J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord
Inhoudstafel
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving

Titel
22 JUNI 1992. - Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en diensten. - Collectieve arbeidsovereenkomst van 22 juni 1992. - Loonvoorwaarden (Overeenkomst geregistreerd op 31 augustus 1992 onder het nr. 30.870/CO/305.2).

Bron :
TEWERKSTELLING EN ARBEID
Publicatie : 14-06-1994 nummer :   1992062250 bladzijde : 16252
Dossiernummer : 1992-06-22/34
Inwerkingtreding : 01-12-1991

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Algemeenheden.
Art. 1-3
HOOFDSTUK II. - Revalidatiecentra voorheen niet-geconventioneerd met het Rijksfonds, maar wel verbonden door een RIZIV-conventie op de toepassingsdatum van deze collectieve arbeidsovereenkomst.
Art. 4-5
HOOFDSTUK III. - Revalidatiecentra voorheen geconventioneerd met het rijksfonds SRMV.
A. Functieclassifikatie.
Art. 6-11
B. Loonschalen.
Art. 12-18
HOOFDSTUK IV. - Vaststelling van de anciënniteit in de loonschaal.
Art. 19
HOOFDSTUK V. - Diverse bepalingen.
A. Bevordering.
Art. 20
B. Koppeling van de lonen en wedden aan het indexcijfer van de consumptieprijzen.
Art. 21
C. Verlof voor deelneming aan examens.
Art. 22
D. Berekening van het loon voor deeltijdse tewerkstelling.
Art. 23
E. Berekening van het uurloon, dagloon en jaarloon.
Art. 24
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen.
Art. 25

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Algemeenheden.

  Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op werknemers en werkgevers van de revalidatiecentra welke door middel van een conventie verbonden zijn aan het RIZIV en de revalidatiecentra voorheen geconventioneerd met het Rijkdsfonds voor Sociale Reklassering van Mindervaliden (RSRMV) en ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten.
  Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt onder werknemers verstaan het mannelijk en vrouwelijk werklieden- en bediendenpersoneel.

  Art. 2. De bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst stellen de algemene regels vast welke van toepassing zijn op al de werknemers en beogen slechts minimumlonen te bepalen terwijl aan de partijen de vrijheid wordt overgelaten gunstiger voorwaarden overeen te komen, mits rekening te houden met dee bijzondere bekwaamheid en de persoonlijke verdiensten van de betrokkenen.
  Zij mogen geen afbreuk doen aan de bepalingen welke voor de werknemers gunstiger zijn, daar waar dergelijke toestand bestaat.

  Art. 3. De minimumuurlonen en -maandlonen, vermeld in deze collectieve arbeidsovereenkomst worden met 0,9999 pct. verminderd voor de centra waarvan door het Paritair Subcomité wordt aangenomen dat zij, in analogie met de omschrijving voorzien in de wetgeving op de stagiairs, kunnen worden beschouwd als centrum in moeilijkheden; hiermee worden derhalve die centra bedoeld waarvan de netto-resultaten, verhoogd met de afschrijvingen, negatief zijn voor het jaar voorafgaande aan de aanvraag tot erkenning en waarvan de resultaten van de twee dienstjaren die daaraan voorafgaan een verlies vertonen.

  HOOFDSTUK II. - Revalidatiecentra voorheen niet-geconventioneerd met het Rijksfonds, maar wel verbonden door een RIZIV-conventie op de toepassingsdatum van deze collectieve arbeidsovereenkomst.

  Art. 4. De loonschalen, zoals bepaald in hun conventie en ten laatste afgesloten op de ingangsdatum van deze collectieve arbeidsovereenkomst met het Beheerskomitee van de Dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, worden op 1 december 1991 verhoogd met 1 pct. behoudens indien zij deze maatregel op 1 november 1991 reeds hebben toegepast.

  Art. 5. De personeelsleden uit de revalidatiecentra met een RIZIV-conventie en ingedeeld in de loonschaal 1.10 worden vanaf 1 december 1991 ingedeeld in de schaal 1.12 met behoud van de verworven anciënniteit.

