J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
Erratum Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/1991/03/27/1991021081/justel

Titel
27 MAART 1991. - Koninklijk besluit betreffende de ontbinding van de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen en de overdracht van haar taken, goederen, rechten en verplichtingen.

Bron :
EERSTE MINISTER.VERKEERSWEZEN
Publicatie : 17-04-1991 nummer :   1991021081 bladzijde : 7940
Dossiernummer : 1991-03-27/30
Inwerkingtreding : 01-01-1991

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-16

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  - " Nationale Maatschappij ", de Nationale Maatschappij voor Buurtspoorwegen;
  - " gewestelijke instellingen " de instellingen die voor het Vlaamse Gewest en voor het Waalse Gewest de opdrachten overnemen van de Nationale Maatschappij van de Buurtspoorwegen;
  - " Regeringsafgevaardigden " : de afgevaardigden benoemd bij het koninklijk besluit van 17 juli 1989 tot aanwijzing van de Regeringsafgevaardigden belast met de voorbereiding van de ontbinding van de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen.

  Art. 2. § 1. De Nationale Maatschappij wordt ontbonden.
  § 2. De Nationale Maatschappij in ontbinding, waarvoor de raad van bestuur optreedt, blijft voortbestaan voor de ontbindingsverrichtingen.
  De Regeringsafgevaardigden worden op de vergaderingen van de raad van bestuur uitgenodigd en nemen aan die vergaderingen deel met raadgevende stem.
  Zij kunnen, met het oog op verzet tegen iedere handeling die de ontbinding kan schaden, beroep aantekenen bij de Eerste Minister en bij de toezichthoudende Minister, overeenkomstig de procedure vastgesteld bij de artikelen 9 en 10 van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut. Het beroep moet in gemeen overleg worden ingediend.

  Art. 3. Alle handelingen betreffende de personeelsleden alsook betreffende de goederen, rechten en verplichtingen beoogd in de artikelen 5 tot 8 verricht door de Nationale Maatschappij, binnen de grenzen van een deugdelijk en redelijk beheer gedurende de periode tussen 1 januari 1991 en de publikatiedatum van dit besluit worden geacht te zijn verricht in naam en voor rekening van het Gewest waaraan deze personeelsleden zijn overgedragen of van de gewestelijke instelling waaraan deze goederen, rechten en verplichtingen zijn toegekend.

  Art. 4. Alle taken van de Nationale Maatschappij worden overgedragen aan het Vlaamse Gewest en aan het Waalse Gewest, ieder voor wat hem betreft.

  Art. 5. _ De goederen, rechten en verplichtingen van de Nationale Maatschappij worden aan de gewestelijke instellingen overgedragen op de datum van inwerkingtreding van dit besluit.
  Deze overdracht geschiedt op basis van de statutaire balans opgesteld op 31 december 1990, goedgekeurd door de algemene vergadering en met inlijving op 1 januari 1991 van het resultaat van de herwaardering van de goederen gelegen te Spa (vakantiehuis), wijk Annette et Lubin - kadastrale legger 7090; te Koksijde (appartementen), Dorlodotstraat 25 - kadastrale legger 06757, te Nieuwpoort (vakantiehuis), Meeuwenlaan 2 - kadastrale legger 04563, te Blankenberghe (vakantiewoningen), J. Vande Puttelaan 1 - kadastrale legger 01572, te Dilbeek (trammuseum), Ninoofsesteenweg 184 - kadastrale legger 01484, te Anderlecht (zetel directie Brabant), Barastraat 115-117 - kadastrale legger 03642, te Anderlecht (werkhuizen en stelplaatsen), Klaverstraat 65 - kadastrale legger 07110, te Evere, Leuvensesteenweg 970 - kadastrale legger 10134, te Sint-Gillis, Vlasfabriekstraat 15 - kadastrale legger 09366 en te Ukkel (garage, administratief gebouw, woning, hoven en gronden), steenweg op Drogenbos 131 tot 135 - kadastrale legger 09272.

