J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 13 uitvoeringbesluiten 11 gearchiveerde versies
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/1987/11/19/1988016240/justel

Titel
19 NOVEMBER 1987. - Koninklijk besluit betreffende de bestrijding van voor planten en voor plantaardige produkten schadelijke organismen.
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 23-06-1989 en tekstbijwerking tot 18-12-2013)

Bron : LANDBOUW
Publicatie : 08-01-1988 nummer :   1988016240 bladzijde : 183
Dossiernummer : 1987-11-19/32
Inwerkingtreding : 18-01-1988

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-2
TITEL I. - Bestrijding van voor planten en voor plantaardige produkten schadelijke organismen.
HOOFDSTUK I. - Maatregelen in het binnenland.
Afdeling I. - Algemene maatregelen.
Art. 3-8
Afdeling II. - Bijzondere maatregelen.
I. Maatregelen betreffende de bestrijding van de wratziekte bij aardappelen (Synchytrium endobioticum (Schilb. Perc.)).
Art. 9-15
II. Maatregelen betreffende de bestrijding van het aardappelcystenaaltje (Globodera rostochiensis (Wollen Weber) Mulvey & Stone) (Syn. Heterodera rostochiensis Woll.).
Art. 16-22
III. Maatregelen betreffende de bestrijding van de coloradokever (Leptinotarsa decemlineata (Say)).
Art. 23
IV. Maatregelen betreffende de bestrijding van de vergelingsziekte van de biet.
Art. 24-25
V. Maatregelen betreffende de bestrijding van blauwe schimmel van tabak (Peronospora tabacina Adam).
Art. 26-31
VI. Maatregelen betreffende de bescherming van de hopteelt.
Art. 32-34
VII. Maatregelen betreffende de bestrijding van de kersenvlieg of -made (Rhagoletis cerasi L.).
Art. 35-36
VIII. Maatregelen betreffende de bestrijding van de San José-schildluis (Quadraspidiotus preniciosus (Comst.)).
Art. 37-42
IX. Maatregelen betreffende de bestrijding van schadelijke distels.
Art. 43-44
X. Maatregelen betreffende de bestrijding van de ratten (Rattus rattus L. en Rattus norvegicus Berk.).
Art. 45-46
XI. Maatregelen betreffende de bestrijding van de muskusrat (Ondatra zibethicus L.).
Art. 47-50
XII. Maatregelen betreffende de bestrijding van de veldmuizen (Microtus arvalis Pall.).
Art. 51-52
XIII. Maatregelen betreffende de bestrijding van de grijze eekhoorn (Sciurus carolensis G.M.).
Art. 53
XIV. Maatregelen betreffende de bestrijding van de kraaiachtigen (Corvidae).
Art. 54-56
XV. Maatregelen betreffende de bestrijding van kolonies van spreeuwen (Sturnus vulgaris L.).
Art. 57
XVI. Maatregelen betreffende de bestrijding van de iepeziekte (Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau).
Art. 58-64
XVIII. Maatregelen betreffende de bestrijding van de populierkanker (Xanthomonas populi Ridé).
Art. 65
XIX. Maatregelen betreffende de bestrijding van het bacterievuur (Erwinia amylovora (Burr.) Winsl. en al.).
Art. 66-67
XX. Maatregelen betreffende de bestrijding van het stengelaaltje (Ditylenchus Spp.).
Art. 68-69
XXI. Maatregelen betreffende de bestrijding van het wortelknobbelaaltje (Meloidogyne Spp.).
Art. 70
XXII. Maatregelen betreffende de bestrijding van de anjerbladrollers (Cacoecimorpha pronubana Hb., mediterrane anjerbladroller, en Epichoristodes acerbella (Walk.) Diak, Zuidafrikaanse anjerbladroller).
Art. 71-72
XXIII. Maatregelen betreffende de bestrijding van de trosrups (Losbesia botrana Schiff.).
Art. 73
XXIV. Maatregelen betreffende de bestrijding van de bananevlinder (Opogona sachari Boj.).
Art. 74
XXV. Maatregelen betreffende ringrot bij aardappelen (Corynebacterium sepedonicum (Spieck. et Kotth.) Skapt. et Burkh.).
Art. 75-82
XXVI. Maatregelen betreffende de bestrijding van rhizomania.
Art. 83
XXVII. Maatregelen betreffende de bestrijding van knolcyperus (Cyperus esculentus L.).
Art. 84
HOOFDSTUK II. - Maatregelen bij invoer, uitvoer en doorvoer.
Art. 85-87, 87bis
Afdeling I. - Maatregelen bij invoer.
Art. 88-99
Afdeling II. - Maatregelen bij uitvoer.
Art. 100-105
Afdeling III. - Maatregelen bij doorvoer.
Art. 106
TITEL II. - De Dienst voor Plantenbescherming.
HOOFDSTUK I. - Opdracht.
Art. 107-110
HOOFDSTUK II. - De waarnemers en de waarschuwingsposten.
Art. 111-114
TITEL III. - Slotbepalingen.
Art. 115-117
BIJLAGEN.
Art. N1-N6

