J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 5 uitvoeringbesluiten 2 gearchiveerde versies
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2004/04/15/2004031194/justel

Titel
15 APRIL 2004. - Besluit betreffende het beheer van afgedankte voertuigen.
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 25-05-2004 en tekstbijwerking tot 18-03-2011)

Bron : BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Publicatie : 25-05-2004 nummer :   2004031194 bladzijde : 40575       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2004-04-15/33
Inwerkingtreding : 04-06-2004

Inhoudstafel Tekst Begin
Afdeling I. - Algemene bepalingen.
HOOFDSTUK 1. - Werkingssfeer en definities.
Art. 1-3
HOOFDSTUK 2. - Terugnameplicht.
Art. 4
HOOFDSTUK 3. - Informatieverspreiding.
Art. 5-6
HOOFDSTUK 4. - Bezit van afgedankte voertuigen.
Art. 7-8
HOOFDSTUK 5. - Vervoer van afgedankte voertuigen.
Art. 9
HOOFDSTUK 6. - Depollutieverplichting vóór elke demontage of vernietiging van de afgedankte voertuigen.
Art. 10-15
HOOFDSTUK 7. - Demontage van afgedankte voertuigen.
Art. 16-18, 18bis
HOOFDSTUK 8. - Onderhoud van de site.
Art. 19
Afdeling II. - Sectorale bepalingen.
Art. 20
HOOFDSTUK 9. - Afgifte van het vernietigingsattest voor het afgedankt voertuig.
Art. 21
HOOFDSTUK 10. - Exploitant van een geregistreerd demonteercentrum voor afgedankte voertuigen.
Art. 22-27
HOOFDSTUK 11. - Exploitant van een geregistreerd demonteercentrum voor afgedankte voertuigen dat ertoe gemachtigd is een vernietigingsattest af te geven.
Art. 28-34
HOOFDSTUK 12. - Exploitant van een geregistreerd centrum voor de vernietiging en recycling van afgedankte voertuigen dat ertoe gemachtigd is een vernietigingsattest af te geven.
Art. 35-43
HOOFDSTUK 13. - Gegevens.
Art. 44-47
Afdeling III. - Slotbepalingen.
HOOFDSTUK I. - Wijzigingsbepalingen.
Art. 48-51
HOOFDSTUK II. - Rapportageplicht.
Art. 52
HOOFDSTUK III. - Opheffingsbepaling.
Art. 53-54
BIJLAGEN.
Art. N1-N7

Tekst Inhoudstafel Begin
Afdeling I. - Algemene bepalingen.

  HOOFDSTUK 1. - Werkingssfeer en definities.

  Artikel 1. Dit besluit beoogt de omzetting van richtlijn 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2000 betreffende autowrakken.
  Te dien einde stelt dit besluit maatregelen vast die in de eerste plaats gericht zijn op de preventie van afvalstoffen van voertuigen, en daarenboven op hergebruik, recycling en andere vormen van nuttige toepassing van afgedankte voertuigen en onderdelen daarvan, teneinde de hoeveelheid te verwijderen afval te verminderen, alsmede op verbetering van de milieuprestatie van alle ondernemingen die betrokken zijn bij de levenscyclus van voertuigen, in het bijzonder die welke rechtstreeks betrokken zijn bij de verwerking van afgedankte voertuigen.

  Art. 2.In dit besluit wordt verstaan onder :
  1° (voertuig : elk voertuig van categorie M1 of N1 bepaald in bijlage II, deel A, van Richtlijn 70/156/EEG alsook de voertuigen met drie wielen, zoals bepaald in Richtlijn 92/61/EEG, met uitzondering van gemotoriseerde driewielers.) <BESL 2006-03-23/41, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 09-05-2006>
  2° Afgedankt voertuig :
  (...) Elk voertuig dat niet meer overeenkomstig zijn oorspronkelijke bestemming wordt gebruikt of kan worden gebruikt en waarvan de houder zich ontdoet, voornemens of verplicht is zich te ontdoen, of dat niet over alle volgende boorddocumenten beschikt : <BESL 2006-03-23/41, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 09-05-2006>
  -het inschrijvingsbewijs van de DIV (of een inschrijvingstattest van een lidstaat van de Europese Unie), <BESL 2006-03-23/41, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 09-05-2006>
  - het gelijkvormigheidsattest,
  - het schouwingsbewijs, afgegeven door een instelling van de technische keuring van een EU-lid-Staat.
  (...) Elk voertuig dat niet over een geldig schouwingsbewijs beschikt, waarvan het schouwingsbewijs sedert ten minste twaalf maanden vervallen is, dat ten minste een jaar geleden voor het eerst op de technische keuring had moeten worden aangeboden of waarvan het chassisnummer in het repertorium van de DIV (of bij de overheid voor het beheer van inschrijvingen van een andere lidstaat van de Europese Unie) geblokkeerd is, is een afgedankt voertuig. <BESL 2006-03-23/41, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 09-05-2006>
  (...) Worden niet beschouwd als afgedankte voertuigen : <BESL 2006-03-23/41, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 09-05-2006>
  - oldtimers die in het repertorium van de voertuigen en de aanhangwagens ingeschreven zijn;
  - voertuigen die als verzamelstuk in een voor hen bestemd afgesloten lokaal worden bewaard;
  - voertuigen die voor didactische doeleinden worden gebruikt en die op een voor hen bestemde afgesloten locatie zijn opgeslagen;
  - voertuigen die voor tentoonstellings- of herdenkingsactiviteiten bestemd zijn;
  - voertuigen die het voorwerp uitmaken van een gerechtelijk onderzoek of een inbeslagname (en nog niet vrijgegeven). <BESL 2006-03-23/41, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 09-05-2006>
  3° Ondernemingen : bedrijven waar voertuigen, met inbegrip van de daarin aanwezige onderdelen en materialen, worden geproduceerd, verdeeld, ingezameld, verzekerd, gedemonteerd, in een shredder verwerkt, nuttig toegepast, gerecycleerd of anderszins verwerkt.
  4° Demonteren van voertuigen of delen van voertuigen : handelingen waardoor de voertuigen ongeschikt worden voor hun oorspronkelijke bestemming, door het verwijderen van mechanische onderdelen of nuttig toepasbare koetswerkonderdelen, met inbegrip van wisselstukken, met het oog op hun hergebruik. Worden niet beschouwd als demontage : de handelingen die de herstelling of de wijziging van het voertuig tot doel hebben en die dit voertuig opnieuw rijklaar maken en in overeenstemming met het verkeersreglement.
  5° Preventie : elke maatregel die ertoe leidt zowel de hoeveelheid afval afkomstig van afgedankte voertuigen en van onderdelen of materialen die ze bevatten te verminderen, als de schadelijkheid van deze afvalstoffen te beperken.
  6° Verwerking : iedere behandeling die het afgedankte voertuig ondergaat, inzonderheid elke activiteit van depollueren, zuiveren, demonteren of ontmantelen, verkleinen, shredderen (verbrijzelen/vermalen), nuttig toepassen en verwijderen van de shredderafval, en iedere andere activiteit met het oog op de scheiding en de nuttige toepassing van onderdelen, materialen, grondstoffen of energie uit het afgedankte voertuig.
  7° Hergebruik : elke behandeling waarbij onderdelen van een voertuig bij een ander voertuig worden gebruikt voor hetzelfde doel als dat waarvoor ze werden ontworpen.
  8° Recycling : het verwerken van afval in een productieproces van materiaal met een positieve handelswaarde, met uitzondering van energieterugwinning.
  9° Nuttige toepassing : alle handelingen opgenomen in bijlage 7 bij dit besluit, overeenkomstig de geldende Europese wetgeving.
  10° Verwijdering : alle handelingen opgenomen in bijlage 6 bij dit besluit, overeenkomstig de geldende Europese wetgeving.
  11° Ondoordringbaar : met een dynamische permeabiliteitscoëfficiënt ten opzichte van koolwaterstoffen van minder dan 2* 10-9 cm/s, of een totale statische waterabsorptiecoëfficiënt (NBN B15-215) van minder dan 7,5 %.
  12° Shredder : toestel dat voor het stuktrekken of versnijden van autowrakken wordt gebruikt, ook om direct herbruikbaar schroot te verkrijgen.
  13° Vaste vernietigingsinstallatie : een hydraulische snijmachine, een hydraulische pers of een vermaalmachine.
  14° Minister : de Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bevoegd voor Leefmilieu.
  15° Producent : elke natuurlijke of rechtspersoon die voertuigen vervaardigt of laat vervaardigen en deze direct of indirect in België op de markt brengt.
  16° Invoerder : elke natuurlijke of rechtspersoon die als officiële vertegenwoordiger van de voertuigproducent voertuigen invoert en deze in België op de markt brengt.
  17° Kleinhandelaar : persoon die de consument een voertuig te koop aanbiedt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
  18° BIM : het Brussels Instituut voor Milieubeheer, opgericht bij het koninklijk besluit van 8 maart 1989 en bekrachtigd door artikel 41 van de wet van 16 juni 1989 houdende diverse institutionele hervormingen.
  19° Beheersorganisatie : organisatie voor het beheer van afgedankte voertuigen die is opgericht om op duurzame wijze de doelstellingen te bereiken van de gewestelijke overeenkomst betreffende afgedankte voertuigen die op 30 maart 1999 met de bedrijfsfederaties uit de automobielsector is gesloten.
  20° [1 gevaarlijke stof : een stof waarvoor de criteria van een van de volgende gevarenklassen of categorieën van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels vervuld zijn :
   a) de gevarenklassen 2.1 tot en met 2.4, 2.6 en 2.7, 2.8 typen A en B, 2.9, 2.10, 2.12, 2.13 categorieën 1 en 2, 2.14 categorieën 1 en 2, en 2.15 typen A tot en met F;
   b) de gevarenklassen 3.1 tot en met 3.6, 3.7 schadelijke effecten op de seksuele functie en de vruchtbaarheid of de ontwikkeling, 3.8 andere effecten dan een narcotische werking, 3.9 en 3.10;
   c) de gevarenklasse 4.1;
   d) de gevarenklasse 5.1;]1
  (21° " informatie betreffende de demontage ", alle informatie die voor een doelmatige en milieuvriendelijke verwerking van een afgedankt voertuig noodzakelijk is. Deze informatie worden ter beschikking van de behandelingsinrichtingen gesteld door de constructeurs van voertuigen en door de producenten van componenten onder vorm van handboeken of onder elektronische vorm (CD-Rom of online bijvoorbeeld).) <BESL 2006-03-23/41, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 09-05-2006>
  ----------
  (1)<BESL 2011-03-03/06, art. 45, 003; Inwerkingtreding : 01-12-2010>

