J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 12 uitvoeringbesluiten 7 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/1998/10/21/1998016303/justel

Titel
21 OKTOBER 1998. - Koninklijk besluit tot uitvoering van Hoofdstuk I van Titel II van de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap.
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 19-11-1998 en tekstbijwerking tot 06-04-2017)

Bron : MIDDENSTAND.LANDBOUW
Publicatie : 19-11-1998 nummer :   1998016303 bladzijde : 37300       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 1998-10-21/30
Inwerkingtreding : 19-11-1998

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFSTUK I. - Definities.
Art. 1
HOOFDSTUK II. - De reglementeringen en de evaluaties.
HOOFDSTUK II. VLAAMS GEWEST.
Art. 2
Art. 2 VLAAMS GEWEST
Art. 3
Art. 3 VLAAMS GEWEST
Art. 4
Art. 4 VLAAMS GEWEST
Art. 5
Art. 5 VLAAMS GEWEST
HOOFDSTUK III. - De basiskennis van het bedrijfsbeheer.
Afdeling 1. - Het programma.
Art. 6
Afdeling 2. - De bewijsmiddelen.
Art. 7-8
HOOFDSTUK IV. - De natuurlijke personen die het bezit van de ondernemersvaardigheden kunnen bewijzen.
Art. 9, 9bis
HOOFDSTUK V. - De organisatie van de centrale examencommissies. (Opgeheven) <KB 2007-02-13/41, art. 19, 005; Inwerkingtreding : 30-04-2007>
Art. 10-23
HOOFDSTUK VI. - (Procedure en bevoegdheden.) <KB 2003-06-16/33, art. 9, 003; Inwerkingtreding : 07-07-2003>
Art. 24-31
HOOFDSTUK VII. - Overgangs- en slotbepalingen.
Art. 32-35
BIJLAGEN.
Art. N1-N5

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFSTUK I. - Definities.

  Artikel 1. <KB 2003-06-16/33, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 07-07-2003> Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° " de K.M.O.-programmawet " : de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap;
  2° " de K.B.O.-wet " : de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen;
  3° " de Minister " : de Minister bevoegd voor de Kleine en Middelgrote Ondernemingen en de Middenstand;
  4° " de Federale Overheidsdienst " : de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie.

  HOOFDSTUK II. - De reglementeringen en de evaluaties.

  HOOFDSTUK II. VLAAMS_GEWEST.
  <Opgeheven bij BVR 2017-03-17/02, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 2. § 1. Wanneer de Hoge Raad voor de Middenstand of een interfederaal bureau hiervan in toepassing van artikel 3, 2°, van de KMO-programmawet, de beroepsbekwaamheid wil zien opleggen of wil laten wijzigen, richt hij of het zijn vraag tot de Minister per aangetekende brief. Wanneer een interfederaal bureau op eigen initiatief de procedure wil starten, kan het pas na advies van de Hoge Raad voor de Middenstand zijn vraag indienen.
  De vraag wordt ondertekend door de voorzitter van de Hoge Raad voor de Middenstand en, in voorkomend geval, door de voorzitter van het betrokken interfederaal bureau.
  § 2. Iedere vraag wordt gemotiveerd met inachtneming van de criteria vermeld in artikel 13, § 4, van de KMO-programmawet.
  § 3. De aanvrager omschrijft nauwkeurig de aard en de grenzen van de te reglementeren beroepsactiviteiten, door met name te verwijzen naar de rubrieken waaronder de activiteiten moeten worden ingeschreven in (de Kruispuntbank van Ondernemingen). Hij bepaalt de sectorale en/of intersectorale beroepsbekwaamheid die hij wenst te zien opleggen, wijzigen of opheffen. <KB 2003-06-16/33, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 07-07-2003>
  De aanvraag omschrijft het vereiste programma, de lijst van de diploma's, brevetten en getuigschriften, evenals de duur van de praktijkervaring bedoeld in artikel 5, § 3, 3°, van de KMO-programmawet.

  Art. 2_VLAAMS_GEWEST.
  <Opgeheven bij BVR 2017-03-17/02, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 3. § 1. De Minister begint iedere in de KMO-programmawet bedoelde evaluatie met een aankondiging in het Belgisch Staatsblad. In de aankondiging vermeldt hij de beroepsactiviteiten die hij zal evalueren en, in voorkomend geval, de tekst van de vraag van de Hoge Raad voor de Middenstand of van het betrokken interfederale bureau.
  § 2. Gaat het niet om een evaluatie zoals bedoeld in artikel 13, § 1, van de KMO-programmawet, dan motiveert de Minister zijn voornemen om te evalueren.

