J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 83 uitvoeringbesluiten 15 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/ordonnantie/2001/07/19/2001031386/justel

Titel
19 JULI 2001. - Ordonnantie betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 17-11-2001 en tekstbijwerking tot 20-09-2018)

Bron : BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Publicatie : 17-11-2001 nummer :   2001031386 bladzijde : 39135   BEELD
Dossiernummer : 2001-07-19/01
Inwerkingtreding : 27-11-2001

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Algemeen.
Art. 1-2
HOOFDSTUK II. - Beheer van het gewestelijk transmissienet en van het distributienet.
Afdeling I. - Beheer van het gewestelijk transmissienet.
Art. 3-5
Afdeling II. - Beheer van het distributienet.
Art. 6-9
Afdeling IIbis. Toegang tot de netten. <ingevoegd bij ORD 2006-12-14/45, art. 26, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
Art. 9bis
Afdeling IIter. Technische reglementen. <ingevoegd bij ORD 2006-12-14/45, art. 27, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
Art. 9ter
Afdeling IIquater. [1 Inzake de tariefmethodologie en de tarieven]1
Art. 9quater, 9quinquies, 9sexies, 9septies, 9octies
Afdeling III. - Gemeenschappelijke bepalingen.
Art. 10-12
HOOFDSTUK III. - In aanmerking komende afnemers en toegang tot de netten.
Art. 13-21, 21bis, 22
HOOFDSTUK IIIbis. [1 - Gewestelijk tractienet spoor en stationsnetten.]1
Art. 23, 23bis, 23ter, 23quater
HOOFDSTUK IV. - (Openbare dienstverplichtingen en -opdrachten). <ORD 2006-12-14/45, art. 41, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
Art. 24, 24bis, 24ter, 25, 25bis
HOOFDSTUK IVbis. Openbare dienstverplichtingen betreffende de levering van elektriciteit. <ingevoegd bij ORD 2006-12-14/45, art. 47; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
Art. 25ter, 25quater, 25quinquies, 25sexies, 25septies, 25octies, 25novies, 25decies, 25undecies, 25duodecies, 25tredecies, 25quattuordecies, 25quindecies, 25sexiesdecies, 25septiesdecies, 25octiesdecies, 25noviesdecies, 25vicies, 26, 26bis, 26ter
HOOFDSTUK V. - (Promotie van groene elektriciteit[1 ...]1.) <ORD 2008-09-04/33, art. 16; Inwerkingtreding : 26-09-2008>
Art. 27-28, 28bis
HOOFDSTUK VI. - Kabels, directe lijnen en installaties.
Art. 29-30
HOOFDSTUK VIbis. Reguleringsautoriteit. <ingevoegd bij ORD 2006-12-14/45, art. 56; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
Art. 30bis, 30ter, 30quater, 30quinquies, 30sexies, 30septies, 30octies, 30octies, 30novies
HOOFDSTUK VII. - Sancties.
Art. 31-32
HOOFDSTUK VIIbis. - [1 Schadevergoedingsregeling]1
Afdeling 1. - [1 Verschuldigde schadevergoeding voor een lange onderbreking van de levering]1
Art. 32bis
Afdeling 2. - [1 Verschuldigde schadevergoeding ten gevolge van een administratieve fout of van een laattijdige aansluiting]1
Art. 32ter, 32quater
Afdeling 3. - [1 Schadevergoeding voor de schade die veroorzaakt werd door de onderbreking, de niet-conformiteit of de onregelmatigheid van de levering]1
Art. 32quinquies, 32sexies
Afdeling 3bis. [1 - Schadevergoeding verschuldigd door de netbeheerder in geval van onregelmatige beslissing voor het weigeren of beperken van de activering van de vraagflexibiliteit.]1
Art. 32unsexies
Afdeling 4. - [1 Verschuldigde schadevergoeding door de leveranciers en tussenpersonen]1
Art. 32septies, 32octies
Afdeling 5. - [1 Gemeenschappelijke bepalingen]1
Art. 32novies, 32decies, 32undecies
HOOFDSTUK VIII. - Diverse maatregelen en wijzigingsmaatregelen.
Art. 33, 33bis, 34-35, 35bis, 36, 36bis, 37-38, 38bis, 39
BIJLAGE.
Art. N, N2

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Algemeen.

  Artikel 1.Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.
  Zij zet [1 Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit (tot intrekking van Richtlijn 2003/54/EG)]1, om in de rechtsorde van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. <ORD 2004-04-01/50, art. 29, 002; Inwerkingtreding : 06-05-2004>
  (Zij organiseert eveneens de omzetting van [1 Richtlijn 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG]1) [2 en de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG.]2 <ORD 2004-04-01/50, art. 29, 002; Inwerkingtreding : 06-05-2004> <ORD 2008-09-04/33, art. 2, 005; Inwerkingtreding : 26-09-2008>
  [3 Ze zet gedeeltelijk richtlijn 2014/94/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen om.]3
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 3, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (2)<ORD 2014-05-08/36, art. 2, 010; Inwerkingtreding : 21-06-2014>
  (3)<ORD 2018-07-23/07, art. 2, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>

  Art. 2.Voor de toepassing van deze ordonnantie dient te worden verstaan onder :
  1° wet : de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt;
  2° wet van 10 maart 1925 : de wet van 10 maart 1925 op de elektriciteitsvoorziening;
  3° ordonnantie van 11 juli 1991 : de ordonnantie van 11 juli 1991 met betrekking tot het recht op een minimumlevering van elektriciteit;
  4° producent : alle natuurlijke personen of rechtspersonen die elektriciteit produceren;
  5°[1 ...]1;
  6° (warmtekrachtkoppeling) : gecombineerde produktie van warmte en elektriciteit, (in het kader van eenzelfde proces); <ORD 2004-04-01/50, art. 30, 002; Inwerkingtreding : 06-05-2004>
  (6bis. [2 hoogrenderende warmte-krachtkoppeling : warmte-krachtkoppeling die beantwoordt aan de criteria [3 vastgelegd in bijlage 2 van deze ordonnantie]3;) <ORD 2004-04-01/50, art. 30, 002; Inwerkingtreding : 06-05-2004>
  [3 6ter kleine eenheid voor warmtekrachtkoppeling : een eenheid voor warmtekrachtkoppeling met een geïnstalleerd vermogen kleiner dan 1 MWe;]3
  [3 6quater micro-eenheid voor warmtekrachtkoppeling : een eenheid voor warmtekrachtkoppeling met een maximumvermogen kleiner dan 50 kWe ;]3
  7° groene elektriciteit : elektriciteit voortgebracht door (kwaliteitswarmtekrachtkoppelingsinstallaties of door) de volgende [1 hernieuwbare niet-fossiele]1 energiebronnen : [1 windenergie, zonne-energie, aerothermische energie, geothermische energie, hydrothermische energie, energie uit de oceanen, waterkrachtenergie]1); <ORD 2004-04-01/50, art. 30, 002; Inwerkingtreding : 06-05-2004> <ORD 2006-12-14/45, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  (7°bis. Biomassa : de biologisch afbreekbare fractie afvalstoffen en residuen van de landbouw plantaardige en dierlijke stoffen), de bosbouw aanverwante bedrijfstakken, alsmede de biologisch fractie van industrieel en huishoudelijk afval.) <ORD 2006-12-14/45, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  (8° groenestroomcertificaat : overdraagbare en verhandelbare titel toegekend voor [1 opgewekte groene elektriciteit volgens de voorwaarden bepaald in uitvoering van artikel 28]1;) <ORD 2004-04-01/50, art. 30, 002; Inwerkingtreding : 06-05-2004>
  [2 8°bis garantie van oorsprong : een elektronisch document dat uitsluitend tot doel heeft de eindafnemer aan te tonen dat een bepaald aandeel of een bepaalde hoeveelheid energie geproduceerd is op basis van hernieuwbare bronnen, zoals voorgeschreven in artikel 3, zesde lid, van Richtlijn 2003/54/EG;]2
  9° net : het geheel van kabels en lijnen, alsook de aansluitingen, injectie-, transformator- en verdeelcabines, dispatching en installaties voor controle op afstand, alsmede alle daarbij horende installaties, die dienen voor het vervoer, het gewestelijk vervoer of de distributie van elektriciteit;
  10° transmissienet : het geheel van installaties voor de transmissie tegen een spanning die de 70 kV overschrijdt, liggend op Belgisch grondgebied, zoals bepaald in artikel 2, 7°, van de wet;
  11° gewestelijk transmissienet : het net met nominale spanning van 36 kV liggend op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, met uitzondering van de installaties bepaald in artikel 4 en artikel 29, § 2, tweede lid;
  12° distributienet : de netten met een spanning lager dan 36 kV, liggend op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, alsmede de delen van het net van 36 kV die opnieuw werden omschreven krachtens artikel 4 en de installaties bepaald in artikel 29, § 2, lid 2;
  13° netbeheerder : de gewestelijke transmissienetbeheerder of de distributienetbeheerder, aangewezen overeenkomstig de bepalingen in Hoofdstuk II;
  14° leverancier : elke natuurlijke of rechtspersoon die elektriciteit verkoopt;
  15° [1 directe lijn : een elektriciteitslijn die een geïsoleerde productielocatie met een geïsoleerde afnemer verbindt, of een elektriciteitslijn die een elektriciteitsproducent en een elektriciteitsleverancier met elkaar verbindt om hun eigen vestigingen, dochterondernemingen en in aanmerking eindafnemers direct te bevoorraden;]1
  16° aansluiting : kabel of bovengrondse lijn geïnstalleerd door de netbeheerder om een verbinding te verzekeren tussen zijn net en een producent of een eindafnemer, met inbegrip van de eindapparatuur bij de producent of de eindafnemer;
  17° in aanmerking komend : komt in aanmerking, elke natuurlijke of rechtspersoon die zelf zijn leverancier mag kiezen en daartoe kan aansluiten op het gewestelijk transmissienet of op het distributienet volgens de voorwaarden uiteengezet in artikel 13 en volgende;
  18° eindafnemer : een natuurlijke of rechtspersoon die elektriciteit koopt voor eigen gebruik, gevoed door een stroombron gelijk aan of lager dan 70 kV op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
  19° hoogspanningsafnemer : een eindafnemer die aangesloten is op een spanning, gelijk aan of hoger dan 1 kV en die op de plaats van levering beschikt over een vermogen gelijk aan of hoger dan 100 kVA;
  20° laagspanningsafnemer : een eindafnemer die geen hoogspanningsafnemer is;
  21° meter : toestel bij de eindafnemer geïnstalleerd met de bedoeling de afgenomen energie [1 geïnjecteerde of]1 en, desgevallend, het actieve en reactieve vermogen op te meten gedurende een bepaalde tijdseenheid, met inbegrip van de eventuele uitrusting voor rekeningoverzicht op afstand;
  [2 21°bis elektronische meter : individuele meter die nauwkeurig het werkelijke energieverbruik van de eindafnemer aangeeft en informatie verstrekt op het ogenblik dat de energie is verbruikt;]2
  [3 21ter slimme meter : een elektronisch systeem dat het stroomverbruik kan meten en informatie toevoegt die een klassieke meter niet verstrekt, en die gegevens kan overmaken en ontvangen door gebruik van een elektronische communicatievorm;]3
  [3 21quater slim net : geavanceerd energienetwerk dat in het algemeen is samengesteld uit bidirectionele communicatiesystemen, slimme meters en systemen voor de opvolging en controle van de werking van het netwerk;]3
  22° (technisch reglement : reglement dat de betrekkingen netbeheerder, de toegangshouders tot het net, de beheerders van andere netten organiseert van technische en administratieve voorschriften goede werking van het net, de koppelingen toegankelijkheid ervan mogelijk maken.) <ORD 2006-12-14/45, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  23° [1 MIG (Message Implementation Guide) : het handboek dat de regels, de procedures en het communicatieprotocol beschrijft die gevolgd worden voor de uitwisseling, tussen de distributienetbeheerder en de leveranciers, van technische en commerciële informatie met betrekking tot de toegangspunten;]1
  24° Regering : de regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
  25° [1 ...]1;
  26° [1 Instituut : het Brussels Instituut voor Milieubeheer;]1
  (26°bis [1 Brugel : de Reguleringscommissie voor energie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;]1
  26°ter [1 ...]1;
  27° de Raad : de raad van afnemers van elektriciteit en gas, opgericht krachtens artikel 33.
  (28° professionele afnemer : eindafnemer die het bewijs aanvoert dat hij de op zijn verbruikslocatie geleverde elektriciteit (...) gebruikt voor beroepsdoeleinden;) <ORD 2004-04-01/50, art. 30, 002; Inwerkingtreding : 06-05-2004>
  29° (huishoudelijke afnemer : de op het net aangesloten afnemer die elektriciteit aankoopt voor hoofdzakelijk huishoudelijk gebruik en waarvan de factuur wordt opgemaakt op zijn eigen naam;) <ORD 2006-12-14/45, art. 8, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  (30° gezin : hetzij een alleenstaande natuurlijke persoon die huishoudelijke eindafnemer is, hetzij een geheel natuurlijke personen, al dan niet verenigd door familiale banden, die gewoonlijk samenleven in dezelfde woning en waarvan een van de leden een huishoudelijke afnemer is;
  31° beschermde afnemer : de op het net aangesloten huishoudelijke eindafnemer die erkend werd als zijnde beschermd;
  32° gemeenschappelijk gebouw met gemeenschappelijke verwarmingsketel : gebouw uitgerust met een centraal verwarmingssysteem dat meerdere woningen voorziet van verwarming of sanitair warm water;
  33° groene leverancier : elke leverancier die titularis is van een groene leveringsvergunning en die [1 100 %]1 elektriciteit verkoopt in de vorm van groene elektriciteit [1 ...]1;
  33°bis [1 ...]1;
  34° [3 ...]3
  35° koppeling : geheel van uitrustingen om de gewestelijke transmissienetten en het distributienet te verbinden;
  36° (Privénet : geheel van inrichtingen op een beperkt en goed afgebakend geografisch gebied die dienen voor de bevoorrading van elektriciteit aan een of meer [1 netgebruikers]1 en die aan de in het technisch reglement vastgestelde voorwaarden beantwoorden.) <ORD 2008-09-04/33, art. 3, 005; Inwerkingtreding : 26-09-2008>
  [3 36bis gewestelijk tractienet spoor : de elektrische installaties nodig voor de uitbating van het spoorwegnet van de Maatschappij voor Intercommunaal Vervoer te Brussel, waaronder de installaties voor de transformatie en distributie van elektrische stroom voor de tractiedienst, de onderstations, de geleiders van de tractiestroom (bovenleiding en derde rail), de signalisatie, de wissels, de telecommunicatie, de informatiesystemen, de verlichting, de stelplaatsen, de haltes en voor de toevoer naar de elektrische installaties van de stroomafwaartse afnemers, gevoed door het gewestelijk tractienet spoor;]3
  [3 36ter beheerder van gewestelijk tractienet spoor : natuurlijke of rechtspersoon die eigenaar is van een gewestelijk tractienet spoor of het beheer ervan verzekert;]3
  [3 36quater gebruiker van het gewestelijk tractienet spoor : eindafnemer/producent aangesloten op het lokaal distributie- of transportnet via een gewestelijk tractienet spoor;]3
  [3 36quinquies stationsnet : het net dat om technische of veiligheidsredenen beschikt over een geïntegreerd productieproces dat elektriciteit verdeelt aan niet-residentiële eindafnemers binnen een of meerdere stations aangesloten op een federaal tractienet spoor;]3
  [3 36sexies beheerder van een stationsnet : natuurlijke of rechtspersoon die ofwel eigenaar is van een stationsnet, of het beheer ervan verzekert of over een gebruiksrecht op een stationsnet beschikt;]3
  [3 36septies gebruiker van het stationsnet : niet-residentiële eindafnemer aangesloten op het stationsnet, zelf aangesloten op het federaal tractienet spoor;]3
  37° [1 Netgebruiker : [2 elke natuurlijke of rechtspersoon]2 waarvan de installaties zijn aangesloten op het gewestelijk transmissienet of op het distributienet rechtstreeks of onrechtstreeks via een privénet [2 , en die de mogelijkheid heeft om elektrische energie af te nemen van of te injecteren op het net]2 ;]1
  38° [1 38° ACER : Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators opgericht door de Europese verordening nr. 713/2009;]1
  39° O.C.M.W. : openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn bedoeld in het samenwerkingsakkoord afgesloten op 21 september 2006 tussen de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.) <ORD 2006-12-14/45, art. 9, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  [2 40° aanbieder van energiediensten : een natuurlijke persoon of rechtspersoon die in de inrichtingen of gebouwen van een eindafnemer energiediensten of andere maatregelen ter verbetering van de energie-efficiëntie levert;]2
  [2 41° [3 ...]3]2
  [2 42° energiedienst : het fysieke voordeel, nut of welzijn dat wordt bereikt met een combinatie van energie met energie-efficiënte technologie of actie, die de bewerkingen, het onderhoud en de controle kan omvatten die nodig zijn voor de levering van de dienst, welke wordt geleverd op basis van een overeenkomst en welke onder normale omstandigheden heeft aangetoond te leiden tot een controleerbare en meetbare of een schatbare verbetering van de energie-efficiëntie of tot controleerbare en meetbare of schatbare primaire energiebesparingen;]2
  [3 43° prosumer : de verbruiker die alle of een deel van de energie die hij verbruikt zelf produceert;]3
  [3 44° oplaadpunt : een aansluiting, waarmee telkens één elektrisch voertuig kan worden opgeladen of de batterij van telkens één elektrisch voertuig kan worden vervangen;]3
  [3 45° publiek toegankelijk oplaadpunt : een oplaadpunt dat op niet-discriminerende wijze toegang verleent aan de gebruikers van een elektrisch voertuig;]3
  [3 46° vraagflexibiliteit : de capaciteit voor een eindafnemer om vrijwillig zijn netto-elektriciteitsafname in antwoord op een extern signaal naar boven of naar beneden toe te wijzigen;]3
  [3 47° aanbieder van flexibiliteitsdiensten : elke natuurlijke of rechtspersoon die voor zijn activiteit de vraagflexibiliteit gebruikt van één of meerdere eindafnemers;]3
  [3 48° leverancier van flexibiliteitsdienst : een operator van flexibiliteitsdienst, ongeacht zijn eventuele andere rollen in de energiemarkt, waarvan één van de gebruikelijke activiteiten erin bestaat het verbruik en/of de elektriciteitsproductie van één of meerdere distributienetgebruikers aan te sturen, om zijn flexibiliteit te valoriseren.]3
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 4, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (2)<ORD 2014-05-08/36, art. 3, 010; Inwerkingtreding : 21-06-2014>
  (3)<ORD 2018-07-23/07, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>

  HOOFDSTUK II. - Beheer van het gewestelijk transmissienet en van het distributienet.

  Afdeling I. - Beheer van het gewestelijk transmissienet.

  Art. 3.§ 1. De Regering wijst als gewestelijke transmissienetbeheerder ofwel een vennootschap aan die over het eigendoms- of gebruiksrecht over dit net beschikt en die voldoet aan de vereisten van of bepaald krachtens artikel 9 van de wet, ofwel een intercommunale die over een van deze rechten beschikt, en waarvan de statuten conform zijn met artikel 8 van deze ordonnantie en die voldoeaan de vereisten vervat in artikel 9 van deze ordonnantie.
  § 2. De gewestelijke transmissienetbeheerder wordt aangewezen voor een periode van twintig jaar [2 ; de Regering kan deze aanwijzing, op de datum die zij bepaalt en na overleg met de netbeheerder, vernieuwen voor een nieuwe periode van twintig jaar, zonder te moeten wachten tot de lopende termijn verstreken is]2 .
  Deze aanwijzing wordt evenwel beëindigd in geval van faillissement of ontbinding van de gewestelijke transmissienetbeheerder, of in geval van intrekking van zijn aanwijzing.
  § 3. De Regering kan, na raadpleging van [1 Brugel]1 en na de vertegenwoordigers van de gewestelijke transmissienetbeheerder te hebben gehoord, de aanwijzing van deze laatste intrekken, in geval van : <ORD 2006-12-14/45, art. 10, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  1° een belangrijke wijziging in het aandeelhouderschap van de gewestelijke transmissienetbeheerder waardoor de onafhankelijkheid van het beheer van het gewestelijk transmissienet in het gedrang zou komen.;
  2° een belangrijke tekortkoming van de gewestelijke transmissienetbeheerder bij het vervullen van de plichten die deze ordonnantie, alsook de andere wetten en reglementen hem opleggen;
  3° fusie of splitsing van de gewestelijke transmissienetbeheerder die de onafhankelijkheid van het gewestelijk transmissienetbeheer in gevaar zou kunnen brengen.
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (2)<ORD 2014-05-08/36, art. 4, 010; Inwerkingtreding : 21-06-2014>

  Art. 4.Na overleg met de distributienetbeheerder en met de gewestelijke transmissienetbeheerder, en na advies van [1 Brugel]1, kan de Regering overgaan tot de herkwalificatie als distributienet van gedeelten van het gewestelijk transmissienet alsook van de installaties die daar deel van uitmaken om redenen van functionaliteit of in het licht van de beste praktijken in de Europese Unie. <ORD 2006-12-14/45, art.11 , 003; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>

  Art. 5.§ 1. De gewestelijke transmissienetbeheerder is verantwoordelijk voor de uitbating, het onderhoud en, in voorkomend geval, de ontwikkeling van het gewestelijk transmissienet, met inbegrip van de koppelingen met andere netten, om de regelmaat en de kwaliteit van de energievoorziening [2 in aanvaardbare economische voorwaarden]2 te verzekeren, met respect voor het milieu [2 , voor energie-efficiëntie]2 en voor het rationeel beheer van het openbaar wegennet.
  Hiertoe wordt de gewestelijke transmissienetbeheerder met name belast met de volgende taken :
  1° (de verbetering, de vernieuwing en eventueel de uitbreiding van het net en de koppelingen ervan met het federale transmissienet en het distributienet in het kader van het investeringsplan bedoeld in artikel 12, en dit in zijn geheel, met het oog op het waarborgen van een capaciteit die aan de noden voldoet;) <ORD 2006-12-14/45, art. 12, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  2° de installatie en het ter beschikking stellen van de aansluitingen;
  3° het onderhoud van het net;
  4° (het besturen van het net en het beheer van de elektriciteitsstromen met inbegrip van het gebruik van de koppelingen daarvoor. Dit gebruik gebeurt in samenwerking met de transmissienetbeheerder en de distributienetbeheerder;) <ORD 2006-12-14/45, art. 13, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  5° het opstellen en bewaren van de plannen van het net;
  6° het ter beschikking stellen van de toegangen tot het net;
  7° het installeren, het onderhoud en het opnemen van de meters;
  [2 8° bij het inschakelen van de productie-eenheden voorrang te geven aan de [4 hoogrenderende]4 warmtekrachtkoppelingen of aan diegenen die gebruikmaken van hernieuwbare energiebronnen of van afvalstoffen;
   9° de aankoop van energie om energieverliezen te dekken en in reservecapaciteit in zijn net te voorzien volgens transparante, niet-discriminerende en op de markt gebaseerde procedures, door voorrang te geven aan de groene elektriciteit;
   10° bij de planning van de ontwikkeling van het gewestelijk transmissienet, maatregelen op het gebied van energie-efficiëntie en, in overleg met de distributienetbeheerder, de maatregelen van het vraagzijdebeheer of gedistribueerde productie voorzien die de noodzaak van een vergroting of vervanging van elektriciteitscapaciteit kunnen ondervangen;
   11° de mededeling aan de gebruikers van het gewestelijk transmissienet van de informatie die zij nodig hebben voor een doeltreffende toegang tot het genoemde net, met inbegrip van het gebruik ervan.]2
  § 2. De gewestelijke transmissienetbeheerder is verplicht de beheerders van de netten waarmee hij verbonden is, de inlichtingen te verstrekken die nodig zijn om een veilige en efficiënte uitbating, een gecoördineerde ontwikkeling en de wisselwerking tussen de netten te waarborgen.
  § 3. De gewestelijke transmissienetbeheerder mag, in geval hij eigenaar is van het net, deze eigendom noch in zijn geheel noch gedeeltelijk overdragen zonder toestemming van de regering.
  § 4. De gewestelijke transmissienetbeheerder onthoudt zich van elke vorm van discriminatie tussen de netgebruikers of tussen categorieën van netgebruikers, en waarborgt de vertrouwelijkheid van gevoelige persoonlijke en commerciële gegevens waarvan hij kennis heeft tijdens de uitoefening van zijn functie.
  § 5. De gewestelijke transmissienetbeheerder kan de toegang tot het net slechts weigeren indien hij niet beschikt over de vereiste capaciteit of indien de aanvrager niet voldoet aan de technische voorschriften bepaald in het reglement van het gewestelijk transmissienet bedoeld in [3 artikel 9ter. Zonder afbreuk te doen aan de algemene verplichtingen inzake motivering bedoeld in de wet van 29 juli 1991 betreffende de formele motivering van de administratieve handelingen, wordt de weigeringsbeslissing gemotiveerd, op basis van objectieve, technisch en economisch onderbouwde criteria.]3.
  § 6. Na advies van [1 Brugel]1 kan de Regering de gewestelijke transmissienetbeheerder openbare-dienstverplichtingen opleggen met betrekking tot de regelmaat en de kwaliteit van de levering van elektriciteit. <ORD 2006-12-14/45, art. 14, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  § 7. Na advies (van [1 Brugel]1) kan de Regering bepalen welke inlichtingen of plannen jaarlijks door de gewestelijke transmissiebeheerder (aan [1 Brugel]1) dienen te worden bezorgd, om in alle omstandigheden de continuïteit van de functie van de gewestelijke transmissienetbeheerder te waarborgen.
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (2)<ORD 2011-07-20/28, art. 5, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (3)<ORD 2011-07-20/28, art. 6, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (4)<ORD 2014-05-08/36, art. 5, 010; Inwerkingtreding : 21-06-2014>

  Afdeling II. - Beheer van het distributienet.

  Art. 6.§ 1. De Regering wijst de intercommunale die over het eigendoms- of gebruiksrecht van de zich op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevindende distributienetten beschikt aan als distributienetbeheerder.
  Vanaf de datum van het besluit tot aanwijzing beschikt de intercommunale over een termijn van een jaar om haar statuten en bijlagen ervan in overeenstemming te brengen met deze ordonnantie.
  § 2. De aanwijzing van de distributienetbeheerder gebeurt voor een termijn van twintig jaar [2 ; de Regering kan deze aanwijzing vernieuwen op de datum die hij vaststelt na overleg met de netbeheerder voor een nieuwe periode van twintig jaar, zonder de afloop van de lopende termijn te moeten afwachten]2 .
  § 3. In geval van ontbinding van de als distributienetbeheerder aangewezen intercommunale, intrekking van de aanwijzing, alsook bij het verstrijken van de in de vorige paragraaf vermelde termijn, wijst de Regering de distributienetbeheerder aan na gunstig advies van de meerderheid van de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
  § 4. Na advies van [1 Brugel]1 kan de Regering, in geval de distributienetbeheerder blijk geeft van zware nalatigheid met betrekking tot de verplichtingen die hem door deze ordonnantie worden opgelegd : <ORD 2006-12-14/45, art. 16, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  1° de distributienetbeheerder aanmanen om zijn verplichtingen na te komen;
  2° voor een vastgestelde duur, een speciaal commissaris bij de organen van de distributienetbeheerder aanwijzen, die belast wordt met het toezicht op het naleven van deze verplichtingen en met het uitbrengen van verslag hierover bij de Regering; de speciaal commissaris mag te dien einde de vergaderingen van de organen bijwonen, er het woord voeren en ter plaatse alle documenten inzien.
  Indien, de distributienetbeheerder zich, na de aanstelling van een speciaal commissaris, niet schikt naar zijn verplichtingen kan de Regering, na verslag van deze commissaris en na de vertegenwoordigers van de distributienetbeheerder te hebben gehoord, zijn aanwijzing als beheerder intrekken. In dit geval stelt zij een speciaal commissaris aan, belast met het beheer in naam van de Regering, van de activiteiten waarmee de distributienetbeheerder wordt belast uit hoofde van deze ordonnantie, tot een nieuwe netbeheerder wordt aangesteld overeenkomstig § 3.
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (2)<ORD 2014-05-08/36, art. 6, 010; Inwerkingtreding : 21-06-2014>

  Art. 7.§ 1. De distributienetbeheerder is verantwoordelijk voor de uitbating, het onderhoud en de ontwikkeling van het distributienet, met inbegrip van de aansluitingen op andere netten, met de bedoeling de regelmaat en de kwaliteit van de energievoorziening te verzekeren [2 in aanvaardbare economische voorwaarden]2, met inachtname van het respect voor het milieu [2 , voor energie-efficiëntie]2en een rationeel beheer van het openbaar wegennet.
  Hiertoe wordt de distributienetbeheerder met name belast met de volgende taken :
  1° (de verbetering, de vernieuwing en de uitbreiding van het net en de koppelingen ervan met het federale transmissienet en het distributienet in het kader van het investeringsplan bedoeld in artikel 12, met de bedoeling een voldoende capaciteit te waarborgen om aan de behoeften te voldoen en om de toelevering aan alle afnemers te waarborgen;) <ORD 2006-12-14/45, art. 17, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  2° de installatie en het ter beschikking stellen van de aansluitingen;
  3° het onderhoud van het net;
  4° het bestuur van het net en het beheer van de elektriciteitsstromen (met inbegrip van het waarborgen van de goede werking en het gebruik met dat doel van de koppelingen. Dit gebruik gebeurt in samenwerking met de beheerder van het transmissienet en de beheerder van het gewestelijk transmissienet;) <ORD 2006-12-14/45, art. 18, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  5° het opstellen en bewaren van de plannen van het net;
  6° het beheer van de toegang (tot zijn) net; <ORD 2006-12-14/45, art. 19, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  7° het installeren, het onderhoud en het opnemen van de meters.
  [2 8° de aankoop van energie om energieverliezen te dekken volgens transparante, niet-discriminerende en op de markt gebaseerde procedures, door voorrang te geven aan de groene elektriciteit;
   9° bij de planning van de ontwikkeling van het distributienet, maatregelen op het gebied van energie-efficiëntie, vraagzijdebeheer of [3 re-injectie van de gedecentraliseerde productie]3 voorzien die de noodzaak van een vergroting of vervanging van elektriciteitscapaciteit kunnen ondervangen;
   10° streven naar het bevorderen van energie-efficiëntie. In deze context bestudeert hij met name de technologieën die noodzakelijk zijn voor de transformatie van de netten naar slimme netten [3 ...]3.
   11° de mededeling aan de gebruikers van het distributienet van de informatie die zij nodig hebben voor een doeltreffende toegang tot het genoemde net, met inbegrip van het gebruik ervan;]2
  [3 12° op de flexibiliteitsmarkt de rol van facilitator op zich nemen, om een concurrentiële markt te bieden ten voordele van de eindafnemers, met name door het beheer van de meet- en tellergegevens die het resultaat zijn van de flexibiliteit. De Regering kan de opdrachten van de facilitator op de flexibiliteitsmarkt en de voorwaarden voor de uitoefening van deze opdrachten preciseren.]3
  § 2. De distributienetbeheerder zal zich onthouden van elke vorm van discriminatie tussen de netgebruikers of tussen categorieën van netgebruikers, en waarborgt de vertrouwelijkheid van gevoelige persoonlijke en commerciële gegevens waarvan hij kennis heeft tijdens de uitoefening van zijn functie.
  § 3. De distributienetbeheerder kan de toegang tot het net slechts weigeren indien hij niet beschikt over de vereiste capaciteit of indien de aanvrager niet voldoet aan de technische voorschriften bepaald in het netreglement bepaald in [2 artikel 9ter. De weigeringsbeslissing wordt gemotiveerd, op basis van objectieve, technisch en economisch onderbouwde criteria.]2.
  § 4. Na advies van [1 Brugel]1 kan de Regering de distributienetbeheerder openbare-dienstverplichtingen opleggen met betrekking tot de regelmaat en de kwaliteit van de levering van elektriciteit. <ORD 2006-12-14/45, art. 21, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  § 5. [2 Met het oog op de uitvoering van zijn opdrachten, heeft de distributienetbeheerder recht op toegang tot alle installaties waarop hij een eigendomsrecht of gebruiksrecht heeft en die zich op de site van een derde bevinden. Wanneer de toegang tot de voormelde installaties betrekking heeft op een woonplaats, wordt die toegang naargelang het geval onderworpen aan de instemming van de gebruiker of de eigenaar van de site in kwestie.
   Wanneer de veiligheid van goederen of personen ernstig in het gedrang komt, kan de distributienetbeheerder zonder voorafgaande toestemming van een administratieve of gerechtelijke instantie beroep doen op de openbare macht om toegang te krijgen tot voornoemde installaties en alle noodzakelijke acties ondernemen, met inbegrip van, indien nodig, het onderbreken van de elektriciteitsvoorziening.
   De regering kan de omstandigheden voor de uitvoering van die bepaling preciseren, evenals de noodzakelijke actie die de netbeheerder kan ondernemen.
   De toepassing van deze uitzonderingsmaatregel is onderworpen aan een regelmatige berichtgeving aan Brugel, die een gedetailleerd jaarverslag aan de regering bezorgt over de inzet van de uitzonderingsmaatregelen bedoeld in het kader van deze paragraaf.]2
  § 6. Na advies (van [1 Brugel]1), kan de Regering bepalen welke inlichtingen of plannen jaarlijks door de distributienetbeheerder (aan de [1 Brugel]1) dienen te worden bezorgd, om in alle omstandigheden de continuïteit van de functie van de distributienetbeheerder te waarborgen. <ORD 2006-12-14/45, art. 23, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  [4 § 7. De oprichting van nieuwe privénetten is verboden; dit verbod is niet van toepassing op het gewestelijke tractienet spoor en op de netten van de stationsbeheerder aangesloten op het federaal tractienet spoor.]4
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (2)<ORD 2011-07-20/28, art. 7, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (3)<ORD 2018-07-23/07, art. 4, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>
  (4)<ORD 2018-07-23/07, art. 5, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>