  Art. 3. Werkingssfeer.
  Dit besluit bestrijkt voertuigen en afgedankte voertuigen, met inbegrip van de daarin verwerkte onderdelen en materialen. Dit geldt ongeacht hoe het voertuig tijdens het gebruik werd onderhouden of gerepareerd en ongeacht of het werd uitgerust met door de producent geleverde onderdelen dan wel met andere onderdelen die als vervangings- of inbouwonderdeel in overeenstemming met de relevante gemeenschaps- of interne bepalingen werden aangebracht.

  HOOFDSTUK 2. - Terugnameplicht.

  Art. 4. De afvalstoffen die aanwezig zijn in de afgedankte voertuigen en die onderworpen zijn aan de terugnameplicht, zoals banden, afvalolie of loodaccu's, moeten in overeenstemming met de geldende wetgeving betreffende bedoelde afvalstoffen worden verwerkt.

  HOOFDSTUK 3. - Informatieverspreiding.

  Art. 5. De betrokken ondernemingen maken elk jaar informatie bekend over :
  1° de milieuvriendelijke verwerking van afgedankte voertuigen, en met name over de verwijdering van alle vloeistoffen en over de demontage;
  2° de ontwikkeling en optimalisering van methodes voor hergebruik, recycling en nuttige toepassing van afgedankte voertuigen en onderdelen ervan;
  3° de vooruitgang inzake nuttige toepassing en recycling ter vermindering van het te verwijderen afval en ter verhoging van de percentages van nuttige toepassing en recycling.

  Art. 6. § 1. Voor elk nieuw voertuigtype verstrekken de producenten binnen zes maanden nadat het op de markt is gebracht informatie met betrekking tot de demontage ervan. In die informatie worden de verschillende voertuigonderdelen en -materialen en de plaats van alle gevaarlijke stoffen in de voertuigen aangegeven, voorzover de verwerkingscentra die gegevens nodig hebben om aan de verplichtingen van dit besluit te voldoen, in het bijzonder met het oog op het bereiken van de in artikel 50 bedoelde doelstellingen.
  § 2. Onverminderd de vertrouwelijkheid van commerciële en industriële gegevens, verstrekken de producenten van voertuigonderdelen aan de vergunde verwerkingscentra, voorzover deze daarom hebben verzocht, adequate informatie inzake demontage, opslag en het testen van onderdelen die opnieuw kunnen worden gebruikt.

  HOOFDSTUK 4. - Bezit van afgedankte voertuigen.

  Art. 7. § 1. Opslag van afgedankte voertuigen is verboden, behalve in de gevallen bedoeld in artikel 8.
  § 2. Drie maanden na de aankoop van een afgedankte voertuig of nadat het voertuig een afgedankt voertuig is geworden, dient de houder :
  a) het voertuig in orde te brengen met de technische keuring
  b) of dat voertuig in te leveren op één van de volgende bestemmingen :
  - bij een kleinhandelaar die minstens de in artikel 8 gestelde voorwaarden vervult,
  - bij de exploitant van een geregistreerd demonteercentrum voor afgedankte voertuigen,
  - bij de exploitant van een geregistreerd demonteercentrum voor afgedankte voertuigen dat ertoe gemachtigd is een vernietigingsattest af te geven,
  - bij de exploitant van een geregistreerd centrum voor de vernietiging en recycling van afgedankte voertuigen dat ertoe gemachtigd is een vernietigingsattest af te geven,
  - of bij elk ander centrum dat in de andere Gewesten is vergund en ertoe gemachtigd is een vernietigingsattest af te geven.

