J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 238 uitvoeringbesluiten 15 gearchiveerde versies
Erratum Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1998/12/21/1998022861/justel

Titel
21 DECEMBER 1998. - Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu [,de volksgezondheid en de werknemers]. <W 2011-07-27/13, art. 3, 012; Inwerkingtreding : 29-08-2011>
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 11-02-1999 en tekstbijwerking tot 28-12-2017)

Bron : SOCIALE ZAKEN.VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU
Publicatie : 11-02-1999 nummer :   1998022861 bladzijde : 3986   BEELD
Dossiernummer : 1998-12-21/41
Inwerkingtreding : 21-02-1999

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen.
Art. 1-3
HOOFDSTUK II. - Algemene bepalingen betreffende de producten.
Art. 4-6
HOOFDSTUK III. - [1 Bijzondere bepalingen betreffende stoffen, [2 mengsels]2 en voorwerpen.]1
Art. 7
HOOFDSTUK IIIbis. [1 - Bijzondere bepalingen in verband met gefluoreerde broeikasgassen.]1
Art. 7bis
HOOFDSTUK IV. - (Bijzondere bepalingen betreffende gewasbeschermingsmiddelen en biociden.) <W 2003-03-28/42, art. 5; Inwerkingtreding : 09-05-2003>
Art. 8, 8bis, 9
HOOFDSTUK V. - Bijzondere bepalingen betreffende verpakkingen.
Art. 10-14
HOOFDSTUK Vbis. - Bijzondere bepalingen betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energieverbruikende producten. <Ingevoegd bij W 2007-05-11/61, art. 3; Inwerkingtreding : 11-08-2007>
Afdeling 1. - Algemene bepaling. <Ingevoegd bij W 2007-05-11/61, art. 3; Inwerkingtreding : 11-08-2007>
Art. 14bis
Afdeling 2. - Definities. <Ingevoegd bij W 2007-05-11/61, art. 3; Inwerkingtreding : 11-08-2007>
Art. 14ter
Afdeling 3. - Vereisten bij [1 het op de markt introduceren]1 en/of in gebruik nemen. <Ingevoegd bij W 2007-05-11/61, art. 3; Inwerkingtreding : 11-08-2007>
Art. 14quater
Afdeling 4. - Markering, en verklaring en vermoeden van overeenstemming. <Ingevoegd bij W 2007-05-11/61, art. 3; Inwerkingtreding : 11-08-2007>
Art. 14quinquies
Afdeling 5. - Verplichtingen voor de fabrikant of zijn gevolmachtigde. <Ingevoegd bij W 2007-05-11/61, art. 3; Inwerkingtreding : 11-08-2007>
Art. 14sexies
Onderafdeling 1. - Voorschriften inzake componenten en subeenheden. <Ingevoegd bij W 2007-05-11/61, art. 3; Inwerkingtreding : 11-08-2007>
Art. 14septies
Onderafdeling 2. - Informatie voor de consument. <Ingevoegd bij W 2007-05-11/61, art. 3; Inwerkingtreding : 11-08-2007>
Art. 14octies
Afdeling 6. - Verantwoordelijkheden van de importeur. <Ingevoegd bij W 2007-05-11/61, art. 3; Inwerkingtreding : 11-08-2007>
Art. 14nonies
Afdeling 7. - Toezichts-, controle- en dringende interventiemaatregelen. <Ingevoegd bij W 2007-05-11/61, art. 3; Inwerkingtreding : 11-08-2007>
Onderafdeling 1. - Vrijwaringsclausule. <Ingevoegd bij W 2007-05-11/61, art. 3; Inwerkingtreding : 11-08-2007>
Art. 14decies
Onderafdeling 2. - Overeenstemmingsbeoordeling. <Ingevoegd bij W 2007-05-11/61, art. 3; Inwerkingtreding : 11-08-2007>
Art. 14undecies
Afdeling 8. - Geharmoniseerde normen. <Ingevoegd bij W 2007-05-11/61, art. 3; Inwerkingtreding : 11-08-2007>
Art. 14duodecies
HOOFDSTUK Vter. [1 - Comité voor het toekennen van het EU-milieukeur]1
Art. 14terdecies, 14quaterdecies, 14quinquiesdecies, 14sexiesdecies
HOOFDSTUK VI. - Toezicht en sancties.
Art. 15, 15bis, 15ter, 15quater, 15quinquies, 16, 16bis, 17, 17bis, 18
HOOFDSTUK VII. - Slot-, wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen.
Art. 19, 19bis, 20, 20bis, 20ter, 21-22
BIJLAGE.
Art. N1-N7

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen.

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

  Art. 2.Voor de toepassing van deze wet [6 en de uitvoeringsbesluiten ervan wordt]6 verstaan onder :
  1° [7 producten : lichamelijke roerende zaken, met inbegrip van stoffen, mengsels, voorwerpen, biociden, gewasbeschermingsmiddelen en biobrandstoffen doch uitgezonderd afvalstoffen;]7
  2° productgroepen : producten die voor een zelfde gebruik bestemd zijn en op overeenkomstige wijze kunnen worden gebruikt;
  3° op de markt brengen : het binnenbrengen, de invoer of het bezit met het oog op de verkoop of het ter beschikking stellen aan derden, het te koop aanbieden, de verkoop, het huuraanbod, de verhuring, of de afstand onder bezwarende titel of gratis;
  [2 3°bis illegaal op de markt brengen : het binnenbrengen, de invoer of het bezit met het oog op de verkoop of het ter beschikking stellen aan derden, het te koop aanbieden, de verkoop, het huuraanbod, de verhuring, of de afstand onder bezwarende titel of gratis van een product, met overtreding van de in deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, alsook van de in de verordeningen van de Europese Unie, opgenomen in bijlage I, vastgelegde technische voorschriften en/of bepalingen;]2
  4° stoffen : de chemische elementen en hun verbindingen, zoals zij voorkomen in natuurlijke toestand of bij de productie ontstaan, met inbegrip van alle additieven die nodig zijn voor het behoud van de stabiliteit van het product en alle onzuiverheden ten gevolge van het productieprocédé, doch met uitzondering van elk oplosmiddel dat kan worden afgescheiden zonder dat de stabiliteit van de stof wordt aangetast of de samenstelling ervan wordt gewijzigd;
  5° nieuwe stof : elke stof die niet vermeld staat in de EINECS inventaris (European Inventory of Existing Commercial Chemical Substances) zoals bedoeld in artikel 2, § 1, h), van richtlijn 67/548/EEG van 27 juni 1967, betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen;
  6° [5 mengsels]5 : de mengsels of oplossingen die bestaan uit twee of meer stoffen;
  [1 6° bis : voorwerp : een object waaraan tijdens de productie een speciale vorm, oppervlak of patroon wordt gegeven waardoor zijn functie in hogere mate wordt bepaald dan door de chemische samenstelling;]1
  7° [7 gevaarlijke stoffen : gevaarlijke stoffen zoals bepaald in bijlage I, deel 2, 3 en 4 van de Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006;]7
  [4 7bis° [7 gevaarlijke mengsels : gevaarlijke mengsels zoals bepaald in bijlage I, deel 2, 3 en 4 van de Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006;]7]4
  8° [4 biociden : biociden zoals bepaald in artikel 3 van de Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden;]4
  9° verpakkingen : alle producten, vervaardigd van materiaal van welke aard ook, die bestemd zijn voor het insluiten, beschermen, verladen, afleveren en aanbieden van goederen, van grondstoffen tot afgewerkte producten, over het gehele traject van producent tot gebruiker of consument; ook wegwerpartikelen die voor dit doel worden gebruikt, worden als verpakkingsmateriaal beschouwd.
  Verpakking omvat uitsluitend :
  a) verkoop- of primaire verpakking, dit wil zeggen verpakking die zo is ontworpen dat zij voor de eindgebruiker of consument op het verkooppunt een verkoopeenheid vormt;
  b) verzamel- of secundaire verpakking, dit wil zeggen verpakking die zo is ontworpen dat zij op het verkooppunt een verzameling van een aantal verkoopeenheden vormt, ongeacht of deze als dusdanig aan de eindgebruiker of de consument wordt verkocht, dan wel alleen dient om de rekken op het verkooppunt bij te vullen; deze verpakking kan van het product worden verwijderd zonder dat dit de kenmerken ervan beïnvloedt;
  c) verzend- of tertiaire verpakking, dit wil zeggen verpakking die zo is ontworpen dat het verladen of het vervoer van een aantal verkoopeenheden of verzamelverpakkingen wordt vergemakkelijkt om fysieke schade door verlading of transport te voorkomen. Weg-, spoor-, scheeps- of vliegtuigcontainers worden niet als verzendverpakking beschouwd;
  10° herbruikbare verpakking : iedere verpakking die is bestemd en ontworpen om binnen haar levensduur een minimum aantal omlopen te maken, opnieuw wordt gevuld of gebruikt voor hetzelfde doel als waarvoor zij is ontworpen, al dan niet met gebruikmaking van op de markt verkrijgbare producten met behulp waarvan de verpakking bijgevuld kan worden; dergelijke verpakking wordt verpakkingsafval wanneer zij niet langer herbruikt wordt;
  11° nuttige toepassing : elk van de volgende handelingen :
  a) terugwinning van oplosmiddelen;
  b) recyclage of terugwinning van organische stoffen die niet als oplosmiddel worden gebruikt (met inbegrip van compostbemesting en bemesting met andere biologisch omgezette stoffen);
  c) recyclage of terugwinning van metalen of metaalverbindingen;
  d) recyclage of terugwinning van andere anorganische stoffen;
  e) terugwinning van zuren of basen;
  f) terugwinning van bestanddelen die worden gebruikt om vervuiling tegen te gaan;
  g) terugwinning van bestanddelen uit catalysatoren;
  h) herraffinage van olie of ander hergebruik van olie;
  i) hoofdgebruik als brandstof of een andere wijze van energieopwekking;
  j) uitrijden voor landbouwkundige of ecologische verbetering;
  k) gebruik van afvalstoffen die bij één van de voornoemde behandelingen vrijkomen;
  l) uitwisseling van afvalstoffen voor één van de voornoemde behandelingen;
  m) opslag van afvalstoffen bestemd voor één van de voornoemde behandelingen, met uitsluiting van voorlopige opslag voorafgaand aan inzameling op de plaats van productie;
  12° recyclage : het in een productieproces opnieuw verwerken van afvalmaterialen voor het oorspronkelijke doel of voor andere doeleinden, met inbegrip van organische recyclage maar uitgezonderd terugwinning van energie;
  13° terugwinning van energie : het gebruik van brandbaar verpakkingsafval om energie op te wekken door directe verbranding met of zonder andere afvalstoffen maar met terugwinning van warmte;
  14° organische recyclage : aërobe behandeling (compostering) of anaërobe behandeling (biomethaanvorming), via micro-organismen en onder gecontroleerde omstandigheden, van de biologisch afbreekbare bestanddelen van verpakkingsafval, waarbij gestabiliseerde organische meststoffen of methaan tot stand komen; storten wordt niet als organische recyclage beschouwd;
  15° verwijdering : elk van de volgende handelingen :
  a) storten op of in de bodem (bijvoorbeeld op een vuilstortplaats, enz.);
  b) uitrijden (bijvoorbeeld biodegradatie van vloeibaar of slibachtig afval in de bodem, enz.);
  c) injectie in de diepe ondergrond (bijvoorbeeld injectie van verpompbare afvalstoffen in putten, zoutkoepels of natuurlijk gevormde holten, enz.);
  d) opslag in waterbekkens (bijvoorbeeld het lozen van vloeibaar of slibachtig afval in putten, vijvers of lagunen, enz.);
  e) verwijdering op speciaal ingerichte locaties (bijvoorbeeld in afzonderlijk beklede, afgedekte cellen die onderling en van de omgeving afgeschermd zijn, enz.);
  f) lozen in wateren, behalve zeeën en oceanen;
  g) verwijdering in zeeën of oceanen, inclusief inbrengen in de zeebodem;
  h) verbranding op zee;
  i) verbranding op het land;
  j) permanente opslag (bijvoorbeeld het plaatsen van houders in mijnen, enz.);
  k) biologische behandeling op een hierboven niet aangegeven wijze, waardoor verbindingen of mengsels ontstaan die worden verwijderd volgens één van de voornoemde methodes;
  l) fysisch-chemische behandeling op een hierboven niet aangegeven wijze, waardoor verbindingen of mengsels ontstaan die worden verwijderd volgens één van de voornoemde methodes (bijvoorbeeld verdamping, droging, calcinatie, enz.);
  m) vermengen voor één van de voornoemde behandelingen;
  n) herverpakken voor één van de voornoemde behandelingen;
  o) opslag in afwachting van één van de voornoemde behandelingen, met uitsluiting van voorlopige opslag voorafgaand aan inzameling op de plaats van productie;
  16° herbruikbaar product : ieder product dat is bestemd en ontworpen om volledig of voor het grootste gedeelte opnieuw te worden gebruikt voor hetzelfde doel als waarvoor het is ontworpen;
  17° leefmilieu : de atmosfeer, de bodem, het water, de ecosystemen, het klimaat, de flora, de fauna en de overige organismen met uitzondering van de mens;
  18° verontreiniging : de door de mens veroorzaakte aanwezigheid van vaste stoffen, vloeistoffen, gassen, micro-organismen, thermische energie, niet-ioniserende stralingen, geluid of andere trillingen in de atmosfeer, de bodem of het water, die de mens of het leefmilieu op rechtstreekse of onrechtstreekse wijze nadelig beïnvloedt of kan beïnvloeden;
  19° de minister : naargelang het geval de minister tot wiens bevoegdheid [3 de Volksgezondheid, het Leefmilieu of het Werk]3 behoort.
  (20° [4 gewasbeschermingsmiddelen :
   a) gewasbeschermingsmiddelen en toevoegingsstoffen zoals bepaald in Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad;
   b) alle andere producten in de vorm waarin zij aan de gebruiker worden geleverd en die een werking als gewasbeschermingsmiddel of toevoegingsstof hebben of bestemd zijn om de werking, de eigenschappen of de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen of toevoegingsmiddelen te beïnvloeden of bestemd zijn om te worden omgezet tot gewasbeschermingsmiddelen of toevoegingsmiddelen, al dan niet op de plaats van gebruik.[7 ...]7]4) <W 2003-03-28/42, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 09-05-2003>
  (21° Biobrandstof : vloeibare, gasvormige of vaste brandstof die gewonnen is uit biomassa. De biomassa is het biologisch afbreekbaar gedeelte van producten, afvalstoffen en residuen van de landbouw (met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen), de visserij, de aquacultuur, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, alsmede het biologisch afbreekbaar gedeelte van industrieel en huishoudelijk afval.) <W 2004-12-27/30, art. 233, 006; Inwerkingtreding : 10-01-2005>
  [1 22° REACH : Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie.]1
  ----------
  (1)<W 2009-09-10/34, art. 3, 010; Inwerkingtreding : 19-10-2009>
  (2)<W 2010-12-29/01, art. 80, 011; Inwerkingtreding : 10-01-2011>
  (3)<W 2011-07-27/13, art. 4, 012; Inwerkingtreding : 29-08-2011>
  (4)<W 2014-04-25/A1, art. 2, 013; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (5)<W 2014-04-25/A1, art. 20, 013; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (6)<W 2014-05-15/65, art. 2, 014; Inwerkingtreding : 09-08-2014>
  (7)<W 2015-12-16/06, art. 10, 015; Inwerkingtreding : 31-12-2015>

  Art. 3.§ 1. Onverminderd de toepassing van andere wettelijke bepalingen heeft deze wet tot doel door middel van productnormen duurzame productie- en consumptiepatronen aan te moedigen en te bevorderen en inzonderheid :
  1° het leefmilieu te beschermen tegen schadelijke effecten of risico's op schadelijke effecten van bepaalde producten die op de markt worden gebracht of die worden uitgevoerd naar landen die geen lid zijn van de Europese [3 Unie]3;
  2° de volksgezondheid te beschermen tegen schadelijke effecten of risico's op schadelijke effecten van bepaalde producten die op de markt worden gebracht of die worden uitgevoerd naar landen die geen lid zijn van de Europese [3 Unie]3;
  3° de uitvoering te verzekeren van de richtlijnen en verordeningen van de Europese [3 Unie]3 inzake productnormen ter bescherming van de volksgezondheid en het leefmilieu.
  [1 4° de werknemers te beschermen tegen schadelijke effecten of risico's op schadelijke effecten van stoffen en [2 mengsels]2 welke het gevolg zijn of vermoedelijk zullen zijn van de blootstelling aan stoffen en [2 mengsels]2 op de arbeidsplaats of van het gebruik van stoffen en [2 mengsels]2 bij het uitoefenen van een beroepsactiviteit, door voorwaarden vast te stellen betreffende het op de markt brengen en de levering van deze stoffen en [2 mengsels]2.]1
  Deze wet beoogt niet [1 ...]1 de veiligheid van de consument.
  § 2. (Deze wet is van toepassing op alle producten, voor wat betreft de aangelegenheden bedoeld in § 1.
  In afwijking van het vorige lid, is deze wet niet van toepassing op de producten die vallen onder de hiernavolgende wetten en de uitvoeringsbesluiten ervan, indien zij tegenstrijdige bepalingen bevatten of de doelstellingen ervan door de toepassing van de wet in gevaar kunnen worden gebracht :
  1° de wet van 28 mei 1956 betreffende ontplofbare en voor de deflagratie vatbare stoffen en mengsels en de daarmede geladen tuigen;
  2° de wet van 20 juni 1956 betreffende de verbetering van de rassen van de voor de landbouw nuttige huisdieren;
  3° de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen;
  4° de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van voedingsmiddelen en andere producten;
  5° de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle;
  6° de wet van 9 februari 1994 betreffende de veiligheid van producten en diensten.) <W 2003-03-28/42, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 09-05-2003>
  ----------
  (1)<W 2011-07-27/13, art. 5, 012; Inwerkingtreding : 29-08-2011>
  (2)<W 2014-04-25/A1, art. 20, 013; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (3)<W 2015-12-16/06, art. 11, 015; Inwerkingtreding : 31-12-2015>

  HOOFDSTUK II. - Algemene bepalingen betreffende de producten.

