J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 9 uitvoeringbesluiten 1 gearchiveerde versie
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1999/04/22/1999015146/justel

Titel
22 APRIL 1999. - Wet betreffende de exclusieve economische zone van België in de Noordzee.

Bron :
BUITENLANDSE ZAKEN.BUITENLANDSE HANDEL.ONTWIKKELINGSSAMENWERKING
Publicatie : 10-07-1999 nummer :   1999015146 bladzijde : 26491   BEELD
Dossiernummer : 1999-04-22/47
Inwerkingtreding : 20-07-1999

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1
HOOFDSTUK I. - De exclusieve economische zone.
Art. 2-3
HOOFDSTUK II. - Rechtsregime van de exclusieve economische zone
Art. 4-5
HOOFDSTUK III. - Over levende rijkdommen en visvangst
Afdeling I.
Art. 6-9
Afdeling II.
Art. 10-15
Afdeling III.
Art. 16-24
Afdeling IV.
Art. 25
HOOFDSTUK IV. - Over niet-levende rijkdommen "
Art. 26-36
HOOFDSTUK V. - Over kunstmatige eilanden, installaties en inrichtingen.
Art. 37-39
HOOFDSTUK VI. - Over wetenschappelijk zeeonderzoek.
Art. 40-45
HOOFDSTUK VII. - Over de bescherming van het mariene milieu.
Art. 46
HOOFDSTUK VIII. - Over het douane-, fiscale, gezondheids- en immigratietoezicht
Art. 47-50
HOOFDSTUK IX. - Wijzigingen aan het Gerechtelijk Wetboek.
Art. 51-54
HOOFDSTUK X. - Strafbepalingen.
Art. 55-62

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Deze wet regelt aangelegenheden zoals bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

  HOOFDSTUK I. - De exclusieve economische zone.

  Art. 2. Buiten de Belgische territoriale zee en hieraan grenzend, wordt een exclusieve economische zone, hierna aangeduid als EEZ, ingesteld die de wateren boven de zeebodem, de zeebodem en de ondergrond daarvan omvat.

  Art. 3. De EEZ van België omvat het deel van de Noordzee waarvan de buitengrens wordt bepaald door een lijn bestaande uit segmenten die de volgende, in coördinaten uitgedrukte punten, verbindt, in de volgorde zoals hieronder aangegeven:

  1. 51°16'09'N        02°23'25"      O
  2. 51°33'28"N        02°14'18"      O
  3. 51°36'47"N        02°15'12"      O
  4. 51°48'18"N        02°28'54"      O
  5. 51°52'34,012"N    02°32'21,599"  O
  6. 51°33'06"N        03°04'53"      O


  De ligging van de in dit artikel opgesomde punten is uitgedrukt in breedte en lengte volgens het Europees geodetisch systeem (1e vereffening 1950).

  HOOFDSTUK II. - Rechtsregime van de exclusieve economische zone

  Art. 4. De EEZ is onderworpen aan het bijzonder rechtsregime ingesteld bij deze wet. In de EEZ bezit het Koninkrijk België:
  1) soevereine rechten ten behoeve van de exploratie en exploitatie, het behoud en het beheer van de natuurlijke rijkdommen, levend en niet-levend, van de wateren boven de zeebodem en van de zeebodem en de ondergrond daarvan, en met betrekking tot andere activiteiten voor de economische exploratie en exploitatie van de zone, zoals de opwekking van energie uit het water, de stromen en de winden;
  2) rechtsmacht ten aanzien van:
  a. de bouw en het gebruik van kunstmatige eilanden, installaties en inrichtingen;
  b. het wetenschappelijk zeeonderzoek;
  c. de bescherming en het behoud van het mariene milieu;
  3) andere rechten overeenkomstig het internationaal recht.

  Art. 5. Bij het uitoefenen van haar rechten in de EEZ houdt België terdege rekening met de rechten en plichten van andere Staten in het bijzonder met de vrijheid van de scheepvaart en het overvliegen, de vrijheid van onderzeese kabels en pijpleidingen te leggen alsook met de vrijheid de zee te gebruiken voor andere internationaal rechtmatige doeleinden met betrekking tot deze vrijheden en verenigbaar met andere bepalingen van het internationaal recht.

  HOOFDSTUK III. - Over levende rijkdommen en visvangst

  Afdeling I.

  Art. 6. Artikel 1, eerste lid, van de wet van 12 april 1957 waarbij de Koning wordt gemachtigd maatregelen voor te schrijven ter bescherming van de biologische hulpbronnen van de zee, gewijzigd bij de wet van 18 juli 1973, wordt vervangen door de volgende bepaling:
  " De Koning neemt de nodige maatregelen ter bescherming van de biologische hulpbronnen zowel in volle zee als in de exclusieve economische zone en in de territoriale zee. "