  Art. 3_VLAAMS_GEWEST.
  <Opgeheven bij BVR 2017-03-17/02, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 4. Vanaf de dag van de aankondiging kan iedere belanghebbende, binnen een termijn van 90 dagen, zijn opmerkingen schriftelijk meedelen aan de Minister.

  Art. 4_VLAAMS_GEWEST.
  <Opgeheven bij BVR 2017-03-17/02, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  Art. 5. § 1. De Minister maakt een evaluatierapport en vraagt vervolgens het advies van de Hoge Raad voor de Middenstand, die de betrokken interfederale bureaus (...), raadpleegt. <KB 2003-06-16/33, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 07-07-2003>
  Bij de vraag om advies voegt hij een exemplaar van zijn evaluatierapport, een ontwerp van besluit en, in voorkomend geval, de teksten van de vraag en alle ontvangen opmerkingen.
  De genoemde instanties beschikken vanaf de ontvangst van de vraag om advies over 90 dagen om hun gemotiveerd advies uit te brengen.
  § 2. Na ontvangst van de adviezen of na het verstrijken van de termijn kan de Minister het ontwerp wijzigen of de aanvrager verzoeken om zijn vraag aan te passen.
  In het laatstbedoelde geval beschikt de aanvrager over een termijn van 60 dagen om de gevraagde aanpassingen door te voeren en aan de Minister mee te delen.
  Deze aanpassing van de aanvraag mag in geen geval een verruiming van de voorgestelde omschrijving van de beroepsactiviteiten, noch van de oorspronkelijk voorgestelde eisen tot gevolg hebben.
  Na het verstrijken van die termijn beslist de Minister binnen de 60 dagen over de vraag tot reglementering.
  § 3. De Minister kan op basis van het evaluatierapport en van het advies van de Hoge Raad voor de Middenstand de vraag tot reglementering afwijzen. In dat geval vermeldt hij de concrete bezwaren. Het afwijzingsbesluit wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
  Een nieuwe aanvraag tot reglementering van dezelfde activiteit, ingediend binnen drie jaar na de afwijzing, is onontvankelijk.

  Art. 5_VLAAMS_GEWEST.
  <Opgeheven bij BVR 2017-03-17/02, art. 1, 008; Inwerkingtreding : 01-01-2017>

  HOOFDSTUK III. - De basiskennis van het bedrijfsbeheer.

  Afdeling 1. - Het programma.

  Art. 6. <KB 2007-06-07/72, art. 1, 006; Inwerkingtreding : 01-09-2008> Het programma van de basiskennis van het bedrijfsbeheer, bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1°, van de K.M.O.-programmawet, bestaat uit het volgende :
  A. Ondernemend denken en ondernemerscompetenties :
  1° de motivering, de kwaliteiten en de attitude van de ondernemer, innoverend en creatief denken, zin voor risico;
  2° het belang van zelfkennis en de daarvoor te gebruiken methodes;
  3° de professionele raadgevers kennen en het belang van zich te laten bijstaan;
  4° het optellen van een ondernemingsplan en het bestuderen van zijn haalbaarheid
  B. Elementaire kennis van :
  I. De oprichting van een onderneming :
  1° de verschillende rechtsvormen van een onderneming, de verschillende huwelijksstelsels, de handelshuur, de verplichte en facultatieve verzekeringen;
  2° het sociaal statuut van de zelfstandigen;
  3° de reglementeringen betreffende milieu, ruimtelijke ordening en hygiënenormen, handelsvestigingen, gevaarlijke inrichtingen;
  4° de overheidssteun, subsidies en kredieten.
  II. De boekhoudkundige, financiële en fiscale aspecten :
  1° boekhoudkundige aspecten : het nut van de boekhouding als beleidsinstrument, de rubrieken van een eenvoudige balans en resultatenrekening, de voornaamste handels- en betalingsdocumenten, de omzet, de cashflow, de wettelijke bepalingen inzake de boekhouding van KMO's, het BTW-mechanisme;
  2° financiële aspecten : het kostenbeheer en de rendabiliteit, de boordtabel voor bedrijfsbeheer, het break-evenpoint, de raming van de ontvangsten en de investerings- en financieringsuitgaven, het financiële plan, de berekening van de verkoop- en kostprijs en de kostenanalyse;
  3° fiscale aspecten : de algemene principes van de personen- en de vennootschapsbelasting, de verschillende soorten inkomsten, de aftrekbaarheid van kosten, de voorheffingen en voorafbetalingen.
  III. Het commerciële beheer :
  1° het beheer van leveranciers en klanten, de commerciële onderhandelingen, de analyse van de concurrentie;
  2° de marketing, publiciteit en verkoopspromotie;
  3° het beheer van de leveringen en voorraden;
  4° de marktstudies en de handelsstrategie;
  IV. De wetgeving
  1° de verantwoordelijkheden, rechten en verplichtingen van de handelaar;
  2° het faillissement;
  3° de handelspraktijken en de bescherming van de consument;
  4° de handelsovereenkomsten.
  Het geheel van de in dit artikel vermelde leerstof moet in minstens 120 uren verworven worden.

