J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 177 uitvoeringbesluiten 46 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1999/04/29/1999011160/justel

Titel
29 APRIL 1999. - Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt
(NOTA : artikelen gewijzigd in de toekomst bij W 2017-07-31/04, art. 9-14; Inwerkingtreding : onbepaald)
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 11-05-1999 en tekstbijwerking tot 03-04-2018)

Bron : ECONOMISCHE ZAKEN
Publicatie : 11-05-1999 nummer :   1999011160 bladzijde : 16264   BEELD
Dossiernummer : 1999-04-29/42
Inwerkingtreding : 02-06-1999 (ART. 2)    ***    onbepaald (Art.26-Art.29)    ***    02-06-1999 (Art.18)    ***    02-06-1999 (ART. 25)    ***    onbepaald (Art.6,§3)    ***    onbepaald (Art.22,§3)    ***    02-06-1999 (Art.24,§2)    ***    02-06-1999 (ART. 10,§1 - ART. 10,§2)    ***    onbepaald (Art.23,§3)    ***    onbepaald (Art.24,§1)    ***    onbepaald (Art.24,§3)    ***    02-06-1999 (Art.20,§1)    ***    02-06-1999 (ART. 4,§3)    ***    02-06-1999 (Art.36-Art.37)    ***    onbepaald (Art.14)    ***    onbepaald (Art.10,§3)    ***    02-06-1999 (ART. 16,§1 - ART. 16,§4)    ***    02-06-1999 (Art.30,§1,1)    ***    02-06-1999 (Art.24,§3,L1)    ***    onbepaald (Art.20,§2)    ***    onbepaald (Art.30,§1)    ***    02-06-1999 (ART. 30§1,1$)    ***    onbepaald (Art.8)    ***    02-06-1999 (Art.23,§1)    ***    02-06-1999 (Art.19)    ***    onbepaald (Art.23,§2)    ***    02-06-1999 (ART. 7)    ***    onbepaald (Art.33-Art.35)    ***    02-06-1999 (ART. 30,§2 - ART. 30§3)    ***    02-06-1999 (Art.20,§3-Art.20,§4)    ***    onbepaald (Art.11)    ***    02-06-1999 (ART. 9)    ***    02-06-1999 (Art.17,§2)    ***    02-06-1999 (ART. 4,§2)    ***    onbepaald (Art.13)    ***    02-06-1999 (ART. 36 - ART. 37)    ***    onbepaald (Art.17,§1)    ***    onbepaald (Art.31)    ***    onbepaald (Art.3)    ***    02-06-1999 (Art.30,§2-Art.30,§3)    ***    onbepaald (Art.4,§1)    ***    onbepaald (Art.15)    ***    02-06-1999 (Art.21)    ***    onbepaald (Art.16,§5)    ***    02-06-1999 (Art.22,§1-Art.22,§2)    ***    onbepaald (Art.17,§3)    ***    onbepaald (Art.5)    ***    02-06-1999 (ART. 12)    ***    02-06-1999 (ART. 6,§2)    ***    02-06-1999 (Art.32)    ***    02-06-1999 (Art.25)    ***    onbepaald (Art.6,§1)    ***    02-06-1999 (ART. 32)

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Algemeen.
Art. 1-2
HOOFDSTUK II. - Productie.
Art. 3-4, 4bis, 4ter, 5, 5bis, 6, 6/1, 6/2, 7
HOOFDSTUK IIbis. - [1 Strategische reserve]1
Art. 7bis, 7ter, 7quater, 7quinquies, 7sexies, 7septies, 7octies, 7novies
HOOFDSTUK III. - Beheer van het transmissienet.
Art. 8-9, 9bis, 9ter, 9quater, 10-11, 11bis, 12, 12bis
Art. 12bis VLAAMS GEWEST
Art. 12ter
Art. 12ter VLAAMS GEWEST
Art. 12quater
Art. 12quater VLAAMS GEWEST
Art. 12quinquies, 12sexies, 12septies, 12octies, 12novies, 13, 13/1, 14
HOOFDSTUK IIIbis. [1 - Toegang tot niet-actieve infrastructuur met het oog op de aanleg van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid en coördinatie van civieltechnische werken]1
Art. 14/1, 14/2, 14/3, 14/4, 14/5
HOOFDSTUK IV. - Toegang tot het transmissienet, directe lijnen, invoer.
Art. 15-18, 18bis
Art. 18bis VLAAMS GEWEST
Art. 18ter, 19
HOOFDSTUK IVbis. [1 - Vraagbeheer.]1
Art. 19bis, 19ter
HOOFDSTUK V. - Tarifering, openbare dienstverplichtingen, boekhouding.
Art. 20, 20bis, 20ter, 20quater, 21, 21bis, 21ter, 21quater, 22
HOOFDSTUK Vbis. - Federale bijdrage die strekt tot de compensatie van de inkomstenderving van de gemeenten ingevolge de liberalisering van de elektriciteitsmarkt. <Ingevoegd bij W 2004-12-27/30, art. 230, Inwerkingtreding : 01-05-2004>
Art. 22bis
HOOFDSTUK VI. - Reguleringsinstantie, geschillenregeling.
Art. 23, 23bis, 23ter, 23quater, 24-29
HOOFDSTUK VIbis. - Rechtsmiddelen tegen de beslissingen genomen door de Commissie. <ingevoegd bij W 2005-07-27/32, art. 2 ; Inwerkingtreding : 01-02-2006>
Afdeling 1. - Geschillen die ressorteren onder de bevoegdheid van het [1 Marktenhof]1. <ingevoegd bij W 2005-07-27/32, art. 2 ; Inwerkingtreding : 01-02-2006>
Art. 29bis
Afdeling 2. - Geschillen die ressorteren onder de bevoegdheid van de [1 Belgische Mededingingsautoriteit]1. <ingevoegd bij W 2005-07-27/32, art. 2 ; Inwerkingtreding : 01-02-2006>
Art. 29ter, 29quater, 29quinquies
HOOFDSTUK VIter. - [1 Adviesraad Gas en Elektriciteit.]1
Art. 29sexies
HOOFDSTUK VIquater. - Openbaarheid van de beslissingen van de Commissie. <ingevoegd bij W 2005-07-20/41, art. 69 ; Inwerkingtreding : 01-02-2006>
Art. 29septies, 29octies, 29novies
HOOFDSTUK VII. - Sancties, opheffings- en slotbepalingen.
Art. 30, 30bis, 30ter, 31, 31/1, 31/2, 31/3, 32-36, 36bis, 37-38

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Algemeen.

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

  Art. 2.Voor de toepassing van deze wet moet worden verstaan onder :
  1° " producent " : elke natuurlijke of rechtspersoon die elektriciteit produceert, met inbegrip van elke zelfopwekker;
  2° " zelfopwekker " : elke natuurlijke of rechtspersoon die hoofdzakelijk voor eigen gebruik elektriciteit produceert;
  3° " warmtekrachtkoppeling " : de gecombineerde productie van elektriciteit en warmte;
  (3°bis " kwalitatieve warmte-krachtkoppeling " : gecombineerde productie van elektriciteit en warmte en ontworpen in functie van de warmtebehoeften van de klant en die leidt tot energiebesparingen in vergelijking met de afzonderlijke productie van dezelfde hoeveelheid warmte en elektriciteit in moderne referentieinstallaties bepaald op basis van de criteria van elk Gewest;
  3°ter " tarieven voor hulpelektriciteit " : de tarieven voor hulpelektriciteitzijn deze die verband houden met de levering van elektriciteit in geval van defect van productie-eenheden;) <W 2001-12-30/30, art. 80, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  4° [1 " hernieuwbare energiebronnen " : de hernieuwbare niet-fossiele energiebronnen (wind, zon, geothermische warmte, golfslag, getij, waterkracht, biomassa, stortgas, gas van afvalwaterzuiveringsinstallaties en biogassen);]1
  (4°bis "groenestroomcertificaat" : een immaterieel goed dat aantoont dat een producent een aangegeven hoeveelheid stroom geproduceerd met aanwending van hernieuwbare energiebronnen heeft opgewekt binnen een bepaalde tijdsduur;) <W 2003-03-20/49, art. 11, 008; Inwerkingtreding : 04-04-2003>
  5° " broeikasgassen " : de gassen die in de atmosfeer infrarode straling absorberen en weer uitstralen en inzonderheid koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4), stikstofoxide (N2O), hydrofluorocarbon (HFC), perfluorocarbon (PFC) en zwavelhexafluoride (SF6);
  6° [1 transmissie " : transmissie van elektriciteit langs het gekoppeld extra hoogspannings- en hoogspanningsnet, met het oog op de belevering van eindafnemers of distributienetbeheerders, de levering zelf niet inbegrepen;]1
  7° [1 " transmissienet " : het nationaal gekoppeld extra hoogspannings- en hoogspanningsnet voor elektriciteit dat, met het oog op de belevering van eindafnemers of distributienetbeheerders, de levering zelf niet inbegrepen, de bovengrondse lijnen, ondergrondse kabels en installaties omvat die dienen voor de transmissie van elektriciteit van land tot land die door een interconnector verbonden zijn, de transmissie van elektriciteit uitgewisseld door de producenten, de eindegebruikers en de distributienetbeheerders die in België zijn gevestigd en voor de transmissie van elektriciteit uitgewisseld op het net dat gelegen is in de zeegebieden waarover België zijn jurisdictie kan uitoefenen, evenals voor de interconnector tussen elektriciteitscentrales en tussen elektriciteitsnetten;]1
  (7°bis [1 " interconnector "]1 : uitrustingen die worden gebruikt om de transmissie- en distributienetten onderling te koppelen;) <W 2005-06-01/32, art. 2, 010; Inwerkingtreding : 24-06-2005>
  [8 7° ter "Modular Offshore Grid": de kabels en installaties voor de transmissie van elektriciteit in de zeegebieden waarin België zijn rechtsmacht kan uitoefenen overeenkomstig het internationaal zeerecht, bedoeld in artikel 13/1, die het geheel van de volgende installaties omvatten:
   a) de installaties voor de transmissie van elektriciteit binnen de volgende coördinatenperimeter: WGS84:
   Latitude: 51 ° 35 537042' N; Longitude: 002° 55 131361' E, met uitzondering van de installaties bestemd voor de behoeften van één enkele netgebruiker;
   b) de installatie voor de transmissie van elektriciteit, "offshore switch yard" genoemd, en de uitrustingen ervan;
   c) de kabels die de offshore switch yard verbinden met de installaties bedoeld in a);
   d) de kabels die de installaties bedoeld in a) verbinden met de overeenstemmende kabelaanlanding op het strand van Zeebrugge;
   e) de kabels die de offshore switch yard verbinden met de overeenstemmende kabelaanlandingen op het strand van Zeebrugge.]8
  8° " netbeheerder " : de beheerder van het transmissienet, aangewezen overeenkomstig artikel 10;
  (9° " neteigenaars " : de eigenaars van de infrastructuur en uitrusting die deel uitmaken van het transmissienet, met uitsluiting van de netbeheerder en zijn dochterondernemingen;) <W 2003-01-14/36, art. 2, 007; Inwerkingtreding : 10-03-2003>
  10° [1 distributie " : de transmissie van elektriciteit langs hoog-, midden- en laagspanningsdistributienetten met het oog op de levering aan afnemers, de levering zelf niet inbegrepen;]1
  11° [1 " distributienetbeheerder " : een door de bevoegde gewestelijke overheid aangewezen natuurlijke persoon of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de exploitatie, het onderhoud en, indien noodzakelijk, de ontwikkeling van het distributienet in een bepaalde zone en, desgevallend, voor zijn interconnectoren met andere netten en die belast is met het garanderen van het vermogen op lange termijn van het net om tegemoet te komen aan een redelijke vraag aan elektriciteitsdistributie;]1
  12° " distributienet " : elk net dat werkt aan een spanning die gelijk is aan of lager is dan 70 kilovolt, voor het vervoer van elektriciteit naar afnemers op regionaal of lokaal niveau;
  13° [1 " afnemer " : elke eindafnemer, tussenpersoon of distributienetbeheerder. Elke eindafnemer is een in aanmerking komende afnemer;]1
  14° " eindafnemer " : elke natuurlijke of rechtspersoon die elektriciteit koopt voor eigen gebruik;
  15° " tussenpersoon " : elke natuurlijke of rechtspersoon die elektriciteit koopt met het oog op de doorverkoop ervan, behalve een producent of een [1 distributienetbeheerder ]1;
  (15°bis "leverancier" : elke rechtspersoon of natuurlijke persoon die elektriciteit levert aan één of meerdere eindafnemers; de leverancier produceert of koopt de, aan de eindafnemers verkochte, elektriciteit;) <W 2003-03-20/49, art. 11, 008; Inwerkingtreding : 04-04-2003>
  (15°ter "elektriciteitsbedrijf" : elke natuurlijke of rechtspersoon die elektriciteit produceert, vervoert, verdeelt, (telt,) levert of aankoopt of meerdere van deze werkzaamheden uitoefent [1 die de commerciële, technische of onderhoudsopdrachten die aan deze werkzaamheden verbonden zijn verzekert]1, behalve eindafnemers;) <W 2003-03-20/49, art. 11, 008; Inwerkingtreding : 04-04-2003> <W 2007-03-16/32, art. 9, 018; Inwerkingtreding : 05-04-2007>
  [1 15°quater " levering " : de verkoop, met inbegrip van de doorverkoop van elektriciteit aan afnemers;]1
  16° " in aanmerking komende afnemer " : elke afnemer die, krachtens artikel 16 of, indien hij niet in België is gevestigd, krachtens het recht van een andere lidstaat van de Europese Unie, het recht heeft om contracten voor de levering van elektriciteit te sluiten met een producent, distributeur (, leverancier) of tussenpersoon van zijn keuze en, te dien einde, het recht heeft om toegang te krijgen tot het transmissienet tegen de voorwaarden bepaald in artikel 15, § 1; <W 2003-03-20/49, art. 11, 008; Inwerkingtreding : 04-04-2003>
  [1 16°bis " huishoudelijke afnemer " : een afnemer die elektriciteit koopt voor zijn eigen huishoudelijk gebruik met uitsluiting van commerciële of professionele activiteiten;
   16°ter " niet-huishoudelijke afnemer " : een natuurlijke persoon of rechtspersoon, met inbegrip van een producent of een tussenpersoon, die elektriciteit koopt die niet voor eigen huishoudelijk gebruik is bestemd;
   16°quater " beschermde huishoudelijke afnemer " : een eindafnemer met een bescheiden inkomen of die zich in een onzekere toestand bevindt, zoals bepaald bij artikel 4 van de programmawet van 27 april 2007 en die de bescherming geniet van artikel 20, § 2;
   16°quinquies " kwetsbare afnemer " : elke beschermde huishoudelijke afnemer in de zin van punt 16° quater, evenals elke eindafnemer die door de Gewesten als kwetsbaar wordt beschouwd;]1
  17° [1 " directe lijn " : een elektriciteitslijn die een nominale spanning heeft van meer dan 70 kV en die een geïsoleerde productielocatie met een geïsoleerde afnemer verbindt of een elektriciteitslijn die een elektriciteitsproducent en een elektriciteitsleverancier met elkaar verbindt om hun eigen vestigingen, dochterbedrijven en in aanmerking komende afnemers direct te bevoorraden;]1
  18° " netgebruiker " : elke natuurlijke of rechtspersoon die als leverancier of afnemer op het transmissienet is aangesloten;
  19° [1 ...]1:
  20° (" verbonden onderneming " : elke verbonden onderneming in de zin van artikel 11 van het Wetboek van Vennootschappen [1 alsook elke geassocieerde onderneming in de zin van artikel 12 van het Wetboek van vennootschappen;]1) <W 2006-07-20/39, art. 128, 015; Inwerkingtreding : 07-08-2006>
  (20°bis " dochteronderneming " : elke handelsvennootschap waarin de [1 eigenaar ]1, rechtstreeks of onrechtstreeks, ten minste 10 procent bezit van het kapitaal of van de stemrechten verbonden aan de effecten uitgegeven door deze handelsvennootschap.) <W 2003-01-14/36, art. 2, 007; Inwerkingtreding : 10-03-2003>
  21° (" prospectieve studie " : de studie over de perspectieven van elektriciteitsbevoorrading, opgesteld in toepassing van artikel 3;) <W 2005-06-01/32, art. 2, 010; Inwerkingtreding : 24-06-2005>
  22° " technisch reglement " : het technisch reglement voor het beheer van het transmissienet en de toegang ertoe, opgesteld in uitvoering van artikel 11;
  23° " ontwikkelingsplan " : het plan voor de ontwikkeling van het transmissienet, opgesteld in uitvoering van artikel 13;
  24° [1 Richtlijn 2009/72/EG " : de Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van Richtlijn 2003/54/EG;]1
  [1 24°bis " Verordening (EG) nr. 714/2009 " : Verordening (EG) nr. 714/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1228/2003;
   24°ter " Verordening (EG) nr. 713/2009 " : Verordening (EG) nr. 713/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot oprichting van een Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators;
   24°quater " ACER " : het agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators opgericht door Verordening (EG) nr. 713/2009;
   24°quinquies " Richtlijn 2009/28/EG " : Richtlijn 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG;]1
  [5 24° sexies "Richtlijn 2012/27/EU" : de Richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 25 oktober 2012 houdende de energie-efficiëntie, tot wijziging van de Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en tot intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG;]5
  25° " minister " : de federale minister bevoegd voor Energie;
  26° " commissie " : de commissie voor de regulering van de elektriciteit, opgericht door artikel 23;
  27° [1 energie-efficiëntie en/of vraagzijdebeheer " : een algemene of geïntegreerde aanpak die erop gericht is de omvang en de timing van het elektriciteitsverbruik te beïnvloeden teneinde het primaire energieverbruik en piekbelastingen te verminderen door voorrang te geven aan investeringen in energie-efficiëntie bevorderende maatregelen of andere maatregelen, zoals onderbreekbare leveringscontracten, eerder dan aan investeringen om de productiecapaciteit te verhogen, indien de eerstgenoemde maatregelen de doelmatigste en meest economische optie vormen, mede gelet op het positieve milieueffect van een lager energieverbruik en de daarmee verband houdende aspecten met betrekking tot de bevoorradingszekerheid en de distributiekosten;]1
  (28° " Algemene Directie Energie " : de Algemene Directie Energie van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie;
  29° " niet-uitvoerende bestuurder " : elke bestuurder die geen directiefunctie vervult bij de netbeheerder of bij een van zijn dochterondernemingen;
  30° " onafhankelijke bestuurder " : elke niet-uitvoerende bestuurder die :
  - voldoet aan de voorwaarden van artikel 524, § 4, van het Wetboek van vennootschappen en
  - tijdens de vierentwintig maanden die zijn aanstelling voorafgegaan zijn, geen functie of activiteit heeft uitgeoefend, al dan niet bezoldigd, ten dienste van een producent andere dan een zelfopwekker, van een van de neteigenaars, van een [1 distributie netbeheerder ]1, van een tussenpersoon, van een leverancier of van een dominerende aandeelhouder;
  31° [4 "Verordening (EU) nr. 1227/2011" : de Verordening (EU) nr. 1227/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de integriteit en transparantie van de groothandelsmarkt voor energie, alsmede de gedelegeerde en uitvoeringshandelingen die de Europese Commissie op grond van deze verordening vaststelt;]4;
  32°[4 "FSMA" : Autoriteit voor financiële diensten en markten opgericht door de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;]4;
  33° [1 ...]1;
  34° [1 ...]1;
  (35° " verbruikslocatie " : verbruiksinstallaties gelegen op een topografisch geïdentificeerde plaats waarvan elektriciteit wordt opgenomen op het net door eenzelfde transmissie- of distributienetgebruiker. Eenzelfde spoorwegnet of stedelijk spoorwegnet, zelfs indien er meerdere voedingspunten zijn, wordt beschouwd als één enkele locatie;
  36° " geïnjecteerd vermogen " : de netto-energie per tijdseenheid door een installatie voor productie van elektriciteit in het net wordt geïnjecteerd, uitgedrukt in kilowatt (kW);
  37° " nominatie van het geïnjecteerd vermogen " : de verwachte waarde van het geïnjecteerd vermogen, uitgedrukt in kilowatt (kW) die aan de netbeheerder wordt meegedeeld overeenkomstig het technisch reglement bedoeld in artikel 11;
  38° " productie-afwijking " : het verschil, positief of negatief, tussen, enerzijds, het geïnjecteerd vermogen en, anderzijds, de nominatie van het geïnjecteerd vermogen voor een bepaalde tijdseenheid op een bepaalde moment, uitgedrukt in kilowatt (kW);
  39° " procentuele productie-afwijking " : het quotiënt, in procenten uitgedrukt, van de productie-afwijking gedeeld door de nominatie van het geïnjecteerd vermogen;
  40° " marktreferentieprijs " : de prijs geldig voor de betrokken tijdseenheid van de Belgische elektriciteitsbeurs en, bij gebrek aan deze, de Nederlandse elektriciteitsbeurs.) <W 2005-07-20/41, art. 60, 012; Inwerkingtreding : 01-07-2005>
  [1 41° " gesloten industrieel net " : een net binnen een geografisch afgebakende industriële of commerciële locatie of een locatie met gedeelde diensten dat [2 ...]2 bestemd is om eindafnemers te bedienen die op deze site zijn gevestigd, dat geen huishoudelijke afnemers van elektriciteit bevoorraadt en waarin :
   a) om specifieke technische en veiligheidsredenen, de werking of het productieproces van de gebruikers van dit net is geïntegreerd; of
   b) de elektriciteit in hoofdzaak aan de eigenaar of de beheerder van het gesloten industriële net of aan de daarmee verwante bedrijven wordt geleverd;
   42° " tractienet spoor " : elektrische installaties van de spoorweginfrastructuurbeheerder die nodig zijn voor de uitbating van het spoorwegnet, waaronder installaties voor het transformeren en overbrengen van elektrische stroom ten behoeve van de diensten van tractie, veiligheid, seinwezen, telecommunicatie, wissels en verlichting, onderstations en bovenleidingen [2 , met uitzondering van de elektrische installaties van de achterliggende afnemers, aangesloten op het tractienet spoor]2 ;
   43° [2 " beheerder van een gesloten industrieel net " : natuurlijke of rechtspersoon, die eigenaar is van een gesloten industrieel net, of die beschikt over een gebruiksrecht op een dergelijk net, en die door de bevoegde autoriteiten werd erkend als beheerder van een gesloten industrieel net;]2
  [2 43° bis " beheerder van het tractienet spoor " : natuurlijke of rechtspersoon, die eigenaar is van een tractienet spoor, of die beschikt over een gebruiksrecht op een dergelijk net, en die door de minister werd erkend als beheerder van een tractienet spoor;]2
   44° " gebruiker van een gesloten industrieel net " : een eindafnemer aangesloten op een gesloten industrieel net;
   45° " ondersteunende dienst " : een dienst die nodig is voor de exploitatie van een transmissie- of distributienet;
   46° " aanbestedingsprocedure " : procedure waarbij in geplande nieuwe behoeften en vervangingscapaciteit wordt voorzien door leveringen uit nieuwe of bestaande productie-installaties;
   47° " elektriciteitsderivaat " : een financieel instrument, als bedoeld in de bepalingen die de punten 5, 6 en 7 van deel C van bijlage I bij Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad omzetten, wanneer het genoemde instrument betrekking heeft op elektriciteit;
   48° " niet-geprogrammeerde tijdelijke of definitieve buitenwerkingstelling " : de tijdelijke of definitieve buitenwerkingstelling die niet geprogrammeerd was in het ontwikkelingsplan zoals bedoeld in artikel 13 van een installatie voor elektriciteitsproductie en die niet het gevolg is van een ongeval, die de wederinwerkingstelling van deze installatie na een termijn van driemaal de tijd van een groot onderhoud verhindert;
   49° " variabele energieprijs " : de prijs van de energiecomponent binnen een variabel contract die de leverancier aanrekent aan huishoudelijke eindafnemers en kmo's en die met regelmatige tussenpozen geïndexeerd wordt op basis van een contractueel overeengekomen indexeringsformule (exclusief nettarieven, taksen en heffingen);
   50° " KMO " : de eindafnemers met een jaarlijks verbruik van minder dan 50 MWh elektriciteit en minder dan 100 MWh gas voor het geheel, per eindafnemer, van hun toegangspunten op het transmissie-/transportnet en/of distributienet [4 ;]4 ]1
  [3 51° "winterperiode" : periode van 1 november tot 31 maart
   52° "LOLE" : Loss Of Load Expectation, met name de statistische berekening op basis waarvan het voorziene aantal uren wordt bepaald gedurende dewelke de lading niet gedekt zal kunnen worden door het geheel van de productiemiddelen ter beschikking van het Belgische elektriciteitsnet, rekening houdend met de interconnectoren, voor een statistisch normaal jaar;
   53° "LOLE95" : een statistische berekening op basis waarvan het voorziene aantal uren wordt bepaald gedurende dewelke de lading niet gedekt zal kunnen worden door het geheel van de productiemiddelen ter beschikking van het Belgische elektriciteitsnet, rekening houdend met de interconnectoren, voor een statistisch uitzonderlijk jaar;
   54° "tekortsituatie" : situatie dicht bij de reële tijd waarin er een niet te verwaarlozen mogelijkheid bestaat dat de lading niet gedekt zal kunnen worden door het geheel van de productiemiddelen ter beschikking van het Belgische elektriciteitsnet, rekening houdend met de invoermogelijkheden en de energie beschikbaar op de markt.]3
  [4 55° "offshore interconnector" : de uitrusting, in de vorm van lijnen of elektrische kabels en hoogspannings-stations die verbonden zijn aan deze lijnen of kabels en hun toebehoren, die als voornaamste doel hebben het koppelen van de Belgische elektriciteitsnetten met elektriciteitsnetten van een andere Staat en waarbij een deel van deze uitrusting gebruik maakt van de zeegebieden waarover België zijn jurisdictie kan uitoefenen;]4
  56° [6 "financial close" : tijdstip waarop de officiële afsluiting plaatsvindt van de belangrijkste contracten inzake de investeringskosten, de financieringskosten, de uitbatingskosten en de opbrengsten uit de verkoop van elektriciteit en groenestroomcertificaten die noodzakelijk zijn voor de realisatie van een project voor een nieuwe installatie voor de productie van elektriciteit uit wind in de zeegebieden waarin België zijn rechtsmacht kan uitoefenen overeenkomstig het internationaal zeerecht, die het voorwerp uitmaken van een in artikel 6 bedoelde domeinconcessie;]6
  [4 57° "voorwetenschap" : elke voorwetenschap in de betekenis van artikel 2, (1), van de Verordening (EU) nr. 1227/2011;
   58° "marktmanipulatie" : elke marktmanipulatie in de betekenis van artikel 2, (2), van de Verordening (EU) nr. 1227/2011;
   59° "poging tot markmanipulatie" : elke poging tot marktmanipulatie in de betekenis van artikel 2, (3), van de Verordening (EU) nr. 1227/2011;
   60° "voor groothandel bestemde energieproducten" : elk voor de groothandel bestemd energieproduct in de betekenis van artikel 2, (4), van de Verordening (EU) nr. 1227/2011;
   61° "verbruikscapaciteit" : de verbruikscapaciteit in de betekenis van artikel 2, (5), van de Verordening (EU) nr. 1227/2011;
   62° "groothandelsmarkt voor energie" : de groothandelsmarkt voor energie in de betekenis van artikel 2, (6), van de Verordening (EU) nr. 1227/2011;]4
  [7 63° "opslag van elektriciteit" : elk proces waarbij via dezelfde installatie elektriciteit wordt afgenomen van het net om die later volledig terug te injecteren in het net, met voorbehoud van de rendementsverliezen;"
   64° "aanbieder van flexibiliteitsdiensten " : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die voor zijn activiteit de vraagflexibiliteit gebruikt van een of meerdere eindklanten.
   65° "evenwichtsverantwoordelijke" : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die instaat voor de bewaring van het evenwicht tussen de injecties en de afnames in zijn portefeuille.".
   66° "vraagflexibiliteit" : het vermogen van een eindafnemer om zijn netto afname vrijwillig opwaarts of neerwaarts aan te passen als reactie op een extern signaal.]7
  [9 63° "elektronische communicatie-netwerken met hoge snelheid" : een elektronisch communicatienetwerk dat breedbandtoegangsdiensten kan leveren met snelheden van minstens 30 Mbps;
   64° "niet-actieve infrastructuur" : elk element van een transmissienet, van een gesloten industrieel net, van een aansluiting op deze netwerken, van een verbinding, van een directe lijn, die elementen van een elektronische communicatienetwerk met hoge snelheid kunnen onderbrengen zonder dat zij zelf een actief element van het netwerk worden zoals buizen, masten, kabelgoten, inspectieputten, mangaten, straatkasten, gebouwen of ingangen in gebouwen, antenne-installaties, torens en palen, uitgezonderd de exclusieve ruimten van de elektrische dienst in de zin van het artikel 51 van het algemeen reglement op de elektrische installaties, bij koninklijk besluit van 10 maart 1981 bindend gemaakt; de kabels, ongebruikte glasvezels (dark fibre) inbegrepen, zijn geen niet-actieve infrastructuur;]9
   [10 65° "instantie voor geschillenbeslechting inzake netwerkinfrastructuur" : de instantie voor geschillenbeslechting opgericht door het samenwerkingsakkoord van 1 december 2016 om te zorgen voor de gedeeltelijke omzetting van de richtlijn 2014/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake maatregelen ter verlaging van de kosten van de aanleg van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid;]10
   [9 66° "centraal informatiepunt" : het KLIM-CICC-systeem (Federaal Kabels en leidingen Informatie Meldpunt - Point de Contact fédéral Information Câbles et Conduites) en elk ander centraal elektronisch informatiepunt dat aanleiding geeft tot dezelfde informatierechten en -plichten, opgericht of ontworpen bij decreet of ordonnantie;
   67° "civiele werken" : het product van een geheel van bouwkundige of civieltechnische werken dat bestemd is om als zodanig een economische of technische functie te vervullen en dat een of meer elementen van een niet-actieve infrastructuur omvat.]9
  
  (NOTA : bij arrest nr 117/2013 van 07-08-2013, heeft het Grondwettelijk Hof de woorden « in de eerste plaats » en « , dat geen huishoudelijke afnemers bevoorraadt » in artikel 2,41° vernietigd)
  ----------
  (1)<W 2012-01-08/02, art. 2, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>
  (2)<W 2013-12-26/14, art. 2, 033; Inwerkingtreding : 31-12-2013>
  (3)<W 2014-03-26/07, art. 3, 034; Inwerkingtreding : 01-04-2014>
  (4)<W 2014-05-08/23, art. 2, 037; Inwerkingtreding : 14-06-2014>
  (5)<W 2015-06-28/05, art. 3, 038; Inwerkingtreding : 06-07-2015>
  (6)<W 2016-07-21/39, art. 2, 040; Inwerkingtreding : 06-10-2016>
  (7)<W 2017-07-13/06, art. 2, 044; Inwerkingtreding : 29-07-2017>
  (8)<W 2017-07-13/07, art. 2, 045; Inwerkingtreding : 29-07-2017>
  (9)<W 2017-07-31/04, art. 9, 046; Inwerkingtreding : 19-08-2017>
  (10)<W 2017-07-31/04, art. 9, 046; Inwerkingtreding : onbepaald>

  HOOFDSTUK II. - Productie.

  Art. 3.[1 § 1. De prospectieve studie wordt opgesteld door de Algemene Directie Energie in samenwerking met het Federaal Planbureau [2 en in overleg met de commissie ]2.
   De netbeheerder [2 ...]2 en de Nationale Bank van België worden geraadpleegd [2 De Algemene Directie Energie kan de representatieve spelers van de elektriciteitsmarkt raadplegen.]2.
   Het ontwerp van prospectieve studie wordt voor advies voorgelegd aan de Interdepartementale Commissie Duurzame Ontwikkeling en aan de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven. De adviezen worden bezorgd binnen de zestig dagen na het verzoek om advies. Bij gebrek aan advies wordt de procedure inzake de uitwerking van de prospectieve studie voortgezet.
   De prospectieve studie strekt zich uit over minstens tien jaar. Ze wordt om de vier jaar na de publicatie van de vorige studie aangepast.
  [2 De Algemene Directie Energie stelt om de twee jaar, in samenwerking met het Federaal Planbureau en in overleg met de commissie, een aanvullend verslag op over de opvolging van de bevoorradingszekerheid waarin het resultaat van de opvolging van deze vragen worden voorgesteld evenals elke maatregel die genomen wordt of in dit verband overwogen wordt. Dit verslag wordt ten laatste op 31 juli gepubliceerd en wordt onmiddellijk aan de Europese Commissie medegedeeld.]2
   § 2. De prospectieve studie bevat de volgende elementen :
   1° ze maakt een schatting van de evolutie van de vraag naar [2 en van het aanbod van ]2 elektriciteit op middellange en lange termijn en identificeert de behoeften [2 aan nieuwe middelen]2 die daaruit voortvloeien;
   2° ze bepaalt de richtsnoeren inzake de keuze van primaire bronnen met zorg voor een gepaste diversificatie van de brandstoffen, de bevordering van het gebruik van hernieuwbare energiebronnen en de inpassing van de door de Gewesten bepaalde randvoorwaarden inzake leefmilieu [2 om rekening te houden met de internationale verbintenissen van België inzake de beperking van emissies en de energieproductie uit hernieuwbare bronnen;]2;
   3° ze bepaalt de aard van de productiekanalen waaraan de voorrang moet worden gegeven met zorg voor de bevordering van productietechnologieën met lage emissie van broeikasgassen;
   4° ze evalueert de bevoorradingszekerheid inzake elektriciteit en formuleert, wanneer deze in het gedrang dreigt te komen, aanbevelingen dienaangaande.
  [2 5° ze formuleert de aanbevelingen op basis van de vaststellingen die gemaakt zijn bij § 2, 1° tot 4°. De netbeheerder houdt rekening met deze aanbevelingen wanneer hij zijn in artikel 13 bedoelde ontwikkelingsplan opstelt;
   6° zij analyseert de opportuniteit om gebruik te maken van de bij artikel 5 voorziene aanbestedingsprocedure.]2
   § 3. De minister bezorgt de prospectieve studie aan de federale Wetgevende Kamers en de Gewestregeringen [2 alsook aan de Europese Commissie ]2. Hij ziet erop toe dat de prospectieve studie op passende wijze wordt bekendgemaakt.
   § 4. In het raam van het volbrengen van de opdrachten die haar krachtens dit artikel zijn toegewezen kan de Algemene Directie Energie de elektriciteitsbedrijven die op de Belgische markt een rol spelen, verzoeken haar binnen de dertig dagen volgend op haar aanvraag alle informatie te bezorgen die zij nodig heeft. Ingeval geweigerd wordt de gevraagde informatie binnen de dertig dagen te verstrekken kan zij overgaan tot een plaatsbezoek waarbij zij alle inlichtingen en documenten kan raadplegen die nodig zijn voor het volbrengen van de haar toegewezen opdrachten en die desgevallend kopiëren.]1
  ----------
  (1)<W 2009-05-06/03, art. 160, 024; Inwerkingtreding : 29-05-2009>
  (2)<W 2012-01-08/02, art. 3, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>

  Art. 4.§ 1. (Met uitzondering van de installaties voor de industriële elektriciteitsproductie door splijting van kernbrandstoffen die, overeenkomstig artikelen 3 en 4 van de wet van 31 januari 2003 houdende de geleidelijke uitstap uit kernenergie voor industriële elektriciteitsproductie, niet meer het voorwerp van vergunningen kunnen uitmaken, [3 worden de bouw van nieuwe installaties voor elektriciteitsproductie, de herziening, de vernieuwing, de verzaking, de overdracht en elke andere wijziging van een individuele vergunning afgeleverd op basis van deze wet]3 onderworpen) aan de voorafgaande toekenning van een individuele vergunning afgeleverd door de minister [2 na advies]2 van de commissie. <W 2003-01-31/38, art. 7, 006; Inwerkingtreding : 10-03-2003>
  Na advies van de commissie kan de Koning, tegen de door Hem bepaalde voorwaarden :
  1° het toepassingsgebied van het eerste lid uitbreiden tot verbouwingen of andere aanpassingen van bestaande installaties;
  2° de bouw van installaties met een laag vermogen vrijstellen van vergunning en onderwerpen aan een procedure van voorafgaande melding aan de commissie.
  § 2. Na advies van de commissie bepaalt de Koning de criteria voor de toekenning van de vergunningen bedoeld in § 1, eerste lid. Deze criteria kunnen inzonderheid betrekking hebben op :
  1° de veiligheid en de bedrijfszekerheid van de elektriciteitsnetten, de installaties en de bijbehorende uitrusting;
  2° de energie-efficiëntie van de voorgestelde installatie, rekening houdend met de internationale verbintenissen van België inzonderheid inzake bescherming van het leefmilieu;
  3° de aard van de primaire energiebronnen [1 , de bijdrage van de productiecapaciteit aan de verwezenlijking van de algemene doelstelling van de Europese Unie die bepaald is bij Richtlijn 2009/28/EG, evenals de bijdrage van de productiecapaciteit aan de vermindering van de emissies]1;
  4° de professionele betrouwbaarheid en ervaring van de aanvrager, zijn technische [1 , economische]1 en financiële capaciteit en de kwaliteit van zijn organisatie;
  5° [1 openbare dienstverplichtingen, onder andere inzake regelmaat en kwaliteit van elektriciteitsleveringen;]1
  [1 6° de bescherming van de volksgezondheid en de openbare veiligheid;
   7° het vermogen van de installatie om deel te nemen aan de automatische ondersteunende diensten voor de primaire regeling van de frequentie en de secundaire automatische regeling van het evenwicht van de Belgische regelzone.]1
  § 3. Na advies van de commissie bepaalt de Koning :
  1° [2 de procedure voor de toekenning van de in § 1, eerste lid, bedoelde vergunningen, meer bepaald de vorm van de aanvraag, het onderzoek van het dossier, de termijnen waarbinnen de minister moet beslissen en zijn beslissing aan de aanvrager en de commissie moet meedelen, en de vergoeding die aan de Algemene Directie Energie moet worden betaald voor het onderzoek van het dossier.]2
  2° de gevallen waarin de minister de vergunning kan herzien of intrekken en de toepasselijke procedures;
  3° wat er met de vergunning gebeurt in geval van overdracht van de installatie of in geval van controlewijziging, fusie of splitsing van de houder van de vergunning en, in voorkomend geval, de te vervullen voorwaarden en de te volgen procedures voor het behoud of de hernieuwing van de vergunning in deze gevallen.
  [1 4° de procedures die moeten worden gevolgd in geval van overdracht van productie-installaties die voor de inwerkingtreding van deze wet zijn gebouwd en in gebruik gesteld of in geval van controlewijziging, fusie of splitsing van de eigenaars van productie-installaties die voor de inwerkingtreding van deze wet zijn gebouwd en in gebruik gesteld.]1
  (§ 4. Na advies van de commissie legt de Koning, bij besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de bijzondere voorwaarden met betrekking tot de productieafwijking vast, van toepassing op de nieuwe productie-installaties, ongeacht de aard van de gebruikte primaire energie, wanneer de houder van de vergunning van de nieuwe installatie, alleen of met de installaties van de bedrijven waarmee hij verbonden is, voor niet meer dan 10 procent van de in België tijdens het voorbije jaar verbruikte energie bevoorraad heeft. Voor de productie-installaties hierboven vermeld, werkend op basis van hernieuwbare energie of warmtekrachtkoppeling worden deze bijzondere voorwaarden vastgelegd na overlegd met de Gewesten.) <W 2005-07-20/41, art. 61, 012; Inwerkingtreding : 01-07-2005>
  [1 § 5. Voor de nieuwe productie-installaties waarvan de productievergunninghouder in het voorgaande jaar, alleen of met de installaties van vennootschappen die met hem zijn verbonden, niet meer dan 5 % van de totale productie in de Belgische regelzone heeft geproduceerd, en voor zover zij niet vallen onder het toepassingsgebied van artikel 7 of van gelijkwaardige gewestelijke mechanismes voor de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare energiebronnen of kwalitatieve warmtekrachtkoppeling, is de prijs voor de compensatie van kwartuuronevenwichten kleiner dan 125 MWh, gebaseerd op de benoemingen, gelijk aan de marktreferentieprijs, waarop een correctiefactor wordt toegepast voor de eerste vijfenzeventig dagen van injectie op het net zoals geprogrammeerd door de houder van de productievergunning en genomineerd aan de netbeheerder. Deze correctiefactor wordt vastgesteld door de commissie bij toepassing van artikel 12 teneinde de nieuwe installaties bedoeld in dit lid te bevorderen. Bij wijze van overgangsmaatregel, totdat de commissie voornoemde correctiefactor vaststelt, stemt deze laatste factor overeen met de minimale tarifaire boete zoals vastgesteld door de commissie bij toepassing van artikel 12. Voor 2011 zal deze maatregel uitwerking hebben ongeacht de datum van de eerste injectie van de nieuwe productie-installatie op het net gedurende dit jaar.]1
  ----------
  (1)<W 2012-01-08/02, art. 4, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>
  (2)<W 2009-05-06/03, art. 161, 028; Inwerkingtreding : 21-01-2012>
  (3)<W 2013-12-26/14, art. 3, 033; Inwerkingtreding : 31-12-2013>

  Art. 4bis.[1 § 1. Teneinde de elektriciteitsbevoorradingszekerheid te verzekeren alsook de veiligheid van het net, moet de niet-geprogrammeerde definitieve of tijdelijke buitenwerkingstelling van een installatie voor elektriciteitsproductie worden gemeld aan de minister, aan de commissie en aan de netbeheerder uiterlijk op 31 juli van het jaar vóór de ingangsdatum van de tijdelijke of definitieve buitenwerkingstelling.
   Een tijdelijke buitenwerkingstelling kan slechts na 31 maart van het jaar volgend op de mededeling bedoeld in het eerste lid, plaatsvinden.
   Een definitieve buitenwerkingstelling kan slechts na 30 september van het jaar volgend op de mededeling bedoeld in het eerste lid, plaatsvinden.
   Een mededeling van buitenwerkingstelling is vereist voor elke installatie voor elektriciteitsproductie aangesloten op het transmissienet, ongeacht of die een voorafgaande individuele vergunning overeenkomstig artikel 4 al dan niet heeft gekregen.
   § 2. Na advies van de commissie en van de netbeheerder kan de Koning de mededelingsprocedure bedoeld in § 1 vaststellen, met name wat de vorm en de modaliteiten van de mededeling betreft.
   § 3. Geen enkele definitieve of tijdelijke buitenwerkingstelling, ongeacht of ze al dan niet geprogrammeerd is, mag plaatsvinden tijdens de winterperiode.
   § 4. De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op de eenheden bedoeld in de wet van 31 januari 2003 houdende de geleidelijke uitstap uit kernenergie voor industriële elektriciteitsproductie.]1
  ----------
  (1)<W 2014-03-26/07, art. 4, 034; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 4ter. [1 Een begrotingsfonds, genaamd "Energietransitiefonds", wordt opgericht. Het vormt een begrotingsfonds in de zin van artikel 62 van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat.
   Het wordt gespijsd door de vergoeding die betaald wordt aan de federale Staat in overeenstemming met artikel 4/2 van de wet van 31 januari 2003 houdende de geleidelijke uitstap uit kernenergie voor industriële elektriciteitsproductie.
   De Koning bepaalt de gebruiksvoorwaarden voor dit fonds bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2015-06-28/05, art. 4, 038; Inwerkingtreding : 06-07-2015>

  Art. 5.<W 2005-06-01/32, art. 5, 010; Inwerkingtreding : 24-06-2005> § 1. Onverminderd de bepalingen van artikel 21, eerste lid, 1° en 2°, kan de minister een beroep doen op de procedure van offerteaanvraag voor de bouw van nieuwe installaties voor elektriciteitsproductie wanneer de bevoorradingszekerheid niet voldoende wordt gegarandeerd door :
  1° de in aanbouw zijnde productiecapaciteit; of
  2° de maatregelen met betrekking tot energie-efficiëntie; of
  3° het beheer van de vraag.
  De offerteaanvraag dient rekening te houden met het aanbod van elektriciteitsleveringen dat op lange termijn gewaarborgd is en dat voortkomt uit bestaande installaties voor elektriciteitsproductie, voor zover deze het mogelijk maken de bijkomende behoeften te dekken.
  § 2. De minister motiveert het beroep op de procedure van offerteaanvraag in het bijzonder rekening houdend met de volgende criteria :
  1° [1 het niet afgestemd zijn van het productiepark op de ontwikkeling van de elektriciteitsvraag op middellange en lange termijn, rekening houdend met de prospectieve studie en in het bijzonder met de verbintenissen van België inzake de beperking van broeikasgasemissies en de energieproductie uit hernieuwbare bronnen;]1
  2° de investeringen die bedoeld zijn om de productiecapaciteit te verhogen, zonder afbreuk te doen aan de investeringen met betrekking tot energie-efficiëntie;
  3° de in artikel 21 bedoelde openbare dienstverplichtingen.
  § 3. Het advies van de netbeheerder betreffende de omvang van het productiepark en de weerslag van de invoer wordt gevraagd voorafgaand aan het instellen van de procedure van offerteaanvraag.
  § 4. De Koning bepaalt [1 , na advies van de commissie, ]1 de nadere regels betreffende de procedure van offerteaanvraag waarbij hij zorg draagt voor het garanderen van :
  1° een daadwerkelijke mededinging door de offerteaanvraag;
  2° de transparantie van de procedure, in het bijzonder van de technische specificaties en toekenningscriteria van de offerteaanvraag;
  3° de gelijke behandeling van alle kandidaten die antwoorden op de offerteaanvraag;
  [1 4° Het voldoen van de dossiers met betrekking tot de aanbesteding die door de inschrijvers worden ingediend, aan de criteria zoals bepaald door artikel 4 en de uitvoeringsbesluiten ervan.]1
  Het bestek [1 dat wordt opgesteld door de Algemene Directie Energie]1 kan stimuli bevatten voor de bouw van installaties voor elektriciteitsproductie die het voorwerp uitmaken van de offerteaanvraag. [2 Ingeval het bestek stimuli bevat, moet dit voorafgaandelijk zijn goedgekeurd door de Ministerraad.]2 Overeenkomstig artikel 21 kan de Koning, bij besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad, de openbare dienstverplichtingen bepalen die de financiering mogelijk maken van de hierboven bedoelde stimuli.
  [2 Bij gebreke aan toepassing van het financieringsmechanisme bepaald in het tweede lid, worden de stimuli gefinancierd door de Rijksmiddelenbegroting.
  De stimuli toegekend ingevolge de procedure van offerteaanvraag kunnen geen voorwerp uitmaken voor een belasting.]2
  [1 § 4bis. De modaliteiten voor de aanbestedingsprocedure worden minstens zes maanden vóór de afsluitingsdatum van de aanbesteding in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt.
   Het bestek wordt ter beschikking gesteld van alle belanghebbende bedrijven, gevestigd op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Unie, zodat deze over een voldoende termijn kunnen beschikken om een offerte voor te leggen.
   Om transparantie en non-discriminatie te waarborgen, bevat het bestek een gedetailleerde beschrijving van de specificaties van het contract, de procedure die alle inschrijvers moeten volgen en de gunning, met inbegrip van stimulansen.]1
  § 5. [1 Nadat hij het advies heeft ingewonnen van de overheden die worden geraadpleegd in uitvoering van de procedure van artikel 4, wijst de minister, op basis van de in artikel 4, § 2, vermelde criteria, de kandidaat of kandidaten aan die in aanmerking genomen worden ingevolge de aanbesteding. Deze aanwijzing geldt als individuele vergunning voor de elektriciteitsproductie in de zin van artikel 4.]1
  [1 § 6. De Algemene Directie Energie is verantwoordelijk voor de organisatie, de opvolging en de controle van de aanbestedingsprocedure bedoeld in § § 1 tot 5. In dit kader neemt de Algemene Directie Energie alle nodige maatregelen om de vertrouwelijkheid van de informatie in de offertes te garanderen.]1
  ----------
  (1)<W 2012-01-08/02, art. 6, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>
  (2)<W 2014-05-15/11, art. 2, 036; Inwerkingtreding : 12-06-2014>

  Art. 5bis. [1 Een begrotingsfonds genaamd "flexibele elektriciteitsproductie" wordt opgericht. Het vormt een begrotingsfonds in de zin van artikel 62 van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de Federale Staat.
   Het wordt jaarlijks gespijsd door een derde van de vergoeding die betaald wordt aan de Staat krachtens artikel 4/1 van wet van 31 januari 2003 houdende de geleidelijke uitstap uit kernenergie voor industriële elektriciteitsproductie.
   De middelen van dit fonds kunnen worden gebruikt om de impact op de consumenten te verzachten van de maatregelen die nodig zijn om de capaciteiten inzake flexibele elektriciteitsproductie te behouden en/of te ontwikkelen ten einde de bevoorradingszekerheid en het evenwicht van het netwerk te waarborgen. De Koning stelt de voorwaarden vast voor het gebruik van dit fonds bij besluit overlegd in de Ministerraad.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-05-15/11, art. 3, 036; Inwerkingtreding : 12-06-2014>

  Art. 6. § 1. Met inachtneming van de bepalingen vastgesteld krachtens §,2, en onverminderd de bepalingen van de wet van 20 januari 1999 ter bescherming van het mariene milieu in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België, kan de minister, (na advies) van de commissie, domeinconcessies voor een hernieuwbare duur van maximum dertig jaar verlenen voor de bouw en de exploitatie van installaties voor de productie van elektriciteit uit water, stromen of winden, in de zeegebieden waarin België rechtsmacht kan uitoefenen overeenkomstig het internationaal zeerecht. <W 2005-06-01/32, art. 6, 010; Inwerkingtreding : 09-11-2008>
  § 2. Bij een in Ministerraad overlegd besluit, na advies van de commissie, bepaalt de Koning de voorwaarden en de procedure voor de toekenning van de concessies bedoeld in § 1, en inzonderheid :
  1° de beperkingen ter vermijding dat de bouw of de exploitatie van bedoelde installaties het gebruik van de reguliere scheepvaartroutes, de zeevisserij of het wetenschappelijk zeeonderzoek in overdreven mate zou hinderen;
  2° de maatregelen die moeten worden genomen voor de bescherming en het behoud van het mariene milieu, overeenkomstig de bepalingen van voornoemde wet van 20 januari 1999;
  3° de technische voorschriften waaraan de betrokken kunstmatige eilanden, installaties en inrichtingen moeten beantwoorden;
  4° de procedure voor de toekenning van bedoelde concessies, met zorg voor een gepaste publiciteit van het voornemen tot toekenning van een concessie alsook, in voorkomend geval, voor een effectieve mededinging tussen de kandidaten;
  5° de regels inzake de overdracht en de intrekking van de concessie.
  De maatregelen bedoeld in het eerste lid, 2°, worden vastgesteld op gezamenlijke voordracht van de minister en van de federale minister die bevoegd is voor de bescherming van het mariene milieu.
  § 3. Artikel 4 is niet van toepassing op de installaties bedoeld in § 1.