  Art. 6. § 1. Alle eigen middelen en schulden die de passiva van de Nationale Maatschappij vormen, worden, ieder wat haar betreft, overgedragen aan de gewestelijke instellingen.
  Meer bepaald wordt de waarde van de aandelen in het opgevraagd kapitaal der lijnen en de bijhorende annuïteiten die in het bezit zijn van de vennoten toegewezen aan de gewestelijke instellingen naargelang zij tot het Vlaamse of het Waalse Gewest behoren met dien verstande dat de aandelen waarop door de Brusselse Agglomeratie en door particulieren voor een specifieke lijn is ingeschreven, de gewestelijke instelling volgen waaraan de uitbating van de lijn wordt toegewezen krachtens het samenwerkingsakkoord van 1 januari 1991, afgesloten tussen het Vlaamse Gewest en het Waalse Gewest in verband met het grensoverschrijdend openbaar vervoer tussen het Vlaamse Gewest en het Waalse Gewest en bedoeld in artikel 92bis, § 2, c, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming van de instellingen.
  Voor de toepassing van het tweede lid wordt de waarde van de aandelen in het opgevraagd kapitaal van elke lijn in het bezit van de Staat en de provincie Brabant proportioneel verdeeld volgens de waarde van de kapitaalsaandelen toebehorend aan de gemeentelijke aandeelhouders van dezelfde lijn, naargelang deze tot het Vlaamse Gewest of het Waalse Gewest behoren.
  § 2. Het reservefonds, het voorzieningsfonds, de voorschotten aan de spoorlijnen met verlies, de bijkomende retributie aan privé-exploitanten en de door de Staat niet gedekte exploitatietekorten worden verdeeld volgens de historische oorsprong van elke lijn.
  Voor de lijnen met een taalgemengd aandeelhouderschap wordt rekening gehouden met het verdelingsprincipe vastgelegd in voorgaande paragraaf.
  § 3. De meerwaarde verwezenlijkt bij de verkoop van het gebouw waarin de administratieve zetel van de Nationale Maatschappij is gevestigd alsmede de niet-verwezenlijkte meerwaarden verbonden aan de vakantiecentra, aan het gebouw gelegen te Sint-Gillis, in de Vlasfabriekstraat 15, en aan het trammuseum te Dilbeek, worden verdeeld volgens de verhouding 55 % voor de Vlaamse gewestelijke instelling en 45 % voor de Waalse gewestelijke instelling.
  § 4. De niet-verwezenlijkte meerwaarden op de bedrijfsgoederen gelegen op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden als volgt verdeeld :

                        Vlaamse             Waalse
                        gewestelijke        gewestelijke
                        instelling          instelling
  Anderlecht
  (Klaverstraat)        100 %               0 %
  en Evere
  (Leuvensesteenweg) :
  Ukkel (steenweg op
  Drogenbos) :           91 %               9 %
  Anderlecht
  (Barastraat) :         73,86 %           26,14 %


  § 5. De verzekeringsfondsen worden overgedragen volgens de gewestelijke ligging van de gedekte risico's.
  § 6. De verplichtingen van de Nationale Maatschappij verbonden aan de obligatieleningen andere dan kapitaalintekeningen, en de leningen opgenomen bij de kredietinstellingen worden overgedragen aan de Vlaamse gewestelijke instelling of aan de Waalse gewestelijke instelling volgens de investeringen jaarlijks betaald door middel van deze leningen in elk Gewest.
  Dezelfde verplichtingen met betrekking tot de investeringen gedaan in de maatschappelijke zetel worden verdeeld tussen de Vlaamse gewestelijke instelling en de Waalse gewestelijke instelling volgens de verhouding 55 % voor de eerste en 45 % voor de tweede.
  § 7. De schulden betrekking hebbend op personeels- en pensioenuitgaven worden verdeeld tussen de Vlaamse gewestelijke instelling en de Waalse gewestelijke instelling, ieder wat haar betreft, voor het aan elk van haar overgedragen personeel in activiteit en voor het op rust gesteld personeel volgens de wijze waarop de begunstigden op basis van hun taal zijn ingedeeld bij het aanleggen van hun pensioendossier.
  § 8. De overige schuldrekeningen voorkomend op het passief worden verdeeld tussen de Vlaamse gewestelijke instelling en de Waalse gewestelijke instelling volgens de specifieke oorsprong per Gewest.
  De schulden verbonden aan de gemengde diensten in Brabant worden verdeeld tussen de Vlaamse gewestelijke instelling en de Waalse gewestelijke instelling volgens de verhouding 73,86 % voor de eerste en 26,14 % voor de tweede.

  Art. 7. De activa van de Nationale Maatschappij worden verdeeld tussen de Vlaamse gewestelijke instelling en de Waalse gewestelijke instelling in evenredigheid met hun aandeel in de verdeling van het passief zoals vastgesteld overeenkomstig artikel 6, §§ 1 tot 8.

