J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 95 uitvoeringbesluiten 13 gearchiveerde versies
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State

Titel
30 MAART 1999. - Decreet houdende de organisatie van de zorgverzekering.
(NOTA : art. 2; 4; 14 tot en met 18; 19 tot en met 21; 21bis; 23 gewijzigd met ingang op een onbepaalde datum bij DVR 2012-07-13/35, art. 50 à 55, 013; Inwerkingtreding : onbepaald)
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 28-05-1999 en tekstbijwerking tot 14-08-2013) Zie wijziging(en)

Bron : VLAAMSE GEMEENSCHAP
Publicatie : 28-05-1999 nummer :   1999035594 bladzijde : 19149   BEELD
Dossiernummer : 1999-03-30/40
Inwerkingtreding : 01-10-2001 (Art.21BIS-Art.23TER)    ***    20-07-2000 (ART. 16,L2)    ***    01-01-1999 (ART. 11)    ***    01-08-2000 (ART. 12)    ***    01-10-2001 (Art.10,§1)    ***    01-01-1999 (ART. 14 - ART. 15)    ***    01-01-1999 (ART. 21)    ***    01-10-2001 (Art.13,L2-Art.13,L6)    ***    01-07-2000 (ART. 20)    ***    01-10-2001 (ART. 3 - ART. 9(49))    ***    01-01-1999 (ART. 13,L1,1)    ***    01-10-2001 (Art.10BIS)    ***    20-07-2000 (ART. 19)    ***    01-01-1999 (ART. 18)    ***    onbepaald (ART. (24))    ***    01-01-1999 (ART. 13,L1,4)    ***    onbepaald (ART. 13,L1,3)    ***    01-01-1999 (ART. 1 - ART. 2)    ***    01-10-2001 (Art.13,L1,3)

Inhoudstafel Tekst Begin

HOOFDSTUK I. - (Algemene bepalingen, definities, doelstelling, aansluiting en bijdragen) <DVR 2004-05-07/58, art. 15, 2°, 006; Inwerkingtreding : 01-04-2006>
Afdeling 1. - Algemene bepalingen en definities.
Art. 1, 1bis, 2
Afdeling 2. - (Doelstelling, aansluiting en bijdragen) <DVR 2004-05-07/58, art. 15, 3°, 006; Inwerkingtreding : 01-04-2006>
Art. 3-4
HOOFDSTUK II. - Toepassingsvoorwaarden en procedure.
Afdeling 1. - Toepassingsvoorwaarden.
Art. 5-6
Afdeling 2. - Procedure.
Art. 7-8, 8bis, 9-10, 10bis
HOOFDSTUK III. - Organisatie.
Afdeling 1. - Het Vlaams Zorgfonds.
Art. 11-13
Afdeling 2. - De Zorgkassen.
Art. 14-17, 17bis, 18
HOOFDSTUK IV. - Toezicht en controle.
Art. 19-21
HOOFDSTUK IVbis. (Ingevoegd bij DVR 2000-12-08/34, art. 11; Inwerkingtreding : 23-01-2001)
Art. 21bis
HOOFDSTUK V. - (Slotbepalingen.) <DVR 2001-05-18/48, art. 21, 003; Inwerkingtreding : 18-05-2001>
Art. 22-23, 23bis, 23ter, 23quater, 23quinquies, 23sexies, 24

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - (Algemene bepalingen, definities, doelstelling, aansluiting en bijdragen) <DVR 2004-05-07/58, art. 15, 2°, 006; Inwerkingtreding : 01-04-2006>

  Afdeling 1. - Algemene bepalingen en definities.

  Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

  Art. 1bis. <DVR 2005-11-25/41, art. 2; Inwerkingtreding : 01-10-2001> De bepalingen van dit decreet zijn van toepassing onverminderd de toepassing van de Europese regelgeving en de internationale verdragen.

  Art. 2.In dit decreet wordt verstaan onder :
  1° niet-medische hulp- en dienstverlening : de hulp en bijstand verleend door derden aan een persoon met een verminderd vermogen tot zelfzorg in residentieel, semi-residentieel of ambulant verband;
  2° verminderd zelfzorgvermogen : toestand van een persoon van wie de mogelijkheden tot zelfzorg zijn aangetast. Onder zelfzorg wordt verstaan : de beslissingen en de acties van een natuurlijke persoon in het dagelijkse leven met het oog op het voorzien in de eigen basisbehoeften, en de daarbij aansluitende activiteiten die voornamelijk betrekking hebben op de uitvoering van huishoudelijke activiteiten en de mogelijkheid om sociale contacten te leggen, zich te ontplooien en zich te oriënteren in tijd en ruimte;
  3° gebruiker : iedere natuurlijke persoon die ten gevolge van een verminderd zelfzorgvermogen een beroep doet op niet-medische hulp- en dienstverlening;
  4° voorziening : de voorziening die op een professionele basis een of meer vormen van niet-medische hulp- en dienstverlening verstrekt of organiseert;
  5° professionele zorgverlener : de natuurlijke persoon die op een beroepsmatige basis niet-medische hulp- en dienstverlening verstrekt;
  6° mantelzorger : (de meerderjarige natuurlijke persoon) die niet-beroepsmatig niet-medische hulp- en dienstverlening verstrekt. <DVR 2001-05-18/48, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 18-05-2001>
  (7° wonen : ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters of in de vreemdelingenregisters van een gemeente.) <DVR 2001-05-18/48, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 18-05-2001>
  (8° Vlaams Zorgfonds : het intern verzelfstandigde agentschap opgericht bij decreet van 7 mei 2004 tot omvorming van het " Vlaams Zorgfonds " tot een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid en tot wijziging van het decreet van 30 maart 1999 houdende de organisatie van de zorgverzekering.) <DVR 2004-05-07/58, art. 15, 1°, 006; Inwerkingtreding : 01-04-2006>
  9° [2 Verordening (EG) nr. 883/04 : Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de sociale zekerheidsstelsels;]2
  [1 10° wet op de vreemdelingen : de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;
   11° persoon ten laste : personen als vermeld in artikelen 123 tot en met 127 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.]1
  ----------
  (1)<DVR 2009-04-30/45, art. 2, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2010>
  (2)<DVR 2011-03-25/17, art. 2, 012; Inwerkingtreding : 01-05-2010>

