J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 5 uitvoeringbesluiten 4 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/decreet/2004/05/07/2004036335/justel

Titel
7 MEI 2004. - Decreet betreffende het statuut, de werking, de taken en de bevoegdheden van de erkende regionale samenwerkingsverbanden, de sociaal-economische raden van de regio en de regionale sociaal-economische overlegcomités.
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 25-08-2004 en tekstbijwerking tot 27-11-2017) Zie wijziging(en)

Bron : VLAAMSE GEMEENSCHAP
Publicatie : 25-08-2004 nummer :   2004036335 bladzijde : 63043   BEELD
Dossiernummer : 2004-05-07/02
Inwerkingtreding : 01-01-2006 (ART. 33,§2 - ART. 33,§4)    ***    onbepaald A36    ***    22-10-2004 (ART. (39))

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
Art. 1-2
HOOFDSTUK II. - Erkende Regionale samenwerkingsverbanden.
Afdeling 1. - Algemeen.
Art. 3
Afdeling 2. - Erkenningsvoorwaarden.
Art. 4-9
Afdeling 3. - Procedure van erkenning.
Art. 10
Afdeling 4. - Verval of herroeping van de erkenning.
Art. 11
HOOFDSTUK III. - De Sociaal-Economische Raden van de Regio's.
Afdeling 1. - Inrichting, taken en bevoegdheden.
Art. 12-15
Afdeling 2. - Samenstelling.
Art. 16
Afdeling 3. - Huishoudelijk reglement.
Art. 17
HOOFDSTUK IV. - De Regionale Sociaal-economische Overlegcomités.
Afdeling 1. - Inrichting, taken en bevoegdheden.
Art. 18-24
Afdeling 2. - Samenstelling.
Art. 25
Afdeling 3. - Huishoudelijk reglement.
Art. 26
HOOFDSTUK V. - Gemeenschappelijke bepalingen inzake de werking van de Erkende Regionale Samenwerkingsverbanden, de Sociaal-Economische Raden van de Regio en de Regionale Sociaal-economische Overlegcomités.
Art. 27-30
HOOFDSTUK VI. - Subsidiëring van de Erkende Regionale Samenwerkingsverbanden.
Art. 31
HOOFDSTUK VII. - Register van de Erkende Regionale Samenwerkingsverbanden.
Art. 32
HOOFDSTUK VIII. - Maatregelen in verband met het personeel.
Art. 33
HOOFDSTUK IX. - Brussel.
Art. 34
HOOFDSTUK X. - Afstemming met betrekking tot het sociaal-economische streekbeleid.
Art. 35
HOOFDSTUK XI. - Opheffings-, wijzigings- en slotbepalingen.
Art. 36-39

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.

  Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.

  Art. 2.In dit decreet wordt verstaan onder :
  1° regio : het grondgebied van het geheel van aansluitende gemeenten die tot één Erkend Regionaal Samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 3 van onderhavig decreet behoren;
  2° de erkenning : de erkenning van een regionaal samenwerkingsverband als bedoeld in de eerste paragraaf van artikel 3 van onderhavig decreet;
  3° de vereniging : de vereniging zonder winstgevend oogmerk bedoeld in de eerste paragraaf van artikel 4;
  4° VDAB : de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding;
  5° SERV : de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;
  6° sociale partners : de werkgevers-, middenstands-, landbouw- en werknemersorganisaties vertegenwoordigd in de SERV;
  7° Minister : de Vlaamse minister bevoegd voor het beleidsdomein Economie, Werkgelegenheid en Toerisme;
  8° wet van 27 juni 1921 : wet van 27 juni 1921 waarbij aan de verenigingen zonder winstgevend doel en aan de instellingen van openbaar nut rechtspersoonlijkheid wordt verleend;
  9° beleidsdomein : een beleidsdomein bedoeld in artikel 3 van het kaderdecreet bestuurlijk beleid van 18 juli 2003;
  10° het besluit van 21 december 1988 : het besluit van de Vlaamse regering van 21 december 1988 houdende de organisatie van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en de Beroepsopleiding;
  11° het besluit van 20 juli 1994 : het besluit van de Vlaamse regering van 20 juli 1994 houdende de erkenning en betoelaging van streekplatformen in het kader van het regionaal economisch beleid en het afsluiten van streekcharters;
  12° het besluit van 30 juni 2000 : het besluit van de Vlaamse regering van 30 juni 2000 houdende de regeling van de rechtspositie van het personeel van sommige Vlaamse openbare instellingen;
  13° het decreet van 15 juli 1997 : het decreet houdende invoering van een meer evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in adviesorganen van 15 juli 1997;
  14° de sociaal-economische streekontwikkeling : de streekontwikkeling op economisch vlak en op het vlak van werkgelegenheid, althans wat betreft de materies daarvan die met toepassing van het bepaalde in artikel 39 en/of in de artikelen 127, 128 en 129 van de Grondwet ressorteren onder de bevoegdheid van het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap, evenals, de afstemming van deze materies met de aanpalende beleidsdomeinen zoals daar zijn [1 omgeving, mobiliteit,]1 welzijn en onderwijs, ressorterend onder de bevoegdheid van het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap;
  15° streekpact : het document dat de sociaal-economische analyse van de Regio omvat, de integrale visie met betrekking tot de sociaal-economische streekontwikkeling weergeeft en het geheel van engagementen, strategieën en opvolgindicatoren van de actoren actief in de Regio in kaart brengt. Het document gaat uit van een evenwichtige benadering tussen de domeinen economie en werkgelegenheid en heeft oog voor de in 14° vermelde aanpalende beleidsdomeinen. Het document heeft bovendien inzonderheid aandacht voor de positie van de kansengroepen op de arbeidsmarkt.
  ----------
  (1)<DVR 2017-10-27/06, art. 24, 005; Inwerkingtreding : 07-12-2017>

  HOOFDSTUK II. - Erkende Regionale samenwerkingsverbanden.

  Afdeling 1. - Algemeen.

  Art. 3. § 1. Conform de voorwaarden en modaliteiten bepaald in onderhavig decreet, kan de Vlaamse regering overgaan tot de erkenning van de regionale samenwerkingsverbanden opgericht door en samengesteld uit vertegenwoordigers van de sociale partners, minstens twee gemeenten en één provincie en die voldoen aan de erkenningsvoorwaarden bedoeld in de artikelen 4 tot en met 8 en aan de uitvoeringsbesluiten daarvan.
  § 2. De Vlaamse regering waakt erover dat er binnen het Vlaamse Gewest ten hoogste 15 regionale samenwerkingsverbanden de erkenning bekomen.
  § 3. Vanaf datum van de erkenning is een Erkend Regionaal Samenwerkingsverband, afgekort ERSV, ertoe gerechtigd zich in het rechtsverkeer te profileren onder zijn maatschappelijke naam, voorafgegaan of gevolgd door de woorden "door de Vlaamse regering Erkend Regionaal Samenwerkingsverband" en/of door de afkorting "ERSV".
  § 4. In afwijking van het bepaalde in de derde paragraaf, kan een Erkend Regionaal Samenwerkingsverband er voor opteren om zich onder een andere benaming dan deze bedoeld in de derde paragraaf, in het rechtsverkeer te profileren.
  De in het eerste lid bedoelde andere benaming mag evenwel niet van aard zijn verwarring te zaaien omtrent de hoedanigheid van het Erkend Regionaal Samenwerkingsverband.
  In geval een Erkend Regionaal Samenwerkingsverband van de in deze paragraaf bedoelde mogelijkheid gebruik wil maken, dient deze andere benaming te zijn goedgekeurd door de Vlaamse regering. Deze goedkeuring kan worden aangevraagd en verleend in het kader van de in artikel 10 bedoelde procedure.
  § 5. Alle officiële akten, officiële aankondigingen of andere officiële stukken, uitgaande van een Erkend Regionaal Samenwerkingsverband moeten de in de derde of de vierde paragraaf bedoelde aanduiding vermelden.

