J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1997/05/06/1997009448/justel

Titel
6 MEI 1997. - Wet strekkende tot de bespoediging van de procedure voor het Hof van Cassatie.

Bron :
JUSTITIE
Publicatie : 25-06-1997 nummer :   1997009448 bladzijde : 16928       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 1997-05-06/38
Inwerkingtreding : 05-07-1997

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-32

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

  Art. 2. Artikel 128, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek wordt vervangen als volgt :
  " De arresten worden gewezen door vijf raadsheren, daaronder begrepen de voorzitter. Zij worden echter gewezen door drie raadsheren in de door de wet bepaalde gevallen. "

  Art. 3. In deel II, boek I, titel I, hoofdstuk V, van hetzelfde Wetboek wordt een afdeling IIbis, ingevoegd, luidende :
  " Afdeling IIbis. - De referendarissen.
  " Art. 135bis. Het Hof van Cassatie wordt bijgestaan door ten minste vijf en ten hoogste dertig referendarissen. Hun aantal wordt door de minister van Justitie bepaald.
  De eerste voorzitter en de procureur-generaal stellen in onderlinge overeenstemming het aantal referendarissen vast dat onder hun respectief gezag komt te staan.
  De referendarissen bereiden het werk van de raadsheren en de leden van het parket voor; zij dragen bij aan de werkzaamheden in verband met de documentatie en werken mee aan de vertaling en de publicatie van de arresten alsook aan het in overeenstemming brengen van de Franse en Nederlandse tekst. "

  Art. 4. In deel II, boek I, titel I, hoofdstuk V, van hetzelfde Wetboek, wordt een afdeling IV ingevoegd, luidende :
  " Afdeling IV. - Beheer.
  " Art. 136bis. Jaarlijks wordt door de algemene vergadering van het Hof van Cassatie een activiteitenverslag opgemaakt en bekendgemaakt.
  Dit verslag bevat onder meer een stand van de zaken die hangende zijn.
  " Art. 136ter. De algemene vergadering van het Hof van Cassatie formuleert in een vierjarenplan de maatregelen die, zonder dat zij afbreuk doen aan het vervullen van zijn rechtsprekende taak, kunnen bijdragen tot het wegwerken van de gerechtelijke achterstand van het Hof van Cassatie.
  Zij onderzoekt elk jaar in de loop van de maand september de stand van de zaken die hangende zijn en brengt hierover uiterlijk op 15 oktober verslag uit aan de minister van Justitie en aan het parlement. "

  Art. 5. In de artikelen 187, § 2, 2°, 188, 189, § 3, 1° en 2°, 191, § 2, 2°, 192 en 194, § 2, 2°, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden " referendaris bij het Hof van Cassatie " telkens ingevoegd tussen de woorden " adjunct-auditeur " en het woord " referendaris ".

  Art. 6. In deel II, boek I, titel VI, van hetzelfde Wetboek wordt een hoofdstuk Vter ingevoegd, luidende :
  " Hoofdstuk Vter. - Referendarissen bij het Hof van Cassatie.
  " Art. 259quinquies. Om tot referendaris bij het Hof van Cassatie te worden benoemd, moet men volle vijfentwintig jaar oud zijn en doctor of licentiaat in de rechten zijn.
  De kandidaten worden met het oog op hun benoeming gerangschikt op grond van een vergelijkend examen.
  Het hof stelt de examenstof vast rekening houdend met de behoeften van de dienst. Het bepaalt de voorwaarden van het vergelijkend examen en stelt de examencommissies aan.
  Met inachtneming van het taalevenwicht bestaat elke examencommissie uit twee leden van het hof aangewezen door de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie, twee leden van het parket aangewezen door de procureur-generaal bij het hof en vier buiten de instelling staande personen die door de Koning worden aangewezen en uit twee lijsten van vier kandidaten, elk met inachtneming van het taalevenwicht en die respectievelijk door de eerste voorzitter en de procureur-generaal voorgedragen worden.
  De examenuitslag blijft drie jaar geldig.
  De vergelijkende examens worden, wat de gevolgen ervan treft, gelijkgesteld met de vergelijkende examens die in de rijksbesturen en de instellingen van openbaar nut toegang verlenen tot het ambt van bestuurssecretaris-jurist.
  " Art. 259sexies. De referendarissen worden door de Koning benoemd voor een stage van drie jaar volgens de rangschikking bedoeld in artikel 259quinquies.
  Na die drie jaar wordt de benoeming definitief tenzij de Koning, uitsluitend op voorstel van al naar het geval de eerste voorzitter of de procureur-generaal, anders beslist, ten laatste tijdens het derde kwartaal van het derde stagejaar.
  De eerste voorzitter van het Hof van Cassatie en de procureur-generaal bij dit hof wijzen in onderlinge overeenstemming de referendarissen-stagiair en de definitief benoemde referendarissen aan die onder het gezag van de ene en die welke onder het gezag van de andere komen te staan.
  " Art. 259septies. De jaren als referendaris bij het Hof van Cassatie doorgebracht, komen in aanmerking voor de berekening van de anciënniteit in elke administratieve of gerechtelijke functie of in een functie bij het Arbitragehof of bij de Raad van State, die de referendarissen nadien zouden bekleden. "