  Afdeling 2. - (Doelstelling, aansluiting en bijdragen) <DVR 2004-05-07/58, art. 15, 3°, 006; Inwerkingtreding : 01-04-2006>

  Art. 3. De zorgverzekering geeft gebruikers, onder de voorwaarden van dit decreet en ten belope van een (maandelijks bedrag), recht op tenlastenemingen door een zorgkas van kosten voor niet-medische hulp- en dienstverlening. <DVR 2002-12-20/42, art. 40, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2003>

  Art. 4.[1 § 1. Met behoud van de toepassing van § 3 moet elke persoon die in het Nederlandse taalgebied woont, aangesloten zijn bij een krachtens dit decreet erkende zorgkas. Wie binnen de door de Vlaamse Regering te bepalen termijn niet aangesloten is bij een erkende zorgkas, wordt ambtshalve aangesloten bij de door het Vlaams Zorgfonds opgerichte zorgkas. De betrokkene wordt daarvan onmiddellijk en schriftelijk op de hoogte gebracht. Die aansluiting vervalt als de betrokkene zich alsnog aansluit bij een erkende zorgkas van zijn keuze.
   Met behoud van de toepassing van § 3 kan elke persoon die in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad woont, zich vrijwillig aansluiten bij een krachtens dit decreet erkende zorgkas.
   Elke persoon, als vermeld in het eerste en tweede lid, voor wie [3 ...]3, op grond van de aanwijzingsregels van [3 Verordening (EG) nr. 883/04]3, het socialezekerheidsstelsel van een andere lidstaat van de Europese Unie of van een andere staat die partij is bij de Europese Economische Ruimte van toepassing is, valt niet onder het toepassingsgebied van dit decreet.
   § 2. Elke persoon die niet in België woont, en voor wie uit eigen recht, wegens tewerkstelling in het Nederlandse taalgebied, op grond van de aanwijzingsregels van [3 Verordening (EG) nr. 883/04]3, het socialezekerheidsstelsel van België van toepassing is, moet aangesloten zijn bij een krachtens dit decreet erkende zorgkas.
   Elke persoon die in het Franse of het Duitse taalgebied van België woont, en die gebruikgemaakt heeft van zijn recht op vrij verkeer van werknemers of van de vrijheid van vestiging, zoals gewaarborgd door artikelen 39 en 43 van het EG-verdrag, en voor wie uit eigen recht, wegens tewerkstelling in het Nederlandse taalgebied, op grond van de aanwijzingsregels van [3 Verordening (EG) nr. 883/04]3, het socialezekerheidsstelsel van België van toepassing is, moet aangesloten zijn bij een krachtens dit decreet erkende zorgkas.
   De bepalingen van dit decreet over de personen, vermeld in § 1, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing op het eerste en het tweede lid.
   Elke persoon die niet in België woont, en voor wie uit eigen recht, wegens tewerkstelling in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, op grond van de aanwijzingsregels van [3 Verordening (EG) nr. 883/04]3, het socialezekerheidsstelsel van België van toepassing is, kan zich vrijwillig aansluiten bij een krachtens dit decreet erkende zorgkas.
   Elke persoon die in het Franse of het Duitse taalgebied van België woont, en die gebruikgemaakt heeft van zijn recht op vrij verkeer van werknemers of van de vrijheid van vestiging, zoals gewaarborgd door artikelen 39 en 43 van het EG-verdrag, en voor wie uit eigen recht, wegens tewerkstelling in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, op grond van de aanwijzingsregels van [3 Verordening (EG) nr. 883/04]3, het socialezekerheidsstelsel van België van toepassing is, kan zich vrijwillig aansluiten bij een krachtens dit decreet erkende zorgkas.
   De bepalingen van dit decreet over de personen, vermeld in § 1, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing op het vierde en het vijfde lid.
   De personen die ten laste zijn van de personen, vermeld in het eerste, tweede, vierde en vijfde lid, vallen onder de toepassing van dit decreet [3 ...]3.
   De bepalingen van dit decreet over de personen, vermeld in het eerste, tweede, vierde en vijfde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de personen die ten laste zijn, als vermeld in het zevende lid.
   § 3. In afwijking van § 1, kunnen de volgende personen zich niet aansluiten bij een zorgkas :
   1° de tijdelijk tot verblijf gemachtigde buitenlandse studenten, vermeld in artikel 58 van de wet op de vreemdelingen;
   2° de familieleden van tijdelijk tot verblijf gemachtigde buitenlandse studenten, vermeld in artikel 10bis van de wet op de vreemdelingen, aan wie eveneens een tijdelijke machtiging tot verblijf werd toegekend;
   3° de tijdelijk tot verblijf gemachtigde onderzoekers, als vermeld in artikel 61/10 van de wet op de vreemdelingen;
   4° de familieleden van tijdelijk tot verblijf gemachtigde onderzoekers, vermeld in artikel 61/13 van de wet op de vreemdelingen, aan wie eveneens een tijdelijke machtiging tot verblijf werd toegekend.
   § 4. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels en de nadere voorwaarden voor de aansluiting.
   § 5. De personen die aangesloten zijn bij een krachtens dit decreet erkende zorgkas, moeten jaarlijks een bijdrage betalen. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze van vaststelling en de hoogte van de bijdragen op basis van parameters over de draagkracht van de aangeslotenen.
   De Vlaamse Regering kan de zorgkassen belasten met de inning van die bijdragen, bestemd voor het Vlaams Zorgfonds. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de inning van de bijdragen. Ze bepaalt hoe de geïnde bijdragen worden doorgestort naar het Vlaams Zorgfonds of worden verrekend met de subsidie, vermeld in artikel 17, eerste lid, 1°.
  [4 Voor personen bij wie de ledenbijdrage niet kon worden opgevraagd bij gebrek aan gegevens over de vervulling van de aansluitingsvoorwaarden, is het opvragen van de ledenbijdragen beperkt tot vijf jaar, voorafgaand aan en met inbegrip van de ledenbijdrage voor het lopende jaar. De regering bepaalt de nadere regels betreffende de voorwaarden voor de toepassing van die beperking.]4
   § 6. De jaarlijkse bijdrage, vermeld in § 5, en, in voorkomend geval, de administratieve geldboete, vermeld in artikel 21bis, § 1, of het nog niet geïnde deel ervan, is niet verschuldigd :
   1° na het overlijden van de aangeslotene;
   2° als de aangeslotene het voorwerp is van een collectieve schuldenregeling;
   3° als de aangeslotene in staat van faillissement verklaard is.]1
  [2 § 5. In afwijking van § § 1, 2 en 2ter, kunnen volgende personen niet aansluiten bij een zorgkas :
   1° de tijdelijk tot verblijf gemachtigde buitenlandse studenten, vermeld in artikel 58 van de wet op de vreemdelingen;
   2° de familieleden van tijdelijk tot verblijf gemachtigde buitenlandse studenten, vermeld in artikel 10bis van de wet op de vreemdelingen, aan wie eveneens een tijdelijke machtiging tot verblijf werd toegekend;
   3° de tijdelijk tot verblijf gemachtigde onderzoekers, als vermeld in artikel 61/10 van de wet op de vreemdelingen;
   4° de familieleden van tijdelijk tot verblijf gemachtigde onderzoekers, vermeld in artikel 61/13 van de wet op de vreemdelingen, aan wie eveneens een tijdelijke machtiging tot verblijf werd toegekend.]2
  ----------
  (1)<DVR 2009-04-30/45, art. 3, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2010>
  (2)<DVR 2009-04-30/45, art. 4, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2009>
  (3)<DVR 2011-03-25/17, art. 3, 1°-3°, 012; Inwerkingtreding : 01-05-2010>
  (4)<DVR 2011-03-25/17, art. 3, 4°, 012; Inwerkingtreding : 01-01-2011>