  Afdeling 2. - De bewijsmiddelen.

  Art. 7.<KB 2003-06-16/33, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 07-07-2003> De volgende akten moeten als voldoende bewijs van de basiskennis van het bedrijfsbeheer worden beschouwd :
  1° het getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer, uitgereikt in of door :
  a) de derde graad van het secundair onderwijs;
  b) het secundair volwassenenonderwijs;
  c) de centra voor middenstandsopleiding;
  d) een examencommissie van een Gemeenschap of van de Federale Overheidsdienst;
  2° een diploma van het hoger onderwijs;
  3° een getuigschrift waaruit blijkt dat de betrokkene een versnelde cursus van ten minste 128 lesuren van bedrijfsbeheer met vrucht heeft gevolgd, gespreid over ten minste drie maanden, voorzover de naleving van die normen en de conformiteit van de lessen met het programma bepaald in artikel 6 worden bevestigd door de Minister of door diens gedelegeerde;
  4° een akte die in overeenstemming met internationale verdragen als gelijkwaardig met deze in 1° en 2° moet worden beschouwd of ermee gelijkwaardig werd verklaard door de bevoegde overheid.
  § 2. Moeten bovendien als voldoende bewijs van basiskennis van bedrijfsbeheer worden aanvaard, de volgende akten, wanneer zij werden bekomen vóór 30 september 2000 :
  1° een getuigschrift van het hoger secundair onderwijs met volledig leerplan van de onderwijsvormen : algemeen, technisch of kunstsecundair; een getuigschrift van het hoger secundair onderwijs met volledig leerplan van de onderwijsvorm beroepssecundair, voor zover deze akte is afgegeven in een afdeling handel, boekhouding of verkoop;
  2° een getuigschrift waaruit blijkt dat de betrokkene met vrucht het eerste jaar van een opleiding tot ondernemingshoofd heeft gevolgd;
  3° [1 ...]1
  4° [1 ...]1
  5° [1 ...]1
  § 3. De akten die niet voorkomen in §§ 1 en 2 kunnen toch als voldoende worden beschouwd nadat de Minister de overeenstemming van het leerplan met het programma van artikel 6 heeft geverifieerd.
  [2 Evenwel wordt in geval van een akte behaald voor 30 september 2009 het verifiëren van de overeenstemming beperkt tot het programma van artikel 6, B.]2
  § 4. Zij die, in eigen naam of ten behoeve van een derde, het bewijs geleverd hebben aan de vereisten inzake de kennis van het bedrijfsbeheer te voldoen op basis van een getuigschrift, afgeleverd krachtens de artikelen 11 of 13 van de wet van 24 december 1958, waarbij beroepsuitoefeningsvoorwaarden kunnen worden ingevoerd in de ambachts-, de kleine en middelgrote handels- en de kleine nijverheidsondernemingen, en deze afgeleverd in uitvoering van de artikelen 5, § 1, of 12, § 1, van de wet van 15 december 1970 op de uitoefening van beroepswerkzaamheden in de kleine en middelgrote handels- en ambachtsondernemingen, worden tevens geacht aan de vereisten gesteld bij artikel 4 van de KMO-programmawet te voldoen.
  ----------
  (1)<KB 2008-09-09/33, art. 1, 007; Inwerkingtreding : 01-09-2008>
  (2)<KB 2008-09-09/33, art. 2, 007; Inwerkingtreding : 01-09-2008>