  Art. 8. § 1. (De opslag van afgedankte voertuigen kan evenwel worden toegestaan wanneer er over gewaakt wordt de onderdelen die vloeistoffen bevatten en de onderdelen voor nuttige toepassing en de wisselstukken niet te beschadigen en enkel in volgende gevallen :
  1° de afgedankte voertuigen waarvoor een uitvoervergunning bestaat, overeenkomstig de bestaande internationale regelgeving inzake invoer en uitvoer van afval;
  2° afgedankte voertuigen die bestemd zijn voor demontage in een geregistreerd demonteringscentrum;
  3° afgedankte voertuigen die bestemd zijn voor recycling in een geregistreerd centrum voor vernietiging van afgedankte voertuigen;
  4° afgedankte voertuigen die zich bij een kleinhandelaar bevinden.) <BESL 2006-03-23/41, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 09-05-2006>
  § 2. De exploitatievoorwaarden van de opslagplaats voor afgedankte voertuigen worden in de milieuvergunning vastgelegd.
  § 3. De vergunning legt minimaal een opslagruimte met ondoordringbare bodem en de volstrekte afwezigheid van verbindingen met de riolering op.
  (Vervuild regenwater moet verzameld en behandeld worden zoals ander verontreinigd water.) <BESL 2006-03-23/41, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 09-05-2006>
  § 4. Afgedankte voertuigen waaruit vloeistoffen wegvloeien of waarbij het risico bestaat dat vloeistoffen wegvloeien, moeten in een specifieke zone worden opgeslagen. Die zone moet aan de volgende vereisten voldoen :
  - ondoordringbaar zijn voor koolwaterstoffen en voorzien zijn van de nodige hellingen en eventueel randen om alle vloeistoffen die per ongeluk verspreid worden, af te leiden naar een systeem voor opvang of terugwinning van de koolwaterstoffen,
  - het afvalwater dat door koolwaterstoffen verontreinigd kan zijn, moet, vóórdat het geloosd wordt, opgevangen worden en afgevoerd naar een bezinkinstallatie en afscheider voor koolwaterstoffen. Deze installatie moet regelmatig onderhouden worden,
  - het ontwerp en de afmetingen van de koolwaterstoffenafscheider moeten beantwoorden aan de voorschriften van de norm EN 858-1 en EN 858-2 of aan om het even welke andere gelijkwaardige regels van goed vakmanschap, op grond van de voorziene karakteristieken van de exploitatie : het te verwerken debiet, de dichtheid van de te scheiden producten/van het te scheiden product en de kwaliteit van het afvalwater na afloop naar gelang van het ontvangend milieu. Een getuigschrift van de constructeur moet aantonen dat de afscheider voldoet aan de voorschriften
  - de koolwaterstoffenafscheider moet uitgerust worden met een veiligheidssysteem dat de uitgang van de installatie afsluit wanneer de hoeveelheid koolwaterstoffen die toestroomt, groter is dan die welke de installatie kan bevatten.
  (Vervuild regenwater moet verzameld en behandeld worden zoals ander verontreinigd water.) <BESL 2006-03-23/41, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 09-05-2006>
  § 5. Er moet worden voorzien in een doorgang die voldoende ruim is voor de goede werking van de opslag en die de voertuigen bereikbaar maakt. De vergunning moet voorwaarden bevatten betreffende de brandweerstand van de wanden en uitgangen van de opslagruimte en betreffende de brandbestrijdingsmiddelen.
  § 6. Opslagplaatsen van meer dan 50 afgedankte voertuigen mogen alleen in een stedelijk industriegebied of een gebied voor haven- en vervoeractiviteiten liggen zoals gedefinieerd in het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3 mei 2001 tot goedkeuring van het gewestelijk bestemmingsplan. Voor die opslagplaatsen geldt dat de afgedankte voertuigen binnen de opslagplaats moeten worden geladen en gelost.
  § 7. Het maximumaantal opgeslagen afgedankte voertuigen moet door de vergunning worden vastgelegd.
  § 8. Met uitzondering van de in artikel 7, § 2, a), bedoelde afgedankte voertuigen die bestemd zijn voor de technische keuring, worden afgedankte voertuigen die de opslagplaats verlaten, naar één van de in artikel 7, § 2, b) bedoelde bestemmingen gebracht.

  HOOFDSTUK 5. - Vervoer van afgedankte voertuigen.

  Art. 9. Elke vervoerder van afgedankte voertuigen waarvoor geen vernietigingsattest is afgegeven, moet zich laten registreren, met uitzondering van een particulier die zijn eigen afgedankte voertuig vervoert.
  Elke vervoerder is verplicht het afgedankte voertuig naar één van de in artikel 7, § 2, vermelde bestemmingen te leiden.
  Het registratieformulier bevindt zich als bijlage 1 bij dit besluit.

  HOOFDSTUK 6. - Depollutieverplichting vóór elke demontage of vernietiging van de afgedankte voertuigen.

  Art. 10. Geen enkel voertuig mag worden gedemonteerd of vernietigd voordat het is gedepollueerd. Deze handeling wordt zo snel mogelijk en zo mogelijk bij aankomst op de site uitgevoerd.

  Art. 11. Elke exploitant die depollutieactiviteiten met betrekking tot afgedankte voertuigen uitoefent, moet over een milieuvergunning beschikken die rubriek 161 omvat, overeenkomstig het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 maart 1999 tot vaststelling van de ingedeelde inrichtingen van klasse IB, II en III met toepassing van artikel 4 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen.

  Art. 12. De exploitant van een in artikel 11 bedoeld depollutiecentrum mag zijn activiteit slechts uitoefenen indien hij over de volgende technische uitrustingen beschikt die door een milieuvergunning zijn gedekt, onder de hierna volgende voorwaarden :
  1° een werkplaats of zone voor het depollueren van de afgedankte voertuigen, overeenkomstig artikel 8, § 4;
  2° opslagplaatsen om alle niet onder 3° hierna bedoelde afvalstoffen, geordend volgens hun aard, op te vangen, inzonderheid :
  a) allerlei vloeistoffen, gescheiden volgens hun aard,
  b) gassen afkomstig van airconditioning;
  c) knaldempers;
  d) pyrotechnische producten (airbags);
  e) gastanks;
  f) accu's;
  g) oliefilters;
  h) onderdelen die kwik bevatten;
  3° een opslagzone voor ongevaarlijke inerte afvalstoffen.

  Art. 13. Dit centrum beschikt over vakkundig en goed ingelicht technisch personeel dat bekwaam is om voertuigen in milieuvriendelijke omstandigheden te depollueren.
  De verplichte depollutie omvat minstens de volgende handelingen :
  § 1. Voor de vloeistoffen :
  1° aftappen van de koelmiddelen voor airconditioning met een gesloten systeem;
  2° leegmaken van het remoliereservoir;
  3° aftappen van de motorolie, transmissieolie en aandrijfolie;
  4° verwijderen van de motoroliefilter;
  5° leegmaken van de brandstoftank, zonder enig contact met de huid door gebruikmaking van rechtstreekse afzuiging in de tank of van een spat- en dampvrij leegloopsysteem;
  6° aftappen van het differentieel en eventueel van het verdeeldrijfwerk;
  7° aftappen van de olie van de stuurinrichting/stuurbekrachtiging;
  8° verwijderen van eventuele gastanks;
  9° aftappen van hydraulische oliën uit mogelijks aangebrachte wielophangingssystemen;
  10° aftappen van koelvloeistof;
  11° aftappen van ruitensproeiervloeistof.
  Elke vloeistof moet, naar gelang van haar aard, in een apart recipiënt worden opgeslagen.
  § 2. Voor de onderdelen :
  De pyrotechnische delen van de airbags en de andere gevaarlijke onderdelen moeten worden verwijderd of geneutraliseerd.
  De batterijen dienen zo snel mogelijk te worden verwijderd, zo mogelijk reeds bij de inlevering op de site.
  (Voor zover identificeerbaar, moet worden overgegaan tot het weghalen van alle onderdelen die geregistreerd staan als kwikhoudend alsook van alle onderdelen of materialen die geëtiketteerd zijn of identificeerbaar gemaakt zijn krachtens het koninklijk besluit van 19 maart 2004 houdende productnormen voor voertuigen.) <BESL 2006-03-23/41, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 09-05-2006>

  Art. 14. <BESL 2006-03-23/41, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 09-05-2006> Vloeistoffen en andere materialen zoals filters en condensators die PCB/PCT bevatten, alsook onderdelen afkomstig van afgedankte voertuigen worden afzonderlijk opgeslagen in containers, bakken en/of vaten die specifiek daarvoor worden bestemd en duidelijk herkenbaar zijn en die zodanig geconcipieerd zijn dat er zich geen lozings- of vervuilingsrisico kan voordoen; er dient steeds een toereikende hoeveelheid absorbeermiddel voor eventueel vrijgekomen vloeistoffen ter beschikking te zijn.

