J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel 9 uitvoeringbesluiten 9 gearchiveerde versies
Erratum Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/1995/03/07/1995014080/justel

Titel
7 MAART 1995. - KONINKLIJK BESLUIT betreffende het opzetten en de exploitatie van GSM-mobilofonienetten
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 08-04-1995 en tekstbijwerking tot 06-06-2014)

Bron : VERKEERSWEZEN
Publicatie : 08-04-1995 nummer :   1995014080 bladzijde : 9043
Dossiernummer : 1995-03-07/43
Inwerkingtreding : 08-04-1995

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Bestek voor GSM-operator.
Afdeling I. - Terminologie en definities.
Art. 1
Afdeling II. - Doel van de dienst en reikwijdte van de vergunning.
Art. 2-3
Afdeling III. - Kwaliteit en beschikbaarheid van de dienst.
Art. 4
Afdeling IV. - Radio-elektrische aspecten.
Art. 5-9
Afdeling V. - Aspecten in verband met de interconnectie.
Art. 10-12
Afdeling VI. - Commercialisering van de diensten.
Art. 13
Afdeling VII. - Financiële lasten.
Art. 14-15, 15bis
Afdeling VIII. - Diverse bepalingen.
Art. 16-17
Afdeling IX. - Toezicht en sancties.
Art. 18-19
HOOFDSTUK II. - Procedure voor de toekenning van de vergunning om een tweede GSM-net te exploiteren.
Afdeling I. - Doel van de procedure en samenstelling van de kandidaten.
Art. 20-21
Afdeling II. - Indienen van de kandidaturen.
Art. 22-27
Afdeling III. - Onderzoek van de kandidaturen.
Art. 28-29
Afdeling IV. - Toekenning van de vergunning.
Art. 30-31
HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen.
Art. 32-33
Bijlagen.
Art. N, N1-9N5

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Bestek voor GSM-operator.

  Afdeling I. - Terminologie en definities.

  Artikel 1.In het kader van dit koninklijk besluit zijn de volgende definities van toepassing :
  1° De Minister : de Minister van de federale Regering die de telecommunicatie onder zijn bevoegdheid heeft;
  2° Instituut : Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie;
  3° GSM : "Global System for Mobile communications", Paneuropees digitaal openbaar systeem voor radioverbinding in de 900 MHz-band, genormaliseerd door het E.T.S.I.;
  4° GSM-net : door een operator opgezet geheel van schakelaars, controletoestellen ("controllers") en basisstations die nodig zijn om de GSM-dienst aan te bieden;
  5° Basisstation : radio-elektrisch station van het GSM-net bestemd om een gegeven geografische zone te bedekken;
  6° Protocol bij de overeenkomst ("memorandum of understanding") protocol bij de overeenkomst die op 7 september 1987 is gesloten tussen operatoren van de lidstaten van de C.E.P.T. in verband met het opzetten van een Paneuropees digitaal systeem voor openbare radioverbinding dat in de 900 MHz-band werkt, alsmede de latere toevoegingen aan de overeenkomst;
  7° C.E.P.T. : "Conférence Européenne des administrations des Postes et Télécommunications" (Europese Conferentie van Post en Telecommunicatie);
  8° E.T.S.I. : "European Telecommunications Standards Institute" (Europees Instituut voor telecommunicatienormen);
  9° ITU-T : sector voor de normalisatie van de telecommunicatie van de Internationale Telecommunicatie-Unie, voorheen de C.C.I.T.T. ("Comité Consultatif International Télégraphique et Téléphonique" Internationaal Raadgevend Comité voor Telegrafie en Telefonie);
  10° ITU-R : sector van de radioverbindingen van de Internationale Telecommunicatie-Unie, voorheen de C.C.I.R. ("Comité Consultatif International des Radiocommunications" - Internationaal Raadgevend Comité voor Radioverbindingen);
  11° GSM1 : eerste GSM-net op 900 Mhz in België geëxploiteerd door BELGACOM of haar dochteronderneming onder de handelsnaam PROXIMUS;
  12° GSM2 : tweede GSM-net op 900 MHz in België geëxploiteerd door de tweede operator;
  13° Operator : houder van een vergunning die bedoeld is om een GSMnet in België op te zetten en te exploiteren;
  14° Dienstabonnees : klanten die een abonnement hebben genomen op de dienst (van een mobilofonie-operator of van een service provider waarmee deze operator een contract heeft gesloten); <KB 1997-10-24/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 05-12-1997>
  15° Reizende gebruikers : klanten, andere dan de dienstabonnees, die geabonneerd zijn op GSM-netten die door andere operatoren in België of in het buitenland, worden geëxploiteerd, die zich hebben aangesloten bij het protocol bij de overeenkomst, die voorzien zijn van compatibele eindtoestellen en die het netwerk van de operator wensen te gebruiken;
  16° Bestek : geheel van voorwaarden met betrekking tot het opzetten en exploiteren van een GSM-net dat het voorwerp uitmaakt van hoofdstuk I van dit koninklijk besluit;
  17° Vergunning : vergunning om in België een GSM-net op te zetten en te exploiteren overeenkomstig de voorwaarden van dit bestek en eventueel aangevuld met bijkomende voorwaarden;
  18° PSTN : ("Public Switched Telephone Network") openbaar geschakeld telefoonnet van BELGACOM;
  19° ISDN : ("Integrated Services Digital Network") : digitaal netwerk van BELGACOM met integratie van diensten;
  20° Piekuur : klokuur waarin het volume van het verkeer dat via het netwerk door de operator moet worden getransporteerd het grootst is, met uitsluiting van de zaterdagen, zondagen en feestdagen;
  21° Blokkeringskans van de oproepen (" call blocking") : waarschijnlijkheid dat een oproep tijdens het piekuur niet terechtkomt;
  22° Verbrekingskans van de oproepen ("call drop") : waarschijnlijkheid dat een verbinding tijdens het piekuur voortijdig wordt afgebroken; onder afbreking moet worden verstaan elke verslechtering van de verbinding waardoor de verbinding onmogelijk wordt voor een periode van meer dan tien seconden, met uitsluiting van de onderbrekingen die het gevolg zijn van de verplaatsing van een mobiel station buiten de dienstzone van het netwerk van de operator;
  23° Frequentieplan : lijst van alle basisstations van het net met de gebruikte frequenties, het maximale schijnbaar uitgestraalde vermogen, het stralingsdiagram van de antenne en de antennehoogte gemeten vanop de grond.
  (24° DCS-1800 : "Digital Cellular System", variante van het GSM-systeem dat in de 1800 MHz frequentieband werkt en genormaliseerd is door het ETSI.;) <KB 1997-10-24/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 05-12-1997>
  (25° DCS-1800-operator : operator die krachtens het koninklijk besluit betreffende het opzetten en de exploitatie van DCS-1800-mobilofonienetten gemachtigd is een mobilofonie-net volgens de DCS-1800-norm op te zetten en uit te baten;) <KB 1997-10-24/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 05-12-1997>
  (26° service provider : onderneming die met een operator een contract heeft gesloten voor de verkoop van diensten die gebruik maken van het net van deze operator;) <KB 1997-10-24/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 05-12-1997>
  (27° "roaming" : gebruiksmogelijkheid welke aan de abonnees van een mobilofonie-operator wordt geboden om het net van een andere operator te gebruiken;) <KB 1997-10-24/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 05-12-1997>
  (28° interconnectie : geheel van fysische en logische verbindingen tussen twee telecommunicatienetten dat de gebruikers van het ene net in staat stelt te communiceren met de gebruikers van het andere net of gebruik te maken van diensten aangeboden op het andere net;) <KB 1997-10-24/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 05-12-1997>
  (29° NIS : Nationaal Instituut voor de Statistiek;) <KB 1997-10-24/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 05-12-1997>
  (30° interconnectie-operator : elk behoorlijk gemachtigd operator van een telecommunicatienetwerk waarmee een operator van een mobilofonie-net zijn net, rechtstreeks of onrechtstreeks, verbindt;) <KB 1997-10-24/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 05-12-1997>
  (31° huurlijnen-operator : elk behoorlijk gemachtigd operator die de huurlijnendienst aanbiedt;) <KB 1997-10-24/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 05-12-1997>
  [1 32° " vierde 3G-operator " : de 3G-operator die overeenkomstig artikel 64 van het koninklijk besluit van 18 januari 2001 tot vaststelling van het bestek en van de procedure tot toekenning van vergunningen voor de mobiele telecommunicatiesystemen van de derde generatie heeft gevraagd om 4,8 MHz duplex toegewezen te krijgen in de banden 880-915 MHz en 925-960 MHz.]1
  ----------
  (1)<KB 2014-04-10/71, art. 1, 010; Inwerkingtreding : 06-06-2014>

  Afdeling II. - Doel van de dienst en reikwijdte van de vergunning.

  Art. 2. § 1. De vergunning die op basis van dit bestek wordt verleend, dekt het opzetten en exploiteren van een GSM-mobilofoonnet in België dat werkt op basis van de Europese norm voor digitale openbare radioverbinding, GSM, in de 900 MHz-band.
  § 2. Het netwerk van de operator moet het mogelijk maken vanuit of naar de mobiele eindstations de volgende verbindingen tot stand te brengen :
  a) met elke abonnee van het PSTN/ISDN-net, in België of in het buitenland; (...); <KB 1997-10-24/34, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 05-12-1997>
  b) met elke abonnee op een ander mobilofoonnet, in België of in het buitenland; (...); <KB 1997-10-24/34, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 05-12-1997>
  c) tussen abonnees van het netwerk van de operator.
  Die verschillende mogelijkheden mogen geen afbreuk doen aan eventuele beperkingen van de toegang die op aanvraag van de gebruikers, in een van de betrokken netten van toepassing zijn.
  (§ 3. De operator stelt alles in het werk om de verschillende bijkomende diensten die in de GSM-norm van het ETSI. zijn opgenomen aan te bieden.) <KB 1997-10-24/34, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 05-12-1997>

  Art. 3.§ 1. De vergunning is persoonlijk en onoverdraagbaar. (Het Instituut wordt ten minste een maand van tevoren op de hoogte gebracht van elke wijziging in de structuur van of de controle op het kapitaal van de operator. Het Instituut deelt de Minister de betreffende wijzigingen mee.) <KB 1997-10-24/34, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 05-12-1997>
  § 2. De vergunning die krachtens dit bestek wordt verleend, is geldig gedurende een periode van vijftien jaar, te rekenen vanaf de datum waarop die vergunning is uitgereikt.
  [1 Na het verstrijken van die eerste periode van vijftien jaar wordt de vergunning stilzwijgend verlengd voor een periode van vijf jaar.
   Na afloop van de periode van verlenging van vijf jaar, wordt de vergunning stilzwijgend verlengd tot 15 maart 2021.]1
  § 3. De vergunning die op basis van dit bestek wordt uitgereikt en de rechten die met toepassing van artikel 15 verschuldigd zijn, stellen de operator niet vrij van de overige wettelijke bepalingen in verband met zijn activiteiten.
  De operator moet de regels naleven die door de Internationale Telecommunicatie Overeenkomst ("Convention internationale des Télécommunications"), door het Reglement van Radioverbinding, door de internationale overeenkomsten en door de communautaire reglementering zijn bepaald.
  ----------
  (1)<KB 2010-12-22/37, art. 1, 009; Inwerkingtreding : 04-02-2011>

  Afdeling III. - Kwaliteit en beschikbaarheid van de dienst.