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  Art. 2. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  TITEL I. - Bestrijding van voor planten en voor plantaardige produkten schadelijke organismen.

  HOOFDSTUK I. - Maatregelen in het binnenland.

  Afdeling I. - Algemene maatregelen.

  Art. 3. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  Art. 4. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  Art. 5. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  Art. 6. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  Art. 7. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  Art. 8. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  Afdeling II. - Bijzondere maatregelen.

  I. Maatregelen betreffende de bestrijding van de wratziekte bij aardappelen (Synchytrium endobioticum (Schilb. Perc.)).

  Art. 9. Zodra de aanwezigheid van de wratziekte vastgesteld wordt, is de verantwoordelijke gehouden onverwijld de burgemeester van de gemeente waar de aangetaste goederen zich bevinden hiervan in kennis te stellen.

  Art. 10. De Dienst bakent het besmette terrein af alsmede een veiligheidszone.
  Een terrein wordt als besmet beschouwd indien de aanwezigheid van de tekenen van de wratziekte op tenminste een plant van dat terrein is vastgesteld.

  Art. 11. De knollen en het loof van aardappelen afkomstig van besmette terreinen worden zodanig behandeld dat het schadelijk organisme wordt vernietigd. Indien het niet meer mogelijk is de plaats te bepalen vanwaar de besmette knollen en het besmette loof afkomstig zijn, moet de gehele partij waarin deze knollen of dit loof zijn aangetroffen, worden behandeld.

  Art. 12. Het is verboden op de besmette terreinen :
  1. aardappelen te verbouwen of op te slaan;
  2. voor wederuitplant bestemde planten te verbouwen, in te kuilen of op te slaan.

  Art. 13. In de veiligheidszone mogen slechts aardappelrassen worden verbouwd die voldoende resistent zijn tegen de fysio's van de wratziekte, waarvan de aanwezigheid op besmette terreinen is vastgesteld.
  Een aardappelras wordt als voldoende resistent tegen een fysio van de wratziekte beschouwd, indien het op besmetting door deze fysio in die mate reageert dat er geen vrees bestaat voor secundaire infectie.

  Art. 14. De Dienst heft de maatregelen ter bestrijding van de wratziekte of ter voorkoming van de verbreiding ervan eerst op wanneer de aanwezigheid van de wratziekte niet meer wordt vastgesteld.

  Art. 15. Het is verboden gedurende twee jaar nadat de besmetting is vastgesteld, stalmest, kompost of aal, voortkomende van een bedrijf in wier teelten de wratziekte werd waargenomen te verkopen of af te staan zonder schriftelijke toestemming van de Dienst.

  II. Maatregelen betreffende de bestrijding van het aardappelcystenaaltje (Globodera rostochiensis (Wollen Weber) Mulvey & Stone) (Syn. Heterodera rostochiensis Woll.).

  Art. 16.
  <Opgeheven bij KB 2010-06-22/04, art. 13, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2010>

  Art. 17.
  <Opgeheven bij KB 2010-06-22/04, art. 13, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2010>

  Art. 18.
  <Opgeheven bij KB 2010-06-22/04, art. 13, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2010>

  Art. 19.
  <Opgeheven bij KB 2010-06-22/04, art. 13, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2010>

  Art. 20.
  <Opgeheven bij KB 2010-06-22/04, art. 13, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2010>

  Art. 21.
  <Opgeheven bij KB 2010-06-22/04, art. 13, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2010>

  Art. 22.
  <Opgeheven bij KB 2010-06-22/04, art. 13, 008; Inwerkingtreding : 01-07-2010>

  III. Maatregelen betreffende de bestrijding van de coloradokever (Leptinotarsa decemlineata (Say)).

  Art. 23. De verantwoordelijke die de aanwezigheid van de coloradokever onder welke vorm ook vaststelt, is verplicht onmiddellijk maatregelen te nemen tot vernietiging ervan.

