal tarief toe.
  [1 4. Sociaal internettarief.
   4.1 De begunstigde van het sociale internettarief mag slechts over één sociaal internettarief beschikken en er mag maar één begunstigde zijn per huishouden.
   4.2. Het voordeel van het sociale internettarief kan op zijn verzoek worden genoten door iedere persoon die voldoet aan de criteria die zijn vastgesteld in de punten 1.2, 2.3 en 3.
   4.3. Wonen in een hotel, een rusthuis of een andere vorm van gemeenschapsleven verleent geen recht op het voordeel van het sociale internettarief, behalve indien de begunstigde over een abonnement beschikt op zijn eigen naam dat uitsluitend door hem kan worden gebruikt.
   4.4. De reeds op het internet aangesloten personen die aan de gestelde voorwaarden voldoen, genieten het voordeel van het sociale internettarief na het verstrijken van de eerste vervaldag van hun abonnement die volgt op het indienen van hun verzoek.
   4.5. De begunstigde van het sociale internettarief :
   1° geeft de operator dadelijk kennis van het feit dat hij niet langer voldoet aan een van de gestelde voorwaarden om dat tarief te genieten;
   2° past onmiddellijk de bedragen bij die hij door het ten onrechte genieten van het sociale internettarief heeft ontdoken ten gevolge van onder andere een onvolledige of valse verklaring omtrent die voorwaarden.
   4.6. Het genot van het sociale internettarief wordt ingetrokken vanaf de eerste vervaldag van het abonnement die volgt op de datum waarop niet meer wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden.]1
  § 2. Er wordt bij het Instituut een gegevensbank opgericht met betrekking tot de categorieën van begunstigden van het [1 sociale tarief]1.
  Voorzover dit noodzakelijk is voor het toepassen van het [1 sociale tarief]1 heeft de gegevensbank :
  1° toegang tot het rijksregister van de natuurlijke personen ingesteld door de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;
  2° het recht om het identificatienummer van het rijksregister te gebruiken.
  De operator die door een begunstigde wordt verzocht het sociale tarief te verlenen, stelt de gegevensbank op de hoogte van dit verzoek. Deze laatste gaat na of de betrokken begunstigde het betreffende recht niet reeds geniet bij een andere operator.
  Het Instituut bepaalt de stukken die moeten bewijzen dat aan de voorwaarden voor het verlenen van het [1 sociale tarief]1 is voldaan.
  Het Instituut is gerechtigd om, in samenwerking met de aanbieders van het sociale tarief, na te gaan of de begunstigde nog recht heeft op het sociale tarief. Dit recht kan het Instituut maximaal eenmaal om de twee jaar uitoefenen.
  ----------
  (1)<W 2012-07-10/04, art. 111, 005; Inwerkingtreding : 04-08-2012>

  Afdeling 4. - [1 Beschikbaarstelling van openbare betaaltelefoons en andere toegangspunten voor openbare spraaktelefoniediensten ]1
  ----------
  (1)<W 2012-07-10/04, art. 112, 005; Inwerkingtreding : 04-08-2012>

  Art. 23.[1 Het instituut bepaalt de nadere regels inzake het behoud en de afschaffing van publieke betaaltelefoontoestellen of via andere toegangspunten voor openbare spraaktelefoniediensten.]1
  ----------
  (1)<W 2012-07-10/04, art. 113, 005; Inwerkingtreding : 04-08-2012>

  Art. 24.
  <Opgeheven bij W 2012-07-10/04, art. 113, 005; Inwerkingtreding : 04-08-2012>

  Art. 25.
  <Opgeheven bij W 2012-07-10/04, art. 113, 005; Inwerkingtreding : 04-08-2012>

  Art. 26.
  <Opgeheven bij W 2012-07-10/04, art. 113, 005; Inwerkingtreding : 04-08-2012>

  Art. 27.
  <Opgeheven bij W 2012-07-10/04, art. 113, 005; Inwerkingtreding : 04-08-2012>

  Afdeling 5. - Universele inlichtingendienst.

  Art. 28. De universele inlichtingendienst verstrekt mondeling aan alle personen die erom vragen hetzij het telefoonnummer van een andere abonnee van de openbare telefoondienst waarvan de aanvrager over voldoende inlichtingen beschikt om die te kunnen identificeren, hetzij de naam en het adres van de aansluiting op basis van het telefoonnummer. De inlichtingendienst geeft geen inlichtingen over abonnees die een privé-nummer hebben, behalve de bevestiging dat op het gevraagde adres een privé-nummer bestaat.

  Art. 29. De antwoordtijd voor de universele inlichtingendienst mag gemiddeld maximaal 20 seconden bedragen.
  De meting is gebaseerd op alle oproepen naar de inlichtingendienst die gedurende de beschouwde observatieperiode worden opgetekend.
  De volgende statistieken worden verstrekt :
  - de gemiddelde antwoordtijd voor de inlichtingendienst;
  - het percentage oproepen dat binnen de 20 seconden werd beantwoord;
  - de som van de duur om een verbinding tot stand te brengen, van de duur van de beltoon en het welkomstbericht;
  - de tijd tussen het einde van het welkomstbericht en het ogenblik waarop de operator of een gelijkwaardig automatisch spraaksysteem de oproep beantwoordt.

  Afdeling 6. - Beschikbaarstelling van de universele telefoongids.

