J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 6 uitvoeringbesluiten 9 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/1996/04/04/1996014093/justel

Titel
4 APRIL 1996. - Koninklijk besluit betreffende de registratie van zeeschepen en het in werking treden van de wet van 21 december 1990 betreffende de registratie van zeeschepen.
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 11-05-1996 en tekstbijwerking tot 23-02-2017)

Bron : VERKEERSWEZEN
Publicatie : 11-05-1996 nummer :   1996014093 bladzijde : 11940
Dossiernummer : 1996-04-04/35
Inwerkingtreding : 11-05-1996

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
Afdeling 1. - Inleidende bepalingen.
Art. 1-2
Afdeling 2. - Algemene voorschriften.
Onderafdeling 1. - Verplichte identificatie van het zeeschip.
Art. 3
Onderafdeling 2. - Voorschriften betreffende de aanvragen.
Art. 4
Onderafdeling 3. - Verplichting aanvullende inlichtingen te geven.
Art. 5
Onderafdeling 4. - Weigering van de aanvragen.
Art. 6
Onderafdeling 5. - Wijzigingen en doorhalingen.
Art. 7-11
Afdeling 3. - Inrichting van het register der zeeschepen.
Art. 12-13
Afdeling 4. - De Registratie.
Onderafdeling 1. - Verplichte en facultatieve registratie.
Art. 14-16
Onderafdeling 2. - Registratie na machtiging door de eigenaar.
Art. 17-18
Onderafdeling 3. - Registratie na aanvraag.
Art. 19-21
Onderafdeling 4. - De registratie van zeeschepen in aanbouw.
Art. 22-24
Onderafdeling 5. - De registratie van zeeschepen.
Art. 25
Onderafdeling 6. - Registratie op overlegging van een vreemde meetbrief.
Art. 26
Afdeling 5. - De inschrijving van een geregistreerd zeeschip in een buitenlands rompbevrachtingsregister.
Art. 27-29
Afdeling 6. - De inschrijving van een vreemd zeeschip in het Belgisch rompbevrachtingsregister.
Onderafdeling 1. - Inrichting van het rompbevrachtingsregister.
Art. 30-31
Onderafdeling 2. - Wie de inschrijving mag aanvragen.
Art. 32
Onderafdeling 3. - De aanvraag om toestemming.
Art. 33-35
Onderafdeling 4. - De beslissing van de gemachtigde ambtenaar.
Art. 36-37
Onderafdeling 5. - De inschrijving in het rompbevrachtingsregister.
Art. 38
Afdeling 7. - Inschrijvingsletter en nummer van de vissersschepen.
Art. 39
Afdeling 8. - Zeebrieven.
Onderafdeling 1. - De zeebrief.
Art. 40
Onderafdeling 2. - De procedurevoorschriften.
Art. 41-43
Onderafdeling 3. - Geldigheidsduur van de zeebrief.
Art. 44-47
Onderafdeling 4. - Weigering en intrekking van de zeebrief.
Art. 48-49
Onderafdeling 5. - Kosten voor de uitreiking van de zeebrief.
Art. 50
Afdeling 9. - De nationaliteit van de kapitein of van de schipper.
Art. 51
Afdeling 10. - Politiebepalingen.
Art. 52-54
HOOFDSTUK II. - Overgangsbepalingen.
Art. 55-56
HOOFDSTUK III. - Wijzigingsbepalingen.
Art. 57-59
HOOFDSTUK IV. - Opheffingsbepalingen.
Art. 60
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen.
Art. 61-64
BIJLAGEN.
Art. N1-N4

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.

  Afdeling 1. - Inleidende bepalingen.

  Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° "de registratiewet" : de wet van 21 december 1990 betreffende de registratie van zeeschepen;
  2° "de zeewet" : Boek II van het Wetboek van Koophandel;
  3° "de minister" : de Minister die het [1 Directoraat-generaal Scheepvaart]1 in zijn bevoegdheid heeft;
  4° "de gemachtigde ambtenaar" : de directeur-generaal van het [1 Directoraat-generaal Scheepvaart]1;
  5° [1 "Belgisch Scheepsregister" : de dienst zoals bedoeld in artikel 2 van de wet van 25 december 2016 houdende overdracht van de scheepsregistratie en scheepshypotheekbewaring]1;
  6° "een notaris" : een in België gevestigde notaris;
  7° "de exploitant" de natuurlijke persoon of de handelsvennootschap die, als eigenaar of voor rekening van de eigenaar dan wel als rompbevrachter, één of meer zeeschepen exploiteert waarbij winstgevende verrichtingen van scheepvaart worden uitgevoerd;
  8° "de rompbevrachter" : degene die voor eigen rekening een zeeschip exploiteert krachtens een overeenkomst van rompbevrachting;
  9° "zeeschip" : elk schip gebruikt of geschikt of bestemd om te worden gebruikt op zee;
  10° "een vissersschip" : elk zeeschip dat geschikt is om te worden gebruikt voor de bedrijfsmatige uitoefening van de zeevisserij;
  11° "het IMO. nummer " : het scheepsidentificatienummer, overeenkomstig Resolutie A.600 (15) van de Internationale Maritieme Organisatie voorzien in bijlage I bij dit besluit.
  (12° " de werkelijke zetel " : de plaats van de statutaire zetel, van het hoofdbestuur of van de hoofdvestiging.) <KB 1999-06-04/53, art. 34, § 1, 003; Inwerkingtreding : 01-10-1999>
  ----------
  (1)<KB 2017-02-13/03, art. 4, 010; Inwerkingtreding : 01-02-2017>

  Art. 2. <KB 2003-04-08/54, art. 1, 006; Inwerkingtreding : 06-05-2003> Dit besluit is niet van toepassing op :
  1° overheidsvaartuigen gebruikt voor andere dan commerciële doeleinden;
  2° oorlogsschepen en marine hulpschepen
  Alle zeeschepen welke ofwel in het Belgisch eigendomsregister ofwel in het Belgisch rompbevrachtingsregister zijn ingeschreven dienen steeds te voldoen aan alle bepalingen voorzien in het koninklijk besluit van 20 juli 1973 houdende zeevaartinspectiereglement.
  Evenwel om in het Belgisch eigendomsregister of in het Belgisch rompbevrachtingsregister te kunnen worden ingeschreven moeten zeeschepen, waarvan de kiellegging meer dan 15 jaar voor de aanvraag tot registratie gebeurde, voorafgaand aan die registratie aan de technische bepalingen voorzien in het koninklijk besluit van 20 juli 1973 voldoen.
  Enkel wanneer voor het betrokken zeeschip, na een onderzoek, een attest van gelijkvormigheid met de technische bepalingen van het koninklijk besluit van 20 juli 1973 is afgegeven door de daartoe aangestelde met scheepvaartcontrole belaste ambtenaar van de dienst scheepvaartcontrole van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, mag het zeeschip in ofwel het Belgisch eigendomsregister ofwel het Belgisch rompbevrachtingsregister worden ingeschreven.
  Het model van het gelijkvormigheidsattest is opgenomen als bijlage bij dit besluit.
  De afdelingen 5 en 6 van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op vissersschepen.

  Afdeling 2. - Algemene voorschriften.

  Onderafdeling 1. - Verplichte identificatie van het zeeschip.

  Art. 3. Elke akte bedoeld in artikel 8 van de zeewet moet, met het oog op haar inschrijving in het register der zeeschepen, volgende vermeldingen bevatten :
  1. de naam en de thuishaven van het zeeschip en, als het een vissersschip betreft, eveneens het letterteken en het nummer ;
  2. het IMO nummer ;
  3. het bouwjaar en de bouwplaats;
  4. de bestemming en het type;
  5. het nummer en het jaartal waaronder het zeeschip werd geregistreerd.

  Onderafdeling 2. - Voorschriften betreffende de aanvragen.

  Art. 4.De aanvragen tot registratie of tot toestemming inzake de inschrijving in het Belgisch of in een vreemd rompbevrachtingsregister, dan wel de aanvragen tot aanvulling, wijziging of doorhaling van de registratie en van de inschrijving in het register of in het rompbevrachtingsregister worden gesteld op de formulieren, die daartoe bij [1 het Belgisch scheepsregister]1 verkrijgbaar zijn. Zij worden in duplo ingediend en in drievoud voor wat de formaliteiten voorzien in artikelen 29, § 1, 33 en 55, § 1, van onderhavig besluit betreft.
  De aanvragen worden opgemaakt (door) de eigenaar, de exploitant of de rompbevrachter van het betrokken zeeschip naar gelang van het geval. Deze personen worden verder "de aanvrager" genoemd. <KB 1999-06-04/53, art. 34, § 3, 003; Inwerkingtreding : 01-10-1999>
  Zij kunnen een derde machtigen om de aanvraag aan te bieden bij [1 het Belgisch scheepsregister]1. (...). <KB 1999-06-04/53, art. 34, § 4, 003; Inwerkingtreding : 01-10-1999>
  ----------
  (1)<KB 2017-02-13/03, art. 5, 010; Inwerkingtreding : 01-02-2017>

  Onderafdeling 3. - Verplichting aanvullende inlichtingen te geven.

