J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 16 uitvoeringbesluiten 8 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2002/07/16/2002011314/justel

Titel
16 JULI 2002. - Koninklijk besluit betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen.
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 23-08-2002 en tekstbijwerking tot 27-08-2018)

Bron : ECONOMISCHE ZAKEN
Publicatie : 23-08-2002 nummer :   2002011314 bladzijde : 37193   BEELD
Dossiernummer : 2002-07-16/39
Inwerkingtreding : 01-07-2003

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Definities en toepassingsgebied.
Art. 1-2
HOOFDSTUK II. - Bijzondere bepalingen betreffende de toekenning van groenestroomcertificaten voor elektriciteit geproduceerd door de installaties bedoeld in artikel 6 van de wet.
Afdeling I. - Erkenning van de Keuringsinstellingen.
Art. 3
Afdeling II. - Oorsprongsgarantie van groene stroom geproduceerd door de installaties bedoeld in artikel 6 van de wet.
Art. 4-6
Afdeling III. - Voorwaarden voor het toekennen van groenestroomcertificaten opgewekt door de installaties bedoeld in artikel 6 van de wet.
Art. 7
Afdeling IV. - Procedure voor het toekennen van certificaten voor groene stroom opgewekt door de installaties bedoeld in artikel 6 van de wet.
Art. 8-13
HOOFDSTUK III. - Maatregelen bedoeld voor een verzekerde afzet op de markt, tegen een minimumprijs, van een minimumvolume elektriciteit geproduceerd met aanwending van hernieuwbare energiebronnen.
Afdeling I. - Minimumprijzen.
Art. 14
Art. 14 TOEKOMSTIG RECHT
Afdeling II. [1 - Inning, facturering en inlichtingen]1
Art. 14bis, 14ter, 14quater, 14quinquies, 14sexies, 14septies, 14octies
Afdeling II. [1 - Degressiviteit]1
Art. 14nonies, 14decies, 14undecies, 14duodecies, 14terdecies
[1Hoofdstuk IV.]1 - Slot- en overgangsbepalingen.
Art. 15-17
BIJLAGE.
Art. N

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Definities en toepassingsgebied.

  Artikel 1.§ 1. De definities bepaald in artikel 2 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, hierna " de wet " genoemd, zijn van toepassing op onderhavig besluit.
  § 2. Voor de toepassing van dit besluit, wordt verstaan onder :
  1° " groene stroom " : elektriciteit geproduceerd met aanwending van hernieuwbare energiebronnen;
  2° " keuringsinstelling " : instelling erkend door de minister overeenkomstig artikel 3;
  3° " certificaat van oorsprongsgarantie " : het document dat de oorsprongsgarantie van groene stroom aantoont overeenkomstig artikel 4 van dit besluit;
  4° " groenestroomcertificaat " : een immaterieel goed dat aantoont dat een producent een aangegeven hoeveelheid groene stroom heeft opgewekt binnen een bepaalde tijdsduur;
  5° " databank " : de databank bedoeld in artikel 13 van dit besluit, gecentraliseerd en beheerd door de commissie, die de toegekende groenestroomcertificaten evenals de erin opgenomen gegevens verzamelt;
  6° " decreten en ordonnantie elektriciteit " : het geheel gevormd door het decreet van 17 juli 2000 van het Vlaams Parlement houdende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, het decreet van 12 april 2001 van de Waalse Raad betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt en de ordonnantie van 19 juli 2001 van de Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
  (7° " toeslag groenestroomcertificaat " : de toeslag bestemd om reële nettokosten te compenseren die door de netbeheerder gedragen worden naar aanleiding van de aankoop- en verkoopverplichting van groene stroomcertificaten bedoeld in artikel 4;
  8° [1 Tariefmethodologie " : " de tariefmethodologie aangenomen door de commissie in toepassing van artikel 12 of 12quater, § 2, van de wet;]1
  9° " eindverbruiker " : elke natuurlijke of rechtspersoon gevestigd op het Belgische grondgebied die de elektriciteit voor eigen gebruik heeft verbruikt;) <KB 2008-10-31/31, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 14-11-2008>
  [2 10° "LCOE" : het geheel van de jaarlijkse kosten, berekend over een termijn van twintig jaar en gestandaardiseerd op basis van een algemeen geldend technologisch referentiekader, die zijn vereist om 1 MWh elektriciteit te produceren en die onder meer de investeringskosten en de kosten van exploitatie en onderhoud omvatten alsook de financieringskosten, berekend met actualisering van de financiële stromen [3 ...]3;
   11° "elektriciteitsreferentieprijs" : gemiddelde in EUR/MWh van de dagnoteringen in het jaar Y-1 van de toekomstige contracten "calendar Y", zoals gepubliceerd door APX Holding B.V., geregistreerd onder het Nederlands register van de Kamer van koophandel onder nummer 34153887, met zetel te Hoogoorddreef 7, Amsterdam 1101 BA, onder de titel "Endex" en de ondertitel "Endex Cal+1";
   12° "onevenwichtstarief van toepassing op een positief onevenwicht" : tarief gepubliceerd op de website van de netbeheerder, van toepassing op de toegangsverantwoordelijke ter vergoeding van de aankoop door de netbeheerder van de evenwichtsverantwoordelijke van de overtollige energie die werd geïnjecteerd door de evenwichtsverantwoordelijke;]2
  [3 13° " Nemo " : een beheerder van de Belgische elektriciteitsmarkt aangesteld met toepassing van Verordening (EU) 2015/1222 van de Commissie van 24 juli 2015 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende capaciteitstoewijzing en congestiebeheer.]3
  ----------
  (1)<KB 2013-08-17/15, art. 1, 006; Inwerkingtreding : 01-07-2013>
  (2)<KB 2014-04-04/60, art. 1, 007; Inwerkingtreding : 14-06-2014>
  (3)<KB 2017-02-09/10, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 04-03-2017>

  Art. 2. In uitvoering van artikel 7 van de wet bedoeld om maatregelen vast te stellen voor een tegen een minimumprijs verzekerde afzet op de markt, van een minimumvolume elektriciteit geproduceerd met aanwending van hernieuwbare energiebronnen, worden de volgende maatregelen ingevoerd :
  1° een procedure voor de toekenning van certificaten van oorsprongsgarantie voor productie-installaties van groene stroom geproduceerd overeenkomstig artikel 6 van de wet;
  2° een procedure voor het toekennen en afleveren van groenestroomcertificaten voor elektriciteit geproduceerd door de houders van domeinconcessies bedoeld in artikel 6 van de wet;
  3° de bepaling van minimumprijzen voor de productie van groene stroom.

  HOOFDSTUK II. - Bijzondere bepalingen betreffende de toekenning van groenestroomcertificaten voor elektriciteit geproduceerd door de installaties bedoeld in artikel 6 van de wet.

  Afdeling I. - Erkenning van de Keuringsinstellingen.

  Art. 3. § 1. Om erkend te worden dient een keuringsinstelling aan de volgende voorwaarden te voldoen :
  1° beschikken over de rechtspersoonlijkheid en onafhankelijk zijn van elke producent, tussenpersoon of elektriciteitsleverancier;
  2° geaccrediteerd zijn op basis van de criteria van de NBN EN45004 -norm voor de activiteiten voorzien in dit besluit, overeenkomstig het accreditatiesysteem ingesteld in toepassing van de wet van 20 juli 1990 betreffende de accreditatie van certificatie- en keuringsinstellingen alsmede van beproevingslaboratoria, of door een gelijkwaardig accreditatiesysteem ingesteld in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte.
  3° zich ertoe verbinden verslagen, opgemaakt in het kader van de bezoeken gebracht aan de productie-installaties van groene stroom die betrekking hebben op het certificaat van oorsprongsgarantie, aan de minister en aan de commissie over te maken.
  § 2. De aanvraag tot erkenning wordt ingediend bij de minister en vergezeld van de nodige bewijsstukken. Deze kent de erkenning toe of weigert ze na onderzoek van de aanvraag en na advies van de commissie. De erkenning wordt toegekend voor een hernieuwbare periode van drie jaar.
  § 3. De intrekking van de erkenning wordt door de minister beslist :
  1° wanneer de keuringsinstelling niet meer voldoet aan de voorwaarden voor erkenning bepaald in § 1 van dit artikel;
  2° wanneer de keuringsinstelling het onderwerp uitmaakt van een intrekking van haar accreditatie;
  3° wanneer herhaaldelijke fouten zijn vastgesteld bij de uitoefening van haar opdrachten.
  De beslissing van intrekking wordt gemotiveerd. Zij wordt pas genomen nadat de instelling behoorlijk door de minister of zijn afgevaardigde werd opgeroepen.
  § 4 : De keuringsinstelling is belast met het afleveren van het certificaat van oorsprongsgarantie en het uitoefenen van een periodieke controle, minstens jaarlijks, op de conformiteit van de gegevens opgenomen in de oorsprongsgarantie.

  Afdeling II. - Oorsprongsgarantie van groene stroom geproduceerd door de installaties bedoeld in artikel 6 van de wet.

  Art. 4. § 1 Een productie-installatie van elektriciteit zoals bedoeld in artikel 6 van de wet zal enkel beschouwd worden als productie-installatie van groene stroom indien haar een certificaat van oorsprongsgarantie, afgeleverd door een erkende keuringsinstelling, toegekend werd.
  § 2. Het certificaat van oorsprongsgarantie toont aan dat de effectief geproduceerde elektriciteit groene stroom is en dat de geproduceerde hoeveelheid berekend wordt volgens de geldende meetnormen. Het vermeldt minstens het volgende :
  - de bron(nen) met aanwending van dewelke de elektriciteit geproduceerd wordt;
  - de technologie gebruikt voor de productie;
  - de technologie gebruikt voor de berekening van de productie;
  - het netto-ontwikkelbaar vermogen van de installatie;
  - eventuele tegemoetkomingen of subsidies toegekend voor de constructie of de werking van de productie-installatie, of voor elektriciteitsproductie door deze productie-installatie;
  - de voorziene datum van indiensttreding van de installatie;
  - de productieplaats.

  Art. 5. Elke aanvraag voor een certificaat van oorsprongsgarantie wordt geadresseerd aan een behoorlijk erkende instelling overeenkomstig artikel 3 van dit besluit.
  In geval van wijziging van de meetinstrumenten of van elk element opgenomen in het certificaat van oorsprongsgarantie, meldt de houder van het certificaat dit aan een erkende keuringsinstelling binnen de vijftien dagen. Deze laatste zal, in voorkomend geval, een nieuw certificaat opmaken.