  Art. 30.[1 De aanbieder deelt]1 aan elke abonnee van een openbare telefoondienst, [1 op uitdrukkelijk verzoek van de abonnee]1, op het in het contract vermelde adres, [1 ten minste om de twee jaar]1 een bijgewerkt exemplaar uit van de universele telefoongids, onverminderd artikel 31 van deze bijlage. [1 Het verzoek mag schriftelijk, per e-mail of telefonisch worden gedaan. De minister legt de nadere regels van de indiening van het verzoek vast.]1
  In geval van meerdere toegangslijnen op eenzelfde domiciliëringsadres, kan de abonnee aan de aanbieder van de betreffende geografische zone om evenveel exemplaren vragen als er toegangslijnen zijn.
  Er wordt maar één universele telefoongids bezorgd aan personen die zowel geabonneerd zijn bij een operator voor de openbare telefoondienst op een vaste locatie als bij een operator voor mobiele openbare telefonie.
  De aanbieder bezorgt het Instituut drie exemplaren van de bijgewerkte universele telefoongids.
  De aanbieder levert bovendien een of meer exemplaren van de universele telefoongids aan elke persoon die erom verzoekt.
  ----------
  (1)<W 2012-07-10/04, art. 114, 005; Inwerkingtreding : 04-08-2012>

  Art. 31.§ 1. Behalve de abonneegegevens die alfabetisch en per gemeente zijn opgenomen, moet de universele telefoongids de inlichtingen vermelden met betrekking tot de diensten met bijzondere toegang, alsook de volgende inlichtingen :
  - de nummers van de nooddiensten, overeenkomstig artikel 107, § 1, van de wet;
  - [1 ...]1;
  - [1 ...]1;
  - [1 ...]1;
  - de adressen en telefoonnummers van de operatoren waarvan de abonnees in de telefoongids opgenomen zijn;
  - [1 ...]1;
  - de verwijzing naar de website zoals voorzien in artikel 32, tweede lid van deze bijlage;
  - [1 ...]1;
  (- de voorwaarden inzake toegang tot en het volledige adres van de ombudsdienst voor de telecommunicatie enerzijds en van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie anderzijds;
  - [1 ...]1;
  § 2. [1 ...]1.
  ----------
  (1)<W 2012-07-10/04, art. 115, 005; Inwerkingtreding : 04-08-2012>

  Art. 32.Een universele telefoongids wordt op papier afgedrukt.
  De in de universele telefoongids opgenomen informatie dient door de aanbieder tevens toegankelijk te worden gemaakt via een [1 niet-betalende functionele neutrale website, die regelmatig wordt gemoderniseerd en toegankelijk is voor personen met een handicap]1 [1 De abonneegegevens worden maandelijks bijgewerkt. Aan de hand van deze website kunnen ten minste opzoekingen worden gedaan op basis van de naam binnen een gemeente en op basis van het telefoonnummer. Het Instituut kan bijkomende kwaliteitscriteria vastleggen waaraan de aanbieder zal worden onderworpen in het kader van de terbeschikkingstelling van de informatie in de universele telefoongids via deze website]1.
  [1 Derde lid opgeheven.]1
  Behalve bij afwijking die op voorstel van het Instituut door de minister is toegestaan, moet elk volume van de universele telefoongids ten minste een telefoonzone van een vaste dienst bestrijken die bestaat op de datum van bekendmaking van het koninklijk besluit van 14 september 1999 houdende de voorwaarden tot vervaardiging, uitgave en verspreiding van de telefoongidsen en tot intrekking van het koninklijk besluit van 13 juni 1999 met hetzelfde onderwerp, en waarbij een minimum van [1 vijfendertig]1 duizend abonneegegevens wordt opgenomen.
  Voor de toepassing van dit artikel worden de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest als één enkele gemeente beschouwd.
  [1 De aanbieder die de taak heeft de universele telefoongids te leveren, bezorgt uiterlijk tegen 31 maart van elk jaar een verslag aan het Instituut over de manier waarop hij de verplichtingen die voortvloeien uit dit artikel heeft vervuld.]1
  ----------
  (1)<W 2012-07-10/04, art. 116, 005; Inwerkingtreding : 04-08-2012>

  Art. 33. De aanbieder deelt het Instituut uiterlijk op 15 januari zijn jaarlijks programma mee met betrekking tot de data van afsluiting en verspreiding van zijn universele telefoongids.

  HOOFDSTUK III. - Financiële voorwaarden inzake de verstrekking van de in artikel 68 van de wet bedoelde diensten die bij wijze van universele dienst worden verstrekt.

  Art. 33/1. [1 Indien geen enkele operator is aangewezen om een of meer van de in artikel 68 vermelde universele dienstverrichtingen te verstrekken, dan houdt het Instituut toezicht op de ontwikkeling en het niveau van de tarieven voor de eindgebruiker van elke betrokken dienst, met name met betrekking tot de nationale consumentenprijzen en inkomens.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2012-07-10/04, art. 117, 005; Inwerkingtreding : 04-08-2012>

  Art. 34.§ 1. De aanbieder als bedoeld in artikel 71 van de wet past een prijs toe die niet hoger is dan de betaalbare prijs, bepaald volgens de nadere regels van artikel 35 van deze bijlage, voor eenzelfde dienstverlening verrichting van de openbare telefoondienst op een vaste locatie.
  § 2. Onverminderd § 1, mag de aanbieder als bedoeld in artikel 71 van de wet verschillende tarieven toepassen voor eenzelfde verrichting. De tariefverschillen voor eenzelfde verrichting mogen enkel gebaseerd zijn op objectieve, transparante en niet-discriminerende criteria.
  Die gedifferentieerde tarieven worden goedgekeurd door het Instituut en gepubliceerd vóór toepassing op de abonnees.
  § 3. De aanbieder als bedoeld in artikel 71 van de wet verstrekt de dienst als bedoeld in artikel 70, § 1, 2°, d), van de wet gratis en handhaaft die gedurende de minimumperiode van negentig kalenderdagen waarvan sprake in artikel 17, § 1, eerste lid, van deze bijlage.
  § 4. De tariefvoorwaarden die door de aanbieder als bedoeld in artikel 71 van de wet zijn opgesteld, worden ter informatie voorgelegd aan de ombudsdienst voor telecommunicatie en aan het Raadgevend Comité voor de telecommunicatie.
  