  Afdeling 2. - Erkenningsvoorwaarden.

  Art. 4. § 1. Met het oog op het bekomen en het behoud van de erkenning, moet het regionaal samenwerkingsverband zijn opgericht en functioneren onder de rechtsvorm van een vereniging zonder winstoogmerk als bedoeld in de wet van 27 juni 1921 en zulks in overeenstemming met het bepaalde in de wet van 27 juni 1921.
  § 2. Met het oog op het bekomen en het behoud van de erkenning, moeten de statutaire en de werkelijke zetel van het regionaal samenwerkingsverband zijn gevestigd binnen het grondgebied van de Regio.

  Art. 5. § 1. Met het oog op het bekomen en het behoud van de erkenning, moeten de leden van het regionaal samenwerkingsverband bestaan uit :
  1° vertegenwoordigers van de sociale partners;
  2° twee of meerdere gemeenten die voldoen aan de voorwaarden bepaald in de tweede paragraaf;
  3° één provincie die voldoet aan de voorwaarden bepaald in de derde paragraaf.
  Er kunnen geen andere leden zijn dan deze opgesomd in het eerste lid.
  § 2. De twee of meerdere gemeenten bedoeld in § 1, 2°, moeten voldoen aan de volgende voorwaarden :
  1° hun grondgebied bevindt zich binnen de grenzen van eenzelfde provincie die deel uitmaakt van het grondgebied van het Vlaamse Gewest;
  2° een gemeente kan slechts deel uitmaken van ten hoogste één Erkend Regionaal Samenwerkingsverband.
  § 3. De provincie bedoeld § 1, in 3°, moet de provincie zijn binnen dewelke het grondgebied van de minstens twee gemeenten bedoeld in § 1, 2°, gelegen is.

  Art. 6. § 1. Met het oog op het bekomen en het behoud van de erkenning, moet de vereniging zich, in algemene termen, tot maatschappelijk doel stellen, het bijdragen tot de sociaal-economische streekontwikkeling binnen een geografisch afgebakend gebied dat deel uitmaakt van Vlaanderen en zulks, inzonderheid, door het inrichten en het ondersteunen van één of meerdere Sociaal-Economische Raden van de Regio, afgekort SERR, als bedoeld in artikel 12, en één of meerdere Regionale Sociaal-economische Overlegcomités, afgekort RESOC, als bedoeld in artikel 18, waarvan het Erkend Regionaal Samenwerkingsverband, in overeenstemming met het bepaalde in dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten, de overkoepelende juridische vormgeving moet uitmaken.
  § 2. Met het oog op het bekomen en het behoud van de erkenning, moet de vereniging zich, in het bijzonder, volgende taken en opdrachten tot maatschappelijk doel stellen :
  1° het verzorgen van de administratieve, personele en logistieke ondersteuning van de één of meerdere Sociaal-Economische Raden van de Regio en van de één of meerdere Regionale Sociaal-economische Overlegcomités die binnen haar schoot zijn ingericht;
  2° het op verzoek van de één of meerdere Sociaal-Economische Raden van de Regio en van de één of meerdere Regionale Sociaal-economische Overlegcomités die binnen haar schoot zijn ingericht, verrichten van studiewerk;
  3° het op verzoek van de één of meerdere Sociaal-Economische Raden van de Regio en van de één of meerdere Regionale Sociaal-economische Overlegcomités die binnen haar schoot zijn ingericht, inzamelen, verwerken en bestuderen van sociaal-economische gegevens binnen en betreffende de Regio waarbinnen het regionaal samenwerkingsverband opereert;
  4° het op grond van een of meerdere samenwerkingsovereenkomsten of -protocols instaan voor de uitwisseling van gegevens en de samenwerking op andere vlakken met andere Erkende Regionale Samenwerkingsverbanden en met één of meerdere bestuursniveaus;
  5° het op verzoek van de één of meerdere Sociaal-Economische Raden van de Regio en van de één of meerdere Regionale Sociaal-economische Overlegcomités die binnen haar schoot zijn ingericht, organiseren van het overleg tussen de overheden en instellingen die, binnen de Regio waarbinnen het regionaal samenwerkingsverband opereert, bevoegd zijn inzake de sociaal-economische streekontwikkeling;
  6° het nemen van alle initiatieven en het stellen van de daartoe vereiste rechtshandelingen met het oog op de juridische vormgeving van de projecten van de één of meerdere Sociaal-Economische Raden van de Regio en de één of meerdere regionale Sociaal-economische Overlegcomités die in de schoot van het regionaal samenwerkingsverband opereren;
  7° conform de regels en gebruiken van verenigingsrecht, het vervullen van auxiliaire taken en het stellen van auxiliaire rechtshandelingen die nodig zijn voor, dan wel bijdragen tot de verwezenlijking van de taken en opdrachten vermeld in 1° tot en met 6°;
  8° het, op verzoek van de één of meerdere Sociaal-Economische Raden van de Regio en van de één of meerdere Regionale Sociaal-economische Overlegcomités die binnen haar schoot zijn ingericht, nemen van alle initiatieven en het stellen van de daartoe vereiste handelingen met het oog op de ondersteuning van de missie, de visievorming en de uitvoering van de taken van de één of meerdere Sociaal-Economische Raden van de Regio en de één of meerdere regionale Sociaal-economische Overlegcomités die in de schoot van het regionaal samenwerkingsverband opereren.
  § 3. Bij besluit van de Vlaamse regering kan de lijst met taken en opdrachten bedoeld in de tweede paragraaf worden geconcretiseerd en/of gepreciseerd.
  § 4. De Vlaamse regering die een besluit als bedoeld in de derde paragraaf neemt, kan in dit besluit de termijn bepalen binnen dewelke de Erkende Regionale Samenwerkingsverbanden, desgevallend, met het oog op het behoud van de erkenning, moeten zijn overgegaan tot de aanpassing van hun respectievelijke statutaire maatschappelijke doelomschrijvingen.
  In een in het eerste lid bedoelde besluit kan de Vlaamse regering tevens verdere maatregelen treffen met betrekking tot de wijze waarop de Erkende Regionale Samenwerkingsverbanden gevolg moeten geven aan een dergelijk besluit en met betrekking tot een eventuele mededeling aan de Vlaamse regering.

  Art. 7. § 1. Rekening houdend met de sociaal-economische structuur van de Regio, motiveert het regionaal samenwerkingsverband zijn aanvraag tot erkenning, onder vermelding en toelichting van de bijdrage aan de streekontwikkeling van de Regio, op economisch vlak en op het vlak van de werkgelegenheid, die het regionaal samenwerkingsverband denkt te zullen leveren.
  § 2. Met het oog op het bekomen en het behoud van de erkenning, moet het regionaal samenwerkingsverband aantonen dat het zal beschikken over de nodige werkingsmiddelen, een passende administratieve en logistieke organisatie en over het nodige personeel voor de vervulling van de in artikel 6 aangegeven maatschappelijke doelstelling en de daarin begrepen taken en opdrachten.
  § 3. Met het oog op het bekomen en het behoud van de erkenning, regelt elk erkend regionaal samenwerkingsverband de betrekkingen met zijn personeel in overeenstemming met het bepaalde in artikel 33 en de uitvoeringsbesluiten daarvan.

