J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 6 uitvoeringbesluiten 6 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2003/01/24/2003200576/justel

Titel
24 JANUARI 2003. - Besluit van de Vlaamse regering tot vaststelling en indeling van de ambten in het buitengewoon onderwijs
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 11-04-2003 en tekstbijwerking tot 14-01-2015) Zie wijziging(en)

Bron : VLAAMSE GEMEENSCHAP
Publicatie : 11-04-2003 nummer :   2003200576 bladzijde : 18469       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2003-01-24/43
Inwerkingtreding : 01-09-2002

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
Art. 1
HOOFDSTUK II. - Ambten in het buitengewoon basisonderwijs.
Art. 2-7, 7bis, 8-11
HOOFDSTUK III. - Ambten in het buitengewoon secundair onderwijs.
Art. 12-19, 19bis
HOOFDSTUK IV. - Overgangsbepalingen.
Art. 20, 20bis, 21-27, 27bis, 27ter, 28-29
HOOFDSTUK V. - Opheffingsbepalingen.
Art. 30-31
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen.
Art. 32-33

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.

  Artikel 1.§ 1. Dit besluit is van toepassing op de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het paramedisch personeel, het sociaal personeel, het orthopedagogisch personeel, het psychologisch personeel, het medisch personeel, (het beleids- en ondersteunend,) het opvoedend hulppersoneel en het administratief personeel, (het ondersteunend personeel) die tewerkgesteld zijn in instellingen voor buitengewoon onderwijs die worden gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap. <BVR 2003-12-05/70, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-09-2003> <BVR 2006-09-08/45, art. 8, 004; Inwerkingtreding : 01-09-2006>
  § 2. Dit besluit is niet van toepassing op de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel :
  1° die een wervingsambt uitoefenen in de opleidingsvorm 4;
  2° die een selectie- of bevorderingsambt uitoefenen in instellingen waar uitsluitend de opleidingsvorm 4 wordt georganiseerd, met uitzondering van de instellingen voor buitengewoon secundair onderwijs van type 5 die opgericht zijn vanaf 1 september 1986 volgens [1 artikel 288 van de codificatie betreffende het secundair onderwijs]1.
  ----------
  (1)<BVR 2010-12-17/39, art. 359, 46), 006; Inwerkingtreding : 04-07-2011>

  HOOFDSTUK II. - Ambten in het buitengewoon basisonderwijs.

  Art. 2. De ambten die de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel kunnen uitoefenen in het buitengewoon basisonderwijs, worden als volgt vastgesteld en ingedeeld :
  1° wervingsambten :
  a) kleuteronderwijzer algemene en sociale vorming;
  b) onderwijzer algemene en sociale vorming;
  c) leermeester algemene en sociale vorming, specialiteit lichamelijke opvoeding;
  d) leermeester algemene en sociale vorming, compensatietechniek-braille in type 6;
  e) leermeester godsdienst;
  f) leermeester niet-confessionele zedenleer;
  2° selectieambten :
  nihil;
  3° bevorderingsambten :
  a) directeur;
  b) directeur van een medisch-pedagogisch instituut gefinancierd door de Vlaamse Gemeenschap.

  Art. 3. De ambten die de leden van het paramedisch personeel in het buitengewoon basisonderwijs kunnen uitoefenen, worden als volgt vastgesteld en ingedeeld :
  1° wervingsambten :
  a) ergotherapeut;
  b) kinderverzorger;
  c) kinesitherapeut;
  d) logopedist;
  e) verpleger;
  2° selectieambten :
  nihil;
  3° bevorderingsambten :
  nihil.

  Art. 4. De ambten die de leden van het sociaal personeel in het buitengewoon basisonderwijs kunnen uitoefenen, worden als volgt vastgesteld en ingedeeld :
  1° wervingsambten :
  a) maatschappelijk werker;
  2° selectieambten :
  nihil;
  3° bevorderingsambten :
  nihil.

  Art. 5. De ambten die de leden van het psychologisch personeel in het buitengewoon basisonderwijs kunnen uitoefenen, worden als volgt vastgesteld en ingedeeld :
  1° wervingsambten :
  a) psycholoog;
  2° selectieambten :
  nihil;
  3° bevorderingsambten :
  nihil.