  (NOTA : gewijzigd door KB 2014-04-02/34, art. 1, 007; Inwerkingtreding : 09-06-2014, geen bekrachtiging door een Wet, zonder uitwerking vanaf 30-08-2015)

  Art. 35. De aanbieder als bedoeld in artikel 71 van de wet past op alle residentiële eindgebruikers een betaalbaar tarief toe dat overeenkomt met het tarief van de verrichtingen met betrekking tot de openbare telefoondienst op een vaste locatie, in overeenstemming met de volgende regel :
  (Formule niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 20-06-2005, p. 28126).
  waarin
  T0 = tarieven van alle verrichtingen met betrekking tot de openbare telefoondienst op een vaste locatie op 31 december van het jaar 2000;
  Tn = tarieven van alle verrichtingen met betrekking tot de openbare telefoondienst op een vaste locatie op 31 december van jaar n, d.i. het beschouwde jaar in de zin van artikel 93 van de wet;
  I0 = indexcijfer van de consumptieprijzen op 31 december van het jaar 2000;
  In-1 = indexcijfer van de consumptieprijzen op 31 december van het jaar n-1, d.i. het jaar dat voorafgaat aan het beschouwde jaar in de zin van artikel 93 van de wet.
  De minister bepaalt jaarlijks de correctiefactor (= a) na advies van het Instituut, rekening houdende met de technologische ontwikkeling en de productiviteit in de sector van de elektronische communicatie.
  De minister bepaalt na advies van het Instituut de wegingscoëfficiënt die op de volgende modelverrichtingen moet worden toegepast :
  - aansluitings- en verhuizingskosten;
  - basisabonnementsgeld;
  - nationaal verkeer uitgaande van toestellen van abonnees naar vaste toestellen;
  - nationaal verkeer uitgaande van toestellen van abonnees naar mobiele toestellen;
  - internationaal verkeer uitgaande van toestellen van abonnees;
  - verkeer uitgaand van [1 openbare betaaltelefoons of van andere toegangspunten voor openbare spraaktelefoniediensten]1.
  De concrete berekeningswijze van die tarieven is in artikel 36 van deze bijlage vastgelegd.
  De wegingscoëfficiënt en de correctiefactor worden door het Instituut openbaar gemaakt op zijn website.
  
  (NOTA : Opgeheven bij KB 2014-04-02/34, art. 2, 007; Inwerkingtreding : 09-06-2014, geen bekrachtiging door een Wet, zonder uitwerking vanaf 30-08-2015)
  ----------
  (1)<W 2012-07-10/04, art. 118, 005; Inwerkingtreding : 04-08-2012>

  Art. 36. Het indexcijfer van de tarieven van de openbare telefoondienst op een vaste locatie is bestemd om de evolutie in de loop van de tijd te meten van de tarieven van de modelverrichtingen die het geheel van de verrichtingen van de openbare telefoondienst op een vaste locatie van de aanbieder vertegenwoordigen.
  De in aanmerking genomen modelverrichtingen zijn de volgende :
  1. Aansluitings- en verhuizingskosten : maximumkosten die worden betaald voor de aansluiting of verhuizing van een abonneelijn, in voorkomend geval gewogen op grond van de keuze van eventuele tariefplannen die geobserveerd zijn over een periode van twee maanden op een representatief staal van abonnees die niet onderworpen zijn aan de BTW en dat toevallig gekozen is onder de abonnees van een digitale centrale naar rato van 2 op 1000. Indien de aansluitingskosten van de verhuizingskosten verschillen, wordt rekening gehouden met een gemiddelde prijs die als volgt is afgewogen :
  - aansluiting : 71,85 %;
  - verhuizing : 28,15 %.
  2. Basisabonnementsgeld : abonnementsgeld dat van toepassing is in het duurste geografische gebied, eventueel gewogen op grond van de keuze van eventuele tariefplannen die over het gehele grondgebied aangeboden worden en geobserveerd zijn over een periode van twee maanden op een representatief staal van abonnees die niet onderworpen zijn aan de BTW en dat toevallig gekozen is onder de abonnees van een digitale centrale naar rato van 2 op 1000.
  3. (Nationaal en internationaal) verkeer uitgaande van toestellen van abonnees : tarieven die gelden in het duurste geografische gebied en afgewogen zijn op basis van de verschillende soorten van verbindingencommunicatie, bepaald door het Instituut en waargenomen gedurende een periode van twee maanden, op een representatief staal van niet aan BTW onderworpen abonnees dat toevallig gekozen is onder de abonnees die op een digitale centrale aangesloten zijn naar rato van 2 op 1000. Bij de bepaling van de geldende tarieven wordt rekening gehouden met eventuele tariefplannen die over het gehele grondgebied aangeboden worden en geobserveerd zijn over een periode van twee maanden op een representatief staal van abonnees die niet onderworpen zijn aan de BTW en dat toevallig gekozen is onder de abonnees van een digitale centrale naar rato van 2 op 1000.
  