  Art. 5.De eigenaar, de exploitant en de rompbevrachter moeten steeds op het eerste verzoek, hetzij aan [1 het Belgisch scheepsregister]1 hetzij aan de gemachtigde ambtenaar de inlichtingen mededelen die de een of de ander noodzakelijk oordeelt om de volledigheid of de rechtmatigheid van de aanvraag tot registratie of van de aanvraag tot inschrijving in het rompbevrachtingsregister te kunnen vaststellen.
  ----------
  (1)<KB 2017-02-13/03, art. 5, 010; Inwerkingtreding : 01-02-2017>

  Onderafdeling 4. - Weigering van de aanvragen.

  Art. 6. Als de aanvraag onrechtmatig of onvolledig is, of zodra één van de bij te voegen stukken ontbreekt, dan wel niet in overeenstemming is met de aanvraag of met een ander bij te voegen stuk, wordt zij geweigerd.
  De met redenen omklede weigering wordt op de aanvraag vermeld.

  Onderafdeling 5. - Wijzigingen en doorhalingen.

  Art. 7.Elke wijziging van de gegevens die moeten voorkomen in de aanvragen of in de bijgevoegde stukken moet binnen dertig dagen nadat zij zich heeft voorgedaan, door de aanvrager bij [1 het Belgisch scheepsregister]1 aangemeld worden, opdat zij in het register zou worden ingeschreven.
  Bij overlijden van de aanvrager rust die verplichting op de rechtsopvolgers met dien verstande dat de termijn van dertig dagen ingaat, de dag waarop zij kennis krijgen van het feit dat aanleiding geeft tot de wijziging.
  De kennisgeving moet vergezeld gaan van een in tweevoud opgemaakt stuk waaruit de wijziging blijkt. Is dit stuk een authentieke akte dan moet daarvan een uitgifte en één (kopie) worden overgelegd. Is het stuk een onderhandse akte, dan moeten twee originelen van de akte worden overgelegd. Eén exemplaar van de onderhandse akte of het (kopie) van de authentieke akte blijft ten kantore van [1 het Belgisch scheepsregister]1 berusten. <KB 2006-03-22/39, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 20-04-2006>
  ----------
  (1)<KB 2017-02-13/03, art. 5, 010; Inwerkingtreding : 01-02-2017>

  Art. 8.De kennisgeving van een wijziging die de gegevens van de meetbrief betreft, moet vergezeld gaan van :
  1° de meetbrief waarop die wijziging is aangetekend;
  2° het duplicaat van de meetbrief, bestemd voor het afleveren van de zeebrief, waarop [1 het Belgisch scheepsregister]1 zal aantekenen dat het zeeschip geregistreerd is, dan wel ingeschreven in het rompbevrachtingsregister;
  3° het duplicaat dat op het kantoor van [1 het Belgisch scheepsregister]1 blijft berusten.
  ----------
  (1)<KB 2017-02-13/03, art. 5, 010; Inwerkingtreding : 01-02-2017>

  Art. 9.Als de wijziging betrekking heeft op gegevens die hebben gediend voor het verlenen van de toestemming waarvan sprake in de afdelingen 5 en 6, geeft [1 het Belgisch scheepsregister]1 daarvan kennis aan de gemachtigde ambtenaar.
  Als die wijziging evenwel de verlenging van de duur van de rompbevrachting betreft, is een nieuwe aanvraag van de toestemming noodzakelijk.
  ----------
  (1)<KB 2017-02-13/03, art. 5, 010; Inwerkingtreding : 01-02-2017>

  Art. 10.Voldoet het zeeschip niet meer aan één der voorwaarden waaruit - krachtens afdeling 4 - de verplichting of de mogelijkheid tot registratie dan wel - krachtens de afdelingen 5 en 6 - de mogelijkheid tot het verkrijgen van de toestemming voortvloeit, dan wordt van dat feit aan [1 het Belgisch scheepsregister]1 kennis gegeven, binnen dertig dagen nadat het bekend is geworden.
  Deze verplichting rust op alle personen die als eigenaar, exploitant of rompbevrachter van het zeeschip of als aanvrager vermeld staan in het register.
  Het tweede lid van artikel 7 is van overeenkomstige toepassing.
  ----------
  (1)<KB 2017-02-13/03, art. 5, 010; Inwerkingtreding : 01-02-2017>

  Art. 11. De kennisgeving van de doorhaling bedoeld in artikel 5, § 2, van de registratiewet geschiedt bij een ter post aangetekende brief die aan de gekozen woonplaats van de ingeschrevene wordt gezonden.

  Afdeling 3. - Inrichting van het register der zeeschepen.

  Art. 12.Het register der zeeschepen - verder genoemd : het register - wordt gehouden op het kantoor van [2 het Belgisch scheepsregister]2 [3 ...]3.
  Het zal bestaan uit een gecomputeriseerd gegevensbestand.
  De inschrijvingen worden voorafgegaan door een volgnummer samengesteld uit het jaartal en het nummer van de neerlegging.
  Als eenzelfde akte aanleiding geeft tot inschrijving wegens verschillende oorzaken, wordt iedere inschrijving afzonderlijk vermeld.
  Heeft een inschrijving enig verband met een vroegere inschrijving, dan wordt er een onderlinge verwijzing aangebracht.
  Als een vergissing wordt vastgesteld, zal [1 het Belgisch scheepsregister]1 die onder de lopende datum rechtzetten door een met redenen omkleed artikel. Het artikel tot rechtzetting wordt onder zijn datum vermeld in het register der neerleggingen.
  ----------
  (1)<KB 2017-02-13/03, art. 5, 010; Inwerkingtreding : 01-02-2017>
  (2)<KB 2017-02-13/03, art. 6, 010; Inwerkingtreding : 01-02-2017>
  (3)<KB 2017-02-13/03, art. 7, 010; Inwerkingtreding : 01-02-2017>

  Art. 13. Het register bevat ten aanzien van elk daarin geregistreerd zeeschip :
  1° het registratienummer;
  2° de naam, de roepnaam en de thuishaven en, als het een vissersschip betreft, eveneens het letterteken en het nummer;
  3° gebeurlijk, het IMO. nummer;
  4° het bouwjaar, de bouwplaats, de bouwwerf en het bouwnummer;
  5° de bestemming en het type;
  6° de bruto- en nettotonnenmaat;
  7° de lengte en de breedte over alles;
  8° betreffende de voortstuwingsmachines : het aantal, de fabrikant, de aard, het bouwjaar en het vermogen in kilowatt;
  9° nummer, plaats en datum van uitgifte van de meetbrief;
  10° gebeurlijk, het buitenlands register waar het zeeschip laatst was geregistreerd, de datum van de doorhaling van zijn registratie daarin en in voorkomend geval zijn hypothecaire toestand;
  11° de beknopte aanduiding van het voorwerp van de ingediende aanvragen;
  12° de datum en het volgnummer waaronder de neergelegde stukken werden ingeschreven in het register der neerleggingen;
  13° de naam, het adres van de woon- of hoofdverblijfplaats dan wel de benaming en het adres van de werkelijke zetel van de eigenaar;
  14° de naam, het adres van de woon- of hoofdverblijfplaats dan wel de benaming en het adres van de werkelijke zetel van de exploitant;
  15° het adres, het nummer van de inschrijving in het handelsregister en het B.T.W. nummer van de exploitatiezetel in België;
  16° in voorkomend geval, de toestemming tot inschrijving van het zeeschip in een buitenlands rompbevrachtingsregister, begin- en einddatum van de chertepartij en het rompbevrachtingsregister van bestemming;
  17° de inschrijvingen bij wet opgelegd.

  Afdeling 4. - De Registratie.

  Onderafdeling 1. - Verplichte en facultatieve registratie.

  Art. 14. Aan de verplichting tot registratie zijn onderworpen :
  1° zeeschepen die in België in aanbouw zijn;
  2° zeeschepen die eigendom zijn van een rechtspersoon naar Belgisch privaat recht, met uitsluiting van handelsvennootschappen.
  De verplichting tot het aanvragen van de registratie rust, in het geval onder 1° op de bouwer, en in het geval onder 2° op de eigenaar.
  De registratie geschiedt naar gelang het geval (op aanvraag) van de bouwer of van de eigenaar. <KB 1999-06-04/53, art. 34, § 5, 003; Inwerkingtreding : 01-10-1999>

  Art. 15. Met uitsluiting van de zeeschepen bedoeld in artikel 14, mogen geregistreerd worden de zeeschepen waarvan de eigenaar of de exploitant hetzij :
  1° als natuurlijke persoon de nationaliteit heeft van een lidstaat van de Europese Unie;
  2° als natuurlijke persoon, zijn woon- of hoofdverblijfplaats heeft in België;
  3° als rechtspersoon, zijn werkelijke zetel heeft in één van de lidstaten van de Europese Unie.
  In die drie gevallen moet de exploitatie van het zeeschip vanuit België geschieden.