  Art. 15. Vloeistoffen en materialen waarvan de verwerking of verwijdering aan een erkenning onderworpen zijn, mogen alleen aan door het Gewest erkende ondernemingen worden overgedragen.
  Als er geen erkenning of registratie vereist is, wordt het materiaal overgedragen aan ondernemingen die uitgerust zijn met de beste beschikbare technieken tegen een aanvaardbare prijs.
  De Minister kan die verwijdering bij besluit aan bepaalde regels onderwerpen

  HOOFDSTUK 7. - Demontage van afgedankte voertuigen.

  Art. 16. <BESL 2006-03-23/41, art. 5, 002; Inwerkingtreding : 09-05-2006> Het demonteren of ontmantelen bestaat erin het afgedankte voertuig te ontdoen van zo veel mogelijk nuttig toe te passen onderdelen, met inbegrip van wisselstukken met het oog op het maximale hergebruik of nuttig toepassing ervan en door voorkeur te geven aan recycling, rekening houdend met de vereisten die vermeld worden in bijlage 7 alsook met de veiligheidsvereisten en met inachtneming van de instructies van de producent.

  Art. 17. Eenzelfde ruimte mag voor meerdere activiteiten worden bestemd. De exploitant kan evenwel door zijn milieuvergunning worden verplicht over een werkplaats of zone voor het demonteren van gedepollueerde afgedankte voertuigen te beschikken.

  Art. 18. § 1. De gedemonteerde onderdelen moeten in rekken worden opgeslagen in een overdekte opslagruimte of in een opslagzone voor onderdelen die voor hergebruik bestemd zijn.
  § 2. Gedemonteerde onderdelen die vloeistoffen bevatten moeten in ondoorlaatbare opvangbakken worden opgeslagen of in zulke omstandigheden dat eventuele vloeistoflekken opgevangen kunnen worden.

  Art. 18bis. <Ingevoegd bij BESL 2006-03-23/41, art. 6; Inwerkingtreding : 09-05-2006> Inrichtingen die geschikt zijn voor de opslag van gebruikte banden moeten voorzien worden meer bepaald voor de preventie van het risico op brand en buitensporige opslag.

  HOOFDSTUK 8. - Onderhoud van de site.

  Art. 19. Elke in artikel 20, § 1 bedoelde exploitant moet zijn exploitatiesite geregeld onderhouden.
  De exploitant moet steeds zorg dragen voor de veiligheid en de reiniging van de site en de nabije omgeving.
  De goede staat en de goede werking van het bedrijf moeten voortdurend worden verzekerd.
  Het is verboden afgedankte voertuigen of gedeelten ervan te verbranden.

  Afdeling II. - Sectorale bepalingen.

  Art. 20. § 1. Elke exploitant van
  - een demonteercentrum voor afgedankte voertuigen,
  - een demonteercentrum voor afgedankte voertuigen dat ertoe gemachtigd is een vernietigingsattest af te geven,
  - een centrum voor de vernietiging en recycling van afgedankte voertuigen dat ertoe gemachtigd is een vernietigingsattest af te geven,
  is verplicht zich te laten registreren conform de registratievoorwaarden die in de artikelen 78/1 tot 78/7 van de ordonnantie betreffende de milieuvergunningen zijn vastgelegd.
  § 2. Het registratieformulier voor elk type exploitant is respectievelijk als bijlage 2, 3, 4 bij dit besluit opgenomen en moet aan het BIM worden bezorgd.
  § 3. Overeenkomstig de artikelen 7 en 63 van de ordonnantie betreffende de milieuvergunningen dient de in § 1 van dit artikel bedoelde geregistreerde exploitant het BIM op de hoogte te brengen van de veranderingen die zich in één van de gegevens of voorwaarden in zijn vergunningsaanvraag hebben voorgedaan.
  § 4. De in § 1 van dit artikel vermelde exploitant mag de in afdeling I vermelde activiteiten slechts uitoefenen op voorwaarde dat hij de bepalingen van afdeling I in acht neemt.
  § 5. Elke in § 1 van dit artikel vermelde exploitant dient :
  - het bewijs te leveren van zijn geldvermogen, meer bepaald het bewijs dat hij geen achterstallige schulden inzake BTW of RSZ-bijdragen heeft;
  - een verzekeringscontract af te sluiten ter dekking van de beroepsaansprakelijkheid die kan voortvloeien uit de bedrijfsactiviteiten;
  - een technische verantwoordelijke in dienst te hebben die bekwaam is de technische en milieugebonden aspecten van de activiteit van het centrum te beheren.

  HOOFDSTUK 9. - Afgifte van het vernietigingsattest voor het afgedankt voertuig.

  Art. 21. § 1. Teneinde ertoe gemachtigd te zijn het in de artikelen 32 en 38 bedoelde vernietigingsattest, waarvan een model als bijlage 5 bij dit besluit is gevoegd, af te geven, dient het centrum :
  - over personeel te beschikken dat het opslaan en doorgeven van gegevens per computer kan beheren;
  - over een eenvormig en gestandardiseerd datacommunicatiesysteem te beschikken dat verbonden is met de centrale databank van de beheersorganisatie voor afgedankte voertuigen;
  - in overeenstemming te zijn met de bepalingen van hoofdstuk 11 of hoofdstuk 12.
  § 2. Op verzoek van de beheersorganisatie verstrekt de exploitant die ertoe gemachtigd is een vernietigingsattest af te geven alle inlichtingen die nodig zijn om de afgedankte voertuigen op te volgen, met name het statuut van elk voertuig in verhouding tot het officieel Belgisch repertorium voor de inschrijving van de voertuigen en de aanhangwagens. Hij verstrekt eveneens alle nodige informatie om overeenkomstig artikel 6 van het besluit van 18 juli 2002 betreffende de terugnameplicht, zijn informatieplicht na te komen - met inbegrip van alle nodige informatie tot bepaling van de mate van hergebruik, recycling en nuttige toepassing, dit overeenkomstig de door de Europese Commissie opgelegde werkwijze. De gegevens worden ter beschikking gesteld via het voornoemde geüniformeerd en computergestuurd datacommunicatiesysteem, volgens een door de beheersorganisatie vast te leggen procedure en periodiciteit.
  § 3. Elke exploitant die een vernietingsattest afgeeft wordt jaarlijks door een onafhankelijke keuringsinstelling gecontroleerd. De controle heeft betrekking op de naleving van de toepasselijke dwangbepalingen en voorwaarden van de milieuvergunning. De geregistreerde exploitant verstrekt het BIM elk jaar bij een ter post aangetekende zending een afschrift van het controleverslag dat door een onafhankelijke keuringsinstelling werd uitgevoerd.
  § 4. Binnen vijftien dagen na de afgifte van het vernietigingsattest wordt het volledige kentekenbewijs naar de directie Inschrijvingen gestuurd. De exploitanten van centra die ertoe gemachtigd zijn een vernietigingsattest af te geven stellen de directie Inschrijvingen binnen een maand in kennis van elk door hen afgegeven vernietigingsattest, overeenkomstig artikel 34, § 4, van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen. De beheersorganisatie centraliseert de gegevens over de vernietigde chassisnummers die meegedeeld worden door de centra die ertoe gemachtigd zijn een vernietigingsattest af te geven, en bezorgt ze aan de Dienst voor de Inschrijving van de Voertuigen met het oog op hun definitieve uitschrijving uit het Belgisch voertuigenrepertorium.
  § 5. Elke exploitant die een vernietigingsattest afgeeft moet een bewijs van goed zedelijk gedrag kunnen voorleggen.
  § 6. De vernietigingsattesten die door een lid-Staat van de Europese Unie of door één van de twee andere Belgische Gewesten worden afgegeven, gelden ook voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

  HOOFDSTUK 10. - Exploitant van een geregistreerd demonteercentrum voor afgedankte voertuigen.