  (NOTA : Opgeheven bij KB 2014-04-02/34, art. 2, 007; Inwerkingtreding : 09-06-2014, geen bekrachtiging door een Wet, zonder uitwerking vanaf 30-08-2015)

  Art. 37. De aanbieders waarborgen dat de volgende nooddiensten rechtstreeks en gratis toegankelijk zijn :
  1° medische spoeddienst;
  2° brandweer;
  3° politiediensten;
  4° antigifcentrum;
  5° zelfmoordpreventie;
  6° teleonthaal;
  7° kindertelefoondiensten;
  8° Europees Centrum voor vermiste en seksueel misbruikte kinderen.

  Art. 38.[1 § 1. De aanbieders als bedoeld in artikel 74 van de wet, passen ten minste de volgende tariefverminderingen toe op al hun tarieven en gebundelde aanbiedingen met inbegrip van een openbare telefoondienst voor de personen bedoeld in artikel 22, § 1, 1.2, 1° en 2°, 2.3 en 3 van de bijlage :
   1° vergoeding voor de beschikbaarstelling van de aansluiting op een openbaar elektronische-communicatienetwerk op een vaste locatie : 50 % van het tarief;
   2° ingeval door de consument aan eenzelfde aanbieder abonnementsgeld en gesprekskosten, of enkel gesprekskosten verschuldigd zijn :
   - een korting ten belope van 40 % met als maximum 8,40 euro per tijdvak van één maand op het betreffende abonnementsgeld voor zover abonnementsgeld verschuldigd is;
   - een korting ten belope van 3,10 euro per tijdvak van één maand op de gesprekskosten;
   3° ingeval abonnementsgeld en gesprekskosten verschuldigd zijn door de consument aan verschillende aanbieders : een korting ten belope van 11,50 euro per tijdvak van één maand op de gesprekskosten, aan te bieden door de aanbieder die de gesprekskosten factureert.
   § 2. De aanbieders als bedoeld in artikel 74 van de wet, passen ten minste de volgende tariefverminderingen toe op al hun tarieven voor de personen bedoeld in artikel 22, § 1, 1.2, 3° van de bijlage :
   - een korting ten belope van 3,10 euro per tijdvak van één maand op de gesprekskosten.
   § 3. De aanbieders als bedoeld in artikel 74 van de wet, passen ten minste de volgende tariefverminderingen toe op al hun tarieven voor internettoegang en gebundelde aanbiedingen met inbegrip van internettoegang voor de personen bedoeld in artikel 22, § 1, 4.2, van de bijlage, als ze, in voorkomend geval, hebben afgezien van de korting op het abonnementsgeld vermeld in paragraaf 1, 2°, eerste streepje en van de korting vermeld in paragraaf 1, 3° :
   - een korting van 40 % op het tarief, met een maximum van 8,40 euro per tijdvak van één maand.]1
  [2 Desgevallend kunnen de personen bedoeld in het eerste lid ook de volgende korting genieten bij de operator bij wie ze de in het eerste lid vermelde korting genieten :
   - een korting ten belope van 3,10 euro per periode van een maand op de gesprekskosten verstrekt door dezelfde operator.]2
  [2 § 4. De aanbieders als bedoeld in artikel 74 bieden de begunstigden van sociale tarieven de mogelijkheid om, afzonderlijk of in het kader van een bundel, in te tekenen op andere diensten dan deze beoogd in paragrafen 1 tot 3, zonder dat deze begunstigden moeten afzien van de kortingen bedoeld in de paragrafen 1 tot 3.
   De aanbieders bedoeld in artikel 74 mogen de kortingen bedoeld in de paragrafen 1 tot 3 toepassen op de bundels waarin andere diensten vervat zitten dan deze waarvoor sociale tarieven gelden. In dat geval heeft de berekening van de nettokosten in verband met de verstrekking van dergelijke gebundelde aanbiedingen, conform artikel 45/1 van de bijlage, enkel betrekking op de diensten bedoeld in de paragrafen 1 tot 3.
   Het tarief dat wordt gefactureerd voor elk van de andere diensten waarop de begunstigde van sociale tarieven afzonderlijk intekent mag niet hoger zijn dan het tarief dat wordt gefactureerd voor dezelfde dienst aan de gebruikers die geen sociale tarieven genieten.
   Desgevallend mag het tarief dat wordt gefactureerd voor het geheel van de diensten waarop de begunstigde van sociale tarieven intekent niet hoger zijn dan dat van het bijbehorende gebundelde aanbod dat op de markt wordt aangeboden aan de gebruikers die geen sociale tarieven genieten.
   § 5. Naast de informatie bedoeld in artikel 110, paragraaf 4, moeten de in artikel 74 bedoelde aanbieders, voor het nemen van een abonnement, aan de begunstigden van sociale telefoontarieven voorstellen om de tariefverminderingen waarvan sprake in de paragrafen 1 tot 3 toe te passen op het aanbod dat financieel het interessantst is rekening houdende met de diensten waarop deze begunstigden zich willen abonneren.]2
  ----------
  (1)<W 2012-07-10/04, art. 119, 005; Inwerkingtreding : 04-08-2012>
  (2)<W 2014-03-27/35, art. 39, 006; Inwerkingtreding : 08-05-2014>

  Art. 39. De aanbieder als bedoeld in artikel 87 van de wet zorgt ervoor dat de universele telefoongids zonder kosten voor de abonnees wordt verspreid, zoals bedoeld in het eerste, tweede en vierde lid van artikel 30 van deze bijlage.
  Bovendien zorgt de aanbieder ervoor dat de in het vijfde lid van artikel 30 van deze bijlage bedoelde universele telefoongids tegen een betaalbare prijs wordt verspreid.