  Art. 16. § 1. De zeeschepen in eigendom van een natuurlijke persoon of een rechtspersoon worden geregistreerd (op aanvraag) van hun eigenaar. <KB 1999-06-04/53, art. 34, § 6, 003; Inwerkingtreding : 01-10-1999>
  Als het zeeschip meerdere eigenaars heeft, moet minstens de medeëigenaar/mede-eigenaars die de meerderheid van de aandelen heeft/hebben, in België een exploitatiezetel hebben die ingeschreven is in het handelsregister.
  De zeeschepen in exploitatie worden geregistreerd (op aanvraag) van hun exploitant op voorwaarde dat deze voldoet aan de volgende vereisten : <KB 1999-06-04/53, art. 34, § 6, 003; Inwerkingtreding : 01-10-1999>
  1° als natuurlijke persoon, onderdaan zijn van één der lidstaten van de Europese Unie of - indien hij geen onderdaan is van één der lidstaten van de Europese Unie - ingeschreven zijn in het bevolkingsregister van een Belgische gemeente dan wel, als handelsvennootschap, in één van de lidstaten zijn werkelijke zetel hebben;
  2° en in België een exploitatiezetel hebben die is ingeschreven in het handelsregister;
  3° en het zeeschip vanuit die exploitatiezetel geheel of in hoofdzaak zelf exploiteren dan wel door middel van één of meer natuurlijke personen met woon- of hoofdverblijfplaats in België die hij gemachtigd heeft om hem te verbinden voor al zijn handelingen, verzuimen en verbintenissen.

  Onderafdeling 2. - Registratie na machtiging door de eigenaar.

  Art. 17. De exploitant die geen eigenaar is van het zeeschip, moet zowel (voor het aanvragen van de registratie) als voor de exploitatie, uitdrukkelijk gemachtigd worden door de eigenaar. <KB 1999-06-04/53, art. 34, § 7, 003; Inwerkingtreding : 01-10-1999>
  Dezelfde voorwaarde geldt voor de exploitant die als medeëigenaar niet de meerderheid der aandelen heeft in de gemeenschappelijke eigendom.
  De machtiging moet in beide gevallen gegeven worden door de medeëigenaars die de meerderheid van de aandelen hebben, als het zeeschip verschillende eigenaars heeft.
  De machtigingen door de eigenaar aan de exploitant gegeven, moeten deze uitdrukkelijk de bevoegdheid overdragen om het zeeschip te verbinden voor alle handelingen, verzuimen of verbintenissen.

  Art. 18. De machtigingen vereist door de artikelen 16 en 17 worden vastgesteld hetzij in een maatschappelijke akte van vennootschap bekendgemaakt in de bijlage tot het Belgisch Staatsblad, hetzij in een bijzondere akte opgemaakt door een notaris.
  Die akten vermelden voor elk van de betrokken personen, de naam en nationaliteit, het adres van de woon- of hoofdverblijfplaats dan wel van de werkelijke zetel.

  Onderafdeling 3. - Registratie na aanvraag.

  Art. 19. Een zeeschip wordt geregistreerd op overlegging van een aanvraag door of namens de eigenaar of exploitant.
  Eén aanvraag volstaat als meerdere eigenaars of exploitanten het zeeschip (...) willen laten registreren. <KB 1999-06-04/53, art. 34, § 8, 003; Inwerkingtreding : 01-10-1999>

  Art. 20. § 1. De aanvraag vermeldt, aangaande het betrokken zeeschip, de gegevens van artikel 13, 2° tot 8°.
  § 2. Zij vermeldt of de aanvrager het zeeschip wil exploiteren als eigenaar, voor rekening van de eigenaar of, als rompbevrachter, voor eigen rekening.
  § 3. Zij vermeldt aangaande de aanvrager :
  1° als het een natuurlijke persoon betreft : naam, voornamen, geboorteplaats en -datum, beroep, nationaliteit, woonplaats, hoofdverblijfplaats;
  2° als het een rechtspersoon betreft : de maatschappelijke benaming, de plaats van de statutaire en van de werkelijke zetel, de plaats, de datum en het recht van de oprichting, de naam, de voornamen, de nationaliteit, de woon- en hoofdverblijfplaats van de hoofdelijk aansprakelijke vennoten, van de bestuurders of de zaakvoerders, dan wel van de houders van de aandelen op naam.
  § 4. Als verscheidene natuurlijke personen of rechtspersonen op het zeeschip rechten van eigendom of vruchtgebruik hebben, vermeldt de aanvraag voor ieder van hen de gegevens vermeld in § 3 alsmede de aard van en het aandeel in die rechten.
  § 5. De aanvraag vermeldt aangaande de exploitant :
  1° het adres, het nummer van de inschrijving in het handelsregister en het B.T.W. nummer van de exploitatiezetel in België;
  2° de naam en het adres van de woon- of hoofdverblijfplaats in België van de natuurlijke personen die de eigenaar of exploitant in de exploitatiezetel vertegenwoordigen.
  (§ 6. In de aanvraag moet keuze van woonst worden gedaan op een adres in België.) <KB 1999-06-04/53, art. 34, § 9, 003; Inwerkingtreding : 01-10-1999>

  Art. 21.Bij de aanvraag moeten gevoegd worden :
  1° als de aanvraag wordt ingediend door of namens een rechtspersoon : (een afschrift van de akten houdende de statuten en de wijzigingen van de statuten of - indien die bekendmaking niet bij uittreksel is gebeurd - de bekendmaking van die akten in de bijlage tot het Belgisch Staatsblad) alsmede een opgave door een notaris betreffende de namen, de woonplaats en de nationaliteit van de bestuurders, van de hoofdelijk aansprakelijke vennoten dan wel van de houders van de aandelen op naam of deze van de zaakvoerders; <KB 1999-06-04/53, art. 34, § 10, 003; Inwerkingtreding : 01-10-1999>
  2° het nationaliteitsbewijs van ieder van de natuurlijke personen en de statuten van ieder van de rechtspersonen die eigenaar of medeëigenaar zijn van het zeeschip;
  3° de akte van vestiging, overdracht of aanwijzing van de rechten van eigendom of vruchtgebruik, als het een onderhandse, of een uitgifte, als het een authentieke akte is.
  Een dubbel van de onderhandse akte of een (kopie) van de authentieke akte moet worden bijgevoegd en blijft ten kantore van [1 het Belgisch scheepsregister]1 berusten; <KB 2006-03-22/39, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 20-04-2006>
  4° (een verklaring van een notaris) waarin deze bevestigt dat de aanvrager de door de artikelen 15 tot 18 gestelde voorwaarden vervult; <KB 1999-06-04/53, art. 34, § 11, 003; Inwerkingtreding : 01-10-1999>
  5° de akten betreffende de machtigingen vereist door de artikelen 16 en 17;
  6° een afschrift van de inschrijving van de exploitatiezetel in het handelsregister;
  7° de originele meetbrief, het duplicaat tot het bekomen van de zeebrief en een duplicaat bestemd om op het kantoor van [1 het Belgisch scheepsregister]1 te worden bewaard;
  8° in voorkomend geval, een verklaring van de overheid van het land waar het zeeschip laatst was geregistreerd, betreffende zijn hypothecaire toestand, met aanduiding van de laatste eigenaar;
  9° een beëdigde vertaling van elke akte of geschrift gesteld in een andere taal dan één der landstalen;
  10° voor elk vissersschip : de verklaring van de exploitant dat het geheel of in hoofdzaak geëxploiteerd wordt vanuit een Belgische zeehaven.
  ----------
  (1)<KB 2017-02-13/03, art. 5, 010; Inwerkingtreding : 01-02-2017>

  Onderafdeling 4. - De registratie van zeeschepen in aanbouw.

  Art. 22. Een zeeschip dat in aanbouw is voor rekening van derden wordt binnen dertig dagen nadat het bouwcontract is ondertekend, geregistreerd op aanvraag van de bouwer of van degene voor wiens rekening het wordt gebouwd, als deze zijn eigendomsrecht bewijst.
  De aanvraag bevat de in artikel 20, §§ 1, 3 en 4, vermelde gegevens voor zover die kunnen worden verstrekt.
  (In de aanvraag moet keuze van woonst worden gedaan op een adres in België.) <KB 1999-06-04/53, art. 34, § 12, 003; Inwerkingtreding : 01-10-1999>

  Art. 23.Bij de aanvraag worden gevoegd :
  1° het origineel van het bouwcontract als het een onderhandse of een uitgifte als het een authentieke akte betreft.
  Een dubbel van de onderhandse of een (kopie) van de authentieke akte moet worden bijgevoegd en blijft op het kantoor van [1 het Belgisch scheepsregister]1 berusten; <KB 2006-03-22/39, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 20-04-2006>
  2° het nationaliteitsbewijs van ieder van de natuurlijke personen en de statuten van ieder van de rechtspersonen die eigenaar of medeëigenaar zijn.
  ----------
  (1)<KB 2017-02-13/03, art. 5, 010; Inwerkingtreding : 01-02-2017>

  Art. 24.§ 1. Als de bouwer het zeeschip voor eigen rekening bouwt, dient hij zijn aanvraag in binnen dertig dagen nadat hij met de bouw begonnen is. Hij voegt bij zijn aanvraag een in dubbel opgemaakt en door hemzelf ondertekend geschrift waarbij hij verklaart uitsluitend eigenaar te zijn van dat zeeschip. Een exemplaar van dat geschrift blijft ten kantore van [1 het Belgisch scheepsregister]1 berusten.
  § 2. Als het materiaal voor het bouwen van het zeeschip op de werf is aangevoerd en geindividualiseerd, wordt dit laatste vastgesteld bij een geschrift door de bouwer opgemaakt in tweevoud en ondertekend. Dit stuk wordt in tweevoud voor inschrijving op naam van het zeeschip overgelegd aan [1 het Belgisch scheepsregister]1 die een exemplaar behoudt.
  § 3. De in de oorspronkelijke aanvraag ontbrekende gegevens moeten door de aangever binnen de dertig dagen nadat het zeeschip is voltooid, worden aangevuld, samen met de voorlegging van de originele meetbrief, het duplicaat tot het bekomen van de zeebrief en het duplicaat dat op het kantoor van [1 het Belgisch scheepsregister]1 blijft berusten.
  ----------
  (1)<KB 2017-02-13/03, art. 5, 010; Inwerkingtreding : 01-02-2017>

  Onderafdeling 5. - De registratie van zeeschepen.