  Art. 8.§ 1. Onverminderd de bepalingen van artikel 20, § 2, mogen de personen die beschikken over een leveringsvergunning voor België, of die rechtstreeks of onrechtstreeks door dergelijke personen worden gecontroleerd of die dergelijke personen rechtstreeks of onrechtstreeks controleren :
  1° in de beheersorganen van de distributienetbeheerder niet vertegenwoordigd worden door bestuurders die samen meer dan een derde van het totaal aantal toe te kennen mandaten uitoefenen;
  2° in de controle- of beheersorganen, niet beschikken over een vetorecht over beslissingen met betrekking tot de opdrachten van de distributienetbeheerder, en deze beslissingen evenmin kunnen blokkeren.
  § 2. De gemeenten mogen het aandeel dat zij rechtstreeks of onrechtstreeks hebben in het maatschappelijk kapitaal van de distributienetbeheerder, niet verminderen zonder toelating van de Regering.
  § 3. De privé-aandeelhouders van de distributienetbeheerder mogen hun aandelen niet overdragen aan niet-aandeelhouders zonder toelating van de Regering.
  (§ 4. De distributienetbeheerder mag geen activiteiten i.v.m. [1 elektriciteitsproductie, noch -levering indien het niet dient om de eigen behoeften te dekken, verliezen te dekken en het vervullen van de openbare dienstopdrachten en openbare dienstverplichtingen bedoeld bij de artikelen 24 en 24bis in bij Hoofdstuk IVbis van deze ordonnantie. Iedere bijkomstige elektriciteitsaankoop voltrekt zich overeenkomstig transparante en non-discriminatoire procedures]1.) <ORD 2006-12-14/45, art. 24, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2007> <ORD 2008-09-04/33, art. 5, 005; Inwerkingtreding : 26-09-2008>
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 8, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>

  Art. 9.<ORD 2006-12-14/45, art. 25, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2007> § 1. De distributienetbeheerder komt zijn verplichtingen en opdrachten bedoeld in de artikelen 7, 24, 24bis [2 ...]2 en in hoofdstuk IVbis na, met inachtneming van de principes die hierna volgen :
  1° hij zorgt voor de relaties met de regulatoren en met de overheden, alsook voor het voeren van zijn boekhouding, het beheer van zijn bankrekeningen en zijn financiering, in volledige onafhankelijkheid van de personen bedoeld in artikel 8, § 1;
  2° de hem verschuldigde bedragen worden gestort op bankrekeningen geopend op zijn naam;
  3° hij beschikt over een informaticasysteem dat, met name wat het beheer ervan betreft, onafhankelijk is van de personen bedoeld in artikel 8, § 1;
  4° met het doel te voldoen aan de voorafgaande vereisten, zorgt hij ervoor dat hij, naast andere middelen, over voldoende gekwalificeerd personeel beschikt.
  § 2. De distributienetbeheerder kan de dagelijkse uitbating van zijn activiteiten geheel of gedeeltelijk toevertrouwen aan één of meer uitbatingsbedrijven, onder de hierna volgende voorwaarden :
  1° de gedelegeerde verplichtingen en opdrachten moeten uitgeoefend worden met naleving van de principes beschreven in § 1;
  2° de netwerkbeheerder moet voor voldoende middelen zorgen om een effectieve controle uit te oefenen op de uitoefening van de gedelegeerde verplichtingen en opdrachten;
  3° wat de openbaredienstverplichtingen betreft, dienen de nadere regels van de delegatie door de distributienetbeheerder ter goedkeuring aan de regering te worden voorgelegd na advies van [1 Brugel]1;
  4° de activiteiten die verband houden met de toegang tot het netwerk, met de metingen evenals met de relaties met de toeganghouders en gebruikers van het distributienet, met inbegrip van het bijhorende informatiesysteem, mogen niet worden toevertrouwd aan personen zoals bedoeld in artikel 8, § 1;
  5° onder voorbehoud van de voorwaarden die voorafgaan, stelt de distributienetbeheerder vrij de verplichtingen en opdrachten vast die hij delegeert, alsook de nadere regels voor deze delegatie.
  § 3. [3 Als de opdrachten gedelegeerd werden aan uitbatingsbedrijven bedoeld in § 2, geeft de distributienetbeheerder aan Brugel toegang tot de rekeningen, facturen en het budget van deze bedrijven, binnen de grenzen van de controle die hij alleen of gezamenlijk met andere over hen uitoefent; Brugel mag hem alle noodzakelijke en relevante informatie vragen over de voorwaarden voor de uitbating of voor de uitvoering van de gedelegeerde verplichtingen en opdrachten.]3
  § 4. De regering kan aanvullende maatregelen treffen inzake de organisatie van diensten en beheersdelegaties, teneinde de onafhankelijkheid van de distributienetbeheerder ten aanzien van de personen bedoeld in artikel 8, § 1. te waarborgen.
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (2)<ORD 2011-07-20/28, art. 9, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (3)<ORD 2018-07-23/07, art. 6, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>

  Afdeling IIbis. Toegang tot de netten. <ingevoegd bij ORD 2006-12-14/45, art. 26, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2007>

  Art. 9bis.<ingevoegd bij ORD 2006-12-14/45, art. 26; Inwerkingtreding : 01-01-2007> De gewestelijke transmissienetbeheerder voor elektriciteit verleent toegang tot zijn net aan de afnemers aangesloten op het gewestelijk transmissienet en aan de producenten die één of meerdere productie-installaties hebben, gelegen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die aangesloten zijn op dit net, onder de voorwaarden bepaald door het technisch reglement. Hij erkent aan de toegangshouders tot het distributienet het recht van toegang tot het gewestelijk transmissienet teneinde hun afnemers aangesloten op het distributienet met elektriciteit te bevoorraden.
  De distributienetbeheerder verleent, onder de voorwaarden die zijn vastgesteld in het technisch reglement, toegang tot zijn net aan de leveranciers die beschikken over een leveringsvergunning voor de distributie van de elektriciteit die bestemd is voor hun afnemers die zijn aangesloten op het distributienet, aan de producenten die één of meerdere productie-installaties hebben, gelegen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en aan de gebruikers die, in voorkomend geval, gemachtigd zijn om een aanvraag tot toegang in te dienen en die zijn aangesloten op ditzelfde net.
  [1 De distributienetbeheerder houdt een toegangsregister bij om de toegang tot zijn net te beheren.
   In het toegangsregister zijn, voor elk toegangspunt dat door een uniek identificatienummer aangeduid wordt, alle gegevens opgenomen die vereist zijn voor het beheer van de toegang, en meer bepaald, het statuut actief of inactief van het toegangspunt en, voor de actieve toegangspunten, de identiteit van de leverancier die toegangsgerechtigde is van het betreffende toegangspunt en die van zijn afnemer.
   Elke door een leverancier geformuleerde aanvraag tot wijziging van gegevens in het toegangsregister wordt gedaan overeenkomstig de in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geldende MIG, die in voorkomend geval vereenvoudigde procedures van de lokale leveranciers inhoudt.
   De in het toegangsregister opgenomen gegevens gelden, met name voor de facturering aan leveranciers voor het gebruik van het distributienet en de prestaties voor toegang tot het net in kwestie.]1
  [2 De leverancier is verantwoordelijk voor de toegang tot het net gerealiseerd door de distributienetbeheerder, overeenkomstig een naar behoren geformuleerde vraag van zijn kant, om een leveringscontract of zijn wettelijke verbintenis als leverancier uit te oefenen.]2
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 10, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (2)<ORD 2018-07-23/07, art. 7, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>

  Afdeling IIter. Technische reglementen. <ingevoegd bij ORD 2006-12-14/45, art. 27, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2007>

  Art. 9ter.<ingevoegd bij ORD 2006-12-14/45, art. 27; Inwerkingtreding : 01-01-2007> [4 Elke netbeheerder werkt een voorstel van technisch reglement uit voor het beheer van zijn eigen net, de toegang hiertoe en legt dit ter goedkeuring voor aan Brugel.
   Brugel legt het voorstel van technisch reglement voor advies voor aan de betrokken administraties, de daadwerkelijke of potentiële gebruikers van het net en aan de Raad. Die adviezen worden binnen dertig dagen ingediend toe te voegen.
   Brugel brengt dit voorstel ter informatie ter kennis van de Regering. Vervolgens keurt hij het technisch reglement goed, na onderzoek van het voorstel en de resultaten van het raadplegingsproces.
   Er kunnen wijzigingen aan de geldende technische reglementen voorgesteld worden aan Brugel door de Regering of door elke netbeheerder voor het net waarvoor hij verantwoordelijk is. Als een voorstel tot wijziging van een technisch reglement afkomstig is van de Regering, legt Brugel dit voor advies voor aan de betrokken netbeheerder. Deze beschikt over een termijn van twee maand om zijn advies over te maken aan Brugel. Brugel spreekt zich vervolgens uit over de voorgestelde wijzigingen en keurt ze desgevallend volledig of gedeeltelijk goed.
   Wanneer Brugel op basis van klachten of op grond van haar eigen waarnemingen, een slechte werking of een weinig efficiënte werking identificeert met betrekking tot de uitvoering van een of ander technisch reglement, of om enige andere wettige reden, kan Brugel voorstellen een technisch reglement te wijzigen. In dit geval stelt hij een lijst met aan te brengen wijzigingen op; Brugel legt deze lijst ter advies voor aan de betrokken administraties en de daadwerkelijke of potentiële gebruikers van het net. Die adviezen worden binnen dertig dagen ingediend; Brugel brengt deze ter informatie ter kennis aan de Regering en legt ze voor advies voor aan de netbeheerder. Deze beschikt over een termijn van twee maand om zijn advies over te maken aan Brugel. Brugel keurt binnen de maand na het advies van de betrokken netbeheerder of na het verstrijken van de termijn die hem werd toegekend om zijn advies te verstrekken al deze wijzigingen of een deel ervan goed, al naargelang het geval.]4
  [2 De technische reglementen waarborgen de interoperabiliteit van de netten; ze zijn objectief en niet-discriminerend.]2
  De technische reglementen worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Ze bepalen met name :
  1° de minimale technische vereisten voor de aansluiting op het net, de bepalingen betreffende de grenzen van het net en de nadere regels van het ter beschikking stellen van plaatsen en infrastructuren door de aanvragers van een aansluiting;
  2° de voorwaarden voor toegang tot het net, waaronder de specifieke voorschriften die van toepassing zijn op de in aanmerking komende eindafnemers die aangesloten zijn op eenzelfde privé-net;
  3° de respectievelijke verantwoordelijkheden van de netbeheerders en van de gebruikers die aangesloten zijn op deze netten;
  4° de operationele regels waaraan de netbeheerders onderworpen zijn in hun technisch beheer van de elektriciteitsstromen en de maatregelen die ze moeten treffen met het doel de problemen op te lossen inzake congestie en technische storingen die de zekerheid en de continuïteit van de bevoorrading in het gedrang kunnen brengen;
  5° de prioriteit die moet worden gegeven aan de aansluitingen van de installaties voor productie van groene elektriciteit;
  6° de prioriteit die moet worden gegeven aan de ingraving van de elektrische leidingen bij de verbetering, de vernieuwing en de uitbreiding van het net;
  7° de ondersteunde diensten die de netbeheerders moeten voorzien;
  8° de informatie en de gegevens die door de netgebruikers moeten worden verstrekt aan de netbeheerders;
  9° de maatregelen die tot doel hebben elke discriminatie tussen de netgebruikers of categorieën van netgebruikers te voorkomen;
  10° de maatregelen die moeten worden genomen om de vertrouwelijkheid te waarborgen van de persoonlijke en commerciële gegevens waarvan de netbeheerder kennis heeft bij de uitvoering van zijn opdrachten;
  11° de gegevens die moeten worden uitgewisseld, met name om de opstelling van het investeringsplan mogelijk te maken;
  12° de informatie die door de netbeheerder moet worden verstrekt aan de beheerders van de andere elektriciteitsnetten waarmee dit net is verbonden, om een veilige en efficiënte uitbating, een gecoördineerde ontwikkeling en de wisselwerking tussen de verbonden netten te waarborgen;
  13° de regels en de voorwaarden voor de terbeschikkingstelling van installaties van de gebruiker aan de netbeheerders, teneinde de veiligheid van hun net te waarborgen [3 , evenals de te volgen aanbestedingprocedure voor een uitbater van een hoogrenderende warmtekrachtkoppelingsinstallatie om een operationele dienst te bieden [4 met name voor aanpassing]4 ten voordele van de netbeheerders; deze procedure is transparant, niet-discriminerend en kan het onderwerp van een controle zijn " bijgevoegd na de woorden]3 ;
  14° de operationele regels betreffende de privé-netten bedoeld in artikel 2, 36° [4 die tot stand kwamen voor de inwerkingtreding van het verbod vastgelegd in artikel 7, § 7 of die niet binnen het toepassingsgebied van dit verbod vallen;]4
  [2 15° de gevallen waarin het opschorten van de toegang, het buiten dienst stellen of het afschaffen van een aansluiting, het opleggen van aanpassingen aan de installaties van de netgebruiker of het afschaffen ervan door de netbeheerder zijn toegestaan, en de bijbehorende modaliteiten;]2
  [4 16° de modaliteiten voor de berekening, raming en facturering, door de netbeheerder, van het niet door een leverancier gefactureerde elektriciteitsverbruik, op basis van de gereguleerde tarieven die beantwoorden aan de voorwaarden zoals bepaald in artikel 9quinquies, punt 17° ;]4
  [4 17° de toegangsregels tot de informatie of tot de markt van leveranciers van flexibiliteits- en energiediensten, conform de bepalingen van het Reglement (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van fysieke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en het vrij verkeer van die gegevens.]4
  Ze bevatten eveneens :
  1° een meetcode die met name de technische en administratieve voorschriften vaststelt om de meting te kunnen organiseren;
  2° een samenwerkingscode, die met name de regels voor samenwerking tussen de netbeheerders vaststelt en die onder andere de uitwisseling van meetgegevens, de voorbereiding van de investeringsplannen, de organisatie van de uitbatingprocedures op de koppelingspunten, de manier van factureren van de netbeheerders overeenkomstig [2 de federale bepalingen ter zake]2 bepaalt.
  [4 Na goedkeuring ervan door de distributienetbeheerder en na overleg met de leveranciers, kan Brugel een vetorecht inbrengen tegen de MIG die van toepassing is in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de datum van inwerkingtreding ervan. Brugel overlegt met de distributienetbeheerder, de leveranciers en de andere actoren waarop de MIG van toepassing is, in het kader van een samenwerkingsplatform waarop al deze actoren en netbeheerders vertegenwoordigd zijn. Elke toepasselijke wijziging aan de MIG kan het voorwerp zijn van een veto door Brugel binnen de twee maanden die volgen op de kennisgeving ervan.
   De netbeheerder wendt alle gepaste middelen aan om zich van de optimale werking van het platform voor de samenwerking met de marktactoren en de goede uitvoering van de in deze MIG voorziene processen te vergewissen.]4
  [4 De technische reglementen worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en op de website van Brugel en de betrokken netbeheerder. Brugel en de distributienetbeheerder komen overeen over de voorwaarden voor het opstellen en het publiceren van een gevulgariseerde versie van het technisch reglement voor de residentiële consumenten wat betreft de bepalingen die op hen van toepassing zijn. De technische reglementen en de MIG zijn in elk geval compatibel met de bepalingen van deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten.]4
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (2)<ORD 2011-07-20/28, art. 11, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (3)<ORD 2014-05-08/36, art. 7, 010; Inwerkingtreding : 21-06-2014>
  (4)<ORD 2018-07-23/07, art. 8, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>

  Afdeling IIquater. [1 Inzake de tariefmethodologie en de tarieven]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij ORD 2014-05-08/36, art. 8, 010; Inwerkingtreding : 21-06-2014>

  Art. 9quater.[1 § 1. De aansluiting en de toegang tot het distributienet voor de afname en injectie van energie, met inbegrip van de meetdiensten en, desgevallend, de ondersteunende diensten, maken het voorwerp uit van gereguleerde tarieven.
  Na gestructureerd, gedocumenteerd en transparant overleg met de distributienetbeheerder, werkt Brugel de tariefmethodologie uit die deze netbeheerder moet gebruiken voor het opstellen van diens tariefvoorstel.
  § 2. De tariefmethodologie preciseert met name :
  1° de definitie van de kostencategorieën die door de tarieven worden gedekt;
  2° de regels van de evolutie in de tijd van de kostencategorieën bedoeld in 1°, met inbegrip van de methode voor de bepaling van de parameters die zijn opgenomen in de evolutieformules;
  3° de regels voor de toewijzing van de kosten aan de categorieën van netgebruikers;
  4° de algemene tariefstructuur en de tariefcomponenten.
  § 3. De tariefmethodologie kan worden opgesteld door Brugel volgens een vastgestelde procedure van gemeenschappelijk akkoord met de distributienetbeheerder op basis van een uitdrukkelijk transparant en niet-discriminerend akkoord. Bij gebrek aan een akkoord wordt het overleg ten minste gehouden als volgt :
  1° Brugel stuurt de oproeping van de overlegvergaderingen bedoeld in lid 1 naar de distributienetbeheerder samen met de documentatie betreffende de agendapunten van deze vergaderingen, binnen een termijn van drie weken voorafgaand aan de vergaderingen in kwestie. De oproeping vermeldt de plaats, de datum en het uur van de vergadering, alsook de punten van de dagorde;
  2° na de vergadering stelt Brugel een ontwerp van proces-verbaal op van de vergadering waarin de argumenten worden opgenomen die naar voren werden geschoven door de verschillende partijen en de vastgestelde punten waarover overeenstemming en waarover geen overeenstemming bestond die zij ter goedkeuring verzendt naar de distributienetbeheerder binnen een termijn van twee weken na de vergadering;
  3° binnen een termijn van één maand na de ontvangst van het door de partijen goedgekeurde proces-verbaal van Brugel, verstuurt de netbeheerder naar Brugel zijn formeel advies over de tariefmethodologie dat het resultaat is van dit overleg, waarbij desgevallend de eventuele resterende punten waarover geen overeenstemming werd bereikt worden benadrukt.
  De termijnen bepaald in de punten 1°, 2° en 3° kunnen worden verkort in gemeen overleg tussen Brugel en de distributienetbeheerder.
  § 4. Brugel wint het advies in van de Raad over de tariefmethodologie die uit dit overleg volgt. Deze laatste brengt zijn advies uit binnen de 30 dagen na de ontvangst van het verzoek.
  Brugel kan het advies vragen van elke speler van de elektriciteitsmarkt indien hij dit nodig acht voor de uitwerking van de tariefmethodologie.
  § 5. Brugel publiceert op haar website de toepasselijke tariefmethodologie, de relevante stukken met betrekking tot het overleg met de distributienetbeheerder, het advies van de Raad en alle documenten die zij nuttig acht voor de motivering van haar beslissing betreffende de tariefmethodologie, met inachtneming van de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige gegevens betreffende de leveranciers of de netgebruikers, persoonsgegevens en/of gegevens waarvan de vertrouwelijkheid wordt beschermd krachtens bijzondere wetgevingen.
  § 6. Behoudens korter overeengekomen termijn tussen Brugel en de distributienetbeheerder wordt de tariefmethodologie die van toepassing is voor de vaststelling van het tariefvoorstel meegedeeld aan de netbeheerder ten laatste zes maanden vóór de datum waarop het tariefvoorstel moet worden ingediend bij Brugel. De inaanmerkingneming van de wijzigingsvoorstellen moet gemotiveerd worden.
  § 7. Deze tariefmethodologie [2 is stabiel en]2 blijft van toepassing gedurende de hele tariefperiode, met inbegrip van de eindbalans van de saldi die betrekking heeft op deze periode. Wijzigingen aangebracht tijdens de periode aan de tariefmethodologie, conform de bepalingen van § 1, zijn slechts van toepassing vanaf de volgende tariefperiode [2 ...]2.
  [2 Bij wijze van uitzondering op de regel van de stabiliteit van de tariefmethodologie, kan Brugel na gestructureerd, gedocumenteerd en transparant overleg met de distributienetbeheerder beslissen dat deze wijzigingen onmiddellijk van toepassing zijn. In dat geval, motiveert Brugel zijn beslissing in het licht van de uitzonderlijke omstandigheden die deze afwijking van de regel van tarifaire stabiliteit rechtvaardigen.]2
  Brugel vraagt het advies van de Raad en kan het advies vragen van elke speler van de elektriciteitsmarkt indien hij dit nodig acht in het kader van de wijzigingen van de tariefmethodologie tijdens de periode.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij ORD 2014-05-08/36, art. 8, 010; Inwerkingtreding : 21-06-2014>
  (2)<ORD 2018-07-23/07, art. 9, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>

  Art. 9quinquies.[1 Brugel stelt de tariefmethodologie op met inachtneming van volgende richtsnoeren :
  1° de tariefmethodologie, moet exhaustief en transparant zijn, teneinde het de distributienetbeheerder mogelijk te maken om zijn tariefvoorstellen op deze enkele basis op te stellen. Het bevat de elementen die verplicht moeten voorkomen in het tariefvoorstel. Het definieert rapporteringmodellen die moeten worden gebruikt door de distributienetbeheerder;
  2° de tariefmethodologie moet toelaten om het geheel van de kosten op efficiënte wijze te dekken die noodzakelijk of doeltreffend zijn voor de uitvoering van de wettelijke of reglementaire verplichtingen die op de distributienetbeheerder rusten alsook voor de uitoefening van zijn activiteiten;
  3° de tariefmethodologie stelt het aantal jaren van de gereguleerde periode vast dat aanvangt op 1 januari. De jaarlijkse tarieven die hieruit voortvloeien worden bepaald bij toepassing van de voor die periode toepasselijke tariefmethodologie;
  4° de tariefmethodologie maakt de evenwichtige ontwikkeling mogelijk van de distributienetten, in overeenstemming met de verschillende investeringsplannen van de distributienetbeheerder zoals goedgekeurd volgens de procedure beoogd in artikel 12, § 3;
  5° de eventuele criteria voor de verwerping van bepaalde kosten zijn niet-discriminerend en transparant;
  6° de tarieven zijn niet-discriminerend en proportioneel. Zij respecteren een transparante toewijzing van de kosten;
  7° de structuur van de tarieven bevordert het rationeel gebruik van energie en infrastructuren;
  8° de verschillende tarieven zijn uniform op het grondgebied dat door het net van de distributienetbeheerder bediend wordt;
  9° de normale vergoeding van in de gereguleerde activa geïnvesteerde kapitalen moet de distributienetbeheerder in staat stellen om de noodzakelijke investeringen voor de uitoefening van zijn opdrachten te verwezenlijken;
  10° de kosten betreffende de uitvoering van de begroting van de openbare dienstopdrachten bedoeld in artikel 25, § 1, worden op transparante wijze in de tarieven opgenomen;
  11° de belastingen, de taksen, de toeslagen, de vergoedingen en bijdragen van alle aard, alsook hun aanpassingen, die worden opgelegd door een wettelijke of reglementaire bepaling worden [2 toegevoegd aan de tarieven binnen een termijn van drie maanden te tellen vanaf de datum]2 van hun inwerkingtreding. Brugel controleert de conformiteit van de aanpassing van de tarieven met deze wettelijke en reglementaire bepalingen;
  12° de methodologie bepaalt de nadere regels voor de integratie en controle van de gestrande kosten bestaande uit de niet-gekapitaliseerde lasten voor het aanvullend pensioen of het pensioen van de openbare sector die worden betaald aan personeelsleden die een gereguleerde elektriciteitsdistributieactiviteit hebben verricht, die verschuldigd zijn voor de jaren vóór de liberalisering krachtens statuten, collectieve arbeidsovereenkomsten of andere voldoende geformaliseerde overeenkomsten, die werden goedgekeurd vóór 30 april 1999, of die worden betaald aan hun rechthebbenden of vergoed aan hun werkgever door een distributienetbeheerder, die in de tarieven kunnen worden opgenomen;
  13° de kosten bedoeld in punten 10°, 11° en 12° zijn niet gebonden aan beslissingen die op vergelijkingsmethoden zijn gebaseerd, noch aan een bevorderende regulering. De eventuele saldi betreffende deze kosten worden op transparante wijze afgetrokken van of toegevoegd aan de kosten die aangerekend worden aan de afnemers volgens de modaliteiten bepaald door Brugel;
  14° onder voorbehoud van de conformiteitscontrole van Brugel, maken de tarieven het mogelijk voor de distributienetbeheerder wiens efficiëntie rond het marktgemiddelde ligt om de totaliteit van zijn kosten en een normale vergoeding van de kapitalen in te vorderen. De controle van deze kosten is gebaseerd op criteria die Brugel relevant acht, zoals een vergelijking wanneer die mogelijk is, en houdt rekening met de bestaande objectieve verschillen tussen distributienetbeheerders die niet kunnen worden weggewerkt op initiatief van deze laatsten.
  Iedere beslissing die gebruik maakt van vergelijkende technieken integreert kwalitatieve parameters en is gebaseerd op homogene, transparante, betrouwbare gegevens en gegevens die gepubliceerd zijn of integraal mededeelbaar zijn in de motivering van de beslissing van Brugel.
  Iedere vergelijking met andere netbeheerders wordt verwezenlijkt tussen bedrijven die een vergelijkbare activiteit hebben onder vergelijkbare omstandigheden;
  15° de kruissubsidiëring tussen gereguleerde en niet-gereguleerde activiteiten is niet toegelaten;
  16° de tarieven moedigen de distributienetbeheerder aan om de prestaties te verbeteren, de integratie van de markt en de bevoorradingszekerheid te bevorderen alsook aan onderzoek en ontwikkeling te doen die nodig zijn voor zijn activiteiten door onder anderen met zijn investeringsplannen en met de criteria van energie-efficiëntie rekening te houden;
  17° de tarieven strekken ertoe een juist evenwicht te bieden tussen de kwaliteit van de gepresteerde diensten en de prijzen die door de eindafnemers worden gedragen. [2 Wanneer deze diensten uitgevoerd worden zonder contractuele, wettelijke of reglementaire basis, worden de tarieven die de eindafnemers moeten betalen aangepast naargelang het geval. De aangepaste aard van het tarief wordt van geval tot geval bepaald in functie van de in het technisch reglement bepaalde situaties, rekening houdend met de elementen in feite en in rechte die tot het verstrekken van deze diensten hebben geleid. Wanneer uit deze elementen blijkt dat de eindafnemer hiervan opzettelijk of op een deloyale manier gebruik gemaakt heeft zonder contractuele, wettelijke of reglementaire basis, kan een verhoogde prijs op deze diensten toegepast worden]2;
  18° [3 ...]3
  19° het tarief waarin de distributienetbeheerder de transmissietarieven doorberekent, wordt automatisch aangepast zodra het transmissietarief wordt aangepast. Brugel controleert de juistheid van de aanpassing. De structuur van de doorberekening van het transmissietarief kan niet degressief zijn;
  20° het positieve of negatieve saldo, tussen de kosten (inclusief de vergoeding bepaald in 9° ) en de ontvangsten die jaarlijks opgelopen en geboekt zijn door de distributienetbeheerder tijdens een regulatoire periode, wordt elk jaar door de distributienetbeheerder op transparante en niet-discriminerende wijze berekend. Dat jaarlijks saldo wordt gecontroleerd en gevalideerd door Brugel die bepaalt volgens welke modaliteiten het wordt afgetrokken van of toegevoegd aan de kosten ten laste van de afnemers, of toegewezen wordt aan het boekhoudkundig resultaat van de distributienetbeheerder.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij ORD 2014-05-08/36, art. 8, 010; Inwerkingtreding : 21-06-2014>
  (2)<ORD 2018-07-23/07, art. 10, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>
  (3)<ORD 2018-07-23/07, art. 10,3°, 016; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Art. 9sexies. [1 § 1. De distributienetbeheerder stelt het tariefvoorstel op, rekening houdend met de tariefmethodologie die werd opgesteld door Brugel, en dient deze in, met inachtneming van de indienings- en goedkeuringsprocedure voor de tariefvoorstellen beoogd in § 3.
  § 2. Brugel beslist, na onderzoek van het tariefvoorstel, over de goedkeuring ervan op basis van zijn overeenstemming met de tariefmethodologie en deelt haar gemotiveerde beslissing mee aan de distributienetbeheerder met inachtneming van de indienings- en goedkeuringsprocedure voor de tariefvoorstellen beoogd in § 3. Brugel kan in de tariefbeslissing aanvullende modaliteiten invoeren die niet in de tariefmethodologie gedefinieerd zijn en die op transparante en niet discriminerende wijze met de distributienetbeheerder overeengekomen zijn.
  § 3. De indienings- en goedkeuringsprocedure voor de tariefvoorstellen maakt het voorwerp uit van een akkoord tussen Brugel en de distributienetbeheerder. Bij gebrek aan een akkoord, is de procedure de volgende :
  1° de distributienetbeheerder dient binnen een redelijke termijn voor het einde van het laatste jaar van elke lopende gereguleerde periode zijn tariefvoorstel in, vergezeld van het budget, voor de volgende gereguleerde periode in de vorm van het rapporteringmodel dat vastgesteld wordt door Brugel;
  2° het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, wordt per drager en tegen ontvangstbevestiging overgezonden aan Brugel. De distributienetbeheerder zendt eveneens een elektronische versie over op basis waarvan Brugel, indien nodig, het tariefvoorstel, vergezeld van budget, kan bewerken;
  3° binnen een redelijke termijn na ontvangst van het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, bevestigt Brugel aan de distributienetbeheerder per brief per drager met ontvangstbevestiging, evenals per e-mail, de volledigheid van het dossier of bezorgt zij hem een lijst van bijkomende inlichtingen die het moet verstrekken.
  Binnen een redelijke termijn, na ontvangst van de hierboven bedoelde brief waarin hem bijkomende inlichtingen werden gevraagd, verstrekt de distributienetbeheerder aan Brugel per brief per drager met ontvangstbevestiging deze inlichtingen. De distributienetbeheerder bezorgt eveneens een elektronische versie van de antwoorden en bijkomende gegevens aan Brugel;
  4° binnen een redelijke termijn na ontvangst van het tariefvoorstel bedoeld in 2° of, in voorkomend geval, binnen een redelijke termijn na ontvangst van de antwoorden en de bijkomende inlichtingen van de distributienetbeheerder, bedoeld in 3°, brengt Brugel de distributienetbeheerder per brief per drager en tegen ontvangstbevestiging op de hoogte van haar beslissing tot goedkeuring van zijn voorstel of van haar ontwerp van beslissing tot weigering van het betrokken tariefvoorstel, vergezeld van het betrokken budget.
  In haar ontwerp van beslissing tot weigering van het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, geeft Brugel op gemotiveerde wijze aan welke punten de distributienetbeheerder moet aanpassen om een beslissing tot goedkeuring van Brugel te verkrijgen. Brugel heeft de bevoegdheid om aan de distributienetbeheerder te vragen om zijn tariefvoorstel te wijzigen om ervoor te zorgen dat dit proportioneel is en op niet-discriminerende wijze wordt toegepast;
  5° indien Brugel het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, van de distributienetbeheerder afwijst in haar ontwerp van beslissing tot weigering van het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, kan de netbeheerder, binnen een redelijke termijn na de ontvangst van dit ontwerp van beslissing zijn bezwaren hieromtrent meedelen aan Brugel.
  Deze bezwaren worden per drager en tegen ontvangstbevestiging overhandigd aan Brugel alsook in elektronische vorm.
  Op zijn verzoek wordt de distributienetbeheerder, binnen een redelijke termijn na ontvangst van het ontwerp van beslissing tot weigering van het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, gehoord door Brugel.
  Desgevallend, dient de distributienetbeheerder, binnen een redelijke termijn na ontvangst van het ontwerp van beslissing tot weigering van het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, per drager en tegen ontvangstbevestiging zijn aangepast tariefvoorstel, vergezeld van het budget, in bij Brugel. De distributienetbeheerder bezorgt eveneens een elektronische kopie aan Brugel.
  Binnen een redelijke termijn na verzending door Brugel van het ontwerp van de beslissing tot weigering van het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, of, in voorkomend geval, binnen een redelijke termijn na ontvangst van de bezwaren en het aangepaste tariefvoorstel, vergezeld van het budget, brengt Brugel de netbeheerder per brief per drager en tegen ontvangstbevestiging, evenals elektronisch, op de hoogte van haar beslissing tot goedkeuring of weigering van het in voorkomend geval aangepaste tariefvoorstel, vergezeld van het budget;
  6° indien de distributienetbeheerder zijn verplichtingen niet nakomt binnen de termijnen zoals bepaald in de punten 1° tot 5°, of indien Brugel een beslissing heeft genomen tot weigering van het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, of van het aangepaste tariefvoorstel, vergezeld van het aangepaste budget, zijn voorlopige tarieven van kracht tot alle bezwaren van de distributienetbeheerder of van Brugel zijn uitgeput of totdat over de twistpunten tussen Brugel en de distributienetbeheerder een akkoord wordt bereikt. Brugel is bevoegd om te besluiten tot passende compenserende maatregelen na overleg met de distributienetbeheerder indien de definitieve tarieven afwijken van de tijdelijke tarieven;
  7° in geval van overgang naar nieuwe diensten en/of een aanpassing van bestaande diensten kan de distributienetbeheerder binnen de gereguleerde periode aan Brugel een geactualiseerd tariefvoorstel ter goedkeuring voorleggen. Dit geactualiseerd tariefvoorstel houdt rekening met het door Brugel goedgekeurde tariefvoorstel, zonder de integriteit van de bestaande tariefstructuur te wijzigen.
  Het geactualiseerde voorstel wordt ingediend door de distributienetbeheerder en door Brugel behandeld overeenkomstig de geldende procedure, bedoeld in deze artikel met dien verstande dat de bedoelde termijnen gehalveerd worden;
  8° indien er zich tijdens een gereguleerde periode uitzonderlijke omstandigheden voordoen, onafhankelijk van de wil van de distributienetbeheerder, kan deze op elk ogenblik binnen de gereguleerde periode een gemotiveerde vraag tot herziening van zijn tariefvoorstel ter goedkeuring voorleggen aan Brugel voor wat de komende jaren van de gereguleerde periode betreft.
  Het gemotiveerde verzoek tot herziening van het tariefvoorstel wordt door de distributienetbeheerder ingediend en door Brugel behandeld overeenkomstig de toepasselijke procedure bedoeld in dit artikel met dien verstande dat de bedoelde termijnen gehalveerd worden;
  9° Brugel beslist, onverminderd haar mogelijkheid om de kosten te controleren in het licht van de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen, over de goedkeuring van de door de distributienetbeheerder voorgestelde tariefaanpassingen aan alle wijzigingen van openbare dienstverplichtingen binnen de drie maanden na het verzenden door de distributienetbeheerder van dergelijke wijzigingen;
  10° Brugel publiceert op haar website, op een transparante wijze, de stand van zaken van de goedkeuringsprocedure van de tariefvoorstellen evenals, in voorkomend geval, de tariefvoorstellen die neergelegd worden door de netbeheerder.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij ORD 2014-05-08/36, art. 8, 010; Inwerkingtreding : 21-06-2014>