  Art. 6. De ambten die de leden van het orthopedagogisch personeel in het buitengewoon basisonderwijs kunnen uitoefenen, worden als volgt vastgesteld en ingedeeld :
  1° wervingsambten :
  a) orthopedagoog;
  2° selectieambten :
  nihil;
  3° bevorderingsambten :
  nihil.

  Art. 7. De ambten die de leden van het medisch personeel in het buitengewoon basisonderwijs kunnen uitoefenen, worden als volgt vastgesteld en ingedeeld :
  1° wervingsambten :
  a) arts;
  2° selectieambten :
  nihil;
  3° bevorderingsambten :
  nihil.

  Art. 7bis. <Ingevoegd bij BVR 2003-12-05/70, art. 2; Inwerkingtreding : 01-09-2003> De ambten die de leden van het beleids- en ondersteunend personeel kunnen uitoefenen in het buitengewoon basisonderwijs worden als volgt vastgesteld en ingedeeld :
  1° wervingsambten :
  a) administratief medewerker;
  b) (ICT-coördinator;) <BVR 2005-09-30/40, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-09-2005>
  (NOTA : de wijziging aangebracht bij BVR 2005-09-30/40, art 1 werd een tweede maal gepubliceerd in het B.St. van 16-12-2005, op pagina 54025, zie BVR 2005-09-30/49)
  (c) zorg-coördinator.) <BVR 2005-09-30/40, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-09-2005>
  (NOTA : de wijziging aangebracht bij BVR 2005-09-30/40, art 1 werd een tweede maal gepubliceerd in het B.St. van 16-12-2005, op pagina 54025, zie BVR 2005-09-30/49)
  2° selectieambten:
  nihil
  3° bevorderingsambten
  nihil

  Art. 8. De ambten die de leden van het paramedisch personeel kunnen uitoefenen in de medisch-pedagogische instituten, worden als volgt vastgesteld en ingedeeld :
  1° wervingsambten :
  a) ergotherapeut;
  b) kinderverzorger;
  c) kinesitherapeut;
  d) logopedist;
  e) verpleger;
  2° selectieambten :
  nihil;
  3° bevorderingsambten :
  nihil.

  Art. 9. De ambten die de leden van het opvoedend hulppersoneel kunnen uitoefenen in de medisch-pedagogische instituten worden als volgt vastgesteld en ingedeeld :
  1° wervingsambten :
  a) studiemeester-opvoeder internaat;
  2° selectieambten :
  nihil;
  3° bevorderingsambten :
  a) beheerder.

  Art. 10. § 1. De ambten die de leden van het paramedisch personeel kunnen uitoefenen in de semi-internaten, worden als volgt vastgesteld en ingedeeld :
  1° wervingsambten :
  a) ergotherapeut;
  b) kinderverzorger;
  c) kinesitherapeut;
  d) logopedist;
  2° selectieambten :
  nihil;
  3° bevorderingsambten :
  nihil.
  § 2. De ambten die de leden van het psychologisch personeel kunnen uitoefenen in de semi-internaten, worden als volgt vastgesteld en ingedeeld :
  1° wervingsambten :
  a) orthopedagoog;
  b) psycholoog;
  c) pedagoog;
  2° selectieambten :
  nihil;
  3° bevorderingsambten :
  nihil.
  § 3. De ambten die de leden van het opvoedend hulppersoneel kunnen uitoefenen in de semi-internaten worden als volgt vastgesteld en ingedeeld :
  1° wervingsambten :
  a) opvoeder;
  2° selectieambten :
  a) hoofdopvoeder;
  3° bevorderingsambten :
  nihil.
  § 4. De ambten die de leden van het administratief personeel kunnen uitoefenen in de semi-internaten worden als volgt vastgesteld en ingedeeld :
  1° wervingsambten :
  a) klerk-typist;
  b) opsteller;
  2° selectieambten :
  nihil;
  3° bevorderingsambten :
  nihil.