  Art. 8. De basiskennis van het bedrijfsbeheer kan ook worden bewezen door één van de volgende praktijkervaringen :
  1° de praktijkervaring als zelfstandig ondernemingshoofd die een nijverheids-, handels- of ambachtswerkzaamheid of een land- of tuinbouwbedrijvigheid heeft uitgeoefend, of van degene die zonder door een arbeidsovereenkomst te zijn gebonden, het dagelijks beheer van een onderneming of een inrichting waar één van deze werkzaamheden werd uitgeoefend, op zich heeft genomen, of van de combinaties van die ervaringen.
  Bedoelde werkzaamheden, verricht hetzij als hoofdberoep, hetzij als nevenberoep, moeten zijn uitgeoefend gedurende een tijd waaraan ten minste het waardecijfer 15/15de kan worden toegekend, ervan uitgaande dat één jaar hoofdberoep een waarde heeft van 5/15de en één jaar nevenberoep een waarde van 3/15de.
  De werkzaamheid moet zijn uitgeoefend in de loop van de vijftien jaren die de datum van de ontvangst van de aanvraag om (inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen als handels- of ambachtsonderneming) voorafgaan. <KB 2003-06-16/33, art. 5, 003; Inwerkingtreding : 07-07-2003>
  De volgende stukken bewijzen samen de praktijkervaring van een zelfstandig ondernemingshoofd :
  a) (de inschrijving als handels- of ambachtsonderneming; indien het gaat over een landbouw- of tuinbouwactiviteit waarvan de uitoefening geen dergelijke inschrijving vereist, een getuigschrift van de controleur van de inkomstenbelastingen waarmee de bedoelde activiteit wordt bevestigd alsook de periode waarin ze werd uitgeoefend); <KB 2003-06-16/33, art. 5, 003; Inwerkingtreding : 07-07-2003>
  b) een getuigschrift uitgaande van een sociale verzekeringskas voor zelfstandigen of van de nationale hulpkas voor de sociale verzekeringen van de zelfstandigen, waardoor worden bevestigd : de aansluiting van de betrokkene, de begin- en einddatum ervan en de hoedanigheid van hoofd- of nevenberoep.
  De volgende stukken bewijzen samen de praktijkervaring van degene die zonder arbeidsovereenkomst het dagelijks beheer van een onderneming of van een inrichting heeft waargenomen :
  a) het contract van filiaalbeheer of, zo het om een vennootschapsorgaan gaat, de akte van de benoeming zoals ze is gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad of is neergelegd op de griffie van de rechtbank van koophandel met het oog op deze publicatie, of het bewijs van de (inschrijving als handels- of ambachtsonderneming) van de betrokken onderneming; <KB 2003-06-16/33, art. 5, 003; Inwerkingtreding : 07-07-2003>
  b) een getuigschrift uitgaande van een sociale verzekeringskas voor zelfstandigen of van de nationale hulpkas voor de sociale verzekeringen van de zelfstandigen, waardoor worden bevestigd : de aansluiting van de betrokkene, de begin- en einddatum ervan en de hoedanigheid van hoofd- of nevenberoep;
  2° de praktijkervaring van degene die gedurende minstens vijf jaar heeft deelgenomen aan de uitoefening van een handels- of ambachtswerkzaamheid, voor zover het gaat om één van de volgende hoedanigheden of de combinaties ervan :
  a) zelfstandig helper van een ondememingshoofd;
  b) bediende in een leidende functie.
  De werkzaamheid moet zijn uitgeoefend in de loop van de vijftien jaren die de dag van ontvangst van de aanvraag om (inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen als handels- of ambachtsonderneming) voorafgaan. <KB 2003-06-16/33, art. 5, 003; Inwerkingtreding : 07-07-2003>
  Voor de toepassing van dit besluit worden geacht een leidende functie te bekleden :
  - de adjunct van het zelfstandig ondernemingshoofd, van het vennootschapsorgaan of van de met het beheer van de onderneming belaste aangestelde, indien deze functie van adjunct, wat de verantwoordelijkheid betreft, overeenkomt met die van het ondernemingshoofd, het orgaan of de bedoelde aangestelde;
  - het lid van de staf, belast met taken van bedrijfsbeheer en/of verantwoordelijk voor ten minste één afdeling van de onderneming.
  (De Federale Overheidsdienst of de erkende ondernemingsloketten in de gevallen bedoeld in artikel 43, eerste lid, 2°, van de K.B.O.-wet, gaan na of de betrokkene deze voorwaarden vervult.) <KB 2003-06-16/33, art. 5, 003; Inwerkingtreding : 07-07-2003>
  Het bewijs van praktijkervaring als zelfstandig helper wordt geleverd door de volgende stukken samen :
  a) een getuigschrift van de betrokken zelfstandige, dat de periode vermeldt waarin de betrokkene deze prestaties heeft geleverd, en;
  b) (een getuigschrift van een sociale verzekeringskas voor zelfstandigen of van de nationale hulpkas voor de sociale verzekeringen van de zelfstandigen, waardoor de aansluiting van de betrokkene en de begin- en einddatum ervan worden bevestigd, behalve voor de meewerkende echtgenoten die een praktijkervaring of een deel van een praktijkervaring inroepen die ze hebben verricht vóór 1 januari 2003.) <KB 2003-06-16/33, art. 5, 003; Inwerkingtreding : 07-07-2003>
  Het bewijs van de praktijkervaring als bediende met een leidende functie wordt geleverd door de volgende stukken samen :
  a) de arbeidsovereenkomst voor zover de functie waarvoor de overeenkomst werd aangegaan, overeenkomt met een leidende functie in de zin van dit besluit of een getuigschrift van de werkgever met aanduiding van de leidinggevende functie en de periode ervan;
  b) een rekeninguittreksel uitgereikt door de dienst van de werknemerspensioenen, of ieder ander rechtsgeldig sociaal document, waaruit duidelijk de leidinggevende functie en de periode ervan kan worden opgemaakt.