  Art. 9septies.[1 § 1. Tegen de beslissingen die door Brugel op basis van afdeling IIquater worden genomen kan beroep aangetekend worden door iedere persoon die een belang aantoont voor het [2 Marktenhof]2 te Brussel zetelend zoals in kort geding.
  § 2. De procedure georganiseerd door de artikelen 29bis, § 2, en 29quater van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt is van toepassing in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor de beroepen bedoeld in paragraaf 1.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij ORD 2014-05-08/36, art. 8, 010; Inwerkingtreding : 21-06-2014>
  (2)<ORD 2018-07-23/07, art. 11, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>

  Art. 9octies. [1 Het Parlement kan aan Brugel vragen om zich uit te spreken over de noodzaak om al dan niet de tariefmethodologieën die krachtens de artikelen 9quater en 9quinquies worden vastgesteld te herzien teneinde de financieringsmiddelen van de vastgelegde investeringen te waarborgen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij ORD 2014-05-08/36, art. 8, 010; Inwerkingtreding : 21-06-2014>

  Afdeling III. - Gemeenschappelijke bepalingen.

  Art. 10.[1 De netbeheerders evenals de vennootschappen en hun potentiële onderaannemers waaraan de distributienetbeheerder de dagelijkse uitoefening van zijn activiteiten heeft toevertrouwd en hun personeelsleden mogen aan derden geen vertrouwelijke en commercieel gevoelige informatie openbaar maken waarvan zij kennis hebben gekregen in het kader van de uitoefening van de taken die toevertrouwd zijn aan de netbeheerders, behalve in geval van oproeping als getuige voor een rechtbank en onder voorbehoud van mededelingen aan beheerders van andere netten of aan Brugel, die uitdrukkelijk zijn toestaan uit hoofde van deze ordonnantie of haar uitvoeringsbesluiten.]1
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 10, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>

  Art. 11. (Opgeheven) <ORD 2006-12-14/45, art. 29, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2007>

  Art. 12.§ 1. [2 De netbeheerders stellen, elk voor wat hen betreft, een investeringsplan op om de veiligheid, de betrouwbaarheid, de regelmaat en de kwaliteit van de bevoorrading op het net waarvan zij respectievelijk het beheer verzekeren, te garanderen met inachtneming van het leefmilieu en de energie-efficiëntie [4 , volgens de procedures voorzien in § 3]4.
   Brugel kan [4 ...]4 het model voor de voorgestelde investeringsplannen nader bepalen.
   Het investeringsplan bevat tenminste de volgende gegevens :
   1° een gedetailleerde beschrijving van de bestaande infrastructuur, van haar verouderde staat, en van haar gebruiksgraad evenals van de belangrijkste infrastructuren die moeten worden aangelegd of die gemoderniseerd moeten worden gedurende de door het zogenaamde plan gedekte jaren;
   2° een schatting van de capaciteitsbehoeften, rekening houdend met de waarschijnlijke evolutie van de productie, van de maatregelen van energie-efficiëntie die door de autoriteiten worden bevorderd en door de netbeheerder worden overwogen, van de levering, van het verbruik, van de scenario's van ontwikkeling van elektrische wagens en van de handel met de twee andere Gewesten en van hun kenmerken;
   3° een beschrijving van de ingezette middelen en van de te verwezenlijken investeringen om in de geschatte behoeften te voorzien, met inbegrip van, desgevallend, de versterking of de aanleg van interconnecties om de correcte aansluiting op de netten te waarborgen waarop het net is aangesloten, evenals een lijst van de belangrijke investeringen waartoe reeds besloten werd, een beschrijving van de nieuwe belangrijke investeringen die tijdens de eerstkomende drie jaar verwezenlijkt moeten worden en een kalender voor deze investeringsprojecten;
   4° de vaststelling van de nagestreefde kwaliteitsdoelstellingen, in het bijzonder betreffende de duur van de pannes en de kwaliteit van de spanning;
   5° het beleid dat op milieugebied [3 en inzake energie-efficiëntie]3 wordt gevoerd;
   6° de beschrijving van het beleid inzake onderhoud;
   7° de lijst van de acties die tijdens het afgelopen jaar dringend zijn uitgevoerd;
   8° de staat van de studies, projecten en implementaties van slimme netten en [4 slimme meters]4;
   9° het beleid op het vlak van bevoorrading en noodoproepen, waaronder de prioriteit voor productie-installaties die gebruik maken van hernieuwbare energiebronnen en voor kwalitatieve warmtekrachtkoppeling [4 evenals de voor de eventuele uitrol van deze meters prioritair geïdentificeerde niches;]4]2
  [3 10° een gedetailleerde beschrijving van de financiële aspecten van de beoogde investeringen.]3
  § 2. Het plan, opgesteld door de regionale transmissienetbeheerder, heeft betrekking op een periode van [2 tien]2 jaar; het wordt elk jaar aangepast voor de volgende zeven jaren, volgens de procedure vastgesteld in [4 § 3]4. [4 ...]4
  Het plan, opgesteld door de distributienetbeheerder, heeft betrekking tot een periode van vijf jaar; het wordt elk jaar aangepast voor de volgende vijf jaren, volgens de procedure vastgesteld in [4 § 3]4.
  § 3. [4 Elke netbeheerder bezorgt aan Brugel zijn voorstel van investeringsplan voor 31 mei van het jaar dat voorafgaat aan het eerste jaar waarop het plan betrekking heeft.
   Brugel deelt de netbeheerder ten laatste op 15 juli van hetzelfde jaar zijn voorafgaande opmerkingen over het ontwerpplan mee.
   De netbeheerder werkt zijn definitief ontwerp van investeringsplan uit op basis van de voorafgaande opmerkingen van Brugel en bezorgt dit aan Brugel voor 15 september van het jaar dat voorafgaat aan het eerste jaar waarop het plan betrekking heeft.
   Brugel gaat over tot de raadpleging van de betrokken administraties, de daadwerkelijke of potentiële gebruikers van het net en van de Raad betreffende bepaalde aspecten van het plan. In dit geval brengt ze de betrokken netbeheerder hiervan op de hoogte.
   Brugel maakt ten laatste op 30 oktober van hetzelfde jaar het definitief ontwerp van plan ter goedkeuring over aan de Regering, samen met zijn advies en de resultaten van de openbare raadpleging. Voor zijn advies gaat Brugel met name na of de investeringen die voorzien zijn in dit ontwerpplan alle investeringsbehoeften dekken die tijdens de raadpleging zijn opgetekend en of dit plan overeenkomt met het tienjarig netontwikkelingsplan dat de gehele Europese Unie dekt. Het houdt eveneens rekening met de relatie tussen de elektriciteits- en de gasmarkt en tussen de markten voor arm en rijk aardgas.
   Als de Regering op 31 december van hetzelfde jaar geen beslissing genomen heeft en voor zover de documenten wel degelijk aan het Parlement tegen ten laatste 30 oktober van hetzelfde jaar overgemaakt zijn, wordt het definitief ontwerp van het investeringsplan als goedgekeurd geacht. Brugel houdt toezicht op en evalueert de uitvoering van deze investeringsplannen.]4
  [1 Brugel]1 kan, in het belang van de gebruikers en rekening houdend met de milieucriteria, de netbeheerder het uitdrukkelijke bevel geven om bepaalde vanuit technisch en financieel oogpunt alternatieve of aanvullende investeringen te bestuderen. Deze studies [2 worden]2 uitgevoerd binnen een termijn die rekening houdt met de termijnen voor goedkeuring van de in het bovenstaande lid vermelde investeringsplannen.) <ORD 2006-12-14/45, art. 31, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  § 4. [2 Vóór [4 31 maart]4 van elk jaar dienen de netbeheerders Brugel, elk voor wat hen betreft, een verslag over te maken waarin ze de kwaliteit van hun dienstverlening tijdens het voorgaande kalenderjaar beschrijven.
   Dit verslag omvat minstens de volgende gegevens :
   1° het aantal, de frequentie en de gemiddelde duur van de onderbrekingen van de toegang tot het net;
   2° de aard van de defecten en de lijst van de dringende tussenkomsten;
   3° de naleving van de kwaliteitscriteria met betrekking tot de vorm van de spanningsgolf, zoals beschreven in norm NBN EN 5016;
   4° de termijnen voor de klachtenbehandeling en het beheer van de noodoproepen;
   5° de termijnen voor aansluiting en herstelling.
   De nadere regels betreffende deze verplichting kunnen worden vastgesteld door Brugel die de netbeheerders eveneens de verplichting kan opleggen om haar hun onderhoudsprogramma's te bezorgen.]2
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (2)<ORD 2011-07-20/28, art. 13, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (3)<ORD 2014-05-08/36, art. 9, 010; Inwerkingtreding : 21-06-2014>
  (4)<ORD 2018-07-23/07, art. 12, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>

  HOOFDSTUK III. - In aanmerking komende afnemers en toegang tot de netten.

  Art. 13.<ORD 2004-04-01/50, art. 33, 002; Inwerkingtreding : 06-05-2004> [1 Iedere eindafnemer komt in aanmerking.]1 [2 De gebruikers van het gewestelijk tractienet spoor of van een stationsnet kunnen door een uitdrukkelijke volmacht de uitoefening van hun inaanmerkingkoming toevertrouwen aan de beheerder van dit netwerk. Deze volmacht is herroepbaar.]2
  Een verbruikslocatie kan bevoorraad worden via meerdere leveringspunten. Een locatie die door een openbare wee doorkruist wordt, kan niet beschouwd worden als één verbruikslocatie. De spoorwegnetten van de NMBS en van de MIVB worden elk beschouwd als één verbruikslocatie.
  (De distributienetbeheerder komt in aanmerking voor de aankoop van elektriciteit bestemd om zijn net- en transformatieverlies te dekken en om zijn openbare dienstverplichtingen en -opdrachten bepaald in artikel 24 en 24bis en in hoofdstuk IVbis, te vervullen.) <ORD 2006-12-14/45, art. 33, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 13, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (2)<ORD 2018-07-23/07, art. 13, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>

  Art. 14. (Opgeheven) <ORD 2004-04-01/50, art. 34, 002; Inwerkingtreding : 06-05-2004>

  Art. 15.[1 Eerste lid opgeheven.]1
  (De daartoe behoorlijk gemachtigde plaatselijke leveranciers kunnen, in hun naam en voor hun rekening, het in aanmerking komen uitoefenen van de afnemers aan wie ze leveren voor het door hen verbruikte elektriciteitsvolume.) <ORD 2008-09-04/33, art. 6, 005; Inwerkingtreding : 26-09-2008>
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 15, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>

  Art. 16.[1 Alle publiek toegankelijke oplaadpunten voorzien een ad hoc oplaadmogelijkheid voor de gebruikers van elektrische voertuigen zonder dat een contract moet worden gesloten met de betrokken elektriciteitsleverancier of exploitant.
   De Regering stelt, na advies van Brugel, de criteria vast waaraan een oplaadpunt voor het publiek moet voldoen. De oplaadpunten die volgens de criteria en de controlevoorwaarden van de regering gesubsidieerd worden of recht geven op een vrijstelling, worden exclusief gevoed met groene elektriciteit.]1
  ----------
  (1)<ORD 2018-07-23/07, art. 14, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>

  Art. 17.[1 Iedere producent die een productie-installatie heeft op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft toegang tot het distributienet en tot het gewestelijk transmissienet, overeenkomstig de technische reglementen.]1
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 17, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>

  Art. 18. <ORD 2006-12-14/45, art. 35, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2007> De distributienetbeheerder komt in aanmerking voor de aankoop van elektriciteit bestemd om zijn net- en transformatieverlies te dekken en om zijn openbare dienstverplichtingen en -opdrachten bepaald in artikel 24 en 24bis en in hoofdstuk IVbis, te vervullen.

  Art. 19. <ORD 2004-04-01/50, art. 36, 002; Inwerkingtreding : 06-05-2004> De netbeheerder publiceert jaarlijks op zijn internetsite en volgens de andere regels die de Regering kan bepalen, de tarieven die van kracht zijn voor het net waarvan hij het beheer verzekert, met inbegrip van de tarieven die betrekking hebben op de ondersteunende diensten.

  Art. 20.[1 De gemeenten stellen een standaardleverancier aan, belast met het bevoorraden van afnemers, die op de datum dat zij in aanmerking komen, ten laatste op 1 januari 2007, nog geen leverancier aangeduid hebben. Deze aanstelling is aan de goedkeuring van de Regering onderworpen die de voorwaarden kan bepalen om de belangen van de gemeenten en van de andere eindafnemers te beschermen en om de daadwerkelijke openstelling van de markt te waarborgen.]1
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 18, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>

  Art. 21.<ORD 2006-12-14/45, art. 37, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2007> [1 De leveranciers beschikken]1 over een leveringsvergunning [1 ...]1 om aan de in aanmerking komende afnemers elektriciteit te leveren voor een verbruikslocatie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
  Zij [1 kunnen houder zijn van een groene leveringsvergunning]1 wanneer zij groene leveranciers zijn.
  [2 ...]2 [1 De eindafnemers aangesloten op privénetten hebben toegang tot het net en beschikken over de vrije leverancierskeuze.]1 <ORD 2008-09-04/33, art. 7, 005; Inwerkingtreding : 26-09-2008>
  [1 De leveranciers beschikken]1 over een vereenvoudigde vergunning, [1 ...]1, voor de levering van een aan een bovengrens gebonden hoeveelheid elektriciteit wanneer ze hun financiële waarborg wensen te beperken.
  De criteria voor toekenning van de leveringsvergunningen kunnen meer bepaald betrekking hebben op de betrouwbaarheid en de beroepservaring van de aanvrager, zijn technische en financiële capaciteiten en de kwaliteit van zijn organisatie.
  De Regering stelt de criteria en regels vast voor de toekenning, de hernieuwing, de overdracht en de intrekking van deze verschillende leveringsvergunningen, evenals de nadere regels betreffende deze levering en de rechten en plichten opgelegd aan de leveranciers.
  [1 De vergunning ]1 van een leverancier die de artikelen 8 en 9 van deze ordonnantie of die zijn openbaredienstverplichtingen niet meer naleeft of die niet meer beantwoordt aan de door de Regering op grond van het vijfde lid van dit artikel vastgestelde criteria [1 kan ingetrokken worden ]1, of [1 kan beperkt worden]1 tot de levering aan bepaalde categorieën van [1 afnemers]1. [2 Elke leveringsvergunning waarvan sprake in dit artikel wordt verstrekt, overgedragen, hernieuwd, of desgevallend ingetrokken door Brugel.]2
  [1 De Regering voorziet in de vrijstelling van bepaalde toekenningcriteria voor de leveranciers die een leveringsvergunning op federaal niveau, in de andere Gewesten of in een andere Lidstaat van de Europese Unie hebben verkregen.]1
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 19, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (2)<ORD 2018-07-23/07, art. 15, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>

  Art. 21bis. [1 De leveranciers van flexibiliteitsdiensten beschikken over een door Brugel toegekende vergunning voor het aanbieden van flexibiliteit die werd verworven bij de afnemers die zijn aangesloten op het distributienet van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
   De criteria voor de toekenning van deze vergunning kunnen onder meer betrekking hebben op de eerbaarheid en de professionele ervaring van de aanvrager, zijn technische en financiële bekwaamheid en de kwaliteit van zijn organisatie.
   De vergunning van een leverancier van flexibiliteitsdiensten die zijn in de ordonnantie vastgelegde verplichtingen niet langer nakomt of die niet meer voldoet aan de criteria vastgelegd op basis van dit artikel, wordt ingetrokken.
   Alle leveringslicenties bedoeld in dit artikel worden door Brugel afgeleverd, overgedragen, vernieuwd of desgevallend ingetrokken.
   De Regering bepaalt de criteria en de modaliteiten voor de toekenning, de hernieuwing, de overdracht en de intrekking van deze vergunning.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij ORD 2018-07-23/07, art. 16, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>
  

  Art. 22.[1 De Regering kan, in geval van plotse crisis op de energiemarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of van bijzondere omstandigheden, die de veiligheid en de integriteit van personen of netten bedreigen, alle tijdelijke maatregelen nemen, zoals een beperking van de toegang tot de netten of iedere andere maatregel om de situatie op te lossen.
   Die maatregelen moeten de werking van de interne markt zo min mogelijk verstoren en mogen niet verder reiken dan strikt noodzakelijk is om de plotseling gerezen moeilijkheden te verhelpen.]1
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 20, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>

  HOOFDSTUK IIIbis. [1 - Gewestelijk tractienet spoor en stationsnetten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij ORD 2018-07-23/07, art. 17, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>
  

  Art. 23.[1 Toelatingsaanvraag
   § 1. Het gewestelijk tractienet spoor en de stationsnetten zijn onderworpen aan de toekenning van een individuele toelating, verstrekt door de Regering, na advies van de distributienetbeheerder en van Brugel.
   De toelatingsaanvraag wordt ingediend door de natuurlijke of rechtspersoon die beschikt over de eigendom of het beheer van het gewestelijk tractienet spoor of het stationsnet verzekert.
   Deze aanvraag bevat minstens :
   1° de contactgegevens van de aanvrager;
   2° de documenten die zijn eigendomsrecht of het recht op het beheer van het betreffende net staven;
   3° de argumentatie om aan te tonen dat het net beantwoordt aan de definitie van gewestelijk tractienet spoor of een stationsnet, overeenkomstig artikel 2, 36bis of artikel 2, 36quinquies;
   4° een functioneel schema van het gewestelijk tractienet spoor of het stationsnet.
   De toelating waarvan sprake is in het eerste lid vermeldt daarnaast ook de aanstelling van de natuurlijke persoon of rechtspersoon bedoeld in het tweede lid als gemachtigde netbeheerder.
   Deze toelating is geldig voor een periode van twintig jaar te tellen vanaf de verstrekking ervan, de Regering is gemachtigd deze toelating te hernieuwen voor een nieuwe periode van twintig jaar, op de datum die ze vastlegt na overleg met de betrokken netbeheerder, zonder het verstrijken van de lopende termijn te moeten afwachten.
   De voorwaarden, modaliteiten en procedure voor de toekenning van de individuele toelating worden vastgelegd door de Regering, na advies van Brugel.
   § 2. Zodra er een substantiële wijziging met impact op de criteria vermeld in § 1 wordt aangebracht aan het gewestelijk tractienet spoor of het stationsnet of indien deze betrekking heeft op de beheerder van dit net, dient deze laatste Brugel in te lichten. Brugel mag bijkomende informatie vragen. Brugel verstrekt een advies dat de kwaliteit van het gewestelijk tractienet spoor, het stationsnet en/of van de beheerder van dit net al dan niet bevestigt en maakt dit over aan de Regering. Als dit advies de kwaliteit van het gewestelijk tractienet spoor, het stationsnet of van de beheerder van dit net niet bevestigt, trekt de Regering de individuele toelating bedoeld in § 1 in.]1
  ----------
  (1)<ORD 2018-07-23/07, art. 18, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>

  Art. 23bis. [1 Het beheer van een gewestelijk tractienet spoor of van een stationsnet omvat onder meer de volgende taken :
   1° het beheer van de elektriciteitsstromen op zijn net, inclusief de waarborgen betreffende de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net, en het beroep doen op de nodige ondersteuningsdiensten;
   2° het beheer van een voldoende netcapaciteit om de redelijke behoefte aan elektriciteit van stroomafwaartse afnemers en gebruikers van het stationsnet te dekken en het vervoer van elektriciteit naar en van het net waarop het gewestelijk tractienet spoor of het stationsnet is aangesloten mogelijk te maken;
   3° de uitbreiding van het net in de geografisch afgebakende zone waarvoor hij werd aangesteld;
   4° het herstel, het preventief onderhoud, de vernieuwing en de verbetering van zijn net en de bijbehorende installaties;
   5° het herstel van onderbrekingen en defecten aan de elektriciteitstoevoer op zijn net;
   6° het opstellen, bewaren en ter beschikking stellen van plannen van zijn net aan de bevoegde regulator, aan de gebruikers van het gewestelijk tractienet spoor en aan de netbeheerder op wiens net hij aangesloten is;
   7° de aansluiting, afsluiting en herplaatsing van installaties op zijn net en de versterking van de aansluitingen op zijn net;
   8° de toelating voor toegang tot zijn net;
   9° het beheer van het toegangsregister van zijn net;
   10° de terbeschikkingstelling, installatie, activering, desactivering, het onderhoud en herstel van tellers op toegangspunten van het net;
   11° het opmeten van de meterstanden op de toegangspunten van zijn net, de definitie van de injectie en afname van de onderliggende netgebruikers en de verwerking en bewaring van deze gegevens;
   12° de mededeling van de noodzakelijke gegevens aan de elektriciteitsproducenten, de verantwoordelijken voor het evenwicht, de tussenpersonen, de leveranciers, de leveranciers van energiediensten, de afnemers en Brugel;
   13° de mededeling van noodzakelijke informatie aan de netbeheerders waarop het gewestelijk tractienet spoor of het stationsnet aangesloten is, om een veilige en efficiënte uitbating, een gecoördineerde ontwikkeling en een goede interactie tussen de netten te garanderen.
   De beheerder van een gewestelijk tractienet spoor of stationsnet kan de taken vermeld onder punt 8° tot 13° van het voorgaand lid in onderaanneming toevertrouwen aan de distributienetbeheerder.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij ORD 2018-07-23/07, art. 19, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>
  

  Art. 23ter. [1 De beheerders van het gewestelijk tractienet spoor of het stationsnet hebben de volgende verplichtingen :
   1° zich in het kader van deze functie onthouden van discriminatie tussen de gebruikers van hun net en redelijke, transparante en niet-discriminerende tarieven toepassen;
   2° de aansluiting en de toegang tot hun net vorm geven via een contract met de gebruikers van hun net. Dit contract vermeldt onder meer :
   a) de technische minimumvereisten voor het ontwerp en de werking van de installaties aangesloten op het gewestelijk tractienet spoor of het stationsnet, de maximumvermogens van de aansluiting en de kenmerken van de geleverde toevoer;
   b) de commerciële modaliteiten van de aansluiting op het net en de toegang ertoe;
   c) de voorwaarden voor het afsluiten van de aansluiting bij niet-naleving van de contractuele verbintenissen of omwille van de veiligheid van het net;
   3° aan de gebruikers van het gewestelijk tractienet spoor of het stationsnet dat ze beheren :
   a) een duidelijke en gedetailleerde factuur overmaken, op basis van hun verbruik, conform een door Brugel goedgekeurd factuurmodel;
   b) een evenwichtige spreiding op hun facturen van de meerkosten voor transport, regionaal transport en distributie die op de facturen worden toegepast; de methodologie die voor deze verdeling wordt toegepast, moet ter goedkeuring worden voorgelegd aan Brugel;
   c) de mededeling van hun relevante verbruiksgegevens en de informatie die daadwerkelijke toegang tot het net mogelijk maakt;
   4° de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige informatie van netgebruikers waarvan ze in het kader van hun activiteiten kennis zouden nemen bewaren;
   5° de uitbating en het onderhoud van het net waarvoor ze werden aangeduid garanderen, in economisch aanvaardbare omstandigheden, om de veiligheid en de continuïteit in de bevoorrading te garanderen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij ORD 2018-07-23/07, art. 20, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>
  

  Art. 23quater. [1 De beheerder van het gewestelijk tractienet spoor of het stationsnet sluit een aansluitings- en toegangscontract met de bevoegde distributienetbeheerder.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij ORD 2018-07-23/07, art. 21, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>
  

  HOOFDSTUK IV. - (Openbare dienstverplichtingen en -opdrachten). <ORD 2006-12-14/45, art. 41, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2007>

  Art. 24.<ORD 2006-12-14/45, art. 41, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2007> § 1. De distributienetbeheerder en de leveranciers zullen, elkeen wat hen betreft, de openbare dienstverplichtingen hierna bepaald onder de punten [2 1° tot 3°]2 nakomen :
  1° het ter beschikking stellen van een ononderbroken minimumlevering van elektriciteit voor het verbruik van het gezin onder de voorwaarden bepaald onder Hoofdstuk IVbis;
  2° de levering van elektriciteit tegen een specifiek sociaal tarief aan personen en volgens de voorwaarden bepaald door de federale wetgeving en in Hoofdstuk IVbis;
  3° [2 het nemen en uitvoeren van de nodige technische maatregelen om toe te laten dat de elektrische bevoorrading van een oplaadpunt het voorwerp kan uitmaken van een ander contract dan het contract voor de levering van elektriciteit aan de woning of de lokalen waar dit oplaadpunt gelegen is.]2
  § 2. [1 Het Instituut wordt belast met de openbare dienstverplichtingen betreffende het promoten van rationeel elektriciteitsgebruik door het geven van informatie en demonstraties, de terbeschikkingstelling van uitrustingen en diensten en het verstrekken van financiële hulp ten voordele van iedere categorie van eindafnemers [2 ...]2
   Het Instituut bezorgt jaarlijks een verslag aan de Regering over de uitoefening van de opdrachten waarmee het krachtens deze paragraaf belast is.
   De Regering hecht voor 1 oktober van ieder jaar haar goedkeuring aan het programma van uitvoering voor het volgende jaar van maatregelen inzake rationeel energiegebruik ten voordele van alle categorieën van alle eindafnemers en van lokale leveranciers bedoeld in het vorige lid en de daaraan verbonden begroting.
   Dit programma van uitvoering bevat onder andere de financiële en technische voorwaarden die het verkrijgen van een financiële hulp toelaat. Het beheer van het verkrijgen en van het betalen van financiële hulp wordt door het Instituut georganiseerd.
   Na advies van Brugel, kan de Regering aanpassingen aan het programma van uitvoering en aan de daaraan verbonden begroting in de loop van het jaar goedkeuren.
   De financiële hulp waarvan sprake in het 1ste lid van deze paragraaf wordt jaarlijks toegekend binnen de grenzen van de begrotingskredieten.
   De Regering kan de modaliteiten van uitvoering van deze paragraaf vaststellen.]1
  § 3. [1 ...]1.
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 22, 008; Inwerkingtreding : 01-01-2012>
  (2)<ORD 2018-07-23/07, art. 22, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>