  Art. 8. Met het oog op het bekomen en het behoud van de erkenning, moeten in de statuten van het Erkend Regionaal Samenwerkingsverband de volgende bepalingen zijn opgenomen :
  1° er moet zijn bepaald dat alle in de eerste paragraaf van artikel 5 bedoelde leden stemgerechtigd zijn binnen de algemene ledenvergadering van de vereniging;
  2° er moet zijn bepaald dat de raad van bestuur, op tripartiete wijze, wordt samengesteld uit een vertegenwoordiging van de drie fracties die in de vereniging voorkomen, te weten a) de werkgevers-, middenstands- en landbouworganisaties vertegenwoordigd in de SERV, b) de werknemersorganisaties vertegenwoordigd in de SERV en c) de twee of meerdere gemeenten bedoeld in 2° van de eerste paragraaf van artikel 5 en de in 3° van de eerste paragraaf van artikel 5 bedoelde provincie, met dien verstande dat minstens één en ten hoogste drie leden wordt, respectievelijk worden, aangesteld op voordracht van de voormelde representatieve werkgevers-, middenstands- en landbouworganisaties, minstens één lid en ten hoogste drie leden op voordracht van de voormelde representatieve werknemersorganisaties en minstens één lid en ten hoogste zes leden op voordracht van voormelde gemeenten en provincie;
  3° er moet zijn bepaald dat, enerzijds, de raad van bestuur van de vereniging maar kan beraadslagen en beslissen, mits een aanwezigheidsquorum wordt gehaald van minstens de helft van de leden van de raad van bestuur en van minstens één lid van elk van de drie fracties bedoeld in 2°, en, anderzijds, de beslissingen van de raad van bestuur, zoveel als mogelijk, moeten worden genomen op basis van een consensus van de op een vergadering aanwezige of vertegenwoordigde leden; voor het geval er geen dergelijke consensus bereikt kan worden, moet er zijn voorzien dat de beslissingen van de raad van bestuur zullen worden genomen voorzover deze bij meerderheid van de stemmen van de aanwezige of vertegenwoordigde leden in iedere fractie is genomen. Indien evenmin een meerderheid in iedere fractie wordt bereikt, neemt de raad van bestuur de beslissing bij gewone meerderheid tijdens een volgende bijeenkomst van de raad van bestuur;
  4° er moet zijn bepaald dat, enerzijds, de algemene vergadering van leden van de vereniging maar kan beraadslagen en beslissen mits een aanwezigheidsquorum van minstens de helft van de leden van de vereniging en van tenminste één lid van elk van de in 2° bedoelde drie fracties wordt gehaald en, anderzijds, de beslissingen van de algemene ledenvergadering moeten worden genomen op basis van een consensus tussen de aanwezige of vertegenwoordigde leden; voor het geval er geen dergelijke consensus bereikt kan worden, moet er zijn voorzien dat de beslissingen van de algemene ledenvergadering zullen worden genomen voorzover deze bij meerderheid van de stemmen van de aanwezige of vertegenwoordigde leden in iedere fractie is genomen. Indien evenmin een meerderheid in iedere fractie wordt bereikt, neemt de raad van bestuur de beslissing bij gewone meerderheid tijdens een volgende bijeenkomst van de raad van bestuur;
  5° er moet zijn bepaald dat de raad van bestuur onder zijn leden een voorzitter aanduidt. Enkel de stemgerechtigde leden bedoeld in 2° en 3° van de eerste paragraaf van artikel 5 komen in aanmerking voor het voorzitterschap;
  6° er moet in een procedure van latere toetreding van gemeenten die erom verzoeken en die voldoen aan de voorwaarden bepaald in dit decreet worden voorzien;
  7° er moet zijn bepaald dat aan het mandaat van lid van raad van bestuur van de vereniging van rechtswege een einde komt, op het ogenblik dat een einde komt aan het mandaat van het voormelde lid van de raad van bestuur als lid van een Sociaal Economische Raad van de Regio of van een Regionaal Sociaal-Economisch Overlegcomité dat in de schoot van de vereniging is ingericht;
  8° de inhoud van het bepaalde in artikel 16 en in artikel 25 moet zijn opgenomen.

  Art. 9. § 1. Een erkend regionaal samenwerkingsverband kan één of meer nieuwe leden die voldoen aan de voorwaarden bedoeld in de eerste paragraaf van artikel 5 toelaten.
  Onder voorbehoud van het bepaalde in de tweede paragraaf van artikel 11, laat de toelating van één of meer nieuwe leden als bedoeld in het eerste lid, de erkenning van het Erkend Regionaal Samenwerkingsverband onverlet.
  § 2. Met het oog op het behoud van de erkenning, worden de Erkende Regionale Samenwerkingsverbanden onderworpen aan een jaarlijkse rapporteringsplicht waarvan de voorwaarden en modaliteiten nader worden geregeld door de Vlaamse regering.

  Afdeling 3. - Procedure van erkenning.

  Art. 10. § 1. Teneinde de erkenning te bekomen, is de door de oprichters van de vereniging daartoe aangeduide gevolmachtigde persoon ertoe gehouden om binnen de twee maanden na datum van de oprichting van het regionaal samenwerkingsverband, een aanvraag in te dienen bij de Vlaamse regering.
  § 2. Aan de aanvraag bedoeld in de eerste paragraaf wordt een dossier gehecht dat volgende documenten omvat :
  1° kopie van de oprichtingsakte en van de statuten van de vereniging;
  2° kopie van de volmacht van de in de eerste paragraaf bedoelde persoon die namens de vereniging de aanvraag tot erkenning verricht;
  3° een financieel plan waarin de oprichters een prognose inzake de inkomsten en uitgaven voor het eerste werkjaar van de vereniging, te rekenen vanaf de erkenning, schetsen;
  4° een personeelsplan;
  5° een beschrijving van de passende administratieve en logistieke organisatie bedoeld in de tweede paragraaf van artikel 7;
  6° een kopie van het register van de leden van de vereniging;
  7° een opgave van de samenstelling van de raad van bestuur;
  8° de identiteit van de dagelijks bestuurder;
  9° een schriftelijke motivatie tot het bekomen van een erkenning die rekening houdt met de sociaal-economische structuur van de Regio en die minstens een toelichting over de bijdrage aan de sociaal-economische streekontwikkeling van de Regio die het Regionaal Samenwerkingsverband zal leveren, vermeldt;
  10° in welke procedure desgevallend voorzien wordt bij de getrapte vertegenwoordiging van de lokale besturen.
  § 3. De Vlaamse regering doet uitspraak over de in de eerste paragraaf bedoelde aanvraag binnen de vier maanden na de datum waarop deze aanvraag en het dossier bedoeld in de tweede paragraaf werden ingediend.
  Indien de Vlaamse regering binnen de in het eerste lid bepaalde termijn geen uitspraak heeft gedaan, wordt de erkenning verondersteld te zijn verleend.
  § 4. In geval het Regionaal Samenwerkingsverband nog geen rechtspersoonlijkheid bekomen heeft op het moment van de indiening van het erkenningsdossier, wordt de erkenning verleend onder de opschortende voorwaarde dat de vereniging in de schoot waarvan het regionaal samenwerkingsverband is opgericht, de rechtspersoonlijkheid bekomt.
  § 5. De Vlaamse regering kan nadere regels inzake de erkenning en de erkenningsaanvraag en -procedure vaststellen.