  Art. 25.De registratie geschiedt onder een speciaal nummer op naam van het zeeschip, na neerlegging van de aanvraag en van de bij te voegen stukken.
  [1 Het Belgisch scheepsregister]1 tekent de datum en het volgnummer waaronder de neergelegde stukken worden ingeschreven in het register der neerleggingen, alsook het nummer waaronder het zeeschip werd geregistreerd, aan op al de ingeschreven bescheiden.
  ----------
  (1)<KB 2017-02-13/03, art. 5, 010; Inwerkingtreding : 01-02-2017>

  Onderafdeling 6. - Registratie op overlegging van een vreemde meetbrief.

  Art. 26.Als het zeeschip geregistreerd is op overlegging van een meetbrief opgemaakt volgens buitenlandse metingsregels, wordt de meetbrief opgemaakt volgens de in België geldende voorschriften aan [1 het Belgisch scheepsregister]1 overgelegd binnen drie maanden na de registratie.
  Die meetbrief gaat vergezeld van het duplicaat tot het bekomen van de zeebrief en van een duplicaat dat op het kantoor van [1 het Belgisch scheepsregister]1 blijft berusten.
  Wijzigingen voortvloeiend uit de nieuwe meting worden in het register opgetekend.
  ----------
  (1)<KB 2017-02-13/03, art. 5, 010; Inwerkingtreding : 01-02-2017>

  Afdeling 5. - De inschrijving van een geregistreerd zeeschip in een buitenlands rompbevrachtingsregister.

  Art. 27. Elke eigenaar van een geregistreerd zeeschip mag toestemming vragen om dat zeeschip in te schrijven in een buitenlands rompbevrachtingsregister.
  Zijn er meerdere eigenaars dan volstaat de aanvraag door één van hen die daartoe gemachtigd werd door de medeëigenaar of medeëigenaars vermeld in artikel 16, § 1.
  De machtiging wordt vastgesteld, hetzij in een maatschappelijke akte die behoorlijk werd bekendgemaakt in de bijlage van het Belgisch Staatsblad, hetzij in een bijzondere akte opgemaakt door een notaris.
  De akte vermeldt voor elk van de betrokken personen de naam en nationaliteit, het adres van de woon- of verblijfplaats dan wel, voor handelsvennootschappen, de naam en het adres van de werkelijke zetel.

  Art. 28.§ 1. De aanvraag van de toestemming wordt in drievoud gericht aan de gemachtigde ambtenaar.
  § 2. Bij de aanvraag worden gevoegd :
  1° de machtiging vermeld in artikel 27;
  2° een (kopie) van de chertepartij; <KB 2006-03-22/39, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 20-04-2006>
  3° een recent door [1 het Belgisch scheepsregister]1 afgeleverd hypothecair getuigschrift;
  4° het origineel van de schriftelijke instemming van de ingeschreven hypothecaire schuldeisers.
  § 3. De gemachtigde ambtenaar beslist over de aanvraag binnen de twee weken te rekenen van de dag waarop hij de aanvraag ontvangen heeft. Hij tekent zijn beslissing aan op alle exemplaren van het aanvraagformulier.
  Als hij toestemming heeft verleend, stuurt hij de bundel aan [1 het Belgisch scheepsregister]1, zoniet terug aan de aanvrager.
  ----------
  (1)<KB 2017-02-13/03, art. 5, 010; Inwerkingtreding : 01-02-2017>

  Art. 29.§ 1. [1 Het Belgisch scheepsregister]1 schrijft de toestemming in het register der zeeschepen in op overlegging van het aanvraagformulier in drievoud, vergezeld van zijn bijlagen en bekleed met de toestemming van de gemachtigde ambtenaar.
  § 2. [1 Het Belgisch scheepsregister]1 vermeldt de datum en het volgnummer van de neerlegging in het register der neerleggingen en de inschrijving van de toestemming op alle exemplaren van het aanvraagformulier.
  Eén exemplaar van het aanvraagformulier wordt overhandigd aan de verzoeker. Een ander blijft, samen met de bijgevoegde bescheiden, op het kantoor berusten. Het derde wordt door [1 het Belgisch scheepsregister]1 aan de gemachtigde ambtenaar verzonden.
  § 3. De inschrijving van de toestemming vervalt van rechtswege op de einddatum vermeld in de chertepartij.
  ----------
  (1)<KB 2017-02-13/03, art. 5, 010; Inwerkingtreding : 01-02-2017>

  Afdeling 6. - De inschrijving van een vreemd zeeschip in het Belgisch rompbevrachtingsregister.

  Onderafdeling 1. - Inrichting van het rompbevrachtingsregister.

  Art. 30.Het rompbevrachtingsregister wordt gehouden op het kantoor van [1 het Belgisch scheepsregister]1 [2 ...]2.
  Het bestaat uit een gecomputeriseerd gegevensbestand.
  ----------
  (1)<KB 2017-02-13/03, art. 6, 010; Inwerkingtreding : 01-02-2017>
  (2)<KB 2017-02-13/03, art. 8, 010; Inwerkingtreding : 01-02-2017>

  Art. 31. Het register bevat ten aanzien van elk daarin ingeschreven zeeschip :
  1° het inschrijvingsnummer;
  2° de naam, de roepnaam en de thuishaven;
  3° gebeurlijk, het IMO. nummer;
  4° het bouwjaar, de bouwplaats, de bouwwerf en het bouwnummer;
  5° de bestemming en het type;
  6° de bruto- en de nettotonnenmaat;
  7° de lengte en de breedte over alles;
  8° betreffende de voortstuwingsmachine : het aantal, de fabrikant, de aard, het bouwjaar en het vermogen in kilowatt;
  9° plaats en datum van uitgifte en nummer van de meetbrief;
  10° het buitenlands register waar de eigendom van het zeeschip is geregistreerd;
  11° de beknopte aanduiding van het voorwerp van de ingediende aanvraag;
  12° de datum en het volgnummer waaronder de overgelegde stukken werden ingeschreven in het register der neerleggingen;
  13° de naam of benaming en de woonplaats of werkelijke zetel van elke eigenaar;
  14° de naam van de rompbevrachter, het adres van zijn woon- of hoofdverblijfplaats en, als het een handelsvennootschap betreft, haar benaming en werkelijke zetel;
  15° het adres, het inschrijvingsnummer in het handelsregister en het BTW.-nummer van de exploitatiezetel in België;
  16° de toestemming tot inschrijving van het zeeschip in het rompbevrachtingsregister;
  17° de begin- en einddatum van de rompbevrachting.

  Onderafdeling 2. - Wie de inschrijving mag aanvragen.

  Art. 32. De rompbevrachter van een in een derde Staat geregistreerd zeeschip mag toestemming vragen om dit zeeschip in het Belgisch rompbevrachtingsregister op zijn naam in te schrijven.
  De artikelen 15 tot 19 zijn van overeenkomstige toepassing op de rompbevrachter.

  Onderafdeling 3. - De aanvraag om toestemming.

  Art. 33. De aanvraag wordt door de rompbevrachter in drievoud gericht aan de gemachtigde ambtenaar.

  Art. 34. § 1. De aanvraag vermeldt aangaande het in te schrijven zeeschip, de gegevens waarvan sprake in artikel 31, 2° tot 8°.
  § 2. Zij vermeldt aangaande de rompbevrachter en de geregistreerde eigenaar :
  1° als het een natuurlijke persoon betreft : zijn naam, voornamen, geboorteplaats en -datum, beroep, nationaliteit, woonplaats, hoofdverblijfplaats;
  2° als het een rechtspersoon betreft : zijn maatschappelijke benaming, de plaats van de statutaire en van de werkelijke zetel, de plaats, de datum en het recht van de oprichting, de naam, de voornamen, de nationaliteit, de woon- en de hoofdverblijfplaats van de hoofdelijk aansprakelijke vennoten, van de bestuurders of van de zaakvoerders;
  § 3. Als verscheidene natuurlijke personen of rechtspersonen op het zeeschip rechten van eigendom of vruchtgebruik hebben, vermeldt de aanvraag voor ieder van hen de gegevens vermeld in § 2 alsmede de aard van en het aandeel in die rechten.
  § 4. De aanvraag vermeldt aangaande de rompbevrachter :
  1° het adres, het nummer van de inschrijving in het handelsregister en het BTW.-nummer van de exploitatiezetel in België;
  2° de naam en het adres van de woon- of hoofdverblijfplaats in België van de natuurlijke personen die de eigenaar of exploitant in de exploitatiezetel vertegenwoordigen.
  (§ 5. In de aanvraag moet keuze van woonst worden gedaan op een adres in België.) <KB 1999-06-04/53, art. 34, § 13, 003; Inwerkingtreding : 01-10-1999>