  HOOFDSTUK II. - Toepassingsvoorwaarden en procedure.

  Afdeling 1. - Toepassingsvoorwaarden.

  Art. 5.<DVR 2005-11-25/41, art. 4, 008; Inwerkingtreding : 01-10-2001> Om aanspraak te maken op tenlastenemingen door een zorgkas van de kosten van niet-medische hulp- en dienstverlening, moet de gebruiker aan de volgende voorwaarden voldoen :
  1° getroffen zijn door een langdurig ernstig verminderd zelfzorgvermogen; de regering bepaalt wat daaronder wordt verstaan;
  2° aangesloten zijn bij een zorgkas;
  3° op het ogenblik van de uitvoering van de tenlasteneming legaal verblijven in een lidstaat van de Europese Unie of in een staat die partij is bij de Europese Economische Ruimte;
  4° in het lopende jaar geen tenlastenemingen volgens de bepalingen van dit decreet aanvragen bij een andere zorgkas;
  5° gedurende ten minste vijf jaar, [1 voorafgaand aan de datum, vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid]1, ononderbroken wonen in het Nederlandse taalgebied of het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad of ononderbroken sociaal verzekerd zijn in de lidstaten van de Europese Unie of in de staten die partij zijn bij de Europese Economische Ruimte; [1 Voor kinderen tot de leeftijd van achttien jaar geldt die voorwaarde niet, en dit voor de gehele duur van de uitvoering van de tenlastenemingen en voor de duur van de eventuele verlenging ervan.]1
  6° voor de personen, bedoeld in [2 artikel 4, § 1, tweede lid,]2 die, vanaf het ogenblik dat zij kunnen aansluiten, niet aansluiten bij een zorgkas binnen een door de regering te bepalen termijn, gedurende ten minste tien jaar, [1 voorafgaand aan de datum, vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid]1, ononderbroken aangesloten zijn bij een erkende zorgkas of sociaal verzekerd zijn in andere lidstaten van de Europese Unie dan België of in staten, andere dan België, die partij zijn bij de Europese Economische Ruimte. De regering bepaalt terzake de nadere regels. Een persoon, bedoeld in [2 artikel 4, § 1, eerste lid]2 , blijft aangesloten bij zijn zorgkas met behoud van zijn rechten als hij verhuist naar het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, tenzij die persoon zijn aansluiting beëindigt. Een persoon, bedoeld in [2 artikel 4, § 2, eerste en tweede lid,]2 blijft aangesloten bij zijn zorgkas als hij onderworpen wordt aan de Belgische sociale zekerheid omwille van tewerkstelling in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, tenzij die persoon zijn aansluiting beëindigt. Een persoon, bedoeld in [2 artikel 4, § 1, tweede lid,]2 blijft aangesloten bij zijn zorgkas met behoud van zijn rechten als hij verhuist naar het Nederlandse taalgebied. Een persoon, bedoeld in [2 artikel 4, § 2, vierde en vijfde lid,]2 blijft aangesloten bij zijn zorgkas met behoud van zijn rechten als hij onderworpen wordt aan de Belgische sociale zekerheid omwille van tewerkstelling in het Nederlandse taalgebied. De regering bepaalt terzake de nadere regels.
  ----------
  (1)<DVR 2008-12-19/24, art. 3, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2009>
  (2)<DVR 2009-04-30/45, art. 5, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2010>