  Art. 6/1. [1 § 1. Met inachtneming van de bepalingen vastgesteld krachtens § 2 en onverminderd de bepalingen van de wet van 20 januari 1999 ter bescherming van het mariene milieu en ter organisatie van de mariene ruimtelijke planning in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, na advies van de commissie, domeinconcessies verlenen voor de bouw en de exploitatie van installaties voor hydro-elektrische energieopslag in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België, namelijk de territoriale zee, de exclusieve economische zone en het continentaal plat, bedoeld in de wet van 13 juni 1969 inzake het continentaal plat van België.
   Deze installaties kunnen niet genieten van het steunmechanisme bedoeld in artikel 7, § 1, noch van enige andere vorm van subsidie of financiële steun vanwege de Staat of de elektriciteitsverbruiker.
   § 2. Bij besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, na advies van de commissie, bepaalt de Koning de voorwaarden en de procedure voor de toekenning van de concessies bedoeld in § 1, en inzonderheid :
   1° de beperkingen ter vermijding dat de bouw of de exploitatie van bedoelde installaties het gebruik van de reguliere scheepvaartroutes, de zeevisserij of het wetenschappelijk zeeonderzoek in overdreven mate zou hinderen;
   2° de maatregelen die moeten worden genomen voor de bescherming en het behoud van het mariene milieu, overeenkomstig de bepalingen van voornoemde wet van 20 januari 1999;
   3° de technische voorschriften waaraan de betrokken kunstmatige eilanden, installaties en inrichtingen moeten beantwoorden;
   4° de procedure voor de toekenning van bedoelde concessies, met zorg voor een gepaste bekendmaking van het voornemen tot toekenning van een concessie alsook, in voorkomend geval, voor een effectieve mededinging tussen de kandidaten;
   5° de regels inzake de overdracht en de intrekking van de concessie;
   6° de bepaling van de levensduur van de concessie;
   7° de financiële voorschriften waaraan de betrokken kunstmatige eilanden, installaties en inrichtingen moeten beantwoorden.
   De maatregelen bedoeld in het eerste lid, 2°, van deze paragraaf worden vastgesteld op gezamenlijke voordracht van de minister en van de minister die bevoegd is voor de bescherming van het mariene milieu.
   Deze procedure wordt gevoerd met respect voor de wet van 20 januari 1999 ter bescherming van het mariene milieu en ter organisatie van de mariene ruimtelijke planning in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België en haar uitvoeringsbesluiten.
   § 3. Artikel 4 is niet van toepassing op de installaties bedoeld in § 1.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-05-08/23, art. 3, 037; Inwerkingtreding : 14-06-2014>

  Art. 6/2. [1 § 1. Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de commissie, zal de Koning:
   1° na overleg met de netbeheerder en de in artikel 6 bedoelde titularissen van een domeinconcessie, de uiterste datum bepalen waarop elk deel van het Modular Offshore Grid in dienst moet gesteld zijn;
   2° een vergoedingssysteem instellen ten behoeve van de betrokken titularissen van een domeinconcessie bedoeld in artikel 6, ingeval het Modular Offshore Grid geheel of gedeeltelijk niet in dienst zou gesteld zijn op de datum bepaald krachtens 1°, of ingeval van een volledige of gedeeltelijke onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid na de indienststelling ervan. De toepassing van dit vergoedingssysteem sluit elke andere wetsbepaling uit die het mogelijk maakt de netbeheerder verantwoordelijk te stellen.
   De besluiten bedoeld in het eerste lid, 1° en 2°, worden geacht nooit uitwerking te hebben gehad, indien ze niet bij wet zijn bekrachtigd binnen twaalf maanden na de datum van hun inwerkingtreding.
   § 2. De doorrekening in de tarieven van de netbeheerder van de kosten van een uit het eerste lid, 2°, resulterende vergoeding gebeurt met toepassing van de tariefmethodologie bedoeld in artikel 12. Wanneer de onbeschikbaarheid van het Modular Offshore Grid echter te wijten is aan een zware of opzettelijke fout van de netbeheerder, wordt de kost van de vergoeding door de commissie te zijnen laste gelegd in evenredig verband met zijn fout zonder dat die, voor het geheel van de gebeurtenissen die gedurende een gegeven jaar plaatsvinden, hoger mag zijn dan de vergoeding, resulterend uit de tariefberekening, die hem tijdens datzelfde jaar wordt toegekend voor de verwezenlijking en het beheer van het Modular Offshore Grid.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-07-13/07, art. 3, 045; Inwerkingtreding : 29-07-2017>
  

  Art. 7.(§ 1) (Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de commissie, kan de Koning :
  1° maatregelen van marktorganisatie vaststellen, waaronder de instelling van een door de commissie beheerd systeem voor de toekenning van certificaten van oorsprongsgarantie en van groenestroomcertificaten voor elektriciteit geproduceerd overeenkomstig artikel 6, evenals het opleggen van een verplichting aan de netbeheerder om groenestroomcertificaten afgeleverd door de federale en gewestelijke overheden aan te kopen tegen een minimumprijs en te verkopen, teneinde de afzet op de markt te verzekeren, tegen een minimumprijs, van een minimumvolume elektriciteit geproduceerd met aanwending van hernieuwbare energiebronnen. [3 ...]3.
  2° een mechanisme inrichten ter financiering van alle of een deel van de nettolasten die voortvloeien uit de in 1° bedoelde maatregelen.) <W 2008-12-22/33, art. 107, 022; Inwerkingtreding : 08-01-2009>
  Het in het eerste lid, 2°, bedoelde mechanisme wordt, in voorkomend geval, beheerd door de commissie en kan geheel of gedeeltelijk worden gefinancierd door een toeslag op de tarieven bedoeld in artikel 12 of door een heffing op alle of objectief bepaalde categorieën van energieverbruikers of marktoperatoren, volgens de nadere regels bepaald door de Koning in uitvoering van het eerste lid, 2°.
  Elk besluit dat een toeslag of heffing zoals bedoeld in het tweede lid invoert, wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad indien het niet bij wet is bekrachtigd binnen de (twaalf) maanden na de datum van zijn inwerkingtreding. <W 2003-03-20/49, art. 13, 008; Inwerkingtreding : 04-04-2003>
  [2 Onder voorbehoud van het derde lid, kan de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de commissie de bepalingen van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen, bekrachtigd bij artikel 427 van de programmawet(I) van 24 december 2002 [7 en door artikel 28 van de wet van 26 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake energie]7, wijzigen, vervangen of opheffen [8 en door artikel 2 van de wet van 12 juni 2015 tot bekrachtiging van bepaalde artikelen van het koninklijk besluit van 4 april 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen.]8]2
  [4 De toeslag bedoeld in het tweede lid is verschuldigd door de op het Belgisch grondgebied gevestigde eindafnemers op elke kWh die ze voor eigen gebruik van het net afnemen. De toeslag is aan de btw onderworpen.
   De netbeheerder is belast met de inning van de toeslag zonder toepassing van de verminderingen bedoeld in het zevende en achtste lid. Daartoe factureert hij de toeslag aan de houders van een toegangscontract en aan de distributienetbeheerders. Indien de houders van een toegangscontract of de distributienetbeheerders niet zelf de van het net afgenomen kWh verbruiken, kunnen zij de toeslag factureren aan hun eigen klanten, totdat deze toeslag uiteindelijk wordt gefactureerd aan degene die de kWh voor eigen gebruik heeft verbruikt.
   Voor de verbruiken vanaf 1 juli 2013 tot 31 december 2013 wordt de toeslag, toepasbaar door elektriciteitsbedrijven op hun eindafnemers, verminderd, op basis van de voortschrijdende jaarlijkse som van de afnamen, als volgt :
   1° voor de verbruiksschijf vanaf 20 MWh/jaar tot 50 MWh/jaar : met 15 procent;
   2° voor de verbruiksschijf vanaf 50 MWh/jaar tot 1 000 MWh/jaar : met 20 procent;
   3° voor de verbruiksschijf vanaf 1 000 MWh/jaar tot 25 000 MWh/jaar : met 25 procent;
   4° voor de verbruiksschijf hoger dan 25 000 MWh/jaar : met 45 procent.
   Per verbruikslocatie, tussen 1 juli 2013 en 31 december 2013, bedraagt de toeslag gefactureerd door de elektriciteitsbedrijven voor die verbruikslocatie maximaal 125 000 euro.
  [5 Voor de verbruiken vanaf 1 januari 2014 wordt de toeslag, toepasbaar door elektriciteitsbedrijven op hun eindafnemers, per verbruikslocatie, verminderd, op basis van de voortschrijdende jaarlijkse som van de afnamen, als volgt :
   1° voor de verbruiksschijf vanaf 20 MWh/jaar tot 50 MWh/jaar : met 15 procent;
   2° voor de verbruiksschijf vanaf 50 MWh/jaar tot 1 000 MWh/jaar : met 20 procent;
   3° voor de verbruiksschijf vanaf 1 000 MWh/jaar tot 25 000 MWh/jaar : met 25 procent;
   4° voor de verbruiksschijf hoger dan 25 000 MWh/jaar : met 45 procent.
   Per verbruikslocatie en per jaar, bedraagt de toeslag gefactureerd door de elektriciteitsbedrijven voor die verbruikslocatie maximaal 250.000 euro.]5
   De verminderingen bedoeld in [5 het zevende, achtste, negende en tiende lid]5 gelden voor de elektriciteit afgenomen door alle eindafnemers behalve degenen die geen sectorakkoord of convenant ondertekend hebben waarvoor ze in aanmerking komen. De professionele eindafnemers die een sectorakkoord of een convenant hebben gesloten en die reeds genieten van een degressiviteit voor de federale bijdrage voor elektriciteit zullen automatisch genieten van de degressiviteit op de toeslag.
   Wanneer blijkt dat een bedrijf, dat een sectorakkoord of convenant heeft gesloten en dat de degressiviteit geniet als gevolg van zijn verklaring betreffende de naleving ervan, de verplichtingen van dit akkoord of convenant zoals bepaald door de Gewesten niet naleeft, moet dit bedrijf de bedragen, die wegens de onterechte toepassing van de degressiviteit niet betaald werden, terugbetalen aan de commissie. Daarenboven verliest het bedrijf haar recht op de degressiviteit voor het volgende jaar.
   De commissie vergoedt aan de elektriciteitsbedrijven het totale bedrag voortvloeiend uit de toepassing van de verminderingen van de toeslag zoals bedoeld in deze paragraaf. Teneinde dit totale bedrag te dekken worden de volgende elementen aan de commissie toegewezen :
   1° de ontvangsten voortvloeiend uit de verhoging van het bijzondere accijnsrecht bepaald in artikel 419, onderdeel e) i) en onderdeel f) i) van de programmawet van 27 december 2004 voor gasolie van de GN codes 2710 19 41, 2710 19 45 en 2710 19 49, ten belope van een bedrag van 7 euro per 1 000 liter bij 15°;
   2° als het totaal van de onder 1° van dit lid vermelde bedragen niet toereikend is om het totaalbedrag van de verminderingen te dekken, wordt een gedeelte van de ontvangsten voortvloeiend uit het bijzonder accijnsrecht bepaald in artikel 419, onderdeel j) van de programmawet van 27 december 2004 voor steenkool, cokes en bruinkool van de GN codes 2701, 2702 et 2704 bijkomend toegewezen;
   3° als het totaalbedrag uit de onder 1° en 2° van dit lid vermelde bedragen niet toereikend is om het totaalbedrag van de verminderingen te dekken, wordt een deel van de opbrengst van de vennootschapsbelastingen bijkomend toegewezen.
   De codes van de in deze paragraaf bedoelde gecombineerde nomenclatuur verwijzen naar die welke zijn vastgesteld in de Verordering EEG nr. 2031/2001 van de Europese Commissie van 6 augustus 2001 tot wijziging van bijlage I van de Verordering EEG nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief.
   De commissie brengt aan het einde van elk trimester verslag uit aan de Kamer van volksvertegenwoordigers en aan de ministers bevoegd voor energie, begroting en financiën over de uitbetalingen die zij heeft gedaan in het kader van de offshore toeslag.]4
  [1 § 1bis. In functie van onder meer de voorwaarden van beste technische praktijken, van verkoopprijs van elektriciteit en van financieringskost stelt de commissie jaarlijks een verslag op, voor toekomstige projecten, over de doeltreffendheid inzake kosten van de minimumprijs van de bovenvermelde aankoopverplichting door de netbeheerder van de groenestroomcertificaten die door de federale en gewestelijke overheden worden toegekend. Dit verslag wordt aan de minister overgezonden en op de internetsite van de commissie gepubliceerd. [7 Daarenboven vergelijkt en evalueert de commissie, voor 31 september 2016, de gevolgen voor de consument en de Staat van de twee mechanismen van aankoopverplichting door de netbeheerder aan een door het koninklijk besluit 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen vastgestelde minimumprijs voor offshore windenergie, namelijk een mechanisme met een vaste minimumprijs et een mechanisme met een variabele minimumprijs.]7
   Desgevallend kan de commissie een advies uitbrengen over de wenselijkheid om het bovenvermeld koninklijk besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, met betrekking tot de hoogte van deze minimumprijs te wijzigen.]1
  [6 § 1ter. Een begrotingsfonds genaamd "windkrachtenergie in de Noordzee" opgericht . Het vormt een begrotingsfonds in de zin van artikel 62 van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de Federale Staat. Het wordt jaarlijks gespijsd door twee derde van de vergoeding die betaald wordt aan de Staat krachtens artikel 4/1 van de wet van 31 januari 2003 houdende de geleidelijke uitstap uit kernenergie voor industriële elektriciteitsproductie. De middelen voor dit fonds kunnen worden gebruikt om de impact op de consumenten te verzachten van de maatregelen genomen krachtens paragraaf 1 om de ontwikkeling van productiecapaciteiten uit windenergie in de Noordzee mogelijk te maken. De Koning stelt de voorwaarden vast voor het gebruik van dit fonds bij besluit overlegd in de Ministerraad.]6
  (§ 2. Voor nieuwe installaties voor de productie van elektriciteit uit wind in de zeegebieden waarin België zijn rechtsmacht kan uitoefenen overeenkomstig het internationaal zeerecht, die het voorwerp uitmaken van een in artikel 6 bedoelde domeinconcessie [7 verleend vóór 1 juli 2007]7, staat de netbeheerder in voor één derde van de kostprijs van de onderzeese kabel met een maximumbedrag van 25 miljoen euro voor een project van 216 MW of meer. Deze financiering van 25 miljoen euro wordt naar rato verminderd, wanneer het project minder dan 216 MW bedraagt. In dit bedrag is begrepen de aankoop, de levering en de plaatsing van de onderzeese kabel alsmede de aansluitingsinstallaties, de uitrustingen en de aansluitingsverbindingen van voormelde productie-installaties. Deze financiering wordt over vijf jaar gespreid, a rato van één vijfde per jaar vanaf het begin van de werken. De commissie controleert de voor de financiering in aanmerking te nemen totale kosten op basis van de offerte of offertes die de titularis van de domeinconcessie bedoeld in artikel 6, § 1, in aanmerking neemt bij toepassing van [9 de geldende wetgeving inzake overheidsopdrachten]9. De commissie voert deze controle uit binnen een periode van één maand na voorlegging van voornoemde offerte, of offertes, door de titularis van de domeinconcessie bedoeld in artikel 6, § 1. Deze bijdrage wordt gestort in vijf gelijke schijven vanaf de maand volgend op de aanvang van de eerste werken, en elk volgend jaar op dezelfde datum.
  [7 Installaties, voor de productie van elektriciteit uit wind in de zeegebieden waarin België zijn rechtsmacht kan uitoefenen overeenkomstig het internationaal zeerecht, die het voorwerp uitmaken van een in artikel 6 bedoelde domeinconcessie, verleend na 1 juli 2007 [9 en waarvan de financial close heeft plaatsgegrepen tussen 2 mei 2014 tot en met 31 december 2016]9, kunnen de minister verzoeken om niet aan te sluiten op een installatie noodzakelijk voor de transmissie van elektriciteit in de zeegebieden waarin België rechtsmacht kan uitoefenen overeenkomstig het internationaal zeerecht, bedoeld in artikel 13/1. Indien de Koning, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, toestemming verleent om niet aan te sluiten, staat de netbeheerder in voor één derde van de kostprijs van de onderzeese kabel met een maximumbedrag van 25 miljoen euro volgens de modaliteiten bepaald in deze paragraaf en wordt de minimumprijs voor de geproduceerde windenergie, zoals vastgelegd voor installaties waarvan de financial close plaatsvindt na 1 mei 2014 overeenkomstig het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen, verhoogd met 12 euro/MWh. [8 Wanneer het installaties betreft waarvan de financial close plaatsgrijpt na 1 mei 2016, dan wordt de minimumprijs zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen verhoogd met een bedrag ter dekking van en dat bijgevolg overeenstemt met de totale kosten van de financiering van de onderzeese kabel die resulteren uit de offerte of offertes die de titularis van de domeinconcessie, bedoeld in artikel 6, § 1, in aanmerking neemt in toepassing van de wet van 15 juni 2006 betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten. Dit bedrag wordt bepaald door de commissie na verificatie van de in aanmerking genomen offerte of offertes.]8
   [9 Installaties, voor de productie van elektriciteit uit wind in de zeegebieden waarin België zijn rechtsmacht kan uitoefenen overeenkomstig het internationaal zeerecht, die het voorwerp uitmaken van een in artikel 6 bedoelde domeinconcessie, verleend na 1 juli 2007, en waarvan de financial close heeft plaatsgegrepen na 31 december 2016, worden aangesloten op het Modular Offshore Grid.]9]7
  [8 Voor [9 de installaties voor de productie van elektriciteit bedoeld in het derde lid]9, wordt de minimumprijs voor de geproduceerde windenergie zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen verhoogd met een bedrag ter dekking van en dat bijgevolg overeenstemt met de totale kosten van de financiering van de onderzeese kabel die resulteren uit de offerte of offertes die de titularis van de domeinconcessie, bedoeld in artikel 6, § 1, in aanmerking neemt in toepassing van de wet van 15 juni 2006 betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten. Dit bedrag wordt bepaald door de commissie na verificatie van de in aanmerking genomen offerte of offertes.]8
  [9 In geval van absolute en aangetoonde onmogelijkheid om de bouw van het Modular Offshore Grid aan te vatten of te beëindigen, vastgesteld door de minister, kunnen de voormelde installaties voor de productie van elektriciteit rechtstreeks aangesloten worden op de bestaande installaties voor het transport van elektriciteit. De netbeheerder financiert voor één derde de kost van de onderzeese kabel, en dit voor een maximum bedrag van 25 miljoen euro volgens de modaliteiten gedefinieerd in het eerste lid en de minimumprijs voor geproduceerde windenergie zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 16 juli 2002 betreffende de instelling van mechanismen voor de bevordering van elektriciteit opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen, wordt verhoogd met een bedrag dat de totale kosten dekt die in aanmerking komen voor de financiering van de kost van de onderzeese kabel zoals ze voortvloeien uit de offerte of de offertes die de titularis van de domeinconcessie, bedoeld in artikel 6, § 1, in aanmerking neemt in toepassing van de geldende wetgeving inzake overheidsopdrachten. Dit bedrag wordt bepaald door de commissie na verificatie van de offerte of de offertes die in aanmerking genomen werden.]9
  In geval van het niet bereiken van de geplande 216 MW binnen de vijf jaren na het begin van de werken wordt een bedrag pro rata aan 25 miljoen euro teruggevorderd op initiatief van de minister, na advies van de commissie.
  De betaling van iedere schijf gebeurt na aanvraag van de titularis van de domeinconcessie bedoeld in artikel 6, § 1. Deze aanvraag omvat :
  1° het bewijs van het uitvoeren van het vergund investeringsprogramma dat de commissie kan controleren, hetzij op basis van de door de titularis overgezonden stukken, hetzij ter plaatse;
  2° de overlegging van het bewijs van het naleven van de fiscale en sociale wetgevingen en reglementeringen tijdens het afgesloten boekjaar voorafgaand aan de aanvraag tot betaling.
  Zo de voorwaarden bedoeld in [8 het vijfde lid]8 niet zijn nageleefd, schort de minister, op voorstel van de commissie, de storting van de jaarlijkse schijf op. Zo die voorwaarden wegens overmacht niet worden nageleefd, en indien de economische bedrijvigheid van de onderneming verdergaat, kan het storten van de jaarlijkse schijf door de minister worden gehandhaafd.
  In geval van intrekking van de machtiging tot betaling gebeurt de terugvordering van de betwiste stortingen op initiatief van de minister, via alle rechtsmiddelen.
  De nadere regels van deze financiering zullen worden bepaald in een overeenkomst tussen de netbeheerder en de titularis van de domeinconcessie. De kostprijs van deze bijdrage die door de netbeheerder wordt gefinancierd is toerekenbaar aan de taken bedoeld in artikel 8.
  § 3. [10 De netbeheerder bouwt en exploiteert het Modular Offshore Grid.
   In afwijking van het eerste lid mag elke persoon die over de nodige administratieve vergunningen beschikt die hij voor de inwerkingtreding van de wet van 13 juli 2017 tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, met het oog op het instellen van een wettelijk kader voor het Modular Offshore Grid heeft verkregen, mits voorafgaand akkoord van de netbeheerder en de commissie, een van de installaties bouwen die deel uitmaken van het Modular Offshore Grid op voorwaarde dat deze installatie, zolang ze niet geïntegreerd is in de andere elementen van het Modular Offshore Grid, de kenmerken heeft van een aansluiting op het elektriciteitstransmissienet op het vasteland. Deze vergunning is onderworpen aan de formele verbintenis van de betrokken persoon om de principes toe te passen voor de valorisatie van de installatie die de commissie heeft vastgelegd met het oog op de overdracht ervan naar de netbeheerder volgens de modaliteiten in het derde lid.
   De netbeheerder wordt de eigenaar van een installatie aangelegd met toepassing van het tweede lid vooraleer deze in het Modular Offshore Grid wordt geïntegreerd; deze integratie moet gebeuren ten laatste twaalf maanden na de indienststelling van het betrokken park.
   De eigendomsoverdracht kan pas gebeuren als aan de netbeheerder een domeinconcessie voor deze installatie werd toegekend met toepassing van artikel 13/1.
   De commissie bepaalt de waarde van de installatie en de modaliteiten voor de overdracht aan de netbeheerder op gemeenschappelijk voorstel van zijn eigenaar en de netbeheerder dat aan de commissie werd overgemaakt ten laatste negen maanden na de indienststelling van de installatie. Bij gebrek aan een gemeenschappelijk voorstel legt de commissie de waarde van de installatie op eigen gezag vast na raadpleging van de partijen. De commissie neemt haar beslissing ten laatste op de laatste werkdag van de elfde maand na de indienststelling van het betrokken park,. De effectieve overdracht van de eigendom van de installatie mag niet gebeuren voor de betaling van de door de commissie vastgelegde prijs.]10
  § 4. Voor de installatieprojecten bedoeld in § 2, ingediend tot 31 december 2007, en in het geval van intrekking van de domeinconcessie bedoeld in artikel 6, § 1, of van enig andere voor de totale realisatie van het project vereiste en door de federale overheid verleende vergunning of toelating, of in geval van stopzetting tijdens de opbouwfase van het project, ingevolge een besluit dat niet gebaseerd is op enige reglementaire basis, al of niet genomen na advies van de bevoegde instantie, zonder dat een voor de titularis van de domeinconcessie aanwijsbare nalatigheid of tekortkoming kan worden aangetoond, wordt voorzien in een maatregel zoals beschreven in het vierde lid, teneinde de investeringszekerheid van het project te garanderen, rekening houdend met het innoverende karakter van het project.
  Op het ogenblik van de inwerkingtreding van de intrekking of stopzetting zoals beschreven in het eerste lid, wordt een evaluatie gemaakt door de commissie. Deze evaluatie houdt rekening met :
  1° de totale jaarlijkse kost die de investeringen omvat, de exploitatiekosten alsook de financiële lasten;
  2° de verschillende inkomsten voortvloeiend uit het vigerende reglementair kader en de mogelijkheden tot aankoop van energie.
  De commissie stelt, op basis van de evaluatie in het tweede lid, de noodzakelijke aanpassingen voor aan de prijs van de met het project verbonden groene stroomcertificaten, teneinde een rentabiliteit te waarborgen die gelijkwaardig is aan een investering op lange termijn met gelijkaardige risico's, overeenkomstig de beste praktijken binnen de internationale financiële markten.
  Binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van het voorstel van de commissie, bepaalt de Koning op basis van het voorstel van de commissie, bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de noodzakelijke aanpassingen aan de prijs van de met het project verbonden groene stroomcertificaten.
  De commissie waakt over de verenigbaarheid tussen het voorstel en de vigerende regelgeving.) <W 2005-07-20/41, art. 62, 012; Inwerkingtreding : 01-07-2005>
  ----------
  (1)<W 2012-01-08/02, art. 7, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>
  (2)<W 2012-03-29/01, art. 25, 027; Inwerkingtreding : 09-04-2012>
  (3)<W 2012-12-27/05, art. 2, 029; Inwerkingtreding : 07-01-2013>
  (4)<W 2013-06-28/04, art. 115, 031; Inwerkingtreding : 01-07-2013>
  (5)<W 2013-12-26/09, art. 2, 032; Inwerkingtreding : 10-01-2014>
  (6)<Ingevoegd bij W 2014-05-15/11, art. 5, 036; Inwerkingtreding : 12-06-2014>
  (7)<W 2014-05-08/23, art. 4, 037; Inwerkingtreding : 14-06-2014>
  (8)<W 2016-07-21/39, art. 3, 040; Inwerkingtreding : 06-10-2016. Overgangsbepaling : art. 4>
  (9)<W 2017-07-13/07, art. 4, 045; Inwerkingtreding : 29-07-2017>
  (10)<W 2017-07-13/07, art. 5, 045; Inwerkingtreding : 29-07-2017>

  HOOFDSTUK IIbis. - [1 Strategische reserve]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-03-26/07, art. 5, 034; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 7bis. [1 § 1. Uiterlijk op 15 november van ieder jaar voert de netbeheerder een probabilistische analyse uit met betrekking tot de staat van `s lands bevoorradingszekerheid voor de komende winterperiode.
  § 2. Het niveau van bevoorradingszekerheid dat moet worden bereikt, wordt bepaald door :
  1° desgevallend, de geharmoniseerde normen vastgesteld door de in deze aangelegenheid bevoegde Europese instellingen;
  2° bij het ontbreken van geharmoniseerde normen op Europees niveau, desgevallend de geharmoniseerde normen vastgesteld op regionaal niveau, inzonderheid op het niveau van de Centraal-West-Europese elektriciteitsmarkt;
  3° bij het ontbreken van zulke normen, een berekening van een LOLE van minder dan 3 uur en van een LOLE95 van minder dan 20 uur, aan de hand waarvan de ontbrekende ladingsvolumes, noodzakelijk voor de verzekering van de bevoorradingszekerheid, worden bepaald.
  § 3. Vóór 15 oktober van ieder jaar stelt de Algemene Directie Energie alle nuttige informatie ter beschikking van de netbeheerder, voor de in § 1 bedoelde analyse.
  § 4. Voor de in § 1 bedoelde analyse, houdt de netbeheerder rekening met ten minste volgende elementen :
  1° de productie- en opslagcapaciteiten die voor de geanalyseerde periode beschikbaar zullen zijn in de Belgische regelzone, op basis onder meer van de buitenwerkingstellingen geprogrammeerd in het ontwikkelingsplan bedoeld in artikel 13, en van de ontvangen mededelingen in toepassing van artikel 4bis;
  2° de vooruitzichten inzake elektriciteitsverbruik;
  3° de mogelijkheden tot invoer van elektriciteit, rekening houdend met de capaciteiten van de interconnectoren waarover het land zal beschikken, en, desgevallend, met een schatting van de beschikbaarheid van elektriciteit op de Centraal-West-Europese elektriciteitsmarkt in het licht van 's lands energiebevoorrading.
  De netbeheerder kan, op gemotiveerde wijze, de elementen opgenomen in het eerste lid aanvullen met ieder element dat hij nuttig acht.
  § 5. De analyse bedoeld in paragraaf 1 wordt door de netbeheerder overgemaakt aan de Algemene Directie Energie.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-03-26/07, art. 5, 034; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 7ter. [1 Uiterlijk op 15 december van ieder jaar maakt de Algemene Directie Energie een advies over aan de minister, aangaande de noodzaak tot het aanleggen van een strategische reserve voor de volgende winterperiode.
  Indien het advies besluit dat er een noodzaak bestaat om zulke reserve aan te leggen, bevat het eveneens een voorstel van volume voor deze reserve, uitgedrukt in MW. Desgevallend, kan de Algemene Directie Energie een advies uitbrengen tot aanleg van de reserve tot drie opeenvolgende winterperiodes.
  Indien het voorstel van volume betrekking heeft op twee of drie opeenvolgende winterperiodes, bepaalt het voorstel van volumes voor de laatste (twee) periode(s) de minimaal vereiste niveaus, die opwaarts herzien kunnen worden in de loop van de volgende jaarlijkse procedures.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-03-26/07, art. 5, 034; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 7quater. [1 De minister kan binnen een termijn van één maand vanaf de ontvangst van het advies van de Algemene Directie Energie bedoeld in artikel 7ter, instructie geven aan de netbeheerder om een strategische reserve aan te leggen voor een periode van één tot drie jaar, vanaf de eerste dag van de komende winterperiode, en legt de omvang van deze reserve in MW vast. De minister stelt de commissie op de hoogte van deze beslissing. De beslissing, de analyse van de netbeheerder en het advies van de Algemene Directie Energie worden gepubliceerd op de website van de Algemene Directie Energie.
  Het in MW bepaalde volume wordt vastgesteld, uitgaande van een ononderbroken beschikbaarheid van het vermogen dat door de minister werd bepaald. Het sluiten van overeenkomsten door de netbeheerder kan leiden tot een vermogensvolume in MW dat het niveau, dat door de minister was bepaald in functie van de voorzienbare beschikbaarheid van MW die hem werden aangeboden, overtreft. De netbeheerder verantwoordt in zijn rapport, opgesteld krachtens artikel 7sexies, § 1, het volume, bepaald in MW waar hij voorstelt rekening mee te houden.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-03-26/07, art. 5, 034; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 7quinquies. [1 § 1. Na raadpleging van de netgebruikers, van de commissie en van de Algemene Directie Energie bepaalt de netbeheerder de proceduremodaliteiten voor de aanleg van de strategische reserve. Bij de uitwerking van de proceduremodaliteiten aangaande de gebruikers van het distributienet, raadpleegt de netbeheerder de distributienetbeheerders.
  De proceduremodaliteiten worden gepubliceerd op de website van de netbeheerder.
  § 2. Iedere speler die beschikt over vermogen gelokaliseerd in de Belgische regelzone, en die beantwoordt aan de specificaties zoals bepaald in de proceduremodaliteiten, kan deelnemen aan de strategische reserve, voor zover hij beantwoordt aan één van de volgende kenmerken :
  1° iedere transmissie- of distributienetgebruiker, individueel of op geaggregeerde wijze, via offertes van vraagzijdebeheer;
  2° iedere exploitant van een productie-installatie waarvan de datum van geprogrammeerde buitenwerkingstelling in het ontwikkelingsplan bedoeld in artikel 13 valt vóór het begin van de winterperiode waarop de procedure betrekking heeft, en na het einde van de winterperiode die deze waarop de procedure betrekking heeft, voorafgaat;
  3° iedere exploitant van een productie-installatie die, nog voor de instructie bedoeld in artikel 7quater, een mededeling heeft gedaan op basis van artikel 4bis en waarvan de buitenwerkingstelling nog niet effectief is;
  4° iedere exploitant van een productie-installatie die een mededeling heeft gedaan op basis van artikel 4bis en waarvan de tijdelijke buitenwerkingsstelling effectief is.
  § 3. De exploitanten bedoeld in § 2, 2° tot 4°, hebben de plicht om minstens één offerte in te dienen die het gehele vermogen van de bedoelde installatie omvat.
  In geval van niet-naleving door een exploitant van de plicht bedoeld in het eerste lid kan de commissie hem een administratieve boete overeenkomstig artikel 31 opleggen.
  § 4. De netbeheerder verzamelt de offertes volgens objectieve, transparante, niet-discriminerende, en op marktregels gebaseerde procedures.
  Omwille van omstandig gemotiveerde technische en/of economische redenen kan de procedure georganiseerd worden in meerdere percelen.
  De Koning kan de basisprincipes bepalen van de procedure bedoeld in het eerste lid.
  § 5. De procedure voor de aanleg van de strategische reserve voorziet in sancties in geval van een slechte uitvoering van de contractuele verplichtingen, en in geval van een miskenning van de werkingsregels bedoeld in artikel 7septies.
  § 6. De netbeheerder vat de procedure voor de aanleg van de strategische reserve aan, uiterlijk binnen de maand volgend op de beslissing van de minister bedoeld in artikel 7quater. De indiening van de offertes geschiedt ten laatste twee maanden na aanvang van de procedure.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-03-26/07, art. 5, 034; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 7sexies. [1 § 1. Uiterlijk dertig werkdagen na de uiterste indieningsdatum voor de offertes, overhandigt de netbeheerder een rapport aan de commissie en aan de minister omtrent alle ontvangen offertes, met verantwoordingsstukken, en omtrent de prijzen en volumes die hem worden aangeboden voor de levering van strategische reserves. De netbeheerder voegt hieraan een technisch-economisch voorstel van combinatie van de offertes toe.
  § 2. De commissie brengt uiterlijk dertig werkdagen na ontvangst van het rapport bedoeld in § 1, een advies uit dat uitdrukkelijk en op gemotiveerde wijze aangeeft of de prijs van de door de netbeheerder voorgestelde combinatie van offertes voor de levering van strategische reserves al dan niet manifest onredelijk is.
  § 3. Indien het advies van de commissie luidt dat de offertes die deel uitmaken van het technisch-economische voorstel van de netbeheerder niet onredelijk zijn, sluit de netbeheerder overeenkomsten voor deze offertes voor de duur voorzien in de beslissing van de minister bedoeld in artikel 7quater vanaf 1 november van het lopende jaar.
  Indien het advies van de commissie luidt dat het door de netbeheerder gedane voorstel manifest onredelijk is, kan de Koning, niettegenstaande artikel V.2 van het Wetboek van Economisch Recht, op voorstel van de minister, ter wille van de bevoorradingszekerheid, aan één of meerdere inschrijvers waarvan de offerte door de commissie als manifest onredelijk werd beoordeeld, vanaf 1 november van het lopende jaar voor een periode van één jaar tot de duur voorzien in de beslissing van de minister bedoeld in artikel 7quater, de noodzakelijke prijzen en volumes bij koninklijk besluit opleggen. De prijzen en volumes kunnen variëren tussen de verschillende inschrijvers, teneinde rekening te kunnen houden met de technisch-economische bijzonderheden van elkeen. De opgelegde volumes kunnen verschillend zijn dan de volumes waarvoor werd ingeschreven in het kader van de procedure bedoeld in artikel 7quinquies, rekening houdend met de technisch-economische beperkingen.
  Indien het advies van de commissie luidt dat het door de netbeheerder gedane voorstel manifest onredelijk is, bevat dit advies eveneens de door de commissie aanbevolen maatregelen.
  Wanneer de Koning prijzen en volumes oplegt, volgen de weerhouden inschrijvers de modaliteiten bepaald in toepassing van artikel 7quinquies, gebruikt in het kader van de openbare aanbesteding.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-03-26/07, art. 5, 034; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 7septies. [1 § 1. De netbeheerder maakt de werkingsregels van de strategische reserve aan de commissie voor goedkeuring over. In deze werkingsregels worden onder meer de indicatoren gepreciseerd die in overweging worden genomen om een tekortsituatie vast te stellen, alsook de beginselen met betrekking tot de activering door de netbeheerder van de strategische reserves. De netbeheerder publiceert de goedgekeurde regels op zijn website, ten laatste op de dag van aanvang van de procedure voorzien in artikel 7quinquies.
  § 2. De werkingsregels van de strategische reserve garanderen het passend gedrag van de marktspelers, teneinde tekortsituaties te vermijden.
  Deze regels garanderen eveneens dat het deel van de gecontracteerde capaciteit in de strategische reserve dat betrekking heeft op de productie, enkel door de netbeheerder kan worden geactiveerd.
  De werkingsregels strekken ertoe de interferenties van de strategische reserve met de werking van de gekoppelde elektriciteitsmarkten zoveel mogelijk te beperken.
  Gedifferentieerde werkingsregels kunnen worden toegestaan teneinde de vaststelling van meerdere percelen toe te laten, voor zover omstandig gemotiveerde technische vereisten dit opleggen in het kader van de procedure bedoeld in artikel 7quinquies.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-03-26/07, art. 5, 034; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 7octies. [1 De kostprijs van de strategische reserve wordt gedekt door een tarifaire toeslag ter financiering van de openbare dienstverplichting van de netbeheerder, zoals bedoeld in artikel 12, § 5, tweede lid, 11°. Deze toeslag wordt voorgelegd ter goedkeuring aan de commissie. De kostprijs is samengesteld uit de kosten gedragen door de transmissienetbeheerder overeenkomstig de contracten gesloten ten vervolge van de procedure voorzien in artikel 7quinquies, en, desgevallend, de kosten die voortvloeien uit de belasting opgelegd door de Koning aan de inschrijvers overeenkomstig artikel 7sexies, met aftrek van alle netto inkomsten gegenereerd uit de activering van de gecontracteerde capaciteiten, in naleving van de regels bedoeld in artikel 7septies.
  De door de netbeheerder opgelopen kosten voor het beheer en de ontwikkeling van deze activiteit worden gedekt door passende reguleringsmechanismen voorzien in de tariefmethodologie bedoeld in artikel 12.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-03-26/07, art. 5, 034; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 7novies. [1 De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op de eenheden bedoeld door de wet van 31 januari 2003 houdende de geleidelijke uitstap uit kernenergie voor industriële elektriciteitsproductie. ]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-03-26/07, art. 5, 034; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  HOOFDSTUK III. - Beheer van het transmissienet.

  Art. 8.(§ 1.) Het beheer van het transmissienet wordt waargenomen door één enkele beheerder, aangewezen overeenkomstig artikel 10. <W 2003-03-20/49, art. 14, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
  De netbeheerder staat in voor de exploitatie, het onderhoud en de ontwikkeling van het transmissienet, met inbegrip van de koppellijnen daarvan naar andere elektriciteitsnetten, teneinde de continuïteit van de voorziening te waarborgen.
  [1 Hiertoe wordt de netbeheerder onder meer met de volgende taken belast :
   1° het op lange termijn waarborgen van het vermogen van het tranmissienet en voldoen aan redelijke aanvragen voor de transmissie van elektriciteit, uitbaten, onderhouden en ontwikkelen, onder economisch aanvaardbare voorwaarden, van een zeker, betrouwbaar en doeltreffend transmissienet, mits het wijden van alle vereiste aandacht aan de eerbied voor het leefmilieu. Het ontwikkelen van een transmissienet dekt de hernieuwing en de uitbreiding van het net en wordt bestudeerd in het kader van het uitwerken van het ontwikkelingsplan;
   2° zorgen voor een zeker, betrouwbaar en efficiënt elektriciteitsnet en er in dit verband op toe zien dat de nodige ondersteunende diensten beschikbaar zijn en geïmplementeerd worden, voor zover die beschikbaarheid onafhankelijk is van ieder ander transmissienet waaraan zijn systeem gekoppeld is. De ondersteunende diensten omvatten met name de diensten die worden verleend als reactie op de vraag [4 met inbegrip van de activering van de vraagflexibiliteit]4 en hulpdiensten in geval van uitvallen van productie-eenheden, hierbij inbegrepen eenheden gebaseerd op hernieuwbare energieën en kwalitatieve warmtekrachtkoppeling. Voor de activering van de productiemiddelen [4 en de vraagflexibiliteit]4 die noodzakelijk zijn om het evenwicht van de regelzone te verzekeren geeft de netbeheerder voorrang aan het gebruik van een transparant marktplatform.
   De netbeheerder verschaft zich de energie die hij gebruikt om zijn energieverliezen te dekken en om een reservecapaciteit op het net te behouden volgens transparante, niet-discriminerende en op de marktregels gesteunde procedures;
   3° bijdragen tot de bevoorradingszekerheid dankzij een adequate transmissiecapaciteit en betrouwbaarheid van het net;
   4° het beheren van de elektriciteitsstromen op het net met inachtneming van de uitwisselingen met andere onderling verbonden netten, en in het kader hiervan, het verzekeren van de coördinatie van het beroep op de productie-installaties en de bepaling van het aanwenden van de interconnecties met het oog op het verzekeren van een bestendig evenwicht van de elektriciteitsstromen die voortvloeien uit vraag en aanbod van elektriciteit;
   5° het verzekeren van de coördinatie van het beroep op de productie-installaties en de bepaling van het aanwenden van interconnecties op basis van objectieve criteria die door de commissie worden goedgekeurd. Deze criteria houden rekening met :
   a) de economische rangorde van de elektriciteit afkomstig van de beschikbare productie-installaties of overdrachten door middel van interconnecties, evenals met de voor het net geldende technische beperkingen;
   b) de voorrang die moet worden gegeven aan de productie-installaties die hernieuwbare energiebronnen gebruiken, in de mate dat een veilig beheer van het transmissienet dit toelaat en op basis van transparante en niet-discriminerende criteria, evenals aan de installaties voor gecombineerde opwekking van warmte en elektriciteit. De Koning kan, na advies van de commissie en na overleg met de Gewesten, de criteria preciseren die door een productie-installatie die hernieuwbare energiebronnen aanwendt moeten worden nageleefd om te kunnen genieten van deze voorrang en de technische en financiële voorwaarden bepalen die ter zake moeten worden toegepast door de netbeheerder;
   c) het tot een minimum beperken van de belemmeringen voor uit hernieuwbare energiebronnen geproduceerde elektriciteit;
   d) de te geven voorrang, omwille van de bevoorradingszekerheid, aan productie-installaties die binnenlandse brandstofbronnen voor primaire energie gebruiken, met een beperking van 15 % van de totale hoeveelheid primaire energie die nodig is om de in België in de loop van één kalenderjaar verbruikte energie te produceren;
   6° de beheerder van ieder ander net dat met zijn net gekoppeld is de nodige informatie verstrekken om de zekere en efficiënte exploitatie, de gecoördineerde ontwikkeling en de interoperabiliteit van het gekoppelde net te verzekeren;
   7° garanderen dat er geen discriminatie zal ontstaan tussen gebruikers of categorieën van gebruikers van het net, meer bepaald ten gunste van zijn verbonden of geassocieerde bedrijven;
   8° het verstrekken aan de netgebruikers van informatie die zij nodig hebben voor een efficiënte toegang tot het net;
   9° het innen van inkomsten uit het congestiebeheer en de betalingen die verricht werden als vergoedingsmechanisme tussen de beheerders van het transmissienet overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EG) nr. 714/2009;
   10° het toekennen en beheren van de toegang van derden tot het transmissienet en het verduidelijken van de redenen voor het weigeren van dergelijke toegang;
   11° het publiceren van normen voor het plannen, uitbaten en de veiligheid die worden aangewend, met inbegrip van een algemeen plan voor de berekening van het totaal transfertvermogen en de betrouwbaarheidsmarge van de transmissie op basis van de elektrische en fysische karakteristieken van het net;
   12° het bepalen en publiceren van de procedures voor het beperken van de transacties die op niet-discriminerende wijze toegepast kunnen worden in geval van noodtoestanden evenals de methodes voor de schadeloosstelling, met inbegrip van de concepten en basismethodes die het mogelijk maken de verantwoordelijkheden te bepalen ingeval deze verplichtingen worden verzuimd, die in geval van dergelijke beperkingen eventueel van toepassing zijn;
   13° het publiceren van alle nuttige gegevens die betrekking hebben op de beschikbaarheid, de toegankelijkheid en het gebruik van het net, met daarin een verslag over de plaatsen en de oorzaken van de congestie, alsmede over de methodes die toegepast worden om de congestie te beheren en over de projecten betreffende het toekomstige beheer ervan;
   14° het publiceren van een algemene beschrijving van de methode voor het beheer van de congestie die in verschillende omstandigheden wordt toegepast om de capaciteit die op de markt beschikbaar is te maximaliseren, evenals een algemeen plan voor de berekening van de interconnectiecapaciteit op de verschillende vervaldata, gebaseerd op de elektrische en fysische karakteristieken van het net;
   15° ten laatste binnen de achttien maanden die volgen op de bekendmaking van de wet van [2 8 januari 2012]32 tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, een stappenverslag opstellen over de voorwaarden die noodzakelijk zijn om het evenwicht van de regelzone te verzekeren. Na overleg met de betrokken marktspelers zendt de netbeheerder dit verslag, waarin uitdrukkelijk de voorafgaande haalbaarheidsvoorwaarden worden bepaald voor de inrichting van het platform bedoeld in punt 2°, over aan de Federatie van Belgische Elektriciteits- en Gasbedrijven, aan de commissie en aan de minister;
   16° erop toezien dat wanneer hun eindafnemers die op het transmissienet of op een directe lijn zijn aangesloten, van leverancier wensen te veranderen, zonder de duur en de nadere bepaling van hun contracten te willen wijzigen en met inachtneming van deze duur en bepalingen, deze overstap binnen een maximumtermijn van drie weken wordt uitgevoerd;]1
  [1 § 1bis. In het kader van de in § 1 bedoelde taken zet de netbeheerder zich in de eerste plaats in om de marktintegratie te bevorderen.
   Hiertoe zorgt de netbeheerder voor de nodige coordinatie met de beheerders van de naburige transmissienetten van Noordwest-Europa, namelijk Nederland, Luxemburg, Frankrijk en Duitsland, alsook met andere relevante Europese netbeheerders, met het oog op de inwerkingstelling van een gemeenschappelijke gecoördineerde methode en procedure voor het beheer van de congestie voor de toekenningen van capaciteiten die vervallen na een termijn van één jaar, één maand en één dag. De netbeheerder ziet erop toe dat deze coördinatie alle stappen van het proces dekt, vanaf de berekening van de capaciteiten en de optimalisering van de toekenning tot de veilige uitbating van het net, met een precieze verdeling van de verantwoordelijkheden, en dat dit onder meer het volgende omvat :
   a) het aanwenden van een gemeenschappelijk vervoersmodel dat het mogelijk maakt de stromen van onderling afhankelijke fysische lussen efficiënt te beheren, terwijl er rekening wordt gehouden met de verschillen tussen de fysische stromen en de commerciële stromen;
   b) de toekenning en de reservatie van capaciteit met het oog op een doeltreffend beheer van de onderling afhankelijke fysische lusstromen;
   c) identieke verplichtingen voor de houders van capaciteit inzake levering van informatie over het gebruik dat zij plannen te maken van de capaciteit die hen wordt toegekend, met andere woorden de reservatie van de capaciteit (voor de uitdrukkelijke veilingen);
   d) identieke vervaldagen en afsluitingsdata;
   e) een identieke structuur voor de toekenning van capaciteit tussen de verschillende vervaldagen in termen van verkochte capaciteitsblokken (hoeveelheid elektriciteit uitgedrukt in MW, MWh, enz.);
   f) een coherent contractueel kader met de marktoperatoren;
   g) het nazicht van de stromen voor het verzekeren van de eisen inzake veiligheid van het net ten behoeve van de operationele planning en exploitatie in reële tijd;
   h) de boekhoudkundige verwerking en vereffening van de maatregelen voor het beheer van de congestie.
   De netbeheerder maakt eveneens alle nuttige gegevens openbaar betreffende de grensoverschrijdende uitwisselingen op basis van de best mogelijke vooruitzichten en van alle nuttige gegevens die door de marktoperatoren worden medegedeeld. De netbeheerder maakt ten minste de volgende gegevens openbaar :
   a) ieder jaar : informatie over de evolutie op lange termijn van het net en de weerslag ervan op de grensoverschrijdende transmissiecapaciteit;
   b) iedere maand : de vooruitzichten op één maand en één jaar van de transmissiecapaciteiten die ter beschikking staan van de markt, rekening houdd met alle nuttige gegevens waarover de netbeheerder beschikt op het ogenblik van de berekening van de vooruitzichten (bijvoorbeeld, de weerslag van de seizoenen op het vermogen van de lijnen, de onderhoudsactiviteiten op het net, de beschikbaarheid van de productie-eenheden, enz.);
   c) elke week : de vooruitzichten op één week van de transmissiecapaciteit die ter beschikking staat van de markt, rekening houdend met alle nuttige informatie waarover de netbeheerder beschikt op het ogenblik van de berekening van de vooruitzichten zoals de weersvooruitzichten, het plannen van onderhoudswerkzaamheden van het net, de beschikbaarheid van de productie-eenheden, enz.;
   d) elke dag : de transmissiecapaciteiten op één dag en gedurende de dag die ter beschikking staan van de markt voor elke tijdseenheid van de markt, rekening houdend met het geheel van de dagreservaties op nettobasis, dagproductieprogramma's, vooruitzichten betreffende de vraag en de planning van onderhoudswerkzaamheden van het net;
   e) de totale capaciteit die reeds werd toegekend per tijdseenheid van de markt, en alle nuttige voorwaarden waarbij deze capaciteit kan worden aangewend (bijvoorbeeld de evenwichtsprijs van de veilingen, de verplichtingen betreffende de modaliteiten voor het gebruik van de capaciteit, enz.) om de eventuele restcapaciteit te bepalen;
   f) de toegekende capaciteit, zo spoedig mogelijk na elke toekenning, evenals een aanduiding van de betaalde prijzen;
   g) de totale gebruikte capaciteit, per tijdseenheid van de markt, onmiddellijk na de reservatie;
   h) in bijna werkelijke tijd : de commerciële en fysische stromen die verwezenlijkt worden, op een geaggregeerde basis, per tijdseenheid van de markt, met daarin een beschrijving van de weerslag van de eventuele bijsturingsmaatregelen die door de netbeheerder worden genomen (bijvoorbeeld, de inperking van de transacties) om net- of systeemproblemen op te lossen;
   i) de ex-ante informatie betreffende de voorziene niet-beschikbaarheid en de ex-post informatie voor de vorige dag betreffende de voorziene en onvoorziene niet-beschikbaarheid van de productie-eenheden waarvan het vermogen hoger ligt dan 100 MW.
   [3 ...]3
   [3 ...]3
   De netbeheerder werkt tijdens de uitoefening van zijn opdrachten samen met het ACER, op vraag van deze laatste. Hij werkt eveneens samen met het Europees netwerk van transmissiesysteembeheerders voor het uitwerken van netcodes en de andere taken bedoeld in artikel 8 van Verordening (EG) nr. 714/2009 en overeenkomstig artikel 12, § 3, van dezelfde Verordening;]1
  (§ 2. [1 Overeenkomstig zijn maatschappelijk doel, kan de netbeheerder elke andere activiteit uitoefenen op of buiten het Belgisch grondgebied, onverminderd de bepalingen van artikel 9, § 1. Onder voorbehoud van overleg met de Gewesten, kan de netbeheerder een gecombineerd transmissie- en distributienet exploiteren en ook activiteiten uitoefenen die onder meer bestaan uit diensten voor de exploitatie, het onderhoud, de verbetering, de vernieuwing, de uitbreiding en/of het beheer van lokale, regionale transmissie- en/of distributienetten met een spanningsniveau van 30 kV tot 70 kV. Hij kan deze activiteiten, met inbegrip van handelsactiviteiten, rechtstreeks uitoefenen of via deelnemingen in publieke of private instellingen, vennootschappen of verenigingen die reeds bestaan of nog opgericht zullen worden.
   Deze werkzaamheden mogen slechts worden uitgeoefend, hetzij rechtstreeks hetzij door participatiedeelnames, indien zij geen negatieve invloed hebben op de onafhankelijkheid van de netbeheerder of op het vervullen van de taken die hem bij de wet zijn toevertrouwd.]1
  [1 De netbeheerder deelt deze rechtsreeks of via participatiedeelnemingen uitgeoefende werkzaamheden mee aan de commissie, evenals elke wijziging die erop betrekking heeft.]1
  Voor de in deze paragraaf bedoelde activiteiten wordt een afzonderlijke boekhouding gevoerd overeenkomstig artikel 22.
  [1 De netbeheerder stelt nalevingsregels op met de genomen maatregelen die ertoe trekken ook discriminerendgedrag uit te sluiten en draagt er zorg voor dat er adequaat toezicht wordt gehouden op de toepassing ervan. Deze regels bevatten de specifieke verplichtingen die aan het personeel worden opgelegd ter verwezenlijking van die doelstellingen. Een persoon die verantwoordelijk is voor de opvolging van de nalevingsregels bij de netbeheerder stelt jaarlijks voor de commissie een verslag op met daarin de beschrijving van de genomen maatregelen. Dit verslag wordt door de netbeheerder gepubliceerd.]1) <W 2005-06-01/32, art. 7, 010; Inwerkingtreding : 24-06-2005>
  ----------
  (1)<W 2012-01-08/02, art. 8, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>
  (2)<W 2012-08-25/04, art. 2, 028; Inwerkingtreding : 13-09-2012>
  (3)<W 2013-12-26/14, art. 4, 033; Inwerkingtreding : 31-12-2013>
  (4)<W 2017-07-13/06, art. 3, 044; Inwerkingtreding : 29-07-2017>