  Art. 7. Artikel 2 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling:
  " Art. 2. § 1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van de gerechtelijke politie zijn de waterschouten en hun agenten, de ambtenaren en agenten van de Dienst Zeevisserij van het ministerie van Middenstand en Landbouw, aangeduid door de minister die de landbouw onder zijn bevoegdheid heeft, de gezagvoerders van de visserijwachtvaartuigen of hun aangestelden, de gezagvoerders van de patrouillevaartuigen en -vliegtuigen van de Staat of hun aangestelden, de daartoe gemandateerde officieren en onderofficieren van de Marine en de ambtenaren van de Administratie der Douane en Accijnzen binnen de grenzen van artikel 168 van de algemene wet inzake de douane en accijnzen van 18 juli 1977, gelast te waken over de toepassing van de krachtens artikel 1 voorgeschreven maatregelen en, onder meer, overtredingen daarvan op te sporen en ze vast te stellen in processenverbaal die bewijswaarde hebben tot het tegendeel is bewezen.
  Zij hebben te dien einde het recht zich te allen tijde aan boord der vissersvaartuigen te begeven, de overlegging van alle scheepspapieren en alle bewijsstukken te eisen alsmede zich te begeven in alle lokalen en plaatsen aan boord waar zich visserijproducten of vistuig kunnen bevinden. Zij mogen alle documenten en bewijsstukken voor onderzoek in beslag nemen.
  In geval van ontdekking op heterdaad mogen zij, met het doel een vervolging in te stellen en met instemming van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, het vissersvaartuig naar een Belgische haven opbrengen of laten opbrengen op kosten en risico van de eigenaar of exploitant en, voor zover nodig, het vissersvaartuig voor rekening en risico van de eigenaar of exploitant aan de ketting leggen.
  In geval zij ernstige redenen hebben om te geloven dat er inbreuken zijn begaan, mogen zij, met instemming van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, het vissersvaartuig naar een Belgische haven opbrengen of laten opbrengen, op kosten en risico van de eigenaar of exploitant. Wanneer vervolgens een inbreuk wordt vastgesteld, mogen zij, voor zover nodig, het vissersvaartuig voor rekening en risico van de eigenaar of de exploitant aan de ketting leggen.
  Wanneer een vissersvaartuig in overeenstemming met de beschikkingen van deze wet aan de ketting is gelegd, wordt het vissersvaartuig onmiddellijk vrijgegeven in ruil voor het stellen door de eigenaar of de persoon die voor diens rekening handelt, van een borgsom of een bankgarantie geboden door een in België gevestigde bank overeenkomende met een bedrag dat vastgesteld wordt door de verbalisant en niet meer mag belopen dan de in deze wet vastgestelde maximumgeldboete, verhoogd met de opdeciemen. De borgsom of de bankgarantie dient te worden afgegeven, tegen afgifte van een ontvangstbewijs, in handen van de verbalisant die deze in bewaring geeft bij een gerechtelijk agentschap van de Deposito- en Consignatiekas.
  De geldboete die is opgelegd door een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing alsmede alle andere kosten worden op de borgsom verhaald. Het overblijvende gedeelte wordt onmiddellijk terugbetaald. De rente van de in consignatie gegeven som wordt bij de borgsom gevoegd.
  In geval van het aan de ketting leggen van een vreemd vissersvaartuig, wordt de vlaggestaat via zijn diplomatieke vertegenwoordiger onverwijld in kennis gesteld van de genomen maatregelen en van de eventuele daarna opgelegde straffen.
  § 2. Wanneer een inbreuk wordt vastgesteld, hebben zij bovendien het recht onmiddellijk beslag te leggen op de visserijproducten, het vistuig en andere productiemiddelen. Ze mogen de in beslag genomen visserijproducten terug in zee doen werpen.
  Zij mogen de in beslag genomen visserijproducten, die in de handel mogen worden gebracht overeenkomstig de geldende Europese of nationale reglementeringen en voor zover zulks verenigbaar is met de volksgezondheid, openbaar verkopen. De ontvangen som wordt op de griffie van de bevoegde rechtbank gedeponeerd totdat over het misdrijf een eindbeslissing is genomen. Dit bedrag treedt in de plaats van de in beslag genomen visserijproducten zowel voor wat de verbeurdverklaring als voor wat de eventuele teruggave betreft.
  Zij mogen de in beslag genomen visserijproducten die niet in de handel mogen worden gebracht overeenkomstig de geldende Europese of nationale reglementeringen maar die voldoen aan de eisen van de volksgezondheid schenken aan een instelling van weldadigheid of tot een ander gebruik bestemmen.
  Indien de in beslag genomen visserijproducten niet voldoen aan de eisen van de volksgezondheid, mogen ze niet voor menselijke consumptie in aanmerking komen en moeten ze ontaard, verwerkt en tot een ander gebruik bestemd, hetzij vernietigd worden, alles op kosten van de overtreder.
  Zij mogen het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen teruggeven aan de overtreder tegen het stellen van een borgsom of een bankgarantie geboden door een in België gevestigde bank overeenkomende met een bedrag dat vastgesteld wordt door de verbalisant en niet meer mag belopen dan één vijfde van de in deze wet vastgestelde maximumgeldboete, verhoogd met de opdeciemen.
  Evenwel kan van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt worden indien het vistuig of productiemiddelen betreft die niet voldoen aan de geldende Europese of nationale reglementering.
  Het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen worden in bewaring gegeven bij de griffie van de bevoegde rechtbank. De borgsom of de bankgarantie dient te worden afgegeven, tegen afgifte van een ontvangstbewijs, in handen van de verbalisant die deze op de griffie van de rechtbank deponeert totdat over het misdrijf een eindbeslissing is genomen. Dit bedrag treedt in de plaats van het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen zowel voor wat de verbeurdverklaring als voor wat de eventuele teruggave betreft.
  § 3. Bij veroordeling kan de rechtbank altijd de verbeurdverklaring van de in beslag genomen visserijproducten, vistuig en andere productiemiddelen bevelen.
  De verbeurdverklaring wordt steeds uitgesproken en de vernietiging wordt steeds bevolen wanneer het vistuig of productiemiddelen betreft die niet voldoen aan de geldende Europese of nationale reglementering en wanneer de aard van het visserijproduct dit vergt.
  De vernietiging door de rechtbank bevolen, gebeurt op kosten van de veroordeelde. ".

  Art. 8. Artikel 3 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 23 februari 1971, wordt vervangen door de volgende bepaling
  " Art. 3. Wordt gestraft met geldboete van duizend vijfhonderd frank tot honderdduizend frank:
  1° hij die krachtens deze wet genomen besluiten overtreedt;
  2° hij die zich verzet tegen bezoeken, inspecties, controles, monsternemingen of vragen naar inlichtingen of documenten door de in artikel 2, § 1 bedoelde overheden;
  3° hij die wetens onjuiste inlichtingen of documenten verstrekt;
  4° hij die weigert te gehoorzamen aan de bevelen welke door de in artikel 2, § 1 bedoelde overheden krachtens deze wet of haar uitvoeringsbesluiten worden gegeven.
  Wordt gestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot één jaar en met geldboete voorzien in dit artikel, of met één van die straffen alleen, diegene die in de territoriale zee een in het eerste lid vermelde overtreding begaat.
  Indien de overtreding wordt begaan tussen zonsondergang en zonsopgang of bij herhaling binnen drie jaar na de vorige veroordeling wegens één der misdrijven bedoeld in het eerste en het tweede lid, kunnen de hierboven voorziene straffen tot het dubbele van het maximum worden gebracht.
  Hij wordt tevens veroordeeld tot betaling van alle gemaakte kosten met inbegrip van de kosten voortvloeiend uit de inbeslagname van vistuig en productiemiddelen.
  De bepalingen van boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn op de in dit artikel bepaalde misdrijven van toepassing. ".

  Art. 9. Artikel 4 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling:
  " Art. 4. Alleen de correctionele rechtbanken van Antwerpen, Brugge, Brussel en Veurne zijn bevoegd om kennis te nemen van de inbreuken tegen deze wet en haar uitvoeringsbesluiten. ".

  Afdeling II.

  Art. 10. Artikel 1 van de wet van 10 oktober 1978 houdende vaststelling van een Belgische visserijzone, wordt vervangen door de volgende bepaling:
  " Artikel 1. Buiten de Belgische territoriale zee wordt een nationale visserijzone ingesteld waarvan de grenzen deze zijn van de exclusieve economische zone. ".