  Art. 7. In deel II, boek II, titel I, van hetzelfde Wetboek wordt het opschrift van hoofdstuk I, vervangen als volgt :
  " Hoofdstuk I. - Installatie van de magistraten, de referendarissen bij het Hof van Cassatie en de griffiers en hun eedaflegging. "

  Art. 8. Artikel 288 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met het volgende lid :
  " De installatie van de referendarissen bij het Hof van Cassatie geschiedt voor een kamer van het hof, voorgezeten door de eerste voorzitter, de voorzitter of de afdelingsvoorzitter dan wel door de raadsheer die hem vervangt. "

  Art. 9. Artikel 291 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met het volgende lid :
  " In het eerste lid bedoelde geval leggen de referendarissen bij het Hof van Cassatie de eed af in handen van de eerste voorzitter van het hof. "

  Art. 10. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 299bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 299bis. De artikelen 293 tot 299 zijn mede van toepassing op de referendarissen bij het Hof van Cassatie. "

  Art. 11. Artikel 301 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met het volgende lid :
  " Dat verbod geldt ook voor de referendarissen bij het Hof van Cassatie. "

  Art. 12. Artikel 302 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld als volgt :
  " of er de taken van referendaris bij het Hof van Cassatie vervullen. "

  Art. 13. In artikel 304 van hetzelfde Wetboek worden de woorden " de referendaris bij het Hof van Cassatie ", ingevoegd tussen de woorden " openbaar ministerie " en de woorden " of de rechter in sociale zaken ".

  Art. 14. In artikel 305, tweede lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden " de referendarissen bij het Hof van Cassatie " ingevoegd tussen de woorden " rechtbanken van koophandel " en de woorden " en de leden van de griffie ".

  Art. 15. In artikel 306, tweede lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden " op advies van de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie, aan de leden en griffiers van dat hof " vervangen door de woorden " op advies van de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie, aan de leden, referendarissen en griffiers van het hof ".

  Art. 16. In artikel 331 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° In het eerste lid worden de woorden " een referendaris " ingevoegd tussen de woorden " een magistraat " en de woorden " of een lid van de griffie ".
  2° In het tweede lid worden de woorden " de referendarissen bij het Hof van Cassatie, zonder vergunning van de eerste voorzitter of de procureur-generaal naargelang zij het hof dat wel het parket bijstaan " ingevoegd tussen de woorden " zonder vergunning van de procureur-generaal " en de woorden " de leden van het hof van beroep ".

  Art. 17. In deel II, boek II, titel II, van hetzelfde Wetboek wordt een hoofdstuk VIIbis, ingevoegd, luidende :
  " Hoofdstuk VIIbis. - Bepalingen betreffende de referendarissen bij het Hof van Cassatie.
  " Art. 353ter. De Koning bepaalt de verloven, de vakanties en de afwezigheden wegens arbeidsondergeschiktheid van de referendarissen bij het Hof van Cassatie. Hij kan een regeling voor non-activiteit treffen en het daarbij uitgekeerde wachtgeld bepalen. "

  Art. 18. In deel II, boek II, titel III, van hetzelfde Wetboek wordt een hoofdstuk Ibis ingevoegd, luidende :
  " Hoofdstuk Ibis. - Wedden van de referendarissen bij het Hof van Cassatie.
  " Art. 365bis. De wedden van de referendarissen bij het Hof van Cassatie worden bepaald als volgt :
  - gedurende de stage van drie jaar bedoeld in artikel 259ter is de wedde van de referendaris dezelfde als die van een substituut-procureur des Konings overeenkomstig artikel 355;
  - gedurende de tien daaropvolgende jaren is de wedde van de referendaris dezelfde als de wedde van een substituut-procureur-generaal en een substituut-generaal bij het hof van beroep overeenkomstig artikel 355;
  - na het dertiende jaar is de wedde van de referendaris dezelfde als die van een advocaat-generaal bij het hof van beroep of bij het arbeidshof.
  De artikelen 360, 361, 362, 363, 365 en 377 van dit Wetboek zijn mede van toepassing op de referendarissen. "

  Art. 19. In deel II, boek II, titel III, van hetzelfde Wetboek wordt het opschrift van hoofdstuk III vervangen als volgt :
  " Hoofdstuk III. - Gemeenschappelijke bepalingen voor de hoofdstukken I, Ibis en II ".