  Art. 9.<W 2005-06-01/32, art. 8, 010; Inwerkingtreding : 24-06-2005> § 1. De netbeheerder moet zijn opgericht in de vorm van een naamloze vennootschap, met maatschappelijke zetel en centrale administratie in een Staat van de Europese Economische Ruimte [1 Het voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 524 van het Wetboek van Vennootschappen.]1. Hij mag geen andere activiteiten ondernemen inzake productie of verkoop van elektriciteit dan [1 de productie in de Belgische regelzone binnen de grenzen van zijn vermogensbehoeften inzake ondersteunende diensten en]1 de verkopen die nodig zijn voor zijn coördinatieactiviteit als netbeheerder. Hij mag ook geen activiteiten ondernemen inzake het beheer van distributienetten met een spanningsniveau dat lager is dan 30 kV [1 Indien hij zich inlaat met productieactiviteiten in de Belgische regelzone binnen de grenzen van zijn vermogensbehoeften inzake ondersteunende diensten, wordt de netbeheerder onderworpen aan de met toepassing van artikel 12 goedgekeurde tarieven alsook aan de bepalingen van artikel 12quinquies. In dit kader kent hij een waarde toe aan de prestaties van ondersteunende diensten die hij verricht overeenkomstig de artikel en 12 en 12quinquies. De in dit kader door de netbeheerder geproduceerde elektriciteit mag niet worden gecommercialiseerd. De netbeheerder doet, in laatste instantie, onder de vorm van onderhandelde trekkingsrechten, beroep op productieactiviteiten binnen de Belgische regelzone binnen de vermogenslimieten van zijn behoeften inzake ondersteunende diensten, nadat hij eerst alle van toepassing zijnde voorafgaande procedures om een beroep te doen op de markt geïmplementeerd heeft en na akkoord van de commissie.]1.
  De netbeheerder mag, rechtstreeks of onrechtstreeks, geen lidmaatschapsrechten bezitten onder welke vorm dan ook, in producenten, distributeurs, leveranciers en tussenpersonen [1 en evenmin in aardgasbedrijven zoals bepaald bij de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen. Wat de distributienetbeheerders betreft, geldt dit lid zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van artikel 8, § 2.]1.
  [1 De elektriciteits- en/of aardgasbedrijven, zoals omschreven in de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen, mogen, alleen of gezamenlijk, rechtstreeks of onrechtstreeks, geen deel van het kapitaal van de netbeheerder en geen aandelen van de netbeheerder aanhouden. Aan de aandelen van deze ondernemingen kan geen stemrecht worden verbonden.
   De statuten van de netbeheerder en de aandeelhoudersovereenkomsten mogen geen bijzondere rechten verlenen aan ondernemingen die rechtstreeks of onrechtstreeks werkzaam zijn in de productie en/of de levering van elektriciteit en/of van aardgas.
   De ondernemingen die rechtstreeks of onrechtstreeks werkzaam zijn in de productie en/of de levering van elektriciteit en/of van aardgas mogen de leden van de raad van bestuur, het directiecomité, het corporate governance comité, het auditcomité, het bezoldigingscomité alsook elk ander orgaan dat de netbeheerder rechtsgeldig vertegenwoordigt niet benoemen.
   Het is eenzelfde natuurlijke persoon niet toegelaten lid te zijn van de raad van toezicht, de raad van bestuur of de organen die wettelijk de onderneming vertegenwoordigen en, tegelijkertijd van een onderneming die een van volgende functies vervult : productie of levering van elektriciteit en elektriciteitstransmissienetbeheerder.]1 :
  § 2. De raad van bestuur van de netbeheerder is uitsluitend samengesteld uit niet-uitvoerende bestuurders en minstens voor de helft uit onafhankelijke bestuurders. De commissie geeft een eensluidend advies betreffende de onafhankelijkheid van de in artikel 2, 30°, bedoelde onafhankelijke bestuurders, zulks ten laatste binnen een periode van dertig dagen vanaf de ontvangst van de kennisgeving van de benoeming van deze onafhankelijke bestuurders door het bevoegd orgaan van de netbeheerder. Naast hun onafhankelijkheid worden deze onafhankelijke bestuurders door de algemene vergadering benoemd deels om hun kennis inzake financieel beheer en deels om hun relevante kennis inzake technische zaken.
  De raad van bestuur is voor minstens een derde samengesteld uit leden van het andere geslacht.
  [2 ...]2
  De raad van bestuur van de netbeheerder richt uit zijn midden minstens een auditcomité, een vergoedingscomité en een corporate governance comité op.
  [2 Het auditcomité, het vergoedingscomité en het corporate governance comité zijn uitsluitend samengesteld uit niet-uitvoerende bestuurders en bestaan in meerderheid uit onafhankelijke bestuurders]2
  [2 ...]2
  § 3. Het auditcomité is belast met de volgende taken :
  1° de rekeningen onderzoeken en de controle van het budget waarnemen;
  2° de auditwerkzaamheden opvolgen;
  3° de betrouwbaarheid van de financiële informatie evalueren;
  4° de interne controle organiseren en daarop toezicht uitoefenen;
  5° de doeltreffendheid nagaan van de interne systemen van risicobeheer.
  Het auditcomité is bevoegd om een onderzoek in te stellen in elke aangelegenheid die onder zijn bevoegdheden valt. Te dien einde beschikt het over de nodige werkmiddelen, heeft het toegang tot alle informatie, met uitzondering van commerciële gegevens betreffende de netgebruikers, en kan het interne en externe deskundigen om advies vragen.
  § 4. Het vergoedingscomité is belast met het opstellen van aanbevelingen ter attentie van de raad van bestuur inzake de bezoldiging van de leden van het directiecomité.
  § 5. Het corporate governance comité is belast met de volgende taken :
  1° aan de algemene vergadering van aandeelhouders kandidaten voorstellen voor de mandaten van onafhankelijk bestuurder;
  2° het verlenen van een voorafgaande goedkeuring bij de aanstelling van de leden van het directiecomité;
  3° op verzoek van elke onafhankelijke bestuurder, van de voorzitter van het directiecomité of van de commissie, elk belangenconflict onderzoeken tussen de netbeheerder, enerzijds, en een dominerende aandeelhouder of een met een dominerende aandeelhouder geassocieerde of verbonden onderneming, anderzijds, en hierover verslag uitbrengen aan de raad van bestuur;
  4° zich uitspreken over de gevallen van onverenigbaarheid in hoofde van de directieleden en van de personeelsleden;
  5° toezien op de toepassing van de bepalingen van dit artikel en van artikel 9ter, de doeltreffendheid ervan evalueren ten aanzien van de eisen van onafhankelijkheid en onpartijdigheid van het beheer van het transmissienet en elk jaar een verslag hierover aan de commissie voorleggen.
  § 6. Overeenkomstig artikel 524bis van het Wetboek van vennootschappen, stelt de raad van bestuur van de netbeheerder een directiecomité aan.
  § 7. Na voorafgaande goedkeuring door het corporate governance comité, wijst de raad van bestuur van de netbeheerder de leden van het directiecomité aan en, in voorkomend geval, ontslaat hij ze, met inbegrip van de voorzitter en vice-voorzitter.
  [2 ...]2
  De voorzitter en vice-voorzitter van het directiecomité hebben zitting in de raad van bestuur van de netbeheerder met een raadgevende stem.
  § 8. De raad van bestuur van de netbeheerder oefent met name de volgende bevoegdheden uit :
  1° hij bepaalt het algemeen beleid van de vennootschap;
  2° hij oefent de bevoegdheden uit die hem door of krachtens het Wetboek van Vennootschappen worden toegekend, met uitzondering van de bevoegdheden die worden toegekend of gedelegeerd aan het directiecomité van de netbeheerder;
  3° hij houdt een algemeen toezicht op het directiecomité van de netbeheerder, met inachtneming van de wettelijke beperkingen op het vlak van de toegang tot de commerciële en andere vertrouwelijke gegevens betreffende de netgebruikers en de verwerking ervan;
  4° hij oefent de bevoegdheden uit die hem door de statuten worden toegewezen.
  § 9. Het directiecomité van de netbeheerder oefent onder andere de volgende bevoegdheden uit :
  1° [2 het operationele beheer van de elektriciteitsnetten;]2
  2° het dagelijks bestuur van de netbeheerder;
  3° de andere bevoegdheden die gedelegeerd zijn door de raad van bestuur;
  4° de bevoegdheden die er door de statuten worden aan toegewezen.
  § 10. Bij de hernieuwing van de mandaten van de leden van de raad van bestuur en van het directiecomité wordt erop toegezien dat een taalevenwicht wordt bereikt en behouden.
  [1 § 10bis. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, twee vertegenwoordigers van de federale regering die voortkomen uit twee verschillende taalrollen binnen de raad van bestuur van de netbeheerder aanwijzen. Deze vertegenwoordigers van de regering zetelen hierin met raadgevende stem.
   De vertegenwoordigers van de regering kunnen bovendien binnen een termijn van vier werkdagen beroep indienen bij de minister tegen alle beslissingen van de raad van bestuur die zij strijdig achten met de richtsnoeren van het algemeen beleid van de regering, wat 's lands bevoorradingszekerheid inzake energie betreft. Deze termijn van vier dagen loopt vanaf de dag van de vergadering tijdens dewelke de betrokken beslissing genomen werd, voor zover de vertegenwoordigers van de regering er regelmatig werden op uitgenodigd, en, in het tegenovergestelde geval, vanaf de dag waarop de vertegenwoordigers van de regering of een van hen kennisgenomen hebben van de beslissing.
   Het beroep heeft schorsende kracht.
   Indien de minister de betrokken beslissing niet heeft vernietigd binnen een termijn van acht werkdagen na dit beroep, dan wordt deze definitief.
   Het tweede lid is eveneens van toepassing op het budget dat de raad van bestuur elk boekjaar dient op te stellen.
   De vertegenwoordigers van de regering worden niet vergoed.]1
  (NOTA : bij arrest nr 117/2013 van 07-08-2013, heeft het Grondwettelijk Hof het woord « natuurlijke » in artikel 9, § 1, zesde lid vernietigd)
  [2 § 11. De artikelen 6 tot 17 van de wet van 2 mei 2007 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen zijn van toepassing op deelnemingen in de netbeheerder, ongeacht of de aandelen in de netbeheerder tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten. De kennisgevingen aan de FSMA vereist krachtens voornoemde bepalingen worden eveneens tot de commissie gericht, binnen de termijnen en in de vorm bepaald door of krachtens de genoemde bepalingen.]2
  ----------
  (1)<W 2012-01-08/02, art. 9, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>
  (2)<W 2014-05-08/23, art. 5, 037; Inwerkingtreding : 14-06-2014>

  Art. 9bis.<Ingevoegd bij W 2003-01-14/36, art. 3; Inwerkingtreding : 10-03-2003> § 1. De netbeheerder dient, rechtstreeks of onrechtstreeks, op twee effecten na, het bezit te hebben van het volledige kapitaal van en de stemrechten verbonden aan de effecten uitgegeven door :
  1° elke dochteronderneming die in opdracht van de netbeheerder het beheer van het transmissienet bedoeld in artikel 8 geheel of gedeeltelijk waarneemt;
  2° elke dochteronderneming die eigenaar is van de infrastructuur en uitrusting die deel uitmaken van het transmissienet.
  [2 In afwijking van het eerste lid, en onder voorbehoud van de bepalingen bedoeld in artikel 10, § 2bis, dient de netbeheerder, rechtstreeks of onrechtstreeks, het bezit te hebben van minstens de helft van het kapitaal en de stemrechten verbonden aan de effecten uitgegeven door een dochteronderneming die belast is met de ontwikkeling en het onderhoud van de infrastructuur en de uitrustingen die deel uitmaken van de offshore interconnector en die hiervan eigenaar is. De eventuele partners van de netbeheerder dienen de bepalingen van artikel 9 (1) van richtlijn 2009/72/EG na te leven.]2
  Elke vervreemding door de netbeheerder en zijn dochterondernemingen van de infrastructuur en uitrusting die deel uitmaken van het transmissienet, is onderworpen aan het eensluidend advies van de commissie.
  [1 Aan de eventuele effecten in het bezit van bedrijven die rechtstreeks of onrechtstreeks werkzaam zijn in de productie en/of de levering van elektriciteit en/of van aardgas, is geen stemrecht verbonden.
   De statuten van de dochterbedrijven van de netbeheerder en de aandeelhoudersovereenkomsten mogen geen bijzondere rechten toekennen aan bedrijven die rechtstreeks of onrechtstreeks werkzaam zijn in de productie en/of de levering van elektriciteit en/of van aardgas.]1
  § 2. De rechten en verplichtingen die de netbeheerder krachtens de wet heeft, zijn van toepassing op elk van zijn dochterondernemingen bedoeld in § 1, eerste lid, 1° [2 en het tweede lid]2. De bevoegdheden waarover de commissie door of krachtens deze wet beschikt ten aanzien van de netbeheerder, zijn eveneens van toepassing op elk van de dochterondernemingen bedoeld in § 1.
  § 3. De raden van bestuur en de directiecomités van de netbeheerder en van elk van zijn dochterondernemingen bedoeld in § 1, eerste lid, zijn samengesteld uit dezelfde leden. Op voorstel van de commissie kan de minister hierop uitzonderingen toestaan indien deze nodig zijn voor een efficiënt bestuur van de netbeheerder en zijn dochterondernemingen en indien zij de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid van het beheer van het transmissienet niet bedreigen.
  [2 De raad van bestuur van een dochteronderneming opgericht krachtens artikel 9bis, § 1, tweede lid, is minstens voor de helft samengesteld uit bestuurders die de netbeheerder vertegenwoordigen. De door de netbeheerder aangeduide bestuurders dienen afkomstig te zijn van zijn raad van bestuur of zijn directiecomité.]2
  Er is geen onafhankelijkheid vereist van het personeel van de netbeheerder ten aanzien van zijn dochterondernemingen bedoeld in § 1, [2 eerste en tweede lid]2, en omgekeerd. Er is geen onafhankelijkheid vereist van het personeel van de ene dochteronderneming bedoeld in § 1, [2 eerste en tweede lid]2, ten aanzien van een andere dochteronderneming bedoeld in § 1, eerste lid.
  ----------
  (1)<W 2012-01-08/02, art. 10, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>
  (2)<W 2014-05-08/23, art. 6, 037; Inwerkingtreding : 14-06-2014>

  Art. 9ter.<W 2005-06-01/32, art. 9; Inwerkingtreding : 24-06-2005> Na advies van de commissie en in samenspraak met de netbeheerder bepaalt de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad :
  1° [2 de vereisten inzake onafhankelijkheid van de personeelsleden en van het directiecomité van de netbeheerder ten opzichte van de gebruikers van het net en tussenpersonen;]2;
  2° de voorzorgsmaatregelen die door de netbeheerder moeten worden genomen ter bescherming van de vertrouwelijkheid van de commerciële gegevens [2 en andere vertrouwelijke gegevens]2 betreffende de netgebruikers;
  3° maatregelen ter voorkoming van elke discriminatie tussen netgebruikers of categorieën van netgebruikers en, in het bijzonder, elke discriminatie ten gunste van met de netbeheerder verbonden ondernemingen;
  4° [1 de eventuele verplichting van de netbeheerder om te aanvaarden dat geschillen betreffende transmissieaangelegenheden, die onder meer betrekking kunnen hebben op de toegang tot het transmissienet, de toepassing van het technisch reglement of de tarieven bedoeld in artikelen [2 12 tot 12quinquies]2 , worden voorgelegd aan [2 de Geschillenkamer bedoeld in artikel 29]2.]1.
  ----------
  (1)<W 2009-05-06/03, art. 2, 024; Inwerkingtreding : 29-05-2009>
  (2)<W 2012-01-08/02, art. 11, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>

  Art. 9quater. [1 § 1. De netbeheerder behandelt commercieel gevoelige informatie waarvan hij kennis krijgt bij de uitoefening van zijn activiteiten vertrouwelijk en verhindert dat informatie over zijn activiteiten, die commercieel gunstig kan zijn, op discriminerende wijze wordt verspreid.
   De netbeheerder maakt bovenbedoelde informatie niet over aan bedrijven die rechtstreeks of onrechtstreeks werkzaam zijn in de productie en/of de levering van elektriciteit.
   Hij onthoudt er zich ook van zijn eigen personeel aan zulke bedrijven over te dragen.
   Wanneer de netbeheerder elektriciteit verkoopt aan of aankoopt van een elektriciteitsbedrijf, maakt hij geen misbruik van de commercieel gevoelige informatie die hij van derden heeft verkregen ter gelegenheid van hun toegang tot het net of tijdens de onderhandelingen over hun toegang tot het net.
   De informatie die noodzakelijk is voor een efficiënte mededinging en voor een goede marktwerking wordt openbaar gemaakt. Deze verplichting doet geen afbreuk aan de bescherming van de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige informatie.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2012-01-08/02, art. 12, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>

  Art. 10.§ 1. Na advies van de commissie en beraadslaging in Ministerraad wijst de minister de netbeheerder aan na voorstel van één of meerdere neteigenaars (met inbegrip, in voorkomend geval, van de scheidende netbeheerder) die, afzonderlijk of gezamenlijk, een deel van het transmissienet bezitten dat ten minste 75 procent van het nationaal grondgebied en ten minste twee derden van het grondgebied van elk gewest bestrijkt.
  Bij gebrek aan een dergelijk voorstel binnen drie maanden na de datum van bekendmaking van een bericht van de minister in het Belgisch Staatsblad, wijst de minister de netbeheerder aan op voorstel van de commissie en na beraadslaging in Ministerraad.
  [1 Vooraleer een bedrijf tot netbeheerder wordt aangewezen, wordt zij gecertificeerd overeenkomstig de procedure bedoeld in § 2ter.
   De identiteit van de aangestelde netbeheerder wordt aan de Europese Commissie meegedeeld.
   De netbeheerder die definitief is aangewezen vóór de bekendmaking van de wet van [2 8 januari 2012]2 tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, wordt geacht te zijn gecertificeerd. De commissie kan op ieder ogenblik een certificeringsprocedure openen.]1
  § 2. De netbeheerder wordt aangewezen voor een hernieuwbare termijn van twintig jaar. In elk geval eindigt zijn mandaat in geval van faillissement, ontbinding, fusie of splitsing. De minister kan, na advies van de commissie en beraadslaging in Ministerraad, de aanstelling van de netbeheerder herroepen in geval van :
  1° significante wijziging [1 , zonder voorafgaande certificering,]1 in het aandeelhouderschap van de netbeheerder die de onafhankelijkheid van het beheer van het transmissienet in het gedrang zou kunnen brengen;
  2° grove tekortkoming van de netbeheerder aan zijn verplichtingen krachtens deze wet of de uitvoeringsbesluiten ervan.
  [1 3° afwezigheid van certificering van de netbeheerder met toepassing van de procedures voorzien in § § 2ter en 2quater van dit artikel.]1
  [1 De minister kan het ministerieel besluit tot aanwijzing van de netbeheerder slechts intrekken na advies van de commissie en na de netbeheerder te hebben gehoord.
   Vijf jaar vóór het verstrijken van zijn mandaat kan de netbeheerder om de hernieuwing van zijn aanwijzing verzoeken.]1
  [1 § 2bis. Vóór elke transactie die een nieuwe evaluatie van de manier waarop hij zich schikt naar de vereisten voorzien bij artikel en 9 tot [4 9quater]4 verantwoordt, geeft de netbeheerder aan de commissie kennis van zijn voornemen om deze transactie te ondernemen. Dergelijke transacties kunnen slechts worden voortgezet mits voorafgaande certificering volgens de procedure die bepaald is bij § 2ter. In geval van sluiting van een transactie die een nieuwe evaluatie zou kunnen verantwoorden van de manier waarop de netbeheerder zich schikt naar de vereisten voorzien bij artikel en 9 tot [4 9quater]4 zonder voorafgaande certificering, stelt de commissie de netbeheerder in gebreke zich te schikken naar de vereisten krachtens § 2ter. De aanwijzing van de netbeheerder wordt herroepen bij gebrek aan regularisatie volgens deze procedure.
   De kennisgeving op ieder ogenblik aan de commissie van de afstand van de betrokken transactie doet de certificeringsprocedure bedoeld in § 2ter vervallen.
   § 2ter. De commissie ziet erop toe dat de vereisten voorzien in de artikel en 9 tot [4 9quater]4 steeds door de netbeheerder worden nageleefd. Hiertoe opent zij een certificeringprocedure :
   a) wanneer een kandidaat-netbeheerder de commissie hierom verzoekt;
   b) in geval van kennisgeving vanwege de netbeheerder met toepassing van § 2bis ;
   c) op eigen initiatief, wanneer zij kennis heeft van het feit dat een voorziene wijziging in de bevoegdheden of invloed uitgeoefend op de netbeheerder een overtreding kan uitmaken van de bepalingen van de artikel en 9 tot [4 9quater]4, of wanneer zij redenen heeft om te geloven dat een dergelijke overtreding kan gepleegd zijn; of
   d) op met redenen omkleed verzoek van de Europese Commissie.
   De commissie brengt de minister op de hoogte van de opening van een certificeringsprocedure evenals de netbeheerder wanneer zij op eigen initiatief handelt of op met redenen omkleed verzoek van de Europese Commissie.
   Het verzoek tot certificering van een kandidaat-netbeheerder evenals de kennisgeving van een netbeheerder bedoeld in lid 1, b), geschiedt via aangetekende brief met ontvangstbewijs en vermeldt alle nuttige en noodzakelijke informatie. Desgevallend vraagt de commissie aan de kandidaat-netbeheerder of aan de netbeheerder aanvullende informatie over te zenden binnen een termijn van dertig dagen te rekenen van de aanvraag.
   Wanneer zij op eigen initiatief of op met redenen omkleed verzoek van de Europese Commissie handelt, vermeldt de commissie in haar schrijven de vermoede tekortkomingen ten opzichte van de bepalingen voorzien bij de artikel en 9 tot [4 9quater]4 of zendt zij de motivering van de Europese Commissie over.
   Na desgevallend de netbeheerder ertoe te hebben uitgenodigd binnen een termijn van dertig werkdagen tegemoet te komen aan de tekortkomingen die zij vermoedt of aan de motivering van de Europese Commissie, stelt de commissie een ontwerpbeslissing vast over de certificering van de netbeheerder binnen vier maanden volgend op de datum van de aanvraag van de kandidaat-netbeheerder, de datum van de kennisgeving van de netbeheerder, de datum waarop zij de minister op de hoogte heeft gebracht, indien zij handelt op eigen initiatief, of de datum van het verzoek van de Europese Commissie. De certificering wordt geacht te zijn toegekend bij het verstrijken van deze periode. De uitdrukkelijke of stilzwijgende ontwerpbeslissing van de commissie wordt pas definitief na het afsluiten van de procedure die bepaald wordt in het zesde tot het negende lid.
   De commissie geeft onverwijld kennis aan de Europese Commissie van haar uitdrukkelijke of stilzwijgende ontwerpbeslissing betreffende de certificering van de netbeheerder, vergezeld van alle nuttige informatie betreffende deze ontwerpbeslissing. De Europese Commissie geeft een advies overeenkomstig de procedure voorzien in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 714/2009.
   Nadat ze het uitdrukkelijk of stilzwijgend advies van de Europese Commissie heeft ontvangen, neemt de commissie haar definitieve beslissing van certificering en deelt deze aan de minister mee, onverwijld en ten laatste binnen de maand na het advies van de Europese Commissie, met motivering met betrekking tot het naleven van de vereisten van artikel en 9 tot [4 9quater]4. De commissie houdt bij haar beslissing zo veel mogelijk rekening met het advies van de Europese Commissie. De beslissing van de commissie en het advies van de Europese Commissie worden samen in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.
   Bovenvermelde certificeringprocedure vervalt wanneer :
   a) er afstand werd gedaan van de transactie die ter kennis werd gebracht van de commissie met toepassing van § 2bis ; of
   b) [3 de commissie beslist, op basis van de door de netbeheerder aangebrachte verbeteringen, de lopende certificeringsprocedure op te heffen.]3
  [3 Indien de procedure wordt opgestart op gemotiveerde beslissing van de Europese Commissie, informeert de commissie, desgevallend, de Europese Commissie over het vervallen van de certificeringsprocedure voorzien in het achtste lid.]3
   De commissie en de Europese Commissie kunnen bij de netbeheerder en/of bij de ondernemingen die werkzaam zijn in de productie en/of de levering van elektriciteit, alle nuttige informatie opvragen voor de vervulling van hun taken met toepassing van deze paragraaf. Zij zorgen voor de vertrouwelijke behandeling van de commercieel gevoelige informatie.
   § 2quater. Wanneer de certificering wordt aangevraagd door een eigenaar of een beheerder van een transmissienet waarop een of meer personen van een of meer derde landen zeggenschap uitoefenen, brengt de commissie de Europese Commissie hiervan op de hoogte.
   De commissie brengt de Europese Commissie ook onmiddellijk op de hoogte van elke situatie die tot gevolg zou hebben dat een of meer personen van een of meer derde landen de controle verwerven van een transmissienet of van een transmissienetbeheerder.
   Vóór de sluiting ervan, brengt de netbeheerder de commissie op de hoogte van elke [3 omstandigheid]3 die tot gevolg zou hebben dat een of meer personen van een of meer derde landen de controle over het transmissienet of de netbeheerder verwerven. [3 Dergelijke omstandigheden kunnen]3 slechts worden voortgezet middels de certificering volgens deze paragraaf. In geval van [3 het voortbestaan van deze omstandigheden]3 zonder certificering, stelt de commissie de netbeheerder in gebreke zich te schikken naar de vereisten van artikel en 9 tot [4 9quater]4 krachtens deze paragraaf. De aanwijzing van de netbeheerder wordt herroepen bij gebrek aan regularisatie volgens deze procedure.
   De kennisgeving op elk ogenblik aan de commissie van de afstand van het ontwerp van transactie [1 of het verdwijnen van elke situatie zoals bedoeld in het tweede lid]1 doet de certificeringsprocedure van deze paragraaf vervallen.
   De commissie neemt een ontwerp van beslissing aan betreffende de certificering van de netbeheerder binnen vier maanden volgend op de datum van de kennisgeving waartoe deze laatste is overgegaan. Zij weigert om de certificering toe te kennen indien niet is aangetoond :
   a) dat de betrokken entiteit zich schikt naar de vereisten voorzien in de artikel en 9 tot [4 9quater]4 ; en
   b) dat de toekenning van de certificering de bevoorradingszekerheid inzake energie van België of van de Europese Unie niet in gevaar brengt. Wanneer zij deze kwestie onderzoekt, houdt de commissie rekening met :
   1° de rechten en plichten van de Europese Unie die voortvloeien uit het internationaal recht ten aanzien van dit derde land, met inbegrip van alle akkoorden afgesloten met een of meer derde landen waarbij de Europese Unie partij is en die het probleem van de bevoorradingszekerheid inzake energie behandelt;
   2° de rechten en plichten van België ten aanzien van dit derde land die voortvloeien uit de met dit land afgesloten akkoorden, voor zover zij in overeenstemming zijn met het Unierecht; en
   3° andere bijzondere feiten en omstandigheden van dit geval alsook van het betrokken derde land.
   De commissie geeft de Europese Unie onverwijld kennis van haar ontwerp van beslissing, evenals van alle nuttige informatie in verband hiermee.
   Alvorens haar beslissing te nemen, vraagt de commissie het advies van de Europese Commissie om te vernemen of :
   a) de betreffende entiteit zich schikt naar de vereisten voorzien in de artikel en 9 tot [4 9quater]4 ; en
   b) de toekenning van de certificering de bevoorradingszekerheid inzake energie van de Europese Unie niet in gevaar brengt.
   De Europese Commissie onderzoekt de vraag zodra zij deze ontvangt. Ze brengt haar advies aan de commissie uit binnen twee maanden na ontvangst van de vraag.
   Voor de opstelling van haar advies, kan de Europese Commissie de mening vragen van het ACER, van de Belgische Staat en van de belanghebbende partijen. Indien de Europese Commissie een dergelijke vraag stelt, wordt de termijn van twee maanden met twee bijkomende maanden verlengd.
   Indien de Europese Commissie geen advies verleent binnen de in het achtste en het negende lid bepaalde periode, wordt zij geacht geen bezwaren te hebben opgeworpen tegen het ontwerp van beslissing van de commissie.
   De commissie beschikt over een termijn van twee maanden na verloop van de in het achtste en negende lid bedoelde termijn om haar definitieve beslissing aangaande de certificering te nemen. Hiertoe houdt de commissie zo veel mogelijk rekening met het advies van de Europese Commissie. In elk geval heeft de commissie het recht om de certificering te weigeren indien dit de bevoorradingszekerheid inzake energie van België of de bevoorradingszekerheid inzake energie van een andere lidstaat in gevaar brengt.
   De definitieve beslissing van de commissie en het advies van de Europese Commissie worden samen gepubliceerd. Wanneer de definitieve beslissing van het advies van de Europese Commissie verschilt, geeft en publiceert de commissie, samen met de beslissing, de motivering van deze beslissing.]1
  § 3. (De inbreng in een vennootschap, in eigendom van infrastructuur en uitrusting die deel uitmaken van het transmissienet, enerzijds, zowel voor de verkoop van aandelen van de voornoemde maatschappij aan de netbeheerder, met de bijhorende creatie van schuld, als de inbreng in de netbeheerder van de aandelen van eerstgenoemde vennootschap, waardoor deze vennootschap een dochteronderneming wordt als vermeld in artikel 9bis , § 1, eerste lid, 2°, anderzijds, worden geacht opgericht te zijn volgens het Wetboek van de inkomstenbelastingen van 1992, worden, beiden afzonderlijk, geacht een verrichting te zijn zoals bedoeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 die beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften. Voor de toepassing van artikel 184, alinea 3, van hetzelfde Wetboek, zal, in geval van verkoop en inbreng in de netbeheerder van de aandelen van eerstgenoemde vennootschap, het vrijgemaakte kapitaal gelijk zijn aan de netto fiscale waarde van de verkochte en ingebrachte aandelen, verminderd met de prijs van de verkochte aandelen. Artikel 442bis van hetzelfde Wetboek is niet van toepassing op de verrichtingen bedoeld in dit lid.) <W 2003-01-14/36, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 01-06-2001>
  Wanneer een inbreng als bedoeld in het eerste lid wordt gedaan door een belastingplichtige onderworpen aan de rechtspersonenbelasting, worden de meerwaarden verkregen of vastgesteld ter gelegenheid van die inbreng voor de toepassing van hetzelfde Wetboek ten name van de netbeheerder geacht niet te zijn verwezenlijkt.
  De inbrengen bedoeld in het eerste en het tweede lid zijn vrijgesteld van het recht bepaald in de artikelen 115 en 115bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.
  (Lid 4 opgeheven) <W 2003-01-14/36, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 01-06-2001>
  (De inbreng in eigendom van infrastructuur en uitrusting die deel uitmaken van het transmissienet, genieten van artikel 11 van het Wetboek van de belasting op de toegevoegde waarde.) <W 2003-01-14/36, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 01-06-2001>
  ----------
  (1)<W 2012-01-08/02, art. 13, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>
  (2)<W 2012-08-25/04, art. 3, 028; Inwerkingtreding : 13-09-2012>
  (3)<W 2013-12-26/14, art. 5, 033; Inwerkingtreding : 31-12-2013>
  (4)<W 2014-05-08/23, art. 7, 037; Inwerkingtreding : 14-06-2014>

  Art. 11. Na advies van de commissie en overleg met de netbeheerder stelt de Koning een technisch reglement op voor het beheer van het transmissienet en de toegang ertoe.
  Het technisch reglement bepaalt inzonderheid :
  1° de technische minimumeisen voor de aansluiting op het transmissienet van productie-installaties, distributienetten, uitrusting van direct aangesloten afnemers, koppellijnencircuits en directe lijnen, (de aansluitingstermijnen evenals de technische modaliteiten die de netbeheerder toelaten toegang te hebben tot de installaties van de gebruikers en maatregelen te nemen of te laten nemen met betrekking hiertoe indien de veiligheid of de technische betrouwbaarheid van het net dit vereist;) alsook de termijnen voor aansluiting; <W 2003-03-20/49, art. 16, 008; Inwerkingtreding : 04-04-2003>
  2° de operationele regels waaraan de netbeheerder onderworpen is bij zijn technisch beheer van de elektriciteitsstromen en bij de maatregelen die hij dient te treffen om het hoofd te bieden aan problemen van overbelasting, technische mankementen en defecten van productie-eenheden;
  3° in voorkomend geval, de prioriteit die in de mate van het mogelijke, rekening houdend met de noodzakelijke continuïteit van de voorziening, moet worden gegeven aan de productie-installaties die gebruik maken van hernieuwbare energiebronnen, of aan eenheden van warmtekrachtkoppeling;
  4° de ondersteunende diensten die de netbeheerder moet inrichten;
  5° de gegevens die de netgebruikers aan de netbeheerder (, de gegevens van het ontwikkelingsplan inbegrepen) moeten verstrekken; <W 2003-03-20/49, art. 16, 008; Inwerkingtreding : 04-04-2003>
  6° de informatie die door de netbeheerder moet worden verstrekt aan de beheerders van andere elektriciteitsnetten waaraan het transmissienet is gekoppeld, teneinde een veilige en efficiënte exploitatie, een gecoördineerde ontwikkeling en de interoperabiliteit van het koppelnet te waarborgen.
  (7° de bepalingen op het gebied van informatie of van voorafgaande goedkeuring door de commissie van operationele regels, algemene voorwaarden, type-overeenkomsten, formulieren of procedures toepasbaar op de netbeheerder en, in voorkomend geval, op de gebruikers;) <W 2003-03-20/49, art. 16, 008; Inwerkingtreding : 04-04-2003>
  (Overeenkomstig het technisch reglement, verduidelijken de contracten van de netbeheerder met betrekking tot de toegang tot het net de toepassingsmodaliteiten hiervan voor de gebruikers van het net, de distributeurs of de tussenpersonen op een niet discriminatoire manier.) <W 2003-03-20/49, art. 16, 008; Inwerkingtreding : 04-04-2003>

  Art. 11bis. [1 De netbeheerder, ten voordele van wie een koninklijk besluit van verklaring van openbaar nut is vastgesteld, kan, op zijn vraag en binnen de perken van dit besluit, evenals in overleg met de Gewesten en de betrokken gemeenten, door de Koning worden gemachtigd om in naam van de Staat maar op eigen kosten de nodige onteigeningen te verrichten voor het hele transmissienet dat hij beheert. De spoedprocedure bepaald in artikelen 2 tot 20 van de wet van 26 juli 1962 betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte is van toepassing op deze onteigeningen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2012-01-08/02, art. 14, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>

  Art. 12.[1 § 1. De aansluiting, het gebruik van de infrastructuren en van de elektrische systemen en, desgevallend, de ondersteunende diensten van de netbeheerder maken het voorwerp uit van tarieven voor het beheer van het transmissienet en de netten die een transmissiefunctie hebben. Met het begrip net met een transmissiefunctie wordt enerzijds het transmissienet bedoeld en anderzijds de distributienetten of de lokale of regionale transmissienetten met een spanningsniveau tussen 30kV en 70kV die hoofdzakelijk dienen voor het vervoer van elektriciteit voor niet-huishoudelijke afnemers en andere netten in België alsook de wisselwerking tussen installaties voor productie van elektriciteit en tussen elektrische netten met een transmissiefunctie.
   § 2. Na gestructureerd, gedocumenteerd en transparant overleg met de netbeheerder, werkt de commissie de tariefmethodologie uit die deze netbeheerder moet gebruiken voor het opstellen van diens tariefvoorstel.
   De tariefmethodologie preciseert onder andere :
   (i) de definitie van de kostencategorieën die door de tarieven worden gedekt;
   (ii) de kostencategorieën waarop, in voorkomend geval, de bevorderende regelgeving van toepassing is;
   (iii) de regels van de evolutie na verloop van tijd van de kosten bedoeld in (i), met inbegrip van de methode voor de bepaling van de parameters die zijn opgenomen in de evolutieformule;
   (iv) de regels voor de toewijzing van de kosten aan de categorieën van netgebruikers;
   (v) de algemene tariefstructuur en de tariefcomponenten.
   Het overleg met de netbeheerder maakt het voorwerp uit van een akkoord tussen de commissie en deze beheerder. Bij gebrek aan een akkoord wordt het overleg ten minste gehouden als volgt :
   1° de commissie stuurt de oproeping voor in § 2, eerste lid, bedoelde overlegvergaderingen naar de netbeheerder samen met de documentatie betreffende de agendapunten van deze vergaderingen, binnen een redelijk termijn voorafgaand aan de vergaderingen in kwestie. De oproeping vermeldt de plaats, de datum en het uur van de vergadering, alsook de punten van de dagorde;
   2° na de vergadering stelt de commissie een ontwerp van proces verbaal op van de vergadering waarin de argumenten worden opgenomen die naar voren werden geschoven door de verschillende partijen en de vastgestelde punten waarover overeenstemmening en waarover geen overeenstemming bestond die zij ter goedkeuring verzendt naar de netbeheerder binnen een redelijke termijn na de vergadering;
   3° binnen een redelijke termijn na de ontvangst van het door de partijen goedgekeurde proces-verbaal van de commissie, verstuurt de netbeheerder naar de commissie zijn formeel advies over de tariefmethodologie dat het resultaat is van dit overleg, waarbij desgevallend de eventuele resterende punten waarover geen overeenstemming werd bereikt worden benadrukt.
   In afwijking van de voorgaande bepalingen, kan de tariefmethodologie worden opgesteld door de commissie volgens een vastgestelde procedure van gemeenschappelijk akkoord met de netbeheerder op basis van een uitdrukkelijk transparant en niet-discriminerend akkoord.
   § 3. De commissie deelt haar ontwerp van tariefmethodologie, het geheel van de stukken met betrekking tot het overleg met de netbeheerder alsook alle documenten die zij noodzakelijk acht voor de motivering van haar beslissing met betrekking tot de tariefmethodologie mee aan de Kamer van volksvertegenwoordigers, met inachtneming van de vertrouwelijkheid van de commercieel gevoelige informatie met betrekking tot de leveranciers of de netgebruikers, de persoonsgegevens en/of de gegevens waarvan de vertrouwelijkheid beschermd wordt krachtens bijzondere wetgeving.
   De commissie publiceert op haar website de toepasselijke tariefmethodologie, het geheel van de stukken met betrekking tot het overleg met de netbeheerder en alle documenten die zij nuttig acht voor de motivering van haar beslissing betreffende de tariefmethodologie, met inachtneming van de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige gegevens betreffende de leveranciers of de netgebruikers, persoonsgegevens en/of gegevens waarvan de vertrouwelijkheid wordt beschermd krachtens bijzondere wetgeving.
   § 4. De tariefmethodologie die is vastgesteld krachtens § 3 en die van toepassing is op de vaststelling van het tariefvoorstel wordt meegedeeld aan de netbeheerder ten laatste zes maanden vóór de datum waarop het tariefvoorstel moet worden ingediend bij de commissie. De wijzingen moeten gemotiveerd worden.
   Deze tariefmethodologie blijft van toepassing gedurende de hele tariefperiode, met inbegrip van de eindbalans die betrekking heeft op deze periode. Wijzigingen aangebracht tijdens de periode aan de tariefmethodologie, conform de bepalingen van § 2, zijn slechts van toepassing vanaf de volgende tariefperiode, behoudens uitdrukkelijk transparant en niet-discriminerend akkoord tussen de commissie en de netbeheerder.
   § 5. De commissie stelt de tariefmethodologie op met inachtneming van volgende richtsnoeren :
   1° de tariefmethodologie moet exhaustief en transparant zijn, teneinde het de netbeheerder mogelijk te maken om zijn tariefvoorstel op deze enkele basis op te stellen. Het bevat de elementen die verplicht moeten voorkomen in het tariefvoorstel. Het definieert rapporteringsmodellen die moeten worden gebruikt door de netbeheerder;
   2° de tariefmethodologie moet toelaten om het geheel van de kosten op efficiënte wijze te dekken die noodzakelijk of efficiënte zijn voor de uitvoering van de wettelijke of reglementaire verplichtingen die op de netbeheerder rusten alsook voor de uitoefening van zijn activiteit van beheer van het transmissienet of netten met een transmissiefunctie;
   3° de tariefmethodologie stelt het aantal jaren van de gereguleerde periode vast dat aanvangt op 1 januari. De jaarlijkse tarieven die hieruit voortvloeien worden bepaald bij toepassing van de voor die periode toepasselijke tariefmethodologie;
   4° de tariefmethodologie maakt de evenwichtige ontwikkeling mogelijk van het transmissienet en de netten met een transmissiefunctie, in overeenstemming met het ontwikkelingsplan van de netbeheerder bedoeld in artikel 13 en de investeringsplannen zoals in voorkomend geval goedgekeurd door de bevoegde overheden;
   5° de eventuele criteria voor de verwerping van bepaalde kosten zijn niet-discriminerend en transparant;
   6° de tarieven zijn niet-discriminerend en proportioneel. Zij respecteren een transparante toewijzing van de kosten;
   7° de structuur van de tarieven bevordert het rationeel gebruik van energie en infrastructuren;
   8° de verschillende tarieven zijn uniform op het grondgebied dat door het net van de netbeheerder bediend wordt;
   9° de normale vergoeding van in de gereguleerde activa geïnvesteerde kapitalen moet de netbeheerder in staat stellen om de noodzakelijke investeringen voor de uitoefening van zijn opdrachten te verwezenlijken.
   In geval van onderscheid in behandeling van de kapitalen of van de duur van de afschrijvingen tussen de netbeheerders, wordt het onderscheid naar behoren gemotiveerd door de commissie;
   10° de compensatiediensten van de onevenwichten van de Belgische regelzone worden op de meest kostefficiënte wijze verzekerd en leveren aan de gebruikers van het net geëigende stimuli opdat zij hun injectie en hun afname in evenwicht brengen. De met deze diensten verbonden tarieven zijn billijk, niet discriminerend en gebaseerd op objectieve criteria;
   11° de netto kosten voor de openbare dienstverplichtingen die worden opgelegd door deze wet, het decreet of de ordonnantie en hun uitvoeringsbesluiten, worden verrekend in de tarieven op een transparante en niet-discriminerende wijze, conform de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen;
   12° de belastingen, alsook de taksen en bijdragen van alle aard en de toeslagen die worden opgelegd door deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, het decreet of de ordonnantie en hun uitvoeringsbesluiten, worden toegevoegd aan de tarieven op transparante en niet-discriminerende wijze, rekening houdend met de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen;
   13° de aankopen van goederen en diensten die verricht worden met inachtneming van de wetgeving inzake overheidsopdrachten worden verondersteld te zijn verricht aan de marktprijs, onder voorbehoud van, desgevallend, de beoordelingsbevoegdheid van de commissie en zonder afbreuk te doen, wat de ondersteunende diensten betreft, aan de bepalingen van artikel 12quinquies ;
   14° de methodologie bepaalt de nadere regels voor de integratie en controle van de gestrande kosten bestaande uit de niet-gekapitaliseerde lasten voor het aanvullend pensioen of het pensioen van de publieke sector, die worden betaald aan personeelsleden die een gereguleerde elektriciteitstransmissieactiviteit of voor elektriciteitstransmissie bedoelde activiteit hebben verricht, die verschuldigd zijn voor de jaren vóór de liberalisering krachtens statuten, collectieve arbeidsovereenkomsten of andere voldoende geformaliseerde overeenkomsten, die werden goedgekeurd vóór 30 april 1999, of die worden betaald aan hun rechthebbenden of vergoed aan hun werkgever door een netbeheerder, die in de tarieven kunnen worden opgenomen;
   15° de saldi alsook hun verdeling over de volgende gereguleerde periodes worden bepaald op transparante en niet-discriminerende wijze;
   16° er wordt rekening gehouden met de bestaande objectieve verschillen tussen transmissienetbeheerders die niet kunnen worden weggewerkt op initiatief van de netbeheerder.
   Iedere beslissing die gebruik maakt van vergelijkende technieken integreert kwalitatieve parameters en is gebaseerd op homogene, transparante, betrouwbare gegevens en gegevens die gepubliceerd zijn of integraal mededeelbaar zijn in de motivering van de beslissing van de commissie.
   Het redelijk karakter van de kosten wordt beoordeeld door vergelijking met de overeenstemmende kosten van bedrijven die een vergelijkbare activiteit hebben onder vergelijkbare omstandigheden en rekening houdend met de reglementaire of gereguleerde specificiteit die bestaan onder andere in de uitgevoerde internationale vergelijkingen;
   17° de tarieven voor het gebruik van het transmissienet of voor de netten met een transmissiefunctie, die van toepassing zijn op productie-eenheden, kunnen verschillen naar gelang van de technologie van deze eenheden en van de datum van de ingebruikname ervan. Deze tarieven worden bepaald rekening houdend met ieder criterium dat door de commissie relevant wordt geacht, zoals een benchmarking met de buurlanden, teneinde 's lands bevoorradingszekerheid door een daling van de concurrentiekracht van de betrokken productie-eenheden niet in het gedrang te brengen. In het tariefvoorstel vergezeld van het budget bedoeld in § 8, motiveert de netbeheerder deze verschillen;
   18° de productiviteitsinspanningen die eventueel aan de netbeheerder worden opgelegd, mogen op lange of p korte termijn de veiligheid van personen en goederen noch de continuïteit van de levering in het gedrang brengen;
   19° de kruissubsidiëring tussen gereguleerde en niet-gereguleerde activiteiten is niet toegelaten;
   20° de tarieven moedigen de netbeheerder aan om de prestaties te verbeteren, de integratie van de markt en de bevoorradingszekerheid te bevorderen alsook aan onderzoek en ontwikkeling te doen die nodig zijn voor zijn activiteiten;
   21° de tarieven voor noodelektriciteit voor de kwalitatieve warmtekrachtkoppelinginstallaties die op het transmissienet of op netten met een transmissiefunctie aangesloten zijn, worden opgenomen bij de tarieven voor de ondersteunende diensten. Deze tarieven zijn voornamelijk afhankelijk van het elektriciteitsverbruik voor de nood- en onderhoudsbehoeften van de warmtekrachtkoppelinginstallaties;
   22° wat de uitbreidingen van installaties of nieuwe installaties voor de transmissie van elektriciteit erkend als zijnde van nationaal of Europees belang betreft, kan de tariefmethodologie bedoeld in § 2 specifieke bepalingen voorzien inzake vergoeding van de kapitalen die noodzakelijk zijn voor de financiering ervan, die gunstiger zijn dan de normale vergoeding van de kapitalen bedoeld in § 5, 9°, alsook specifieke bepalingen inzake de dekking van de kosten teneinde hun realisatie te bevorderen en teneinde hun ontwikkeling op lange termijn mogelijk te maken.
   Worden erkend als van nationaal of Europees belang, de investeringen gerealiseerd door de netbeheerder die bijdragen tot s lands bevoorradingszekerheid en/of de optimalisatie van de werking van grensoverschrijdende interconnecties met in voorkomend geval faseverdraaiende transformatoren en die alzo de ontwikkeling vergemakkelijken van de nationale en Europese interne markt of die bijdragen tot de nationale opvang van productie op basis van hernieuwbare energiebronnen die ofwel rechtstreeks zijn aangesloten op het transmissienet ofwel onrechtstreeks via de distributienetten. De investeringen van nationaal of Europees belang betreffen de installaties die :
   - bestaande verbindingen versterken of nieuwe verbindingen creëren van het net beheerd door de netbeheerder met behulp van de technologie van gelijkstroom (DC);
   - bestaande verbindingen versterken of nieuwe verbindingen creëren beheerd door de netbeheerder die zijn gelegen in mariene gebieden over dewelke België haar rechtsmacht uitoefent;
   - bestaande grensoverschrijdende interconnectoren versterken of nieuwe grensoverschrijdende interconnectoren creëren of die voortkomen uit de uitbreiding van de capaciteit van deze interconnectoren;
   23° de kosten bedoeld in de punten 11°, 12° en 14°, de financiële lasten, de kosten voor de ondersteunende diensten en de andere kosten dan deze bedoeld in § 2 (ii) worden niet onderworpen aan een bevorderende regelgeving;
   24° de tarieven strekken ertoe een juist evenwicht te bieden tussen de kwaliteit van de gepresteerde diensten en de prijzen die door de eindafnemers worden gedragen.
  [2 25° de tarieven bevatten geen prikkels die de algehele efficiëntie van de markt en van het elektrische systeem (inclusief de energie- efficiëntie) aantasten of die de marktdeelname van de vraagrespons in verband met balancerings- en nevendiensten kunnen belemmeren. De tarieven beogen de efficiëntie aangaande het ontwerp en het beheer van infrastructuur te verbeteren. Ze stimuleren de leveranciers om de participatie van de eindafnemer aan de algehele efficiëntie van het elektrische systeem te verhogen, met inbegrip van vraagrespons.]2
  [5 26° de regels voor de toewijzing van de kosten van het "Modular Offshore Grid" tussen de verschillende categorieën verbruikers van het net worden vastgelegd rekening houdende met de vrijwaring van het concurrentievermogen van de elektro-intensieve eindafnemers.]5
  [4 27° Voor de installaties voor de opslag van elektriciteit die aangesloten zijn op het transmissienet of op de netten met een transmissiefunctie, bevat de tariefmethodologie prikkels om op niet discriminerende en proportionele wijze de elektriciteitsopslag te bevorderen. Een apart tariefregime voor de opslag van elektriciteit kan daarbij worden bepaald door de Commissie.]4
   De commissie kan de kosten van de netbeheerder toetsen aan de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen.
   § 6. De netbeheerder stelt het tariefvoorstel op, rekening houdend met de tariefmethodologie die werd opgesteld door de commissie, en dient deze in, met inachtneming van de invoerings- en goedkeuringsprocedure voor de tarieven.
   § 7. De commissie onderzoekt het tariefvoorstel, beslist over de goedkeuring van deze en deelt haar gemotiveerde beslissing mee aan de netbeheerder met inachtneming van de invoerings- en goedkeuringsprocedure voor de tarieven.
   § 8. De invoerings- en goedkeuringsprocedure voor de tariefvoorstellen maakt het voorwerp uit van een akkoord tussen de commissie en de netbeheerder. Bij gebrek aan een akkoord, is de procedure de volgende :
   1° le netbeheerder dient binnen een redelijke termijn voor het einde van het laatste jaar van elke lopende gereguleerde periode zijn tariefvoorstel in, vergezeld van het budget, voor de volgende gereguleerde periode in de vorm van het rapporteringsmodel dat vastgesteld wordt door de commissie overeenkomstig § 5;
   2° het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, wordt per drager en tegen ontvangstbevestiging in drie exemplaren overgezonden aan de commissie. De netbeheerder zendt eveneens een elektronische versie over op basis waarvan de commissie, indien nodig, het tariefvoorstel, vergezeld van budget, kan bewerken;
   3° binnen een redelijke termijn na ontvangst van het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, bevestigt de commissie aan de netbeheerder per brief per drager met ontvangstbevestiging, evenals per e-mail, de volledigheid van het dossier of bezorgt zij hem een lijst van bijkomende inlichtingen die het moet verstrekken.Binnen een redelijke termijn, na ontvangst van de hierboven bedoelde brief waarin hem bijkomende inlichtingen werden gevraagd, verstrekt de netbeheerder aan de commissie in drie exemplaren per brief per drager met ontvangstbevestiging deze inlichtingen. De netbeheerder bezorgt eveneens een elektronische versie van de antwoorden en bijkomende gegevens aan de commissie;
   4° binnen een redelijke termijn na ontvangst van het tariefvoorstel bedoeld in 2° of, in voorkomend geval, binnen een redelijke termijn na ontvangst van de antwoorden en de bijkomende inlichtingen van de netbeheerder, bedoeld in 3°, brengt de commissie de netbeheerder per brief per drager en tegen ontvangstbevestiging op de hoogte van haar beslissing tot goedkeuring van zijn voorstel of van haar ontwerp van beslissing tot weigering van het betrokken tariefvoorstel, vergezeld van het betrokken budget.
   In haar ontwerp van beslissing tot weigering van het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, geeft de commissie op gemotiveerde wijze aan welke punten de netbeheerder moet aanpassen om een beslissing tot goedkeuring van de commissie te verkrijgen. De commissie heeft de bevoegdheid om aan de netbeheerder te vragen om zijn tariefvoorstel te wijzigen om ervoor te zorgen dat dit proportioneel is en op niet-discriminerende wijze wordt toegepast;
   5° indien de commissie het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, van de netbeheerder afwijst in haar ontwerp van beslissing tot weigering van het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, kan de netbeheerder, binnen een redelijke termijn na de ontvangst van dit ontwerp van beslissing zijn bezwaren hieromtrent meedelen aan de commissie.
   Deze bezwaren worden per drager en tegen ontvangstbevestiging overhandigd aan de commissie, alsook in elektronische vorm.
   Op zijn verzoek wordt de netbeheerder, binnen een redelijke termijn na ontvangst van het ontwerp van beslissing tot weigering van het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, gehoord door de commissie.
   Desgevallend, dient de netbeheerder, binnen een redelijke termijn na ontvangst van het ontwerp van beslissing tot weigering van het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, per drager en tegen ontvangstbevestiging in drie exemplaren, zijn aangepast tariefvoorstel, vergezeld van het budget, in bij de commissie. De netbeheerder bezorgt eveneens een elektronische kopie aan de commissie.
   Binnen een redelijke termijn na verzending door de commissie van het ontwerp van de beslissing tot weigering van het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, of, in voorkomend geval, binnen een redelijke termijn na ontvangst van de bezwaren en het aangepaste tariefvoorstel, vergezeld van het budget, brengt de commissie de netbeheerder per brief per drager en tegen ontvangstbevestiging, evenals elektronisch, op de hoogte van haar beslissing tot goedkeuring of weigering van het in voorkomend geval aangespaste tariefvoorstel, vergezeld van het budget.
   6° indien de netbeheerder zijn verplichtingen niet nakomt binnen de termijnen zoals bepaald in de punten 1° tot 5°, of indien de commissie een beslissing heeft genomen tot weigering van het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, of van het aangepaste tariefvoorstel, vergezeld van het aangepaste budget, zijn voorlopige tarieven van kracht tot alle bezwaren van de netbeheerder of van de commissie zijn uitgeput of totdat over de twistpunten tussen de commissie en de netbeheerder een akkoord wordt bereikt. De commissie is bevoegd om te besluiten tot passende compenserende maatregelen na overleg met de netbeheerder indien de definitieve tarieven afwijken van de tijdelijke tarieven;
   7° in geval van overgang naar nieuwe diensten en/of een aanpassing van bestaande diensten kan de netbeheerder binnen de gereguleerde periode aan de commissie een geactualiseerde tariefvoorstel ter goedkeuring voorleggen. Dit geactualiseerd tariefvoorstel houdt rekening met het door de commissie goedgekeurde tariefvoorstel, zonder de integriteit van de bestaande tariefstructuur te wijzigen.
   Het geactualiseerde voorstel wordt ingediend door de netbeheerder en door de commissie behandeld overeenkomstig de geldende procedure, bedoeld in de punten 1° tot 6°, met dien verstande dat de bedoelde termijnen gehalveerd worden;
   8° indien er zich tijdens een gereguleerde periode uitzonderlijke omstandigheden voordoen, onafhankelijk van de wil van de netbeheerder, kan deze op elk ogenblik binnen de gereguleerde periode een gemotiveerde vraag tot herziening van zijn tariefvoorstel ter goedkeuring voorleggen aan de commissie voor wat de komende jaren van de gereguleerde periode betreft.
   De gemotiveerde vraag tot herziening van het tariefvoorstel wordt door de netbeheerder ingediend en door de commissie behandeld overeenkomstig de toepasselijke procedure bedoeld in de voorafgaande punten 1° tot 6°, met dien verstande dat de bedoelde termijnen gehalveerd worden;
   9° de commissie past, onverminderd haar mogelijkheid om de kosten te controleren in het licht van de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen, het niveau van de door de netbeheerder toegepaste toeslagen aan alle wijzigingen van openbare dienstverplichtingen aan, met name gewestelijke, die op hem van toepassing zijn binnen de drie maanden na het verzenden door de netbeheerder van dergelijke wijzigingen. De netbeheerder zendt deze wijzigingen zo spoedig mogelijk over aan de commissie zodra ze in werking zijn getreden;
   10° de commissie publiceert op haar website, op een transparante wijze, de stand van zaken van de goedkeuringsprocedure van de tariefvoorstellen evenals, in voorkomend geval, de tariefvoorstellen die neergelegd worden door de netbeheerders.
   § 9. De commissie stelt een tariefmethodologie op en oefent haar tariefbevoegdheid uit om aldus een stabiele en voorzienbare regulering te bevorderen die bijdraagt tot de goede werking van de vrijgemaakte markt en die de financiële markt in staat stelt om met een redelijke zekerheid de waarde van de netbeheerder te bepalen. Ze waakt over het behoud van de continuïteit van de beslissingen die zij heeft genomen in de loop van de voorgaande gereguleerde periodes, onder andere inzake de waardering van de gereguleerde activa.
   § 10. De commissie oefent haar tariefbevoegdheid uit rekening houdend met het algemene energiebeleid zoals gedefinieerd in de Europese, federale en gewestelijke wet- en regelgeving.
   § 11. Omwille van de transparantie in de doorberekening van de kosten aan de eindafnemers worden de verschillende elementen van het nettarief onderscheiden op de factuur, met name wat de openbare dienstverplichtingen en hun inhoud betreft.
   § 12. De boekhouding van de netbeheerder wordt gehouden volgens een uniform analytisch boekhoudkundig plan per activiteit dat wordt opgesteld op voorstel van de netbeheerder en dat wordt goedgekeurd door de commissie of dat, bij gebrek aan een voorstel vóór 1 oktober 2011, wordt opgesteld door de commissie in overleg met de netbeheerder.
   § 13. De commissie publiceert binnen de drie werkdagen na hun goedkeuring en bewaart op haar website de tarieven en hun motivering, met inachtneming van de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige informatie betreffende leveranciers of netgebruikers, van persoonsgegevens en/of van gegevens waarvan de vertrouwelijkheid is beschermd krachtens bijzondere wetgeving.
   De netbeheerder deelt zo spoedig mogelijk aan de gebruikers van zijn net de tarieven mede die hij moet toepassen en stelt deze ter beschikking van alle personen die hierom verzoeken. Hij publiceert die tevens zo spoedig mogelijk op zijn website, samen met een berekeningsmodule die de praktische toepassing van de tarieven preciseert. De toegepaste tarieven mogen geen terugwerkende kracht hebben.
   § 14. Tegen de door de commissie vastgestelde tariefmethodologie alsook tegen de door haar genomen beslissingen betreffende de tariefvoorstellen in uitvoering van deze tariefmethodologie, kan een beroep worden ingesteld door elke persoon die een belang aantoont bij het [3 Marktenhof]3 met toepassing van artikel 29bis.
   Zulk beroep kan onder andere worden ingesteld indien :
   - de beslissing van de commissie de richtsnoeren bedoeld in dit artikel niet in acht neemt;
   - de beslissing van de commissie niet in overeenstemming is met het algemene energiebeleid, zoals gedefinieerd in de Europese, federale en gewestelijke wet- en regelgeving;
   - de beslissing van de commissie niet de noodzakelijke middelen waarborgt voor de realisatie van de investeringen van de netbeheerder en de instandhouding van de infrastructuur of de uitvoering van haar wettelijke opdracht.]1
  ----------
  (1)<W 2012-01-08/02, art. 15, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>
  (2)<W 2015-06-28/05, art. 5, 038; Inwerkingtreding : 06-07-2015>
  (3)<W 2016-12-25/14, art. 109, 043; Inwerkingtreding : 09-01-2017>
  (4)<W 2017-07-13/06, art. 4, 044; Inwerkingtreding : 29-07-2017>
  (5)<W 2017-07-13/07, art. 6, 045; Inwerkingtreding : 29-07-2017>