  Art. 4.Alle producten die op de markt worden gebracht [1 overeenkomstig de bepalingen van deze wet en van haar uitvoeringsbesluiten, alsook van de verordeningen van de Europese Unie, opgenomen in bijlage I]1, moeten zodanig ontworpen zijn dat hun fabricage, voorziene gebruik en verwijdering de volksgezondheid niet aantasten en niet of zo weinig mogelijk bijdragen tot een toename van de hoeveelheid en de mate van schadelijkheid van afvalstoffen en tot andere vormen van verontreiniging.
  ----------
  (1)<W 2010-12-29/01, art. 81, 011; Inwerkingtreding : 10-01-2011>

  Art. 5.§ 1. Teneinde [1 het leefmilieu, de volksgezondheid of de werknemers]1 te beschermen en duurzame productie- en consumptiepatronen te bevorderen, kan de Koning maatregelen nemen om :
  1° het op de markt brengen van een product te regelen, op te schorten of te verbieden;
  2° het op de markt brengen van een product afhankelijk te maken van een (voorafgaande homologatie, toelating, registratie of kennisgeving), alsook de voorwaarden te bepalen waaronder toelatingen of registraties kunnen worden verleend, opgeschort en ingetrokken; <W 2004-12-27/30, art. 234, 006; Inwerkingtreding : 10-01-2005>
  3° de eigenschappen, samenstelling, verpakking, presentatie en conditionering van een product met het oog op het op de markt brengen ervan, te reglementeren en de wijze te bepalen waarop bewezen of te kennen moet worden gegeven dat aan deze regels voldaan wordt;
  4° het op de markt brengen van herbruikbare producten aan te moedigen;
  5° de criteria te bepalen voor de analyse, het testen en de studie van een product of productgroep en zijn levenscyclus met het oog op het bepalen van de duurzaamheid en van de potentiële gevaren of risico's van het op de markt brengen ervan voor de volksgezondheid of het leefmilieu en analyses, testen of studies volgens deze modaliteiten op te leggen;
  6° de informatie, met uitzondering van de reclame als bedoeld in [4 artikel I.8, 13°, van het Wetboek van economisch recht]4, te bepalen die betreffende een product of productgroep voorafgaandelijk aan hun op de markt brengen of naar aanleiding ervan moet of kan worden verstrekt en aan wie en hoe deze informatie moet of kan worden verstrekt;
  7° de activiteiten van personen, betrokken bij het op de markt brengen van producten of productgroepen, te onderwerpen aan voorwaarden en aan een voorafgaande kennisgeving of toelating van de minister waarvan Hij de modaliteiten bepaalt alsook de voorwaarden te bepalen waaraan de kennisgeving dient te voldoen en waaronder de toelating kan worden verleend, opgeschort en ingetrokken;
  8° de uitvoer van producten naar landen die geen lid zijn van de Europese [3 Unie]3 te verbieden of aan een al dan niet voorafgaande kennisgeving, toelating of aan voorwaarden te onderwerpen;
  9° producten met het oog op het regelen van het op de markt brengen ervan in te delen in categorieën naargelang hun effecten op de volksgezondheid of het leefmilieu;
  10° specifieke regels te bepalen inzake het etiketteren van een product of productgroep. Wanneer deze regels betrekking hebben op een product waarvoor krachtens [4 artikel VI.9 van het Wetboek van economisch recht]4 etiketteringsvoorschriften werden uitgevaardigd, worden deze regels op gezamenlijke voordracht van de minister en van de minister tot wiens bevoegdheid het Verbruik behoort vastgesteld;
  11° een aangifteplicht in te stellen van de op de markt gebrachte of uitgevoerde hoeveelheden producten en hun samenstelling;
  12° het op de markt brengen van een product of productgroep afhankelijk te maken van andere bijzondere voorwaarden;
  13° alle andere maatregelen nemen die nodig zijn om te voldoen aan de voorschriften van internationale verdragen en/of akten met betrekking tot het op de markt brengen van producten waardoor België gebonden is.
  [2 14° het publiek te informeren inzake de op de markt te brengen producten of productgroepen, en dit publiek te sensibiliseren voor duurzame productie- en consumptiepatronen.]2
  De besluiten genomen ter uitvoering van de bepalingen sub 2°, 4°, 7°, 11° en 12° worden in Ministerraad overlegd;
  § 2. Teneinde de volksgezondheid [1 of de werknemers]1 te beschermen kan de Koning bovendien :
  1° het gebruik van een product aan voorwaarden onderwerpen, opschorten of verbieden;
  2° het gebruik van een product afhankelijk maken van een voorafgaande toelating, registratie of kennisgeving alsook de voorwaarden bepalen waaronder toelatingen of registraties kunnen worden verleend, opgeschort en ingetrokken;
  3° de productie van een product aan voorwaarden onderwerpen, opschorten of verbieden;
  4° bepaalde producten uit de markt doen nemen;
  5° de activiteiten van personen, betrokken bij het gebruik van producten of productgroepen, onderwerpen aan voorwaarden en aan een voorafgaande kennisgeving of toelating van de minister alsook de voorwaarden bepalen waaraan de kennisgeving dient te voldoen en waaronder de toelating kan worden verleend, opgeschort en ingetrokken;
  6° het gebruik van een product of productgroep afhankelijk maken van andere bijzondere voorwaarden.
  De besluiten genomen ter uitvoering van de bepalingen sub 2°, 3°, 4°, 5° en 6° worden in Ministerraad overlegd.
  § 3. Behalve in de gevallen waarin artikel [4 IX.5 van het Wetboek van economisch recht]4 van toepassing is, kan de minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort, wanneer één of meerdere producten een ernstig en dringend gevaar betekenen voor de volksgezondheid, bij een met redenen omkleed besluit en zonder de in deze wet en zijn uitvoeringsbesluiten voorgeschreven adviezen in te winnen, voorlopige maatregelen nemen die beletten dat ze nog gebruikt worden, nog op de markt worden gebracht of blijven.
  § 4. Wanneer één of meerdere producten een ernstig en dringend gevaar betekenen voor het leefmilieu, kan de minister tot wiens bevoegdheid het Leefmilieu behoort, bij een met redenen omkleed besluit en zonder de in deze wet en zijn uitvoeringsbesluiten voorgeschreven adviezen in te winnen, voorlopige maatregelen nemen die beletten dat ze nog op de markt worden gebracht of blijven.
  § 5. De krachtens de paragrafen 3 en 4 genomen voorlopige maatregelen vervallen ten laatste bij het einde van de zesde maand die volgt op deze waarin zij in werking zijn getreden. Deze maatregelen kunnen voor een periode van hoogstens dezelfde duur worden verlengd.
  ----------
  (1)<W 2011-07-27/13, art. 6, 012; Inwerkingtreding : 29-08-2011>
  (2)<W 2014-04-25/A1, art. 3, 013; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (3)<W 2015-12-16/06, art. 11, 015; Inwerkingtreding : 31-12-2015>
  (4)<W 2015-12-16/06, art. 12, 015; Inwerkingtreding : 31-12-2015>

  Art. 6. § 1. Teneinde de volksgezondheid of het leefmilieu te beschermen en duurzame productie- en consumptiepatronen te bevorderen, en in het bijzonder uitvoering te geven aan de bepalingen van artikel 4 van deze wet, kunnen sectorale overeenkomsten betreffende het op de markt brengen van een product of productgroep worden gesloten tussen de Staat en ondernemingen die betrokken zijn bij het op de markt brengen van een zelfde product of productgroep of organisaties van dergelijke ondernemingen.
  De in het vorige lid bedoelde organisaties moeten aantonen dat zij :
  1° rechtspersoonlijkheid bezitten;
  2° representatief zijn voor ondernemingen die tot een zelfde sector behoren en betrokken zijn bij het op de markt brengen van een zelfde product of productgroep;
  3° en statutair de bevoegdheid hebben om een dergelijke overeenkomst te sluiten of door minstens drie vierden van hun leden gemandateerd zijn om met de Staat een sectorale overeenkomst te sluiten en hen hierdoor te verbinden zoals bepaald in § 4, 1°, van dit artikel.
  (opgeheven) <W 2003-03-28/42, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 09-05-2003>
  § 2. Voor zover een onderneming of organisatie voldoet aan de voorwaarden bepaald in § 1 van dit artikel en mits toestemming van de Staat, kan zij toetreden tot een bestaande sectorale overeenkomst.
  § 3. Een sectorale overeenkomst kan de geldende wetgeving of reglementering noch vervangen, noch in minder strenge zin ervan afwijken.
  Gedurende de geldingstermijn van een sectorale overeenkomst vaardigt de Koning krachtens deze wet geen reglementering uit die, met betrekking tot de in de sectorale overeenkomst (behandelde aangelegenheden van de bedoelde producten), strengere eisen stelt dan in deze overeenkomst bepaald, behalve in geval van dringende noodzaak of indien dit nodig zou zijn om te voldoen aan internationale verplichtingen. <W 2003-03-28/42, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 09-05-2003>
  § 4. Sectorale overeenkomsten moeten voldoen aan bepaalde minimumvoorwaarden :
  1° een sectorale overeenkomst is juridisch bindend voor de partijen vanaf de ondertekening ervan door alle betrokken partijen.
  Naargelang hetgeen bepaald is in de sectorale overeenkomst, is zij tevens bindend voor al de leden van de organisatie of voor een in het algemeen omschreven groep ervan.
  De ondernemingen die na het sluiten van de sectorale overeenkomst tot de organisatie toetreden en, in voorkomend geval, deel uitmaken van de in een sectorale overeenkomst in het algemeen omschreven groep leden ervan, worden van rechtswege verbonden.
  De leden van de verbonden organisatie kunnen zich niet aan hun verplichtingen voortvloeiend uit de sectorale overeenkomst onttrekken door uit de organisatie te treden;
  (1°bis. In een sectorale overeenkomst dient te worden bepaald op welke manier controle zal worden uitgeoefend op de naleving van haar voorschriften.) <W 2003-03-28/42, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 09-05-2003>
  (1°ter. In geval van overtreding van de voorschriften van een sectorale overeenkomst kan iedereen die erdoor gebonden is de uitvoering in natura of bij equivalent vorderen van de overtreder.) <W 2003-03-28/42, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 09-05-2003>
  2° een sectorale overeenkomst wordt gesloten voor een bepaalde termijn die in geen geval langer mag zijn dan tien jaar. Elke langere termijn wordt van rechtswege herleid tot tien jaar.
  Een sectorale overeenkomst kan niet stilzwijgend verlengd worden. De Staat en één of meer verbonden organisaties kunnen overeenkomen een sectorale overeenkomst ongewijzigd te verlengen;
  3° een sectorale overeenkomst kan worden beëindigd :
  a) door het verstrijken van de termijn waarvoor ze werd aangegaan;
  b) door de opzegging ervan door één van de partijen; behoudens andersluidende bepaling in de overeenkomst bedraagt de opzeggingstermijn zes maanden;
  c) door een overeenkomst tussen partijen.
  § 5. De bepalingen van dit artikel zijn van openbare orde. Zij zijn van toepassing op de sectorale overeenkomsten die gesloten zullen worden na de inwerkingtreding van deze wet.
  Sectorale overeenkomsten die gesloten werden voor het van kracht worden van deze wet, kunnen niet gewijzigd of verlengd worden, tenzij volgens de bepalingen van deze wet en zijn uitvoeringsbesluiten. Zij blijven maximum vijf jaar geldig na het van kracht worden van deze wet.
  § 6. Elke sectorale overeenkomst in uitvoering van deze wet gesloten, evenals elke wijziging aan, verlenging of opzegging van of toetreding tot een sectorale overeenkomst, moet worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Dit is tevens het geval bij een voortijdige beëindiging van de sectorale overeenkomst door middel van een akkoord tussen partijen.
  (§ 6bis. Bij het sluiten van sectorale overeenkomsten worden de betrokken representatieve organisaties, waarvan leden deel uitmaken van de bijzondere commissies bedoeld in artikel 7 van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven, telkens betrokken bij de onderhandelingen.) <W 2003-03-28/42, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 09-05-2003>
  § 7. Een samenvatting van het ontwerp van sectorale overeenkomst, evenals van elke wijziging, verlenging, opzegging of voortijdige beëindiging ervan, wordt, op initiatief van de minister, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en in andere media die hiertoe door de Koning werden aangewezen. Het volledige ontwerp ligt gedurende dertig dagen ter inzage op de plaats in de bekendmaking bepaald. Het wordt ook ter kennis gebracht van (de in artikel 19, § 1, eerste lid, bedoelde adviesorganen, van de Kamer van volksvertegenwoordigers, en) van de Gewestregeringen. <W 2003-03-28/42, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 09-05-2003>
  Binnen dertig dagen na de publicatie van de samenvatting in het Belgisch Staatsblad kan iedereen zijn bezwaren en opmerkingen schriftelijk ter kennis brengen van de bevoegde federale diensten, die daartoe aangewezen zijn in de bekendmaking. Binnen dezelfde termijn kunnen de Gewestregeringen en de Raden vermeld in het vorige lid een advies uitbrengen, dat zij meedelen aan de minister. De minister onderzoekt de adviezen, bezwaren en opmerkingen en stuurt ze ter informatie aan de betrokken organisaties of ondernemingen (, en aan de Kamer van volksvertegenwoordigers). <W 2003-03-28/42, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 09-05-2003>
  (§ 8. De Minister brengt tijdens de eerste twee maanden van de gewone zitting van de Kamer van volksvertegenwoordigers verslag uit over de uitvoering van de sectorale overeenkomsten.) <W 2003-03-28/42, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 09-05-2003>

  HOOFDSTUK III. - [1 Bijzondere bepalingen betreffende stoffen, [2 mengsels]2 en voorwerpen.]1
  ----------
  (1)<W 2009-09-10/34, art. 4, 010; Inwerkingtreding : 19-10-2009>
  (2)<W 2014-04-25/A1, art. 20, 013; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 7.[1 De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, maatregelen nemen die nodig zijn voor de uitvoering van de verordening REACH.]1
  [2 Onverminderd de bepalingen van de verordening REACH bezorgt de leverancier de werkgever, zelfs indien deze daarom niet verzoekt, de informatie die hij nodig heeft voor het uitvoeren van de risicobeoordeling, het vaststellen van de preventiemaatregelen en het veilig gebruik van de stof of het [3 mengsel]3, bij de eerste levering en later bij elke beduidende kwalitatieve of kwantitatieve wijziging in de samenstelling van de stof of het [3 mengsel]3.
   De Koning bepaalt, na advies van de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk, de voorwaarden en de nadere regels betreffende de te verstrekken informatie.]2
  ----------
  (1)<W 2009-09-10/34, art. 5, 010; Inwerkingtreding : 19-10-2009>
  (2)<W 2011-07-27/13, art. 7, 012; Inwerkingtreding : 29-08-2011>
  (3)<W 2014-04-25/A1, art. 4, 013; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  HOOFDSTUK IIIbis. [1 - Bijzondere bepalingen in verband met gefluoreerde broeikasgassen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2015-12-16/06, art. 13, 015; Inwerkingtreding : 31-12-2015>
  

  Art. 7bis. [1 In de gevallen bepaald in de artikelen 11, lid 3, en 15, lid 4, van de Verordening (EU) nr. 517/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende gefluoreerde broeikasgassen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 842/2006, kan de voor Leefmilieu bevoegde minister bij de Europese Commissie een onderbouwd verzoek indienen om een vrijstelling te verlenen overeenkomstig de in deze artikelen bepaalde voorwaarden.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2015-12-16/06, art. 14, 015; Inwerkingtreding : 31-12-2015>
  

  HOOFDSTUK IV. - (Bijzondere bepalingen betreffende gewasbeschermingsmiddelen en biociden.) <W 2003-03-28/42, art. 5; Inwerkingtreding : 09-05-2003>

  Art. 8. De Koning kan het op de markt brengen van (gewasbeschermingsmiddelen en van) biociden onderwerpen aan een voorafgaandelijke (erkenning,) toelating of registratie verleend door de minister na advies van een orgaan bestaande uit wetenschappelijke en technische deskundigen, waarvan Hij, bij in Ministerraad overlegd besluit, de samenstelling en de werkwijze bepaalt. <W 2003-03-28/42, art. 6, 003; Inwerkingtreding : 09-05-2003>
  De Koning kan de voorwaarden van de (erkennings-,) toelatings- of registratieaanvraag en haar onderzoek door dit orgaan bepalen. Hij kan eveneens de voorwaarden van toekenning, wijziging, opschorting en intrekking van de (erkenning,) toelating of registratie bepalen. <W 2003-03-28/42, art. 6, 003; Inwerkingtreding : 09-05-2003>