  HOOFDSTUK IV. - Methodologie voor de berekening van de kosten van de in artikel 68 van de wet bedoelde diensten die bij wijze van universele dienst worden verstrekt.

  Afdeling 1. - Algemeen.

  Art. 40. De in de volgende artikel en beschreven methodologie voor de berekening van de kosten van de universele dienst en de nadere regels voor de bijdrage in het universele dienstfonds en voor de uitkering vanwege het fonds, waarvan sprake in de artikel en 92 tot 102 van de wet zijn onder gelijke voorwaarden van toepassing op alle aanbieders van de universele dienst.

  Afdeling 2. - Het vaste geografische element van de universele dienst.

  Art. 41. De nettokosten van het vaste geografische element van de universele dienst voor een geografisch gebied bestaan uit het verschil tussen alle kosten die in het tweede lid worden gedefinieerd en alle inkomsten die in het derde lid worden gedefinieerd, waarbij de indirecte winst wordt opgeteld die uit de betrokken verrichting voortvloeit.
  De kosten waarmee rekening moet worden gehouden in de in het eerste lid bedoelde berekening zijn de kosten die de aanbieder op lange termijn zou kunnen vermijden indien hij niet verplicht was de in artikel 70 van de wet vermelde dienst te verstrekken.
  De inkomsten waarmee rekening moet worden gehouden voor de in het eerste lid bedoelde berekening zijn de inkomsten die de aanbieder op lange termijn niet zou krijgen indien hij niet verplicht was de in artikel 70 van de wet vermelde dienst te verstrekken. Die inkomsten omvatten met name :
  - de inkomsten uit de installatiekosten;
  - de inkomsten uit de abonnementen;
  - de inkomsten uit de binnenkomende oproepen;
  - de inkomsten uit de uitgaande oproepen.
  De kosten worden berekend volgens de methode van de huidige kostenboekhouding (" CCA ").
  Bij de evaluatie van de in het eerste lid bedoelde nettokosten wordt ook rekening gehouden met de vergoeding van het kapitaal dat ingezet is voor de levering van het vaste geografische element van de universele dienst, en dat berekend wordt volgens de methode die door het Instituut wordt vastgesteld.

  Afdeling 3. - Openbare telefoons.

  Art. 42. De nettokosten van de beschikbaarstelling van openbare telefoons bestaan uit het verschil tussen alle kosten die in het tweede lid worden gedefinieerd en alle inkomsten die in het derde lid worden gedefinieerd, waarbij de indirecte winst wordt opgeteld die uit de betrokken verrichting voortvloeit.
  De kosten waarmee rekening moet worden gehouden in de in het eerste lid bedoelde berekening zijn de kosten die de aanbieder op lange termijn zou kunnen vermijden indien hij niet verplicht was de in artikel 75 van de wet vermelde dienst te verstrekken.
  De inkomsten waarmee rekening moet worden gehouden voor de in het eerste lid bedoelde berekening zijn de inkomsten die de aanbieder op lange termijn niet zou krijgen indien hij niet verplicht was de in artikel 75 van de wet vermelde dienst te verstrekken. Die inkomsten omvatten met name alle inkomsten uit oproepen die vanuit die openbare telefoons tot stand worden gebracht.
  De kosten worden berekend volgens de methode van de huidige kostenboekhouding (" CCA ").
  Bij de evaluatie van de in het eerste lid bedoelde nettokosten wordt ook rekening gehouden met de vergoeding van het kapitaal dat ingezet is voor de beschikbaarstelling van openbare telefoons, en dat berekend wordt volgens de methode die door het Instituut wordt vastgesteld.

  Art. 43. De aanbieder waarborgt dat de volgende nooddiensten rechtstreeks en gratis toegankelijk zijn vanuit openbare betaaltelefoons :
  1° medische spoeddienst;
  2° brandweer;
  3° politiediensten;
  4° antigifcentrum;
  5° zelfmoordpreventie;
  6° teleonthaal;
  7° kindertelefoondiensten;
  8° Europees Centrum voor vermiste en seksueel misbruikte kinderen.

  Afdeling 4. - Universele inlichtingendienst.

  Art. 44. De nettokosten van de universele inlichtingendienst bestaan uit het verschil tussen alle kosten die in het tweede lid worden gedefinieerd en alle inkomsten die in het derde lid worden gedefinieerd, waarbij de indirecte winst wordt opgeteld die uit de betrokken verrichting voortvloeit.
  De kosten waarmee rekening moet worden gehouden in de in het eerste lid bedoelde berekening zijn de kosten die de aanbieder op lange termijn zou kunnen vermijden indien hij niet verplicht was de in artikel 79 van de wet vermelde dienst te verstrekken.
  De inkomsten waarmee rekening moet worden gehouden voor de in het eerste lid bedoelde berekening zijn de inkomsten die de aanbieder op lange termijn niet zou krijgen indien hij niet verplicht was de in artikel 79 van de wet vermelde dienst te verstrekken. Die inkomsten omvatten met name de inkomsten uit oproepen naar die dienst.
  De kosten worden berekend volgens de methode van de huidige (" CCA ").
  Bij de evaluatie van de in het eerste lid bedoelde nettokosten wordt ook rekening gehouden met de vergoeding van het kapitaal dat ingezet is voor de universele inlichtingendienst en dat berekend wordt volgens de methode die door het Instituut wordt vastgesteld.

  Afdeling 5. - Universele telefoongids.