  Art. 4. § 1. De operator sluit zich aan bij het protocol bij de overeenkomst en levert met name een inspanning om de nodige overeenkomsten te sluiten met andere operatoren van GSM-netten in het buitenland om internationale "Romain" mogelijk te maken.
  § 2. De dienst die de operator aanbiedt, moet op zijn minst beantwoorden aan de voIgende voorwaarden :
  a) blokkeringskans van de oproepen : ten hoogste 5 %;
  b) verbrekingskans van de oproepen : ten hoogste 2 %;
  c) luisterkwaliteit ten minste conform de E.T.S.I.-norm;
  d) het verzekeren van het automatisch doorsturen van oproepen ("handover") tussen alle aangrenzende cellen in het netwerk.
  Het doel inzake kwaliteit voor de blokkeringskans van de oproepen moet worden bereikt, zowel voor het binnenkomende als voor het uitgaande verkeer.
  § 3 De operator past op verzoek van het Instituut de transmissietechniek toe per codecs op half debiet zoals gedefinieerd door de E.T.S.I. (...). (...). <KB 1997-10-24/34, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 05-12-1997>
  § 4. De dienst moet alle dagen van het jaar, 24 uur op 24 ter beschikking zijn, met inbegrip van de dienst voor inlichtingen en voor bijstand aan de abonnees. De operator moet alle nodige maatregelen treffen om storingen in zijn netwerk binnen een tijdsduur van niet meer dan zes uren op te heffen. Deze termijn wordt verlengd tot twaalf uur voor de nachtelijke periodes en voor de weekends.
  § 5. De dienst moet toegankelijk zijn voor iedereen, zonder enige vorm van discriminatie. De dienstvoorwaarden zijn identiek voor gebruikers die zich in gelijkaardige omstandigheden bevinden, en dat wat betreft
   a) de tarieven en eventuele kortingen;
  b) de nadere regels inzake aansluiting;
  c) het onderhoud;
  d) de kwaliteit, de beschikbaarheid en de betrouwbaarheid van de dienst.
  De operator mag, overeenkomstig de van kracht zijnde wettelijke en reglementaire bepalingen, de toegang tot de dienst niet weigeren, noch schorsen, behalve in geval van fraude of wanneer blijkt of vermoed wordt dat de abonnee niet betaalt, of op grond van de volgende essentiële vereisten :
  1° de werkzekerheid van het netwerk,
   2° de handhaving van de integriteit van het netwerk,
  3° de interoperabiliteit van de diensten en van de netten in gerechtvaardigde gevallen,
  4° de bescherming van de overgebrachte gegevens in gerechtvaardigde gevallen.
  § 6. De operator publiceert halfjaarlijks een verslag over de verschillende indiciën van de kwaliteit van de aangeboden dienst, te weten
  a) bedekking van het grondgebied;
  b) "roaming"-akkoord die met andere GSM-operatoren zijn gesloten,
   c) blokkeringskans van de oproepen in beide verkeersrichtingen.
  d) verbrekingskans van de oproepen,
  e) luisterkwaliteit,
  f) aanbod van bijkomende diensten,
  g) termijn voor de aansluiting van de nieuwe abonnees,
  h) frequentie en duur van de storingen,
  i) antwoordtijd van zijn dienst voor bijstand aan de abonnees,
  De praktische regels inzake de presentatie van dat verslag worden in overleg met het Instituut vastgelegd.

  Afdeling IV. - Radio-elektrische aspecten.

  Art. 5. § 1. De ontplooiing van het netwerk van de operator moet het tijdschema hierna volgen, te rekenen vanaf de datum waarop de vergunning wordt uitgereikt : de vermelde percentages komen overeen met het deel van de bevolking dat in België moet aangeboden zijn.

           Termijn              8W                  2W
  ------------------------------------------------------------
           1 jaar              50 %                20 %
           2 jaar              75 %                30 %
           3 jaar              85 %                40 %
           4 jaar              95 %                50 %
           6 jaar              98 %                60 %
           8 jaar              99 %                70 %


  De kolommen 8W en 2W stemmen overeen met de doelstellingen inzake bedekking naargelang het gaat om mobiele stations met een nominaal vermogen van 8W of om draagbare stations met een vermogen van 2W.
  Onder bedekking moet worden verstaan dat het mobiele of draagbare station het mogelijk moet maken de dienst aan te bieden bij gebruik buiten de gebouwen.
  Alle autowegen (verkeersaders met de letters E, A en R) moeten volledig bedekt zijn voor stations van 8W binnen een termijn van twee jaar die begint te lopen vanaf de datum waarop de vergunning wordt uitgereikt.
  Afwijkingen kunnen door de Minister worden toegestaan in geval van overmacht op voorstel van het Instituut.
  (De dekking van de bevolking wordt door het Instituut bepaald op grond van de demografische spreiding van de bevolking, die wordt vastgesteld door de onderverdeling van België in statistische sectoren door het NIS, welke rekening houdt met de residentiële bevolking.) <KB 1997-10-24/34, art. 5, 002; Inwerkingtreding : 05-12-1997>
  § 2. Wat de wegtunnels betreft sluit elk van de twee GSM-operatoren met de andere een overeenkomst in de gevallen dat deze reeds de vereiste infrastructuur geïnstalleerd heeft om de verbindingen van de GSM-band in de wegtunnels door te zenden. Elk geschil rond dat type van overeenkomst wordt, overeenkomstig de procedure van artikel 18, § 5 aan het Instituut voorgelegd.

  Art. 6. Het systeem dat door de operator wordt toegepast moet conform de relevante normen van het E.T.S.I. zijn.
  (Lid 2 en 3 opgeheven) <KB 2000-10-27/44, art. 18, 004; Inwerkingtreding : 28-11-2000>

  Art. 7.§ 1. Het radio-elektrisch net moet worden geïnstalleerd in [1 de frequentiebanden 880-915 MHz en 925-960 MHz, gescheiden door]1een duplexafstand van 45 MHz.
  Overeenkomstig het koninklijk besluit van 21 mei 1991, dat in België [1 ...]1 De hoge band is voorbehouden voor het uitzenden door basisstations en de lage band voor het uitzenden door mobiele stations.
  [1 Deze frequentiebanden tellen 174 radioelektrische duplexkanalen zijnde in totaal 34,8 MHz duplex, met aan weerszijden een beschermingsband van 0,1 MHz.
   De verdeling van de kanalen in de frequentiebanden 880-915 MHz en 925-960 MHz gebeurt als volgt :
   1° Tot 26 november 2015, zijn de operatoren GSM1 en GSM2 houder van elk 60 radiokanalen in de banden 880-915 MHz en 925-960 MHz
   [2 2° Onverminderd de bepaling onder 3°, tussen 27 november 2015 en 15 maart 2021 :
   a) wordt het aantal radio-elektrische kanalen van de GSM1- en GSM2-operatoren beperkt tot 50;
   b) voert het Instituut hiertoe een herschikking door.
   3° Indien de gebruiksrechten van de vierde 3G-operator in de 880-915 MHz- en 925-960 MHz-banden niet worden gebruikt door deze laatste, doet het Instituut in het Belgisch Staatsblad een oproep tot kandidaten voor gebruiksrechten voor deze 24 kanalen. Een operator die gebruiksrechten wil verkrijgen, dient zijn kandidatuur in in de vorm en volgens de voorwaarden die in paragraaf 1/1 worden vastgesteld. Het Instituut kent de gebruiksrechten vervolgens toe overeenkomstig paragraaf 1/2. Desgevallend voert het Instituut een herschikking van de frequenties door.]2]1
  Alle kanalen die aan de operator zijn toegewezen, zijn over het gehele nationale grondgebied beschikbaar, onder voorbehoud van de verplichtingen als gevolg van de grensoverschrijdende coördinatie. [1 ...]1 Elk voornemen van de operator om een frequentie te gebruiken waarbij de internationale overeenkomsten die België heeft afgesloten, niet worden nageleefd, moet aan het Instituut worden voorgelegd met de bedoeling een eventuele coördinatie te bereiken met de Administraties van de buurlanden.
  [2 § 1/1. De kandidaatstelling waarvan sprake in paragraaf 1, vierde lid, 3° gebeurt als volgt :
   1° tussen 9 en 17 uur op werkdagen, en uiterlijk op de datum en het uur zoals bepaald door het Instituut en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en op de website van het Instituut;
   2° bij het Instituut, tegen ontvangstbewijs;
   3° in twee exemplaren, met aanduiding van een origineel exemplaar, ondertekend door de gemachtigde vertegenwoordigers van de kandidaten.
   De kandidaat betaalt een bedrag van 1 miljoen euro als waarborg. Deze waarborg wordt uiterlijk op de datum van indiening van de kandidaturen onvoorwaardelijk en onherroepelijk, in opeisbare sommen en in euro, ten voordele van de Belgische Staat gestort bij de Nationale Bank van België, op een rekening bekendgemaakt door het Instituut. De waarborg brengt interest op tegen de rentevoet van de depositofaciliteit van de Europese Centrale Bank, met een minimum van nul procent. De interesten worden gekapitaliseerd op de laatste werkdag van het Europees betalingssysteem TARGET van elke maand. De waarborg van de kandidaten die gebruiksrechten verwerven, brengt interest op tot en met de dag voorafgaand aan de dag van het begin van de geldigheid van de gebruiksrechten. De waarborg van de kandidaten die geen gebruiksrechten verwerven, brengt interest op tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop hij wordt teruggestort.
   De kandidatuur bevat de volgende informatie :
   1° het telefoonnummer in de EU waarop de kandidaat op werkdagen, tussen 8 en 19 uur, bereikt kan worden en het adres dat voor deze procedure geldt als het officiële adres van de kandidaat met de bedoeling er documenten af te leveren, kennisgevingen te doen geworden en betekeningen te verrichten;
   2° de namen, titels, hoedanigheden en handtekeningen van minstens één persoon die wettelijk bevoegd is om de kandidaat ten volle te vertegenwoordigen krachtens de wet of de statuten van de kandidaat voor alle handelingen die verband kunnen hebben met de procedure tot toekenning van de gebruiksrechten;
   3° de statuten van de kandidaat of, bij gebreke daarvan, equivalente documenten die de werking van de kandidaat regelen;
   4° het bewijs, of indien een dergelijk bewijs niet uitgereikt wordt in het land waar de zetel van de kandidaat gevestigd is, een verklaring onder ede dat de kandidaat :
   a) niet in staat van faillissement of van vereffening of een gelijkaardige toestand verkeert, en;
   b) geen aangifte van faillissement heeft gedaan en niet betrokken is in een procedure van vereffening of van gerechtelijke reorganisatie of in een soortgelijke procedure volgens een buitenlandse regelgeving;
   5° een gedetailleerd, duidelijk en volledig overzicht van de aandeelhoudersstructuur van de kandidaat;
   6° het bewijs van de betaling van het bedrag zoals bedoeld in het tweede lid;
   7° het bankrekeningnummer van de kandidaat waarop het bedrag zoals bedoeld in het zevende lid of in paragraaf 1/2, zevende lid, kan worden teruggestort;
   8° de technische norm of technologie die de kandidaat van plan is te gebruiken;
   9° het bewijs van kennisgeving overeenkomstig artikel 9 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie;
   10° Het aantal kanalen waarvoor de kandidaat gebruiksrechten wenst te verwerven;
   11° een dossier dat de wijze aantoont hoe deze kandidaat zal voldoen aan de voorwaarden van Hoofdstuk I, met uitzondering van artikel 14, zoals bepaald in paragraaf 1/2, vierde lid.
   Het Instituut legt het formaat vast dat de kandidaturen dienen na te leven.
   Het Instituut neemt een beslissing over de ontvankelijkheid van elke ingediende kandidatuur op basis van de eerste vier leden. Indien niet uit het dossier vermeld in het derde lid, 11°, blijkt dat de kandidaat in staat zal zijn om te beantwoorden aan de voorwaarden van Hoofdstuk I, met uitzondering van artikel 14, zoals bepaald in paragraaf 1/2, vierde lid, verklaart het Instituut de kandidatuur onontvankelijk.
   Het Instituut brengt iedere kandidaat op de hoogte van de beslissing omtrent de ontvankelijkheid van zijn kandidatuur. Aan de ontvankelijk bevonden kandidaten verstrekt het Instituut gelijktijdig een lijst van alle ontvankelijk bevonden kandidaten.
   De waarborg, met inbegrip van de interesten, van de onontvankelijk bevonden kandidaten wordt teruggestort op de rekening die werd meegedeeld overeenkomstig het derde lid, 7°.
   § 1/2. De kanalen worden verdeeld in gelijke delen naargelang van het aantal kandidaten die ontvankelijk zijn bevonden. Indien een kandidaat te kennen heeft gegeven voor een kleiner aantal kanalen gebruiksrechten te willen verkrijgen, wordt het verschil in gelijke delen aangeboden aan de andere kandidaten. Indien meer dan twee kandidaten ontvankelijk zijn bevonden, kan een operator niet meer dan 12 kanalen verwerven.
   Indien meer dan drie kandidaturen ontvankelijk worden bevonden, organiseert het Instituut in afwijking van het eerste lid, een veiling voor drie percelen van 8 kanalen overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.
   De gebruiksrechten voor deze kanalen zijn geldig vanaf 27 november 2015 of vanaf de datum van kennisgeving door het Instituut van de toekenning van deze kanalen indien deze datum later valt dan 27 november 2015. De gebruiksrechten voor deze kanalen worden toegekend tot 15 maart 2021.
   Op de toegewezen gebruiksrechten zijn de voorwaarden van Hoofdstuk I van dit besluit van toepassing, met uitzondering van artikel 14.
   Indien kanalen worden toegewezen aan de GSM1-operator, de GSM2-operator of de DCS-1800-operator, worden deze kanalen toegevoegd aan de 50 reeds toegewezen kanalen in de banden van 880-915 MHz en 925-960 MHz en aan de 100 reeds toegewezen kanalen in de banden van 1710-1785 en 1805-1880 MHz.
   Het Instituut geeft elke kandidaat naast zijn gebruiksrechten ook kennis van het op rekening van het Instituut te betalen saldo. De betalingsmodaliteiten zijn in overeenstemming met artikel 30 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie.
   De waarborg, met inbegrip van de interesten, van de kandidaten waaraan geen gebruiksrechten worden toegekend, wordt teruggestort op de rekening die werd meegedeeld overeenkomstig § 1/1, derde lid, 7°.
   De enige heffing voor deze kanalen wordt bepaald en betaald conform artikel 30 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie.]2
  § 2. Elke nieuwe frequentie die de operator van plan is te gebruiken, moet voor de indienststelling ervan, door het Instituut worden goedgekeurd. De operator deelt aan het Instituut, op diens aanvraag, het volledige frequentieplan van zijn netwerk mee. De toewijzing van een frequentie vervalt automatisch wanneer ze niet binnen een termijn van drie jaar vanaf de aanvraag van de operator in dienst is gesteld.
  § 3. Alle geschillen in verband met eventuele compatibiliteitsproblemen tussen aangrenzende kanalen [1 ...]1 worden overeenkomstig de procedure van artikel 18, § 5 aan het Instituut voorgelegd.
  § 4. Binnen zes maanden na de uitreiking van de vergunning, betaalt de GSM2-operator aan BELGACOM de helft terug van het bedrag dat deze reeds heeft betaald voor de vrijmaking van de 900 MHz-band door de voormalige gebruikers van die frequentieband. Alle eventuele geschillen in verband met dat reglement worden overeenkomstig de procedure van artikel 18, § 5 aan het Instituut voorgelegd.
  (§ 5. De operatoren GSM1 en GSM2 kunnen een vergunning voor het opzetten en de exploitatie van een bijkomend netwerk dat gebruik maakt van het DCS-1800-systeem, bekomen volgens de bepalingen van huidige paragraaf.
  Dergelijke vergunning kan slechts aan een GSM-operator toe worden gekend indien de frequenties die hem zijn toegewezen op 900 MHz overeenkomstig § 1 van dit artikel, de verzadiging naderen na alle gepaste technische oplossingen in het werk te hebben gesteld. Het Instituut beoordeelt deze toestand op grond van door de operator verstrekte gegevens.
  Een dergelijke vergunning wordt in geen enkel geval toegekend voor de datum waarop het Instituut zijn akkoord meedeelt aan de eerste DCS-1800-operator de uitbreidingsfrequentiebanden van het GSM-systeem op 900 MHz te gebruiken overeenkomstig artikel 7, § 6, van het koninklijk besluit van 24 oktober 1997 betreffende het opzetten en de exploitatie van DCS-1800-mobilofonie-netwerken.
  [2 Deze vergunning dekt het gebruik van ten hoogste 124 radio-elektrische kanalen die door het Instituut aan de operator worden medegedeeld. Desgevallend voert het Instituut een herschikking van de frequenties door.]2
  [2 ...]2
  [2 ...]2
  [2 Tussen 27 november 2015 en 15 maart 2021 is de hoeveelheid spectrum die wordt toegewezen aan de operatoren in de 1710-1785 MHz- en de 1805-1880 MHz-banden, in afwijking van het vierde lid, gelijk aan het dubbele van de hoeveelheid spectrum toegewezen in de 880-915 MHz- en 925-960 MHz-banden, afgerond tot het hogere veelvoud van 5 MHz. Desgevallend voert het Instituut een herschikking van de frequenties door.]2
  [1 De aanleg en exploitatie van een DCS1800-netwerk door een GSM-operator op 900 MHz worden geregeld door de bepalingen van hoofdstuk 1 van het koninklijk besluit van 24 oktober 1997 betreffende het opzetten en de exploitatie van DCS1800-mobilofonienetten met uitzondering van de bepalingen van de artikelen 6, 8, §§ 2, 2bis, 6, 7 en 8, en artikel 15 van het betreffende besluit.]1) <KB 1997-10-24/34, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 05-12-1997>
  [1§ 6. Het Instituut kan, na de betrokken partijen te hebben gehoord, de verdeling van de toegewezen kanalen wijzigen, zonder de hoeveelheid spectrum toegewezen aan elke operator te wijzigen, in objectief gerechtvaardigde gevallen, binnen redelijke termijnen en op proportionele wijze.]1
  ----------
  (1)<KB 2010-12-22/37, art. 2, 009; Inwerkingtreding : 04-02-2011>
  (2)<KB 2014-04-10/71, art. 2, 010; Inwerkingtreding : 06-06-2014>