  Art. 6. De commissie kan ten allen tijde van een erkende keuringsinstelling vereisen dat zij een controle verricht en nagaat of de elementen opgenomen in het certificaat van oorsprongsgarantie met de werkelijkheid overeenstemmen. Zoniet wordt het certificaat van oorsprongsgarantie ingetrokken.

  Afdeling III. - Voorwaarden voor het toekennen van groenestroomcertificaten opgewekt door de installaties bedoeld in artikel 6 van de wet.

  Art. 7.§ 1. Groenestroomcertificaten worden door de commissie toegekend aan producenten die houder zijn van een concessie bedoeld in artikel 6 van de wet evenals van een certificaat van oorsprongsgarantie bedoeld in artikel 4 van dit besluit.
  § 2. De groenestroomcertificaten worden toegekend op basis van zowel de nettoproductie van groene stroom verbruikt door de producent als de netto productie van groene stroom geleverd aan het transmissie- of distributienet, of overgebracht door middel van directe lijnen [1 ...]1. [1 De netto geproduceerde elektriciteit is de geproduceerde elektriciteit, vóór eventuele transformatie verminderd met de elektriciteit nodig voor de functionele installaties van de productie-installatie.]1.
  De netbeheerder registreert de productie van groene stroom op basis van de meetbare gegevens die hem maandelijks ter beschikking zijn gesteld door de producent. De producent van groene stroom moet deze productie meten door middel van een elektriciteitsmeter afgescheiden van de rest van de installatie. Maandelijks maakt de netbeheerder deze meetgegevens per productiesite over aan de commissie.
  § 3. Een groenestroomcertificaat wordt afgeleverd voor een hoeveelheid geproduceerde groene stroom die overeenkomt met één MWh.
  § 4. Als een hoeveelheid van minder dan één MWh overblijft, mogen de overblijvende kWh worden overgedragen naar het volgende kwartaal, bepaald overeenkomstig artikel 11 van dit besluit.
  ----------
  (1)<KB 2014-04-04/60, art. 2, 007; Inwerkingtreding : 14-06-2014>

  Afdeling IV. - Procedure voor het toekennen van certificaten voor groene stroom opgewekt door de installaties bedoeld in artikel 6 van de wet.

  Art. 8. Een aanvraag voor toekenning van groenestroomcertificaten wordt gericht aan de commissie. Deze aanvraag gebeurt door middel van een formulier opgesteld door de commissie en volgens de door haar bepaalde modaliteiten. De aanvrager voegt bij dit formulier een door de officieel erkende instelling voor eensluidend verklaarde kopie van het certificaat van oorsprongsgarantie dat hem werd toegekend overeenkomstig artikel 4 van dit besluit.

  Art. 9. De commissie gaat na of het aanvraagformulier correct en volledig is ingevuld. Indien zij vaststelt dat de aanvraag onvolledig is informeert zij de aanvrager hiervan binnen een termijn van maximum vijftien dagen na ontvangst van het aanvraagformulier. Zij preciseert waarom het formulier onvolledig is en stelt een termijn vast van maximum drie weken waarbinnen de aanvrager verzocht wordt zijn aanvraag te vervolledigen.

  Art. 10. Binnen een termijn van één maand na ontvangst van het correcte en volledige formulier, gaat de commissie na of de aanvrager aan de voorwaarden voor toekenning van groenestroomcertificaten beantwoordt en maakt zij haar beslissing aan hem bekend. De commissie is verplicht de aanvrager die haar daarom verzoekt te verhoren.

  Art. 11. De groenestroomcertificaten worden minstens één keer per kwartaal, in gedematerialiseerde vorm, toegekend door de commissie, na aanvaarding van de aanvraag.
  De commissie verstuurt, minstens één keer per kwartaal, een document met het aantal groenestroomcertificaten, de code van de oorsprongsgarantie en de productieperiode aan de houder van de domeinconcessie bedoeld in artikel 6 van de wet die de oorsprongsgarantie bezit.
  De informatie vermeld op de groenestroomcertificaten wordt bijgehouden en beheerd door de commissie in de databank bedoeld in artikel 13 van dit besluit.
  Elke houder van een groenestroomcertificaat deelt aan de commissie elke wijziging mee van de in het aanvraagformulier voor groenestroomcertificaten opgenomen gegevens, binnen de vijftien dagen, en ten laatste vóór de volgende toekenning van groenestroomcertificaten.

  Art. 12. Wanneer de commissie vaststelt dat de voorwaarden voor toekenning van groenestroomcertificaten overeenkomstig artikel 7 van dit besluit niet langer vervuld zijn, informeert zij hiervan de houder van de domeinconcessie, bedoeld in artikel 6 van de wet, die de oorsprongsgarantie bezit. De commissie moet de aanvrager die haar daarom verzoekt, verhoren. De commissie beslist in voorkomend geval om geen groenestroomcertificaten meer toe te kennen voor deze installatie.

  Art. 13.§ 1. De echtheid van groenestroomcertificaten wordt gewaarborgd door de registratie in een databank gecentraliseerd en beheerd door de commissie.
  De databank bevat voor elk groenestroomcertificaat de volgende gegevens :
  - identificatiegegevens van de houder van de domeinconcessie bedoeld in artikel 6 van de wet die de oorsprongsgarantie bezit;
  - productieplaats;
  - productietechnologie en gebruikte energiebronnen;
  - netto-ontwikkelbaar vermogen van de installatie;
  - datum van inwerkingstelling van de installatie;
  - eventuele tegemoetkomingen of subsidies toegekend voor de constructie of de werking van de productie-installatie, of voor elektriciteitsproductie door deze productie-installatie;
  - jaar en maand van toekenning van het groenestroomcertificaat;
  - identificatiegegevens van de houder van het groenestroomcertificaat;
  - registratienummer van de transactie;
  - verkoopprijs van het groenestroomcertficaat;
  [1 - de minimumprijs voor de aankoop van groenestroomcertificaten, berekend conform artikel 14, §§ 1 tot 1quinquies.]1
  § 2. De databank bedoeld in § 1 bevat het register van alle afgeleverde groenestroomcertificaten. Groenestroomcertificaten gelden voor een periode van 5 jaar te rekenen vanaf de datum van hun aflevering. Na die periode wordt de geldigheid van het groenestroomcertificaat automatisch opgeheven en wordt het uit de databank verwijderd.
  ----------
  (1)<KB 2014-04-04/60, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 14-06-2014>

  HOOFDSTUK III. - Maatregelen bedoeld voor een verzekerde afzet op de markt, tegen een minimumprijs, van een minimumvolume elektriciteit geproduceerd met aanwending van hernieuwbare energiebronnen.

  Afdeling I. - Minimumprijzen.