  HOOFDSTUK III. - Revalidatiecentra voorheen geconventioneerd met het rijksfonds SRMV.

  A. Functieclassifikatie.

  Art. 6. De werknemers die hoofdzakelijk handarbeid verrichten worden in vijf categorieën ingedeeld, als volgt te bepalen:
  - Schaal 40.1 - 40.2: aan de eerste categorie: ongeschoolden zoals hulparbeider, schoonmaker, dienstbode, nachtwaker, huisbewaarder, ongeschoolde landarbeider.
  - Schaal 41.1 - 41.2: aan de tweede categorie: half-geschoolden zoals wasvrouw, helper-tuinier, ketelstoker, werkman in laboratorium, strijkster, linnennaaister, niet-gediplomeerde bomensnoeier, portier, helper van geschoolde arbeider.
  - Schaal 42.3: aan de derde categorie: geschoolden zoals slager, bakker, schoenmaker, electricien, tuinier, metselaar, schrijnwerker, loodgieter, schilder, kleermaker, ontsmetter, werkman voor radiografie, magazijnier, autobestuurder, bomensnoeier houder van een studiegetuigschrift, geschoolde landarbeider.
  - Schaal 43.4 - 43.5: aan de vierde categorie: meer dan geschoolden, zoals:
  de werknemers die houder zijn van een diploma of een getuigschrift waaruit hun kwalifikatie onbetwistbaar blijkt zoals: linnennaaister-snijdster, linnennaaister-kleermaakster, bakker, schoenmaker, tuinier, mecanicien, loodgieter van sanitaire installaties, meubelmaker, schrijnwerker, electricien, kok.
  - Schaal 44.1 - 44.2: aan de vijfde categorie: meester-personeel: de ploegarbeiders verantwoordelijk voor vijf werklieden.
  Voor alle werknemers die hoofdzakelijk handenarbeid verrichten is de baremieke aanvangsleeftijd 18 jaar.

  Art. 7. Aan het administratief personeel worden volgende loonschalen toegekend:
  - Schaal 30/1 met aanvangsleeftijd op 18 jaar: aan de klerk, houder van een diploma van het lager secundair onderwijs of daarmee gelijkgesteld.
  - Schaal 30/2 met aanvangsleeftijd op 18 jaar: aan de klerk-stenotypist, houder van een diploma van lager secundair onderwijs of daarmee gelijkgesteld en van een getuigschrift waaruit de kennis blijkt van stenodactylografie.
  - Schaal 20/1 met aanvangsleeftijd op 20 jaar: aan de opsteller, houder van een diploma van het hoger secundair onderwijs of daarmee gelijkgesteld.
  - Schaal 20/2 met aanvangsleeftijd op 20 jaar: aan de boekhouder klasse II houder van een diploma van het hoger secundair onderwijs met een economische of hiermede gelijkgestelde oriëntatie.
  - Schaal 22/3 met aanvangsleeftijd op 20 jaar: aan de ekonoom, houder van een diploma van het hoger technisch onderwijs.
  - Schaal 22/6 - 23/6 - 24/6 met aanvangsleeftijd op 23 jaar: aan de boekhouder klasse I, houder van een diploma van het hoger technisch onderwijs met een economische of hiermede gelijkgestelde oriëntatie.

  Art. 8. Aan het technisch en ondersteunend personeel worden volgende loonschalen toegekend:
  - Schaal 30/2 met aanvangsleeftijd op 18 jaar: aan de kopiist A3 (voor brailleschrift), houder van een certifikaat van het niveau van het lager secundair onderwijs.
  - Schaal 20/1 met aanvangsleeftijd op 20 jaar: aan de kopiist A2 (voor brailleschrift), houder van een diploma van het niveau van het hoger secundair onderwijs.
  - Schaal 30/2 met aanvangsleeftijd op 18 jaar: aan de technicus-knutselaar voor de apparatuur en aan de technicus in de electronica A3, houder van een certifikaat van het niveau van het lager secundair onderwijs.
  - Schaal 20/1 met aanvangsleeftijd op 20 jaar: aan de technicus in de electronica A2, houder van een diploma van het hoger secundair technisch onderwijs.
  - Schaal 22/6 - 23/6 - 24/6 met aanvangsleeftijd op 23 jaar: aan de technicus in de electronica A1, houder van het diploma van het hoger technisch onderwijs.

