J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 77 uitvoeringbesluiten 18 gearchiveerde versies
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State

Titel
15 APRIL 1994. - Wet betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle.
(NOTA 2 : gewijzigd met ingang op een onbepaalde datum bij W 2005-07-20/41, art. 12, 011; Inwerkingtreding : onbepaald)
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 07-09-1995 en tekstbijwerking tot 06-04-2012)

Bron : VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU.TEWERKSTELLING EN ARBEID
Publicatie : 29-07-1994 nummer :   1994025189 bladzijde : 19537
Dossiernummer : 1994-04-15/36
Inwerkingtreding : 01-01-1998 (ART. 41)    ***    14-03-1997 (ART. 42)    ***    01-01-1998 (ART. 32 - ART. 34)    ***    02-11-1997 (ART. 49)    ***    01-01-1998 (ART. 43 - ART. 47)    ***    01-01-1998 (ART. 12)    ***    14-03-1997 (ART. 1 - ART. 2)    ***    14-03-1997 (ART. 38)    ***    02-11-1997 (ART. 3)    ***    14-03-1997 (ART. 40)    ***    01-01-1998 (ART. 39)    ***    14-03-1997 (ART. 35 - ART. 36)    ***    14-03-1997 (ART. 48)    ***    onbepaald (ART. (54))

Inhoudstafel Tekst Begin

HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
Art. 1, 1bis, 2, 2bis
HOOFDSTUK II. - Bevoegde overheid.
Art. 3-13
HOOFDSTUK III. - Opdrachten van het agentschap.
Art. 14, 14bis, 15, 15bis, 16-17, 17bis, 17ter, 18, 18bis, 18ter, 19-27
HOOFDSTUK IV. - De uitbesteding van bepaalde opdrachten door het agentschap.
Art. 28-30
HOOFDSTUK V. - Middelen, begroting, rekeningen.
Art. 30bis, 30bis/1, 30bis/2, 30bis/3, 30ter, 30quater, 30quinquies, 31-34
HOOFDSTUK VI. - Bestuur van het Agentschap.
Art. 35-46, 46bis, 47-48
HOOFDSTUK VII. - Sancties. <Het hoofdstuk VII, bestaande uit de artikelen 49, 49bis en 50 wordt vervangen door een nieuw hoofdstuk VII, bestaande uit de nieuwe artikelen 49 tot 64, bij W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008>
Afdeling I. - Algemene bepaling. <W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008>
Art. 49
Afdeling II. - Strafsancties. <W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008>
Art. 50-52
Afdeling III. - Administratieve boetes. <W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008>
Onderafdeling I. - Administratieve procedure. <W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008>
Art. 53-61
Onderafdeling II. - Administratieve vereenvoudigde procedure. <W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008>
Art. 62-64
HOOFDSTUK VIII. - Slotbepalingen.
Art. 65-69
BIJLAGE.
Art. N

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.

  Artikel 1.Voor de toepassing van deze wet en haar uitvoeringsmaatregelen wordt verstaan onder :
  - ioniserende stralingen : stralingen samengesteld uit fotonen of deeltjes welke in staat zijn direct of indirect de vorming van ionen te veroorzaken;
  - radioactieve stof : elke stof die één of meer radionucliden bevat waarvan de activiteit of de concentratie om redenen van stralingsbescherming niet mag worden verwaarloosd;
  - bevoegde overheid : (de overheid aangewezen krachtens deze wet en krachtens haar uitvoeringsbesluiten); <W 2003-04-02/38, art. 2, 009; Inwerkingtreding : 01-06-2003>
  - algemeen reglement : het koninklijk besluit van 28 februari 1963 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking en van de werknemers tegen het gevaar van ioniserende stralingen, genomen met toepassing van de wet van 29 maart 1958 betreffende de bescherming van de bevolking tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren, vervangen door deze wet;
  - erkende instellingen : de instellingen die door het algemeen reglement met bepaalde taken worden belast;
  - dienst voor fysische controle : de dienst die krachtens het algemeen reglement door de bedrijfsleider moet worden opgericht en die belast is met de organisatie van en het toezicht op de maatregelen die nodig zijn om de bepalingen van dat reglement te doen naleven;
  - het Agentschap : de openbare instelling opgericht door deze wet voor de nucleaire controle;
  (- kernmateriaal : de volgende bijzondere splijtbare producten en kerngrondstoffen :
  a) de bijzondere splijtbare producten zijn plutonium 239, uranium 233, uranium verrijkt in uranium 235 of 233 : elk product dat één of meerdere van de hierboven vermelde isotopen bevat.
  Uranium verrijkt in uranium 235 of 233 is uranium dat hetzij uranium 235 bevat hetzij uranium 233, dan wel deze beide isotopen in een zodanige hoeveelheid dat de verhouding tussen de som van beide isotopen en de isotoop 238 groter is dan de verhouding tussen de isotoop 235 en de isotoop 238 in natuurlijk uranium;
  b) de kerngrondstoffen zijn het uranium dat een mengeling aan isotopen bevat die in de natuur voorkomen en uranium verarmd in uranium 235; thorium; de voornoemde materialen onder de vorm van metaal, legering, de chemische verbindingen of concentraten;
  - nationaal nucleair vervoer : het vervoer, met om het even welk vervoermiddel, van kernmateriaal dat geconditioneerd is met het oog op een zending, wanneer dit uitsluitend binnen Belgisch grondgebied plaatsvindt;
  - internationaal nucleair vervoer : het vervoer, met om het even welk vervoermiddel, van kernmateriaal, dat geconditioneerd is met het oog op een zending, dat de grenzen van het grondgebied moet overschrijden, te rekenen vanaf het vertrek uit de installatie van de expediteur in de Staat van oorsprong tot de aankomst in een installatie van de geadresseerde op het grondgebied van de Staat van eindbestemming;
  - fysieke beveiligingsmaatregelen : alle administratieve, organisatorische en technische maatregelen met als doel het beschermen van kernmateriaal tijdens de productie, het gebruik, de opslag of het vervoer tegen de risico's van ongeoorloofd bezit en diefstal en het beschermen van kernmateriaal tijdens de productie, het gebruik, de opslag alsook de nucleaire installaties, het nationaal en internationaal nucleair vervoer tegen de risico's van sabotage. De genoemde maatregelen hebben eveneens tot doel [1 de nucleaire documenten ]1 te beschermen tegen voornoemde handelingen;
  - sabotage : alle opzettelijke handelingen gericht tegen kernmateriaal tijdens de productie, het gebruik, de opslag of het vervoer, tegen de nucleaire installaties of tegen het nationaal of internationaal nucleair vervoer, die op rechtstreekse of onrechtstreekse wijze de gezondheid en veiligheid van het personeel, de bevolking en het milieu in gevaar kunnen brengen door het blootstellen aan bestraling of uitstoot van radioactieve materie;
  - nucleaire inspecteurs : de directeur-generaal en de leden van het departement toezicht en controle van het Agentschap die een zelfde of een hogere rang hebben als de deskundigen bij voornoemde instelling en die door de Koning worden aangeduid.) <W 2003-04-02/38, art. 2, 009; Inwerkingtreding : 01-06-2003>
  ----------
  (1)<W 2011-03-30/11, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-10-2011>

  Art. 1bis.<Ingevoegd bij W 2003-04-02/38, art. 3; Inwerkingtreding : 01-06-2003> Voor de toepassing van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten wordt, inzake de fysieke beveiligingsmaatregelen verstaan onder :
  - nucleaire installaties : alle installaties waar kernmateriaal wordt geproduceerd, gebruikt en opgeslagen.
  [1 - Categorisering : toekenning van een fysieke beveiligingsgraad aan het kernmateriaal, de nucleaire documenten en de veiligheidszones.
   - Veiligheidsrang : fysieke beveiligingsgraad toegekend aan kernmateriaal, veiligheidszones en nucleaire documenten.
   - Nucleair document : elke geregistreerde informatie, ongeacht haar vorm, behandeling, juridische aard of fysische eigenschappen, waaraan een veiligheidsrang werd toegekend en die betrekking heeft op kernmateriaal dat geproduceerd, gebruikt, opgeslagen of vervoerd wordt, of op fysieke beveiligingsmaatregelen die werden opgesteld om het kernmateriaal en de kerninstallaties, evenals het vervoer van kernmateriaal te beschermen, met uitzondering van :
   a) de documenten die het nationaal of internationaal vervoer van kernmateriaal uit hoofde van de van kracht zijnde regelgeving moeten begeleiden;
   b) de geclassificeerde documenten overeenkomstig de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen;
   c) de documenten die tot stand kwamen in het kader van de fysieke beveiligingsmaatregelen en die andere persoonlijke gegevens bevatten dan de naam, voornaam van een persoon, de vermelding van het niveau van zijn veiligheidsmachtiging of de aanduiding van het gecategoriseerd kernmateriaal, de veiligheidszones en de nucleaire documenten waartoe hij uit hoofde van deze wet toegang heeft.
   - Veiligheidszone : elke plaats van een kerninstallatie of een nucleair vervoerbedrijf - met inbegrip van de nucleaire transportvoertuigen - waaraan een veiligheidsrang wordt toegekend, of waar zich het volgende bevindt :
   a) kernmateriaal waaraan een veiligheidsrang werd toegekend;
   of
   b) nucleaire documenten;
   of
   c) uitrustingen, systemen of voorzieningen of om het even welk ander element waarvan de sabotage een rechtstreekse of onrechtstreekse radiologische impact kan hebben die de internationaal erkende radiologische normen voor de werknemers, de bevolking of het leefmilieu overschrijdt.]1
  ----------
  (1)<W 2011-03-30/11, art. 3, 017; Inwerkingtreding : 01-10-2011>

  Art. 2. Er wordt een openbare instelling met rechtspersoonlijkheid opgericht " Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle ", afgekort F.A.N.C.
  De zetel ervan is gevestigd in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad.
  Onverminderd de bepalingen van de artikelen 32 tot 34 van deze wet, valt het Agentschap onder de toepassing van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op bepaalde instellingen van openbaar nut.
  In artikel 1 van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op bepaalde instellingen van openbaar nut, worden in de categorie C, op hun plaats in de alfabetische volgorde, ingevoegd de woorden : " Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle ".

  Art. 2bis.<Ingevoegd bij W 2003-04-02/38, art. 4; ED : 01-06-2003> De wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur is niet van toepassing op kernmateriaal en alle daarop betrekking hebbende documenten en gegevens.
  
  TOEKOMSTIG RECHT
  
  Art. 2bis. <Ingevoegd bij W 2003-04-02/38, art. 4; Inwerkingtreding : 01-06-2003> De wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur is niet van toepassing op kernmateriaal [1 en de nucleaire documenten]1.
  ----------
  (1)<W 2011-03-30/11, art. 4, 017; Inwerkingtreding : 01-10-2011>

  HOOFDSTUK II. - Bevoegde overheid.

  Art. 3. (Nota : Inwerkintreding vastgesteld op 02-11-1997, enkel wat uitvoer betreft, door KB 1997-10-02/36, art. 1) De Koning kan, met uitsluiting van de gemeentelijke overheid, maatregelen nemen ter bescherming van de werknemers, de volksgezondheid of het leefmilieu.
  Deze maatregelen hebben betrekking op de voorwaarden verbonden aan het invoeren, het uitvoeren, het produceren, het vervaardigen, het bezit, (het vervoeren,) het doorvoeren, het te koop aanbieden, het verkopen, het afstand doen onder bezwarende titel of om niet, het verdelen en het gebruiken met commercieel, industrieel, wetenschappelijk, medisch of enig ander oogmerk, van apparaten, installaties of stoffen die ioniserende stralingen kunnen verspreiden. Deze voorwaarden, verbonden aan voormelde activiteiten kunnen ook slaan op de toebehoren van apparaten en installaties en op de software die dient om de veiligheid en de werking van deze apparaten en installaties te verzekeren. <W 2003-04-02/38, art. 5, 009; Inwerkingtreding : 01-06-2003>
  De Koning bepaalt bij een in Ministerraad overlegd besluit de voorwaarden, de beperkingen en de nadere regelen volgens welke het Agentschap de opdrachten vervult bepaald in de artikelen 19 en 20.
  Hij kan eveneens de verwijdering en de ontruimng van radioactieve stoffen reglementeren.
  De Koning kan de nadere regelen bepalen volgens welke de gemeentelijke overheden worden geïnformeerd.

  Art. 4. Onverminderd de bepalingen van artikel 8 mogen de in artikel 3 genoemde apparaten en stoffen enkel vervoerd worden door personen daartoe erkend door het Agentschap. De Koning regelt, na advies van het Agentschap, de wijze van erkenning.

  Art. 5. De bevoegde overheid kan te allen tijde de beslissingen schorsen en vernietigen van gedecentraliseerde besturen die rechtstreeks of onrechtstreeks een invloed hebben op het vervoer van radioactieve stoffen of van apparaten die deze stoffen bevatten.

  Art. 6. Wanneer een onvoorziene gebeurtenis de volksgezondheid en het leefmilieu in gevaar brengt, is de Koning, met uitsluiting van de gemeentelijke overheid, gemachtigd tegenover de producenten, fabricanten, houders, vervoerders of gebruikers van apparaten of stoffen die ioniserende stralingen kunnen verspreiden, alle door de omstandigheden vereiste maatregelen te treffen, met het oog op de bescherming van de bevolking of het leefmilieu.
  In dezelfde omstandigheden en met hetzelfde doel is de Koning, met uitsluiting van de gemeentelijke overheid, eveneens gemachtigd alle passende maatregelen te nemen om de gevaren te weren, die kunnen ontstaan uit de toevallige besmetting van om het even welke omgevingen, stoffen of produkten door radioactieve stoffen.

  Art. 7. De Koning wijst de personen aan die belast zijn met het toezicht op de naleving van deze wet en van haar uitvoeringsbesluiten, wat betreft het medisch toezicht op de werknemers en de arbeidshygiënische omstandigheden.