  Art. 14.<KB 2008-10-31/31, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 14-11-2008> § 1. Om de afzet van een minimaal volume groene stroom tegen een minimale prijs, op de markt te verzekeren, wordt een systeem van minimumaankoopprijzen voorzien volgens onderstaande voorwaarden.
  In het kader van zijn taak van openbare dienstverlening is de netbeheerder is verplicht, van de groenestroomproducent die daarom verzoekt, de groenestroomcertificaten aan te kopen die zijn afgeleverd krachtens dit besluit en krachtens de elektriciteitsdecreten en -ordonnantie, tegen een minimumprijs die bepaald is in functie van de gebruikte productie-technologie, namelijk :
  1° [2 voor offshore windenergie geproduceerd door installaties die het voorwerp uitmaken van een in artikel 6 van de wet bedoelde domeinconcessie, waarvan de financial close ten laatste op 1 mei 2014 heeft plaatsgevonden :
   a) 107 euro/MWh voor de productie van elektriciteit opgewekt met de eerste 216 MW geïnstalleerde capaciteit;
   b) 90 euro/MWh voor de productie van elektriciteit die voortvloeit uit een geïnstalleerde capaciteit boven de eerste 216 MW;]2
  [2 1° bis. voor offshore windenergie geproduceerd door installaties die het voorwerp uitmaken van een in artikel 6 van de wet bedoelde domeinconcessie, waarvan de financial close [8 vanaf 2 mei 2014 tot en met 30 april 2016]8 plaatsvindt, een minimumprijs vastgelegd aan de hand van de volgende formule :
   Minimumprijs = LCOE - [elektriciteitsreferentieprijs - correctiefactor]
   waarin :
   - de LCOE gelijk is aan 138 euro/MWh;
   - de correctiefactor is gelijk aan 10 % van de elektriciteitsreferentieprijs;]2
  [8 1° ter voor offshore windenergie geproduceerd door installaties die het voorwerp uitmaken van een in artikel 6 van de wet bedoelde domeinconcessie, waarvan de financial close plaatsvindt vanaf 1 mei 2016, wordt een minimumprijs vastgelegd aan de hand van de volgende formule :
   minimumprijs = LCOE - [(elektriciteitsreferentieprijs x (1 - correctiefactor) + de waarde van de garanties van oorsprong) x (1-netverliesfactor)],
   waarin :
   - onverminderd § 1quater, de LCOE gelijk is aan :
   a) 129,80 euro/MWh voor de installaties die het voorwerp uitmaken van een domeinconcessie toegekend aan de NV Rentel, voor de eerste keer bij ministerieel besluit van 4 juni 2009, zoals bepaald door de commissie bij beslissing (B)160719-CDC-1541 van 19 juli 2016;
   b) 124,00 euro/MWh voor de installaties die het voorwerp uitmaken van een domeinconcessie toegekend aan de NV Norther, voor de eerste keer bij ministerieel besluit van 5 oktober 2009, zoals bepaald door de commissie bij beslissing (B)160901-CDC-1550 van 1 september 2016;
   c) een bedrag vast te stellen door gemotiveerd besluit van de minister op voorstel van de commissie voor de installaties die het voorwerp uitmaken van een domeinconcessie, niet bedoeld in a) en b), en die hun financial close nog niet hebben gerealiseerd op het tijdstip van de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 9 februari 2017 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen. Het voorstel van de commissie, geformuleerd na overleg met de houder van de betrokken domeinconcessie, is gemotiveerd en houdt rekening met de noodzaak om iedere oversubsidiëring te vermijden en met het belang van de eindconsument; dit voorstel wordt aan de minister bezorgd binnen een termijn die de aangekondigde datum van de financial close van deze houder respecteert. De minister neemt zijn beslissing binnen twintig dagen na ontvangst van het voorstel van de commissie;
   - onverminderd de mogelijkheid om overeenkomstig § 1ter/1 per domeinconcessie een aangepaste waarde vast te stellen, de correctiefactor gelijk is aan 0,10;
   - de waarde van de garanties van oorsprong overeenkomt met de werkelijke verkoopprijs verkregen door de domeinconcessiehouder voor de garanties van oorsprong die worden uitgereikt voor de geproduceerde elektriciteit;
   - de netverliesfactor wordt elke maand door de commissie, voor elke concessie, berekend op basis van het verschil tussen de hoeveelheid geproduceerde elektriciteit en de hoeveelheid elektriciteit die in het net is geïnjecteerd;]8
  2° [1 ...]1
  3° [1 ...]1
  [1 2°]1 (vroeger 4°) zonne-energie [1 in gebruik genomen voor 1 augustus 2012]1 : 150 euro/MWh
  [1 3°]1 (vroeger 5°) [1 voor installaties die elektriciteit produceren uit water of stromen, bedoeld in artikel 6 van de wet : 20 EUR/MWh]1
  [8 Deze aankoopverplichting van groenestroomcertificaten begint bij de inwerkingstelling van de productie-installatie voor een periode van tien jaar. In afwijking van het voorgaande, voor elektriciteit geproduceerd uit offshore windenergie, geldt de aankoopverplichting van groenestroomcertificaten gedurende de volgende periodes :
   1° twintig jaar te rekenen vanaf de inwerkingstelling van de in het tweede lid, 1° en 1° bis bedoelde installaties;
   2° negentien jaar te rekenen vanaf de inwerkingstelling van de in het tweede lid, 1° ter bedoelde installaties.]8
  [8 De aankoopverplichting van groenestroomcertificaten voor elektriciteit geproduceerd via offshore windenergie, tegen minimumprijzen zoals bepaald in het tweede lid, 1°, 1° bis en 1° ter, maakt het voorwerp uit van een contract tussen de domeinconcessiehouder en de netbeheerder dat, wanneer het van toepassing is, uitdrukkelijk melding maakt van de toepasselijke LCOE. Dit contract wordt, op voorstel van de netbeheerder, ter goedkeuring voorgelegd aan de commissie.]8
   § 1bis. [9 ...]9
  [4 § 1ter. De waarden van de elementen die in aanmerking worden genomen voor de bepaling van de minimumprijs vastgelegd conform § 1, tweede lid, 1° bis, worden voor elke domeinconcessie door de commissie gewijzigd conform de bepalingen van deze paragraaf, zonder terugwerkende kracht.
   De wijziging kan betrekking hebben op :
   1° het bedrag van de LCOE, in voorkomend geval verhoogd met toepassing van § 1quater, zodat deze de werkelijke exploitatiekost weerspiegelt,
   2° de correctiefactor.
   De houder van de domeinconcessie maakt op volgende tijdstippen :
   1° de eerste maal ten laatste vier maanden voor de voorziene datum van financial close;
   2° later, ten laatste vier maanden voor het einde van elke periode van drie jaar die ingaat op de datum van de financial close,
   alle informatie over aan de commissie, per drager met ontvangstbevestiging en elektronisch, met betrekking tot het geheel van werkelijke kosten en inkomsten waaronder de volgende componenten :
   1° de gecontracteerde kosten voor de exploitatie van het windmolenpark;
   2° de gecontracteerde verkoopprijs van de door de installaties opgewekte elektriciteit.
   Binnen één maand na de ontvangst van de gegevens, bevestigt de commissie aan de domeinconcessiehouder de volledigheid van de gegevens of bezorgt zij hem een lijst van bijkomende inlichtingen die hij moet verstrekken.
   De commissie onderzoekt binnen de 2 maanden na de bevestiging van de volledigheid van de gegevens of er een verschil is tussen :
   - de gecontracteerde exploitatiekosten en een referentie-exploitatiekost van 30 euro/MWh;
   - de gecontracteerde verkoopprijs voor elektriciteit en een gemiddelde nominale prijs gelijk aan 90 % van de elektriciteitsreferentieprijs.
   Indien de commissie een verschil vaststelt past de commissie binnen de 10 werkdagen de minimumprijs, voor de aankoop van groenestroomcertificaten, vastgelegd conform § 1, tweede lid, 1° bis aan.]4
  [10 § 1ter/1. Voor elke domeinconcessie bedoeld in § 1, tweede lid, 1° ter, past de commissie, zonder retroactieve werking, de correctiefactor die in aanmerking wordt genomen voor de bepaling van de minimumprijs, aan.
   Daartoe maakt de houder van de domeinconcessie op volgende tijdstippen :
   1° de eerste maal ten laatste vier maanden voor de voorziene datum van financial close;
   2° later, ten laatste vier maanden voor het einde van elke periode van één jaar die ingaat op de datum van de financial close,
   alle informatie over aan de commissie, per drager met ontvangstbevestiging en elektronisch, met betrekking tot de gecontracteerde verkoopprijs van de door de installaties opgewekte elektriciteit.
   Binnen één maand na de ontvangst van de gegevens, bevestigt de commissie aan de domeinconcessiehouder de volledigheid van de gegevens of bezorgt zij hem een lijst van bijkomende inlichtingen die hij moet verstrekken.
   De commissie onderzoekt binnen de twee maanden na de bevestiging van de volledigheid van de gegevens of er een verschil is tussen de gecontracteerde verkoopprijs voor elektriciteit en een gemiddelde nominale prijs gelijk aan 90 % van de elektriciteitsreferentieprijs.
   Indien de commissie een verschil vaststelt, past zij de correctiefactor voor de betrokken domeinconcessie aan. Onverminderd § 1sexies berekent de commissie de overeenstemmende nieuwe minimumprijs voor de aankoop van groenestroomcertificaten, door toepassing van de formule in § 1, tweede lid, 1° ter.]10
  [5 § 1quater. [11 Voor de installaties bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, 1° bis en 1° ter, wordt de LCOE, desgevallend, verhoogd met een bedrag bepaald door of krachtens artikel 7, § 2 van de wet.]11]5
  [6 § 1erquinquies. In afwijking van § 1, tweede lid, 1bis° wordt voor de installaties die het voorwerp uitmaken van een in artikel 6 van de wet bedoelde domeinconcessie, waarvan de financial close [12 van 2 mei 2014 tot en met 30 april 2016]12 plaatsvindt, de minimumprijs voor de aankoop van een groenestroomcertificaat vastgelegd op 0 euro wanneer de productie plaatsvindt op een ogenblik waarop het onevenwichtstarief van toepassing op een positief onevenwicht gelijk is aan of lager ligt dan -20 euro/MWh.
   Dit bedrag van 0 euro is per kalenderjaar slechts van toepassing gedurende de eerste 288 kwarturen tijdens dewelke het onevenwichtstarief voor een positief onevenwicht gelijk is aan of lager ligt dan -20 euro/MWh.]6
  [13 § 1quinquies/1. In afwijking van § 1, tweede lid, 1° ter wordt voor de installaties die het voorwerp uitmaken van een in artikel 6 van de wet bedoelde domeinconcessie, waarvan de financial close na 1 mei 2016 plaatsvindt, de minimumprijs voor de aankoop van een groenestroomcertificaat vastgelegd op 0 euro wanneer de productie plaatsvindt :
   1° op een ogenblik waarop het onevenwichtstarief van toepassing op een positief onevenwicht gelijk is aan of lager is dan -20 euro/MWh; of
   2° wanneer de day ahead-prijs van een Nemo lager is dan 0 euro/MWh gedurende minimum 6 opeenvolgende uren en dit voor de volledige periode die in beschouwing wordt genomen.
   De minimumprijs voor de aankoop van 0 euro bij toepassing van het eerste lid, 1° is slechts van toepassing gedurende de eerste 288 kwarturen, in hetzelfde kalenderjaar, tijdens dewelke het onevenwichtstarief voor een positief onevenwicht gelijk is aan of lager is dan -20 euro/MWh en waarvan de periodes worden afgetrokken waarin, in hetzelfde kalenderjaar, de minimumprijs van 0 euro wordt gehanteerd bij toepassing van het eerste lid, 2°.]13
  [7 § 1sexies. [14 Nadat ze de volledige gegevens van de houder van de domeinconcessie en de netbeheerder heeft ontvangen, berekent de commissie conform §§ 1 tot 1quinquies/1 de minimumprijs voor de aankoop van elk groenestroomcertificaat van toepassing op elk voor de betreffende maand toegekend groenestroomcertificaat. De commissie publiceert op haar website voormelde minimumprijs uiterlijk op de tiende dag na de toekenning van de groenestroomcertificaten.
   Met het oog op de correcte toepassing van het tweede lid van paragraaf 1quinquies/1 wordt de minimumprijs voor de aankoop van groenestroomcertificaten die op het ogenblik van de toekenning ervan was vast gelegd op 0 euro, desgevallend, door de commissie aangepast. De commissie stelt de houder van de betreffende concessie in kennis van deze aanpassing.]14]7
  § 2. De netbeheerder moet op regelmatige tijdstippen deze groene certificaten op de markt brengen om de kosten verbonden aan deze verplichting te recupereren. De commissie ziet toe op de transparantie en de regulariteit van de verkoop van deze groene certificaten door de netbeheerder.
  De netto reële kost die ontstaat uit het verschil tussen de kosten verbonden aan de aankoop van het groenestroomcertificaat betaald door de netbeheerder en de inkomsten voorkomend uit de verkoop van dit certificaat op de markt, wordt gefinancierd door middel van een toeslag op de tarieven bedoeld in artikel 12 van de wet. De lijst van aangekochte en verkochte groenestroomcertificaten wordt via elektronische weg één keer per maand door de netbeheerder aan de commissie meegedeeld. De commissie controleert de verplichtingen van de netbeheerder die voortvloeien uit deze afdeling.
  ----------
  (1)<KB 2012-12-21/22, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 01-08-2012>
  (2)<KB 2014-04-04/60, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 14-06-2014>
  (3)<KB 2014-04-04/60, art. 5, 007; Inwerkingtreding : 14-06-2014>
  (4)<KB 2014-04-04/60, art. 6, 007; Inwerkingtreding : 14-06-2014>
  (5)<KB 2014-04-04/60, art. 7, 007; Inwerkingtreding : 14-06-2014>
  (6)<KB 2014-04-04/60, art. 8, 007; Inwerkingtreding : 14-06-2014>
  (7)<KB 2014-04-04/60, art. 9, 007; Inwerkingtreding : 14-06-2014>
  (8)<KB 2017-02-09/10, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 04-03-2017>
  (9)<KB 2017-02-09/10, art. 3, 008; Inwerkingtreding : 04-03-2017>
  (10)<KB 2017-02-09/10, art. 4, 008; Inwerkingtreding : 04-03-2017>
  (11)<KB 2017-02-09/10, art. 5, 008; Inwerkingtreding : 04-03-2017>
  (12)<KB 2017-02-09/10, art. 6, 008; Inwerkingtreding : 04-03-2017>
  (13)<KB 2017-02-09/10, art. 7, 008; Inwerkingtreding : 04-03-2017>
  (14)<KB 2017-02-09/10, art. 8, 008; Inwerkingtreding : 04-03-2017>

  Art. 14 TOEKOMSTIG RECHT.


