J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 1 gearchiveerde versie
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2003/11/20/2004200174/justel

Titel
20 NOVEMBER 2003. - Besluit van de Waalse Regering betreffende het toekennen van afwijkingen van de beschermingsmaatregelen voor dier- en plantensoorten, vogels uitgezonderd (VERTALING)
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 03-02-2004 en tekstbijwerking tot 05-09-2017)

Bron : WAALSE GEWEST
Publicatie : 03-02-2004 nummer :   2004200174 bladzijde : 6386       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2003-11-20/43
Inwerkingtreding : 13-02-2004

Inhoudstafel Tekst Begin
Afdeling 1. - Gevalgebonden afwijkingen.
Art. 1-3
Afdeling 2. - Jaarlijkse afwijkingen voor wetenschappelijk onderzoek of wetenschappelijke opvolging.
Art. 4-7
Afdeling 3. - Slotbepalingen.
Art. 8-10
BIJLAGEN.
Art. N1-N2

Tekst Inhoudstafel Begin
Afdeling 1. - Gevalgebonden afwijkingen.

  Artikel 1. § 1. Elke gevalgebonden aanvraag tot afwijking van één van de beschermingsmaatregelen voor dier- en plantensoorten wordt ingediend bij de inspecteur-generaal van de Afdeling Natuur en Bossen van het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu, hierna de inspecteur-generaal genoemd, middels het formulier waarvan het model in bijlage I opgenomen is.
  § 2. In de afwijkingsaanvraag worden minstens vermeld :
  1° de identiteit van de aanvrager;
  2° de aard van de verrichting waarvoor de afwijking wordt aangevraagd;
  3° de reden die opgegeven wordt voor de afwijkingsaanvraag onder de redenen bedoeld in artikel 5, § 3, van de wet over natuurbehoud;
  4° de betrokken soorten en voor elke soort het aantal betrokken specimens;
  5° de middelen, installaties en methodes die, in voorkomend geval, ingezet dienen te worden;
  6° de plaatsen waar de afwijking dient te gelden;
  7° de periode waarin de afwijking dient te gelden;
  8° het bewijs dat er geen andere oplossing voldoening schenkt;
  9° het bewijs dat de afwijking geen schade toebrengt aan het behoud in een gunstige staat van instandhouding van de populaties van de betrokken soorten in hun natuurlijke spreidingsgebied.
  § 3. De aanvraag dient te worden gestaafd door elk stuk aan de hand waarvan de inspecteur-generaal zich ervan kan vergewissen dat de voorwaarden bedoeld in § 2, punten 8° en 9°, vervuld zijn.

  Art. 2.Indien de aanvraag onvolledig is dan wel onjuist is ingevuld, licht de inspecteur-generaal de aanvrager daar vijftien dagen na ontvangst van de aanvraag over in, waarbij hij om de ontbrekende inlichtingen verzoekt.
  Binnen de vijftien dagen na ontvangst van de volledige aanvraag verzoekt de inspecteur-generaal om het advies van de [1 beleidsgroep "Landelijke Aangelegenheden", afdeling "Natuur"]1.
  ----------
  (1)<BWG 2017-06-29/20, art. 38, 002; Inwerkingtreding : 04-07-2017>

  Art. 3. De inspecteur-generaal beslist over de aanvraag en licht er de aanvrager binnen de drie maanden volgend op de ontvangst van de volledige aanvraag over in.
  In geval van behoorlijk door de aanvrager met redenen omklede spoedeisendheid worden de termijnen bedoeld in artikel 2, tweede lid en in het eerste lid, tot respectievelijk acht dagen en dertig dagen maximum teruggebracht.

  Afdeling 2. - Jaarlijkse afwijkingen voor wetenschappelijk onderzoek of wetenschappelijke opvolging.

  Art. 4. § 1. Elke aanvraag tot jaarlijkse afwijking die als doel heeft het onderzoek naar of de opvolging van wilde dier- en plantensoorten mogelijk te maken kan worden ingediend door elke natuurlijke of rechtspersoon die regelmatig onderzoeks- of opvolgingswerk verricht betreffende één of meerdere biologische groepen.
  § 2. De afwijkingsaanvraag wordt ingediend bij de inspecteur-generaal middels het formulier waarvan het model opgenomen is in bijlage II van dit besluit uiterlijk op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor om de afwijking verzocht wordt.
  § 3. In de afwijkingsaanvraag worden minstens vermeld :
  1° de identiteit van de aanvrager en van de gemachtigde natuurlijke personen indien de aanvraag van een rechtspersoon afkomstig is;
  2° de aard van de verrichting waarvoor de afwijking wordt aangevraagd;
  3° de betrokken soorten en het aantal betrokken specimens voor elke soort;
  4° de middelen, installaties en methodes die in voorkomend geval ingezet dienen te worden;
  5° de plaatsen waar de afwijking dient te gelden;
  6° de periode waarin de afwijking dient te gelden;
  7° het bewijs dat er geen andere oplossing voldoening schenkt;
  8° het bewijs dat de afwijking geen schade toebrengt aan het behoud in een gunstige staat van instandhouding van de populaties van de betrokken soorten in hun natuurlijke spreidingsgebied.
  § 4. De aanvraag dient te worden gestaafd door elk stuk aan de hand waarvan de inspecteur-generaal zich ervan kan vergewissen dat de voorwaarden bedoeld in § 2, punten 8° en 9°, vervuld zijn.