  HOOFDSTUK IV. - De natuurlijke personen die het bezit van de ondernemersvaardigheden kunnen bewijzen.

  Art. 9. <KB 2003-06-16/33, art. 6, 003; Inwerkingtreding : 07-07-2003> § 1. Het bewijs dat de persoon die ondernemersvaardigheden bewijst in de plaats van een zelfstandig ondernemingshoofd diens echtgenoot of wettelijk samenwonende is, kan door ieder rechtsgeldig document of registratie worden gegeven.
  Indien de persoon die één of meer ondernemersvaardigheden bewijst, de samenwonende partner is van het zelfstandig ondernemingshoofd, dan moet uit de bevolkingsregisters of uit het rijksregister van de natuurlijke personen blijken dat de betrokkenen op de dag van de aanvraag om inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen als handels- of ambachtsonderneming, gedurende minstens zes maanden samenwonen.
  De persoon die één of meer ondernemersvaardigheden bewijst als zelfstandige helper van het zelfstandig ondernemingshoofd, zonder diens echtgenoot, wettelijk samenwonende of samenwonende partner te zijn, moet door ieder rechtsgeldig document of registratie bewijzen dat hij verwant is met het ondernemingshoofd in de eerste, tweede of derde graad.
  De persoon die één of meer ondernemersvaardigheden bewijst zonder de echtgenoot, noch de wettelijke samenwonende, noch de samenwonende partner, noch de zelfstandige helper te zijn van het zelfstandig ondernemingshoofd, moet met het zelfstandig ondernemingshoofd verbonden zijn met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur.
  § 2. Indien de handels- of ambachtsactiviteit wordt uitgeoefend door een rechtspersoon, wordt de basiskennis van het bedrijfsbeheer en/of de beroepsbekwaamheid bewezen door :
  1° de natuurlijke persoon die bewijst dat hij orgaan is van de rechtspersoon, door middel van de registratie ervan in de Kruispuntbank van Ondernemingen of door de benoemingsakte bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad of neergelegd bij de griffie van de rechtbank van koophandel met het oog op die bekendmaking;
  2° de natuurlijke persoon die met de rechtspersoon is verbonden met een arbeidscontract van onbepaalde duur, aan wie het dagelijks bestuur en/of de dagelijkse technische leiding van de rechtspersoon of van de beroepswerkzaamheid werd opgedragen.
  Wanneer het dagelijks bestuur van de rechtspersoon wordt uitgeoefend door een andere rechtspersoon, wordt de basiskennis van het bedrijfsbeheer bewezen door :
  1° de natuurlijke persoon die bewijst dat hij orgaan is van de besturende rechtspersoon, door middel van de registratie ervan in de Kruispuntbank van Ondernemingen of door de benoemingsakte bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad of neergelegd bij de griffie van de rechtbank van koophandel met het oog op die bekendmaking;
  2° de natuurlijke persoon die met de besturende rechtspersoon is verbonden met een arbeidscontract van onbepaalde duur, aan wie het dagelijks bestuur van de besturende rechtspersoon werd opgedragen.
  De beroepsbekwaamheid kan bovendien worden bewezen door de natuurlijke persoon die bedrijfsleider is van de rechtspersoon en die bewijst dat hij met de dagelijkse technische leiding van de rechtspersoon of van de betrokken beroepswerkzaamheid werd belast, door middel van de registratie ervan in de Kruispuntbank van Ondernemingen of door een akte die werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad of werd neergelegd op de griffie van de rechtbank van koophandel met het oog op die publicatie.
  § 3. De natuurlijke persoon die de basiskennis van het bedrijfsbeheer of de beroepsbekwaamheid bewijst, moet respectievelijk het dagelijks bestuur of de dagelijkse technische leiding daadwerkelijk uitoefenen.
  De Federale Overheidsdienst of de ondernemingsloketten in de gevallen bedoeld in artikel 43, eerste lid, 2° van de K.B.O.-wet, gaan na of aan die voorwaarden wordt voldaan.