  Art. 24bis.<ingevoegd bij ORD 2006-12-14/45, art. 43; Inwerkingtreding : 01-01-2007> [7 § 1.]7 De distributienetbeheerder is bovendien belast met de volgende openbare dienstverplichtingen :
  1° [7 ...]7
  2° [1 een exclusieve opdracht inzake de constructie, het onderhoud en de vernieuwing van de installaties van openbare verlichting op het wegennet en in de gemeentelijke openbare ruimten, met inachtneming van de prerogatieven van de gemeenten vastgesteld in artikel 135 van de Nieuwe Gemeentewet, volgens een driejarig programma, opgesteld in gemeenschappelijk overleg tussen elke gemeente en de distributienetbeheerder of ten gevolge van bijkomende aanvragen voor werken [3 ...]3 alsook de elektriciteitsvoorziening voor die installaties;]1 [3 door voorrang te geven aan de productie-eenheden die gebruik maken van hernieuwbare energiebronnen of aan de [4 hoogrenderende]4 warmtekrachtkoppelingen bevat deze opdracht doelstellingen van verbetering van de energie-efficiëntie en verminderd verbruik.
   Aldus bevat het programma van uitvoering van de openbare dienstverplichtingen en -opdrachten bedoeld in artikel 25, § 1, lid 1 voor deze opdracht een specifiek hoofdstuk genaamd " Verbetering van de energieprestatie van openbare verlichting " met onder andere de volgende gegevens :
   - het energiekadaster van de straatverlichting beheerd door de distributienetbeheerder;
   - een weergave van de verbruiksevolutie in de komende vijf jaar;
   - het investeringsprogramma;
   - een weergave van de mogelijke technologische en beheerskeuzes;
   - de bevoorradingsbronnen;
   - een prognose van de verbruiksevolutie voor de komende vijf jaar;
   - een beschrijving van het aantal en de frequentie van de pannes, gebreken en de interventietermijnen van de distributienetbeheerder en de door de distributienetbeheerder genomen maatregelen om een snel herstel van de installaties te verzekeren.
   De kosten betreffende openbare verlichtingswerken die niet opgenomen zijn in het driejarig programma en die door een gemeente worden aangevraagd bij de distributienetbeheerder en die door deze laatste aanvaard worden, zijn ten laste van de betrokken gemeente.
   De kosten betreffende openbare verlichtingswerken die niet opgenomen zijn in het driejarig programma en die door een subsidiërende instantie worden aangevraagd bij de distributienetbeheerder en die door deze laatste aanvaard worden, zijn ten laste van de betrokken subsidiërende instantie;]3
  3° [3 de rol van de noodleverancier en ]3 de organisatie van een dienst voor de opvolging van de consumenten [3 die aan hem worden overgedragen in het kader van deze rol]3;
  4° het verstrekken van inlichtingen aan residentiële afnemers en aan professionele afnemers, aangesloten op de laagspanning, inzake prijzen en voorwaarden van aansluiting en levering;
  5° de verspreiding op een toegankelijke informatiedrager via Internet van de inlichtingen betreffende de diverse maatregelen genomen door de distributienetbeheerders inzake het onthaal van huishoudelijke afnemers in het kader van hun opdracht als noodleverancier;
  6° de overzending, elk jaar, bij [2 Brugel]2, van een verslag over de kwaliteit van het onthaal geboden aan de gezinnen in het kader van hun opdracht als noodleverancier;
  7° de overzending, elk jaar, aan [2 Brugel]2, van een verslag over de lijst van verplichtingen waarmee de distributienetbeheerder garandeert dat elke vorm van discriminerende praktijken wordt uitgesloten. [2 Brugel]2 deelt dit verslag [3 en zijn advies]3 mede aan de Regering en maakt het bekend.
  (8° bij afname van elektriciteit van het distributienet, het leveren van elektriciteit voor tijdelijke festiviteiten op de weg volgens de technische en financiële voorwaarden bepaald bij of krachtens het technisch reglement van het net.) <ORD 2008-09-04/33, art. 10, 005; Inwerkingtreding : 26-09-2008>
  [8 9° overeenkomstig de modaliteiten vastgelegd in § 2, de begeleiding van gewestelijke en lokale besturen in het kader van het gewestelijk project voor de invoering van zonnepanelen op de gebouwen van deze besturen, via informatie, adviezen, hulp bij het identificeren van kansen en de terbeschikkingstelling van deze panelen;
   10° overeenkomstig de modaliteiten vastgelegd in § 2, de begeleiding van gewestelijke en lokale besturen in het kader van het gewestelijk project voor de promotie van energie-efficiëntie in de gebouwen van deze besturen, via adviezen, hulp bij het identificeren van kansen en administratieve en technische ondersteuning;
   11° de overname van het verschil tussen het toegepaste sociaal tarief op grond van hoofdstuk IVbis aan een beschermde afnemer op het regionale niveau en het toegepaste sociaal tarief uit hoofde de federale wetgeving, wanneer het eerste hoger ligt dan het tweede en de betrokken afnemer dit laatste tarief niet geniet ;
   12° volgens de voorwaarden en de financiering bepaald door de Regering, de begeleiding van de gewestelijke en lokale overheden ten gunste van de uitrol van infrastructuur voor de verdeling van alternatieve brandstoffen, via adviezen, steun bij het zoeken naar opportuniteiten en een administratief en technische helpdesk.]8
  [8 § 2. De kosten noodzakelijk voor het uitvoeren van de openbaredienstopdrachten bedoeld in punten 9° en 10° worden gedekt door de middelen van het klimaatfonds, ingevoerd in punt 18° van artikel 2 van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen of door alle andere middelen die het Gewest ter beschikking stelt van de distributienetbeheerder.
   Een beheerscontract tussen het Gewest en de distributienetbeheerder legt de lijst vast van de begunstigde lokale en gewestelijke besturen, evenals de regels, modaliteiten en doelstellingen volgens dewelke de distributienetbeheerder de openbaredienstopdrachten bedoeld in punten 9° en 10° die hem werden toevertrouwd uitoefent.]8
  ----------
  (1)<ORD 2009-04-30/02, art. 20, 007; Inwerkingtreding : 15-05-2009>
  (2)<ORD 2011-07-20/28, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (3)<ORD 2011-07-20/28, art. 23, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (4)<ORD 2014-05-08/36, art. 11, 010; Inwerkingtreding : 21-06-2014>
  (5)<ORD 2016-12-12/30, art. 39, 012; Inwerkingtreding : 09-12-2016>
  (6)<ORD 2016-12-23/66, art. 116, 013; Inwerkingtreding : 01-01-2017>
  (7)<ORD 2017-12-15/30, art. 121, 015; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
  (8)<ORD 2018-07-23/07, art. 23, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>

  Art. 24ter.[1 § 1er. De distributienetbeheerder installeert geleidelijk slimme meters op het distributienet, overeenkomstig de volgende verplichte niches, rekening houdend met het algemeen belang en voor zover dat technisch haalbaar, financieel redelijk en evenredig is, gelet op de potentiële energiebesparingen :
   1° als een meter vervangen wordt, tenzij dit technisch niet mogelijk of rendabel zou zijn, gelet op de geraamde potentiële besparingen op lange termijn;
   2° als er een aansluiting wordt uitgevoerd in een nieuw of een ingrijpend gerenoveerd gebouw, zoals omschreven in richtlijn 2010/31/EU.
   De distributienetbeheerder kan eveneens geleidelijk slimme meters op het distributienet installeren, overeenkomstig de volgende prioritaire niches vastgelegd in het investeringsplan waarvan sprake in artikel 12, rekening houdend met het algemeen belang en voor zover dat technisch haalbaar, financieel redelijk en evenredig is gelet op de potentiële energiebesparingen :
   1° als de gebruiker van het distributienet beschikt over een elektrisch voertuig en dit laat weten aan de distributienetbeheerder; in dat geval wordt in het gebouw waarin hij woont een slimme meter geplaatst;
   2° als de gebruiker van het distributienet een jaarlijks verbruik heeft van meer dan 6.000 kWh per jaar;
   3° als de gebruiker van het distributienet beschikt over een opslageenheid die elektriciteit opnieuw in het distributienet kan injecteren, of over een warmtepomp;
   4° als de eindafnemers hun flexibiliteit aanbieden via een aanbieder van flexibiliteit;
   5° als een gebruiker van het distributienet het vraagt, tenzij dat niet technisch haalbaar of financieel redelijk en evenredig is gelet op de potentiële energiebesparingen;
   6° als de gebruiker van het distributienet een prosumer is of elektriciteit opnieuw in het net kan injecteren.
   Op voorwaarde dat een specifiek en transversaal onderzoek van Brugel de economische, energetische en sociale geschiktheid van de ontwikkeling van slimme meters aantoont voor elke niche bedoeld in artikel 24ter, lid 1 en 2, alsook, desgevallend, voor elke nieuwe categorie van eventuele begunstigden, en na debat in het Parlement, kan de Regering andere situaties bepalen waarin de distributienetbeheerder slimme meters installeert, evenals de installatiemodaliteiten ervoor.
   Brugel legt dat onderzoek ter raadpleging voor aan het publiek.
   § 2. Voor de in art. 24ter, § 1, omschreven niches, mag niemand de installatie of het onderhoud van een slimme meter weigeren. Eenmaal een meter geplaatst is, mag niemand vragen deze weg te halen.
   De distributienetbeheerder deelt twee maanden voor de installatiedatum aan de gebruiker van het net zijn voornemen mee om een slimme meter te installeren. Die mededeling gaat vergezeld van bewustmaking en informatie over de slimme meters. Daarin staan met name nadere informatie over de kwaliteitsnormen van het product, het elektromagnetisch zendvermogen van het product, de mogelijkheid om het al dan niet communicerend te maken en de bepalingen die de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met de verwerking van persoonsgegevens waarborgen. De Regering bepaalt de inhoud van de uitvoeringsbepalingen van dit communicatie-instrument.
   Voor de in § 1, eerste lid, 1° en 2° en tweede lid, 5° bedoelde eindafnemers, mag de netbeheerder geen persoonsgegevens verzamelen op afstand en enkel handelingen vanop afstand stellen na uitdrukkelijke en schriftelijke toestemming van de voor het leveringspunt geïdentificeerde eindafnemer. Die verplichting wordt ook opgelegd als een nieuwe eindafnemer geïdentificeerd wordt op een leveringspunt, los van de keuze van de eerder op het leveringspunt geïdentificeerde eindafnemer. Zij is herroepbaar op gewoon verzoek van de netgebruiker. In beide gevallen heeft zijn wens gevolg binnen 15 werkdagen. Om de rechten van de verbruiker te waarborgen, kan de Regering de nadere regels bepalen inzake de wijze waarop de netgebruiker zijn wens inzake het delen van zijn persoonsgegevens meedeelt aan de netbeheerder.
   Voor de in § 1, eerste lid, 1° tot 4°, en 6° bedoelde eindafnemers, kan de netbeheerder de persoonsgegevens op afstand verzamelen. Op grond van aan Brugel voorgelegde objectieve en niet discriminerende criteria, kan de netbeheerder handelingen op afstand stellen om de beveiligde werking van het net en de exploitatie ervan veilig te stellen. De eindafnemer kan zich echter verzetten tegen het verzamelen van persoonsgegevens op afstand, zijn wens heeft gevolg binnen 15 werkdagen. Om de rechten van de verbruiker te waarborgen, kan de Regering de nadere regels bepalen inzake de wijze waarop de netgebruiker zijn wens inzake het delen van zijn persoonsgegevens meedeelt aan de netbeheerder.
   Na een onafhankelijk en vergelijkend onderzoek dat ertoe strekt een objectieve diagnose te stellen van de elektrogevoeligheid en de impact ervan op de volksgezondheid in het Brussels Gewest te bepalen en dat binnen drie jaar na de inwerkingtreding van de ordonnantie wordt uitgevoerd door een comité van deskundigen, stelt de Regering, in voorkomend geval, de gevallen en regels vast volgens welke de distributienetbeheerder alternatieve technologische oplossingen in de woningen aanbiedt aan eenieder die beweert elektrogevoelig te zijn en daartoe een aanvraag indient.
   § 3. De slimme meter levert lokaal aan de netgebruiker informatie in realtime over de elektriciteit die hij afneemt of injecteert.
   Deze informatie in realtime moet gemakkelijk geëxporteerd kunnen worden naar een informatietoepassing beschikbaar op de markt ongeacht of de meter in modus van actieve communicatie met de netbeheerder staat.
   § 4. De netbeheerder is, alleen of samen met één of meerdere uitbatingsbedrijven volgens de modaliteiten die zijn vastgelegd krachtens het technisch reglement, verantwoordelijk voor de verwerking van persoonsgegevens afkomstig van de slimme meters. In die hoedanigheid waakt hij erover dat de slimme meters conform de toepasselijke technische normen zijn, hij waakt eveneens over de veiligheid van het slimme net en de mededeling van gegevens, de waarborg op de bescherming van de privacy van de netgebruikers, met name bij de verwerking van persoonsgegevens.
   De slimme meters en netten moeten zo ontworpen worden dat toevallige of ongeoorloofde vernietiging, toevallig verlies, verspreiding, bekendmaking, toegang tot en wijziging van persoonsgegevens vermeden wordt, vanaf het ontwerp.
   De distributienetbeheerder kan de informatie beschikbaar op een slimme meter enkel verwerken om zijn wettelijke of reglementaire opdrachten uit te voeren, met name voor de ontwikkeling van het distributienet en voor de opsporing van en facturatie aan elektriciteitsverbruikers die geen factuur krijgen van een leverancier.
   Enkel gepaste en relevante persoonsgegevens die beperkt zijn tot het strikt noodzakelijke met de in deze ordonnantie toegelaten doeleinden mogen ingezameld en verwerkt worden, voor de doeleinden waarvoor ze ingezameld werden. De Regering maakt een lijst op met deze primaire of afgeleide gegevens.
   Persoonlijke gegevens mogen niet langer worden bewaard dan noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de doeleinden waarvoor ze werden verzameld. In ieder geval mag deze termijn niet langer duren dan tien jaar.
   De persoonsgegevens worden anoniem gemaakt zodra hun individualisering niet meer noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de doeleinden waarvoor deze werden verzameld.
   Zijn verboden, alle verwerkingen van persoonlijke meetgegevens voor de volgende doeleinden :
   1° de handel in persoonlijke meetgegevens;
   2° de handel in energie-informatie of -profielen die statistisch opgesteld werden op basis van persoonlijke meetgegevens, die periodiek opgenomen worden door de netbeheerder en waaruit het consumptiegedrag van de eindafnemer afgeleid kan worden;
   3° het opstellen van " zwarte lijsten " van eindafnemers door de automatische verwerking van nominatieve informatie betreffende fraudeurs en slechte betalers.
   § 5. De Regering legt een standaard meetregime en een standaard facturatiefrequentie vast, evenals een meetregime en een facturatiefrequentie die van toepassing zijn als de distributienetbeheerder technisch gezien geen communicatie vanop afstand kan tot stand brengen zonder onredelijke investeringen.
   De netgebruiker kiest vrij een van de meetregimes omschreven in het technisch reglement. Onder een jaarlijks verbruik van 6.000 kWh en ingeval hij geen prosumer is, bevat het tariefstelsel van toepassing op het net, maximum vier tariefschijven.
   § 6. De Regering kan de situaties en voorwaarden bepalen volgens dewelke een eindafnemer kan vragen dat de distributienetbeheerder de gegevens betreffende zijn injectie of afname meedeelt aan een derde.
   Voor de verwerking van de informatie verstrekt door de slimme meters, moeten de eindafnemers door de distributienetbeheerder van het volgende in kennis gesteld worden :
   1° de exacte doelstellingen van de verwerking;
   2° de ingezamelde en verwerkte gegevens;
   3° de duur van de verwerking en de bewaring van de gegevens;
   4° het feit dat hij verantwoordelijk is voor deze inzameling en verwerking;
   5° de bestemmelingen en de categorieën bestemmelingen van de gegevens;
   6° het bestaan van het recht op toegang tot en rechtzetting van de gegevens;
   7° het volledige potentieel van de meter, met name wat de mogelijkheid betreft voor de afnemer om zijn energieverbruik te controleren of voor de distributienetbeheerder om handelingen vanop afstand te stellen.
   Deze informatie dient op neutrale, eenvormige en duidelijke wijze verstrekt te worden via verschillende informatiekanalen, zoals brochures, brieven of websites.
   Op de websites en in de aan de afnemers overhandigde documenten moet duidelijk een contactpunt vermeld worden waar de betrokken personen voornoemde rechten inzake privacy kunnen uitoefenen.
   § 7. De distributienetbeheerder kan vanop afstand de slimme meter van een afnemer openen, afsluiten of het vermogen ervan beperken, met strikte inachtneming van de voorwaarden en procedures vastgelegd in hoofdstuk IVbis van deze ordonnantie of in uitvoering ervan en, als het gaat om een residentiële afnemer, van Boek VI van het Wetboek van economisch recht en van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De distributienetbeheerder mag enkel op werkdagen een slimme meter openen of afsluiten vanop afstand.
   De Regering legt de andere technische handelingen vast die de distributienetbeheerder vanop afstand op een slimme meter kan uitvoeren en de situaties waarin de distributienetbeheerder, om zijn wettelijke en reglementaire opdrachten uit te voeren, bepaalde handelingen vanop afstand kan stellen. De gebruiker wordt in alle gevallen geïnformeerd over de redenen van die tussenkomst.]1
  ----------
  (1)<ORD 2018-07-23/07, art. 24, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>

  Art. 25.<ORD 2006-12-14/45, art. 45, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2007> § 1. [2 Voor 1 oktober van ieder jaar legt de distributienetbeheerder aan de Regering zijn programma voor met betrekking tot de uitvoering van zijn openbare dienstverplichtingen en -opdrachten, voor het volgend jaar en de daaraan verbonden begroting, die door de Regering, na advies van Brugel, worden goedgekeurd.
   Vóór 31 maart van ieder jaar maakt de distributienetbeheerder een verslag van de uitvoering van alle openbare dienstopdrachten en -verplichtingen over aan de Regering die verwezenlijkt werden tijdens het voorbije jaar alsook van de daaraan verbonden rekeningen. [5 Dit rapport omvat tevens een vergelijking van het budget dat is ingeschreven en gerealiseerd voor de uitvoering van de openbare dienstverplichtingen met de inkomsten die door de distributienetbeheerder werden aangeduid in zijn tariefvoorstel " ingevoegd tussen de woorden " de daaraan verbonden rekeningen.]5 De Regering keurt dit verslag goed na advies van Brugel.
   Het verslag en de rekeningen worden na goedkeuring door de Regering overgemaakt aan het Brussels Hoofdstedelijk Parlement. De Regering kan de vorm en de inhoud van het verslag bepalen.]2
  § 2. [3 ...]3.
  [1 Brugel]1 kan bovendien ter plaatse alle boekhoudkundige en andere stukken [3 ...]3 inkijken, en bij wijze van steekproef de daadwerkelijke omvang van de gefinancierde werken in verband met de kostprijs en de uitvoering van de openbare dienstverplichtingen en -opdrachten laten onderzoeken.
  [3 het aangewezen personeel]3 die deze raadplegingen en controles uitvoeren [3 wordt daartoe aangewezen]3 bij [3 besluit ]3. [1 Brugel]1 kan een bedrijfsrevisor toevoegen aan [3 het aangewezen personeel]3, om de rekeningen met betrekking tot de uitvoering van de openbare dienstverplichtingen en -opdrachten van de distributienetbeheerder te onderzoeken.
  § 3. De distributienetbeheerder organiseert zijn boekhouding zo dat de kosten en opbrengsten verbonden [3 aan elke openbaredienstopdracht]3 die hij vervult, geïdentificeerd worden.
  § 4. [4 ...]4.
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (2)<ORD 2011-07-20/28, art. 25, 008; Inwerkingtreding : 01-01-2012>
  (3)<ORD 2011-07-20/28, art. 25, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (4)<ORD 2011-07-20/28, art. 25, 008; Inwerkingtreding : 01-01-2012>
  (5)<ORD 2014-05-08/36, art. 12, 010; Inwerkingtreding : 21-06-2014>

  Art. 25bis.<ingevoegd bij ORD 2006-12-14/45, art. 46; Inwerkingtreding : 01-01-2007> [2 § 1.]2 Ten minste één keer per jaar, vóór 31 maart, worden met name de volgende statistische gegevens over de gezinnen en met betrekking tot het voorgaande kalenderjaar ter beschikking gesteld van [1 Brugel]1. Deze gegevens worden telkens opgesplitst volgens gemeente en volgens beschermde en niet-beschermde afnemers :
  1° door de houder van een leveringsvergunning :
  a) het aantal aansluitingen waar een aanmaning aan de eindafnemer werd verstuurd;
  b) het aantal aansluitingen waar een ingebrekestelling aan de eindafnemer werd verstuurd;
  c) het aantal aanvaarde betalingsplannen en het gemiddelde bedrag van betaling per maand door de eindafnemer;
  d) het aantal niet-nageleefde betalingsplannen;
  e) het aantal dossiers overgemaakt aan het O.C.M.W.;
  f) het aantal dossiers overgemaakt aan een schuldbemiddelingsinstantie;
  2° door de netbeheerder :
  a) het aantal aangesloten vermogensbegrenzers en het aantal afgesloten begrenzers per type van aanvrager;
  de gegevens betreffende het vermogen en/of het aantal gevallen waarin het vermogen van de begrenzer wordt verhoogd;
  b) het aantal vermogensbegrenzers dat opnieuw wordt aangesloten binnen de vierentwintig uur, tussen één en zeven kalenderdagen, tussen acht en dertig kalenderdagen en na meer dan dertig kalenderdagen;
  c) het aantal gezinnen dat wordt afgesloten en de redenen van afsluiting;
  d) het aantal gezinnen dat opnieuw wordt aangesloten binnen de vierentwintig uur, tussen één en zeven kalenderdagen, tussen acht en dertig kalenderdagen en na meer dan dertig kalenderdagen.
  [1 Brugel]1 bezorgt de voornoemde gegevens met haar eventuele opmerkingen aan de Regering vóór 31 mei van elk jaar.
  De Regering kan de lijst van die gegevens aanvullen, bepaalt de regels voor de mededeling ervan en stelt te dien einde de formulieren op.
  [2 § 2. De leveranciers en de tussenpersonen houden gedurende ten minste vijf jaar de ter zake dienende gegevens met betrekking tot al hun transacties in elektriciteitsleveringscontracten aan afnemers en elektriciteitsderivaten met grootafnemers en netbeheerders ter beschikking van de bevoegde autoriteiten, met inbegrip van Brugel, de Raad voor de mededinging en de Europese Commissie, voor uitvoering van hun taken.
   De gegevens omvatten bijzonderheden betreffende de kenmerken van de betrokken transacties, zoals looptijd-, leverings- en betalingsregels, hoeveelheden, uitvoeringsdata en -tijdstippen, transactieprijzen, totaalprijzen, prijzen van de bestanddelen en middelen om de betrokken grootafnemer te identificeren, alsmede specifieke nadere gegevens over alle openstaande elektriciteitsleveringscontracten en elektriciteitsderivaten.
   Brugel kan de lijst van die gegevens aanvullen.
   Brugel kan deze informatie ter beschikking stellen van marktspelers, op voorwaarde dat vertrouwelijke of commercieel gevoelige gegevens inzake afzonderlijke marktspelers of afzonderlijke transacties niet worden vrijgegeven.
   Deze paragraaf is niet van toepassing op informatie over financiële instrumenten die onder het toepassingsgebied van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad vallen. Ingeval de in lid 1 van deze paragraaf genoemde autoriteiten toegang moeten hebben tot gegevens die door de onder het toepassingsgebied van bovengenoemde Richtlijn 2004/39/EG vallende entiteiten worden bijgehouden, verstrekken de krachtens deze richtlijn verantwoordelijke autoriteiten hen de opgevraagde gegevens.]2
  [2 § 3. [3 Brugel, de leveranciers]3 en de netbeheerders bezorgen het Instituut, ten laatste op 31 maart van ieder jaar, de door het Instituut gevraagde gegevens teneinde de uitwerking van de energiebalans van het Gewest of ieder verslag dat vereist is krachtens de Europese richtlijnen, voor wat elektriciteit betreft, mogelijk te maken.]2
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (2)<ORD 2011-07-20/28, art. 26, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (3)<ORD 2018-07-23/07, art. 25, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>

  HOOFDSTUK IVbis. Openbare dienstverplichtingen betreffende de levering van elektriciteit. <ingevoegd bij ORD 2006-12-14/45, art. 47; Inwerkingtreding : 01-01-2007>

  Art. 25ter.<ingevoegd bij ORD 2006-12-14/45, art. 47; Inwerkingtreding : 01-01-2007> [2 § 1.]2 De leverancier [1 maakt, aan elke afnemer die erom verzoekt, binnen tien werkdagen een redelijk en niet-discriminerend voorstel van leveringscontract over en deelt hem de algemene leveringsvoorwaarden mee]1 evenals, met name wanneer de afnemer een huishoudelijke afnemer is, de bepalingen van deze ordonnantie die betrekking hebben op de beschermde afnemers. [2 Deze verplichting berust op de leverancier voor alle soorten meetregimes.]2
  [1 Indien de vraag uitgaat van een afnemer of een voormalige afnemer die zijn schulden bij de betrokken leverancier niet volledig heeft gezuiverd en die het eventueel opgesteld afbetalingsplan niet heeft nageleefd, kan de leverancier ofwel schriftelijk weigeren om een voorstel tot leveringscontract te doen ofwel schriftelijk een voorstel tot leveringscontract verzenden dat wordt gesloten nadat de afnemer een borg heeft verschaft.
  [2 ...]2
  [2 § 2. De leveranciers delen de algemene voorwaarden alsook elke wijziging daarvan inzake de leveringscontracten mee aan Brugel, zodat de regulator hun conformiteit met de Brusselse wetgeving kan controleren.
   Indien de in het vorige lid opgesomde documenten niet worden bezorgd, worden sancties voorzien. De Regering legt de modaliteiten daarvan vast.]2
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 27, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (2)<ORD 2018-07-23/07, art. 26, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>

  Art. 25quater.<ingevoegd bij ORD 2006-12-14/45, art. 47; Inwerkingtreding : 01-01-2007> De leveranciers waarborgen de gezinnen een minimale ononderbroken levering van elektriciteit voor het verbruik van het gezin tegen niet-discriminerende voorwaarden. Wordt beschouwd als discriminerend, elk verschil in behandeling dat niet redelijk verantwoord kan worden en dat met name steunt op het statuut, het inkomstenniveau of de woonplaats. Deze ononderbroken minimumlevering van elektriciteit is beperkt tot een vermogen van [1 2.300]1 watt.
  Deze bevoorrading is niet voorzien voor de gemeenschappelijke ruimtes van woongebouwen, noch voor tweede woningen, noch voor woningen die onbewoond zijn.
  Voor [1 gemeenschappelijk gebouw met gemeenschappelijke verwarmingsketel]1 legt de Regering de regels van de verplichting betreffende deze minimale ononderbroken elektriciteitsbevoorrading vast.
  [1 Onder voorbehoud van een federale norm die gunstiger is voor de verbruiker, met name binnen de wet van 6 april 2010 betreffende de marktpraktijken en consumentenbescherming en onder voorbehoud van de in dit hoofdstuk vastgestelde opzeggingstermijnen, worden de leveringscontracten gesloten voor een vaste periode van minimum drie jaar.
  Een gezin kan ze evenwel altijd opzeggen mits een opzeggingstermijn van maximum twee maanden.]1.
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 28, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>

  Art. 25quinquies.<ingevoegd bij ORD 2006-12-14/45, art. 47; Inwerkingtreding : 01-01-2007> Elk gezin kan een schriftelijke aanvraag indienen aan zijn leverancier om een vermogensbegrenzer van minimum [1 2.300]1 watt te laten plaatsen. De leverancier [1 dient over te gaan tot de plaatsing van de begrenzer]1 binnen de 15 dagen die volgen op de aanvraag [1 , ten laste van de distributienetbeheerder]1.
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 29, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>

  Art. 25sexies.<ingevoegd bij ORD 2006-12-14/45, art. 47; Inwerkingtreding : 01-01-2007> § 1. [1 De niet-betaling van het gefactureerde bedrag voor het elektriciteitsverbruik maakt het voorwerp van een herinnering door de leverancier uit binnen de 15 dagen na de vervaldatum van de factuur. In geval van niet-betaling van het gefactureerde bedrag, stuurt de leverancier een ingebrekestelling per aangetekende brief en per gewone brief binnen ten vroegste 15 dagen en ten laatste 30 dagen na de verzending van de herinnering. Bij ontstentenis van betaling binnen zeven dagen vanaf de ontvangst van de ingebrekestelling stelt de leverancier een redelijk afbetalingsplan aan het gezin voor en kan hij de procedure van plaatsing van een vermogensbegrenzer opstarten. De leverancier licht hem eveneens in over zijn voornemen om het O.C.M.W. van de gemeente waar het leveringspunt zich bevindt in te lichten, [2 met name om hem toe te laten de bijstand ervan te genieten bij het onderhandelen over zijn afbetalingsplan,]2 evenals over zijn recht om de mededeling van zijn naam aan het O.C.M.W. te weigeren, door aangetekende brief, gericht aan de leverancier, binnen de tien dagen.]1 [2 Deze mededeling gebeurt in de vorm van een listing met de contactgegevens van de betrokken afnemers van de leverancier, opgesteld overeenkomstig het door Brugel vastgelegde model en met de door hem vastgelegde frequentie. De leverancier deelt het gezin zijn voorstel van afbetalingsplan schriftelijk mee, indien het gezin hem daarom verzoekt; hij deelt het gezin het tussen hen overeengekomen afbetalingsplan ambtshalve schriftelijk mee.]2
  [2 Het redelijk karakter van het afbetalingsplan, met name de duur en het bedrag van de gespreide betalingen, wordt beoordeeld in functie van het evenwicht dat het tot stand doet komen tussen het belang van de leverancier om zijn schuld terugbetaald te krijgen binnen een redelijke termijn en het belang van de afnemer om zijn schuld te vereffenen binnen een termijn die aangepast is aan zijn financiële situatie. Een afbetalingsplan is niet redelijk als het de afnemer en zijn gezin niet in de mogelijkheid stelt een menswaardig bestaan te leiden. Brugel bepaalt de minimuminformatie die elk afbetalingsplan moet vermelden.
   Bij overdracht van schuldvordering door de leverancier :
   1° de overdracht is slechts tegenwerpelijk aan de overgedragen schuldenaar vanaf het ogenblik dat de overgedragen schuldenaar hiervan per aangetekende brief in kennis werd gesteld of door hem werd erkend. Ingeval een gerechtelijke procedure wordt ingeleid, moet de kennisgeving gebeuren twee maanden voordat de overnemer een gerechtelijke procedure tegen hem kan instellen;
   2° de overnemer blijft gebonden aan dezelfde verplichtingen als de overdrager met inbegrip van die opgelegd in deze ordonnantie en in de artikelen 591, 215° en 628, 25° van het Gerechtelijk Wetboek;
   3° de overnemer blijft gebonden aan zijn informatieplicht, zowel ten overstaan van de overdrager als van de eindafnemer.]2
  § 2. [1 Overeenkomstig artikel 5 van de wet van 20 december 2002 betreffende de minnelijke invordering van de schulden van de consument, mag aan de verbruiker geen andere vergoeding gevraagd worden dan de bedragen bepaald in het contract.
   Op voorwaarde dat die contractueel vastgelegd zijn, mag geen enkel bedrag ander dan die hieronder aangegeven van de verbruiker geëist worden :
   1° alle invorderingskosten voor onbetaalde facturen, mogen 7,50 euro voor een herinnering en 15 euro voor ingebrekestelling niet overschrijden, met dien verstande dat het totaal van de invorderings- en administratieve kosten de som van 55 euro niet mag overschrijden. De Regering kan deze forfaitaire sommen aanpassen in rekening met het indexcijfer van de consumptieprijzen te houden;
   2° het verschuldigde resterende saldo;
   3° het bedrag van de contractuele nalatigheidsinterest.
   Zodra de ontbindingsprocedure wordt ingeleid, zullen geen andere herinnerings- en ingebrekestellingskosten mogen worden geëist. De reële kosten van plaatsing en verwijdering van de vermogensbegrenzer zijn ten laste van de distributienetbeheerder.]1
  § 3. De plaatsing kan [1 ten laatste plaatsvinden of wordt verondersteld te hebben plaatsgevonden na het verstrijken van]1 de termijn van tien dagen waarover het gezin beschikt om te weigeren dat zijn naam wordt meegedeeld aan het O.C.M.W..
  § 4. In geen geval mag [1 een leveringspunt van elektriciteit dat bestemd is voor een hoofdwoonplaats of voor hoofdzakelijk]1 huishoudelijk gebruik worden afgesloten zonder de goedkeuring van de vrederechter.
  [1 Deze bepaling is niet van toepassing wanneer de afsluiting vereist is omdat de veiligheid van goederen of personen, of de goede werking van het distributienetwerk ernstig in het gedrang komt.
   Iedere afsluiting zonder de instemming van de vrederechter op basis van dit artikel maakt het voorwerp uit van een informatiemaatregel via aangetekende zending, met vermelding voor de verbruiker van de precieze redenen die tot die afsluiting geleid hebben, alsook de duur ervan. Een kopie van de brief wordt naar Brugel gestuurd.
   Bovendien, [2 wanneer]2 de distributienetbeheerder [2 door een leverancier belast wordt]2 met het afsluiten van een afnamepunt dat niet toegekend is, niet gedekt is door een contract of niet standaard beleverd wordt, of [2 hij een verbreken van de zegels heeft]2 vastgesteld, [2 hij voert een kort onderzoek ter plaatse uit om de eventuele aanwezigheid van een verbruiker vast te stellen. Als hij een dergelijke aanwezigheid opmerkt, nodigt hij de verbruiker uit]2 om zijn contractuele situatie binnen de veertig dagen te in orde te stellen, periode waarin de netbeheerder hem minstens eenmaal bezoekt, en met achterlating van een bericht. Bij gebrek aan regularisatie door de afnemer na deze termijn, is de toestemming van de vrederechter voor de afsluiting niet langer vereist.]1 [2 De modaliteiten van het onderzoek ter plaatse worden door Brugel en de distributienetbeheerder in onderling overleg bepaald.]2
  § 5. [1 vijftien dagen na de start van de procedure voor de plaatsing van de vermogensbegrenzer]1, brengt de leverancier het desbetreffende O.C.M.W. op de hoogte [1 [2 ...]2, tenzij het gezin vroeger de mededeling van zijn naam heeft geweigerd overeenkomstig § 1]1. [2 Binnen de veertien dagen na de vraag van het betrokken O.C.M.W. bezorgt de leverancier deze laatste het volledige dossier van de afnemer.]2
  Het O.C.M.W. kan dan een maatschappelijk onderzoek laten uitvoeren bij het gezin waarvan de naam werd meegedeeld, met het doel samen met het gezin een oplossing te vinden voor de betalingsmoeilijkheden waarmee het kampt.
  [1 In de gevallen waarbij het vermogen dat beperkt wordt tot 2.300 watt niet volstaat om de goede werking van gezondheidsapparatuur of bijstand aan personen, de goede werking te verzekeren van een verwarmingssysteem [2 of gecontroleerde mechanische ventilatie]2 van de woonvertrekken, de goede werking van kooktoestellen voor voedsel of om de bevoorrading van warm sanitair water te garanderen, kan het O.C.M.W. [2 ...]2 de leverancier gelasten om het oorspronkelijke vermogen waarover het gezin beschikte te herstellen [2 ...]2. Indien het gezin zich voornamelijk met elektriciteit verwarmt is de procedure voorzien in Hoofdstuk Vbis van de ordonnantie van 1 april 2004 betreffende de organisatie van de gasmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, betreffende wegenisretributies inzake gas en elektriciteit en houdende wijziging van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van toepassing.
   Deze periode wordt gebruikt door het O.C.M.W. om maatregelen van hulp aan het gezin voor te stellen, eventueel met bijstand van een schuldbemiddelingsdienst.]1
  § 6. Het gezin kan vragen dat de begrenzer wordt weggenomen zodra zijn situatie geregulariseerd is of wanneer het reeds de helft van de schuld heeft aangezuiverd in naleving van het aanzuiveringsplan. In dit geval zal de leverancier de begrenzer laten weghalen binnen de 15 dagen na de aanvraag.
  § 7. [1 ...]1 [1 De leverancier laat]1 de vermogensbegrenzer weghalen [1 vanaf de toekenning van uitstel van betaling door de vrederechter of vanaf een akkoord over een aanzuiveringsplan begeleid met]1 een document waarin wordt gesteld dat het O.C.M.W. het gezin begeleidt.
  § 8. Indien het aanzuiveringsplan niet wordt nageleefd, kan de leverancier het vermogen opnieuw laten beperken tot het voorheen begrensde vermogen.
  § 9. De Regering kan de nadere regels van § 1 tot 8. bepalen.
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 30, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (2)<ORD 2018-07-23/07, art. 27, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>