  Art. 22. De milieuvergunning kan de exploitant ertoe verplichten over een los- en laadzone op de site zelf te beschikken.
  De exploitant beschikt over een zone die uitsluitend bestemd is voor de opslag van niet-gedepollueerde afgedankte voertuigen en die beantwoordt aan de criteria van artikel 8, § 3.

  Art. 23. § 1. Zodra de voertuigen in ontvangst worden genomen, worden ze voorlopig in de in artikel 22 bedoelde opslagzone opgeslagen en zo snel mogelijk gedepollueerd.
  § 2. De niet-gedepollueerde afgedankte voertuigen mogen niet rechtstreeks op elkaar worden gestapeld, noch op hun zijde of hun dak.

  Art. 24. Bij de depollutie moeten de bepalingen van hoofdstuk 6 in acht worden genomen. De in artikel 13 bedoelde minimale depollutie van de vloeistoffen vóór de demontage van het voertuig is verplicht, tenzij de betrokken vloeistoffen noodzakelijk zijn voor het hergebruik van de betrokken onderdelen.

  Art. 25. Bij de inontvangstname van een afgedankt voertuig geeft de exploitant een inontvangstnamebewijs af voor het afgedankt voertuig dat aan hem werd overgedragen. Het model van inontvangstnamebewijs wordt door de Minister vastgesteld.
  Desgevallend wordt de inontvangstname op de aankoopfactuur van het voertuig vermeld.

  Art. 26. <BESL 2006-03-23/41, art. 7, 002; Inwerkingtreding : 09-05-2006> De gedepollueerde afgedankte voertuigen dienen ordelijk te worden opgeslagen; de milieuvergunning kan de opslagvoorwaarden vastleggen.

  Art. 27. Elk gedepollueerd en gedemonteerd voertuig wordt binnen hoogstens zes maanden voor vernietiging naar een geregistreerd centrum voor de vernietiging en recylage van afgedankte voertuigen gebracht dat ertoe gemachtigd is een vernietigingsattest af te geven of naar een centrum dat in de andere Gewesten vergund is en ertoe gemachtigd is een vernietigingsattest af te geven.
  Het chassisnummer van het voertuig dat de inrichting verlaat, moet zichtbaar zijn voor het geregistreerde centrum waarvoor het voertuig is bestemd.

  HOOFDSTUK 11. - Exploitant van een geregistreerd demonteercentrum voor afgedankte voertuigen dat ertoe gemachtigd is een vernietigingsattest af te geven.

  Art. 28. De exploitant mag enkel een vernietigingsattest afgeven als hij voldoet aan de voorwaarden van hoofdstuk 9 en als hij :
  een vaste vernietigingsinstallatie heeft;
  of
  een overeenkomst heeft gesloten voor het gebruik van een mobiele pers die door zijn vergunning wordt toegestaan;
  of
  een overeenkomst heeft gesloten met een geregistreerd centrum voor de vernietiging en recycling van afgedankte voertuigen of met een centrum dat in een ander Gewest vergund is en ertoe gemachtigd is een vernietigingsattest af te geven.

  Art. 29. De milieuvergunning kan de exploitant ertoe verplichten over een los- en laadzone op de site zelf te beschikken.
  De exploitant beschikt over een zone die uitsluitend bestemd is voor de opslag van niet-gedepollueerde afgedankte voertuigen en die beantwoordt aan de criteria van artikel 8, § 3.

  Art. 30. De niet-gedepollueerde afgedankte voertuigen mogen niet rechtstreeks op elkaar worden gestapeld, noch op hun zijde of hun dak.

  Art. 31. Bij de depollutie moeten de bepalingen van hoofdstuk 6 in acht worden genomen. De in artikel 13 bedoelde minimale depollutie van de vloeistoffen vóór de demontage van het voertuig is verplicht, tenzij de betrokken vloeistoffen noodzakelijk zijn voor het hergebruik van de betrokken onderdelen.

  Art. 32. Bij de inontvangstname van een afgedankt voertuig geeft de exploitant onmiddellijk een inontvangstnamebewijs en in een latere fase, met name uiterlijk binnen 45 dagen, een " vernietigingsattest " af aan de houder of aan de laatste eigenaar van het ingeschreven voertuig. Als het vernietigingsattest onmiddellijk wordt afgegeven, geldt dit tevens als inontvangstnamebewijs.

  Art. 33. De gedepollueerde afgedankte voertuigen dienen ordelijk op elkaar te worden gestapeld; de milieuvergunning kan de opslagvoorwaarden vastleggen.

  Art. 34. § 1. Het gedepollueerd en gedemonteerd afgedankt voertuig waarvoor een vernietigingsattest is afgegeven :
  - wordt door de vaste vernietigingsinstallatie vernietigd of door een mobiele pers geplet. De op het chassis en koetswerk voorkomende kentekennummers dienen volledig te worden vernietigd zodat elk hergebruik van die nummers uitgesloten wordt;
  of
  - wordt voor vernietiging naar een geregistreerd centrum voor de vernietiging en recylage van afgedankte voertuigen gebracht dat ertoe gemachtigd is een vernietigingsattest af te geven of naar een centrum dat in de andere Gewesten vergund is en waarmee een overeenkomst is gesloten. Het chassisnummer van het voertuig dat de inrichting verlaat, moet zichtbaar zijn voor het geregistreerde centrum waarvoor het voertuig is bestemd.
  § 2. Elk voertuig dat het centrum verlaat moet vergezeld worden door een kopie van het vernietigingsattest.

  HOOFDSTUK 12. - Exploitant van een geregistreerd centrum voor de vernietiging en recycling van afgedankte voertuigen dat ertoe gemachtigd is een vernietigingsattest af te geven.

  Art. 35. § 1. De exploitant moet over de volgende uitrustingen beschikken :
  - een laad- en loszone op de site zelf;
  - een zone die uitsluitend bestemd is voor de opslag van niet-gedepollueerde afgedankte voertuigen en die beantwoordt aan de criteria van artikel 8, § 4;
  - een opslagzone voor blote wrakken;
  - een weegbrug;
  - een vaste vernietigingsinstallatie.
  § 2. Het nodige rollend materieel moet aanwezig zijn teneinde de afgedankte voertuigen, de opslagbakken, ... in situ te kunnen verplaatsen.