  Art. 12bis.[1 § 1. De aansluiting, het gebruik van de infrastructuren en de elektrische systemen en, desgevallend, de ondersteunende diensten van de distributienetbeheerders maken het voorwerp uit van tarieven voor het beheer van het distributienet, met uitzondering van de netten die een transmissiefunctie hebben en geregeld worden door artikel 12.
   § 2. Na overleg met de regionale regulatoren en na gestructureerd, gedocumenteerd en transparant overleg met de distributienetbeheerders, werkt de commissie de tariefmethodologie uit die deze netbeheerders moeten gebruiken voor het opstellen van hun tariefvoorstellen.
   De tariefmethodologie preciseert onder andere :
   (i) de definitie van de kostencategorieën die door de tarieven worden gedekt;
   (ii) de kostencategorieën waarop de bevorderende regelgeving van toepassing kan zijn;
   (iii) de regels van de evolutie na verloop van tijd van de kosten bedoeld in (i), met inbegrip van de methode voor de bepaling van de parameters die zijn opgenomen in de evolutieformule;
   (iv) de regels voor de toewijzing van de kosten aan de categorieën van netgebruikers;
   (v) de algemene tariefstructuur en de tariefdragers.
   Het overleg met de distributienetbeheerders maakt het voorwerp uit van een akkoord tussen de commissie en deze beheerders. Bij gebrek aan een akkoord, wordt het overleg ten minste gehouden als volgt :
   1° de commissie stuurt de oproeping voor de in het eerste lid bedoelde overlegvergaderingen naar de distributienetbeheerders, in de taal van de distributienetbeheerder, alsook de documentatie betreffende de agendapunten van deze vergaderingen binnen een redelijke termijn vóór de vergadering in kwestie. De oproeping vermeldt de plaats, de datum en het uur van de vergadering, alsook de punten van de dagorde;
   2° na de vergadering stelt de commissie een ontwerp van proces-verbaal op van de vergadering waarin de argumenten worden opgenomen die naar voren werden gebracht door de verschillende partijen, alsook de vastgestelde punten waarover overeenstemming en waarover geen overeenstemming bestond ter goedkeuring over aan de distributienetbeheerders binnen een redelijke termijn na de vergadering;
   3° binnen een redelijke termijn na de ontvangst van het door de partijen goedgekeurde proces-verbaal van de commissie versturen de distributienetbeheerders, indien nodig nadat zij hierover overleg hebben gepleegd, naar de commissie hun formeel advies over de tariefmethodologie die het resultaat is van dit overleg, waarbij desgevallend de eventuele resterende punten waarover geen overeenstemming werd bereikt worden benadrukt, zowel ten aanzien van het voorstel van de commissie als onderling.
   In afwijking van de voorgaande bepalingen, kan de tariefmethodologie worden opgesteld door de commissie volgens een vastgestelde procedure van gemeenschappelijk akkoord met de distributienetbeheerders op basis van een uitdrukkelijk, transparant en niet-discriminerend akkoord.
   § 3. De commissie deelt haar ontwerp van tariefmethodologie, het geheel van de stukken met betrekking tot het overleg met de distributienetbeheerders alsook alle documenten die zij noodzakelijk acht voor de motivering van haar beslissing met betrekking tot de tariefmethodologie mee aan de Kamer van volksvertegenwoordigers, met inachtneming van de vertrouwelijkheid van de commercieel gevoelige informatie met betrekking tot de leveranciers of de netgebruikers, de persoonsgegevens en/of de gegevens waarvan de vertrouwelijkheid beschermd wordt krachtens bijzondere wetgeving.
   De commissie publiceert op haar website de toepasselijke tariefmethodologie, het geheel van de stukken met betrekking tot het overleg met de distributienetbeheerders en alle documenten die zij nuttig acht voor de motivering van haar beslissing betreffende de tariefmethodologie, met inachtneming van de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige informatie betreffende leveranciers of netgebruikers, van persoonsgegevens en/of van gegevens waarvan de vertrouwelijkheid is beschermd krachtens bijzondere wetgeving.
   § 4. De tariefmethodologie die is vastgesteld krachtens § 3 en die van toepassing is op de vaststelling van het tariefvoorstel wordt meegedeeld aan de distributienetbeheerder ten laatste zes maanden vóór de datum waarop het tariefvoorstel moet worden ingediend bij de commissie. De wijzingen moeten gemotiveerd worden.
   Deze tariefmethodologie blijft van kracht gedurende de hele tariefperiode, met inbegrip van opmaak van de eindbalans die betrekking heeft op deze periode. Wijzigingen aangebracht aan de tariefmethodologie tijdens de periode, conform de bepalingen van § 2, zijn slechts van toepassing vanaf de volgende tariefperiode, behoudens uitdrukkelijk, transparant en niet-discriminerend akkoord tussen de commissie en de distributienetbeheerders.
   § 5. De commissie stelt de tariefmethodologie op met inachtneming van de volgende richtsnoeren :
   1° de tariefmethodologie moet exhaustief en transparant zijn, teneinde het voor de distributienetbeheerders het mogelijk maken om hun tariefvoorstellen op deze enkele basis op te stellen. Het bevat de elementen die verplicht moeten voorkomen in het tariefvoorstel. Het definieert rapporteringsmodellen die moeten worden gebruikt door de distributienetbeheerders;
   2° de tariefmethodologie moet het mogelijk maken om op efficiënte wijze het geheel van de kosten te dekken die noodzakelijk of efficiënt zijn voor de uitvoering van de wettelijke of reglementaire verplichtingen die op de distributienetbeheerders rusten alsook voor de uitoefening van hun activiteiten;
   3° de tariefmethodologie stelt het aantal jaren van de gereguleerde periode vast dat aanvangt op 1 januari. De jaarlijkse tarieven die hieruit voortvloeien worden bepaald met toepassing van de voor die periode toepasselijke tariefmethodologie;
   4° de tariefmethodologie maakt de evenwichtige ontwikkeling van de distributienetten mogelijk, in overeenstemming met de verschillende investeringsplannen van de distributienetbeheerders, zoals deze in voorkomend geval zijn goedgekeurd door de bevoegde regionale overheden;
   5° de eventuele criteria voor de verwerping van bepaalde kosten zijn niet-discriminerend en transparant;
   6° de tarieven zijn niet-discriminerend en proportioneel. Zij nemen een transparante toewijzing van de kosten in acht;
   7° de structuur van de tarieven bevordert het rationeel gebruik van energie en infrastructuren;
   8° [2 De verschillende tarieven worden gevormd op basis van een uniforme structuur op het grondgebied dat is aangesloten door de distributienetbeheerder. In geval van fusie van distributienetbeheerders, kunnen verschillende tarieven verder worden toegepast in elke geografische zone die is aangesloten door de voormalige distributienetbeheerders, om de door de fusie beoogde rationalisering mogelijk te maken.]2
   9° de normale vergoeding van in de gereguleerde activa geïnvesteerde kapitalen moet de netbeheerder toelaten om de noodzakelijke investeringen voor de uitoefening van zijn opdrachten;
   10° de nettokosten voor de openbare dienstverplichtingen die worden opgelegd door de wet, het decreet of de ordonnantie en hun uitvoeringsbesluiten, en die niet worden gefinancierd door belastingen, taksen, bijdragen en heffingen bedoeld in 11°, worden verrekend in de tarieven op een transparante en niet-disciminerende wijze overeenkomstig de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen;
   11° de belastingen, taksen en bijdragen van alle aard en toeslagen die worden opgelegd door de wet, het decreet of de ordonnantie en hun uitvoeringsbesluiten worden automatisch toegevoegd aan de tarieven en binnen de termijnen die worden bepaald door de procedure van invoering en goedkeuring van de tarieven. De commissie kan deze kosten controleren in het licht van de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen.
   12° de aankopen van goederen en diensten die verricht worden met inachtneming van de wetgeving inzake overheidsopdrachten worden verondersteld te zijn verricht aan de marktprijs, desgevallend onder voorbehoud van de beoordelingsbevoegdheid van de commissie;
   13° de methodologie bepaalt de nadere regels voor de integratie en controle van de gestrande kosten bestaande uit de niet-gekapitaliseerde lasten voor het aanvullend pensioen of het pensioen van de publieke sector, die worden betaald aan personeelsleden die een gereguleerde elektriciteitsdistributieactiviteit hebben verricht, die verschuldigd zijn voor de jaren vóór de liberalisering krachtens statuten, collectieve arbeidsovereenkomsten of andere voldoende geformaliseerde overeenkomsten, die werden goedgekeurd vóór 30 april 1999, of die worden betaald aan hun rechthebbenden of vergoed aan hun werkgever door een distributienetbeheerder, die in de tarieven kunnen worden opgenomen;
   14° voor de bepaling van de positieve of negatieve saldi waarvan zij de verdeling bepaalt voor de volgende gereguleerde periode, stelt de commissie de kosten vast bedoeld in 10°, 11° en 13° en de andere kosten dan deze bedoeld in § 2 (ii) van dit artikel die worden gerecupereerd of teruggegeven via de tarieven van de volgende periode;
   15° Onder voorbehoud van de conformiteitscontrole van de commissie maken de tarieven het mogelijk voor de distributienetbeheerder wiens efficiëntie rond het marktgemiddelde ligt om de totaliteit van zijn kosten en een normale vergoeding van de kapitalen in te vorderen. Iedere controlemethode van de kosten die gebaseerd is op vergelijkende technieken moet rekening houden met de bestaande objectieve verschillen tussen de distributienetbeheerders die niet weggewerkt kunnen worden op initiatief van deze laatsten.
   Iedere beslissing die gebruik maakt van vergelijkende technieken integreert kwalitatieve parameters en is gebaseerd op homogene, transparante, betrouwbare gegevens en gegevens die gepubliceerd zijn of integraal mededeelbaar zijn in de motivering van de beslissing van de commissie.
   Eventuele vergelijkingen met andere netbeheerders moeten gemaakt worden tussen bedrijven met dezelfde activiteiten die werken in vergelijkbare omstandigheden;
   16° de tarieven voor het gebruik van een distributienet, die van toepassing zijn op productie-eenheden, kunnen verschillen naargelang van de technologie van deze eenheden en hun datum van ingebruikname. Deze tarieven worden bepaald rekening houdend met ieder criterium dat door de commissie relevant wordt geacht, zoals een benchmarking met de buurlanden, teneinde 's lands bevoorradingszekerheid door een daling van de concurrentiekracht van de betrokken productie-eenheden niet in het gedrang te brengen. In het tariefvoorstel vergezeld van het budget bedoeld in § 8, motiveert de distributienetbeheerder dit onderscheid;
   17° de productiviteitsinspanningen die eventueel aan de distributienetbeheerders worden opgelegd mogen op korte of op lange termijn de veiligheid van personen en goederen noch de continuïteit van de levering niet in het gedrang brengen;
   18° de kruissubsidiëring tussen gereguleerde en niet-gereguleerde activiteiten is niet toegelaten;
   19° de tarieven moedigen de distributienetbeheerders aan om de prestaties te verbeteren, de integratie van de markt en de bevoorradingszekerheid te bevorderen en aan onderzoek en ontwikkeling te doen die nodig zijn voor hun activiteiten, daarbij onder andere rekening houdend met hun investeringsplannen zoals, desgevallend, goedgekeurd door de bevoegde gewestelijke reguleringsoverheden;
   20° de kosten bedoeld in de punten 10°, 11° en 13° en de andere kosten dan deze bedoeld in § 2 (ii) worden onderworpen noch aan beslissingen die gesteund zijn op methodes van vergelijking, noch aan een bevorderende regelgeving,
   21° de tarieven strekken ertoe een juist evenwicht te bieden tussen de kwaliteit van de gepresteerde diensten en de prijzen die door de eindafnemers worden gedragen.
   De commissie kan de kosten van de distributienetbeheerders in het licht van de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen controleren.
   § 6. De distributienetbeheerders stellen hun tariefvoorstellen op met inachtneming van de tariefmethodologie die werd opgesteld door de commissie en voeren deze in met inachtneming van de invoerings- en goedkeuringsprocedure voor de tarieven.
   § 7. De commissie onderzoekt het tariefvoorstel, beslist over de goedkeuring van deze en deelt haar gemotiveerde beslissing mee aan de distributienetbeheerder met inachtneming van de invoerings- en goedkeuringsprocedure voor de tarieven.
   § 8. De invoerings- en goedkeuringsprocedure voor de tariefvoorstellen maken het voorwerp uit van een akoord tussen de de commissie en de distributienetbeheerders. Bij gebrek aan een akkoord is de procedure als volgt :
   1° de distributienetbeheerder dient binnen een redelijke termijn voor het einde van het laatste jaar van elke lopende gereguleerde periode zijn tariefvoorstel in, vergezeld van het budget, voor de volgende gereguleerde periode in de vorm van het rapporteringsmodel dat vastgesteld wordt door de commissie overeenkomstig § 5;
   2° het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, wordt per drager en tegen ontvangstbevestiging in drie exemplaren overgezonden aan de commissie. De distributienetbeheerder zendt eveneens een elektronische versie over op basis waarvan de commissie het tariefvoorstel, vergezeld van budget, kan bewerken indien nodig;
   3° binnen een redelijke termijn na de ontvangst van het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, bevestigt de commissie aan de distributienetbeheerder per brief per drager met ontvangstbevestiging, evenals per e-mail, de volledigheid van het dossier of bezorgt zij hem een lijst van bijkomende inlichtingen die het moet verstrekken.
   Binnen een redelijke termijn na ontvangst van de hierboven bedoelde brief waarin hem bijkomende inlichtingen werden gevraagd, verstrekt de distributienetbeheerder aan de commissie in drie exemplaren per brief per drager met ontvangstbevestiging deze inlichtingen. De distributienetbeheerder bezorgt eveneens een elektronische versie van de antwoorden en bijkomende gegevens aan de commissie;
   4° binnen een redelijke termijn na ontvangst van het tariefvoorstel bedoeld in 2° of, in voorkomend geval, binnen een redelijke termijn na ontvangst van de antwoorden en de bijkomende inlichtingen van de distributienetbeheerder bedoeld in 3°, brengt de commissie de netbeheerder per brief per drager en tegen ontvangstbevestiging op de hoogte van haar beslissing tot goedkeuring of van haar ontwerp van beslissing tot weigering van het betrokken tariefvoorstel, vergezeld van het betrokken budget.
   In haar ontwerp van beslissing tot weigering van het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, geeft de commissie op gemotiveerde wijze aan welke punten de distributienetbeheerder moet aanpassen om een beslissing tot goedkeuring van de commissie te verkrijgen. De commissie heeft de bevoegdheid om aan de netbeheerder te vragen om zijn tariefvoorstel te wijzigen om ervoor te zorgen dat dit proportioneel is en op niet-discriminerende wijze wordt toegepast;
   5° indien de commissie het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, van de distributienetbeheerder afwijst in haar ontwerp van beslissing tot weigering van het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, kan de beheerder binnen een redelijke termijn, na ontvangst van dit ontwerp van beslissing, zijn bezwaren hieromtrent meedelen aan de commissie.
   Deze bezwaren worden per drager en tegen ontvangstbevestiging overhandigd aan de commissie, alsook onder elektronische vorm.
   Op zijn verzoek wordt de distributienetbeheerder, binnen een redelijke termijn na ontvangst van het ontwerp van beslissing tot weigering van het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, gehoord door de commissie.
   Desgevallend, dient de distributienetbeheerder, binnen een redelijke termijn na ontvangst van het ontwerp van beslissing tot weigering van het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, per drager en tegen ontvangstbevestiging in drie exemplaren, zijn aangepast tariefvoorstel, vergezeld van het budget, in bij de commissie. De distributienetbeheerder bezorgt eveneens een elektronische kopie aan de commissie.
   Binnen een redelijke termijn na verzending door de commissie van het ontwerp van de beslissing tot weigering van het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, of, in voorkomend geval, binnen een redelijke termijn na ontvangst van de bezwaren en het aangepaste tariefvoorstel, vergezeld van het budget, brengt de commissie de distributienetbeheerder per brief per drager en tegen ontvangstbevestiging, evenals elektronisch, op de hoogte van haar beslissing tot goedkeuring of weigering van het desgevallend aangepaste tariefvoorstel, vergezeld van het budget;
   6° indien de distributienetbeheerder zijn verplichtingen niet nakomt binnen de termijnen zoals bepaald in de punten 1° tot 5°, of indien de commissie een beslissing heeft genomen tot weigering van het tariefvoorstel, vergezeld van het budget, of van het aangepaste tariefvoorstel, vergezeld van het aangepaste budget, zijn voorlopige tarieven van kracht tot alle bezwaren van de distributienetbeheerder of van de commissie zijn uitgeput of totdat over de twistpunten tussen de commissie en de distributienetbeheerder een akkoord wordt bereikt. De commissie is bevoegd om te besluiten tot passende compenserende maatregelen na overleg met de distributienetbeheerder indien de definitieve tarieven afwijken van de tijdelijke tarieven;
   7° ingeval van overgang naar nieuwe diensten en/of aanpassing van bestaande diensten kan de distributienetbeheerder binnen de gereguleerde periode aan de commissie een geactualiseerd tariefvoorstel ter goedkeuring voorleggen. Dit geactualiseerd tariefvoorstel houdt rekening met het door de commissie goedgekeurde tariefvoorstel, zonder de integriteit van de bestaande tariefstructuur te wijzigen.
   Het geactualiseerde voorstel wordt door de distributienetbeheerder ingediend en door de commissie behandeld overeenkomstig de geldende procedure, bedoeld in de voorafgaande punten 1° tot 6°, met dien verstande dat de bedoelde termijnen gehalveerd worden;
   8° indien er zich tijdens een gereguleerde periode uitzonderlijke omstandigheden voordoen, onafhankelijk van de wil van de distributienetbeheerder, kan deze op elk ogenblik binnen de gereguleerde periode een gemotiveerde vraag tot herziening van zijn tariefvoorstel ter goedkeuring voorleggen aan de commissie wat de komende jaren van de gereguleerde periode betreft.
   Het gemotiveerd verzoek tot herziening van het tariefvoorstel wordt door de distributienetbeheerder ingediend en door de commissie behandeld overeenkomstig de toepasselijke procedure bedoeld in de punten 1° tot 6°, met dien verstande dat de bedoelde termijnen gehalveerd worden;
   9° de commissie past, onverminderd haar mogelijkheid om de kosten te controleren in het licht van de toepasselijke en reglementaire bepalingen, de tarieven van de distributienetbeheerders aan alle wijzigingen van de openbare dienstverplichtingen aan, onder andere gewestelijke, die op hem van toepassing zijn uiterlijk drie maanden na het overmaken door de distributienetbeheerders van dergelijk wijzigingen. De distributienetbeheerders maken deze wijzigingen zo spoedig mogelijk over aan de commissie naar aanleiding van hun inwerkingtredingen;
   10° de commissie publiceert op haar website, op een transparante wijze, de stand van zaken van de goedkeuringsprocedure van de tariefvoorstellen evenals, in voorkomend geval, de tariefvoorstellen die neergelegd worden door de netbeheerders.
   § 9. De commissie stelt een tariefmethodologie op en oefent haar tariefbevoegdheid uit om aldus een stabiele en voorzienbare regulering te bevorderen die bijdraagt tot de goede werking van de vrijgemaakte markt en die de financiële markt in staat stelt om om met een redelijke zekerheid de waarde van de distributienetbeheerders te bepalen. Ze waakt over het behoud van de continuïteit van de beslissingen die zij heeft genomen in de loop van de voorgaande gereguleerde periodes, onder andere inzake de waardering van de gereguleerde activa.
   § 10. De commissie oefent haar tariefbevoegdheid uit rekening houdend met het algemene energiebeleid zoals gedefinieerd in de Europese, federale en gewestelijke wet- en regelgeving.
   § 11. Omwille van de transparantie in de doorberekening van de kosten aan de eindafnemers worden de verschillende elementen van het nettarief onderscheiden op de factuur, met name wat de openbare dienstverplichtingen en hun inhoud betreft.
   § 12. De boekhouding van de distributienetbeheerders wordt gehouden volgens een uniform analytisch boekhoudkundig plan per activiteit dat wordt opgesteld op voorstel van een of meerdere distributienetbeheerders die minstens vijfenzeventig procent van de bedrijven die dezelfde activiteit uitoefenen vertegenwoordigen en dat wordt goedgekeurd door de commissie of dat, bij gebrek aan een voorstel vóór 1 oktober 2011, wordt opgesteld door de commissie na overleg met de distributienetbeheerders.
   § 13. De commissie publiceert en bewaart de tarieven en hun motivering binnen drie werkdagen na hun goedkeuring op haar website, met inachtneming van de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige informatie betreffende leveranciers of netgebruikers, van persoonsgegevens en/of van gegevens waarvan de vertrouwelijkheid is beschermd krachtens specifieke regelgevingen.
   De distributienetbeheerders delen zo spoedig mogelijk aan de gebruikers van hun netten de tarieven mede die zij moeten toepassen en stellen deze ter beschikking van alle personen die hierom verzoeken. Zij publiceren die tevens zo spoedig mogelijk op hun website, samen met een berekeningsmodule die de praktische toepassing van de tarieven preciseert. De toegepaste tarieven mogen geen terugwerkende kracht hebben.
   § 14. Tegen de door de commissie vastgestelde tariefmethodologie alsook tegen de door haar genomen beslissingen in uitvoering van deze tariefmethodologie, kan een beroep worden ingesteld door elke persoon die een belang aantoont bij het [3 Marktenhof]3 met toepassing van artikel 29bis.
   Zulk beroep kan onder andere worden ingesteld indien :
   - de beslissing van de commissie de richtsnoeren bedoeld in dit artikel niet in acht neemt;
   - de beslissing van de commissie niet in overeenstemming is met het algemene energiebeleid, zoals gedefinieerd in de Europese, federale en gewestelijke wet- en regelgeving;
   - de beslissing van de commissie niet de noodzakelijke middelen waarborgt voor de realisatie van de investeringen van de distributienetbeheerders of de uitvoering van hun wettelijke opdrachten.]1
  ----------
  (1)<W 2012-01-08/02, art. 16, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>
  (2)<W 2013-12-26/14, art. 6, 033; Inwerkingtreding : 31-12-2013>
  (3)<W 2016-12-25/14, art. 109, 043; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 12bis_VLAAMS_GEWEST. [1 ...]1
  ----------
  (1)<DVR 2015-11-27/05, art. 48, 039; Inwerkingtreding : 10-12-2015>
  

  Art. 12ter.[1 De commissie motiveert en rechtvaardigt volledig en op omstandige wijze haar tariefbeslissingen, zowel op het vlak van de tariefmethodologieën als op het vlak van de tariefvoorstellen, teneinde de jurisdictionele controle ervan mogelijk te maken. Indien een beslissing op economische of technische overwegingen steunt, maakt de motivering melding van alle elementen die de beslissing rechtvaardigen.
   Indien deze beslissingen op een vergelijking steunen, omvat de motivering alle gegevens die in aanmerking werden genomen om deze vergelijking te maken.
   Krachtens haar transparantie- en motiveringsplicht publiceert de commissie op haar website de handelingen met individuele of collectieve draagwijdte die werden aangenomen in uitvoering van haar opdrachten krachtens de artikel en 12 tot 12quinquies, alsook iedere gerelateerde voorbereidende handeling, expertiseverslag, commentaar van de geraadpleegde partijen. Bij het verzekeren van deze openbaarheid vrijwaart zij de vertrouwelijkheid van de commercieel gevoelige informatie en/of informatie met een persoonlijk karakter. De commissie stelt hiertoe, na overleg met de betrokken elektriciteitsbedrijven, richtsnoeren op die de informatie aangeven die binnen het toepassingsgebied van de vertrouwelijkheid valt.
   De commissie hecht aan haar definitieve handeling een commentaar dat de beslissing om de commentaren van de geconsulteerde partijen al dan niet in aanmerking te nemen rechtvaardigt.]1
  ----------
  (1)<W 2012-01-08/02, art. 17, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>

  Art. 12ter_VLAAMS_GEWEST. [1 ...]1
  ----------
  (1)<DVR 2015-11-27/05, art. 48, 039; Inwerkingtreding : 10-12-2015>
  

  Art. 12quater.[1 § 1. Het koninklijk besluit van 8 juni 2007 betreffende de regels met betrekking tot de vaststelling van en de controle op het totaal inkomen en de billijke winstmarge, de algemene tariefstructuur, het saldo tussen kosten en ontvangsten en de basisprincipes en procedures inzake het voorstel en de goedkeuring van de tarieven, van de rapportering en kostenbeheersing door de beheerder van het nationaal electriciteitstransmissienet en het koninklijk besluit van 2 september 2008 betreffende de regels met betrekking tot de vaststelling van en de controle op het totaalinkomen en de billijke winstmarge, de algemene tariefstructuur, het saldo tussen kosten en ontvangsten en de basisprincipes en procedures inzake het voorstel en de goedkeuring van de tarieven, van de rapportering en kostenbeheersing door de beheerders van distributienetten voor elektriciteit, zoals bekrachtigd door de wet van 15 december 2009 houdende bekrachtiging van diverse koninklijke besluiten genomen krachtens de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, worden opgeheven.
   § 2. Als overgangsmaatregel, kan de commissie de tarieven die bestaan op de datum van de bekendmaking van de wet van [2 8]2 januari 2012 tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen, verlengen, of elke andere overgangsmaatregel treffen die zij dienstig zou achten ten gevolge van de inwerkingtreding van de voormelde wet tot de goedkeuring van de tariefmethodologie met toepassing van de artikel en 12 en 12bis. Wanneer zij gebruik maakt van deze paragraaf, houdt de commissie rekening met de richtsnoeren van artikel 12, § 5, evenals met deze van artikel 12bis, § 5.]1
  ----------
  (1)<W 2012-01-08/02, art. 18, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>
  (2)<W 2012-08-25/04, art. 4, 028; Inwerkingtreding : 13-09-2012>

  Art. 12quater_VLAAMS_GEWEST.
   [1 § 1. Het koninklijk besluit van 8 juni 2007 betreffende de regels met betrekking tot de vaststelling van en de controle op het totaal inkomen en de billijke winstmarge, de algemene tariefstructuur, het saldo tussen kosten en ontvangsten en de basisprincipes en procedures inzake het voorstel en de goedkeuring van de tarieven, van de rapportering en kostenbeheersing door de beheerder van het nationaal electriciteitstransmissienet en het koninklijk besluit van 2 september 2008 betreffende de regels met betrekking tot de vaststelling van en de controle op het totaalinkomen en de billijke winstmarge, de algemene tariefstructuur, het saldo tussen kosten en ontvangsten en de basisprincipes en procedures inzake het voorstel en de goedkeuring van de tarieven, van de rapportering en kostenbeheersing door de beheerders van distributienetten voor elektriciteit, zoals bekrachtigd door de wet van 15 december 2009 houdende bekrachtiging van diverse koninklijke besluiten genomen krachtens de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, worden opgeheven.
   § 2. [3 ...]3]1
  
----------
  (1)<W 2012-01-08/02, art. 18, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>
  (2)<W 2012-08-25/04, art. 4, 028; Inwerkingtreding : 13-09-2012>
  (3)<DVR 2015-11-27/05, art. 48, 039; Inwerkingtreding : 10-12-2015>
  

  Art. 12quinquies.[1 § 1. De door de aanbieders van de ondersteunende diensten voorgestelde prijzen op het transmissienet zijn voldoende aanlokkelijk om op korte en op lange termijn hun levering aan de netbeheerder te waarborgen. De netbeheerder verschaft zich deze ondersteunende diensten volgens transparante, niet-discriminerende en op de marktregels gebaseerde procedures. [2 Bij de uitwerking van de procedures aangaande de ondersteunende diensten geleverd door gebruikers van het distributienet, stelt de netbeheerder alles in het werk om samen te werken met de distributienetbeheerders.]2 De netbeheerder informeert jaarlijks de commissie en de minister, op basis van een verslag dat bewijsstukken bevat, over de prijzen die hem werden aangeboden voor de levering van ondersteunende diensten en over de acties die hij heeft ondernomen, met toepassing van artikel 234 van het koninklijk besluit van 27 juni 2001 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe. Hij integreert hierin, desgevallend, een voorstel van waardering van de prestaties van ondersteunende diensten die hij verricht door middel van de productiemiddelen die hij bezit krachtens artikel 9, § 1. Deze waardering toont de positieve impact inzake tarieven en volumes aan van deze prestaties van ondersteunende diensten.
   Op basis van het verslag van de netbeheerder, stelt de commissie, met toepassing van artikel 4 van het koninklijk besluit van 11 oktober 2002 met betrekking tot de openbare dienstverplichtingen in de elektriciteitsmarkt, een verslag op dat uitdrukkelijk en op gemotiveerde wijze aangeeft of de prijzen die worden aangeboden voor de ondersteunende diensten al dan niet manifest onredelijk zijn. Het gemotiveerde verslag wordt meegedeeld aan de netbeheerder binnen 60 werkdagen volgend op de ontvangst van het verslag bedoeld in het eerste lid.
   Indien het verslag van de commissie vaststelt dat de prijzen manifest onredelijk zijn of op vraag van de netbeheerder, kan de Koning, na advies van de commissie en op voorstel van de minister, met het oog op de bevoorradingszekerheid, bij dwingende beslissing een openbare dienstverplichting opleggen die het volume en de prijzen van de ondersteunende diensten dekken van de producenten in de Belgische regelzone. De commissie houdt rekening met deze beslissing voor de goedkeuring van de tarieven van de netbeheerders.
   De maatregel mag niet langer gelden dan twee jaar, mits een jaarlijks verslag van de commissie.
   § 2. De elektriciteitsproductieschijven waarop de netbeheerder een beroep kan doen om de ondersteunende diensten tot stand te brengen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van zijn diensten worden vastgesteld per blok van 1 MW voor de primaire, secondaire en tertiaire reserves.]1
  ----------
  (1)<W 2012-01-08/02, art. 19, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>
  (2)<W 2017-07-13/06, art. 5, 044; Inwerkingtreding : 29-07-2017>

  Art. 12sexies.
  <Opgeheven bij W 2012-01-08/02, art. 20, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>

  Art. 12septies.
  <Opgeheven bij W 2012-01-08/02, art. 20, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>

  Art. 12octies.
  <Opgeheven bij W 2012-01-08/02, art. 20, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>

  Art. 12novies.
  <Opgeheven bij W 2012-01-08/02, art. 20, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>

  Art. 13.§ 1. [De netbeheerder stelt een plan voor de ontwikkeling van het transmissienet op in samenwerking met de Algemene Directie Energie en het Federaal Planbureau.
  Het ontwikkelingsplan is onderworpen aan het advies van de commissie.
  Het ontwikkelingsplan is onderworpen aan de goedkeuring van de minister.
  Voor deze delen van het ontwikkelingsplan die betrekking hebben op de ontwikkelingen van het transmissienet die noodzakelijk zijn voor de aansluiting op het transmissienet van installaties voor de productie van elektriciteit uit wind in de zeegebieden waarin België rechtsmacht kan uitoefenen overeenkomstig het internationaal zeerecht, pleegt de minister vooraf overleg met de minister die bevoegd is voor het mariene milieu.
  [1 Het ontwikkelingsplan dekt een periode van minstens tien jaar. Het wordt om de vier jaar aangepast. Die aanpassing moet plaatsvinden binnen de twaalf maanden na de publicatie van de prospectieve studie.]1
  De Koning bepaalt de nadere regels van de procedure van opstelling, goedkeuring en publicatie van het ontwikkelingsplan.] <W 2005-06-01/32, art. 12, 010; Inwerkingtreding : 01-09-2006>
  § 2. Het ontwikkelingsplan bevat een gedetailleerde raming van de behoeften aan transmissiecapaciteit, met aanduiding van de onderliggende hypothesen, en bepaalt het investeringsprogramma dat de netbeheerder zich verbindt uit te voeren om aan deze behoeften te voldoen. Het ontwikkelingsplan houdt rekening met de nood aan een adequate reservecapaciteit en met de projecten van gemeenschappelijk belang aangewezen door de instellingen van de Europese Unie in het domein van de transeuropese netten.
  § 3. Indien de commissie, na raadpleging van de netbeheerder, vaststelt dat de investeringen voorzien in het ontwikkelingsplan de netbeheerder niet in de mogelijkheid stellen om op een adequate en doeltreffende wijze aan de capaciteitsbehoeften te voldoen, kan de minister de netbeheerder verplichten om het ontwikkelingsplan aan te passen teneinde aan deze situatie te verhelpen binnen een redelijke termijn. Deze aanpassing gebeurt overeenkomstig de procedure bepaald in § 1, eerste lid.
  [2 De minister kan bovendien aan de commissie vragen om zich uit te spreken over de noodzaak om al dan niet de met toepassing van artikel 12 vastgestelde tariefmethodologieën om de financieringsmiddelen van de overwogen investeringen te waarborgen te herzien.]2
  ----------
  (1)<W 2009-05-06/03, art. 163, 024; Inwerkingtreding : 29-05-2009>
  (2)<W 2012-01-08/02, art. 21, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>

  Art. 13/1.[1 § 1. Met inachtneming van de bepalingen in § 2, van artikel 2, 7° en van artikel 8 en onverminderd de bepalingen van de wet van 20 januari 1999 ter bescherming van het mariene milieu en ter organisatie van de mariene ruimtelijke planning in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België, kan de Koning, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en na advies van de commissie, domeinconcessies verlenen aan de netbeheerder voor de bouw en de exploitatie van installaties noodzakelijk voor de transmissie van elektriciteit in de zeegebieden waarin België rechtsmacht kan uitoefenen overeenkomstig het internationaal zeerecht.
   § 2. Bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, na advies van de commissie, bepaalt de Koning de voorwaarden en de procedure voor de toekenning van de domeinconcessies bedoeld in § 1, en inzonderheid :
   1° de beperkingen ter vermijding dat de bouw of de exploitatie van bedoelde installaties het gebruik van de reguliere scheepvaartroutes, de zeevisserij of het wetenschappelijk zeeonderzoek in overdreven mate zou hinderen;
   2° de maatregelen die moeten worden genomen voor de bescherming en het behoud van het mariene milieu, overeenkomstig de bepalingen van voornoemde wet van 20 januari 1999;
   3° de technische voorschriften waaraan de betrokken kunstmatige eilanden, installaties en inrichtingen moeten beantwoorden;
   4° de procedure voor de toekenning van bedoelde domeinconcessies;
   5° de regels inzake de wijziging, verlenging, overname, intrekking en uitbreiding, van de domeinconcessie;
   6° de bepaling van de levensduur van de concessie;
  [2 7° de voorwaarden voor de overdracht van administratieve vergunningen die werden toegekend aan de houders van een domeinconcessie bedoeld in artikel 6 betreffende de elementen van het Modular Offshore Grid bedoeld in artikel 7, § 3, tweede lid;
   8° de modaliteiten die kunnen verklaren dat er een openbaar nut bestaat om de installaties te plaatsen, bedoeld in § 1, binnen een domeinconcessie verleend op basis van artikel 6 of het gebruik van goederen of uitrustingen die toebehoren aan de titularis van zo een concessie, evenals de voorwaarden waaronder de netbeheerder het toezicht op de installaties kan verzekeren en over kan gaan tot de onderhouds- en reparatiewerken.]2
   De maatregelen bedoeld in het eerste lid, 2°, worden vastgesteld op gezamenlijke voordracht van de minister en van de minister die bevoegd is voor de bescherming van het mariene milieu.
   Deze procedure wordt gevoerd met respect voor de wet van 20 januari 1999 ter bescherming van het mariene milieu en ter organisatie van de mariene ruimtelijke planning in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België en haar uitvoeringsbesluiten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-05-08/23, art. 8, 037; Inwerkingtreding : 14-06-2014>
  (2)<W 2017-07-13/07, art. 7, 045; Inwerkingtreding : 29-07-2017>

  Art. 14. De personeelsleden van de netbeheerder zijn gebonden door het beroepsgeheim; zij mogen de vertrouwelijke gegevens die hun ter kennis zijn gekomen op grond van hun functie bij de netbeheerder in het kader van de uitvoering van de taken bedoeld in artikel 8, aan niemand bekendmaken, behalve wanneer zij worden opgeroepen om in rechte te getuigen en onverminderd de mededelingen aan beheerders van andere elektriciteitsnetten of aan de commissie die uitdrukkelijk door deze wet of de uitvoeringsbesluiten ervan zijn bepaald of toegelaten.
  Elke overtreding van dit artikel wordt gestraft met de straffen bepaald door artikel 458 van het Strafwetboek. De bepalingen van het eerste boek van hetzelfde Wetboek zijn van toepassing.