  Art. 8. (Opgeheven) <W 2001-01-02/30, art. 11, 005; Inwerkingtreding : 03-01-2001>

  Art. 9. De operator is als enige verantwoordelijk voor de goede werking van zijn net. Hij is verantwoordelijk voor eventuele radioelektrische storingen tegenover andere gebruikers van het radioelektrisch spectrum, die worden veroorzaakt door basisstations die op zijn netwerk aangesloten zijn.
  Bij een dergelijke storing verleent het Instituut, op vraag van de operator, technische bijstand om het probleem op te lossen, voor zover de prestaties die aan het Instituut worden gevraagd, redelijk blijven.

  Afdeling V. - Aspecten in verband met de interconnectie.

  Art. 10. § 1. (opgeheven) <KB 1997-12-10/31, art. 20, 003; Inwerkingtreding : 30-12-1997>
  § 2. (De procedure voor de toegang van de gebruikers tot de nooddiensten moet op dezelfde manier verlopen als vanuit het PSTN- of ISDN-net.) <KB 2007-02-02/32, art. 5, 1°, 008; Inwerkingtreding : 23-02-2007>
  § 3. (...) <KB 2007-02-02/32, art. 5, 2° 008; Inwerkingtreding : 23-02-2007>

  Art. 11. <KB 1997-10-24/34, art. 9, 002; Inwerkingtreding : 05-12-1997> § 1. De operator kan zijn mobilofonie-net, rechtstreeks of onrechtstreeks, op elk ander telecommunicatienet van een behoorlijk gemachtigd operator verbinden, interconnectieoperator genoemd.
  Het geheel van technische en commerciële interconnectiemodaliteiten maakt het voorwerp uit van een interconnectie-overeenkomst tussen de betrokken partijen. De operator deelt aan het Instituut de interconnectie-overeenkomsten mee die hij afsluit met elke andere telecommunicatie-operator. De onderhandelingen met betrekking tot het verwezenlijken van interconnectie-akkoorden worden geregeld door het koninklijk besluit tot regeling van de termijnen en principes die van toepassing zijn op de commerciële onderhandelingen die worden gevoerd om interconnectie-akkoorden te sluiten.
  § 2. De operator kan de interconnectie verkrijgen tussen zijn mobilofonie-net en elk PSTN/ISDN-net of elk vergund mobilofonie-net in België. De bepalingen van huidige paragraaf zijn van toepassing op deze interconnecties.
  De operator maakt elke behoefte inzake interconnectie ten minste zes maanden vóór de gewenste datum van indienstneming aan de interconnectieoperator bekend.
  De interconnectie met de commutatoren van de interconnectieoperatoren gebeurt overeenkomstig signalisatie-protocol nr. 7 van het CCITT, en aangevuld door ETSI.. (...). <KB 2000-10-27/44, art. 18, 004; Inwerkingtreding : 28-11-2000>
  De interconnectieoperator licht zijn eigen abonnees volledig en duidelijk in over de commerciële toegangsvoorwaarden vanaf zijn eigen net tot het mobilofonie-net van de operator.
  § 3. De bepalingen van deze paragraaf zijn van toepassing op operatoren in de zin van het eerste lid van § 2 van dit artikel, waarvan verklaard wordt dat ze een aanmerkelijke macht op de markt hebben.
  De operator die om interconnectie verzoekt, kan vanwege de interconnectieoperator tot wie dit verzoek is gericht voldoening krijgen voor elke redelijke eis inzake de gevraagde capaciteit, de kwaliteit en de technische karakteristieken voor de interconnectie van zijn mobilofonienet.
  De operator kan, in functie van zijn behoeften, aan de betrokken interconnectieoperator interconnecties vragen op de plaatsen welke vastgesteld zijn in de lijst opgesteld door het Instituut.
  Zodra het technisch mogelijk is, moeten de operator en de interconnectieoperator wederzijds toegang verlenen tot hun dynamische gegevensbanken die automatisch het doorsturen van de oproepen behandelen, om het de andere partij mogelijk te maken zijn transmissieinfrastructuur en zijn interconnectiepunten te optimaliseren.
  De tarieven die door de operatoren worden toegepast op hun eigen abonnees voor de toegang tot de verschillende mobilofonie-netten vanaf hun eigen netten zijn niet-discriminerend en gebaseerd op objectieve criteria.
  Wat de financiële vergoeding betreft voor de doorstroming van het verkeer van het mobilofonie-net van de operator naar het net van de interconnectieoperator, moeten de door deze laatste gevraagde interconnectielasten steunen op criteria die objectief, doorzichtig en niet-discriminerend zijn en bepaald worden in functie van de kosten.
  § 4. Voor de interconnectie van elk gemachtigd mobilofonie-net in België op het PSTN/ISDN, past BELGACOM tenminste gelijke voorwaarden toe in gelijke omstandigheden, als deze toegepast voor de interconnectie van het GSM1-net uitgebaat door haar filiaal BELGACOM MOBILE.
  De in vorig lid geviseerde voorwaarden zijn de technische kwaliteit van de prestaties, de financiële voorwaarden en de termijnen waarbinnen deze prestaties ter beschikking worden gesteld in die mate dat de noden van de GSM2-operator behoorlijk aan BELGACOM werden gemeld.
  BELGACOM levert de synchronisatie van het mobilofonie-net van de operator die om interconnectie verzocht.
  § 5. De interconnectielasten door de operator aangerekend moeten op objectieve, doorzichtige en niet-discriminerende criteria steunen en bepaald worden in functie van de kosten wanneer het Instituut verklaart dat de operator een aanmerkelijke macht op de markt heeft.
  § 6. Elk geschil betreffende de interconnectie-overeenkomsten wordt aan het Instituut voorgelegd overeenkomstig de bepalingen van artikel 75, § 8, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.

  Art. 12. <KB 1997-10-24/34, art. 10, 002; Inwerkingtreding : 05-12-1997> § 1. Elke huurlijnenoperator waarvan verklaard wordt dat hij een aanmerkelijke macht heeft op de markt, is gehouden de operator de gevraagde transmissielijnen ter beschikking te stellen die de nodige technische karakteristieken bieden overeenkomstig de bepalingen van deze paragraaf.
  Binnen de drie maanden volgend op de toekenning van de vergunning stelt de operator alles in het werk om de huurlijnenoperator de relevante planningsgegevens over te maken in verband met zijn transmissiebehoeften die hij verwacht te bestellen bij deze operator, volgens het formaat dat deze laatste voorstelt. De operator en de huurlijnenoperator stellen in samenspraak de planning en de voorwaarden op voor het ter beschikking stellen van de door de operator aan te sluiten sites en voor het ter beschikking stellen van de bijhorende transmissie-lijnen. Die planning houdt rekening met de eisen inzake ontplooing van de operator en de omvang van de vraag die de operator aan de huurlijnenoperator richt.
  De huurlijnenoperator stelt de bestelde transmissielijnen ter beschikking van de operator binnen een redelijke termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de datum van de bevestigde bestelling, voor zover de sites van de operator die moeten worden aangesloten op een redelijk in de tijd gespreide wijze aan de huurlijnenoperator worden ter beschikking gesteld, volgens de nadere regels die in samenspraak tussen de operator en de huurlijnenoperator zijn overeengekomen.
  § 2. (...) <KB 2000-10-27/44, art. 18, 004; Inwerkingtreding : 28-11-2000>
  § 3. De terbeschikkingstelling van transmissielijnen aan de operator door elke behoorlijk vergunde operator wordt tussen beide partijen geregeld in een overeenkomst die aan het Instituut moet worden bezorgd.
  Elk geschil betreffende de terbeschikkingstelling van transmissielijnen voor de aansluiting van de infrastructuur wordt aan het Instituut voorgelegd overeenkomstig de bepalingen van artikel 75, § 8, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
  § 4. De operator die een deel van zijn transmissie-infrastructuur wenst te verwezenlijken door middel van eigen straalverbindingen, richt zijn vergunningsaanvragen aan het Instituut op basis van het koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
  Binnen de beperkingen van het beschikbare radio-elektrische spectrum, wordt de operator een specifieke frequentieband toegewezen met aangemeten breedte, waarin hij van het Instituut vergunningen kan krijgen voor het verwezenlijken van zijn straalverbindingen : de voorkeur wordt gegeven aan frequenties boven de 10 GHz.