  Art. 9bis. <Ingevoegd bij KB 2003-06-16/33, art. 7; Inwerkingtreding : 07-07-2003> Wanneer de gegevens bedoeld in de artikelen 7 tot 9 elektronisch kunnen worden geraadpleegd, moet de onderneming de in dezelfde artikelen bedoelde stukken niet voorleggen.

  HOOFDSTUK V. - De organisatie van de centrale examencommissies. (Opgeheven) <KB 2007-02-13/41, art. 19, 005; Inwerkingtreding : 30-04-2007>

  Art. 10. (Opgeheven) <KB 2007-02-13/41, art. 19, 005; Inwerkingtreding : 30-04-2007>

  Art. 11. (Opgeheven) <KB 2007-02-13/41, art. 19, 005; Inwerkingtreding : 30-04-2007>

  Art. 12. (Opgeheven) <KB 2007-02-13/41, art. 19, 005; Inwerkingtreding : 30-04-2007>

  Art. 13. (Opgeheven) <KB 2007-02-13/41, art. 19, 005; Inwerkingtreding : 30-04-2007>

  Art. 14. (Opgeheven) <KB 2007-02-13/41, art. 19, 005; Inwerkingtreding : 30-04-2007>

  Art. 15. (Opgeheven) <KB 2007-02-13/41, art. 19, 005; Inwerkingtreding : 30-04-2007>

  Art. 16. (Opgeheven) <KB 2007-02-13/41, art. 19, 005; Inwerkingtreding : 30-04-2007>

  Art. 17. (Opgeheven) <KB 2007-02-13/41, art. 19, 005; Inwerkingtreding : 30-04-2007>

  Art. 18. (Opgeheven) <KB 2007-02-13/41, art. 19, 005; Inwerkingtreding : 30-04-2007>

  Art. 19. (Opgeheven) <KB 2007-02-13/41, art. 19, 005; Inwerkingtreding : 30-04-2007>

  Art. 20. (Opgeheven) <KB 2007-02-13/41, art. 19, 005; Inwerkingtreding : 30-04-2007>

  Art. 21. (Opgeheven) <KB 2007-02-13/41, art. 19, 005; Inwerkingtreding : 30-04-2007>

  Art. 22. (Opgeheven) <KB 2007-02-13/41, art. 19, 005; Inwerkingtreding : 30-04-2007>

  Art. 23. (Opgeheven) <KB 2007-02-13/41, art. 19, 005; Inwerkingtreding : 30-04-2007>

  HOOFDSTUK VI. - (Procedure en bevoegdheden.) <KB 2003-06-16/33, art. 9, 003; Inwerkingtreding : 07-07-2003>

  Art. 24. <KB 2003-06-16/33, art. 9, 003; Inwerkingtreding : 07-07-2003> § 1. Het ondernemingsloket beslist over iedere aanvraag die bij hem wordt ingediend.
  § 2. De Minister kan bepalen met een bijzondere richtlijn, in de daarin aangewezen omstandigheden die betrekking hebben op de bepalingen van de K.M.O.-programmawet inzake de daadwerkelijke uitoefening van het dagelijks bestuur of de dagelijkse technische leiding, dat de beslissing in overeenstemming moet zijn met het voorafgaandelijk advies van de Federale Overheidsdienst.