  Art. 11.
  <Opgeheven bij BVR 2014-11-21/08, art. 22,3°, 007; Inwerkingtreding : 01-09-2015>

  HOOFDSTUK III. - Ambten in het buitengewoon secundair onderwijs.

  Art. 12. De ambten die de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel kunnen uitoefenen in het buitengewoon secundair onderwijs, worden als volgt vastgesteld en ingedeeld :
  1° wervingsambten :
  a) leraar algemene en sociale vorming;
  b) leraar algemene en sociale vorming, specialiteit lichamelijke opvoeding;
  c) leraar algemene en sociale vorming, compensatietechniek-braille in type 6;
  d) leraar beroepsgerichte vorming;
  e) leraar niet-confessionele zedenleer;
  f) godsdienstleraar;
  2° selectieambten :
  a) technisch adviseur;
  b) adjunct-directeur;
  3° bevorderingsambten :
  a) technisch adviseur-coördinator;
  b) directeur.

  Art. 13. De ambten die de leden van het paramedisch personeel in het buitengewoon secundair onderwijs kunnen uitoefenen, worden als volgt vastgesteld en ingedeeld :
  1° wervingsambten :
  a) ergotherapeut;
  b) kinderverzorger;
  c) kinesitherapeut;
  d) logopedist;
  e) verpleger;
  2° selectieambten :
  nihil;
  3° bevorderingsambten :
  nihil.

  Art. 14. De ambten die de leden van het sociaal personeel in het buitengewoon secundair onderwijs kunnen uitoefenen, worden als volgt vastgesteld en ingedeeld :
  1° wervingsambten :
  a) maatschappelijk werker;
  2° selectieambten :
  nihil;
  3° bevorderingsambten :
  nihil.

  Art. 15. De ambten die de leden van het psychologisch personeel in het buitengewoon secundair onderwijs kunnen uitoefenen, worden als volgt vastgesteld en ingedeeld :
  1° wervingsambten :
  a) psycholoog;
  2° selectieambten :
  nihil;
  3° bevorderingsambten :
  nihil.

  Art. 16. De ambten die de leden van het orthopedagogisch personeel in het buitengewoon secundair onderwijs kunnen uitoefenen, worden als volgt vastgesteld en ingedeeld :
  1° wervingsambten :
  a) orthopedagoog;
  2° selectieambten :
  nihil;
  3° bevorderingsambten :
  nihil.

  Art. 17. De ambten die de leden van het medisch personeel in het buitengewoon secundair onderwijs kunnen uitoefenen, worden als volgt vastgesteld en ingedeeld :
  1° wervingsambten :
  a) arts;
  2° selectieambten :
  nihil.
  3° bevorderingsambten :
  nihil.

  Art. 18. <BVR 2006-09-08/45, art. 9, 004; Inwerkingtreding : 01-09-2006> De ambten die de leden van het opvoedend hulppersoneel in de internaten in het buitengewoon secundair onderwijs kunnen uitoefenen, worden als volgt vastgelegd en ingedeeld :
  1° wervingsambten :
  a) studiemeester-opvoeder internaat;
  2° selectieambten :
  a) nihil;
  3° bevorderingsambten :
  a) beheerder.

  Art. 19. <BVR 2006-09-08/45, art. 10, 004; Inwerkingtreding : 01-09-2006> De ambten die de leden van het administratief personeel in het buitengewoon secundair onderwijs kunnen uitoefenen, worden als volgt vastgelegd en ingedeeld :
  1° wervingsambten :
  a) bode-kamerbewaarder;
  2° selectieambten :
  a) nihil
  3° bevorderingsambten :
  a) nihil.

  Art. 19bis. <Ingevoegd bij BVR 2006-09-08/45, art. 11; Inwerkingtreding : 01-09-2006> § 1. De ambten die de leden van het ondersteunend personeel kunnen uitoefenen in het buitengewoon secundair onderwijs bestaan uit de volgende wervingsambten :
  1° administratief medewerker;
  2° opvoeder.
  (NOTA van Justel : er is geen § 2.)