  Art. 9. Aan het verzorgend en verplegend personeel worden volgende loonschalen toegekend:
  - Bijzondere schaal nr. 1 met aanvangsleeftijd op 18 jaar: aan de kinderverzorgster, de gezins- en sanitaire helpster, de ziekenoppasser, houders van het overeenkomstig brevet of diploma.
  - Schaal R34 - R35 met aanvangsleeftijd op 21 jaar: aan de gebrevetteerde verpleegkundige.
  - Schaal 22/6 - 23/6 - 24/6 met aanvangsleeftijd op 23 jaar: aan de gegradueerde verpleegkundige.

  Art. 10. Aan het sociaal, paramedisch en therapeutisch personeel worden volgende loonschalen toegekend:
  - Schaal 22/6 - 23/6 - 24/6 met aanvangsleeftijd op 23 jaar: aan de maatschappelijk assistent, de kinesitherapeut, de ergotherapeut, de orthopedist, de logopedist, houders van het overeenkomstig A1-diploma of licentiaatsdiploma.
  - Schaal 10/1 met aanvangsleeftijd op 24 jaar: aan de psycholoog, pedagoog, orthopedagoog, houders van het overeenkomstig licentiaatsdiploma; aan de kinesitherapeut, logopedist, houders van het overeenkomstig licentiaatsdiploma op voorwaarde dat dit diploma bij de aanwerving vereist is of indien betrokkene een functie van diensthoofd waarneemt.

  Art. 11. Aan het opvoedend personeel worden volgende loonschalen toegekend:
  - Schaal 32/1 - 32/3 met aanvangsleeftijd op 18 jaar: aan de opvoeder klasse III, houder van een brevet afgeleverd door een inrichting van hoger secundair beroepsonderwijs of een diploma of studiegetuigschrift ten minste van het niveau van het lager secundair onderwijs, aan de ziekenoppassers, de kinderverzorgsters en de gezins- en sanitaire helpsters, houders van het overeenkomstig brevet of getuigschrift.
  - Bijzondere schaal nr. 2 met aanvangsleeftijd op 20 jaar: aan de opvoeder klasse II B, houder van een diploma of eindgetuigschrift afgeleverd door het hoger secundair onderwijs (algemeen of technisch), alsook aan de opvoeder die tien jaar dienst heeft in klasse III.
  - Bijzondere schaal nr. 3. met aanvangsleeftijd op 20 jaar: aan de opvoeder klasse II A, houder van een universitair diploma, van een diploma of eindgetuigschrift met pedagogische, sociale, artistieke of paramedische oriëntatie, ten minste van het niveau van het hoger secundair technisch onderwijs, met volledig leerplan of voor sociale promotie, alsook aan de houder van een brevet van verpleger of verpleegassistent, alsook aan de houder van een brevet van kinderverzorgster voor zover deze zich bezighoudt met kinderen van 0 tot 6 jaar, alsook aan de opvoeder die tien jaar dienst heeft in klasse II B.
  - Schaal 22/3 met aanvangsleeftijd op 20 jaar: aan de opvoeder klasse I, houder van diploma of eindgetuigschrift van het niveau van het hoger onderwijs, ten minste van het korte type met volledig leerplan of voor sociale promotie, met sociale artistieke, pedagogische, psychologische of paramedische oriëntatie.
  - Schaal 23/2 met aanvangsleeftijd op 21 jaar: aan de hoofdopvoeder, houder van een diploma of getuigschrift vereist voor de opvoeders klasse I en door het inrichtend bestuur in deze funktie benoemd.
  - Schaal 24/1 met aanvangsleeftijd op 21 jaar: aan de opvoeder-groepschef, zijnde een hoofdopvoeder met ten misnte één jaar anciënniteit, die door het inrichtend bestuur in de eerstgenoemde funktie wordt benoemd.