  Art. 11. Artikel 3, tweede lid van dezelfde wet wordt vervangen door het volgende lid:
  " Dit verbod geldt evenwel onder voorbehoud van de rechten die voor vreemde schepen voortvloeien uit het Verdrag tot oprichting van de Europese Unie en uit de terzake toepasselijke regels van het internationaal recht. ".

  Art. 12. Artikel 4 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 30 juni 1983, wordt vervangen door de volgende bepaling:
  " Art. 4. § 1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van de gerechtelijke politie zijn de waterschouten en hun agenten, de ambtenaren en agenten van de Dienst Zeevisserij van het ministerie van Middenstand en Landbouw, aangeduid door de minister die de landbouw onder zijn bevoegdheid heeft, de gezagvoerders van de visserijwachtvaartuigen of hun aangestelden, de gezagvoerders van de patrouillevaartuigen en -vliegtuigen van de Staat of hun aangestelden, de daartoe gemandateerde officieren en onderofficieren van de Marine en de ambtenaren van de Administratie der Douane en Accijnzen binnen de grenzen van artikel 168 van de algemene wet inzake de douane en accijnzen van 18 juli 1977 belast met het toezicht op de toepassing van deze wet en krachtens deze wet genomen besluiten en, onder meer, overtredingen daarvan op te sporen en ze vast te stellen in processenverbaal die bewijswaarde hebben tot het tegendeel is bewezen.
  Zij hebben te dien einde het recht zich te allen tijde aan boord der vissersvaartuigen te begeven, de overlegging van alle scheepspapieren en alle bewijsstukken te eisen alsmede zich te begeven in alle lokalen en plaatsen aan boord waar zich visserijproducten of vistuig kunnen bevinden. Zij mogen alle documenten en bewijsstukken voor onderzoek in beslag nemen.
  In geval van ontdekking op heterdaad mogen zij, met het doel een vervolging in te stellen en met instemming van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, het vissersvaartuig naar een Belgische haven opbrengen of laten opbrengen op kosten en risico van de.
  eigenaar of exploitant en, voor zover nodig, het vissersvaartuig voor rekening en risico van de eigenaar of exploitant aan de ketting leggen.
  In geval zij ernstige redenen hebben om te geloven dat er inbreuken zijn begaan, mogen zij, met instemming van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Brugge het vissersvaartuig naar een Belgische haven opbrengen of laten opbrengen, op kosten en risico van de eigenaar of exploitant. Wanneer vervolgens een inbreuk wordt vastgesteld, mogen zij, voor zover nodig, het vissersvaartuig voor rekening en risico van de eigenaar of de exploitant aan de ketting leggen.
  § 2. Wanneer een inbreuk wordt vastgesteld, hebben zij bovendien het recht onmiddellijk beslag te leggen op de visserijproducten, het vistuig en andere productiemiddelen. Ze mogen de in beslag genomen visserijproducten terug in zee doen werpen.
  Zij mogen de in beslag genomen visserijproducten, die in de handel mogen worden gebracht overeenkomstig de geldende Europese of nationale reglementeringen en voor zover zulks verenigbaar is met de volksgezondheid, openbaar verkopen. De ontvangen som wordt op de griffie van de bevoegde rechtbank gedeponeerd totdat over het misdrijf een eindbeslissing is genomen. Dit bedrag treedt in de plaats van de in beslag genomen visserijproducten zowel voor wat de verbeurdverklaring als voor wat de eventuele teruggave betreft.
  Zij mogen de in beslag genomen visserijproducten die niet in de handel mogen worden gebracht overeenkomstig de geldende Europese of nationale reglementeringen, maar die voldoen aan de eisen van de volksgezondheid schenken aan een instelling van weldadigheid of tot een ander gebruik bestemmen.
  Indien de in beslag genomen visserijproducten niet voldoen aan de eisen van de volksgezondheid, mogen ze niet voor menselijke consumptie in aanmerking komen en moeten ze ontaard, verwerkt en tot een ander gebruik bestemd, hetzij vernietigd worden, alles op kosten van de overtreder.
  Zij mogen het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen teruggeven aan de overtreder tegen het stellen van een borgsom of een bankgarantie geboden door een in België gevestigde bank overeenkomende met een bedrag dat vastgesteld wordt door de verbalisant en niet meer mag belopen dan één vijfde van de in deze wet vastgestelde maximumgeldboete, verhoogd met de opdeciemen.
  Evenwel kan van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt worden indien het vistuig of productiemiddelen betreft die niet voldoen aan de geldende Europese of nationale reglementering.
  Het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen worden in bewaring gegeven bij de griffie van de bevoegde rechtbank. De borgsom of de bankgarantie dient te worden afgegeven tegen afgifte van een ontvangstbewijs, in handen van de verbalisant die deze op de griffie van de rechtbank deponeert totdat over het misdrijf een eindbeslissing is genomen. Dit bedrag treedt in de plaats van het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen zowel voor wat de verbeurdverklaring als voor wat de eventuele teruggave betreft.
  § 3. Bij veroordeling kan de rechtbank altijd de verbeurdverklaring van de in beslag genomen visserijproducten, vistuig en andere productiemiddelen bevelen.
  De verbeurdverklaring wordt steeds uitgesproken en de vernietiging wordt steeds bevolen wanneer het vistuig of productiemiddelen betreft die niet voldoen aan de geldende Europese of nationale reglementering en wanneer de aard van het visserijproduct dit vergt.
  De vernietiging door de rechtbank bevolen, gebeurt op kosten van de veroordeelde. ".

  Art. 13. Artikel 5 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling:
  " Art. 5. Wanneer een vissersvaartuig in overeenstemming met de beschikkingen van deze wet aan de ketting is gelegd, wordt het vissersvaartuig onmiddellijk vrijgegeven in ruil voor het stellen door de eigenaar of de persoon die voor diens rekening handelt, van een borgsom of een bankgarantie geboden door een in België gevestigde bank overeenkomende met een bedrag dat vastgesteld wordt door de verbalisant en niet meer mag belopen dan de in deze wet vastgestelde maximumgeldboete, verhoogd met de opdeciemen. De borgsom of de bankgarantie dient te worden afgegeven, tegen afgifte van een ontvangstbewijs, in handen van de verbalisant die deze in bewaring geeft bij een gerechtelijk agentschap van de Deposito- en Consignatiekas.
  De geldboete die is opgelegd door een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing alsmede alle andere kosten, worden op de borgsom verhaald. Het overblijvend gedeelte wordt onmiddellijk terugbetaald. De rente van de in consignatie gegeven som wordt bij de borgsom gevoegd.
  In geval van het aan de ketting leggen van een vreemd vissersvaartuig, wordt de vlaggestaat via zijn diplomatieke vertegenwoordiger onverwijld in kennis gesteld van de genomen maatregelen en van de eventuele daarna opgelegde straffen. ".