  Art. 6.§ 1. [De zorgkas neemt de kosten van niet-medische hulp- en dienstverlening ten laste.] <DVR 2002-12-20/42, art. 41, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
  [De tenlasteneming betreft een forfaitaire tussenkomst in de kosten voor niet-medische hulp- en dienstverlening aan gebruikers die [1 ...]1 voldoen aan een of meer van de volgende voorwaarden :
  1° in het thuismilieu verblijven;
  2° een beroep doen op een door de Vlaamse regering erkende of een daarmee gelijkgestelde professionele zorgverlener of voorziening;
  3° in een door de Vlaamse regering erkende of in een daarmee gelijkgestelde voorziening verblijven.
  De regering bepaalt de nadere regels betreffende de toekenning, weigering, intrekking en schorsing van de erkenning, en van de gelijkstelling met een erkenning, van professionele zorgverleners en voorzieningen. De regering bepaalt tevens in welke gevallen aan een of aan meer van de in het tweede lid bedoelde voorwaarden moet worden voldaan.] <DVR 2002-12-20/42, art. 42, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
  [1 lid 4 opgeheven]1
  De zorgkas kan geen andere voorwaarden dan die krachtens dit decreet verbinden aan de tenlastenemingen.
  [De regering bepaalt de nadere regels en voorwaarden met betrekking tot de tenlastenemingen en kan nadere regels en voorwaarden bepalen met betrekking tot de eventuele cumulatie van tenlastenemingen van kosten of prestaties voor verschillende zorgvormen Zij kan inzonderheid nadere regels en voorwaarden bepalen die specifiek gelden voor gebruikers die wonen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.] <DVR 2001-05-18/48, art. 7, 003; Inwerkingtreding : 18-05-2001>
  § 2. De tenlastenemingen worden, volgens de regels en onder de voorwaarden die de regering vaststelt, geweigerd of verminderd, indien de gebruiker, krachtens andere [wettelijke of decretale] bepalingen, aanspraak heeft op dekking van dezelfde kosten van niet-medische hulp- en dienstverlening als krachtens dit decreet. De gebruiker moet zijn aanspraak krachtens andere [wettelijke of decretale] bepalingen doen gelden. <DVR 2001-05-18/48, art. 7, 003; Inwerkingtreding : 18-05-2001>
  ----------
  (1)<DVR 2008-12-19/24, art. 4, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2009>

  Afdeling 2. - Procedure.

  Art. 7.<DVR 2002-12-20/42, art. 43, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2003> [1 De tegemoetkomingen van de Vlaamse Zorgverzekering worden onder de door de regering te bepalen voorwaarden ambtshalve toegekend, als dat mogelijk is.]1
  [1 Bij gebrek aan een ambtshalve toekenning, vermeld in het eerste lid, worden de kosten van de niet-medische hulp- en dienstverlening aan een gebruiker ten laste genomen op aanvraag van de gebruiker of zijn vertegenwoordiger.]1
  De aanvraag, met inbegrip van de vaststelling krachtens artikel 9 van de ernst en duur van het verminderde zelfzorgvermogen, wordt ingediend bij de zorgkas waarbij de gebruiker is aangesloten, overeenkomstig artikel 4. De regering bepaalt de voorschriften waaraan de aanvraag moet voldoen.
  
  ----------
  (1)<DVR 2013-06-21/17, art. 28, 014; Inwerkingtreding : 01-05-2010>

  Art. 8.§ 1. De zorgkas onderzoekt [2 de voorwaarden voor de ambtshalve toekenning als vermeld in artikel 7, eerste lid, of]2 de aanvragen en aanvaardt, wijzigt of verwerpt de vastgestelde ernst en duur van het verminderde zelfzorgvermogen. De zorgkas kan daarvoor bijkomende onderzoeken verrichten of laten verrichten. Op eigen verzoek wordt de gebruiker of zijn vertegenwoordiger gehoord door de zorgkas. De zorgkas beslist over de tenlastenemingen binnen een termijn van zestig dagen [2 na de ontvangst van de bestandsmatige gegevens die aanleiding geven tot een ambtshalve toekenning als vermeld in artikel 7, eerste lid, of]2 na indiening van de aanvraag. De beslissing moet, op straffe van nietigheid, met redenen worden omkleed.
  [1 De regering bepaalt de omstandigheden waarin van de termijn van zestig dagen, vermeld in het eerste lid, afgeweken kan worden.]1
  De regering stelt de nadere regels vast met betrekking tot de behandeling van de aanvraag.
  § 2. (De zorgkas stelt het bedrag van de tenlastenemingen vast op basis van de ernst en de duur van het verminderde zelfzorgvermogen of op basis van de zorgvorm. De regering bepaalt de referentiebedragen.) <DVR 2002-12-20/42, art. 43, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
  § 3. De zorgkas kan de beslissing over de tenlastenemingen herzien, indien zich een wijziging voordoet in de toestand van de gebruiker. De regering regelt de herzieningsprocedure.
  § 4. (De gebruiker of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar aantekenen tegen de beslissing van de zorgkas.) De regering regelt de bezwaarprocedure. Zij kan een multidisciplinair samengestelde bezwaarcommissie oprichten of bepalen wie het bezwaar behandelt. (De regering kan binnen die bezwaarcommissie meerdere kamers instellen.) <DVR 2001-05-18/48, art. 9, 003; Inwerkingtreding : 18-05-2001>
  In voorkomend geval bepaalt de regering de presentiegelden van de commissieleden.
  ----------
  (1)<DVR 2011-03-25/17, art. 4, 012; Inwerkingtreding : 01-05-2006>
  (2)<DVR 2013-06-21/17, art. 29, 014; Inwerkingtreding : 01-05-2010>

  Art. 8bis. [1 Na uitputting van de bezwaarprocedure, vermeld in artikel 8, § 4, kan bij de arbeidsrechtbank beroep aangetekend worden. Deze vordering wordt, op straffe van niet- ontvankelijkheid, ingediend binnen een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de datum van de ontvangst van de bestreden beslissing.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2011-03-25/17, art. 5, 012; Inwerkingtreding : 01-01-2011>

  Art. 9. De ernst en de duur van het verminderde zelfzorgvermogen worden vastgesteld door daartoe door de regering, onder de door haar vastgestelde voorwaarden, gemachtigde (organisaties,) voorzieningen, professionele zorgverleners of personen. De ernst en de duur van het verminderde zelfzorgvermogen worden vastgesteld aan de hand van een meetinstrument dat door de regering wordt vastgesteld. <DVR 2002-12-20/42, art. 45, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
  De regering bepaalt de wijze waarop de vaststelling van de ernst en duur van het verminderde zelfzorgvermogen wordt (uitgevoerd, herzien en gecontroleerd). <DVR 2001-05-18/48, art. 10, 003; Inwerkingtreding : 18-05-2001>