  Afdeling 4. - Verval of herroeping van de erkenning.

  Art. 11. § 1. De erkenning van een Erkend Regionaal Samenwerkingsverband vervalt van rechtswege op het ogenblik van de nietigverklaring of de gerechtelijke of vrijwillige ontbinding van het Erkend Regionaal Samenwerkingsverband.
  § 2. De Vlaamse regering kan beslissen tot de herroeping van de erkenning van een Erkend Regionaal Samenwerkingsverband dat, hetzij niet langer voldoet aan de voorwaarden bedoeld in de artikelen 4 tot en met 9, hetzij de daarin of in de uitvoeringsbesluiten daarvan opgelegde verplichtingen niet naleeft.
  De Vlaamse regering die tot de vaststelling komt dat een Erkend Regionaal Samenwerkingsverband niet langer voldoet aan één of meerdere van de in artikelen 4 tot en met 9 bedoelde voorwaarden, dan wel de daarin of in de uitvoeringsbesluiten daarvan opgelegde verplichtingen niet naleeft, kan aan dit samenwerkingsverband een termijn toekennen om aan deze situatie te verhelpen. Bij het verstreken zijn van deze termijn, dient het samenwerkingsverband aan de Vlaamse regering het bewijs te hebben geleverd dat tot de regularisering van de situatie is overgegaan. Bij ontstentenis van een dergelijke bewijslevering beslist de Vlaamse regering tot de herroeping van de erkenning.
  § 3. De Vlaamse regering kan de procedure inzake de herroeping van de erkenning aan nadere regels onderwerpen.

  HOOFDSTUK III. - De Sociaal-Economische Raden van de Regio's.

  Afdeling 1. - Inrichting, taken en bevoegdheden.

  Art. 12. Binnen elk Erkend Regionaal Samenwerkingsverband worden, conform de voorwaarden en modaliteiten bepaald in dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten, één of meerdere Sociaal-Economische Raden van de Regio, afgekort SERR, ingericht.

  Art. 13. § 1. Onverminderd het bepaalde in andere decreten en/of uitvoeringsbesluiten daarvan, hebben de Sociaal-Economische Raden van de Regio tot taak het verlenen van advies omtrent alle aangelegenheden inzake economisch beleid en/of inzake werkgelegenheidsbeleid, die worden voorgelegd door hetzij de Vlaamse regering, hetzij de provincie of een gemeente die lid is van het Erkend Regionaal Samenwerkingsverband van de Regio in de schoot waarvan de betreffende Sociaal-Economische Raad van de Regio is ingericht, hetzij door de federale regering voor die thema's inzake sociaal-economische streekontwikkeling waaromtrent de Vlaamse regering een samenwerkingsovereenkomst met de federale regering gesloten heeft.
  § 2. Bij besluit van de Vlaamse regering kan de opdracht bedoeld in het eerste lid nader worden geconcretiseerd en gepreciseerd.
  § 3. De Sociaal-Economische Raden van de Regio beschikken over een algemene bevoegdheid tot het plegen van sociaal overleg, op eigen initiatief of op verzoek van één van hun leden, over alle aangelegenheden als bedoeld in artikel 39 en in de artikelen 127, 128 en 129 van de Grondwet, die een sociaal-economische dimensie hebben en die relevant zijn binnen de Regio in de schoot waarvan de betreffende Sociaal-Economische Raad van de Regio is ingericht, ressorterend onder de bevoegdheden van het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap.
  Een sociaal overleg als bedoeld in het eerste lid kan resulteren in een formeel standpunt van de betreffende Sociaal-Economische Raad van de Regio.

  Art. 14. § 1. Een advies bedoeld in de eerste paragraaf van artikel 13 wordt binnen de twee maanden vanaf de aanvraag verstrekt.
  In geval van hoogdringendheid, die gemotiveerd wordt, kan de adviesaanvrager de in het eerste lid bedoelde termijn inkorten, zonder dat deze termijn evenwel minder dan 14 werkdagen mag bedragen.
  § 2. De adviesaanvrager kan een laattijdig advies als onbestaande beschouwen.
  § 3. De instantie die om een advies of tot het plegen van sociaal overleg heeft verzocht, kan gemotiveerd afwijken van de in de eerste paragraaf van artikel 13 bedoelde adviezen, evenals van de op grond van het sociaal overleg bedoeld in de derde paragraaf van artikel 13 ingenomen standpunten, en informeert de betreffende Sociaal-Economische Raad van de Regio hierover.

  Art. 15. Onverminderd de in de eerste paragraaf van artikel 13 bedoelde opdracht, kan een Sociaal-Economische Raad van de Regio, op verzoek van de Vlaamse regering, de Minister of de provincie of een gemeente die lid is van het Erkend Regionaal Samenwerkingsverband van de Regio, dan wel op eigen initiatief, beleidsvoorbereidend advies uitbrengen, aanbevelingen doen en/of standpunten innemen.

  Afdeling 2. - Samenstelling.