  Art. 25septies.[1 § 1. Vanaf de ingebrekestelling, wordt het gezin dat het vraagt erkend als beschermde afnemer indien het één of meerdere van de volgende voorwaarden vervult :
   1° het geniet van het specifiek sociaal tarief;
   2° het maakt gebruik van een procedure voor schuldbemiddeling met een erkend centrum voor schuldbemiddeling of een collectieve schuldenregeling;
   3° het geniet [2 de verhoogde tussenkomst]2 .
   § 2. - Vanaf de ingebrekestelling, op verzoek van de afnemer en na het sociale onderzoek, kan het O.C.M.W. eveneens het statuut van beschermde afnemer aan het gezin toekennen. Vanaf de verkrijging van dit statuut, brengt het O.C.M.W. de noodleverancier hiervan op de hoogte en wordt de beschermde afnemer door laatstgenoemde beleverd.
   § 3. - Indien het gezin aan geen enkele van de in § 1 van dit artikel opgesomde voorwaarden voldoet, kan het zich vanaf de ingebrekestelling tot Brugel richten om dit statuut te verkrijgen. De toewijzingscriteria houden rekening met de inkomsten en de samenstelling van het gezin. De Regering kan de inkomsten vastleggen die in overweging moeten worden genomen en de procedure door Brugel te volgen procedure voor het verkrijgen van het statuut van beschermde afnemer. Vanaf de verkrijging van dit statuut, brengt Brugel de noodleverancier hiervan op de hoogte en wordt de beschermde afnemer door laatstgenoemde beleverd.
   § 4. - Zodra het gezin het statuut van beschermde afnemer heeft, wordt het contract dat met de leverancier werd gesloten opgeschort en kan de leverancier niet aan de vrederechter de ontbinding van het contract vragen tijdens de duur van de opschorting. Zodra hij het bewijs heeft ontvangen dat de afnemer beschermd is, levert de netbeheerder aan hem als noodleverancier en, [3 en verwijdert elke reeds geplaatste vermogensbegrenzer]3. Het afbetalingsplan kan heronderhandeld worden en wordt door de leverancier aan de noodleverancier meegedeeld.
   § 5. - Elke " beschermde afnemer " is een " kwetsbare consument " in de zin van de Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit.
   § 6. - Zodra het gezin alle schuld heeft aangezuiverd in naleving van het aanzuiveringsplan wordt het gezin niet meer erkend als beschermde afnemer en wordt de opschorting van het in de § 4 van dit artikel bedoelde contract beëindigd.
   Behalve indien er wordt opgezegd overeenkomstig lid 1 of op geschreven verzoek van de afnemer, wordt het statuut van de beschermde afnemer zolang behouden als de afnemer de voorwaarden die vereist worden door de paragrafen 1, 2 of 3 van dit artikel verenigt. De noodleverancier kan, [3 maximaal één keer per jaar]3, van de afnemer eisen dat hij het bewijs hiervan levert binnen de negentig dagen na zijn geschreven verzoek. Na verloop van deze termijn, wordt de opschorting beëindigd en treden alle bepalingen van het contract tussen de leverancier en de afnemer weer in werking.
   Uiterlijk [3 in mei 2020 maakt het Brussels Parlement een kwalitatieve en kwantitatieve evaluatie van de uitvoering van dit artikel. Het Brussels Parlement verricht die evaluatie om de vier jaar en voorafgaand aan elke wijziging van de bescherming die de kwetsbare gebruiker geniet.]3 Die evaluatie bevat ten minste de volgende elementen : het aantal erkende beschermde afnemers per categorie, de kostprijs voor de uitvoering van dit artikel per categorie en de duur van het behoud van het statuut van beschermde afnemer. Met het oog op die evaluatie worden de verschillende actoren die betrokken zijn bij de toekenning van het statuut van beschermde afnemer geraadpleegd.]1
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 31, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (2)<ORD 2014-05-08/36, art. 13, 010; Inwerkingtreding : 21-06-2014>
  (3)<ORD 2018-07-23/07, art. 28, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>

  Art. 25octies.[1 § 1. - Als het afbetalingsplan niet wordt nageleefd en indien de afnemer niet als beschermde afnemer werd erkend, kan de leverancier aan de vrederechter de ontbinding van het contract verbonden met het gezin en de toestemming tot afsluiting door de netbeheerder vragen na het bewijs te hebben geleverd van de naleving van de procedure voorzien in de artikelen 25ter tot 25septies en na handhaving van de levering gedurende een periode van minimum zestig dagen op onafgebroken wijze, vanaf de datum dat de begrenzer werd geplaatst of geacht geplaatst te zijn geweest.
   § 2. - Het verzoek tot ontbinding van het contract en de toestemming tot afsluiting kan worden ingeleid op tegensprekelijk verzoekschrift, overeenkomstig artikel 1034bis van het Gerechtelijk Wetboek.
   Het verzoekschrift bevat de vermelding die bepaalt dat het gezin, teneinde het bedrag dat voor zijn verbruik wordt opgeëist te verifiëren, een afrekening van de verschuldigde sommen en een opname van zijn meter kan laten uitvoeren op kosten van de leverancier, bij gebrek aan een opgenomen meterstand of wanneer de meterstand niet werd meegedeeld door de afnemer en gevalideerd door de distributienetbeheerder, in de laatste drie maanden.
   De distributienetbeheerder voert de opname uit binnen de vijftien dagen vanaf het in vorig lid bedoelde verzoek van het gezin.
   § 3. - De vraag aan de vrederechter wordt door de leverancier aan het O.C.M.W. van de gemeente van de woonplaats van de afnemer meegedeeld, evenals het bewijs van de naleving van de procedure, tenzij het gezin vroeger de mededeling van zijn naam heeft geweigerd overeenkomstig artikel 25sexies, § 1, teneinde het voor het O.C.M.W. mogelijk te maken om in te grijpen.
   § 4. - Ieder vonnis dat de ontbinding van het contract uitspreekt geeft van rechtswege de toelating tot afsluiting door de betrokken distributienetbeheerder, met inbegrip van de toegang tot de meter met bijstand van de openbare macht indien noodzakelijk.
   § 5. [2 Voor het geval dat het gezin op het adres van het verbruik is gedomicilieerd, kan de leverancier slechts laten overgaan tot de afsluiting één maand na enerzijds de betekening aan het gezin van het vonnis van ontbinding en anderzijds de mededeling via schriftelijke of elektronische weg van zijn beslissing om over te gaan tot deze afsluiting in uitvoering van dit vonnis aan het O.C.M.W. van de gemeente waar zijn afnemer gedomicilieerd is, tenzij het gezin voordien de mededeling van zijn naam in toepassing van artikel 25sexies, § 1, geweigerd zou hebben.]2
   § 6. - Zonder afbreuk te doen aan artikel 25sexies, § 4 kan de afsluiting van een gezin niet plaatsvinden tussen 1 oktober en 31 maart, periode tijdens dewelke de levering aan de afnemer, beperkt of niet, door de noodleverancier wordt gewaarborgd. [2 Dat verbod op het afsluiten van een gezin heeft betrekking op de afsluitingsaanvragen na machtiging door de vrederechter en de aanvragen voor de afsluiting van een afnamepunt waarvoor het contract afloopt tijdens de winterperiode. Dit verbod tot afsluiting heeft geen betrekking op afsluitingen om veiligheidsredenen. Wanneer de reden voor de aanvraag tot afsluiting van een afnamepunt het aflopen van het contract tijdens de winterperiode is, zijn de volgende bijzondere regels van toepassing :
   1) aan het einde van de winterperiode wordt de afsluitingsaanvraag uitgevoerd, tenzij de afnemer over een nieuw leveringscontract voor het desbetreffende afnamepunt beschikt;
   2) de noodleverancier past het sociaal tarief toe voor de levering van elektriciteit.]2
   Tussen 1 oktober en 31 maart, in de gevallen waarbij de menselijke waardigheid aangetast wordt omdat er geen elektriciteit geleverd wordt, kan het O.C.M.W. op ieder moment de noodleverancier verplichten te leveren ten laste van de afnemer, beperkt of niet.
   De Regering kan na advies van Brugel de aanvullende regels en voorwaarden vaststellen met betrekking tot de leveringen in de winter van deze paragraaf. Zij kan uitzonderlijk de winterperiode verlengen tot na 31 maart indien het klimaat dat vereist.
   § 7. - De leverancier en de noodleverancier delen onderling en elk semester de staat van de naleving van het afbetalingsplan mee.
   § 8. - Indien de beschermde afnemer echter schulden ten opzichte van de noodleverancier heeft gevestigd, kan deze zijn vorderingen door wettelijke middelen terugvorderen.
   Als de beschermde afnemer zijn afbetalingsplan ten aanzien van zijn leverancier niet naleeft en mits betaling van zijn leveringen aan de noodleverancier, wordt de levering door de noodleverancier, na een periode van zes maanden, beperkt tot een vermogen van 2 300 watt. [2 ...]2 De noodleverancier brengt het O.C.M.W. hiervan op de hoogte. [2 Als de beschermde afnemer gedurende zes opeenvolgende maanden zijn afbetalingsplan na de plaatsing van een vermogensbegrenzer naleeft en zijn leveringen betaalt aan de noodleverancier, kan hij aan de leverancier vragen deze begrenzer te verwijderen.]2
   Als de beschermde afnemer in gebreke blijft van betaling van de noodleverancier, nadat deze hem in gebreke gesteld heeft, deelt deze leverancier aan het O.C.M.W. van de gemeente van het leveringspunt de naam en het adres van de beschermde afnemer mee. Als uiterlijk zestig dagen na de mededeling van de naam van de beschermde afnemer aan het O.C.M.W., deze laatstgenoemde niet aan de noodleverancier heeft laten weten dat deze afnemer bijstand van het O.C.M.W. geniet of niet aan de noodleverancier een voorstel van afbetalingsplan voor alle schulden ten aanzien van de noodleverancier, medeondertekend voor akkoord door de afnemer, heeft overgemaakt, kan de noodleverancier aan de vrederechter de ontbinding van het noodleveringscontract vragen, met bewijs van naleving van de voorziene procedure. Evenzo, kan de noodleverancier de ontbinding van het noodleveringscontract vragen in geval van niet-naleving van het hierboven aangehaalde afbetalingsplan. De ontbinding van het noodleveringscontract heeft van rechtswege de ontbinding van het contract met de oorspronkelijke leverancier tot gevolg. De Regering kan de modaliteiten voor deze procedures vastleggen.]1
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 73, 008; Inwerkingtreding : 01-01-2012>
  (2)<ORD 2018-07-23/07, art. 29, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>

  Art. 25novies.<ingevoegd bij ORD 2006-12-14/45, art. 47; Inwerkingtreding : 01-01-2007> Om aan de afnemers begrijpelijke en onderling vergelijkbare voorstellen te doen, vermeldt de leverancier, ongeacht zijn prijzen en tarieven, in zijn voorstel, duidelijk en afzonderlijk, de eenheidsprijs en de gemiddelde prijs van elke gefactureerde kWh volgens de verkochte hoeveelheden en per tariefcategorie, de periodieke forfaits, de retributies, indexatieformules, de belastingen, de abonnementen en de prijzen van eventuele andere diensten.
  Op voorstel van [1 Brugel]1, stelt de Regering de minimumnormen vast waaraan de documenten van voorstellen van contract en de facturatiedocumenten moeten voldoen.
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>

  Art. 25decies.<ingevoegd bij ORD 2006-12-14/45, art. 47; Inwerkingtreding : 01-01-2007> In geval van verhuizing binnen het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest [2 ...]2, zal de leverancier ervoor zorgen, voor zover dit technisch mogelijk is, dat de gezinnen kunnen genieten van hetzij, hetzelfde contract, hetzij dezelfde contractuele voorwaarden en tariefvoorwaarden als die waarvan zij tot dusver genoten, en dit tot het verstrijken van het lopende contract.
  [1 In geval van verhuis en bij afwezigheid van afsluiting van de meter wordt een tegensprekelijk opname van de meterstand uitgevoerd door de oude en de nieuwe bewoner of door de oude bewoner en de eigenaar van het goed dat beleverd wordt. Hiertoe wordt een verhuisformulier opgesteld en door Brugel aangeboden op haar website. Bij ontstentenis van een tegensprekelijke opname die wordt overgemaakt aan de distributienetbeheerder [2 , per aangetekende brief of elektronisch,]2 of van opname die aan deze werd gevraagd door een leverancier, heeft [2 houdt de netbeheerder rekening met de stand die bezorgd wordt door de nieuwe bewoner aan de hand van een foto van de meter genomen op de dag dat hij op de plaats aankomt]2 de schatting van de effectieve stand die werd uitgevoerd door de distributienetbeheerder bewijskracht tot het tegendeel bewezen is.]1
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 33, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (2)<ORD 2018-07-23/07, art. 30, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>

  Art. 25undecies.<ingevoegd bij ORD 2006-12-14/45, art. 47; Inwerkingtreding : 01-01-2007> Het systeem inzake bescherming van de artikelen 25quinquies tot 25octies [2 evenals de contactgegevens van het Informatiecentrum voor gas- en elektriciteitsconsumenten van artikel 33bis worden vermeld op iedere factuur,]2 herinnering tot betaling of ingebrekestelling van een factuur volgens een model bepaald door de Regering. [2 Deze documenten omvatten ook een exacte en gedetailleerde afrekening van alle van de verbruiker geëiste bedragen, volgens een door Brugel vastgelegd model, inclusief de forfaitaire bedragen geëist bij wijze van kosten voor de herinnering en de ingebrekestelling, in uitvoering van artikel 25sexies, § 2.]2
  De elektriciteitsfacturatie mag niet worden verward met de gasfacturatie. [1 Nochtans mag de elektriciteits- en gasleverancier één enkele factuur verzenden voor de twee soorten energie, waarbij in detail het verbruik wordt vermeld in monetaire eenheden en in energetische eenheden van de twee soorten geleverde energie.]1
  [2 De Regering kan de regels hiervoor bepalen.]2
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 34, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (2)<ORD 2018-07-23/07, art. 31, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>

  Art. 25duodecies.<ingevoegd bij ORD 2006-12-14/45, art. 47; Inwerkingtreding : 01-01-2007> [1 Zonder dat zij op geen enkele wijze mogen discrimineren en met name discriminatie inzake kost, investering en tijd, zien de leveranciers en de tussenpersonen erop toe dat :
   1° wanneer hun afnemers van leverancier wensen te veranderen, met inachtneming van de bepalingen en voorwaarden van de contracten, deze wissel geschiedt binnen een termijn van maximaal drie weken te rekenen vanaf de datum van de vraag van de eindafnemer. De netbeheerders zorgen voor de aangepaste structuren voor de verwezenlijking van deze verplichting;
   2° aan hun eindafnemers alle relevante gegevens verstrekt worden betreffende hun verbruik, evenals het geheel van de persoonlijke gegevens in hun dossiers.
   Bovendien, zien de leveranciers en de tussenpersonen erop toe dat een hoog beschermingsniveau aan hun afnemers wordt verzekerd, met name wat de transparantie van de bepalingen en voorwaarden van de contracten, de algemene informatie en de mechanismen voor de beslechting van geschillen betreft.]1
  Bij elke verandering van leverancier, zijn de kosten van het opnemen van de metermeter ten laste van de leverancier die wordt verlaten.
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 35, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>

  Art. 25tredecies.<ingevoegd bij ORD 2006-12-14/45, art. 47; Inwerkingtreding : 01-01-2007> De sociale bescherming voorzien door [1 de federale wetgeving inzake tarieven voor beschermde afnemers]1 wordt uitgebreid tot de afnemers die worden bevoorraad door de [1 noodleverancier]1 krachtens deze ordonnantie.
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 36, 008; Inwerkingtreding : 01-01-2012>

  Art. 25quattuordecies.<ingevoegd bij ORD 2006-12-14/45, art. 47; Inwerkingtreding : 01-01-2007> § 1. [2 Onder voorbehoud van een federale norm die gunstiger is voor de verbruiker, met name in de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming, en het kaderakkoord van 16 september 2004, bijgewerkt op 11 juni 2008, betreffende de consument in de geliberaliseerde gas- en elektriciteitsmarkt, hebben de nadere regels inzake de voorlichting van de eindgebruikers door de leveranciers tot doel dat de afnemers :
   1° recht hebben op een contract met hun elektriciteitsleverancier waarin zijn opgenomen :
   a) de identiteit en het adres van de leverancier;
   b) de geleverde diensten, de aangeboden kwaliteitsniveaus van de diensten en de benodigde tijd voor de eerste aansluiting;
   c) de aangeboden soorten onderhoudsdiensten;
   d) de wijze waarop de meest recente informatie over alle geldende tarieven en onderhoudskosten kan worden verkregen;
   e) de duur van het contract, de voorwaarden voor verlenging en beëindiging van de diensten en van het contract, en of het toegestaan is het contract kosteloos op te zeggen;
   f) alle vergoedingen en terugbetalingsregelingen die gelden indien de contractuele kwaliteitsniveaus van de diensten niet worden gehaald, met inbegrip van onnauwkeurige en te late facturering;
   g) de methode voor het beginnen van procedures voor de beslechting van geschillen;
   h) informatie over consumentenrechten, met inbegrip van klachtenbehandeling en de in dit punt bedoelde informatie, [4 de contactgegevens (met name het internetadres) van onafhankelijke adviesinstellingen voor de consumenten, van energie-agentschappen of van gelijkaardige instellingen bij wie ze advies kunnen inwinnen over de bestaande maatregelen inzake energie-efficiëntie, de referentieprofielen die met hun energieverbruik overeenstemmen en de technische specificaties van energieapparaten die het verbruik kunnen verminderen,]4 welke duidelijk wordt meegedeeld door middel van de facturen of via de websites van het elektriciteitsbedrijf.
   De contractuele voorwaarden zijn eerlijk en vooraf bekend. In ieder geval wordt deze informatie voorafgaand aan de ondertekening of bevestiging van het contract verstrekt. Indien contracten door middel van tussenpersonen worden gesloten, wordt bovengenoemde informatie eveneens voorafgaand aan de ondertekening van het contract verstrekt;
   2° op toereikende wijze in kennis worden gesteld van ieder voornemen de contractvoorwaarden te wijzigen en op de hoogte worden gesteld van hun recht op opzegging wanneer zij van een dergelijk voornemen in kennis worden gesteld. Dienstverleners stellen hun afnemers op een transparante en begrijpelijke manier rechtstreeks in kennis van tariefstijgingen en doen dit binnen een redelijke termijn die een normale factureringsperiode na het invoeren van de stijging niet overschrijdt. De afnemers zijn vrij om de contracten op te zeggen indien zij de hun door de elektriciteitsleverancier meegedeelde nieuwe voorwaarden niet aanvaarden;
   3° transparante informatie ontvangen over de geldende prijzen en tarieven, waaronder de sociale tarieven, en over de algemene voorwaarden met betrekking tot de toegang tot en het gebruik van elektriciteitsdiensten [4 , op verzoek van de afnemers worden hen tijdig informatie en schattingen met betrekking tot de energiekosten verstrekt in een bevattelijke vorm die hen toelaat aanbiedingen op basis van gelijke criteria te vergelijken]4 ;
   4° een ruime keuze van betalingswijzen wordt aangeboden, die geen enkele categorie afnemers ongegrond discrimineert. Systemen voor vooruitbetaling zijn billijk en vormen een goede afspiegeling van het vermoedelijke maandelijkse verbruik. Ieder verschil in algemene voorwaarden komt overeen met de kosten die de verschillende betalingswijzen voor de leverancier meebrengen. De algemene voorwaarden van de contracten dienen eerlijk en transparant te zijn. Zij zijn gesteld in duidelijke en begrijpelijke taal en bevatten geen niet-contractuele belemmeringen voor het uitoefenen van de rechten van afnemers, zoals overdreven contractuele documentatie. Afnemers worden beschermd tegen oneerlijke of misleidende verkoopmethoden;
   5° geen kosten in rekening worden gebracht indien zij van leverancier veranderen;
   6° de beschikking krijgen over hun verbruiksgegevens en in staat zijn om, met uitdrukkelijke toestemming en kosteloos, elk geregistreerd leveringsbedrijf [4 of aanbieder van energiediensten of [5 leverancier van flexibiliteitsdiensten]5]4 toegang te geven tot hun geregistreerde verbruiksgegevens. De partij die verantwoordelijk is voor het gegevensbeheer is verplicht deze gegevens aan het bedrijf te verstrekken. Brugel legt een gegevensformaat vast, alsook een procedure voor leveranciers en consumenten om toegang te krijgen tot die gegevens. Voor deze dienst mogen de verbruiker geen extra kosten worden aangerekend;
   7° naar behoren worden geïnformeerd [4 , met name via elektronische weg,]4 over hun daadwerkelijk elektriciteitsverbruik en de kosten daarvan, zulks voldoende frequent, minstens eenmaal in een periode van 12 maanden, om hen in staat te stellen hun eigen elektriciteitsverbruik te regelen. Voor de verstrekking van de informatie wordt een voldoende ruime termijn ingesteld, waarbij rekening wordt gehouden met de capaciteit van de meetapparatuur van de afnemer, met het elektriciteitsproduct in kwestie en met de kostenefficiëntie van deze maatregelen. Voor deze dienst mogen de verbruiker geen extra kosten worden aangerekend, het omvat niet het recht om een gratis aanpassing van de meterinrichting of van de periodiciteit van de meteropname te eisen [4 . De leverancier informeert de afnemer proactief over zijn recht om, één keer per trimester een meteropname aan zijn leverancier mee te delen met het oog op het kosteloos verkrijgen van precieze informatie over de facturatie en de actuele energiekost. Slechts een opname die gevalideerd werd door de distributienetbeheerder is geldig voor iedere facturatie, zelfs als de eindafnemer uitgerust is met een elektronische meter]4 [5 of een slimme meter]5 ;
   8° na iedere verandering van elektriciteitsleverancier ten laatste zes weken nadat deze leverancier hiervan in kennis is gesteld een definitieve afsluitingsrekening ontvangen. De nadere regels met betrekking tot de informatie van de eindafnemers door de distributienetbeheerders, de gewestelijke transmissienetbeheerders en de leveranciers, en in het bijzonder betreffende de incidenten en stopzettingen van levering, evenals de nadere regels betreffende het klachtenbeheer, worden vastgelegd door Brugel.]2
  § 2. Onverminderd § 1, behalve indien kan worden aangetoond dat het om een noodsituatie of een situatie met verschillende incidenten gaat, informeren de distributienetbeheerders en de gewestelijke transmissienetbeheerders de gebruikers van het midden- en hoogspanningsnet, evenals hun evenwichtsverantwoordelijke, minimum tien werkdagen van tevoren over het begin en de vermoedelijke duur van de onderbreking. Deze termijn wordt herleid tot vijf werkdagen indien het gaat om de regularisering van een voorlopige herstelling. De evenwichtsverantwoordelijke informeert de leverancier in voorkomend geval.
  § 3. Naast de onder § 2 voorziene informatie maken de transmissienetbeheerder, de distributienetbeheerder en de gewestelijke transmissienetbeheerder binnen de 24 uur de lijst, de duur en de oorzaken bekend op hun website van de geplande of incidentele onderbrekingen die hebben plaatsgevonden op het midden- en hoogspanningsnet. Deze informatie wordt eveneens meegedeeld aan [1 Brugel]1.
  § 4. [2 De leveranciers en de netbeheerders stellen een efficiënte klachtenbehandelingdienst ter beschikking van hun respectieve afnemers waarbij de afnemers genieten van transparante, eenvoudige en gratis procedures. Deze dienst bevestigt de ontvangst van iedere klacht binnen een termijn van vijf werkdagen en verstrekt een met redenen omkleed antwoord binnen twintig werkdagen vanaf de datum van ontvangstbevestiging.
   Deze procedure van buitengerechtelijke geschillenbeslechting laat een billijke en snelle regeling van de geschillen toe binnen een termijn van twee maanden, die wordt aangevuld met, waar dat gerechtvaardigd is, een systeem van terugbetaling en/of vergoeding. Brugel bepaalt de straffen die in geval van niet-naleving van deze verplichting worden opgelopen en kan de modaliteiten bepalen die met betrekking tot de doeltreffendheid van de dienst worden verwacht.]2
  § 5. [5 ...]5
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (2)<ORD 2011-07-20/28, art. 37, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (3)<ORD 2011-07-20/28, art. 37, 008; Inwerkingtreding : 01-01-2012>
  (4)<ORD 2014-05-08/36, art. 14, 010; Inwerkingtreding : 21-06-2014>
  (5)<ORD 2018-07-23/07, art. 32, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>

  Art. 25quindecies. <ingevoegd bij ORD 2006-12-14/45, art. 47; Inwerkingtreding : 01-01-2007> Ten aanzien van de professionele afnemers die minder dan 5 personen in dienst hebben en die aan het distributie- of lokale transmissienet verbonden zijn, is de leverancier verplicht om een herinneringsbrief en een aanmaningsbrief te versturen en om daarna een aanzuiveringplan te onderhandelen voordat hij zijn leveringscontract kan verbreken.

  Art. 25sexiesdecies.[1 § 1. De Regering kan de leveranciers, bij wijze van openbaredienstverplichting, verplichten de doelstellingen en de prestatie-indicatoren met betrekking tot hun prestaties na te leven, in functie van het aantal door hen beleverde afnemers, op basis van een voorstel dat door Brugel wordt geformuleerd na overleg met de leveranciers. Brugel controleert of deze doelstellingen worden nagekomen en publiceert elk jaar op zijn website de respectievelijke prestaties van elke leverancier ten opzichte van deze doelstellingen.]1
   [1 § 2.]1 De Regering kan andere modaliteiten van verplichtingen van openbare dienst bepalen voor wat betreft de regelmatigheid, de kwaliteit en de facturatie van de leveringen.
  ----------
  (1)<ORD 2018-07-23/07, art. 33, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>

  Art. 25septiesdecies.
  <Opgeheven bij ORD 2011-07-20/28, art. 38, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>

  Art. 25octiesdecies. <ingevoegd bij ORD 2006-12-14/45, art. 47; Inwerkingtreding : 01-01-2007> De opdrachten toevertrouwd aan de O.C.M.W.'s door en krachtens deze ordonnantie moeten worden opgevat en worden uitgevoerd onverminderd artikel 109 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en met uitsluiting van elke vorm van administratief toezicht op de beslissingen inzake toekenning van individuele hulp en terugvordering..