  Art. 20. In deel II, boek II, titel IV, van hetzelfde Wetboek wordt een hoofdstuk IIbis, ingevoegd, luidende :
  " Hoofdstuk IIbis. - Pensionering en pensioen van de referendarissen bij het Hof van Cassatie.
  " Art. 397bis. De referendarissen houden op hun ambt uit te oefenen en worden gepensioneerd wanneer zij de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt of wanneer zij wegens een ernstige en blijvende gebrekkigheid niet meer in staat zijn hun ambt naar behoren te vervullen.
  De algemene wet op de burgerlijke pensioenen is mede van toepassing op de gepensioneerde referendarissen. "

  Art. 21. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 402bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 402bis. De eerste voorzitter van het Hof van Cassatie en de procureur-generaal bij dat hof oefenen, ieder wat hem betreft, toezicht uit op de referendarissen. "

  Art. 22. In artikel 407 van hetzelfde Wetboek worden de woorden " en de referendarissen bij het Hof van Cassatie " ingevoegd tussen de woorden " openbaar ministerie " en de woorden " die zonder verlof afwezig zijn ".

  Art. 23. Artikel 478, eerste lid, van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 478. Voor het Hof van Cassatie kunnen in burgerlijke zaken alleen advocaten optreden en conclusies nemen, die de titel van advocaat bij het Hof van Cassatie voeren. De voorgaande bepaling geldt niet voor de burgerlijke partij in strafzaken. Het aantal advocaten wordt, na advies van het Hof van Cassatie, bepaald door de Koning, die hen benoemt uit een lijst van drie kandidaten, door het hof in algemene vergadering vastgesteld voor ieder van de te begeven plaatsen; de uitgifte van de beslissing wordt door het hof aan de minister van Justitie gezonden. "

  Art. 24. In deel II, boek II, titel V, hoofdstuk III, van hetzelfde Wetboek wordt een afdeling IIbis ingevoegd, luidende :
  " Afdeling IIbis. - Bepalingen betreffende de referendarissen bij het Hof van Cassatie.
  " Art. 414bis. § 1. De referendarissen bij het Hof van Cassatie kunnen door het hof om tuchtredenen worden geschorst of afgezet, hetzij ambtshalve, hetzij op vordering van de procureur-generaal bij het hof.
  De eerste voorzitter en de procureur-generaal kunnen, ieder wat hem betreft, de referendarissen als straf opleggen waarschuwing, enkele censuur en censuur met berisping.
  § 2. Geen deze straffen mag worden toegepast zonder dat de betrokkene eerst gehoord of behoorlijk opgeroepen is.
  § 3. Worden zij vervolgd wegens misdaad of wanbedrijf of op tuchtrechtelijk gebied, dan kunnen de referendarissen, wanneer het belang van de dienst zulks vergt, bij ordemaatregel door het Hof van Cassatie in hun ambt geschorst worden, zolang de vervolging duurt en totdat de eindbeslissing gevallen is.
  De schorsing bij ordemaatregel wordt uitgesproken voor de tijd van één maand en kan daarna van maand tot maand verlengd worden, totdat een eindbeslissing intreedt. Het Hof van Cassatie is bevoegd te beslissen dat deze schorsing voorlopige, algehele of gedeeltelijke inhouding van wedde meebrengt, zolang de straftijd of een gedeelte van de straftijd loopt. "

  Art. 25. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1105bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 1105bis. § 1. Wanneer de beslissing in verband met het cassatieberoep blijkbaar voor de hand ligt, kan de voorzitter van de kamer, op voorstel van de raadsheer-verslaggever en na advies van het openbaar ministerie, de zaak voorleggen aan een beperkte kamer met drie raadsheren.
  § 2. Die beperkte kamer beslist eenparig op het beroep.
  Indien er geen eenparigheid is of indien een van de magistraten van die beperkte kamer het vraagt, moet zij het onderzoek van het beroep naar de kamer samengesteld uit vijf raadsheren verwijzen. "

  Art. 26. In artikel 425 van het Wetboek van Strafvordering, gewijzigd bij de wet van 20 juni 1953, worden de woorden " De burgerlijke partij kan er evenwel geen memorie indienen dan door tussenkomst van een advocaat bij het Hof van Cassatie. " geschrapt.