  Art. 14. Artikel 6 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 30 juni 1983, wordt vervangen door de volgende bepaling:
  " Art. 6. Wordt gestraft met geldboete van duizend vijfhonderd frank tot honderdduizend frank:
  1° hij die deze wet of de krachtens deze wet genomen besluiten overtreedt;
  2° hij die zich verzet tegen bezoeken, inspecties, controles, monsternemingen of vragen naar inlichtingen of documenten door de in artikel 4, paragraaf 1 bedoelde overheden;
  3° hij die wetens onjuiste inlichtingen of documenten verstrekt;
  4° hij die weigert te gehoorzamen aan de bevelen welke door de in artikel 4, paragraaf 1 bedoelde overheden krachtens deze wet of haar uitvoeringsbesluiten worden gegeven.
  Indien de overtreding wordt begaan tussen zonsondergang en zonsopgang of bij herhaling binnen drie jaar na de vorige veroordeling wegens één der misdrijven bedoeld in het eerste lid, kunnen de hierboven voorziene straffen tot het dubbele van het maximum worden gebracht.
  Hij wordt tevens veroordeeld tot betaling van alle gemaakte kosten, met inbegrip van de kosten voortvloeiend uit de inbeslagname van vistuig en productiemiddelen.
  De bepalingen van Boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn op de in dit artikel bepaalde misdrijven van toepassing. ".

  Art. 15. Artikel 7 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling:
  " Art. 7. Alleen de correctionele rechtbanken van Antwerpen, Brugge, Brussel en Veurne zijn bevoegd om kennis te nemen van de inbreuken tegen deze wet en haar uitvoeringsbesluiten. ".

  Afdeling III.

  Art. 16. Het opschrift van de wet van 19 augustus 1891 betreffende de zeevisvangst in de territoriale wateren, wordt vervangen door het volgende opschrift:
  " Wet van 19 augustus 1891 betreffende de zeevisserij in de territoriale zee ".

  Art. 17. Artikel 1 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling:
  " Artikel 1. Het uitoefenen van de visserij in de territoriale zee valt onder de rechtsmacht van België.
  Worden als daden van visserij beschouwd:
  1. het vangen of de poging tot het vangen van vis, week- of schaaldieren;
  2. het vernietigen of wegnemen van kuit, van het broedsel en het oesterbroed.
  Voor vreemde vissersvaartuigen geldt visserijverbod in de territoriale zee.
  Dit verbod geldt evenwel onder voorbehoud van de rechten die voor vreemde schepen voortvloeien uit het Verdrag tot oprichting van de Europese Unie en uit de terzake toepasselijke regels van het internationaal recht. ".

  Art. 18. Artikel 3 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling:
  " Art. 3. § 1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van de gerechtelijke politie zijn de waterschouten en hun agenten, de ambtenaren en agenten van de Dienst Zeevisserij van het Ministerie van Middenstand en Landbouw, aangeduid door de minister die de landbouw onder zijn bevoegdheid heeft, de gezagvoerders van de visserijwachtvaartuigen of hun aangestelden, de gezagvoerders van de patrouillevaartuigen en -vliegtuigen van de Staat of hun aangestelden, de daartoe gemandateerde officieren en onderofficieren van de Marine en de ambtenaren van de Administratie der Douane en Accijnzen binnen de grenzen van artikel 168 van de algemene wet inzake de douane en accijnzen van 18 juli 1977, belast met het toezicht op de toepassing van deze wet of van zijn uitvoeringsbesluiten en, onder meer, overtredingen daarvan op te sporen en ze vast te stellen in processen-verbaal die bewijswaarde hebben tot het tegendeel is bewezen.
  Zij hebben te dien einde het recht zich te allen tijde aan boord der vissersvaartuigen te begeven, de overlegging van alle scheepspapieren en alle bewijsstukken te eisen alsmede zich te begeven in alle lokalen en plaatsen aan boord waar zich visserijproducten of vistuig kunnen bevinden. Zij mogen alle documenten en bewijsstukken voor onderzoek in beslag nemen.
  In geval van ontdekking op heterdaad mogen zij, met het doel een vervolging in te stellen en met instemming van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, het vissersvaartuig naar een Belgische haven opbrengen of laten opbrengen op kosten en risico van de eigenaar of exploitant en, voor zover nodig, het vissersvaartuig voor rekening en risico van de eigenaar of exploitant aan de ketting leggen.
  In geval zij ernstige redenen hebben om te geloven dat er inbreuken zijn begaan, mogen zij, met instemming van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, het vissersvaartuig naar een Belgische haven opbrengen of laten opbrengen, op kosten en risico van de eigenaar of exploitant. Wanneer vervolgens een inbreuk wordt vastgesteld,, mogen zij, voor zover nodig, het vissersvaartuig voor rekening en risico van de eigenaar of de exploitant aan de ketting leggen.
  Wanneer een vissersvaartuig in overeenstemming met de beschikkingen van deze wet aan de ketting is gelegd, wordt het vissersvaartuig onmiddellijk vrijgegeven in ruil voor het stellen door de eigenaar of de persoon die voor diens rekening handelt, van een borgsom of een bankgarantie geboden door een in België gevestigde bank overeenkomende met een bedrag dat vastgesteld wordt door de verbalisant en niet meer mag belopen dan de in deze wet vastgestelde maximumgeldboete, verhoogd met de opdeciemen. De borgsom of de bankgarantie dient te worden afgegeven, tegen afgifte van een ontvangstbewijs, in handen van de verbalisant die deze in bewaring geeft bij een gerechtelijk agentschap van de Deposito- en Consignatiekas.
  De geldboete die is opgelegd door een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing alsmede alle andere kosten worden op de borgsom verhaald. Het overblijvende gedeelte wordt onmiddellijk terugbetaald. De rente van de in consignatie gegeven som wordt bij de borgsom gevoegd.
  In geval van het aan de ketting leggen van een vreemd vissersvaartuig, wordt de vlaggestaat via zijn diplomatieke vertegenwoordiger onverwijld in kennis gesteld van de genomen maatregelen en van de eventuele daarna opgelegde straffen.
  § 2. Wanneer een inbreuk wordt vastgesteld, hebben zij bovendien het recht onmiddellijk beslag te leggen op de visserijproducten, het vistuig en andere productiemiddelen. Ze mogen de in beslag genomen visserijproducten terug in zee doen werpen.
  Zij mogen de in beslag genomen visserijproducten, die in de handel mogen worden gebracht overeenkomstig de geldende Europese of nationale reglementeringen en voor zover zulks verenigbaar is met de volksgezondheid, openbaar verkopen. De ontvangen som wordt op de griffie van de bevoegde rechtbank gedeponeerd totdat over het misdrijf een eindbeslissing is genomen. Dit bedrag treedt in de plaats van de in beslag genomen visserijproducten zowel voor wat de verbeurdverklaring als voor wat de eventuele teruggave betreft.
  Zij mogen de in beslag genomen visserijproducten die niet in de handel mogen worden gebracht overeenkomstig de geldende Europese of nationale reglementeringen, maar die voldoen aan de eisen van de volksgezondheid schenken aan een instelling van weldadigheid of tot een ander gebruik bestemmen.
  Indien de in beslag genomen visserijproducten niet voldoen aan de eisen van de volksgezondheid, mogen ze niet voor menselijke consumptie in aanmerking komen en moeten ze ontaard, verwerkt en tot een ander gebruik bestemd, hetzij vernietigd worden, alles op kosten van de overtreder.
  Zij mogen het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen teruggeven aan de overtreder tegen het stellen van een borgsom of een bankgarantie geboden door een in België gevestigde bank overeenkomende met een bedrag dat vastgesteld wordt door de verbalisant en niet meer mag belopen dan één vijfde van de in deze wet vastgestelde maximum geldboete, verhoogd met de opdeciemen.
  Evenwel kan van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt worden indien het vistuig of productiemiddelen betreft die niet voldoen aan de geldende Europese of nationale reglementering.
  Het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen worden in bewaring gegeven bij de griffie van de bevoegde rechtbank. De borgsom of de bankgarantie dient te worden afgegeven tegen afgifte van een ontvangstbewijs, in handen van de verbalisant die deze op de griffie van de rechtbank deponeert totdat over het misdrijf een eindbeslissing is genomen. Dit bedrag treedt in de plaats van het in beslag genomen vistuig en andere productiemiddelen zowel voor wat de verbeurdverklaring als voor wat de eventuele teruggave betreft.
  § 3. Bij veroordeling kan de rechtbank altijd de verbeurdverklaring van de in beslag genomen visserijproducten, vistuig en andere productiemiddelen bevelen.
  De verbeurdverklaring wordt steeds uitgesproken en de vernietiging wordt steeds bevolen wanneer het vistuig of productiemiddelen betreft die niet voldoen aan de geldende Europese of nationale reglementering en wanneer de aard van het visserijproduct dit vergt.
  De vernietiging door de rechtbank bevolen, gebeurt op kosten van de veroordeelde. ".