  HOOFDSTUK IV. - Overgangsbepalingen.

  Art. 20. De ambten opgesomd, in artikel 2 van dit besluit vervangen, de volgende ambten :
  1° Het wervingsambt van kleuteronderwijzer algemene en sociale vorming vervangt het wervingsambt van kleuteronderwijzer algemene en sociale vorming in het buitengewoon kleuteronderwijs en het wervingsambt van kleuteronderwijzer algemene en sociale vorming in het buitengewoon basisonderwijs;
  2° Het wervingsambt van onderwijzer algemene en sociale vorming vervangt de wervingsambten van onderwijzer algemene en sociale vorming in het buitengewoon lager onderwijs en van onderwijzer algemene en sociale vorming in het buitengewoon basisonderwijs;
  3° Het wervingsambt van leermeester algemene en sociale vorming, specialiteit lichamelijke opvoeding vervangt de wervingsambten van leermeester algemene en sociale vorming, specialiteit lichamelijke opvoeding in het buitengewoon lager onderwijs en van leermeester algemene en sociale vorming, specialiteit lichamelijke opvoeding in het buitengewoon basisonderwijs;
  4° Het wervingsambt van leermeester algemene en sociale vorming compensatietechniek- braille in type 6 vervangt de wervingsambten van leermeester algemene en sociale vorming compensatietechniek-braille in type 6 van het buitengewoon kleuteronderwijs, van leermeester algemene en sociale vorming compensatietechniek- braille in type 6 van het buitengewoon lager onderwijs en van leermeester algemene en sociale vorming compensatietechniek-braille in type 6 van het buitengewoon basisonderwijs;
  5° Het wervingsambt van leermeester godsdienst vervangt de wervingsambten van leermeester godsdienst in het buitengewoon lager onderwijs en van leermeester godsdienst in het buitengewoon basisonderwijs;
  6° Het wervingsambt van leermeester niet-confessionele zedenleer vervangt de wervingsambten van leermeester niet-confessionele zedenleer in het buitengewoon lager onderwijs en van leermeester niet-confessionele zedenleer in het buitengewoon basisonderwijs;
  7° Het bevorderingsambt van directeur vervangt de bevorderingsambten van directeur in het buitengewoon kleuteronderwijs, van directeur in het buitengewoon lager onderwijs, van directeur in het buitengewoon basisonderwijs;
  8° Het bevorderingsambt van directeur van een medisch-pedagogisch instituut gefinancierd door de Vlaamse Gemeenschap vervangt het bevorderingsambt van directeur van een medisch-pedagogisch instituut van de Vlaamse Gemeenschap.

  Art. 20bis. <Ingevoegd bij BVR 2005-09-30/40, art. 2; Inwerkingtreding : 01-09-2005>
  (NOTA : de wijziging aangebracht bij BVR 2005-09-30/40, art 2 werd een tweede maal gepubliceerd in het B.St. van 16-12-2005, op pagina 54025, zie BVR 2005-09-30/49)
  Het wervingsambt van ICT-coördinator vervangt de wervingsambten van administratief medewerker of beleidsmedewerker, ingericht op basis van de puntenenveloppe ICT, vermeld in artikel X.52 van het decreet betreffende het onderwijs XIV van 14 februari 2003, en/of ingericht op basis van de puntenenveloppe toegekend aan de scholengemeenschap en gebruikt voor ICT, als vermeld in artikel 125duodecies van het decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997.
  Het wervingsambt van zorg-coördinator vervangt het wervingsambt van beleidsmedewerker, ingericht op basis van de puntenenveloppe, toegekend aan de scholengemeenschap en gebruikt voor zorg, als vermeld in artikel 125duodecies van het decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997.