  IV. Maatregelen betreffende de bestrijding van de vergelingsziekte van de biet.

  Art. 24.
  <Opgeheven bij KB 2013-12-04/09, art. 3, 012; Inwerkingtreding : 28-12-2013>

  Art. 25.
  <Opgeheven bij KB 2013-12-04/09, art. 3, 012; Inwerkingtreding : 28-12-2013>

  V. Maatregelen betreffende de bestrijding van blauwe schimmel van tabak (Peronospora tabacina Adam).

  Art. 26.
  <Opgeheven bij KB 2013-12-04/09, art. 3, 012; Inwerkingtreding : 28-12-2013>

  Art. 27.
  <Opgeheven bij KB 2013-12-04/09, art. 3, 012; Inwerkingtreding : 28-12-2013>

  Art. 28.
  <Opgeheven bij KB 2013-12-04/09, art. 3, 012; Inwerkingtreding : 28-12-2013>

  Art. 29.
  <Opgeheven bij KB 2013-12-04/09, art. 3, 012; Inwerkingtreding : 28-12-2013>

  Art. 30.
  <Opgeheven bij KB 2013-12-04/09, art. 3, 012; Inwerkingtreding : 28-12-2013>

  Art. 31.
  <Opgeheven bij KB 2013-12-04/09, art. 3, 012; Inwerkingtreding : 28-12-2013>

  VI. Maatregelen betreffende de bescherming van de hopteelt.

  Art. 32. 1. Wanneer de verticilliosis bij hop (Verticillium alboatrum Reinke & Berth.), in een teelt optreedt, moet de verantwoordelijke ervan aangifte doen aan de burgemeester.
  2. De Dienst bakent het besmette perceel alsmede een veiligheidszone af.
  De burgemeester duidt door middel van aanplakbrieven en door bekendmaking op de gebruikelijke wijzen, de delen van het grondgebied der gemeente aan welke in de bij het vorig lid bedoelde zone vallen; indien deze zone zich over meer dan één gemeente uitstrekt, deelt de Dienst dit mede aan de burgemeesters van de andere gemeenten.

  Art. 33.
  <Opgeheven bij BVR 2010-12-03/05, art. 12, 009; Inwerkingtreding : 01-09-2010>

  Art. 34.
  <Opgeheven bij BVR 2010-12-03/05, art. 12, 009; Inwerkingtreding : 01-09-2010>

  VII. Maatregelen betreffende de bestrijding van de kersenvlieg of -made (Rhagoletis cerasi L.).

  Art. 35.
  <Opgeheven bij KB 2013-12-04/09, art. 3, 012; Inwerkingtreding : 28-12-2013>

  Art. 36.
  <Opgeheven bij KB 2013-12-04/09, art. 3, 012; Inwerkingtreding : 28-12-2013>

  VIII. Maatregelen betreffende de bestrijding van de San José-schildluis (Quadraspidiotus preniciosus (Comst.)).

  Art. 37. Wanneer de aanwezigheid van de San José-schildluis wordt vastgesteld, bakent de Dienst de terreinen af, waarop besmette planten voorkomen alsmede een veiligheidszone.

  Art. 38. In de terreinen met besmette planten en in de veiligheidszone legt de Dienst de passende behandeling op van de waardplanten van de San José-schildluis, ter bestrijding van dit schadelijk organisme en ter voorkoming van de verbreiding ervan.
  Als waardplanten worden aanzien de planten van de geslachten :
  Acacia Mill., Acer L., Amelamchier Med., Chaenomeles Ldl., Cotoneaster B. Ehrh, Crataegus L., Cydonia Mill., Euonymus L., Fagus L., Juglans L., Ligustrum L., Maclura Nutt., Malus Mill., Populus L., Prunus L., Ptelea L., Pyrus L., Ribes L., Rosa L., Salix L., Sorbus L., Symphoricarpus Duham., Syringa L., Tilia L., Ulmus L., Vitis L.

  Art. 39. 1. Alle besmette planten die zich in boomkwekerijen bevinden moeten worden vernietigd.
  2. Alle overige besmette of van besmetting verdachte planten die in een besmette zone groeien moeten dusdanig worden behandeld dat deze planten en de daarvan afkomstige verse vruchten niet meer besmet zijn wanneer zij in omloop worden gebracht.
  3. Alle bewortelde en in een besmette zone groeiende waardplanten van de San José-schildluis, alsmede de uit deze zone afkomstige en voor vermeerdering bestemde delen van deze planten, mogen slechts binnen de besmette zone worden verplant of uit deze besmette zone worden vervoerd, indien er geen besmetting op is vastgesteld en indien zij zodanig zijn behandeld dat eventueel aanwezige San José-schildluizen vernietigd zijn.