  Art. 25. <KB 2003-06-16/33, art. 9, 003; Inwerkingtreding : 07-07-2003> De Federale Overheidsdienst geeft advies aan het ondernemingsloket over ieder dossier dat het ondernemingsloket hem voorlegt, indien het dossier aanleiding kan geven tot interpretatiemoeilijkheden.

  Art. 26. <KB 2003-06-16/33, art. 9, 003; Inwerkingtreding : 07-07-2003> Het dossier wordt als volledig beschouwd als alle bewijsmiddelen aanwezig zijn, die worden vereist in uitvoering van de artikelen 7 tot 9 van dit besluit.

  Art. 27. <KB 2003-06-16/33, art. 9, 003; Inwerkingtreding : 07-07-2003> Vanaf de dag van de ontvangst van het dossier, beschikt de Federale Overheidsdienst over een termijn van vijftien dagen :
  1° hetzij om de aanvragende onderneming te vragen bijkomende stukken voor te leggen;
  2° hetzij om de aanvragende onderneming uit te nodigen op een gesprek;
  3° hetzij om de aanvraag volledig te verklaren.

  Art. 28. <KB 2003-06-16/33, art. 9, 003; Inwerkingtreding : 07-07-2003> § 1. De Federale Overheidsdienst hoort op haar verzoek iedere aanvragende onderneming, waarvan het dossier nog niet volledig werd verklaard.
  § 2. De onderneming kan zich laten vertegenwoordigen. Het mandaat is schriftelijk, behalve voor advocaten.

  Art. 29. <KB 2003-06-16/33, art. 9, 003; Inwerkingtreding : 07-07-2003> Vanaf de dag dat de aanvragende onderneming werd gehoord, beschikt de Federale Overheidsdienst over vijf werkdagen :
  1° hetzij om de aanvragende onderneming te vragen bijkomende stukken voor te leggen, ingevolge het gesprek;
  2° hetzij om het dossier volledig te verklaren.

  Art. 30. <KB 2003-06-16/33, art. 9, 003; Inwerkingtreding : 07-07-2003> De Federale Overheidsdienst stuurt de aanvragende onderneming een kopie van zijn advies.

  Art. 31. (Opgeheven) <KB 2003-06-16/33, art. 9, 003; Inwerkingtreding : 07-07-2003>

  HOOFDSTUK VII. - Overgangs- en slotbepalingen.

  Art. 32. Onverminderd de bepalingen van de artikelen 13 en 17, § 3, van de KMO-programmawet, worden de besluiten genomen tot uitvoering van de wetten van 24 december 1958 en 15 december 1970 opgeheven.
  De volgende besluiten blijven echter van kracht :
  1° de koninklijke besluiten genomen tot uitvoering van artikel 4, § 4, van de wet van 24 december 1958, en tot uitvoering van de artikelen 2, 3, § 8, of 4 van de wet van 15 december 1970, met uitsluiting van de bepalingen die verwijzen naar de procedure voor de Kamers van Ambachten en Neringen of de Vestigingsraad en van de bepalingen betreffende de door deze organen uitgereikte getuigschriften;
  2° het koninklijk besluit van 27 januari 1992 betreffende de presentiegelden en de vergoedingen toe te kennen aan de leden van verscheidene organen en commissies die ressorteren onder het Ministerie van Middenstand.

  Art. 33. <KB 2003-06-16/33, art. 10, 003; Inwerkingtreding : 07-07-2003> § 1. De dossiers die in uitvoering van de K.M.O.-programmawet worden behandeld door de Kamers van Ambachten en Neringen, worden overgedragen aan de Federale Overheidsdienst.
  § 2. De lopende en niet door de Kamers van Ambachten en Neringen afgesloten dossiers, worden beschouwd als te zijn ingediend op de dag van hun overdracht aan de Federale Overheidsdienst.
  De Federale Overheidsdienst brengt de aanvrager onmiddellijk op de hoogte van die overdracht en vraagt hem de naam en adres van het erkende ondernemingsloket van zijn keuze mee te delen.
  Indien de aanvrager daaraan geen gevolg geeft binnen dertig dagen, wordt het dossier zonder gevolg geklasseerd.