  Art. 10.[1 § 1. Het recht op een tenlasteneming wordt geopend op het volgend tijdstip :
   1° de datum waarop de ernst en de duur van het verminderd zelfzorgvermogen ingaan, volgens de vaststelling overeenkomstig artikel 9 van het decreet;
   2° de datum van opname in een voorziening als vermeld in artikel 6, § 1, 3°, van het decreet;
   3° de datum van de aanvraag, als de datum vermeld in 1°, na de datum van de aanvraag valt.
   § 2. Er is een carenstijd die inhoudt dat de uitvoering van de tenlastenemingen ten vroegste ingaat vanaf de eerste dag van de vierde maand die volgt op de datum waarop het recht op een tenlasteneming geopend wordt.
   § 3. De uitvoering van de tenlastenemingen wordt, met behoud van de carenstijd, vermeld in § 2, voor vier maanden opgeschort met verlies van rechten voor elk jaar dat personen zich in een van de volgende situaties bevinden of hebben bevonden :
   1° zich kunnen aansluiten en dat niet hebben gedaan;
   2° hun bijdrage niet betaald hebben;
   3° hun bijdrage laattijdig betaald hebben;
   4° hun bijdrage slechts gedeeltelijk betaald hebben.]1
  [3 De opschorting met verlies van rechten, vermeld in het eerste lid, wordt niet toegepast voor de jaren waarvoor de bijdrage, vermeld in artikel 4, § 6, slechts gedeeltelijk of laattijdig werd betaald.]3
   [2 De Vlaamse Regering kan voorwaarden bepalen waarvoor bepaalde jaren waarvoor de bijdrage niet, laattijdig of slechts gedeeltelijk betaald werd niet in aanmerking worden genomen voor de opschorting met verlies van rechten.]2
   [1 De Vlaamse Regering bepaalt volgens welke regels gebruikers die in een behartigenswaardige toestand verkeren, de niet betaalde bijdragen alsnog kunnen betalen, of geheel of gedeeltelijk kunnen worden vrijgesteld van betaling, waardoor die opschorting met verlies van rechten vervalt.
   § 4. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden en de wijze waarop de tenlastenemingen, ook retroactief, worden uitgevoerd.]1
  ----------
  (1)<DVR 2008-12-19/24, art. 5, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2009>
  (2)<DVR 2008-12-19/24, art. 5, 010; Inwerkingtreding : 01-05-2006>
  (3)<DVR 2011-03-25/17, art. 6, 012; Inwerkingtreding : 01-01-2011>

  Art. 10bis.[1 De opschorting met verlies van rechten die personen oplopen voor de jaren dat ze verplicht waren om zich aan te sluiten, wordt, ook na een verhuizing of onderbreking van de aansluiting, toegepast op de datum, vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid.
   De opschorting met verlies van rechten die personen oplopen voor de jaren dat ze zich vrijwillig konden aansluiten, wordt, ook na een verhuizing of onderbreking van de aansluiting, toegepast op de datum, vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, als ze op die datum aan een van de volgende voorwaarden voldoen :
   1° vrijwillig onder het toepassingsgebied van de zorgverzekering vallen;
   2° verplicht onder het toepassingsgebied van de zorgverzekering vallen en in een in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad gevestigde voorziening als vermeld in artikel 6, § 1, tweede lid, 3°, verblijven.
   Het tweede lid is naast op de opschorting met verlies van rechten eveneens van toepassing op de termijn van ononderbroken aansluiting zoals bedoeld in artikel 5, 6°.]1
  ----------
  (1)<DVR 2008-12-19/24, art. 6, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2009>

  HOOFDSTUK III. - Organisatie.

  Afdeling 1. - Het Vlaams Zorgfonds.

  Art. 11. (Opgeheven) <DVR 2004-05-07/58, art. 15, 6°, 006; Inwerkingtreding : 01-04-2006>

  Art. 12. (Opgeheven) <DVR 2004-05-07/58, art. 15, 6°, 006; Inwerkingtreding : 01-04-2006>

  Art. 13. (Opgeheven) <DVR 2004-05-07/58, art. 15, 6°, 006; Inwerkingtreding : 01-04-2006>

  Afdeling 2. - De Zorgkassen.

  Art. 14. Een zorgkas kan door de volgende instanties worden opgericht :
  1° ziekenfondsen, landsbonden van ziekenfondsen en maatschappijen van onderlinge bijstand, onderworpen aan de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen, die actief zijn in het gehele territorium van het Nederlandse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;
  2° de Kas der Geneeskundige Verzorging als bedoeld in artikel 6 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
  3° verzekeringsondernemingen die vallen onder toepassing van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, die actief zijn in het gehele territorium van het Nederlandse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.
  De regering bepaalt wat wordt verstaan onder "actief zijn in het gehele territorium van het Nederlandse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad".
  Het Vlaams Zorgfonds richt een zorgkas op. (De door het Vlaams Zorgfonds op te richten zorgkas is, in afwijking van artikel 15, eerste lid, van rechtswege erkend.) <DVR 2001-05-18/48, art. 16, 003; Inwerkingtreding : 18-05-2001>
  (De regering kan bepalen dat de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn één of meer door haar te bepalen taken van de door het Vlaams Zorgfonds op te richten zorgkas zullen uitvoeren. In voorkomend geval bepaalt de regering hiervoor de nadere modaliteiten.) <DVR 2004-05-07/58, art. 15, 7°, b, 006; Inwerkingtreding : 01-04-2006>

  Art. 15.De regering erkent een zorgkas volgens de regels die zij bepaalt betreffende de toekenning, weigering, verlenging, intrekking en schorsing van de erkenning. Die regels zijn voor alle zorgkassen identiek.
  Om erkend te kunnen worden moet een zorgkas aan de volgende voorwaarden voldoen :
  1° opgericht worden als een privaatrechtelijke rechtspersoon die zijn opdrachten zonder winstoogmerk uitvoert en die ten aanzien van de in artikel 14 bepaalde instanties en ten aanzien van het Vlaams Zorgfonds volledig gescheiden wordt beheerd op het gebied van boekhouding en financiële middelen;
  2° wegens haar organisatie beschouwd worden als uitsluitend behorend tot de Vlaamse Gemeenschap;
  3° (elk verzoek tot aansluiting overeenkomstig artikel 4 aanvaarden, tenzij een wettelijke of decretale bepaling dit verhindert;) <DVR 2001-05-18/48, art. 17, 003; Inwerkingtreding : 18-05-2001>
  4° [1 elke ontvangst van bestandsmatige gegevens die aanleiding geven tot een ambtshalve toekenning als vermeld in artikel 7, eerste lid, en]1 elke aanvraag die geldig ingediend wordt, behandelen op de wijze bepaald in artikel 8, § 1, en derhalve een totaal verbod op risicoselectie in acht nemen;
  5° geen andere activiteiten ontplooien dan vermeld in artikel 16 (tenzij die verwant zijn met de activiteiten in het kader van de Vlaamse zorgverzekering.) <DVR 2001-05-18/48, art. 17, 003; Inwerkingtreding : 18-05-2001>
  6° noch rechtstreeks, noch zijdelings andere verzekeringen, tenlastenemingen, tussenkomsten, tegemoetkomingen of voordelen aanbieden of toekennen, die gekoppeld zijn aan de in artikel 4 bedoelde aansluiting of de, in artikel 16, eerste lid, bedoelde, tenlastenemingen.
  ----------
  (1)<DVR 2013-06-21/17, art. 30, 014; Inwerkingtreding : 01-05-2010>