  Art. 8bis.<Ingevoegd bij W 2003-03-28/42, art. 7; Inwerkingtreding : 09-05-2003> § 1. [1 De Koning stelt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad een risicoreductieprogramma vast dat om de twee en een half jaar geactualiseerd wordt, ter vermindering van het gebruik en het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en biociden, waaraan mens en leefmilieu kunnen worden blootgesteld.]1
  [1 Voor de in het vorige lid bedoelde biociden, gewasbeschermingsmiddelen en hun werkzame stoffen wordt er een reductiedoelstelling vastgelegd in de tijd en dit op basis van een grondige inventarisatie van de impact die zij hebben op mens en milieu.]1 Met het oog op de evaluatie van de resultaten van het [1 risicoreductieprogramma]1 omvat deze tevens voor de bedoelde werkzame stoffen een indicator die rekening houdt met leefmilieu- en/of gezondheidsimpact en waarin zowel kwalitatieve als kwantitatieve aspecten worden verwerkt. Het programma kan geen afbreuk doen aan de vereiste eerbiediging van de internationale regelgeving. Een ontwerp van het programma wordt voor advies voorgelegd aan het in artikel 8 bedoelde orgaan.
  (Het eerste programma zal ten laatste op 31 december 2004 in werking treden.) <W 2003-12-22/42, art. 507, 004; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
  § 2. (...) <W 2003-12-22/42, art. 507, 004; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
  ----------
  (1)<W 2014-04-25/A1, art. 5, 013; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 9.Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk II, kan de Koning, in het belang van de [1 volksgezondheid of de werknemers]1 :
  1° voorwaarden stellen inzake productie, verwerking, samenstelling, verpakking, presentatie, conditionering, hoeveelheid, oorsprong, kwaliteit, doeltreffendheid, verwerving, bezit, bewaring [2 , verrichten van proeven en analyses met,]2 en gebruik van (gewasbeschermingsmiddelen en) biociden; <W 2003-03-28/42, art. 8, 003; Inwerkingtreding : 09-05-2003>
  2° de maximale toegelaten hoeveelheden van residu's van werkzame stoffen bepalen welke de (gewasbeschermingsmiddelen en de) biociden en hun eventuele omzettingsproducten mogen achterlaten; <W 2003-03-28/42, art. 8, 003; Inwerkingtreding : 09-05-2003>
  3° de activiteiten van de personen die onder 1° bedoelde handelingen stellen, onderwerpen aan een voorafgaande machtiging of erkenning door de minister en de voorwaarden daartoe bepalen, alsook de voorwaarden waaronder de uitgereikte machtigingen of erkenningen kunnen worden opgeschort of ingetrokken;
  4° de merken, loodjes, verzegelingen, labels, etiketten, getuigschriften, attesten, bordjes, tekens, verpakkingen, benamingen of andere aanwijzingen waaruit het bestaan van de sub 1° bedoelde voorwaarden bewezen of te kennen worden gegeven, bepalen.
  De besluiten genomen ter uitvoering van de bepalingen sub 4° worden gezamenlijk voorgedragen door de minister en de ministers tot wier bevoegdheid de Economie en de Middenstand behoren.
  ----------
  (1)<W 2011-07-27/13, art. 8, 012; Inwerkingtreding : 29-08-2011>
  (2)<W 2015-12-16/06, art. 15, 015; Inwerkingtreding : 31-12-2015>

  HOOFDSTUK V. - Bijzondere bepalingen betreffende verpakkingen.

  Art. 10. Het op de markt brengen van producten in verpakkingen die niet herbruikbaar zijn, noch vatbaar voor nuttige toepassing, met inbegrip van recyclage zoals bedoeld in artikel 2, 12°, is verboden.
  Bij in Ministerraad overlegd besluit bepaalt de Koning de datum van inwerkingtreding van dit verbod en kan Hij afwijkingen van dit verbod toestaan in de gevallen waarin het op de markt brengen van dergelijke verpakkingen noodzakelijk is om te voldoen aan de wettelijke normen van hygiëne, veiligheid of bewaring van het verpakte product.

  Art. 11. § 1. Eénieder die verpakte producten op de markt brengt, dient ervoor te zorgen dat de verpakking van deze producten aan de volgende essentiële eisen voldoet :
  1° de verpakking moet zodanig worden vervaardigd dat volume en gewicht van de verpakking worden beperkt tot de minimale hoeveelheid die nodig is om het vereiste niveau van veiligheid, hygiëne en aanvaardbaarheid zowel voor het verpakte product als voor de verbruiker te handhaven;
  2° de verpakking moet zodanig worden ontworpen, vervaardigd en op de markt gebracht, dat hergebruik of nuttige toepassing, met inbegrip van recyclage, mogelijk is en dat het milieueffect bij de inzameling, de nuttige toepassing en de verwijdering van de verpakkingsafval of van de reststoffen van deze verrichtingen zoveel mogelijk wordt beperkt;
  3° de verpakking moet zodanig worden vervaardigd dat de aanwezigheid van schadelijke en andere gevaarlijke stoffen en materialen als bestanddeel van het verpakkingsmateriaal of van de verpakkingscomponenten tot een minimum wordt beperkt in emissies, as of percolaat, wanneer verpakkingsafval of reststoffen van beheersoperaties van verpakkingsafval verbrand of gestort worden.
  § 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, is éénieder die in niet-herbruikbare verpakkingen verpakte producten op de markt brengt, verplicht ervoor te zorgen dat, voor een zelfde verpakkingsmateriaal, de verhouding tussen het gewicht van de verpakking en het gewicht van het product dat in deze verpakking op de markt wordt gebracht, niet toeneemt ten opzichte van de verhouding die bestond op de datum van inwerkingtreding van deze wet.
  De Koning kan afwijkingen van deze verplichting toestaan indien het meergewicht aan verpakking :
  1° hetzij noodzakelijk is om te voldoen aan de wettelijke normen van hygiëne, veiligheid of bewaring;
  2° hetzij gecompenseerd wordt door een gelijktijdige gewichtsdaling bij de andere onderdelen van het verpakkingssysteem, verkoop-, verzamel- en verzendverpakking, waarvan de betrokken verpakking deel uitmaakt;
  3° hetzij veroorzaakt wordt door de overschakeling van éénmalige naar herbruikbare verpakkingen;
  4° hetzij veroorzaakt wordt door de opname van gerecycleerde materialen in de verpakking;
  5° hetzij bijdraagt tot een betere recycleerbaarheid.

  Art. 12. Eenieder die producten in herbruikbare verpakkingen op de markt brengt, dient ervoor te zorgen dat deze verpakkingen gelijktijdig aan de volgende essentiële eisen voldoen :
  1° de fysieke eigenschappen en kenmerken van de verpakking moeten onder normaal te verwachten gebruiksvoorwaarden een aantal omlopen mogelijk maken;
  2° de gebruikte verpakking moet kunnen worden behandeld in overeenstemming met de gezondheids- en veiligheidsvoorschriften voor arbeidskrachten;
  3° er moet worden voldaan aan de specifieke eisen ten aanzien van nuttige toepassing van verpakkingen wanneer de verpakking niet langer wordt gebruikt en derhalve afval is geworden.

  Art. 13.Eénieder die verpakte producten op de markt brengt in niet-herbruikbare verpakkingen, dient ervoor te zorgen dat deze verpakkingen aan de volgende essentiële eisen voldoen :
  1° wanneer de verpakking bestemd is om nuttig te worden toegepast in de vorm van recyclage van materialen moet deze verpakking zodanig worden vervaardigd dat een bepaald gewichtspercentage van de gebruikte materialen opnieuw kan worden toegevoegd aan het productieproces van verhandelbare producten, met inachtneming van de in de Europese [1 Unie]1 geldende regels. Dit percentage kan variëren naargelang het soort materiaal waaruit de verpakking bestaat;
  2° wanneer de verpakking bestemd is om nuttig te worden toegepast in de vorm van energieterugwinning dient zij met het oog op een optimale terugwinning op zijn minst een zekere calorische onderwaarde te hebben;
  3° wanneer de verpakking bestemd is om nuttig te worden toegepast in de vorm van compostering moet zij zodanig biologisch afbreekbaar zijn dat zij de gescheiden inzameling en het composteringsproces of de composteringsactiviteit waarin zij wordt ingebracht, niet hindert en dat het grootste deel van de resulterende compost uiteindelijk uiteenvalt in kooldioxyde, biomassa en water.
  ----------
  (1)<W 2015-12-16/06, art. 11, 015; Inwerkingtreding : 31-12-2015>

  Art. 14. De Koning kan de calorische onderwaarde bedoeld in artikel 13, 2° vaststellen en de andere essentiële eisen bedoeld in de artikelen 11, 12 en 13 specificeren door het uitvaardigen van bijzondere technische normen voor bepaalde categorieën van verpakkingen of verpakkingsmaterialen.

  HOOFDSTUK Vbis. - Bijzondere bepalingen betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energieverbruikende producten. <Ingevoegd bij W 2007-05-11/61, art. 3; Inwerkingtreding : 11-08-2007>

  Afdeling 1. - Algemene bepaling. <Ingevoegd bij W 2007-05-11/61, art. 3; Inwerkingtreding : 11-08-2007>

  Art. 14bis.<Ingevoegd bij W 2007-05-11/61, art. 3; Inwerkingtreding : 11-08-2007> § 1. Dit hoofdstuk schept een kader voor de vaststelling van voorschriften inzake ecologisch ontwerp voor [1 energiegerelateerde]1 producten, teneinde het vrije verkeer van die producten in de interne markt te garanderen.
  § 2. Dit hoofdstuk stelt de voorschriften vast waaraan [1 energiegerelateerde]1 producten die onder uitvoeringsmaatregelen vallen, moeten voldoen om [1 op de markt te kunnen worden geïntroduceerd]1 en/of in gebruik te kunnen worden genomen. Zij draagt bij tot duurzame ontwikkeling door de energie-efficiëntie en het niveau van milieubescherming te verhogen en tegelijk de zekerheid van de energievoorziening te vergroten.
  § 3. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op middelen voor het vervoer van personen of goederen.
  § 4. Dit hoofdstuk en de uitvoeringsmaatregelen uit hoofde ervan, doen geen afbreuk aan de wetgeving inzake afvalbeheer en chemische stoffen, met inbegrip van gefluoreerde broeikasgassen.
  ----------
  (1)<W 2011-07-27/13, art. 12, 012; Inwerkingtreding : 20-11-2010>

  Afdeling 2. - Definities. <Ingevoegd bij W 2007-05-11/61, art. 3; Inwerkingtreding : 11-08-2007>

  Art. 14ter.<Ingevoegd bij W 2007-05-11/61, art. 3; Inwerkingtreding : 11-08-2007> Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :
  1° [1 " energiegerelateerd product " (" egp ") : elk op de markt geïntroduceerd en/of in gebruik genomen goed dat tijdens het gebruik een effect heeft op het energieverbruik, met inbegrip van onderdelen die bedoeld zijn om in onder dit hoofdstuk vallende energiegerelateerde producten te worden ingebouwd en die ten behoeve van eindgebruikers op de markt worden geïntroduceerd en/of in gebruik worden genomen als losse onderdelen waarvan de milieuprestaties onafhankelijk kunnen worden beoordeeld;]1
  2° " componenten en subeenheden " : onderdelen die bedoeld zijn om in [2 egp]2's te worden ingebouwd en die niet als losse onderdelen ten behoeve van eindgebruikers [1 op de markt worden geïntroduceerd]1 en/of in gebruik worden genomen of waarvan de milieuprestaties niet onafhankelijk kunnen worden beoordeeld;
  3° " uitvoeringsmaatregelen " : krachtens deze wet, een Europese Verordening of Beschikking goedgekeurde maatregelen tot vaststelling van ecologische ontwerpvoorschriften voor gedefinieerde [2 egp]2's of voor milieuaspecten daarvan;
  4° " [1 op de markt introduceren]1 " : een [2 egp]2 voor het eerst op de communautaire markt aanbieden, tegen vergoeding of kosteloos, met het oog op de distributie of het gebruik ervan binnen de Gemeenschap, ongeacht de verkooptechniek;
  5° " ingebruikneming " : eerste gebruik door de eindgebruiker van een [2 egp]2 in de [3 Unie]3, overeenkomstig het gebruiksdoel;
  6° " fabrikant " : natuurlijke of rechtspersoon die onder deze wet vallende [2 egp]2's vervaardigt en verantwoordelijk is voor de overeenstemming van het [2 egp]2 met deze wet met het oog op het [1 op de markt introduceren]1 en/of het in gebruik nemen ervan onder zijn eigen naam of handelsmerk of voor eigen gebruik. Bij het ontbreken van een fabrikant zoals gedefinieerd in de eerste zin of van een importeur zoals omschreven in punt 8°, wordt een natuurlijke of rechtspersoon die de onder deze wet vallende [2 egp]2's [1 op de markt introduceert]1 en/of in gebruik neemt, als fabrikant beschouwd;
  7° " gevolmachtigde " : elke in de [3 Unie]3 gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon die schriftelijk door de fabrikant is gemachtigd om namens hem alle of een deel van de verplichtingen en formaliteiten in verband met deze wet te vervullen;
  8° " importeur " : in de [3 Unie]3 gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die in het kader van zijn commerciële activiteiten een product uit een derde land op de communautaire markt [1 introduceert]1;
  9° " materialen " : alle materialen die tijdens de levenscyclus van een [2 egp]2 gebruikt worden;
  10° " productontwerp " : de reeks processen waarbij wettelijke, technische, veiligheids-, functionele, markt- of andere voorschriften waaraan een [2 egp]2 moet voldoen, in de technische specificatie van dat [2 egp]2 worden omgezet;
  11° " milieuaspect " : een element of functie van een [2 egp]2 dat of die tijdens de levenscyclus ervan met het milieu kan interageren;
  12° " milieueffect " : elke verandering in het milieu die geheel of gedeeltelijk het gevolg van [2 egp]2's is en zich voordoet tijdens hun levenscyclus;
  13° " levenscyclus " : de opeenvolgende en onderling met elkaar verbonden stadia van een [2 egp]2 vanaf het gebruik van grondstoffen tot de uiteindelijke verwijdering;
  14° " hergebruik " : elke handeling waarbij [2 egp]2's of componenten ervan die aan het einde van hun eerste gebruiksmogelijkheid zijn gekomen, worden gebruikt voor hetzelfde doel als dat waarvoor ze waren ontworpen, met inbegrip van het voortgezette gebruik van [2 egp]2's die naar inzamelcentra, distributeurs, recycleercentra of fabrikanten worden teruggebracht, alsmede het hergebruik van [2 egp]2's na revisie;
  15° " recycling " : herverwerking van afvalstoffen in een productieproces voor het oorspronkelijke doel of voor andere doeleinden, met uitsluiting van energieterugwinning;
  16° " energieterugwinning " : het gebruik van brandbaar afval als middel om energie op te wekken door directe verbranding met of zonder ander afval, maar met terugwinning van de warmte;
  17° " terugwinning " : elk van de toepasselijke werkzaamheden vermeld in [1 bijlage II van Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen]1;
  18° " afvalstoffen " : elke stof of elk voorwerp van de in bijlage I [1 van Richtlijn 2008/98/EG]1 vermelde categorieën waarvan de houder zich ontdoet of van plan is zich te ontdoen of zich moet ontdoen;
  19° [1 " gevaarlijke afvalstoffen " : afvalstoffen zoals bedoeld in artikel 3, 2., van Richtlijn 2008/98/EG;]1
  20° " ecologisch profiel " : een beschrijving, overeenkomstig de op het [2 egp]2 toepasselijke uitvoeringsmaatregel, van de over de gehele levenscyclus aan een [2 egp]2 verbonden inputs en outputs (zoals grondstoffen, emissies en afvalstoffen) die uit het oogpunt van hun milieueffect significant zijn en in meetbare fysische grootheden worden uitgedrukt;
  21° " milieuprestaties " van een [2 egp]2 : de resultaten van het beheer van de milieuaspecten van het [2 egp]2 door de fabrikant, zoals weergegeven in het technische documentatiedossier van het [2 egp]2;
  22° " verbetering van de milieuprestaties " : het proces bestaande in het verbeteren van de milieuprestaties van een [2 egp]2 over opeenvolgende generaties, hoewel niet noodzakelijkerwijze met betrekking tot alle milieuaspecten van het product tegelijkertijd;
  23° " ecologisch ontwerp " : de integratie van milieuaspecten in het productontwerp met het doel de milieuprestaties van het [2 egp]2 over zijn gehele levenscyclus te verbeteren;
  24° " voorschrift inzake ecologisch ontwerp " : elk voorschrift met betrekking tot een [2 egp]2 of het ontwerp van een [2 egp]2 dat wordt vastgesteld met het doel de milieuprestaties ervan te verbeteren, of elk voorschrift inzake het verstrekken van informatie betreffende de milieuaspecten van een [2 egp]2;
  25° " generiek voorschrift inzake ecologisch ontwerp " : elk voorschrift inzake ecologisch ontwerp dat is gebaseerd op het ecologische profiel als geheel en waarbij geen grenswaarden voor bepaalde milieuaspecten worden vastgesteld;
  26° " specifiek voorschrift inzake ecologisch ontwerp " : een gekwantificeerd en meetbaar voorschrift inzake ecologisch ontwerp betreffende een bepaald milieuaspect van een [2 egp]2, zoals het energieverbruik tijdens het gebruik, berekend voor een gegeven eenheid van geleverde prestatie;
  27° " geharmoniseerde norm " : een technische specificatie die op basis van een mandaat van de Europese Commissie door een erkende normalisatie-instelling is goedgekeurd overeenkomstig de in Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften vastgestelde procedures voor het vaststellen van een Europees voorschrift, waarvan de inachtneming niet verplicht is;
  28° " bevoegde overheid " : het Directoraat-generaal Leefmilieu van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.
  ----------
  (1)<W 2011-07-27/13, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 20-11-2010>
  (2)<W 2011-07-27/13, art. 24, 012; Inwerkingtreding : 20-11-2010>
  (3)<W 2015-12-16/06, art. 11, 015; Inwerkingtreding : 31-12-2015>