  Art. 19. Artikel 4 van dezelfde wet wordt opgeheven.

  Art. 20. Artikel 5 van dezelfde wet wordt opgeheven.

  Art. 21. Artikel 6 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling:
  " Art. 6. Wordt gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot een jaar en met geldboete van duizend vijfhonderd frank tot honderdduizend frank, of met een van die straffen alleen:
  1° hij die deze wet of krachtens deze wet genomen besluiten overtreedt;
  2° hij die zich verzet tegen bezoeken, inspecties, controles, monsternemingen of vragen naar inlichtingen of documenten door de in artikel 3, paragraaf 1 bedoelde overheden;
  3° hij die wetens onjuiste inlichtingen of documenten verstrekt;
  4° hij die weigert te gehoorzamen aan de bevelen welke door de in artikel 3, paragraaf 1 bedoelde overheden krachtens deze wet of zijn uitvoeringsbesluiten worden gegeven.
  Indien de overtreding wordt begaan tussen zonsondergang en zonsopgang of bij herhaling binnen drie jaar na de vorige veroordeling wegens één der misdrijven bedoeld in het eerste lid, kunnen de hierboven voorziene straffen tot het dubbele van het maximum worden gebracht.
  Hij wordt tevens veroordeeld tot betaling van alle gemaakte kosten, met inbegrip van de kosten voortvloeiend uit de inbeslagname van vistuig en productiemiddelen.
  De bepalingen van Boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn op de in dit artikel bepaalde misdrijven van toepassing. ".

  Art. 22. Artikel 7 van dezelfde wet wordt opgeheven.

  Art. 23. Artikel 9 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling:
  " Art. 9. Alleen de correctionele rechtbanken van Antwerpen, Brugge, Brussel en Veurne zijn bevoegd om kennis te nemen van de inbreuken tegen deze wet en haar uitvoeringsbesluiten. ".

  Art. 24. Artikel 10 van dezelfde wet wordt opgeheven.

  Afdeling IV.

  Art. 25. Wat de activiteiten inzake visserij betreft, is de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten eveneens van toepassing in de EEZ.
  Toepassing van de aldaar voorziene gevangenisstraffen, is echter uitgesloten voor overtredingen van deze wet, gepleegd in de EEZ.

  HOOFDSTUK IV. - Over niet-levende rijkdommen "

  Art. 26. Het opschrift van de wet van 13 juni 1969 inzake het continentaal plat van België wordt vervangen door het volgende opschrift: " Wet inzake de exploratie en de exploitatie van niet-levende rijkdommen van de territoriale zee en het continentaal plat ".

  Art. 27. Artikel 1 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling:
  " Artikel 1. Het Koninkrijk België oefent zijn soevereiniteit uit over de territoriale zee en soevereine rechten over het continentaal plat ter exploratie en ter exploitatie van de minerale en andere niet-levende rijkdommen. ".

  Art. 28. Artikel 2 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling:
  " Art. 2. Het continentaal plat van België omvat de zeebodem en de ondergrond van de onder water gelegen gebieden die aan de kust aansluiten doch buiten de territoriale zee gelegen zijn en waarvan de buitengrens bepaald wordt door de lijn bestaande uit segmenten die de volgende, in coördinaten uitgedrukte punten, verbindt, in de volgorde zoals hieronder aangegeven:

  1. 5116'09"N       0223'25"O
  2. 5133'28"N       0214'18"O
  3. 5136'47"N       0215'12"O
  4. 5148'18"N       0228'54"O
  5. 5152'34,012"N   0232'21,599"O
  6. 51 33'06"N       0304'53"O


  De ligging van de in dit artikel opgesomde punten is uitgedrukt in breedte en lengte volgens het Europees geodetisch systeem (1e vereffening 1950). ".

  Art. 29. In artikel 3 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het woord " zeebedding " wordt vervangen door het woord " zeebodem ";
  2° het artikel wordt aangevuld met het volgende lid:
  " Hij bepaalt eveneens de procedure voor de gedeeltelijke of gehele intrekking of overdracht van de concessie. ".