  Art. 25noviesdecies.[1 In geval van faillissement of van intrekking van de leveringsvergunning van een leverancier, zal de levering van de eindafnemers door de standaardleverancier worden verzekerd aan de voorwaarden van de standaardlevering voor een maximale duur van een jaar.]1
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 39, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>

  Art. 25vicies.
  <Opgeheven bij ORD 2018-07-23/07, art. 34, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>

  Art. 26.§ 1. Het bezit van een leveringsvergunning afgeleverd op grond van artikel 21, geeft aanleiding tot de inning van een (maandelijkse) bijdrage betaalbaar door natuurlijke en rechtspersonen die de vergunning hebben verkregen, hierna schuldenaars genoemd. <ORD 2004-04-01/50, art. 39, 002; Inwerkingtreding : 06-05-2004>
  (§ 2.) De bijdrage is verschuldigd op (de 1ste dag van elke maand). Zij is betaalbaar tegen (de vijftiende van de volgende maand). <ORD 2004-04-01/50, art. 39, 002; Inwerkingtreding : 06-05-2004>
  (De bijdrageplichtige zal ontheven worden van de bijdrage voor het vermogen dat ter beschikking wordt gehouden van de afnemers voor hun spoorweg-, tram- of metronet.) <ORD 2006-12-14/45, art. 48, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  (§ 3.) De bijdrage wordt berekend op basis van het vermogen dat (...) ter beschikking van de in aanmerking komende eindafnemers wordt gehouden (...), door middel van netten, aansluitingen en directe lijnen van 70 kV of minder, op verbruikslocaties die zich bevinden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. <ORD 2004-04-01/50, art. 39, 002; Inwerkingtreding : 06-05-2004>
  (Voor de hoogspanningsafnemers is het ter beschikking gestelde vermogen het aansluitingsvermogen. Dit is gelijk aan het maximale vermogen, in kVA uitgedrukt, dat ter beschikking wordt gesteld volgens het aansluitingscontract. Bij gebrek aan aansluitingscontract of wanneer het afgenomen vermogen overschreden wordt in verhouding tot het maximale vermogen dat volgens het aansluitingscontract ter beschikking wordt gesteld, dan is het aansluitingsvermogen gelijk aan het maximale vermogen, in kVA uitgedrukt, dat wordt afgenomen tijdens de zesendertig voorafgaande maanden, vermenigvuldigd met een factor 1,2.) <ORD 2004-04-01/50, art. 39, 002; Inwerkingtreding : 06-05-2004>
  Voor de [1 laagspanningsafnemers]1 is het ter beschikking gehouden vermogen het vermogen van hun meter gedeeld door elf. Bij deze ordonnantie wordt een tabel gevoegd met telkens de corresponderende nominale intensiteiten voor weerstand en vermogen.
  (Het vermogen dat voor de berekening van het bedrag van de bijdrage in aanmerking wordt genomen wordt echter begrensd tot 5 MVa per [1 maand ]1.) <ORD 2006-12-14/45, art. 49, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  (§ 4.) (Het maandelijks te innen recht wordt vastgelegd op 0,67 euro per kVa voor de hoogspanning.
  Voor de laagspanning wordt het vastgelegd volgens het volgende barema :
  1° ter beschikking gesteld vermogen kleiner dan of gelijk aan 1,44 kVa : 0,00 euro;
  2° ter beschikking gesteld vermogen tussen :
  1,44 en 6,00 kVa : 0,60 euro
  6,01 en 9,60 kVa : 0,96 euro
  (9,61 en 13,00 kVa : 1,20 euro;
  13,01 en 18,00 kVa : 1,80 euro;
  18,01 en 36,00 kVa : 2,40 euro) <ORD 2006-12-14/45, art. 50, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  36,01 en 56,00 kVa : 4,80 euro
  56,01 en 100,00 kVa : 7,80 euro.) <ORD 2004-04-01/50, art. 39, 002; Inwerkingtreding : 06-05-2004>
  [6 Bovenstaande bedragen worden jaarlijks aangepast aan de consumptieprijsindex. De herziening gebeurt een keer per jaar, op 1 januari van het jaar in de loop waarvan het recht verschuldigd is, volgens de volgende formule :
   Het basisbedrag van het recht wordt vermenigvuldigd met een coëfficiënt verkregen door de consumptieprijsindex van de maand juli van het jaar voorafgaand aan 1 januari van het jaar in de loop waarvan het recht verschuldigd werd te delen door het gemiddelde van de consumptieprijsindexen van het jaar 2001.]6
  (§ 5.) De Regering bepaalt de uitvoeringsmaatregelen van dit artikel. Zij kan namelijk de distributienetbeheerder, de gewestelijke transmissienetbeheerder en de gebruikers van directe lijnen opleggen, hem alle nuttige gegevens omtrent de inning van de bijdrage te laten geworden. <ORD 2004-04-01/50, art. 39, 002; Inwerkingtreding : 06-05-2004>
  De Regering kan de distributienetbeheerder opdragen de schuldenaars een uitnodiging tot betaling van de bijdrage te sturen. Deze uitnodiging omvat met name de opgave van het boekjaar, de berekeningsbasis, het tarief, de vervaldatum voor de betaling en de wijze van betaling van de bijdrage. Het al dan niet verzenden van deze uitnodiging doet echter niets af aan de rechten en plichten van de schuldenaars.
  § 6. [4 De bijdrage wordt gevorderd en opgeëist volgens de regels vervat in de artikelen 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, [5 22, 23 en 23/1]5 van de ordonnantie tot vaststelling van de fiscale procedure in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.]4
  § 7. ([2 De opbrengst van de bijdrage wordt toegewezen aan de fondsen bedoeld respectievelijk in punten 15° en 16° van artikel 2 van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen volgens de volgende verdeling :]2
  1° 5 % aan het " Fonds voor sociale energiebegeleiding " bestemd voor de opdrachten uitgevoerd door de O.C.M.W.'s krachtens Hoofdstuk IVbis van deze ordonnantie en van Hoofdstuk Vbis van de ordonnantie van 1 april 2004 betreffende de organisatie van de gasmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
  2° [2 ...]2;
  3° [2 ...]2;
  4° [2 ...]2.
  [2 2°]2 (oud 5°) [2 95]2 % aan het " Fonds voor energiebeleid " [2 ...]2.
  (§ 8.) De bijdrage is verschuldigd vanaf (de maand januari 2004). <ORD 2004-04-01/50, art. 39, 002; Inwerkingtreding : 06-05-2004>
  § 9. [3 ...]3.
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 40, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (2)<ORD 2011-07-20/28, art. 41, 008; Inwerkingtreding : 01-01-2012>
  (3)<ORD 2011-07-20/28, art. 42, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (4)<ORD 2012-12-21/59, art. 57, 009; Inwerkingtreding : 01-01-2013. Zie art. 70>
  (5)<ORD 2015-12-18/37, art. 12, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (6)<ORD 2018-07-23/07, art. 35, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>

  Art. 26bis. [1 De basisprincipes voor flexibiliteit gebruikt in een georganiseerde energiemarkt respecteren de volgende beginselen :
   1° onverminderd de technische voorschriften opgelegd door de bevoegde overheid, heeft elke eindafnemer het recht om via zijn leverancier of een flexibiliteitsdienstverstrekker van zijn keuze vraagflexibiliteit te valoriseren;
   2° elke leverancier van flexibiliteitsdienst dient de verantwoordelijkheid voor het evenwicht van de flexibiliteit die hij beheert toe te vertrouwen aan een evenwichtsverantwoordelijke;
   3° de distributienetbeheerder beheert de meetgegevens voor het valoriseren van de vraagflexibiliteit van de eindafnemer;
   4° eindafnemers die hun flexibiliteit aanbieden en andere eindafnemers worden op een niet discriminerende wijze behandeld.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij ORD 2018-07-23/07, art. 36, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>
  

  Art. 26ter. [1 De netbeheerder kan op basis van objectieve, transparante en niet-discriminerende criteria de activering van de flexibiliteit beletten of beperken voor een bepaalde duur, met een naar behoren gemotiveerde beslissing.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij ORD 2018-07-23/07, art. 37, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>
  

  HOOFDSTUK V. - (Promotie van groene elektriciteit[1 ...]1.) <ORD 2008-09-04/33, art. 16; Inwerkingtreding : 26-09-2008>
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 43, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>

  Art. 27.<hersteld door ORD 2006-12-14/45, art. 53, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2007> § 1. [3 Om te kunnen genieten van garanties van oorsprong en, desgevallend, van groenestroomcertificaten, maakt de installatie voor de productie van groene stroom op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest het voorwerp uit van een voorafgaande certificatie. De Regering bepaalt de criteria, de procedure en de modaliteiten van deze certificatie.]3
  § 2. De Regering bepaalt de criteria en de procedure voor de toekenning, de erkenning, de herziening en de intrekking van het certificaat van garantie van oorsprong. Deze criteria hebben in het bijzonder betrekking op de mogelijkheid om de daadwerkelijk geproduceerde hoeveelheid elektriciteit te controleren. Voor inrichtingen met laag vermogen kan een vereenvoudigde procedure worden toegepast. De Regering bepaalt de vermogensdrempel beneden dewelke de vereenvoudigde procedure van toepassing is. Het certificaat van garantie van oorsprong vermeldt de energiebron waaruit de elektriciteit werd geproduceerd, het vermogen van de inrichting, de gebruikte technologie en de plaatsen van productie.
  [2 ...]2
  [2 ...]2
  [2 § 2bis. Een garantie van oorsprong stemt overeen met een volume type van 1 MWh [3 groene stroom]3. Hoogstens een garantie van oorsprong wordt uitgegeven voor iedere geproduceerde energie-eenheid.
   De " garantie van oorsprong " die hoort bij de elektrictieit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen en/of kwalitatieve warmtekrachtkoppeling, vermeldt :
   1° de energiebron aan de oorsprong van de productie;
   2° de geproduceerde hoeveelheden;
   3° de data en de plaats van productie;
   4° de naam, de locatie, het type en het vermogen van de installatie;
   5° het type, het bedrag en de geldigheidsperiode van de steun waarvan de installatie en/of de energie-eenheid eventueel heeft genoten;
   6° de datum waarop de installatie in dienst is gesteld;
   7° de datum en het land van uitgifte en een identificatienummer.
   De garanties van oorsprong voor de elektriciteit opgewekt ui kwalitatieve warmtekrachtkoppeling, vermelden tevens de volgende informatie :
   1° de zwakste calorische waarde van de brandstofbron waaruit de elektriciteit werd geproduceerd;
   2° de hoeveelheid nuttige warmte die parallel met de elektriciteit is geproduceerd, en de aanwending ervan;
   3° de hoeveelheid elektriciteit die is geproduceerd door de kwalitatieve warmtekrachtkoppeling;
   4° de besparingen van primaire energie berekend op basis van de geharmoniseerde rendementsreferentiewaarden vermeld in bijlage II, punt f) van de Richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van Richtlijnen 2009/125/EC en 2010/30/EU en houdende intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EC en 2006/32/EC;
   5° het nominaal elektrisch en thermisch rendement van de installatie.
   Teneinde zijn groene levering te bewijzen, dient iedere leverancier [3 periodiek]3 een quota van garanties van oorsprong in bij Brugel. De Regering bepaalt de modaliteiten dienaangaande.]2
  § 3. Indien de onder paragraaf 1 bedoelde producenten er niet in slagen hun hele productie te verkopen, [1 is de leverancier die verantwoordelijk is voor het afname- en/of injectiepunt, verplicht tot [3 zijn beste aanbod doen voor de aankoop]3]1 van de elektriciteitsoverschotten die overeenkomstig paragraaf 1 werden geproduceerd. [3 Het mag geen negatief aanbod of nulprijs betreffen]3.
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 44, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (2)<ORD 2014-05-08/36, art. 16, 010; Inwerkingtreding : 21-06-2014>
  (3)<ORD 2018-07-23/07, art. 38, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>

  Art. 28.<ORD 2006-12-14/45, art. 54, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2007> § 1. Om de productie van groene energie [4 ...]4 op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te bevorderen wordt een systeem van groenestroomcertificaten ingevoerd. [2 Een systeem van overeenkomst tot aankoop van groenestroomcertificaten door de gewestelijke transmissienetbeheerder, met een gegarandeerde minimumprijs van 65 euro, wordt ingevoerd. Iedere persoon die beschikt over een installatie die recht geeft op groenestroomcertificaten beslist jaarlijks of hij al dan niet gebruik maakt van het systeem van overeenkomst tot aankoop.]2 Na advies van [1 Brugel]1, bepaalt de Regering de criteria, de voorwaarden [2 , de procedure voor toekenning van groenestroomcertificaten en het systeem van overeenkomst tot aankoop door de gewestelijke transmissienetbeheerder]2 [4 ...]4. [1 Brugel]1 [2 kent ]2 de groenestroomcertificaten toe op basis van objectieve en niet discriminerende criteria.
  [2 De gewestelijke transmissienetbeheerder brengt op regelmatige tijdstippen deze certificaten op de markt om de kosten verbonden aan deze verplichting te recupereren. Brugel zorgt voor de transparantie en de regelmaat van de verkoop van deze certificaten door de gewestelijke transmissienetbeheerder.
   Desgevallend vormt het netto saldo dat ontstaat uit het verschil tussen de aankoopprijs van het groenestroomcertificaat betaald door de gewestelijke transmissienetbeheerder en de verkoopprijs van dit certificaat op de markt een openbare dienstverplichting. De lijst van aangekochte en verkochte groenestroomcertificaten wordt minstens één keer per jaar door de gewestelijke transmissienetbeheerder aan Brugel meegedeeld. Brugel controleert de verplichtingen van de gewestelijke transmissienetbeheerder die uit dit artikel voortvloeien.]2
  § 2. Iedere leverancier, met uitzondering van de distributienetbeheerder, levert aan [1 Brugel]1 een aantal groenestroomcertificaten af dat overeenstemt met de in deze paragraaf opgelegde jaarlijkse quota, vermenigvuldigd met het geheel van leveringen, uitgedrukt in MWu, in de loop van het jaar aan in aanmerking komende afnemers gevestigd op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en gedeeld door 1 MWu.
  De quota is van :
  1° 2 % voor het jaar 2004;
  2° 2,25 % voor het jaar 2005;
  3° 2,5 % voor het jaar 2006.
  De Regering bepaalt, na advies van [1 Brugel]1, de quota voor de volgende jaren op basis van de evolutie van de groene-elektriciteitsmarkt en van de werking van de vrijgemaakte markt.
  Na advies van [1 Brugel]1, bepaalt de Regering de voorwaarden waaronder de leveranciers door andere overheden uitgegeven groenestroomcertificaten aan [1 Brugel]1 kunnen afleveren, alsook de praktische uitvoeringsregels van deze paragraaf.
  § 3. In geval van, gehele of gedeeltelijke,niet-uitvoering van de verplichting bepaald in § 2, legt [1 Brugel]1 op basis van een dossier voorbereid door [1 haar personeel]1 een boete op aan de betrokken leverancier overeenkomstig artikel 32.
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (2)<ORD 2011-07-20/28, art. 45, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (3)<ORD 2014-05-08/36, art. 17, 010; Inwerkingtreding : 21-06-2014>
  (4)<ORD 2018-07-23/07, art. 39, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>

  Art. 28bis.
  <Opgeheven bij ORD 2011-07-20/28, art. 46, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>

  HOOFDSTUK VI. - Kabels, directe lijnen en installaties.

  Art. 29. § 1. De gewestelijke transmissienetbeheerder heeft het recht kabels en installaties van 36 kV te onderhouden, te vervangen en eventueel aan te leggen, in het kader van het investeringsplan zoals bedoeld in artikel 12, § 2, eerste lid.
  Te dien einde beschikt hij over de rechten en is hij onderworpen aan de verplichtingen bepaald in artikel 13 en volgende van de wet van 10 maart 1925.
  Indien de gewestelijke transmissienetbeheerder geen intercommunale is, wordt het recht om de kabels en installaties aan te leggen zoals bepaald in lid 1, ondergeschikt gemaakt aan het verkrijgen van een vergunning van wegennet, afgeleverd overeenkomstig de artikelen 9 en volgende van de wet van 10 maart 1925.
  § 2. De distributienetbeheerder heeft het alleenrecht om kabels en installaties van minder dan 36 kV te onderhouden, te vervangen en aan te leggen in het kader van het investeringsplan zoals bedoeld in artikel 12, § 2, tweede lid.
  Hij beschikt bovendien over het recht om kabels en installaties van 36 kV te onderhouden, te vervangen en aan te leggen, in het kader van hetzelfde plan.
  De distributienetbeheerder beschikt te dien einde over de rechten en is onderworpen aan de plichten bepaald in artikel 13 en volgende van de wet van 10 maart 1925.
  (§ 3. De netbeheerders beschikken eveneens over het alleenrecht voor plaatsing van de aansluitings- en meetuitrustingen waaruit de aansluiting bestaat.
  Tenzij anders is overeengekomen, behouden de netbeheerders de eigendom van de overeenkomstig dit artikel geplaatste uitrustingen, zonder dat de eigenaar van het gebouw waarin de uitrustingen geïnstalleerd zijn zich kan beroepen op het recht van natrekking.
  § 4. Wanneer de netbeheerder, in overeenstemming met de voorgaande paragrafen, een transformatorcabine plaatst op een privéterrein, dan zal deze plaatsing aanleiding geven tot een schadeloosstelling onder de voorwaarden voorzien in het technisch reglement, voor zover deze cabine, in normale uitbatingwijze, niet bedoeld is om uitsluitend de installaties die aangesloten zijn op het terrein in kwestie van stroom te voorzien.) <ORD 2006-12-14/45, art. 55, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2007>

  Art. 30.§ 1. Directe lijnen met een spanning gelijk aan of kleiner dan 70 kV kunnen worden aangelegd mits de voorafgaande toekenning van een individuele vergunning afgeleverd door de Minister. De vergunning vermeldt de rechten en verplichtingen van de houder.
  § 2. De Regering bepaalt de criteria [1 objectieve en niet-discriminerende]1 en de toekenningsprocedure voor de vergunningen bepaald in § 1. De toekenning van een vergunning is slechts mogelijk na weigering van toegang tot het gewestelijk transmissienet of tot het distributienet. [1 De mogelijkheden van elektriciteitslevering door directe lijnen tast de mogelijkheid om elektriciteitsleveringscontracten te sluiten met de leverancier van zijn keuze niet uit.]1
  § 3. Het aanleggen van een directe lijn ontneemt de leverancier zijn leveringsvergunning zoals bepaald in artikel 21, niet.
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 47, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>

  HOOFDSTUK VIbis. Reguleringsautoriteit. <ingevoegd bij ORD 2006-12-14/45, art. 56; Inwerkingtreding : 01-01-2007>

  Art. 30bis.<ingevoegd bij ORD 2006-12-14/45, art. 56; Inwerkingtreding : 01-01-2007> § 1. Een Reguleringscommissie voor energie wordt opgericht in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, genaamd Brussel Gas Electriciteit, afgekort " BRUGEL ". [2 ...]2.
  [1 Brugel]1 is een [3 autonome instelling die beschikt over een publiekrechtelijke rechtspersoonlijkheid]3. Haar zetel is gevestigd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
  [3 Het Brussels Hoofdstedelijk Parlement stelt het budget van Brugel vast op basis van een voorstel van deze.
   Brugel beheert haar administratief en boekhoudkundig beheer in alle onafhankelijkheid.]3
  § 2. [1 Brugel]1 wordt bekleed met een opdracht tot verlening van advies aan de overheid over de organisatie en de werking van de gewestelijke energiemarkt enerzijds, en met een algemene opdracht van toezicht op en controle van de toepassing van de hiermee verband houdende ordonnanties en besluiten anderzijds.
  [1 Brugel]1 is belast met volgende opdrachten :
  1° het geven van adviezen, studies of gemotiveerde beslissingen, en het indienen van voorstellen in de gevallen die voorzien zijn door deze ordonnantie en door de bovenbedoelde ordonnantie van 1 april 2004 of hun uitvoeringsbesluiten;
  2° op eigen initiatief of op vraag van de Minister of de Regering, het uitvoeren van onderzoeken en studies [4 of het geven van adviezen,]4 betreffende de elektriciteits- en gasmarkt;
  3° het jaarlijks publiceren van een verslag betreffende de resultaten van de controle uitgevoerd door [1 haar personeel]1 over de jaarlijkse rendementen van de uitbatingsinstallaties, bedoeld in artikel 2, 6°bis;
  4° voorstellen doen aan de Regering tot aanpassing van de technische reglementen binnen de grenzen en in de voorwaarden voorzien in artikel 9ter, en een controle uitoefenen op de toepassing ervan;
  5° het opstellen van de voorwaarden voor vergunningen die worden afgeleverd voor de constructie van nieuwe directe lijnen;
  6° [8 een advies verstrekken betreffende de erkenning van een gewestelijk tractienet spoor of een stationsnet;]8
  7° het goedkeuren, elk jaar, van het verslag over de werking van de markt van de groene certificaten en de garanties van oorsprong dat [4 ...]4 wordt opgesteld ten behoeve van de Regering;
  8° het samenwerken met de gewestelijke, federale en Europese regulatoren van de elektriciteits- en de gasmarkt;
  9° het jaarlijks [4 meedelen]4 bij de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van een verslag [4 ...]4 over de uitvoering van zijn verplichtingen [4 , de getroffen maatregelen en de verkregen resultaten ]4, de evolutie van de gewestelijke elektriciteits- en gasmarkt en de naleving van de openbaredienstverplichtingen door de distributienetbeheerder en de leveranciers, in het bijzonder in het domein van de rechten van de huishoudelijke gebruikers. [4 Brugel publiceert binnen de maand van zijn aanneming haar jaarlijkse verslag op haar website]4;
  10° het vervullen van alle andere taken die haar worden toevertrouwd door de ordonnanties en besluiten, verordeningen en beslissingen van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de gasmarkt;
  11° het beschikken over een controlebevoegdheid ter plaatse en deze controles te laten uitoefenen door [1 haar personeel]1;
  12° het publiceren van haar adviezen, studies en beslissingen binnen een termijn van 21 dagen, behalve wat betreft de elementen voor dewelke vertrouwelijkheid vereist is;
  13° het ter beschikking stellen aan de afnemers van instrumenten voor informatie over de situatie van de elektriciteitsmarkt en over de bepalingen van deze ordonnantie met name op basis van de informatie die periodiek aan de leveranciers en distributienetbeheerders wordt gevraagd.
  [4 14° onderzoeken het niveau van transparantie, met inbegrip van groothandelsprijzen, en waken over de naleving van de transparantieverplichtingen door de elektriciteitsbedrijven;
   15° onderzoeken de aangerekende prijzen voor de eindafnemers, inclusief systemen voor vooruitbetaling, overstappercentages, afsluitingspercentages, en klachten van huishoudelijke afnemers;
   16° onderzoeken het vóórkomen van praktijken die grote niet-huishoudelijke afnemers kunnen weerhouden van of hen beperkingen kunnen opleggen met betrekking tot een keuze voor het gelijktijdig sluiten van overeenkomsten met meer dan een leverancier, en in voorkomend geval de Raad voor de Mededinging van dergelijke praktijken in kennis stellen;
   17° [8 toezien op de prestatie-indicatoren die werden vastgelegd op grond van artikel 12, § 4;]8
   18° samen met andere betrokken instanties helpen waarborgen dat de maatregelen ter bescherming van de eindafnemers doeltreffend zijn en gehandhaafd worden;
   19° enerzijds de eindafnemers snel en gratis toegang verlenen tot hun verbruiksgegevens, alsook de mogelijkheid bieden om deze gegevens, met uitdrukkelijke toestemming en kosteloos, ter beschikking te stellen van elk geregistreerd leveringsbedrijf; anderzijds het ter beschikking stellen van een gemakkelijk te begrijpen facultatieve methode voor het voorstellen van deze gegevens.]4
  [6 20° het beheer van de databank van de groenestroomcertificaten en de garanties van oorsprong verzekeren;]6
  [6 21° erop toezien dat er vóór 31 maart 2015, een studie wordt uitgevoerd om de potentiële energie-efficiëntie van de gas- en elektriciteitsinfrastructuren in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te bepalen, in het bijzonder wat betreft regionale transmissie/vervoer, distributie, beheer van de belasting van het net en interoperabiliteit, en de aansluiting van installaties voor energieopwekking; deze studie stelt concrete maatregelen en investeringen vast voor het invoeren van kosteneffectieve verbeteringen van energie-efficiëntie in de netwerkinfrastructuur, met een gedetailleerd tijdschema voor de invoering ervan;]6
  [8 22° de toegang tot, de deelname en de ontwikkeling van flexibiliteitsdiensten faciliteren;
   23° waken over de correcte toepassing van de tarieven voor de gas- en elektriciteitsdistributie die ze heeft goedgekeurd door de distributienetbeheerder en de leveranciers, overeenkomstig de bepalingen van afdeling IIquater van deze ordonnantie en van hoofdstuk IIIbis van de ordonnantie van 1 april 2004 betreffende de organisatie van de gasmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.]8
  De Regering kan deze [4 opdrachten]4 nader bepalen in een besluit.
  § 3. [5 Brugel oefent de volgende bevoegdheden op onpartijdige en transparante wijze uit :
   1° bindende besluiten vast te stellen in verband met [7 bedrijven actief op het gebied van elektriciteit en/of gas]7 in geval van niet-naleving van de bepalingen van deze ordonnantie, de ordonnantie van 1 april 2004 betreffende de organisatie van de gasmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en hun uitvoeringsbesluiten;
   2° onderzoeken uitvoeren naar de werking van de [7 elektriciteit- en gasmarkten]7 en noodzakelijke en evenredige maatregelen opleggen om daadwerkelijke mededinging te bevorderen en de goede werking van de markt te waarborgen. [8 Hiertoe kan het de prestatiedoelstellingen van de marktspelers vastleggen.]8 In voorkomend geval, is Brugel ook bevoegd om samen te werken met de Raad voor de Mededinging en de marktregulators van de financiële markt in het kader van een onderzoek in verband met de mededingingswetgeving;
   3° opvragen bij de beheerders [8 inclusief de beheerders van het gewestelijk tractienet spoor of het stationsnet]8 van informatie die relevant is voor de uitvoering van haar taken, met inbegrip van verklaringen voor de weigering een derde partij toegang te geven [8 hun net aan]8 en informatie over maatregelen die nodig zijn om het net te versterken [8 en om de prestatiedoelstellingen overeenkomstig punt 2° vast te leggen]8;
   4° over passende bevoegdheden om onderzoek te voeren en nodige onderzoeksbevoegdheden met het oog op geschillenbeslechting beschikken;
   5° het advies van ACER verzoeken om na te gaan of een door een regulerende instantie genomen besluit strookt met de in Richtlijn 2009/72/EG of in verordening 714/2009 bedoelde richtsnoeren;]5
  [5 6°]5 zich door een producent, een netbeheerder, de houder van een leveringsvergunning of om het even welke actor op de markt de gegevens en informatie te laten meedelen die ze nodig heeft voor de uitvoering van haar taken;
  [7 7° een tariefmethodologie opstellen voor de elektriciteitdistributie, overeenkomstig de bepalingen van afdeling IIquater van deze ordonnantie en voor de gasdistributie, overeenkomstig hoofdstuk IIIbis van de ordonnantie van 1 april 2004 betreffende de organisatie van de gasmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;]7
  [7 8° beslissen over de goedkeuring van de tarieven voor de elektriciteitsdistributie, overeenkomstig de bepalingen van afdeling IIquater van deze ordonnantie en voor de gasdistributie, overeenkomstig het hoofdstuk IIIbis van de ordonnantie van 1 april 2004 betreffende de organisatie van de gasmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.]7
  Degene aan wie een aanvraag tot mededeling van gegevens of informatie wordt gericht, is verplicht mee te werken binnen de door [1 Brugel]1 meegedeelde termijn. De gegevens of informatie die worden meegedeeld door een producent, een netbeheerder, de houder van een leveringsvergunning of elke andere actor van de markt voor elke activiteit die betrekking heeft op de uitvoering van deze ordonnantie, mogen slechts worden gebruikt in het kader van deze ordonnantie.
  [5 Het Instituut kan in het kader van zijn opdrachten Brugel verzoeken om hem de gegevens te bezorgen die worden meegedeeld op grond van dit paragraaf.]5
  § 4. Tenzij hierover anders wordt beslist in een specifieke bepaling, is [1 Brugel]1 gehouden, indien deze ordonnantie of de uitvoeringsbesluiten ervan het advies van [1 Brugel]1 eisen, om haar advies te geven binnen een termijn van veertig dagen vanaf de datum van ontvangst van de schriftelijke aanvraag. Indien ze geen advies geeft binnen de bovenvermelde termijn, wordt ze geacht een gunstig advies te hebben gegeven.
  [8 § 5. Brugel maakt elk jaar ten laatste op 1 september zijn jaarverslag, zoals bedoeld in § 2, punt 9, over aan het Parlement, evenals een staat van zijn werkingskosten en de wijze waarop deze gedekt worden, inclusief een overzicht van activa/passiva en het verslag van het Rekenhof.
   Dat jaarverslag wordt jaarlijks aan het Parlement voorgelegd. Indien tijdens het jaar waarop het verslag betrekking heeft, wijzigingen in het technisch reglement worden aangebracht, geeft Brugel een gedetailleerde toelichting van die wijzingen en van de redenen tot wijziging.]8
  [8 § 6. De raad van bestuur beschikt over alle beheersbevoegdheden op het vlak van materies die onder de bevoegdheid van Brugel ressorteren.
   De raad van bestuur kan de uitoefening van een van zijn bevoegdheden inzake dagelijks beheer uitbesteden aan de aangeduide coördinator conform § 2. De volgende bevoegdheden kunnen in geen geval worden gedelegeerd :
   1° de goedkeuring van het ontwerp van begroting en rekeningen;
   2° de opmaak en goedkeuring van het personeelsplan;
   3° de opmaak en vastlegging van de tariefstructuur;
   4° de vastlegging en de wijzigingen van de tarifaire methodologieën, de goedkeuring van de tarieven en de tariefsaldi;
   5° de uitoefening van de administratieve sancties en de vastlegging van de penaliteiten;
   6° het voorstellen van wijzigingen, de wijziging en de goedkeuring van de technische reglementen;
   7° de goedkeuring van het advies over de programmavoorstellen en de opdrachtverslagen van de openbaredienstopdracht van distributienetbeheerder;
   8° de goedkeuring van alle adviezen, studies, onderzoek, voorstel of beslissing;
   9° de goedkeuring van de adviezen inzake de investeringsplannen;
   10° het vetorecht tegen de beslissingen die genomen werden binnen het samenwerkingsplatform beoogd in artikel 9ter;
   11° het afleveren, transfereren, vernieuwen of intrekken van een licentie voor levering of van een licentie voor levering van flexibiliteitsdiensten;
   12° de vertegenwoordiging van Brugel ten aanzien van de perskanalen.
   § 7. De raad van bestuur duidt een coördinator aan onder de leden van het leidinggevende personeel. De coördinator neemt alle nodige organisatorische maatregelen voor de goede werking van Brugel en de correcte uitvoering van zijn taken. Hij oefent tevens de bevoegdheden uit die hem worden toevertrouwd door de raad van bestuur onder toezicht van deze laatste.]8
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (2)<ORD 2011-07-20/28, art. 48, 008; Inwerkingtreding : 01-01-2012>
  (3)<ORD 2011-07-20/28, art. 48, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (4)<ORD 2011-07-20/28, art. 49, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (5)<ORD 2011-07-20/28, art. 50, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (6)<ORD 2014-05-08/36, art. 18, 010; Inwerkingtreding : 21-06-2014>
  (7)<ORD 2014-05-08/36, art. 19, 010; Inwerkingtreding : 21-06-2014>
  (8)<ORD 2018-07-23/07, art. 40, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>

  Art. 30ter.[1 § 1. Brugel wordt beheerd door een bestuursraad samengesteld uit vijf bestuurders, waaronder een voorzitter die over de competenties in de sectoren van elektriciteit, gas en water beschikt. De bestuurders worden benoemd door de Regering voor een mandaat van vijf jaar, dat eenmaal hernieuwbaar is. Van die bestuurders is er één specifiek voor de watersector.
   Bij wijze van overgangsmaatregel, in afwachting van de benoeming van de bestuurder met specifieke bevoegdheden voor de watersector, zijn de bestuurders bevoegd om beslissingen te nemen in verband met de bevoegdheid van Brugel betreffende het toezicht op de waterprijs krachtens de ordonnantie van 20 oktober 2006 tot opstelling van een kader voor het waterbeleid.
   De hernieuwing van de mandaten is verschillend in de tijd teneinde tenminste één bestuurder te behouden, met het oog op de verzekering van de continuïteit van Brugel.
   § 2. De bestuurders worden gekozen op voordracht van een jury samengesteld uit een voorzitter en twee assessoren, aangesteld door de Regering op basis van de volgende criteria :
   - één assessor moet beschikken over specifieke kennis in de energiesector : hij moet hiertoe hetzij een hoge functie uitoefenen in de elektriciteits- of gassector, hetzij een hoge functie uitoefenen in de regulering van de netwerkmarkten zoals de telecommunicatie, de spoorwegen of de postdiensten, hetzij behoren tot het academisch personeel van een universiteit of hogeschool;
   - één assessor moet beschikken over specifieke kennis in de watersector : hij moet hiertoe hetzij een hoge functie uitoefenen in de watersector, hetzij behoren tot het academisch personeel van een universiteit of hogeschool;
   - de voorzitter van de jury moet beschikken over kennis in de energie- en watersector;
   - de leden van de jury begrijpen de Nederlandse en de Franse taal;
   - de leden van de jury moeten de onverenigbaarheidsregels van artikel 30quinquies, § 2, betreffende de beheerders van Brugel naleven.
   Een forfaitaire vergoeding van 1.500 euro bruto wordt toegekend aan de leden van de jury voor elke selectieprocedure. De Regering kan deze forfaitaire som aanpassen rekening houdend met het indexcijfer van de consumptieprijzen.
   § 3. Een kandidatuuroproep voor bestuurders wordt in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd alsook in vier Belgische dagbladen die op landelijk niveau verspreid worden; een minimumtermijn van dertig dagen is voorzien tussen de publicatie in het Belgisch Staatsblad en de einddatum voor indiening van de kandidaturen.
   Op basis van het dossier van de kandidaten, doet de jury een eerste selectie. De jury kan besluiten een proef te organiseren die bestaat uit een casestudie, voor de weerhouden kandidaten.
   De weerhouden kandidaten worden door de jury uitgenodigd voor een gesprek.
   Voor iedere functie, kent de jury aan de kandidaten een van de volgende vermeldingen toe :
   A : volledig geschikt voor de functie;
   B : geschikt voor de functie;
   C : niet geschikt voor de functie.
   De selectie gebeurt tussen de kandidaten die vermelding A of B kregen, rekening houdende met hun complementariteit.
   De namen van de niet-weerhouden kandidaten worden niet gepubliceerd.
   § 4. De bestuurders :
   1° vertonen een gedrag dat overeenstemt met de functievereisten;
   2° zijn houder van een masterdiploma uitgereikt door een universiteit of hogeschool, of kunnen een ervaring voorleggen van ten minste 10 jaar binnen het domein van elektriciteit en gas of, voor de bestuurder specifiek voor de watersector, binnen het domein van water;
   3° hebben een goede kennis van de milieu-, sociale, economische en institutionele toestand van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
   4° hebben diepgaande kennis van de elektriciteit en gassector of van de watersector :
   - voor de bestuurders specifiek voor de elektriciteits- en gassector, heeft die kennis betrekking op ten minste een van de volgende aspecten : gastechniek, elektriciteitstechniek, juridische aspecten, organisatie, financiën, bescherming van de verbruiker, mededinging, groene elektriciteit; en zo niet, binnen het domein van de regulering van de netwerkmarkten, zoals de telecommunicatie, de spoorwegen of de postdiensten;
   - voor de bestuurders specifiek voor de watersector, heeft die kennis betrekking op minstens een van de volgende aspecten : juridische aspecten, organisatie, financiën, bescherming van de consument, mededinging en alsook op minstens een van de volgende technische aspecten : drinkwaterdistributie, sanering van afvalwater, alternatief waterbeheer;
   5° beschikken over de capaciteit om de elektriciteits- en gasmarkt of de watersector binnen een stedelijke omgeving te kunnen inschatten, meer bepaald de sociale, economische en milieudimensie;
   6° geven blijk van belangstelling voor het algemene belang, onafhankelijkheid ten opzichte van de spelers van de energiemarkt of wateroperatoren, en de energie- en waterbezorgdheden, met inbegrip van de duurzame ontwikkeling en de milieubescherming;
   7° kunnen in een multidisciplinair team werken;
   8° zijn voldoende beschikbaar om de functie te kunnen uitoefenen, met inbegrip van de voorbereiding van de vergaderingen;
   9° beheersen de Nederlandse en de Franse taal.
   § 5. De voorzitter van de bestuursraad, naast de voorwaarden 1°, 2°, 3°, 5°, 6°, 7°, 8° hierboven vermeld in paragraaf 4 :
   1° heeft diepgaande kennis van de elektriciteits-, gas- en watersector met betrekking tot minstens vijf van de volgende aspecten : gastechniek, elektriciteitstechniek, watertechniek, juridische aspecten, organisatie, financiën, bescherming van de verbruiker, mededinging, groene elektriciteit;
   2° beheerst het Nederlands en het Frans en heeft een passieve kennis van het Engels.]1
  ----------
  (1)<ORD 2017-12-15/25, art. 22, 014; Inwerkingtreding : 12-02-2018>