  Art. 8. De Koning wijst de personen aan die belast zijn met de opdrachten bedoeld in de artikelen 7 en 14 :
  1. (Op het militair domein, met dien verstande dat het Agentschap belast is met het toezicht en de controle op de naleving van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten op de plaatsen waar personen die geen deel hebben aan de landsverdediging, noch behoren tot een vreemde Krijgsmacht, op regelmatige wijze aanwezig zijn); <W 2003-04-02/38, art. 6, 009; Inwerkingtreding : 01-06-2003>
  2. op alle andere door Hem aangewezen plaatsen, waar apparaten of stoffen worden geproduceerd, vervaardigd, gehouden of gebruikt die ioniserende stralingen kunnen verspreiden en die voor de behoeften van de krijgsmacht moeten dienen;
  3. naar aanleiding van de door de minister van Landsverdediging bevolen of vergunde transporten van bovenvermelde apparaten en stoffen.

  Art. 9. Onverminderd het bepaalde in artikel 8 van het Wetboek van strafvordering, worden de leden van de controledienst van het Agentschap die door de Koning werden belast met het toezicht op de naleving van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, bekleed met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de Procureur des Konings.
  Zij sporen de overtredingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten op en stellen ze vast bij proces-verbaal dat geldt tot het tegendeel wordt bewezen. Hun bevoegdheden worden bepaald door de Koning bij een in Ministerraad overlegd besluit onverminderd het bepaalde in artikel 10.
  (De leden van de controledienst hebben het recht een waarschuwing te geven en hierbij een termijn te bepalen waarbinnen de overtreder zich in regel moet stellen.
  Deze termijn mag ten hoogste zes maanden bedragen.
  Wanneer de dag waarop de termijn om zich in regel te stellen verstrijkt een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag is, dan wordt deze verschoven naar de eerstvolgende werkdag.
  Bij het geven van deze waarschuwingen kunnen zij alle passende maatregelen voorschrijven die zij nuttig achten om de gevaren voor de gezondheid en de veiligheid van de werknemers, de bevolking en het leefmilieu op het vlak van de ioniserende stralingen te bestrijden of weg te werken.) <W 2003-04-02/38, art. 7, 009; Inwerkingtreding : 01-06-2003>

  Art. 10. De personen bedoeld in artikel 9 beschikken ook over de hierna volgende bevoegdheden voor de uitoefening waarvan zij een beroep kunnen doen op de hulp van de overtreder of zijn aangestelden.
  Zij hebben te allen tijde vrije toegang tot vervoermiddelen, fabrieken, opslagplaatsen, ziekenhuizen en, meer in het algemeen, tot alle inrichtingen waar apparaten of stoffen die ioniserende stralingen kunnen verspreiden geproduceerd, vervaardigd, gehouden of gebruikt worden.
  (Tot bewoonde lokalen hebben zij evenwel enkel toegang wanneer de rechter in de politierechtbank vooraf toestemming heeft verleend.) <W 2003-04-02/38, art. 8, 009; Inwerkingtreding : 01-06-2003>
  Zij kunnen de apparaten of de stoffen die geproduceerd, vervaardigd, gehouden, vervoerd of gebruikt worden onder voorwaarden die niet stroken met de voorschriften van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten, in beslag nemen.
  In identieke gevallen en afgezien van eventuele rechtsvervolgingen, kunnen zij ambtshalve alle maatregelen treffen om de bronnen van ioniserende stralingen, die gevaar zouden kunnen opleveren voor de volksgezondheid of het leefmilieu, onschadelijk te maken.
  Wat betreft de vervoermiddelen en verpakkingen die niet beantwoorden aan de voorschriften van de besluiten genomen ter uitvoering van deze wet, kunnen zij alle vereiste spoedmaatregelen treffen, inzonderheid het gebruik ervan verbieden, ze vergezellen en in beslag nemen.

  Art. 11. <W 2003-04-02/38, art. 9, 009; Inwerkingtreding : 01-06-2003> De betrokkenen kunnen tegen de maatregelen bedoeld in artikel 9, derde lid, en 10, vierde tot zesde lid, volgens door de Koning vastgestelde regels, beroep instellen bij de minister onder wie het Agentschap ressorteert.
  Het beroep heeft geen schorsende werking.
  Indien de minister geen beslissing heeft genomen binnen de vastgestelde termijn, die niet langer mag zijn dan drie maanden, wordt het beroep geacht gegrond te zijn. In dat geval zijn de maatregelen waartegen beroep werd ingesteld, van rechtswege opgeheven.

  Art. 12. (Opgeheven) <W 2008-12-22/32, art. 270, 016; Inwerkingtreding : 01-01-2009>

  Art. 13.<W 2003-04-02/38, art. 10, 009; Inwerkingtreding : onbepaald> De bepalingen van deze wet inzake de fysieke beveiligingsmaatregelen en haar uitvoeringsbepalingen dienaangaande wijken af voor het kernmateriaal en alle daarop betrekking hebbende documenten en gegevens,van de bepalingen van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen en haar uitvoeringsbesluiten ervan met uitzondering van de bepalingen inzake de veiligheidsmachtigingen en de latere aanpassingen ervan dienaangaande.
  
  TOEKOMSTIG RECHT
  
  Art. 13. <W 2011-03-30/11, art. 17, 2°, 017; Inwerkingtreding : 01-10-2012>

  HOOFDSTUK III. - Opdrachten van het agentschap.

  Art. 14. Onverminderd de bepalingen van de artikelen 7 en 8, is het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle belast met de controle en het toezicht. Het is ook belast met de begeleiding bepaald in artikel 10, tweede lid van de wet van 20 juli 1978 die de maatregelen bevat die het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie toelaten toezichts- en controlewerkzaamheden te verrichten op Belgisch grondgebied.

  Art. 14bis. <Ingevoegd bij W 2008-12-22/33, art. 235; Inwerkingtreding : 01-01-2008> Het Agentschap kan alle daden en activiteiten verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks bijdragen tot de verwezenlijking van de in deze wet bepaalde opdrachten. Het Agentschap kan ook zelf of samen met anderen juridische entiteiten oprichten die tot uitsluitend doel hebben bij te dragen tot de verwezenlijking van zijn opdrachten en erin participeren. Het Agentschap kan tevens participeren in andere juridische entiteiten die tot uitsluitend doel hebben bij te dragen tot de verwezenlijking van de opdrachten van het Agentschap.

  Art. 15.[1 Algemeen gesteld omvat de opdracht van het Agentschap de onderzoekingen die dienstig zijn voor het omschrijven van alle exploitatievoorwaarden van de inrichtingen waarin ioniserende stralingen worden aangewend en tot het bestuderen van de veiligheid en de beveiliging van de inrichtingen waarin nucleaire stoffen worden aangewend of bewaard.]1
  Deze opdracht omvat ook het toezicht, de controles en de inspecties die eruit voortvloeien, de stralingsbescherming, de opleiding en de voorlichting, de contacten met de overheid en met de betrokken nationale instellingen en de interventies in noodgevallen. Het Agentschap verleent zijn technische medewerking aan de minister bevoegd voor Buitenlandse Zaken.
  (Onverminderd de toepassing van artikel 8 van deze wet is het Agentschap eveneens belast met de controle op de fysieke beveiligingsmaatregelen.) <W 2003-04-02/38, art. 11, 009; Inwerkingtreding : onbepaald>
  ----------
  (1)<W 2011-03-30/11, art. 5, 017; Inwerkingtreding : 18-04-2011>

  Art. 15bis. [1 Overeenkomstig artikel 24 van de wet van 1 juli 2011 betreffende de beveiliging en de bescherming van de kritieke infrastructuren en de uitvoeringsbesluiten ervan, is het Agentschap belast met het controleren van de toepassing van de bepalingen van deze wet op een nucleaire installatie bestemd voor de industriële productie van elektriciteit, voor wat betreft de elementen die dienen voor de transmissie van de elektriciteit en die werden aangeduid als kritieke infrastructuur krachtens bovengenoemde wet van...
   De nadere regels van de controle worden door de Koning geregeld.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2011-07-01/08, art. 30, 018; Inwerkingtreding : 15-07-2011>

  Art. 16. § 1. (Met uitzondering van de installaties voor industriële elektriciteitsproductie door splijting van kernbrandstoffen die, overeenkomstig artikelen 3 en 4 van de wet van 31 januari 2003 houdende de geleidelijke uitstap uit kernenergie voor industriële elektriciteitsproductie, niet meer het voorwerp van vergunningen kunnen uitmaken, verleent of weigert de Koning) de oprichtings- en exploitatievergunning die de oprichting voorafgaat van elke inrichting waarin stoffen of apparaten die ioniserende stralingen kunnen uitzenden, aanwezig zijn. <W 2003-01-31/38, art. 5, 008; Inwerkingtreding : 10-03-2003>
  Het Agentschap onderzoekt de aanvragen tot het verkrijgen van de vergunning bedoeld in het eerste lid. Het Agentschap wint daarover het advies in van de Wetenschappelijke Raad waarvan sprake is in artikel 37.
  De vergunning bepaalt onder andere de regelen betreffende de periodieke beoordeling van de veiligheid van de installaties en het moment van de oplevering bedoeld in § 2.
  De Koning bepaalt de voorwaarden waaronder de vergunning bedoeld in het eerste lid, wordt verleend. Hij kan die voorwaarden wijzigen gedurende de volledige levensduur van de inrichting, haar ontmanteling inbegrepen.
  § 2. De exploitatie van een inrichting bedoeld in § 1 mag niet starten vooraleer de Koning, vaststellend dat aan de vergunningsvoorwaarden is voldaan, de vergunning van deze inrichting heeft bevestigd. Deze bevestiging wordt door een gunstig opleveringsrapport, dat door het Agentschap is opgesteld, voorafgegaan. De oplevering vindt plaats vooraleer de radioactieve stoffen die het voorwerp van de vergunning zijn, in de installatie worden ingebracht.
  § 3. Het Agentschap houdt toezicht op de naleving van de voorwaarden opgelegd door de oprichtings- en exploitatievergunning.
  De Koning kan de vergunning schorsen of intrekken op grond van een advies van het Agentschap.

  Art. 17. De Koning bepaalt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de nadere regelen voor de toepassing van artikel 16. Hij deelt de inrichtingen, bedoeld in artikel 16, § 1, in al naargelang het risico dat ze inhouden. Hij mag het verlenen van de vergunning aan inrichtingen, waarvan de indeling met het hoogste risico overeenstemt, niet delegeren.

  Art. 17bis.<Ingevoegd bij W 2003-04-02/38, art. 12, 009; Inwerkingtreding : onbepaald> Op voorstel van het Agentschap :
  - stelt de Koning de fysieke beveiligingsmaatregelen vast die genomen moeten worden met betrekking tot de inrichting, de bewaking en het toezicht over de plaatsen en de voertuigen waarin kernmateriaal wordt opgeslagen;
  - deelt de Koning, overeenkomstig de regelingen vastgesteld in het internationaal recht en de aanbevelingen van het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie, het kernmateriaal voor vreedzaam gebruik in categorieën in, en bepaalt Hij het minimale beschermingsniveau voor elk van die categorieën;
  - stelt de Koning de fysieke beveiligingsmaatregelen vast die genomen moeten worden ter bescherming van de kerntechnologie ontwikkeld door Belgische nucleaire instellingen.
  
  TOEKOMSTIG RECHT
  
  Art. 17bis. <Ingevoegd bij W 2003-04-02/38, art. 12, 009; Inwerkingtreding : onbepaald> Op voorstel van het Agentschap :
  - stelt de Koning de fysieke beveiligingsmaatregelen vast die genomen moeten worden met betrekking tot de inrichting, de bewaking en het toezicht over de plaatsen en de voertuigen waarin kernmateriaal wordt opgeslagen;
  - [1 de Koning bepaalt het minimumbeveiligingsniveau voor elk van de categorieën van kernmateriaal, zoals ze gedefinieerd worden in artikel 17ter;]1
  - stelt de Koning de fysieke beveiligingsmaatregelen vast die genomen moeten worden ter bescherming van de kerntechnologie ontwikkeld door Belgische nucleaire instellingen.
  ----------
  (1)<W 2011-03-30/11, art. 6, 017; Inwerkingtreding : 01-10-2012>