  Art. 36. § 1. De afgedankte voertuigen mogen enkel bij een vernietigingscentrum worden ingeleverd onder toezicht van de exploitant of diens gemachtigde.
  § 2. Bij het lossen dient de exploitant de ingeleverde afgedankte voertuigen visueel te identificeren en te controleren. Het is verboden afgedankte voertuigen die voorwerpen of afval vervoeren die niet eigen aan het voertuig zijn, te aanvaarden. De identificatiegegevens van het geweigerde afgedankte voertuig alsook de persoonsgegevens van de houder ervan worden geregistreerd.
  § 3. Zodra een afgedankt voertuig in ontvangst wordt genomen, worden de identificatiegegevens en de oorsprong ervan geregistreerd.
  § 4. Zodra het voertuig in ontvangst is genomen, wordt het gewogen en voorlopig in de in artikel 35, § 1, punt 2, van dit besluit bedoelde zone opgeslagen gedurende hoogstens 30 dagen. Desgevallend kan deze termijn van 30 dagen worden verlengd met de jaarlijkse verlofperiode (te vermelden in de registratieaanvraag).
  § 5. De niet-gedepollueerde afgedankte voertuigen mogen niet rechtstreeks op elkaar worden gestapeld, noch op hun zijde of hun dak.

  Art. 37. § 1. Zodra het voertuig door het centrum in ontvangst wordt genomen, wordt het in de depollutiewerkplaats aangeboden om te laten controleren of het naar behoren is gedepollueerd. Indien het voertuig niet eerder in de keten is gedepollueerd, moet het onmiddellijk worden gedepollueerd alvorens enige andere handeling op het voertuig mag worden verricht.
  § 2. Die controle is niet noodzakelijk voor afgedankte voertuigen die vergezeld gaan van een kopie van het vernietigingsattest en die afkomstig zijn van geregistreerde demonteercentra die ertoe gemachtigd zijn een vernietigingsattest af te geven en waarmee een overeenkomst is gesloten.
  § 3. De exploitant van het vernietigingscentrum stelt het BIM onmiddellijk op de hoogte wanneer het afgedankte voertuigen zonder vernietigingsattest ontvangt van geregistreerde demonteercentra die ertoe gemachtigd zijn een vernietigingsattest af te geven.
  § 4. Bij de depollutie moeten de bepalingen van hoofdstuk 6 in acht worden genomen. De in artikel 13 bedoelde minimale depollutie van de vloeistoffen vóór de demontage van het voertuig is verplicht, tenzij de betrokken vloeistoffen noodzakelijk zijn voor het hergebruik van de betrokken onderdelen.

  Art. 38. Bij de inontvangstname van een afgedankt voertuig geeft de exploitant onmiddellijk een inontvangstnamebewijs en in een latere fase, met name uiterlijk binnen 45 dagen, een " vernietigingsattest " af aan de houder of aan de laatste eigenaar van het ingeschreven voertuig, tenzij het voertuig vergezeld gaat van het vernietigingsattest en afkomstig is van een geregistreerd demonteercentrum voor afgedankte voertuigen dat ertoe gemachtigd is een vernietigingsattest af te geven. Als het vernietigingsattest onmiddellijk wordt afgegeven, geldt dit tevens als inontvangstnamebewijs.

  Art. 39. § 1. De gedepollueerde afgedankte voertuigen dienen ordelijk op elkaar te worden gestapeld; de opstapelingshoogte moet rekening houden met de inrichting en het architecturale karakter van de site : eventuele gezichtshinder moet worden beperkt.
  § 2. De afgedankte voertuigen die vergezeld gaan van het vernietigingsattest en afkomstig zijn van een geregistreerd demonteercentrum voor afgedankte voertuigen dat ertoe gemachtigd is een vernietigingsattest af te geven mogen onmiddellijk in de zone voor blote wrakken worden aanvaard.

  Art. 40. De op het chassis en koetswerk voorkomende identificatienummers dienen helemaal te worden vernietigd zodat elk hergebruik van dit nummer uitgesloten wordt.
  Deze bepaling geldt eveneens voor de chassis die buiten het erkend centrum worden vermalen en dit alvorens ze over te brengen.

  Art. 41. De exploitant dient bij een financiële instelling een bankgarantie ten bedrage van euro 75 per afgedankt voertuig aan te leggen, en dit voor het aantal niet-gedepollueerde afgedankte voertuigen overeenkomstig de opslagcapaciteit die in het aanvraagdossier is vastgesteld.

  Art. 42. Inzake verwerking met het oog op het bevorderen van recycling wordt op zijn minst vereist wat volgt :
  - het wegnemen van de katalysatoren;
  - het wegnemen van metalen onderdelen die koper, aluminium en magnesium bevatten indien die metalen niet tijdens het vermalen worden afgescheiden;
  - het wegnemen van de luchtbanden en omvangrijke plastic onderdelen (schokdempers, instrumentenbord, vloeistofrecipiënten enz.) indien deze materialen niet bij het vermalen worden afgescheiden zodat ze werkelijk als materialen kunnen worden gerecycleerd;
  - het weghalen van de glaselementen.

  Art. 43. Materiaalstromen bestemd voor recycling of verwerking moeten in specifieke recipiënten of op specifieke opslagzones worden opgeslagen; zo deze gevaarlijke vloeistoffen bevatten, moeten ze in een ondoorlaatbare en afgedekte opvangbak worden opgeslagen.

  HOOFDSTUK 13. - Gegevens.

  Art. 44. Elke in artikel 20, § 1, vermelde exploitant dient het volgende register inzake productie van gevaarlijke afvalstoffen te bewaren :
  - de code en benaming van de afvalstof overeenkomstig de Europese afvalcatalogus;
  - de hoeveelheid van de afvalstof, uitgedrukt in massa of in volume;
  - de datum van ophaling van de afvalstof;
  - naam en adres van de ophaler en de vervoerder van het afval;
  - naam en adres van de bestemmeling van het afval;
  - datum en benaming van de afvalverwerkingsmethode, overeenkomstig de lijsten vermeld in bijlagen 6 en 7.
  Het register mag bestaan uit de ophaalfacturen, voor zover deze de bovenvermelde informatie bevatten. Het register moet gedurende 3 jaar worden bewaard en moet op verzoek ter beschikking van het BIM worden gehouden.

  Art. 45. Elke exploitant van een demonteercentrum voor afgedankte voertuigen dient het volgende voertuigregister te bewaren :

  Inkomende voertuigen :
  Datum    Voertuigtype    Vervoerder en laatste houder    Chassisnummer
                                 (indien bekend)
    -           -                       -                        -
       
  Uitgaande voertuigen :
  [Datum    Voertuigtype    Chassisnummer   Vervoerder     Bestemmeling]
   <BESL 2006-03-23/41, art. 8, 002; Inwerkingtreding : 09-05-2006>
    -           -                       -                        -


  Het register wordt driemaandelijks aan het BIM meegedeeld.

  Art. 46. § 1. Elke exploitant die ertoe gemachtigd is een vernietigingsattest af te geven dient ervoor te zorgen dat de materialenstroom efficiënt wordt beheerd en dat de administratie van het centrum zodanig wordt bijgehouden dat het te allen tijde mogelijk is met gemak een bijgewerkte lijst van de in ontvangst genomen afgedankte voertuigen te verschaffen alsook van de geproduceerde, afgevoerde of op de exploitatieplaats aanwezige onderdelen en materialen. De exploitant die ertoe gemachtigd is een vernietigingsattest af te geven dient het volgende voertuigregister te bewaren :

  Inkomende voertuigen :
  Datum    Voertuigtype    Vervoerder en laatste houder   Totaal gewicht
                                 (indien bekend)           per categorie
                                                            M1 of N1(1)
    -           -                       -                        -
  (1) Enkel in vernietigings- en recyclingcentra
       
  Uitgaande voertuigen :
  Datum    Voertuigtype           Chassisnummer            Bestemmeling
    -           -                       -                        -


  Dit register van inkomende en uitgaande voertuigen en materialen en bestemmingen wordt maandelijks aan het BIM meegedeeld.
  § 2. Op verzoek van het BIM dient de exploitant die ertoe gemachtigd is een vernietigingsattest af te geven onmiddellijk de persoonlijke gegevens in verband met de aanvaarde en geweigerde voertuigen te verstrekken teneinde het opsporen of vervolgen van inbreuken te vergemakkelijken.
  § 3. De briefwisseling van een centrum dat ertoe gemachtigd is een vernietigingsattest af te geven alsook de vernietigingsattesten dienen te worden ondertekend door een verantwoordelijke die het centrum kan verbinden.