  Art. 30. Artikel 4 van dezelfde, wet wordt vervangen door de volgende bepaling:
  " Art. 4. Voor het leggen van kabels of pijpleidingen
  - die in de territoriale zee of het nationaal grondgebied binnenkomen
  - of die geplaatst of gebruikt worden in het kader van de exploratie van het continentaal plat, de exploitatie van de minerale en andere nietlevende rijkdommen daarvan of van de werkzaamheden van kunstmatige eilanden, installaties of inrichtingen die onder Belgische rechtsmacht vallen
  is een machtiging vereist die wordt verleend of ingetrokken volgens de regels die de Koning bepaalt.
  Voor pijpleidingen moet het tracé door de Koning goedgekeurd worden rekening houdend met de exploratie van het continentaal plat en de exploitatie van de minerale en andere niet-levende rijkdommen daarvan.
  De Koning kan bijkomende maatregelen opleggen om verontreiniging door pijpleidingen te voorkomen, verminderen, of bestrijden. "

  Art. 31. In artikel 5 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden " in volle zee gevestigde " vervangen door de woorden " kunstmatige eilanden, installaties en andere inrichtingen ";
  2° in hetzelfde lid wordt het woord " natuurlijke " vervangen door de woorden " minerale en andere niet-levende ";
  3° in het derde lid worden de woorden " het zeewater en " vervangen door de woorden " de zee, de flora, de fauna en hun habitats alsook de ".

  Art. 32. In artikel 6 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden tussen de woorden " voor iedere " en " op het continentaal plat " de woorden " in de territoriale zee of " ingevoegd;
  2° in hetzelfde lid worden tussen de woorden " op het continentaal. plat gelegen " en " installatie of inrichting " de woorden " kunstmatig eiland, "ingevoegd;
  3° in het tweede lid worden tussen de woorden " de buitengrens van " en " de installatie " de woorden " het kunstmatig eiland " ingevoegd.

  Art. 33. In artikel 7 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "in volle zee gevestigde " worden vervangen door de woorden " kunstmatige eilanden ";
  2° tussen de woorden " die blijvend " en " op het continentaal plat" worden de woorden " in de territoriale zee of " ingevoegd;
  3° de woorden " aan boord van deze " worden vervangen door de woorden " op de kunstmatige eilanden ".

  Art. 34. In artikel 8, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden " aan boord van een in het voorafgaand artikel bedoelde " vervangen door de woorden " op een in deze wet bedoeld kunstmatig eiland ".

  Art. 35. In artikel 9, eerste lid, van dezelfde wet worden tussen de woorden " ten aanzien van " en " een installatie " de woorden " een kunstmatig eiland " ingevoegd.

  Art. 36. Een artikel 10, luidend als volgt, wordt in dezelfde wet ingevoegd:
  " Art. 10. De inbreuken op deze wet of zijn uitvoeringsbesluiten, worden bestraft overeenkomstig de artikelen 55 en 56 van de wet van 22 april 1999 betreffende de exclusieve economische zone van België in de Noordzee ".

  HOOFDSTUK V. - Over kunstmatige eilanden, installaties en inrichtingen.

  Art. 37. België bezit in de EEZ uitsluitende rechtsmacht over kunstmatige eilanden, installaties en inrichtingen, met inbegrip van de wetten en voorschriften inzake douane, belastingen, volksgezondheid, veiligheid en immigratie.
  In de territoriale zee heeft België de soevereiniteit over de kunstmatige eilanden, installaties en inrichtingen.

  Art. 38. De bepalingen betreffende kunstmatige eilanden, installaties en inrichtingen, zoals vervat in de wet van 13 juni 1969 inzake de exploratie en de exploitatie van niet-levende rijkdommen van de territoriale zee en het continentaal plat, zijn eveneens van toepassing op kunstmatige eilanden, installaties en inrichtingen in de EEZ en de territoriale zee die voor andere doeleinden worden gebruikt dan de exploratie en exploitatie van minerale en andere niet-levende rijkdommen.

  Art. 39. Installaties of inrichtingen in de EEZ die worden verlaten of die niet meer worden gebruikt, dienen te worden verwijderd onder meer ter verzekering van de veiligheid van de scheepvaart.
  Deze bepaling is eveneens van toepassing in de territoriale zee.

  HOOFDSTUK VI. - Over wetenschappelijk zeeonderzoek.

  Art. 40. Elk wetenschappelijk zeeonderzoek in de territoriale zee en de EEZ, van welke aard ook, door een buitenlands schip, vliegtuig, drijvend tuig of onderwaterinstrument, is onderworpen aan de toestemming van de minister die de Buitenlandse Zaken onder zijn bevoegdheid heeft, die daartoe de betrokken ministers raadpleegt.

  Art. 41. § 1. Met het oog op het bekomen van de in artikel 40 bedoelde toestemming wordt een verzoek via diplomatieke weg overgemaakt uiterlijk drie maanden voor het begin van het in het vooruitzicht gestelde project. De Koning bepaalt de inlichtingen die bij deze aanvraag moeten gevoegd worden.
  § 2. Indien binnen het kader van een internationale organisatie, waarbij België partij is of waarmee België een bilaterale overeenkomst heeft, een project voor wetenschappelijk zeeonderzoek wordt uitgewerkt dat de goedkeuring van België wegdraagt, dan wordt België geacht toestemming te hebben verleend voor het verrichten van wetenschappelijk zeeonderzoek in de territoriale zee en de EEZ binnen het kader van dit project, tenzij binnen de twee maanden na het indienen van het officieel verzoek via diplomatieke weg België bezwaar heeft aangetekend.

  Art. 42. Onverminderd de verplichting om aan de bij internationaal recht voorziene voorwaarden te voldoen, is het verrichten van wetenschappelijk zeeonderzoek door buitenlandse schepen in de territoriale zee en de EEZ onderworpen aan de Belgische wetgeving inzake de bescherming en het behoud van het mariene milieu.

  Art. 43. § 1. De plaatsing en het gebruik in de territoriale zee en de EEZ van wetenschappelijke installaties of apparatuur, van welk type ook, zijn onderworpen aan de bepalingen van hoofdstuk VI.
  § 2. De bedoelde installaties en apparatuur dragen identificatiekenmerken waaruit de Staat van registratie of de internationale organisatie waaraan zij toebehoren blijkt, alsook de waarschuwingsseinen, voorgeschreven door de Koning.
  § 3. De bepalingen van dit artikel geven aan de bedoelde installaties en apparatuur niet het statuut van kunstmatig eiland.

  Art. 44. Indien de werkzaamheden van het wetenschappelijk zeeonderzoek niet verricht worden overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk, zullen ze het voorwerp uitmaken van een opschorting of een beëindiging in de voorwaarden en volgens de bij internationaal recht voorziene modaliteiten.

  Art. 45. De Koning bepaalt de bijkomende toepassingsschikkingen die de uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk met zich kan meebrengen. De Koning kan afwijkingen voorzien in specifieke gevallen.

  HOOFDSTUK VII. - Over de bescherming van het mariene milieu.