  Afdeling VI. - Commercialisering van de diensten.

  Art. 13. § 1. De operator mag de commercialisering van de via zijn net aangeboden diensten vrij en naar eigen goeddunken organiseren. Hij heeft het recht contracten af te sluiten met alle maatschappijen welke die diensten leveren, die bij het Instituut behoorlijk geregistreerd zijn. Alle geschillen omtrent die contracten worden overeenkomstig de procedure van artikel 18, § 5 aan het Instituut voorgelegd.
  (Bij het afsluiten van die contracten met service providers, verbindt de operator er zich toe dat zijn contractanten de volgende voorwaarden naleven :
  1° de gelijke toegang en behandeling van de gebruikers overeenkomstig artikel 4, § 5, van dit besluit;
  2° de algemene eerbiediging van de tariefstructuur van de operator;
  3° de verplichting het Instituut in te lichten over de tariefwijzigingen overeenkomstig § 2 van dit artikel;
  4° de naleving van de wettelijke bepalingen inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;
  5° de nodige samenwerking met de gerechtelijke overheden en de hulpdiensten overeenkomstig artikel 16, § 3, van dit besluit;
  6° het sluiten van een overeenkomst tussen die service providers en de ombudsdienst bedoeld in artikel 16, § 4, van dit besluit;
  7° de inlichtingen aan de gebruikers over bepaalde gevaren verbonden met het gebruik van een mobilofonie-eindtoestel overeenkomstig artikel 16, § 5, van dit besluit;
  8° de bepalingen met betrekking tot de contracten en de factuur van de abonnees overeenkomstig artikel 16, § 6, van dit besluit.) <KB 1997-10-24/34, art. 11, 002; Inwerkingtreding : 05-12-1997>
  De operator moet aan het Instituut de lijst overzenden van de maatschappijen die diensten leveren, waarmee hij in voorkomend geval, contracten heeft afgesloten : die contracten moeten, op aanvraag, aan het Instituut worden bezorgd.
  § 2. (De operator stelt de tarieven vast van de diensten die hij aan de dienstabonnees verstrekt. Tussen de operator en de Minister wordt een tariefovereenkomst gesloten die bestemd is om de ontwikkeling in de loop van de tijd na te gaan van de tarieven die de operator toepast en die gebaseerd is op een indexformule die door het Instituut, in overleg met de operator wordt opgesteld. Deze indexformule geeft de globale gemiddelde prijs weer van de diensten die de operator aanbiedt.) De eventuele levering van eindtoestellen aan abonnees valt buiten die prijsindexeringsformule van de operator. Elke aanpassing van de prijs van de diensten die de operator aanbiedt, moet (binnen de maand volgend op het in werking treden van de betroffen aanpassing aan het Instituut worden medegedeeld). (Indien het Instituut binnen een maand na de mededeling door de operator van de betrokken aanpassing der tarieven geen bezwaren formuleert, wordt deze aanpassing als stilzwijgend aanvaard beschouwd.) De index waarvan hierboven sprake, mag niet sneller stijgen dan het indexcijfer van de consumptieprijzen. De Minister kan op verzoek van de operator en op advies van het Instituut, eventuele afwijkingen van die regel toestaan. <KB 1997-10-24/34, art. 11, 002; Inwerkingtreding : 05-12-1997>
  § 3. De toegepaste tarieven zijn onderworpen aan de wetgeving terzake die onder de bevoegdheid van de Minister van Economische Zaken valt. De tarieven worden openbaar gemaakt door de operator, die het publiek een blad ter beschikking stelt waarin het geheel van zijn tarieven wordt voorgesteld.
  (Bij elke aanpassing wordt een exemplaar van dit blad aan het Instituut toegestuurd.) <KB 1997-10-24/34, art. 11, 002; Inwerkingtreding : 05-12-1997>
  (§ 4. De operator heeft het recht in de universele telefoongidsen vermeldingen te publiceren van de abonnees van zijn dienst welke zich niet verzetten tegen deze publicatie.) <KB 1997-10-24/34, art. 11, 002; Inwerkingtreding : 05-12-1997>

  Afdeling VII. - Financiële lasten.

  Art. 14.[1 § 1.]1 Het recht om een radio-elektrisch mobilofoonnet tot stand te brengen en in België de mobilofoondienst aan te bieden op basis van de GSM-norm houdt de verplichting in, aan de Staat een enig concessierecht te betalen waarvan het bedrag is vastgesteld op ten minste 3,5 miljard Belgische frank, en dat, overeenkomstig artikel 32 van dit besluit, binnen een maand, te rekenen vanaf de datum waarop dit bestek op de operator van toepassing wordt.
  [1 ...]1
  [1 § 2. Voor de verlenging van de vergunningen zoals vermeld in artikel 3, § 2, tweede en derde lid, zijn de operatoren de enige heffing verschuldigd overeenkomstig artikel 30 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie voor het spectrum dat hen werd toegewezen in de banden vermeld in artikel 7, § 1.]1
  ----------
  (1)<KB 2010-12-22/37, art. 3, 009; Inwerkingtreding : 04-02-2011>

  Art. 15.§ 1. (Zonder afbreuk te doen aan de rechten die aan het Instituut moeten worden betaald voor het verwerven van nummeringscapaciteit in het nationaal nummeringsplan, is de operator het Instituut jaarlijks de volgende retributies verschuldigd :) <KB 1997-10-24/34, art. 13, 002; Inwerkingtreding : 05-12-1997; een latere wijziging door KB 1997-12-10/31, art. 21, houdt geen rekening met onderhavige>
  Om de kosten te dekken voor het beheer van de vergunning, (...), betaalt de operator jaarlijks aan het Instituut een recht van 10 miljoen Belgische frank, hierna genoemd "recht voor het beheer van de vergunning". <KB 1997-10-24/34, art. 13, 002; Inwerkingtreding : 05-12-1997>
  Om de terbeschikkingstelling van de frequenties te dekken, de coördinatie ervan en de bijhorende controlekosten, is er een jaarlijks recht verschuldigd van 1 000 000 Belgische frank per duplex radiokanaal [1 in dienst]1, ongeacht het aantal van toewijzingen die dat kanaal exploiteren. Dit recht wordt "recht voor de terbeschikkingstelling van de frequenties" genoemd.
  § 2. Die rechten moeten bij voorbaat worden betaald op het rekeningnummer dat door het Instituut wordt meegedeeld.
  De eerste betaling gebeurt binnen een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de uitreiking van de vergunning, naar rato van het aantal maanden dat nog overblijft tot 31 december van het lopende jaar en dekt enkel het recht voor het beheer van de vergunning.
  Het recht voor de terbeschikkingstelling van elk bijkomend kanaal moet worden betaald binnen dertig dagen volgend op de indienststelling van dat kanaal naar rato van het aantal maanden dat nog overblijft tot 31 december van het lopende jaar Voor de toepassing van de bepalingen van de twee voorgaande leden moet elke onvolledige maand voor een voIle maand worden aangerekend.
  [1 De rechten voor de terbeschikkingstelling van de frequenties voor de kanalen die buiten dienst worden gesteld, zijn verschuldigd prorata het aantal afgelopen dagen van het betreffende jaar.]1
  § 3. Onverminderd de voorgaande bepalingen, moeten het recht voor het beheer van de vergunning en het recht voor de terbeschikkingstelling van de frequenties uiterlijk op 31 januari van het jaar waarop de rechten in kwestie betrekking hebben, worden betaald.
  Het Instituut verzendt geen uitnodigingen tot betalen, noch herinneringen.
  Rechten die niet zijn betaald op de vastgestelde vervaldatum geven, van rechtswege en zonder ingebrekestelling, aanleiding tot een intrest tegen het wettelijke tarief verhoogd met 2 %. Die intrest wordt berekend naar rato van het aantal kalenderdagen achterstand.
  Bovendien kan de Minister in geval van niet-betaling van de rechten binnen de toegestane termijn, overeenkomstig artikel 19 de operator een boete opleggen.
  § 4. De abonnees van het netwerk van de operator zijn niet onderworpen aan de betaling van een recht aan het Instituut.
  § 5. De in dit artikel vermelde bedragen van de rechten worden elk jaar op 1 januari aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen.
  De aanpassing gebeurt met behulp van de coëfficiënt die bekomen wordt door het indexcijfer van de maand december die voorafgaat aan de maand januari in de loop waarvan de aanpassing zal plaatsvinden, te delen door het indexcijfer van de maand december 1994. Bij de berekening van die coëfficiënt wordt deze afgerond tot het hogere of lagere tienduizendste naargelang het cijfer van de eenheden al of niet vijf bereikt. Na de toepassing van de coëfficiënt worden de bekomen bedragen afgerond tot het hogere duizendtal franken.
  Op zijn laatst 10 dagen voor de vervaldatum deelt het Instituut aan de operator het geïndexeerde bedrag mee van de verschuldigde rechten. Bij uitblijven van een mededeling van het geïndexeerde bedrag, is de operator verplicht het niet-geïndexeerde bedrag van de rechten te betalen. Het Instituut laat hem het verschil weten.
  De eventuele betwisting van de berekening van de indexering schorst geenszins de verplichting het bedrag te betalen dat door het Instituut is meegedeeld.
  ----------
  (1)<KB 2010-12-22/37, art. 4, 009; Inwerkingtreding : 04-02-2011>

  Art. 15bis. <Ingevoegd bij KB 1997-10-24/34, art. 14; Inwerkingtreding : 05-12-1997> § 1. De operator is gehouden financieel bij te dragen in het fonds voor de universele dienstverlening inzake telecommunicatie overeenkomstig de van kracht zijnde wettelijke en reglementaire bepalingen.
  § 2. Op verzoek van het Instituut, verstrekt de operator alle nodige informatie om zijn bijdrage in het fonds voor de universele dienstverlening inzake telecommunicatie te berekenen.

  Afdeling VIII. - Diverse bepalingen.

  Art. 16. § 1. De operator moet alle redelijke maatregelen treffen ten einde de vertrouwelijkheid van de berichten die via zijn netwerk worden uitgewisseld en de bescherming van de inlichtingen over zijn abonnees te garanderen, met name wat hun lokalisatie betreft.
  De operator moet de van kracht zijnde wetsbepalingen naleven inzake de bescherming van het privé-leven.
  De operator neemt alle vereiste maatregelen om onwettig gebruik van zijn netwerk te voorkomen.
  (Na raadpleging van de betrokken partijen bepaalt de Minister de systemen die de Operator toepast om diefstal van eindapparatuur en frauduleus of onwettig gebruik van zijn netwerk te bestrijden. De Minister stelt de praktische regels vast, met name de termijn voor de indienststelling en de principes inzake voorlichting van de cliënteel, met betrekking tot de toepassing van die systemen door de operator.) <KB 2002-10-10/35, art. 1, 006; Inwerkingtreding : 11-11-2002>
  § 2. De operator is verplicht aan zijn personeelsleden in het kader van hun arbeidsovereenkomst, bepalingen op te leggen inzake de verplichting tot vertrouwelijkheid bij de behandeling van informatie over de gebruikers van zijn netwerk.
  § 3. De operator is verplicht zijn medewerking te verlenen aan de rechterlijke instanties (en aan de behoorlijk vergunde hulpdiensten) volgens de van kracht zijnde wettelijke en reglementaire bepalingen. <KB 1997-10-24/34, art. 15, 002; Inwerkingtreding : 05-12-1997>
  (De operator werkt mee met de hulpdiensten in België om ze toe te laten met een zo groot mogelijke doeltreffendheid tussen te komen.) <KB 1997-10-24/34, art. 15, 002; Inwerkingtreding : 05-12-1997>
  § 4. De operator stelt op eigen kosten een dienst in die belast is met het behandelen van klachten vanwege de klanten.
  Indien het geschil blijft bestaan, kunnen de gebruikers zich wenden tot de betrokken ombudsdienst, waarvan sprake in de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. Daartoe wordt er een overeenkomst gesloten tussen de operator en deze ombudsdienst : die overeenkomst bepaalt de nadere regels inzake de behandeling van de klachten, alsook de tussenkomst van de operator in de werkingskosten van de ombudsdienst. Die overeenkomst wordt aan het Instituut overgezonden.
  § 5. De operator licht zijn abonnees op correcte en volledigewijze in over de risico's die inherent zijn aan het gebruik van mobilofooneindapparatuur, in het bijzonder wat de gevaren betreft die kunnen ontstaan door het gebruik van die uitrusting bij het besturen van een voertuig enerzijds, en de storingen die deze uitrusting kan veroorzaken op medische apparatuur anderzijds.
  (§ 6. De operator deelt aan het Instituut de type-overeenkomst mee welke hij met zijn abonnees afsluit.
  De operator biedt zijn abonnees de mogelijkheid een gedetailleerde en duidelijke factuur te ontvangen voor de diensten die hij hen levert.) <KB 1997-10-24/34, art. 15, 002; Inwerkingtreding : 05-12-1997>

  Art. 17. § 1. De dienst van de operator kan geheel of gedeeltelijk worden onderbroken op bevel van de openbare overheid die de schorsing oplegt van de radio-elektrische uitzendingen in omstandigheden die vastgelegd zijn in de van kracht zijnde wetgeving en reglementering.
  Het netwerk kan eventueel worden opgeëist op verzoek van de openbare overheid, in het bijzonder van de Minister van Landsverdediging, in het kader van de van kracht zijnde wetgeving.
  Voor die maatregelen wordt geen enkele vergoeding toegekend.
  § 2. De operator wordt lid van alle door het Instituut aangewezen internationale organisaties, die belast zijn met vragen in verband met de normalisatie en exploitatie van het GSM-mobilofoonsysteem. Hij neemt op eigen kosten deel aan de werkzaamheden van de betrokken organisaties wat de GSM betreft.