  Afdeling 3. - Vereisten bij [1 het op de markt introduceren]1 en/of in gebruik nemen. <Ingevoegd bij W 2007-05-11/61, art. 3; Inwerkingtreding : 11-08-2007>
  ----------
  (1)<W 2011-07-27/13, art. 14, 012; Inwerkingtreding : 20-11-2010>

  Art. 14quater.<Ingevoegd bij W 2007-05-11/61, art. 3; Inwerkingtreding : 11-08-2007> § 1. Het [1 op de markt introduceren]1 en/of in gebruik nemen van een [2 egp]2 dat niet aan alle relevante bepalingen van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel voldoet en niet overeenkomstig artikel 14quinquies, § 1, eerste lid, voorzien is van de CE-markering, is verboden, en kan worden beperkt of belemmerd op grond van voorschriften inzake ecologisch ontwerp die verband houden met de parameters inzake ecologisch ontwerp die door de toepasselijke uitvoeringsmaatregelen worden bestreken.
  § 2. [2 egp]2's die niet in overeenstemming zijn met de bepalingen van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel, kunnen niettemin toch worden getoond, bijvoorbeeld op handelsbeurzen en tentoonstellingen en tijdens demonstraties, mits zichtbaar is aangegeven dat zij niet in overeenstemming zijn en dat zij niet [1 op de markt worden geïntroduceerd]1/in gebruik worden genomen zolang zij niet in overeenstemming zijn.
  ----------
  (1)<W 2011-07-27/13, art. 15, 012; Inwerkingtreding : 20-11-2010>
  (2)<W 2011-07-27/13, art. 24, 012; Inwerkingtreding : 20-11-2010>

  Afdeling 4. - Markering, en verklaring en vermoeden van overeenstemming. <Ingevoegd bij W 2007-05-11/61, art. 3; Inwerkingtreding : 11-08-2007>

  Art. 14quinquies.<Ingevoegd bij W 2007-05-11/61, art. 3; Inwerkingtreding : 11-08-2007> § 1. Voordat een onder uitvoeringsmaatregelen vallend [2 egp]2 [1 op de markt wordt geïntroduceerd]1 en/of in gebruik wordt genomen, wordt daarop de CE-markering van overeenstemming aangebracht en wordt een [1 EG-verklaring van overeenstemming]1 afgegeven, waarbij de fabrikant of zijn gevolmachtigde garandeert en verklaart dat het [2 egp]2 aan alle relevante bepalingen van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel voldoet.
  De in eerste lid bedoelde CE-markering van overeenstemming bestaat uit het opschrift " CE " zoals weergegeven in bijlage II.
  De in eerste lid bedoelde [1 EG-verklaring van overeenstemming]1 bevat de in bijlage III gespecificeerde elementen en verwijst naar de relevante uitvoeringsmaatregel.
  § 2. Het is verboden op [2 egp]2's markeringen aan te brengen die de gebruikers kunnen misleiden omtrent de betekenis of de vorm van de CE-markering.
  § 3. In het kader van uitvoeringsmaatregelen kan worden verlangd dat door de fabrikant informatie wordt verstrekt die gevolgen kan hebben voor de wijze waarop het [2 egp]2 door andere partijen dan de fabrikant wordt behandeld, gebruikt of gerecycleerd.
  Deze informatie moet ten minste verstrekt worden in het Nederlands, in het Frans en in het Duits, wanneer het [2 egp]2 in handen van de eindgebruiker komt, waarbij rekening wordt gehouden met :
  a) de vraag of de informatie kan worden verstrekt door middel van geharmoniseerde symbolen of erkende codes of door toepassing van andere maatregelen;
  b) het te verwachten type gebruiker van het [2 egp]2 en de aard van de te verstrekken informatie.
  De in eerste lid bedoelde informatie mag ook in één of meer andere officiële talen van de [3 Unie]3 worden verstrekt.
  § 4. De [2 egp]2's die van de in artikel 14quinquies, § 1, eerste lid, bedoelde CE-markering zijn voorzien, worden als overeenkomstig de relevante bepalingen van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel beschouwd.
  De [2 egp]2's waarvoor geharmoniseerde normen zijn toegepast waarvan het referentienummer in het Publicatieblad van de Europese Unie is bekendgemaakt, worden als overeenkomstig alle relevante voorschriften van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel waarop die normen betrekking hebben beschouwd.
  Van [2 egp]2's waaraan overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1980/2000 het communautaire milieukeur is toegekend, wordt aangenomen dat zij voldoen aan de voorschriften inzake ecologisch ontwerp van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel in zoverre de milieukeur aan die voorschriften voldoet.
  ----------
  (1)<W 2011-07-27/13, art. 16, 012; Inwerkingtreding : 20-11-2010>
  (2)<W 2011-07-27/13, art. 24, 012; Inwerkingtreding : 20-11-2010>
  (3)<W 2015-12-16/06, art. 11, 015; Inwerkingtreding : 31-12-2015>

  Afdeling 5. - Verplichtingen voor de fabrikant of zijn gevolmachtigde. <Ingevoegd bij W 2007-05-11/61, art. 3; Inwerkingtreding : 11-08-2007>

  Art. 14sexies.<Ingevoegd bij W 2007-05-11/61, art. 3; Inwerkingtreding : 11-08-2007> Alvorens een onder uitvoeringsmaatregelen vallend [2 egp]2 [1 op de markt te introduceren]1 en/of in gebruik te nemen, onderwerpt de fabrikant of zijn gevolmachtigde het [2 egp]2 aan een overeenstemmingsbeoordeling, waarbij het aan alle relevante vereisten van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel wordt getoetst.
  ----------
  (1)<W 2011-07-27/13, art. 17, 012; Inwerkingtreding : 20-11-2010>
  (2)<W 2011-07-27/13, art. 24, 012; Inwerkingtreding : 20-11-2010>

  Onderafdeling 1. - Voorschriften inzake componenten en subeenheden. <Ingevoegd bij W 2007-05-11/61, art. 3; Inwerkingtreding : 11-08-2007>

  Art. 14septies.<Ingevoegd bij W 2007-05-11/61, art. 3; Inwerkingtreding : 11-08-2007> Op grond van uitvoeringsmaatregelen kunnen fabrikanten of hun gevolmachtigden die componenten en subeenheden [1 op de markt introduceren]1 en/of in gebruik nemen, worden verplicht aan de fabrikant van [2 egp]2's die onder uitvoeringsmaatregelen vallen, relevante informatie te verstrekken over de materiaalsamenstelling en het verbruik van energie, materialen en/of hulpbronnen van [1 ...]1 componenten of subeenheden.
  ----------
  (1)<W 2011-07-27/13, art. 18, 012; Inwerkingtreding : 20-11-2010>
  (2)<W 2011-07-27/13, art. 24, 012; Inwerkingtreding : 20-11-2010>

  Onderafdeling 2. - Informatie voor de consument. <Ingevoegd bij W 2007-05-11/61, art. 3; Inwerkingtreding : 11-08-2007>

  Art. 14octies.[1 Overeenkomstig de geldende uitvoeringsmaatregel dragen fabrikanten er zorg voor dat de afnemers van egp's in een door hen geschikt geachte vorm worden geïnformeerd over:
   a) de rol die zij kunnen spelen bij een duurzaam gebruik van het egp; en
   b) het ecologisch profiel van het egp en de voordelen van een ecologisch ontwerp, voor zover de uitvoeringsmaatregelen zulks vereisen.]1
  ----------
  (1)<W 2011-07-27/13, art. 19, 012; Inwerkingtreding : 20-11-2010>

  Afdeling 6. - Verantwoordelijkheden van de importeur. <Ingevoegd bij W 2007-05-11/61, art. 3; Inwerkingtreding : 11-08-2007>

  Art. 14nonies.[1 Indien de fabrikant niet in de Unie is gevestigd en in afwezigheid van een gevolmachtigde, dient de importeur ervoor te zorgen :
   a) dat het op de markt geïntroduceerde en/of in gebruik genomen egp voldoet aan de bepalingen van dit hoofdstuk en aan de toepasselijke uitvoeringsmaatregel; en
   b) dat de EG-verklaring van overeenstemming en de technische documentatie worden bijgehouden en ter beschikking worden gesteld.]1
  ----------
  (1)<W 2011-07-27/13, art. 20, 012; Inwerkingtreding : 20-11-2010>

  Afdeling 7. - Toezichts-, controle- en dringende interventiemaatregelen. <Ingevoegd bij W 2007-05-11/61, art. 3; Inwerkingtreding : 11-08-2007>

  Onderafdeling 1. - Vrijwaringsclausule. <Ingevoegd bij W 2007-05-11/61, art. 3; Inwerkingtreding : 11-08-2007>

  Art. 14decies.<Ingevoegd bij W 2007-05-11/61, art. 3; Inwerkingtreding : 11-08-2007> § 1. Wanneer een [2 egp]2 dat voorzien is van de in artikel 14quinquies, § 1, eerste lid, bedoelde CE-markering en overeenkomstig het bedoelde gebruik wordt gebruikt, niet aan alle relevante bepalingen van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel voldoet, wordt de fabrikant of zijn gevolmachtigde verplicht om het [2 egp]2 in overeenstemming te brengen met de bepalingen van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel en/of met de CE-markering en om [1 onder de door de minister opgelegde voorwaarden]1 een eind te maken aan de inbreuk.
  Wanneer er voldoende aanwijzingen zijn dat een [2 egp]2 wellicht niet conform is, worden door de minister de noodzakelijke maatregelen getroffen die, afhankelijk van de ernst van de niet-naleving, zo ver kunnen gaan als een verbod op [1 de marktintroductie]1 van het [2 egp]2, totdat naleving wordt bereikt.
  Wanneer de niet-naleving voortduurt, wordt het op de markt [1 introduceren]1 en/of in gebruik nemen van het [2 egp]2 in kwestie beperkt of verboden, of wordt het product uit de markt genomen.
  In gevallen waarin een verbod wordt uitgevaardigd of indien het product uit de markt wordt gehaald, worden de Europese Commissie en de andere lidstaten onmiddellijk op de hoogte gebracht.
  § 2. In elk op grond van deze [1 onderafdeling]1 genomen besluit waardoor het op de markt [1 introduceren]1 en/of in gebruik nemen van een [2 egp]2 wordt beperkt, worden de redenen opgegeven waarop het is gebaseerd.
  Een dergelijk besluit wordt onverwijld ter kennis gebracht van de betrokkene, die tegelijkertijd op de hoogte wordt gebracht van de rechtsmiddelen die hem ter beschikking staan, en van de termijnen waaraan dergelijke rechtsmiddelen gebonden zijn.
  Indien een product niet voldoet aan de verplichtingen van dit hoofdstuk, kunnen de kosten die werden gemaakt ter uitvoering van dit artikel ten laste worden gelegd van de betrokken fabrikant of zijn gevolmachtigde.
  § 3. De minister stelt de Europese Commissie en de andere lidstaten onmiddellijk in kennis van elk uit hoofde van dit artikel genomen besluit, waarbij de redenen voor het nemen van dat besluit worden opgegeven en met name wordt vermeld of de niet-naleving toe te schrijven is aan :
  a) niet-inachtneming van de eisen van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel;
  b) incorrecte toepassing van de geharmoniseerde normen, zoals bedoeld in artikel 14duodecies ;
  c) tekortkomingen in de geharmoniseerde normen zoals bedoeld in artikel 14duodecies.
  § 4. De uit hoofde van deze onderafdeling genomen besluiten, worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
  ----------
  (1)<W 2011-07-27/13, art. 21, 012; Inwerkingtreding : 20-11-2010>
  (2)<W 2011-07-27/13, art. 24, 012; Inwerkingtreding : 20-11-2010>

  Onderafdeling 2. - Overeenstemmingsbeoordeling. <Ingevoegd bij W 2007-05-11/61, art. 3; Inwerkingtreding : 11-08-2007>

  Art. 14undecies.<Ingevoegd bij W 2007-05-11/61, art. 3; Inwerkingtreding : 11-08-2007> § 1. De overeenstemmingsbeoordelingsprocedures worden in de uitvoeringsmaatregelen gespecificeerd en laten de fabrikanten de keuze tussen de in bijlage IV beschreven interne ontwerpcontrole en het in bijlage V beschreven beheersysteem. Wanneer dit naar behoren gerechtvaardigd en evenredig met het risico is, wordt de overeenstemmingsbeoordelingsprocedure gekozen uit de toepasselijke modules zoals beschreven in [1 bijlage II van Besluit nr. 768/2008/EG]1.
  Indien de minister over sterke aanwijzingen beschikt inzake een waarschijnlijke niet-naleving van een [2 egp]2, publiceert deze zo spoedig mogelijk een gemotiveerde beoordeling in het Belgisch Staatsblad over de naleving van het [2 egp]2, welke beoordeling kan worden uitgevoerd door een bevoegde instantie, om eventueel tijdige corrigerende maatregelen door de fabrikant of zijn gevolmachtigde mogelijk te maken.
  Indien een onder uitvoeringsmaatregelen vallend [2 egp]2 wordt ontworpen door een organisatie die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 761/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2001 inzake de vrijwillige deelneming van organisaties aan een communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS) is geregistreerd en de ontwerpfunctie in het toepassingsgebied van die registratie is opgenomen, wordt aangenomen dat het beheersysteem van die organisatie aan de eisen van bijlage V voldoet.
  Indien een onder uitvoeringsmaatregelen vallend [2 egp]2 wordt ontworpen door een organisatie die een beheersysteem heeft dat de productontwerpfunctie omvat en dat wordt toegepast overeenkomstig geharmoniseerde normen waarvan het referentienummer in het Publicatieblad van de Europese Unie is bekendgemaakt, wordt aangenomen dat dit beheersysteem aan de overeenkomstige eisen van bijlage V voldoet.
  § 2. Na het [1 op de markt introduceren]1 en/of in gebruik nemen van een onder uitvoeringsmaatregelen vallend [2 egp]2, houdt de fabrikant of zijn gevolmachtigde relevante documenten betreffende de uitgevoerde overeenstemmingsbeoordeling en de afgegeven verklaringen van overeenstemming gedurende een periode van tien jaar na de vervaardiging van het laatste [2 egp]2 beschikbaar voor inspectie.
  De relevante documenten worden binnen tien dagen na ontvangst van een verzoek van de bevoegde autoriteit van een lidstaat beschikbaar gesteld.
  § 3. De documenten betreffende de overeenstemmingsbeoordeling en de in artikel 14quinquies, § 1, eerste lid, bedoelde verklaring van overeenstemming worden opgesteld in een van de officiële talen van de [3 Unie]3.
  ----------
  (1)<W 2011-07-27/13, art. 22, 012; Inwerkingtreding : 20-11-2010>
  (2)<W 2011-07-27/13, art. 24, 012; Inwerkingtreding : 20-11-2010>
  (3)<W 2015-12-16/06, art. 11, 015; Inwerkingtreding : 31-12-2015>

  Afdeling 8. - Geharmoniseerde normen. <Ingevoegd bij W 2007-05-11/61, art. 3; Inwerkingtreding : 11-08-2007>

  Art. 14duodecies.<Ingevoegd bij W 2007-05-11/61, art. 3; Inwerkingtreding : 11-08-2007> § 1. De minister neemt de passende maatregelen om de belanghebbenden [1 , de bevoegde overheden krachtens andere regelgevingen inbegrepen,]1 te kunnen raadplegen over het proces van het opstellen van en het toezicht op de geharmoniseerde normen.
  § 2. Wanneer de minister van oordeel is dat de geharmoniseerde normen, waarvan wordt aangenomen dat bij toepassing ervan wordt voldaan aan de specifieke bepalingen van een toepasselijke uitvoeringsmaatregel, toch niet volledig aan die bepalingen voldoen, brengt hij, met opgave van de redenen, dit ter kennis van het bij artikel 5 van Richtlijn 98/34/EG van het Europees parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften opgerichte permanente comité.
  [1 § 3. Voor de toepassing van dit hoofdstuk organiseert de minister de samenwerking met de overheden die verantwoordelijk zijn voor specifieke productgroepen krachtens wettelijke en reglementaire bepalingen; hij organiseert tevens de informatie-uitwisseling tussen de betrokken overheden en de Commissie.]1
  ----------
  (1)<W 2011-07-27/13, art. 23, 012; Inwerkingtreding : 20-11-2010>

  HOOFDSTUK Vter. [1 - Comité voor het toekennen van het EU-milieukeur]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-25/A1, art. 6, 013; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 14terdecies. [1 Bij de voor het Leefmilieu bevoegde minister wordt een comité voor de toekenning van het EU-milieukeur opgericht, hierna het comité genoemd.
   Op de voordracht van de voor het Leefmilieu en voor de Economie bevoegde ministers, bepaalt de Koning de samenstelling, de organisatie en de werkwijze van het comité.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-25/A1, art. 7, 013; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 14quaterdecies. [1 Onverminderd artikel 14sexiesdecies, is het comité de bevoegde instantie zoals bedoeld in artikel 4 van de Verordening (EG) nr. 66/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de EU-milieukeur.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-25/A1, art. 8, 013; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 14quinquiesdecies. [1 § 1. De Koning kan, na raadpleging van het comité, bij een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad een systeem voor toekenning, controle en intrekking van een nationaal milieukeur organiseren en instellen.
   Het comité wordt belast met het toekennen van het nationaal milieukeur, overeenkomstig de krachtens het eerste lid bepaalde procedure en nadere regels.
   § 2. Het in § 1 bedoelde milieukeur mag niet worden toegekend :
   1° aan geneesmiddelen voor menselijk of voor diergeneeskundig gebruik, in de zin van artikel 1, § 1, 1), van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen, noch aan enig soort medische hulpmiddelen;
   2° aan producten die stoffen of mengsels bevatten die zijn ingedeeld als giftig, gevaarlijk voor het milieu, kankerverwekkend, mutageen of giftig voor de voortplanting overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006;
   3° aan producten die stoffen bevatten zoals bedoeld in artikel 57 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en de beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie.
   § 3. De criteria voor de toekenning van het in § 1 bedoelde milieukeur worden opgesteld volgens een totaalbenadering die is gebaseerd op de in artikel 6 en in de bijlage I van de Verordening (EG) nr. 66/2010 van het Europese Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de EU-milieukeur bepaalde algemene criteria.
   De criteria voor de toekenning van het in § 1 bedoelde milieukeur aan een productengroep mogen niet minder strikt zijn dan die welke krachtens de Verordening (EG) nr. 66/2010 van het Europese Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de EU-milieukeur voor dezelfde productengroep zijn opgesteld.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-25/A1, art. 9, 013; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 14sexiesdecies. [1 Op de voordracht van de voor het Leefmilieu en voor de Economie bevoegde ministers en na het advies van het comité te hebben ingewonnen, bepaalt de Koning het bedrag en de wijze van betaling van de kosten voor de behandeling van het dossier betreffende de aanvraag tot toekenning van het milieukeurmerk, alsook van de vergoeding die voor het gebruik van het milieukeur verschuldigd is.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-25/A1, art. 10, 013; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  HOOFDSTUK VI. - Toezicht en sancties.