  Art. 34. § 1. De bepalingen van Titel I en van Hoofdstuk I van Titel II van de KMO-programmawet en van dit besluit treden in werking de dag waarop dit besluit in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, met uitzondering van artikel 4, § 1, dat in werking treedt op 1 januari 1999 en van artikel 26, § 1, eerste alinea, dat in werking treedt op 1 september 1999.
  § 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, blijven de artikelen 12 en 13 van de wet van 15 december 1970 betreffende de uitoefening van de beroepsactiviteiten in de kleine en middelgrote ondernemingen van de handel en het ambacht, evenals sectie 3 van hoofdstuk III van het koninklijk besluit van 25 februari 1971 tot vaststelling van de uitvoeringsmaatregelen van dezelfde wet van kracht.

  Art. 35.Onze Minister die de middenstand onder zijn bevoegdheid heeft, is belast met de uitvoering van dit besluit.

  BIJLAGEN.

  Art. N1. Bijlage I. - Inschrijvingsformulier voor het examen over de basiskennis van het bedrijfsbeheer. (Opgeheven) <KB 2007-02-13/41, art. 19, 005; Inwerkingtreding : 30-04-2007>

  Art. N2. Bijlage II. - Inschrijvingsformulier voor het examen over de beroepsbekwaamheid van (het gereglementeerde beroep of categorie). (Opgeheven) <KB 2007-02-13/41, art. 19, 005; Inwerkingtreding : 30-04-2007>

  Art. N3. Bijlage III. - Getuigschrift. - Basiskennis van het bedrijfsbeheer. (Opgeheven) <KB 2007-02-13/41, art. 19, 005; Inwerkingtreding : 30-04-2007>

  Art. N4. Bijlage IV. - Getuigschrift beroepsbekwaamheid. (Opgeheven) <KB 2007-02-13/41, art. 19, 005; Inwerkingtreding : 30-04-2007>

  Art. N5. Bijlage V. - Vestigingsgetuigschrift. (Opgeheven) <KB 2003-06-16/33, art. 11, 003; Inwerkingtreding : 07-07-2003>
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 21 oktober 1998.
ALBERT
Van Koningswege :
Onze Minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen,
K. PINXTEN

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap, inzonderheid op Hoofdstuk I van Titel II en artikel 58, eerste lid;
   Gelet op de wet van 15 december 1970 op de uitoefening van beroepswerkzaamheden in de kleine en middelgrote handels- en ambachtsondernemingen, inzonderheid de artikelen 12 en 13;
   Gelet op de gecoördineerde wetten van 28 mei 1979 betreffende de organisatie van de Middenstand, inzonderheid artikel 25, § 2;
   Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 30 april 1998;
   Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 7 mei 1998;
   Gelet op de beraadslaging van de Ministerraad op 8 mei 1998 betreffende de adviesaanvraag binnen een termijn van één maand;
   Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 7 augustus 1998, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
   Op de voordracht van Onze Minister van de Kleine en Middelgrote Ondernemingen,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • BESLUIT VLAAMSE REGERING VAN 17-03-2017 GEPUBL. OP 06-04-2017
    (GEWIJZIGD ART. : 2-5)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 09-09-2008 GEPUBL. OP 23-09-2008
    (GEWIJZIGD ART. : 7)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 07-06-2007 GEPUBL. OP 24-07-2007
    (GEWIJZIGD ART. : 6)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 13-02-2007 GEPUBL. OP 20-04-2007
    (GEWIJZIGDE ART. : 10-23; N1-N4)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 21-12-2006 GEPUBL. OP 29-12-2006
    (GEWIJZIGD ART. : 17)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 16-06-2003 GEPUBL. OP 27-06-2003
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2; 5; 7; 8; 9; 9BIS; 22; 24-31; 33)
    (GEWIJZIGD ART. : N5)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 20-07-2000 GEPUBL. OP 30-08-2000
    (GEWIJZIGD ART. : 17)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 12 uitvoeringbesluiten 7 gearchiveerde versies
    Franstalige versie