J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 3 uitvoeringbesluiten 1 gearchiveerde versie
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/1993/04/30/1993011175/justel

Titel
30 APRIL 1993. - Koninklijk besluit betreffende de samenstelling en de werking van de Commissie voor de Mededinging.
(NOTA : raadpleging van vroegere versies vanaf 12-05-1993 en tekstbijwerking tot 23-01-2002)

Bron : ECONOMISCHE ZAKEN
Publicatie : 12-05-1993 nummer :   1993011175 bladzijde : 10828
Dossiernummer : 1993-04-30/30
Inwerkingtreding : 01-04-1993

Inhoudstafel Tekst Begin
Afdeling 1. - Samenstelling.
Art. 1-7
Afdeling 2. - Werking.
Art. 8-14
Afdeling 3. - Toelagen en werkingskosten.
Art. 15-18
Afdeling 4. - Slotbepalingen.
Art. 19-20

Tekst Inhoudstafel Begin
Afdeling 1. - Samenstelling.

  Artikel 1. § 1. De voorzitter uitgezonderd, is de Commissie voor de Mededinging, bedoeld in artikel 21 van de wet van 5 augustus 1991 tot bescherming van de economische mededinging, hierna " de Commissie " te noemen, samengesteld uit :
  1° twaalf werkende leden waarvan :
  a) tien ter vertegenwoordiging van de representatieve organisaties van de industrie, de distributie en de diensten;
  b) twee ter vertegenwoordiging van de middenstand;
  2° twaalf werkende leden waarvan :
  a) tien ter vertegenwoordiging van de meest representatieve werknemersorganisaties;
  b) twee ter vertegenwoordiging van de consumenten.
  § 2. De bij § 1, 1°, a) en 2°, a), bedoelde leden worden door de Koning aangewezen uit de kandidaten, voorgedragen op dubbele lijsten door de organisaties waartoe ze behoren.
  De Centrale Raad voor het bedrijfsleven legt de lijsten van kandidaten voor aan de Minister van Economische Zaken, tijdens de maand die volgt op de door deze laatste verzonden uitnodiging.
  De leden bedoeld bij § 1, 1°, b) en 2°, b), worden door de Koning aangewezen op voordracht van de Minister van Economische Zaken. De leden bedoeld bij § 1, 2°, b), worden gekozen uit organisaties die als wezenlijk doel hebben de bevordering en de verdediging van de algemene belangen van de consumenten op alle gebieden die hen aanbelangen, die deze doelstelling realiseren door middel van een effectieve werking en die onafhankelijk zijn van de overheid en de beroepsmiddens.
  De hoedanigheid van lid van de Commissie is onverenigbaar met de hoedanigheid van lid van de Raad voor de Mededinging.
  § 2. De Commissie telt evenveel plaatsvervangende als werkende leden. De plaatsvervangende leden worden aangewezen volgens de regelen bepaald in de §§ 1 en 2.

  Art. 2. De voorzitter van de Commissie wordt, na raadpleging van de Commissie, door de Koning voor een hernieuwbare termijn van zes jaar benoemd uit personen die noch tot het bestuur behoren, noch deel uitmaken van de in de Commissie vertegenwoordigde organisaties noch lid zijn van de Raad voor de Mededinging.

  Art. 3. De voorzitter dient zowel kennis te hebben van het Nederlands als het Frans.
  De helft van de bij artikel 1 bedoelde leden heeft het Nederlands als voertaal; de andere helft heeft het Frans als voertaal.

  Art. 4. De twee categorieën werkende leden bedoeld bij artikel 1, § 1, van dit besluit kiezen elk in hun midden een ondervoorzitter, één nederlandstalige en één franstalige.

  Art. 5. Indien de voorzitter en beide ondervoorzitters verhinderd zijn, wordt de Commissie voorgezeten door één van haar leden. De vervanging van de voorzitter en van de ondervoorzitters wordt nader geregeld in het huishoudelijk reglement.