  Art. 5. Indien de aanvraag onvolledig is dan wel onjuist is ingevuld, licht de inspecteur-generaal de aanvrager daar vijftien dagen na ontvangst van de aanvraag over in, waarbij hij om de ontbrekende inlichtingen verzoekt.

  Art. 6.Na advies van de [1 beleidsgroep "Landelijke Aangelegenheden", afdeling "Natuur"]1 beslist de inspecteur-generaal over de aanvraag en licht de aanvrager over zijn beslissing in uiterlijk tegen 1 januari van het jaar waarvoor om de afwijking verzocht wordt.
  ----------
  (1)<BWG 2017-06-29/20, art. 38, 002; Inwerkingtreding : 04-07-2017>

  Art. 7.De aanvrager die een afwijking gekregen heeft, maakt uiterlijk binnen de drie maanden volgend op het einde van het jaar waarvoor de afwijking geldt een omstandig verslag over de uitvoering van de verleende afwijking aan de inspecteur-generaal over, met meer bepaald de lijst van de betrokken soorten en de omstandigheden van de verrichtingen.
  De toekenning van een nieuwe afwijking aan de aanvrager wordt ondergeschikt gemaakt aan het overmaken van een tussentijds verslag en het onderzoeken door de [1 beleidsgroep "Landelijke Aangelegenheden", afdeling "Natuur"]1 van het belang van de voortgebrachte resultaten voor de kennis en de instandhouding van de biodiversiteit.
  ----------
  (1)<BWG 2017-06-29/20, art. 38, 002; Inwerkingtreding : 04-07-2017>

  Afdeling 3. - Slotbepalingen.

  Art. 8. De aanvrager kan bij de minister bevoegd voor natuurbehoud een beroep indienen tegen de beslissing om een afwijking toe te kennen of in geval van niet-beslissing door de inspecteur-generaal binnen de bij dit besluit bepaalde termijn.
  De minister bevoegd voor Natuurbehoud beslist vervolgens over het beroep binnen de maand volgend op de ontvangst ervan.

  Art. 9. Elke afwijkingsgerechtigde dient in het bezit ervan te zijn bij de uitoefening van de activiteiten die afwijking verantwoord hebben.

  Art. 10. De minister bevoegd voor natuurbehoud is belast met de uitvoering van dit besluit.

  BIJLAGEN.

  Art. N1. Bijlage 1. - MODEL VOOR HET FORMULIER MBT DE AANVRAAG TOT AFWIJKING VAN DE BESCHERMINGSMAATREGELEN VAN VOOR DIER- EN PLANTENSOORTEN, VOGELS UITGEZONDERD.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 03-02-2004, p. 6388-6390).

  Art. N2. Bijlage 2. - MODEL VOOR HET FORMULIER MBT DE AANVRAAG TOT AFWIJKING VAN DE BESCHERMINGSMAATREGELEN VAN VOOR DIER- EN PLANTENSOORTEN, VOGELS UITGEZONDERD.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 03-02-2004, p. 6391-6392).
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Namen, 20 november 2003.
De Minister-President,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden,
J. HAPPART

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Waalse Regering,
   Gelet op de Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna, inzonderheid op artikel 16;
   Gelet op het verdrag van Bern inzake het behoud van wilde dieren en planten en hun natuurlijk leefmilieu in Europa van 19 september 1979, inzonderheid op artikel 9;
   Gelet op de wet van 12 juli 1973 over natuurbehoud, inzonderheid op de artikelen 5, §§ 1 en 3, en 5bis, ingevoegd bij het decreet van 6 december 2001 van 6 december 2001 betreffende betreffende de instandhouding van de Natura 2000-gebieden alsook van de wilde fauna en flora;
   Gelet op het decreet van 14 december 1989 waarbij de Waalse Gewestexecutieve in staat wordt gesteld alle nodige maatregelen te treffen voor de toepassing of de uitvoering van de internationale verdragen en overeenkomsten inzake jacht, visvangst, vogelbescherming en natuurbehoud;
   Gelet op het advies van de " Conseil supérieur wallon de la Conservation de la Nature " (Waalse Hoge Raad voor het Natuurbehoud), gegeven op 18 maart 2003;
   Gelet op het advies 35.842/2/V van de Raad van State, gegeven op 10 september 2003;
   Op de voordracht van de Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden;
   Na beraadslaging,
   Besluit :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • BESLUIT WAALSE GEWEST VAN 29-06-2017 GEPUBL. OP 05-09-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 6; 7)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 1 gearchiveerde versie
    Franstalige versie