  Art. 16. § 1. De statuten van het Erkend Regionaal Samenwerkingsverband voorzien in regels inzake de samenstelling van en de besluitvorming op het niveau van de Sociaal-Economische Raden van de Regio die beantwoorden aan het bepaalde in de paragrafen 2 tot en met 8.
  § 2. De in de § 1 bedoelde regels voorzien ten minste dat de Sociaal-Economische Raden van de Regio worden samengesteld uit volgende stemgerechtigde leden die worden aangesteld en/of ontslagen conform het bepaalde in de derde paragraaf :
  1° acht leden en een gelijk aantal plaatsvervangers die door de SERV, worden aangesteld namens de werkgevers-, middenstands- en landbouworganisaties vertegenwoordigd in de SERV;
  2° acht leden en een gelijk aantal plaatsvervangers die door de SERV, worden aangesteld namens de werknemersorganisaties vertegenwoordigd in de SERV. Elke werknemersorganisatie die in de SERV is vertegenwoordigd, heeft recht om minstens één lid aan te stellen.
  Onverminderd het bepaalde in 2° van het eerste lid, geschiedt de aanstelling van de in 2° van het eerste lid bedoelde leden, rekening houdend met het totaal aantal stemmen behaald tijdens de meest recente verkiezingen van de comités voor preventie en bescherming op het werk. Hierbij wordt geen rekening gehouden met het stemmenaantal behaald bij het onderwijs. De berekening van het aantal mandaten per werknemersorganisatie gebeurt volgens de techniek van de evenredige vertegenwoordiging.
  § 3. Inzake de aanstelling van de leden van de Sociaal-Economische Raad van de Regio en van hun plaatsvervangers is het decreet van 15 juli 1997 met betrekking tot de evenwaardige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in adviesraden van toepassing.
  § 4. De SERV deelt de identiteit van de door haar aangestelde leden en plaatsvervangers van de Sociaal-Economische Raad van de Regio mee aan de raad van bestuur van het Erkend Regionaal Samenwerkingsverband in de schoot waarvan de voormelde Sociaal-Economische Raad van de Regio opereert, met het verzoek om op formele wijze akte van deze mededeling te willen nemen.
  § 5. De leden van de Sociaal-Economische Raad van de Regio worden aangesteld voor een bepaalde termijn van zes jaar.
  § 6. In geval de uitslag van de in het tweede lid van de tweede paragraaf bedoelde verkiezingen, noopt tot een vervanging van één of meerdere van de in 2° van het eerste lid van de tweede paragraaf bedoelde leden, gaat de SERV, op voorstel van de in 2° van het eerste lid van de tweede paragraaf bedoelde organisaties, binnen het jaar na het plaats hebben gevonden van de bedoelde verkiezingen, over tot een dergelijke vroegtijdige vervanging.
  De met toepassing van het eerste lid nieuw aangestelde leden worden aangesteld voor een duurtijd gelijk aan hetzij het resterend deel van de periode van zes jaar waarvoor de leden die zij gaan vervangen, werden aangesteld, in welk geval zij na het verstreken zijn van deze duurtijd, kunnen worden heraangesteld namens de in 2° van het eerste lid van de tweede paragraaf bedoelde organisaties, hetzij voor een periode die verstrijkt bij de volgende verkiezingen als bedoeld in het tweede lid van de tweede paragraaf.
  Een heraanstelling als bedoeld in het tweede lid geldt hetzij voor een periode van zes jaar, hetzij, indien opnieuw het bepaalde in het eerste lid moet worden toegepast, voor een periode die verstrijkt bij de volgende verkiezingen als bedoeld in het tweede lid van de tweede paragraaf.
  Van enige in het eerst lid bedoelde wijziging wordt melding gemaakt conform het bepaalde in de § 3.
  § 7. De leden van de Sociaal-Economische Raden van de Regio en hun plaatsvervangers kunnen door de SERV vroegtijdig worden ontslagen.
  De leden van de Sociaal-Economische Raden van de Regio en hun plaatsvervangers kunnen ook te allen tijde vrijwillig ontslag nemen.
  Het lid van een Sociaal-Economische Raad van de Regio dat voortijdig ophoudt zijn mandaat uit te oefenen, wordt vervangen door zijn plaatsvervanger totdat in de vervanging van het effectieve lid is voorzien met naleving van hetgeen is bepaald in de tweede paragraaf, dan wel tot het verstreken zijn van de duurtijd van het mandaat van het lid dat werd vervangen.
  Van een wijziging in de samenstelling van een Sociaal-Economische Raad van de Regio die plaats vindt met toepassing van het bepaalde in deze paragraaf, wordt melding gemaakt conform het bepaalde in de derde paragraaf.
  § 8. Het lidmaatschap van de Sociaal-Economische Raden van de Regio is onverenigbaar met elk van de volgende mandaten en/of ambten :
  1° lid van het Europees Parlement;
  2° lid van de Kamer van Volksvertegenwoordigers;
  3° lid van de Senaat;
  4° lid van het Vlaams Parlement of de Brusselse Hoofdstedelijke Raad;
  5° het ambt van federaal minister of minister van een deelstatenregering;
  6° staatssecretaris;
  7° lid van een kabinet van een, desgevallend, onder 1° tot en met 6° bedoelde leden;
  8° het mandaat van lid van de bestendige deputatie van de provincie bedoeld in 3° van de eerste paragraaf van artikel 5;
  9° het mandaat van lid van het college van burgemeester en schepenen van de gemeenten bedoeld in 2° van de eerste paragraaf van artikel 5.

  Afdeling 3. - Huishoudelijk reglement.

  Art. 17. § 1. Elke Sociaal-Economische Raad van de Regio stelt, met eenparigheid van stemmen van al zijn leden en rekening houdend met het bepaalde in dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten, een huishoudelijk reglement omtrent zijn werking op.
  Met de in het eerste lid bepaalde eenparigheid kan de Sociaal-Economische Raad van de Regio wijzigingen aan het in het eerste lid bedoelde huishoudelijk reglement aanbrengen.
  § 2. Het in de eerste paragraaf bedoelde huishoudelijk reglement voorziet ten minste in volgende regels :
  1° regels inzake de aanduiding van een voorzitter en een ondervoorzitter, waarbij wordt bepaald dat in geval de voorzitter van de Sociaal-Economische Raad van de Regio een lid is dat is aangesteld door de werkgevers-, middenstands- en landbouworganisaties vertegenwoordigd in de SERV, de ondervoorzitter een lid moet zijn dat is aangesteld door de werknemersorganisaties vertegenwoordigd in de SERV, en omgekeerd;
  2° de bevoegdheden van de voorzitter en de ondervoorzitter;
  3° de wijze van bijeenroeping van vergaderingen van de raad;
  4° regels inzake de agenda van de vergaderingen;
  5° de voorwaarden waaronder de leden zich kunnen laten vervangen of vertegenwoordigen;
  6° de wijze waarop deskundigen kunnen worden geraadpleegd;
  7° de wijze waarop tijdelijke en permanente werkgroepen kunnen worden opgericht;
  8° de periodiciteit van de vergaderingen;
  9° de wijze van beraadslaging en besluitvorming;
  10° de bekendmaking van de handelingen.
  § 3. Het in de eerste paragraaf bedoelde huishoudelijk reglement, alsmede enige wijziging daaraan, wordt door toedoen van de voorzitter van de Sociaal-Economische Raad van de Regio ter kennis gebracht van de Vlaamse regering.

  HOOFDSTUK IV. - De Regionale Sociaal-economische Overlegcomités.

  Afdeling 1. - Inrichting, taken en bevoegdheden.

  Art. 18. Binnen elk Erkend Regionaal Samenwerkingsverband worden, conform de voorwaarden en modaliteiten bepaald in dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten, één of meerdere Regionale Sociaal-economische Overlegcomités, afgekort RESOC, ingericht.

  Art. 19. § 1. Onverminderd het bepaalde in andere decreten en uitvoeringsbesluiten daarvan, vindt binnen elk Regionaal Sociaal-economisch Overlegcomité het overleg tussen de sociale partners, de gemeentebesturen en het provinciebestuur inzake de sociaal-economische streekontwikkeling plaats.
  (Een nader overleg vindt verplicht plaats over het voornemen van een gemeente, een provincie, of een daarvan afhangende rechtspersoon, om deel te nemen aan een Brownfieldproject, als bedoeld in artikel 3 van het decreet van 21 maart 2007 betreffende de Brownfieldconvenanten. Het overleg streeft naar een in consensus en unanimiteit geformuleerd voorstel over ten minste :
  1° de doelstellingen en de methodologie van het Brownfieldproject;
  2° de wijze van terugkoppeling, door het betrokken bestuur, over de voortgang van het Brownfieldproject.
  Bij het in het tweede lid bedoelde nader overleg worden de erkende milieu- en natuurverenigingen als overlegpartner betrokken.) <DVR 2007-03-30/49, art. 27, 003; Inwerkingtreding : 19-06-2007>
  § 2. Naast het overleg bedoeld in de eerste paragraaf, kan binnen elk Regionaal Sociaal-economisch Overlegcomité, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van één van zijn leden, nader overleg plaatsvinden over alle bovenlokale en lokale beleidsaangelegenheden die een sociaal-economische dimensie hebben.