  Art. 40. Van alle partijen niet in de grond vaststaande planten en verse vruchten waarin besmetting is vastgesteld, moeten de besmette planten en vruchten worden vernietigd en de overige planten en vruchten der partij zodanig worden behandeld of verwerkt, dat de eventueel nog aanwezige San José-schildluizen worden vernietigd.

  Art. 41. De Dienst heft de maatregelen ter bestrijding van de San José-schildluis of ter voorkoming van de verbreiding ervan eerst op, wanneer de aanwezigheid van de San José-schildluis niet meer wordt vastgesteld.

  Art. 42. Zij die fruit kweken zijn verplicht hun binnen een veiligheidszone gelegen boomgaarden jaarlijks te behandelen met een tegen de San José-schildluis erkend bestrijdingsmiddel.

  IX. Maatregelen betreffende de bestrijding van schadelijke distels.

  Art. 43. De verantwoordelijke is verplicht de bloei alsmede de zaadvorming en de uitzaaiing van schadelijke distels met alle middelen te beletten.
  Als schadelijke distels worden beschouwd :
  - Akkerdistel (Cirsium arvense Scop.);
  - Speerdistel (Cirsium lanceolatum Hill.);
  - Kale Jonker (Cirsium palustre Scop.);
  - Kruldistel (Carduus crispus L.).
  Een afwijking van de verdelgingsplicht van de kale jonker wordt toegestaan door de Dienst in natuurgebieden met wetenschappelijke waarde of natuurreservaten.

  Art. 44. De Minister alsook de provinciegouverneurs kunnen bestrijdingsmaatregelen opleggen op de tijdstippen en de plaatsen die zij aanduiden.

  X. Maatregelen betreffende de bestrijding van de ratten (Rattus rattus L. en Rattus norvegicus Berk.).

  Art. 45. Zodra de verantwoordelijke vaststelt dat zich op zijn goederen ratten bevinden, moet hij onmiddellijk voor de verdelging ervan zorgen.

  Art. 46. De gouverneur van de provincie bepaalt het tijdstip en het gebied waarbinnen een verdelgingscampagne moet plaatshebben. Hij bepaalt eveneens in overleg met de Dienst de daartoe nodige maatregelen.

  XI. Maatregelen betreffende de bestrijding van de muskusrat (Ondatra zibethicus L.).

  Art. 47. De verantwoordelijke die muskusratten voor de eerste maal vaststelt of na een uitroeiingscampagne opnieuw vaststelt, is verplicht dit aan de burgemeester aan te geven.

  Art. 48. Het is verboden muskusratten te fokken of ze levend te houden, te vervoeren of te verhandelen.
  De verantwoordelijke kan de muskusratbestrijding toevertrouwen aan een derde die steeds in bezit moet zijn van een geschreven machtiging met gelegaliseerde handtekening.
  (De verantwoordelijke, openbaar bestuur, kan de muskusratbestrijding toevertrouwen aan een derde die steeds in het bezit moet zijn van de toelating. Het openbaar bestuur moet de Dienst inlichten over de gegeven toelatingen). <KB 1989-08-14/48, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 29-09-1989>

  Art. 49. <KB 1989-08-14/48, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 29-09-1989> Iedere verantwoordelijke is verplicht zijn medewerking te verlenen wanneer een uitroeiïngscampagne wordt georganiseerd door een openbaar bestuur. Deze medewerking omvat onder meer de verplichting fuiken, klemmen, alsook bestrijdingsmiddelen en andere tuigen op zijn goed te gedogen en bij de plaatsing en het toezicht ervan door officiële muskusrattenverdelgers of de door het openbaar bestuur aangeduide gespecialiseerde ondernemingen behulpzaam te zijn. Het openbaar bestuur dat een uitroeiïngscampagne organiseert pleegt voorafgaandelijk overleg met de Dienst over de modaliteiten van de bestrijding.
  Iedere verantwoordelijke is gehouden bij de bestrijding de eventuele aanwijzingen van de Dienst te volgen.

  Art. 50. Muskusratten, in strijd bevonden met artikel 48, worden in beslag genomen en op kosten van de overtreder, overeenkomstig de aanwijzingen van de Dienst, verdelgd, hetzij door de overheidspersoon die het misdrijf vaststelt, hetzij op diens verzoek, door de burgemeester.