  Art. 15.§ 1. [1 [2 Onverminderd de ambtsbevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, zien de daartoe door de Koning aangewezen statutaire of contractuele personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu toe op de naleving van de bepalingen van deze wet, van de ter uitvoering ervan genomen besluiten, van de uitvoeringsmaatregelen genomen in het kader van de Richtlijn 2009/125/EG en van de verordeningen van de Europese [4 Unie]4 die opgenomen zijn in de bijlage I.]2
   De contractuele personeelsleden leggen voorafgaand aan de uitoefening van hun functie, de eed af in handen van de Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort en de Minister tot wiens bevoegdheid het Leefmilieu behoort, of van hun respectieve aangestelde.
   Andere ambtenaren of personen kunnen door de Koning worden aangewezen bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. Ze zullen de eed afleggen, in voorkomend geval, in handen van de minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort en de minister tot wiens bevoegdheid het Leefmilieu behoort, of van hun respectieve aangestelde.]1
  § 2. In de uitoefening van hun opdracht mogen de in § 1 bedoelde [1 statutaire of contractuele personeelsleden]1 :
  1° alle inrichtingen, gedeelten van inrichtingen, vervoermiddelen, lokalen of andere plaatsen, al dan niet in de open lucht gelegen en bestemd voor nijverheids-, handels-, landbouw-, ambachtelijke of wetenschappelijke aktiviteiten, betreden of binnentreden;
  2° wanneer deze deel uitmaken van of aanhorig zijn aan woongelegenheden de in het vorige lid aangegeven plaatsen slechts betreden tussen vijf uur 's morgens en negen uur 's avonds, tenzij zij in het bezit zijn van een voorafgaandelijke schriftelijke machtiging afgeleverd door een rechter in de politierechtbank; dergelijke machtiging is te allen tijde vereist voor het betreden van plaatsen die tot woning dienen;
  3° zich alle inlichtingen en bescheiden doen verstrekken die zij tot het volbrengen van hun opdracht nodig achten, en overgaan tot alle nuttige vaststellingen;
  (Het zich doen verstrekken van alle bescheiden houdt in dat aan de in § 1 bedoelde ambtenaren en beambten inzage wordt verleend van deze bescheiden die zij [3 ofwel kunnen kopiëren, ofwel]3 tegen ontvangstbewijs tijdelijk kunnen in bezit nemen voor onderzoek voor een termijn door de Koning bepaald. Deze tijdelijke inbezitneming wordt gelicht op bevel van de [1 statutair of contractueel personeelslid]1 die de bescheiden tijdelijk heeft in bezit genomen, of ten gevolge van het verstrijken van de termijn.) <W 2003-03-28/42, art. 9, 003; Inwerkingtreding : 09-05-2003>
  4° monsters nemen of onder hun toezicht laten nemen en deze laten analyseren (of de producten tegen ontvangstbewijs tijdelijk in bezit nemen ter uitvoering van nader onderzoek). <W 2003-03-28/42, art. 9, 003; Inwerkingtreding : 09-05-2003>
  (5° voertuigen stilhouden met het oog op het onderzoek van de vervoerde producten en hun vervoersdocumenten, en in geval dit onderzoek onmogelijk ter plaatse kan geschieden bevelen dat de vervoerde producten naar een andere plaats binnen een straal van 5 kilometer worden overgebracht en dit op kosten van de vervoerder.) <W 2003-03-28/42, art. 9, 003; Inwerkingtreding : 09-05-2003>
  § 3. Op de gezamenlijke voordracht van de ministers die bevoegd zijn voor het Leefmilieu, de Volksgezondheid en de Economische Zaken, kan de Koning de regels volgens dewelke de monstername moet gebeuren, de analysemethoden die moeten worden toegepast, en de voorwaarden van erkenning van de laboratoria voor het uitvoeren van deze analyses bepalen.
  § 4. Op de gezamenlijke voordracht van de ministers die bevoegd zijn voor het Leefmilieu, de Volksgezondheid, de Economische Zaken en de Middenstand, kan de Koning de maximumtarieven van de in § 3 bedoelde analyses vaststellen.
  § 5. [2 Behoudens wanneer een waarschuwing, bedoeld in artikel 17bis, wordt gegeven, stellen de statutaire of contractuele personeelsleden, bedoeld in § 1, eerste lid, de overtredingen van deze wet, van de ter uitvoering ervan genomen besluiten, van de uitvoeringsmaatregelen genomen in het kader van de Richtlijn 2009/125/EG en van de verordeningen van de Europese [4 Unie]4 die opgenomen zijn in de bijlage I, vast in processen-verbaal, die bewijskracht hebben behoudens tegenbewijs; een afschrift ervan wordt binnen de dertig kalenderdagen na de vaststelling aan de overtreder toegezonden.]2
  § 6. [2 In het kader van de toepassing van deze wet, van de ter uitvoering ervan genomen besluiten, van de uitvoeringsmaatregelen genomen in het kader van de Richtlijn 2009/125/EG en van de verordeningen van de Europese [4 Unie]4 die opgenomen zijn in de bijlage I, kan de Koning, op de gezamenlijke voordracht van de ministers die bevoegd zijn voor de Volksgezondheid, het Leefmilieu, de Economische Zaken en de Middenstand, de toepassing van controlerichtlijnen voorschrijven die aangenomen werden door erkende nationale of internationale instellingen.]2
  (§ 7. Dit artikel geldt niet voor de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen.) <W 2003-12-22/42, art. 181, 004; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
  ----------
  (1)<W 2009-09-10/34, art. 6, 010; Inwerkingtreding : 19-04-2010>
  (2)<W 2011-07-27/13, art. 25, 012; Inwerkingtreding : 29-08-2011>
  (3)<W 2014-05-15/65, art. 3, 014; Inwerkingtreding : 09-08-2014>
  (4)<W 2015-12-16/06, art. 11, 015; Inwerkingtreding : 31-12-2015>

  Art. 15bis.[1 Onverminderd de toepassing van artikelen 15 en 15ter oefenen, wat de bescherming van de werknemers betreft, de in uitvoering van artikel 17 van het Sociaal Strafwetboek aangewezen ambtenaren, binnen de perken van hun bevoegdheden, het toezicht uit op de naleving van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan en van de verordening REACH.
   Deze ambtenaren oefenen dit toezicht uit overeenkomstig het eerste boek van het Sociaal Strafwetboek.]1
  ----------
  (1)<W 2014-04-25/A1, art. 11, 013; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 15ter. [1 Onverminderd de toepassing van artikel 15 worden de ambtenaren van de Administratie der Douane en Accijnzen belast met het toezicht op de naleving van de bepalingen van deze wet, van de ter uitvoering ervan genomen besluiten, van de uitvoeringsmaatregelen genomen in het kader van de Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten en van de verordeningen van de Europese Unie die opgenomen zijn in de bijlage I.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-25/A1, art. 12, 013; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 15quater. [1 Onverminderd de toepassing van artikel 15 en 15ter, oefenen de ambtenaren en beambten van de Algemene Directie Controle en Bemiddeling van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, binnen de perken van hun bevoegdheden, het toezicht uit op de naleving van de bepalingen van deze wet, de uitvoeringsbesluiten ervan en van de uitvoeringsmaatregelen genomen in het kader van de Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten, enkel in relatie tot deze richtlijn.
   Deze ambtenaren oefenen dit toezicht uit overeenkomstig hoofdstuk 10 van de wet van 6 april 2010 betreffende de marktpraktijken en consumentenbescherming.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-25/A1, art. 13, 013; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 15quinquies. [1 Onverminderd de toepassing van artikel 15 en 15ter oefenen de in artikel 3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemene reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg bedoelde ambtenaren, binnen de perken van hun bevoegdheden, het toezicht uit op de naleving van de bepalingen van deze wet, de uitvoeringsbesluiten ervan, en van de Verordening (EG) nr. 1222/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 inzake de etikettering van banden met betrekking tot hun brandstofefficiëntie en andere essentiële parameters, enkel in relatie tot deze verordening.
   Deze ambtenaren oefenen dit toezicht uit overeenkomstig de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-25/A1, art. 14, 013; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 16.§ 1. [2 De statutaire of contractuele personeelsleden, [3 bedoeld in artikelen 15, § 1, eerste lid, 15quater, eerste lid en 15quinquies, eerste lid,]3, kunnen bij administratieve maatregel de producten waarvan zij vermoeden dat zij niet beantwoorden aan de bepalingen van een krachtens deze wet genomen besluit, of van een uitvoeringsmaatregel genomen in het kader van de Richtlijn 2009/125/EG, of van een verordening van de Europese [5 Unie]5 die opgenomen is in de bijlage I, tegen ontvangstbewijs [4 of bewijs van verzegeling tijdelijk in bezit nemen of verzegelen]4 voor een termijn door de Koning bepaald, teneinde ze aan een controle te onderwerpen.]2 Deze (tijdelijke inbezitneming tegen ontvangstbewijs voor onderzoek) wordt gelicht op bevel van de [1 statutair of contractueel personeelslid]1 die het product (tegen ontvangstbewijs tijdelijk heeft in bezit genomen voor onderzoek), of ten gevolge van het verstrijken van de termijn. <W 2003-03-28/42, art. 10, 003; Inwerkingtreding : 09-05-2003>
  [4 Deze statutaire of contractuele personeelsleden kunnen de producten die niet conform zijn met de in uitvoering van deze wet genomen besluiten, met de uitvoeringsmaatregelen genomen in kader van de Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten of met de verordeningen van de Europese Unie die opgenomen zijn in bijlage I, in beslag nemen, verzegelen of kunnen eisen deze producten van de markt terug te nemen.]4
  (De producten, voorwerp van een voorlopige maatregel als bedoeld in artikel 5, §§ 3, 4, en 5, of van een tijdelijke inbezitneming als bedoeld in het eerste lid of van een bestuurlijke maatregel bedoeld in het tweede lid, worden in het geval van dwingende redenen van volksgezondheid en/of van leefmilieu vernietigd. Tot die vernietiging wordt besloten door al naargelang het geval de minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort, de minister tot wiens bevoegdheid het Leefmilieu behoort of de door de Koning aangewezen ambtenaren. De Koning bepaalt de nadere regels voor het tijdelijk in bezit nemen, het bestuurlijk in beslag nemen, [4 verzegelen, [6 van de markt]6 terugnemen,]4 teruggeven of vernietigen van deze producten.) <W 2003-03-28/42, art. 10, 003; Inwerkingtreding : 09-05-2003>
  § 2. Dezelfde [1 statutaire of contractuele personeelsleden]1 mogen alle door de omstandigheden geboden noodmaatregelen treffen die nodig zijn bij dreigend gevaar voor de volksgezondheid of het leefmilieu.
  (§ 3. Dit artikel geldt niet voor de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen.) <W 2003-12-22/42, art. 181, 004; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
  ----------
  (1)<W 2009-09-10/34, art. 7, 010; Inwerkingtreding : 19-10-2009>
  (2)<W 2011-07-27/13, art. 26, 012; Inwerkingtreding : 29-08-2011>
  (3)<W 2014-04-25/A1, art. 15, 013; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (4)<W 2014-05-15/65, art. 4, 014; Inwerkingtreding : 09-08-2014>
  (5)<W 2015-12-16/06, art. 11, 015; Inwerkingtreding : 31-12-2015>
  (6)<W 2015-12-16/06, art. 16, 015; Inwerkingtreding : 31-12-2015>

  Art. 16bis.[1 Bij overtredingen van deze wet, van de ter uitvoering ervan genomen besluiten, van de uitvoeringsmaatregelen genomen in het kader van de Richtlijn 2009/125/EG en van de verordeningen van de Europese Unie die opgenomen zijn in de bijlage I, is diegene die het product op de markt brengt aansprakelijk voor de kosten van de [3 monstername, test, evaluatie,]3 analyse, [2 verzegeling, beslag, teruggeven,]2 opslag, terugname en vernietiging.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-04-25/A1, art. 16, 013; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (2)<W 2014-05-15/65, art. 5, 014; Inwerkingtreding : 09-08-2014>
  (3)<W 2015-12-16/06, art. 17, 015; Inwerkingtreding : 31-12-2015>