   <KB 2008-10-31/31, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 14-11-2008> § 1. Om de afzet van een minimaal volume groene stroom tegen een minimale prijs, op de markt te verzekeren, wordt een systeem van minimumaankoopprijzen voorzien volgens onderstaande voorwaarden.
  In het kader van zijn taak van openbare dienstverlening is de netbeheerder is verplicht, van de groenestroomproducent die daarom verzoekt, de groenestroomcertificaten aan te kopen die zijn afgeleverd krachtens dit besluit en krachtens de elektriciteitsdecreten en -ordonnantie, tegen een minimumprijs die bepaald is in functie van de gebruikte productie-technologie, namelijk :
  1° [2 voor offshore windenergie geproduceerd door installaties die het voorwerp uitmaken van een in artikel 6 van de wet bedoelde domeinconcessie, waarvan de financial close ten laatste op 1 mei 2014 heeft plaatsgevonden :
   a) 107 euro/MWh voor de productie van elektriciteit opgewekt met de eerste 216 MW geïnstalleerde capaciteit;
   b) 90 euro/MWh voor de productie van elektriciteit die voortvloeit uit een geïnstalleerde capaciteit boven de eerste 216 MW;]2
  [2 1° bis. voor offshore windenergie geproduceerd door installaties die het voorwerp uitmaken van een in artikel 6 van de wet bedoelde domeinconcessie, waarvan de financial close [8 vanaf 2 mei 2014 tot en met 30 april 2016]8 plaatsvindt, een minimumprijs vastgelegd aan de hand van de volgende formule :
   Minimumprijs = LCOE - [elektriciteitsreferentieprijs - correctiefactor]
   waarin :
   - de LCOE gelijk is aan 138 euro/MWh;
   - de correctiefactor is gelijk aan 10 % van de elektriciteitsreferentieprijs;]2
  [8 1° ter voor offshore windenergie geproduceerd door installaties die het voorwerp uitmaken van een in artikel 6 van de wet bedoelde domeinconcessie, waarvan de financial close [15 plaatsvindt vanaf 1 mei 2016 tot en met 30 juni 2018]15, wordt [15 een minimumprijs vastgelegd aan de hand van de volgende formule]15 een minimumprijs vastgelegd aan de hand van de volgende formule :
   minimumprijs = LCOE - [(elektriciteitsreferentieprijs x (1 - correctiefactor) + de waarde van de garanties van oorsprong) x (1-netverliesfactor)],
   waarin :
   - [15 ...]15, de LCOE gelijk is aan :
   a) 129,80 euro/MWh voor de installaties die het voorwerp uitmaken van een domeinconcessie toegekend aan de NV Rentel, voor de eerste keer bij ministerieel besluit van 4 juni 2009, zoals bepaald door de commissie bij beslissing (B)160719-CDC-1541 van 19 juli 2016;
   b) 124,00 euro/MWh voor de installaties die het voorwerp uitmaken van een domeinconcessie toegekend aan de NV Norther, voor de eerste keer bij ministerieel besluit van 5 oktober 2009, zoals bepaald door de commissie bij beslissing (B)160901-CDC-1550 van 1 september 2016;
   c) [15 ...]15
   - onverminderd de mogelijkheid om overeenkomstig § 1ter/1 per domeinconcessie een aangepaste waarde vast te stellen, de correctiefactor gelijk is aan 0,10;
   - de waarde van de garanties van oorsprong overeenkomt met de werkelijke verkoopprijs verkregen door de domeinconcessiehouder voor de garanties van oorsprong die worden uitgereikt voor de geproduceerde elektriciteit;
   - de netverliesfactor wordt elke maand door de commissie, voor elke concessie, berekend op basis van het verschil tussen de hoeveelheid geproduceerde elektriciteit en de hoeveelheid elektriciteit die in het net is geïnjecteerd;]8
  [15 1° quater voor offshore windenergie geproduceerd door installaties die het voorwerp uitmaken van een in artikel 6 van de wet bedoelde domeinconcessie, waarvan de financial close plaatsvindt vanaf 1 juli 2018, wordt een minimumprijs vastgelegd, onverminderd paragraaf 1quater en 1quinquies/1 aan de hand van de volgende formule en waarvan het bedrag in geen geval negatief mag zijn :
   minimumprijs = LCOE - [(elektriciteitsreferentie-prijs x (1 - correctiefactor) + de waarde van de garanties van oorsprong) x (1-netverliesfactor)],
   waarin :
   - de LCOE gelijk is aan 79 euro/MWh;
   - onverminderd de mogelijkheid om, in overeenstemming met paragraaf 1ter/1, de correctiefactor per domeinconcessie vast te leggen, de correctiefactor gelijk is aan 0,10;
   - de waarde van de garanties van oorsprong overeenkomt met de huidige door de domeinconcessiehouder verkregen verkoopprijs voor de garanties van oorsprong die worden uitgereikt voor de geïnjecteerde elektriciteit;
   - de netverliesfactor elke maand door de commissie, voor elke concessie, wordt berekend op basis van het verschil tussen de hoeveelheid geproduceerde elektriciteit en de hoeveelheid elektriciteit die in het net is geïnjecteerd;]15
  2° [1 ...]1
  3° [1 ...]1
  [1 2°]1 (vroeger 4°) zonne-energie [1 in gebruik genomen voor 1 augustus 2012]1 : 150 euro/MWh
  [1 3°]1 (vroeger 5°) [1 voor installaties die elektriciteit produceren uit water of stromen, bedoeld in artikel 6 van de wet : 20 EUR/MWh]1
  [8 Deze aankoopverplichting van groenestroomcertificaten begint bij de inwerkingstelling van de productie-installatie voor een periode van tien jaar. In afwijking van het voorgaande, voor elektriciteit geproduceerd uit offshore windenergie, geldt de aankoopverplichting van groenestroomcertificaten gedurende de volgende periodes :
   1° twintig jaar te rekenen vanaf de inwerkingstelling van de in het tweede lid, 1° en 1° bis bedoelde installaties;
   2° negentien jaar te rekenen vanaf de inwerkingstelling van de in het tweede lid, 1° ter bedoelde installaties.]8
  [15 3° vanaf de ingebruikname van elk van de in het tweede lid, 1° quater bedoelde installaties, tot op het moment van het verstrijken van een periode van zeventien jaar na deze ingebruikname behoudens de gevallen van overmacht en onvoorzienbare omstandigheden hierna beschreven, waarbij die periode in principe eindigt op 31 december 2037 behoudens de gevallen van overmacht en onvoorzienbare omstandigheden hierna beschreven. In geval van een situatie van overmacht of bij onvoorzienbare omstandigheden waarover de domeinconcessiehouder geen controle heeft en waardoor de indienststelling van de installaties vertraging oploopt of de productie of injectie van geproduceerde elektriciteit onmogelijk wordt, wordt deze periode door de commissie verlengd, in voorkomend geval zelfs tot na 31 december 2037, in verhouding tot de duur van de overmachtssituatie, maar zonder dat deze verlenging mag leiden tot een overschrijding van het volume elektriciteit waarop de minimumprijs wordt toegepast in overeenstemming met paragraaf 1bis. De domeinconcessiehouder maakt de commissie een dossier over waarin ze de omstandigheden uiteenzet van de gebeurtenis die deze houder zou willen laten erkennen als een geval van overmacht of een onvoorzienbare omstandigheid waarover de domeinconcessie-houder geen controle heeft. De commissie neemt hierover een beslissing binnen de zes maanden na kennisname van dit dossier. ]15
  [8 De aankoopverplichting van groenestroomcertificaten voor elektriciteit geproduceerd via offshore windenergie, tegen minimumprijzen zoals bepaald in het tweede lid, 1°, 1° bis [15 1° ter en 1° quater]15, maakt het voorwerp uit van een contract tussen de domeinconcessiehouder en de netbeheerder dat, wanneer het van toepassing is, uitdrukkelijk melding maakt van de toepasselijke LCOE [15 en waarbij dat contract voor de installaties bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, 1° quater, op onafhankelijke en exhaustieve wijze een gedetailleerde beschrijving geeft van alle procedures, formules en modaliteiten voor de berekening van de minimale prijs van de groenestroomcertificaten, de betaling ervan, de maandelijkse voorafbetaling en de ex post regeling waarvan de principes worden vastgelegd in paragraaf 1septies en 1octies. ]15. Dit contract wordt, op voorstel van de netbeheerder, ter goedkeuring voorgelegd aan de commissie.]8
   § 1bis. [16 § 1bis. De vastgelegde minimumprijs voor de installaties bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, 1° quater is van toepassing op een maximumvolume geproduceerde elektriciteit dat voor elke domeinconcessie wordt vastgelegd bij besluit van de minister vastgelegd na overleg in de ministerraad en in overeenstemming met de productie van alle installaties van de domeinconcessie tijdens 63.000 vollasturen. De productie waarvoor de minimumaankoopprijs van het groenestroomcertificaat op 0 euro is vastgelegd met toepassing van paragraaf 1quinquies/1 is niet in dit volume opgenomen.
   Deze minimumprijs alsook het recht om groenestroomcertificaten te verkrijgen is slechts van toepassing indien voldaan is aan de volgende voorwaarden :
   1° dat de betrokken domeinconcessie-houder zich er uitdrukkelijk toe verbindt om bij de minister, ten laatste op datum van de financial close, voor het verlopen van de termijn van de domeinconcessie, minstens het volume elektriciteit te produceren dat werd vastgelegd bij het ministerieel besluit bedoeld in het eerste lid;
   2° de Europese Commissie heeft de steunmaatregelen vervat in de artikelen 7 tot 14 van dit besluit en in artikel 7, § 2, vierde lid van de wet, telkens voor zover van toepassing op de betrokken domeinconcessiehouder, verenigbaar verklaard met de interne markt overeenkomstig artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en met toepassing van artikel 4, derde lid of artikel 9, derde lid van de verordening (EU) 2015/1589 van de Raad van 13 juli 2015 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, of de termijn waarbinnen de Europese Commissie gehouden is een beslissing te nemen met betrekking tot de steunmaatregelen vervat in de artikelen 7 tot 14 van dit besluit en in artikel 7, § 2, vierde lid van de wet, telkens voor zover van toepassing op de betrokken domeinconcessie-houder is, in overeenstemming met artikel 4, zesde lid van die verordening, verstreken. Uiterlijk tien dagen na ontvangst van die beslissing van de Europese Commissie dan wel binnen tien dagen na het verstrijken van die termijn, stelt de Minister de betrokken domeinconcessiehouder daarvan in kennis. ]16
  [4 § 1ter. De waarden van de elementen die in aanmerking worden genomen voor de bepaling van de minimumprijs vastgelegd conform § 1, tweede lid, 1° bis, worden voor elke domeinconcessie door de commissie gewijzigd conform de bepalingen van deze paragraaf, zonder terugwerkende kracht.
   De wijziging kan betrekking hebben op :
   1° het bedrag van de LCOE, in voorkomend geval verhoogd met toepassing van § 1quater, zodat deze de werkelijke exploitatiekost weerspiegelt,
   2° de correctiefactor.
   De houder van de domeinconcessie maakt op volgende tijdstippen :
   1° de eerste maal ten laatste vier maanden voor de voorziene datum van financial close;
   2° later, ten laatste vier maanden voor het einde van elke periode van drie jaar die ingaat op de datum van de financial close,
   alle informatie over aan de commissie, per drager met ontvangstbevestiging en elektronisch, met betrekking tot het geheel van werkelijke kosten en inkomsten waaronder de volgende componenten :
   1° de gecontracteerde kosten voor de exploitatie van het windmolenpark;
   2° de gecontracteerde verkoopprijs van de door de installaties opgewekte elektriciteit.
   Binnen één maand na de ontvangst van de gegevens, bevestigt de commissie aan de domeinconcessiehouder de volledigheid van de gegevens of bezorgt zij hem een lijst van bijkomende inlichtingen die hij moet verstrekken.
   De commissie onderzoekt binnen de 2 maanden na de bevestiging van de volledigheid van de gegevens of er een verschil is tussen :
   - de gecontracteerde exploitatiekosten en een referentie-exploitatiekost van 30 euro/MWh;
   - de gecontracteerde verkoopprijs voor elektriciteit en een gemiddelde nominale prijs gelijk aan 90 % van de elektriciteitsreferentieprijs.
   Indien de commissie een verschil vaststelt past de commissie binnen de 10 werkdagen de minimumprijs, voor de aankoop van groenestroomcertificaten, vastgelegd conform § 1, tweede lid, 1° bis aan.]4
  [10 § 1ter/1. Voor elke domeinconcessie bedoeld in § 1, tweede lid, 1° ter, [17 en 1° quater]17 past de commissie, zonder retroactieve werking, de correctiefactor die in aanmerking wordt genomen voor de bepaling van de minimumprijs, aan.
   Daartoe maakt de houder van de domeinconcessie op volgende tijdstippen :
   1° de eerste maal ten laatste vier maanden voor de voorziene datum van financial close;
   2° later, ten laatste vier maanden voor het einde van elke periode van één jaar die ingaat op de datum van de financial close,
   alle informatie over aan de commissie, per drager met ontvangstbevestiging en elektronisch, met betrekking tot de gecontracteerde verkoopprijs van de door de installaties opgewekte elektriciteit.
   Binnen één maand na de ontvangst van de gegevens, bevestigt de commissie aan de domeinconcessiehouder de volledigheid van de gegevens of bezorgt zij hem een lijst van bijkomende inlichtingen die hij moet verstrekken.
   De commissie onderzoekt binnen de twee maanden na de bevestiging van de volledigheid van de gegevens of er een verschil is tussen de gecontracteerde verkoopprijs voor elektriciteit en een gemiddelde nominale prijs gelijk aan 90 % van de elektriciteitsreferentieprijs.
   Indien de commissie een verschil vaststelt, past zij de correctiefactor voor de betrokken domeinconcessie aan. Onverminderd § 1sexies berekent de commissie de overeenstemmende nieuwe minimumprijs voor de aankoop van groenestroomcertificaten, door toepassing van de formule in § 1, tweede lid, 1° ter.]10
  [5 § 1quater. [11 Voor de installaties bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, 1° bis [18 1° ter en 1° quater]18, wordt de [18 minimumprijs voor de aankoop van groenestroomcertificaten]18, desgevallend, verhoogd met een bedrag bepaald door of krachtens artikel 7, § 2 van de wet.]11]5
  [6 § 1erquinquies. In afwijking van § 1, tweede lid, 1bis° wordt voor de installaties die het voorwerp uitmaken van een in artikel 6 van de wet bedoelde domeinconcessie, waarvan de financial close [12 van 2 mei 2014 tot en met 30 april 2016]12 plaatsvindt, de minimumprijs voor de aankoop van een groenestroomcertificaat vastgelegd op 0 euro wanneer de productie plaatsvindt op een ogenblik waarop het onevenwichtstarief van toepassing op een positief onevenwicht gelijk is aan of lager ligt dan -20 euro/MWh.
   Dit bedrag van 0 euro is per kalenderjaar slechts van toepassing gedurende de eerste 288 kwarturen tijdens dewelke het onevenwichtstarief voor een positief onevenwicht gelijk is aan of lager ligt dan -20 euro/MWh.]6
  [13 § 1quinquies/1. In afwijking van § 1, tweede lid, 1° ter [19 en 1° quater]19 wordt voor de installaties die het voorwerp uitmaken van een in artikel 6 van de wet bedoelde domeinconcessie, waarvan de financial close na 1 mei 2016 plaatsvindt, de minimumprijs voor de aankoop van een groenestroomcertificaat vastgelegd op 0 euro wanneer de productie plaatsvindt :
   1° op een ogenblik waarop het onevenwichtstarief van toepassing op een positief onevenwicht gelijk is aan of lager is dan -20 euro/MWh; of
   2° wanneer de day ahead-prijs van een Nemo lager is dan 0 euro/MWh gedurende minimum 6 opeenvolgende uren en dit voor de volledige periode die in beschouwing wordt genomen.
   De minimumprijs voor de aankoop van 0 euro bij toepassing van het eerste lid, 1° is slechts van toepassing gedurende de eerste 288 kwarturen, in hetzelfde kalenderjaar, tijdens dewelke het onevenwichtstarief voor een positief onevenwicht gelijk is aan of lager is dan -20 euro/MWh en waarvan de periodes worden afgetrokken waarin, in hetzelfde kalenderjaar, de minimumprijs van 0 euro wordt gehanteerd bij toepassing van het eerste lid, 2°.]13
  [7 § 1sexies. [14 Nadat ze de volledige gegevens van de houder van de domeinconcessie en de netbeheerder heeft ontvangen, berekent de commissie conform §§ 1 tot 1quinquies/1 de minimumprijs voor de aankoop van elk groenestroomcertificaat van toepassing op elk voor de betreffende maand toegekend groenestroomcertificaat. De commissie publiceert op haar website voormelde minimumprijs uiterlijk op de tiende dag na de toekenning van de groenestroomcertificaten.
   Met het oog op de correcte toepassing van het tweede lid van paragraaf 1quinquies/1 wordt de minimumprijs voor de aankoop van groenestroomcertificaten die op het ogenblik van de toekenning ervan was vast gelegd op 0 euro, desgevallend, door de commissie aangepast. De commissie stelt de houder van de betreffende concessie in kennis van deze aanpassing.]14]7
  [20 § 1septies. Voor de groenestroomcertificaten die werden toegekend voor de elektriciteit geproduceerd door installaties bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, 1° quater maakt de aankoopverplichting van groenestroomcertificaten door de netbeheerder voorwerp uit van een systeem van voorschotten op de prijs van de groenestroomcertificaten die moeten aangekocht worden volgens de modaliteiten bepaald in deze paragraaf, gevolgd door een systeem van afrekening ex post, volgens de modaliteiten bepaald in paragraaf 1octies.
   Ten laatste tien dagen voor de indienststelling van elke productie-installatie en elke verjaardag van deze indienststelling legt de commissie het bedrag vast van de maandelijkse voorschotten die geldig zijn voor de twaalf komende maanden voor deze installatie.
   Tijdens de vijf eerste jaren na de indienststeling van de installatie wordt het bedrag van het maandelijkse voorschot berekend op basis van een jaarlijkse veronderstelde elektriciteitsproductie van de installatie van 4100 vollasturen. Indien de jaarlijkse werkelijke productie van de installatie die de commissie vastgesteld heeft in de vijf eerste exploitatiejaren lager is dan de veronderstelde productie, dan stort de netbeheerder een aanvullend voorschot berekend op basis van de volgende formule : (4100 vollasturen * MW- werkelijke productie) * elektriciteitsreferentieprijs * (1-correctiefactor). Het bijkomende voorschot wordt ten laatste drie maanden na het einde van het exploitatiejaar aan de domeinconcessiehouder gestort.
   Na de vijf eerste exploitatiejaren van elke installatie wordt het bedrag van het maandelijkse voorschot vastgelegd op basis van een jaarlijkse door de commissie vastgelegde productie op voorstel van de domeinconcessiehouder die overeenstemt met het jaarlijkse gemiddelde van de vijf voorbije exploitatiejaren.
   Voor elk exploitatiejaar en voor elke installatie worden de voorschotten vastgelegd door de toepassing, op de veronderstelde productie, van de minimumprijs die vastgelegd werd in overeenstemming met de formule uit paragraaf 1, tweede lid, 1° quater verhoogd met het bedrag bedoeld in paragraaf 1quater. In het kader van de vastlegging van het bedrag van de maandelijkse voorschotten berekent de commissie, op voorstel van elke domein-concessiehouder, voor de toepassing van de voormelde formule :
   1° een veronderstelde elektriciteitsreferentieprijs op basis van het gemiddelde van de 365 laatste dagnoteringen zoals bedoeld in artikel 1, 11° die gepubliceerd was op het moment dat de referentieprijs werd berekend;
   2° een veronderstelde waarde van de garanties van oorsprong op basis van de verkoopovereenkomst van de garanties van oorsprong die de betrokken domein-concessiehouder heeft afgesloten of, in voorkomend geval, op basis van de gemiddelde waarde van de referentie-index van de overeenkomst in de loop van het voorbije kalenderjaar;
   3° een veronderstelde factor van de netverliezen op basis van de historiek van de netverliezen of, voor het eerste exploitatiejaar, van technisch onderbouwde ramingen;
   4° de correctiefactor op basis van de laatste correctiefactor die door de commissie is bepaald met toepassing van § 1ter/1.
   Het maandelijkse voorschot wordt door de netbeheerder op de eerste werkdag van elke maand gestort.
   Indien de commissie vaststelt dat er niet meer voldaan is aan de voorwaarden voor de toekenning van groenestroomcertificaten bedoeld in artikel 7 van dit besluit kan ze, na ingebrekestelling en nadat ze de domeinconcessiehouder heeft gehoord, de betaling van de voorschotten opschorten totdat deze houder aantoont dat hij ze opnieuw naleeft.
   § 1octies. Onverminderd het derde lid maakt de commissie, na elk exploitatiejaar, voor elke installatie de twee volgende afrekeningen op :
   1° een afrekening betreffende het volume die de veronderstelde elektriciteitsproductie vergelijkt met de werkelijke productie in de loop van het exploitatiejaar;
   2° een afrekening betreffende de prijs die de minimale prijs toegepast in het kader van de voorschotten in overeenstemming met paragraaf 1septies, vijfde lid vergelijkt met de werkelijke minimumprijs voor de groenestroomcertificaten toegekend in de loop van het exploitatiejaar, eveneens rekening houdend met paragraaf 1quinquies/1 en het volume groene-stroomcertificaten waarvan de minimumprijs 0 euro is volgens de afrekening betreffende het volume met toepassing van het derde lid.
   Op basis van deze verslagen legt de commissie, ten laatste op de laatste dag van de vierde maand na het einde van het exploitatiejaar in kwestie, het bedrag van de financiële regeling vast dat naargelang het geval, moet gestort worden aan de domeinconcessiehouder of de netbeheerder. Deze regeling gebeurt ten laatste dertig dagen na de melding door de commissie.
   In afwijking van het eerste en tweede lid wordt voor de vijf eerste exploitatiejaren op het einde van het vijfde exploitatiejaar van de laatste in dienst gestelde installatie één afrekening betreffende het volume en één afrekening betreffende de prijs voor alle installaties opgemaakt. De afrekening betreffende het volume vergelijkt de veronderstelde elektriciteitsproductie van alle installaties die deel uitmaken van de domeinconcessie, wat overeenstemt met 20500 vollasturen, met de werkelijke productie van de installaties in de vijf eerste exploitatiejaren. De afrekening betreffende de prijs vergelijkt de voor de voorschotten toegepaste minimumprijs in overeenstemming met paragraaf 1septies, vijfde lid en de werkelijke minimumprijs toegekend aan de groenestroomcertificaten in de vijf eerste exploitatiejaren van alle installaties die deel uitmaken van de domeinconcessie, eveneens rekening houdend met paragraaf 1quinquies/1; in voorkomend geval worden ook de bijkomende aan de domeinconcessiehouder gestorte voorschotten in rekening genomen met toepassing van paragraaf 1septies, derde lid. Over deze afrekeningen wordt ook een verslag opgemaakt dat de commissie ten laatste zes maanden na het einde van het vijfde exploitatiejaar van de laatste in dienst gestelde installatie overmaakt aan de domeinconcessie-houder. Indien er uit de afrekening betreffende het volume blijkt dat alle installaties die deel uitmaken van de domeinconcessie, tijdens de eerste vijf exploitatiejaren, minder hebben geproduceerd dan wat was verondersteld, dan bepaalt de commissie, in het hiervoor bedoelde verslag, het aantal groenestroomcertificatendat de domeinconcessiehouder aan de netbeheerder moet overmaken, ten laatste op de laatste dag van de derde maand volgend op het vervallen van de ondersteuningsperiode van de laatste installatie die in gebruik genomen werd, in overeenstemming met een elektriciteitsvolume dat overeenstemt met het verschil tussen de veronderstelde en de werkelijke productie. In afwijking van paragraaf 1, tweede lid, 1° quater wordt de minimumaankoop-prijs voor deze groenestroomcertificaten teruggebracht op 0 euro. Als de domein-concessiehouder niet voldoende groenestroomcertificaten heeft voorgelegd, dan stort de domeinconcessiehouder de netbeheerder een bedrag voor de financiële regeling dat overeenstemt met het aantal ontbrekende groenestroomcertificaten vermenigvuldigd met 79,00 euro. De commissie legt, in voorkomend geval, ten laatste de laatste dag van de derde maand na het einde van de ondersteuningsperiode het bedrag vast dat aan de netbeheerder moet worden gestort. Deze regeling gebeurt ten laatste dertig dagen na de kennisgeving door de commissie aan de domeinconcessiehouder en de netbeheerder. Op basis van de afrekening betreffende de prijs bepaalt het hiervoor bedoelde verslag van de commissie eveneens, in voorkomend geval, het bedrag van de financiële regeling dat de domeinconcessiehouder aan de netbeheerder moet storten ten laatste op de laatste dag van de negende maand na het einde van de ondersteuningsperiode van de laatste installatie die deel uitmaakt van de domeinconcessie die in dienst werd gesteld.]20
  § 2. De netbeheerder moet op regelmatige tijdstippen deze groene certificaten op de markt brengen om de kosten verbonden aan deze verplichting te recupereren. De commissie ziet toe op de transparantie en de regulariteit van de verkoop van deze groene certificaten door de netbeheerder.
  De netto reële kost die ontstaat uit het verschil tussen de kosten verbonden aan de aankoop van het groenestroomcertificaat betaald door de netbeheerder en de inkomsten voorkomend uit de verkoop van dit certificaat op de markt, wordt gefinancierd door middel van een toeslag op de tarieven bedoeld in artikel 12 van de wet. De lijst van aangekochte en verkochte groenestroomcertificaten wordt via elektronische weg één keer per maand door de netbeheerder aan de commissie meegedeeld. De commissie controleert de verplichtingen van de netbeheerder die voortvloeien uit deze afdeling.
  