  XII. Maatregelen betreffende de bestrijding van de veldmuizen (Microtus arvalis Pall.).

  Art. 51. Zodra de verantwoordelijke vaststelt dat veldmuizen in abnormale hoeveelheden voorkomen, is hij verplicht deze onmiddellijk op zijn kosten te verdelgen, volgens de onderrichtingen van de Dienst.

  Art. 52. De Dienst kan een uitroeiingscampagne organiseren in het door de Minister aangewezen gebied en beroep doen op de gouverneur van de provincie en op de burgemeester.

  XIII. Maatregelen betreffende de bestrijding van de grijze eekhoorn (Sciurus carolensis G.M.).

  Art. 53. Het is verboden grijze eekhoorns te fokken, ze levend te houden of te vervoeren of te verhandelen.

  XIV. Maatregelen betreffende de bestrijding van de kraaiachtigen (Corvidae).

  Art. 54. <Opgeheven voor het Waalse Gewest bij BWG 1994-07-14/47, art. 75, 006; Inwerkingtreding : 01-10-1994> Wanneer kolonies van kraaiachtigen aan de teelten aanzienlijke schade toebrengen kan de Minister de verdelging ervan bevelen.
  Hij bepaalt het gebied en de termijn binnen dewelke de verdelging moet worden verricht. Deze termijn mag niet korter zijn dan zes maanden en kan door de Minister worden verlengd.
  De verantwoordelijke op wiens grond de kolonies nestelen, wordt bij een ter post aangetekende brief in kennis gesteld van het besluit.

  Art. 55. <Opgeheven voor het Waalse Gewest bij BWG 1994-07-14/47, art. 75, 006; Inwerkingtreding : 01-10-1994> De verantwoordelijke ingelicht krachtens artikel 54, laatste lid, gaat over tot de verdelging van de kolonies op zijn grond door middel van jachtwapens, door het wegnemen van de nesten en het broed of met behulp van bestrijdingsmiddelen en andere door de Dienst aangenomen procédés.

  Art. 56. <Opgeheven voor het Waalse Gewest bij BWG 1994-07-14/47, art. 75, 006; Inwerkingtreding : 01-10-1994> De Minister kan de Dienst opdragen een uitroeiingscampagne te organiseren. De Dienst kan beroep doen op de gouverneur van de provincie en op de burgemeester. De beslissing wordt door de Dienst ter kennis gebracht van de verantwoordelijke.

  XV. Maatregelen betreffende de bestrijding van kolonies van spreeuwen (Sturnus vulgaris L.).

  Art. 57. <Opgeheven voor het Waalse Gewest bij BWG 1994-07-14/47, art. 75, 006; Inwerkingtreding : 01-10-1994> De Minister kan de Dienst de organisatie opdragen van een uitroeiingscampagne van spreeuwenkolonies, die aanzienlijke schade aan teelten toebrengen.
  Hij bepaalt de termijn binnen dewelke de verdelging moet worden verricht en stelt de wijze en de middelen van de verdelging vast, inbegrepen het gebruik van explosieven en netten.
  De burgemeester van de gemeenten waar de kolonies nestelen, wordt bij een ter post aangetekende brief in kennis gesteld van het besluit.

  XVI. Maatregelen betreffende de bestrijding van de iepeziekte (Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau).

  Art. 58.
  <Opgeheven bij KB 2013-12-04/09, art. 3, 012; Inwerkingtreding : 28-12-2013>

  Art. 59.
  <Opgeheven bij KB 2013-12-04/09, art. 3, 012; Inwerkingtreding : 28-12-2013>

  Art. 60.De verantwoordelijke moet aan de Dienst de aanwezigheid in buitengewone hoeveelheid van sparreschorskevers [1 ...]1 in zijn beboste goederen aangeven.
  Als bebost goed wordt beschouwd, elk terrein waarop naald- of loofbomen groeien die in hoofdzaak voor houtproduktie zijn bestemd. Hiermede worden de beboste gedeelten der parken gelijkgesteld.
  ----------
  (1)<KB 2013-12-04/09, art. 2, 012; Inwerkingtreding : 28-12-2013>

  Art. 61. De Dienst stelt de verantwoordelijke in kennis van de voorgeschreven maatregelen en bepaalt binnen welke termijn deze moeten worden uitgevoerd.

  Art. 62. De verantwoordelijke voor naaldbomen is gehouden die welke door schorskevers zijn aangetast, vóór 1 mei van elk jaar te vellen en te ontschorsen.
  Voor het vellen van een naaldboom is enkel het rooien of het gelijk met de grond omhakken of omzagen toegelaten.