  Art. 17.§ 1. Wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie jaar en met een geldboete van (160 euro) tot (4.000.000 euro) of met één van die straffen alleen : <W 2003-03-28/42, art. 11, 003; Inwerkingtreding : 09-05-2003>
  1° [8 ij die de voorschriften, vastgesteld door of krachtens de artikelen 5, 7, 8 en 9 van deze wet overtreedt, wanneer ze van toepassing zijn op voorwerpen of op gevaarlijke stoffen of mengsels, met uitzondering van artikel 5, § 1, eerste lid, 11° ;]8
  1°bis. [4 hij die de voorschriften van een uitvoeringsmaatregel, genomen in het kader van de Richtlijn 2009/125/EG, hetzij vastgesteld krachtens Hoofdstuk Vbis van deze wet, hetzij vastgesteld door een Europese verordening of een beschikking, overtreedt;]4
  2° [8 ...]8
  3° [2 hij die inbreuk pleegt op :
   a) artikel 5, artikel 7, § 3, artikel 8, § 2, artikel 9, §§ 4 of 6, artikel 13, § 4, artikel 14, § 1, 6 of 7, artikel 26, § 3, artikel 30, § 3, artikel 31, § 1, 2, 3, 7 of 9, artikel 32, § 1 of 3, artikel 33, § 1 of 2, artikel 34, [4 artikel 35,]4 artikel 37, § 4, 5, 6 of 7, artikel 38, § 1, 3 of 4, artikel 39, § 1 of 2, artikel 40, § 4, artikel 50, § 4, artikel 55, artikel 56, § 1 of 2, artikel 60, § 10, artikel 65 of artikel 67, § 1, van de verordening REACH; of
   b) een beslissing van het Europees Agentschap voor chemische stoffen of van de Europese Commissie die betrekking heeft op een van de verwijzingen in punt a) van deze paragraaf;]2
  4° [4 hij die de artikelen 5, § 1, 6, 11, § 8, 12, §§ 1 of 2, 20, § 1, 24, 26, § 1, of 27 van Verordening (EG) nr. 1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen overtreedt;]4
  5° hij die bewust onjuiste inlichtingen verschaft of documenten overmaakt;
  6° [5 hij die zich verzet tegen bezoeken, inspecties, inbeslagnames, monsternames of de vraag naar inlichtingen of documenten door de krachtens artikelen 15, 15ter, 15quater en 15quinquies aangewezen statutaire of contractuele personeelsleden;]5
  (7° [5 hij die artikelen 3, 4, 4bis of 6, §§ 2 en 3, van Verordening (EG) nr. 648/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende detergentia, overtreedt;]5) <W 2004-12-27/30, art. 236, 006; Inwerkingtreding : 10-01-2005>
  (8° hij die artikel 3, punten 1 en 2, van Verordening (EG) nr 850/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen en tot wijziging van Richtlijn 79/117/EEG (PB 2004, L158, zoals gerectificeerd in PB nr. 229 van 29/06/2004, blz. 5-22) overtreedt) <W 2005-07-20/41, art. 81, 007; Inwerkingtreding : 08-08-2005>
  (9° [8 hij die artikel 6, lid 3, artikel 7, lid 2, artikel 11, artikel 14, lid 1, 2 en 3, artikel 15, lid 1, alinea 2, artikel 17 en artikel 18 van Verordening (EU) nr. 517/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende gefluoreerde broeikasgassen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 842/2006 overtreedt;]8
  [4 10° hij die artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 overtreedt;
   11° hij die artikel 1, §§ 1 of 3, van Verordening (EG) nr. 1102/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 inzake het verbod op de uitvoer van metallisch kwik en andere kwikverbindingen en -mengsels en de veilige opslag van metallisch kwik overtreedt;
   12° hij die de artikelen 28, § 1, 46, 49, § 4, 52, §§ 1, 4, 5 of 6, 54, §§ 1 of 2, 55, 56, §§ 1, 2 of 4, 58, § 1, 62, §§ 1, 2, 3 of 4, 64, §§ 1 of 2, 65, § 1, of 66, §§ 1, 2, 4, 5 of 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad overtreedt;
   13° hij die artikel 1 en de bijlage van Verordening (EG) nr. 547/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de etiketteringsvoorschriften voor gewasbeschermingsmiddelen overtreedt;
   14° hij die de artikelen 4, § 1, en 5, § 1, van Verordening (EG) nr. 2173/2005 van de Raad van 20 december 2005 inzake de opzet van een FLEGT-vergunningensysteem voor de invoer van hout in de Europese Gemeenschap overtreedt;]4
  [5 15° hij die artikelen 4, §§ 1, 2 of 3, of artikel 5 van Verordening (EU) nr. 995/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 tot vaststelling van de verplichtingen van marktdeelnemers die hout en houtproducten op de markt brengen, overtreedt;
   16° hij die inbreuk pleegt op :
   a) artikel 17, § 1, artikel 47, § 1, artikel 58, §§ 2 of 3, artikel 62, § 1, artikel 95, § 3 van Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden; of
   b) een beslissing van het Europees Agentschap voor chemische stoffen of van de Europese Commissie die betrekking heeft op een van de in de bepaling onder a) bedoelde bepalingen;]5
  [7 17° hij die artikelen 8, § 2, 14, § 4, 14, §§ 6 of 10, 15, §§ 1 of 2, 17, § 1, 19, §§ 1 of 2 van Verordening (EU) nr. 649/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de in- en uitvoer van gevaarlijke chemische stoffen, overtreedt.]7
  Wanneer de dader van de door het vorige lid strafbaar gestelde feiten weet dat deze feiten concreet gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid van de mens, wordt de in het vorige lid bepaalde maximumstraf gebracht op respectievelijk (acht jaar) en tien miljoen (euro). <W 2003-03-28/42, art. 11, 003; Inwerkingtreding : 09-05-2003>
  § 2. Wordt gestraft met gevangenisstraf van (acht dagen) tot één jaar en met een geldboete van [2 52 euro]2 tot (120.000 euro) of met één van die straffen alleen : <W 2003-03-28/42, art. 11, 003; Inwerkingtreding : 09-05-2003>
  1° [8 hij die de voorschriften, vastgesteld door of krachtens de artikelen 5, 7, 8 en 9 van deze wet, overtreedt, wanneer ze van toepassing zijn op stoffen of mengsels die niet onder paragraaf 1, eerste lid, 1°, vallen of hij die de voorschriften, vastgesteld door of krachtens artikel 5, § 1, eerste lid, 11°, en artikel 20 van deze wet, overtreedt;]8
  2° hij die de bepalingen van de artikelen 10 tot 14 of van de besluiten tot uitvoering ervan genomen overtreedt;
  3° [8 ...]8
  4° [2 hij die inbreuk pleegt op :
   a) artikel 6, § 1 of 3, artikel 7, § 1, 2 of 5, artikel 9, § 2, artikel 11, § 1, artikel 12, § 2, artikel 13, § 1 of 3, artikel 17, § 1, artikel 18, § 1, artikel 19, § 1, artikel 22, § 1, 2 of 4, artikel 24, § 2, artikel 25, § 1 of 2, artikel 26, § 1, artikel 30, § 1, 2 of 4, artikel 31, § 5 of 8, artikel 32, § 2, artikel 36, § 1 of 2, artikel 37, § 2 of 3, artikel 41, § 4, artikel 46, § 2, artikel 49, artikel 50, § 2 of 3, artikel 53, § 2 of 3, artikel 61, § 1 of 3, artikel 63, § 3, artikel 66, § 1, artikel 105, [5 ...]5 van de verordening (EG) REACH; of
   b) een beslissing van het Europees Agentschap voor chemische stoffen of van de Europese Commissie die betrekking heeft op een van de verwijzingen in punt a) van deze paragraaf;]2
  5° [8 hij die de artikelen 17, lid 4, 18, lid 4, of 28, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen overtreedt;]8
  (6° hij die artikel 9 of artikel 11 van Verordening (EG) nr. 648/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende detergentia overtreedt;) <W 2004-12-27/30, art. 236, 006; Inwerkingtreding : 10-01-2005>
  (7° [8 hij die de artikelen 12 en 19 van Verordening (EU) van het Europees Parlement en de Raad nr. 517/2014 van 16 april 2014 betreffende gefluoreerde broeikasgassen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 842/2006 overtreedt;]8
  [4 8° hij die de artikelen 37, §§ 3 of 6, 40, § 1, 41, 48, §§ 1 of 2, of 49, § 1, van Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 overtreedt;
   9° hij die artikel 5, § 3, van Verordening (EG) nr. 1102/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 inzake het verbod op de uitvoer van metallisch kwik en andere kwikverbindingen en -mengsels en de veilige opslag van metallisch kwik overtreedt;
   10° hij die de artikelen 51, § 5, 61, §§ 1 of 3, of 67, §§ 1, 2 of 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad overtreedt;]4
  [5 11° hij die artikelen 4, 5 of 6 van Verordening (EG) nr. 1222/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 inzake de etikettering van banden met betrekking tot hun brandstofefficiëntie en andere essentiële parameters, overtreedt;
   12° hij die inbreuk pleegt op :
   a) artikel 17, § 5 of 6, artikel 27, § 1, artikel 31, § 3, artikel 45, § 2, artikel 56, § 1 of 2, artikel 58, §§ 4, 5 of 6, artikel 59, § 3, artikel 62, § 2, a), artikel 63, § 3, derde lid, artikel 65, § 2, artikel 68, § 1, artikel 69, §§ 1 of 2, artikel 70, artikel 72, §§ 1 of 3 van Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden; of
   b) een beslissing van het Europees Agentschap voor chemische stoffen of van de Europese Commissie die betrekking heeft op een van de in de bepaling onder a) bedoelde bepalingen;]5
  [7 13° hij die de artikelen 8, §§ 4 of 7, 10, §§ 1 of 2, 11, § 4, 14, § 11, 16, § 2, 17, §§ 2, 3 of 4, van Verordening (EU) nr. 649/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de in- en uitvoer van gevaarlijke chemische stoffen, overtreedt.]7
  (§ 2bis. Met geldboete van 200 tot 1.000 euro voor elke overtreding wordt gestraft hij die artikel 20bis [8 van deze wet]8 of artikel 57 van de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen, of de uitvoeringsbesluiten van een van beide artikelen overtreedt. De bedragen en vergoedingen verschuldigd krachtens de besluiten getroffen in uitvoering van artikel 20bis [8 van deze wet]8 of artikel 57 van de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen, kunnen worden vervijfvoudigd.) <W 2003-03-28/42, art. 11, 003; Inwerkingtreding : 09-05-2003>
  (§ 2ter. De in §§ 1, 2 en 2bis bepaalde strafrechtelijke geldboeten dienen verhoogd te worden met de opdeciemen overeenkomstig de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdeciemen op strafrechtelijke geldboeten.) <W 2003-03-28/42, art. 11, 003; Inwerkingtreding : 09-05-2003>
  [3 § 2quater. De in paragrafen 1 en 2 bepaalde sancties worden op een gevangenisstraf van tien dagen tot tien jaar en een geldboete van 1.000 euro tot 7.000.000 euro of op slechts een van deze straffen gebracht wanneer :
   1° een product waarop de akten van de Europese Unie vermeld in de bijlagen VI en VII betrekking hebben, illegaal op de markt wordt gebracht en, opzettelijk in hoofde van degene die het illegaal op de markt gebracht heeft, zorgt voor een lozing, een uitstoot of anderszins brengen van een hoeveelheid materie in de lucht, het water of de grond, waardoor bij gebruik ervan de dood van of ernstig letsel aan personen wordt of kan worden veroorzaakt;
   2° een product waarop de akten vermeld in bijlage VII betrekking hebben, illegaal op de markt wordt gebracht en, opzettelijk in hoofde van degene die het illegaal op de markt gebracht heeft, zorgt voor een lozing, een uitstoot of anderszins brengen van een hoeveelheid materie in de lucht, het water of de grond, waardoor aanzienlijke schade aan de kwaliteit van lucht, water of grond of aan dieren of planten wordt of kan worden veroorzaakt wanneer het op de markt gebracht wordt.]3
  [3 § 2quinquies. De in paragrafen 1 en 2 bepaalde sancties worden op een gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en een geldboete van 250 euro tot 5.000.000 euro of op slechts een van deze straffen gebracht wanneer :
   1° een product waarop de akten vermeld in de bijlagen VI en VII betrekking hebben, illegaal op de markt wordt gebracht en, uit grove nalatigheid in hoofde van degene die het illegaal op de markt gebracht heeft, zorgt voor een lozing, een uitstoot of anderszins brengen van een hoeveelheid materie in de lucht, het water of de grond, waardoor bij gebruik ervan de dood van of ernstig letsel aan personen wordt of kan worden veroorzaakt;
   2° een product waarop de akten van de Europese Unie vermeld in bijlage VII betrekking hebben, illegaal op de markt wordt gebracht en, uit grove nalatigheid in hoofde van degene die het illegaal op de markt gebracht heeft, zorgt voor een lozing, een uitstoot of anderszins brengen van een hoeveelheid materie in de lucht, het water of de grond, waardoor aanzienlijke schade aan de kwaliteit van lucht, water of grond of aan dieren of planten wordt of kan worden veroorzaakt wanneer het op de markt gebracht wordt.]3
  [5 § 2sexies. Met geldboete van 100 tot 500 euro voor elke overtreding wordt gestraft hij die de artikelen 9, §§ 2, 4 of 9, of 10, §§ 1, 3 of 4, van de Verordening (EG) nr. 66/2010 van het Europese Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de EU-milieukeur, overtreedt.]5
  § 3. (De strafrechter kan volgende bijkomende straffen opleggen :
  1° de openbaarmaking van het vonnis dat een veroordeling op basis van deze wet of diens uitvoeringsbesluiten uitspreekt, op de door hem bepaalde wijze en op kosten van de veroordeelde;
  2° de sluiting van de inrichtingen waar de misdrijven zijn gepleegd voor een termijn van minstens vier weken en ten hoogste één jaar, en dit in geval van herhaling;
  3° het tijdelijke verbod om één of meer welbepaalde beroepsactiviteiten uit te oefenen, en dit tevens enkel in geval van herhaling en voor een termijn van één tot tien jaar;) <W 2003-03-28/42, art. 11, 003; Inwerkingtreding : 09-05-2003>
  § 4. (De strafrechter kan ter beveiliging van de volksgezondheid en/of het leefmilieu bovendien volgende rechtstreekse maatregelen bevelen :
  1° het verbod van invoer of uitvoer van het product dat het voorwerp is van de inbreuk;
  2° het van de markt nemen van het product dat het voorwerp is van de inbreuk;
  3° de vernietiging van in beslag genomen producten op kosten van de veroordeelde;
  4° de ontneming van een wederrechtelijk verkregen vermogensvoordeel;
  5° de kennisgeving van de uitspraak aan het publiek op de door hem bepaalde wijze en op kosten van de veroordeelde;
  [3 6° het herstel van de toegebrachte schade aan het milieu of het voorkomen van het risico op schade die kan worden toegebracht aan het milieu;
   7° de uitvoering van alle andere maatregelen om de menselijke gezondheid of het milieu te beschermen tegen de schade die wordt of kan worden toegebracht.]3
  Daarenboven kan de rechter in geval van herhaling de volgende rechtstreekse maatregelen bevelen :
  1° de aanstelling van een bijzondere bewindvoerder;
  2° de onbekwaamverklaring tot het uitoefenen van een of meer welbepaalde beroepsactiviteiten;
  3° de stillegging van een productie;
  4° het verbod van gebruik van de inrichtingen waar de misdrijven zijn gepleegd.) <W 2003-03-28/42, art. 11, 003; Inwerkingtreding : 09-05-2003>
  § 5. Alle bepalingen van boek I van het Strafwetboek (...) zijn van toepassing op de bij deze wet en haar uitvoeringsbesluiten bepaalde misdrijven. <W 2003-03-28/42, art. 11, 003; Inwerkingtreding : 09-05-2003>
  ----------
  (1)<W 2009-09-10/34, art. 7, 010; Inwerkingtreding : 19-04-2010>
  (2)<W 2009-09-10/34, art. 8, 010; Inwerkingtreding : 19-10-2009>
  (3)<W 2010-12-29/01, art. 82, 011; Inwerkingtreding : 10-01-2011>
  (4)<W 2011-07-27/13, art. 28, 012; Inwerkingtreding : 29-08-2011>
  (5)<W 2014-04-25/A1, art. 17, 013; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (6)<W 2014-04-25/A1, art. 20, 013; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (7)<W 2014-05-15/65, art. 6, 014; Inwerkingtreding : 09-08-2014>
  (8)<W 2015-12-16/06, art. 18, 015; Inwerkingtreding : 31-12-2015>

  Art. 17bis.<Ingevoegd bij W 2003-03-28/42, art. 12; Inwerkingtreding : 09-05-2003> Wanneer een overtreding van deze wet of van één van de uitvoeringsbesluiten wordt vastgesteld, kunnen de [4 overeenkomstig artikelen 15, 15quater en 15quinquies]4 aangewezen [1 statutaire of contractuele personeelsleden]1 een waarschuwing richten aan de overtreder en hem aanmanen een einde te maken aan deze overtreding.
  Het origineel van de waarschuwing wordt verstuurd naar de overtreder binnen de [2 dertig ]2 na de vaststelling van de overtreding. De waarschuwing vermeldt :
  a) de ten laste gelegde feiten en de overtreden wettelijke bepalingen;
  b) de termijn binnen dewelke een einde moet komen aan de overtreding;
  c) [2 dat, als geen gevolg gegeven wordt aan de waarschuwing, een proces-verbaal zal opgesteld worden, en gevolg gegeven zal worden volgens de bepalingen van artikel 18.]2
  [3 Dit artikel is niet van toepassing op overtredingen van :
   a) artikel 5, artikel 6, §§ 1 of 3, artikel 7, §§ 1 of 5, artikel 8, § 2, artikel 9, §§ 2 of 4, artikel 13, §§ 1 of 3, artikel 14, §§ 1 of 6, artikel 17, § 1, artikel 18, § 1, artikel 22, § 2, artikel 25, § 1, artikel 30, § 1, artikel 31, §§ 1, 3 of 8, artikel 32, §§ 1 of 2, artikel 36, §§ 1 of 2, artikel 40, § 4, artikel 41, § 4, artikel 46, § 2, artikel 49, artikel 50, § 4, artikel 56, §§ 1 of 2, artikel 65, artikel 66, § 1, artikel 67, § 1, of artikel 105 van de Verordening REACH; of
   b) een beslissing van het Europees Agentschap voor chemische stoffen of van de Europese Commissie die betrekking heeft op een van de verwijzingen in punt a) van deze paragraaf.]3
  ----------
  (1)<W 2009-09-10/34, art. 7, 010; Inwerkingtreding : 19-04-2010>
  (2)<W 2009-09-10/34, art. 9, 010; Inwerkingtreding : 19-10-2009>
  (3)<W 2009-09-10/34, art. 15, 010; Inwerkingtreding : 19-04-2010>
  (4)<W 2014-04-25/A1, art. 18, 013; Inwerkingtreding : 27-06-2014>