  Art. 17ter.[1 § 1. Het kernmateriaal wordt in drie categorieën onderverdeeld : I, II en III, overeenkomstig de tabel opgenomen als bijlage bij deze wet. De categorieën van het kernmateriaal worden bepaald op basis van hun type, hun gehalte aan splijtbare isotopen, hun hoeveelheid en de intensiteit van hun straling.
   § 2. Met elke categorie kernmateriaal stemt een categoriseringsniveau overeen : de veiligheidsrang. Er zijn drie veiligheidsrangen : " VERTROUWELIJK - NUC ", " GEHEIM - NUC ", " ZEER GEHEIM - NUC ".
   De veiligheidsrang " VERTROUWELIJK - NUC " wordt toegekend wanneer het oneigenlijk gebruik van kernmateriaal schade kan berokken aan personen, goederen of het leefmilieu, of wanneer het een risico op nucleaire proliferatie kan vormen, of wanneer het risico bestaat dat dit materiaal aantrekkelijk zou zijn met het oog op het plegen van criminele of terroristische daden.
   De veiligheidsrang " GEHEIM - NUC " wordt toegekend wanneer het oneigenlijk gebruik van kernmateriaal ernstige schade kan toebrengen aan personen, goederen of het leefmilieu, of wanneer het een belangrijk risico kan vormen op nucleaire proliferatie, of wanneer er een belangrijk risico bestaat dat dit materiaal aantrekkelijk zou zijn met het oog op het plegen van criminele of terroristische daden.
   De veiligheidsrang " ZEER GEHEIM - NUC " wordt toegekend wanneer het oneigenlijk gebruik van kernmateriaal zeer ernstige schade kan toebrengen aan personen, goederen of het leefmilieu, of wanneer het een zeer belangrijk risico kan vormen op nucleaire proliferatie, of wanneer er een zeer belangrijk risico bestaat dat dit materiaal aantrekkelijk zou zijn met het oog op het plegen van criminele of terroristische daden.
   § 3. De veiligheidsrang " GEHEIM - NUC " wordt toegekend aan kernmateriaal van categorie I en II.
   De veiligheidsrang " VERTROUWELIJK - NUC " wordt toegekend aan kernmateriaal van categorie III.
   De directeur-generaal van het Agentschap of zijn afgevaardigde, de verantwoordelijke van het departement dat bevoegd is voor de beveiliging, kan, in uitzonderlijke risicosituaties, of wanneer deze veiligheidsrang vereist wordt door de staat die dit kernmateriaal verstrekt heeft, aan bepaald kernmateriaal van categorie I de veiligheidsrang " ZEER GEHEIM - NUC " toekennen.
   § 4. De Koning bepaalt de maatregelen voor de categorisering van de veiligheidszones van de kerninstallatie of het nucleair vervoerbedrijf, rekening gehouden met de veiligheidsrang die werd toegekend aan het kernmateriaal dat ze bevatten, het radiologisch risico dat hun volledige of gedeeltelijke vernietiging zou kunnen inhouden, of hun rol in het kader van de fysieke beveiligingsmaatregelen van de kerninstallatie of het nucleair vervoerbedrijf.
   § 5. De Koning bepaalt de maatregelen voor de categorisering van de nucleaire documenten, rekening gehouden met de veiligheidsrang die werd toegekend aan het kernmateriaal waar ze betrekking op hebben of met het belang van de informatie die ze bevatten ten aanzien van de nucleaire non-proliferatie, het radiologisch risico of de fysieke beveiliging van het kernmateriaal, de nucleaire installaties of het nucleair vervoer.
   § 6. De Koning bepaalt de regels voor de decategorisering van het gecategoriseerd kernmateriaal, de veiligheidszones en de nucleaire documenten, rekening gehouden met de afname van de risico's op schade aan personen, goederen of het leefmilieu, op nucleaire proliferatie of m.b.t. de aantrekkelijkheid voor criminele of terroristische daden, zoals vermeld in §§ 2, 4 en 5.]1
  ----------
  (1)<W 2011-03-30/11, art. 7, 017; Inwerkingtreding : 01-10-2011>

  Art. 18. Het Agentschap onderzoekt de dossiers inzake vervoer van radioactieve stoffen. Het houdt toezicht op de naleving van de bijzondere voorwaarden opgelegd door de vergunnings- en erkenningsakten afgeleverd door de bevoegde overheid.

  Art. 18bis.<Ingevoegd bij W 2003-04-02/38, art. 14; Inwerkingtreding : 01-06-2003> § 1. Elke persoon die kernmateriaal bewaart, gebruikt of vervoert mag dit niet, zonder de goedkeuring van het Agentschap, doorgeven aan andere personen dan deze die de bevoegdheid hebben om het uit hoofde van hun functie te ontvangen.
  § 2. Elke persoon die over documenten of gegevens beschikt aangaande het kernmateriaal bedoeld in voorgaande paragraaf, mag deze niet zonder de goedkeuring van het Agentschap, doorgeven aan andere personen dan deze die de bevoegdheid hebben om het uit hoofde van hun functie te ontvangen.
  
  TOEKOMSTIG RECHT
  
  Art. 18bis. <Ingevoegd bij W 2003-04-02/38, art. 14; Inwerkingtreding : 01-06-2003> § 1. Elke persoon die kernmateriaal bewaart, gebruikt of vervoert mag dit niet, zonder de goedkeuring van het Agentschap, doorgeven aan andere personen dan deze die de bevoegdheid hebben om het uit hoofde van hun functie te ontvangen.
  § 2. Elke persoon die over [1 nucleaire documenten]1, mag deze niet zonder de goedkeuring van het Agentschap, doorgeven aan andere personen dan deze die de bevoegdheid hebben om het uit hoofde van hun functie te ontvangen.
  
  ----------
  (1)<W 2011-03-30/11, art. 8, 017; Inwerkingtreding : 01-10-2012>

  Art. 18ter.<Ingevoegd bij W 2003-04-02/38, art. 15; Inwerkingtreding : onbepaald> § 1. De Koning bepaalt de zones binnen de nucleaire installaties waar de toegang wordt afhankelijk gemaakt van een identiteitscontrole.
  § 2. Het Agentschap bepaalt de overige toegangsmodaliteiten voor deze zones.
  
  
  TOEKOMSTIG RECHT
  
  Art. 18ter. <Opgeheven door W 2011-03-30/11, art. 17, 2°, 017; En vigueur : 01-10-2011>

  Art. 19. Onder de voorwaarden, binnen de grenzen en volgens de nadere regelen bepaald in artikel 3 :
  - keurt het Agentschap de medische toestellen goed die ioniserende stralingen uitzenden en houdt er toezicht op;
  - erkent het Agentschap de apothekers en de geneesheren die ioniserende stralingsbronnen gebruiken, de geneesheren belast met het medisch toezicht op de werknemers die beroepshalve zijn blootgesteld aan ioniserende stralingen, alsook de deskundigen belast met de fysische controle van de inrichtingen;
  - onderzoekt het Agentschap de vergunningsaanvragen en kent het de vergunningen toe voor het gebruik van radioactieve stoffen in de geneeskunde, alsook voor de vervaardiging en de verdeling van deze stoffen. Het houdt toezicht op de naleving van de bijzondere voorwaarden opgelegd door de vergunningsakten.

  Art. 20. Onder de voorwaarden, binnen de grenzen en volgens de nadere regelen bepaald in artikel 3, onderzoekt het Agentschap de vergunningsaanvragen en kent het de vergunningen toe voor het gebruik van ioniserende stralingen voor de sterilisatie van medische apparaten en de behandeling van voedingswaren. Het houdt toezicht op de naleving van de bijzondere voorwaarden opgelegd door de vergunningsakten.
  (De controle op de behandeling van voedingsmiddelen gebeurt gezamenlijk met het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.) <KB 2001-02-22/33, art. 24, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>

  Art. 21. Het Agentschap houdt toezicht op de radioactiviteit over het gehele grondgebied zowel in normale omstandigheden als in noodgevallen. In normale omstandigheden bestaat die taak erin op geregelde tijdstippen de radioactiviteit van de lucht, het water, de bodem en de voedselketen te bepalen alsmede de door de bevolking opgelopen stralingsdosis te beoordelen en nauwlettend op te volgen.
  Daartoe kan het Agentschap een beroep doen op bevoegde openbare en partikuliere instellingen.

  Art. 22. Het Agentschap verleent technische hulp bij de uitwerking van de noodplannen die de minister van Binnenlandse Zaken beslist. Het organiseert een interventiecel voor de noodgevallen.

  Art. 23. Het Agentschap is ermee belast een wetenschappelijke en technische documentatie op het gebied van de nucleaire veiligheid samen te stellen. Het Agentschap kan alle documenten, in om het even welke vorm, opvragen bij de instellingen en bedrijven waar het de controle uitoefent.
  Het bevordert en coördineert de onderzoeks- en ontwikkelingswerkzaamheden. Het knoopt bevoorrechte betrekkingen aan met de openbare instellingen die in het nucleaire domein werkzaam zijn, met de kringen van het wetenschappelijk onderzoek alsook met de betrokken internationale organisaties.

  Art. 24. Het Agentschap doet voorstellen aan de ministers onder wie het ressorteert aangaande maatregelen die de Koning krachtens deze wet oplegt.

  Art. 25. Binnen de grenzen van zijn bevoegdheid controleert het Agentschap de naleving door de exploitanten van hun verplichtingen inzake opleiding, informatie en bescherming van de werknemers.

  Art. 26. Het Agentschap is belast met de verspreiding van neutrale en objectieve informatie op nucleair gebied. Het zorgt voor het overbrengen van technische informatie inzake stralingsbescherming en nucleaire veiligheid. Het werkt, op initiatief van de minister van Binnenlandse Zaken, mee aan de informatieverstrekking aangaande de noodplannen die deze minister opstelt.
  Het stelt een jaarlijks activiteitenverslag op dat voorgelegd wordt aan de toezichthoudende overheden en bestemd is voor de Wetgevende Kamers.

  Art. 27. In afwijking van artikel 1676 van het Gerechtelijk Wetboek is het Agentschap bevoegd elk geschil bij overeenkomst aan arbitrage te onderwerpen.

  HOOFDSTUK IV. - De uitbesteding van bepaalde opdrachten door het agentschap.

  Art. 28. <W 2008-12-22/33, art. 236, 015; Inwerkingtreding : 01-01-2008> Onder zijn eigen verantwoordelijkheid kan het Agentschap, voor de uitoefening van bepaalde opdrachten, een beroep doen op de medewerking van instellingen die het speciaal daartoe heeft erkend of juridische entiteiten die het speciaal daartoe heeft gecreëerd.
  Het gaat, geheel of gedeeltelijk, om de bestendige controle van de goede uitvoering van de opdrachten toebedeeld aan de dienst voor fysische controle die de bedrijfsleider moet oprichten, om de oplevering van de nieuwe installaties, om de goedkeuring van bepaalde beslissingen van de dienst voor fysische controle.
  Wat het vervoer van bijzondere splijtbare producten betreft, kan het Agentschap ook een door haar erkende instelling of gecreëerde entiteit belasten met het permanent toezicht op de lading, het vervoer en het afleveren van die producten.

  Art. 29. De erkenningen bedoeld in artikel 28 worden verleend op basis van de door het Agentschap vastgelegde criteria en hebben onder meer betrekking op :
  - de kwalificaties van het personeel van de instelling;
  - de middelen waarover de instelling moet beschikken voor het uitvoeren van de opdrachten;
  - de nadere regelen inzake controle op zowel de werkwijze van de instelling als op de uitvoering van de haar toevertrouwde opdrachten.
  De Koning regelt bij een in Ministerraad overlegd besluit, na advies van het Agentschap, de procedure tot toekenning en intrekking van de erkenning van de instellingen.
  Iedere eerste erkenning van een in dit hoofdstuk bedoelde instelling, verleend krachtens deze wet, wordt toegekend voor een duur van maximum vijf jaar. Deze kan verlengd worden voor perioden van maximum vijf jaar.

  Art. 30. <W 2008-12-22/33, art. 237, 015; Inwerkingtreding : 01-01-2008> § 1. De opdrachten, bedoeld in artikel 28, die worden toegewezen aan een door het Agentschap speciaal daartoe gecreëerde entiteit worden nader bepaald door de Koning die tevens bepaalt op welke wijze de prestaties, verricht door de entiteit, worden vergoed en op welke wijze het Agentschap toezicht zal uitoefenen op de opdrachten die aan de entiteit worden toegekend.
  § 2. De opdrachten bedoeld in artikel 28 die worden toegewezen aan een door het Agentschap erkende instelling worden toegekend op grond van een bestek.
  De Koning keurt het bestek goed dat door het Agentschap wordt opgesteld.
  Het Agentschap wijst de instelling aan die met de opdracht wordt belast op basis van het bestek en de ontvangen regelmatige offerten.

  HOOFDSTUK V. - Middelen, begroting, rekeningen.

  Art. 30bis. <Ingevoegd bij W 2007-05-15/41, art. 3; Inwerkingtreding : 01-09-2001> § 1. De bedragen van de jaarlijkse heffingen, die ten bate van het Agentschap worden geheven ten laste van houders van vergunningen en erkenningen, worden als volgt vastgesteld :
  (Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 08-06-2007, p. 31208-31209).
  § 2. Deze heffingen zijn verschuldigd door elke inrichting die op 1 januari van het begrotingsjaar vergund is, voor elke handeling die op 1 januari van dit jaar het voorwerp uitmaakt van een vergunning met een geldigheidstermijn van één jaar of meer en voor elke persoon of inrichting die op 1 januari van dit jaar is erkend voor een periode van één jaar of meer.
  § 3. In de loop van het eerste kwartaal van ieder begrotingsjaar verstuurt het Agentschap een betalingsbevel aan elke heffingsplichtige, dat het te betalen bedrag van de heffing vermeldt. Het jaarlijks te betalen bedrag van de heffing moet worden betaald op het in het betalingsbevel vermelde rekeningnummer van het Agentschap binnen twee maanden na de ontvangstdatum.
  Heffingen die niet zijn betaald binnen de in het eerste lid bepaalde termijn worden ambtshalve met 25 % verhoogd. De heffingsplichtigen ontvangen hiertoe een aanmaning van het Agentschap.
  Heffingen die niet zijn betaald binnen de vier maanden na de ontvangst van het betalingsbevel bedoeld in het eerste lid, worden ambtshalve met 50 % verhoogd. De heffingsplichtigen ontvangen hiertoe een tweede aanmaning van het Agentschap.
  § 4. De heffingen verschuldigd bij deze wet kunnen bij dwangbevel worden ingevorderd. De dwangbevelen worden bij deurwaardersexploot betekend.
  § 5. De Koning wijst de personen aan die de dwangbevelen uitsturen, uitvaardigen en uitvoerbaar maken.