----------
  (1)<KB 2012-12-21/22, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 01-08-2012>
  (2)<KB 2014-04-04/60, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 14-06-2014>
  (3)<KB 2014-04-04/60, art. 5, 007; Inwerkingtreding : 14-06-2014>
  (4)<KB 2014-04-04/60, art. 6, 007; Inwerkingtreding : 14-06-2014>
  (5)<KB 2014-04-04/60, art. 7, 007; Inwerkingtreding : 14-06-2014>
  (6)<KB 2014-04-04/60, art. 8, 007; Inwerkingtreding : 14-06-2014>
  (7)<KB 2014-04-04/60, art. 9, 007; Inwerkingtreding : 14-06-2014>
  (8)<KB 2017-02-09/10, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 04-03-2017>
  (9)<KB 2017-02-09/10, art. 3, 008; Inwerkingtreding : 04-03-2017>
  (10)<KB 2017-02-09/10, art. 4, 008; Inwerkingtreding : 04-03-2017>
  (11)<KB 2017-02-09/10, art. 5, 008; Inwerkingtreding : 04-03-2017>
  (12)<KB 2017-02-09/10, art. 6, 008; Inwerkingtreding : 04-03-2017>
  (13)<KB 2017-02-09/10, art. 7, 008; Inwerkingtreding : 04-03-2017>
  (14)<KB 2017-02-09/10, art. 8, 008; Inwerkingtreding : 04-03-2017>
  (15)<KB 2018-08-17/26, art. 1, 009; Inwerkingtreding : onbepaald>
  (16)<KB 2018-08-17/26, art. 2, 009; Inwerkingtreding : onbepaald>
  (17)<KB 2018-08-17/26, art. 3, 009; Inwerkingtreding : onbepaald>
  (18)<KB 2018-08-17/26, art. 4, 009; Inwerkingtreding : onbepaald>
  (19)<KB 2018-08-17/26, art. 5, 009; Inwerkingtreding : onbepaald>
  (20)<KB 2018-08-17/26, art. 6, 009; Inwerkingtreding : onbepaald>