  Art. 16.Een zorgkas heeft de volgende opdrachten :
  1° zij onderzoekt de aanvragen en beslist over de tenlastenemingen overeenkomstig de bepalingen van artikel 8;
  2° zij staat in voor de uitvoering van de tenlastenemingen overeenkomstig de bepalingen van artikel 10;
  3° (zij registreert de gegevens betreffende de aansluitingen, de aanvragen en de tenlastenemingen en legt die maandelijks voor aan het Vlaams Zorgfonds;) <DVR 2001-05-18/48, art. 18, 003; Inwerkingtreding : 18-05-2001>
  4° zij int in voorkomend geval, zoals bepaald in [1 artikel 4, § 5,]1 , de bijdragen van de aangeslotenen.
  (5° zij beheert in voorkomend geval, zoals bepaald in artikel 17bis, haar financiële reserves.) <DVR 2001-05-18/48, art. 18, 003; Inwerkingtreding : 18-05-2001>
  De regering bepaalt eenvormige regels met betrekking tot de controle op en de werking, de organisatie en het beheer van de zorgkassen.
  ----------
  (1)<DVR 2009-04-30/45, art. 6, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2010>

  Art. 17. Een erkende zorgkas ontvangt een subsidie die jaarlijks door het Vlaams Zorgfonds wordt vastgesteld op basis van :
  1° de som van de effectieve tenlastenemingen;
  2° (opgeheven) <DVR 2005-06-24/41, art. 42, 007; Inwerkingtreding : 01-10-2001>
  3° (een forfaitair bedrag ter dekking van de administratieve kosten dat aan de hand van door de regering te bepalen criteria wordt vastgesteld.) <DVR 2001-05-18/48, art. 19, 003; Inwerkingtreding : 18-05-2001>
  Een zorgkas is verantwoordelijk voor het financiële evenwicht tussen haar inkomsten en uitgaven.
  (De Regering bepaalt de voorwaarden van de vaststelling, uitbetaling en terugvordering van de subsidies en van het financiële evenwicht.) <DVR 2005-06-24/41, art. 42, 007; Inwerkingtreding : 01-10-2001>

  Art. 17bis. <Ingevoegd bij DVR 2001-05-18/48, art. 20; Inwerkingtreding : 18-05-2001> De regering kan de zorgkassen belasten met het financieel beheer van reserves volgens de door de regering te bepalen regels.

  Art. 18. De persoonsgegevens van de aangeslotenen worden door de zorgkassen en het Vlaams Zorgfonds aangewend met respect voor de persoonlijke levenssfeer van de aangeslotenen.

  HOOFDSTUK IV. - Toezicht en controle.

  Art. 19. De zorgkassen staan onder het toezicht en de controle van het Vlaams Zorgfonds en leggen jaarlijks een boekhoudkundig verslag van alle verrichtingen voor aan het Vlaams Zorgfonds volgens de, door de regering te bepalen, vormvereisten.

  Art. 20. Het Vlaams Zorgfonds legt jaarlijks een boekhoudkundig verslag van alle verrichtingen voor aan de regering volgens de, door de regering te bepalen, vormvereisten.

  Art. 21. § 1. De regering legt jaarlijks en uiterlijk op 31 oktober de begroting van het Vlaams Zorgfonds voor het volgende jaar aan het Vlaams Parlement voor.
  § 2. De regering brengt jaarlijks vóór (30 september) aan het Vlaams Parlement omstandig verslag uit over de inkomsten en uitgaven en de werking van het Vlaams Zorgfonds tijdens het afgelopen begrotingsjaar. <DVR 2005-06-24/41, art. 43, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2005>

  HOOFDSTUK IVbis. (Ingevoegd bij DVR 2000-12-08/34, art. 11; Inwerkingtreding : 23-01-2001)

  Art. 21bis.<DVR 2005-06-24/41, art. 44, 007; Inwerkingtreding : 01-05-2006> § 1. [3 Met behoud van de toepassing van artikel 10, § 3, wordt een administratieve boete opgelegd aan iedereen die aangesloten is bij een zorgkas en die drie keren, niet noodzakelijk opeenvolgende keren, de bijdrage, vermeld in artikel 4, § 5, niet of slechts gedeeltelijk heeft betaald.]3
  [2 De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waaronder bepaalde jaren waarvoor de bijdrage [4 niet of slechts gedeeltelijk]4 werd betaald, niet in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het eerste lid.]2
  Voor personen die op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de administratieve boete wordt opgelegd, gerechtigd zijn op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming, [3 of het OMNIO-statuut]3 bedoeld in artikel 37, § 1, tweede lid [3 en derde lid]3 , en § 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, bedraagt de administratieve geldboete 100 euro. Voor alle andere personen bedraagt de administratieve geldboete 250 euro.
  Onverminderd de toepassing van het eerste lid, blijven de achterstallige bijdragen verschuldigd.
  § 2. De Regering bepaalt de nadere regels voor het opleggen en het betalen van de administratieve geldboete. Ze wijst de ambtenaren aan die de geldboete kunnen opleggen.
  [5 § 2bis. De regering regelt de bezwaarprocedure tegen de administratieve geldboete.]5
  § 3. Indien de administratieve geldboete niet betaald wordt, wordt de geldboete, evenals de achterstallige bijdragen, bij dwangbevel ingevorderd. De Regering wijst de ambtenaren aan die een dwangbevel kunnen geven en uitvoerbaar verklaren. Een dwangbevel wordt betekend bij deurwaardersexploot met bevel tot betaling.
  § 4. De vordering tot voldoening van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen vanaf de dag waarop ze is ontstaan. De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden, bepaald in artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.
  ----------
  (1)<DVR 2008-12-19/24, art. 7, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2009>
  (2)<DVR 2008-12-19/24, art. 7, 010; Inwerkingtreding : 01-05-2006>
  (3)<DVR 2009-04-30/45, art. 7, 011; Inwerkingtreding : 01-05-2006>
  (4)<DVR 2011-03-25/17, art. 7, 1°, 012; Inwerkingtreding : 01-05-2006>
  (5)<DVR 2011-03-25/17, art. 7, 2°, 012; Inwerkingtreding : 01-01-2011>