  Art. 30bis/1.<ingevoegd bij W 2008-12-22/32, art. 271; Inwerkingtreding : 01-01-2009> § 1. De bedragen van de jaarlijkse heffingen, die ten bate van het Agentschap worden geheven ten laste van houders van vergunningen en erkenningen en geregistreerden, worden als volgt vastgesteld :
  

  
Omschrijving van deJaarJaarJaarJaarJaarvanaf het heffingsjaar
vergunde inrichting,200920102011201220132014
de vergunde of    [1 ....]1[1 ....]1
geregistreerde      
activiteit of de      
erkende persoon of      
diensten      
Kernreactoren voor2 5612 6122 6642 717  
elektriciteits-      
productie, per      
megawatt      
geinstalleerd      
vermogen      
Kernreactoren voor5 0005 1005 2025 306  
onderzoek met een      
thermisch vermogen      
van maximaal      
5 megawatt      
Inrichtingen van25 60526 11726 64027 172  
klasse 1, andere      
dan kernreactoren      
voor      
elektriciteits-      
productie en      
onderzoeksreactoren      
Kernreactoren voor25 60526 11726 64027 172  
onderzoek met een      
thermisch vermogen      
groter dan      
5 megawatt      
Ontmanteling van300 000306 000312 120318 362  
kernreactoren voor      
elektriciteits-      
productie      
Ontmanteling van12 80313 05913 32013 586  
kernreactoren voor      
onderzoek met een      
vermogen groter      
dan 5 megawatt.      
Ontmanteling van12 80313 05913 32013 586  
inrichtingen van      
klasse 1, andere      
dan kernreactoren      
voor      
elektriciteits-      
productie en      
onderzoeksreactoren      
Ontmanteling van2 5002 5502 6012 653  
kernreactoren voor      
onderzoek met een      
vermogen van      
maximaal 5 megawatt      
Inrichtingen voor10 00010 20010 40410 612  
het winnen en de      
conditionering van      
isotopen uit      
bestraalde      
splijtstof, voor      
zover zij niet      
onder klasse 1      
vallen      
Ontmanteling van de5 0005 1005 2025 306  
inrichtingen voor      
het winnen en de      
conditionering van      
isotopen uit      
bestraalde      
splijtstof, voor      
zover zij niet      
onder klasse 1      
vallen.      
Inrichtingen met een5 0005 1005 2025 306  
of meerdere      
deeltjesversnellers      
met uitzondering      
van versnellers      
voor de      
rechtstreekse      
behandeling van      
patienten      
Ontmanteling van2 5002 5502 6012 653  
inrichtingen met      
een of meerdere      
deeltjesversnellers      
met uitzondering      
van versnellers      
voor de      
rechtstreekse      
behandeling van      
patienten      
Inrichting met een5 0005 1005 2025 306  
vergunde activiteit      
van hoger dan      
1 000 TBq      
Ontmanteling van een2 5002 5502 6012 653  
inrichting met een      
vergunde activiteit      
van hoger dan      
1 000 TBq      
Inrichting van1 6001 6321 6651 698  
klasse 2 bestaande      
uit een of meerdere      
deeltjesversnellers      
voor de      
rechtstreekse      
bestraling van      
patienten      
Inrichtingen van1 6001 6321 6651 698  
klasse 2, andere      
dan deze bestaande      
uit een of meerdere      
deeltjesversnellers      
voor de      
rechtstreekse      
bestraling van      
patienten      
Inrichtingen van949698100  
klasse 3 bestaande      
uit een of meerdere      
RX-toestellen      
Inrichtingen van189193196200  
klasse 3, andere      
dan inrichtingen met      
een of meerdere      
RX-toestellen      
Beroepsactiviteiten604653666679  
waarbij natuurlijke      
stralingsbronnen      
aangewend worden en      
die door het      
Agentschap vergund      
zijn.      
Gebruik, buiten een200204208212  
vergunde      
inrichting, van      
bronnen van      
ioniserende      
stralingen die geen      
radioactieve      
stoffen bevatten.      
Geregistreerde480490499509  
invoerders die      
enkel radioactieve      
stoffen invoeren      
bestemd voor eigen      
gebruik      
Geregistreerde9609799991 019  
invoerders die      
radioactieve      
stoffen invoeren      
bestemd voor      
verdere verdeling      
Vervoerders van1 9201 9591 9982 038  
radioactieve      
stoffen, houders      
van een of meerdere      
algemene      
vervoervergunningen      
(het specifieke      
vervoer van      
ontmantelde      
bliksemafleiders      
uitgezonderd)      
Vervoerders van1 2801 3061 3321 359  
radioactieve      
stoffen, voor elke      
speciale      
vervoervergunning      
Houders van een3 2013 2653 3303 397  
vergunning voor      
het in de handel      
brengen van      
radioactieve      
producten bestemd      
voor in vivo      
gebruik of voor      
therapie in de      
geneeskunde of      
de diergeneeskunde      
Houders van een1 0671 0881 1101 132  
vergunning voor het      
in de handel      
brengen van      
radioactieve      
producten bestemd      
voor in vitro      
gebruik in de      
geneeskunde of de      
diergeneeskunde      
Voertuigen en32 00732 64733 30033 966  
vaartuigen met      
kernaandrijving      
(1)<Geschrapt door W 2012-03-29/08, art. 33, 019; Inwerkingtreding : 01-04-2012>


  § 2. De heffingen bedoeld in § 1 zijn verschuldigd door elke inrichting die op 1 januari van het begrotingsjaar vergund is, voor elke handeling die op 1 januari van dit jaar het voorwerp uitmaakt van een vergunning met een geldigheidstermijn van één jaar of meer en voor elke persoon of inrichting die op 1 januari van dit jaar is erkend of geregistreerd voor een periode van één jaar of meer.
  § 3. De bedragen van de jaarlijkse heffingen, die ten bate van het Agentschap worden geheven ten laste van de Nationale instelling voor radioactief afval en verrijkte splijtstoffen (NIRAS), worden als volgt vastgesteld :
  

  
InstellingProjectJaarJaarJaar
  200920102011
NIRASBerging van het afval1 150 0001 173 0001 196 460
 categorie A   
NIRASOnderzoeks- en1 020 0001 040 4001 061 208
 ontwikkelingsprogramma   
 met het oog op de   
 berging van afval van   
 de categorieen B en C.  



  
InstellingProjectJaarJaarBedrag van
  20122013toepassing
    vanaf het
    heffingsjaar
    2014.
NIRASBerging van het afval1 220 3891 244 7971 269 693
 categorie A   
NIRASOnderzoeks- en1 082 4321 104 0811 126 162
 ontwikkelingsprogramma   
 met het oog op de   
 berging van afval van   
 de categorieen B en C.  


  [2 § 3bis. De bedragen van de jaarlijkse heffingen die ten bate van het Agentschap worden geheven ten laste van het Studiecentrum voor Kernenergie, onverminderd de bedragen die deze exploitant verschuldigd is overeenkomstig § 1 en de artikelen 30bis/2 en 30bis/3 worden als volgt vastgesteld :
  

  
InstellingProjectJaar 2013Jaar 2014Jaar 2015
-----
EtablissementProjetAnnée 2013Année 2014Année 2015
Studiecentrum voor Kernenergie    
- Myrrha704 975719 075733 456
Centre d'Etude de l'Energie nucléaire   


  Deze bedragen zijn bestemd voor de diensten die het Agentschap moet leveren in het kader van het in het eerste lid vernoemde project Myrrha voor het Studiecentrum voor Kernenergie.
   Zodra de Koning overeenkomstig artikel 16, § 2, de vergunning die werd verleend aan het Studiecentrum voor Kernenergie of diens gemachtigde voor de inrichting die het voorwerp uitmaakt van dit project bevestigt, is de in deze paragraaf voor het desbetreffende project vermelde heffing niet langer verschuldigd. Het Studiecentrum voor Kernenergie of diens gemachtigde is het voorwerp van een gedeeltelijke ontheffing en wordt ambtshalve terugbetaald pro rata temporis, voor wat betreft het gedeelte van het begrotingsjaar dat nog niet verlopen is op het ogenblik van de inwerkingtreding van de bevestiging.]2
  Deze bedragen zijn bestemd voor de diensten die het Agentschap moet leveren [1 in het kader van de in het eerste lid bedoelde projecten]1 in opdracht van NIRAS.
  Zodra NIRAS of diens gemachtigde een vergunning ontvangt, is de in deze paragraaf voor het desbetreffende project vermelde heffing niet langer verschuldigd. Ze zijn het voorwerp van een gedeeltelijke ontheffing en worden ambtshalve terugbetaald pro rata temporis, voor wat betreft het gedeelte van het begrotingsjaar dat nog niet verlopen is op het ogenblik van het uitreiken van de vergunning.
  De Koning kan, eens de vergunning is uitgereikt, bij een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad en te bekrachtigen bij wet binnen het jaar, bepalen dat een nieuw type vergunde inrichting, zijnde een bergingsinstallatie voor radioactief afval, wordt bijgevoegd aan artikel 30bis/1, § 1, met een jaarlijkse heffing te bepalen in datzelfde besluit.
  § 4. Om geheel of gedeeltelijk de bestuurs-, werkings-, studie- en investeringskosten te dekken, voortvloeiend uit het noodplan voor nucleaire risico's, wordt ten bate van het Agentschap en de Staat een jaarlijkse heffing vastgesteld van 500 euro per megawatt netto elektrisch geïnstalleerd vermogen, ten laste van de exploitanten van vergunde kernreactoren die bestemd zijn voor de productie van elektrische energie.
  Deze heffing ten bate van het Agentschap en de Staat wordt gestort op het fonds voor de risico's van nucleaire ongevallen, FOD Binnenlandse Zaken, Koningsstraat 64-66, 1000 Brussel.
  § 5. In de loop van het eerste kwartaal van ieder begrotingsjaar verstuurt het Agentschap een betalingsverzoek aan de heffingsplichtigen bedoeld in de §§ 1 en 3. Het betalingsverzoek vermeldt het te betalen bedrag van de heffing. Het jaarlijks te betalen bedrag van de heffing moet worden betaald op het in het betalingsverzoek vermelde rekeningnummer van het Agentschap.
  Voor de heffingen die niet zijn betaald voor het einde van de maand volgend op de maand waarin het betalingsverzoek werd verstuurd zendt het Agentschap een aanmaning per aangetekende brief. Indien aan deze aanmaning geen gevolg wordt gegeven binnen een periode van 14 kalenderdagen na ontvangst, wordt de heffing ambtshalve met 25 % verhoogd.
  Voor de heffing voorzien in § 4 verstuurt de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken een betalingsverzoek aan de heffingsplichtige. Het betalingsverzoek vermeldt het te betalen bedrag van de heffing. Het jaarlijks te betalen bedrag van de heffing moet worden betaald op het in het betalingsverzoek vermelde rekeningnummer.
  ----------
  (1)<W 2011-03-30/11, art. 9, 017; Inwerkingtreding : 18-04-2011>
  (2)<W 2012-03-29/08, art. 33, 019; Inwerkingtreding : 01-04-2012>

  Art. 30bis/2. [1 De bedragen van de jaarlijkse heffingen, die ten bate van het Agentschap worden geheven ten laste van houders van vergunningen en erkenningen en van geregistreerden, worden als volgt vastgesteld :
  