  Afdeling II. [1 - Inning, facturering en inlichtingen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-08-17/15, art. 2, 006; Inwerkingtreding : 01-07-2013>

  Art. 14bis.<Ingevoegd bij KB 2008-10-31/31, art. 3; Inwerkingtreding : 14-11-2008> De toeslag groenestroomcertificaat is verschuldigd door de eindverbruikers van elektriciteit die zich op het Belgisch grondgebied bevinden. [1 Deze toeslag wordt uitgedrukt in euro per MWh.]1 Hiertoe factureert de netbeheerder deze toeslag aan de houders van een toegangscontract en aan de distributienetbeheerders.
  Ingeval de houders van een toegangscontract en de distributienetbeheerders niet zelf de [1 ...]1 energie verbruiken, kunnen zij de toeslag factureren aan hun eigen afnemers tot wanneer de toeslag uiteindelijk gefactureerd wordt aan diegene die het kWh voor eigen gebruik verbruikt heeft.
  Bij de facturatie van de toeslag aan hun klanten, houden de distributienetbeheerders rekening met de eventuele correcties te doen aan het bedrag van de toeslag, rekening houdend met het verliespercentage in de distributienetten, en dit met het oog op financieel neutraliteit voor deze netbeheerders.
  ----------
  (1)<KB 2013-08-17/15, art. 3, 006; Inwerkingtreding : 01-07-2013>