  HOOFDSTUK V. - (Slotbepalingen.) <DVR 2001-05-18/48, art. 21, 003; Inwerkingtreding : 18-05-2001>

  Art. 22. Artikel 6 van het decreet van 27 juni 1990 houdende oprichting van een Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 6. De tegemoetkoming van het Fonds wordt geweigerd of verminderd indien de persoon met een handicap op basis van andere wettelijke of reglementaire bepalingen aanspraak heeft op bijstand tot sociale integratie, tot dekking van dezelfde behoefte en op grond van dezelfde handicap als in toepassing van dit decreet, met uitzondering van de dekking die geregeld is in het kader van het decreet van (...) houdende de organisatie van de zorgverzekering. ".

  Art. 23. (NOTA : Bij het arrest nr. 33/2001 van 13-03-2001, B.S. van 27-03-2001, p. 10002-10014, wordt het Arbitragehof artikel 23 vernietigd; Opgeheven : 01-01-2000) Aan artikel 582 van het Gerechtelijk Wetboek wordt, wat de Vlaamse Gemeenschap betreft, een 6° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 6° van de geschillen betreffende de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de toepassing van het decreet van (...) houdende de organisatie van de zorgverzekering. ".
  (NOTA : in de plaats van artikel 23, vernietigd bij het arrest nr. 33/2001 van 13 maart 2001 van het Arbitragehof, komt er een nieuw artikel 23, dat luidt als volgt :
  " Artikel 23. De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om personeel ter beschikking te stellen van de zorgkas, bedoeld in artikel 14, derde lid. ") <DVR 2005-12-23/45, art. 3, Inwerkingtreding : 01-04-2006>

  Art. 23bis. <Ingevoegd bij DVR 2001-05-18/48, art. 22; Inwerkingtreding : 18-05-2001> De regering bepaalt de overgangsmaatregelen inzake de in artikel 5, eerste lid, 5° bepaalde termijn van wonen en inzake de in artikel 5, eerste lid, 6° bepaalde aansluitingstermijn.

  Art. 23ter.<Ingevoegd bij DVR 2001-05-18/48, art. 23; Inwerkingtreding : 18-05-2001> In afwijking van artikel 13, vijfde lid, en uiterlijk tot 1 januari 2003, kan de regering de wijze van vaststelling en de hoogte van de in artikel 13, eerste lid, 3°, bedoelde bijdragen, bepalen op forfaitaire basis of op basis van door haar te bepalen parameters die los staan van de draagkracht van de aangeslotenen. De regering bepaalt volgens welke regels gebruikers die in een behartigenswaardige toestand verkeren de niet-betaalde, in het eerste lid bedoelde bijdragen alsnog kunnen betalen, of geheel of gedeeltelijk kunnen worden vrijgesteld van betaling, waardoor de in [1 opschorting met verlies van rechten, vermeld in [2 artikel 10, § 3]2 ]1 vervalt.
  ----------
  (1)<DVR 2008-12-19/24, art. 8, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2009>
  (2)<DVR 2011-03-25/17, art. 8, 012; Inwerkingtreding : 01-01-2009>

  Art. 23quater.<Ingevoegd bij DVR 2005-06-24/41, art. 46; Inwerkingtreding : 03-09-2005> § 1. De personen, bedoeld in [2 artikel 4, § 1, eerste en tweede lid,]2 kunnen [1 de opschorting met verlies van rechten, vermeld in [3 artikel 10, § 3]3 ]1, regulariseren op voorwaarde dat :
  1° zij de verschuldigde bijdragen alsnog volledig betalen uiterlijk 30 april 2006;
  2° [1 de opschorting met verlies van rechten, vermeld in artikel 10, § 1, tweede lid]1, nog niet werden toegepast naar aanleiding van een aanvraag tot tenlasteneming.
  § 2. De termijn, bedoeld in artikel 5, eerste lid, 6°, kan slechts geregulariseerd worden voor zover de persoon, bedoeld in [2 artikel 4, § 1, tweede lid,]2 vóór 30 juni 2003 een eerste aansluitingsbijdrage bij een zorgkas heeft betaald.
  § 3. [1 De opschorting met verlies van rechten, vermeld in artikel 10, § 1, tweede lid]1, die reeds werden toegepast naar aanleiding van [4 een ambtshalve toekenning als vermeld in artikel 7, eerste lid, of]4 een aanvraag tot tenlasteneming, kunnen slechts geregulariseerd worden voor zover de persoon, bedoeld in § l, vóór 30 juni 2003 een eerste aansluitingsbijdrage bij een zorgkas heeft betaald :
  § 4. De Regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot de regularisatie.
  ----------
  (1)<DVR 2008-12-19/24, art. 9, 010; Inwerkingtreding : 01-01-2009>
  (2)<DVR 2009-04-30/45, art. 8, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2010>
  (3)<DVR 2011-03-25/17, art. 9, 012; Inwerkingtreding : 01-01-2009>
  (4)<DVR 2013-06-21/17, art. 31, 014; Inwerkingtreding : 01-05-2010>

  Art. 23quinquies. [1 De personen vermeld in artikel 4, § 2, tweede, vijfde en zevende lid, kunnen zich tot uiterlijk 30 juni 2010 op vrijwillige basis aansluiten bij een krachtens dit decreet erkende zorgkas voor de periode van 1 oktober 2001 tot en met 31 december 2009.
   De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de aansluiting met terugwerkende kracht, vermeld in het eerste lid.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2009-04-30/45, art. 9, 011; Inwerkingtreding : 01-01-2010>