  Art. 21. De ambten, opgesomd in artikel 3 van dit besluit, vervangen de volgende ambten :
  1° Het ambt van kinderverzorger vervangt de ambten van kinderverzorger die uitgeoefend werden in het buitengewoon kleuter-, lager en basisonderwijs;
  2° Het ambt van verpleger vervangt de ambten van verpleger die uitgeoefend werden in het buitengewoon kleuter-, lager en basisonderwijs;
  3° Het ambt van kinesitherapeut vervangt de ambten van kinesitherapeut die uitgeoefend werden in het buitengewoon kleuter-, lager en basisonderwijs;
  4° Het ambt van logopedist vervangt de ambten van logopedist die uitgeoefend werden in het buitengewoon kleuter-, lager en basisonderwijs;
  5° Het ambt van ergotherapeut vervangt de ambten van ergotherapeut die uitgeoefend werden in het buitengewoon kleuter-, lager en basisonderwijs.

  Art. 22. Het ambt van maatschappelijk werker vervangt de ambten van maatschappelijk werker die uitgeoefend werden in het buitengewoon kleuter-, lager en basisonderwijs.

  Art. 23. Het ambt van psycholoog vervangt de ambten van psycholoog die uitgeoefend werden in het buitengewoon kleuter-, lager en basisonderwijs.

  Art. 24. Het ambt van orthopedagoog vervangt het ambt van orthopedagoog dat de leden van het psychologisch personeel uitoefenden in het buitengewoon kleuter-, lager en basisonderwijs.

  Art. 25. Het ambt van arts vervangt de ambten van arts die uitgeoefend werden in het buitengewoon kleuter-, lager en basisonderwijs.

  Art. 26. § 1. Het ambt van technisch adviseur vervangt het ambt van werkmeester.
  § 2. Het ambt van adjunct-directeur vervangt het ambt van onderdirecteur.
  § 3. Het ambt van technisch adviseur-coördinator vervangt het ambt van werkplaatsleider.

  Art. 27. De personeelsleden die vóór de datum van de inwerkingtreding van dit besluit in dienst waren in één van de ambten die door dit besluit worden vervangen, worden geacht zich in het nieuwe ambt in dezelfde administratieve toestand te bevinden, als in het ambt dat vervangen wordt. De diensten, gepresteerd in het opgeheven ambt, worden geacht te zijn gepresteerd in het vervangende ambt.

  Art. 27bis. <Ingevoegd bij BVR 2005-09-30/40, art. 3; Inwerkingtreding : 01-09-2005>
  (NOTA : de wijziging aangebracht bij BVR 2005-09-30/40, art 3 werd een tweede maal gepubliceerd in het B.St. van 16-12-2005, op pagina 54025, zie BVR 2005-09-30/49)
  (leden afgeschaft) <BVR 2006-09-01/99, art. 4, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2005>
  De personeelsleden die op 31 augustus 2005 vastbenoemd zijn in het ambt van administratief medewerker op basis van de puntenenveloppe ICT, zoals bedoeld in artikel X.52. van het decreet betreffende het onderwijs XIV van 14 februari 2003 behouden het voordeel van de weddenschaal verbonden aan het door hen op 31 augustus 2005 uitgeoefende ambt.

  Art. 27ter. (opgeheven) <BVR 2006-09-01/99, art. 4, 005; Inwerkingtreding : 01-09-2005>

  Art. 28. De personeelsleden die op 31 augustus 2002 vastbenoemd en als dusdanig erkend zijn, daar waar de erkenning bestaat, hetzij gelijkgesteld zijn met de vastbenoemde of definitief erkende personeelsleden in een selectieambt van kleuteronderwijzeres aan een oefenschool worden op 1 september 2002 beschouwd zich te bevinden in dezelfde statutaire toestand als voor het wervingsambt van respectievelijk kleuteronderwijzer algemene en sociale vorming en onderwijzer algemene en sociale vorming. Zij behouden de weddenschaal die zij verworven hadden in het selectieambt. Zij blijven ertoe gehouden verder de verplichtingen na te komen, verbonden aan dit selectieambt.