  
Omschrijving van de vergunde inrichting, de vergunde of geregistreerde activiteit of de erkende persoon of dienstenJaar 2013Jaar 2014Jaar 2015Bedrag van toepassing
   vanaf het heffingsjaar 2016
-----
Description de l'établissement autorisé, de l'activité autorisée ou enregistrée ou des personnes ou services agréésAnnée 2013Année 2014Année 2015Montant d'application
   à partir de l'année d'imposition 2016
REACTOREN/REACTEURS
Kernreactoren voor elektriciteitsproductie, per megawatt geïnstalleerd vermogen    
- 3 1093 1723 2353 300
Réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique, par mégawatt de puissance installée    
Kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen van maximaal 5 megawatt    
- 6 0726 1936 3176 443
Réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique ne dépasse pas 5 mégawatt    
Kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen groter dan 5 megawatt    
- 31 09431 71632 35032 997
Réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique dépasse 5 mégawatt    
Ontmanteling van kernreactoren voor elektriciteitsproductie    
- 364 304371 590379 022386 602
Démantèlement des réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique    
Ontmanteling van kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen groter dan 5 megawatt    
- 15 54715 85816 17516 499
Démantèlement des réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique dépasse 5 mégawatt    
Ontmanteling van kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen van maximaal 5 megawatt    
- 3 0363 0973 1593 222
Démantèlement des réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique ne dépasse pas 5 mégawatt    
INRICHTINGEN VAN KLASSE I/ETABLISSEMENTS DE CLASSE I
Inrichtingen van klasse I, andere dan kernreactoren voor elektriciteitsproductie en onderzoeksreactoren    
- 31 09431 71632 35032 997
Etablissements de classe I, autres que les réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique et à la recherche    
Ontmanteling van inrichtingen van klasse I, andere dan kernreactoren voor elektriciteitsproductie en onderzoeksreactoren    
- 15 54715 85816 17516 499
Démantèlement des établissements de classe I, autres que les réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique et à la recherche    
INRICHTINGEN VAN KLASSE II/ETABLISSEMENTS DE CLASSE II
Inrichtingen van klasse II waar radioactieve stoffen worden gewonnen uit bestraalde splijtstoffen en waar deze worden geconditioneerd voor de verkoop.    
- 11 36111 58811 82012 056
Etablissements de classe II où des substances radioactives sont produites à partir de substances fissiles irradiées, et où elles sont conditionnées pour la vente    
Ontmanteling van de inrichtingen van klasse II waar radioactieve stoffen worden gewonnen uit bestraalde splijtstoffen en waar deze worden geconditioneerd voor de verkoop    
- 5 6805 7945 9106 028
Démantèlement d'établissements de classe II où des substances radioactives sont produites à partir de substances fissiles irradiées, et où elles sont conditionnées pour la vente    
Inrichtingen van klasse II met een of meerdere deeltjesversnellers die gebruikt worden voor onderzoek of voor de productie van radionucliden (met uitzondering van elektronische microscopen) alsook de inrichtingen waar deze deeltjesversnellers worden vervaardigd en/of getest    
- 5 6805 7945 9106 028
Etablissements de classe II où se trouvent un ou plusieurs accélérateurs de particules utilisés pour la recherche ou pour la production de radionucléides (à l'exception des microscopes électroniques) ainsi que les établissements où ces accélérateurs de particules sont produits et/ou testés    
Inrichtingen van klasse II met een of meerdere deeltjesversnellers voor de rechtstreekse behandeling van patiënten    
- 1 8181 8551 8921 929
Etablissements de classe II dotés d'un ou plusieurs accélérateurs de particules destinés au traitement direct des patients    
Andere inrichtingen van klasse II met een of meerdere deeltjesversnellers    
- 5 6805 7945 9106 028
Autres établissements de classe II dotés d'un ou plusieurs accélérateurs de particules    
Ontmanteling van inrichtingen van klasse II met een of meerdere deeltjesversnellers    
- 2 8402 8972 9553 014
Démantèlement d'établissements de classe II dotés d'un ou plusieurs accélérateurs de particules    
Inrichting van klasse II waar zich bestralingsinstallaties bevinden met een bron waarvan de activiteit gelijk is aan of hoger ligt dan 100 TBq, met uitzondering van bestralingseenheden voor de behandeling van patiënten en met uitzondering van bronnen die in alle omstandigheden in hun afscherming blijven    
- 5 6805 7945 9106 028
Etablissements de classe II où se trouvent des installations d'irradiation avec une source dont l'activité est égale ou supérieure à 100 TBq, à l'exception des unités d'irradiation pour le traitement des patients et à l'exception des sources qui restent dans leur blindage en toutes circonstances    
Inrichtingen van klasse II waar radioactieve stoffen worden verpakt voor verkoop in industriële hoeveelheden    
- 5 6805 7945 9106 028
Etablissements de classe II où des substances radioactives sont conditionnées pour la vente en quantités industrielles    
Andere inrichtingen van klasse II, dan deze reeds vermeld in deze tabel    
- 1 8181 8551 8921 929
Etablissements de classe II autres que ceux déjà repris dans le présent tableau    
INRICHTINGEN VAN KLASSE III/ETABLISSEMENTS DE CLASSE III
Inrichtingen van klasse III bestaande uit een of meerdere RX - toestellen    
- 107109111114
Etablissements de classe III composés d'un ou plusieurs appareils à rayonnement X    
Inrichtingen van klasse III, andere dan inrichtingen met een of meerdere RX - toestellen    
- 214218223227
Etablissements de classe III autres que les établissements dotés d'un ou plusieurs appareils à rayonnement X    
MOBIELE INSTALLATIES/INSTALLATIONS MOBILES
Voertuigen en vaartuigen met kernaandrijving    
- 36 36337 09037 83238 588
Véhicules et navires à propulsion nucléaire    
De mobiele installaties en de tijdelijke of bij gelegenheid uitgevoerde werkzaamheden, uitgezonderd de mobiele toestellen uitsluitend gebruikt in het kader van de humane of diergeneeskunde, die röntgenstralen voortbrengen waarbij de nominale piekspanning 200 kV niet overschrijdt    
- 227232236241
Les installations mobiles et les activités temporaires ou occasionnelles, à l'exception des appareils mobiles exclusivement utilisés dans le cadre de la médecine humaine ou vétérinaire qui émettent des rayons X dont la tension de crête nominale ne dépasse pas 200 kV    
Mobiele toestellen uitsluitend gebruikt in het kader van de humane of diergeneeskunde, die röntgenstralen voortbrengen waarbij de nominale piekspanning 200 kV niet overschrijdt.    
- 227232236241
Les appareils mobiles exclusivement utilisés dans le cadre de la médecine humaine ou vétérinaire qui émettent des rayons X dont la tension de crête nominale ne dépasse pas 200 kV    
ACTIVITEITEN/ACTIVITES
Beroepsactiviteiten waarbij natuurlijke stralingsbronnen aangewend worden en die door het Agentschap vergund zijn    
- 727742757772
Activités professionnelles mettant en jeu des sources naturelles de rayonnement et autorisées par l'Agence    
Geregistreerde invoerders die enkel radioactieve stoffen invoeren bestemd voor eigen gebruik    
- 545556567578
Importateurs enregistrés qui importent uniquement des substances radioactives destinées à leur propre usage    
Geregistreerde invoerders die radioactieve stoffen invoeren bestemd voor verdere verdeling    
- 1 0911 1131 1351 158
Importateurs enregistrés qui importent des substances radioactives destinées à être redistribuées    
Vervoerders van radioactieve stoffen, houders van één of meerdere algemene vervoervergunningen (het specifieke vervoer van ontmantelde bliksemafleiders uitgezonderd)    
- 2 1822 2252 2702 315
Transporteurs de substances radioactives, détenteurs d'une ou plusieurs autorisations générales de transport (à l'exception du transport spécifique de paratonnerres démantelés)    
Vervoerders van radioactieve stoffen, voor elke speciale vervoervergunning    
- 1 4551 4841 5131 544
Transporteurs de substances radioactives, pour toute autorisation spéciale de transport    
Houders van een vergunning voor het in de handel brengen van radioactieve producten bestemd voor in vivo gebruik of voor therapie in de geneeskunde of de diergeneeskunde    
- 3 6363 7093 7833 859
Détenteurs d'une autorisation pour la commercialisation de produits radioactifs destinés à un usage in vivo ou à la thérapie en médecine humaine ou vétérinaire    
Houders van een vergunning voor het in de handel brengen van radioactieve producten bestemd voor in vitro gebruik in de geneeskunde of de diergeneeskunde    
- 1 2121 2361 2611 286
Détenteurs d'une autorisation pour la commercialisation de produits radioactifs destinés à un usage in vitro en médecine humaine ou vétérinaire   

]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2012-03-29/08, art. 34, 019; Inwerkingtreding : 01-04-2012>

  Art. 30bis/3. [1 § 1. Een aanvullende heffing wordt voor het begrotingsjaar 2012 ten bate van het Agentschap geheven ten laste van de houders van vergunningen en erkenningen. De bedragen van deze aanvullende heffing, worden als volgt vastgesteld :
  

  
Omschrijving van de vergunde inrichting, de vergunde
   of geregistreerde activiteit of de erkende persoon of diensten
 
-Jaar/Année 2012
Description de l'établissement autorisé, de l'activité
   autorisée ou enregistrée ou des personnes ou services agréés
 
REACTOREN/REACTEURS
Kernreactoren voor elektriciteitsproductie, per megawatt geïnstalleerd vermogen 
- 331
Réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique, par mégawatt de puissance installée 
Kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen van maximaal 5 megawatt 
- 647
Réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique ne dépasse pas 5 mégawatt 
Kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen groter dan 5 megawatt 
- 3 312
Réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique dépasse 5 mégawatt 
Ontmanteling van kernreactoren voor elektriciteitsproductie 
- 38 798
Démantèlement des réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique 
Ontmanteling van kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen groter dan 5 megawatt 
- 1 656
Démantèlement des réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique dépasse 5 mégawatt 
Ontmanteling van kernreactoren voor onderzoek met een thermisch vermogen van maximaal 5 megawatt 
- 323
Démantèlement des réacteurs nucléaires destinés à la recherche dont la puissance thermique ne dépasse pas 5 mégawatt 
INRICHTINGEN VAN KLASSE I/ETABLISSEMENTS DE CLASSE I
Inrichtingen van klasse I, andere dan kernreactoren voor elektriciteitsproductie en onderzoeksreactoren 
- 3 312
Etablissements de classe I, autres que les réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique et à la recherche 
Ontmanteling van inrichtingen van klasse I, andere dan kernreactoren voor elektriciteitsproductie en onderzoeksreactoren 
- 1 656
Démantèlement des établissements de classe I, autres que les réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique et à la recherche

§ 2. De aanvullende heffingen bedoeld in § 1 zijn verschuldigd door elke inrichting die op 1 april van het begrotingsjaar 2012 vergund is, voor elke handeling die op 1 april 2012 het voorwerp uitmaakt van een vergunning waarvan de geldigheidstermijn minstens nog tot 31 december 2012 loopt en voor elke persoon of inrichting die op 1 april 2012 is erkend of geregistreerd voor een periode die minstens nog tot 31 december 2012 loopt.
   § 3. Er wordt voor het begrotingsjaar 2012 een bijkomende heffing ten bate van het Agentschap geheven ten laste van het Studiecentrum voor Kernenergie. Het bedrag van deze bijkomende heffing die wordt geheven onverminderd de bedragen die deze exploitant verschuldigd is overeenkomstig artikel 30bis /1, 30bis/2 of 30bis/3, § 1, wordt als volgt vastgesteld :
  

  
InstellingProjectJaar 2012
---
EtablissementProjetAnnée 2012
Studiecentrum voor Kernenergie  
- Myrrha691 152
Centre d'Etude de l'Energie nucléaire 

Deze bedragen zijn bestemd voor de diensten die het Agentschap moet leveren gedurende het begrotingsjaar 2012 in het kader van het in het eerste lid vernoemde project Myrrha voor het Studiecentrum voor Kernenergie.
   Zodra de Koning overeenkomstig artikel 16, § 2, de vergunning bevestigt die werd verleend aan het Studiecentrum voor Kernenergie of diens gemachtigde voor de inrichting die het voorwerp uitmaakt van dit project, is de in deze paragraaf voor het desbetreffende project vermelde heffing niet langer verschuldigd. Het Studiecentrum voor Kernenergie of diens gemachtigde is het voorwerp van een gedeeltelijke ontheffing en wordt ambtshalve terugbetaald pro rata temporis, voor wat betreft het gedeelte van het begrotingsjaar dat nog niet verlopen is op het ogenblik van de inwerkingtreding van de bevestiging.
   § 4. In de loop van het tweede begrotingskwartaal van het begrotingsjaar 2012 verstuurt het Agentschap een betalingsverzoek aan de heffingsplichtigen bedoeld in §§ 1 en 3. Het betalingsverzoek vermeldt het te betalen bedrag van de heffing. Het te betalen bedrag van de heffing moet worden betaald op het in het betalingsverzoek vermelde rekeningnummer van het Agentschap.
   Voor de heffingen die niet zijn betaald voor het einde van de maand volgend op de maand waarin het betalingsverzoek werd verstuurd zendt het Agentschap een aanmaning per aangetekende brief. Indien aan deze aanmaning geen gevolg wordt gegeven binnen een periode van 14 kalenderdagen na ontvangst, wordt de heffing ambtshalve met 25 % verhoogd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2012-03-29/08, art. 35, 019; Inwerkingtreding : 01-04-2012>

  Art. 30ter. <Ingevoegd bij W 2007-05-15/41, art. 4; Inwerkingtreding : 01-09-2001> § 1. Voor de jaren 2001 tot 2006 worden de betalingsbevelen, die het Agentschap en het Fonds voor de risico's van nucleaire ongevallen in deze periode aan elke heffingsplichtige hebben gericht op basis van het koninklijk besluit van 24 augustus 2001 tot bepaling van de bedragen en de betalingswijze van de retributies geheven met toepassing van de reglementering betreffende de ioniserende stralingen, geacht betalingsbevelen te zijn in de zin van deze wet.
  § 2. Een vrijstelling van heffing, bedoeld in deze wet, wordt verleend aan de heffingsplichtigen die voor de jaren 2001 tot 2006 een jaarlijkse retributie hebben betaald op basis van het koninklijk besluit van 24 augustus 2001 tot bepaling van de bedragen en de betalingswijze van de retributies geheven met toepassing van de reglementering betreffende de ioniserende stralingen.

  Art. 30quater. <ingevoegd bij W 2008-12-22/32, art. 272; Inwerkingtreding : 01-01-2009> De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepalen dat retributies worden geheven :
  1° ten bate van het Agentschap ter gelegenheid van het indienen van een aangifte, van een aanvraag tot het bekomen van een vergunning, een toelating, een erkenning of een registratie en ten laste van de aanvrager of indiener;
  2° ten bate van de vennootschappen, verenigingen, samenwerkingsverbanden en andere juridische entiteiten, al dan niet bekleed met rechtspersoonlijkheid, opgericht door het Agentschap of optredend onder het toezicht en onder de verantwoordelijkheid ervan, om de kosten te dekken die voortvloeien uit de uitvoering van de controleopdrachten zoals omschreven in artikel 15.

  Art. 30quinquies.<ingevoegd bij W 2008-12-22/32, art. 273; Inwerkingtreding : 01-01-2009> [1 De heffingen, de bijkomende heffingen, de aanvullende heffingen en de retributies]1 verschuldigd krachtens deze wet kunnen door de Directeur-generaal van het Agentschap bij dwangbevel worden ingevorderd. De dwangbevelen worden betekend bij deurwaardersexploot.
  Het dwangbevel bevat een bevel om te betalen binnen de dertig kalenderdagen op straffe van tenuitvoerlegging door beslag, alsook een verantwoording van de gevorderde bedragen en een afschrift van de uitvoerbaarverklaring.
  De heffings- en retributieplichtige kan tegen het dwangbevel verzet aantekenen voor de rechtbank van eerste aanleg te Brussel.
  Het verzet is, op straffe van nietigheid, met redenen omkleed; het dient gedaan te worden door middel van een dagvaarding aan het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle bij deurwaardersexploot betekend binnen de dertig kalenderdagen vanaf de betekening van het dwangbevel.
  Het verzet schorst de tenuitvoerlegging van het dwangbevel niet.
  De betekeningskosten van het dwangbevel evenals de kosten van tenuitvoerlegging of van bewarende maatregelen zijn ten laste van de schuldenaar, behoudens indien het verzet ontvankelijk en gegrond wordt verklaard in welk geval ze ten laste zijn van het Agentschap. De betekeningskosten worden bepaald volgens de regelen in acht te nemen voor de akten van de gerechtsdeurwaarders in burgerlijke en handelszaken.
  ----------
  (1)<W 2012-03-29/08, art. 36, 019; Inwerkingtreding : 01-04-2012>