  Art. 18.§ 1. [1 [2 De overtredingen van deze wet, van de ter uitvoering ervan genomen besluiten, van de uitvoeringsmaatregelen genomen in het kader van de Richtlijn 2009/125/EG en van de verordeningen van de Europese [5 Unie]5 die opgenomen zijn in de bijlage I, die strafbaar gesteld zijn door artikel 17, § 1, 2 of 2bis, maken het voorwerp uit van ofwel een strafrechtelijke vervolging, ofwel van een administratieve boete, zoals bedoeld in dit artikel.]2
   § 2. [3 De overeenkomstig artikel 15, § 1 door de Koning aangewezen statutaire of contractuele personeelsleden en overeenkomstig artikelen 15bis, 15ter, 15quater en 15quinquies, aangewezen ambtenaren sturen het proces-verbaal dat het misdrijf vaststelt]3 :
   a) in geval van overtredingen die strafbaar gesteld zijn door artikel 17, § 1, naar de procureur des Konings, alsook een afschrift ervan naar de door de Koning aangeduide ambtenaar, houder van een licentiaat of van een master in de rechten;
   b) in geval van overtredingen die strafbaar gesteld zijn door [3 artikel 17, §§ 2 en 2bis]3, naar de in a) bedoelde ambtenaar.
   § 3. In het geval van paragraaf 2, a), beslist de procureur des Konings of hij al dan niet strafrechtelijk vervolgt. Strafvervolging sluit administratieve geldboete uit, ook wanneer de vervolging tot vrijspraak heeft geleid.
   De procureur des Konings beschikt over een termijn van drie maanden, te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal, om van zijn beslissing kennis te geven aan de door de Koning aangeduide ambtenaar. Ingeval de procureur des Konings van strafvervolging afziet of verzuimt binnen de gestelde termijn van zijn beslissing kennis te geven, beslist de door de Koning aangeduide ambtenaar overeenkomstig de nadere regels en voorwaarden die Hij bepaalt, of wegens het misdrijf een administratieve geldboete moet worden voorgesteld, nadat de betrokkene de mogelijkheid geboden werd zijn verweermiddelen naar voor te brengen.
   § 4. In het geval van paragraaf 2, b), kan de ambtenaar aan de overtreder, een administratieve boete voorstellen, nadat de betrokkene de mogelijkheid geboden werd zijn verweermiddelen naar voor te brengen.
   Indien geen voorstel tot administratieve boete wordt uitgebracht, wordt het proces-verbaal toegezonden aan de procureur des Konings. Indien een voorstel van administratieve boete werd voorgesteld, wordt ter informatie een kopie van het proces-verbaal aan de procureur des Konings verzonden.
   § 4bis. Het bedrag van de administratieve geldboete in paragrafen 3 en 4 mag niet lager zijn dan de helft van het minimum van de geldboete bepaald door de overtreden wettelijke bepaling, noch hoger dan een twintigste van het maximum van deze boete.
   Deze bedragen worden vermeerderd met de opdecimen vastgesteld voor de strafrechtelijke geldboeten.
   [4 ...]4
   § 5. Bij samenloop van verschillende misdrijven worden de bedragen van de administratieve geldboeten samengevoegd, zonder dat deze samen hoger mogen zijn dan het maximumbedrag bedoeld in artikel 17, § 1, tweede lid, van deze wet.
   § 6. De betaling van de administratieve geldboete als bedoeld in paragrafen 3 en 4 doet de strafvordering vervallen.
   § 7. [6 Blijft de betrokkene in gebreke om de in paragraaf 4 bedoelde geldboete te betalen binnen de gestelde termijn dan wordt het dossier overgemaakt aan de procureur des Konings. De procureur des Konings beschikt over een termijn van drie maanden, te rekenen van de dag van ontvangst van het dossier, of hij al dan niet strafrechtelijk vervolgt en om van zijn beslissing kennis te geven aan de door de Koning aangewezen ambtenaar. Strafvervolging sluit administratieve geldboete uit, ook wanneer de vervolging tot vrijspraak heeft geleid.
   Ingeval de procureur des Konings van strafvervolging afziet of verzuimt binnen de gestelde termijn van zijn beslissing kennis te geven, dan kan de ambtenaar de betaling vorderen van de geldboete voor de bevoegde rechtbank. De bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek, inzonderheid die van het vierde deel, boek II en boek III, zijn van toepassing.]6
   § 7bis. Blijft de betrokkene in gebreke om de geldboete bedoeld in paragraaf 3 binnen de gestelde termijn te betalen, dan vordert de ambtenaar de betaling van de geldboete voor de bevoegde rechtbank. De bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek, inzonderheid die van het vierde deel, boek II en boek III, zijn van toepassing.]1
  § 8. Geen administratieve geldboete kan worden opgelegd vijf jaar na het feit dat een bij deze wet bedoeld misdrijf oplevert.
  De daden van onderzoek of van vervolging verricht binnen de in het eerste lid gestelde termijn stuiten de loop ervan.
  Met die daden begint een nieuwe termijn van gelijke duur te lopen, zelfs ten aanzien van personen die daarbij niet betrokken waren.
  § 9. De Koning bepaalt, bij in Ministerraad overlegd besluit, de procedureregelen die toepasselijk zijn op de administratieve geldboeten.
  § 10. De rechtspersoon waarvan de overtreder orgaan of aangestelde is, is eveneens aansprakelijk voor de betaling van de administratieve geldboete.
  (§ 11. Dit artikel geldt niet voor de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen.) <W 2003-12-22/42, art. 181, 004; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
  ----------
  (1)<W 2009-09-10/34, art. 10, 010; Inwerkingtreding : 19-04-2010>
  (2)<W 2011-07-27/13, art. 27, 012; Inwerkingtreding : 29-08-2011>
  (3)<W 2014-04-25/A1, art. 19, 013; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (4)<W 2014-05-15/65, art. 7, 014; Inwerkingtreding : 09-08-2014>
  (5)<W 2015-12-16/06, art. 11, 015; Inwerkingtreding : 31-12-2015>
  (6)<W 2015-12-16/06, art. 20, 015; Inwerkingtreding : 31-12-2015>

  HOOFDSTUK VII. - Slot-, wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen.

  Art. 19.(§ 1.) Onverminderd de door artikel 6, § 4, 1°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen voorgeschreven betrokkenheid van de Gewestregeringen, onderwerpt (de Minister de ontwerpen van koninklijke besluiten) ter uitvoering van de artikelen 5, §§ 1 en 2, 9 en 14 van deze wet aan het advies van de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, de Hoge Gezondheidsraad, [2 bijzondere raadgevende commissie Verbruik]2 [1 , de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven en de Nationale Arbeidsraad voor de aangelegenheden die onder haar bevoegdheid vallen]1. <W 2003-03-28/42, art. 14, 003; Inwerkingtreding : 09-05-2003>
  (De Minister bepaalt in zijn adviesvraag de termijn waarbinnen het advies dient te worden verstrekt. Behoudens waar de noodzaak van een kortere termijn wordt aangetoond is deze termijn drie maanden. Deze termijn mag niet korter zijn dan één maand. Wanneer binnen de in de aanvraag bepaalde termijn geen advies wordt verstrekt, is het advies niet langer vereist.) <W 2003-03-28/42, art. 14, 003; Inwerkingtreding : 09-05-2003>
  (§ 2. Voor besluiten die een loutere omzetting zijn van de minimale bepalingen van harmonisatiemaatregelen genomen op Europees vlak, zijn de raadplegingen vermeld in § 1 niet verplicht, maar volstaat een kennisgeving aan de Raden vermeld in § 1.
  Ontwerpen van koninklijke besluiten die invulling geven aan een door de richtlijn voorziene beleidsmarge of die andere elementen bevatten die de omzetting van de richtlijn als zodanig te buiten gaan, dienen echter wel ter advies te worden voorgelegd.) <W 2003-03-28/42, art. 14, 003; Inwerkingtreding : 09-05-2003>
  ----------
  (1)<W 2011-07-27/13, art. 10, 012; Inwerkingtreding : 29-08-2011>
  (2)<KB 2017-12-13/14, art. 11,3°, 016; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Art. 19bis.<Ingevoegd bij W 2003-03-28/42, art. 15; Inwerkingtreding : 09-05-2003> § 1. De bijlagen bij de ter uitvoering van de richtlijnen van de Europese [1 Unie]1 inzake productnormen ter bescherming van de volksgezondheid en het leefmilieu genomen besluiten kunnen in het Belgisch Staatsblad worden bekendgemaakt bij uittreksel.
  § 2. De integrale tekst van de bijlagen bedoeld in § 1 worden ter beschikking gesteld van het publiek enerzijds via een informatienetwerk dat toegankelijk is voor het publiek en anderzijds via een magnetische drager die verspreid wordt tegen een prijs die overeenstemt met zijn reële kostprijs.
  Tevens kan het publiek bij het betrokken bestuur inzage krijgen van de integrale tekst van de bijlagen
  § 3. De Koning bepaalt :
  1° het informatienetwerk dat toegankelijk is voor het publiek waardoor dit kennis zal kunnen nemen van de integrale tekst van de bijlagen bedoeld in § 1;
  2° de aard en de structuur van de magnetische drager waarop de integrale tekst van de bijlagen bedoeld in § 1 zullen worden geregistreerd;
  3° onder welke voorwaarden het betrokken bestuur aan de personen die erom verzoeken tegen kostprijs de integrale tekst of uittreksels van de bijlagen bedoeld in § 1 afgeven;
  4° onder welke voorwaarden het publiek van het betrokken bestuur inzage kan krijgen van de integrale tekst van de bijlagen bedoeld in § 1.
  ----------
  (1)<W 2015-12-16/06, art. 11, 015; Inwerkingtreding : 31-12-2015>

  Art. 20.Personen of instellingen die geen administratieve overheden zijn en die naar aanleiding van deze wet, van de in de [1 bijlage I]1 opgesomde verordeningen of van zijn uitvoeringsbesluiten kennis hebben genomen van vertrouwelijke gegevens in verband met een product, mogen deze gegevens niet aan derden bekendmaken, tenzij zij daartoe door bevoegde overheden gemachtigd zijn en binnen de perken van hun bevoegdheden. De Koning [1 kan bepalen]1 welke gegevens als vertrouwelijk dienen te worden beschouwd en kan bijkomende maatregelen in verband met de vertrouwelijkheid van gegevens opleggen.
  ----------
  (1)<W 2009-09-10/34, art. 11, 010; Inwerkingtreding : 19-10-2009>

  Art. 20bis.<W 2004-07-09/30, art. 212, 005; Inwerkingtreding : 25-07-2004> [1 § 1.]1 Onverminderd artikel 57 van de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen, en artikel 82 van de wet van 24 december 1976 betreffende de budgettaire voorstellen 1976-1977, kan de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, retributies en bijdragen opleggen ter financiering van de opdrachten van de administratie of van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen die voortvloeien uit de toepassing van (de artikelen 5, 7, 8, 8bis, 9, 10, en 15, van deze wet en van de verordeningen vermeld in de bijlage van deze wet). <W 2004-12-27/30, art. 235, 006; Inwerkingtreding : 10-01-2005>
  Zij kunnen worden opgelegd aan de personen die producten op de markt brengen of ernaar streven om aan de voorwaarden te voldoen om hun producten op de markt te kunnen brengen of ze er te houden.
  Het koninklijk besluit genomen krachtens het eerste lid dat bijdragen oplegt, wordt van rechtswege en met terugwerkende kracht tot op de datum van zijn inwerkingtreding opgeheven wanneer het niet door de wetgever werd bekrachtigd in het jaar volgend op dat van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
  Wanneer de bijdragen en retributies niet verbonden zijn aan de opdrachten van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, zijn deze bestemd voor het Fonds voor grondstoffen en producten, bedoeld in de subrubriek 31-2 van de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen.
  De Koning bepaalt tevens het bedrag en de regels voor betaling van de in het eerste lid bedoelde retributies en bijdragen.
  [1 § 2. Onverminderd artikel 57 van de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen, en artikel 82 van de wet van 24 december 1976 betreffende de budgettaire voorstellen 1976-1977 worden de vergoedingen zoals bepaald in artikel 14, van de Verordening 340/2008 betreffende de aan het Europees Agentschap voor chemische stoffen te betalen vergoedingen krachtens verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH) uitgevaardigd aan het Fonds voor grondstoffen en producten, bedoeld in de organieke wet houdende oprichting van begrotingsfondsen.]1
  ----------
  (1)<W 2009-09-10/34, art. 12, 010; Inwerkingtreding : 19-10-2009>

  Art. 20ter. <Ingevoegd bij W 2003-03-28/42, art. 17; Inwerkingtreding : 09-05-2003> De minister kan met de andere betrokken ministers protocols afsluiten om de aspecten in verband met deze wet en haar uitvoeringsbesluiten te regelen betreffende :
  1° de verdeling van de bevoegdheden en opdrachten aangaande het toezicht en de controle;
  2° de voorbereiding van reglementeringen.

  Art. 21. § 1. In de wet van 11 juli 1969 betreffende de bestrijdingsmiddelen en de grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt :
  1° wordt, in artikel 2, § 1, tussen het woord "beschermen" en de woorden "kan de Koning" de zinsnede "alsook teneinde duurzame productiemethodes te bevorderen" ingevoegd;
  2° wordt het opschrift onder Titel II gewijzigd als volgt : "Maatregelen terzake van bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik.";
  3° wordt artikel 4 vervangen door de volgende bepaling :
  "Art. 4. Onverminderd de toepassing van de wettelijke bepalingen betreffende geneesmiddelen, wordt voor de toepassing van deze wet onder bestrijdingsmiddelen verstaan de producten strekkende tot vernietiging of afwering van schadelijke dieren, planten, micro-organismen en virussen; deze bestrijdingsmiddelen omvatten de grondstoffen bedoeld bij artikel 1, 2°, van deze wet. Biociden als bedoeld in artikel 8 van de wet van 21 december 1998 betreffende productnormen ter bevordering van duurzame productie en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid zijn uitgesloten van het toepassingsgebied van deze wet.";
  4° wordt, in artikel 5, § 1 :
  a) in de inleidende zin, tussen het woord "volksgezondheid" en de woorden "kan de Koning", de zinsnede "en ter bevordering van duurzame productiemethodes" ingevoegd;
  b) de bepaling sub 7° opgeheven;
  c) de bepaling sub 8° vervangen door volgende bepaling :
  "8° de activiteiten bedoeld onder 2° en 3° onderwerpen aan een eensluidend en gemotiveerd advies van de minister van Landbouw of zijn gemachtigde.";
  5° wordt artikel 5, § 2, opgeheven.
  § 2. In artikel 3, § 2, van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging worden de woorden "de invoer" en "de verkoop" geschrapt.
  § 3. In artikel 1, 3°, van de wet van 18 juli 1973 betreffende de bestrijding van de geluidshinder worden de woorden "de invoer", de woorden "de uitvoer, de doorvoer" en de zinsnede "het te koop aanbieden, de verkoop, het afstaan onder bezwarende titel of om niet, de wederverkoop" geschrapt.
  § 4. In artikel 3, § 1, van de wet van 12 juli 1985 betreffende de bescherming van de mens en het leefmilieu tegen schadelijke effecten en hinder veroorzaakt door niet-ioniserende stralingen, infrasonen en ultrasonen, worden de woorden "de invoer," en "de doorvoer," en de zinsnede "het te koop aanbieden, het onder bezwarende voorwaarden of kosteloos afstaan," geschrapt.

  Art. 22. De bestaande reglementaire bepalingen die onder het toepassingsgebied van deze wet vallen, blijven van kracht totdat ze worden gewijzigd, opgeheven of vervangen door besluiten genomen ter uitvoering van deze wet.
  Overtredingen op de in het eerste lid bedoelde bestaande reglementaire bepalingen na het van kracht worden van deze wet worden gestraft met de straffen bij deze wet bepaald.

  BIJLAGE.

  Art. N1.(Bijlage I.) - [5 Verordeningen van de Europese Unie waarop de in artikelen 17 en 18 bepaalde sancties van deze wet van toepassing zijn.]5
  [2 [4 Verordening (EU) nr. 649/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de in- en uitvoer van gevaarlijke chemische stoffen]4 ]2
  [1 ...]1.
  [2 Verordening (EG) nr. 1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen]2
  (Verordening (EG) nr. 648/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende detergentia, PB 2004, L 104/1.) <W 2004-12-27/30, art. 237, 006; Inwerkingtreding : 10-01-2005>
  (Verordening (EG) nr. 850/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen en tot wijziging van Richtlijn 79/117/EEG, PB 2004, L158, zoals gerectificeerd in PB nr. L 229 van 29/06/2004, blz. 5-22.) <W 2005-07-20/41, art. 82, 007; Inwerkingtreding : 08-08-2005>
  [5 Verordening (EU) nr. 517/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende gefluoreerde broeikasgassen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 842/2006.]5
  [1 Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie.]1
  [2 Verordening (EG) nr. 1102/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 inzake het verbod op de uitvoer van metallisch kwik en andere kwikverbindingen en -mengsels en de veilige opslag van metallisch kwik
   Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006
   Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad
   Verordening (EU) nr. 547/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de etiketteringsvoorschriften voor gewasbeschermingsmiddelen
   Verordening (EG) nr. 2173/2005 van de Raad van 20 december 2005 inzake de opzet van een FLEGT-vergunningensysteem voor de invoer van hout in de Europese Gemeenschap.]2
  [3 Verordening (EG) nr. 1222/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 inzake de etikettering van banden met betrekking tot hun brandstofefficiëntie en andere essentiële parameters
   Verordening (EU) nr. 995/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 tot vaststelling van de verplichtingen van marktdeelnemers die hout en houtproducten op de markt brengen
   Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden
   Verordening (EG) nr. 66/2010 van het Europese Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de EU-milieukeur]3
  ----------
  (1)<W 2009-09-10/34, art. 13, 010; Inwerkingtreding : 19-10-2009>
  (2)<W 2011-07-27/13, art. 29, 012; Inwerkingtreding : 29-08-2011>
  (3)<W 2014-04-25/A1, art. 21, 013; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (4)<W 2014-05-15/65, art. 8, 014; Inwerkingtreding : 09-08-2014>
  (5)<W 2015-12-16/06, art. 21, 015; Inwerkingtreding : 31-12-2015>

  Art. N2.<Ingevoegd bij W 2007-05-11/61, art. 5; Inwerkingtreding : 11-08-2007> Bijlage II. - CE-markering (zoals bedoeld in artikel 14quinquies, § 1, tweede lid)
  (Embleem niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 10-07-2007, p. 37494).
  De CE-markering moet minimaal 5 mm hoog zijn. Bij vergroting of verkleining van de CE-markering moeten de verhoudingen van de bovenstaande rastertekening in acht worden genomen.
  De CE-markering moet op het [1 egp]1 worden aangebracht. Indien dit niet mogelijk is, moet zij op de verpakking en de begeleidende documenten worden aangebracht.
  ----------
  (1)<W 2011-07-27/13, art. 24, 012; Inwerkingtreding : 20-11-2010>

  Art. N3. <Ingevoegd bij W 2007-05-11/61, art. 5; Inwerkingtreding : 11-08-2007> Bijlage III. - Verklaring van overeenstemming (zoals bedoeld in artikel 14quinquies, § 1, derde lid)
  De EG-verklaring van overeenstemming moet de volgende elementen bevatten :
  1. naam en adres van de fabrikant of zijn gevolmachtigde;
  2. een voldoende nauwkeurige beschrijving van het model om dit op ondubbelzinnige wijze te kunnen identificeren;
  3. in voorkomend geval, de referenties van de toegepaste geharmoniseerde normen;
  4. in voorkomend geval, de overige gebruikte technische normen en specificaties;
  5. in voorkomend geval, de referentie van andere toegepaste communautaire wetgeving die voorziet in de aanbrenging van de CE-markering;
  6. identiteit en handtekening van de persoon die bevoegd is om de fabrikant of zijn gevolmachtigde vertegenwoordiger te binden.