  B. Loonschalen.

  Art. 12. De schalen van de minimum uurlonen van het werkliedenpersoneel met een voltijdse betrekking binnen het 38-uren-weekstelsel worden als volgt vastgesteld:

  Referentie-        40.1        41.1        42.3          43.4          44.4
  schaal             40.2        41.2                      43.5          44.2
       
  Aanvangs-        18 jaar     18 jaar     18 jaar       18 jaar      18 jaar
  leeftijd
       
  Ancienniteit        F           F           F             F            F
       
   0               215,17      215,69      228,43        235,96        251,53
   1               218,32      218,78      231,52        239,05        253,68
   2               221,47      221,87      234,61        242,14        255,84
   3               224,63      224,96      237,70        245,23        257,99
       
   5               226,85      227,14      239,88        248,16        260,93
   7               229,08      229,33      242,06        251,10        263,87
   9               231,30      232,26      245,00        254,04        266,81
  11               233,53      235,20      247,94        256,98        269,74
  13               235,75      238,14      250,88        259,92        272,68
       
  15               237,98      241,08      253,82        262,85        275,62
  17               240,20      244,01      256,75        265,79        278,56
  19               242,43      246,95      259,69        269,13        281,90
  21               244,65      249,89      262,63        272,47        285,23
  23               246,88      252,83      265,57        275,81        288,57
       
  25               249,10      255,77      268,51        279,14        291,91
  27                 -         258,70      271,44        282,48        295,25



  Art. 13. De schalen van de minimum maandlonen van het administratief personeel met een voltijdse betrekking worden als volgt vastgesteld:

  Referentie-     30.1       30.2       20.1       20.2       22.3       22.6
  schaal                                                                 23.6
                                                                         24.6
       
  Aanvangs-     18 jaar    18 jaar    20 jaar    20 jaar    20 jaar   23 jaar
  leeftijd
       
  Ancienniteit     F          F          F          F          F         F
       
   0            35.944     36.643     39.261     40.660     45.355     47.685
   1            36.383     37.083     40.100     41.499     46.194     48.664
   2            36.823     37.522     40.939     42.338     47.033     49.643
   3            37.263     37.962     41.779     43.177     47.872     50.622
       
   5            37.962     38.661     42.588     43.986     48.711     52.300
   7            38.661     39.361     43.397     44.795     49.830     53.978
   9            39.361     40.060     45.355     46.753     52.067     62.090
  11            40.060     40.715     47.313     48.711     54.305     63.768
  13            40.759     41.458     49.270     50.669     56.263     65.446
  15            41.875     42.575     51.228     52.627     58.220     67.124
  17            42.992     43.691     53.186     54.584     60.178     68.802
  18            42.992     43.691     53.186     54.584     60.178     74.582
  19            44.108     44.807     55.144     56.542     62.136     76.261
  21            45.225     45.924     57.102     58.500     64.094     77.939
  23            46.341     47.040     59.060     60.458     66.052     79.617
       
  25            47.457     48.156     61.017     62.416     68.010     81.295
  27            48.574     49.273     62.975     64.374     69.967     82.973
  29            49.690     50.389     64.933     66.332     71.925        -



  Art. 14. De schalen van de minimum maandlonen van het technisch en ondersteunend personeel met een voltijdse betrekking worden als volgt vastgesteld:

  Referentieschaal                   30.2              20.1              22.6
                                                                         23.6
                                                                         24.6
       