  Art. 20. Op verzoek van de Vlaamse regering of van de Minister kan een Regionaal Sociaal-economisch Overlegcomité, al dan niet in samenwerking met één of meerdere andere Regionale Sociaal-economisch Overlegcomités, beleidsvoorbereidende adviezen inzake de sociaal-economische streekontwikkeling in de Regio of, naargelang het geval, in meerdere regio's samen, uitbrengen.

  Art. 21. § 1. Binnen elk Regionaal Sociaal-economisch Overlegcomité vindt het overleg tussen de overheden en instellingen die binnen hun werkgebied bevoegd zijn inzake de sociaal-economische streekontwikkeling plaats.
  § 2. Wanneer het overleg dat binnen het Regionaal Sociaal-Economisch Overlegcomité resulteert in een in consensus en unanimiteit geformuleerd voorstel, engageren alle stemgerechtigde leden zich tot de uitvoering van wat unaniem werd afgesproken. Deze consensus bindt de stemgerechtigde leden voor hun respectieve organisatie of bestuur, tenzij afspraken gemaakt werden inzake getrapte vertegenwoordiging, waarbij het betreffende bestuur meerdere besturen kan binden.

  Art. 22.§ 1. Als resultaat van het overleg bedoeld in de artikelen 19 en 21 stelt elk Regionaal Sociaal-economisch Overlegcomité een streekpact inzake sociaal-economische streekontwikkeling van de Regio vast.
  Het in het eerste lid bedoelde streekpact wordt ten minste opgemaakt bij de start van een nieuwe ambtstermijn van provincieraad en gemeenteraad en voorziet minstens in :
  1° een gemeenschappelijke probleemanalyse op het vlak van de sociaal-economische ontwikkeling van de Regio, waarin een bijzondere aandacht uitgaat naar de kansengroepen op de arbeidsmarkt;
  2° de lange termijn strategie inzake de sociaal-economische ontwikkeling van de Regio, waarbij een evenwicht vooropstaat tussen economie en werkgelegenheid en waarbij, in de gevallen dat zulks nuttig of nodig is voor de invulling van de streekontwikkeling op economisch vlak en op het vlak van de werkgelegenheid, aandacht uitgaat naar de aanpalende beleidsdomeinen zoals daar zijn [1 omgeving, mobiliteit,]1 welzijn en onderwijs;
  3° de verbintenissen van de stemgerechtigde leden, de leden bedoeld in artikel 25, § 5, en eventueel andere actoren met betrekking tot de uitvoering van de strategieën;
  4° afspraken inzake de opvolgcriteria;
  5° de procedure die zal gehanteerd worden voor een zo ruim mogelijk draagvlak te creëren bij de lokale besturen.
  Het in het eerste lid bedoelde Regionaal Sociaal-economisch Overlegcomité ziet toe op de tenuitvoerlegging van het voormelde streekpact en staat in voor de opvolging ervan.
  § 2. Teneinde het draagvlak van het in het eerste lid van de eerste paragraaf bedoelde streekpact zo groot mogelijk te maken, moet het streekpact, na te zijn vastgesteld door het Regionaal Sociaal-economisch Overlegcomité, worden bekrachtigd door de gemeenteraad, respectievelijk de provincieraad, van de gemeenten en de provincie bedoeld in artikel 25, § 2, eerste lid, 2°.
  § 3. De Vlaamse regering kan nadere regelen vastleggen inzake de concretisering en precisering van de inhoud, de procedure van vaststelling, de tenuitvoerlegging en opvolging en de bekendmaking, of mededeling, van het in de eerste paragraaf bedoelde streekpact.
  ----------
  (1)<DVR 2017-10-27/06, art. 25, 005; Inwerkingtreding : 07-12-2017>

  Art. 23. Een Regionaal Sociaal-economisch Overlegcomité kan, hetzij op verzoek, hetzij op eigen initiatief, de gemeenten en de provincie van de Regio adviseren inzake materies die een invloed kunnen uitoefenen op de sociaal-economische ontwikkeling van de Regio.

  Art. 24. § 1. Bij besluit van de Vlaamse regering kan de takenstelling van de Regionale Sociaal-economische Overlegcomités nader worden geconcretiseerd en gepreciseerd.
  § 2. Indien de Vlaamse regering heeft beslist tot een concretisering en precisering van de taken als bedoeld in de eerste paragraaf, omvat het streekpact bedoeld in de eerste paragraaf van artikel 22, tevens de materies die het voorwerp van een dergelijke concretisering en precisering uitmaken.

  Afdeling 2. - Samenstelling.

  Art. 25. § 1. De statuten van het Erkend Regionaal Samenwerkingsverband voorzien in regels inzake de samenstelling van en de besluitvorming op het niveau van het Regionaal Sociaal-economisch Overlegcomité die beantwoorden aan het bepaalde in de paragrafen 2 tot en met 5.
  § 2. De in de eerste paragraaf bedoelde regels voorzien ten minste dat het Regionaal Sociaal-economisch Overlegcomité, op tripartiete wijze, wordt samengesteld uit volgende stemgerechtigde leden die worden aangesteld en/of ontslagen conform het bepaalde in de derde paragraaf :
  1° zestien leden die tevens lid als bedoeld in het eerste lid van de tweede paragraaf van artikel 16 zijn van één van de Sociaal-Economische Raden van de Regio die behoort tot dezelfde Regio als het Sociaal-economisch Overlegcomité, met dien verstande dat niet elk van deze zestien leden lid moet zijn van één en dezelfde Sociaal-Economische Raad van de Regio van de betreffende Regio. Acht leden zetelen namens de werkgevers-, middenstands- en landbouworganisaties vertegenwoordigd in de SERV en acht leden zetelen namens de werknemersorganisaties vertegenwoordigd in de SERV. Elke werknemersorganisatie die in de SERV is vertegenwoordigd, heeft recht om minstens één lid aan te stellen;
  2° minstens acht vertegenwoordigers en een gelijk aantal plaatsvervangers, van de gemeenten en de provincie, op het grondgebied van dewelke het Sociaal-economisch overlegcomité opereert.
  De in de eerste paragraaf bedoelde regels bepalen dat de plaatsvervangers van de leden van de daar bedoelde Sociaal-Economische Raden van de Regio, van rechtswege de plaatsvervangers zijn van de in 1° van het eerste lid bedoelde leden van het Regionaal Sociaal-economisch Overlegcomité.
  § 3. Wat de leden bedoeld in § 2, eerste lid, 2°, betreft, bepalen de in de eerste paragraaf bedoelde regels dat hun aanstelling in elk geval telkenmale moet worden herzien binnen de zes maanden die volgen op de gemeenteraads- en provincieraadsverkiezingen.
  § 4. De in de eerste paragraaf bedoelde regels bepalen tevens dat een vervanging van een lid van de Sociaal-Economische Raad van de Regio, van rechtswege, de vervanging als lid van het Regionaal Sociaal-economisch Overlegcomité impliceert.
  § 5. Vertegenwoordigers van niet-commerciële verenigingen, organisaties en instellingen die in de Regio waarbinnen een Regionaal Sociaal-economisch Overlegcomité werkzaam is, een werking ontplooien inzake één of meerdere thema's van werkgelegenheid, economie, onderwijs, opleiding, cultuur, evenredige participatie, welzijn, gezondheid, leefmilieu of een ander maatschappelijk relevant thema, worden als toegevoegde leden tot één of meerdere vergaderingen van het Regionaal Sociaal-economisch Overlegcomité toegelaten.
  De in het eerste lid bedoelde toegevoegde leden nemen deel aan de vergadering of vergaderingen van het in het eerste lid bedoelde Regionaal Sociaal-economisch Overlegcomité volgens de modaliteiten bepaald in het in artikel 26 bedoelde huishoudelijk reglement. Zij hebben in beginsel enkel een raadgevende stem, behoudens in de gevallen waarin in het huishoudelijk reglement is voorzien dat de bedoelde toegevoegde leden met werkelijk stemrecht aan de vergaderingen van het Regionaal Sociaal-economisch Overlegcomité kunnen deelnemen.