  Art. 29. De op 31 augustus 2002 bestaande betrekkingen van het wervingsambt van bijzonder leermeester heilgymnastiek, bijzonder leermeester logopedie, bijzonder leermeester inwijding in de muziek, leermeester bijzondere vakken, met uitzondering van lichamelijke opvoeding, en de op dezelfde datum bestaande betrekkingen van het selectieambt van leermeester bijzondere vakken aan een lagere oefenschool, andere specialiteiten dan lichamelijke opvoeding, blijven behouden tot op de dag dat de titularis de betrekking definitief verlaat. Zij blijven de weddenschaal behouden die zij verworven hadden. Indien zij de weddenschaal van een selectieambt genoten, blijven zij ertoe gehouden de verplichtingen die verbonden zijn aan dit selectieambt na te komen.

  HOOFDSTUK V. - Opheffingsbepalingen.

  Art. 30. Artikel 1 en 2 van het besluit van de Vlaamse regering van 19 december 1990 tot vaststelling en indeling van de ambten van de leden van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen worden, voor wat het buitengewoon basisonderwijs en het buitengewoon secundair onderwijs betreft, opgeheven.

  Art. 31. Het besluit van de Vlaamse regering van 27 juni 1990 tot vaststelling en indeling van de ambten in het buitengewoon onderwijs wordt opgeheven.

  HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen.

  Art. 32. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2002.

  Art. 33. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, 24 januari 2003.
De minister-president van de Vlaamse regering,
P. DEWAEL
De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming,
M. VANDERPOORTEN

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Vlaamse regering,
   Gelet op het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, inzonderheid op artikel 3, 9°;
   Gelet op het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra, inzonderheid op artikel 5, 11°;
   Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 27 juni 1990 tot vaststelling en indeling van de ambten in het buitengewoon onderwijs, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 13 mei 1992 en 17 juni 1997;
   Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 19 december 1990 tot vaststelling en indeling van de ambten van de leden van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen, zoals gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 19 oktober 1994 en 28 augustus 2000;
   Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de Begroting, gegeven op 2 juli 2002;
   Gelet op protocol nr. 475 van 19 juli 2002 houdende de conclusies van de onderhandelingen gevoerd in de gemeenschappelijke vergadering van Sectorcomité X en van onderafdeling " Vlaamse Gemeenschap " van afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten;
   Gelet op protocol nr. 243 van 19 juli 2002 houdende de conclusies van de onderhandelingen gevoerd in het overkoepelend onderhandelingscomité bedoeld in het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs;
   Gelet op de beraadslaging van de Vlaamse regering, op 19 juli 2002 betreffende de aanvraag om advies bij de Raad van State binnen een maand;
   Gelet op advies 33.952/1 van de Raad van State, gegeven op 24 oktober 2002, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1 o, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
   Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming;
   Na beraadslaging,
   Besluit :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
---------------------------------------------------OPGEHEVEN DOOR---------------------------------------------------
originele versie
  • BESLUIT VLAAMSE REGERING VAN 21-11-2014 GEPUBL. OP 14-01-2015
    (GEWIJZIGD ART. : 11)
  • ---------------------------------------------------GEWIJZIGD DOOR---------------------------------------------------
    originele versie
  • BESLUIT VLAAMSE REGERING VAN 17-12-2010 GEPUBL. OP 24-06-2011
    (GEWIJZIGD ART. : 1)
  • originele versie
  • BESLUIT VLAAMSE REGERING VAN 01-09-2006 GEPUBL. OP 05-12-2006
    (GEWIJZIGDE ART. : 27BIS; 27TER)
  • originele versie
  • BESLUIT VLAAMSE REGERING VAN 08-09-2006 GEPUBL. OP 24-11-2006
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 18; 19; 19BIS)
  • originele versie
  • BESLUIT VLAAMSE REGERING VAN 30-09-2005 GEPUBL. OP 16-12-2005
    (GEWIJZIGDE ART. : 7BIS; 20BIS; 27BIS; 27TER)
  • originele versie
  • BESLUIT VLAAMSE REGERING VAN 30-09-2005 GEPUBL. OP 16-11-2005
    (GEWIJZIGDE ART. : 7BIS; 20BIS; 27BIS; 27TER)
  • originele versie
  • BESLUIT VLAAMSE REGERING VAN 05-12-2003 GEPUBL. OP 11-02-2004
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 7BIS)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 6 uitvoeringbesluiten 6 gearchiveerde versies
    Franstalige versie