  Art. 8. De onroerende investeringen gedaan binnen de grenzen van de doelstellingen van de Nationale Maatschappij die gelegen zijn respectievelijk in het Vlaamse Gewest en in het Waalse Gewest worden ieder wat haar betreft, aan de Vlaamse gewestelijke instelling of aan de Waalse gewestelijke instelling overgedragen samen met de daarbij horende rechten en verplichtingen.
  De roerende investeringen gedaan binnen de grenzen van de doelstellingen van de Nationale Maatschappij samen met de daarbij horende rechten en verplichtingen worden ieder wat haar betreft, aan de Vlaamse gewestelijke instelling of aan de Waalse gewestelijke instelling overgedragen volgens de huidige aanwending in de toegewezen exploitatielijnen in elk Gewest.
  De onroerende investeringen gedaan binnen de grenzen van de doelstellingen van de Nationale Maatschappij die gelegen zijn op het grondgebied van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest worden aan de Vlaamse gewestelijke instelling toegewezen met uitzondering van de goederen gelegen te Brussel (Laken), A. Stevensstraat 47, gekadastreerd 14ter en 15sup, sectie C, 44 C en 42 D, Brussel 1e afdeling, en te Ukkel, Diesdellelaan, gekadastreerd te Ukkel 4e afdeling, sectie H, nr. 3bis, 3ter, 3/4 en 3/5, die in onverdeeldheid blijven tussen de Vlaamse gewestelijke instelling en de Waalse gewestelijke instelling volgens de verhouding 55 % voor de eerste en 45 % voor de tweede.

  Art. 9. De Koning maakt het kapitaal van de Nationale Maatschappij te gelde door middel van inbrengen bij de in artikel 1 bedoelde gewestelijke instellingen.
  Als vergoeding voor die inbrengen ontvangt de Staat aandelen in de gewestelijke instellingen. Die aandelen worden door de Koning aan de aandeelhouders van de Nationale Maatschappij toegekend met inachtneming van de verhouding die ten tijde van de overdracht tussen de verschillende aandeelhouders bestaat.
  De Koning draagt de aandelen die aan de Staat worden toegekend over aan de Gewesten.

  Art. 10. De goederen worden overgedragen in de staat waarin zij zich bevinden en wat de onroerende goederen betreft, met alle actieve of passieve, zichtbare of niet-zichtbare, voortdurende of niet-voortdurende erfdienstbaarheden waarmee zij zouden kunnen bezwaard zijn.

  Art. 11. De gewestelijke instellingen genieten dezelfde fiscale voordelen en vrijstellingen als die welke aan de Nationale Maatschappij waren toegekend.

  Art. 12. De raad van bestuur van de Nationale Maatschappij en de Regeringsafgevaardigden kunnen in overleg met het Waalse Gewest en het Vlaamse Gewest of met de gewestelijke instellingen, naargelang het geval, ten behoeve van de ontbinding, kosteloos beschikken over de overgedragen personeelsleden en goederen.

  Art. 13. Een bijzondere rekening " ontbindingskosten " wordt geopend door de raad van bestuur van de Nationale Maatschappij. Als kosten van de ontbindingsverrichtingen worden ondermeer beschouwd de kosten in verband met de werking van de raad van bestuur en het Comité van Toezicht, de afsluiting der rekeningen en het opstellen van de jaarbalans, de organisatie van de algemene vergadering alsook het deel van de wedden, vergoedingen, toelagen en werkingskosten van de Regeringsafgevaardigden.
  De raad van bestuur is gemachtigd de nodige sommen vooraf te nemen op de waarde van de goederen die krachtens dit besluit overgedragen worden, teneinde de ontbindingskosten te dekken.

  Art. 14. Nadat het door de Regeringsafgevaardigde opgemaakte eindverslag over de verdeling is bezorgd aan de Eerste Minister en aan de toezichthoudende Minister en nadat dat verslag is ingediend bij de algemene vergadering van de Nationale Maatschappij, maakt de Koning een einde aan de ontbindingsverrichtingen en aan de opdracht van de Regeringsafgevaardigden, na advies van de betrokken Executieven.

  Art. 15. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1991.

  Art. 16. Onze Eerste Minister en Onze Minister van Verkeerswezen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Gelet op de wet van 28 december 1984 tot afschaffing of herstructurering van sommige instellingen van openbaar nut en andere overheidsdiensten inzonderheid artikel 2, § 1;
   Gelet op het koninklijk besluit van 30 mei 1986 tot vaststelling van de inwerkingtreding van sommige artikelen van de wet van 28 december 1984 tot afschaffing of herstructurering van sommige instellingen van openbaar nut;
   Gelet op het advies van de Vlaamse Executieve, gegeven op 21 december 1990;
   Gelet op het advies van de Waalse Gewestexecutieve, gegeven op 20 december 1990;
   Gelet op het advies van de Raad van State;
   Op de voordracht van Onze Eerste Minister, van Onze Minister van Verkeerswezen en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers,
   .
   .....
Erratum Tekst Begin

originele versie
1992021334
PUBLICATIE :
1992-12-23
bladzijde : 27222

Erratum



Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
Erratum Franstalige versie