  Art. 30quater.[1 Brugel komt bijeen telkens haar opdrachten dat vereisen. Zij komt geldig bijeen indien ten minste drie bestuurders aanwezig zijn, waaronder de specifieke bestuurder voor de watersector wanneer een beslissing met betrekking tot de bevoegdheid van Brugel inzake het toezicht op de waterprijs krachtens de ordonnantie van 20 oktober 2006 tot opstelling een kader voor het waterbeleid genomen moet worden. In geval van twee opeenvolgende afwezigheden van deze bestuurder specifiek voor de watersector, wordt het aanwezigheidsquorum geacht bereikt te zijn in aanwezigheid van drie bestuurders.
   Zij spreekt zich uit bij absolute meerderheid van de aanwezige bestuurders. De verhinderde voorzitter duidt zijn vervanger aan. Anders neemt de aanwezige oudste bestuurder in jaren het voorzitterschap waar. Bij staking van stemmen, is de stem van de voorzitter doorslaggevend.]1
  ----------
  (1)<ORD 2017-12-15/25, art. 23, 014; Inwerkingtreding : 12-02-2018>

  Art. 30quinquies.<ingevoegd bij ORD 2006-12-14/45, art. 56; Inwerkingtreding : 01-01-2007> § 1. [2 De regering bepaalt de voorwaarden voor de benoeming en de revocatie van de personeelsleden van Brugel, alsook hun statuut.]2
  § 2. De [1 bestuurders van Brugel]1 mogen [2 , zoals het personeel van Brugel,]2 geen andere functies uitoefenen die de onafhankelijke [2 , meer bepaald hun onafhankelijkheid ten opzichte van ieder commercieel belang in verband met de elektriciteits- en gassector [3 of met de watersector]3,]2 en objectieve uitoefening van hun mandaat [2 of hun functie ]2 op het spel zouden kunnen zetten.
  Zijn onverenigbaar met het mandaat van voorzitter of [1 van bestuurder van Brugel]1, de functies van Minister, Staatssecretaris, lid van een ministerieel kabinet of lid van een parlementaire vergadering, [4 een functie in Brugel of in Leefmilieu Brussel of elke andere instelling van openbaar nut van type A van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest,]4 alsook van om het even welke, al dan niet bezoldigd, activiteit of mandaat ten voordele van een producent, een netbeheerder, een leverancier of een tussenpersoon [2 of aandelen of andere belangen houden in gas- of elektriciteitsondernemingen [3 of in de watersector]3, of werken, met inbegrip van deeltijds of als deskundige, in een gas- of elektriciteitsonderneming [3 of bij een wateroperator]3]2. Bovendien is het verboden om een activiteit of een mandaat uit te oefenen, al dan niet bezoldigd, ten voordele van een producent, een netbeheerder, een leverancier [3 , een wateroperator]3 of een tussenpersoon binnen de twee jaar na het aflopen van het mandaat van voorzitter [1 van bestuurder van Brugel]1.
  § 3. [2 Brugel beschikt over het voldoende personeel om te voldoen aan haar verplichtingen. Het personeel en de bestuurders van Brugel verzoeken, noch aanvaarden rechtstreekse instructies van geen enkele regering of andere openbare of private entiteit in de uitvoering van haar opdrachten in toepassing van § 2 van dit artikel.
   De bestuurders van Brugel kunnen van hun functies tijdens hun mandaat ontheven worden als ze niet meer aan de onafhankelijkheidsvoorwaarden voldoen die door deze ordonnantie worden bepaald of een wettelijke of reglementaire bepaling schenden. Indien een bestuurder van Brugel niet langer aan deze vereisten voldoet of ernstig aan zijn plichten verzaakt, heeft de Regering volle bevoegdheid om onderzoek te voeren en zich uit te spreken over het ontslag van een of meerdere bestuurders van Brugel. De Regering spreekt zich uit met inachtneming van het recht op verweer, na de partijen en, desgevallend, hun raadsheren te hebben gehoord.
   In geval van vrijwillig ontslag van een bestuurder loopt zijn mandaat ten einde na een opzeggingstermijn van maximum drie maanden.]2
  § 4. De voorzitter vertegenwoordigt [1 Brugel]1 bij de nationale, internationale en Europese instanties, alsook in de gerechtelijke en buitengerechtelijke handelingen. De rechtsvorderingen, als eiser en verweerder, worden ingesteld [2 door Brugel]2.
  § 5. [2 De Regering stelt de modaliteiten van de vergoeding van de bestuurders en de regeringscommissarissen vast.]2
  § 6. [2 ...]2.
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (2)<ORD 2011-07-20/28, art. 52, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (3)<ORD 2017-12-15/25, art. 24, 014; Inwerkingtreding : 12-02-2018>
  (4)<ORD 2018-07-23/07, art. 41, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>

  Art. 30sexies.<ingevoegd bij ORD 2006-12-14/45, art. 56; Inwerkingtreding : 01-01-2007> [1 Brugel]1 stelt een huishoudelijk reglement [2 ...]2. [2 Dit wordt op de website van Brugel gepubliceerd. Het bevat de samenstelling en de werkwijze van de Geschillendienst bedoeld in artikel 30novies van deze ordonnantie, alsook het statuut van het personeel dat eraan is verbonden.]2
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (2)<ORD 2011-07-20/28, art. 53, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>

  Art. 30septies.[1 Brugel is onafhankelijk van de Regering. Twee commissarissen worden door de Regering aangewezen en nemen deel aan de vergaderingen van Brugel zonder stemrecht, als waarnemers.]1
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 54, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>

  Art. 30octies.<ingevoegd bij ORD 2006-12-14/45, art. 56; Inwerkingtreding : 01-01-2007> § 1. De regering kan, met hun akkoord, en met het akkoord van de Commissie, de statutaire of contractuele personeelsleden van het Brussels Instituut voor het Beheer van het Milieu belasten met een opdracht bij de Commissie.
  § 2. De Regering bepaalt het aantal opdrachthouders.
  § 3. (Tijdens de duur van zijn opdracht, is de opdrachthouder in dienstactiviteit en blijft hij onderworpen aan het personeelsstatuut van het Brussels Instituut voor Milieubeheer dat op hem van toepassing is.) <ORD 2007-11-29/44, art. 2, 1°, 004; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  § 4. (...) <ORD 2007-11-29/44, art. 2, 2°, 004; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  § 5. Tijdens de duur van de opdracht, voeren de opdrachthouders de taken uit die hen zijn toegekend onder het hiërarchische gezag van de Commissie, (die de nodige informatie voor hun evaluatie aan het Brussels Instituut voor Milieubeheer overmaakt. Het Instituut moet voor de evaluatie nauwgezet rekening houden met deze informatie. De autoriteit van het Instituut dat gemachtigd is om de evaluatie uit te voeren raadpleegt, vóór elk evaluatiegesprek, de functionele meerdere van de Commissie.) <ORD 2007-11-29/44, art. 2, 3°, 004; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  § 6. De opdrachthouder wiens opdracht is beëindigd, wordt opnieuw ter beschikking gesteld van het Instituut.
  § 7. Bovenop zijn bezoldiging kan de opdrachthouders genieten van een opdrachttoelage waarvan het bedrag bepaald wordt door de Regering op voorstel van de Commissie.
  (...) <ORD 2007-11-29/44, art. 2, 4°, 004; Inwerkingtreding : 01-11-2007>
  § 8. De administratieve en geldelijke behandeling van de dossiers van opdrachthouders blijft bij het Instituut.
  § 9. De opdrachthouders zullen bekleed worden met de volgende taken :
  1° het controleren van de jaarlijkse rendementen van de uitbating van de installaties bedoeld in artikel 2, 6°bis en het indienen van een verslag hierover bij de Commissie;
  2° het controleren van de naleving door de netbeheerders van de bepalingen voorzien in de artikelen 3 tot 9ter van deze ordonnantie, in de artikelen 4 tot 10 van de ordonnantie van 1 april 2004 en in de uitvoeringsbesluiten van deze ordonnanties;
  3° het controleren van de naleving door de netbeheerders van de investeringsplannen bedoeld in artikel 12 van deze ordonnantie en in artikel 10 van de ordonnantie van 1 april 2004;
  4° het controleren van de naleving van de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om te worden erkend als groene leverancier;
  5° het controleren van de uitvoering van de openbaredienstverplichtingen bedoeld in Hoofdstuk IVbis van deze ordonnantie en in Hoofdstuk Vbis van bovenbedoelde ordonnantie van 1 april 2004;
  6° het toekennen van [1 de]1 garantie van oorsprong en de certificatie van groene energie-installaties, en het opstellen van een verslag over de werking van de markt van de groene certificaten en van de garanties van oorsprong;
  7° het beheren van het sociaal fonds voor energiebegeleiding bedoeld in artikel 25septiesdecies van deze ordonnantie;
  8° het opstellen van een verslag over de uitvoering van de verplichtingen van de Commissie en de evolutie van de gewestelijke elektriciteits- en gasmarkten;
  9° het vervullen van alle andere taken die hen toevertrouwd worden door de ordonnanties en besluiten, verordeningen en beslissingen van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering inzake de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de gasmarkt;
  10° het ter plaatse raadplegen van alle boekhoudkundige of andere stukken in verband met de bevelen van de Commissie en in verband met de punten 1° tot 6.
  § 10. Voor elke vergadering van de Commissie bereiden de opdrachthouders, samen met de voorzitter van de Commissie, de dossiers voor die worden behandeld tijdens de vergaderingen van de Commissie. Hiervoor informeren zij de voorzitter van de Commissie over dringende beslissingen, voeren zij voorbereidende werken uit die voorzien zijn in het huishoudelijk reglement waarover sprake in artikel 30sexies. "
  
  TOEKOMSTIG RECHT
  
  Art. 30octies. <Opgeheven door ORD 2011-07-20/28, art. 55, 008; Inwerkingtreding : onbepaald; zie ook art. 71, § 2>
  ----------
  (1)<ORD 2014-05-08/36, art. 20, 010; Inwerkingtreding : 21-06-2014>

  Art. 30octies.[1 Brugel streeft, in verband met haar taken, desgevallend in nauw overleg, met de andere betrokken nationale en gewestelijke autoriteiten, met inbegrip van de Raad voor de Mededinging en de federale ombudsman, de volgende doelstellingen na :
   1° de bevordering, in nauwe samenwerking met ACER, eventueel, via andere Belgische regulerende instanties voor gas of elektriciteit, de regulerende instanties van de andere Lidstaten en de Europese Commissie, van een door concurrentie gekenmerkte, zekere en vanuit milieuoogpunt duurzame interne markt voor elektriciteit binnen de Europese Gemeenschap en van een daadwerkelijke openstelling van de markt voor alle afnemers en leveranciers in de Europese Gemeenschap, en waarborgen dat de elektriciteitsnetten op een doeltreffende en betrouwbare manier werken, rekening houdend met doelstellingen op lange termijn;
   2° de ontwikkeling van door concurrentie gekenmerkte en goed functionerende regionale markten binnen de Europese Gemeenschap met het oog op het bereiken van de onder punt 1° genoemde doelstelling;
   3° bijdragen tot de ontwikkeling, op de meest kosteneffectieve manier, van veilige, betrouwbare en efficiënte niet-discriminerende netten die op eindafnemers gericht zijn, de adequaatheid van netten bevorderen, alsmede aansluitend bij de doelstellingen van het algemene energiebeleid, energie-efficiëntie en de integratie van groot- en kleinschalige productie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen en gedistribueerde productie in transmissie- en distributienetten;
   4° de toegang van nieuwe productiecapaciteit tot het net vergemakkelijken, met name door de belemmeringen voor de toegang van nieuwkomers op de markt weg te nemen en de integratie van elektriciteitsproductie uit hernieuwbare energiebronnen;
   5° ervoor zorgen dat de netbeheerders en -gebruikers de nodige stimulansen krijgen, zowel op korte als op lange termijn, om de efficiëntie van netprestaties te verbeteren en de marktintegratie te versterken;
   6° bijdragen tot het bereiken van een hoog niveau van universele en openbare dienstverlening bij het leveren van elektriciteit, tot de bescherming van kwetsbare afnemers en tot de compatibiliteit van de processen voor de uitwisseling van gegevens die nodig zijn voor het veranderen van leverancier.
   Iedere benadeelde partij heeft het recht om een klacht neer te leggen tegen een beslissing van Brugel, een raadpleging of een voorstel van beslissing met het oog op diens heroverweging. Deze klacht heeft geen schorsende werking.]1
  ----------
  (1)<nieuw artikel ingevoegd bij ORD 2011-07-20/28, art. 56, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>

  Art. 30novies.[1 § 1. - Er wordt in de schoot van Brugel een " Geschillendienst " gecreëerd die klachten behandeld :
   1° betreffende de toepassing van deze ordonnantie [2 ,]2 haar uitvoeringsbesluiten [2 en van de geldende MIG]2;
   2° betreffende de toepassing van de ordonnantie van 1 april 2004 betreffende de organisatie van de gasmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, betreffende wegenisretributies inzake gas en elektriciteit en houdende wijziging van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest [2 , van]2 haar uitvoeringsbesluiten [2 en van de geldende MIG]2;
   3° betreffende de werking van de gas- en elektriciteitsmarkten;
   4° met betrekking tot de activiteiten van een leverancier [2 , van een leverancier van flexibiliteitsdiensten]2, netbeheerder of tussenpersoon [2 of van elk bedrijf actief in de elektriciteits- of gassector]2;
   5° betreffende de toekenning van een financiële hulp in het kader van het in artikel 24, § 2 bedoelde programma van uitvoering [2 ...]2.
  [2 6° betreffende de klachten over het gewestelijk tractienet spoor en het stationsnet.]2
   De Geschillendienst is niet bevoegd om de klachten tegen de beslissingen van Brugel te behandelen.
   § 2. - Deze Dienst is samengesteld uit een of meerdere personeelsleden van Brugel die zich kunnen laten bijstaan door andere personeelsleden van Brugel en/of door deskundigen.
   Brugel wijst de leden van haar personeel aan die belast zijn met de Geschillendienst. De leden van deze Dienst moeten onafhankelijk en onpartijdig zijn. Het huishoudelijk reglement voorziet in de modaliteiten die het de leden van deze Dienst mogelijk maken om te handelen in volledige onafhankelijkheid en onpartijdigheid. De personeelsleden van Brugel die worden aangewezen voor deze Dienst genieten specifieke bepalingen met betrekking tot deze onafhankelijkheid, die worden ingevoegd in hun statuut of arbeidsovereenkomst.
   Elke belanghebbende maakt een geschil aanhangig bij de Geschillendienst nadat deze eerst zonder resultaat stappen heeft ondernomen hetzij bij de betroffen gesprekspartner, hetzij bij de dienst klachtenbehandeling van de leveranciers en de netbeheerders.
   De Dienst nodigt de partijen die dit wensen uit om te verschijnen in persoon, vergezeld door hun raadsman of vertegenwoordigd door hem. Hij beveelt iedere onderzoeks- en verhoormaatregel die hij nodig acht.
   In geval van hoogdringendheid, en indien de verzoeker een risico van ernstige en moeilijk herstelbare schade laat gelden, kan de Dienst dwingende voorlopige maatregelen treffen.
   De Geschillendienst wijst haar beslissing binnen de twee maanden nadat de zaak aanhangig werd gemaakt. Deze termijn kan met twee maanden worden verlengd indien de Geschillendienst bijkomende informatie behoeft, of nog met een nieuwe termijn mits het akkoord van de aanklager.
   De beslissingen van de Geschillendienst zijn gemotiveerd en dwingend.
   De beslissingen van de Geschillendienst worden gepubliceerd, met inachtneming van de vertrouwelijke gegevens en/of commercieel gevoelige informatie, op de website van Brugel. Een jaarverslag wordt gepubliceerd en vermeldt met name de nieuwste trends inzake rechtspraak van de Geschillendienst.]1
  [2 § 3. Er kan beroep ingediend worden tegen de beslissingen van de geschillendienst bij de rechtbank van eerste aanleg van Brussel.
   § 4. De Geschillendienst kan in het algemeen belang zijn expertise aanbieden aan de hoven en rechtbank die hierom verzoeken.]2
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij ORD 2011-07-20/28, art. 57, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (2)<ORD 2018-07-23/07, art. 42, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>

  HOOFDSTUK VII. - Sancties.

  Art. 31.§ 1. (Wordt gestraft met een gevangenisstraf van een maand en een boete van 1,20 tot 495 euro, of met één van deze straffen :
  1° al wie zich verzet tegen de controles en onderzoeken van [1 Brugel]1 en van de Regering krachtens deze ordonnantie;
  2° al wie weigert [1 Brugel]1 en de Regering [2 , het Instituut]2 de inlichtingen te verschaffen die hij gehouden is te geven krachtens deze ordonnantie, of wie hun opzettelijk onjuiste of onvolledige inlichtingen verschaft;
  3° al wie de bepalingen van de artikelen 21, eerste lid, 29. en 30 niet naleeft.) <ORD 2006-12-14/45, art. 57, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  § 2. De Regering kan de door haar bepaalde inbreuken op de bepalingen van de uitvoeringsbesluiten van deze ordonnantie, strafbaar stellen met een gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden en een boete van twintigduizend frank of met één van deze straffen alleen.
  § 3. De bepalingen van het eerste Boek van het Strafwetboek [2 ...]2 zijn van toepassing op de inbreuken bedoeld in §§ 1 en 2.
  [2 § 4. Elke inbreuk op de regels van vertrouwelijkheid die door deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten worden afgekondigd, wordt met de straffen voorzien in artikel 458 van het Strafwetboek bestraft. De bepalingen van het eerste Boek van het Strafwetboek zijn van toepassing, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85.]2
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (2)<ORD 2011-07-20/28, art. 58, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>

  Art. 32.<ORD 2006-12-14/45, art. 59, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2007> § 1. Onverminderd de andere maatregelen bepaald in deze ordonnantie of de uitvoeringsbesluiten ervan, kan [1 Brugel]1 elke natuurlijke of rechtspersoon gelasten zich te houden aan de bepalingen van deze ordonnantie of de uitvoeringsbesluiten ervan [3 of van de technische reglementen]3 binnen de termijn die [1 Brugel]1 bepaalt. Als deze persoon in gebreke blijft na het verstrijken van de termijn, kan [1 Brugel]1 hem een administratieve boete opleggen. Deze boete mag, per kalenderdag, niet lager zijn dan 1.239 euro en niet hoger dan 99.157 euro. De totale boete mag niet meer bedragen dan [2 tien]2 procent van de omzet die de betreffende persoon gerealiseerd heeft op de gewestelijke markt voor elektriciteit in de loop van het laatste afgesloten boekjaar, indien dit bedrag hoger zou liggen.
  Dit artikel is niet van toepassing in het geval van een geschil dat betrekking heeft op de betaling van de bijdrage vermeld in artikel 26.
  Er mag geen enkele administratieve boete worden opgelegd voor feiten waarvoor al een vonnis is geveld in laatste instantie op basis van artikel 31.
  § 2. Vooraleer het bedrag van de boete te bepalen, informeert [1 Brugel]1 de betrokken persoon per aangetekend schrijven, en nodigt hem uit [1 Brugel]1 een nota te bezorgen met betrekking tot zijn verdedigingsgronden.
  Het aangetekend schrijven bevat de vermelding van de weerhouden grieven, de overwogen sanctie en de melding dat het dossier kan worden ingekeken, de plaats en de uren waarop dit kan, en dit gedurende de hele termijn bepaald in het derde lid van deze paragraaf. Deze paragraaf zal er ook in vervat zijn.
  De nota [2 wordt Brugel per aangetekend schrijven]2 overgemaakt, binnen de dertig dagen na ontvangst van het schrijven vermeld in het eerste lid.
  [1 Brugel]1 informeert de betrokken persoon over de datum van het voorafgaand verhoor, alsook de plaats en de uren waarop het dossier kan worden ingekeken. Dit laatste kan gebeuren tijdens de tien dagen die het verhoor voorafgaan.
  Deze kennisgeving wordt per aangetekend schrijven verzonden.
  Het voorafgaand verhoor vindt plaats ten vroegste op de twintigste dag na de verzending van het aangetekend schrijven vermeld in vorig lid. De betrokken persoon mag zich laten bijstaan door een advocaat of door deskundigen naar keuze. [1 Brugel]1 stelt een proces-verbaal op van het verhoor, en verzoekt de betrokken persoon deze te tekenen, desgevallend nadat deze er zijn opmerkingen aan heeft toegevoegd.
  [1 Brugel]1 neemt de zaak in beraad na het laatste verhoor. Hij bepaalt de administratieve boete middels een gemotiveerde beslissing en informeert de betrokken persoon binnen de dertig dagen na het laatste verhoor, per aangetekend schrijven. Na deze termijn wordt [1 Brugel]1 geacht definitief af te zien van elke sanctie gebaseerd op de aan de betrokken persoon ten laste gelegde feiten, behalve indien zich nieuwe elementen zouden voordoen.
  De kennisgeving van de beslissing vermeldt de mogelijkheden tot beroep bepaald door de wet en door deze ordonnantie, alsmede de termijn waarbinnen het kan worden ingesteld.
  § 3. Wat betreft de administratieve boete bedoeld in artikel 28, § 3, wordt het bedrag per ontbrekend certificaat vastgesteld op 75 euro voor de jaren 2004, 2005, 2006, en op 100 euro voor de daaropvolgende jaren.
  Elk jaar deelt [1 Brugel]1, bij aangetekend schrijven, op basis van de inlichtingen die hem werden verstrekt, aan de betrokken leverancier het totaal bedrag van de administratieve boete mee die verschuldigd is voor de niet-naleving van de verplichting bepaald in artikel 28, § 2.
  Deze leverancier kan, binnen vijftien dagen na deze mededeling, zijn opmerkingen aan [1 Brugel]1 bezorgen.
  Na onderzoek van de eventuele opmerkingen van debetrokken leverancier, deelt [1 Brugel]1 hem zijn met redenen omklede beslissing inzake het opleggen van een boete mee.
  § 4. [2 ...]2.
  [2 § 4.]2 (oud § 5) De administratieve boete [2 wordt]2 betaald binnen de dertig dagen na de uitspraak [2 ...]2.
  [1 Brugel]1 kan, op verzoek van de betrokken persoon, uitstel van betaling verlenen voor een door haar te bepalen termijn.
  Indien de betrokken persoon in gebreke blijft wat betreft de betaling van de administratieve boete, zal deze worden geïnd door middel van een dwangbevel. De Regering stelt de agenten aan die worden belast met het indienen van aanmaningen en het bevel tot tenuitvoerlegging ervan. De tenuitvoerlegging wordt betekend door een deurwaardersexploot met bevel tot betaling.
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (2)<ORD 2011-07-20/28, art. 59, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (3)<ORD 2018-07-23/07, art. 43, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>

  HOOFDSTUK VIIbis. - [1 Schadevergoedingsregeling]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij ORD 2011-07-20/28, art. 60, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>

  Afdeling 1. - [1 Verschuldigde schadevergoeding voor een lange onderbreking van de levering]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij ORD 2011-07-20/28, art. 60, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>

  Art. 32bis.[1 § 1. - Iedere niet-geplande onderbreking van de levering voor een duur van meer dan zes opeenvolgende uren en die zijn oorsprong vindt op het distributienet of het gewestelijk transmissienet geeft aanleiding tot een schadevergoeding van 100 euro ten voordele van de eindafnemer die aangesloten is op het distributienet of het gewestelijke transmissienet, ten laste van de beheerder van het net dat aan de oorsprong ligt van de onderbreking of het voortduren ervan die hebben plaatsgevonden.
  Deze schadevergoeding is niet door deze verschuldigd in de hypothese dat de onderbreking van de levering en het voortduren ervan gedurende meer dan zes opeenvolgende uren allebei veroorzaakt werden door een geval van overmacht, de daad van een derde of een incident op een stroomafwaarts of stroomopwaarts gekoppeld net.
  § 2. - Om te kunnen genieten van de schadevergoeding bedoeld in paragraaf 1 dient de betrokken eindafnemer, per aangetekende brief, fax of e-mail, een aanvraag in bij de beheerder van het net waarop hij is aangesloten. Deze aanvraag moet worden verzonden binnen de [2 zestig]2 kalenderdagen volgend op het voorvallen van de onderbreking van levering. De afnemer vermeldt daarbij de gegevens die essentieel zijn voor de behandeling van zijn aanvraag.
  § 3. - Binnen de dertig kalenderdagen na de aangetekende brief, fax of e-mail bedoeld in § 2 maakt de beheerder van het net waarop de eindafnemer is aangesloten, de schadevergoeding over op het bankrekeningnummer van de eindafnemer of stelt deze, in voorkomend geval, op de hoogte van het doorgeven van diens aanvraag aan de derde die aan de oorsprong ligt van de onderbreking van de levering voor een duur van meer dan zes opeenvolgende uren.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij ORD 2011-07-20/28, art. 60, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (2)<ORD 2018-07-23/07, art. 44, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>

  Afdeling 2. - [1 Verschuldigde schadevergoeding ten gevolge van een administratieve fout of van een laattijdige aansluiting]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij ORD 2011-07-20/28, art. 60, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>

  Art. 32ter.[1 § 1. - Iedere afwezigheid van elektriciteitslevering die zich voordoet bij schending van de voorschriften van deze ordonnantie of van haar uitvoeringsbesluiten ten gevolge van een administratieve fout die werd begaan door de netbeheerder, verplicht deze netbeheerder om aan de eindafnemer een dagelijkse forfaitaire schadevergoeding van 125 euro te betalen tot aan het herstel van de levering, met een maximum van 1.875 euro. De kosten voor de afsluiting en het herstel worden eveneens gedragen door de betrokken netbeheerder, zonder dat deze kunnen worden verhaald op de eindafnemer.
  § 2. - De eindafnemer richt zijn aanvraag tot schadevergoeding aan de beheerder van het net waarop hij is aangesloten, per aangetekende brief, fax of e-mail, binnen de [2 zestig]2 dagen na het opduiken van de afwezigheid van levering. De eindafnemer vermeldt hierbij de gegevens die essentieel zijn voor de behandeling van de aanvraag.
  De netbeheerder vergoedt de afnemer binnen de dertig kalenderdagen na de ontvangst van de aanvraag tot schadevergoeding.
  Indien de netbeheerder van oordeel is dat de afwezigheid van levering voortkomt uit een fout van de leverancier, brengt hij de afnemer hiervan op de hoogte binnen de dertig dagen na de ontvangst van de aanvraag tot schadevergoeding en verstuurt, binnen dezelfde termijn, de aanvraag aan de leverancier.
  De leverancier is gehouden om de aanvraag tot schadevergoeding te behandelen en om desgevallend deze te storten binnen dezelfde termijnen als deze die van toepassing zijn op de netbeheerders.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij ORD 2011-07-20/28, art. 60, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (2)<ORD 2018-07-23/07, art. 45, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>

  Art. 32quater.[1 § 1. - Zonder afbreuk te doen aan het laatste lid, heeft elke eindafnemer recht op een forfaitaire dagvergoeding ten laste van de netbeheerder als deze de effectieve aansluiting niet heeft gerealiseerd binnen de volgende termijnen :
  1° voor de laagspanningsafnemers, binnen de termijn vermeld in het schrijven dat door de netbeheerder aan de afnemer werd gericht, en waarin de technische en financiële voorwaarden van de aansluiting worden vermeld; tenzij anders overeengekomen begint die termijn te lopen vanaf de betaling van de offerte voor de aansluiting. Voor een eengezinswoning mag deze termijn 20 werkdagen niet overschrijden voor zover de gevraagde aansluitingscapaciteit niet groter is dan 25 kVA en het distributienet in de omgeving van het aansluitingspunt wordt gevestigd en aan dezelfde kant van de rijweg is gelegen;
  2° voor de hoogspanningsafnemers, binnen de termijn vermeld in het ontwerp van aansluiting; tenzij anders overeengekomen begint die termijn te lopen vanaf het terugsturen van het ondertekende aansluitingscontract en de betaling van alle kosten door de aanvrager.
  De verschuldigde dagvergoeding bedraagt 50 euro voor de laagspanningsafnemers en 100 euro voor de hoogspanningsafnemers.
  De schadevergoeding is niet verschuldigd indien de overschrijding van de hierboven bedoelde termijnen te wijten is aan een eventuele vertraging van de bevoegde instanties of een weigering om de gevraagde toelatingen of vergunningen af te leveren of aan een niet-uitvoering door de netgebruiker van de werken op zijn kosten.
  § 2. - De eindafnemer zendt de aanvraag tot schadevergoeding aan de beheerder van het net waarop hij is aangesloten, per aangetekende brief, fax of e-mail, binnen de [2 zestig]2 kalenderdagen na het verstrijken van de termijnen bedoeld in § 1. De eindafnemer vermeldt hierbij de gegevens die noodzakelijk zijn voor de behandeling van zijn aanvraag.
  De netbeheerder vergoedt de afnemer binnen de dertig kalenderdagen vanaf de ontvangst van de aanvraag tot schadevergoeding.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij ORD 2011-07-20/28, art. 60, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (2)<ORD 2018-07-23/07, art. 46, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>

  Afdeling 3. - [1 Schadevergoeding voor de schade die veroorzaakt werd door de onderbreking, de niet-conformiteit of de onregelmatigheid van de levering]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij ORD 2011-07-20/28, art. 60, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>