  Art. 45. De nettokosten van de beschikbaarstelling van de universele telefoongids bestaan uit het verschil tussen alle kosten die in het tweede lid worden gedefinieerd en alle inkomsten die in het derde lid worden gedefinieerd, waarbij de indirecte winst wordt opgeteld die uit de betrokken verrichting voortvloeit.
  De kosten waarmee rekening moet worden gehouden in de in het eerste lid bedoelde berekening zijn de kosten die de aanbieder op lange termijn zou kunnen vermijden indien hij niet verplicht was de in artikel 86 van de wet vermelde dienst te verstrekken.
  De inkomsten waarmee rekening moet worden gehouden voor de in het eerste lid bedoelde berekening zijn de inkomsten die de aanbieder op lange termijn niet zou krijgen indien hij niet verplicht was de in artikel 86 van de wet vermelde dienst te verstrekken. Die inkomsten omvatten met name de reclame-inkomsten.
  De kosten en inkomsten worden berekend volgens de methode van de huidige (" CCA ").
  Bij de evaluatie van de in het eerste lid bedoelde nettokosten wordt ook rekening gehouden met de vergoeding van het kapitaal dat ingezet is voor de beschikbaarstelling van de universele telefoongids en dat berekend wordt volgens de methode die door het Instituut wordt vastgesteld.

  Afdeling 6. - Het sociale element van de universele dienst. <Ingevoegd bij W 2007-04-25/38, art. 200; Inwerkingtreding : 18-05-2007>

  Art. 45bis.<Opgeheven bij W 2012-07-10/04, art. 120, 005; Inwerkingtreding : 30-06-2005>
  
   (NOTA : bij arrest nr 7/2011 van 27-01-2011 (B.St. 11-03-2011, p. 15987-15991), heeft het Grondwettelijk Hof artikel 200 van W 2007-04-25/38 tot invoeging van dit artikel 45bis vernietigd)

  Art. 45/1.[1 De nettokosten van het sociale element van de universele dienst voor een geografisch gebied bestaan uit het verschil tussen alle kosten die in het tweede lid worden gedefinieerd en alle inkomsten die in het derde lid worden gedefinieerd, waarbij de marktvoordelen worden opgeteld die uit de betrokken verrichting voortvloeien, met inbegrip van de immateriële voordelen.
   De kosten waarmee rekening moet worden gehouden in de in het eerste lid bedoelde berekening zijn de kosten die de aanbieder op lange termijn zou kunnen vermijden indien hij niet verplicht was de in artikel 74 van de wet vermelde dienst te verstrekken.
   De inkomsten waarmee rekening moet worden gehouden voor de in het eerste lid bedoelde berekening zijn de inkomsten die de aanbieder op lange termijn niet zou krijgen indien hij niet verplicht was de in artikel 74 van de wet vermelde dienst te verstrekken. Die inkomsten omvatten met name :
   - de inkomsten uit de installatiekosten;
   - de inkomsten uit de abonnementen;
   - de inkomsten uit de binnenkomende oproepen;
   - de inkomsten uit de uitgaande oproepen.
   De kosten worden berekend volgens de methode van de reële-kostenboekhouding (" CCA ").
   Bij de evaluatie van de in het eerste lid bedoelde nettokosten wordt ook rekening gehouden met de vergoeding van het kapitaal dat ingezet is voor de levering van het sociale element van de universele dienst, en dat berekend wordt volgens de methode die door [2 het Instituut]2 wordt vastgesteld.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2012-07-10/04, art. 121, 005; Inwerkingtreding : 30-06-2005>
  (2)<W 2014-03-27/35, art. 40, 006; Inwerkingtreding : 08-05-2014>

  HOOFDSTUK V. - Inlichtingen en openbaarheid.