  Aanvangsleeftijd                  20 jaar           20 jaar         23 jaar
       
  Ancienniteit                         F                 F               F
       
   0                                36.643            39.261           47.685
   1                                37.083            40.100           48.664
   2                                37.522            40.939           49.643
   3                                37.962            41.779           50.622
       
   5                                38.661            42.588           52.300
   7                                39.361            43.397           53.978
   9                                40.060            45.355           62.090
  11                                40.715            47.313           63.768
  13                                41.458            49.270           65.446
  15                                42.575            51.228           67.124
  17                                43.691            53.186           68.802
  18                                43.691            53.186           74.582
  19                                44.807            55.144           76.261
  21                                45.924            57.102           77.939
  23                                47.040            59.060           79.617
  25                                48.156            61.017           81.295
  27                                49.273            62.975           82.973
  29                                50.389            64.933              -



  Art. 15. De schalen van de minimum maandlonen van het verzorgend en verplegend personeel met een voltijdse betrekking worden als volgt vastgesteld:

  Referentieschaal                Bijz. schaal         R 34              22/6
                                     nr. 1             R 35              23/6
                                                                         24/6
       
  Aanvangsleeftijd                  18 jaar           21 jaar         23 jaar
       
  Ancienniteit                         F                 F               F
       
   0                                38.161            43.956           47.685
   1                                38.601            44.795           48.664
   2                                39.041            45.634           49.643
   3                                39.480            46.473           50.622
   4                                39.480            46.473           50.622
       
   5                                40.267            47.313           52.300
   6                                40.267            47.313           52.300
   7                                41.055            48.431           53.978
   8                                41.055            48.431           53.978
   9                                45.355            55.657           62.090
       
  10                                45.774            55.657           62.090
  11                                46.194            57.335           63.768
  12                                46.753            57.335           63.768
  13                                47.313            59.013           65.446
  14                                47.872            59.013           65.446
       
  15                                48.431            60.691           67.124
  16                                48.991            60.691           67.124
  17                                49.550            62.369           68.802
  18                                50.109            62.369           74.582
  19                                50.669            64.047           76.261
       
  20                                51.228            64.047           76.261
  21                                51.788            65.726           77.939
  22                                52.347            65.726           77.939
  23                                52.906            67.404           79.617
  24                                53.466            67.404           79.617
       
  25                                54.025            69.082           81.295
  26                                54.584            69.082           81.295
  27                                55.144            70.760           82.973
  28                                55.703            70.760              -
  29                                56.263            72.438              -



  Art. 16. De schalen van de minimum maandlonen van het sociaal, paramedisch en therapeutisch personeel met een voltijdse betrekking worden als volgt vastgesteld:

  Referentieschaal                       22/6 - 23/6                     10/1
                                            24/6
       
  Aanvangsleeftijd                        23 jaar                     24 jaar
       
  Ancienniteit                               F                           F
       
   0                                      47.685                       63.535
   1                                      48.664                       65.492
   2                                      49.643                       67.450
   3                                      50.622                       69.408
       
   5                                      52.300                       72.415
   7                                      53.978                       75.421
   9                                      62.090                       78.428
       
  11                                      63.768                       81.435
  13                                      65.446                       84.442
  15                                      67.124                       87.448
       
  17                                      68.802                       90.455
  18                                      74.582                          -
  19                                      76.261                       93.462
  21                                      77.939                       96.468
  23                                      79.617                       99.475
       
  25                                      81.295                          -
  27                                      82.973                          -



  Art. 17. De schalen van de minimum maandlonen van het opvoedend personeel met een voltijdse betrekking worden als volgt vastgesteld:

  Refe-     32.1        Bijz.       Bijz.       22/3        23/2        24/1
  rentie               schaal      schaal
  schaal               nr. 2       nr. 3
       
  Aan-     18 jaar     20 jaar     20 jaar     20 jaar     21 jaar    21 jaar
  vangs-
  leeftijd
       
  Ancien      F           F           F           F           F          F
  niteit
       