  Art. 35.Bij de aanvraag worden gevoegd :
  1° als de rompbevrachter een natuurlijke persoon is :
  a) (een verklaring door een notaris) betreffende de naam, het adres van de woon- en de hoofdverblijfplaats en de nationaliteit van de rompbevrachter; <KB 1999-06-04/53, art. 34, § 14, 003; Inwerkingtreding : 01-10-1999>
  b) een afschrift van de inschrijving in het handelsregister van de vestiging in België van waaruit hij het zeeschip zal exploiteren;
  2° als de rompbevrachter een handelsvennootschap is :
  a) (een afschrift van de akten houdende de statuten en de wijzigingen van de statuten of - indien die bekendmaking niet bij uittreksel is gebeurd - de bekendmaking van die akten in de bijlage tot het Belgisch Staatsblad) alsmede een opgave door een notaris betreffende de namen, de woonplaats en de nationaliteit van de bestuurders, van de hoofdelijk aansprakelijke vennoten en van de houders van de aandelen op naam (...); <KB 1999-06-04/53, art. 34, § 15, 003; Inwerkingtreding : 01-10-1999>
  b) een afschrift van de inschrijving in het handelsregister, van de vestiging in België van waaruit hij het zeeschip zal exploiteren;
  3° een recent authentiek getuigschrift van de registratie van de eigendom van het zeeschip in het register van oorsprong, met opgave van de hypothecaire toestand van het zeeschip;
  4° een (kopie) van de chertepartij; <KB 2006-03-22/39, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 20-04-2006>
  5° de originele meetbrief afgeleverd door de overheid van het land waar de eigendom van het zeeschip is geregistreerd, één duplicaat bestemd voor de aanvraag van de zeebrief en één duplicaat bestemd om op het kantoor van [1 het Belgisch scheepsregister]1 te worden bewaard;
  6° een getuigschrift waardoor de overheid die het register van oorsprong houdt, bevestigt :
  a) dat haar nationale wet de inschrijving in een vreemd rompbevrachtingsregister toelaat;
  b) dat het beschouwde zeeschip, voor de duur van de inschrijving in het Belgisch rompbevrachtingsregister, niet gerechtigd is haar nationale vlag te voeren;
  7° de machtigingen vermeld in de artikelen 16 tot 18;
  8° een beëdigde vertaling van elke akte of geschrift gesteld in een andere taal dan één der landstalen.
  ----------
  (1)<KB 2017-02-13/03, art. 5, 010; Inwerkingtreding : 01-02-2017>

  Onderafdeling 4. - De beslissing van de gemachtigde ambtenaar.

  Art. 36. De gemachtigde ambtenaar beslist over de aanvraag binnen de twee weken te rekenen van de dag waarop hij de aanvraag ontvangen heeft. De beslissing wordt aangetekend op alle exemplaren van het aanvraagformulier.

  Art. 37. (Opgeheven) <KB 1999-06-04/53, art. 34, § 16, 003; Inwerkingtreding : 01-10-1999>

  Onderafdeling 5. - De inschrijving in het rompbevrachtingsregister.

  Art. 38. Artikel 25 is van overeenkomstige toepassing op de inschrijving in het rompbevrachtingsregister.
  Artikel 26 is niet van toepassing op zeeschepen die in het rompbevrachtingsregister worden ingeschreven.

  Afdeling 7. - Inschrijvingsletter en nummer van de vissersschepen.

  Art. 39. De gemachtigde ambtenaar kent aan vissersschepen een letterteken en een nummer toe.
  Letterteken en nummer worden op een duidelijk zichtbare plaats aan weerszijden van de boeg aangebracht, in witte kleur op zwarte achtergrond of vice versa.
  Elke letter en elk cijfer zijn ten minste 0,45 m hoog en elke streep ervan is ten minste 0,06 m dik.
  Als letterteken en nummer ook op het dak van de stuurhut van het vissersschip worden gevoerd, moeten zij worden aangebracht in één der kleurencombinaties vermeld in het tweede lid. Behalve hun naam, die van hun thuishaven en de voormelde lettertekens en nummer, mogen vissersschepen geen andere lettertekens of nummers voeren.

  Afdeling 8. - Zeebrieven.

  Onderafdeling 1. - De zeebrief.

  Art. 40. De zeebrief heeft de vorm en de inhoud die in bijlage II bij dit besluit bepaald zijn.

  Onderafdeling 2. - De procedurevoorschriften.

  Art. 41.De aanvraag wordt gesteld op het formulier dat op (de dienst belast met de scheepvaartcontrole) verkrijgbaar is. <KB 1999-05-03/88, art. 29,§1, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
  (De betaling van het bedrag dat verschuldigd is krachtens artikel 50 gebeurt door middel van overschrijving of elektronische betaalkaart, volgens de modaliteiten die door de bevoegde minister of de bevoegde overheidsdienst worden bepaald.) <KB 2006-12-21/41, art. 67, 008; Inwerkingtreding : 01-02-2007>
  Bij de aanvraag wordt het dubbel gevoegd van de aanvraag tot registratie of tot inschrijving in het Belgisch rompbevrachtingsregister, waarop [1 het Belgisch scheepsregister]1 de aantekeningen betreffende de voormelde registratie of inschrijving heeft aangebracht.
  ----------
  (1)<KB 2017-02-13/03, art. 5, 010; Inwerkingtreding : 01-02-2017>

  Art. 42. Degene die het zeeschip heeft laten registreren of heeft laten inschrijven in het rompbevrachtingsregister dient de aanvraag om een zeebrief in bij (de dienst belast met de scheepvaartcontrole). <KB 1999-05-03/88, art. 29,§3, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>

  Art. 43.De zeebrief wordt ondertekend door de gemachtigde ambtenaar.
  Naast de handtekening wordt de stempel van het Bestuur van de Maritieme Zaken en van de Scheepvaart van het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur aangebracht.
  De zeebrief wordt afgeleverd door (de dienst belast met de scheepvaartcontrole) waar hij werd aangevraagd binnen dertig dagen na de ontvangst van de volledige aanvraag. <KB 1999-05-03/88, art. 29,§3, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
  De aflevering geschiedt enkel als de meetbrief en het certificaat van deugdelijkheid worden voorgelegd.
  Met "meetbrief" wordt bedoeld : het duplicaat van de meetbrief, bestemd voor het afleveren van de zeebrief, waarop [1 het Belgisch scheepsregister]1 heeft aangetekend dat het zeeschip geregistreerd is dan wel ingeschreven in het rompbevrachtingsregister.
  ----------
  (1)<KB 2017-02-13/03, art. 5, 010; Inwerkingtreding : 01-02-2017>

  Onderafdeling 3. - Geldigheidsduur van de zeebrief.

  Art. 44. § 1. Een zeebrief blijft vijf jaar geldig, tenzij hij een kortere geldigheidsduur vermeldt, of tenzij hij vervalt op grond van één der redenen vermeld in § 3.
  § 2. Een zeebrief moet voor de vervaldag door een nieuwe vervangen worden overeenkomstig de artikelen 41 tot 43.
  § 3. De zeebrief vervalt :
  1° als de registratie wordt doorgehaald;
  2° als een wijziging optreedt in de gegevens die erin moeten worden vermeld;
  3° door het vervullen van de formaliteiten vermeld in artikel 8, § 1, tweede lid, van de registratiewet.

  Art. 45. § 1. De vervallen zeebrief wordt onmiddellijk teruggezonden naar de gemachtigde ambtenaar.
  § 2. Als de zeebrief vervalt terwijl het zeeschip zich buiten het Rijk bevindt, is de kapitein of de schipper verplicht hem tegen ontvangstbewijs aan de dichtsbijzijnde Belgische consulaire ambtenaar te overhandigen.
  Kan hij dit voorschrift niet naleven, dan is hij gehouden zelf de zeebrief ongeldig te maken en hem onder vermelding van de reden daarvan, aan de gemachtigde ambtenaar op te sturen.
  § 3. Voor de vervanging van een verloren geraakte, versleten, onleesbare of te niet gegane zeebrief mag de gemachtigde ambtenaar een nieuwe zeebrief uitreiken. De nieuwe zeebrief blijft geldig tot de vervaldag van de vervangen zeebrief. De vervangen zeebrief verliest zijn geldigheid.
  § 4. Geen nieuwe zeebrief wordt uitgereikt dan tegen inlevering van de vroegere zeebrief, tenzij wordt bewezen dat deze verloren is gegaan.

  Art. 46. De gemachtigde ambtenaar geeft zeebrieven af voor een door hem opgegeven termijn van ten hoogste één jaar :
  1° voor recent in het buitenland aangekochte of gebouwde schepen waarvoor een aanvraag tot registratie werd ingediend;
  2° voor schepen die onderweg zijn op het tijdstip dat hun zeebrief vervalt krachtens artikel 44, § 3, 2°;
  3° voor de in België voor rekening van vreemdelingen gebouwde zeeschepen opdat deze zich onder Belgische vlag naar een vreemde haven kunnen begeven;
  4° voor de proefvaartperiode van enig in België gebouwd zeeschip.