  HOOFDSTUK IIIbis. [1 - Toegang tot niet-actieve infrastructuur met het oog op de aanleg van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid en coördinatie van civieltechnische werken]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-07-31/04, art. 10, 046; Inwerkingtreding : 19-08-2017>
  

  Art. 14/1.[1 § 1. Elke beheerder van niet-actieve infrastructuur heeft het recht ondernemingen die elektronische communicatienetwerken aanbieden of waaraan een vergunning voor het aanbieden ervan is verleend, toegang te geven tot zijn niet-actieve infrastructuur met het oog op de aanleg van elementen van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid.
   § 2. Op schriftelijk verzoek van een onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt of waaraan een vergunning voor het aanbieden ervan is verleend, willigt de beheerder van niet-actieve infrastructuur voldoen aan redelijke verzoeken om toegang tot zijn niet-actieve infrastructuur in onder billijke en redelijke eisen en voorwaarden met inbegrip van de prijs, met het oog op de aanleg van elementen van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid. Dat schriftelijke verzoek bevat een nadere omschrijving van de elementen van het project waarvoor om toegang wordt verzocht, met inbegrip van een tijdschema.
   § 3. Elke weigering om toegang te verlenen, is gebaseerd op objectieve, transparante en evenredige criteria, zoals :
   1° de technische geschiktheid van de niet-actieve infrastructuur voor het onderbrengen van de in paragraaf 2 bedoelde elementen van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid;
   2° de beschikbaarheid van ruimte om andere elementen van het transmissienet, van het gesloten industrieel net, van de aansluiting of van de directe leiding van de beheerder van niet-actieve infrastructuur te huisvesten, de toekomstige behoeften aan ruimte van de beheerder inbegrepen, of om de in paragraaf 2 bedoelde elementen van de elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid te huisvesten, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met de toekomstige behoeften aan ruimte, die afdoende moeten worden aangetoond, van de onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt of waaraan een vergunning voor het aanbieden ervan is verleend en die het verzoek heeft ingediend of met de elementen van netwerken van andere ondernemingen;
   3° overwegingen met betrekking tot veiligheid en volksgezondheid;
   4° de integriteit en veiligheid van de niet-actieve infrastructuur, met name van kritieke nationale infrastructuur bedoeld in de wet van 1 juli 2011 betreffende de beveiliging en de bescherming van de kritieke infrastructuren;
   5° het risico van ernstige verstoring van de geplande elektronische communicatiediensten wanneer andere diensten via de niet-actieve infrastructuur worden verstrekt;
   6° de vraag of de beheerder van de niet-actieve infrastructuur beschikt over levensvatbare alternatieve middelen voor het verlenen van wholesaletoegang tot de fysieke niet-actieve infrastructuur die geschikt zijn voor het aanbieden van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid, op voorwaarde dat de toegang onder billijke en redelijke voorwaarden wordt verleend.
   Uiterlijk twee maanden vanaf de datum van ontvangst van het volledige verzoek om toegang geeft de beheerder van de niet-actieve infrastructuur de redenen voor de weigering op.
   § 4. [2 Indien uiterlijk twee maanden vanaf de datum van ontvangst van het verzoek, toegang wordt geweigerd of geen overeenstemming wordt bereikt over specifieke eisen en voorwaarden, met inbegrip van de prijs, heeft elke partij het recht deze kwestie door te verwijzen naar de instantie voor geschillenbeslechting inzake netwerkinfrastructuur.]2
   Het eerste lid is van toepassing onverminderd de mogelijkheid voor elke partij om bij geschillen de zaak aanhangig te maken bij de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, die beslist als in kort geding, overeenkomstig de procedure die bepaald is in artikel 14/5.
   § 5. Dit artikel laat het eigendomsrecht van de eigenaar van de niet-actieve infrastructuur, indien de beheerder van de niet-actieve infrastructuur niet de eigenaar is, alsmede het eigendomsrecht van derden, zoals landeigenaren en eigenaren van privaat eigendom, onverlet. Dit artikel laat eveneens de verplichting voor de onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt of waaraan een vergunning voor het aanbieden ervan is verleend, om de toelatingen en vergunningen te bekomen die vereist zijn voor de aanleg van de bestanddelen van zijn elektronisch communicatienetwerk met hoge snelheid, onverlet.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-07-31/04, art. 11, 046; Inwerkingtreding : 19-08-2017>
  (2)<W 2017-07-31/04, art. 11, 046; Inwerkingtreding : onbepaald>

  Art. 14/2.[1 § 1. Iedere onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt of waaraan een vergunning voor het aanbieden van openbare communicatienetwerken is verleend, heeft op verzoek recht op toegang tot de volgende minimuminformatie met betrekking tot een niet-actieve infrastructuur van de beheerder van een niet-actieve infrastructuur, teneinde overeenkomstig artikel 14/1, § 2, een verzoek om toegang tot niet-actieve infrastructuur in te dienen :
   1° locatie en route;
   2° aard en huidig gebruik van de infrastructuur; en
   3° een contactpunt.
   De onderneming die om toegang verzoekt, specificeert het gebied waarin wordt overwogen om elementen van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid aan te leggen.
   Een beperking van de toegang tot de minimuminformatie wordt gemotiveerd en uitsluitend toegestaan indien dit noodzakelijk wordt geacht met het oog op de veiligheid en integriteit van de niet-actieve infrastructuur, de nationale veiligheid, de volksgezondheid of de openbare veiligheid, de vertrouwelijkheid en de bescherming van handels- en bedrijfsgeheimen.
   § 2. Indien de in paragraaf 1 bedoelde minimuminformatie niet via het centrale informatiepunt beschikbaar is, biedt de beheerder van de niet-actieve infrastructuur op specifiek schriftelijk verzoek van een onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt of waaraan vergunning voor het aanbieden van openbare communicatienetwerken is verleend, toegang aan tot dergelijke informatie.
   In dat verzoek wordt gespecificeerd in welk gebied de aanleg van elementen van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid wordt overwogen. Toegang tot informatie moet binnen twee maanden vanaf de datum van ontvangst van het schriftelijk verzoek worden verleend, waarbij evenredige, niet-discriminerende en transparante voorwaarden worden gehanteerd, onverminderd de beperkingen overeenkomstig paragraaf 1.
   § 3. Op specifiek, schriftelijk verzoek van een onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt of waaraan vergunning voor het aanbieden van openbare communicatienetwerken is verleend, gaat de beheerder van een niet-actieve infrastructuur in op redelijke verzoeken tot inspecties ter plaatse van specifieke elementen van hun niet-actieve infrastructuur, onverminderd de beperkingen beschreven in paragraaf 1, derde lid. In dat verzoek worden de elementen van het betrokken netwerk gespecificeerd met het oog op de aanleg van elementen van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid.
   Inspecties ter plaatse van de gespecificeerde elementen van de niet-actieve infrastructuur moeten uiterlijk één maand vanaf de datum van ontvangst van het schriftelijk verzoek worden toegestaan, waarbij evenredige, niet-discriminerende en transparante voorwaarden worden gehanteerd, onverminderd de beperkingen overeenkomstig paragraaf 1. De personen die de toestemming gekregen hebben moeten de procedures en veiligheidsmaatregelen die hun worden meegedeeld, nauwgezet naleven.
   § 4. [2 Wanneer een geschil ontstaat in verband met de in dit artikel vermelde rechten en verplichtingen, heeft elke partij bij het geschil het recht het geschil door te verwijzen naar de instantie voor geschillenbeslechting inzake netwerkinfrastructuur.]2
   Het eerste lid is van toepassing onverminderd de mogelijkheid voor elke partij om bij geschillen de zaak aanhangig te maken bij de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, die beslist als in kort geding, overeenkomstig de procedure die bepaald is in artikel 14/5.
   § 5. Wanneer zij overeenkomstig dit artikel toegang krijgen tot informatie, nemen de ondernemingen die openbare communicatienetwerken aanbieden of waaraan vergunning voor het aanbieden van openbare communicatienetwerken is verleend, de nodige maatregelen ter bescherming van vertrouwelijkheid en handels- en bedrijfsgeheimen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-07-31/04, art. 12, 046; Inwerkingtreding : 19-08-2017>
  (2)<W 2017-07-31/04, art. 12, 046; Inwerkingtreding : onbepaald>

  Art. 14/3.[1 § 1. Onverminderd iedere bepaling ter regulering van de coördinatie van civieltechnische werken in het openbaar domein, ingevoerd bij decreet of ordonnantie, heeft de beheerder van een niet-actieve infrastructuur het recht om met ondernemingen die elektronische communicatienetwerken aanbieden of waaraan een vergunning voor het aanbieden ervan is verleend, te onderhandelen over overeenkomsten met betrekking tot de coördinatie van civieltechnische werken met het oog op de aanleg van elementen van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid.
   § 2. De beheerder van een niet-actieve infrastructuur die, direct of indirect, geheel of gedeeltelijk met overheidsgeld gefinancierde civiele werken uitvoert, voldoet aan elk redelijk verzoek om onder transparante en niet-discriminerende voorwaarden de civiele werken te coördineren, die gedaan worden door ondernemingen die openbare communicatienetwerken aanbieden of waaraan vergunning voor het aanbieden ervan is verleend, met het oog op de aanleg van elementen van elektronische-communicatienetwerken met hoge snelheid.
   Dat verzoek kan worden ingewilligd, mits :
   1° dit geen aanvullende kosten, daaronder begrepen kosten door bijkomende vertragingen, met zich zal meebrengen voor de oorspronkelijk geplande civiele werken;
   2° dit geen belemmering zal vormen voor de controle over de coördinatie van de werken;
   3° het verzoek om coördinatie zo spoedig mogelijk wordt gedaan, en in ieder geval ten minste één maand voordat het definitieve project wordt ingediend bij de bevoegde vergunningverlenende autoriteiten.
   § 3. [2 Indien binnen een maand vanaf de datum van ontvangst van het formele verzoek om overleg overeenkomstig § 2 geen overeenstemming is bereikt over de coördinatie van civiele werken, heeft elke partij het recht de zaak door te verwijzen naar de instantie voor geschillenbeslechting inzake netwerkinfrastructuur.]2
   Het eerste lid is van toepassing onverminderd de mogelijkheid voor elke partij om bij geschillen de zaak aanhangig te maken bij de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, die beslist als in kort geding, overeenkomstig de procedure die bepaald is in artikel 14/5.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-07-31/04, art. 13, 046; Inwerkingtreding : 19-08-2017>
  (2)<W 2017-07-31/04, art. 13, 046; Inwerkingtreding : onbepaald>

  Art. 14/4.[1 § 1. Met het oog op onderhandelingen over overeenkomsten met betrekking tot de coördinatie van civiele werken als bedoeld in artikel 14/3, stelt de beheerder van een niet-actieve infrastructuur, op specifiek schriftelijk ingediend verzoek van een onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt of waaraan vergunning voor het aanbieden van openbare communicatienetwerken is verleend, de volgende minimuminformatie ter beschikking over lopende of geplande civiele werken met betrekking tot zijn niet-actieve infrastructuur waarvoor een vergunning is verleend, waarvoor een vergunningsprocedure loopt of waarvoor binnen de komende zes maanden een eerste aanvraag voor een vergunning bij de bevoegde vergunningverlenende autoriteiten zal worden ingediend :
   1° de locatie en het type werkzaamheden;
   2° de betrokken elementen van de niet-actieve infrastructuur;
   3° de geraamde datum voor de aanvang van de werkzaamheden en de duur; en
   4° een contactpunt.
   In haar verzoek vermeldt de onderneming die openbare communicatienetwerken aanbiedt of waaraan vergunning voor het aanbieden van openbare communicatie-netwerken is verleend, het gebied waarin de aanleg van elementen van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid wordt overwogen. De beheerder van een niet-actieve infrastructuur verleent uiterlijk twee weken vanaf de datum van ontvangst van het schriftelijke verzoek de gevraagde informatie, onder evenredige, niet-discriminerende en transparante voorwaarden.
   Een beperking van de toegang tot de minimuminformatie wordt gemotiveerd en uitsluitend toegestaan indien dit noodzakelijk wordt geacht met het oog op de veiligheid en integriteit van de niet-actieve infrastructuur, de nationale veiligheid, de volksgezondheid of de openbare veiligheid, de vertrouwelijkheid en de bescherming van handels- en bedrijfsgeheimen.
   § 2. De beheerder van een niet-actieve infrastructuur kan het verzoek overeenkomstig § 1 weigeren in de volgende gevallen :
   1° hij heeft de gevraagde informatie in elektronisch formaat openbaar gemaakt, of
   2° de toegang tot dergelijke informatie is mogelijk via het centraal informatiepunt.
   § 3. De beheerder van een niet-actieve infrastructuur stelt de in paragraaf 1 bedoelde minimuminformatie waar om is verzocht, ter beschikking via het centraal informatiepunt.
   § 4. [2 Wanneer een geschil ontstaat in verband met de in dit artikel vermelde rechten en verplichtingen, heeft elke partij bij het geschil het recht het geschil door te verwijzen naar de instantie voor geschillenbeslechting inzake netwerkinfrastructuur.]2
   Het eerste lid is van toepassing onverminderd de mogelijkheid voor elke partij om bij geschillen de zaak aanhangig te maken bij de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, die beslist als in kort geding, overeenkomstig de procedure die bepaald is in artikel 14/5.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-07-31/04, art. 14, 046; Inwerkingtreding : 19-08-2017>
  (2)<W 2017-07-31/04, art. 14, 046; Inwerkingtreding : onbepaald>

  Art. 14/5. [1 § 1. Het beroep bedoeld in artikel 14/1, § 4, tweede lid, 14/2, § 4, tweede lid, 14/3, § 3, tweede lid, of 14/4, § 4, tweede lid, wordt op straffe van onontvankelijkheid die ambtshalve wordt uitgesproken, ingesteld bij verzoekschrift dat ondertekend wordt en ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg van Brussel wordt neergelegd. Het verzoekschrift wordt ter griffie neergelegd in evenveel exemplaren als er partijen in de zaak zijn.
   § 2. Binnen de drie werkdagen die volgen op de neerlegging van het verzoekschrift wordt het verzoekschrift door de griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel bij gerechtsbrief betekend aan de partijen die door eiser voor de zaak worden opgeroepen.
   Op elk ogenblik kan de rechtbank van eerste aanleg te Brussel voor de zaak alle andere personen ambtshalve oproepen wier situatie gevolgen dreigt te hebben door het beroep, om in het geding tussen te komen.
   § 3. De rechtbank van eerste aanleg te Brussel bepaalt de termijnen binnen dewelke de partijen elkaar hun geschreven opmerkingen bezorgen en daarvan ter griffie kopie neerleggen. De rechtbank bepaalt eveneens de datum van de debatten.
   De rechtbank van eerste aanleg te Brussel beslist binnen een termijn van zestig dagen te rekenen vanaf de neerlegging van het verzoekschrift bedoeld in paragraaf 1.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-07-31/04, art. 15, 046; Inwerkingtreding : 19-08-2017>
  

  HOOFDSTUK IV. - Toegang tot het transmissienet, directe lijnen, invoer.

  Art. 15.§ 1. De in aanmerking komende afnemers hebben een recht van toegang tot het transmissienet tegen de tarieven vastgesteld overeenkomstig artikel 12.
  [1 De netbeheerder kan de toegang tot het net alleen weigeren wanneer hij niet over de nodige capaciteit beschikt. De netbeheerder kan eveneens de toegang tot het net weigeren wanneer deze toegang de behoorlijke uitvoering van een openbare dienstverplichting in het algemeen economisch belang ten zijne laste zou verhinderen en voor zover de ontwikkeling van de uitwisselingen niet wordt beïnvloed in een mate die strijdig is met de belangen van de Europese Gemeenschap. De belangen van de Europese Gemeenschap omvatten, onder meer, de mededinging met betrekking tot de in aanmerking komende afnemers overeenkomstig Richtlijn 2009/72/EG en artikel 106 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
   De weigering moet naar behoren met redenen worden omkleed en gerechtvaardigd, waarbij in het bijzonder de met toepassing van artikel 21 genomen openbare dienstverplichtingen in acht moeten worden genomen, op basis van objektieve, technisch en economisch onderbouwde criteria.
   In geval van tegenstrijdigheid met de technische voorschriften die worden voorzien door het technisch reglement kan de netbeheerder de toegang afhankelijk maken van de voorwaarde van naleving van deze voorschriften.
   De netbeheerder deelt zonder verwijl aan de commissie zijn met redenen omklede beslissing tot weigering mede.]1
  § 2. § 1 is eveneens van toepassing :
  1° Op producenten gevestigd in België of in andere lidstaten van de Europese Unie, met het oog op de bevoorrading in elektriciteit van hun eigen vestigingen of dochterondernemingen : gevestigd in België of in andere lidstaten van de Europese Unie of met het oog op de levering van elektriciteit aan in aanmerking komende afnemers;
  2° op in België gevestigde tussenpersonen en, voorzover hun activiteit is toegelaten krachtens het recht van de Staat waar zij zijn gevestigd, op tussenpersonen gevestigd in andere lidstaten van de Europese Unie, met het oog op de levering van elektriciteit aan in aanmerking komende afnemers.
  § 3. [1 De niet-huishoudelijke afnemers die op het transmissienet zijn aangesloten, hebben het recht om met verschillende leveranciers tegelijk contracten af te sluiten.]1
  ----------
  (1)<W 2012-01-08/02, art. 22, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>

  Art. 16. <W 2005-06-01/32, art. 14, 010; Inwerkingtreding : 24-06-2005> Vanaf 1 juli 2004 komen alle afnemers die op het transmissienet zijn aangesloten, in aanmerking.

  Art. 17.§ 1. De aanleg van nieuwe directe lijnen is onderworpen aan de voorafgaande toekenning van een individuele vergunning afgeleverd door de minister [2 na advies ]2 van de commissie. De minister kan de aanleg toestaan van elke directe lijn die bestemd is voor de bevoorrading in elektriciteit :
  1° door een in België gevestigde producent of tussenpersoon van één van zijn eigen vestigingen, dochterondernemingen of in aanmerking komende afnemers;
  2° van een in België gevestigde in aanmerking komende afnemer door een producent of tussenpersoon die in België of in een andere lidstaat van de Europese Unie is gevestigd.
  § 2. Na advies van de commissie bepaalt de Koning de criteria en de procedure voor de toekenning van vergunningen bedoeld in § 1 [2 meer bepaald de vorm van de aanvraag, het onderzoek van het dossier, de termijnen waarbinnen de minister moet beslissen en zijn beslissing aan de aanvrager en de commissie moet meedelen, alsmede de vergoeding die aan de Algemene Directie Energie moet worden betaald voor het onderzoek van het dossier]2. [1 De toekenning van een vergunning is afhankelijk van een weigering van toegang tot het transmissienet of van het ontbreken van een aanbod tot gebruik van een distributienet tegen redelijke economische en technische voorwaarden, na raadpleging van de netbeheerder.]1
  § 3. Artikel 10 van de wet van 10 maart 1925 op de elektriciteitsvoorziening wordt aangevuld als volgt :
  " g. om producenten, tussenpersonen en in aanmerking komende afnemers te verbinden door directe lijnen toegestaan krachtens artikel 17, § 1, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. ".
  [1 § 4. De mogelijkheid tot levering van elektriciteit via een directe lijn doet geen afbreuk aan het recht van de afnemers die aangesloten zijn op de directe lijn om een leveringscontract overeenkomstig artikel en 15 en 18 af te sluiten.]1
  ----------
  (1)<W 2012-01-08/02, art. 23, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>
  (2)<W 2009-05-06/03, art. 164, 028; Inwerkingtreding : 21-01-2012>

  Art. 18.<W 2005-06-01/32, art. 16, 010; Inwerkingtreding : 24-06-2005> [1 § 1.]1 Onverminderd de toepassing van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de financiële tussenpersonen en beleggingsadviseurs, kan de Koning, na advies van de commissie :
  1° de leveringen van elektriciteit in België langs het transmissienet [1 of directe lijnen ]1 door tussenpersonen en leveranciers aan een procedure van vergunning of voorafgaande melding onderwerpen;
  2° gedragsregels vaststellen die van toepassing zijn op de tussenpersonen en leveranciers [1 , meer bepaald inzake transactie en balancering]1;
  3° op gezamenlijk voorstel van de minister en de minister van Financiën, na advies van de commissie en de Commissie voor het bank-, financie- en assurantiewezen, na overleg in de Ministerraad, de regels vaststellen betreffende de oprichting van, de toegang tot en de werking van markten voor de uitwisseling van energieblokken.
  De toekenning van een krachtens het eerste lid ingestelde vergunning is onderworpen aan objectieve en transparante criteria die meer bepaald betrekking hebben op :
  1° de betrouwbaarheid en professionele ervaring van de aanvrager, zijn technische en financiële capaciteiten en de kwaliteit van zijn organisatie;
  2° de openbare dienstverplichtingen inzake regelmaat en kwaliteit van elektriciteitsleveringen [1 ...]1.
  [1 3° het vermogen van de aanvrager om aan de noden van zijn afnemers te voldoen.]1
  [1 De toekenning van een vergunning krachtens het eerste lid houdt rekening met de leveringsvergunningen die werden afgeleverd door de gewesten of andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte.]1
  De krachtens het eerste lid vastgestelde regels en gedragsregels beogen inzonderheid :
  1° gedragingen te vermijden die de elektriciteitsmarkt kunnen destabiliseren;
  2° de transparantie van de transactie- en leveringsvoorwaarden te waarborgen door inzonderheid te specifiëren op de facturen aan de eindafnemers en in het promotiemateriaal :
  a) het aandeel van elke energiebron in het geheel van de energiebronnen die de leverancier gebruikt heeft in de loop van het voorbije jaar [1 , op een begrijpelijke en dusdanige manier dat deze gegevens op het niveau van het transmissienet gemakkelijk kunnen worden vergeleken]1;
  b) de indicatie van bestaande referentiebronnen en hun invloed op het milieu, tenminste met betrekking tot de uitstoot van CO2 en radioactief afval.
  [1 c) de informatie betreffende hun rechten inzake de middelen tot geschillenbeslechting waarover zij beschikken in geval van een geschil. ]1
  [1 Voor bovenvermelde punten a) en b) kunnen voor de elektriciteit verkregen via een elektriciteitsbeurs of ingevoerd door een bedrijf die buiten de Europese Gemeenschap is gevestigd, de samengevoegde cijfers die tijdens het afgelopen jaar door de beurs of de bedrijf in kwestie werden verstrekt, worden gebruikt.]1
  De Koning bepaalt de regels met betrekking tot de controlemechanismen betreffende de betrouwbaarheid [1 en de vergelijkbaarheid]1 van de in het [1 vierde lid ]1 bedoelde informatie.
  Om een hoog niveau van bescherming van de eindafnemers te waarborgen, kan de Koning maatregelen nemen met betrekking tot de transparantie van de contractuele voorwaarden, en de algemene informatie.
  [1 § 2. De leveranciers en tussenpersonen zorgen er voor dat hun eindafnemers alle relevante gegevens betreffende hun verbruik krijgen.
   De leveranciers en tussenpersonen zorgen ervoor dat zij een hoog beschermingsniveau aan hun eindafnemers die op het transmissienet zijn aangesloten, garanderen, meer bepaald inzake de transparantie van de voorwaarden van de contracten, de algemene informatie en de mechanismen voor geschillenbeslechting.
   De leveranciers passen op de eindafnemers de met toepassing van de artikel en 12 tot 12quinquies goedgekeurde tarieven toe en vermelden op duidelijke en gedetailleerde wijze op hun facturen ieder samenstellend element van de eindprijs.
  [2 § 2/1. Voor de facturatie aan de huishoudelijke afnemer of aan de K.M.O. gelden de volgende verplichtingen :
   1° de leveranciers zien erop toe dat alle afrekeningsfacturen, slotfacturen en voorschotfacturen die aan de huishoudelijke afnemer of aan de K.M.O. worden gericht als gevolg van de levering van elektriciteit ten minste de volgende vermeldingen bevatten :
   a) de naam en het adres van de energieleverancier;
   b) het adres, het e-mailadres, het telefoonnummer en het faxnummer van de klantendienst van de energieleverancier;
   c) het adres, het e-mailadres, het telefoonnummer en het faxnummer van de ombudsdienst voor energie;
   d) de periode waarop de factuur betrekking heeft;
   e) de gefactureerde bedragen;
   f) het EAN-nummer;
   g) het tarief van de btw en het bedrag van de btw;
   h) het product of de dienst die het voorwerp zijn van de overeenkomst;
   i) de duurtijd van de overeenkomst, de aanvangsdatum, desgevallend de einddatum, de opzegtermijn en de vermelding dat er geen vergoeding is verschuldigd bij verbreking;
   j) de hyperlink naar de officiële tariefsimulator van de bevoegde gewestelijke regulator;
   2° op elke afrekeningsfactuur of slotfactuur die aan de huishoudelijke afnemer of de K.M.O. wordt gericht wordt daarenboven vermeld :
   a) het aantal verbruikte eenheden;
   b) de eenheidsprijs of eenheidsprijzen;
   c) het detail van de berekening van het verschuldigde bedrag;
   d) het transmissietarief;
   e) het distributietarief;
   f) de heffingen geïnd door alle overheden door die te globaliseren volgens categorieën;
   g) de evolutie van het verbruik, van de eenheidsprijs per kWh en van de totaalprijs van de drie voorbije jaren;
   h) de aard van de primaire energiebronnen die gebruikt worden voor de geleverde elektriciteit : hernieuwbare energie, warmtekrachtkoppeling, fossiele brandstoffen, kernenergie of onbekend. Deze laatste categorie mag niet meer dan 5 % bedragen.
   § 2/2. Op voorstel van de minister en de minister bevoegd voor Consumentenbescherming worden de bepalingen vervat in het sectoraal akkoord " de consument in de vrijgemaakte elektriciteits- en gasmarkt " voor 1 januari 2013 vervolledigd, zodat onder andere de volgende punten worden geregeld :
   a) de invoering van de mogelijkheid voor de consument om de slot- en afrekeningsfacturen uit de eventuele bankdomiciliëring uit te sluiten;
   b) de mededeling aan de consument van elke wijziging van de voorwaarden van de overeenkomst in zijn nadeel op een wijze die zijn aandacht hierop uitdrukkelijk vestigt, met de vermelding dat de wijziging de consument het recht verleent om binnen een redelijke termijn de overeenkomst op te zeggen zonder opzegtermijn en zonder kosten.
   Indien de wijzigingen aan het akkoord op het einde van de termijn bepaald in het eerste lid niet zijn aangenomen, dan bepaalt de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de verplichtingen die aan de elektriciteitsleveranciers worden opgelegd inzake bescherming van de consumenten.
   § 2/3. De huishoudelijke afnemer of de K.M.O. heeft het recht een overeenkomst, zowel van bepaalde duur als van onbepaalde duur, voor de continue levering van elektriciteit op elk ogenblik te beëindigen mits een opzegtermijn van één maand wordt nageleefd.
   Elk contractueel beding dat afbreuk doet aan dit recht, is van rechtswege nietig.
   De leverancier waarmee de huishoudelijke afnemer of de K.M.O. een overeenkomst tot continue levering van elektriciteit sluit, wordt verondersteld gemandateerd te zijn om het recht bedoeld in het eerste lid uit te oefenen, tenzij uitdrukkelijke, andersluidende overeenkomst.
   Wanneer de huishoudelijke afnemer of de K.M.O. gebruik maakt van het recht dat hem wordt toegekend krachtens het eerste lid, mag hem hiervoor geen enkele vergoeding in rekening worden gebracht.
   § 2/4. Inbreuken op dit artikel worden opgespoord, vastgesteld en vervolgd overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 111 tot 113, 115 met uitzondering van het tweede lid, 116 tot 118, 123, 124 en 133 tot 137 van de wet van 6 april 2010 betreffende de marktpraktijken en consumentenbescherming.]2
   § 3. De leveranciers en tussenpersonen zien erop toe dat zij het elektriciteitsverbruik van hun eindafnemers aangesloten op het transmisssienet optimaliseren door hen met name diensten op het gebied van energiebeheer aan te bieden.
   § 4. De leveranciers en tussenpersonen houden de ter zake dienende gegevens met betrekking tot al hun transacties in elektriciteitsleveringscontracten met afnemers die aangesloten zijn op het transmissienet of elektriciteitsderivaten met tussenpersonen die aangesloten zijn op het transmissienet en de transmissienetbeheerder gedurende een periode van vijf jaar ter beschikking van de federale instanties, waaronder de commissie, de [3 Belgische Mededingingsautoriteit]3 en de Europese Commissie, voor de uitvoering van hun taken.
   De gegevens omvatten bijzonderheden betreffende de kenmerken van de betrokken transacties, zoals looptijd, leverings- en betalingsregels, hoeveelheden, uitvoeringsdata en -tijdstippen, transactieprijzen en middelen om de betrokken tussenpersoon te identificeren, alsmede specifieke nadere gegevens over alle openstaande elektriciteitsleveringscontracten en elektriciteitsderivaten.
   De commissie kan bepaalde van deze gegevens ter beschikking stellen van de marktpartijen, voor zover er geen commercieel gevoelige, vertrouwelijke informatie en/of informatie met een persoonlijk karakter over bepaalde marktpartijen of transacties wordt bekendgemaakt. Deze paragraaf is niet van toepassing op informatie betreffende de financiële instrumenten die vallen onder Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad, zoals deze is omgezet in Belgisch recht. Wanneer de in het eerste lid bedoelde instanties inzage nodig hebben in de gegevens die worden bewaard door de entiteiten die onder voorgaande Richtlijn vallen, verstrekken deze entiteiten hen de gevraagde gegevens.
   De Europese Commissie stelt richtsnoeren vast in toepassing van artikel 40.4 van Richtlijn 2009/72/EG. Deze paragraaf is van toepassing op de transacties met betrekking tot elektriciteitsderivaten tussen de leveranciers en tussenpersonen enerzijds, en de tussenpersonen en de netbeheerder anderzijds, op basis van deze richtsnoeren.]1
  ----------
  (1)<W 2012-01-08/02, art. 24, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>
  (2)<W 2012-08-25/04, art. 5, 028; Inwerkingtreding : 13-09-2012. Is van toepassing op de lopende overeenkomsten, niettegenstaande elk andersluidend contractueel beding>
  (3)<W 2013-04-03/18, art. 20, 030; Inwerkingtreding : 06-09-2013 (KB 2013-08-30/14, art. 1)>

  Art. 18bis.[1 § 1. [2 Elke natuurlijke of rechtspersoon die eigenaar is of elke natuurlijke of rechtspersoon die beschikt over een gebruiksrecht op een net dat beantwoordt aan de criteria van een gesloten industrieel net zoals bepaald bij artikel 2, 41°, en waarbinnen distributie van elektriciteit plaatsvindt op een nominale spanning hoger dan 70 kV, moet dit net melden aan de Algemene Directie Energie minstens 2 maanden voorafgaand aan de ingebruikname of binnen een termijn van zes maanden volgend op de bekendmaking van de wet van [3 26 december 2013]3 houdende diverse bepalingen inzake energie.
   Deze aanmelding gebeurt in viervoud en bevat onder meer :
   1° de argumentatie dat het net voldoet aan de definitie van gesloten industrieel net volgens artikel 2, 41° ;
   2° een functioneel schema van het gesloten industrieel net;
   3° een verklaring van conformiteit met het technisch reglement voor wat betreft het deel van het gesloten industrieel net dat uitgebaat wordt op nominale spanning hoger dan 70 kV;
   4° de aanduiding van de natuurlijke of rechtspersoon die eigenaar is van of een gebruiksrecht bezit op het betrokken net voor het verkrijgen van de hoedanigheid van beheerder van het gesloten industrieel net;
   5° de verklaring door deze natuurlijke of rechtspersoon die eigenaar is van of een gebruiksrecht bezit op het betrokken net dat hij zich verbindt tot het naleven van de bepalingen die krachtens deze wet op de beheerder van een gesloten industrieel net van toepassing zijn.
   Op voorstel van de Algemene Directie Energie, na advies van de commissie en de netbeheerder en nadat de betrokken Gewesten de mogelijkheid werd geboden een advies uit te brengen binnen een termijn van 60 dagen, kan de minister een net erkennen als gesloten industrieel net.
   Op voorstel van de Algemene Directie Energie, en na advies van de commissie en de netbeheerder, kan de minister de hoedanigheid van beheerder van een gesloten industrieel net toekennen aan de natuurlijke of rechtspersoon die eigenaar is van of een gebruiksrecht bezit op een net en een aanvraag heeft ingediend voor wat betreft het gedeelte uitgebaat op een nominale spanning hoger dan 70 kV.
   De Algemene Directie Energie publiceert en actualiseert op haar internetsite de lijst van beheerders van gesloten industriële netten.]2
   § 2. In afwijking van de bepalingen van deze wet en meer bepaald van de artikel en 8 tot 10, 12 tot 12quinquies, 18 en 22 moeten de beheerders van gesloten industriële netten zich slechts aan volgende verplichtingen houden :
   a) elke beheerder van een gesloten industrieel net onthoudt zich, in het kader van deze functie, van elke discriminatie tussen de gebruikers van zijn gesloten industrieel net;
   b) de beheerder van een gesloten industrieel net garandeert aan de gebruikers van zijn gesloten industrieel net het recht om hun elektriciteit bij de leverancier van hun keuze aan te kopen en om van leverancier te veranderen, zonder de duur en de modaliteiten van hun contracten in het gedrang te brengen, binnen maximaal drie weken. De gebruiker van een gesloten industrieel net kan de beheerder van dit net gelasten om voor en namens hem zijn in aanmerking komen uit te oefenen. Om rechtsgeldig te zijn, moet dit mandaat uitdrukkelijk worden voorzien en kunnen worden herzien per contractuele periode;
   c) de beheerder van een gesloten industrieel net bepaalt de modaliteiten voor de aansluiting en de toegang tot dit net in een contract met de gebruikers van het gesloten industrieel net. Deze contracten preciseren met name :
   1° de minimumeisen inzake het technisch ontwerp en de werking van de op het gesloten industrieel net aangesloten installaties, het maximale aansluitingsvermogen en de kenmerken van de geleverde stroom;
   2° de commerciële modaliteiten voor de aansluiting op en de toegang tot het gesloten industrieel net;
   3° de voorwaarden voor onderbreking van de aansluiting wegens niet-naleving van de contractuele verplichtingen of omwille van de veiligheid van het gesloten industrieel net.
   Deze contracten moeten transparant en niet-discriminerend zijn. Zij moeten eveneens bepalen dat de commissie bevoegd is in geval van betwisting door een gebruiker van het gesloten industrieel net van de op dit net toegepaste tarieven. Iedere beslissing van de commissie ter zake kan het voorwerp uitmaken van een beroep bij het [4 Marktenhof]4 overeenkomstig artikel 29bis.
   De afsluiting van deze contracten is afhankelijk van de vestiging van de gebruiker van het gesloten industrieel net op het gesloten industrieel net;
   d) de beheerder van een gesloten industrieel net bezorgt de gebruikers van het gesloten industrieel net dat hij beheert :
   1° een gedetailleerde en duidelijke factuur, gebaseerd op hun verbruik of eigen injecties en op de in dit artikel bedoelde tariefbeginselen en/of tarieven;
   2° een juiste verdeling, op hun facturen, van de meerkosten toegepast op de transmissiefacturen, met naleving van de beginselen van iedere meerkost;
   3° de mededeling van de relevante gegevens van hun verbruik en/of injecties, evenals de informatie voor een efficiënte toegang tot het net;
   e) de beheerder van een gesloten industrieel net garandeert de vertrouwelijke behandeling van de commercieel gevoelige informatie van de gebruikers van zijn net, waarvan hij kennis heeft in het kader van zijn activiteiten, uitgezonderd elke wettelijke verplichting tot het vrijgeven van informatie;
   f) de beheerder van een gesloten industrieel net bewijst de technische conformiteit van zijn net met de relevante bepalingen uit het technisch reglement ingevoerd met toepassing van artikel 11, waaronder die betreffende de aansluiting;
   g) de beheerder van een gesloten industrieel net exploiteert en onderhoudt zijn net en houdt hierbij toezicht, gelet op de kenmerken van het gesloten industrieel net, op de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van dit net, en dit in economisch aanvaardbare omstandigheden, met respect voor het milieu en de energie-efficiëntie.
   § 3. In afwijking van de bepalingen van deze wet en met name van haar artikel en 12 tot 12quinquies past iedere beheerder van een gesloten industrieel net alsook iedere beheerder van een gesloten distributienet, voor zover de toepasselijke regionale bepalingen een regime van gesloten distributienet implementeren, voor de aansluiting, de toegang en de ondersteunende diensten van toepassing op dit net, tariefbeginselen en/of tarieven toe in overeenstemming met volgende richtsnoeren :
   1° de tariefbeginselen en/of tarieven zijn niet-discriminerend, gebaseerd op de kosten en een redelijke winstmarge;
   2° de tariefbeginselen en/of tarieven zijn transparant; zij worden uitgewerkt in functie van hun parameters en worden vooraf door de beheerder van het gesloten industrieel of het gesloten distributienet meegedeeld aan de netgebruikers en de bevoegde regulatoren;
   3° het tarief dat door de beheerder van een gesloten industrieel of distributienet op de gebruikers van dit net wordt toegepast, omvat de kosten voor toegang, aansluiting en ondersteunende diensten, alsook desgevallend, de kosten die verband houden met de bijkomende lasten die het gesloten industrieel of distributienet moet dragen om het transmissie- of distributienet waarop hij aangesloten is te gebruiken. De beheerder van het gesloten industrieel net wordt gelijkgesteld met de netgebruikers die geen distributienetbeheerders zijn voor de toepassing van de tarieven die toegepast worden door de netbeheerder op de beheerder van het gesloten industrieel net;
   4° de afschrijvingstermijnen en de winstmarges worden door de beheerder van het gesloten industrieel of distributienet gekozen binnen de marges tussen de waarden die hij toepast in zijn belangrijkste bedrijfssector en de marges die worden toegepast in de distributienetten;
   5° de tariefbeginselen zijn, wat de aansluiting, de versterking ervan en de vernieuwing van de uitrusting van het net betreft, afhankelijk van de mate van socialisering of individualisering van de investeringen eigen aan de locatie, rekening houdend met het aantal gebruikers van het gesloten industrieel of distributienet.
   § 4. [2 ...]2 ]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2012-01-08/02, art. 25, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>
  (2)<W 2013-12-26/14, art. 7, 033; Inwerkingtreding : 31-12-2013>
  (3)<W 2014-05-08/23, art. 9, 037; Inwerkingtreding : 14-06-2014>
  (4)<W 2016-12-25/14, art. 109, 043; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 18bis_VLAAMS_GEWEST.
   [1 § 1. [2 Elke natuurlijke of rechtspersoon die eigenaar is of elke natuurlijke of rechtspersoon die beschikt over een gebruiksrecht op een net dat beantwoordt aan de criteria van een gesloten industrieel net zoals bepaald bij artikel 2, 41°, en waarbinnen distributie van elektriciteit plaatsvindt op een nominale spanning hoger dan 70 kV, moet dit net melden aan de Algemene Directie Energie minstens 2 maanden voorafgaand aan de ingebruikname of binnen een termijn van zes maanden volgend op de bekendmaking van de wet van [3 26 december 2013]3 houdende diverse bepalingen inzake energie.
   Deze aanmelding gebeurt in viervoud en bevat onder meer :
   1° de argumentatie dat het net voldoet aan de definitie van gesloten industrieel net volgens artikel 2, 41° ;
   2° een functioneel schema van het gesloten industrieel net;
   3° een verklaring van conformiteit met het technisch reglement voor wat betreft het deel van het gesloten industrieel net dat uitgebaat wordt op nominale spanning hoger dan 70 kV;
   4° de aanduiding van de natuurlijke of rechtspersoon die eigenaar is van of een gebruiksrecht bezit op het betrokken net voor het verkrijgen van de hoedanigheid van beheerder van het gesloten industrieel net;
   5° de verklaring door deze natuurlijke of rechtspersoon die eigenaar is van of een gebruiksrecht bezit op het betrokken net dat hij zich verbindt tot het naleven van de bepalingen die krachtens deze wet op de beheerder van een gesloten industrieel net van toepassing zijn.
   Op voorstel van de Algemene Directie Energie, na advies van de commissie en de netbeheerder en nadat de betrokken Gewesten de mogelijkheid werd geboden een advies uit te brengen binnen een termijn van 60 dagen, kan de minister een net erkennen als gesloten industrieel net.
   Op voorstel van de Algemene Directie Energie, en na advies van de commissie en de netbeheerder, kan de minister de hoedanigheid van beheerder van een gesloten industrieel net toekennen aan de natuurlijke of rechtspersoon die eigenaar is van of een gebruiksrecht bezit op een net en een aanvraag heeft ingediend voor wat betreft het gedeelte uitgebaat op een nominale spanning hoger dan 70 kV.
   De Algemene Directie Energie publiceert en actualiseert op haar internetsite de lijst van beheerders van gesloten industriële netten.]2
   § 2. In afwijking van de bepalingen van deze wet en meer bepaald van de artikel en 8 tot 10, 12 tot 12quinquies, 18 en 22 moeten de beheerders van gesloten industriële netten zich slechts aan volgende verplichtingen houden :
   a) elke beheerder van een gesloten industrieel net onthoudt zich, in het kader van deze functie, van elke discriminatie tussen de gebruikers van zijn gesloten industrieel net;
   b) de beheerder van een gesloten industrieel net garandeert aan de gebruikers van zijn gesloten industrieel net het recht om hun elektriciteit bij de leverancier van hun keuze aan te kopen en om van leverancier te veranderen, zonder de duur en de modaliteiten van hun contracten in het gedrang te brengen, binnen maximaal drie weken. De gebruiker van een gesloten industrieel net kan de beheerder van dit net gelasten om voor en namens hem zijn in aanmerking komen uit te oefenen. Om rechtsgeldig te zijn, moet dit mandaat uitdrukkelijk worden voorzien en kunnen worden herzien per contractuele periode;
   c) de beheerder van een gesloten industrieel net bepaalt de modaliteiten voor de aansluiting en de toegang tot dit net in een contract met de gebruikers van het gesloten industrieel net. Deze contracten preciseren met name :
   1° de minimumeisen inzake het technisch ontwerp en de werking van de op het gesloten industrieel net aangesloten installaties, het maximale aansluitingsvermogen en de kenmerken van de geleverde stroom;
   2° de commerciële modaliteiten voor de aansluiting op en de toegang tot het gesloten industrieel net;
   3° de voorwaarden voor onderbreking van de aansluiting wegens niet-naleving van de contractuele verplichtingen of omwille van de veiligheid van het gesloten industrieel net.
   Deze contracten moeten transparant en niet-discriminerend zijn. Zij moeten eveneens bepalen dat de commissie bevoegd is in geval van betwisting door een gebruiker van het gesloten industrieel net van de op dit net toegepaste tarieven. Iedere beslissing van de commissie ter zake kan het voorwerp uitmaken van een beroep bij het [5 Marktenhof]5 overeenkomstig artikel 29bis.
   De afsluiting van deze contracten is afhankelijk van de vestiging van de gebruiker van het gesloten industrieel net op het gesloten industrieel net;
   d) de beheerder van een gesloten industrieel net bezorgt de gebruikers van het gesloten industrieel net dat hij beheert :
   1° een gedetailleerde en duidelijke factuur, gebaseerd op hun verbruik of eigen injecties en op de in dit artikel bedoelde tariefbeginselen en/of tarieven;
   2° een juiste verdeling, op hun facturen, van de meerkosten toegepast op de transmissiefacturen, met naleving van de beginselen van iedere meerkost;
   3° de mededeling van de relevante gegevens van hun verbruik en/of injecties, evenals de informatie voor een efficiënte toegang tot het net;
   e) de beheerder van een gesloten industrieel net garandeert de vertrouwelijke behandeling van de commercieel gevoelige informatie van de gebruikers van zijn net, waarvan hij kennis heeft in het kader van zijn activiteiten, uitgezonderd elke wettelijke verplichting tot het vrijgeven van informatie;
   f) de beheerder van een gesloten industrieel net bewijst de technische conformiteit van zijn net met de relevante bepalingen uit het technisch reglement ingevoerd met toepassing van artikel 11, waaronder die betreffende de aansluiting;
   g) de beheerder van een gesloten industrieel net exploiteert en onderhoudt zijn net en houdt hierbij toezicht, gelet op de kenmerken van het gesloten industrieel net, op de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van dit net, en dit in economisch aanvaardbare omstandigheden, met respect voor het milieu en de energie-efficiëntie.
   § 3. [4 ...]4
   § 4. [2 ...]2 ]1
  
----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2012-01-08/02, art. 25, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>
  (2)<W 2013-12-26/14, art. 7, 033; Inwerkingtreding : 31-12-2013>
  (3)<W 2014-05-08/23, art. 9, 037; Inwerkingtreding : 14-06-2014>
  (4)<DVR 2015-11-27/05, art. 48, 039; Inwerkingtreding : 10-12-2015>
  (5)<W 2016-12-25/14, art. 109, 043; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 18ter.[1 De bepalingen met betrekking tot een gesloten industrieel net, zoals vermeld in artikel 18bis, §§ 2 en 3, zijn omwille van de technische en economische ondeelbaarheid van het net van toepassing op het tractienet spoor, voor zover de wet van 4 december 2006 betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur in geen andere regeling voorziet.
   Op voorstel van de Algemene Directie Energie, na advies van de commissie en de netbeheerder en nadat de betrokken Gewesten de mogelijkheid werd geboden een advies uit te brengen binnen een termijn van 60 dagen, kan de minister de hoedanigheid van beheerder van het tractienet spoor toekennen aan de natuurlijke of rechtspersoon die eigenaar is van of een gebruiksrecht bezit op het betrokken net.]1
  ----------
  (1)<W 2013-12-26/14, art. 8, 033; Inwerkingtreding : 31-12-2013>

  Art. 19.§ 1. [1 ...]1.
  § 2. Onverminderd lopende contracten en de verplichtingen van België krachtens internationale verdragen, bepaalt de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, na advies van de commissie, in welke mate en tegen welke voorwaarden de bepalingen van deze wet van toepassing zijn op producenten of tussenpersonen die ressorteren onder Staten die geen lid zijn van de Europese Unie.
  ----------
  (1)<W 2012-01-08/02, art. 27, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>

  HOOFDSTUK IVbis. [1 - Vraagbeheer.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-07-13/06, art. 6, 044; Inwerkingtreding : 29-07-2017>
  

  Art. 19bis. [1 § 1. Onverminderd de technische voorschriften opgelegd door de bevoegde overheden, heeft elke eindafnemer het recht om zijn vraagflexibiliteit te valoriseren en kan hij hiervoor een beroep doen op zijn leverancier of een aanbieder van flexibiliteitsdiensten van zijn keuze.
   Elke eindafnemer is de houder van zijn meetgegevens. Hij moet erover kunnen beschikken binnen de termijnen die verenigbaar zijn met de processen voor de valorisatie van de flexibiliteit en kan deze vrij doorgeven aan de personen naar zijn keuze.
   Elke aanbieder van flexibiliteitsdiensten dient de verantwoordelijkheid voor het evenwicht van de flexibiliteit die hij beheert toe te vertrouwen aan een evenwichtsverantwoordelijke.
   § 2. Op voorstel van de netbeheerder legt de Commissie, na overleg met de bevoegde gewestelijke overheden, de regels vast voor de organisatie van de energieoverdracht via een aanbieder van flexibiliteitsdiensten. Het voorstel van de netbeheerder wordt opgesteld na raadpleging van de marktspelers.
   In de zin van dit hoofdstuk verstaat men onder energieoverdracht een activering van de vraagflexibiliteit waarbij een leverancier en een aanbieder van flexibiliteitsdiensten betrokken zijn die een afzonderlijke evenwichtsverantwoordelijke hebben en/of een aanbieder van flexibiliteitsdiensten die niet hun leverancier is.
   De in het eerste lid bedoelde regels zijn van toepassing op de day-ahead markt, de intraday markt, de strategische reservemarkt en de markt ter compensatie van de kwartuuronevenwichten, met uitzondering van de markt tot activatie van de primaire frequentieregeling.
   Zij bepalen in het bijzonder :
   1° de principes voor de bepaling van het geactiveerde flexibiliteitsvolume;
   2° de principes om het kwartuuronevenwicht te corrigeren dat is ontstaan door de activering van de vraagflexibiliteit door een aanbieder van flexibiliteitsdiensten;
   3° de uitwisseling van informatie en gegevens nodig voor de implementatie van de energieoverdracht;
   4° de gefaseerde implementatie van de energieoverdracht in de verschillende hoger genoemde markten.
   § 3. Na raadpleging van de marktspelers bepaalt de Commissie de volgende elementen :
   1° de regels die moeten gevolgd worden inzake de vergoeding van de overgedragen energie;
   2° ondanks artikel V.2 van het Wetboek van economisch recht, de formule(s) voor de bepaling van de standaardprijs voor de overdracht;
   3° de mechanismen voor de van de aanbieder van flexibiliteitsdiensten te verkrijgen financiële en contractuele garanties.
   § 4. Indien er geen akkoord bereikt is bij de commerciële onderhandeling tussen de marktspelers past de CREG, na raadpleging van die marktspelers, de formule(s) voor de standaardprijs van de overdracht toe.
   § 5. De Commissie stelt een model op met van toepassing zijnde standaardclausules tussen de aanbieder van flexibiliteitsdiensten en de leverancier bij gebrek aan een akkoord over de modaliteiten van hun contractuele relatie.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-07-13/06, art. 6, 044; Inwerkingtreding : 29-07-2017>
  

  Art. 19ter. [1 § 1. De netbeheerder staat in voor het beheer van de flexibiliteitsgegevens voor wat betreft de valorisatie van de flexibiliteit van de vraag die een energieoverdracht met zich meebrengt, zoals bedoeld in artikel 19bis.
   Hiertoe is hij in het bijzonder belast met de volgende taken, met inachtneming van de bepalingen van het technisch reglement :
   1° de informatie nodig voor de berekening van het flexibiliteitsvolume van de vraag met een energieoverdracht, met inachtneming van de vertrouwelijkheid ervan, verzamelen, berekenen, verwerken en overmaken;
   2° de markt regelmatig opvolgen en monitoren en de Commissie op de hoogte brengen van elke eventuele aanwijzing van manipulatie die een invloed heeft op de bepaling van de geactiveerde vraagflexibiliteitsvolumes met een energieoverdracht.
   § 2. Wat betreft het beheer van flexibiliteitsgegevens betreffende de eindafnemers aangesloten op de distributienetten, komt de netbeheerder overeen met de personen die door de bevoegde gewestelijke overheden werden belast met het beheer van de flexibiliteitsgegevens en de meet- en submeetgegevens van de eindafnemers.
   § 3. De bijkomende kosten die de netbeheerder maakt bij de uitoefening van zijn opdrachten bedoeld in de voorgaande paragrafen, met inbegrip van de kosten van een eventuele externe controle die zou worden opgesteld met toepassing van artikel 23, § 2, tweede lid, 13°, worden gedekt door passende reguleringsmechanismen voorzien in de tariefmethodologie bedoeld in artikel 12.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-07-13/06, art. 6, 044; Inwerkingtreding : 29-07-2017>
  

  HOOFDSTUK V. - Tarifering, openbare dienstverplichtingen, boekhouding.