   0       36.902      39.761      41.439      45.355      52.067      54.445
   1       37.342      40.600      42.138      46.194      52.906      55.284
   2       37.782      41.439      42.837      47.033      53.745      56.123
   3       38.222      42.278      43.537      47.872      54.584      56.962
       
   5       39.009      43.117      44.376      48.711      55.424      57.801
   7       39.796      44.236      45.215      49.830      56.542      58.920
   9       41.902      45.355      46.054      52.067      58.780      61.157
  11       42.799      46.473      46.893      54.305      61.017      63.395
  13       43.696      47.592      48.012      56.263      62.975      65.353
       
  15       44.812      48.711      49.131      58.220      64.911      67.310
  17       45.929      49.830      50.249      60.178      66.891      69.268
  19       47.045      50.949      51.368      62.136      68.849      71.226
  21       48.161      52.067      52.487      64.094      70.807      73.184
  23       49.278      53.186      53.606      66.052      72.764      75.142
       
  25       50.394      54.347      54.724      68.010      74.722      77.100
  27       51.510      55.424      55.843      69.967      76.680      79.057
  29       52.627      56.542      57.801      71.925      78.638      81.015
  31          -           -           -           -           -        82.973



  Art. 18. Ook de werkelijk uitbetaalde lonen in de revalidatiecentra, voorheen geconventioneerd met het Rijksfonds SRMV, worden vanaf 1 december 1991 met 1 pct. verhoogd. Deze verplichting wordt gedeeltelijk of geheel opgeheven in de gevallen waar de barema's die vastgesteld zijn in de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 oktober 1991, gesloten in het Paritair Subcomité voor de privé-ziekenhuizen, betreffende de lonen, door deze maatregel zouden worden overschreden.

  HOOFDSTUK IV. - Vaststelling van de anciënniteit in de loonschaal.

  Art. 19. § 1. Vanaf 1 september 1989 wordt aan alle werknemers tewerkgesteld in een revalidatiecentrum een anciënniteit in de loonschaal toegekend die gelijk is aan het aantal volle maanden gepresteerd met een arbeidsovereenkomst in de revalidatiecentra.
  § 2. De anciënniteit in de loonschaal neemt een aanvang op de leeftijd die vastgesteld is voor de betreffende loonschaal.
  § 3. Indien de werknemer tewerkgesteld is in een revalidatiecentrum met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die loopt ten laatste vanaf 1 februari en eindigt tussen 14 en 29 juni daarop volgend en deze werknemer vervolgens vóór 16 september van hetzelfde jaar opnieuw met een arbeidsovereenkomst tewerkgesteld wordt in een revalidatiecentrum, dan worden de maanden juni en september voor de vaststelling van de anciënniteit in de loonschaal gelijkgesteld met volle maanden.
  § 4. Indien de werknemer vóór 16 september tewerkgesteld is in een revalidatiecentrum met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die eindigt tussen 14 en 30 juni daarop volgend en deze werknemer vervolgens vóór 16 september van hetzelfde jaar opnieuw tewerkgesteld wordt in een revalidatiecentrum, dan wordt aan deze werknemer, onverminderd het bepaalde in § 3, bij zijn indiensttreding in september één bijkomende maand anciënniteit in de loonschaal toegekend.

  HOOFDSTUK V. - Diverse bepalingen.

  A. Bevordering.

  Art. 20. Op het ogenblik van zijn bevordering heeft elk personeelslid onmiddellijk recht op de loonschaal van de nieuwe funktie welke hij uitoefent, rekening houdend met de verworven anciënniteit in de loonschaal.

  B. Koppeling van de lonen en wedden aan het indexcijfer van de consumptieprijzen.

  Art. 21. De lonen en wedden vermeld in de artikelen 12, 13, 14, 15, 16 en 17, evenals alle werkelijk uitbetaalde lonen en wedden worden gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk, overeenkomstig de modaliteiten welke zijn vastgesteld bij de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd voor de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld.
  Zij worden beschouwd als zijnde verbonden aan het spilindexcijfer 102,02 (basis 1988). Het aldus geïndexeerde maandloon wordt afgerond door weglating van alle decimalen. Indien het geïndexeerde maandloon van de werklieden wordt omgerekend tot een uurloon, gebeurt dit tot en met de honderdsten, eveneens met weglating van alle verdere decimalen.