  Art. 47. De zeebrief vermeld in artikel 46, 1°, wordt uitgereikt op voorlegging van een akte van vestiging, overdracht of aanwijzing van de eigendom van het zeeschip, van de meetbrief opgemaakt door de overheden van het land waar het zeeschip, naargelang van het geval gebouwd, teboekgesteld of geregistreerd is, en nadat de Belgische overheid een voorlopig certificaat van deugdelijkheid heeft afgegeven.
  In het geval vermeld in artikel 46, 2°, wordt de zeebrief uitgereikt op voorlegging van de stukken tot staving van de ingetreden wijziging.
  De zeebrieven vermeld in artikel 46, 3° en 4°, worden enkel uitgereikt na opmaking van de meetbrief en van een toelating tot afvaart, geldig voor de reis of al de reizen die het zeeschip onder Belgische vlag mag maken.

  Onderafdeling 4. - Weigering en intrekking van de zeebrief.

  Art. 48. De aflevering van de zeebrief wordt geweigerd of de zeebrief wordt ingetrokken :
  1° als het zeeschip niet in staat van veiligheid is;
  2° als de kapitein of de schipper niet van Belgische nationaliteit is en geen afwijking is toegestaan overeenkomstig artikel 7 van de registratiewet;
  3° als van de zeebrief een ongeoorloofd of verkeerd gebruik werd of wordt gemaakt, dat aan de goede betrekkingen tussen België en een ander land kan afbreuk doen of de eer van de vlag in het gedrang kan brengen, of als er ernstige vermoedens bestaan dat daarvan zodanig gebruik is gemaakt;
  4° als de eigenaar, exploitant of rompbevrachter geen gevolg verleent aan de verzoeken om inlichtingen of de toegang tot lokalen of gegevens, dan wel medewerking weigert bij onderzoeken ingesteld krachtens artikel 52;
  5° als hij wordt aangevraagd voor, dan wel betrekking heeft op, een vissersschip dat niet geheel of in hoofdzaak geëxploiteerd wordt vanuit een Belgische zeehaven.

  Art. 49. De gemachtigde ambtenaar mag de zeebrief van een geregistreerd of van een in het rompbevrachtingsregister ingeschreven zeeschip bovendien intrekken :
  1° als blijkt dat één of meer van de gegevens op grond waarvan de registratie of de inschrijving in het rompbevrachtingsregister werd toegestaan, zodanig onvolledig of onjuist zijn dat de registratie zou zijn geweigerd of dat de toestemming niet zou zijn verleend, als dit feit bij de aanvraag tot registratie of bij de beoordeling van de aanvraag om toestemming bekend ware geweest;
  2° als niet langer voldaan wordt aan één der voorwaarden op grond waarvan de inschrijving in het rompbevrachtingsregister werd toegestaan;
  3° als de hoedanigheid van Belgisch zeeschip niet langer verenigbaar is met de volkenrechtelijke verplichtingen die op België rusten.

  Onderafdeling 5. - Kosten voor de uitreiking van de zeebrief.

  Art. 50. De vergoeding voor de uitreiking van een zeebrief bedraagt (500 EUR). Deze vergoeding bedraagt (250 EUR) voor de zeeschepen met een tonnenmaat van minder dan 500 ton. <KB 2000-07-20/53, art. 10, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  De vergoeding voor de uitreiking van een zeebrief op grond van artikel 45, § 3, of van artikel 46 bedraagt (50 EUR). <KB 2000-07-20/53, art. 10, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2002>

  Afdeling 9. - De nationaliteit van de kapitein of van de schipper.

  Art. 51. <KB 2007-09-12/34, art. 1, 009; Inwerkingtreding : 28-09-2007> § 1. De gemachtigde ambtenaar ontslaat van de nationaliteitsverplichting bedoeld in artikel 7 van de wet van 21 december 1990 betreffende de registratie van zeeschepen in het geval een persoon met de nationaliteit van een EU lidstaat wenst in te gaan op een feitelijk aanbod tot tewerkstelling om aan boord van een in België geregistreerd zeeschip het bevel te voeren.
  § 2. Tevens kan hij, in bijzondere gevallen, indien de behoeften van de handel of de scheepvaart het wettigen, afwijken van de bepaling van artikel 7 als er geen bevoegde Belgische kapitein of schipper beschikbaar is voor het beschouwde zeeschip.

  Afdeling 10. - Politiebepalingen.

  Art. 52. De eigenaar, de exploitant en de rompbevrachter van zeeschepen die geregistreerd zijn dan wel ingeschreven in het Belgisch rompbevrachtingsregister, moeten aan (de ambtenaren belast met de scheepvaartcontrole en aan de met de politie te water belaste overheid van de federale politie) toegang verlenen tot alle plaatsen of lokalen die tot hun zeevaartbedrijf behoren. <KB 1999-05-03/88, art. 29,§4, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>
  Zij moeten alle door die personen gevraagde medewerking verlenen bij hun controle van de activiteiten en van de bedrijfsbescheiden, waardoor het effectief bestaan van de werkelijke zetel, van de exploitatiezetel of van de van daaruit gevoerde exploitatie, en daardoor de rechtmatigheid van de registratie of van de inschrijving in het rompbevrachtingsregister, worden bewezen.

  Art. 53. § 1. Alle zeeschepen die, overeenkomstig dit besluit moeten of kunnen geregistreerd worden, moeten gemeten worden volgens de wet van 12 juli 1983 op de scheepsmeting en de koninklijke besluiten genomen in uitvoering van deze wet.
  § 2. Geregistreerde zeeschepen, niet vermeld in artikel 1 van de zeewet, moeten een bemanningslijst aan boord hebben waarop ook de naam van de kapitein of van de schipper wordt vermeld.
  § 3. De boorddocumenten waarvan sprake in dit artikel en in artikel 63 van de zeewet, moeten aan (de ambtenaren belast met de scheepvaartcontrole en de met de politie te water belaste overheid van de federale politie op hun verzoek). <KB 1999-05-03/88, art. 29,§5, 002; Inwerkingtreding : 01-04-1999>

  Art. 54. De Belgische vlag, gevoerd door de geregistreerde of in het Belgisch rompbevrachtingsregister ingeschreven zeeschepen bestaat uit drie even brede verticale banen, zwart, geel, rood; de zwarte baan bevindt zich aan de vlaggelijn.
  De vlag meet driemaal in de lengte wat ze tweemaal meet in de breedte. De lengte bedraagt ten minste 0,90 m.
  Ten anker of gemeerd wordt de vlag op de achtersteven van het zeeschip gevoerd aan de vlaggestok en, aan boord van varende schepen, aan de vlaggegaffel als de tuigage het toelaat.

  HOOFDSTUK II. - Overgangsbepalingen.

  Art. 55.§ 1. De zeeschepen, die reeds teboekgesteld zijn op grond van de wet van 2 april 1965 betreffende de nationaliteit van zeeschepen en de teboekstelling van zeeschepen en binnenschepen, worden geregistreerd op aanvraag van de teboekgestelde eigenaar na de indiening bij [1 het Belgisch scheepsregister]1 van een aanvraag in drievoud, gesteld op een formulier dat daartoe bij [1 het Belgisch scheepsregister]1 verkrijgbaar is.
  Op deze registratie is artikel 25 van overeenkomstige toepassing.
  Eén dubbel van de aanvraag blijft op het kantoor van [1 het Belgisch scheepsregister]1 berusten. Het ander wordt aan de aanvrager teruggegeven met het oog op het aanvragen van de zeebrief. De originele aanvraag wordt teruggegeven aan de aanvrager.
  Voor de aldus geregistreerde zeeschepen gaat het verbod van artikel 11, 11, § 3, registratiewet eerst in de eerste dag van de zesde maand te rekenen van de bekendmaking van dit besluit.
  Deze overgangsregeling geldt niet voor een aanvraag tot registratie van een teboekgesteld zeeschip, ingediend door een exploitant die niet de teboekgestelde eigenaar is.
  § 2. De overboeking bedoeld in artikel 33, § 1, van de registratiewet van de niet vervallen en niet doorgehaalde hypothecaire inschrijvingen en beslagen van het register van teboekstelling naar het register der zeeschepen, wordt door [1 het Belgisch scheepsregister]1 verricht binnen zes maanden te rekenen vanaf de registratie van het zeeschip in laatstbedoeld register en in elk geval wanneer een nieuwe inschrijving tussenkomt. Bij de overboeking wordt in de registers een onderlinge verwijzing aangebracht.
  § 3. De overboeking wordt door [1 het Belgisch scheepsregister]1 ter kennis gebracht van iedere belanghebbende bij een ter post aangetekende brief die aan de gekozen woonplaats wordt gezonden.
  § 4. De toestemmingen door de gemachtigde ambtenaar verleend op grond van het koninklijk besluit van 21 december 1990, betreffende de inwerkingtreding en de uitvoering van de artikelen 8 en 9 van de registratiewet, en de inschrijvingen daarvan blijven van kracht tot het einde van de periode waarvoor ze werden verleend.
  ----------
  (1)<KB 2017-02-13/03, art. 5, 010; Inwerkingtreding : 01-02-2017>

  Art. 56.[1 Het Belgisch scheepsregister]1 verricht de ambtshalve doorhaling van de teboekstelling, vermeld in artikel 33, § 2 van de registratiewet, (na het einde van de vijfde maand volgend op) de inwerkingtreding van de registratiewet en van onderhavig besluit. Tot de doorhaling wordt evenwel pas overgegaan dertig dagen na de kennisgeving bedoeld in artikel 5, § 2, van de registratiewet. <KB 1999-06-04/53, art. 34, § 17, 003; Inwerkingtreding : 11-08-1996>
  ----------
  (1)<KB 2017-02-13/03, art. 5, 010; Inwerkingtreding : 01-02-2017>

  HOOFDSTUK III. - Wijzigingsbepalingen.