  Art. 31.<L 2008-12-22/32, art. 274, 016; Inwerkingtreding : 01-01-2009> § 1. Het Agentschap wordt gefinancierd door :
  1° [1 de heffingen, bijkomende heffingen en aanvullende heffingen bedoeld in de artikelen 30bis, 30bis/1, 30bis/2, 30bis/3 en 30ter;]1
  2° de retributies bedoeld in artikel 30quater § 1, 1°;
  3° de administratieve geldboetes zoals bedoeld in de artikelen 53 tot 64;
  4° de vergoedingen voor de bijkomende buitengewone prestaties, gevoegd bij de vergoedingen betaald door de natuurlijke en rechtspersonen bedoeld in artikel 30quater en vereist voor de uitoefening van zijn opdracht bedoeld in § 3;
  5° schenkingen en legaten;
  6° dotaties.
  De opbrengst van de retributies, geheven met toepassing van artikel 3bis van de wet van 29 maart 1958 betreffende de bescherming van de bevolking tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren, toegekend aan de diensten bevoegd op nucleair gebied die verbonden zijn aan het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid en aan het ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, wordt overgedragen naar de rekening van het Agentschap, volgens een kalender die wordt vastgesteld in akkoord tussen de Minister van Begroting en de Voogdijminister van het Agentschap.
  De middelen die tijdens het lopende begrotingsjaar uitgetrokken zijn op de begroting van deze diensten, worden opgevoerd op de begroting van het Agentschap.
  Onverminderd de bepalingen van artikel 45, § 1, neemt het Agentschap het geheel van de goederen, rechten en verplichtingen over, die werden verworven of aangegaan door de Staat middels de financiële middelen verworven krachtens artikel 3bis, § 1,1°, van voornoemde wet van 29 maart 1958. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de modaliteiten van de eigendomsoverdracht van de bezittingen van deze diensten. De archieven van de federale en provinciale diensten waarvan de bevoegdheden overgedragen worden aan het Agentschap overeenkomstig, hetzij de artikelen 14 en 51, hetzij artikel 16, komen toe aan het Agentschap.
  § 2. Alle kosten en investeringen verbonden aan de activiteiten van het Agentschap komen ten laste van de maatschappijen, instellingen of personen waarvoor prestaties worden verricht, binnen de grenzen bepaald in [1 de artikelen 30bis, 30bis/1, 30bis/2, 30bis/3, 30ter, 30quater en 31, §§ 3 en 4]1.
  § 3. In voorkomend geval, voegt het Agentschap bij de vergoedingen betaald door de natuurlijke personen of rechtspersonen bedoeld in artikel 30quater, de kosten van bijkomende buitengewone prestaties vereist voor de uitoefening van zijn opdracht.
  De Koning legt, na advies van de Raad van Bestuur van het Agentschap, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het uurtarief vast voor de bijkomende buitengewone prestaties door of in opdracht van het Agentschap.
  § 4. Indien het Agentschap interventies verricht of doet verrichten naar aanleiding van de vrijwaring van terreinen, gronden of gebouwen van radiologische verontreiniging of naar aanleiding van de langdurige blootstelling van personen aan ioniserende stralingen ten gevolge van de nawerking van radiologische noodsituaties, de uitoefening van beroeps- of enige andere activiteiten en/of handelingen, verhaalt het Agentschap de kosten ervan op de ondernemingen die de radiologische verontreiniging of de langdurige blootstelling hebben veroorzaakt.
  De Koning legt, na advies van de Raad van Bestuur van het Agentschap, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het uurtarief vast voor in het eerste lid bedoelde interventies.
  § 5. Het Agentschap moet zijn financieel evenwicht naleven.
  ----------
  (1)<W 2012-03-29/08, art. 37, 019; Inwerkingtreding : 01-04-2012>

  Art. 32. De boekhouding van het Agentschap wordt gehouden volgens de methoden gebruikt in de handelssector. De regels bepaald door de wet van 17 juli 1975 betreffende de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen en door de uitvoeringsbesluiten ervan, worden in acht genomen.
  De raad van bestuur van het Agentschap wijst een revisor aan, gekozen onder de leden van het Instituut van Bedrijfsrevisoren.

  Art. 33. De revisor stuurt ten minste éénmaal per jaar ter gelegenheid van het opmaken van de balans en van de verlies- en winstrekening of van de jaarrekening, een verslag over het actief en het passief, alsmede over de bedrijfsresultaten aan de ministers onder wier bevoegdheid het Agentschap ressorteert en aan de raad van bestuur. Hij wijst hen onverwijld op elk verzuim, op elke onregelmatigheid en, in het algemeen, op elke toestand die het financiële evenwicht van het Agentschap in het gedrang kan brengen.

  Art. 34. De raad van bestuur van het Agentschap stelt elk jaar vóór 1 (november) de begroting vast van het volgend dienstjaar en keurt (vóór 1 juni) de rekeningen van het voorbije dienstjaar goed. De door het Agentschap vastgestelde rekeningen worden toegezonden aan de ministers onder wie het ressorteert en aan de minister van Financiën. Laatstgenoemde zendt ze aan het Rekenhof over voor nazicht. <W 2003-12-22/42, art. 417, 010; Inwerkingtreding : 10-01-2004>

  HOOFDSTUK VI. - Bestuur van het Agentschap.

  Art. 35.Het Agentschap wordt bestuurd door een raad van bestuur bestaande uit een voorzitter en dertien leden, allen stemgerechtigd en door de Koning aangewezen bij een in Ministerraad overlegd besluit op voorstel van de ministers onder wier bevoegdheid het Agentschap valt. Deze aanwijzing geschiedt op basis van hun bijzondere wetenschappelijke of professionele kwaliteiten vermeld in het aanwijzingsbesluit, op het vlak van de bescherming van de bevolking en het leefmilieu tegen de gevaren van ioniserende stralingen.
  De raad van bestuur bestaat uit evenveel Nederlandstalige als Franstalige leden. Bij staking van stemmen, is de stem van de voorzitter of diens plaatsvervanger doorslaggevend.
  (De Koning kan, bij in Ministerraad overlegd besluit, nadere regels bepalen omtrent de samenstelling en de werking van de bestuurs- en adviesorganen van het Agentschap.) <W 1999-01-15/30, art. 3, 004; Inwerkingtreding : onbepaald>
  [1 De voorzitter en de leden van de raad van bestuur vertegenwoordigen de Staat. ]1
  ----------
  (1)<W 2011-03-30/11, art. 10, 017; Inwerkingtreding : 01-01-2005>

  Art. 36.De voorzitter en de leden van de raad van bestuur worden door de Koning aangewezen, voor een termijn van zes jaar. Hun mandaat is vernieuwbaar volgens de regels bepaald voor de benoeming. Het mandaat eindigt van rechtswege wanneer de titularis de leeftijd van [1 70 jaar]1 bereikt.
  In afwijking van het eerste lid, eindigt het mandaat van de helft van de leden die deel uitmaken van de eerste raad van bestuur na een termijn van drie jaar.
  Op gemotiveerd eensluidend advies van de raad van bestuur, goedgekeurd met tweederde meerderheid van de uitgebrachte stemmen, kunnen de bestuurders van het Agentschap worden ontslagen door een in de Ministerraad overlegd koninklijk besluit.
  ----------
  (1)<W 2011-03-30/11, art. 11, 017; Inwerkingtreding : 18-04-2011>

  Art. 37. Er wordt een Wetenschappelijke Raad ingesteld die tot taak heeft het Agentschap te adviseren over het toezichtsbeleid en meer bepaald, overeenkomstig artikel 16, vooraf advies uit te brengen voor het afgeven van vergunningen voor nieuwe nucleaire installaties of bij het hernieuwen van de vergunningen. De Koning regelt de samenstelling en de bevoegdheden van de Wetenschappelijke Raad, die bestaat uit specialisten op het gebied van de kernenergie en van de veiligheid.
  De raad van bestuur staat in voor het overleg tussen het Agentschap en de geïnteresseerde kringen en meer bepaald de exploitanten van de nucleaire installaties.

  Art. 38. Onverminderd andere beperkingen bepaald bij of krachtens een wet, is de uitoefening van het mandaat van voorzitter of van bestuurder van het Agentschap onverenigbaar met het mandaat of de functie van :
  1° lid van het Europees Parlement;
  2° lid van de Kamer van Volksvertegenwoordigers of van de Senaat;
  3° lid van de federale regering;
  4° (lid van een Gemeenschaps- of Gewestparlement of van een gemeenschaps- of gewestregering); <W 2006-03-27/35, art. 27, 013; ED : 21-04-2006>
  5° provinciegouverneur of lid van de bestendige deputatie van een provincieraad;
  6° lid van een college van burgemeester en schepenen of voorzitter van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn;
  7° personeelslid van het Agentschap of van een persoon of instelling die ofwel rechtstreeks ofwel onrechtstreeks door bemiddeling van een erkende instelling onder het toezicht van het Agentschap staat, met uitzondering van personeelsleden van universiteiten en hogescholen die geen rechtstreeks belang hebben bij de opdrachten van het Agentschap.
  Deze onverenigbaarheden blijven gelden tot na het verstrijken van het jaar volgend op het beëindigen van het mandaat of de functie.
  Wanneer een bestuurder bovenvermelde bepalingen overtreedt moet hij de betrokken mandaten of functies neerleggen. Indien hij nalaat dit te doen wordt hij van rechtswege geacht zijn mandaat in het Agentschap te hebben neergelegd.

  Art. 39. De raad van bestuur vertegenwoordigt het Agentschap in gerechtelijke procedures.
  De raad van bestuur kan, op eigen verantwoordelijkheid, een gedeelte van zijn bevoegdheden overdragen aan de directeur-generaal. De bevoegdheidsoverdrachten kunnen alleen geschieden krachtens bijzondere beslissingen van de raad van bestuur die het voorwerp en de omvang van elke overgedragen bevoegdheid bepaalt. De voorzitter en de directeur-generaal vertegenwoordigen het Agentschap in authentieke en onderhandse akten.

  Art. 40. De Koning bepaalt het bedrag van de vergoedingen die aan de leden van de raad van bestuur kunnen worden toegekend. Hij bepaalt het bedrag van de vergoedingen voor reis- en verblijfkosten.

  Art. 41. Het dagelijks bestuur van het Agentschap, zijn vertegenwoordiging voor wat betreft het beheer en de uitvoering van de beslissingen van de raad van bestuur, worden toevertrouwd aan de directeur-generaal, die voor een vernieuwbare termijn van zes jaar, door de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, wordt aangewezen. Hij kan alleen worden afgezet bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit, op eensluidend gemotiveerd advies van twee derden van de leden van de raad van bestuur.
  De voorzitter en de directeur-generaal behoren tot een verschillende taalrol.
  De wederzijdse rechten en plichten van de directeur-generaal en van het Agentschap worden geregeld in een arbeidsovereenkomst opgesteld overeenkomstig de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. Tijdens de onderhandelingen over deze overeenkomst wordt het Agentschap vertegenwoordigd door de raad van bestuur.
  De directeur-generaal die zich, op het ogenblik van zijn benoeming, in een statutaire band bevindt met de Staat of met enige andere publiekrechtelijke rechtspersoon die onder de Staat ressorteert, wordt van rechtswege ter beschikking gesteld overeenkomstig de nadere regelen van het betrokken statuut voor de gehele duur van zijn mandaat. Gedurende deze periode behoudt hij evenwel zijn rechten op bevordering en op weddeverhoging.
  Indien de directeur-generaal, op het ogenblik van zijn benoeming, contractueel verbonden is met de Staat of met enige andere publiekrechtelijke rechtspersoon die onder de Staat ressorteert, wordt de betrokken overeenkomst van rechtswege geschorst voor de gehele duur van zijn mandaat. Gedurende deze periode behoudt hij evenwel zijn rechten op bevordering en op weddeverhoging.

  Art. 42. Het Agentschap is onderworpen aan de wetgeving betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten.

  Art. 43. Het Agentschap wordt derwijze georganiseerd dat de reglementerende functie en de toezichtsfunctie onafhankelijk van elkaar worden uitgeoefend.

  Art. 44. Onverminderd de bepalingen van artikel 46, wordt het personeel van het Agentschap aangeworven door middel van een arbeidsovereenkomst, opgesteld overeenkomstig de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten en dit in afwijking van artikel 8, § 2 en § 3, van het koninklijk besluit nr 56 van 16 juli 1982 betreffende de werving in sommige overheidsdiensten.
  Op de voordracht van de directeur-generaal en met de goedkeuring van de ministers tot wier bevoegdheid het Agentschap behoort, bepaalt de raad van bestuur :
  1° de personeelsformatie;
  2° de regeling inzake aanwerving, loopbaan, bezoldiging en sociale voordelen van het personeel.
  De arbeidsvoorwaarden van het personeel zijn ten minste gelijkwaardig aan die bepaald bij de wet van 20 februari 1990 betreffende de ambtenaren van de administraties en van sommige instellingen van openbaar nut.
  Het Agentschap moet op permanente wijze de opleiding van zijn personeelsleden verzekeren op internationaal niveau, in functie van de aan hen toevertrouwde opdrachten.
  (Lid 5 opgeheven) <W 1997-12-12/32, art. 13, 003; Inwerkingtreding : 28-12-1997>

  Art. 45. <W 1997-12-12/32, art. 14, 003; Inwerkingtreding : 28-12-1997> § 1. De statutaire en contractuele personeelsleden van het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid, het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, het Ministerie van Binnenlandse Zaken, het Ministerie van Buitenlandse Zaken, het Ministerie van Economische Zaken, en het Ministerie van Justitie, verbonden aan de diensten bevoegd voor de nucleaire sector, alsook het wetenschappelijk personeel van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Louis Pasteur, met opdrachten in de nucleaire sector, kunnen naar het Agentschap overgeplaatst worden, na selectie door zijn Raad van bestuur. Deze overplaatsing gebeurt minstens met behoud van hun arbeidsvoorwaarden.
  § 2. De Koning bepaalt, bij in Ministerraad overlegd besluit, de modaliteiten van de overdracht aan het Agentschap van personeelsleden van instellingen van openbaar nut met opdrachten in de nucleaire sector.
  § 3. Het Agentschap kan het geldelijk en administratief statuut van de overgedragen personeelsleden aanpassen, ter harmonisering van de verschillende statuten van toepassing op het personeel van het Agentschap, overeenkomstig de bepalingen van artikel 44.