  Art. 20.§ 1. (§ 1. Na advies van de commissie en beraadslaging in Ministerraad kan de federale minister bevoegd voor economie de maximumprijzen vaststellen voor de levering van elektriciteit aan eindafnemers [1 ...]1.) <W 2003-03-20/49, art. 21, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
  § 2. (Na advies van de commissie en overleg met de gewesten kan de federale minister bevoegd voor economie, na beraadslaging in Ministerraad, maximumprijzen vaststellen per kWh geldig voor het gehele grondgebied, voor de levering van elektriciteit aan residentiële beschermde klanten met een laag inkomen of in een kwetsbare situatie. (...) <W 2005-06-01/32, art. 17, 010; Inwerkingtreding : 24-06-2005>
  De elektriciteitsbedrijven verzekeren de bevoorrading van residentiële beschermde klanten tegen de maximumprijzen bepaald krachtens het eerste lid en voeren een afzonderlijke boekhouding voor deze activiteit.
  (lid 3 opgeheven) <W 2005-07-20/41, art. 65, 2°, 012; Inwerkingtreding : 01-10-2005>
  (lid 4 opgeheven) <W 2005-07-20/41, art. 65, 2°, 012; Inwerkingtreding : 01-10-2005>
  De bepalingen van de wet van 22 januari 1945 op de economische reglementering en de prijzen zijn van toepassing, met uitzondering van artikel 2, § 4, laatste lid, en § 5, voor de bepaling van de maximumprijzen bedoeld in paragraaf 1 en in het eerste lid.) <W 2003-03-20/49, art. 21, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
  § 3. De maximumprijzen bedoeld in §§ 1 en 2 worden zodanig vastgesteld dat :
  1° kruissubsidies tussen categorieën van afnemers worden vermeden;
  2° wordt gewaarborgd dat een billijk deel van de productiviteitsverbetering ingevolge de openstelling van de elektriciteitsmarkt op evenwichtige wijze ten goede komt van residentiële en professionele afnemers, waaronder de kleine en middelgrote ondernemingen, in de vorm van een vermindering van de tarieven;
  3° de tarieven voor de in 2° bedoelde afnemers geleidelijk worden afgestemd op de beste tariefpraktijken in hetzelfde marktsegment in de andere lidstaten van de Europese Unie, rekening houdend met de bijzondere kenmerken van de distributiesector.
  (4° het recht van toegang tot energie, goed van eerste levensbehoefte, wordt gewaarborgd, waarbij in het bijzonder, in het kader van de openstelling van de elektriciteitsmarkt voor concurrentie, de continuïteit van de sociale voordelen toepasbaar op bepaalde catego-rieën residentiële verbruikers inzake aansluitingen en tarieven wordt verzekerd;) <W 2003-03-20/49, art. 21, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
  (5° erop wordt toegezien dat eindafnemers genieten van de voordelen die uit het afschrijvingsbeleid gevoerd in het gereguleerde systeem zullen voortvloeien;) <W 2003-03-20/49, art. 21, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
  (6° de transparantie in termen van tarieven wordt gewaarborgd en de rationele consumptiegedragingen worden bevorderd.) <W 2003-03-20/49, art. 21, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
  § 4. Bij een in Ministerraad overlegd besluit, na overleg met de gewestregeringen, kan de Koning de minister machtigen om, (na advies van de commissie), minimumprijzen vast te stellen voor de aankoop van elektriciteit geproduceerd door middel van warmtekrachtkoppeling en die beantwoordt aan de door Hem bepaalde kwaliteitscriteria, met het oog op de levering aan [1 eindafnemers]1. <W 2003-03-20/49, art. 21, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
  ----------
  (1)<W 2012-01-08/02, art. 28, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>

  Art. 20bis.[1 § 1. Teneinde de controle waarin § 3 voorziet te kunnen uitvoeren, stelt de commissie voor elke leverancier, voor elk variabel contracttype, evenals elk nieuw contracttype, en in overleg met hem, binnen twee maanden na de bekendmaking van de wet van 8 januari 2012 tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen, een gegevensbank op teneinde de methodologie te registreren voor de berekening van de variabele energieprijzen, waaronder de parameters en de indexeringsformules die daarbij gehanteerd worden. Hiertoe kan de commissie extra informatie opvragen in het kader van haar opdracht.
   § 2. De variabele energieprijs voor de levering van elektriciteit aan huishoudelijke eindafnemers en K.M.O.'s kan maximaal vier keer per jaar, en steeds de eerste dag van een trimester, geïndexeerd worden.
   Binnen drie werkdagen volgend op de indexering publiceren de leveranciers voor contracten met variabele energieprijzen, de desbetreffende indexeringsformules voor de levering van elektriciteit aan huishoudelijke eindafnemers [4 en KMO's]4 op hun website, alsook de eventuele wijzigingen aan die formules.
   § 3. Binnen vijf dagen na elke indexering, die plaatsgrijpt na de registratie van de variabele energieprijzen overeenkomstig § 1, bezorgt elke leverancier aan de commissie een overzicht van de wijze waarop deze werd aangepast op grond van de door de leverancier gehanteerde indexeringsformule. De commissie gaat na of de door de leverancier gehanteerde indexeringsformule correct werd toegepast en in overeenstemming is met de gegevens zoals die zijn doorgegeven in het kader van § 1. [2 De commissie gaat tevens na of de door de leverancier gehanteerde indexeringsformule conform de exhaustieve lijst van toegelaten criteria is, bedoeld in § 4bis. ]2
   § 4. De commissie stelt vast [3 ...]3 of de indexeringsformule zoals bedoeld in § 1 van de energiecomponent voor levering van elektriciteit met variabele energieprijs aan huishoudelijke eindafnemers en kmo's correct werd toegepast. [2 De commissie stelt tevens vast of de indexeringsformule zoals bedoeld in § 1 conform de exhaustieve lijst van toegelaten criteria is, bedoeld in § 4bis.]2
   De commissie doet op eigen initiatief een vaststelling in geval een leverancier geen aangifte doet van de in § 2 bedoelde gegevens. binnen de bovenvermelde termijnen, na ingebrekestelling van de leverancier om zijn aangifteplicht krachtens § 3 na te komen.
   De commissie zendt per aangetekende brief met ontvangstmelding haar vaststelling over aan de leverancier binnen vijf werkdagen volgend op diens verklaring bedoeld in § 3 of volgend op de datum waarop zij op eigen initiatief is tussengekomen overeenkomstig het tweede lid. De leverancier heeft het recht de vaststelling door de commissie te betwisten binnen de vijf werkdagen na ontvangst van de vaststelling. Betwistingen worden voorgelegd aan een neutraal en door beide partijen aanvaard lid van het Belgisch Instituut voor Bedrijfsrevisoren, dat binnen dertig dagen en op kosten van de in het ongelijk gestelde partij een bindende vaststelling doet die vaststelt of de indexeringsformule van de energiecomponent voor levering van elektriciteit met variabele energieprijs aan huishoudelijke afnemers en K.M.O.'s [2 correct werd toegepast en of deze indexeringsformule conform de exhaustieve lijst van toegelaten criteria is, bedoeld in § 4bis.]2.
  [2 Nadat de in het eerste lid vermelde vaststelling definitief is geworden, maant de commissie de leverancier aan om de betrokken klanten te crediteren voor het teveel aangerekende deel van de energiecomponent. De commissie legt aan de leverancier tevens een administratieve geldboete op ter hoogte van het totaal bedrag dat aan de klanten gecrediteerd dient te worden.]2
  [2 § 4bis. Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad legt de Koning, na voorstel van de commissie, een exhaustieve lijst vast van toegelaten criteria met het oog op de uitwerking door elkeen van de leveranciers van de indexeringsparameters opdat deze beantwoorden aan transparante, objectieve en niet-discriminataire criteria en de werkelijke bevooradingskosten vertegenwoordigen.
   Met het oog op de monitoring, brengt de commissie jaarlijks verslag uit aan de regering betreffende de evolutie van de indexeringsparameters van de leveranciers.]2
   § 5. De leverancier geeft elke stijging van de variabele energieprijs voor huishoudelijke eindafnemers en K.M.O.'s die niet het gevolg is van een beslissing van de bevoegde overheid, regulator, netbeheerder, distributienetbeheerder of die niet voortvloeit uit de toepassing van de § § 2 tot 4, per aangetekende brief met ontvangstmelding aan bij de commissie.
   De melding aan de commissie gaat vergezeld van een motivering van de stijging van de variabele prijs zoals bedoeld in het eerste lid.
   De inwerkingtreding van de stijging zoals bedoeld in het eerste lid wordt geschorst gedurende de duur van de in deze paragraaf bepaalde procedure.
   De commissie oordeelt [3
  ]3 of de motivering van de stijging gerechtvaardigd is aan de hand van objectieve parameters, onder andere op basis van een permanente vergelijking van de energiecomponent voor de levering van elektriciteit en aardgas aan huishoudelijke eindafnemers en K.M.O.'s met het gemiddelde van de energiecomponent in de zone Noordwest-Europa.
   Op initiatief van de commissie [3
  ]3 wordt een beslissing genomen door de commissie in geval van afwezigheid van aangifte door een leverancier, na ingebrekestelling per aangetekende brief met ontvangstmelding van de leverancier om zijn aangifteplicht krachtens het eerste lid na te komen.
   De commissie zendt [3
  ]3 haar beslissing over aan de leverancier binnen vijf werkdagen volgend op diens verklaring bedoeld in het eerste lid of volgend op de datum waarop zij op eigen initiatief is tussengekomen overeenkomstig het vijfde lid.
   Indien de opwaartse aanpassing van de energiecomponent niet gerechtvaardigd is, knoopt de leverancier onderhandelingen aan met de commissie [3
  ]3 met het oog op het afsluiten van een akkoord over de variabele prijs voor de energiecomponent voor de levering aan huishoudelijke eindafnemers en K.M.O.'s. De commissie overlegt met de Nationale Bank van België.
   In geval van mislukking van de onderhandelingen binnen een termijn van twintig dagen vanaf de ontvangst door de commissie van voormelde aangifte, kan de commissie [3
  ]3 het geheel of een deel van de geplande stijging verwerpen. De commissie motiveert en deelt haar beslissing per aangetekende brief met ontvangstmelding mee aan de leverancier, onverminderd de rechtsmiddelen van de leveranciers overeenkomstig artikel 29bis.
   De leveranciers publiceren de goedgekeurde stijging van hun energiecomponent voor levering van elektriciteit aan huishoudelijke eindafnemers en K.M.O.'s op hun website na afloop van deze procedure, binnen vijf werkdagen na de kennisname van de beslissing van de commissie.
   Ingeval de commissie vaststelt dat de leveranciers hun verplichtingen krachtens deze paragraaf niet naleven binnen een termijn van twee maanden na de mededeling van haar beslissing aan de betrokken leverancier, kan ze de genoemde leverancier in gebreke stellen om zich te schikken naar zijn verplichtingen. Indien de leverancier nalaat dit te doen binnen een termijn van drie maanden na deze ingebrekestelling, kan de commissie hem een administratieve boete opleggen, bij afwijking van artikel 31. Deze boete mag 150.000 euro niet overschrijden.
   [3 De commissie neemt de strikte vertrouwelijkheid van de commercieel gevoelige gegevens en/of persoonsgegevens in acht.]3
   § 6. Er wordt onder het gezag van de commissie een Fonds opgericht dat beheerd wordt door de commissie en dat bestemd is voor de vermindering van de federale bijdrage.
   De administratieve geldboetes worden gestort in het fonds ter vermindering van de federale bijdrage, opgericht door art. 20bis, § 6.
   § 7. Het mechanisme ingevoerd door dit artikel maakt het voorwerp uit van een jaarlijkse monitoring en een jaarlijks verslag door de commissie en de Nationale Bank van België teneinde met name de risico's van de marktverstorende effecten te identificeren.
   Tot 31 december 2014, kan de Koning bij belangrijke marktverstorende effecten, op elk moment beslissen om een einde te stellen aan het mechanisme van dit artikel op voorstel van de minister bij besluit overlegd in Ministerraad op basis van de monitoring en het jaarverslag bedoeld in het eerste lid.
   Ten laatste zes maanden vóór 31 december 2014, stellen de commissie en de Nationale Bank van België een evaluatierapport op over dit mechanisme ingesteld door dit artikel . Op basis van dit rapport kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de minister, het verlengen met een nieuwe periode van drie jaar, indien een hernieuwing nodig is volgens een identieke procedure, indien hij vaststelt dat de transparantie- en mededingingsvoorwaarden nog steeds niet vervuld zijn en dat de bescherming van de consument nog steeds niet gewaarborgd is. Op basis van de monitoring en het jaarverslag van de commissie en de Nationale Bank bedoeld in het eerste lid, kan de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de minister, op elk moment besluiten om aan het mechanisme van dit artikel een eind te maken in aanwezigheid van belangrijke marktverstorende effecten.]1
  NOTA : bij arrest nr 117/2013 van 07-08-2013, heeft het Grondwettelijk Hof het artikel 20bis, § 2, tweede lid in zoverre het niet voorziet in de publicatie van de indexeringsformules voor de levering van elektriciteit aan kleine en middelgrote ondernemingen vernietigd);
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2012-01-08/02, art. 29, 026; Inwerkingtreding : 01-04-2012, in wat betreft § 1 en §§ 5 tot en met 7 ; Inwerkingtreding : 01-01-2013, in wat betreft §§ 2 tot en met 4 (zie W 2012-03-29/01, art. 29)>
  (2)<W 2012-03-29/01, art. 27, 027; Inwerkingtreding : 01-04-2012>
  (3)<W 2012-08-25/04, art. 6, 028; Inwerkingtreding : 13-09-2012>
  (4)<W 2013-12-26/14, art. 9, 033; Inwerkingtreding : 31-12-2013>

  Art. 20ter. [1 Voor de toepassing van de boete bedoeld in artikel 20bis, § § 4 en 5, deelt de commissie aan de betrokken leverancier haar bezwaren mee. De leverancier kan zijn opmerkingen meedelen binnen een termijn van vijftien dagen volgend op de verzenddatum. De commissie organiseert vervolgens een hoorzitting tijdens welke de leverancier zijn opmerkingen kan indienen. De commissie neemt haar eindbeslissing binnen vijf dagen volgend op de hoorzitting.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2012-01-08/02, art. 30, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>

  Art. 20quater. [1 § 1. Voor huishoudelijke eindafnemers en K.M.O.'s kan de leverancier ten hoogste de werkelijke kost van de gewestelijke verplichtingen inzake groenestroomcertificaten of warmtekrachtcertificaten doorrekenen aan de eindafnemer en hij houdt daarbij enkel rekening met de marktprijs van de certificaten en met een forfaitaire transactiekost. Na advies van de commissie bepaalt de Koning deze transactiekost bij besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
   Marges bij de transfer van certificaten tussen de verschillende entiteiten van een verticaal geïntegreerde onderneming die groter zijn dan het verschil tussen de door een federale of gewestelijke regeling gegarandeerde minimumaankoopprijs en de marktprijs van een groenestroomcertificaat zijn verboden.
   § 2. De commissie controleert de toepassing van onderhavig artikel. In dit opzicht beschikt ze over de bevoegdheden toegekend in artikel 26, § 1bis, eerste lid. Om de werkelijke kosten in te schatten, baseert de commissie zich meer bepaald op de documenten gepubliceerd door de bevoegde gewestelijke overheden.
   Als ze een inbreuk op de bepalingen van § 1 vaststelt, kan de commissie het elektriciteitsbedrijf gebieden ze na te leven en de betrokken afnemer te crediteren voor het deel dat te veel werd gefactureerd binnen een termijn van drie maanden. Indien het bewuste elektriciteitsbedrijf in kwestie in gebreke blijft bij het verstrijken van de termijn of geen bewijs levert dat de betrokken afnemers correct werden gecrediteerd, kan de commissie het bedrijf een administratieve boete opleggen, die, in afwijking van artikel 31, niet hoger mag liggen dan 150.000 euro.]1

  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2012-08-25/04, art. 7, 028; Inwerkingtreding : onbepaald>

  Art. 21.Bij een in Ministerraad overlegd besluit, na advies van de commissie, kan de Koning :
  1° de producenten, tussenpersonen (, leveranciers) en netbeheerder openbare dienstverplichtingen opleggen inzonderheid inzake regelmaat en kwaliteit van elektriciteitsleveringen en inzake bevoorrading van afnemers (...)[1 , inzake milieubescherming [2 met betrekking tot de bescherming tegen ioniserende straling en doorvoer van radioactief afval, de milieubescherming in de mariene gebieden bedoeld in artikel 6]2 de energie die geproduceerd wordt uit hernieuwbare energiebronnen [2 in de mariene gebieden bedoeld in artikel 6]2 . ]1; <W 2003-03-20/49, art. 22, 008; Inwerkingtreding : 04-04-2003> <W 2005-06-01/32, art. 18, 010; Inwerkingtreding : 24-06-2005>
  2° als tegenprestatie voor de openbare dienstverplichtingen bedoeld in 1°, afwijken van de bepalingen van de artikelen 4, 15 en 17 voor zover dergelijke afwijkingen strikt noodzakelijk zijn voor de correcte uitvoering van deze verplichtingen;
  3° een fonds oprichten, onder beheer van de commissie, dat :
  a) de volledige of een deel van de reële nettokost van de openbare dienstverplichtingen bedoeld in 1° ten laste neemt, voor zover deze kost een onbillijke last zou vertegenwoordigen voor de ondernemingen die tot deze verplichtingen gehouden zijn [1 ...]1;
  b) geheel of gedeeltelijk wordt gefinancierd door toeslagen op de tarieven bedoeld in artikel 12 of door heffingen op alle of objectief bepaalde categorieën van energieverbruikers of marktoperatoren, volgens de nadere regels bepaald door hetzelfde besluit.
  In voorkomend geval wordt de berekening van de kosten en verliezen bedoeld in het eerste lid, 3°, a), door elke betrokken onderneming gedaan, overeenkomstig de door de commissie opgestelde methodologie, en door deze laatste geverifieerd.
  Elk besluit dat krachtens het eerste lid, 3°, b), wordt vastgesteld, wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad indien het niet bij wet is bekrachtigd binnen de (twaalf) maanden na de datum van zijn inwerkingtreding. <W 2003-03-20/49, art. 22, 008; Inwerkingtreding : 04-04-2003>
  (lid 4 opgeheven) <W 2005-07-20/41, art. 65, 3°, 012; Inwerkingtreding : 01-10-2005>
  (lid 5 opgeheven) <W 2005-07-20/41, art. 65, 3°, 012; Inwerkingtreding : 01-10-2005>
  (lid 6 opgeheven) <W 2005-07-20/41, art. 65, 3°, 012; Inwerkingtreding : 01-10-2005>
  ----------
  (1)<W 2012-01-08/02, art. 31, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>
  (2)<W 2013-12-26/14, art. 10, 033; Inwerkingtreding : 31-12-2013>

  Art. 21bis.<ingevoegd bij W 2005-07-20/41, art. 63, Inwerkingtreding : 01-10-2005> (§ 1. Een " federale bijdrage " wordt geheven ter financiering van sommige openbare dienstverplichtingen en van de kosten verbonden aan de regulering van en de controle op de elektriciteitsmarkt.
  De federale bijdrage is verschuldigd door de op het Belgisch grondgebied gevestigde eindafnemers op elke kWh die ze voor eigen gebruik van het net afnemen. [5 ...]5
  De netbeheerder is belast met de inning van de federale bijdrage zonder toepassing van de regels betreffende de vrijstelling bedoeld in § 1bis en de degressiviteit bedoelt in § 2 en § 5. Daartoe factureert hij de toeslag aan de houders van een toegangscontract en aan de distributienetbeheerders. Indien de houders van een toegangscontract en/of de distributienetbeheerders niet zelf de van het net afgenomen kWh verbruiken, kunnen zij de federale bijdrage factureren aan hun eigen klanten, totdat deze toeslag uiteindelijk wordt gefactureerd aan degene die de kWh voor eigen gebruik heeft verbruikt.) <W 2008-12-22/32, art. 32, 1°, 023; Inwerkingtreding : 01-01-2009>
  De opbrengst van deze federale bijdrage is bestemd voor :
  1° [4 de financiering van de verplichtingen die voortvloeien uit de denuclearisatie van de nucleaire sites BP1 en BP2 (de oude pilootopwerkingsfabriek Eurochemic of passief BP1; de oude Afvalafdeling van het Studiecentrum voor Kernenergie of passief BP2) te Mol-Dessel en uit het kwart van de denuclearisatie van de BR3-reactor van het technisch passief van het Studiecentrum voor Kernenergie te Mol, alsook uit de behandeling, de conditionering, de opslag en de berging van het geaccumuleerd radioactief afval, met inbegrip van het radioactief afval afkomstig uit de genoemde denuclearisaties, ten gevolge van de nucleaire activiteiten op de genoemde sites en reactor. De tussenkomst van de federale bijdrage in het kwart van de ontmantelingskost van de BR3-reactor is pas verschuldigd vanaf het jaar dat een financieringstekort zich dreigt voor te doen voor het technisch passief van het SCK.CEN. De tussenkomst van de federale bijdrage in dit passief maakt geen deel uit van het regionaal evenwicht bedoeld in het vierde lid van artikel 9 van het koninklijk besluit van 16 oktober 1991 houdende de regelen betreffende het toezicht op en de subsidiëring van het Studiecentrum voor Kernenergie en tot wijziging van de statuten van dit Centrum.]4
  2° de gedeeltelijke financiering van de werkingskosten van de commissie zoals bedoeld in artikel 25, § 3, en dit onverminderd de overige bepalingen van artikel 25, § 3 (en voor de financiering van de werkingskosten van de ombudsdienst voor energie, bedoeld in artikel 27, die door de commissie in het jaar 2005 zijn geïnd met toepassing van artikel 21ter, § 1, en die worden gestort in een fonds beheerd door de ombudsdienst voor energie overeenkomstig artikel 21ter, § 1, 6°); <W 2007-03-16/32, art. 11, 018; Inwerkingtreding : 05-04-2007>
  3° de gedeeltelijke financiering van de uitvoering van de maatregelen van begeleiding en financiële maatschappelijke steunverlening inzake energie zoals bepaald door de wet van 4 september 2002 houdende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiële maatschappelijke bijstand aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering;
  4° de financiering van het federale beleid ter reductie van de emissies van broeikasgassen met het oog op de naleving van de internationale verbintenissen van België inzake bescherming van het leefmilieu en duurzame ontwikkeling;
  5° de financiering van de reële nettokost die voortvloeit uit de toepassing van de maximumprijzen voor de levering van elektriciteit aan beschermde residentiële klanten, zoals bepaald in artikel 20, § 2.
  6° [1 ...]1;
  § 1bis. [6 Elektriciteit die van het net werd afgenomen om een installatie voor de opslag van elektriciteit te voeden wordt vrijgesteld van de federale bijdrage.]6
  § 2. Wanneer op een verbruikslocatie meer dan 20 MWh/jaar voor professioneel gebruik wordt geleverd, wordt vanaf het jaar 2006 de federale bijdrage voor die eindafnemers, op basis van hun jaarlijks verbruik, als volgt verminderd (door de leveranciers en de houders van een toegangscontract) : <W 2008-12-22/32, art. 32, 5°, 023; Inwerkingtreding : 01-01-2009>
  1° voor de verbruiksschijf tussen 20 MWh/jaar en 50 MWh/jaar : met 15 procent;
  2° voor de verbruiksschijf tussen 50 MWh/jaar en 1 000 MWh/jaar : met 20 procent;
  3° voor de verbruiksschijf tussen 1 000 MWh/jaar en 25 000 MWh/jaar : met 25 procent;
  4° voor de verbruiksschijf [2 meer dan]2 25 000 MWh/jaar [2 ...]2 : met 45 procent.
  [2 ...]2 Per verbruikslocatie en per jaar [2 ...]2, bedraagt de federale bijdrage (, gefactureerd door de leveranciers en de houders van een toegangscontract,) voor die verbruikslocatie maximum 250 000 euro. <L 2008-12-22/32, art. 32, 6°, 023; Inwerkingtreding : 01-01-2009>
  De verminderingen bedoeld in de eerste twee leden gelden voor de elektriciteit afgenomen door alle eindafnemers behalve degenen die geen sectorakkoord of convenant ondertekend hebben waarvoor ze in aanmerking komen.
  Wanneer blijkt dat een bedrijf dat een sectorakkoord of convenant heeft gesloten en dat de degressiviteit geniet als gevolg van zijn verklaring betreffende de naleving ervan, de verplichtingen van dit akkoord of convenant zoals bepaald door de Gewesten niet naleeft, moet dit bedrijf de bedragen, die wegens de onterechte toepassing van de degressiviteit niet betaald werden, terugbetalen aan de commissie. Daarenboven verliest het bedrijf haar recht op de degressiviteit voor het volgende jaar.
  § 3. Om het totale bedrag te dekken dat uit de toepassing van de verminderingen van de federale bijdrage bedoeld in § 2 voortvloeit, worden volgende elementen aan de in artikel 21ter, § 1, bedoelde fondsen toegewezen :
  1° de ontvangsten voortvloeiend uit de verhoging van het bijzondere accijnsrecht bepaald in artikel 419, onderdeel e) i) en onderdeel f) i) van de programmawet van 27 december 2004 voor gasolie van de GN codes 2710 19 41, 2710 19 45 en 2710 19 49, ten belope van een bedrag van 7 euro per 1 000 liter bij 15°, als deze verhoging overeenkomstig de procedure bepaald in artikel 420, § 3, b), van dezelfde wet gebeurt;
  2° als het totaal van de onder 1° van dit lid vermelde bedragen niet toereikend is om het totaalbedrag van de verminderingen te dekken, wordt een gedeelte van de ontvangsten voortvloeiend uit het bijzonder accijnsrecht bepaald in artikel 419, onderdeel j) van de programmawet van 27 december 2004 voor steenkool, cokes en bruinkool van de GN codes 2701, 2702 et 2704 bijkomend toegewezen;
  3° als het totaalbedrag uit de onder 1° en 2° van dit lid vermelde bedragen niet toereikend is om het totaalbedrag van de verminderingen te dekken, wordt een deel van de opbrengst van de vennootschapsbelastingen bijkomend toegewezen.
  (Voor het jaar 2009, om het totale bedrag te dekken, voortvloeiend uit de toepassing van de verminderingen van de federale bijdrage, bedoeld in § 2, worden ook toegewezen aan de fondsen, bedoeld in artikel 21ter, § 1, de bedragen, 2 650 000 euro komende van het werkingskapitaal van de NV Belgoprocess en 3 000 000 euro van het fonds voor het passief BP1/BP2.) <W 2008-12-22/32, art. 32, 7°, 023; Inwerkingtreding : 01-01-2009>
  De codes van de in dit artikel bedoelde gecombineerde nomenclatuur verwijzen naar die welke zijn vastgesteld in de verordening EEG nr 2031/2001 van de Europese Commissie van 6 augustus 2001 tot wijziging van bijlage I van de verordening EEG nr 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief.
  § 4. [7 Voor het verbruik van 1 januari 2009 tot 31 december 2017, als het bedrag van de federale bijdrage dat door een distributienetbeheerder aan zijn klanten wordt gefactureerd in uitvoering van § 1, derde lid, hoger is dan het bedrag dat aan hem door de netbeheerder wordt gefactureerd, wordt het verschil door de distributienetbeheerder toegewezen ten voordele van de eindafnemers die op zijn netwerk aangesloten zijn.
   Het toe te wijzen bedrag wordt op basis van de door de commissie goedgekeurde jaarlijkse afrekeningen vastgesteld op voorstel van elke distributienetbeheerder.]7
  § 5. (Voor de verbruiken vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 wordt de federale bijdrage verminderd, door de leveranciers en de houders van een toegangscontract, voor eindafnemers die van de degressiviteit genieten, op basis van hun jaarlijks verbruik :
  1° voor de verbruiksschijf tussen 20 MWh/jaar en 50 MWh/jaar : met 20 %;
  2° voor de verbruiksschijf tussen 50 MWh/jaar en 1 000 MWh/jaar : met 25 %;
  3° voor de verbruiksschijf tussen 1 000 MWh/jaar en 25 000 MWh/jaar : met 30 %;
  4° voor de verbruiksschijf tussen 25 000 MWh/jaar en 250 000 MWh/jaar : met 55 %.
  Wanneer per verbruikslocatie en op jaarbasis meer dan 250 000 MWh aan een eindafnemer wordt geleverd, bedraagt de federale bijdrage, gefactureerd door de leveranciers en de houders van een toegangscontract, voor deze verbruikslocatie maximum 200 000 euro.) <W 2008-12-22/32, art. 32, 8°, 023; Inwerkingtreding : 01-01-2009>
  § 6. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en na advies van de commissie de in § 2 bedoelde percentages aanpassen. Elk hiertoe genomen besluit wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad indien het niet bij wet is bekrachtigd binnen twaalf maanden na de datum van zijn inwerkingtreding.
  ----------
  (1)<W 2012-01-08/02, art. 32, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>
  (2)<W 2012-12-27/05, art. 3, 029; Inwerkingtreding : 01-01-2013>
  (3)<W 2013-12-26/09, art. 3, 032; Inwerkingtreding : 10-01-2014>
  (4)<W 2013-12-26/14, art. 11, 033; Inwerkingtreding : 31-12-2013>
  (5)<W 2014-05-15/02, art. 7, 035; Inwerkingtreding : 01-04-2014>
  (6)<W 2017-07-13/06, art. 7, 044; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
  (7)<W 2018-03-18/09, art. 2, 047; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Art. 21ter.<ingevoegd bij W 2005-07-20/41, art. 64, Inwerkingtreding : 01-10-2005> § 1. (De netbeheerder stort) storten de geïnde federale bijdrage, bedoeld in artikel 21bis, § 1, aan de commissie. De Koning bepaalt, bij besluiten, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de bedragen van de federale bijdrage die de commissie doorstort : <W 2008-12-22/32, art. 33, 1°, 023; Inwerkingtreding : 01-01-2009>
  1° in een fonds dat beheerd wordt door de commissie en dat bestemd is voor de financiering van haar werkingskosten overeenkomstig artikel 25, § 3;
  2° in het fonds bedoeld in artikel 21, eerste lid, 3°, met het oog op de gedeeltelijke financiering van de uitvoering van de maatregelen bedoeld in artikel 21bis, § 1, eerste lid, 3°;
  3° [2 in de volgende fondsen ten voordele van de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en Verrijkte Splijtstoffen, met het oog op de financiering van de uitvoering van de maatregelen bedoeld in artikel 21bis, § 1, eerste lid, 1° :
   - het fonds, genaamd " passief BP " , voor wat betreft het gedeelte van de denuclearisatie van de nucleaire sites BP1 en BP2;
   - het fonds, genaamd " BR3 " , voor wat betreft het kwart van de denuclearisatie van de BR3-reactor van het technisch passief van het Studiecentrum voor Kernenergie te Mol.]2
  4° in een fonds voor de financiering van het federale beleid ter reductie van de emissies van broeikasgassen, dat beheerd wordt door de commissie, zoals bedoeld in artikel 21bis, § 1, eerste lid, 4°;
  5° in een fonds ten gunste van de residentiële beschermde klanten, zoals bedoeld in artikel 21bis, § 1, eerste lid, 5°.
  6° [2 ...]2
  ((7°) <hernummerd door W 2008-12-22/32, art. 33, 2°, 023; Inwerkingtreding : 01-01-2009> in een fonds beheerd door de ombudsdienst voor energie met het oog op de financiering van de werkingskosten van deze dienst overeenkomstig artikel 27.) <W 2007-03-16/32, art. 12, 018; Inwerkingtreding : 05-04-2007>
  8° [1 ...]1.
  [2 Elk trimester bezorgt de commissie aan de ministers bevoegd voor Energie, Begroting en Financiën een overzicht over de hoogte en evolutie van de fondsen bedoeld in het eerste lid, met uitzondering van het fonds bedoeld in het eerste lid, 1°.]2
  Voor het bekomen van het bedrag van de federale bijdrage dat voor haar bestemd is, richt de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en Verrijkte Splijtstoffen een geldopvraging aan de commissie volgens de nadere regels bepaald in toepassing van § 2, 1°. Op hetzelfde ogenblik richt de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en Verrijkte Splijtstoffen aan de Belgische Staat een factuur met hetzelfde bedrag als de geldopvraging, verhoogd met de BTW op dat bedrag. Deze factuur vermeldt de vereffening van het bedrag door de geldopvraging aan de commissie en vraagt de betaling van de BTW. Deze BTW wordt betaald door een voorafname van het fonds bedoeld in het eerste lid, 4°. Bij de ontvangst van de factuur wordt de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit van de Federale Overheidsdienst Financiën verzocht die voorafname te compenseren door een toewijzing vanuit de BTW-ontvangsten (...). (...). (Na opdracht aan de administratie van de Thesaurie van de Federale Overheidsdienst Financiën wordt de voorafname terugbetaald aan het fonds bedoeld in het eerste lid, 4°, ten laatste binnen de maand na de ontvangst door de administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit van de Federale Overheidsdienst Financiën van de maandelijkse BTW-aangifte van de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en Verrijkte Splijtstoffen waarin de factuur is vermeld die de Instelling aan de Belgische Staat gericht heeft voor de betaling van de BTW in het kader van de financiering van de verplichtingen bedoeld in artikel 21bis, § 1, 1°.) <W 2005-12-23/31, art. 64, 013; Inwerkingtreding : 09-01-2006>
  § 2. Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepaalt de Koning :
  1° het bedrag en de berekeningswijze en de overige nadere regels van de federale bijdrage bedoeld in artikel 21bis, § 1;
  2° de nadere regels voor de betaling van de federale bijdrage voor eindafnemers die niet door alleen maar één leverancier bevoorraad kunnen worden of die hun elektriciteit herverkopen;
  3° (het forfait dat in rekening mag gebracht worden, alsook het eventuele plafond dat dit forfait beperkt, om de administratieve meerkosten te dekken die zijn verbonden aan de inning van de federale bijdrage, de financiële lasten en de risico's;) <W 2008-12-22/32, art. 33, 4°, 023; Inwerkingtreding : 01-01-2009>
  4° de nadere regels voor het beheer van deze fondsen door de commissie;
  5° de nadere regels voor de samenstelling en het bedrag van de bankwaarborg ter honorering van de betaling, die door de leveranciers wordt samengesteld en op het eerste verzoek inroepbaar is;
  6° (de toepassingsmodaliteiten van de degressiviteit en van de vrijstelling, bedoeld in artikel 21bis, § 1bis, in het bijzonder de manier waarop de leveranciers en de houders van een toegangscontract deze voorgefinancierde bedragen kunnen recupereren bij de commissie en de nodige bewijzen voor het bekomen van deze terugbetaling.) <W 2008-12-22/32, art. 33, 5°, 023; Inwerkingtreding : 01-01-2009>
  § 3. Op voorstel van de commissie bepaalt de Koning de regels voor de bepaling van de kost voor de elektriciteitsondernemingen van de activiteit bedoeld in artikel 20, § 2, en van hun tussenkomst voor het ten laste nemen ervan.
  [1 Op voorstel van de commissie kan de Koning de regels wijzigen, vervangen of opheffen die vastgesteld zijn in het bij de programmawet van 27 december 2004 bekrachtigde koninklijk besluit van 21 januari 2004 tot vastelling van de nadere regels voor de compensatie van de reële nettokost die voortvloeit uit de toepassing van de sociale maximumprijzen in de elektriciteitsmarkt en de tussenkomstregels voor het ten laste nemen hiervan.]1
  § 4. Elk besluit tot vaststelling van het bedrag, de berekeningswijze en de overige nadere regels van de federale bijdrage bedoeld in artikel 21bis, § 1, wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad indien het niet bij wet is bevestigd binnen twaalf maanden na de datum van inwerkingtreding.
  § 5. Voor het jaar 2005, worden de bedragen van de federale bijdrage die door de commissie gestort worden met toepassing van § 1, als volgt vastgelegd :
  1° voor het fonds zoals bedoeld in § 1, 1°, bij artikel 2 van het koninklijk besluit van 13 februari 2005 tot vaststelling van de bedragen die bestemd zijn voor de financiering van de werkingskosten van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas voor het jaar 2005;
  2° voor het fonds zoals bedoeld in § 1, 2°, bij artikel 4, § 4, van het koninklijk besluit van 24 maart 2003 tot bepaling van de nadere regels betreffende de federale bijdrage tot financiering van sommige openbare dienstverplichtingen en van de kosten verbonden aan de regulering van en controle op de elektriciteitsmarkt;
  3° voor het fonds zoals bedoeld onder § 1, 3°, bij het koninklijk besluit van 19 december 2003 ter vaststelling van de bedragen bestemd voor de financiering van de nucleaire passiva BP1 en BP2 voor de periode 2004-2008, in uitvoering van artikel 4, § 2, van het koninklijk besluit van 24 maart 2003 tot bepaling van de nadere regels betreffende de federale bijdrage tot financiering van sommige openbare dienstverleningen en van de kosten verbonden aan de regulering van en controle op de elektriciteitsmarkt;
  4° voor het fonds zoals bedoeld onder § 1, 4°, bij artikel 4, § 3, van het koninklijk besluit van 24 maart 2003 tot bepaling van de nadere regels betreffende de federale bijdrage tot financiering van sommige openbare dienstverleningen en van de kosten verbonden aan de regulering van en controle op de elektriciteitsmarkt;
  5° voor het fonds zoals bedoeld onder § 1, 5°, bij artikel 1 van het koninklijk besluit van 27 januari 2005 tot vaststelling van de bedragen voor 2005 van de fondsen die bestemd zijn voor de financiering van de werkelijke kostprijs ingevolge de toepassing van maximumprijzen voor de levering van elektriciteit en aardgas aan beschermde residentiële afnemers.
  ----------
  (1)<W 2012-01-08/02, art. 33, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>
  (2)<W 2013-12-26/14, art. 12, 033; Inwerkingtreding : 31-12-2013>

  Art. 21quater. <ingevoegd bij W 2008-12-22/32, art. 34; Inwerkingtreding : 01-01-2009> Onverminderd artikel 26, § 1bis, zoals ingevoegd door de wet van 8 juni 2008, en artikel 30bis, § 3, zoals ingevoegd door de programmawet van 22 december 2008, kan de Commissie de door deze artikelen verleende bevoegdheden uitoefenen om de correcte toepassing van de bepalingen inzake de in onderhavige wet en haar uitvoeringsbesluiten voorziene toeslagen te controleren.

  Art. 22.§ 1. De wet van 17 juli 1975 op de boekhoudingen de jaarrekening van de ondernemingen en de uitvoeringsbesluiten ervan, alsmede de artikelen 64 tot 66, 77 (met uitzondering van het zesde lid), 80, 80bis en 177bis van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen zijn van toepassing op de netbeheerder en op de beheerders van de distributienetten, producenten, distributeurs (, leveranciers) en tussenpersonen die vennootschappen of organismen naar Belgisch recht zijn, ongeacht hun rechtsvorm. De jaarrekening van deze ondernemingen specificeert in de toelichting alle significante verrichtingen met verbonden of geassocieerde ondernemingen tijdens het betrokken boekjaar. <W 2003-03-20/49, art. 23, 008; Inwerkingtreding : 04-04-2003>
  [1 § 1bis. De bedrijven die bedoeld in § 1 voeren in hun interne boekhouding gescheiden rekeningen in voor de werkzaamheden die verband houden met hun openbare dienstverplichtingen.]1
  § 2. De ondernemingen bedoeld in §1 die verticaal of horizontaal geïntegreerd zijn, houden in hun interne boekhouding afzonderlijke rekeningen voor hun productie-, transmissie- en distributieactiviteiten en, in voorkomend geval, voor het geheel van hun activiteiten buiten de elektriciteitssector, zoals zij zouden moeten doen indien deze activiteiten door juridisch onderscheiden ondernemingen werden uitgevoerd. (Zij houden ook rekeningen die kunnen geconsolideerd worden voor de andere activiteiten met betrekking tot elektriciteit die niet verbonden zijn met de transmissie of distributie.) <W 2005-06-01/32, art. 19, 010; Inwerkingtreding : 24-06-2005>
  (Tot 1 juli 2007, houden de in § 1 bedoelde ondernemingen, afzonderlijke rekeningen voor hun leveringsactiviteiten aan in aanmerking komende en niet in aanmerking komende afnemers. De inkomsten uit de eigendom van het transmissienet worden in de boekhouding vermeld.) <W 2005-06-01/32, art. 19, 010; Inwerkingtreding : 24-06-2005>
  (Wat de gescheiden rekeningen voor hun productieactiviteiten betreft, wordt een onderscheid gemaakt tussen de productie van nucleaire oorsprong en de productie van fossiele of andere oorsprong.) <W 2001-07-16/31, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 30-07-2001>
  De jaarrekening van de ondernemingen bedoeld in het eerste lid bevat in de toelichting een balans en een resultatenrekening voor elke categorie van activiteiten, alsmede de regels voor de toerekening van de activa en passiva en de opbrengsten en kosten die bij de opstelling van de afzonderlijke rekeningen werden toegepast. Deze regels mogen slechts in uitzonderlijke gevallen worden gewijzigd en deze wijzigingen moeten in de toelichting bij de jaarrekening worden vermeld en naar behoren gemotiveerd.
  § 3. De commissie kan bepalen dat de ondernemingen bedoeld in § 1 of bepaalde categorieën ervan haar periodiek (boekhoudkundige) gegevens overmaken betreffende (hun gescheiden rekeningen of) hun financiële of commerciële betrekkingen met verbonden of geassocieerde ondernemingen, teneinde de commissie in de mogelijkheid te stellen na te gaan of deze relaties niet van aard zijn de wezenlijke belangen van de consumenten of de correcte uitvoering van de openbare dienstverplichtingen van de betrokken onderneming te schaden. <W 2001-07-16/31, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 30-07-2001> <W 2005-06-01/32, art. 19, 010; Inwerkingtreding : 24-06-2005>
  De commissie kan ondernemingen bedoeld in § 2 toestaan om gegevens van hun analytische boekhouding niet bekend te maken indien de betrokken onderneming aantoont dat de bekendmaking ervan haar concurrentiepositie kan schaden.
  Elk besluit dat voor de elektriciteitssector wordt vastgesteld krachtens artikel 11, 2°, van de voornoemde wet van 17 juli 1975, en elke afwijking die aan ondernemingen uit deze sector wordt toegestaan met toepassing van artikel 15 van dezelfde wet, is onderworpen aan het voorafgaand advies van de commissie.
  [1 § 3bis. De commissie garandeert de vertrouwelijke behandeling van de commercieel gevoelige informatie en/of informatie met een persoonlijk karakter, uitgezonderd de wettelijke verplichtingen tot bekendmaking van informatie.]1
  ----------
  (1)<W 2012-01-08/02, art. 34, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>

  HOOFDSTUK Vbis. - Federale bijdrage die strekt tot de compensatie van de inkomstenderving van de gemeenten ingevolge de liberalisering van de elektriciteitsmarkt. <Ingevoegd bij W 2004-12-27/30, art. 230, Inwerkingtreding : 01-05-2004>

  Art. 22bis.
  <Opgeheven bij W 2012-01-08/02, art. 35, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>

  HOOFDSTUK VI. - Reguleringsinstantie, geschillenregeling.

  Art. 23.§ 1. [2 Er wordt een commissie voor de regulering van de elektriciteit en het gas, in het Duits " Elektrizitäts- und Gasregulierungs-kommission " en afgekort " CREG ", opgericht.]2. De commissie is een autonoom organisme met rechtspersoonlijkheid, met zetel in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad.
  [2 De commissie neemt alle redelijke maatregelen om in het kader van haar in artikel 23, § 2, opgesomde opdrachten, desgevallend, in nauw overleg met de overige betrokken federale instanties, met inbegrip van de [4 Belgische Mededingingsautoriteit]4, en onverminderd hun bevoegdheden, volgende doelstellingen te bereiken :
   1° het bevorderen, in nauwe samenwerking met het ACER, de Europese Commissie, de reguleringsinstanties van de Gewesten en van de overige lidstaten, van een concurrentiële interne markt voor elektriciteit, veilig en duurzaam voor het milieu binnen de Europese Gemeenschap, en van een efficiënte vrijmaking van de markt voor alle afnemers en leveranciers van de Europese Gemeenschap, en het garanderen van de gepaste voorwaarden opdat de elektriciteitsnetten op efficiënte en betrouwbare wijze zouden functioneren, rekening houdend met de doelstellingen op lange termijn;
   2° het ontwikkelen van een markt tussen de regio's van de Europese Gemeenschap zoals bepaald in artikel 12, § 3, van Verordening (EG) nr. 714/2009, die door mededinging gekenmerkt is en correct functioneert binnen de Europese Gemeenschap met het oog op de verwezenlijking van de in punt 1° bedoelde doelstellingen;
   3° het opheffen van de handelsbelemmeringen in elektriciteit tussen de lidstaten, meer bepaald door voldoende grensoverschrijdende transmissiecapaciteit te voorzien om aan de vraag te beantwoorden en het versterken van de integratie van de markten van de verschillende lidstaten, hetgeen zou moeten leiden tot een betere circulatie van de elektriciteit doorheen de hele Europese Gemeenschap;
   4° het bijdragen tot het verzekeren van de ontwikkeling, op de meest kosteneffectieve manier, van veilige, betrouwbare en efficiënte niet-discriminerende netten die klantgericht zijn, de adequaatheid van netten bevorderen alsmede, aansluitend bij de doelstellingen van het algemene energiebeleid, energie-efficiëntie en de integratie van groot- en kleinschalige productie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen;
   5° het bevorderen van de toegang tot het net van nieuwe productiecapaciteit, meer bepaald door de obstakels op te heffen die in de weg zouden staan van de komst van nieuwe marktpartijen en de integratie van de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare energiebronnen;
  [6 5° bis aanmoedigen van vraagzijdemiddelen, zoals vraagrespons, om deel te nemen aan het aanbod op de groothandelsmarkt op dezelfde wijze als de middelen met betrekking tot het aanbod;]6
   6° ervoor zorgen dat de netbeheerder en de netgebruikers voldoende stimuli krijgen, zowel op korte als op lange termijn, om de prestaties van de netten te verbeteren en de integratie van de markt te bevorderen;
   7° ervoor zorgen dat de afnemers baat hebben bij een efficiënte werking van de markt en de daadwerkelijke mededinging bevorderen alsook bijdragen tot het waarborgen van consumentenbescherming;
   8° bijdragen tot het bereiken van een hoog niveau van universele en openbare dienstverlening in de sector van de elektriciteitsvoorziening en bijdragen tot de bescherming van kwetsbare afnemers en tot de compatibiliteit van de processen voor de uitwisseling van gegevens teneinde de afnemers die aangesloten zijn op het transmissienet toe te laten om te veranderen van leverancier.]2
  § 2. De commissie is belast met een raadgevende taak ten behoeve van de overheid inzake de organisatie en werking van de elektriciteitsmarkt, enerzijds, en met een algemene taak van toezicht en controle op de toepassing van de betreffende wetten en reglementen, anderzijds.
  Te dien einde zal de commissie :
  1° gemotiveerde adviezen geven en voorstellen voorleggen in de gevallen bepaald door deze wet of de uitvoeringsbesluiten ervan;
  2° op eigen initiatief of op verzoek van de minister of van een gewestregering onderzoeken en studies uitvoeren in verband met de elektriciteitsmarkt [2 In dit kader waakt de commissie over het vrijwaren van de vertrouwelijkheid van de commercieel gevoelige gegevens en/of persoonsgegevens en onthoudt zich derhalve ervan deze openbaar te maken;]2;
  3° [toezicht houden op de transparantie en de mededinging op de elektriciteitsmarkt overeenkomstig artikel 23bis;] <W 2008-06-08/31, art. 85, 021; Inwerkingtreding : 26-06-2008>
  3°bis [de objectief verantwoorde verhouding beoordelen tussen de prijzen en de kosten van een bedrijf, bedoeld in artikel 23ter;] <W 2008-06-08/31, art. 85, 2°, 021; Inwerkingtreding : 26-06-2008>
  4° [5 houdt toezicht op en controleert de handelsuitwisselingen van voor de groothandel bestemde energieproducten overeenkomstig de Verordening (EU) nr. 1227/2011, met eerbiediging van de respectievelijke bevoegdheden van de Belgische Mededingingsautoriteiten van de FSMA.]5;
  5° [2 toezicht houden op de mate van transparantie, met inbegrip van de groothandelsprijzen en op de naleving van de transparantieverplichtingen van de elektriciteitsmaatschappijen;]2
  6° (advies geven over) voor de bouw van nieuwe installaties voor elektriciteitsproductie en nieuwe directe lijnen krachtens de artikelen 4 en 17 onderzoeken [3 ...]3; <W 2005-06-01/32, art. 19, 010; Inwerkingtreding : 21-01-2012>
  7° [2 op haar website de normen en vereisten inzake de kwaliteit van de dienstverlening en levering in overleg met de netbeheerder bepalen en publiceren, rekening houdend met de middelen die worden toegekend via de tariefmechanismen;]2;
  8° [2 controle uitoefenen op de naleving door de netbeheerder en de elektriciteitsbedrijven van de verplichtingen die op hen rusten krachtens deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan, alsook krachtens de overige voor de elektriciteitsmarkt toepasselijke wetgevende en reglementaire bepalingen, meer bepaald betreffende de grensoverschrijdende problemen en de materies bedoeld in Verordening (EG) nr. 714/2009;]2
  9°[2 controleert de toepassing van het technisch reglement, keurt de documenten goed die door dit reglement worden beoogd met name met betrekking tot de voorwaarden voor de aansluiting en de toegang tot het transmissienet evenals de voorwaarden voor de verantwoordelijkheid voor het evenwicht van de regelzone en evalueert de prestaties uit het verleden van de regels van het technisch reglement die de veiligheid en de betrouwbaarheid van het transmissienet regelen;]2
  10° (een advies uitbrengen over het ontwikkelingsplan en het toezicht uitoefenen op de uitvoering van dit plan [2 De Commissie analyseert de samenhang van dit plan met het ontwikkelingsplan van het net in de hele Europese Gemeenschap bedoeld in artikel 8, § 3, punt b) van Verordening nr. 714/2009. In voorkomend geval kan deze analyse aanbevelingen opnemen met het oog op de wijziging van het ontwikkelingsplan opgesteld door de netbeheerder.]2;) <W 2005-06-01/32, art. 20, 3°, 010; En vigueur : 01-09-2006>
  11° de uitvoering van de openbare dienstverplichtingen bedoeld in artikel 21, eerste lid, 1°, en, in voorkomend geval, de toepassing van de afwijkingen toegestaan krachtens artikel 21, eerste lid, 2°, controleren en evalueren;
  12° in voorkomend geval, het mechanisme bedoeld in artikel 7 en het fonds bedoeld in artikel 21, eerste lid, 3°, beheren [2 evenals de fondsen bedoeld in artikel 21ter, § 1, 1° en 4° ;]2;
  (12°bis de maatregelen vastgesteld in toepassing van artikel 7 controleren;) <W 2003-03-20/49, art. 24, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
  13° [7 controle van de uitoefening van de opdracht voor het beheer van vraagflexibiliteitsgegevens met een energieoverdracht door de netbeheerder volgens criteria en modaliteiten vastgesteld door de Commissie;]7
  14° [2 oefent de tariefbevoegdheden bedoeld in de artikel en 12 tot 12quinquies uit;]2
  (14°bis erop toezien dat de tarifering voor de levering van elektriciteit gericht is op het algemeen belang en zich in het globale energiebeleid integreert en, in voorkomend geval, de maximumprijzen controleren die toepasselijk zijn op eindafnemers [2 ...]2;) <W 2003-03-20/49, art. 24, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
  15° (de rekeningen) van de ondernemingen van de elektriciteitssector controleren inzonderheid ter verificatie van de naleving van de bepalingen van artikel 22 en de afwezigheid van kruissubsidies tussen de productie-, transmissie- en distributieactiviteiten; <W 2005-06-01/32, art. 20, 4°, 010; Inwerkingtreding : 23-03-2006>
  16° [2 de afwezigheid van kruissubsidies tussen transmissie-, distributie- en leveringsactiviteiten controleren;]2
  17° alle andere taken uitvoeren die haar door wetten en reglementen betreffende de organisatie van de (...) elektriciteitsmarkt worden toevertrouwd. <W 2003-03-20/49, art. 24, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
  18° (...) <Ingevoegd bij W 2003-01-31/38, art. 8, 006; Inwerkingtreding : 10-03-2003 en opgeheven bij W 2005-06-01/32, art. 20, 4°, 010; Inwerkingtreding : 01-09-2006>
  (18° controleert de afwezigheid van kruissubsidies wanneer de netbeheerder artikel 8, § 2 toepast.) <W 2003-03-20/49, art. 24, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
  (19° er op toezien dat de met name technische en tarifaire toestand van de elektriciteitssector alsook de evolutie van deze sector het algemeen belang beogen en kaderen in het algemene energiebeleid. De Commissie verzekert de permanente monitoring van de elektriciteitsmarkt, zowel op het vlak van de marktwerking als op het vlak van de prijzen. De Koning kan, op voorstel van de Commissie, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nadere regels van de permanente monitoring van de elektriciteitsmarkt nader bepalen;
  20° toezien op de essentiële belangen van de consument en op de correcte toepassing van de openbare dienstverplichtingen door de betrokken ondernemingen.) <W 2008-06-08/31, art. 85, 3°, 021; Inwerkingtreding : 26-06-2008>
  [2 21° toezien op het bereikte niveau en de bereikte efficiëntie inzake de vrijmaking van de markt en de mededinging voor de groot- en kleinhandelsmarkten, met inbegrip van de beurzen voor elektriciteit en toezien op de eventuele concurrentievervalsing of -beperking, door alle nuttige informatie mee te delen en de zaken die dit verantwoorden te verwijzen naar de [4 Belgische Mededingingsautoriteit]4;
   22° toezien op het opduiken van beperkende contractuele praktijken, met inbegrip van exclusiviteitsclausules, die niet-huishoudelijke afnemers die zijn aangesloten op het transmissienet zouden verhinderen om tegelijk met meer dan één leverancier contracten af te sluiten of die hun keuze ter zake zouden kunnen beperken en, in voorkomend geval, de [4 Belgische Mededingingsautoriteit]4 van deze praktijken op de hoogte brengen;
   23° toezien op de tijd die de netbeheerder doet over de uitvoering van de aansluitingen en herstellingen;
   24° bijdragen tot het waarborgen, in samenwerking met alle andere bevoegde instanties, van de efficiëntie en de implementatie van beschermingsmaatregelen voor de eindafnemers;
   25° de toegang verzekeren tot de gegevens betreffende het verbruik van de eindafnemers aangesloten op het transmissienet en de beschikbaarstelling, voor facultatief gebruik verzekeren, van een gemakkelijk te begrijpen methode voor een geharmoniseerde voorstelling van de gegevens, betreffende het verbruik en de snelle toegang van alle eindafnemers aangesloten op het transmissienet tot deze gegevens, zodat deze kosteloos over hun verbruiksgegevens kunnen beschikken en toegang verlenen tot hun verbruiksoverzichten, middels uitdrukkelijk akkoord en kosteloos, voor alle als leverancier geregistreerde bedrijven;
   26° toezien op de implementering van de regels betreffende de functies en verantwoordelijkheden van de netbeheerder, van de leveranciers, de eindafnemers en de andere marktpartijen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 714/2009;
   27° toezien op de investeringen in de productiecapaciteit vanuit het oogpunt van de bevoorradingszekerheid;
   28° toezien op de technische samenwerking tussen de transmissienetbeheerders van de Europese Gemeenschap en van derde landen;
   29° toezien op de implementering van de door artikel 32 en het technisch reglement voorziene veiligheidsmaatregelen;
   30° bijdragen tot de compatibiliteit van de uitwisselingsmechanismen van gegevens betreffende de belangrijkste marktverrichtingen op regionaal vlak, zoals voorzien in artikel 12, § 3, van Verordening (EG) nr. 714/2009;
   31° de netbeheerder certificeren overeenkomstig de bepalingen van artikel 10, § § 2ter en 2quater. De commissie zorgt voor de permanente monitoring van de naleving door de netbeheerder van zijn onafhankelijkheidsverplichtingen krachtens de artikel en 9 tot 9ter en, in voorkomend geval, gaat zij op eigen initiatief over tot de certificeringprocedure. De commissie kan van de netbeheerder en van de in de elektriciteitsproductie en -levering werkzame bedrijven alle nuttige informatie opvragen voor haar taken in het kader van de certificeringprocedures voorzien door artikel 10, § § 2ter en quater. De commissie ziet erop toe dat de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige informatie en/of informatie met een persoonlijk karakter in acht wordt genomen;
   32° op verzoek van de gebruiker van een gesloten industrieel net, de in het gesloten industrieel net toegepaste tarieven of de berekeningsmethode van deze tarieven controleren en goedkeuren op basis van de door artikel 18bis vastgelegde criteria;
   33° minstens eenmaal per jaar de aanbevelingen over de verenigbaarheid van de leveringsprijzen met de door deze wet en haar uitvoeringsbesluiten vastgestelde openbare dienstverplichtingen publiceren en ze in voorkomend geval overzenden aan de [4 Belgische Mededingingsautoriteit]4;
   34° erop toezien dat, zo nodig en ingeval van weigering van toegang, de netbeheerder de relevante informatie verstrekt over de nodige maatregelen om het net te versterken;
   35° op voorstel van de netbeheerder, de methoden goedkeuren die gebruikt zijn om de toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuren mogelijk te maken, met inbegrip van de procedures voor de toewijzing van capaciteit en congestiebeheer. Deze methoden zijn transparant en niet-discriminerend. De commissie publiceert de goedgekeurde methoden op haar website;
   36° toezien op het congestiebeheer van het transmissienet, met inbegrip van de interconnecties, en de invoering van de regels voor het congestiebeheer. De commissie brengt de Algemene Directie Energie hiervan op de hoogte. De netbeheerder dient bij de commissie, ten behoeve van dit punt, zijn ontwerp van regels voor congestiebeheer in, met inbegrip van de toewijzing van capaciteit. De commissie kan hem op een met redenen omklede wijze verzoeken om zijn regels te wijzigen, met inachtneming van de congestieregels die werden vastgelegd door de buurlanden waarvan de interconnectie betrokken is en in samenspraak met het ACER;
   37° richtsnoeren vaststellen inzake de uitwisseling van gegevens en het reglement, de eigendom van de gegevens en de verantwoordelijkheden inzake de overzichten;
   38° keurt het algemeen plan goed voor de berekening van de totale overdrachtscapaciteit en van de betrouwbaarheidmarge van de transmissie vanuit elektrische en fysische kenmerken van het net dat gepubliceerd wordt door de netbeheerder met toepassing van artikel 8, § 1, derde lid, 11° ;
   39° voert een beoordeling uit van de begrippen en de basismethodes die het mogelijk maken de verantwoordelijkheden te bepalen in geval van verzaking aan verplichtingen die verband houden met transactiebeperkingen zoals bepaald en gepubliceerd door de netbeheerder met toepassing van artikel 8, § 1, derde lid, 12° ;
   40° voert een beoordeling uit van het algemeen plan voor de berekening van de interconnectiecapaciteit voor de verschillende termijnen, gebaseerd op de elektrische en fysische karakteristieken van het net, gepubliceerd door de netbeheerder met toepassing van artikel 8, § 1, derde lid, 14° ;
   41° voert een appreciatie uit van de manier waarop de netbeheerder alle nuttige gegevens openbaar maakt betreffende de grensoverschrijdende uitwisselingen op basis van de best mogelijke vooruitzichten met toepassing van artikel 8, § 1bis, derde lid;
   42° keurt de criteria goed voor de coördinatie van de inschakeling van de productie-installaties en het gebruik van de interconnecties door de netbeheerder, overeenkomstig artikel 8, § 1, derde lid, 5° ;
   43° stelt een verslag op over de ondersteunende diensten, overeenkomstig artikel 12quinquies ;
   44° kent afwijkingen toe voor de nieuwe interconnectoren bedoeld in artikel 17 van Verordening (EG) nr. 714/2009;
   45° voor zover de toepasselijke gewestelijke bepalingen een regime voor gesloten distributienetten implementeren, op vraag van de gebruiker van een gesloten distributienet die is aangesloten op een distributienet de tarieven of de berekeningsmethodologie van de toegepaste tarieven op het gesloten distributienet nagaan en goedkeuren.]2
  In de gevallen waarin deze wet of de uitvoeringsbesluiten ervan het advies van de commissie vereisen, kan deze op eigen initiatief voorstellen doen.
  (Het directiecomité overhandigt zijn adviezen (en voorstellen) aan de minister binnen veertig kalenderdagen na ontvangst van het verzoek, behalve wanneer de minister een langere termijn bepaalt. De minister kan een kortere termijn bepalen voor adviezen aangevraagd in het kader van de artikelen 19 en 32. [5 ...]5) <W 2006-07-20/39, art. 133, 2°, 015; Inwerkingtreding : 30-01-2007>
  [5 Bij de uitoefening van haar toezicht- en controleopdrachten, zoals bedoeld in het tweede lid, 4°, werkt de commissie samen met de Belgische Mededingingsautoriteiten en met de FSMA en wisselt met hen alle informatie uit en deelt de informatie mee, in voorkomend geval wederkerig, nodig en relevant voor de goede uitvoering van Verordening (EU) nr. 1227/2011 of in de gevallen voorzien of toegelaten door die Verordening. Wanneer de commissie informatie ontvangt vanwege andere autoriteiten in het kader van de uitoefening van haar toezicht-en controleopdrachten, verzekert zij hetzelfde niveau van vertrouwelijkheid als de autoriteit die ze levert, onverminderd artikel 26, § 2, eerste lid.]5
  [2 § 2bis. De commissie geeft een volledige motivering en verantwoording voor haar beslissingen om de jurisdictionele toetsing ervan mogelijk te maken.
   De regels die van toepassing zijn op deze motiveringen en rechtvaardigingen worden nader omschreven in het huishoudelijk reglement van het directiecomité, onder meer rekening houdend met de volgende principes :
   - in de motivering wordt het geheel van de elementen opgenomen waarop de beslissing gesteund is;
   - de elektriciteitsondernemingen hebben de mogelijkheid om, vooraleer een beslissing die hen betreft wordt genomen, hun opmerkingen te laten gelden;
   - het gevolg dat aan deze opmerkingen wordt gegeven wordt gerechtvaardigd in de eindbeslissing;
   - de akten met een individuele of collectieve draagwijdte die worden aangenomen in uitvoering van haar opdrachten alsook iedere voorbereidende akte, expertiseverslag, opmerking van de geconsulteerde partijen die ermee samenhangen, worden gepubliceerd op de website van de commissie, met inachtneming van de vertrouwelijkheid van de commercieel gevoelige gegevens en/of gegevens van persoonlijke aard.]2
  [2 § 2ter. In het kader van de uitoefening van haar bevoegdheden, neemt de commissie de contractuele vrijheid in acht op het vlak van onderbreekbare leveringscontracten, en langetermijncontracten wanneer zij verenigbaar zijn met het gemeenschapsrecht en in overeenstemming met het gemeenschapsbeleid.]2
  § 3. [2 De commissie stelt elk jaar een jaarverslag op dat zij vóór 1 mei van het jaar volgend op het betrokken boekjaar aan de Kamer van volksvertegenwoordigers overzendt.
   Het jaarverslag van de commissie heeft betrekking op :
   1° de uitvoering van haar opdrachten;
   2° de staat van haar werkingskosten en de wijze waarop zij gedekt zijn, met inbegrip van een overzicht van activa/passiva en het verslag van de bedrijfsrevisor;
   3° de evolutie van de elektriciteitsmarkt;
   4° de getroffen maatregelen en de behaalde resultaten voor elk van de in § 2 opgesomde opdrachten;
   5° een analyse van het ontwikkelingsplan opgesteld door de netbeheerder met toepassing van artikel 13, vanuit het oogpunt van de samenhang ervan met het ontwikkelingsplan van het net over de hele Europese Gemeenschap, zoals bedoeld in artikel 8, § 3, punt b), van Verordening nr. 714/2009, alsook, in voorkomend geval, van de aanbevelingen tot wijziging van het ontwikkelingsplan opgesteld door de netbeheerder. In het kader van deze analyse houdt de commissie rekening met de prospectieve studie opgesteld met toepassing van artikel 3;
   6° een kopie van de beslissingen die eventueel werden genomen tijdens het betrokken boekjaar inzake de methodologie voor de berekening van de tarieven met toepassing van de artikel en 12 en 12bis.
   De commissie beschrijft in dit verslag de wijze waarop zij de doelstellingen heeft bereikt die werden geformuleerd in haar algemene beleidsnota en in de algemene richtsnoeren die worden voorgeschreven door de regering. Zij verklaart desgevallend de redenen waarom deze doelstellingen niet werden behaald.
   Dit verslag wordt op de internetsite van de commissie gepubliceerd. Ter informatie wordt een afschrift van dit verslag eveneens naar de minister gestuurd.]2
  [2 § 3bis. De commissie maakt ook, vóór 1 mei van het jaar volgend op het betrokken boekjaar, aan het ACER en aan de Europese Commissie een jaarverslag over met betrekking tot haar activiteiten en de uitvoering van haar opdrachten. Dit verslag omvat de getroffen maatregelen en de behaalde resultaten voor elk van de in § 2 opgesomde opdrachten. Dit verslag bevat eveneens een analyse van het ontwikkelingsplan opgesteld door de netbeheerder in toepassing van artikel 13, vanuit het oogpunt van de samenhang ervan met het ontwikkelingsplan van het net over de hele Europese Gemeenschap, zoals bedoeld in artikel 8, § 3, punt b), van Verordening nr. 714/2009, alsook, in voorkomend geval, van de aanbevelingen tot wijziging van het ontwikkelingsplan opgesteld door de netbeheerder. In het kader van deze analyse houdt de commissie rekening met de prospectieve studie die opgesteld werd met toepassing van artikel 3.]2
  (§ 4. In het kader van de uitvoering van de taken die aan de commissie zijn toegewezen in uitvoering van § 2, 6°, 8°, 9°, 10°, 11°, 15° en 17°, kan de voorzitter van het directiecomité van de commissie de bijstand vorderen van de ambtenaren (van de Algemene Directie Energie en Algemene Directie Controle en Bemiddeling van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie), die gevolmachtigd zijn overeenkomstig artikel 30bis.) <W 2001-07-16/31, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 30-07-2001> <W 2005-06-01/32, art. 20, 010; Inwerkingtreding : 24-06-2005>
  [2 § 5. De commissie ziet erop toe dat haar personeel en de personen belast met haar beheer :
   a) onafhankelijk van alle commerciële belangen handelen;
   b) in de uitoefening van hun opdrachten met toepassing van § 2 geen directe instructies vragen noch aanvaarden van gelijk welke regering of andere openbare of privé-entiteit. Deze vereiste geldt onverminderd een nauw overleg, in voorkomend geval, met alle overige bevoegde overheden, evenals de algemene, door de regering voorgeschreven richtsnoeren.]2
  ----------
  (1)<W 2009-05-06/03, art. 166, 024; Inwerkingtreding : 29-05-2009>
  (2)<W 2012-01-08/02, art. 36, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>
  (3)<W 2009-05-06/03, art. 165, 028; Inwerkingtreding : 21-01-2012>
  (4)<W 2013-04-03/18, art. 20, 030; Inwerkingtreding : 06-09-2013 (KB 2013-08-30/14, art. 1)>
  (5)<W 2014-05-08/23, art. 10, 037; Inwerkingtreding : 14-06-2014>
  (6)<W 2015-06-28/05, art. 6, 038; Inwerkingtreding : 06-07-2015>
  (7)<W 2017-07-13/06, art. 8, 044; Inwerkingtreding : 29-07-2017>