  Art. 46. België oefent in de EEZ haar rechtsmacht inzake de bescherming en het behoud van het mariene milieu uit, daarin inbegrepen de bescherming en het behoud van de soorten van de fauna en flora, hun habitats en hun fysische omgeving. De uitoefening van deze rechtsmacht wordt geregeld door de Belgische wetgeving terzake.

  HOOFDSTUK VIII. - Over het douane-, fiscale, gezondheids- en immigratietoezicht

  Art. 47. In de eerste twaalf zeemijl van de EEZ, dit betekent in de aansluitende zone die grenst aan zijn territoriale zee en zich uitstrekt tot een breedte van twaalf zeemijl, oefent België het nodige toezicht uit teneinde:
  1° te voorkomen dat inbreuk wordt gemaakt op de wetten en voorschriften inzake douane, belastingen, immigratie of volksgezondheid die binnen zijn grondgebied of territoriale zee van kracht zijn;
  2° een binnen zijn grondgebied of territoriale zee gemaakte inbreuk op bovenbedoelde voorschriften te bestraffen.

  Art. 48. Artikel 167 van de algemene wet inzake douane en accijnzen van 18 juli 1977 wordt vervangen door de volgende bepaling
  " Art. 167. De tolkring beslaat:
  1° langs de zeekust, een strook die zich vanaf de laagwaterlijn uitstrekt over een afstand van 5 kilometer in de richting van het binnenland;
  2° het grondgebied van de douanezee- en luchthavens evenals een zone buiten dat grondgebied over een breedte van 250 m vanaf de grens van dat grondgebied. ".

  Art. 49. Artikel 168 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling:
  " Art. 168. De ambtenaren oefenen, binnen de in artikel 47 van de wet van 22 april 1999 betreffende de exclusieve economische zone van België in de Noordzee bepaalde ruimte alle toezicht uit teneinde
  1° de inbreuken te voorkomen op de wetten en verordeningen waarvoor de douane belast is met de controle op de naleving ervan op het Belgisch grondgebied of in zijn territoriale zee;
  2° de op het Belgisch grondgebied of zijn territoriale zee gemaakte inbreuken op diezelfde wetten en verordeningen te bestraffen. ".

  Art. 50. Artikel 169 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling:
  " Art. 169. § 1. Onverminderd de bepalingen inzake het recht van onschuldige doorvaart, mogen de ambtenaren, binnen de Belgische territoriale zee, zich aan boord van de vaartuigen begeven en zich de cognossementen en andere boordpapieren betreffende de lading doen voorleggen om na te gaan of de goederen die zich aan boord bevinden er regelmatig aanwezig zijn met betrekking tot de reglementering inzake douane en accijnzen of inzake verbods-, beperkings- of controlemaatregelen bij invoer, uitvoer of doorvoer, en om inbreuken op voormelde reglementering vast te stellen.
  § 2. Voor de toepassing van dit artikel verstaat men onder vaartuig elk drijvend tuig, met inbegrip van vaartuigen zonder waterverplaatsing en watervliegtuigen, gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als een middel van vervoer te water, alsmede vaste en drijvende platforms. ".

  HOOFDSTUK IX. - Wijzigingen aan het Gerechtelijk Wetboek.

  Art. 51. Artikel 513 van het Gerechtelijk Wetboek, gewijzigd door de wet van 6 april 1992, wordt aangevuld met het volgend lid:
  " De gerechtsdeurwaarders met kantoor in de gerechtelijke arrondissementen van Antwerpen, Brugge en Veurne, zijn bevoegd om hun ambt uit te oefenen in de territoriale zee bedoeld bij artikel 1 van de wet van 6 oktober 1987 tot vaststelling van de breedte van de territoriale zee van België, evenals in de exclusieve economische zone, bedoeld in artikel 2 van de wet van 22 april 1999 betreffende de exclusieve economische zone van België in de Noordzee ".

  Art. 52. In artikel 569 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  A) het eerste lid, 24° tot 27°, ingevoegd bij de wetten van 4 augustus 1992, 5 augustus 1992, 6 augustus 1993, 20 mei 1994, 30 juni 1994 en 28 oktober 1996, wordt vervangen door de volgende bepalingen:
  " 24° van de vorderingen tot het verkrijgen van betalingsfaciliteiten zoals geregeld in artikel 59 van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet;
  25° van de gedingen ingesteld krachtens artikel 49 van de wet op het politieambt;
  26° van de vorderingen bedoeld bij artikel 13 van de wet van 30 juni 1994 houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's;
  27° van de gedingen ingesteld krachtens artikel 93 van de wet van 20 mei 1994 inzake de rechtstoestanden van het militair personeel;
  28° van de vorderingen die gebaseerd zijn op het internationale Verdrag ter oprichting van een internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971 en van het Protocol bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 19 november 1976 en op de wet houdende goedkeuring en uitvoering van dat Verdrag en van dat Protocol;
  29° van de vorderingen tot teruggave van cultuurgoederen ingesteld op grond van artikel 7 van de wet van 28 oktober 1996 betreffende de teruggave van cultuurgoederen die op onrechtmatige wijze buiten het grondgebied van bepaalde buitenlandse Staten zijn gebracht. ";
  B) hetzelfde lid, laatst gewijzigd bij de wet van 28 oktober 1996, wordt aangevuld als volgt:
  " 30° bij gebreke van andere bepalingen luidens welke bevoegdheid wordt toegekend, de vorderingen ingesteld krachtens de wet van 22 april 1999 betreffende de exclusieve economische zone van België in de Noordzee ";
  C) het tweede lid, laatst gewijzigd bij de wet van 28 oktober 1996, wordt vervangen door het volgende lid:
  " In de gevallen onder het eerste lid, 8°, 17°, 21°, 28° en 29°, is alleen de rechtbank van eerste aanleg te Brussel bevoegd en in het geval onder het eerste lid, 18°, die te Antwerpen. ".

  Art. 53. Artikel 627 van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 10 februari 1998, wordt aangevuld als volgt:
  " 15° de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen wanneer het gaat om vorderingen ingesteld 'op grond van de wet van 22 april 1999 betreffende de exclusieve economische zone van België in de Noord-zee ".

  Art. 54. Artikel 633 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met het volgende lid:
  " Indien de vordering betrekking heeft op een beslag gelegd in de territoriale zee, bedoeld in artikel 1 van de wet van 6 oktober 1987 tot bepaling van de breedte van de territoriale zee van België, of in de exclusieve economische zone, bedoeld in artikel 2 van de wet van 22 april 1999 betreffende de exclusieve economische zone van België in de Noordzee, zijn de beslagrechters van de arrondissementen Antwerpen, Brugge en Veurne eveneens bevoegd. ".