  Art. 46. De personeelsleden van het Agentschap bekleed met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, worden tewerkgesteld in een statutair verband, volgens regelen vastgesteld door de Koning, op de voordracht van de ministers tot wier bevoegdheid het Agentschap behoort en van de minister van Justitie.

  Art. 46bis. <Ingevoegd bij W 1999-05-03/31, art. 42; Inwerkingtreding : 01-01-1998> § 1. In afwijking van de artikelen 45, § 1, en 46, worden de statutaire personeelsleden van de overheidsdiensten vermeld in artikel 45, § 1, die geselecteerd werden door de raad van bestuur, na een oproep in het Belgisch Staatsblad, ter beschikking gesteld van het Agentschap.
  § 2. De ter beschikking gestelde personeelsleden bedoeld in § 1, blijven onderworpen aan het administratief en geldelijk statuut en aan de pensioenregeling die in hun dienst van oorsprong van kracht zijn. Zij behouden in hun dienst van oorsprong hun aanspraken op bevordering.
  § 3. De duur van de terbeschikkingstelling bij het Agentschap wordt beschouwd als een periode van dienstactiviteit.
  § 4. De ter beschikking gestelde personeelsleden zijn onderworpen aan het gezag van de directeur-generaal van het Agentschap.
  § 5. De ter beschikking gestelde personeelsleden van het Ministerie van Justitie die de hoedanigheid hebben van officier van gerechtelijke politie behouden deze hoedanigheid tijdens de duur van de terbeschikkingstelling.
  In afwijking van artikel 9, kunnen de personeelsleden van de andere overheidsdiensten bedoeld in artikel 45, § 1, tijdens de terbeschikkingstelling door de Koning bekleed worden met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie.
  § 6. Tijdens zijn terbeschikkingstelling kan de betrekking die het statutair personeelslid heeft achtergelaten op geen enkele wijze toegewezen worden.
  § 7. De bezoldiging van het ter beschikking gestelde personeelslid is deze waarop het recht heeft in zijn dienst van oorsprong, met inbegrip van de eventuele toelagen en vergoedingen. Zij wordt uitbetaald door het Agentschap. Daartoe geeft de dienst van oorsprong alle nuttige inlichtingen aan het Agentschap.
  Nochtans mag de dienst van oorsprong de uitbetaling van de bezoldiging van het terbeschikkinggestelde personeelslid voortzetten. In dit geval vraagt hij de terugbetaling van de vereffende bedragen door middel van een driemaandelijkse staat van verzoek tot terugbetaling.
  Het Agentschap betaalt de totale budgettaire last terug. De werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid, de kinderbijslag, het vakantiegeld en de eindejaarstoelage zijn in ieder geval in de totale budgettaire last inbegrepen.
  § 8. Het ter beschikking gestelde personeelslid kan vragen dat aan zijn terbeschikkingstelling een einde wordt gemaakt, mits een vooropzeg van één maand.
  De raad van bestuur van het Agentschap kan aan de terbeschikkingstelling een einde stellen mits een vooropzeg van drie maanden. Hij brengt de dienst van oorsprong van het ter beschikking gestelde personeelslid hiervan op de hoogte.
  § 9. Het personeelslid wiens terbeschikkingstelling wordt beëindigd, stelt zich ter beschikking van de Minister of van de overheid waaronder hij ressorteert. Indien het zonder geldige reden weigert of verwaarloost dit te doen, wordt het na een afwezigheid van tien dagen als ontslaggevend beschouwd.

  Art. 47. Het personeel van het Agentschap neemt de nodige maatregelen om het vertrouwelijk karakter te bewaren van de gegevens waarvan het kennis heeft. Het zal deze gegevens enkel aanwenden in het kader van de uitoefening van zijn toezichtsopdracht.

  Art. 48. Het Agentschap staat onder het gezamenlijk toezicht van (de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken). <KB 1995-08-07/43, art. 2, § 2, 002; Inwerkingtreding : 23-06-1995>
  Het in vorige lid bedoelde toezicht van de ministers wordt uitgeoefend door bemiddeling van één regeringscommissaris, door de Koning benoemd bij een in Ministerraad overlegd besluit. Deze commissaris vervult eveneens de functie van gemachtigde van de minister van Financiën, zoals bepaald in artikel 9, § 4, van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut.

  HOOFDSTUK VII. - Sancties. <Het hoofdstuk VII, bestaande uit de artikelen 49, 49bis en 50 wordt vervangen door een nieuw hoofdstuk VII, bestaande uit de nieuwe artikelen 49 tot 64, bij W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008>

  Afdeling I. - Algemene bepaling. <W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008>

  Art. 49. <W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008> De inbreuken op de bepalingen van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten kunnen het voorwerp uitmaken van strafsancties of administratieve sancties.

  Afdeling II. - Strafsancties. <W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008>

  Art. 50. <W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008>De inbreuken op de bepalingen van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten worden gestraft met een geldboete van 1 000 euro tot 1 000 000 euro en met een gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar of met één van deze straffen alleen.
  Worden met dezelfde straffen gestraft, zij die de in artikel 9 bedoelde personen bij de uitoefening van hun opdracht belemmeren of die hun medewerking weigeren te verlenen.

  Art. 51. <W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008> Indien de in artikel 50 bedoelde inbreuken worden gepleegd in oorlogstijd, worden ze gestraft met een geldboete van 2 000 euro tot 2 000 000 euro en met opsluiting van vijf tot tien jaar, of met één van deze straffen alleen.

  Art. 52. <W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008> Alle bepalingen van boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn toepasselijk op de bij deze wet of haar uitvoeringsbesluiten omschreven inbreuken.

  Afdeling III. - Administratieve boetes. <W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008>

  Onderafdeling I. - Administratieve procedure. <W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008>

  Art. 53. <W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008> § 1. Bij het vaststellen van inbreuken op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten kan de overtreder bestraft worden met een administratieve geldboete van 500 euro tot 100 000 euro per inbreuk.
  § 2. Bovendien komen de expertisekosten verbonden aan de in § 1 bedoelde inbreuken ten laste van de overtreder.
  § 3. De natuurlijke of rechtspersonen zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor de betaling van de administratieve geldboetes en de kosten waartoe hun organen, bestuurders, leidende en uitvoerende personeelsleden, aangestelden en lasthebbers worden veroordeeld.

  Art. 54. <W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008> De bij artikel 49 bestrafte feiten worden door een officier van gerechtelijke politie in een proces-verbaal vastgesteld.
  Het origineel van het proces-verbaal wordt aan de procureur des Konings verstuurd.
  Een afschrift van het proces-verbaal wordt tegelijkertijd verstuurd aan de in artikel 56 aangeduide persoon.

  Art. 55. <W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008> De procureur des Konings beschikt over een termijn van zes maanden, te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal, om de in artikel 56 bedoelde persoon erover in te lichten dat er een strafrechtelijke vervolging is ingeleid.
  De in artikel 56 bedoelde persoon kan op basis van artikel 53 geen administratieve geldboete opleggen vóór de termijn van zes maanden verstreken is, behalve indien de procureur des Konings daarvóór meedeelt dat hij het feit geen verder gevolg geeft.
  In het geval de procureur des Konings verzuimt binnen de gestelde termijn van zijn beslissing kennis te geven of van strafvervolging afziet, kan de in artikel 56 bedoelde persoon beslissen de administratieve procedure in te zetten.

  Art. 56. <W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008> De administratieve geldboete wordt door de door de Koning aangeduide persoon opgelegd.
  De Koning bepaalt de procedureregels, met inbegrip van de uitoefening van de rechten van de verdediging.

  Art. 57. <W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008> § 1. De beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete wordt gemotiveerd. Het bedrag van de administratieve geldboete en de bepalingen van artikel 58, derde lid, worden eveneens vermeld.
  § 2. De administratieve geldboete staat in verhouding tot de ernst van de feiten die eraan ten grondslag liggen, en tot een eventuele herhaling.
  § 3. De persoon bedoeld in artikel 56 kan, wanneer verzachtende omstandigheden aanwezig zijn, een administratieve geldboete onder de in artikel 53 vermelde minimumbedragen opleggen zonder dat de geldboete evenwel lager mag zijn dan 80 % van het minimum van het in voornoemde artikel bepaald bedrag.
  § 4. De samenloop van meerdere inbreuken kan aanleiding geven tot een enkele administratieve geldboete die in verhouding staat tot de ernst van het geheel van de feiten.

  Art. 58. <W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008> De beslissing wordt bij een ter post aangetekend schrijven ter kennis gebracht aan de overtreder en aan de natuurlijke of rechtspersoon die burgerrechtelijk aansprakelijk is voor de betaling van de administratieve geldboete.
  De beslissing wordt eveneens ter kennis gebracht aan de procureur des Konings.
  Een verzoek tot betaling van de geldboete, binnen de termijn en volgens de modaliteiten die door de Koning gesteld werden, wordt eraan toegevoegd.

  Art. 59. <W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008> De overtreder of de natuurlijke of rechtspersoon die burgerrechtelijk aansprakelijk is voor de betaling van de administratieve geldboete, die de beslissing van de in artikel 56 bedoelde persoon betwist, kan op straffe van verval binnen een termijn van één maand te rekenen van de kennisgeving van de beslissing bij verzoekschrift beroep instellen bij de bevoegde rechtbank.
  In geval van beroep tegen de beslissing van de door de Koning aangeduide persoon kan de bevoegde rechtbank, wanneer verzachtende omstandigheden aanwezig zijn, het bedrag van een opgelegde administratieve geldboete verminderen tot een bedrag lager dan het in artikel 53 vermelde minimumbedrag, zonder dat de geldboete evenwel lager mag zijn dan 80 % van het minimum van het in voormeld artikel bepaalde bedrag.
  Dit beroep schorst de uitvoering van de beslissing.

  Art. 60. <W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008> Als de overtreder of de burgerlijk aansprakelijke persoon in gebreke blijft de administratieve geldboete te betalen binnen de vastgestelde termijn en als de in artikel 59 bepaalde beroepsmogelijkheid uitgeput is, is de beslissing om een administratieve geldboete op te leggen rechtstreeks uitvoerbaar en kan de in artikel 56 bedoelde persoon een dwangbevel uitvaardigen overeenkomstig de modaliteiten bepaald door de Koning.

  Art. 61. <W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008> De in artikel 56 bedoelde persoon kan geen administratieve geldboete opleggen als de termijn van één jaar, te rekenen vanaf de dag waarop de feiten vastgesteld worden, verstreken is.
  De betaling overeenkomstig de administratieve procedure dooft eveneens de mogelijkheid om een strafrechtelijke vervolging in te zetten voor de bedoelde feiten.

  Onderafdeling II. - Administratieve vereenvoudigde procedure. <W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008>

  Art. 62. <W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008> § 1. Bij de vaststelling van één of meerdere door de Koning bepaalde inbreuken kan, indien het feit geen schade aan derden heeft veroorzaakt en met instemming van de overtreder, een administratieve geldboete van een bedrag van 125 euro tot 500 euro per inbreuk geïnd worden overeenkomstig de vereenvoudigde procedure.
  De betaling van de administratieve geldboete binnen de door de Koning vooropgestelde termijn impliceert de instemming van de overtreder met de toepassing van de vereenvoudigde procedure.
  Het bedrag van de geldboete voor elke inbreuk die door de Koning bepaald wordt, en de inningsmodaliteiten worden door de Koning vastgelegd.
  De vereenvoudigde procedure kan door de officieren van gerechtelijke politie die deel uitmaken van het Agentschap, voorgesteld worden.
  § 2. De natuurlijke of rechtspersonen zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor de betaling van de administratieve geldboetes die aan hun organen, bestuurders, leidende en uitvoerende personeelsleden, ondergeschikten en lasthebbers worden voorgesteld en dit overeenkomstig de vereenvoudigde procedure.

  Art. 63. <W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008> De betaling overeenkomstig de vereenvoudigde procedure ontneemt de mogelijkheid om een administratieve geldboete op te leggen aan de overtreder voor de bedoelde feiten overeenkomstig de administratieve procedure zoals bepaald in de artikelen 53 tot 61.

  Art. 64. <W 2005-07-20/41, art. 13, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008> De betaling overeenkomstig de vereenvoudigde procedure dooft eveneens de mogelijkheid om een strafrechtelijke vervolging in te zetten voor de bedoelde feiten.

  HOOFDSTUK VIII. - Slotbepalingen.

  Art. 65. (oud art. 51) <W 2005-07-20/41, art. 14, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008> Artikel 10, tweede lid, van de wet van 20 juli 1978 betreffende bijzondere bepalingen om het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie toe te laten inspectie- en verificatiewerkzaamheden door te voeren op Belgisch grondgebied, in uitvoering van het Internationaal Akkoord van 5 april 1973 ter uitvoering van de §§ 1 en 4 van artikel III van het Verdrag van 1 juli 1968 inzake de niet-verspreiding van kernwapens wordt vervangen door de volgende bepalingen :
  " Ambtenaren van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle opgericht door de wet van 15 april 1994, bekleed met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, hebben het recht de inspecteurs te vergezellen tijdens hun inspectieopdrachten bedoeld in deze wet. "

  Art. 66. (oud art. 52) <W 2005-07-20/41, art. 14, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008> De wet van 29 maart 1958 betreffende de bescherming van de bevolking tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren, gewijzigd door de wetten van 29 mei 1963, 3 december 1969, 14 juli 1983, 22 december 1989 en 26 juni 1992 wordt opgeheven.
  De koninklijke besluiten genomen krachtens voormelde wet blijven van toepassing zolang zij niet gewijzigd of opgeheven worden krachtens deze wet.