  Art. 46.§ 1. De aanbieder van het vaste geografische element van de universele dienst publiceert een keer per jaar op een datum en volgens voorwaarden die allebei door het Instituut worden bepaald, de volgende informatie :
  1. Naam en adres van de hoofdzetel;
  2. De beschrijving van de interfaces van de gebruikte aansluitpunten, met inbegrip van, indien van toepassing, de verwijzing naar de nationale en/of internationale normen of aanbevelingen voor analoge en/of digitale netwerken :
  - interface voor enkelvoudige aansluiting;
  - interface voor meervoudige aansluiting;
  - interface voor direct inkiezen (DDI);
  - overige gebruikte interfaces.
  3. De wijzigingen aan de specifieke karakteristieken van het netwerk die invloed hebben op de goede werking van de eindapparatuur;
  4. De beschrijving van de verstrekte openbare telefoondienst op een vaste locatie, met inbegrip van de hulpdiensten, de inlichtingendienst en de overige diensten met gratis toegang, namelijk :
  - de leveringsvoorwaarden inzake aansluitingen, met inbegrip van de procedure inzake bestelling en de voorwaarden voor de aansluiting van eindtoestellen (eisen met betrekking tot eindapparatuur, eventueel met inbegrip van voorwaarden met betrekking tot de bekabeling van lokalen van de abonnee en de plaatsing van het aansluitpunt);
  - normale en specifieke leveringsvoorwaarden van de dienst voor het opheffen van storingen en soorten geboden onderhoudsdiensten;
  - leveringsvoorwaarden inzake hulpdiensten;
  - nadere regels inzake facturering, met inbegrip van tussentijdse facturering en gedetailleerde facturering;
  - procedure in geval van niet-betaling van de factuur.
  5. De tarieven, namelijk :
  - tarieven, met inbegrip van de gedifferentieerde tarieven;
  - gratis toegang;
  - speciale tarieven;
  - de tarieven voor de technische prestatievoorwaarden.
  6. Wachttijd voor initiële aansluiting, namelijk :
  - het percentage dat het aandeel uitdrukt van de geldige contracten tot aansluiting afgesloten in de loop van de observatieperiode en waarbij de klant geen wens heeft geuit om op een bepaald tijdstip dat hem past te worden aangesloten, waaraan binnen vijf dagen werd voldaan;
  - het percentage dat het aandeel uitdrukt van de geldige contracten tot aansluiting afgesloten in de loop van de observatieperiode en waarbij de klant geen wens heeft geuit om op een bepaald tijdstip te worden aangesloten, waaraan binnen acht dagen werd voldaan;
  - het percentage dat het aandeel uitdrukt van de geldige contracten tot aansluiting afgesloten in de loop van de observatieperiode waaraan werd voldaan op de dag die door de operator en de aanvrager werd overeengekomen;
  - de waarden van het 95e percentiel voor de wachttijd bij een aansluiting op het [1 vaste openbare basis-elektronische-communicatienetwerk]1 in die gevallen waar de klant geen wens heeft geuit om op een bepaald tijdstip dat hem past te worden aangesloten.
  7. Storingspercentage per toegangslijn, namelijk :
  - het percentage dat het gemiddeld aantal storingen per toegangslijn per observatieperiode weergeeft.
  8. Storingshersteltijd, namelijk :
  - het percentage van storingen die binnen 35 volle uren volgend op het uur van de melding werden opgeheven;
  - het percentage van storingen die binnen 40 volle uren volgend op het uur van de melding werden opgeheven;
  - het percentage van storingen die binnen 60 volle uren volgend op het uur van de melding werden opgeheven.
  9. Het percentage mislukte oproepen op nationaal niveau voor de observatieperiode;
  10. Het percentage mislukte oproepen op internationaal niveau voor de observatieperiode die kunnen worden toegerekend aan de directe internationale verbindingen van de aanbieder;
  11. Het percentage mislukte oproepen op internationaal niveau voor de observatieperiode die niet kunnen worden toegerekend aan de directe internationale verbindingen van de aanbieder;
  12. Het totale percentage mislukte oproepen op internationaal niveau voor de observatieperiode;
  13. De waarden van het 95ste percentiel voor de duur om een verbinding tot stand te brengen voor nationaal verkeer, en de gemiddelde duur om nationale verbindingen tot stand te brengen, alsook de gebruikte meetmethode en accuraatheid;
  14. De waarden van het 95ste percentiel voor de duur om een verbinding tot stand te brengen voor internationaal verkeer, en de gemiddelde duur om internationale verbindingen tot stand te brengen, alsook de gebruikte meetmethode en accuraatheid;
  15. De maximale antwoordtijd voor diensten met tussenkomst van een telefonist, namelijk de gemiddelde antwoordtijd voor diensten met tussenkomst van een telefonist met de vermelding van de accuraatheid;
  16. De betwistingen van en complexe vragen over facturering, namelijk het percentage dat het aandeel van betwistingen van en complexe vragen over de facturering op het totale aantal verzonden facturen uitdrukt;
  17. De nadere regels met betrekking tot de schadevergoedingen, het eventuele beleid inzake schadeloosstelling en/of terugbetaling.
  De te publiceren inlichtingen vermelden, naast de bovenstaande punten, eveneens expliciet welke de vereisten zijn die worden opgelegd in de artikel en 5 tot 13 van deze bijlage, welke de gebruikte meetmethode was en welke de accuraatheid van de statistieken is.
  § 2. De aanbieder van de beschikbaarstelling van openbare telefoons publiceert een keer per jaar op een datum en volgens de voorwaarden die allebei door het Instituut worden bepaald, de volgende informatie :
  1. Naam en adres van de hoofdzetel;
  2. Met betrekking tot de beschikbaarstelling van openbare telefoons :
  - de beschrijving van de dienst;
  - de tarieven, met inbegrip van de gedifferentieerde tarieven en gratis toegang;
  - de technische gebruiksvoorwaarden;
  - de mogelijke betalingswijzen;
  - leveringsvoorwaarden van de dienst voor de opheffing van storingen.
  3. De tijd voor de herstelling van een storing in openbare telefoons, namelijk het percentage dat het aandeel van de storingen uitdrukt die binnen 48 uur na vaststelling door de universele dienstverlener werden opgeheven;
  4. Het aandeel van de functionerende openbare telefoons, namelijk het percentage dat het gemiddelde aandeel van de functionerende openbare telefoons uitdrukt.
  De te publiceren inlichtingen vermelden, naast de bovenstaande punten, eveneens expliciet welke de vereisten zijn die in de (artikelen 23 tot 27) van deze bijlage zijn opgelegd, welke de gebruikte methode was en welke de accuraatheid van de statistieken is. <W 2007-04-25/38, art. 201, 002; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
  § 3. De aanbieder van de universele inlichtingendienst publiceert een keer per jaar op een datum en volgens de voorwaarden die allebei door het Instituut worden bepaald, de volgende informatie :
  1. Naam en adres van de hoofdzetel;
  2. Met betrekking tot de universele inlichtingendienst :
  - de beschrijving van de dienst;
  - de leveringsvoorwaarden van de inlichtingendienst.
  3. De tarieven;
  4. De volgende statistieken :
  - de gemiddelde antwoordtijd voor de inlichtingendienst;
  - de som van de duur om een verbinding tot stand te brengen, van de duur van de beltoon en het welkomstbericht;
  - de tijd tussen het einde van het welkomstbericht en het ogenblik waarop de operator of een gelijkwaardig automatisch spraaksysteem de oproeper antwoordt.
  De te publiceren inlichtingen vermelden, naast de bovenstaande punten, eveneens expliciet welke de vereisten zijn die in de artikel en 28 en 29 van deze bijlage zijn opgelegd, welke de gebruikte methode was en welke de accuraatheid van de statistieken is.
  § 4. De aanbieder van de beschikbaarstelling van de universele telefoongids publiceert een keer per jaar op een datum en volgens de voorwaarden die allebei door het Instituut worden bepaald, de volgende informatie :
  1. Naam en adres van de hoofdzetel;
  2. Met betrekking tot de beschikbaarstelling van de universele telefoongids :
  - de beschrijving van de dienst;
  - leveringsvoorwaarden van de universele telefoongids.
  3. Het aantal universele telefoongidsen die gedurende een periode van een jaar verspreid zijn.
  ----------
  (1)<W 2012-07-10/04, art. 121, 005; Inwerkingtreding : 04-08-2012>