  Art. 14ter.<Ingevoegd bij KB 2008-10-31/31, art. 4; Inwerkingtreding : 14-11-2008> § 1. [1 De toeslag groenestroomcertificaat wordt toegevoegd aan de tarieven bedoeld in artikel 12 van de wet, met toepassing van de tariefmethodologie.]1
  § 2. De toeslag groenestroomcertificaat is gelijk aan het resultaat van de volgende formule :
  (Formule niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 14-11-2008, p. 60968).
  Ki = de aankoopprijs exclusief BTW tegen dewelke de netbeheerder het groenestroomcertificaat i aankoopt, dat toegekend is op grond van de elektriciteitsdecreten en -ordonnantie;
  V/i = de verkoopprijs exclusief BTW die door de netbeheerder voor het groenestroomcertificaat i voor het jaar t geraamd wordt op basis van een gemiddelde verkoopprijs van de twee voorbije jaren;
  i = 1, 2, ..., n : de raming van het aantal groenestroomcertificaten dat op grond van de elektriciteitsdecreten en -ordonnantie toegekend is en gedurende het betrokken exploitatiejaar door de netbeheerder verkocht is;
  (Formule niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 14-11-2008, p. 60968).
  K/j = de aankoopprijs exclusief BTW tegen dewelke de netbeheerder het groenestroomcertificaat j koopt dat toegekend is op grond van artikel 7, § 1, van de wet;
  V/j = de verkoopprijs exclusief BTW die door de netbeheerder voor het groenestroomcertificaat j voor het jaar t geraamd wordt; zolang de groenestroomcertificaten toegekend op grond van artikel 7, § 1, van de wet niet erkend zijn door de elektriciteitsdecreten en -ordonnantie of door hun uitvoeringsbesluiten of zolang geen enkele marktspeler wettelijk verplicht is er te bezitten wordt de waarde van deze parameter bepaald op 0; het jaar t is dan het jaar waarin genoemde groenestroomcertificaten worden aangekocht;
  j = 1, 2, ..., n : de raming van het aantal groenestroomcertificaten toegekend op grond van artikel 7, § 1, van de wet die tijdens het betrokken exploitatiejaar door de netbeheerder aangekocht zijn;
  [1 Ct = de raming van de financiële lasten die door de netbeheerder gedurende het jaar t gedragen worden met betrekking tot de in behandeling zijnde aankoop- en/of verkooptransacties van groenestroomcertificaten; deze kosten worden geraamd enerzijds door de som te maken van de maandelijkse verschillen tussen de schuldvorderingen en de schulden die in de balans van de netbeheerder zijn opgenomen en betrekking hebben op de behandeling van groenestroomcertificaten en anderzijds door een forfaitaire interestvoet aan te rekenen gelijk aan de raming van de OLO van het jaar t-2 vermeerderd met 70 basispunten; het OLO-cijfer stemt overeen met het OLO-cijfer bepaald in de tariefmethodologie; wanneer hoger genoemde schulden groter zijn dan de schuldvorderingen vertegenwoordigen de kosten van de financiële lasten een negatief cijfer;]1
  D/t = de kosten van de administratieve lasten gedragen door de netbeheerder die berekend zijn door de som van de factoren At en Bt te vermenigvuldigen met een coëfficiënt van 0,3 %; het bedrag van deze vermeerdering D/t wordt begrensd op 100.000 euro per domeinconcessie die is toegekend krachtens artikel 6, § 1, van de wet vanaf het jaar waarin de houder van die concessie elektriciteit in het net injecteert;
  E/t = [1 " de hoeveelheid netto elektriciteit gemeten op de toegangspunten van de klantengroepen onderworpen aan de toeslag zoals bedoeld in artikel 7 van de wet in de loop van het jaar t.]1
  Z/t-2 = het verschil tussen de ramingen en de werkelijkheid die geconstateerd wordt voor de termen A, B en C alsook het verschil tussen de geraamde bedragen voor de inning van de toeslag groenestroomcertificaat en de werkelijke bedragen voor de inning van de toeslag groenestroomcertificaat in de loop van het jaar t-2 en desgevallend tijdens de voorbije jaren wordt geregulariseerd via een aanpassing van de toeslag groenestroomcertificaat die van toepassing is in het jaar t; hiertoe wordt het verschil tussen het bedrag dat geheven is via de toegepaste toeslag groenestroomcertificaat en het bedrag van het werkelijke nettosaldo van het jaar t-2 vermeerderd met de werkelijke kosten van de financiële lasten van het jaar t-2 toegevoegd aan het bedrag dat moet worden opgehaald gedurende het jaar t en maakt het als dusdanig deel uit van het bedrag van de toeslag groenestroomcertificaat voor het jaar t dat door de minister moet worden vastgesteld.
  § 3. De netbeheerder neemt het bedrag D/t in de boekhouding op bij zijn exploitatieproducten voor het jaar t. Het bedrag C/t trekt hij af van zijn financiële lasten van het jaar t; desgevallend vult hij het bedrag van de rectificatie aan met de financiële lasten vermeld in § 2.
  ----------
  (1)<KB 2013-08-17/15, art. 4, 006; Inwerkingtreding : 01-07-2013>

  Art. 14quater.<Ingevoegd bij KB 2008-10-31/31, art. 5; Inwerkingtreding : 14-11-2008> Uiterlijk op 30 september van het jaar t-1 bezorgt de netbeheerder aan de commissie alle gegevens die nodig zijn voor de berekening van de toeslag groenestroomcertificaat voor het volgende jaar met vermelding van de verwachte aankoopprijs en desgevallend verwachte verkoopprijs van de groenestroomcertificaten en van de geraamde hoeveelheid [1 ...]1 energie voor het jaar waarvoor de ramingen worden ingediend. Ten einde over te gaan tot de regularisatie bedoeld in artikel 14ter, § 2, deelt de netbeheerder aan de commissie eveneens het door zijn revisoren gecertificeerd bedrag mee van het verschil Z/t-2 vermeld in artikel 14ter, § 2.
  ----------
  (1)<KB 2013-08-17/15, art. 5, 006; Inwerkingtreding : 01-07-2013>

  Art. 14quinquies. <Ingevoegd bij KB 2008-10-31/31, art. 6; Inwerkingtreding : 14-11-2008> In afwijking van de artikelen 14ter en 14quater wordt het nettosaldo van de aankoop en verkoop van groenestroomcertificaten door de netbeheerder in de loop van de jaren 2004, 2005, 2006 en 2007 toegevoegd aan het reële nettokost van de toeslag groenestroomcertificaat die van toepassing is in het jaar 2008.

  Art. 14sexies. <Ingevoegd bij KB 2008-10-31/31, art. 7; Inwerkingtreding : 14-11-2008> Op voorstel van de commissie bepaalt de minister uiterlijk op 15 december van elk jaar het bedrag van de toeslag die tijdens het volgende exploitatiejaar moet worden toegepast. Dat bedrag wordt elk jaar aangepast. Bij gebrek aan bepaling door de minister van de toeslag groenestroomcertificaat voor het volgende exploitatiejaar is de netbeheerder gemachtigd de toeslag verder te factureren op basis van het bedrag van het voorbije jaar.
  Vanaf 1 oktober 2008 is de toeslag groenestroomcertificaten bepaald op 0,1272 euro/MWh.
  In afwijking van de 1ste alinea, zal deze toeslag ook tijdens het jaar 2009 aan het niveau vastgelegd door de tweede alinea toegepast worden.

  Art. 14septies.
  <Opgeheven bij KB 2013-08-17/15, art. 6, 006; Inwerkingtreding : 01-07-2013>

  Art. 14octies.
  <Opgeheven bij KB 2013-08-17/15, art. 6, 006; Inwerkingtreding : 01-07-2013>

  Afdeling II. [1 - Degressiviteit]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-08-17/15, art. 7, 006; Inwerkingtreding : 01-07-2013>