  Art. 67. (oud art. 52bis) <W 2005-07-20/41, art. 14, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008> <Ingevoegd bij W 2000-02-10/50, art. 2; Inwerkingtreding : 16-04-2000; NOTA : het KB 2001-07-20/44, art. 1, beschikt dat de artikelen 50 tot 53 op 01-09-2001 in werking treden.> § 1. (Tot op het ogenblik dat de in artikel 28, lid 2 bedoelde opdrachten worden overgenomen, hetzij door het Agentschap zelf, overeenkomstig de artikelen 15 en 16, hetzij door een erkende instelling, hetzij door een speciaal daartoe door het Agentschap gecreëerde entiteit overeenkomstig de artikelen 28 en 30, blijven de exploitanten van nucleaire inrichtingen gehouden voornoemde opdrachten toe te vertrouwen aan organismen die bij toepassing van de wet van 29 maart 1958 betreffende de bescherming van de bevolking tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren, voor onbepaalde duur werden erkend.) <W 2008-12-22/33, art. 238, 015; Inwerkingtreding : 01-01-2008>
  § 2. (De erkende organismen zijn gehouden de hen tot op heden toevertrouwde opdrachten op onafhankelijke wijze uit te voeren en verder te blijven uitoefenen tot op het ogenblik dat die opdrachten worden overgenomen, hetzij door het Agentschap zelf, overeenkomstig de artikelen 15 en 16, hetzij door een erkende instelling, hetzij door een speciaal daartoe door het Agentschap gecreëerde entiteit overeenkomstig de artikelen 28 en 30.
  Daartoe behouden zij tijdelijk hun bestaande erkenning. Onverminderd artikel 29, worden hun erkenning en opdrachten van rechtswege beëindigd op het ogenblik dat een aanvang wordt genomen met de in artikel 28, tweede lid bedoelde opdrachten hetzij door het Agentschap zelf, overeenkomstig de artikelen 15 en 16, hetzij door een erkende instelling, hetzij door een speciaal daartoe door het Agentschap gecreëerde entiteit overeenkomstig de artikelen 28 en 30.) <W 2008-12-22/33, art. 238, 015; Inwerkingtreding : 01-01-2008>
  § 3. De overgangsregeling ingevoerd middels dit artikel geldt voor een maximale duur van twee jaar. De Koning kan bij een in Ministerraad overlegd besluit de voorwaarden en de nadere regelen bepalen betreffende de overdracht van de specifieke controleopdrachten. Hij kan op dezelfde wijze de termijn van deze overgangsregeling met telkens maximaal één jaar verlengen.) <Erratum, zie B.St. 16.06.2000, p. 21357>
  (NOTA : overgangsregeling verlengd met een periode van één jaar met uitwerking vanaf 16-04-2002; KB 2002-05-30/36, art. 1)
  (NOTA : overgangsregeling verlengd met een periode van één jaar, tot 31-08-2005; KB 2004-08-23/32, art. 1)
  (NOTA : overgangsregeling verlengd met een periode van één jaar, tot 31-08-2006; KB 2005-09-17/36, art. 1)
  (NOTA : overgangsregeling verlengd met een periode van één jaar, tot 31-08-2007; KB 2006-11-10/45, art. 1)
  (NOTA : overgangsregeling verlengd tot 31-12-2007; KB 2007-10-26/34, art. 1)
  (NOTA : overgangsregeling verlengd tot 31-03-2008; KB 2008-02-26/32, art. 1)

  Art. 68. (oud art. 53) <W 2005-07-20/41, art. 14, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008> De Koning kan bestaande wetsbepalingen wijzigen om ze aan te passen aan de bepalingen van deze wet.

  Art. 69. (oud art. 54) <W 2005-07-20/41, art. 14, 012; Inwerkingtreding : 03-02-2008> De Koning bepaalt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de datum van inwerkingtreding van de bepalingen van deze wet.
  (NOTA 1 : artikelen 3 en 49 treden op 02-11-1997 in werking wat uitvoer betreft; KB 1997-10-02/36, art. 1. Wat andere aangelegenheden betreft treden ze in werking op 01-09-2001)
  (NOTA 1bis : artikel 3 heeft uitwerking met ingang van 1 september 2001, voorzover het betrekking heeft op de uitvoer bij KB 2010-02-08/04, art. 1)
  (NOTA 2 : Inwerkingtreding van artikelen 12, 32 tot 34, 39, 41, 43 tot 47 vastgesteld op 01-01-1998 door KB 1998-03-13/38, art. 1)
  (NOTA 3 : de artikelen 4 tot 11 , 13 tot 30, 31, eerste en derde tot zevende lid, zoals gewijzigd bij de wet van 15 januari 1999, 37 en 50 tot 53 treden in werking op 01-09-2001; KB 2001-07-20/44, art. 1.)
  (NOTA 4 : artikel 35, derde lid, zoals gewijzigd bij de wet van 15 januari 1999, heeft uitwerking met ingang van 14 juni 1999; KB 2001-07-20/44, art. 1.)
  Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Gegeven te Brussel, 15 april 1994.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
  Mevr. M. SMET
  De Minister van Maatschappelijke Integratie, Volksgezondheid en Leefmilieu,
  J. SANTKIN
  Met 's Lands zegel gezegeld :
  De Minister van Justitie,
  M. WATHELET

  BIJLAGE.

  Art. N.[1 Bijlage. TABEL : CATEGORIEEN VAN KERNMATERIAAL.
  

  
MateriaalCategorie
   IIIIII (c)
1.Plutonium (a)Niet-bestraald (b)2 kg of meerMinder dan 2 kg, maar meer dan 500 g500 g of minder, maar meer dan 15 g
2.Uranium-235.Niet-bestraald (b)   
  - uranium, verrijkt tot 20 % 235U of meer5 kg of meerMinder dan 5 kg maar meer dan 1 kg1 kg of minder, maar meer dan 15 g
  
  - uranium, verrijkt tot 10% of meer, maar minder dan 20 % 235U-10 kg of meerMinder dan 10 kg, maar meer dan 1 kg
  
  - uranium, verrijkt tot minder dan 10 % 235U--10 kg of meer
  
3.Uranium-233.Niet-bestraald (b)2 kg of meerMinder dan 2 kg, maar meer dan 500 g.500 g of minder, maar meer dan 15 g.
  
4.Bestraalde splijtstof  Verarmd of natuurlijk uranium, thorium of laagverrijkte splijtstof (gehalte aan splijtbare materie lager dan 10 %) (d tot f )


   a) Alle plutonium, uitgezonderd dit waarvan de isotopenconcentratie in plutonium-238 80 % overschrijdt.
   b) Niet bestraald materiaal in een reactor of materiaal bestraald in een reactor, maar met een stralingsniveau gelijk aan of minder dan 1 Gy/u. op één meter afstand, onafgeschermd.
   c) De hoeveelheden die niet onder categorie III vallen en natuurlijk uranium, verarmd uranium en thorium moeten beveiligd worden overeenkomstig de gebruiken die van toepassing zijn bij voorzichtig beheer.
   d) De andere splijtstoffen die, uit hoofde van hun oorspronkelijk gehalte aan splijtbare materie, vóór bestraling, in categorie I of in categorie II ondergebracht worden, mogen bij de onmiddellijk lager gelegen categorie worden ingedeeld indien de stralingsintensiteit van de splijtstof 1 Gy/u. overschrijdt op één meter afstand, onafgeschermd.
   e) De bestraalde splijtstof die in kleine hoeveelheden aanwezig is, kan in categorie III worden ondergebracht en dit zowel voor het vervoer als voor het gebruik en de opslag ervan, indien geacht wordt dat deze minder dan 2 kilo plutonium bevat of minder dan 5 kilo hoogverrijkt uranium en indien de stralingsintensiteit 1 Gy/u. overschrijdt op één meter afstand, onafgeschermd.
   f) Onverminderd de uitzondering vermeld in e), worden de splijtstoffen, die uit hoofde van hun oorspronkelijk gehalte aan splijtbare materie, vóór bestraling, in categorie II of in categorie III worden ondergebracht, na bestraling, in categorie II ondergebracht, indien ze nationaal of internationaal worden vervoerd en indien de stralingsintensiteit van de splijtstof 1 Gy/u. overschrijdt op één meter afstand, onafgeschermd. Ze worden in categorie III ondergebracht, indien ze worden gebruikt of opgeslagen en indien de stralingsintensiteit van de splijtstof 1 Gy/u. overschrijdt op één meter afstand, onafgeschermd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2011-03-30/11, art. 12, 017; Inwerkingtreding : 01-10-2012>
  

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
BEELD
  • WET VAN 29-03-2012 GEPUBL. OP 06-04-2012
    (GEWIJZIGDE ART. : 30bis/1; 30bis/2; 30bis/3; 30quinquies; 31)
  • BEELD
  • WET VAN 01-07-2011 GEPUBL. OP 15-07-2011
    (GEWIJZIGD ART. : 15bis)
  • BEELD
  • WET VAN 30-03-2011 GEPUBL. OP 18-04-2011
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 1bis; 2bis; 15; 17bis; 17ter; 18bis; 30bis/1; 35; 36; N)
    (GEWIJZIGDE ART. : 13; 18ter)
  • BEELD
  • WET VAN 22-12-2008 GEPUBL. OP 29-12-2008
    (GEWIJZIGDE ART. : 12; 30BIS/1; 30QUA; 30QUI; 31)
  • BEELD
  • WET VAN 22-12-2008 GEPUBL. OP 29-12-2008
    (GEWIJZIGDE ART. : 14BIS; 28; 30; 67)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 26-02-2008 GEPUBL. OP 11-03-2008
    (GEWIJZIGD ART. : VERLENG.67)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 26-10-2007 GEPUBL. OP 09-11-2007
    (GEWIJZIGD ART. : VERLENG.52BIS)
  • BEELD
  • WET VAN 15-05-2007 GEPUBL. OP 08-06-2007
    (GEWIJZIGDE ART. : 12; 30BIS; 30TER; 31; )
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 10-11-2006 GEPUBL. OP 27-11-2006
    (GEWIJZIGD ART. : VERLENG.52BIS)
  • BEELD
  • WET VAN 27-03-2006 GEPUBL. OP 11-04-2006
    (GEWIJZIGD ART. : 38)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 17-09-2005 GEPUBL. OP 27-09-2005
    (GEWIJZIGD ART. : VERLENG.52BIS)
  • BEELD
  • WET VAN 20-07-2005 GEPUBL. OP 29-07-2005
    (GEWIJZIGDE ART. : 31; 49-64; 65-69) nader te bepalen datum
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 23-08-2004 GEPUBL. OP 27-08-2004
    (GEWIJZIGD ART. : VERLENG.52BIS)
  • BEELD
  • WET VAN 22-12-2003 GEPUBL. OP 31-12-2003
    (GEWIJZIGD ART. : 34)
  • BEELD
  • WET VAN 02-04-2003 GEPUBL. OP 02-05-2003
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 1BIS; 2BIS; 3; 8; 9; 10; 11; )
    (GEWIJZIGDE ART. : 18BIS; 28)
  • BEELD
  • WET VAN 02-04-2003 GEPUBL. OP 02-05-2003
    (GEWIJZIGDE ART. : 13; 15; 17BIS; 17TER; 18TER; )
    (GEWIJZIGD ART. : 49BIS) nader te bepalen datum
  • BEELD
  • WET VAN 31-01-2003 GEPUBL. OP 28-02-2003
    (GEWIJZIGD ART. : 16)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 30-05-2002 GEPUBL. OP 11-06-2002
    (GEWIJZIGD ART. : VERLENG.52BIS)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 22-02-2001 GEPUBL. OP 28-02-2001
    (GEWIJZIGD ART. : 20)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 22-02-2001 GEPUBL. OP 28-02-2001
    (GEWIJZIGD ART. : 12) nader te bepalen datum
  • BEELD
  • WET VAN 10-02-2000 GEPUBL. OP 06-04-2000
    (GEWIJZIGD ART. : 52BIS)
  • BEELD
  • WET VAN 03-05-1999 GEPUBL. OP 04-05-1999
    (GEWIJZIGDE ART. : 12; 46BIS)
  • BEELD
  • WET VAN 15-01-1999 GEPUBL. OP 26-01-1999
    (GEWIJZIGDE ART. : 31; 35) nader te bepalen datum
  • BEELD
  • WET VAN 12-12-1997 GEPUBL. OP 18-12-1997
    (GEWIJZIGDE ART. : 31; 44; 45)
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 07-08-1995 GEPUBL. OP 07-09-1995
    (GEWIJZIGD ART. : 48)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Buitengewone zitting 1991-1992. Kamer van volksvertegenwoordigers. Parlementaire bescheiden. - Wetsvoorstellen nr. 80-1 van 30 januari 1992 en nr. 106-1 van 6 februari 1992 door de heer Poncelet. Gewone zitting 1992-1993. Senaat. Parlementaire bescheiden. - Ontwerp van wet nr. 610-1 van 22 januari 1993. - Verslag nr. 610-2 van 27 mei 1993 door de heer Pataer. - Amendementen nr. 610-3. - Aanvullend verslag nr. 610-4 van 16 juni 1993 door de heer Pataer. - Amendementen nr. 610-5. Parlementaire Handelingen. - Bespreking. Vergadering van 15 en 30 juni 1993. - Aanneming. Vergadering van 13 juli 1993. Gewone zitting 1993-1994. Kamer van volksvertegenwoordigers. Parlementaire bescheiden. - Ontwerp overgezonden door de senaat nr. 1124-1. - Amendementen nr. 1124-2 tot 4. - Verslag nr. 1124-5 van 27 januari 1994 door de heren Swennen en Brouns. Parlementaire Handelingen van de Kamer van volksvertegenwoordigers. - Bespreking. Vergadering van 1 en 2 februari 1994. - Aanneming. Vergadering van 3 februari 1994. Senaat. Parlementaire bescheiden. - Ontwerp geamendeerd door de Kamer van volksvertegenwoordigers nr. 610-6 van 2 februari 1994. - Verslag nr. 610-7 van 10 februari 1994 door de heer Pataer. - Besprekingen en aanneming. Vergadering van 3 april 1994.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 77 uitvoeringbesluiten 18 gearchiveerde versies
    Franstalige versie