  Art. 57. Artikel 2, § 2, 2e lid, van het koninklijk besluit van 20 mei 1964 tot vaststelling van de zetel, alsmede van het ambtsgebied en de bevoegdheden van de hypotheekkantoren en tot aanvulling van het koninklijk besluit van 11 augustus 1887 betreffende de uitvoering van de wet van 4 juli 1887 op de bewaring van de archieven van de hypotheekkantoren, laatst gewijzigd door het koninklijk besluit van 15 december 1982, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Het vierde kantoor verzekert, voor dezelfde gemeenten, de dienst van de Deposito- en Consignatiekas; het is eveneens belast, voor geheel het Rijk, met de registratie en de inschrijving onder rompbevrachting van de zeeschepen, de teboekstelling van de binnenschepen en de bewaring der hypotheken op deze schepen."

  Art. 58. Artikel 1 van het koninklijk besluit van 5 september 1908 tot regeling van het houden van het register van teboekstelling en de vorm der inschrijvingen inzake hypotheek op de zee- en binnenschepen, zoals het werd gewijzigd bij koninklijk besluit van 4 april 1967 wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Artikel 1. § 1. Het register van teboekstelling der binnenschepen bestaat uit een doorlopende reeks van bijzondere rekeningen verdeeld in twee delen, waarvan het ene bestemd is voor de teboekstelling en het andere voor de inschrijvingen.
  § 2. Het deel van dit register bestemd voor de teboekstelling wordt aangewend voor de inschrijving van de gegevens voorzien bij artikel 272bis, §§ 2, 3, 5 en 6 van de zeewet."

  Art. 59.Artikel 5 van het koninklijk besluit van 18 september 1962 tot vaststelling van de lonen der hypotheekbewaarder, zoals gewijzigd door de koninklijke besluiten van 4 februari 1972, 29 augustus 1975, 22 december 1982 en 11 augustus 1986, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Artikel 5. In afwijking van artikel 1, zijn de aan [1 het Belgisch scheepsregister]1 der scheepshypotheken verschuldigde lonen als volgt vastgesteld :
  1° voor elke in het register der zeeschepen of in het register van teboekstelling der binnenschepen gedane formaliteit : 1 000 frank;
  Het loon is eisbaar door het feit van de neerlegging wanneer de inschrijving vertraagd wordt door het gebrek aan registratie of teboekstelling;
  2° voor elke in het rompbevrachtingsregister gedane formaliteit : 1 000 frank;
  3° voor elk afschrift of uittreksel van een onder 1° of 2° bedoeld register, per vermelde formaliteit : 150 frank, zonder dat het loon minder dan 1 000 frank mag bedragen;
  4° voor elk ontkennend certificaat : 1 000 frank;
  5° voor de vergeleken afschriften van de in het archief der bewaring neergelegde bescheiden : 60 frank per bladzijde, zonder dat het loon minder dan 1 000 frank per afschrift mag bedragen;
  6° voor elk duplicaat van kwijtschrift : 100 frank;
  7° voor de raadpleging ter plaatse van een register voor zover dit door [1 het Belgisch scheepsregister]1 toegelaten wordt : 200 frank per geraadpleegde registratie, teboekstelling of inschrijving in het rompbevrachtingsregister;
  8° voor de inschrijving en, desvoorkomend, voor de vernieuwing van inschrijving der akten houdende een bij artikel 8 van de wet van 21 augustus 1879 houdende boek II van het Wetboek van Koophandel bedoelde overeenkomst : 50 centiem per duizend frank of breuk van duizend frank; zonder dat het loon minder mag bedragen dan 1 000 frank;
  Dit loon wordt vereffend op het bedrag der sommen uitgedrukt of te schatten als zijnde de prijs of de waarde der schepen of boten of op het bedrag van het in te schrijven of te niet te doen zakelijk recht, met uitsluiting van de drie jaren interest bedoeld in artikel 87 der wet van 16 december 1851. Het is slechts éénmaal verschuldigd, welk ook het aantal weze der schepen of boten die het voorwerp der overeenkomst uitmaken;
  9° voor het onderzoek door [1 het Belgisch scheepsregister]1, door middel van zijn persoonlijke documentatie, van de bekwaamheid en van de hoedanigheid der personen, die in naam van vennootschappen in de akten van opheffing tussenkomen : 100 frank per vennootschap;
  10° voor de terugzending van stukken, per teruggezonden stuk : 25 frank vermeerderd met als forfaitaire terugbetaling van frankeerkosten, een som gelijk aan de portkosten;
  Geen loon is verschuldigd voor de terugzending van stukken naar een staatsbestuur;
  11° Voor elk dokument meegedeeld per telefax : 150 frank per verzending, onverminderd het voor de aflevering ervan voorzien loon."
  ----------
  (1)<KB 2017-02-13/03, art. 5, 010; Inwerkingtreding : 01-02-2017>

  HOOFDSTUK IV. - Opheffingsbepalingen.

  Art. 60. Worden opgeheven :
  1° artikel 3 van het koninklijk besluit van 9 januari 1934 betreffende het internationaal seinboek;
  2° het koninklijk besluit van 30 september 1966 ter uitvoering van de wet van 13 april 1965 op de zeebrieven;
  3° het koninklijk besluit van 29 november 1966 betreffende de vorm en de inhoud van de zeebrief;
  4° het koninklijk besluit van 4 april 1967 betreffende de nationaliteit van zeeschepen en de teboekstelling van zeeschepen en binnenschepen, in zoverre het van toepassing is op zeeschepen;
  5° het koninklijk besluit van 24 juli 1972 betreffende de zeebrieven van vaartuigen andere dan pleziervaartuigen bestemd tot niet winstgevende verrichtingen;
  6° de artikelen 3 tot 7 van het koninklijk besluit van 15 april 1977 ter uitvoering van de wet betreffende de uitoefening van de visserij in de Noord-Atlantische Oceaan;
  7° het koninklijk besluit van 21 december 1990 betreffende de inwerkingtreding en de uitvoering van de artikelen 8 en 9 van de wet betreffende de registratie van zeeschepen.

  HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen.

  Art. 61. De minister wordt aangewezen als de overheid vermeld in artikel 6 van de registratiewet.
  De gemachtigde ambtenaar wordt aangewezen als de overheid vermeld in de artikelen 7 tot 12 van de registratiewet.
  Is de gemachtigde ambtenaar verhinderd, dan wordt hij vervangen door een door hem aangewezen ambtenaar van ten minste rang 13.

  Art. 62. De gemachtigde ambtenaar publiceert eenmaal per jaar de lijst van de geregistreerde zeeschepen.
  Hij deelt eenmaal per jaar de lijst van de geregistreerde vissersschepen mede aan de verdragsluitende Partijen van het Verdrag inzake de uitoefening van de visserij in de Noord-Atlantische Oceaan.

  Art. 63. De registratiewet en dit besluit treden in werking op de dag van de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.

  Art. 64. Onze Minister van Vervoer en Onze Minister van Financiën zijn, elk wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

  BIJLAGEN.

  Art. N1. Bijlage I. - Resolutie A.600 (15).
  Aangenomen op 19 november 1987
  Systeem van IMO-nummers ter identificatie van zeeschepen.
  De vergadering,
  Herinnerend aan de bepalingen van artikel 15, lid j, van de Overeenkomst houdende oprichting van de Internationale Maritieme Organisatie welke betrekking hebben op de bevoegdheden van de Vergadering inzake het aannemen van regels en richtlijnen in verband met de maritieme veiligheid, het voorkomen van de verontreiniging van de zee door zeeschepen en het toezicht houden op deze verontreiniging,
  In de overtuiging dat de maritieme veiligheid en het voorkomen van de verontreiniging van de zee en van de maritieme fraude zouden bevorderd kunnen worden door het toekennen aan een zeeschip van een permanent identificatienummer dat onveranderd zou blijven wanneer het schip onder een andere vlag gebracht wordt en dat op de certificaten van het schip vermeld zou worden,
  Na onderzoek van de aanbeveling die het Comité voor Maritieme Veiligheid gemaakt heeft tijdens zijn 54ste zitting,
  1. Adopteert het systeem van IMO-nummers ter identificatie van de zeeschepen zoals in de bijlage bij deze resolutie beschreven is, met het oog op een toepassing op vrijwillige basis;
  2. Nodigt de belanghebbende regeringen uit dit systeem zover mogelijk toe te passen en de IMO op de hoogte te brengen van de genomen maatregelen terzake;
  3. Verzoekt het Comité voor Maritieme Veiligheid de ontwikkeling van het systeem te volgen om het zo nodig te verbeteren.