  Art. 47. § 1. De exploitant van een geregistreerd centrum voor de vernietiging en recycling van afgedankte voertuigen dat ertoe gemachtigd is een vernietigingsattest af te geven verstrekt het BIM computergestuurde inlichtingen krachtens het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 30 januari 1997 betreffende het afvalregister. Het BIM kan de wijze van deze gegevensverstrekking nader bepalen.
  § 2. Bovendien moet de exploitant van een geregistreerd centrum voor de vernietiging en recycling van afgedankte voertuigen dat ertoe gemachtigd is een vernietigingsattest af te geven een register bijhouden van de uitgaande materialen, volgens hun totaal gewicht en hun bestemming : hergebruik en recycling, verwerking in een vergunde inrichting met energieterugwinning, verbranding in een naar behoren vergunde inrichting, of stort.

  Afdeling III. - Slotbepalingen.

  HOOFDSTUK I. - Wijzigingsbepalingen.

  Art. 48. § 1. In de bijlage bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 maart 1999 tot vaststelling van de ingedeelde inrichtingen van klasse IB, II en III met toepassing van artikel 4 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen, wordt rubriek 151 vervangen door de volgende benaming :
  " Dépôt de véhicules usagées et hors d'usage, salle d'exposition de véhicules usagés (à l'exclusion des parkings couverts ou non), comptant :
  - de 3 à 50 véhicules, classe 2
  - plus de 50 véhicules, classe 1B
  Opslagplaatsen voor gebruikte voertuigen en afgedankte voertuigen, tentoonstellingsruimten voor gebruikte voertuigen (met uitzondering van al dan niet overdekte parkeerterreinen), met plaats voor :
  - 3 tot en met 50 voertuigen, klasse 2
  - meer dan 50 voertuigen, klasse 1B ".
  § 2. In de bijlage bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 20 mei 1999 tot verplichting van het inwinnen van het advies van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp voor bepaalde ingedeelde inrichtingen, wordt rubriek 151 vervangen door de volgende benaming :
  " Dépôt de véhicules usagées et hors d'usage, salle d'exposition de véhicules usagés (à l'exclusion des parkings couverts ou non), comptant :
  - de 3 à 50 véhicules, classe 2
  - plus de 50 véhicules, classe 1B
  Opslagplaatsen voor gebruikte voertuigen en afgedankte voertuigen, tentoonstellingsruimten voor gebruikte voertuigen (met uitzondering van al dan niet overdekte parkeerterreinen), met plaats voor :
  - 3 tot en met 50 voertuigen, klasse 2
  - meer dan 50 voertuigen, klasse 1B ".

  Art. 49. § 1. In de bijlage bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 maart 1999 tot vaststelling van de ingedeelde inrichtingen van klasse IB, II en III met toepassing van artikel 4 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen, wordt rubriek 161 vervangen door de volgende benaming :
  " Centre de dépollution de véhicules hors d'usage, classe IB - Depollutiecentrum voor afgedankte voertuigen, klasse IB ".
  § 2. In de bijlage bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 20 mei 1999 tot verplichting van het inwinnen van het advies van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp voor bepaalde ingedeelde inrichtingen, wordt rubriek 161 vervangen door de volgende benaming :
  " Centre de dépollution de véhicules hors d'usage, classe IB - Depollutiecentrum voor afgedankte voertuigen, klasse IB ".

  Art. 50. Artikel 41 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 juli 2002 tot invoering van een terugnameplicht voor sommige afvalstoffen met het oog op hun nuttige toepassing of hun verwijdering wordt vervangen door :
  " Uiterlijk op 1 januari 2006 bereiken de ondernemingen de volgende streefcijfers op het vlak van verwerking van afgedankte voertuigen :
  - hergebruik en nuttige toepassing : 85 %
  - hergebruik en recycling : 80 %
  Uiterlijk op 1 januari 2015 bereiken de ondernemingen de volgende streefcijfers op het vlak van verwerking van afgedankte voertuigen :
  - hergebruik en nuttige toepassing : 95 %
  - hergebruik en recycling : 85 %. ".

  Art. 51. In artikel 2, § 2, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Executieve van 19 september 1991 houdende regeling van de verwijdering van gevaarlijke afvalstoffen wordt een " 4° afgedankte voertuigen " toegevoegd.

  HOOFDSTUK II. - Rapportageplicht.

  Art. 52. Om de drie jaar doet de Minister van Leefmilieu de Europese Commissie een verslag over de uitvoering van dit besluit toekomen. Dit verslag wordt opgesteld aan de hand van een vragenlijst of een schema, opgesteld door de Europese Commissie volgens de procedure van artikel 6 van richtlijn 91/692/EEG van de Raad van 23 december 1991 tot standaardisering en rationalisering van de verslagen over de toepassing van bepaalde richtlijnen op milieugebied. Het verslag bevat relevante informatie over eventuele structurele veranderingen in de sector voertuighandel en in de sector van de inzamelings-, sloop-, shredder-, terugwinnings- en recyclingsondernemingen die leiden tot concurrentieverstoring tussen of in de lid-Staten.
  Het verslag wordt aan de Europese Commissie voorgelegd binnen negen maanden na de periode van drie jaar waarop het betrekking heeft.

  HOOFDSTUK III. - Opheffingsbepaling.

  Art. 53. Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 6 september 2001 betreffende de erkenning van de exploitanten van verwijderingscentra voor afgedankte voertuigen die ertoe gemachtigd zijn een vernietigingsattest af te geven en betreffende de exploitatievoorwaarden van die centra wordt opgeheven.

  Art. 54. De Minister van Leefmilieu is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Brussel, 15 april 2004.
  Namens de Brusselse Hoofdstedelijke Regering :
  De Minister-President,
  J. SIMONET
  De Minister van Leefmilieu,
  D. GOSUIN

  BIJLAGEN.

  Art. N1. Bijlage 1. - Formulier voor registratie als vervoerder van afgedankte voertuigen waarvoor geen vernietigingsattest is afgegeven.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 25-05-2004, p. 40588.)
  (Gewijzigd bij : )
  <BESL 2006-03-23/41, art. 9, 002; Inwerkingtreding : 09-05-2006>

  Art. N2. Bijlage 2. - Formulier voor registratie als exploitant van een demonteercentrum voor afgedankte voertuigen.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 25-05-2004, p. 40589.)
  (Gewijzigd bij : )
  <BESL 2006-03-23/41, art. 9, 002; Inwerkingtreding : 09-05-2006>

  Art. N3. Bijlage 3. - Formulier voor registratie als exploitant van een demonteercentrum voor afgedankte voertuigen dat ertoe gemachtigd is een vernietigingsattest af te geven.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 25-05-2004, p. 40590.)
  (Gewijzigd bij : )
  <BESL 2006-03-23/41, art. 9, 002; Inwerkingtreding : 09-05-2006>

  Art. N4. Bijlage 4. - formulier voor registratie als exploitant van een centrum voor de vernietiging en recycling van afgedankte voertuigen dat ertoe gemachtigd is een vernietigingsattest af te geven.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 25-05-2004, p. 40591.)
  (Gewijzigd bij : )
  <BESL 2006-03-23/41, art. 9, 002; Inwerkingtreding : 09-05-2006>

  Art. N5. Bijlage 5. - Vernietigingsattest.
  (Attest niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 25-05-2004, p. 40592).
  Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende het beheer van afgedankte voertuigen.
  Namens de Brusselse Hoofdstedelijke Regering :
  De Minister-President,
  J. SIMONET
  De Minister van Leefmilieu,
  D. GOSUIN

  Art. N6. Bijlage 6. - Verwijderingshandelingen.
  Nota : Deze bijlage heeft tot doel een overzicht te geven van de verwijderingshandelingen zoals ze in de praktijk worden verwezenlijkt. De afvalstoffen dienen te worden verwijderd zonder de menselijke gezondheid te schaden en zonder handelingen of methodes aan te wenden die het milieu zouden kunnen aantasten.