  HOOFDSTUK X. - Strafbepalingen.

  Art. 55. Voor wat de hoofdstukken V en VI van deze wet en hun uitvoeringsbesluiten betreft,
  (1) wordt gestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot één jaar en met geldboete van duizend frank tot één miljoen frank of met een van die straffen alleen, hij die zonder vergunning of concessie een activiteit uitoefent die onderworpen is aan een vergunning of ondergeschikt aan een concessie;
  (2) wordt gestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot één jaar en met geldboete van tweehonderd frank tot vijfhonderdduizend frank of met een van die straffen alleen, hij die de voorwaarden of modaliteiten niet naleeft waaraan de hem verleende vergunning of concessie zijn verbonden;
  (3) wordt gestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot één jaar en met geldboete van tweeduizend frank tot honderdduizend frank of met een van die straffen alleen, hij die de bij artikel 60 van deze wet voorziene toegang ontzegt aan een bevoegde ambtenaar of agent;
  (4) wordt gestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot één jaar en met geldboete van duizend frank tot honderdduizend frank of met een van die straffen alleen, hij die de veiligheidszones en - maatregelen niet naleeft vastgesteld ter uitvoering van artikel 6 van de wet van 13 juni 1969 inzake de exploratie en de exploitatie van niet-levende rijkdommen van de territoriale zee en het continentaal plat.
  Indien de overtreding wordt begaan tussen zonsondergang en zonsopgang of bij herhaling binnen drie jaar na de vorige veroordeling wegens een der misdrijven bedoeld in het eerste lid, kunnen de hierboven voorziene straffen tot het dubbele van het maximum worden gebracht.

  Art. 56. De rechtspersonen zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor de betaling van de schadevergoedingen, geldboetes en kosten, voortspruitend uit veroordelingen uitgesproken tegen hun organen of aangestelden wegens inbreuken op de bepalingen van deze wet en hun uitvoeringsbesluiten.

  Art. 57. De personen die worden gestraft met een in artikel 55 bedoelde geldboete, zijn ertoe gehouden 20 % van deze geldboete te storten in het Fonds Leefmilieu.

  Art. 58. In de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen worden in de rubriek " 25 - 4 Fonds Leefmilieu "tussen de woorden " de geldboeten bedoeld in artikel 30 van de wet van 6 april 1995 betreffende de voorkoming van de verontreiniging door schepen " en " Aard van de gemachtigde uitgaven de woorden " de geldboeten bedoeld in artikel 55 van de wet van 22 april 1999 betreffende de exclusieve economische zone van België in de Noordzee " ingevoegd.

  Art. 59. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie waken (de met de politie te water belaste federale politieambtenaren en de daartoe aangestelde met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren), de gezagvoerders van de patrouillevaartuigen en vliegtuigen van de Staat en hun aangestelden, de ambtenaren en agenten van de Beheerseenheid Mathematisch Model Noordzee, de ambtenaren en agenten van het ministerie van Economische Zaken, aangeduid door de minister die de economische zaken onder zijn bevoegdheid heeft en de daartoe gemandateerde officieren en onderofficieren van de Marine over de toepassing van deze wet en de in uitvoering daarvan genomen besluiten. Zij sporen overtredingen daarvan op en stellen ie vast in processen-verbaal die bewijskracht hebben tot het tegendeel is bewezen. <W 1999-05-03/30, art. 99, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>

  Art. 60. De in artikel 59 vermelde ambtenaren en agenten hebben het recht te allen a)de schepen, ondernemingen, aanligplaatsen, kunstmatige eilanden, installaties en inrichtingen en andere plaatsen te betreden teneinde er de vaststellingen te doen welke tot hun opdracht behoren, voor zover dit redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak noodzakelijk is. Zij kunnen zich doen bijstaan door deskundigen. Zo nodig kunnen zij een beroep doen op de openbare macht om zich tot die plaatsen toegang te verschaffen.

  Art. 61. Alle personen die overeenkomstig deze bepalingen bevoegd worden gemaakt voor het toezicht op de toepassing van deze wet, zullen bij het uitoefenen van dit toezicht, ongeacht of ze optreden in uniform of niet, de identificatiebewijzen voorleggen, waarvan de Koning het model vastlegt, die redelijkerwijze voldoende kan geacht worden om hun bevoegdheid aan te tonen in het kader van deze wet.

  Art. 62. Alle bepalingen van Boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn van toepassing.
  Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Gegeven te Brussel, 22 april 1999.
  ALBERT
  Van Koningswege:
  De Vice-Eerste Minister en Minister van Economie en Telecommunicatie, belast met Buitenlandse Handel,
  E. DI RUPO
  De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken,
  L. VAN DEN BOSSCHE
  De Vice-Eerste Minister en Minister van Landsverdediging, belast met Energie,
  J.-P. PONCELET
  De Minister van Wetenschapsbeleid,
  Y. YLIEFF
  De Minister van Volksgezondheid en Pensioenen,
  M. COLLA
  De Minister van Buitenlandse Zaken,
  E. DERYCKE
  De Minister van Tewerkstelling en Arbeid, belast met het Beleid van gelijke kansen voor mannen en vrouwen,
  Mevr. M. SMET
  De Minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen,
  K. PINXTEN
  De Minister van Vervoer,
  M. DAERDEN
  De Minister van Justitie,
  T. VAN PARYS
  De Minister van Financiën,
  J.-J. VISEUR
  Staatssecretaris voor Veiligheid, toegevoegd aan de Minister van Binnenlandse Zaken, Staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie en Leefmilieu, toegevoegd aan de Minister van Volksgezondheid,
  J. PEETERS
  Met 's Lands zegel gezegeld:
  De Minister van Justitie,
  T. VAN PARYS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen. Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt:

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
   Zitting 1998-1999. Kamer: Documenten. - Ontwerp van wet ingediend op 23 december 1998, nr. 1-1902/1. - Verslag, nr. 1-1902/2. - Amendementen ingediend na de goedkeuring van het verslag, nr. 1-1902/3. - Artikelen aangenomen in plenaire vergadering, nr. 1-1902/4. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden naar de Senaat, nr. 1-1902/5. Parlementaire Handelingen. - Bespreking, vergadering van 9 en 11 februari 1999. - Stemming, vergadering van 25 februari 1999. Senaat: Documenten. - Tekst overgezonden door de Kamer, nr. 1-1292/1. - Verslag, nr. 1-292/2. - Tekst aangenomen door de commissie, nr. 1-1292/3. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd, nr. 1-1292/4. Parlementaire Handelingen. - Bespreking, vergadering van 11 april 1999. Stemming, vergadering van 1 april 1999.

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 9 uitvoeringbesluiten 1 gearchiveerde versie
Franstalige versie