  Art. 23sexies. [1 De Vlaamse Regering bepaalt de overgangsmaatregelen voor de voorwaarden waaronder de tenlastenemingen van personen die zich niet langer bij de zorgverzekering kunnen aansluiten ten gevolge van de toepassing van de in verordening (EG) nr. 883/04 opgenomen aanwijzingsregels, verder worden uitgevoerd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2013-06-21/17, art. 27, 014; Inwerkingtreding : 01-05-2010>

  Art. 24. De artikelen 1, 2, 11, 12, 13, eerste lid, 1° en 4°, 14, 15, 18 en 21 van dit decreet treden in werking op 1 januari 1999.
  (Voor elk van de overige bepalingen van dit decreet stelt de Vlaamse regering de datum van inwerkingtreding vast.) <DVR 1999-12-22/35, art. 52, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2000>
  (De regering kan bepalen dat één of meer van de in het tweede lid bedoelde bepalingen, of onderdelen van die bepalingen, gefaseerd in werking treden. Zij kan die bepalingen of onderdelen ervan, tijdens door haar te bepalen periodes, afzonderlijk van toepassing verklaren op personen die behoren tot een door haar te bepalen leeftijdscategorie, gebruikers van een door haar te bepalen zorgvorm of gebruikers die een door haar te bepalen graad van zorgbehoevendheid vertonen.) <DVR 2001-05-18/48, art. 24, 003; Inwerkingtreding : 18-05-2001>
  (NOTA : Inwerkingtreding van het artikel 12 vastgesteld op 01-08-2000 door BVR 2000-07-17/82, art. 13)
  (NOTA : Inwerkingtreding van artikelen 16, lid 2 en 19 vastgesteld op 20-07-2000 door BVR 2000-07-17/87, art. 31)
  (NOTA : Inwerkingtreding van artikel 20 vastgesteld op 20-07-2000 door BVR 2000-06-08-58, art. 13)
  (NOTA : inwerkingtreding van artikel 17, eerste lid, 1° en 3°, en lid 3 vastgesteld op 01-10-2001 bij BVR 2001-10-19/38, art. 21; merk nochtans op dat punt 3° van het eerste lid vóór deze vaststelling reeds werd gewijzigd bij DVR 2001-05-18/48, art. 18, met inwerkingtreding op 18-05-2001)
  (NOTA : inwerkingtreding van artikelen 3 tot en met 9, 10, 10bis, 13, eerste lid, 3°, artikel 13, tweede tot en met zesde lid, artikelen 21bis tot en met 23ter vastgesteld op 01-10-2001, in de mate, bepaald in BVR 2001-09-28/42, art. 49)
  Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Brussel, 30 maart 1999.
  De minister-president van de Vlaamse regering,
  L. VAN DEN BRANDE
  De Vlaamse minister van Cultuur, Gezin en Welzijn,
  L. MARTENS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 25-04-2014 GEPUBL. OP 28-08-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 4; 6; 7; 8; 10)
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 21-06-2013 GEPUBL. OP 14-08-2013
    (GEWIJZIGDE ART. : 23sexies; 7; 8; 15; 23quater)
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 13-07-2012 GEPUBL. OP 23-08-2012
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 4; 14-18; 19-21; 21bis; 23) nader te bepalen datum
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 25-03-2011 GEPUBL. OP 14-04-2011
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 4; 8; 8bis; 10; 21bis; 23ter; 23quater)
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 30-04-2009 GEPUBL. OP 28-05-2009
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 4; 5; 16; 21bis; 23quater; 23quinquies)
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 19-12-2008 GEPUBL. OP 11-03-2009
    (GEWIJZIGDE ART. : 4; 5; 6; 10; 10BIS; 21BIS; 23TER)
    (GEWIJZIGD ART. : 23QUATER)
  • BEELD
  • ARREST GRONDWETTELIJK HOF VAN 21-01-2009 GEPUBL. OP 13-02-2009
    (GEWIJZIGD ART. : 4)
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 25-11-2005 GEPUBL. OP 12-01-2006
    (GEWIJZIGDE ART. : 1BIS; 2; 5; 10)
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 23-12-2005 GEPUBL. OP 30-12-2005
    (GEWIJZIGD ART. : 10)
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 24-06-2005 GEPUBL. OP 24-08-2005
    (GEWIJZIGDE ART. : 10; 10BIS; 13; 17; 21; 21BIS)
    (GEWIJZIGDE ART. : 23TER; 23QUA)
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 30-04-2004 GEPUBL. OP 09-06-2004
    (GEWIJZIGDE ART. : 4; 5)
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 07-05-2004 GEPUBL. OP 08-06-2004
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 4; 5; 11-13; 14; 16; 21BIS)
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 20-12-2002 GEPUBL. OP 31-12-2002
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 6; 7; 8; 9; 10)
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 18-05-2001 GEPUBL. OP 28-07-2001
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 4; 5; 6; 7; 8; 9; 10; 10BIS; 11-17)
    (GEWIJZIGDE ART. : 17BIS; 23BIS; 24; 23TER)
  • BEELD
  • ARREST ARBITRAGEHOF VAN 13-03-2001 GEPUBL. OP 27-03-2001
    (GEWIJZIGD ART. : 23)
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 08-12-2000 GEPUBL. OP 13-01-2001
    (GEWIJZIGD ART. : 21BIS)
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 22-12-1999 GEPUBL. OP 30-12-1999
    (GEWIJZIGD ART. : 24)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Zitting 1998-1999. Stukken. - Voorstel van decreet : 1239. - nr. 1. - Motie : 1239. - nr. 2. - Advies van de Raad van State : 1239. nr. 3. - Amendementen : 1239. - nrs. 4 tot 6. - Verslag : 1239. - nr. 7. - Opmerking van het Rekenhof : 1239. - nr. 8. - Amendementen : 1239. - nr. 9. Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergaderingen van 16 en 17 maart 1999.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 95 uitvoeringbesluiten 13 gearchiveerde versies
    Franstalige versie