  Art. 6. De duur van het mandaat van de leden is vastgesteld op zes jaar en kan worden hernieuwd.
  (lid opgeheven) <KB 2001-09-05/19, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 02-02-2002>

  Art. 7. Wanneer een lid van de Commissie zijn mandaat voortijdig beëindigt, voltooit een plaatsvervanger het mandaat.

  Afdeling 2. - Werking.

  Art. 8. De Commissie kan in haar midden werkgroepen oprichten waarvan de bevoegdheid, de samenstelling en de werking worden bepaald in het huishoudelijk reglement.

  Art. 9. De Commissie en haar werkgroepen komen bijeen in de zetel van de Centrale Raad voor het bedrijfsleven.

  Art. 10. § 1. Het secretariaat van de Commissie wordt waargenomen door leden van het secretariaat van de Centrale Raad voor het bedrijfsleven, onder het gezag en toezicht van de voorzitter van de Commissie.
  § 2. Het secretariaat van de Commissie heeft met name als opdracht :
  1° de diensten van de griffie en het economaat te verzekeren;
  2° documentatie te verzamelen over de werkzaamheden van de Commissie en haar werkgroepen;
  3° de vertrouwelijke informatie m.b.t. de ondernemingen en de archiefstukken van de Commissie en haar werkgroepen te bewaren en te beschermen.

  Art. 11. De Commissie en haar werkgroepen kunnen, voor het uitoefenen van hun bevoegdheden, derden horen en deskundigen aanstellen, op de wijze en volgens de regels bepaald in het huishoudelijk reglement.

  Art. 12. De Commissie beraadslaagt geldig indien de helft van haar leden aanwezig is.
  Indien het aanwezigheidsquorum niet wordt bereikt, kan de voorzitter de datum van een nieuwe vergadering vaststellen met dezelfde agenda, gedurende welke er geldig zal kunnen worden beraadslaagd, welke ook het aantal aanwezige leden zij.
  De voorzitter is stemgerechtigd.
  Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.

  Art. 13. De Commissie stelt haar huishoudelijk reglement op en legt het ter goedkeuring voor aan de Minister van Economische Zaken.

  Art. 14. Een jaarlijks activiteitenverslag, opgesteld door het secretariaat van de Centrale Raad voor het bedrijfsleven onder het gezag van de voorzitter van de Commissie, zal worden gevoegd bij het jaarverslag van de Centrale Raad voor het bedrijfsleven.

  Afdeling 3. - Toelagen en werkingskosten.

  Art. 15. Het stelsel van toelgen en vergoedingen toegekend aan de voorzitters van de bijzondere raadgevende commissies ingesteld binnen de Centrale Raad voor het bedrijfsleven is van toepassing op de voorzitter van de Commissie.

  Art. 16. Het stelsel van toelagen en vergoedingen toegekend aan de leden van de Centrale Raad voor het bedrijfsleven is van toepassing op de leden van de Commissie.

  Art. 17. De vergoedingen verschuldigd aan de deskundigen en personen die met de Commissie en haar werkgroepen dienen samen te werken, worden bepaald volgens dezelfde voorwaarden als deze vastgelegd voor deskundigen door het bureau van de Centrale Raad voor het bedrijfsleven.

  Art. 18. De werkingskosten van de Commissie komen ten laste van het Ministerie van Economische Zaken. Het bedrag wordt afzonderlijk ingeschreven op de begroting van de Centrale Raad voor het bedrijfsleven.

  Afdeling 4. - Slotbepalingen.

  Art. 19. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 april 1993.

  Art. 20. Onze Minister van Economische Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Gelet op de wet van 5 augustus 1991 tot bescherming van de economische mededinging, inzonderheid op artikel 22;
   Gelet op het akkoord van Onze Minister van Ambtenarenzaken, gegeven op 30 maart 1993;
   Gelet op het akkoord van Onze Minister van Begroting, gegeven op 30 maart 1993;
   Gelet op het advies van de Raad van State;
   Op de voordracht an Onze Minister van Economische Zaken,
   .....

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 05-09-2001 GEPUBL. OP 23-01-2002
    (GEWIJZIGD ART. : 6)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 3 uitvoeringbesluiten 1 gearchiveerde versie
    Franstalige versie