  Art. 47. De aanbieder van het vaste geografische element van de universele dienst stelt de uitgevers van een universele telefoongids gratis de bijgewerkte gegevens, als bedoeld in artikel 46, § 1, 1, 4 en 5, van deze bijlage ter beschikking.
  De operatoren stellen de uitgevers van een universele telefoongids gratis de bijgewerkte gegevens, als bedoeld in artikel 31, § 2, van deze bijlage ter beschikking.
  De aanbieder van de beschikbaarstelling van de openbare telefoons, stelt de uitgevers van een universele telefoongids gratis de bijgewerkte gegevens, als bedoeld in artikel 46, § 2, 1 en 2, van deze bijlage ter beschikking.
  De aanbieder van de universele inlichtingendienst stelt de uitgever van een universele telefoongids gratis de bijgewerkte gegevens, als bedoeld in artikel 46, § 3, 1, 2 en 3, van deze bijlage ter beschikking.
  De aanbieder van de beschikbaarstelling van de universele telefoongids stelt de uitgevers van een universele telefoongids, met inbegrip van zichzelf, gratis de bijgewerkte gegevens, als bedoeld in artikel 46, § 4, 1 en 2, van deze bijlage ter beschikking.

  Art. 48. § 1. Overeenkomstig artikel 106, § 3, biedt de operator aan scholen, openbare bibliotheken en ziekenhuizen de volgende tarieven :
  1° de beschikbaarheid van een lijn met een capaciteit die gelijk is aan de capaciteit van de lijnen die het merendeel van de Belgische bevolking gebruikt om toegang te krijgen tot gegevensnetwerken, met name internet, is gratis;
  2° het abonnementsgeld wordt ten opzichte van het normale tarief met 50 % verminderd.
  Het speciale tarief is enkel geldig voor een gebruik dat is beperkt tot de aansluiting op en het gebruik van het internet. Elke andere soort van verbinding is uitgesloten van het genot van dat tarief.
  Het voordeel van het in deze paragraaf vermelde tarief wordt aan scholen, openbare bibliotheken en ziekenhuizen op hun verzoek toegekend.
  Het verzoek om het voordeel van het in deze paragraaf vermelde tarief te genieten moet bij een operator worden ingediend. Het Instituut bepaalt de stukken die moeten bewijzen dat is voldaan aan de voorwaarden voor het verlenen van het in deze paragraaf vermelde tarief. Onder die stukken moet zich met name een bewijs van de aansluiting bevinden bij een leverancier van internetdiensten.
  De begunstigde van het in deze paragraaf vermelde tarief :
  1° geeft de operator dadelijk kennis van het feit dat hij niet verder voldoet aan een van de gestelde voorwaarden om dat tarief te genieten;
  2° past onmiddellijk de bedragen bij die hij door het ten onrechte genieten van het in deze paragraaf vermelde tarief heeft ontdoken ten gevolge van onder andere een onvolledige of valse verklaring omtrent die voorwaarden.
  Het genot van het in deze paragraaf vermelde tarief wordt ingetrokken vanaf de eerste vervaldag van het abonnement die volgt op de datum waarop niet meer aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan.
  § 2. Er wordt bij het Instituut een gegevensbank opgericht met betrekking tot de categorieën van begunstigden van het in vorige paragraaf vermelde tarief.
  De operator die door een begunstigde wordt verzocht het in de vorige paragraaf vermelde tarief te verlenen, stelt de gegevensbank op de hoogte van dit verzoek.
  Deze laatste gaat na of de betrokken begunstigde het betreffende recht niet reeds consumeert bij een andere operator.

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 02-04-2014 GEPUBL. OP 30-05-2014
    (GEWIJZIGD ART. : 7)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 02-04-2014 GEPUBL. OP 30-05-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 34; 35; 36)
  • originele versie
  • WET VAN 27-03-2014 GEPUBL. OP 28-04-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 38; 45/1)
  • originele versie
  • WET VAN 10-07-2012 GEPUBL. OP 25-07-2012
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 28; 30; 34; 35; 36; 46; 1; 8; 15; 16; 22; 23-27; 30; 31; 32; 33/1; 35; 38; 45bis; 45/1; 46)
  • originele versie
  • WET VAN 31-05-2011 GEPUBL. OP 21-06-2011
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 9-12)
  • originele versie
  • WET VAN 18-05-2009 GEPUBL. OP 04-06-2009
    (GEWIJZIGD ART. : 24)
  • originele versie
  • WET VAN 25-04-2007 GEPUBL. OP 08-05-2007
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 22; 31; 45BIS; 46)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
    Inhoudstafel 4 uitvoeringbesluiten 7 gearchiveerde versies
    Franstalige versie