  Art. 23bis.<W 2008-06-08/31, art. 86, 021; Inwerkingtreding : 26-06-2008> De Commissie ziet er op toe dat elk elektriciteitsbedrijf, dat elektriciteit levert aan in België gevestigde afnemers, zich onthoudt, afzonderlijk of in overleg met meerdere andere elektriciteitsbedrijven, van elk anti-competitief gedrag of oneerlijke handelspraktijken die een weerslag hebben of zouden kunnen hebben op een goed werkende elektriciteitsmarkt in België.
  Indien de Commissie bij de uitoefening van haar toezichtscontroletaken oneerlijke handelspraktijken of een anti-competitief gedrag vaststelt, maakt zij, op eigen initiatief, een rapport over aan de minister, met haar bevindingen en desgevallend elke maatregel waarvan zij het nodig acht dat die genomen wordt door haarzelf of door elke andere bevoegde overheid om de oneerlijke handelspraktijken of het anti-competitief gedrag die een weerslag hebben of zouden kunnen hebben op een goed werkende elektriciteitsmarkt in België te verhelpen.
  De Commissie geeft de veronderstelde inbreuken aan bij de [1 Belgische Mededingingsautoriteit]1, zendt het rapport over dat ze aan de minister heeft overgezonden en deelt deze Raad ook de noodzakelijke vertrouwelijke informatie mede.
  Wat betreft de oneerlijke handelspraktijken, kan de Koning, op voorstel van de Commissie, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de dringende maatregelen nader bepalen die de Commissie toegelaten wordt te nemen.
  De Commissie kan adviezen formuleren en elke maatregel voorstellen die de goede werking en de transparantie op de markt verhoogt en die van toepassing is op alle elektriciteitsbedrijven, actief in België.
  ----------
  (1)<W 2013-04-03/18, art. 20, 030; Inwerkingtreding : 06-09-2013 (KB 2013-08-30/14, art. 1)>

  Art. 23ter.<ingevoegd bij W 2008-06-08/31, art. 87; Inwerkingtreding : 26-06-2008> § 1. De prijzen van een elektriciteitsbedrijf dienen op een objectief verantwoorde wijze in verhouding te staan tot de kosten van het bedrijf. De Commissie beoordeelt deze verhouding door ondermeer de kosten en de prijzen van genoemd bedrijf te vergelijken met de kosten en de prijzen van vergelijkbare bedrijven, indien mogelijk ook op internationaal vlak.
  § 2. Als een elektriciteitsbedrijf een verbonden onderneming is, wordt misbruik van machtpositie vermoed indien het discriminatoire prijzen en/of voorwaarden aanbiedt aan niet-verbonden ondernemingen.
  § 3. Indien de Commissie vaststelt dat er geen objectief verantwoorde verhouding bestaat zoals bedoeld in § 1, maakt zij, op eigen initiatief, een rapport over aan de minister dat haar bevindingen weergeeft en de maatregelen die zij aanbeveelt.
  De Commissie geeft de veronderstelde inbreuken aan bij de [1 Belgische Mededingingsautoriteit]1, zendt het rapport over dat ze aan de minister heeft overgezonden en deelt deze Raad ook de noodzakelijke confidentiële informatie mede.
  Wat betreft de discriminatoire prijzen en/of voorwaarden, kan de Koning, op voorstel van de Commissie, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de dringende maatregelen nader bepalen die de Commissie toegelaten wordt te nemen.
  Wat betreft de prijzen, kan de Commissie adviezen formuleren en elke maatregel voorstellen die van toepassing is op alle elektriciteitsbedrijven, actief in België.
  ----------
  (1)<W 2013-04-03/18, art. 20, 030; Inwerkingtreding : 06-09-2013 (KB 2013-08-30/14, art. 1)>

  Art. 23quater.[1 § 1er. § 1. De commissie werkt voor de grensoverschrijdende zaken samen met de reguleringsoverheid of overheden van de betrokken lidstaten van de Europese Unie en met het ACER.
   De commissie consulteert en werkt nauw samen met de reguleringsoverheden van de andere lidstaten van de Europese Unie, zij wisselt met hen alle informatie uit voor de uitvoering van de taken die haar toebedeeld zijn krachtens deze wet, en deelt deze informatie mee aan het ACER. De overheid die deze uitgewisselde informatie ontvangt, behandelt ze met dezelfde strikte vertrouwelijkheid als de overheid die ze verstrekt.
   De commissie werkt tenminste samen op regionaal niveau, zoals bedoeld in artikel 12, § 3, van Verordening (EG) nr. 714/2009, om :
   a) de invoering van praktische modaliteiten te bevorderen, teneinde een optimaal beheer van het net mogelijk te maken, elektriciteitsbeurzen en toewijzing van grensoverschrijdende capaciteit te stimuleren, en een adequaat niveau van interconnectiecapaciteit, mede door nieuwe interconnectie binnen de regio en tussen de regio's, zoals bedoeld in artikel 12, § 3, van Verordening (EG) nr. 714/2009, mogelijk te maken teneinde de ontwikkeling van daadwerkelijke mededinging mogelijk te maken en de bevoorradingszekerheid te verbeteren zonder tussen leveranciers uit verschillende lidstaten van de Europese Unie te discrimineren;
   b) de ontwikkeling van alle netcodes voor de relevante transmissienetbeheerders en andere marktdeelnemers te coördineren; en
   c) de ontwikkeling van de regels inzake congestiebeheer te coördineren.
   De commissie is bevoegd om samenwerkingsakkoorden af te sluiten met de reguleringsoverheden van de andere lidstaten van de Europese Unie teneinde de samenwerking inzake regulering te bevorderen.
   De acties bedoeld in het derde lid worden, in voorkomend geval, ondernomen in nauw overleg met de andere betrokken federale overheden, onverminderd de bevoegdheden van deze laatste.
   § 2. De commissie schikt zich naar en implementeert de juridisch dwingende beslissingen van het ACER en van de Europese Commissie.
   De commissie kan het advies van het ACER vragen in verband met de overeenstemming van een beslissing genomen door een regionale reguleringsoverheid of een andere Lidstaat met de door de Europese Commissie opgestelde richtsnoeren in uitvoering van Richtlijn 2009/72/EG of bedoeld in Verordening nr. 714/2009.
   De commissie kan de Europese Commissie ook op de hoogte brengen van elke beslissing van toepassing op de grensoverschrijdende uitwisselingen, genomen door een regionale reguleringsoverheid of een andere lidstaat van de Europese Unie die zij in strijd acht met de in het tweede lid vermelde richtsnoeren, en wel binnen twee maanden na deze beslissing.
   Wanneer de Europese Commissie aan de commissie vraagt om één van haar beslissingen in te trekken, gaat deze binnen een termijn van twee maanden over tot de intrekking ervan en brengt ze de Europese Commissie hiervan op de hoogte.
   § 3. De commissie werkt samen met de regionale reguleringsoverheden.
   De vertegenwoordiging en de contacten op communautair niveau binnen het ACER, overeenkomstig artikel 14, § 1, van Verordening (EG) nr. 713/2009, worden verzekerd door een vertegenwoordiger van de commissie die in formele samenwerking met de regionale reguleringsoverheden handelt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2012-01-08/02, art. 37, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>

  Art. 24.§ 1. [1 De organen van de commissie zijn het directiecomité en de Geschillenkamer bedoeld in artikel 29. Er wordt eveneens een algemene raad opgericht. Het directiecomité en de algemene raad [2 stelt]2 een huishoudelijk reglement op dat ter informatie aan de Kamer van volksvertegenwoordigers wordt overgezonden.]1
  § 2. Het directiecomité staat in voor het operationeel bestuur van de commissie en stelt alle handelingen die nodig of dienstig zijn voor de uitvoering van de opdrachten bedoeld in artikel 23, § 2. Het is een college dat beraadslaagt volgens de gewone regels van beraadslagende vergaderingen.
  Het directiecomité bestaat uit een voorzitter en drie andere leden, benoemd bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit voor een [1 eenmaal]1 hernieuwbare termijn van zes jaar. In afwijking van het voorgaande worden bij de oprichting van de commissie twee leden benoemd voor een aanvankelijke termijn van drie jaar. De voorzitter en de leden van het directiecomité worden gekozen omwille van hun deskundigheid, inzonderheid voor de aangelegenheden (die onder hun bevoegdheid vallen : de voorzitter wat betreft het management van de commissie, de leden wat betreft de directies die zij moeten leiden). <W 2006-07-20/39, art. 134, 1°, 015; Inwerkingtreding : 30-01-2007>
  [1 Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministeraad, bepaalt de Koning de in het tweede lid bedoelde procedure van evaluatie van de benoeming of van de hernieuwing van het mandaat van voorzitter of lid van het directiecomité.]1
  Bij een in Ministerraad overlegd besluit bepaalt de Koning de onverenigbaarheden met het mandaat van voorzitter of lid van het directiecomité en de regels die van toepassing zijn op belangenconflicten. (...). <W 2006-07-20/39, art. 134, 2°, 015; Inwerkingtreding : 11-12-2006>
  (De Koning bepaalt, na overleg met de voorzitter en de leden van het directiecomité, de bezoldiging van de voorzitter en de leden van het directiecomité. De Koning kan deze bevoegdheid delegeren aan de minister bevoegd voor energie. Met uitzondering van de voorzitter beschikken de leden van het directiecomité over een identieke bezoldiging. Worden als behorend tot de bezoldiging beschouwd, benevens de bezoldiging in strikte zin : elk voordeel of elke vergoeding die aan de voorzitter en de leden van het directiecomité van de commissie worden toegekend wegens of naar aanleiding van de uitoefening van hun mandaat, met inbegrip van een dertiende maand en een groepsverzekering.) <W 2006-07-20/39, art. 134, 2°, 015; Inwerkingtreding : 11-12-2006>
  [1 Uiterlijk zes maanden voor het einde van het mandaat van de voorzitter of de leden van het directiecomité, wordt de procedure voor de selectie van de volgende voorzitter en leden aangevat.]1
  [1 § 2bis. Bij besluit van de Ministerraad, genomen ingevolge een voorstel dat door de minister is gedaan op basis van het advies van de Tuchtraad volgens de procedure bepaald in deze paragraaf, kan een einde worden gemaakt aan het mandaat van de voorzitter of van een of van meerdere leden van het directiecomité van de commissie die aansprakelijk zijn voor een van de volgende inbreuken :
   - schending van de voorwaarden van onafhankelijkheid waarin deze wet en de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen, alsmede de uitvoerings-besluiten genomen in uitvoering van deze wetten, voorzien;
   - schending, in de uitoefening van hun mandaten, van elke andere wettelijke of reglementaire bepalingen die van toepassing zijn op de voorzitter en/of de leden van het directiecomité krachtens deze wet en de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen, alsmede de uitvoerings-besluiten genomen in uitvoering van deze wetten.
   Na de vaststelling van een inbreuk, bedoeld in het eerste lid, en binnen de maand nadat hij van deze inbreuk heeft kennis genomen, zoekt de minister de Tuchtraad ingesteld door § 2ter aan bij een aangetekende brief met ontvangstmelding. Deze brief beschrijft inzonderheid de aard van de feiten die geacht worden de inbreuk te vormen. Geen enkele vermelding wordt gedaan in deze brief over de gevolgen die dienen te worden gegeven aan deze inbreuk.
   Binnen drie maanden na de verzending van de in het tweede lid bedoelde brief, roept de Tuchtraad de partijen, zijnde de minister en de persoon jegens wie de inbreuk is vastgesteld, op voor een hoorzitting. De oproeping voor deze hoorzitting wordt bij een aangetekende brief met ontvangstmelding verstuurd uiterlijk de tiende dag voor de hoorzitting. De partijen kunnen zich ter zitting laten bijstaan of vertegenwoordigen door een raadsman.
   Binnen de maand na de hoorzitting brengt de Tuchtraad een bindend advies uit voor de minister. Dit advies kan concluderen :
   - ofwel dat er reden is om tot een vervroegde beëindiging van het mandaat over te gaan met verval van opzeggingsvergoedingen of andere ontslagvergoedingen die contractueel werden bedongen;
   - ofwel dat er reden is om tot een vervroegde beëindiging van het mandaat over te gaan, zonder dat het noodzakelijk is het verval uit te spreken van opzeggingsvergoedingen of andere ontslagvergoedingen die contractueel werden bedongen;
   - ofwel dat er geen reden is om tot een vervroegde beëindiging van het mandaat over te gaan.
   § 2ter. Voor de toepassing van de bepalingen bedoeld in § 2bis, wordt er een Tuchtraad opgericht. De Tuchtraad bestaat uit een voorzitter, magistraat, en twee leden, eveneens magistraten, die worden verkozen door de Kamer van volksvertegenwoordigers voor een hernieuwbaar mandaat van zes jaar. De voorzitter van de Tuchtraad dient zijn kennis van het Nederlands en van het Frans te bewijzen. Het ene lid is Nederlandstalig en het andere Franstalig. Voor de voorzitter en de leden verkiest de Kamer van volksvertegenwoordigers een plaatsvervanger.
   Het secretariaat van de Tuchtraad wordt waargenomen door een Nederlandstalige griffier en een Franstalige griffier die door de Kamer van volksvertegenwoordigers worden verkozen. De griffiers zijn magistraten.
   De Kamer van volksvertegenwoordigers stelt de regels voor de verkiezing van de leden van de Tuchtraad en zijn griffiers vast.
   De Tuchtraad stelt zijn huishoudelijk reglement vast]1
  § 3. [2 ...]2
  
  (NOTA : bij arrest nr 117/2013 van 07-08-2013, heeft het Grondwettelijk Hof de zin « Er wordt eveneens een algemene raad opgericht. » en de woorden « en de algemene raad » in artikel 24, § 1 vernietigd)
  ----------
  (1)<W 2012-01-08/02, art. 38, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>
  (2)<W 2014-05-08/23, art. 11, 037; Inwerkingtreding : 14-06-2014>

  Art. 25.§ 1. (De diensten van de commissie zijn in een voorzitterschap en drie directies georganiseerd. De drie directies zijn de volgende :
  ) <W 2006-07-20/39, art. 135, 1°, 015; Inwerkingtreding : 30-01-2007>
  1° (...) <W 2006-07-20/39, art. 135, 2°, 015; Inwerkingtreding : 30-01-2007>
  1° (vroeger 2°) een directie voor de technische werking van de markt die inzonderheid verantwoordelijk is voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 23, § 2, tweede lid, 6° tot 11°; <W 2006-07-20/39, art. 135, 2°, 015; Inwerkingtreding : 30-01-2007>
  2° (vroeger 3°) (een directie voor de controle op de prijzen en de rekeningen die inzonderheid verantwoordelijk is voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 23, § 2, tweede lid, 12°bis tot 16 en 18°;) <W 2003-03-20/49, art. 27, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2003> <W 2006-07-20/39, art. 135, 2°, 015; Inwerkingtreding : 30-01-2007>
  3° (vroeger 4°) een administratieve directie die inzonderheid verantwoordelijk is voor het administratief en financieel beheer van de commissie, de juridische studies, de documentatie en, in voorkomend geval, het beheer van het mechanisme bedoeld in artikel 7 en van het fonds bedoeld in artikel 21, eerste lid, 3°. <W 2006-07-20/39, art. 135, 2°, 015; Inwerkingtreding : 30-01-2007>
  § 2. Het personeel van de commissie wordt [1 ...]1 tewerkgesteld krachtens arbeidsovereenkomsten beheerst door de wet van 3 juli 1978 betreffende de eidsovereenkomsten.
  § 3. [1 De werkingskosten van de commissie worden gedekt door de federale bijdrage bedoeld in artikel 21bis, ten belope van de begroting bepaald door de Kamer van volksvertegenwoordigers met toepassing van § 5.]1
  § 4. De commissie wordt met de Staat gelijkgesteld voor de toepassing van de wetten en reglementen betreffende de belastingen, heffingen, rechten en vergoedingen van de Staat, de provincies, de gemeenten en de agglomeraties van gemeenten.
  (§ 5. De commissie duidt, mits instemming van de minister, een bedrijfrevisor aan. Deze bedrijfsrevisor mag geen functie vervullen bij de netbeheerder, de distributienetbeheerders alsook bij de producenten, [1 leveranciers]1 en tussenpersonen.
  De bedrijfsrevisor aangeduid overeenkomstig eerste lid controleert de financiële toestand en de jaarrekeningen van de commissie alsook de regelmatigheid van de verrichtingen te constateren in de jaarrekeningen ten aanzien van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, van deze wet en van hun uitvoeringsbesluiten.
  [1 Het ontwerp van begroting van de commissie wordt opgemaakt door het directiecomité. Het ontwerp van begroting van de commissie, vergezeld van een algemene beleidsnota, opgesteld door het directiecomité, wordt vóór 30 oktober van het jaar voorafgaand aan dit waarop het betrekking heeft ter goedkeuring voorgelegd aan de Kamer van volksvertegenwoordigers.
   De Kamer van volksvertegenwoordigers hoort het directiecomité. Het ontwerp van begroting, eventueel aangepast ingevolge het verhoor, wordt vervolgens door de Kamer van volksvertegenwoordigers goedgekeurd.
   De commissie zendt de jaarrekening, vergezeld van het verslag van de bedrijfsrevisor opgesteld op basis van het tweede lid, vóór 1 mei van het jaar volgend op het betrokken jaar, over aan de Kamer van volksvertegenwoordigers en aan het Rekenhof. Het Rekenhof controleert de jaarrekening van de commissie en zendt zijn auditverslag over aan de Kamer van volksvertegenwoordigers.]1
  (§ 6. De commissie is onderworpen aan de wet van 29 oktober 1846 betreffende de inrichting van het Rekenhof.) <W 2005-06-01/32, art. 22, 010; Inwerkingtreding : 24-06-2005>
  ----------
  (1)<W 2012-01-08/02, art. 39, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>

  Art. 26.§ 1. [1 In de uitvoering van de haar toegewezen opdrachten kan de commissie de netbeheerder en de distributienetbeheerders, alsook de producenten, leveranciers en tussenpersonen die op de Belgische markt tussenkomen, elke verbonden of geassocieerde onderneming evenals elke onderneming die een multilateraal commercieel platform beheert of uitbaat waarop energieblokken of financiële instrumenten worden verhandeld, die een rechtstreeks verband houden met de Belgische elektriciteitsmarkt of die er een directe impact op uitoefenen, vorderen om haar alle nodige informatie te verstrekken, met inbegrip van de verantwoording van elke weigering tot toegangverlening aan een derde, en alle informatie over de nodige maatregelen om het net te versterken, voor zover zij haar verzoek motiveert. Zij kan hun rekeningen ter plaatse controleren.]1
  (Vanaf 1 januari 2003, kan de commissie ook van hen en van het controlecomité voor de Elektriciteit en het Gas, onverminderd de opdrachten die aan deze laatste toegewezen worden, de informatie vorderen die nodig is voor de voorbereiding van haar tarievenbeleid in het kader van de toepassing van de haar in artikel 23, punten 14°bis , 15 en 16 toegewezen opdracht;) <W 2003-03-20/49, art. 28, 008; Inwerkingtreding : 04-04-2003>
  (§ 1bis. Bij de uitvoering van de opdrachten die haar bij artikelen 23bis en 23ter worden toebedeeld, beschikt de Commissie bovendien over bevoegdheden en rechten die hierna beschreven zijn :
  1° vanwege de elektriciteitsbedrijven elke inlichting verkrijgen, onder welke vorm ook, over materies die tot haar bevoegdheid en haar opdracht behoren binnen de dertig dagen na haar vraag;
  2° van deze bedrijven verslagen verkrijgen over hun werkzaamheden of bepaalde aspecten ervan;
  3° de informatie bepalen die haar regelmatig dient te worden meegedeeld en de periodiciteit waarmee deze informatie aan haar dient te worden overgezonden;
  4° bij weigering van het toezenden van de gevraagde informatie binnen de dertig dagen overgaan tot het ter plaatse kennisnemen van alle hoger bedoelde inlichtingen en documenten die nodig zijn voor de uitvoering van de opdrachten die haar zijn toegewezen en deze desgevallend kopiëren.) <W 2008-06-08/31, art. 88, 021; Inwerkingtreding : 26-06-2008>
  [1 De informatie die door de commissie wordt vergaard in het kader van deze paragraaf kan alleen worden aangewend voor de verslagen, adviezen en aanbevelingen die bedoeld zijn in de artikel en 23bis en 23ter. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, dit artikel uitbreiden tot bindende beslissingen die zouden kunnen bedoeld worden in de artikel en 23bis en 23ter.]1
  [2 § 1ter. In het kader van de artikelen 3, 4 en 5 van de Verordening (EU) nr.1227/20111, beschikt de commissie over de bevoegdheid om binnen een redelijke termijn informatie op te vragen aan alle betrokken natuurlijke of rechtspersonen, alsook over de bevoegdheid hen op te roepen en te horen, op voorwaarde dat zij haar verzoek motiveert en dat dit verzoek aansluit op het kader en het doel van haar onderzoek.
   De natuurlijke en rechtspersonen die overeenkomstig het eerste lid worden opgeroepen en gehoord, worden op hun verzoek bijgestaan door een raadsman.]2
  [3 § 1quater. Bij de uitvoering van de opdrachten die haar door de wet van 11 april 2003 betreffende de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van splijtstoffen bestraald in deze centrales worden toebedeeld, beschikt de Commissie over de bevoegdheden en rechten zoals beschreven in paragraaf 1 ten opzichte van de exploitanten bedoeld in artikel 2, 5°, van voornoemde wet en van de vennootschappen bedoeld in artikel 24, § 1, van diezelfde wet.]3
  § 2. De leden van de organen en de personeelsleden van de commissie [2 alsook de controleurs en experten die de commissie verbinden]2 zijn gebonden door het beroepsgeheim; zij mogen de vertrouwelijke gegevens [1 en/of de gegevens met een persoonlijk karakter]1 die hun ter kennis zijn gekomen op grond van hun functie bij de commissie, aan niemand bekendmaken, behalve wanneer zij worden opgeroepen om in rechte te getuigen en onverminderd § 3 en de uitwisseling van informatie (met de reguleringsinstanties voor elektriciteit en voor gas van de gewesten en van andere lidstaten van de Europese Unie) [2 en onverminderd artikel 16 en 17 van de Verordening (EU) nr. 1227/2011, met de Belgische Mededingingsautoriteit en met de FSMA voor de informatie, overgedragen in uitvoering van deze Verordening]2. <W 2006-07-20/39, art. 136, 015; Inwerkingtreding : 07-08-2006>
  [2 De vertrouwelijke informatie die wordt ontvangen, uitgewisseld of doorgegeven krachtens de Verordening (EU) nr. 1227/2011 mag niet worden verspreid, met uitzondering van de gevallen die door artikel 16 en 17 van dezelfde Verordening zijn toegestaan.]2
  Elke overtreding van het [2 deze paragraaf]2 wordt gestraft met de straffen bepaald door artikel 458 van het Strafwetboek. De bepalingen van het eerste boek van hetzelfde Wetboek zijn van toepassing.
  § 3. (...) <W 2003-03-20/49, art. 28, 008; Inwerkingtreding : 04-04-2003>
  ----------
  (1)<W 2012-01-08/02, art. 40, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>
  (2)<W 2014-05-08/23, art. 12, 037; Inwerkingtreding : 14-06-2014>
  (3)<W 2016-12-25/04, art. 8, 042; Inwerkingtreding : 29-12-2016>

  Art. 27.<W 2007-03-16/32, art. 14, 018; Inwerkingtreding : 05-04-2007> § 1. Er wordt een autonome dienst met rechtspersoonlijkheid, " ombudsdienst voor energie ", " Ombudsstelle für Energie " genaamd in het Duits, opgericht die bevoegd is voor de verdeling van vragen en klachten betreffende het functioneren van de elektriciteitsmarkt en voor de behandeling van alle geschillen tussen een eindafnemer en een elektriciteitsbedrijf inzake aangelegenheden die tot de bevoegdheid van de federale overheid behoren krachtens artikel 6, § 1, VI, vierde en vijfde lid en VII, tweede lid, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.
  De ombudsdienst voor energie is belast met de volgende opdrachten :
  1° het beoordelen en onderzoeken van alle vragen en klachten van eindafnemers die betrekking op de activiteiten van een elektriciteitsbedrijf en op het functioneren van de elektriciteitsmarkt. De ombudsdienst maakt op grond van de bevoegdheidsverdeling tussen de federale overheid en de gewestelijke overheden de vragen en klachten over aan de terzake bevoegde gewestelijke overheidsdienst wanneer de vragen en klachten geheel betrekking hebben op een gewestelijke bevoegdheid.
  De vragen van de eindafnemers worden ingediend bij de ombudsdienst voor energie per brief, per fax, met de elektronische post of telefonisch. De antwoorden op deze vragen worden per brief, per fax of met de elektronische post verstuurd.
  De klachten van de eindafnemers worden ingediend bij de ombudsdienst voor energie per brief, per fax of met de elektronische post en zijn slechts ontvankelijk wanneer de aanklager voorafgaandelijk bij het betrokken bedrijf stappen heeft ondernomen. De ombudsdienst voor energie mag weigeren een klacht te behandelen wanneer die klacht meer dan één jaar voordien werd ingediend bij het betrokken bedrijf. Indien de klacht van een eindafnemer door de ombudsdienst voor energie ontvankelijk wordt verklaard, wordt de inningprocedure door het elektriciteitsbedrijf opgeschort tot de ombudsdienst voor energie hetzij een aanbeveling heeft geformuleerd, zoals bedoeld in 3°, hetzij een minnelijke schikking heeft bereikt, zoals bedoeld in 2°;
  2° te bemiddelen tussen de eindafnemer en het elektriciteitsbedrijf met het oog op het vergemakkelijken van een minnelijke schikking;
  3° een aanbeveling te formuleren ten aanzien van het elektriciteitsbedrijf ingeval geen minnelijke schikking kan worden bereikt. Een afschrift van de aanbeveling wordt naar de klager gestuurd. In geval het elektriciteitsbedrijf zich niet kan vinden in de aanbeveling, beschikt het over een termijn van 20 werkdagen om zijn beslissing te verantwoorden. Deze met redenen omklede beslissing wordt verstuurd naar de klager en naar de ombudsdienst voor energie;
  4° op eigen initiatief of op verzoek van de minister, adviezen uitbrengen in het kader van zijn opdrachten.
  [2 § 1bis. De ombudsdienst voor energie behandelt de vragen en de klachten die hem worden voorgelegd met toepassing van § 1 op basis van transparante, eenvoudige en goedkope procedures die een billijke en snelle regeling mogelijk maken van de geschillen binnen een termijn van veertig werkdagen. Deze termijn kan eenmaal worden verlengd voor een periode van veertig werkdagen, op voorwaarde dat de partijen daarvan zijn geïnformeerd vóór het verstrijken van die termijn.
   De ombudsdienst voor energie houdt ter zake rekening met de relevante gewestelijke of federale bepalingen, in voorkomend geval, op het vlak van consumentenbescherming en legt de nadruk op de hoogte en de modaliteiten van schadeloosstelling.
   De ombudsdienst voor energie heeft de volle bevoegdheid om aan de gewestelijke regulatoren de vragen en klachten over te maken die onder hun uitsluitende bevoegdheden vallen.
   De ombudsdienst voor energie werkt als een enig loket inzake klachtenbehandeling. De verdeling van de vragen en de klachten over de bevoegde federale en gewestelijke diensten, de uitwisseling van informatie en inlichtingen tussen die diensten en de oprichting van een permanente overlegwerkgroep met die diensten, worden geregeld door de bepalingen van dit artikel .
   De ombudsdienst voor energie heeft toegang tot het Rijksregister der natuurlijke personen overeenkomstig de bepalingen van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister der natuurlijke personen.
   § 1ter. De ombudsdienst voor energie zendt aan de Kamer van volksvertegenwoordigers een jaarverslag betreffende de uitoefening van zijn opdrachten. De dienst kan in het kader hiervan voorstellen doen om de procedure voor het behandelen van de geschillen te verbeteren.]2
  § 2. De ombudsdienst voor energie kan, in het kader van een bij hem ingediende klacht, ter plaatse kennis nemen van de boeken, briefwisseling, verslagen en, in het algemeen, van alle documenten en alle geschriften van het elektriciteitsbedrijf die rechtstreeks te maken hebben met het voorwerp van de klacht. De dienst kan van de bestuurders, agenten en aangestelden van het elektriciteitsbedrijf alle nodige uitleg en informatie vorderen en alle verificaties uitvoeren die nodig zijn voor zijn onderzoek.
  De aldus verkregen informatie wordt op een vertrouwelijke manier door de ombudsdienst voor energie behandeld, wanneer de bekendmaking ervan schade zou kunnen toebrengen aan het elektriciteitsbedrijf op algemeen vlak. Elke overtreding van deze alinea wordt gestraft met de straffen bepaald door artikel 458 van het Strafwetboek. De bepalingen van het eerste boek van hetzelfde Wetboek zijn van toepassing.
  Bij de uitoefening van zijn bevoegdheden krijgt de ombudsdienst voor energie van geen enkele overheid instructies. Onduidelijkheden of meningsverschillen met betrekking tot de kwestie of een vraag of klacht tot de federale of regionale bevoegdheid behoort worden in overleg met het bevoegde Gewest geregeld overeenkomstig de procedure voorzien in het huishoudelijk reglement van de ombudsdienst voor energie.
  De leden van de ombudsdienst voor energie mogen zich laten bijstaan door deskundigen.
  Het onderzoek van de klacht wordt beëindigd wanneer omtrent het voorwerp van de klacht een rechtsvordering wordt ingesteld of een arbitrageprocedure wordt aangevat.
  § 3. De ombudsdienst voor energie bestaat uit twee leden die door de Koning benoemd zijn bij een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad, voor een hernieuwbare termijn van vijf jaar. De leden behoren tot een verschillende taalrol.
  De kandidaat-leden worden opgeroepen tot indiening van hun kandidaturen bij bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
  Het lid van de ombudsdienst voor energie dat zich, op het ogenblik van zijn benoeming, in een statutaire band bevindt met de Staat of met enig andere rechtspersoon van publiek recht die onder de Staat ressorteert, wordt van rechtswege ter beschikking gesteld, overeenkomstig de bepalingen van het betrokken statuut, voor de gehele duur van zijn mandaat. Gedurende deze periode behoudt hij evenwel zijn rechten op bevordering en weddenverhoging en blijft hij onderworpen aan hetzelfde sociale zekerheidsstelsel dat op hem van toepassing is in de dienst van oorsprong.
  Indien het lid van de ombudsdienst voor energie zich, op het ogenblik van zijn benoeming, in een contractuele band bevindt met de Staat of met enig ander rechtspersoon van publiek recht die onder de Staat ressorteert, wordt de betrokken overeenkomst van rechtswege geschorst voor de gehele duur van zijn mandaat. Gedurende deze periode behoudt hij evenwel zijn rechten op bevordering en blijft hij onderworpen aan hetzelfde sociale zekerheidsstelsel dat op hem van toepassing is in de dienst van oorsprong.
  De ombudsdienst voor energie handelt als college. Niettemin mogen de leden elkaar onderling delegaties verlenen via een collegiale beslissing, goedgekeurd door de minister.
  Om als lid van de ombudsdienst voor energie te worden benoemd, moet men :
  1° de Belgische nationaliteit bezitten;
  2° van onberispelijk gedrag zijn en de burgerlijke en politieke rechten genieten;
  3° houder zijn van een diploma dat bij de Rijksbesturen toegang geeft tot een ambt van niveau 1;
  4° gedurende een periode van drie jaar voor de benoeming geen mandaat of functie hebben bekleed in een elektriciteitsbedrijf of ermee verbonden onderneming.
  Het lidmaatschap van de ombudsdienst voor energie is onverenigbaar met :
  1° een bezoldigd openbaar mandaat;
  2° een bij verkiezingen verleend openbaar mandaat;
  3° het beroep van advocaat;
  4° het ambt van notaris, magistraat of gerechtsdeurwaarder;
  5° een mandaat of functie in een elektriciteitsbedrijf of ermee verbonden onderneming.
  Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepaalt de Koning de regels die van toepassing zijn op belangenconflicten en de basisprincipes van hun bezoldiging.
  De leden van de ombudsdienst voor energie kunnen slechts om wettige reden worden ontslagen bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
  § 4. De leden van de ombudsdienst genieten voor de duur van hun functies dezelfde pensioenregeling als de vast benoemde personeelsleden van de Staat. Dit pensioen valt ten laste van de Staatskas.
  Voor de opening van het recht op het in het eerste lid bedoelde pensioen en voor de berekening ervan, komen enkel de diensten gepresteerd als lid van de ombudsdienst in aanmerking. Deze diensten mogen niet in aanmerking genomen worden noch voor de opening van het recht op een ander pensioen van de overheidssector, noch voor de berekening ervan.
  § 5. De personeelsleden van de ombudsdienst voor energie worden aangeworven en tewerkgesteld krachtens de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten of krachtens de voorwaarden zoals voorzien bij een koninklijk besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad.
  Het personeelslid van de ombudsdienst voor energie dat zich, op het ogenblik van zijn benoeming, in een statutaire band bevindt met de Staat of met enig andere rechtspersoon van publiek recht die onder de Staat ressorteert, wordt van rechtswege ter beschikking gesteld, overeenkomstig de bepalingen van het betrokken statuut, voor de gehele duur van zijn mandaat. Gedurende deze periode behoudt hij evenwel zijn rechten op bevordering en weddenverhoging en blijft hij onderworpen aan hetzelfde sociale zekerheidsstelsel dat op hem van toepassing is in de dienst van oorsprong.
  § 6. Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad bepaalt de Koning de regels betreffende de werking van de ombudsdienst voor energie.
  De leden van de ombudsdienst voor energie stellen gezamenlijk een huishoudelijk reglement op dat aan de goedkeuring van de minister is onderworpen.
  § 7. Het bedrag van de werkingskosten van de ombudsdienst voor energie wordt jaarlijks bij een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad, op basis van een begrotingsvoorstel opgesteld door de leden van de ombudsdienst voor energie. Het begrotingsvoorstel wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de Ministerraad voor 30 [2 juni]2 van het jaar dat het begrotingsjaar voorafgaat.
  § 8. [1 Voor het eerste werkingsjaar 2010]1 worden de bedragen van de federale bijdrage, bedoeld in artikel 21bis, § 1, en die door de commissie in het jaar 2005 zijn geïnd met toepassing van artikel 21ter, § 1, gestort in een fonds beheerd door de ombudsdienst voor energie overeenkomstig artikel 21ter, § 1, 6°. Het bedrag bestemd voor de dekking van de werkingskosten van de ombudsdienst voor energie voor het jaar 2005 wordt vastgesteld op 832.054 euro.
  § 9. Om de werkingskosten van de ombudsdienst voor energie te dekken, betalen de elektriciteits- en gasondernemingen vanaf het tweede werkingsjaar jaarlijks aan de ombudsdienst voor energie een bijdrage begroot op basis van de kosten voor de financiering van de ombudsdienst voor energie, " ombudsbijdrage " genoemd.
  § 10. Jaarlijks bepaalt de ombudsdienst voor energie het bedrag van de ombudsbijdrage, verschuldigd door elke elektriciteits- en gasonderneming.
  Voor het tweede en derde werkingsjaar wordt de ombudsbijdrage per elektriciteits- en gasonderneming begroot op basis van het gemiddeld aantal klanten van het jaar voorafgaand aan de vaststelling van de ombudsbijdrage.
  Vanaf het vierde en de daaropvolgende werkingsjaren wordt de ombudsbijdrage per elektriciteits- en gasonderneming begroot enerzijds op basis van het gemiddeld aantal klanten van het afgelopen jaar voorafgaand de vaststelling van de ombudsbijdrage, de vaste ombudsbijdrage genoemd en anderzijds op basis van het aantal ingediende klachten in het afgelopen werkingsjaar, de variabele ombudsbijdrage genoemd.
  § 11. De elektriciteits- en gasondernemingen delen de in § 10 bedoelde gegevens uiterlijk op 30 juni aan de ombudsdienst voor energie mee.
  § 12. Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, kan de Koning de nadere regels bepalen voor de berekening van de ombudsbijdragen.
  Elk besluit dat krachtens voorgaand lid wordt vastgesteld, wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad indien het niet bij wet is bekrachtigd binnen twaalf maanden na de datum van zijn inwerkingtreding.
  § 13. De ombudsbijdragen moeten uiterlijk op 30 september van het jaar [2 dat voorafgaat aan dat]2 waarvoor zij verschuldigd zijn, worden betaald op het rekeningnummer dat door de ombudsdienst voor energie is opgegeven.
  De bijdragen die niet zijn betaald op de vastgestelde vervaldatum geven van rechtswege en zonder ingebrekestelling aanleiding tot een intrest tegen het wettelijke tarief verhoogd met 2 %. Deze intrest wordt berekend naar rato van het aantal kalenderdagen achterstand.
  Ten laatste één maand voor de vervaldatum deelt de ombudsdienst voor energie aan de elektriciteits- en gasondernemingen het bedrag mee van de verschuldigde bijdragen.
  § 14. De ombudsdienst voor energie deelt ieder jaar zijn rekeningen voor controle mede aan het Rekenhof.
  § 15. Elk jaar, vóór 1 mei, bezorgt de ombudsdienst voor energie aan de minister een verslag van zijn activiteiten. Het verslag vermeldt inzonderheid de verschillende klachten of typen klachten, een duidelijke opdeling naargelang de klachten en vragen betrekking hebben op federale of gewestelijke bevoegdheden, en het gevolg dat werd gegeven aan die klachten, zonder de aanklagers rechtstreeks of onrechtstreeks te identificeren. De minister maakt het verslag over aan de Wetgevende Kamers. Het wordt ter beschikking gesteld van het publiek.
  [1 § 16. In afwijking van § 3, vijfde lid, § 6, tweede lid, en § 7, en wanneer slechts een van de twee leden van de ombudsdienst benoemd is, is dat lid gemachtigd de bevoegdheden waarin dit artikel voorziet, alleen uit te oefenen.
   Het eerste lid is eveneens van toepassing wanneer een van de leden van de ombudsdienst zich in de onmogelijkheid bevindt zijn ambt uit te oefenen.]1
  ----------
  (1)<W 2009-12-30/01, art. 15, 025; Inwerkingtreding : 10-01-2010>
  (2)<W 2012-01-08/02, art. 41, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>