  Afdeling IX. - Toezicht en sancties.

  Art. 18. § 1. Het Instituut heeft het recht om controle uit te oefenen op de naleving van de voorwaarden van dit bestek door de operator.
  § 2. De operator is ertoe gehouden op verzoek van het Instituut alle informatie te verstrekken over de staat van de aanleg van zijn netwerk, de commercialisering van de diensten en de financiële toestand. De operator moet op zijn laatst voor 30 juni van elk jaar, aan het Instituut een rapport overzenden over zijn activiteiten betreffende het voorgaande jaar.
  (Dit rapport vermeldt ondermeer de evolutie, maand per maand, van het totaal aantal abonnees van zijn diensten.) <KB 1997-10-24/34, art. 16, 002; Inwerkingtreding : 05-12-1997>
  § 3 De operator verleent gratis zijn medewerking bij elk met redenen omkleed verzoek van het Instituut dat bedoeld is om na te gaan of de bepalingen van dit bestek daadwerkelijk worden nageleefd.
  De operator verleent in het bijzander toegang tot zijn kantoren en installaties aan de behoorlijk geaccrediteerde vertegenwoordigers van het Instituut om het hun mogelijk te maken de vereiste controles uit te voeren.
  De operator stelt het Instituut gratis tien dienstaansluitingen op zijn GSM-net ter beschikking om het de ambtenaren mogelijk te maken na te gaan of de voorwaarden van het bestek en van de vergunning worden nageleefd. Die aansluitingen kunnen worden onderworpen aan sommige beperkingen inzake het verkeer, welke tussen de operator en het Instituut zullen moeten worden overeengekomen.
  § 4. Alle inlichtingen die de ambtenaren van het Instituut vanwege de operator krijgen om de naleving van het bestek en van de vergunning na te gaan, zijn gedekt door de verplichting van het beroepsgeheim. Die bepaling belet echter niet dat het Instituut de voorwaarden van de toekenning van de licentie bekendmaakt die geen informatie van vertrouwelijke aard bevatten.
  § 5. Elk geschil dat krachtens de bepalingen van dit bestek, aan het Instituut moet worden voorgelegd, wordt door de meest gerede partij meegedeeld. Het Instituut hoort de betrokken partijen en formuleert een met redenen omkleed advies binnen een termijn van een maand nadat het de twee partijen heeft gehoord.

  Art. 19. § 1. De Ministerraad kan op ieder ogenblik, op voorstel van de Minister en na advies van het Instituut, de vergunning schorsen of intrekken indien de operator zich niet houdt aan de voorwaarden die in dit bestek of in zijn vergunning voorgeschreven zijn.
  § 2. De schorsing of intrekking wordt steeds voorafgegaan door een ingebrekestelling vanwege het Instituut welke de operator de kans biedt zijn zaken in orde te brengen. De operator beschikt over ten minste een maand tijd om zijn toestand te regulariseren : die termijn kan worden verlengd naar gelang van de aard van de vastgestelde inbreuk.
  Op zijn verzoek wordt de operator door het Instituut gehoord.
  Geen enkele schorsing of intrekking geeft aanleiding tot enige vergoeding, noch tot een terugbetaling van het geheel of van een deel van het concessierecht betaald overeenkomstig artikel 14, noch tot de terugbetaling van de rechten die eventueel overeenkomstig artikel 15 zijn betaald.
  § 3. Los van hetgeen voorafgaat, kan de Minister, op voorstel van het Instituut, een boete opleggen aan de operator, in geval van niet-naleving van de in dit bestek vastgelegde verplichtingen tijdens een periode van meer dan drie maanden te rekenen vanaf de datum van de ingebrekestelling : deze boete mag niet meer bedragen dan (twintigmaal) het bedrag van de jaarlijkse rechten van artikel 15. <KB 1997-10-24/34, art. 17, 002; Inwerkingtreding : 05-12-1997>
  (De praktische regels ervan worden door de Minister vastgelegd.) <KB 1997-10-24/34, art. 17, 002; Inwerkingtreding : 05-12-1997>

  HOOFDSTUK II. - Procedure voor de toekenning van de vergunning om een tweede GSM-net te exploiteren.

  Afdeling I. - Doel van de procedure en samenstelling van de kandidaten.

  Art. 20.
  <Opgeheven bij KB 2010-12-22/37, art. 5, 009; Inwerkingtreding : 04-02-2011>

  Art. 21.
  <Opgeheven bij KB 2010-12-22/37, art. 5, 009; Inwerkingtreding : 04-02-2011>

  Afdeling II. - Indienen van de kandidaturen.

  Art. 22.
  <Opgeheven bij KB 2010-12-22/37, art. 5, 009; Inwerkingtreding : 04-02-2011>

  Art. 23.
  <Opgeheven bij KB 2010-12-22/37, art. 5, 009; Inwerkingtreding : 04-02-2011>

  Art. 24.
  <Opgeheven bij KB 2010-12-22/37, art. 5, 009; Inwerkingtreding : 04-02-2011>

  Art. 25.
  <Opgeheven bij KB 2010-12-22/37, art. 5, 009; Inwerkingtreding : 04-02-2011>

  Art. 26.
  <Opgeheven bij KB 2010-12-22/37, art. 5, 009; Inwerkingtreding : 04-02-2011>

  Art. 27.
  <Opgeheven bij KB 2010-12-22/37, art. 5, 009; Inwerkingtreding : 04-02-2011>

  Afdeling III. - Onderzoek van de kandidaturen.

  Art. 28.
  <Opgeheven bij KB 2010-12-22/37, art. 5, 009; Inwerkingtreding : 04-02-2011>

  Art. 29.
  <Opgeheven bij KB 2010-12-22/37, art. 5, 009; Inwerkingtreding : 04-02-2011>

  Afdeling IV. - Toekenning van de vergunning.

  Art. 30.
  <Opgeheven bij KB 2010-12-22/37, art. 5, 009; Inwerkingtreding : 04-02-2011>

  Art. 31. Binnen de dertig dagen die volgen op de beslissing van de Ministerraad betaalt de geselecteerde operator aan het Instituut de advieskosten die het gebeurlijk heeft gedragen om bijstand te verlenen bij de selectie van de operator.

  HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen.

  Art. 32. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
  Hoofdstuk I betreffende het bestek voor GSM-operatoren wordt toepasselijk gemaakt op BELGACOM of haar dochteronderneming onder de voorwaarden die door de Minister overeenkomstig artikel 10 van de wet van 12 december 1994 zullen worden vastgelegd.
  Zonder afbreuk te doen aan de gebeurlijke verbintenissen van de operator om de in het bestek vastgelegde minimumvoorwaarden te overtreffen, wordt datzelfde hoofdstuk op de tweede operator toepasselijk gemaakt zodra diens vergunning overeenkomstig artikel 30 van dit besluit is afgegeven.
  Bijlagen 1, 2, 3 en 4 kunnen door de Minister worden gewijzigd.

  Art. 33. Onze Minister van Verkeerswezen en Overheidsbedrijven is belast met de uitvoering van dit besluit.

  Bijlagen.

  Art. N. [1 Organisatie van de veiling waarvan sprake in artikel 7, § 1/2, tweede lid
   Artikel 1. Het Instituut bepaalt de wijze van communicatie tussen het Instituut en de kandidaten tijdens de toewijzing bij opbod.
   Art. 2. Alle kandidaten onthouden zich van elke gedraging of bekendmaking die het goede en ordelijke verloop van de toewijzing bij opbod verstoort.
   Art. 3. Alle kandidaten onthouden zich, op straffe van uitsluiting van de kandidatuur, van de uitwisseling van vertrouwelijke informatie en van afspraken met andere kandidaten en van elke andere handeling die de uitkomst van de procedure kan beïnvloeden of die afbreuk kan doen aan de mededinging tijdens de toewijzing bij opbod.
   Art. 4. Voor de aanvang van de toewijzing bij opbod brengt het Instituut de kandidaten de volgende informatie ter kennis :
   1° welke kandidaten deelnemen aan de toewijzing bij opbod;
   2° elke relevante informatie die de kandidaat dient te gebruiken om een bod uit te brengen en om te bewijzen dat elke mededeling die hij in het kader van de toewijzing bij opbod doet van hem afkomstig is;
   3° het tijdstip van begin en einde van de eerste ronde;
   4° het bedrag van het bod voor elk perceel voor de eerste ronde;
   5° in voorkomend geval, de overige inlichtingen en documenten die de kandidaat nodig heeft om te kunnen deelnemen aan de toewijzing bij opbod.
   Art. 5. § 1. Het Instituut beslist wanneer de opeenvolgende rondes worden georganiseerd en brengt de kandidaten daarvan op de hoogte.
   Tijdens elke ronde kan elke kandidaat, met uitzondering van de kandidaten die het hoogste regelmatige bod hebben uitgebracht voor een perceel, het Instituut in kennis stellen van :
   1° zijn bod, overeenkomstig artikel 6, of;
   2° zijn terugtrekking uit de bieding, overeenkomstig artikel 8.
   § 2. Indien een kandidaat die voor geen enkel perceel over het hoogste regelmatige bod beschikt, geen van de twee in de eerste paragraaf vermelde mededelingen doet tijdens de door het Instituut vastgelegde duur van de ronde, dan zal worden aangenomen dat hij zich heeft teruggetrokken uit de toewijzing bij opbod.
   Art. 6. § 1. De kandidaat brengt zijn bod uit op de door het Instituut aangegeven wijze en binnen de vastgelegde duur van elke ronde.
   § 2. Het bod identificeert één enkel, welbepaald perceel.
   § 3. Het Instituut stelt het bedrag van het bod voor elk perceel vast voor de opeenvolgende ronden.
   Het bedrag van het bod dat door het Instituut wordt vastgelegd voor een bepaald perceel is gelijk aan het bedrag van het hoogste regelmatige bod voor dit perceel, vermeerderd met een percentage dat door het Instituut wordt bepaald, maar dat ligt tussen 3 % en 10 %;
   § 4. Het bedrag van het bod in de eerste ronde wordt vastgelegd in overeenstemming met artikel 30 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie.
   Art. 7. Elke kandidaat is onvoorwaardelijk en onherroepelijk aan zijn bod gebonden tot een andere kandidaat een hoger regelmatig bod uitbrengt voor het perceel.
   Art. 8. Elke kandidaat mag zich uit de toewijzing bij opbod terugtrekken. Deze terugtrekking is definitief en onherroepelijk.
   Art. 9. Indien in een ronde twee of meer kandidaten hetzelfde bod uitbrengen op een gegeven perceel, dan bepaalt het Instituut via loting het hoogste regelmatige bod voor dat perceel.
   Art. 10. Na elke ronde brengt het Instituut de overblijvende kandidaten de volgende informatie ter kennis :
   1° het hoogste regelmatige bod alsook de kandidaat die het heeft uitgebracht voor elk perceel;
   2° welke kandidaten zich hebben teruggetrokken;
   3° welke kandidaten worden uitgesloten van de toewijzing bij opbod;
   4° het tijdstip van begin en einde van de volgende ronde;
   5° het bedrag van het bod voor elk perceel voor de volgende ronde.
   Art. 11. De laatste ronde is de ronde waarbij op het einde geen enkele kandidaat het Instituut in kennis stelt van een bod.
   Art. 12. Na de laatste ronde stelt het Instituut het hoogste regelmatige bod vast per perceel. Dit bedrag is de enige heffing voor een gegeven perceel.
   De kandidaten worden hiervan na het einde van de laatste ronde in kennis gesteld.
   Art. 13. Het Instituut staat in voor het ordelijk verloop en de praktische organisatie van de procedure tot toekenning van de gebruiksrechten. Hiertoe kan het Instituut alle nodige maatregelen treffen.
   Art. 14. § 1. Het Instituut stelt de inbreuken vast die leiden tot nietigheid van het bod of uitsluiting van de procedure tot toekenning van de gebruiksrechten. Het Instituut beslist in elk geval tot uitsluiting van de kandidaat indien de kandidaat een inbreuk maakt op artikel 3.
   § 2. Bovendien dient het Instituut in dit geval eveneens klacht in bij de bevoegde mededingingsautoriteiten en legt het klacht met burgerlijke partijstelling neer bij de bevoegde onderzoeksrechter.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij KB 2014-04-10/71, art. 3, 010; Inwerkingtreding : 06-06-2014>