  Art. 32quinquies. [1 De schade geleden door een eindafnemer die aangesloten is op het gewestelijk transmissie- of distributienet ingevolge de onderbreking, de niet-conformiteit of de onregelmatigheid van de stroomvoorziening, maakt het voorwerp uit van een schadevergoeding door de verantwoordelijke netbeheerder, volgens de modaliteiten bepaald in deze afdeling :
  1° de schadevergoeding is niet verschuldigd wanneer de onderbreking, de niet-conformiteit of de onregelmatigheid van de levering zijn oorsprong vindt in een geval van overmacht, de daad van een derde of een incident op een stroomafwaarts of stroomopwaarts gekoppeld net. Ze is ook niet van toepassing als de onderbreking aan de oorsprong van de schade gepland was of het gevolg is van een onderbreking of een opschorting van de toegang, toegelaten uit hoofde van deze ordonnantie of het ter uitvoering daarvan genomen technisch reglement;
  2° de schadevergoeding is niet verschuldigd in geval van een discontinuïteit in de toevoer die het gevolg is van een micro-onderbreking of in geval van een fluctuatie in de spanning of de frequentie die niet meer bedraagt dan respectievelijk het verschil tussen de gemiddelde spanning en de waarde van de nominale spanning van het net en het verschil tussen de stroomfrequentie en de nominale waarde ervan toegelaten door de norm NBN EN 50160. De distributienetgebruiker moet zijn installaties ongevoelig maken voor dergelijke micro-onderbrekingen of dergelijke fluctuaties of maatregelen treffen om de eventuele schade te beperken;
  3° indirecte en immateriële schade wordt niet vergoed, onder voorbehoud van toepassing van andere toepasselijke wettelijke bepalingen;
  4°de rechtstreekse lichamelijke schade wordt integraal vergoed;
  5° voor de rechtstreekse materiële schade geldt een individuele franchise van 30 euro per schadegeval en is geplafonneerd, per schadeverwekkende gebeurtenis, op 2.000.000 euro voor het geheel van de schadegevallen. Indien het totale bedrag van de schadevergoedingen dit plafond overschrijdt, is de schadevergoeding die verschuldigd is aan de eindafnemer beperkt tot dat bedrag;
  6° de toepassing van het plafond van de schadevergoeding en van de individuele franchise is uitgesloten in geval van bedrog of een zware fout van de netbeheerder.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij ORD 2011-07-20/28, art. 60, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>

  Art. 32sexies. [1 § 1. - De eindafnemer die het slachtoffer is van het schadegeval zoals gedefinieerd in voorgaand artikel meldt de vordering per aangetekende brief, fax of email aan de beheerder van het net waarop hij is aangesloten uiterlijk negentig kalenderdagen vanaf het voorvallen van het schadegeval of ten minste vanaf de datum waarop hij kennis heeft gekregen van het schadegeval indien de kennis die de eindafnemer heeft gekregen voor hem later is, zonder dat de aangifte van het schadegeval meer dan zes maanden na het voorvallen van het schadegeval mag worden gedaan.
  Indien de eindafnemer binnen de termijn bedoeld in voorgaand lid per vergissing de aangifte van het schadegeval heeft gericht aan zijn leverancier, wordt deze geacht te zijn toegestuurd binnen de vereiste termijn. De leverancier verstuurt onverwijld de aangifte van het schadegeval aan de netbeheerder.
  § 2. - De eindafnemer die schade heeft geleden verzendt als bijlage bij zijn aangifte van het schadegeval ieder stuk en ieder document dat toelaat om de werkelijkheid van het schadegeval en de omvang van de geleden schade vast te stellen.
  § 3. - De netbeheerder bevestigt de ontvangst van de aangifte van het schadegeval binnen de vijftien kalenderdagen vanaf de ontvangst van de aangetekende brief, de fax of de e-mail bedoeld in § 1.
  Binnen de zestig kalenderdagen na de verzending van de ontvangstbevestiging brengt hij de eindafnemer op de hoogte van het vervolg dat hij voornemens is te geven aan de aangifte van schadegeval.
  Indien blijkt dat het schadegeval zijn oorsprong niet vindt op zijn net, brengt de netbeheerder de eindafnemer binnen dezelfde termijn en maakt de aangifte over aan de derde die aan de oorsprong ligt van, desgevallend, de onderbreking, de niet-conformiteit of de onregelmatigheid van de levering. Deze laatste volgt de procedure die in deze paragraaf beschreven wordt.
  Desgevallend vergoedt de netbeheerder de eindafnemer binnen de zes maanden na de kennisgeving van een aangifte van schadegeval.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij ORD 2011-07-20/28, art. 60, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>

  Afdeling 3bis. [1 - Schadevergoeding verschuldigd door de netbeheerder in geval van onregelmatige beslissing voor het weigeren of beperken van de activering van de vraagflexibiliteit.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij ORD 2018-07-23/07, art. 47, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>
  

  Art. 32unsexies. [1 Ingeval de netbeheerder beslist om de activering te weigeren of te beperken van de vraagflexibiliteit van een eindafnemer, en dit in strijd met artikel 26ter, maakt het verlies opgelopen door de eindafnemer vanwege deze beslissing het voorwerp uit van een schadevergoeding door de netbeheerder conform de modaliteiten vastgelegd door de Regering, na advies van Brugel.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij ORD 2018-07-23/07, art. 48, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>
  

  Afdeling 4. - [1 Verschuldigde schadevergoeding door de leveranciers en tussenpersonen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij ORD 2011-07-20/28, art. 60, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>

  Art. 32septies.[1 § 1. - Elke onderbreking van de elektriciteitslevering die op verzoek van de leverancier in strijd met de bepalingen van onderhavige ordonnantie of van de uitvoeringsbesluiten ervan wordt uitgevoerd, of ten gevolge van een beheer- of facturatiefout uit hoofde van de leverancier met de procedure voor niet-betaling tot gevolg, verplicht deze om de eindafnemer een forfaitaire schadevergoeding van 125 euro per dag te betalen tot de datum van de aanvraag tot herstel van de levering, wat op onbetwistbare wijze door de leverancier aan de netbeheerder wordt betekend.
  De netbeheerder herstelt de levering binnen de termijn voorzien door het technisch reglement. Bij ontstentenis kan de afnemer beroep doen op de toepassing van artikel 32ter.
  De vergoeding is geplafonneerd op 1.875 euro. De leverancier betaalt ook de kosten voor de sluiting en de herstelling van de stroomverbinding, zonder dat hij deze op de eindafnemer kan verhalen.
  [2 § 1bis. Elke plaatsing of elk behoud van een vermogensbegrenzer die de voorschriften van deze ordonnantie of haar uitvoeringsbesluiten schendt ten gevolge van een administratieve fout begaan door de leverancier, verplicht deze laatste om aan de eindafnemer een forfaitaire schadevergoeding te betalen van 75 euro per dag, tot de begrenzer weggehaald wordt, met een maximumbedrag van 1.125 euro. De kosten voor de plaatsing en de verwijdering van de begrenzer worden eveneens gedragen door de leverancier in kwestie en mogen niet doorgerekend worden aan de betrokken eindafnemer.]2
  § 2. - Behoudens [2 de gevallen bedoeld in §§ 1 en 1bis]2, heeft elke eindafnemer ook recht op een maandelijkse forfaitaire vergoeding van 100 euro per maand ten laste van de leverancier wanneer de overeenkomst niet van kracht kan worden op de datum die de partijen waren overeengekomen omdat de leverancier geen correct gevolg heeft gegeven aan de overeenkomst met de eindafnemer.
  § 3. - De eindafnemer stuurt het verzoek tot schadevergoeding per aangetekende brief, fax of e-mail naar de leverancier, binnen de [2 zestig]2 dagen na, afhankelijk van het geval :
  1° het ontstaan van de onderbreking bedoeld in § 1;
  [2 1bis de plaatsing van een vermogensbegrenzer bij vergissing of van de kennisname door de eindafnemer van de vergissing bij het behoud van een vermogensbegrenzer;]2
  2° de kennisneming door de eindafnemer van de fout in de procedure van leverancierswissel, in toepassing van § 2.
  De eindafnemer vermeldt alle vereiste gegevens voor de verwerking van zijn vraag in zijn aanvraag.
  De leverancier vergoedt de afnemer binnen de dertig kalenderdagen na ontvangst van de aanvraag tot schadevergoeding.
  § 4. - Indien de leverancier oordeelt dat de onderbreking of de fout in de procedure van leverancierswissel uit een fout van de netbeheerder voortvloeit, licht hij de afnemer binnen de dertig kalenderdagen na ontvangst van de aanvraag tot schadevergoeding in en stuurt de aanvraag binnen dezelfde termijn rechtstreeks naar de netbeheerder.
  De netbeheerder moet de aanvraag tot vergoeding behandelen en de schadevergoeding desgevallend storten binnen dezelfde termijnen als deze die voor de leverancier gelden.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij ORD 2011-07-20/28, art. 60, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (2)<ORD 2018-07-23/07, art. 49, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>

  Art. 32octies.[1 § 1. - Elke facturatiefout ten koste van de eindafnemer verplicht de leverancier om deze eindafnemer een schadevergoeding te betalen waarvan het bedrag gelijk is aan dat van de tussentijdse factuur van de afnemer, teruggebracht tot één maand verbruik en voor het lopende jaar en dit, in volgende gevallen :
  1° ofwel wanneer de leverancier de klacht die een eindafnemer per aangetekende brief, fax of e-mail heeft gestuurd om het bedrag te betwisten van de factuur die hij heeft betaald, niet behandeld heeft binnen de dertig kalenderdagen na ontvangst;
  2° ofwel wanneer de leverancier, naar aanleiding van een klacht per aangetekende brief, fax of e-mail van een eindafnemer die de factuur heeft betaald, bevestigt aan de afnemer dat er een facturatiefout werd begaan die verband houdt met een fout in de meteropname, ongeacht de oorsprong, maar zich onthoudt van de verzending van een factuur tot rechtzetting naar de eindafnemer en desgevallend van de verschuldigde terugbetaling binnen de dertig kalenderdagen na de erkenning van de fout, onder voorbehoud van het geval bedoeld in paragraaf 3.
  § 2. - De eindafnemer stuurt een aanvraag tot schadevergoeding naar de leverancier per aangetekende brief, fax of e-mail, binnen de [2 zestig]2 kalenderdagen na de overschrijding van de termijnen voorzien in § 1.
  De eindafnemer vermeldt alle vereiste gegevens voor de verwerking van zijn aanvraag.
  De leverancier vergoedt de afnemer binnen de dertig kalenderdagen na ontvangst van de aanvraag tot schadevergoeding.
  § 3. - Indien de leverancier oordeelt dat de overschrijding van de termijnen bedoeld in § 1 aan de netbeheerder te wijten is, licht hij de eindafnemer binnen de dertig kalenderdagen na ontvangst van de aanvraag tot schadevergoeding in en stuurt de aanvraag binnen dezelfde termijn rechtstreeks naar de netbeheerder.
  De netbeheerder moet de aanvraag tot schadevergoeding behandelen en de vergoeding desgevallend storten binnen dezelfde termijnen als deze die voor de leverancier gelden.
  De vergoeding is niet verschuldigd bij de verkeerde mededeling door de eindafnemer van de gegevens voor het opstellen van de factuur.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij ORD 2011-07-20/28, art. 60, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (2)<ORD 2018-07-23/07, art. 50, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>

  Afdeling 5. - [1 Gemeenschappelijke bepalingen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij ORD 2011-07-20/28, art. 60, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>

  Art. 32novies. [1 § 1. - De bepalingen van de afdelingen 1 tot 4 verhinderen niet de toepassing van andere wettelijke bepalingen. In ieder geval, kan de gecombineerde toepassing van verschillende aansprakelijkheidsregimes niet leiden tot een schadevergoeding van de eindafnemer die het volledige herstel van de geleden schade overtreft.
  § 2. - Teneinde de demarche van de eindafnemer en de behandeling van de aanvragen tot schadevergoeding te vergemakkelijken, stellen de netbeheerders en de leveranciers, elk voor wat hem betreft, op hun websites aanvraagformulieren tot schadevergoeding ter beschikking van eindafnemers. Deze formulieren worden voorafgaandelijk goedgekeurd door Brugel, die deze eveneens publiceert op haar website. Iedere aanvraag tot schadevergoeding wordt tot stand gebracht door middel van deze formulieren.
  § 3. - De netbeheerders stellen iedere vorm van financiële waarborg die hen toelaat om de schadevergoedingen bedoeld in de artikelen 32bis tot 32quinquies te dekken. De last die verbonden is met de gestelde waarborg om de schadevergoedingen in geval van zware fout te dekken zal duidelijk onderscheiden zijn in de rekeningen van de netbeheerder. Vóór 31 maart van elk jaar bezorgen de netbeheerders het bewijs van het bestaan van zulke financiële waarborg aan Brugel.
  De artikelen 32bis tot 32novies worden integraal hernomen in de aansluitingsreglementen en -contracten die van toepassing zijn op de afnemers die aangesloten zijn op het net.
  Vóór 15 mei van ieder jaar maken de netbeheerders een verslag over aan Brugel dat de staat opmaakt van het aantal aanvragen tot schadevergoeding die gestoeld zijn op de artikelen 32bis tot 32quinquies in de loop van het afgelopen jaar, alsook van het vervolg dat daaraan werd gegeven, dat ze bij het in artikel 12, § 4 van deze ordonnantie bedoelde verslag voegen. Brugel stelt te dien einde een model van verslag op.
  Minstens één keer per jaar schrijft de raad van bestuur van de netbeheerder de bespreking van een geactualiseerd verslag in op de agenda met betrekking tot het aantal aanvragen tot schadevergoeding die gestoeld zijn op de artikelen 32bis tot 32quinquies, alsook het gevolg dat eraan werd gegeven.
  § 4. - De bedragen van de schadevergoedingen die in de voorafgaande afdelingen bepaald worden, worden ieder jaar geïndexeerd overeenkomstig het indexcijfer door ze te vermenigvuldigen met het indexcijfer van de consumptieprijzen voor juni van het jaar en door ze te verdelen door het indexcijfer van juni van het jaar dat aan de inwerkingtreding van deze ordonnantie voorafgaat. Brugel publiceert op haar site de geïndexeerde bedragen, afgerond op een hele euro naar boven of naar beneden. ]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij ORD 2011-07-20/28, art. 60, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>

  Art. 32decies. [1 Onverminderd de bepalingen van het technisch reglement voor het beheer van het distributienet betreffende de informatie-uitwisseling en behalve in gevallen waarin de verplichting van aangetekende zending geldt, mogen alle betalingsherinneringen, ontvangstbewijzen, communicaties, mededelingen of andere informatie-uitwisselingen voorzien in deze ordonnantie per e-mail worden verstuurd, tenzij uitdrukkelijk verzet van de bestemmelingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij ORD 2018-07-23/07, art. 51, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>
  

  Art. 32undecies. [1 Alle vormen van verwerking van persoonsgegevens die plaatsvinden in uitvoering van deze ordonnantie moeten in overeenstemming zijn met de toepasselijke reglementering met betrekking tot de bescherming van persoonsgegevens.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij ORD 2018-07-23/07, art. 52, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>
  

  HOOFDSTUK VIII. - Diverse maatregelen en wijzigingsmaatregelen.

  Art. 33.§ 1. Er wordt een " Raad van gebruikers van elektriciteit en gas " opgericht.
  § 2. De Raad heeft als taak advies te verstrekken aan de Regering, hetzij op eigen initiatief hetzij op diens verzoek, betreffende de bescherming van de gebruikers, (openbaredienstverplichtingen en -opdrachten) en het rationeel gebruik van energie (bij de levering en) bij de elektriciteits- en gasdistributie. <ORD 2006-12-14/45, art. 60, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2007>
  § 3. De Raad is samengesteld uit [2 zeventien leden benoemd door de regering, te weten " worden ingevoegd na de woorden]2 :
  1° [2 twee vertegenwoordigers van de Economische en Sociale Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest]2;
  2° [2 twee vertegenwoordigers van de Milieuraad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest]2
  3° acht consumentenvertegenwoordigers,
  4° vijf vertegenwoordigers, voorgedragen door de distributienetbeheerder, de gewestelijke transmissienetbeheerder, de houders van een leveringsvergunning en de lokale producenten [2 ...]2.
  § 4. De Voorzitter van de Raad wordt door de Regering benoemd en gekozen uit de consumentenvertegenwoordigers.
  § 5. Een vertegenwoordiger van de Minister woont alle vergaderingen van de Raad bij en heeft een raadgevende stem.
  § 6. Het secretariaat van de Raad wordt waargenomen door [1 het Instituut ]1.
  § 7. De Regering keurt de statuten en het huishoudelijk reglement en de begroting van de Raad goed.
  § 8. De werkingskosten van de Raad worden gedragen door de begroting voor Energie van het Gewest.
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (2)<ORD 2011-07-20/28, art. 61, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>

  Art. 33bis. [1 § 1. - Teneinde de afnemers zo goed mogelijk te begeleiden en hen informatie te bezorgen over hun rechten, is de Regering belast met de organisatie van een informatiecentrum voor afnemers van gas en elektriciteit, hierna genaamd Informatiecentrum, dat een of meerdere vestigingseenheden kan hebben.
   De Regering kan de organisatie van het Informatiecentrum toevertrouwen aan derden die onafhankelijk zijn van de energieleveranciers en/of -producenten, volgens transparante procedures en waarbij het gelijkheidsbeginsel nageleefd wordt.
   § 2. - Te dien einde heeft het Informatiecentrum de hoofdopdrachten :
   1° om op gepersonaliseerde, onafhankelijke en objectieve manier aan de Brusselse afnemers, waarbij bijzondere aandacht wordt geschonken aan kwetsbare afnemers, alle nodige informatie te bezorgen over hun rechten, de vigerende wetgeving en de verschillende middelen van geschillenbeslechting die hen ter beschikking staan, de bevoegde overheden en de stappen die zij moeten nemen om hun rechten te laten gelden;
   2° om op gepersonaliseerde, onafhankelijke en objectieve manier aan de Brusselse afnemers, waarbij bijzondere aandacht wordt geschonken aan kwetsbare afnemers, informatie te bezorgen betreffende de voorwaarden van de contracten die hen worden voorgesteld, over de stappen die zij moeten nemen om van leveranciers te veranderen en over de sociale bescherming, alsook hen een mogelijkheid te bieden om hen te begeleiden in hun demarches;
   3° om een jaarverslag op te stellen, met name op basis van de activiteit van informatie en raadgeving, met betrekking tot de problemen van toegang tot energie die afnemers ondervinden, waarin een deel wordt opgenomen dat specifiek gewijd is aan de problemen die ondervonden worden door het publiek in een situatie van armoede.
   § 3. - Het Informatiecentrum beschikt over de nodige deskundigheid en over gekwalificeerd personeel.
   § 4. - De Regering kan de opdrachten van het Informatiecentrum, evenals de modaliteiten van samenwerking met andere informatiecentra voor afnemers preciseren.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij ORD 2011-07-20/28, art. 62, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>

  Art. 34.
  <Opgeheven bij ORD 2011-07-20/28, art. 63, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>

  Art. 35.<ORD 2006-12-14/45, art. 64, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2007> § 1. [1 Brugel]1 kan de netbeheerders, de leveranciers en de gebruikers van de netten verzoeken, hem alle gegevens en informatie die nodig zijn voor de uitoefening van zijn functie, te verschaffen, binnen een door hem vastgestelde termijn, met uitsluiting van de gegevens betreffende de huishoudelijke afnemers.
  § 2. De ambtenaren van de [1 het Instituut ]1, de [1 bestuurders van Brugel]1 en [1 het personeel van Brugel]1 mogen de vertrouwelijke gegevens, de gegevens die het mogelijk maken de identiteit te kennen van de afnemers en de commercieel gevoelige gegevens waarvan ze kennis hebben in het kader van hun functie niet vrijgeven, behalve in de gevallen waar ze opgeroepen worden om in rechte te getuigen, onverminderd § 3, en de uitwisseling van informatie met de Belgische en Europese autoriteiten waarin uitdrukkelijk voorzien wordt in wettelijke of verordenende bepalingen.
  Elke inbreuk op het eerste lid wordt bestraft met de straffen waarin voorzien in het artikel 458 van het Strafwetboek.
  § 3. [2 Voor zover zij tot dezelfde vertrouwelijkheid zouden gehouden zijn en daarop dezelfde sancties rusten, kan Brugel aan de andere Belgische reguleringsinstanties en aan het Instituut de vertrouwelijke of commercieel gevoelige gegevens meedelen die zijn nodig hebben om hun bevoegdheid uit te oefenen.]2
  ----------
  (1)<ORD 2011-07-20/28, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>
  (2)<ORD 2011-07-20/28, art. 64, 008; Inwerkingtreding : 20-08-2011>

  Art. 35bis. <Ingevoegd bij ORD 2004-04-01/50, art. 44; Inwerkingtreding : 06-05-2004> Eenieder die een bij deze ordonnantie bepaalde functie dan wel een functie krachtens deze ordonnantie uitoefent, is, overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek, verplicht tot geheimhouding met betrekking tot de naamgegevens of de persoonsgebonden gegevens van de eindafnemers.

  Art. 36. De personen die, bij het in werking treden van deze ordonnantie, titularis zijn van het eigendomsrecht of van een gebruiksrecht van het gewestelijk transmissienet en van het distributienet worden voorlopig aangewezen als respectievelijk gewestelijke transmissienetbeheerder en als distributienetbeheerder.
  Deze aanstellingen eindigen op het ogenblik van de aanstellingen bepaald in artikelen 3 en 6.
  De duur van deze aanstellingen is evenwel begrepen in de termijn van twintig jaar bepaald in de artikelen 3, § 2, eerste lid, en 6, § 2.
  Uiterlijk op 31 december 2002, dienen de netbeheerders hun statuten en bijlagen ervan in overeenstemming te brengen met de bepalingen van deze ordonnantie. Ten laatste op dezelfde datum, dient de vennootschap, aangewezen als gewestelijke transmissienetbeheerder, eveneens haar statuten en bijlagen ervan, in overeenstemming te brengen met de wetsbepalingen.

  Art. 36bis. [1 Afdeling IIquater van Hoofdstuk II en artikel 30bis, § 3, 7° en 8° treden in werking op de dag van de inwerkingtreding van de wet houdende overdracht van de bevoegdheden inzake distributietarieven door de federale wet, behoudens afwijking door de Regering.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij ORD 2014-05-08/36, art. 21, 010; Inwerkingtreding : 21-06-2014>

  Art. 37.[1 De distributienetbeheerder ziet erop toe dat de slimme meters die voor de inwerkingtreding van artikel 24ter geplaatst werden conform dit artikel zijn bij het verstrijken van de termijn bepaald door de Regering.]1
  ----------
  (1)<ORD 2018-07-23/07, art. 53, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>

  Art. 38. Het Hulpfonds vermeld in artikel 8 van de ordonnantie van 11 juli 1991 wordt opgeheven op 1 januari 2004.

  Art. 38bis. <ingevoegd bij ORD 2006-12-14/45, art. 66; Inwerkingtreding : 01-01-2007> De eindafnemers die aangesloten zijn op de distributienetten en op het gewestelijk transmissienetten op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden vrijgesteld van de federale bijdrage die bedoeld is als compensatie voor het inkomensverlies van de gemeenten ten gevolge van de vrijmaking van de elektriciteitsmarkt, waarvan sprake in artikel 6, § 1, VIII, lid 1, 9°bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming van de instellingen.
  De vrijstelling wordt toegekend vanaf 1 januari 2004 (...). <ORD 2008-12-19/59, art. 2, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2007>

  Art. 39. De ordonnantie van 12 december 1991 waarbij begrotingsfondsen worden opgericht, wordt aangevuld met een artikel 3bis dat luidt als volgt : " Art. 3bis. Het Fonds inzake energiebeleid, opgericht krachtens de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is een begrotingsfonds in de zin van artikel 45 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991. ".

  BIJLAGE.

  Art. N. [1 Bijlage 1]1 Bijlage bij artikel 26. Waarden van de ter beschikking gestelde vermogens in functie van de nominale stroomsterkte van de schakelaars en smeltveiligheden.
  Overeenstemming tussen de stroomsterkte en het vermogen van automatische LS-schakelaars.

  
Stroomsterkte2, 230 V3, 230 V3N, 400 V
AVermogen kVAVermogen kVAVermogen kVA
-------------------------------------------------
40,91,62,8
51,22,03,5
61,42,44,2
71,62,84,8
81,83,25,5
92,13,66,2
102,34,06,9
112,54,47,6
122,84,88,3
133,05,29,0
143,25,69,7
153,56,010,4
163,76,411,1
173,96,811,8
184,17,212,5
194,47,613,2
204,68,013,9
214,88,414,5
225,18,815,2
235,39,215,9
245,59,616,6
255,810,017,3
266,010,418,0
276,210,818,7
286,411,219,4
296,711,620,1
306,912,020,8
317,112,321,5
327,412,722,2
337,613,122,9
347,813,523,6
358,113,924,2
368,314,324,9
378,514,725,6
388,715,126,3
399,015,527,0
409,215,927,7
419,416,328,4
429,716,729,1
439,917,129,8
4410,117,530,5
4510,417,931,2
4610,618,331,9
4710,818,732,6
4811,019,133,3
4911,319,533,9
5011,519,934,6
5111,720,335,3
5212,020,736,0
5312,221,136,7
5412,421,537,4
5512,721,938,1
5612,922,338,8
5713,122,739,5
5813,323,140,2
5913,623,540,9
6013,823,941,6
6114,024,342,3
6214,324,743,0
6314,525,143,6
64 25,544,3
65 25,945,0
66 26,345,7
67 26,746,4
68 27,147,1
69 27,547,8
70 27,948,5
71 28,349,2
72 28,749,9
73 29,150,6
74 29,551,3
75 29,952,0
76 30,352,7
77 30,753,3
78 31,154,0
79 31,554,7
80 31,955,4
81 32,356,1
82 32,756,8
83 33,157,5
84 33,558,2
85 33,958,9
86 34,359,6
87 34,760,3
88 35,161,0
89 35,561,7
90 35,962,4
91 36,363,0
92 36,763,7
93 37,064,4
94 37,465,1
95 37,865,8
96 38,266,5
97 38,667,2
98 39,067,9
99 39,468,6
100 39,869,3


  Overeenstemmende vermogens voor smeltveiligheden
  Wanneer men een smeltveiligheid gebruikt, wordt de nominale stroomsterkte, vermeerderd met X %, beschouwd als de waarde van het kaliber van de overeenkomende automatische schakelaar.
  X = 50 % voor smeltveiligheden kleiner dan 16 A
  X = 25 % voor smeltveiligheden groter dan of gelijk aan 16 A.
  ----------
  (1)<ORD 2018-07-23/07, art. 54, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>
  

  Art. N2.[1 Bijlage 2 betreffende hoogrenderende warmtekrachtkoppeling]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij ORD 2018-07-23/07, art. 54, 016; Inwerkingtreding : 30-09-2018>
  
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze ordonnantie af, bevelen dat ze in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 19 juli 2001.
De Minister-Voorzitter van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Stadsvernieuwing en Wetenschappelijk Onderzoek,
F.-X. de DONNEA
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Openbare Werken, Vervoer, Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp,
J. CHABERT
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Tewerkstelling, Economie, Energie en Huisvesting,
E. TOMAS
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Financiën, Begroting, Openbaar Ambt en Externe Betrekkingen,
G. VAN HENGEL
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Leefmilieu en Waterbeleid, Natuurbehoud, Openbare Netheid en Buitenlandse Handel,
D. GOSUIN

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Brusselse Hoofdstedelijke Raad heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
BEELD
  • ORDONNANTIE (BRUSSEL) VAN 23-07-2018 GEPUBL. OP 20-09-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2; 7; 9; 9bis; 9ter; 9quater; 9quinquies; 9septies; 12; 13; 16; 21; 21bis; 23; 23bis; 23ter; 23quater; 24; 24bis; 24ter; 25bis; 25ter; 25sexies; 25septies; 25octies; 25decies; 25undecies; 25quattuordecies; 25sexiesdecies; 25vicies; 26; 26bis; 26ter; 27; 28; 30bis; 30quinquies; 30nonies; 32; 32bis; 32ter; 32quater; 32unsexies; 32septies; 32octies; 32decies; 32undecies; 37; N)
  • BEELD
  • ORDONNANTIE (BRUSSEL) VAN 03-05-2018 GEPUBL. OP 18-05-2018
    (GEWIJZIGD ART. : 24bis) Inwerkingtreding nader te bepalen
  • BEELD
  • ORDONNANTIE (BRUSSEL) VAN 15-12-2017 GEPUBL. OP 14-03-2018
    (GEWIJZIGD ART. : 24bis)
  • BEELD
  • ORDONNANTIE (BRUSSEL) VAN 15-12-2017 GEPUBL. OP 02-02-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 30ter; 30quater; 30quinquies; )
  • BEELD
  • ORDONNANTIE (BRUSSEL) VAN 23-12-2016 GEPUBL. OP 08-02-2017
    (GEWIJZIGD ART. : 24bis)
  • BEELD
  • ORDONNANTIE (BRUSSEL) VAN 12-12-2016 GEPUBL. OP 03-02-2017
    (GEWIJZIGD ART. : 24bis)
  • BEELD
  • ORDONNANTIE (BRUSSEL) VAN 18-12-2015 GEPUBL. OP 30-12-2015
    (GEWIJZIGD ART. : 26)
  • BEELD
  • ORDONNANTIE (BRUSSEL) VAN 08-05-2014 GEPUBL. OP 11-06-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2; 3; 5; 6; 9ter-9octies; 12; 16; 24bis; 25; 25septies; 25quattuordecies; 25vicies; 27; 28; 30bis; 30octies; 36bis)
  • BEELD
  • ORDONNANTIE (BRUSSEL) VAN 21-12-2012 GEPUBL. OP 08-02-2013
    (GEWIJZIGD ART. : 26)
  • BEELD
  • ORDONNANTIE (BRUSSEL) VAN 20-07-2011 GEPUBL. OP 10-08-2011
    (GEWIJZIGD ART. : 30octies)
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 3; 4; 5; 6; 7; 9; 9ter; 12; 16; 22; 23; 24bis; 25; 25bis; 25octies; 25novies; 25quattuordecies; 25noviesdecies; 28; 30bis-30octies; 31; 32; 34; 35; 1; 2; 5; 7; 8; 9; 9bis; 9ter; 10; 12; 13; 15; 16; 17; 20; 21; 22; 23; 24bis; 24ter; 25; 25bis-25octies; 25decies; 25undecies-25quattuordecies; 25septies; 25noviesdecies; 26; 27; 28; 28bis; 30; 30bis; 30ter; 30quater; 30quinquies-30octies; 30novies; 31; 32; 32bis-32novies; 33; 33bis; 34; 35)
  • BEELD
  • ORDONNANTIE (BRUSSEL) VAN 30-04-2009 GEPUBL. OP 05-05-2009
    (GEWIJZIGDE ART. : 24BIS; 26)
  • BEELD
  • ORDONNANTIE (BRUSSEL) VAN 19-12-2008 GEPUBL. OP 14-01-2009
    (GEWIJZIGD ART. : 38BIS)
  • BEELD
  • ORDONNANTIE (BRUSSEL) VAN 04-09-2008 GEPUBL. OP 16-09-2008
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2; 8; 15; 21; 24; 24BIS; 25)
    (GEWIJZIGDE ART. : 25NOVIESDECIES; 26; 28BIS)
  • BEELD
  • ORDONNANTIE (BRUSSEL) VAN 29-11-2007 GEPUBL. OP 19-12-2007
    (GEWIJZIGD ART. : 30OCTIES)
  • BEELD
  • ORDONNANTIE (BRUSSEL) VAN 14-12-2006 GEPUBL. OP 09-01-2007
    (GEWIJZIGDE ART. : 2-9; 9BIS; 9TER; 10-13; 16; 18; 20)
    (GEWIJZIGDE ART. : 21-24; 24BIS; 24TER; 25; 25BIS; )
    (GEWIJZIGDE ART. : 25TER-25OCTIESDECIES; 26; 27; )
    (GEWIJZIGDE ART. : 28; 29; 30BIS-30OCTIES; 31-35; )
    (GEWIJZIGDE ART. : 37; 38BIS)
  • BEELD
  • ORDONNANTIE (BRUSSEL) VAN 01-04-2004 GEPUBL. OP 26-04-2004
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2; 9; 11; 13; 14; 16; 19; 23; 24)
    (GEWIJZIGDE ART. : 26; 27; 28; 32; 35; 35BIS)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Gewone zitting 2000-2001. Documenten van de Raad. - Ontwerp van ordonnantie, A - 192/1. - Verslag, A - 192/2. - Amendementen na verslag, A - 192/3. Volledig verslag. - Bespreking en aanneming. Vergadering van vrijdag 13 juli 2001.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 83 uitvoeringbesluiten 15 gearchiveerde versies
    Franstalige versie