  Art. 28.[1 Elke belanghebbende partij die zich geschaad acht naar aanleiding van een door de commissie genomen beslissing mag, binnen een termijn van vijftien dagen na de bekendmaking of de kennisgeving van deze beslissing een klacht indienen bij de commissie teneinde de zaak opnieuw te laten onderzoeken.
   Deze klacht heeft geen schorsende werking en sluit de indiening van een beroep voor het [2 Marktenhof]2 met toepassing van artikel 29bis niet uit, noch vormt zij een voorafgaande voorwaarde hiertoe.
   De klacht met het oog op een nieuw onderzoek wordt via aangetekend schrijven of mits neerlegging met ontvangstbewijs tot de zetel van de commissie gericht. Zij bevat een afschrift van de bestreden beslissing evenals de redenen die een herziening verantwoorden.
   De commissie neemt haar beslissing met betrekking tot de klacht binnen een termijn van twee maanden vanaf de neerlegging van de klacht met het oog op een nieuw onderzoek.]1
  ----------
  (1)<W 2012-01-08/02, art. 59, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>
  (2)<W 2016-12-25/14, art. 109, 043; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 29.[1 § 1. Binnen de commissie wordt [2 een Geschillenkamer opgericht die]2, dat, op verzoek van één van de partijen, beslist over geschillen tussen de netbeheerder en de netgebruikers betreffende [2 de verplichtingen die aan de netbeheerder, aan de distributienetbeheerders en aan de beheerders van gesloten industriële netten krachtens deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan werden opgelegd ]2, behalve geschillen inzake contractuele rechten en verbintenissen.
   § 2. De Geschillenkamer bestaat uit een voorzitter, twee andere leden en drie plaatsvervangers, benoemd bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad, voor een hernieuwbare termijn van zes jaar. In afwijking van het voorgaande worden bij de oprichting van de Geschillenkamer één lid en één plaatsvervanger benoemd voor een aanvankelijke termijn van twee jaar en één lid en één plaatsvervanger voor een aanvankelijke termijn van vier jaar.
   De voorzitter en één plaatsvervanger worden aangewezen onder de magistraten van de rechterlijke orde; de andere leden en plaatsvervangers worden aangewezen omwille van hun deskundigheid inzake mededinging. De leden en de plaatsvervangers mogen niet onder de leden van de organen en de personeelsleden van de commissie worden gekozen. De Koning bepaalt het bedrag van de vergoedingen die hun worden toegekend.
  [2 § 2bis. De leden van de wetgevende Kamers, van het Europees Parlement en van de parlementen van de Gemeenschappen en de Gewesten, de ministers, de staatssecretarissen, de leden van een gemeenschaps- of gewestregering, de leden van het kabinet van een lid van de federale regering of van een gemeenschaps- of gewestregering en de leden van de bestendige deputaties van de provincieraden mogen de functies van voorzitter, van lid of plaatsvervanger van de Geschillenkamer niet uitoefenen.
   De voorzitter, de leden en plaatsvervangers van de Geschillenkamer mogen geen enkele functie of activiteit, bezoldigd of niet, uitoefenen in dienst van de netbeheerder, van een van de eigenaars van het net, van een producent, van een distributiemaatschappij of van een tussenpersoon zoals omschreven in artikel 2, of van een gasbedrijf zoals gedefinieerd in artikel 1 van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen.
   Het verbod waarin het tweede lid voorziet blijft bestaan gedurende een jaar na het einde van het mandaat van de voorzitter, van de leden en de plaatsvervangers van de Geschillenkamer.
   De bijslagen bedoeld in § 2 kunnen in de betaling voorzien, op het einde van het mandaat van de voorzitter, van de leden van van de plaatsvervangers van de Geschillendienst, van een compenserende vergoeding rekening houdend met het verbod bedoeld in het tweede en derde lid. Deze vergoeding mag de helft van de brutobijslag van de voorzitter, van de leden of van de plaatsvervangers voor de twaalf maanden voorafgaand aan het einde van hun mandaat niet overtreffen.
   De voorzitter, de leden en de plaatsvervangers van de Geschillenkamer mogen geen aandelen, of andere met aandelen gelijk te stellen waardepapieren, uitgegeven door elektriciteitsbedrijven (andere dan zelfopwekkers) of gasbedrijven, bezitten, noch financiële instrumenten die de mogelijkheid bieden om dergelijke aandelen of waardepapieren te verwerven of over te dragen, of die aanleiding geven tot een betaling in contanten welke hoofdzakelijk afhankelijk is van de evolutie van de waarde van dergelijke aandelen of waardepapieren.
   Indien de voorzitter, een lid of een plaatsvervanger, rechtstreeks of onrechtstreeks, een tegengesteld belang heeft bij een geschil voorgelegd aan de Geschillenkamer, mag hij de betreffende beraadslagingen van de Geschillenkamer niet bijwonen, noch deelnemen aan de stemming. Hij moet de voorzitter, de overige leden van het directiecomité en/of de overige plaatsvervangers van de Geschillenkamer hierover vooraf inlichten, die daarvan melding moet maken in haar beslissing.
   De mandaten van de voorzitter, de leden en de plaatsvervangers van de Geschillendienst verstrijken wanneer zij de volle leeftijd van vijfenzestig jaar hebben bereikt.]2
   § 3. De Geschillenkamer beslist met een gemotiveerde administratieve beslissing over de aangelegenheden die bij haar aanhangig worden gemaakt, na de betrokken partijen te hebben gehoord. Zij kan overgaan of doen overgaan tot alle nuttige onderzoeken en kan, indien nodig, deskundigen aanwijzen en getuigen horen. Zij kan bewarende maatregelen opleggen in dringende gevallen.
   Bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad, bepaalt de Koning de procedureregels die van toepassing zijn voor de Geschillenkamer.]1
  [2 De Geschillenkamer doet uitspraak binnen twee maanden na de aanhangigmaking. Deze termijn kan met twee maanden worden verlengd ingeval de Geschillenkamer om bijkomende inlichtingen verzoekt. Een nieuwe verlenging van deze termijn is mogelijk mits akkoord van de aanvrager.
   De beslissing van de Geschillenkamer is dwingend, voor zover zij niet werd vernietigd ingevolge een beroep voor de bevoegde rechtbanken.]2
  ----------
  (1)<W 2009-05-06/03, art. 168, 024; Inwerkingtreding : 29-05-2009>
  (2)<W 2012-01-08/02, art. 43, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>

  HOOFDSTUK VIbis. - Rechtsmiddelen tegen de beslissingen genomen door de Commissie. <ingevoegd bij W 2005-07-27/32, art. 2 ; Inwerkingtreding : 01-02-2006>

  Afdeling 1. - Geschillen die ressorteren onder de bevoegdheid van het [1 Marktenhof]1. <ingevoegd bij W 2005-07-27/32, art. 2 ; Inwerkingtreding : 01-02-2006>
  ----------
  (1)<W 2016-12-25/14, art. 109, 043; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 29bis.(NOTA : oude artikel 29bis is 29octies geworden) <ingevoegd bij W 2005-07-27/32, art. 2 ; Inwerkingtreding : 01-02-2006> § 1. [1 Elke persoon die een belang aantoont kan bij het [3 Marktenhof]3, zetelend zoals in kort geding, een beroep instellen tegen alle beslissingen van de commissie, waaronder die welke hierna worden opgesomd :]1
  1° de beslissingen genomen met toepassing van artikel 23, § 2, tweede lid, 8°, betreffende de controle op de naleving door de netbeheerder van de bepalingen van artikel 9 en de uitvoeringsbesluiten ervan;
  2° de beslissingen genomen met toepassing van artikel 23, § 2, tweede lid, 9°, betreffende de controle op de toepassing van het technisch reglement bedoeld in artikel Marktenhof11 en de uitvoeringsbesluiten ervan (met uitzondering van de beslissingen bedoeld in artikel 29ter); <Erratum, B.S. 02-02-2007, p. 5514>
  3° de beslissingen genomen met toepassing van artikel 23, § 2, tweede lid, 10°, betreffende de controle op de uitvoering door de netbeheerder van het ontwikkelingsplan bedoeld in artikel 13 en de uitvoeringsbesluiten ervan;
  4° de beslissingen genomen met toepassing van artikel 23, § 2, tweede lid, 11°, betreffende de controle op en de evaluatie van de uitvoering van de openbare dienstverplichtingen bedoeld in artikel 21, eerste lid, 1° en de uitvoeringsbesluiten ervan en, desgevallend, betreffende de toepassing van de afwijkingen die zijn toegestaan krachtens artikel 21, eerste lid, 2°, en de uitvoeringsbesluiten ervan;
  5° de beslissingen genomen met toepassing van artikel 23, § 2, tweede lid, 13°, betreffende de goedkeuring van de berekeningsmethode en de controle van de berekeningen van de kosten en verliezen bedoeld in artikel 21, eerste lid, 3°, a) en de uitvoeringsbesluiten ervan;
  6° de beslissingen genomen met toepassing van artikel 23, § 2, tweede lid, 14° [1 ...]1);
  7° de beslissingen genomen met toepassing van de opdracht die zij uitoefent krachtens artikel 23, § 2, tweede lid, 14°bis, betreffende het toezicht op het feit dat de tarifering voor de levering van elektriciteit gericht is op het algemeen belang en zich in het globale energiebeleid integreert en in voorkomend geval betreffende het toezicht op de maximumprijzen die toepasselijk zijn op eindafnemers en distributeurs die eindafnemers bevoorraden die geen in aanmerking komende afnemers zijn;
  8° de beslissingen genomen met toepassing van artikel 23, § 2, tweede lid, 15°, betreffende de controle van de rekeningen van de ondernemingen uit de elektriciteitssector bedoeld in artikel 22 en de uitvoeringsbesluiten ervan;
  9° de beslissingen genomen met toepassing van artikel 31 (om een administratieve boete op te leggen); <W 2006-07-20/39, art. 137, 015; Inwerkingtreding : 07-08-2006>
  [2 10° De beslissingen genomen in toepassing van artikel 14, § 8, drieëntwintigste en vierentwintigste lid, van de wet van 11 april 2003 betreffende de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van splijtstoffen bestraald in deze kerncentrales;]2
  [4 11° De beslissing genomen met toepassing van artikel 7, § 3, vierde lid.]4
  § 2. De grond van de zaak wordt voorgelegd aan het [3 Marktenhof]3 dat uitspraak doet met volle rechtsmacht.
  ----------
  (1)<W 2012-01-08/02, art. 44, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>
  (2)<W 2016-12-25/04, art. 9, 042; Inwerkingtreding : 29-12-2016>
  (3)<W 2016-12-25/14, art. 109, 043; Inwerkingtreding : 09-01-2017>
  (4)<W 2017-07-13/07, art. 8, 045; Inwerkingtreding : 29-07-2017>

  Afdeling 2. - Geschillen die ressorteren onder de bevoegdheid van de [1 Belgische Mededingingsautoriteit]1. <ingevoegd bij W 2005-07-27/32, art. 2 ; Inwerkingtreding : 01-02-2006>
  ----------
  (1)<W 2013-04-03/18, art. 20, 030; Inwerkingtreding : 06-09-2013 (KB 2013-08-30/14, art. 1)>

  Art. 29ter.<ingevoegd bij W 2005-07-27/32, art. 2 ; Inwerkingtreding : 01-02-2006> Er kan een beroep worden ingesteld bij de [1 Belgische Mededingingsautoriteit]1 door elke persoon die een belang aantoont, tegen de beslissingen van de Commissie, genomen in toepassing van artikel 23, 2, tweede lid, 9°, betreffende de controle op de toepassing van het technisch reglement bedoeld in artikel 11 en de uitvoeringsbesluiten ervan, voorzover de beslissing de goedkeuring, de aanvraag tot herziening of de weigering tot goedkeuring betreft van :
  1° de beslissingen van de netbeheerder betreffende de toegang tot het transmissienet, bedoeld in artikel 15, behalve in geval van contractuele rechten en verbintenissen;
  2° de allocatiemethode of methoden voor de toewijzing van de beschikbare capaciteit op de interconnectoren voor de elektriciteitsuitwisselingen met de buitenlandse transmissienetten.
  ----------
  (1)<W 2013-04-03/18, art. 20, 030; Inwerkingtreding : 06-09-2013 (KB 2013-08-30/14, art. 1)>

  Art. 29quater.<ingevoegd bij W 2005-07-20/41, art. 67 ; Inwerkingtreding : 01-02-2006> [1 Het beroep bedoeld in artikel 29bis heeft geen schorsende werking, tenzij het is ingesteld tegen een beslissing van de commissie tot het opleggen van een administratieve boete. Het [2 Marktenhof]2 waarbij een beroep aanhangig wordt gemaakt, kan evenwel, alvorens recht te doen, de schorsing bevelen van de tenuitvoerlegging van de beslissing die het voorwerp uitmaakt van het beroep als de aanvrager ernstige middelen inroept die de vernietiging of hervorming van de beslissing kunnen rechtvaardigen en als de onmiddellijke tenuitvoerlegging ervan hem een ernstig en moeilijk te herstellen nadeel dreigt te berokkenen. Zo ook kunnen alle personen die een belang hebben een beroep aanhangig maken bij het [2 Marktenhof]2 en de schorsing vragen van de tenuitvoerlegging van alle beslissingen van de commissie genomen met toepassing van de artikel en 12 tot 12quinquies waardoor de commissie de wet zou overtreden. Op de vordering tot schorsing doet het hof uitspraak met voorrang boven alle andere zaken. Een vordering tot schorsing kan niet worden ingeleid zonder dat een vordering ten gronde wordt ingeleid.]1
  § 2. Het beroep wordt, op straffe van onontvankelijkheid, die ambtshalve wordt uitgesproken, ingesteld bij ondertekend verzoekschrift dat wordt neergelegd ter griffie van het hof van beroep te Brussel binnen een termijn van dertig dagen vanaf de kennisgeving van de beslissing of, voor de belanghebbenden aan wie de beslissing niet ter kennis is gebracht, binnen een termijn van dertig dagen vanaf de publicatie van de beslissing, of, bij ontstentenis van publicatie, binnen een termijn van dertig dagen vanaf de kennisneming ervan. Het verzoekschrift wordt ter griffie neergelegd in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn.
  § 3. [1 Binnen de drie werkdagen die volgen op de neerlegging van het verzoekschrift, wordt hiervan kennis gegeven via gerechtsbrief door de griffie van het hof van beroep aan alle partijen die door de verzoeker bij de zaak worden betrokken. De griffie van het hof van beroep vraagt het directiecomité van de commissie het administratief dossier betreffende de aangevochten akte bij de griffie neer te leggen, met het verzoekschrift. De neerlegging van het administratief dossier geschiedt ten laatste de dag van de inleidingszitting, zonder dat de termijn tussen de ontvangst van het verzoekschrift door de commissie en de inleidingszitting evenwel korter mag zijn dan tien dagen. In geval van uiterste hoogdringendheid kan het [2 Marktenhof]2 de termijn voor de indiening van het administratief dossier inkorten, zonder dat deze termijn evenwel korter mag zijn dan vijf dagen na de ontvangst van het verzoekschrift. Het administratief dossier kan door de partijen worden geraadpleegd bij de griffie van het hof van beroep vanaf de neerlegging ervan en tot de sluiting der debatten.]1
  § 4. Op ieder ogenblik kan het [2 Marktenhof]2 ambtshalve alle andere partijen, wier toestand beïnvloed dreigt te worden door de beslissing die het voorwerp uitmaakt van het beroep, uitnodigen in het geding tussen te komen.
  § 5. Deel IV, Boek II, Titel III, Hoofdstuk VIII van het Gerechtelijk Wetboek is van toepassing op de procedure voor het [2 Marktenhof]2.
  § 6. Het [2 Marktenhof]2 stelt de termijnen vast waarbinnen de partijen elkaar hun schriftelijke opmerkingen meedelen en een kopie ervan neerleggen ter griffie. Het hof bepaalt eveneens de datum van de debatten.
  Het [2 Marktenhof]2 beslist binnen een termijn van zestig dagen na de neerlegging van het in § 2 beoogde verzoekschrift.
  ----------
  (1)<W 2012-01-08/02, art. 45, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>
  (2)<W 2016-12-25/14, art. 109, 043; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 29quinquies.<ingevoegd bij W 2005-07-20/41, art. 68 ; Inwerkingtreding : 01-02-2006> § 1. Het beroep ingesteld bij de [1 Belgische Mededingingsautoriteit]1 is onderworpen aan de onderzoeksbepalingen en procedureregels met betrekking tot de restrictieve mededingingspraktijken, zoals bepaald in (de wetten van 10 juni 2006 tot bescherming van de economische mededinging en tot oprichting van een Raad voor de Mededinging). <W 2006-07-20/39, art. 116, 1°, 015; Inwerkingtreding : 01-10-2006>
  § 2. Het beroep wordt ingesteld bij de [1 Belgische Mededingingsautoriteit]1 binnen een termijn van dertig dagen vanaf de betekening van de beslissing of, voor de belanghebbenden aan wie de beslissing niet is betekend, binnen een termijn van dertig dagen vanaf de publicatie van de beslissing of, bij ontstentenis van publicatie, binnen een termijn van dertig dagen vanaf de kennisneming ervan.
  (De [1 Belgische Mededingingsautoriteit]1, opgericht door de wet van 10 juni 2006, beslist binnen een termijn van vier maanden.) <W 2006-07-20/39, art. 116, 2°, 015; Inwerkingtreding : 01-10-2006>
  ----------
  (1)<W 2013-04-03/18, art. 20, 030; Inwerkingtreding : 06-09-2013 (KB 2013-08-30/14, art. 1)>

  HOOFDSTUK VIter. - [1 Adviesraad Gas en Elektriciteit.]1
  ----------
  (1)<W 2014-05-08/23, art. 13, 037; Inwerkingtreding : 14-06-2014>

  Art. 29sexies.[1 § 1. Er wordt een Adviesraad Gas en Elektriciteit opgericht bij de commissie en de minister. Zijn zetel is gelegen in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad. De Adviesraad Gas en Elektriciteit stelt zijn huishoudelijk reglement vast, dat aan de Koning ter goedkeuring voorgelegd wordt.
   § 2. De Adviesraad Gas en Elektriciteit is samengesteld uit vertegenwoordigers van de federale regering, van werknemers-, werkgevers-, en middenstandsorganisaties, van milieuverenigingen, van producenten, van de netbeheerder, distributienetbeheerders, tussenpersonen, leveranciers en verbruikers. De gewestregeringen worden uitgenodigd om vertegenwoordigers af te vaardigen. Bij een besluit, vastgesteld na overleg in Ministerraad, bepaalt de Koning de samenstelling en de werking van de Adviesraad Gas en Elektriciteit.
   § 3. De Adviesraad Gas en Elektriciteit heeft als taak :
   1° op eigen initiatief of op verzoek van de minister aanbevelingen voor te stellen voor de toepassing van deze wet en de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen en de uitvoeringsbesluiten ervan;
   2° op eigen initiatief of op verzoek van de minister studies uitvoeren en adviezen uitbrengen over onderwerpen vallend onder diens bevoegdheid, hierbij inbegrepen de studies en adviezen van de commissie;
   3° antwoorden op iedere suggestie voor advies die aan hem wordt voorgelegd door de commissie; de commissie kan op gemotiveerde wijze de Adviesraad Gas en Elektriciteit verzoeken te antwoorden op deze suggestie binnen 40 dagen, na ontvangst van de suggestie, voor kwesties met betrekking tot adviezen gevraagd in het kader van de artikelen 19 en 32; te dien einde kunnen buitengewone vergaderingen van de Adviesraad Gas en Elektriciteit worden georganiseerd;
   4° een discussieforum te zijn over de doelstellingen en strategieën van het energiebeleid, meer bepaald over gas en elektriciteit.
   De Adviesraad Gas en Elektriciteit kan aan de commissie suggereren studies uit te voeren of adviezen uit te brengen.
   De definitieve versies van de adviezen en studies van de Adviesraad Gas en Elektriciteit zijn openbaar en worden gepubliceerd op de website van de Adviesraad Gas en Elektriciteit met volledig behoud van de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige gegevens en/of gegevens van persoonlijke aard.
   § 4. Voor de uitoefening van zijn opdrachten beschikt de Adviesraad Gas en Elektriciteit over een passend budget dat gedekt wordt door de commissie. De nadere regels van die dekking en de aard van de kosten van de Adviesraad kunnen worden toegelicht aan de hand van een akkoord tussen de commissie en de Adviesraad.
   § 5. De Adviesraad Gas en Elektriciteit geeft geen enkele instructie aan de commissie; hij handelt onafhankelijk van de commissie en omgekeerd.]1
  ----------
  (1)<W 2014-05-08/23, art. 14, 037; Inwerkingtreding : 14-06-2014>

  HOOFDSTUK VIquater. - Openbaarheid van de beslissingen van de Commissie. <ingevoegd bij W 2005-07-20/41, art. 69 ; Inwerkingtreding : 01-02-2006>

  Art. 29septies.<ingevoegd bij W 2005-07-20/41, art. 69 ; Inwerkingtreding : 01-02-2006> De definitieve versies van de beslissingen van het directiecomité [2 ...]2 van de commissie zijn openbaar en worden gepubliceerd op de website van de Commissie, www.creg.be, [1 waarbij de vertrouwelijkheid van de commercieel gevoelige informatie en/of persoonsgegevens wordt gevrijwaard]1.
  ----------
  (1)<W 2012-01-08/02, art. 47, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>
  (2)<W 2014-05-08/23, art. 15, 037; Inwerkingtreding : 14-06-2014>

  Art. 29octies.(oude art. 29bis; als 29octies vernummerd bij W 2005-07-27/32, art. 5; Inwerkingtreding : 01-02-2006) <Ingevoegd bij W 2001-07-16/31, art. 7, 003; Inwerkingtreding : 30-07-2001> § 1. De Koning kan op voorstel van de minister en tegen de voorwaarden die Hij bepaalt, de verplichting opleggen aan het geheel of aan objectief omschreven categorieën van operatoren op de energiemarkten, om aan (de Algemene Directie Energie), mededeling te doen van de noodzakelijke gegevens [1 voor de opvolging van de energieprijzen,]1 voor het opmaken van energiebalansen, alsook voor het periodiek opmaken van vooruitzichten op korte, middellange en lange termijn, die toelaten om de energieprestaties van het land te situeren in het internationaal kader en de behoeften te evalueren die zijn verbonden met de dekking van zijn energiebevoorrading en met de vermindering van zijn afhankelijkheid van energie, zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden van de commissie op het vlak van het verzamelen van gegevens bij de operatoren. <W 2005-06-01/32, art. 24, 010; Inwerkingtreding : 24-06-2005> <W 2005-07-27/32, art. 5, 011 ; Inwerkingtreding : 01-02-2006>
  § 2. De ambtenaren van (de Algemene directie Energie) zijn onderworpen aan het beroepsgeheim. De vertrouwelijkheid wordt gewaarborgd voor de individuele gegevens, verkregen in het kader van § 1 [1 alsook voor het geheel van de commercieel gevoelige gegevens en/of persoonsgegevens die door de Algemene Directie Energie werden verzameld in het kader van haar bevoegdheden krachtens deze wet en de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen alsook hun uitvoeringsbesluiten]1. Elk gebruik van de verzamelde gegevens voor andere doeleinden dan die welke bepaald zijn in § 1, is verboden. <W 2005-06-01/32, art. 24, 010; Inwerkingtreding : 24-06-2005>
  Elke inbreuk op het eerste lid wordt bestraft met de straffen, bepaald bij artikel 458 van het Strafwetboek. De bepalingen van Boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn van toepassing.
  ----------
  (1)<W 2012-01-08/02, art. 48, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>

  Art. 29novies. [1 De elektriciteitsbedrijven delen aan de Algemene Directie Energie op straffe van een dwangsom van een maximumbedrag van 1 % van de jaaromzet van de betrokken activiteit in België, alle informatie mede die voor haar noodzakelijk is voor het uitoefenen van haar opdrachten krachtens deze wet.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2012-01-08/02, art. 49, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>

  HOOFDSTUK VII. - Sancties, opheffings- en slotbepalingen.

  Art. 30.§ 1. Worden gestraft met gevangenisstraf van één maand tot één jaar en met geldboete van [1 1,24 tot 495,79 euro]1 of met één van deze straffen alleen :
  1° zij die de verificaties en onderzoeken van de commissie of van de Beroepskamer krachtens deze wet hinderen, weigeren hun informatie te verstrekken die zij gehouden zijn mee te delen krachtens deze wet, of hun bewust verkeerde of onvolledige informatie verstrekken;
  2° zij die de bepalingen van de artikelen 4, § 1, eerste lid, of 17, § 1, overtreden.
  § 2. De Koning kan strafsancties bepalen voor inbreuken op de bepalingen van de uitvoeringsbesluiten van deze wet die Hij aanduidt. Deze strafsancties mogen een gevangenisstraf van zes maanden en een geldboete van [1 495,79 euro]1 niet overschrijden.
  § 3. De bepalingen van het eerste boek van het Strafwetboek zijn van toepassing op de inbreuken bepaald in §§ 1 en 2. De vennootschappen zijn burgerlijk aansprakelijk voor de geldboeten waarvoor hun bestuurders, zaakvoerders of lasthebbers wegens dergelijke inbreuken worden veroordeeld.
  ----------
  (1)<W 2012-01-08/02, art. 50, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>

  Art. 30bis.<W 2008-12-22/32, art. 67, 023; Inwerkingtreding : 29-12-2008> § 1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, wijst de Koning de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie aan die bevoegd zijn om de inbreuken op deze wet en haar uitvoeringsbesluiten op te sporen en vast te stellen. Hun proces-verbaal heeft bewijskracht tot het tegenbewijs wordt geleverd.
  De in het eerste lid bedoelde ambtenaren kunnen :
  1° gebouwen, werkplaatsen en hun aanhorigheden tijdens de openings- of werkuren betreden, wanneer zulks voor de uitoefening van hun opdracht noodzakelijk is;
  2° alle dienstige vaststellingen doen, zich documenten, stukken, boeken en voorwerpen die bij de opsporing en vaststelling van inbreuken nodig zijn, doen vertonen en die in beslag nemen.
  Wanneer deze handelingen de kenmerken van een huiszoeking vertonen, mogen ze door de in het eerste lid bedoelde ambtenaren enkel worden gesteld met machtiging van de onderzoeksrechter of de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg die daartoe bij verzoekschrift is aangezocht.
  § 2. De Koning wijst de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie aan die bevoegd zijn voor de administratieve controle op de naleving van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten.
  § 3. Onverminderd artikel 8 van het Wetboek van Strafvordering, wijst de Koning de leden van het Directiecomité en de personeelsleden van de Commissie aan die bekleed zijn met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie.
  De leden bedoeld in het voorgaande lid zijn bevoegd om inbreuken [2 op artikel 20quater,]2 op [1 artikel 23, § 2, 3°, 3° bis, [3 4°,]3 5°, 19° tot 22°, 25° et 29°, op artikel 23bis, op artikel 23ter en op artikel 26, § 1, [3 evenals op artikelen 3, 4 en 5 van de Verordening (EU) nr. 1227/2011]3 wat betreft de uitvoering van de opdrachten van de commissie bedoeld in artikel 23, § 2, 3°, 3° bis, 19° tot 22°, 25° en 29°, artikel 23bis, artikel 23ter en artikel 26, § 1bis]1 op te sporen en vast te stellen, door middel van processen-verbaal die bewijs opleveren tot het tegendeel. Hiertoe kunnen zij :
  1° gebouwen, werkplaatsen en hun aanhorigheden tijdens de openings- of werkuren betreden, wanneer zulks voor de uitoefening van hun opdracht noodzakelijk is;
  2° alle dienstige vaststellingen doen, zich documenten, stukken, boeken en voorwerpen die bij de opsporing en vaststelling van inbreuken nodig zijn, doen vertonen en die in beslag nemen;
  3° alle inlichtingen verzamelen en alle geschreven of mondelinge verklaringen of getuigenissen afnemen;
  4° bijstand verlenen in het kader van de uitvoering van de beslissingen van de commissie.
  [3 Om de toepassing van de artikelen 3, 4 en 5 van de Verordening (EU) nr. 1227/2011 te garanderen kan de commissie eisen dat haar, in het kader van en met het oog op het onderzoek, bestaande overzichten van telefoon- en dataverkeer worden bezorgd.]3
  Wanneer die daden de kenmerken van een huiszoeking dragen, mogen ze alleen met toepassing van de artikelen 87 tot 90 van het Wetboek van Strafvordering worden gesteld.
  [3 Wanneer deze handelingen de kenmerken hebben van het afluisteren van telefoonverkeer, kunnen zij enkel gesteld worden met toepassing van de artikelen 90ter tot 90decies van het Wetboek van strafvordering.
   Wanneer een persoon een verklaring of gelijk welke schriftelijke of mondelinge getuigenis aflegt overeenkomstig paragraaf 3, tweede lid, 2°, wordt hij bijgestaan door een raadsman.]3
  De leden bedoeld in het eerste lid, kunnen voor de uitvoering van hun opdrachten een beroep doen op de openbare macht en beschikken over alle middelen die aan de agenten van de openbare macht worden toegekend. Onverminderd de bijzondere wetten die de geheimhouding van de verklaringen garanderen, zijn de openbare besturen gehouden hun bijstand te verlenen aan deze leden in de uitoefening van hun opdrachten. De leden kunnen eveneens de bijstand vorderen van de overtreder of van zijn aangestelden.
  De leden bedoeld in het eerste lid oefenen hun opdracht van officier van gerechtelijke politie uit volgens de regels bepaald door een koninklijk besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de Commissie. Zij leggen de eed af voor de Minister van Justitie, overeenkomstig de bepalingen in uitvoering van het decreet van 31 juli 1831. In hun hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, zijn zij onderworpen aan het toezicht van de procureur-generaal.
  ----------
  (1)<W 2012-01-08/02, art. 51, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>
  (2)<W 2012-08-25/04, art. 8, 028; Inwerkingtreding : 13-09-2012>
  (3)<W 2014-05-08/23, art. 16, 037; Inwerkingtreding : 14-06-2014>

  Art. 30ter. [1 Elke overtreding op de door deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan uitgevaardigde vertrouwelijkheidsregels wordt bestraft met de straffen bepaald bij artikel 458 van het Strafwetboek. De bepalingen van Boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn van toepassing.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2012-01-08/02, art. 52, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>

  Art. 31.Onverminderd de andere door deze wet voorziene maatregelen, kan de commissie elke in België gevestigde natuurlijke of rechtspersoon verplichten tot naleving van specifieke bepalingen [1 van deze wet, van de uitvoeringsbesluiten ervan, van latere wetten betreffende de tarieven of betreffende de bijdrage bedoeld in artikel 21bis of van alle andere bepalingen op de toepassing waarvan ze toeziet krachtens artikel 23, § 2, tweede lid, [2 4°,]2 8°]1 binnen de termijn bepaald door de commissie. Indien deze persoon bij het verstrijken van de termijn in gebreke blijft, kan de commissie, op voorwaarde dat de persoon werd gehoord of naar behoren werd opgeroepen, [2 in aanwezigheid van zijn raadsman]2 een administratieve geldboete opleggen. De geldboete mag, per kalenderdag, [1 niet lager zijn dan duizend tweehonderd veertig euro, noch hoger zijn dan ]1 [3 10]3 procent van de omzet die de betrokken persoon heeft gerealiseerd op de Belgische elektriciteitsmarkt tijdens het laatste afgesloten boekjaar [3 ...]3. [2 ...]2
  [2 Bovendien, indien deze persoon bij het verstrijken van de termijn, bepaald door de commissie, in gebreke blijft al de bepalingen na te leven op de toepassing waarvan de commissie toeziet krachtens artikel 23, § 2, tweede lid, 4°, kan de commissie, op voorwaarde dat de persoon werd gehoord of naar behoren werd opgeroepen in aanwezigheid van zijn raadsman, een dwangsom opleggen. De dwangsom mag, per kalenderdag, niet minder bedragen dan 250 euro, noch meer bedragen dan 50.000 euro, noch in het totaal 2.500.000 euro overschrijden.
   In het geval van recidive van een persoon die nalaat om zich in overeenstemming te brengen met de bepalingen waarover de commissie toezicht uitoefent op de naleving ervan uit hoofde van artikel 23, § 2, tweede lid, 4°, kan de commissie de geldboete en/of de dwangsom maximaal vermeerderen tot het dubbele van het maximale bedrag zoals bedoeld in het eerste en het tweede lid.
   De geldboete en de dwangsom worden ten gunste van de Schatkist geïnd door de Administratie bevoegd voor de niet-fiscale invordering binnen de FOD Financiën.]2
  [1 De administratieve boetes [2 en de dwangsommen]2 die door de commissie aan de netbeheerder worden opgelegd worden niet opgenomen in zijn kosten, maar worden afgetrokken van zijn billijke winstmarge.]1
  [1 De administratieve boetes [2 en de dwangsommen]2 die door de commissie aan de distributienetbeheerders worden opgelegd, worden niet opgenomen in hun kosten, maar worden afgetrokken van hun billijke winstmarge.
   De elektriciteitsbedrijven mogen aan hun afnemers het bedrag van de administratieve boetes [2 en de dwangsommen]2 die de commissie hen oplegt niet doorfactureren.]1
  ----------
  (1)<W 2012-01-08/02, art. 53, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>
  (2)<W 2014-05-08/23, art. 17, 037; Inwerkingtreding : 14-06-2014>
  (3)<W 2016-12-25/03, art. 2, 041; Inwerkingtreding : 08-01-2017>

  Art. 31/1.[1 § . 1. Ten einde de toepassing van de artikelen 3 tot 5 van de Verordening (EU) nr. 1227/2011 te garanderen en mits een voorafgaande machtiging van een onderzoeksrechter kunnen de personen bedoeld in artikel 30bis, § 3, eerste lid, op basis van een met redenen omklede beslissing, behalve in een privéwoning, het beslag bevelen op de activa die eigendom zijn van de persoon die het voorwerp uitmaakt van een door de commissie gevoerd onderzoek en die, ofwel het voorwerp uitmaken van de inbreuk die onderzocht wordt, ofwel die bestemd waren of bijgedragen hebben om de inbreuk in kwestie te begaan, ofwel een vermogensvoordeel vormen dat rechtstreeks uit de inbreuk gehaald wordt of er het equivalent van vormen.
   De personen bedoeld in artikel 30bis, § 3, eerste lid, vermelden in hun beslissing de feitelijke omstandigheden die het nemen van de maatregel rechtvaardigen en bij de motivering van hun beslissing houden zij rekening met de principes van proportionaliteit en subsidiariteit.
   Om dit bevel uit te voeren, kunnen de personen bedoeld in artikel 30bis, § 3, eerste lid, zo nodig de hulp vragen van het openbaar gezag.
   De uitvoering van de beslaglegging maakt het voorwerp uit van een proces-verbaal waaraan de inventaris van alle in beslag genomen activa wordt toegevoegd. In de mate van het mogelijke worden de activa geïndividualiseerd.
   § 2. De gemotiveerde beslissing van de beslagmaatregel, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, die genomen wordt door de personen bedoeld in artikel 30bis, § 3, eerste lid, vervalt van rechtswege, ofwel na afloop van de beroepstermijn tegen de beslissing van de commissie om een boete op te leggen en/of een dwangsom, overeenkomstig artikel 31, ofwel de eerste dag na de dag waarop het arrest van het [2 Marktenhof]2 is uitgesproken met betrekking tot de beslissing, genomen op basis van artikel 31, met toepassing van artikel 29bis.
   In afwijking van het eerste lid vervalt het beslag, met betrekking tot de activa die in de beslissing van de commissie of, desgevallend, van het [2 Marktenhof]2, beschouwd worden als een vermogensvoordeel dat rechtstreeks uit de inbreuk gehaald wordt of als het equivalent van dergelijk voordeel, enkel op het ogenblik waarop de geldboete en de dwangsom die opgelegd zijn met toepassing van artikel 31, integraal betaald zijn.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-05-08/23, art. 18, 037; Inwerkingtreding : 14-06-2014>
  (2)<W 2016-12-25/14, art. 109, 043; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 31/2. [1 Ten einde de toepassing van de artikelen 3 tot 5 van de Verordening (EU) nr. 1227/2011 te garanderen en mits een voorafgaande machtiging van een onderzoeksrechter kunnen de personen bedoeld in artikel 30bis, § 3, eerste lid, op basis van een met redenen omklede beslissing, aan een natuurlijke of rechtspersoon uit hoofde van wie er duidelijke aanwijzingen zijn van een inbreuk in de betekenis van de artikelen 3 tot 5 van de Verordening (EU) nr. 1227/2011, een tijdelijk verbod opleggen om beroepsactiviteiten uit te oefenen die een risico op nieuwe inbreuk van deze bepalingen inhouden en die in de beslissing worden uiteengezet.
   Het verbod kan enkel betrekking hebben op de natuurlijke en rechtspersonen die vermeld zijn in de beslissing van een persoon bedoeld in artikel 30bis, § 3, eerste lid, alsook op de beroepsactiviteiten die daarin nauwkeurig omschreven zijn.
   De personen bedoeld in artikel 30bis, § 3, eerste lid, vermelden in hun beslissing de feitelijke omstandigheden die het nemen van de maatregel rechtvaardigen en bij de motivering van hun beslissing houden zij rekening met de principes van proportionaliteit en subsidiariteit.
   Het verbod is geldig voor een termijn van drie maanden, eenmalig verlengbaar volgens dezelfde procedure.
   Het verbod begint pas te lopen op het ogenblik waarop de beslissing aan de betrokken persoon is betekend door een persoon bedoeld in artikel 30bis, § 3, eerste lid.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-05-08/23, art. 18, 037; Inwerkingtreding : 14-06-2014>

  Art. 31/3. [1 De sancties die in artikel 31 voorzien zijn mogen niet meer worden opgelegd binnen een termijn van meer dan 5 jaar te rekenen vanaf het begaan van de inbreuk op of van de schending van bepaalde bepalingen van deze wet, van haar uitvoeringsbesluiten, van latere wetten betreffende de tarieven of betreffende de bijdrage bedoeld in artikel 21bis, of van alle andere bepalingen waarvan zij toeziet op de toepassing ervan krachtens artikel 23, § 2, tweede lid, 4° en 8°.
   In het geval van voortdurende inbreuk op of van voortdurende schending van bepaalde bepalingen van deze wet, van haar uitvoeringsbesluiten, van latere wetten betreffende de tarieven of betreffende de bijdrage bedoeld in artikel 21bis, of van alle andere bepalingen waarvan zij toeziet op de toepassing ervan krachtens artikel 23, § 2, tweede lid, 4° en 8°, is de eerste dag van die termijn de dag waarop de inbreuk heeft opgehouden.
   Deze termijn wordt onderbroken telkens wanneer een onderzoeksdaad of een daad van administratieve repressiemaatregel wordt uitgeoefend ten aanzien van de betrokken persoon.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-05-08/23, art. 18, 037; Inwerkingtreding : 14-06-2014>

  Art. 32.In geval van een plotse crisis op de energiemarkt of wanneer de fysieke veiligheid van personen, de veiligheid of betrouwbaarheid van uitrusting of installaties of de integriteit van het transmissienet wordt bedreigd, kan de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, na advies van de commissie [1 en in overleg met de netbeheerder]1, de nodige beschermingsmaatregelen nemen, met inbegrip van tijdelijke afwijkingen van de bepalingen van deze wet.
  [1 Deze maatregelen moeten zo weinig mogelijk storingen veroorzaken in de werking van de Europese interne markt en mogen de draagwijdte niet overstijgen die strikt noodzakelijk is om de plotse moeilijkheden te verhelpen die zich hebben voorgedaan.
   De minister geeft onmiddellijk kennis van deze maatregelen aan de andere lidstaten van de Europese Unie en aan de Europese Commissie.]1
  ----------
  (1)<W 2012-01-08/02, art. 54, 026; Inwerkingtreding : 21-01-2012>

  Art. 33. De vennootschappen (...) met een sterke positie op de Belgische elektriciteitsmarkt dragen er zorg voor om in hun intern besluitvormingsproces aangepaste mechanismen in te bouwen teneinde te vermijden dat belangenconflicten in hoofde van verbonden of geassocieerde ondernemingen ertoe leiden dat beslissingen of strategieën worden aangenomen die de wezenlijke belangen van de consumenten of de correcte uitvoering van de openbare dienstverplichtingen van de betrokken onderneming kunnen schaden. <W 2005-06-01/32, art. 26, 010; Inwerkingtreding : 24-06-2005>
  De commissie doet aanbevelingen ter invulling van wat in het eerste lid is bepaald; zij inspireert zich hierbij op de beste praktijken van deugdelijk vennootschapsbestuur. De betrokken vennootschappen lichten de commissie in over het gevolg dat zij aan deze aanbevelingen geven; in voorkomend geval lichten zij haar de specifieke redenen toe op grond waarvan zij menen er van af te moeten wijken.
  Voor de toepassing van dit artikel wordt een onderneming geacht een sterke positie te hebben op de Belgische elektriciteitsmarkt wanneer zij een aandeel heeft van meer dan 25 procent van deze markt of een segment ervan.

  Art. 34. Het Nationaal Comité voor de Energie wordt opgeheven. Bij een in Ministerraad overlegd besluit, na advies van de commissie, regelt de Koning de ontbinding van deze instelling en alle kwesties waartoe deze aanleiding geeft, inzonderheid de overdracht van haar bevoegdheden, haar personeel en haar goederen, rechten en verplichtingen.

  Art. 35. De artikelen 168, 169 en 173, § 1, van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980 worden opgeheven.

  Art. 36. Bij een in Ministerraad overlegd besluit, na advies van de commissie, kan de Koning de nodige maatregelen treffen ter omzetting van de dwingende bepalingen die voortvloeien uit internationale verdragen, of uit internationale akten genomen krachtens dergelijke verdragen, en die de organisatie of de werking van de elektriciteitsmarkt betreffen.
  De besluiten die krachtens het eerste lid worden vastgesteld, kunnen de van kracht zijnde wettelijke bepalingen wijzigen, aanvullen, vervangen of opheffen.

  Art. 36bis. (opgeheven) <W 2006-02-13/41, art. 21, 014; Inwerkingtreding : 10-03-2006>

  Art. 37. <W 2005-06-01/32, art. 27, 010; Inwerkingtreding : 24-06-2005> § 1. De Koning kan de bepalingen van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt coördineren met de bepalingen die daarin uitdrukkelijk of stilzwijgend wijzigingen hebben aangebracht tot het tijdstip van de coördinatie.
  § 2. Te dien einde kan Hij :
  1° de te coördineren bepalingen anders inrichten, inzonderheid opnieuw ordenen en vernummeren;
  2° de verwijzingen in de te coördineren bepalingen dienovereenkomstig vernummeren;
  3° de te coördineren bepalingen met het oog op onderlinge overeenstemming en eenheid van terminologie herschrijven, zonder te raken aan de erin neergelegde beginselen;
  4° de verwijzingen naar de in de coördinatie opgenomen bepalingen die in andere niet in de coördinatie opgenomen bepalingen voorkomen, naar de vorm aanpassen.
  De coördinatie krijgt het volgende opschrift : " Elektriciteitswetboek ".

  Art. 38. De Koning regelt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de inwerkingtreding van de bepalingen van deze wet. (NOTA : Zie 1999-05-03/36).
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 29 april 1999.
ALBERT
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Landsverdediging, belast met Energie,
J.-P. PONCELET
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
T. VAN PARYS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
BEELD
  • WET VAN 18-03-2018 GEPUBL. OP 03-04-2018
    (GEWIJZIGD ART. : 21bis)
  • BEELD
  • WET VAN 31-07-2017 GEPUBL. OP 09-08-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 14/1; 14/2; 14/3; 14/4; 14/5)
  • BEELD
  • WET VAN 31-07-2017 GEPUBL. OP 09-08-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 14/1; 14/2; 14/3; 14/4) Inwerkingtreding nader te bepalen
  • BEELD
  • WET VAN 13-07-2017 GEPUBL. OP 19-07-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 6/2; 7; 12; 13/1; 29bis)
  • BEELD
  • WET VAN 13-07-2017 GEPUBL. OP 19-07-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 8; 12; 12quinquies; 19bis-19ter; 21bis; 23)
  • BEELD
  • WET VAN 25-12-2016 GEPUBL. OP 30-12-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 12; 12bis; 18bis; 28; 29bis; 29quater; 31/1)
  • BEELD
  • WET VAN 25-12-2016 GEPUBL. OP 29-12-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 26; 29bis)
  • BEELD
  • WET VAN 25-12-2016 GEPUBL. OP 29-12-2016
    (GEWIJZIGD ART. : 31)
  • BEELD
  • WET VAN 21-07-2016 GEPUBL. OP 26-09-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 7)
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 27-11-2015 GEPUBL. OP 10-12-2015
    (GEWIJZIGDE ART. : 12bis; 12ter; 12quater; 18bis)
  • BEELD
  • WET VAN 28-06-2015 GEPUBL. OP 06-07-2015
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 4ter; 12; 23)
  • BEELD
  • WET VAN 08-05-2014 GEPUBL. OP 04-06-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 6/1; 7; 9; 9bis; 10; 13/1; 18bis; 23; 24; 26; 29sexies; 29septies; 30bis; 31; 31/1-31/3)
  • BEELD
  • WET VAN 15-05-2014 GEPUBL. OP 02-06-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 5; 5bis; 7)
  • BEELD
  • WET VAN 15-05-2014 GEPUBL. OP 22-05-2014
    (GEWIJZIGD ART. : 21bis)
  • BEELD
  • WET VAN 26-03-2014 GEPUBL. OP 01-04-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 4bis; 7bis-7novies)
  • BEELD
  • WET VAN 26-12-2013 GEPUBL. OP 31-12-2013
    (GEWIJZIGDE ART. : 7; 21bis)
  • BEELD
  • WET VAN 26-12-2013 GEPUBL. OP 31-12-2013
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 4; 8; 10; 12bis; 18bis; 18ter; 20bis21; 21bis; 21ter; 23)
  • BEELD
  • ARREST GRONDWETTELIJK HOF VAN 07-08-2013 GEPUBL. OP 27-09-2013
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 9; 20bis; 24)
  • BEELD
  • ARREST GRONDWETTELIJK HOF VAN 09-07-2013 GEPUBL. OP 16-09-2013
    (GEWIJZIGDE ART. : 8; 21)
  • BEELD
  • WET VAN 28-06-2013 GEPUBL. OP 01-07-2013
    (GEWIJZIGD ART. : 7)
  • BEELD
  • WET VAN 03-04-2013 GEPUBL. OP 26-04-2013
    (GEWIJZIGDE ART. : 18; 23; 23bis; 23ter; 29ter; 29quinquies) Inwerkingtreding nader te bepalen
  • BEELD
  • WET VAN 27-12-2012 GEPUBL. OP 28-12-2012
    (GEWIJZIGDE ART. : 7; 21bis)
  • BEELD
  • WET VAN 25-08-2012 GEPUBL. OP 03-09-2012
    (GEWIJZIGDE ART. : 8; 10; 12quater; 18; 20bis)
  • BEELD
  • WET VAN 25-08-2012 GEPUBL. OP 03-09-2012
    (GEWIJZIGDE ART. : 20quater; 30bis) Inwerkingtreding nader te bepalen
  • BEELD
  • WET VAN 29-03-2012 GEPUBL. OP 30-03-2012
    (GEWIJZIGDE ART. : 7; 20bis)
  • BEELD
  • WET VAN 08-01-2012 GEPUBL. OP 11-01-2012
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 3; 4; 4bis; 5; 7; 8; 9; 9bis; 9ter; 9quater; 10; 11bis; 12; 12bis; 12ter; 12quater; 12quinquies; 12sexies-12novies; 13; 15; 18; 18bis; 18ter; 19; 20; 20bis; 20ter; 21; 21bis; 22; 22bis; 23; 23quater; 24; 25; 26; 27; 28; 29; 29bis; 29quater; 29sexies; 29septies; 29octies; 29novies; 30bis; 30ter; 31; 32)
  • BEELD
  • WET VAN 30-12-2009 GEPUBL. OP 31-12-2009
    (GEWIJZIGDE ART. : 12novies; 27)
  • BEELD
  • WET VAN 06-05-2009 GEPUBL. OP 19-05-2009
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 9TER; 13; 23; 28; 29; 4; 17; 23 )
  • BEELD
  • WET VAN 22-12-2008 GEPUBL. OP 29-12-2008
    (GEWIJZIGDE ART. : 21BIS-21QUATER; 30BIS)
  • BEELD
  • WET VAN 22-12-2008 GEPUBL. OP 29-12-2008
    (GEWIJZIGD ART. : 7)
  • BEELD
  • WET VAN 08-06-2008 GEPUBL. OP 16-06-2008
    (GEWIJZIGDE ART. : 23; 23BIS; 23TER; 26; 12OCTIES)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 20-12-2007 GEPUBL. OP 12-02-2008
    (GEWIJZIGD ART. : 22BIS)
  • BEELD
  • WET VAN 21-12-2007 GEPUBL. OP 31-12-2007
    (GEWIJZIGD ART. : 12)
  • BEELD
  • WET VAN 16-03-2007 GEPUBL. OP 26-03-2007
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 12QUAT; 21BIS; 21TER; 23; 27)
  • BEELD
  • WET VAN 01-07-2006 GEPUBL. OP 12-01-2007
    (GEWIJZIGDE ART. : 23; 29BIS)
  • BEELD
  • WET VAN 27-12-2006 GEPUBL. OP 28-12-2006
    (GEWIJZIGDE ART. : 21BIS; 21TER)
  • BEELD
  • WET VAN 20-07-2006 GEPUBL. OP 28-07-2006
    (GEWIJZIGDE ART. : 29QUI; 2; 12; 12QUA; 12NOV; 22BIS)
    (GEWIJZIGDE ART. : 23; 24; 25; 26; 29BIS)
    (GEWIJZIGDE ART. : 23; 24; 25)
  • BEELD
  • WET VAN 13-02-2006 GEPUBL. OP 10-03-2006
    (GEWIJZIGD ART. : 36BIS)
  • BEELD
  • WET VAN 23-12-2005 GEPUBL. OP 30-12-2005
    (GEWIJZIGD ART. : 21TER)
  • BEELD
  • WET VAN 20-07-2005 GEPUBL. OP 29-07-2005
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 4; 7; 21BIS; 21TER; 12; 20; 21)
    (GEWIJZIGD ART. : 29QUATER-29SEPTIES)
  • BEELD
  • WET VAN 27-07-2005 GEPUBL. OP 29-07-2005
    (GEWIJZIGDE ART. : 29BIS; 29TER; 28; 23; 29; 29OCTIE)
  • BEELD
  • WET VAN 01-06-2005 GEPUBL. OP 14-06-2005
    (GEWIJZIGDE ART. : 4; 17; 23) Inwerkingtreding nader te bepalen
  • BEELD
  • WET VAN 01-06-2005 GEPUBL. OP 14-06-2005
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 5; 8; 9; 9TER; 15; 16; 18; 20-22)
    (GEWIJZIGDE ART. : 23; 24-26; 29BIS; 30BIS; 33; 37; 6)
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 12; 12TER-12NOV; 13; 23)
  • BEELD
  • WET VAN 27-12-2004 GEPUBL. OP 31-12-2004
    (GEWIJZIGDE ART. : 21; 22BIS)
  • BEELD
  • WET VAN 22-12-2003 GEPUBL. OP 31-12-2003
    (GEWIJZIGDE ART. : 12; 12BIS; 21)
  • BEELD
  • WET VAN 20-03-2003 GEPUBL. OP 04-04-2003
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 3; 7; 8; 9; 11; 13; 15; 18; 20; 21; )
    (GEWIJZIGDE ART. : 22; 23; 23BIS; 24; 25; 26; 27; 37)
    (GEWIJZIGD ART. : 16)
  • BEELD
  • WET VAN 14-01-2003 GEPUBL. OP 28-02-2003
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 9BIS; 10; 12; 31)
  • BEELD
  • WET VAN 31-01-2003 GEPUBL. OP 28-02-2003
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 4; 23)
  • BEELD
  • WET VAN 24-12-2002 GEPUBL. OP 31-12-2002
    (GEWIJZIGDE ART. : 12BIS; 12; 21)
  • BEELD
  • WET VAN 30-12-2001 GEPUBL. OP 31-12-2001
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 8; 12; 36BIS)
  • BEELD
  • WET VAN 16-07-2001 GEPUBL. OP 20-07-2001
    (GEWIJZIGDE ART. : 9; 22; 23; 24; 29; 29BIS; 30BIS)
  • BEELD
  • WET VAN 12-08-2000 GEPUBL. OP 31-08-2000
    (GEWIJZIGD ART. : 25)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Gewone zitting 1998-1999. Kamer van volksvertegenwoordigers. Parlementaire stukken. - Wetsontwerp, nr. 1933/1. - Amendementen, nrs. 1933/2 tot 9. - Verslag, nr. 1933/10. - Tekst aangenomen door de Commissie, nr. 1933/11. - Amendementen, nr. 1933/12. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden door de Senaat, nr. 1933/13. Handelingen van de Kamer van volksvertegenwoordigers. - 9 en 11 maart 1999. Senaat. Parlementaire stukken. - Ontwerp overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers, nr. 1308/1. - Amendementen, nrs. 1308/2 en 3. - Verslag, nr. 1308/4. - Tekst aangenomen door de commissie, nr. 1308/5. - Amendementen, nrs. 1308/6 en 7. - Beslissing niet te amenderen, nr. 1308/8. Handelingen van de Senaat. - 22 april 1999.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 177 uitvoeringbesluiten 46 gearchiveerde versies
    Franstalige versie