  Afdeling 3. - Huishoudelijk reglement.

  Art. 26. § 1. Elk Regionaal Sociaal-economisch Overlegcomité stelt, met eenparigheid van stemmen, een huishoudelijk reglement omtrent zijn werking op.
  Met de in het eerste lid bepaalde eenparigheid kan het Regionaal Sociaal-economisch Overlegcomité wijzigingen aan het in het eerste lid bedoelde huishoudelijk reglement aanbrengen.
  § 2. Het in de eerste paragraaf bedoelde huishoudelijk reglement voorziet ten minste in volgende regels :
  1° de modaliteiten inzake de adviesinwinning van de in artikel 25, § 5, bedoelde toegevoegde leden;
  2° eventueel, het bepalen van de gevallen waarin de in de artikel 25, § 5, bedoelde toegevoegde leden werkelijk stemrecht bekomen met betrekking tot de agendapunten die een rechtstreeks verband houden met het thema waarvoor zij als waarnemer zijn afgevaardigd;
  3° regels inzake de aanduiding, de vervanging en de bevoegdheden van de voorzitter; deze regels bepalen minstens dat het Regionaal Sociaal-economisch overlegcomité onder haar stemgerechtigde leden een voorzitter kiest, waarbij enkel de stemgerechtigde leden bedoeld in artikel 25, § 2, eerste lid, 2°, in aanmerking voor het voorzitterschap kunnen komen;
  4° de wijze van bijeenroeping van het comité;
  5° de manier waarop voorstellen op de agenda geplaatst worden;
  6° de voorwaarden waaronder de leden zich kunnen laten vervangen of vertegenwoordigen;
  7° de wijze waarop deskundigen kunnen worden geraadpleegd;
  8° de wijze waarop tijdelijke en permanente werkgroepen kunnen worden opgericht;
  9° de wijze van beraadslaging en besluitvorming;
  10° de periodiciteit van de vergaderingen;
  11° de bekendmaking van de handelingen;
  12° een bepaling luidens dewelke een overleg dat binnen het Regionaal Sociaal-economisch Overlegcomité resulteert in een bij consensus en unanimiteit geformuleerd voorstel, alle vertegenwoordigde leden verbindt tot de uitvoering van wat unaniem werd afgesproken.
  § 3. Het in de eerste paragraaf bedoelde huishoudelijk reglement, alsmede enige wijziging daaraan, wordt door toedoen van de voorzitter van de Regionaal Sociaal-economisch Overlegcomité ter kennis gebracht van de Minister.

  HOOFDSTUK V. - Gemeenschappelijke bepalingen inzake de werking van de Erkende Regionale Samenwerkingsverbanden, de Sociaal-Economische Raden van de Regio en de Regionale Sociaal-economische Overlegcomités.

  Art. 27. Onverminderd andersluidende decretale bepalingen, kan een gemeente bepalen dat zijn lidmaatschapsrechten, of andere bevoegdheden, binnen een Erkend Regionaal Samenwerkingsverband en binnen een Regionaal Sociaal-economisch Overlegcomité, onder door deze gemeente te bepalen voorwaarden en modaliteiten, worden uitgeoefend door een personeelslid of een lid van de raad van bestuur van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.

  Art. 28. Onverminderd het bepaalde elders in dit decreet vergt een vergadering van een Sociaal-Economische Raad van de Regio of van een Regionaal Sociaal-economisch Overlegcomité het gehaald zijn van een aanwezigheidsquorum van minstens de helft van de leden ervan en van tenminste één lid van elk van de onderscheiden fracties als bedoeld in het eerste lid van de tweede paragraaf van artikel 16, respectievelijk het eerste lid van de tweede paragraaf van het artikel 25.

  Art. 29. § 1. Onverminderd het bepaalde elders in dit decreet heeft een mandaat van lid van een Sociaal-Economische Raad van de Regio of van een Regionaal Sociaal-economisch Overlegcomité een duurtijd van zes jaar.
  Onverminderd het bepaalde elders in dit decreet kunnen de in het eerste lid bedoelde mandaten één of meerdere keren verlengd worden.
  § 2. Sociaal-Economische Raden en Regionale Sociaal-economische Overlegcomités van eenzelfde Erkend Regionaal Samenwerkingsverband of van verschillende Erkende Regionale Samenwerkingsverbanden kunnen onderling samenwerken en gezamenlijk advies uitbrengen, aanbevelingen doen en standpunten bepalen.

  Art. 30. Gemeenten en provincies die deel uitmaken van een erkend regionaal samenwerkingsverband kunnen bij besluit van hun gemeenteraad of provincieraad personeel ter beschikking stellen aan dit erkend regionaal samenwerkingsverband, mits de terzake geldende rechtspositieregeling nageleefd wordt.

  HOOFDSTUK VI. - Subsidiëring van de Erkende Regionale Samenwerkingsverbanden.

  Art. 31.
  <Opgeheven bij DVR 2016-12-23/67, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-09-2016>

  HOOFDSTUK VII. - Register van de Erkende Regionale Samenwerkingsverbanden.

  Art. 32. § 1. De Vlaamse regering richt een register van de Erkende Regionale Samenwerkingsverbanden in.
  § 2. De inrichting en de werking van het in de eerste paragraaf bedoelde register worden nader geregeld door de Vlaamse regering.

  HOOFDSTUK VIII. - Maatregelen in verband met het personeel.

  Art. 33. § 1. Voor de gevallen van de ontbinding, dan wel van de overname van het geheel of een deel van de activiteiten van een vereniging zonder winstgevend oogmerk van een subregionaal tewerkstellingscomité als bedoeld in het besluit van 21 december 1988 of van een streekplatform als bedoeld in het besluit van 20 juli 1994, neemt de Vlaamse regering de nodige maatregelen inzake de overgang van het personeel van de voormelde verenigingen.
  § 2. Enig statutair personeelslid van VDAB dat thans is belast met de inhoudelijke en administratieve ondersteuning van de werking van een of meerdere subregionale tewerkstellingscomités dat wordt, respectievelijk die worden opgeheven, verkrijgt, op vrijwillige basis, met het oog op het uitoefenen van taken ten behoeve van een Erkend Regionaal Samenwerkingsverband, een verlof voor opdracht van algemeen belang overeenkomstig het besluit van 30 juni 2000 houdende de regeling van de rechtspositie van het personeel van sommige Vlaamse openbare instellingen, doch voor ten hoogste 4 jaar.
  § 3. Enig contractueel personeelslid van de VDAB, belast met de inhoudelijke en/of de administratieve ondersteuning van de werking van een of meerdere subregionale tewerkstellingscomités dat wordt, respectievelijk die worden opgeheven, kunnen, op vrijwillige basis, beslissen in dienst te treden bij een Erkend Regionaal Samenwerkingsverband.
  § 4. Voor de inwerkingstelling van de in de paragrafen 2 en 3 bedoelde regelingen wordt er tussen de VDAB, de regionale samenwerkingsverbanden die een erkenningaanvraag bedoeld in de eerste paragraaf van artikel 10 indienen, of zulks zinnens zijn, dan wel een vertegenwoordiging daarvan, en de representatieve werknemersorganisaties, een protocol gesloten met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden van de personeelsleden die door de Erkende Regionale Samenwerkingsverbanden zullen worden tewerkgesteld en moet dit protocol zijn bekrachtigd door de Vlaamse regering.