  C. Verlof voor deelneming aan examens.

  Art. 22. De werknemer mag, mits tien kalenderdagen vooraf de werkgever te verwittigen, onbezoldigd afwezig zijn de dag van een examen dat betrekking heeft op functies uitgeoefend in het revalidatiecentrum.

  D. Berekening van het loon voor deeltijdse tewerkstelling.

  Art. 23. De loon- en weddeschalen vermelden de lonen voor een voltijdse betrekking. Bij een deeltijdse tewerkstelling worden zij verhoudingsgewijs berekend.

  E. Berekening van het uurloon, dagloon en jaarloon.

  Art. 24. De uurlonen zijn berekend binnen een regime van 38 uren per week. Om het uurloon voor een veertigurenweekstelsel te kennen, neemt men het baremiek bruto-jaarloon en deelt dit door 2080, waarbij de decimalen tot op honderdsten zonder afronding in aanmerking worden genomen.
  In afwijking van de gebruikelijke berekeningswijze van het dagloon in de private sektor, wanneer de maandwedde niet volledig verschuldigd is, wordt rekening houdend met het systeem van het Rijk, het dagloon in dertigsten van het geïndexeerd maandloon berekend overeenkomstig volgende modaliteiten:
  - bedraagt het werkelijk aantal te betalen dagen 15 of minder, dan is het aantal verschuldigde dertigsten gelijk aan het werkelijk aantal te betalen dagen;
  - bedraagt het werkelijk aantal te betalen dagen meer dan 15, dan is het aantal verschuldigde dertigsten gelijk aan het verschil tussen dertig en het werkelijk aantal niet te betalen dagen.
  Om het overeenkomstig baremiek brutojaarloon te kennen, neemt men het hierboven vermelde baremiek brutouurloon en vermenigvuldigt het met 1976 of het baremiek brutomaandloon en vermenigvuldigt het met 12.

  HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen.

  Art. 25. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 december 1991.
  Zij is afgesloten voor onbepaalde tijd en kan worden herzien of opgezegd door elk van de partijen mits een opzegging van drie maanden, betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten.
  Zij vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 januari 1980, gesloten in het Paritair Subcomité voor de inrichtingen die niet aan de wet op de ziekenhuizen onderworpen zijn, tot vaststelling van de arbeids- en loonvoorwaarden van sommige werknemers, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 8 mei 1980.
  De collectieve arbeidsovereenkomst van 20 juni 1989, gesloten in het Paritair Subcomité voor de inrichtingen die niet aan de wet op de ziekenhuizen onderworpen zijn, tot vaststelling van de arbeids- en loonvoorwaarden van de werknemers van de revalidatiecentra en gewijzigd bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 november 1990, respectievelijk algemeen verbindend verklaard bij de koninklijke besluiten van 20 november 1989 en van 7 februari 1991, meer bepaald de erkende NOK- of PSY centra, worden vanaf 1 december 1991 opgeheven.
  De collectieve arbeidsovereenkomst van 25 oktober 1991, gesloten in het Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten, tot vaststelling van de loonvoorwaarden, algemeen verbinden verklaard bij koninklijk besluit van 5 juni 1992, betreffende de revalidatiecentra voorheen geconventioneerd met het Rijksfonds voor Sociale Reclassering van Mindervaliden, wordt vanaf 1 december 1991 gedeeltelijk opgeheven, met name het artikel 2.
  Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 1 april 1994.
  (Voor het KB. zie %%1994-04-01/42%%).
  De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
  Mevr. M. SMET

Begin Eerste woord Laatste woord
Inhoudstafel
Franstalige versie