  Art. 14nonies.[1 § 1. De bepalingen van onderhavige afdeling regelen de toepassing van de verminderingen van de toeslag bedoeld in artikel 7, § 1, [2 vierde tot en met dertiende lid]2 van de wet.
   Het elektriciteitsbedrijf dat de toeslag factureert aan de eindafnemer berekent deze verminderingen, voor zover de voorwaarden gesteld in artikel 14duodecies vervuld zijn. Ze trekt deze verminderingen af van de facturen van de toeslag geadresseerd aan de eindafnemer.
   § 2. De verminderingen worden berekend op basis van de voortschrijdende jaarlijkse som van de afnamen. Het plafond bepaald in artikel 7, § 1 van de wet wordt berekend op basis van de per kalenderjaar verrichte afnamen.
   § 3. Wanneer de facturatie van de elektriciteitsafnamen op een verbruikslocatie op maandelijkse basis gebeurt, wordt de vermindering van de prijs per kWh van de toeslag voor elke maandfactuur berekend op basis van de afnamegegevens van de laatste twaalf maanden; indien de gegevens van deze periode niet volledig beschikbaar zijn, wordt een lineaire extrapolatie toegepast op basis van de meest recente gegevens over een periode van twaalf maanden.
   § 4. Wanneer de facturatie van de elektriciteitsafnamen voor een verbruikslocatie gebeurt met een jaarlijkse factuur, wordt de vermindering van de prijs van de toeslag berekend op basis, eventueel geëxtrapoleerd pro rata temporis, van de verbruiksgegevens over de twaalf maanden die voorafgaan aan de einddatum van de periode waarop de factuur betrekking heeft.
   § 5. Wanneer voor de elektriciteitslevering op eenzelfde verbruikslocatie [2 tijdens het jaar t]2 een afzonderlijke factuur is opgesteld door verschillende leveranciers voor dezelfde periode, bezorgt de betrokken eindafnemer, uiterlijk op [2 15 februari van het jaar t+1]2, aan de commissie het overzicht van de som van de toeslag die geïnd is met toepassing van § 1 en het overzicht van het verbruik dat per afnamepunt geregistreerd is.
   De commissie betaalt aan de eindafnemer het teveel terug, uiterlijk op [2 15 mei van het jaar t+1]2.
   § 6. Uiterlijk op [2 15 februari, 15 mei, 15 augustus en 15 november van elk jaar]2 deelt de netbeheerder de commissie mee, individueel per verbruikslocatie rechtstreeks aangesloten op het transmissienet en per distributienetbeheerder, voor de maanden waarin de verminderingen bedoeld in artikel 7, § 1 van de wet van toepassing zijn, de van zijn net afgenomen hoeveelheid energie mee, alsook het bedrag van de toeslag dat hij in de loop van het voorgaande kwartaal gefactureerd heeft.
   De distributienetbeheerders delen de commissie, tegen dezelfde data als deze bedoeld in het voorgaande lid, individueel per leverancier en/of in zijn geheel voor de verbruikslocaties bedoeld in artikel 14decies, de van hun net afgenomen hoeveelheid energie mee, alsook het bedrag van de toeslag dat zij hen hebben gefactureerd.
   De houders van een toegangscontract en de leveranciers delen de commissie, tegen dezelfde data als deze bedoeld in het eerste lid van deze paragraaf, de totale hoeveelheid energie mee, alsook het totale bedrag van de toeslag dat zij gefactureerd hebben aan hun eindafnemer(s).
   De met toepassing van onderhavige paragraaf mee te delen inlichtingen worden samen bezorgd met deze bedoeld in § 7, ingeval van aanvraag tot terugbetaling van de verminderingen toegekend in de loop van het voorgaande kwartaal.
   § 7. Uiterlijk op [2 15 februari, 15 mei, 15 augustus en 15 november van elk jaar]2 vraagt het elektriciteitsbedrijf dat de toeslag aan de eindafnemers factureert aan de commissie de terugbetaling van de verminderingen die tijdens het voorgaande kwartaal werden toegekend, door haar een schriftelijke aanvraag te sturen waarin, naast de inlichtingen bedoeld in § 6, en per degressiviteitsschijf, zoals vermeld in artikel 7, § 1, van de wet, de geaggregeerde waarde van de geleverde energie en van het bedrag van de degressiviteit dat daaruit resulteert, vermeld worden. In zijn aanvraag vermeldt hij tevens het bedrag met betrekking tot elke term van de toeslag, rekening houdend met de toegekende verminderingen.
   Onverminderd de toepassing van artikel 14terdecies, gaat de commissie over tot de terugbetaling van minstens 90 procent van deze verminderingen binnen de 15 werkdagen die volgen op de ontvangst van de aanvraag. Voor zover ze geen onregelmatigheden vaststelt tijdens haar onderzoek met toepassing van artikel 14terdecies, betaalt de commissie de resterende 10 procent terug binnen de twee maanden die volgen op de ontvangst van de aanvraag.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-08-17/15, art. 8, 006; Inwerkingtreding : 01-07-2013>
  (2)<KB 2014-04-04/60, art. 10, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 14decies. [1 Wanneer voor een beschouwde verbruikslocatie de eindafnemer zijn eigen toegangshouder is, wordt de factuur met betrekking tot de toeslag volgens de bepalingen van artikel 14nonies opgesteld door de betrokken netbeheerder en/of distributienetbeheerder(s), naargelang de afnamen op zijn (hun) net, en gericht aan de eindafnemer. Deze(n) richt(en) tevens een kopie van de factuur aan de commissie en verzoek(t)(en) haar, volgens de bepalingen van artikel 14nonies, § 7, om het bedrag van de toegekende verminderingen terug te betalen.
   Wanneer de houder van een toegangscontract niet zelf de eindafnemer is voor een deel van de afnamen, int hij bij de eindafnemer het deel van de toeslag dat laatstgenoemde verschuldigd is.
   Als de netbeheerder en één of meer distributienetbeheerders elk afzonderlijke facturen hebben opgesteld voor eenzelfde verbruikslocatie, berekent de eindafnemer het globaal bedrag van de toeslag dat hij verschuldigd is en vraagt aan de commissie de regularisatie volgens de bepalingen van artikel 14nonies, § 5.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-08-17/15, art. 8, 006; Inwerkingtreding : 01-07-2013>

  Art. 14undecies. [1 Indien de modaliteiten van de afname of van de facturatie voor een verbruikslocatie niet beantwoorden aan de voorwaarden bedoeld in de artikelen 14nonies en 14decies, bepaalt de commissie de specifieke maatregelen nodig om de toepassing van de vermindering van de toeslag, bedoeld in artikel 7, § 1, van de wet, voor dat individuele geval, te waarborgen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-08-17/15, art. 8, 006; Inwerkingtreding : 01-07-2013>

  Art. 14duodecies.[1 § 1. Tenzij de eindafnemer automatisch geniet van de verminderingen in toepassing van artikel 7, § 1, [2 negende lid]2 van de wet, maakt de eindafnemer naast de inlichtingen opgenomen in de bijlage bij het onderhavige besluit, de volgende inlichtingen over aan zijn leverancier(s), of aan de netbeheerder en/of de distributienetbeheerder(s) voor de eindafnemers bedoeld in artikel 14decies, teneinde te kunnen genieten van de verminderingen van de toeslag bedoeld in artikel 7, § 1 van de wet :
   1° het sectorakkoord of " convenant ", zoals bepaald door het Gewest waarvan hij afhangt en dat hij individueel of gezamenlijk heeft onderschreven, met opgave van de verplichtingen die uit het sectorakkoord of de " convenant " voorvloeien;
   2° desgevallend, of de verbruikslocatie verschillende afnamepunten op het transmissienet en/of distributienet(ten) telt.
   De verminderingen worden toegepast wanneer de vereiste informatie ontvangen wordt door de leverancier, of de netbeheerder en/of de distributienetbeheerder(s) voor de eindafnemers bedoeld in artikel 14decies.
   Elke nieuwe eindafnemer of klant die van leverancier verandert, deelt bij het sluiten van het leveringscontract, de gegevens bedoeld in het eerste lid mee.
   § 2. Het elektriciteitsbedrijf dat de toeslag groenestroomcertificaat heeft gefactureerd aan de eindafnemer bezorgt een kopie van de databank betreffende de informatie bedoeld in § 1 aan de commissie en aan de Algemene Directie Energie van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, alsook, desgevallend, aan de betrokken netbeheerder(s). De commissie of de Algemene Directie Energie kan de rechtmatigheid van de verklaring nagaan.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-08-17/15, art. 8, 006; Inwerkingtreding : 01-07-2013>
  (2)<KB 2014-04-04/60, art. 11, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 14terdecies. [1 De commissie en de Algemene Directie Energie gaan de rechtmatigheid van de in toepassing van artikelen 14nonies tot 14duodecies toegekende verminderingen van de toeslag na.
   Alle verantwoordingsstukken moeten steeds ter beschikking van de commissie en de Algemene Directie Energie worden gehouden.
   De last van deze facturatie door de transmissienetbeheerder of door een distributienetbeheerder wordt in aanmerking genomen in de openbare dienstverplichtingen voorzien in artikel 21 van de wet.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-08-17/15, art. 8, 006; Inwerkingtreding : 01-07-2013>

  [1Hoofdstuk IV.]1 - Slot- en overgangsbepalingen.
  ----------
  (1)<KB 2013-08-17/15, art. 9, 006; Inwerkingtreding : 01-07-2013>

  Art. 15. Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2003. (NOTA : bevestigd bij W 2002-12-24/31, art. 427)

  Art. 16. De minister wordt belast met de uitvoering van dit besluit.

  Art. 17. <Opgeheven bij W 2012-03-29/01, art. 26, 004; Inwerkingtreding : 09-04-2012>

  BIJLAGE.

  Art. N.[1 Inlichtingen over te maken door de eindafnemer aan de leverancier of de netbeheerder in toepassing van artikel 14duodecies
  

  
1
  Datum : . . . . .
  Referentie aanvrager : . . . . .
2.
  Onderneming/organisme : . . . . .
  Ondernemingsnummer (of nationaal nr.) : . . . . .
  Handelsregister : . . . . .
  Adres : . . . . .
  Postcode : . . . . . . Gemeente : . . . . . Land : . . . . .
  Vertegenwoordigd door :
  Naam : . . . . . Voornaam : . . . . .
  Functie : . . . . .
  Tel. : . . . . . Fax : . . . . .
  E-mail : . . . . .
3
  Vraagt in het kader van artikel 7 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en overeenkomstig de definitie van de verbruikslocatie geformuleerd in deze wet om te kunnen genieten van de degressiviteit voor de verbruikslocatie zoals bepaald in kader 2, of voor de volgende locatie :
4
  Op te geven informatie als de locatie waarvoor de degressiviteit wordt aangevraagd verschilt van de locatie aangegeven in kader 2 :
  Benaming van de verbruikslocatie :
  Adres : . . . . .
  Postcode : . . . . . . Gemeente : . . . . .
5
  De aanvrager verklaart dat de locatie de voorwaarden betreffende de sectorakkoorden of '' convenant '' zoals bepaald in artikel 7, § 1 van bovenvermelde wet van 29 april vervult en dat hij kennis heeft genomen van de gevolgen verbonden aan een onjuiste verklaring.
6
  De verbruikslocatie wordt bevoorraad door middel van de volgende afnamepunten :
  1. EAN-nr. : . . . . .
  (bijkomende referentie in geval van verschillende afnamepunten)
  2. EAN-nr. : . . . . .
  3. EAN-nr. : . . . . .
  4. EAN-nr. : . . . . .
7
  Handtekening van de aanvrager :
  

]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2013-08-17/15, art. 10, 006; Inwerkingtreding : 01-07-2013>
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 16 juli 2002.

ALBERT
Van Koningswege :
De Vice Eerste Minister en Minister van Mobiliteit en Vervoer,
Mevr. I. DURANT
De Staatssecretaris voor Energie en Duurzame Ontwikkeling,
O. DELEUZE.

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, inzonderheid op artikel 7;
   Gelet op het overleg met de Gewestregeringen van 20 november 2001;
   Gelet op het advies van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas van 28 juni 2001;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën van 27 november 2001;
   Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 2 mei 2002, bij toepassing van artikel 84, eerste lid, 1° van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
   Op de voordracht van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Mobiliteit en Vervoer en van Onze Staatssecretaris voor Energie en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 17-08-2018 GEPUBL. OP 27-08-2018
    (GEWIJZIGD ART. : 14) Inwerkingtreding nader te bepalen
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 09-02-2017 GEPUBL. OP 22-02-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 14)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 04-04-2014 GEPUBL. OP 04-06-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 7; 13; 14; 14nonies; 14uodecies)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 17-08-2013 GEPUBL. OP 27-08-2013
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 14bis; 14ter; 14quater; 14septies; 14octies; 14nonies-14duodecies; N)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 21-12-2012 GEPUBL. OP 16-01-2013
    (GEWIJZIGD ART. : 14)
  • BEELD
  • WET VAN 29-03-2012 GEPUBL. OP 30-03-2012
    (GEWIJZIGD ART. : 17)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 31-10-2008 GEPUBL. OP 14-11-2008
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 14; 14BIS-14OCTIES)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 05-10-2005 GEPUBL. OP 14-10-2005
    (GEWIJZIGD ART. : 14)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 16 uitvoeringbesluiten 8 gearchiveerde versies
    Franstalige versie