  HOOFDSTUK IX. - Brussel.

  Art. 34. Wat betreft de materies die ressorteren onder de bevoegdheden van de Vlaamse Gemeenschap neemt de Vlaamse regering de nodige maatregelen met het oog op de organisatie van het plaatselijk sociaal overleg en de plaatselijke sociale adviesinwinning binnen het grondgebied van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.
  Inzake de afstemming van het opleidings-, welzijns- en integratiebeleid van het Vlaamse Gewest en de Vlaamse Gemeenschap op het inschakelings- en werkgelegenheidsbeleid en economisch beleid dat tot de bevoegdheid van het Brusselse Gewest behoort, kan de Vlaamse regering een samenwerkingsakkoord met het Brusselse Gewest sluiten.

  HOOFDSTUK X. - Afstemming met betrekking tot het sociaal-economische streekbeleid.

  Art. 35. In opvolging van het kerntakendebat kunnen, bij protocol, nadere regels vastgesteld worden met het oog op de inrichting en de organisatie van een overleg inzake de coördinatie en de opvolging van het streekbeleid, tussen vertegenwoordigers van de gemeentebesturen, vertegenwoordigers van de provinciebesturen, vertegenwoordigers van de sociale partners en vertegenwoordigers van de Vlaamse overheid.

  HOOFDSTUK XI. - Opheffings-, wijzigings- en slotbepalingen.

  Art. 36. § 1. Het besluit van 20 juli 1994 wordt opgeheven.
  § 2. Hoofdstuk III van het besluit van de Vlaamse regering van 21 december 1988 houdende de organisatie van de Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, zoals gewijzigd bij besluit van de Vlaamse regering van 7 juli 1998, wordt opgeheven.

  Art. 37. § 1. De Vlaamse regering wordt ermee belast om de bestaande wets- en decreetsbepalingen waarin subregionale tewerkstellingscomités en/of de streekplatformen als bedoeld in de eerste paragraaf van artikel 33, nader zijn geregeld, te wijzigen, aan te vullen, te vervangen of op te heffen, om ze in overeenstemming te brengen met de bepalingen van dit decreet.
  De Vlaamse regering wordt er in dat kader inzonderheid mee belast om de in het eerste lid bedoelde wets- en decreetsbepalingen gehanteerde terminologie aan te passen, door, inzonderheid, waar nodig, de verwijzing naar een subregionaal tewerkstellingscomité, of naar een streekplatform, als bedoeld in de eerste paragraaf van artikel 33, te vervangen door een verwijzing naar een Erkend Regionaal Samenwerkingsverband en/of een Sociaal-Economische Raad van de Regio en/of een Regionaal Sociaal-economisch Overlegcomité.
  De besluiten die krachtens deze paragraaf worden vastgesteld, houden op uitwerking te hebben indien zij niet bij decreet zijn bekrachtigd binnen de negen maanden na de datum van hun inwerkingtreding. De bekrachtiging werkt terug tot deze laatste datum.
  De in deze paragraaf aan de Vlaamse regering opgedragen bevoegdheid vervalt negen maanden na de inwerkingtreding van dit decreet. Na die datum kunnen de besluiten die krachtens deze paragraaf zijn vastgesteld en zijn bekrachtigd alleen bij een decreet worden gewijzigd, aangevuld, vervangen of opgeheven.
  § 2. De Vlaamse regering wordt ermee belast de bepalingen van de wetten en decreten betreffende de subregionale tewerkstellingscomités en/of de streekplatformen als bedoeld in de eerste paragraaf van artikel 33 te coördineren, alsook de bepalingen die daarin uitdrukkelijk of stilzwijgende wijzigingen hebben aangebracht tot het tijdstip van coördinatie. Te dien einde kan zij :
  1° de te coördineren bepalingen anders inrichten, inzonderheid opnieuw ordenen en vernummeren;
  2° de verwijzingen in de te coördineren bepalingen dienovereenkomstig vernummeren;
  3° de te coördineren bepalingen met het oog op onderlinge overeenstemming en eenheid van terminologie herschrijven zonder te raken aan de erin neergelegde beginselen;
  4° de verwijzingen naar de in de coördinatie opgenomen bepalingen die in andere niet in coördinatie opgenomen bepalingen voorkomen, naar de vorm aanpassen.
  De in het eerste lid bedoelde coördinatie treedt pas in werking nadat zij bekrachtigd is door het Vlaams Parlement.

  Art. 38. Tot ten laatste (30 juni 2005) kan de Vlaamse regering de subsidies uit te keren op basis van de besluiten bedoeld in artikel 36 verder toekennen en/of uitkeren. <DVR 2004-12-24/31, art. 94, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2005>
  Na datum van (30 juni 2005) is geen verdere financiering, hetzij onder de vorm van een toekenning, hetzij onder de vorm van een uitkering, meer mogelijk op basis van de besluiten bedoeld in artikel 36. <DVR 2004-12-24/31, art. 94, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2005>

  Art. 39. De Vlaamse regering bepaalt de datum van inwerkingtreding van dit decreet of van elk van de artikelen ervan afzonderlijk.
  (NOTA : Inwerkingtreding van vastgesteld op 22-10-2004, met uitzondering van artikel 33, § 2, § 3 en § 4, dat in werking treedt op 1 januari 2006, door BVR 2004-10-22/34, art. 8)
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 7 mei 2004.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
B. SOMERS
De Vlaamse minister van Werkgelegenheid en Toerisme,
R. LANDUYT
De Vlaamse minister van Economie, Buitenlands Beleid en E-government,
P. CEYSENS.

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :
   Decreet betreffende het statuut, de werking, de taken en de bevoegdheden van de erkende regionale samenwerkingsverbanden, de sociaal-economische raden van de regio en de regionale sociaal-economische overlegcomités.

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 07-12-2018 GEPUBL. OP 19-12-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 16)
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 27-10-2017 GEPUBL. OP 27-11-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 22)
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 23-12-2016 GEPUBL. OP 09-02-2017
    (GEWIJZIGD ART. : 31)
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 30-03-2007 GEPUBL. OP 19-06-2007
    (GEWIJZIGD ART. : 19)
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 24-12-2004 GEPUBL. OP 31-12-2004
    (GEWIJZIGD ART. : 38)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Zitting 2003-2004. Stukken. - Ontwerp van decreet : 2165 - Nr. 1. - Amendementen : 2165 - Nr. 2. - Verslag : 2165 - Nr. 3. - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 2165 - Nr. 4. Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergaderingen van 27 en 29 april 2004.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 5 uitvoeringbesluiten 4 gearchiveerde versies
    Franstalige versie