  Art. N4.<Ingevoegd bij W 2007-05-11/61, art. 5; Inwerkingtreding : 11-08-2007> Bijlage IV. - Interne ontwerpcontrole (zoals bedoeld in artikel 14undecies, § 1)
  1. In deze bijlage wordt de procedure beschreven waarbij de fabrikant of zijn gevolmachtigde vertegenwoordiger die zich van de in punt 2 van deze bijlage vastgestelde verplichtingen kwijt, garandeert en verklaart dat het [1 egp]1 aan de relevante voorschriften van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel voldoet. De verklaring van overeenstemming kan op één of meer producten betrekking hebben en moet door de fabrikant worden bewaard.
  2. Er wordt door de fabrikant een technisch documentatiedossier opgesteld aan de hand waarvan de overeenstemming van het [1 egp]1 met de eisen van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel kan worden beoordeeld.
  De documentatie bevat met name de volgende elementen :
  a) een algemene beschrijving van het [1 egp]1 en van het bedoelde gebruik;
  b) de resultaten van de door de fabrikant uitgevoerde relevante milieubeoordelingsstudies en/of verwijzingen naar milieubeoordelingsliteratuur of casestudies die door de fabrikant bij het beoordelen, documenteren en bepalen van productontwerpen worden gebruikt;
  c) het ecologische profiel, indien vereist krachtens de uitvoeringsmaatregel;
  d) elementen van de productontwerpspecificatie betreffende de op het milieu gerichte ontwerpaspecten van het product;
  e) een lijst van de terzake doende normen zoals bedoeld in artikel 17, die volledig of gedeeltelijk worden toegepast, en een beschrijving van de oplossingen die zijn gekozen om aan de voorschriften van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel te voldoen wanneer de in artikel 17 bedoelde normen niet zijn toegepast of wanneer deze normen de voorschriften van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel niet volledig dekken;
  f) een exemplaar van de informatie betreffende de op het milieu gerichte ontwerpaspecten van het product, die overeenkomstig de in bijlage I, deel 2, gespecificeerde voorschriften wordt verstrekt;
  g) de resultaten van metingen die in verband met de eisen inzake ecologisch ontwerp zijn uitgevoerd, met inbegrip van gegevens betreffende de overeenstemming van deze metingen met de eisen inzake ecologisch ontwerp die in de toepasselijke uitvoeringsmaatregel zijn vastgesteld.
  3. De fabrikant neemt alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat het product wordt vervaardigd overeenkomstig de in punt 2 bedoelde ontwerpspecificaties en de op het product toepasselijke eisen van de maatregel.
  ----------
  (1)<W 2011-07-27/13, art. 24, 012; Inwerkingtreding : 20-11-2010>

  Art. N5.<Ingevoegd bij W 2007-05-11/61, art. 5; Inwerkingtreding : 11-08-2007> Bijlage V. - Beheerssysteem voor de overeenstemmingsbeoordeling (zoals bedoeld in artikel 14undecies, § 1)
  1. In deze bijlage wordt de procedure beschreven waarbij de fabrikant die zich van de verplichtingen van punt 2 van deze bijlage kwijt, garandeert en verklaart dat het [1 egp]1 aan de voorschriften van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel voldoet. De verklaring van overeenstemming kan op één of meer producten betrekking hebben en moet door de fabrikant worden bewaard.
  2. Voor de beoordeling van de overeenstemming van het [1 egp]1 kan een beheerssysteem worden gebruikt, mits de fabrikant de in punt 3 van deze bijlage opgesomde milieuelementen implementeert.
  3. Milieuelementen van het beheerssysteem
  In dit punt worden de elementen van een beheerssysteem opgesomd alsmede de procedures aan de hand waarvan de fabrikant kan aantonen dat het [1 egp]1 aan de voorschriften van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel voldoet.
  3.1. Het beleid inzake de milieuprestaties van producten
  De fabrikant moet kunnen aantonen dat wordt voldaan aan de voorschriften van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel. De fabrikant moet tevens kunnen voorzien in een kader voor het bepalen en herzien van doelstellingen en indicatoren voor de milieuprestaties van producten met het oog op de verbetering van de algehele milieuprestaties van producten.
  Al de door de fabrikant getroffen voorzieningen om de algehele milieuprestaties van het product te verbeteren en het ecologische profiel ervan vast te stellen, indien de uitvoeringsmaatregel zulks vereist, via ontwerp en fabricage, moeten op systematische en geordende wijze worden gedocumenteerd in de vorm van schriftelijke procedures en instructies.
  Deze procedures en instructies moeten met name een adequate beschrijving bevatten van :
  - de lijst van documenten die moeten worden opgesteld om de conformiteit van het [1 egp]1 aan te tonen en die in voorkomend geval beschikbaar moeten worden gesteld;
  - de doelstellingen en indicatoren voor de milieuprestaties van het product, de organisatiestructuur, de verantwoordelijkheden, de bevoegdheden van het management en de toewijzing van middelen met betrekking tot de stelselmatige toepassing ervan;
  - de na de fabricage uit te voeren controles en tests om de productprestaties aan de milieuprestatieindicatoren te toetsen;
  - de procedures om de voorgeschreven documentatie te controleren en ervoor te zorgen dat ze wordt bijgewerkt;
  - de methode om de toepassing en de doeltreffendheid van de milieuelementen van het beheerssysteem te verifiëren.
  3.2. Planning
  De fabrikant draagt zorg voor de vaststelling en handhaving van :
  a) procedures voor het vaststellen van het ecologische profiel van het product;
  b) doelstellingen en indicatoren voor de milieuprestaties van het product, waarbij, rekening houdend met technische en economische eisen, technologische opties in beschouwing worden genomen;
  c) een programma om deze doelstellingen te verwezenlijken.
  3.3. Uitvoering en documentatie
  3.3.1. De documentatie betreffende het beheerssysteem omvat met name het volgende :
  a) verantwoordelijkheden en bevoegdheden worden vastgelegd en gedocumenteerd teneinde ervoor te zorgen dat de producten effectieve milieuprestaties leveren en dat over de werking van het systeem verslag wordt uitgebracht met het oog op evaluatie en verbetering;
  b) er worden documenten opgesteld waarin de toegepaste ontwerpcontrole en verificatietechnieken en de bij het ontwerp van het product toegepaste processen en vaste procedures worden beschreven;
  c) de fabrikant zorgt voor de opstelling en het bijhouden van informatie ter beschrijving van de essentiële milieuelementen van het beheerssysteem en de procedures voor het controleren van alle vereiste documenten.
  3.3.2. De documentatie betreffende het [1 egp]1 omvat met name het volgende :
  a) een algemene beschrijving van het [1 egp]1 en van het beoogde gebruik;
  b) de resultaten van de door de fabrikant uitgevoerde milieubeoordelingsstudies en/of verwijzingen naar milieubeoordelingsliteratuur of casestudies die door de fabrikant bij het beoordelen, documenteren en bepalen van productontwerpen worden gebruikt;
  c) het ecologische profiel, indien vereist krachtens de uitvoeringsmaatregel;
  d) documenten waarin de resultaten worden beschreven van metingen die in verband met de eisen inzake ecologisch ontwerp zijn uitgevoerd, met inbegrip van gegevens betreffende de overeenstemming van deze metingen met de in de toepasselijke uitvoeringsmaatregel gestelde eisen inzake ecologisch ontwerp;
  e) de fabrikant stelt specificaties op waarin met name wordt opgegeven welke normen werden toegepast, alsmede waar de in artikel 17 bedoelde normen niet worden toegepast of waar zij de eisen van de relevante uitvoeringsmaatregel niet volledig dekken, en welke middelen werden gebruikt om de naleving te garanderen;
  f) een exemplaar van de informatie betreffende de op het milieu gerichte ontwerpaspecten van het product, die overeenkomstig de in bijlage I, deel 2, gespecificeerde voorschriften wordt verstrekt.
  3.4. Controle en corrigerende maatregelen
  a) De fabrikant neemt alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat het product wordt vervaardigd overeenkomstig de ontwerpspecificaties en de op het product toepasselijke eisen van de maatregel;
  b) de fabrikant zorgt ervoor dat er procedures worden ingesteld en nageleefd om gevallen van niet-overeenstemming te onderzoeken en te corrigeren en om uit corrigerende maatregelen voortvloeiende wijzigingen van de procedurevoorschriften in praktijk te brengen;
  c) de fabrikant voert ten minste om de drie jaar een volledige interne audit van de milieuelementen van het beheerssysteem uit. ".
  ----------
  (1)<W 2011-07-27/13, art. 24, 012; Inwerkingtreding : 20-11-2010>

  Art. N6. [1 Bijlage VI. Lijst van regelgevingen bij overtreding waarvan strafrechtelijk moet gesanctioneerd worden overeenkomstig artikel 17, §§ 2quater en 2quinquies, in geval van een lozing, een uitstoot of anderszins brengen van een hoeveelheid materie in de lucht, het water of de grond, waardoor bij gebruik ervan de dood van of ernstig letsel aan personen wordt of kan worden veroorzaakt
   1° Koninklijk besluit van 5 december 2004 houdende vaststelling van productnormen voor inwendige verbrandingsmotoren in niet voor de weg bestemde mobiele machines.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2010-12-29/01, art. 83, 011; Inwerkingtreding : 10-01-2011>
  

  Art. N7.[1 Bijlage VII. Lijst van regelgevingen bij overtreding waarvan strafrechterlijk moet gesanctionneerd worden overeenkomstig artikel 17, §§ 2quater en 2quinquies, in geval van een lozing, een uitstoot of anderszins brengen van een hoeveelheid materie in de lucht, het water of de grond, waardoor aanzienlijke schade aan de kwaliteit van lucht, water of grond of aan dieren of planten wordt of kan worden veroorzaakt wanneer het op de markt gebracht wordt
   1° [3 Koninklijk besluit van 8 mei 2014 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruiken van biociden;]3
   2° Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad;
   3° Bijlage XVII van de REACH-verordening (EG);
   4° Verordening (EG) nr. 648/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende detergentia;
   5° Verordening (EG) nr. 850/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen en tot wijziging van Richtlijn 79/117/EEG;
   6° [3 Verordening (EU) nr. 517/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende gefluoreerde broeikasgassen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 842/2006;]3
   7° Verordening (EG) nr. 1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen;
   8° Koninklijk besluit van 27 maart 2009 inzake het op de markt brengen en de informatie voor de eindgebruikers van batterijen en accu's, en tot opheffing van het koninklijk besluit van 17 maart 1997 inzake batterijen en accu's die gevaarlijke stoffen bevatten;
   9° Koninklijk besluit van 25 maart 1999 houdende bepaling van productnormen voor verpakkingen;
   10° Koninklijk besluit van 19 maart 2004 houdende productnormen voor voertuigen;
   11° [3 Koninklijk besluit van 17 maart 2013 tot beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur;]3]1
  [2 12° Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden;
   13° Koninklijk besluit van 28 februari 1994 betreffende het bewaren, het op de markt brengen en het gebruiken van bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik.]2
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2010-12-29/01, art. 83, 011; Inwerkingtreding : 10-01-2011>
  (2)<W 2014-04-25/A1, art. 22, 013; Inwerkingtreding : 27-06-2014>
  (3)<W 2015-12-16/06, art. 22, 015; Inwerkingtreding : 31-12-2015>
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 21 december 1998.
ALBERT
Van Koningswege :
,De Minister van Economie,
E. DI RUPO
De Minister van Landbouw en K.M.O.,
K. PINXTEN
De Minister van Volksgezondheid,
M. COLLA
De Staatssecretaris voor Leefmilieu,
J. PEETERS
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
T. VAN PARYS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :
Erratum Tekst Begin

BEELD
1999022351
PUBLICATIE :
1999-04-24
bladzijde : 13774

Erratum



Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 13-12-2017 GEPUBL. OP 28-12-2017
    (GEWIJZIGD ART. : 19)
  • BEELD
  • WET VAN 16-12-2015 GEPUBL. OP 21-12-2015
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 3; 5; 13; 14ter; 14quinquies; 14undecies; 15; 16; 18; 19bis; 5; 7bis; 9; 16; 16bis; 17; 17bis; 18; N1; N7)
  • BEELD
  • WET VAN 15-05-2014 GEPUBL. OP 30-07-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 15; 16; 16bis; 17; 18; N1)
  • BEELD
  • WET VAN 25-04-2014 GEPUBL. OP 17-06-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 5; 7; 8bis; 14terdecies; 14quaterdecies; 14quinquiesdecies; 14sexiesdecies; 15bis; 15ter; 15quater; 15quinquies; 16; 16bis; 17; 17bis; 18; 2; 3; 7; 17; N1; N7)
  • BEELD
  • WET VAN 27-07-2011 GEPUBL. OP 19-08-2011
    (GEWIJZIGDE ART. : OPSCHRIFT; 2; 3; 5; 7; 9; 15bis; 19; 14bis-14quinquies; NL14sexies; NL14septies; 14octies-14duodecies; N1-N5; 15; 16; 18; 17)
  • BEELD
  • WET VAN 29-12-2010 GEPUBL. OP 31-12-2010
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 4; 17; N6; N7)
  • BEELD
  • WET VAN 10-09-2009 GEPUBL. OP 19-10-2009
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 7; 17; 17bis; 20; 20bis; N1)
  • BEELD
  • WET VAN 10-09-2009 GEPUBL. OP 19-10-2009
    (GEWIJZIGDE ART. : 15; 16; 17bis; 17; 18) Inwerkingtreding nader te bepalen
  • BEELD
  • WET VAN 11-05-2007 GEPUBL. OP 10-07-2007
    (GEWIJZIGDE ART. : 14BIS-14DUODECIES; 17; N1)
  • BEELD
  • WET VAN 01-03-2007 GEPUBL. OP 14-03-2007
    (GEWIJZIGDE ART. : NL2; 17; N)
  • BEELD
  • WET VAN 20-07-2005 GEPUBL. OP 29-07-2005
    (GEWIJZIGDE ART. : 17; N)
  • BEELD
  • WET VAN 27-12-2004 GEPUBL. OP 31-12-2004
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 5; 20BIS; 17; N)
  • BEELD
  • WET VAN 09-07-2004 GEPUBL. OP 15-07-2004
    (GEWIJZIGD ART. : 20BIS)
  • BEELD
  • WET VAN 22-12-2003 GEPUBL. OP 31-12-2003
    (GEWIJZIGDE ART. : 15; 16; 18; 8BIS)
  • BEELD
  • WET VAN 28-03-2003 GEPUBL. OP 29-04-2003
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 3; 6; 8; 8BIS; 9; 15; 16; 17)
    (GEWIJZIGDE ART. : 17BIS; 18; 19; 19BIS; 20BIS)
    (GEWIJZIGDE ART. : 20TER; N)
  • BEELD
  • WET VAN 04-04-2001 GEPUBL. OP 14-06-2001
    (GEWIJZIGD ART. : 3)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Zitting 1997-1998 : Kamer van volksvertegenwoordigers. Parlementaire stukken. - Ontwerp van wet, nr. 1673/1. Zitting 1998-1999 : Kamer van volksvertegenwoordigers. Parlementaire stukken. - Amendementen, nr. 1673/2 en 3. - Verslag nr. 1673/4. - Tekst aangenomen door de Commissie voor de Volksgezondheid, het Leefmilieu en de Maatschappelijke Hernieuwing, nr. 1673/5. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat, nr. 1673/6. Parlementaire Handelingen. - Bespreking. Vergadering van 25 november 1998. - Stemming. Vergadering van 26 november 1998. Senaat. Parlementaire stukken. - Ontwerp overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers, nr. 1-1172/1. - Niet-geëvoceerd ontwerp, nr. 1-1172/2.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 238 uitvoeringbesluiten 15 gearchiveerde versies
    Erratum Franstalige versie