  Art. 1N1. - Systeem van IMO-nummers ter identificatie van zeeschepen.
  Inleiding
  1. Het systeem heeft tot doel de maritieme veiligheid te verbeteren, het voorkomen van de verontreiniging van de zee te vergemakkelijken en de maritieme fraude te bestrijden. Het is geenszins bedoeld om kwesties van verantwoordelijkheid, burgerlijk recht of andere handelsoverwegingen in verband met de exploitatie van een schip te beïnvloeden. Het systeem kan door de Overheden op vrijwillige basis toegepast worden op nieuwe en bestaande zeeschepen die hun vlag voeren en internationale reizen ondernemen. De Overheden kunnen het misschien ook nodig achten een IMO-nummer toe te kennen aan zeeschepen die uitsluitend nationale reizen maken en dit nummer op de nationale certificaten te vermelden.
  Toepassing
  2. Het systeem wordt toegepast op zeeschepen waarvan de brutotonnenmaat 100 ton of meer bedraagt, met uitzondering van :
  - schepen uitsluitend bestemd voor de visvangst;
  - schepen zonder mechanische voortstuwingsmiddelen;
  - pleziervaartuigen;
  - schepen bestemd voor specifieke diensten;
  - baggerschepen;
  - draagvleugelboten en luchtkussenvaartuigen;
  - drijvende dokken en structuren van dezelfde aard;
  - oorlogsschepen en schepen bestemd voor het vervoer van troepen;
  - houten schepen in het algemeen.
  Toekenning van het IMO-nummer
  3. Het IMO-nummer is een nummer van het Lloyd's Register (LR) dat toegekend wordt bij de bouw van het schip of bij zijn eerste inschrijving in dit register, met het prefix IMO (voorbeeld IMO 8712345). De Overheden die beslist hebben het systeem toe te passen, worden verzocht aan alle zeeschepen die hun vlag voeren een IMO-nummer toe te kennen of te laten toekennen en het op hun certificaten te vermelden.
  4. Wat de nieuwe zeeschepen betreft, zou het IMO-nummer bij hun inschrijving toegekend worden. De bestaande zeeschepen zouden hun IMO-nummer ontvangen op het vroegste geschikte tijdstip, bij voorbeeld na het controleonderzoek tot hernieuwing van de certificaten of bij de aflevering van nieuwe certificaten.
  5. De Overheden die het systeem toepassen worden verzocht de Organisatie daarvan op de hoogte te brengen zodat ze de andere regeringen kan inlichten.
  6. De officiële publikaties en andere inlichtingen uitgaande van het Lloyd's Register en de Lloyd's Maritime Information Services zijn de referentiebronnen voor het identificatienummer . Indien de kenmerken van een zeeschip niet overeenstemmen met de gegevens van het Schepenregister en zijn aanvullingen, bij voorbeeld wanneer het schip van naam veranderd is of wanneer de Port State Control beambte twijfelt aan de authenticiteit van de nummers die op de certificaten staan vermeld, kunnen de nodige inlichtingen bekomen worden bij het Lloyd's Register, bij het IMO-Secretariaat of bij de Staat waarvan het schip de vlag voert.
  Certificaten waarop het IMO-nummer vermeld moet worden
  7. Het IMO-nummer zou, op de gepaste data en plaatsen, vermeld moeten worden op het inschrijvingscertificaat van het zeeschip dat zijn kenmerken opgeeft, alsook op alle certificaten die afgeleverd worden krachtens de IMO-overeenkomsten. Er wordt aanbevolen het IMO-nummer ook op de gepaste data en plaatsen op andere certificaten, zoals het classificatiebewijs en de Suez of Panamameetbrieven, te vermelden. Het IMO-nummer zal bij voorkeur in het vak "Onderscheidingsnummer of -letters" naast de roepnaam ingeschreven worden.
  Middelen om een IMO-nummer te verkrijgen
  8. De volgende punten leggen uit hoe een IMO-nummer voor nieuwe en bestaande schepen verkregen kan worden.
  Nieuwe zeeschepen (besteld of in aanbouw)
  9. Het IMO-nummer kan als volgt verkregen worden :
  .1 door de aanvraag, bij telex of bij fax te zenden naar de "Maritime Information Publishing Group of LR". Indien mogelijk dient de aanvraag de volgende gegevens te bevatten :
  - Scheepswerf en doknummer (rompnummer);
  - Naam van het schip (indien gekend);
  - Brutotonnenmaat/draagvermogen;
  - Datum waarop de kiel werd gelegd;
  - Eigenaar, reder/zaakvoerder en vlag;
  - Fundamenteel scheepstype;
  - Naam en adres van de aanvrager.
  Steunend op deze inlichtingen, kent het Lloyd's Register gratis het nodige IMO-nummer toe. Indien het LR van de nieuw gebouwde schepen geen gegevens bevat omtrent het in de aanvraag bedoelde schip, zal een nieuwe record voor dit schip opgemaakt worden en zal aan het schip een LR-nummer toegekend worden;
  .2 door rechtstreeks de gegevens over de nieuw gebouwde schepen via SEADATA te raadplegen (de IMO heeft toegang tot dit systeem);
  .3 door de aanvraag in te dienen via de LMIS die regelmatig lijsten publiceert van het orderboek dat geselecteerde gegevens bevat die overeenkomen met de aanwijzingen van de klant.
  Bestaande zeeschepen
  10. Het IMO-nummer kan verkregen worden als volgt :
  .1 Het Schepenregister en zijn elf maandelijkse samenvattende aanvullingen, uitgegeven door het Lloyd's Register, verschijnt in drie volumes en geeft inlichtingen over meer dan 76 000 handelsschepen.
  .2 De wekelijkse lijst (niet samenvattend) van de wijzigingen die aangebracht werden in het Lloyd's Schepenregister.
  .3 Rechtstreeks toegang via SEADATA tot de gegevens houdende de kenmerken van de schepen ingeschreven in het Lloyd's Register (de IMO heeft toegang tot dit systeem).
  11. Voor bestaande schepen is het Lloyd's Register bereid om, binnen een redelijke mate, gratis punctuele aanvragen te beantwoorden.
  12. Alle inlichtingen betreffende de tarieven voor de in punt 9 en 10 bedoelde diensten kunnen bij het Lloyd's Register of Shipping bekomen worden.
  Aanvraag gericht aan het Secretariaat van de IMO
  13. Het IMO-nummer kan gratis bekomen worden bij het Secretariaat van de IMO dat toegang heeft tot het SEADATA systeem. De schriftelijke aanvraag moet de gevraagde inlichtingen (zie punt 9.1) betreffende het zeeschip vermelden.

  Art. N2. Bijlage II. - Model van zeebrief.
  1° De zeebrief is conform aan het hiernavolgend model en heeft de volgende afmetingen : 21 x 29,7 cm.
  2° Behalve het titelblad, bevat de zeebrief op de keerzijde de vertaling in het Frans, het Engels en het Duits van de gegevens op de voorkant.
  3° De gebruikte tekst wordt in zwarte letters op roze registreerpapier weergegeven.

  Art. N3. Bijlage III. - Zeebrief
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B. St. 11/05/1996, p. 11956-11958).

  Art. N4. Bijlage IV. - Gelijkvormigheidsattest. <Ingevoegd bij KB 2003-04-08/54, art. 1; Inwerkingtreding : 06-05-2003>
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 06-05-2003, p. 24543).
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Ciergnon, 4 april 1996.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Vervoer,
M. DAERDEN
De Minister van Financiën,
Ph. MAYSTADT

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 21 december 1990 betreffende de registratie van zeeschepen;
   Gelet op de wet van 12 juli 1983 op de scheepsmeting;
   Gelet op het akkoord van Onze Minister van Begroting, gegeven op 5 december 1991;
   Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wet van 4 juli 1989;
   Gelet op de dringende noodzakelijkheid om de wet van 21 december 1990 betreffende de registratie van zeeschepen in voege te doen treden, omdat de thans van kracht zijnde wet van 2 april 1965 betreffende de nationaliteit van de zeeschepen en de teboekstelling van zeeschepen en binnenschepen alsmede de wet van 13 april 1965 op de zeebrieven in strijd zijn met de bepalingen van de artikelen 7A, 52, 58 en 211 van het Verdrag betreffende de Europese Unie van 7 februari 1992 en de Belgische Staat daardoor door de Commissie van de Europese Unie reeds in gebreke werd gesteld;
   Op de voordracht van Onze Minister van Vervoer en van Onze Minister van Financiën,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 13-02-2017 GEPUBL. OP 23-02-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 4; 5; 7-10; 12; 21; 23-26; 28-30; 35; 41; 43; 55; 56; 59)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 12-09-2007 GEPUBL. OP 28-09-2007
    (GEWIJZIGD ART. : 51)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 21-12-2006 GEPUBL. OP 29-12-2006
    (GEWIJZIGD ART. : 41)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 22-03-2006 GEPUBL. OP 10-04-2006
    (GEWIJZIGDE ART. : 7; 21; 23; 28; 35)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 08-04-2003 GEPUBL. OP 06-05-2003
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; N4)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 06-12-2001 GEPUBL. OP 20-12-2001
    (GEWIJZIGD ART. : 2)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 20-07-2000 GEPUBL. OP 30-08-2000
    (GEWIJZIGD ART. : 50)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 04-06-1999 GEPUBL. OP 14-08-1999
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2; 4; 14; 16; 17; 19; 20; 21; 22)
    (GEWIJZIGDE ART. : 34; 35; 37; 56)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 03-05-1999 GEPUBL. OP 16-07-1999
    (GEWIJZIGDE ART. : 41; 42; 43; 52; 53)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 6 uitvoeringbesluiten 9 gearchiveerde versies
    Franstalige versie