  Art. 27. In de artikelen 479 en 483 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 10 oktober 1967, 3 juni 1971 en 28 juni 1983, worden de woorden " een referendaris bij het Hof van Cassatie " ingevoegd tussen de woorden " of een hof " en de woorden " een lid van het Rekenhof ".

  Art. 28. Aan artikel 43quater, derde lid, van de wet van 15 juni 1935 betreffende het gebruik der talen in gerechtszaken, wordt de volgende volzin toegevoegd :
  " Een lid van de zetel en een lid van het parket moeten het bewijs leveren van de kennis van de Duitse taal. "

  Art. 29. In dezelfde wet wordt een artikel 43sexies ingevoegd, luidende :
  " Art. 43sexies. Het aantal referendarissen bij het Hof van Cassatie die door een diploma van doctor of licentiaat in de rechten het bewijs moeten leveren van de kennis van respectievelijk de Nederlandse en de Franse taal, wordt door het hof vastgesteld naar gelang van de behoeften van de dienst.
  Alle referendarissen moeten via een bijzonder examen het bewijs leveren van de kennis van de andere landstaal. Dit examen wordt afgelegd voor een examencommissie samengesteld op de wijze voorgeschreven door artikel 43quinquies. De Koning regelt de organisatie van het examen en stelt de examenstof vast rekening houdend met de behoeften eigen aan het werk van de referendarissen.
  Eén referendaris moet bovendien het bewijs leveren van de kennis van de Duitse taal via een bijzonder examen georganiseerd overeenkomstig het tweede lid. "

  Art. 30. In tabel I, met als opschrift " Hof van Cassatie ", gewijzigd bij de wetten van 25 februari 1954, 25 juni 1964, 10 november 1970 en 2 juli 1974, gevoegd bij de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting, worden de derde, de vijfde, de achtste en de negende rubriek vervangen door de volgende rubrieken :
  - raadsheren : 28;
  - advocaten-generaal : 12;
  - griffiers : 6;
  - klerk-griffiers : 4.

  Art. 31. In artikel 70, § 2, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 13 januari 1973, wordt na het eerste lid een nieuw lid ingevoegd, luidende :
  " Voor de toepassing van het vorige lid wordt het ambt van referendaris bij het Hof van Cassatie gelijkgesteld met de ambten waarvan de uitoefening een nuttige juridische beroepservaring oplevert in de zin van dat lid. "

  Art. 32. In artikel 71, § 1, van dezelfde gecoördineerde wetten wordt na het tweede lid een nieuw lid ingevoegd, luidende :
  " Voor de toepassing van het vorige lid wordt het ambt van referendaris bij het Hof van Cassatie gelijkgesteld met de ambten waarvan de uitoefening een nuttige juridische beroepservaring oplevert in de zin van dat lid. "
  Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Gegeven te Brussel, 6 mei 1997.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Justitie,
  S. DE CLERCK
  Met 's Lands zegel gezegeld :
  De Minister van Justitie,
  S. DE CLERCK

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
   Buitengewone zitting 1995 : Senaat. Parlementaire bescheiden. - Wetsvoorstel nr. 52/1. Gewone zitting 1995-1996 : Amendementen nr. 52/2. - Verslag nr. 52/3. - Tekst aangenomen door de commissie, nr. 52/4. - Amendement, nr. 52/5. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Kamer van volksvertegenwoordigers, nr. 52/6. Parlementaire Handelingen. Bespreking en aanneming. Vergadering van 23 november 1995. Kamer van volksvertegenwoordigers. Parlementaire bescheiden. - Ontwerp overgezonden door de Senaat, nr. 271/1. - Amendementen nrs. 271/2 tot 9. - Verslag nr. 271/10. - Tekst aangenomen door de commissie, nr. 271/11. Parlementaire Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergaderingen van 19 en 20 maart 1997. Senaat. Parlementaire bescheiden. - Wetsontwerp geamendeerd door de Kamer van volksvertegenwoordigers nr. 52/7. - Verslag nr. 52/8. Amendementen nrs. 52/9. Parlementaire Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergaderingen van 22 en 24 april 1997.

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Franstalige versie