  D 1   Het op of in de bodem brengen van afvalstoffen (bijvoorbeeld storten,
         enz.)
  D 2   Behandeling op of in de bodem (bijvoorbeeld biologische afbraak van
         vloeibare afvalstoffen of slib in de bodem, enz.)
  D 3   Injectie in de diepe ondergrond (bijvoorbeeld injectie van oppompbare
         afvalstoffen in putten, zoutkoepels, natuurlijke geologische
         barsten, enz.)
  D 4   Opslag in waterbekkens (bijvoorbeeld lozing van vloeibare stoffen of
         slib in putten, vijvers of bekkens, enz.)
  D 5   Bijzonder aangelegde stortplaats (bijvoorbeeld het plaatsen in
         afzonderlijke ondoorlaatbare en afgedekte cellen die van elkaar en
         de omgeving zijn afgescheiden, enz.)
  D 6   Lozing van vaste afvalstoffen in een watermassa, behalve in de zee
  D 7   Lozing in de zee, met inbegrip van ingraving in de zeebodem
  D 8   Biologische behandeling die niet elders in deze bijlage wordt
         omschreven, die resulteert in uiteindelijke verbindingen of mengsels
         die worden verwijderd volgens een of meer van deze bijlage genoemde
         methoden
  D 9   Fysisch-chemische behandeling die niet elders in deze bijlage wordt
         omschreven, en die resulteert in uiteindelijke verbindingen of
         mengsels die worden verwijderd volgens een of meer van de in deze
         bijlage opgesomde methoden. (bijvoorbeeld verdamping, uitdroging,
         verbranding, enz.)
  D 10  Verbranding op het land
  D 11  Verbranding op zee
  D 12  Permanente opslag (bijvoorbeeld plaatsing van containers in een mijn,
         enz.)
  D 13  Hergroepering voor het uitvoeren van een van de handelingen uit deze
         bijlage
  D 14  Herverpakking voor het uitvoeren van een van de handelingen uit deze
         bijlage
  D 15  Opslag voor het uitvoeren van een van de handelingen uit deze
         bijlage, met uitzondering van tijdelijke opslag op de
         productieplaats voor de inzameling


  Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende het beheer van afgedankte voertuigen.
  Namens de Brusselse Hoofdstedelijke Regering :
  De Minister-President,
  J. SIMONET
  De Minister van Leefmilieu,
  D. GOSUIN

  Art. N7. Bijlage 7. - Handelingen waardoor nuttige toepassing mogelijk wordt.
  Nota : Deze bijlage heeft tot doel een overzicht te geven van de handelingen van nuttige toepassing zoals ze in de praktijk worden verwezenlijkt. De afvalstoffen dienen nuttig te worden toegepast zonder de menselijke gezondheid te schaden en zonder handelingen of methodes aan te wenden die het milieu zouden kunnen aantasten.

  R 1   Hoofdgebruik als brandstof of als ander middel voor energieopwekking
  R 2   Terugwinning of regeneratie van oplosmiddelen
  R 3   Recycling of terugwinning van organische stoffen die niet als
         oplosmiddelen worden gebruikt
  R 4   Recycling of terugwinning van metalen en metaalverbindingen
  R 5   Recycling of terugwinning van andere anorganische materialen
  R 6   Regeneratie van zuren of basen
  R 7   Nuttige toepassing van bestanddelen die worden gebruikt voor het
         opvangen van solventen
  R 8   Nuttige toepassing van bestanddelen uit katalysatoren
  R 9   Regeneratie of andere vormen van hergebruik van olie
  R 10  Verspreiding over de grond ten behoeve van de landbouw of het milieu,
         met inbegrip van compostbemesting en bemesting met andere
         biologische afgezette stoffen
  R 11  Gebruik van afvalstoffen die via een van de onder R 1 tot en met R 10
         genoemde handelingen zijn verkregen
  R 12  Ruiling van afvalstoffen om een van de onder R 1 tot en met R 11
         genoemde handelingen te kunnen toepassen
  R 13  Opslag van materiaal om een van de handelingen uit deze bijlage te
         kunnen toepassen, met uitzondering van tijdelijke opslag op de
         productieplaats voor de inzameling


  Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende het beheer van afgedankte voertuigen.
  Namens de Brusselse Hoofdstedelijke Regering :
  De Minister-President,
  J. SIMONET
  De Minister van Leefmilieu,
  D. GOSUIN.

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
   Gelet op de ordonnantie van 7 maart 1991 betreffende de preventie en het beheer van afvalstoffen, inzonderheid op de artikelen 3, 4 en 11;
   Gelet op artikel 4 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen;
   Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 6 september 2001 betreffende de erkenning van de exploitanten van verwijderingscentra voor afgedankte voertuigen die ertoe gemachtigd zijn een vernietigingsattest af te geven en betreffende de exploitatievoorwaarden van die centra;
   Gelet op het besluit van 18 juli 2002 tot invoering van een terugnameplicht voor sommige afvalstoffen met het oog op hun nuttige toepassing of hun verwijdering;
   Gelet op het advies van de Raad voor het Leefmilieu, gegeven op 10 maart 2004;
   Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 18 maart 2004;
   Gelet op de gecoördineerde wetten op de Raad van State, inzonderheid op artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, 1;
   Gelet op de hoogdringendheid voortvloeiend uit de noodzaak te voorkomen dat België voor een slechte omzetting van richtlijn 2000/53/EG wordt veroordeeld;
   Gelet op het feit dat die hoogdringendheid gerechtvaardigd wordt door het feit dat de memorie van antwoord van België eind februari is ingediend en de procedure voor het Hof van Justitie eerlang zal worden afgesloten;
   Gelet op het feit dat de hoogdringendheid ook ingegeven wordt door het feit dat de milieuovereenkomst betreffende het beheer van afgedankte voertuigen die in verband staat met dit besluit, begin april door de 3 Gewesten en de representatieve koepelorganisaties van de ondernemingen uit die sector moet worden ondertekend;
   Gelet op advies nr. 36.863/3 van de Raad van State, gegeven op 5 april 2004;
   Op voorstel van de Minister van Leefmilieu;
   Na beraadslaging,
   Besluit :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • BESLUIT (BRUSSEL) VAN 03-03-2011 GEPUBL. OP 18-03-2011
    (GEWIJZIGD ART. : 2)
  • originele versie
  • BESLUIT (BRUSSEL) VAN 23-03-2006 GEPUBL. OP 09-05-2006
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 8; 13; 14; 16; 18BIS; NL28; 45; )
    (GEWIJZIGD ART. : N1-N4)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 5 uitvoeringbesluiten 2 gearchiveerde versies
    Franstalige versie