  Art. N1.
   <Opgeheven bij KB 2010-12-22/37, art. 5, 009; Inwerkingtreding : 04-02-2011>

  Art. 1N1.
  <Opgeheven bij KB 2010-12-22/37, art. 5, 009; Inwerkingtreding : 04-02-2011>

  Art. 2N1.
  <Opgeheven bij KB 2010-12-22/37, art. 5, 009; Inwerkingtreding : 04-02-2011>

  Art 3N1.
  <Opgeheven bij KB 2010-12-22/37, art. 5, 009; Inwerkingtreding : 04-02-2011>

  Art. 4N1.
  <Opgeheven bij KB 2010-12-22/37, art. 5, 009; Inwerkingtreding : 04-02-2011>

  Art. 5N1.
  <Opgeheven bij KB 2010-12-22/37, art. 5, 009; Inwerkingtreding : 04-02-2011>

  Art. N2. Bijlage 2. (Opgeheven) <KB 1997-10-24/34, art. 18, 002; Inwerkingtreding : 05-12-1997>

  Art. N3. Bijlage 3. (Opgeheven) <KB 1997-10-24/34, art. 18, 002; Inwerkingtreding : 05-12-1997>

  Art. N4. Bijlage 4. (Opgeheven) <KB 1997-10-24/34, art. 18, 002; Inwerkingtreding : 05-12-1997>

  Art. N5.<Opgeheven bij KB 2010-12-22/37, art. 5, 009; Inwerkingtreding : 04-02-2011>

  Art. 1N5.
  <Opgeheven bij KB 2010-12-22/37, art. 5, 009; Inwerkingtreding : 04-02-2011>

  Art. 2N5.
  <Opgeheven bij KB 2010-12-22/37, art. 5, 009; Inwerkingtreding : 04-02-2011>

  Art. 3N5.
  <Opgeheven bij KB 2010-12-22/37, art. 5, 009; Inwerkingtreding : 04-02-2011>

  Art. 4N5.
  <Opgeheven bij KB 2010-12-22/37, art. 5, 009; Inwerkingtreding : 04-02-2011>

  Art. 5N5.
  <Opgeheven bij KB 2010-12-22/37, art. 5, 009; Inwerkingtreding : 04-02-2011>

  Art. 6N5.
  <Opgeheven bij KB 2010-12-22/37, art. 5, 009; Inwerkingtreding : 04-02-2011>

  Art. 7N5.
  <Opgeheven bij KB 2010-12-22/37, art. 5, 009; Inwerkingtreding : 04-02-2011>

  Art. 8N5.
  <Opgeheven bij KB 2010-12-22/37, art. 5, 009; Inwerkingtreding : 04-02-2011>

  Art. 9N5.
  <Opgeheven bij KB 2010-12-22/37, art. 5, 009; Inwerkingtreding : 04-02-2011>
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 7 maart 1995.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Verkeerswezen en Overheidsbedrijven,
E. DI RUPO

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 30 juli 1979, met name op artikel 13, betreffende de radioberichtgeving;
   Gelet op de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, gewijzigd door de wet van 12 december 1994, met name op artikel 10 dat een artikel 89, § 2bis toevoegt aan de voormelde wet;
   Gelet op het koninklijk besluit van 21 mei 1991 betreffende de toewijzing van de frequenties bestemd voor de paneuropese mobilofoondienst;
   Gelet op het koninklijk besluit van 19 augustus 1992 tot goedkeuring van het eerste beheerscontract van de Regie van Telegrafie en Telefonie en betreffende de vaststelling van de maatregelen tot rangschikking van bedoelde Regie bij de autonome overheidsbedrijven, met name op artikel 21, 3;
   Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 9 januari 1995;
   Gelet op het advies van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie, gegeven op 16 december 1994;
   Gelet op het advies van de Inspectie van financiën, gegeven op 17 december 1994;
   Gelet op het advies van de Raad van State;
   Op de voordracht van Onze Minister van Verkeerswezen en Overheidsbedrijven en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Erratum Tekst Begin

originele versie
1995014107
PUBLICATIE :
1995-05-25
bladzijde : 14792

Erratum



Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 10-04-2014 GEPUBL. OP 06-06-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 7; N)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 22-12-2010 GEPUBL. OP 25-01-2011
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 7; 14; 15; 20-31; N1; 1N1-5N1; N5; 1N5-9N5)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 02-02-2007 GEPUBL. OP 13-02-2007
    (GEWIJZIGD ART. : 10)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 02-02-2005 GEPUBL. OP 10-03-2005
    (GEWIJZIGD ART. : 7)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 10-10-2002 GEPUBL. OP 01-11-2002
    (GEWIJZIGD ART. : 16)
  • originele versie
  • WET VAN 02-01-2001 GEPUBL. OP 03-01-2001
    (GEWIJZIGD ART. : 8)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 27-10-2000 GEPUBL. OP 28-11-2000
    (GEWIJZIGDE ART. : 6; 11; 12)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 10-12-1997 GEPUBL. OP 30-12-1997
    (GEWIJZIGDE ART. : 10; 15)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 24-10-1997 GEPUBL. OP 05-12-1997
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2; 3; 4; 5; 7; 8; 10; 11; 12; 13; 14)
    (GEWIJZIGDE ART. : 15; 15BIS; 16; 18; 19; N2; N3; N4)

  • Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
       VERSLAG AAN DE KONING
       Sire,
       De sector van de mobiele radioberichtgeving te land, in het bijzonder van de mobilofoondienst, kent de jongste jaren een bijzonder spectaculaire evolutie.
       Tot op heden maakte de mobilofoondienst in België deel uit van de exclusieve concessie van BELGACOM in toepassing van artikel 83 van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
       In die context heeft het autonome overheidsbedrijf drie opeenvolgende generaties van mobilofoonnetten verwezenlijkt :
       - het MOB 1-net, dat in VHF werkte en waarvan de prestaties en de capaciteit van maximaal 4 000 abonnees heel beperkt waren, dat in 1977 is opengesteld en definitief buiten dienst gesteld in mei 1994;
       - het MOB 2-net, eveneens analoog, werkt in UHF en biedt sterk verbeterde functies en een capaciteit in de orde van 65 000 abonnees.
       Dat net dat op basis van de Scandinavische NMT-norm werkt ("Nordic Mobile Telephone"), en in 1987 in dienst is gesteld, heeft zware moeilijkheden gekend, zowel inzake kwaliteitsprestaties, als wat de capaciteit van het verkeer betreft;
       - het derde netwerk dat volgens de digitale Paneuropese GSM-nonn werkt ("Global System for Mobile communications") is op 1 januari 1994 open gesteld onder de handelsnaam PROXIMUS.
       Dat net werkt globaal gesproken bevredigend en telt reeds meer dan 74 000 abonnees.
       Momenteel exploiteert BELGACOM de MOB 2- en GSM-netten in samenwerking met de maatschappij Air Touch Belgium die door de Amerikaanse onderneming PACTEL is opgericht. Op 22 december 1994 werd een dochteronderneming BELGACOM MOBILE opgericht.
       De ontwikkeling van de Paneuropese GSM-norm is sedert 1982 door de CEPT aangevat (Conférence Européenne des administrations des Postes et Télécommunications) en afgerond door het nieuwe normalisatie-instituut voor telecommunicatie ETSI ("European Telecommunications Standard Institute").
       De ontwikkeling van dat systeem wordt sterk aangemoedigd door de Europese Unie die op 25 juni 1987 Aanbeveling 87/371/EEG van de Raad inzake de gecoördineerde invoering van openbare Paneuropese digitale cellulaire mobiele communicatie te land in de Gemeenschap en Richtlijn 87/372/EEG van de Raad inzake de voor een gecoördineerde invoering van openbare Paneuropese digitale cellulaire mobiele communicatie te land in de Gemeenschap beschikbaar te stellen frequentiebanden, heeft aangenomen.
       In vergelijking met zijn analoge voorgangers biedt de GSM aanzienlijke voordelen :
       - kwaliteit en vertrouwelijkheid van de verbinding dankzij de digitale overdracht met frequentiesprongen;
       - beter weerstandsvermogen tegen interferenties;
       - efficiënter gebruik van het spectrum van radio-elektrische frequenties;
       - grotere verkeerscapaciteit;
       - gamma van diensten met toegevoegde waarde;
       - grotere gebruiksveiligheid dankzij het authentificeren van de abonnees en dankzij het crypteren;
       - lokalisatiefunctie op Paneuropees niveau ("roaming").
       Een mobilofoondienst van hoge kwaliteit is voorbestemd om een belangrijke troef te worden voor onze economie die op diensten en uitvoer is gericht.
       Het commercieel succes van het GSM-systeem zowel in België als in het buitenland en het beleid van liberalisering van de Europese Commissie ter zake, zoals die met name beschreven staat in het "Groenboek over een gemeenschappelijke aanpak op het gebied van mobiele en personal communications binnen de Europese Unie", gepubliceerd in april 1994, hebben de Regering ertoe gebracht de invoering in ons land goed te keuren van een tweede operator inzake mobilofonie in concurrentie met het autonome overheidsbedrijf BELGACOM of met haar dochteronderneming.
       De liberalisering van de mobilofoondienst in België heeft een aanpassing noodzakelijk gemaakt van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, ten einde die dienst te verwijderen uit de categorie van diensten die voor BELGACOM zijn gereserveerd (wijziging van artikel 83, § 2°). Overwegende dat de mobilofonie tot de openbare dienst behoort, heeft de wetgever een § 2bis aan artikel 89 van dezelfde wet toegevoegd. In die nieuwe bepaling staat onder meer geschreven dat de Koning, bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit, op voorstel van de Minister, na advies van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie (B.I.P.T ), het bestek van openbare dienst opstelt met betrekking tot de mobilofonie, alsook de procedure inzake de toekenning van elke vergunning.
       Het doel van het koninklijk besluit dat aan U wordt voorgesteld, bestaat er net in het bestek van openbare dienst op te stellen, op basis van artikel 10 van de wet van 12 december 1994 tot invoering van een artikel 89, § 2bis in de wet van 21 maart 1991, dat toepasselijk is op de operatoren van mobilofoonnetten die gebaseerd zijn op de digitale Paneuropese GSM-norm, alsmede de procedure inzake de toekenning van de vergunning om een tweede GSM-net te exploiteren. Dit besluit bevat dan ook drie hoofdstukken :
       - hoofdstuk I : Bestek voor GSM-operator;
       - hoofdstuk II: Procedure inzake de toekenning van de vergunning om een tweede GSM-net te exploiteren;
       - hoofdstuk III : Slotbepalingen.
       De schrapping van de mobilofonie uit de categorie van de gereserveerde diensten zal leiden tot een herziening van de clausules van het beheerscontract van het autonome overheidsbedrijf gezien dat contract enkel slaat op de opdrachten van openbare dienst, waar de gereserveerde diensten deel van uitmaken. Voor BELGACOM zullen de bepalingen inzake mobilofonie bijgevolg worden vervangen door de bestekken die voortaan door middel van een ministerieel besluit op haar twee netten van die aard toepasselijk zullen worden gemaakt. Het bestek van dit besluit zal dus worden toegepast op BELGACOM of op haar dochteronderneming, alsook op de nog te selecteren tweede operator.
       Een ander koninklijk besluit zal gaan over het bestek dat van toepassing is op BELGACOM of op haar dochteronderneming voor de exploitatie van haar analoge MOB 2-net.
       Het bestek heeft twee doelstellingen :
       - het wil een bepaald aantal criteria vastleggen in verband met de kwaliteit van de aangeboden dienst, met name in termen van de bedekking van het nationaal grondgebied, het tijdschema van de ontplooiing van het netwerk en de dimensionering van de capaciteit van het verkeer;
       - dat bestek is eveneens bedoeld om de betrekkingen te regelen tussen de GSM-operatoren enerzijds en de diverse betrokken partijen anderzijds, te weten : hun klanten, de Staat, het B.I.P.T., alsook BELGACOM als exclusieve leverancier van de openbare telecommunicatie-infrastructuur in België.
       De wet van 30 juli 1979 betreffende de radioberichtgeving, het koninklijk besluit van 21 mei 1991 betreffende de toewijzing van de frequenties bestemd voor de Paneuropese mobilofoondienst, alsook het beheerscontract liggen wel degelijk eveneens aan de basis van dit besluit.
       Dit verklaart het behoud van de leden 1, 3 en 4.
       De Nederlandse tekst is gecorrigeerd zoals voorgesteld door de Raad van State.
       Artikelsgewijze commentaar.
       - Artikel 1 definieert de verschillende termen die nodig zijn voor een goed begrip van de bepalingen van dit koninklijk besluit.
       - Artikel 2 beschrijft de aard van de dienst die door de operator over het nationale grondgebied moet worden aangeboden en die moet worden beperkt tot enkel de rnobilofonie op basis van de GSM-norm, ten einde geen afbreuk te doen aan de exclusieve concessie die op andere gebieden aan het autonome overheidsbedrijf is toegekend. In België zullen er twee dergelijke netwerken met elkaar concurreren. De eventuele toelating van andere GSM-netten in België kan later worden voorgesteld door de Minister naar gelang van de ontwikkeling en de beperking van de netten GSM1 en GSM2. De beperkingen bedoeld in het laatste lid van artikel 2, § 2 behelzen bij voorbeeld de beperkingen inzake internationale oproepen.
       - Artikel 3 beschrijft de draagwijdte van de vergunning en met name de geldigheidsduur ervan : deze is in eerste instantie vastgelegd op vijftien jaar, met de mogelijkheid tot verlenging, ten einde de operator in staat te stellen, de aanzienlijke investeringen te recupereren die nodig zijn voor de ontplooiing van een GSM-mobilofoonnet, terwijl de macht van de overheid in stand wordt gehouden om het beleid van het land inzake mobilofonie te bepalen, rekening houdend met de evolutie in de sector - Artikel 3 bepaalt bovendien dat de Minister in kennis moet worden gesteld van de eventuele wijzigingen in de structuur van of in de controle over het kapitaal van de operator. Indien hij dan van oordeel is dat de nieuwe structuur de voorwaarden waaronder de vergunning is uitgereikt, ernstig in het gedrang kan brengen, kan hij aan de Ministerraad voorstellen de vergunning in te trekken. Zoals de Raad van State heeft doen opmerken, heeft deze maatregel met name tot doel, zich te vergewissen van de naleving van artikel 21 van dit besluit. Artikel 3, § 3' vestigt de aandacht van de operatoren op de andere wettelijke bepalingen die op hun werkzaamheden van toepassing zijn, met name de wetgeving inzake ruimtelijke ordening, de diverse belastingen, bijdragen en taksen en de wetgeving inzake het gebruik van de talen.
       - Artikel 4 omschrijft de doeleinden inzake kwaliteit en beschikbaarheid van de dienst waaraan de operator moet beantwoorden, met name wat betreft de akkoorden met buitenlandse operatoren van GSM-netten, de dimensionering van het net en het opheffen van storingen.
       Die criteria moeten het mogelijk maken aan de gebruikers een goed presterende dienst te garanderen rekening houdend met het feit dat de mobilofonie moet worden beschouwd als een openbare dienst en dat de concurrentie beperkt zal blijven tot een duopolistische situatie. De mogelijkheid om een nationaal "roaming"-akkoord te sluiten wordt overgelaten aan het oordeel van de twee betrokken operatoren. Het net moet voor iedereen toegankelijk zijn op een niet-discriminerende basis.
       De mogelijkheid die aan de operatoren is gelaten om de dienst te schorsen in geval er een vermoeden van niet-betaling bestaat, blijft behouden, ten einde hen in staat te stellen de fraude te bestrijden. Zoals de Raad van State heeft doen opmerken, is de mogelijkheid natuurlijk op de verantwoordelijkheid van de operatoren die de gevolgen moeten dragen van het misbruik van deze mogelijkheid.
       Overeenkomstig de wens van de Raad van State is de term "activation" vervangen door "raccordement".
       - Artikel 5 legt het tijdschema op voor de bedekking van het nationale grondgebied door het netwerk van de operator : dat tijdschema houdt rekening met zowel de complexiteit die inherent is aan de ontplooiing van zo'n netwerk als met de vereisten inzake openbare dienst die verbonden zijn aan de exploitatie van een mobilofoondienst.
       - Artikel 6 behandelt de normen waaraan de uitrusting van het netwerk moet voldoen.
       - Artikel 7 verdeelt de beschikbare frequenties in de 900 MHZ-band tussen de twee concurrerende operatoren op een billijke basis. Bijlage 1 beschrijft de verplichtingen in verband met het gebruik van de frequenties in grensgebieden. Bovendien zal de tweede operator aan BELGACOM de helft moeten terugbetalen van het bedrag dat deze heeft betaald voor het vrijmaken van de betrokken frequentieband, die voordien werd gebruikt door de Civiele Bescherming.
       Er wordt aan de operatoren geen enkele verplichting opgelegd inzake de infrastructuur van de antennes, maar er wordt aanbevolen te zoeken naar milieuvriendelijke oplossingen (artikel 8).
       - Artikel 9 houdt verband met de verantwoordelijkheden van de operator in geval van radio-elektrische storingen.
       - Artikel 10 heeft betrekking op de integratie van de GSMmobilofoonnetten in het nationale nummeringsplan.
       Overeenkomstig het advies van de Raad van State vervalt paragraaf 4 van dit artikel met betrekking tot het gebruik van de talen.
       - Artikel 11 behandelt de nadere regels inzake de interconnectie tussen het GSM-mobilofoonnet en het openbaar geschakeld telefoonnet van BELGACOM, wat betreft de interconnectiepunten, de technische interfaces en de verdeling van de ontvangsten in verband met het verkeer tussen de twee netten.
       Over de uitwerking van een akkoord tussen BELGACOM en de operator moet er door beide betrokken partijen worden onderhandeld, maar het Instituut is bevoegd om de inhoud van de betrokken akkoorden te verifiëren en de naleving op te leggen van bepaalde principes in geval er moeilijkheden zijn om tot een bevredigend akkoord te komen. De lijst van de interconnectiepunten tot het net van BELGACOM wordt in bijlage 2 gegeven. De verdeling van de financiële ontvangsten kan steunen op de methode die in bijlage 3 is beschreven.
       De aansluiting van de verschillende onderdelen van het GSM-net moet geschieden door middel van circuits die gehuurd worden van BELGACOM, overeenkomstig de exclusieve concessie die ingevolge de wet van 21 maart 1991 aan het autonome overheidsbedrijf inzake vaste verbindingen is toegekend, en waarbij de bepalingen van het beheerscontract (artikel 12) worden nageleefd. Dit behoud van de exclusieve concessie van BELGACOM inzake vaste verbindingen is conform de Resolutie die door de Europese Ministerraad voor de Telecommunicatie op 17 november 1994 is aangenomen, met de bedoeling de telecommunicatie-infrastructuur te liberaliseren op 1 januari 1998. In bijlage 4 zijn de financiële voorwaarden opgenomen die ter zake van toepassing zijn. Artikel 12, § 2 schrijft voor dat de Minister zou kunnen afwijken van de exclusieve concessie van het autonome overheidsbedrijf, door bijvoorbeeld aan de operator de mogelijkheid toe te staan zijn eigen straalverbindingen tot stand te brengen, mocht blijken dat BELGACOM op dat gebied niet de vereisten van haar beheerscontract naleeft. Die mogelijkheid tot afwijking stemt overeen met artikel 92, § 3 van de wet van 21 maart 1991.
       - Artikel 13 gaat over de commercialisering van de diensten en van de tarieven. De operator is vrij zijn diensten te commercialiseren via aparte maatschappijen. In voorkomend geval, gaat het Instituut na of de contracten die met die ondernemingen zijn gesloten niet discriminerend zijn en een zekere bescherming van de gebruikers garanderen door de toepassing van een " gedragscode". Wat de toegepaste tarieven betreft, zal het B.I.P.T. een zeker toezicht uitoefenen om na te gaan dat deze in de loop van de tijd niet te snel verhogen, rekening houdend met het feit dat de tariefstructuur een van de bestanddelen zal hebben gevormd die tijdens de selectieprocedure voor de tweede operator in aanmerking zijn genomen (zie artikel 28).
       Paragraaf 4 van artikel 13 is overeenkomstig het verzoek van de Raad van State gewijzigd.
       - Artikel 14 legt het minimumbedrag vast van het unieke concessierecht, dat aan de Staat moet worden betaald en dat de operator de toestemming verleent om een radio-elektrisch mobilofoonnet tot stand te brengen en in België de mobilofoondienst op basis van de GSM-norm aan te bieden.
       Dat bedrag van 3,5 miljard frank is vastgelegd met behoorlijke inachtneming van de rentabiliteit die mag worden verwacht van de exploitatie van een dergelijk netwerk in ons land. De voorgestelde bedragen zuIlen een van de elementen vormen bij de vergelijking van de verschillende kandidaturen voor de tweede vergunning.
       - Artikel 15 bepaalt de periodieke rechten die de operator jaarlijks aan het Instituut zal moeten betalen om de kosten te dekken in verband met het beheer van de vergunning en voor de terbeschikkingstelling van de frequenties.
       - Artikel 16 behandelt de vragen in verband met de bescherming van de gebruikers en meer bepaald van het privé-leven. Het is belangrijk dat de gebruikers van de netten van de verschillende operatoren in geval van betwisting, in staat worden gesteld zich te wenden tot een dienst die belast is met het onderzoek van elke klacht en met het vinden van een minnelijke schikking tussen de gebruikers en de betrokken operator. In het licht daarvan is het verstandig die opdracht toe te vertrouwen aan de ombudsdienst die is ingesteld door de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven en die in twee jaar tijd reeds een ruime ervaring heeft opgebouwd met het behandelen van klachten op het gebied van telecommunicatie. Deze wijze van aanduiding van de bemiddelaars garandeert de onafhankelijkheid van die laatsten ten opzichte van de operatoren en de geloofwaardigheid van die dienst in de ogen van de gebruikers, terwijl de uniformiteit in de behandeling van de klachten verzekerd wordt.
       - Artikel 17 betreft de eventuele opeisingen die door de openbare overheid worden opgelegd en de deelname van de operator aan internationale organisaties.
       Dit artikel heeft niet tot doel een nieuw stelsel inzake opvordering te creëren, maar verduidelijkt de draagwijdte van artikel 13 van de wet van 30 juli 1979 inzake GSM-netten.
       - Artikel 18 omschrijft de betrekkingen tussen de operator en het B.I.P.T. om deze laatste in staat te stellen correct zijn opdracht te vervullen van controle op de naleving van de voorwaarden van het bestek. Het B.I.P.T. is in het bijzonder bevoegd om een advies te formuleren in geval van een geschil in verband met de toepassing van het bestek.
       - Artikel 19 heeft betrekking op de sancties die aan de operator kunnen worden opgelegd in geval de in het bestek voorgeschreven voorwaarden niet worden nageleefd. Die sancties kunnen leiden tot een geldboete, maar de operator zal over een termijn beschikken om zijn zaken in orde te brengen.
       - Artikel 20 voert de procedure in voor de toekenning van de vergunning om een tweede GSM-net in België te exploiteren.
       - Artikel 21 legt de operator een Europese verankering op onverminderd de akkoorden en overeenkomsten ondertekend door de Belgische Staat of de Europese Unie, mogen de kandidaturen worden ingediend door elke onderneming waarvan de maatschappelijke zetel in een Lidstaat van de Europese Economische Ruimte gevestigd is en waarvan maximum 49 % van het kapitaal rechtstreeks of onrechtstreeks in handen is van derde landen buiten de Europese Economische Ruimte.
       BELGACOM, haar dochterondernemingen en haar partners op het gebied van de mobilofonie zijn uitgesloten van die tweede licentie met de bedoeling een echte concurrentie te verzekeren tussen de twee GSMoperatoren.
       - Artikel 22 legt de data en termijnen vast in verband met de kandidatuurdossiers.
       - Artikel 23 legt de vergoeding vast voor de dekking van de kosten van het onderzoek van de kandidatuurdossiers die het B.I.P.T. moet dragen voor de toepassing van die procedure en behandelt de kosten die de kandidaten moeten dragen.
       - Artikel 24 beschrijft de structuur van het kandidatuurdossier en de informatiebestanddelen die erin moeten voorkomen. Wat de hypotheses betreft in verband met de technische en financiële voorwaarden van de ontplooiing van het net, wordt het project ontwikkeld op basis van de voorwaarden die vermeld staan in de bijlagen 1 tot 4. In bijlage 5 wordt de gedetailleerde presentatie van het dossier beschreven. Er dient opgemerkt dat wanneer de operator zich ertoe verbindt, voor bepaalde bijzondere criteria, de in het bestek opgelegde doelstellingen te overschrijden, die punten zullen worden aangeduid in de vergunning zelf - Artikel 25 heeft betrekking op het gebruik der talen in het kandidatuurdossier en op de authentificatie ervan.
       - Artikel 26 gaat over de eventuele procedure voor het horen van de kandidaten.
       - Artikel 27 heeft betrekking op de verduidelijkingen die de kandidaten gebeurlijk zouden vragen.
       - Artikel 28 vermeldt de criteria die het Instituut in aanmerking zal nemen om de verschillende offertes vanwege de kandidaten te vergelijken.
       - Artikel 29 gaat over het verslag dat het Instituut aan de bevoegde Minister zal voorleggen.
       - Artikel 30 handelt over de beslissing van de Ministerraad over de keuze van de tweede GSM-operator en over de uitreiking van de vergunning door de Ministerraad.
       - Artikel 31 bepaalt dat de geselecteerde operator de kosten voor extern advies zal moeten betalen die het Instituut gebeurlijk zal hebben moeten dragen voor de organisatie van de selectieprocedure.
       - Artikel 32 betreft de nadere regels inzake de inwerkingtreding van dit besluit, terwijl artikel 33 betrekking heeft op de uitvoering ervan.
       Rekening houdend met het uitgesproken evolutief karakter van de in bijlagen 1 tot 4 vermelde technische en financiële gegevens die er enkel toe dienen de voorwaarden voor de aanleg en de exploitatie van de GSMnetten in detail te beschrijven, wordt de Minister de bevoegdheid gegeven om over gebeurlijke wijzigingen aan de betrokken bijlagen te beslissen.
       Ik heb de eer te zijn,
       Sire,
       van Uwe Majesteit,
       de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar,
       De Minister van Verkeerswezen en Overheidsbedrijven,
       E. DI RUPO
       [ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE.
       De Raad van State, afdeling wetgeving, negende kamer, op 29 december 1994 door de Vice Eerste Minister en Minister van Verkeerswezen en Overheidsbedrijven verzocht hem, binnen een termijn van ten hoogste drie dagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit "betreffende het opzetten en exploiteren van GSM-mobilofonienetten", heeft op 6 januari 1995 het volgend advies gegeven :
       Volgens artikel 84, tweede lid, dat bij de wet van 15 oktober 1991 is ingevoegd in de gecoördineerde wetten op de Raad van State, moet de minister, wanneer hij vraagt dat het advies van de afdeling wetgeving binnen een termijn van ten hoogste drie dagen wordt gegeven, dat verzoek om spoedbehandeling met bijzondere redenen omkleden. In het onderhavige geval luidt de motivering aldus :
       "Considérant que le traitement de ce dossier est urgent dans la mesure où le cahier des charges pour un deuxième opérateur de mobilophonie doit être rendu public dans les premières semaines de 1995 afin de permettre le développement d'un deuxième réseau GSM dans le second semestre 1995; considérant que la Commission européenne a mis en demeure la Belgique de respecter les règles de concurrence et, sous peine d'une action devant la Cour de Justice des Communautés européennes, d'ouvrir à court terme son marché de la mobilophonie a un deuxième opérateur, il me serait agréable que l'avis soit rendu dans le délai prescrit par l'article 84 des lois coordonnées précitées." Binnen de korte termijn die de Raad van State is toegemeten, moet hij zich bepalen tot met maken van de volgende opmerkingen.
       Onderzoek van het ontwerp
       Aanhef
       1. Alleen het tweede lid vormt de rechtsgrond van het ontworpen besluit. Het moet als volgt worden gesteld :
       "Gelet op de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, inzonderheid op artikel 89, § 2bis, ingevoegd bij de wet van 12 december 1994;".
       Het eerste, derde en vierde lid moeten bijgevolg vervallen.
       2. Daarentegen dient in de aanhef te worden verwezen naar de fiattering van de Minister van Begroting, met vermelding van de datum ervan.
       Onder voorbehoud van de naleving van dat vormvereiste is het dat dit advies wordt gegeven.
       Bepalend gedeelte
       Artikel 1. In 13° schrijve hem "houder" in plaats van "titularis" en in 17° "eventueel" in plaats van "gebeurlijk".
       Artikel 3. Paragraaf 1 van dit artikel bepaalt dat de minister bevoegd is om zich te verzetten tegen elke wijziging die wordt aangebracht in de structuur van of de controle op het kapitaal van de operator.
       Het staat niet aan de minister om zijn goedkeuring te hechten aan een wijziging van de structuur van of de controle op het kapitaal van de operator. Het zou evenwel mogelijk zijn te voorzien in de intrekking van de vergunning door de Ministerraad indien de operator niet meer voldoet aan de algemene en bijzondere voorwaarden om de, vergunning te krijgen en inzonderheid aan de bepaalde in artikel 21 § 1, onder voorbehoud van de opmerking die wordt gemaakt in verband met die bepaling.
       Onder voorbehoud van deze opmerkingen schrijve men in de tweede zin : "Elke wijziging in de structuur van of de controle op" In paragraaf 2, derde lid, schrijve men "op grond van een opzegging " in plaats van "mits een opzeg".
       Artikel 4. Paragraaf 5. In het eerste lid schrijve men "nadere regels" in plaats van "modaliteiten" Deze opmerking geldt voor heel het ontwerp In het tweede lid wordt de operator het recht verleend om de toegang tot de dienst te weigeren of te schorsen, onder meer wanneer "vermoed" wordt dat niet wordt betaald.
       Die veronderstelling wekt verwondering. Er bestaat immers geen enkele wetsbepaling waarbij een vermoeden van niet-betaling wordt ingevoerd. Het staat aan de operator zorgvuldig na te gaan of de betaling al dan niet is verricht. In geval van weigering of schorsing als de betaling is verricht, rust de verantwoordelijkheid op de operator Als verantwoordelijke voor de goede werking van zijn diensten.
       Paragraaf 6. In het eerste lid, onder punt g), van de Franse tekst is er sprake van een ""délai d'activation" des nouveaux abonnés". Het neologisme "délai d'activation" moet worden geweerd. De Franse tekst dient te worden geredigeerd naar het voorbeeld van de Nederlandse tekst en de woorden "de raccordement" dienen te worden gebruikt.
       Artikel 7. Paragraaf 2. In het eerste lid schrijve men : "goedgekeurd worden door" in plaats van "het akkoord krijgen van".
       Artikel 10. Paragraaf 4. Het komt de Koning niet toe het gebruik van de talen te regelen ten aanzien van de operator. De bepaling moet vervallen.
       Artikel 13. Paragraaf 4. Op de vraag naar de betekenis van die bepaling heeft de gemachtigde ambtenaar het volgende geantwoord :
       "En ce qui concerne l'obligation pour Belgacom d'insérer contre rémunération les coordonnées des abonnés du second opérateur, celle-ci est basée sur le fait que probablement Belgacom conservera une position dominante sur le marché des annuaires et qu'il faut éviter qu'en refusant d'inclure les données des clients du second opérateur, elle ne puisse avantager sa filiale dont elle accepterait d'insérer les numéros dans ses annuaires. " Die uitleg stemt niet overeen met de formulering van de onderzochte bepaling, die de indruk wekt dat de operator verplicht is in de telefoongidsen van Belgacom vermeldingen te laten publiceren met betrekking tot abonnees van zijn dienst, terwijl volgens de verstrekte uitleg de bepaling er alleen toe strekt Belgacom te verbieden de operator de toegang tot haar telefoongidsen te weigeren.
       Om die discrepantie ongedaan te maken en de wil van de stellers van het ontwerp te kennen te geven, dient de bepaling zo te worden gesteld dat er duidelijk uit blijkt dat de operator de mogelijkheid heeft doch niet de verplichting, om een beroep te doen op de diensten van Belgacom. Alleen die redactie is overigens bestaanbaar met de inachtneming van niet mededingingsrecht Artikel 17
       Paragraaf 1 Als gevolg van de opmerking die door de afdeling wetgeving van de Raad van State is gemaakt in verband met het ontwerp dat de wet van 12 december 1994 tot wijziging van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven en van de wet van 17 juni 1991 tot organisatie van de openbare kredietsector en van het bezit van de deelneming van de openbare sector in bepaalde privaatrechtelijke financiële vennootschappen is geworden, heeft de Regering de bepaling geschrapt van artikel 89, § 2bis, 13, tweede lid, g), waarin werd bepaald dat in elk bestek onder meer "de voorwaarden die aanleiding geven tot opvordering met het oog op de openbare veiligheid" zouden worden bepaald.
       De opvorderingen mogen slechts geschieden in de gevallen en onder de voorwaarden bepaald in de bestaande wetgeving inzake opvordering.
       Het derde lid van paragraaf 1 van de onderzochte bepaling bepaalt in algemene bewoordingen dat voor de opvorderingen "geen enkele vergoeding (word t) toegekend".
       Zulk een bepaling is alleen aanvaardbaar op voorwaarde dat zij conform de genoemde wetgeving is.
       Indien zulks niet het geval is moet de bepaling vervallen.
       Indien die bepaling daarentegen een rechtsgrond heeft, dient deze te worden vermeld in het verslag aan de Koning.
       Dezelfde opmerking geldt voor de maatregelen inzake gehele of gedeeltelijke onderbreking van de dienst van de operator.
       Artikel 18. Paragraaf 5. De gemachtigde ambtenaar heeft bevestigd dat de onderzochte bepaling het instituut geenszins rechterlijke macht verleent. Het instituut bepaalt zich tot het geven van een gemotiveerd advies en die verzoeningsprocedure, die tot doel heeft geschillen snel te beslechten, sluit geenszins uit dat geschillen langs de gewone weg worden beslecht.
       Artikel 21. Paragraaf 1. Volgens deze bepaling kunnen alleen de operators die "hun maatschappelijke zetel hebben in een Lid-Staat -van de Europese Economische Ruimte en waarvan ten hoogste 49 % van het kapitaal in handen is van ondernemingen uit derde landen buiten de Europese Economische Ruimte" een aanvraag indienen.
       Binnen de korte termijn die de Raad van State is toegemeten, heeft hij niet kunnen nagaan of die beperking wettig is naar intern recht - op het eerste gezicht wordt de rechtsgrond ervan niet opgeleverd door artikel 89, § 2bis, van de voormelde wet van 21 maart 1991 - en naar verdragsrecht, alhoewel de bepaling van paragraaf 1 voorbehoud maakt ten aanzien van de akkoorden en verdragen die de Belgische Staat of de Europese Unie hebben ondertekend.
       Slotopmerking
       De Nederlandse tekst van sommige bepalingen van het ontwerp is voor verbetering vatbaar. Bij wijze van voorbeeld worden in dit advies een aantal tekstvoorstellen gedaan.
       De kamer was samengesteld uit :
       De heren :
       R. Andersen, kamervoorzitter;
       C. Wettinck,
       Y. Kreins, staatsraden;
       Mevr. M. Proost, griffier.
       De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd nagezien onder toezicht van de heer R. Andersen.
       Het verslag werd uitgebracht door de heer J. Regnier, eerste auditeur.
       De nota van het Coördinatiebureau werd opgesteld en toegelicht door de heer R. Hensenne, adjunct-referendaris.
       De griffier,
       De voorzitter,
       M. Proost . R. Andersen.] (Erratum, zie B.St. 25-05-1995, p. 14792-14794).

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Verslag aan de Koning Inhoudstafel 9 uitvoeringbesluiten 9 gearchiveerde versies
    Erratum Franstalige versie