  Art. 63. Geen enkele naaldboom mag gedurende de maanden juni, juli en augustus blijven liggen, zo hij niet over zijn gehele lengte gestreept of ontschorst is zoals hierna wordt bedoeld :
  1. Minstens aan twee kanten voor de stammen van minder dan 39 cm omtrek.
  2. Minstens aan vier kanten voor de stammen van 40 tot 70 cm en het op lengte gezaagd mijnhout.
  3. Stammen van grotere afmetingen moeten volledig worden ontschorst.

  Art. 64. De Dienst is bevoegd om afwijkingen toe te staan aan de verplichting van het strepen en het ontschorsen van het minder dan veertien dagen omgehakt hout. De afwijkingsaanvraag moet ten minste veertien dagen vóór het weghalen van het hout gebeuren.
  De Dienst is bevoegd om tijdelijk de toelating te verlenen het strepen en het ontschorsen van het omgewaaid hout te vervangen door een chemische behandeling.

  XVIII. Maatregelen betreffende de bestrijding van de populierkanker (Xanthomonas populi Ridé).

  Art. 65.
  <Opgeheven bij KB 2013-12-04/09, art. 3, 012; Inwerkingtreding : 28-12-2013>

  XIX. Maatregelen betreffende de bestrijding van het bacterievuur (Erwinia amylovora (Burr.) Winsl. en al.).

  Art. 66. (Opgeheven) <KB 2008-06-23/33, art. 9, 007; Inwerkingtreding : 11-07-2008>

  Art. 67. (Opgeheven) <KB 2008-06-23/33, art. 9, 007; Inwerkingtreding : 11-07-2008>

  XX. Maatregelen betreffende de bestrijding van het stengelaaltje (Ditylenchus Spp.).

  Art. 68. Het is verboden bloembollen te telen op een met stengelaaltje besmette grond.

  Art. 69. De verantwoordelijke die in zijn teelten van bloembollen het stengelaaltje vaststelt, is verplicht dit onmiddellijk aan de Dienst aan te geven.

  XXI. Maatregelen betreffende de bestrijding van het wortelknobbelaaltje (Meloidogyne Spp.).

  Art. 70. Het is verboden boomkwekerijgewassen of begonias te telen op een met wortelknobbelaaltje besmette grond.
  De planten waarop het wortelknobbelaaltje voorkomt mogen slechts vervoerd, in de handel gebracht of gekweekt worden, indien zij zijn behandeld volgens de voorschriften van de Dienst.

  XXII. Maatregelen betreffende de bestrijding van de anjerbladrollers (Cacoecimorpha pronubana Hb., mediterrane anjerbladroller, en Epichoristodes acerbella (Walk.) Diak, Zuidafrikaanse anjerbladroller).

  Art. 71. De anjers mogen slechts in omloop worden gebracht indien zij niet door de anjerbladrollers zijn aangetast.
  In afwijking van het in vorig lid bepaalde mogen in geringe mate door anjerbladrollers aangetaste snijanjers in de periode van 16 oktober tot en met 30 april wel in omloop worden gebracht.

  Art. 72. De door anjerbladrollers aangetaste teelten moeten zo behandeld worden dat de daaruit afkomstige anjers niet meer aangetast zijn op het tijdstip dat zij in omloop worden gebracht.

  XXIII. Maatregelen betreffende de bestrijding van de trosrups (Losbesia botrana Schiff.).

  Art. 73.
  <Opgeheven bij KB 2013-12-04/09, art. 3, 012; Inwerkingtreding : 28-12-2013>

  XXIV. Maatregelen betreffende de bestrijding van de bananevlinder (Opogona sachari Boj.).

  Art. 74. Het is verboden planten waarop de bananevlinder voorkomt te kweken, in de handel te brengen of te vervoeren.

  XXV. Maatregelen betreffende ringrot bij aardappelen (Corynebacterium sepedonicum (Spieck. et Kotth.) Skapt. et Burkh.).

  Art. 75.
  <Opgeheven bij KB 2012-12-10/12, art. 9, § 1, 011; Inwerkingtreding : 19-01-2013>

  Art. 76.
  <Opgeheven bij KB 2012-12-10/12, art. 9, § 1, 011; Inwerkingtreding : 19-01-2013>

  Art. 77.
  <Opgeheven bij KB 2012-12-10/12, art. 9, § 1, 011; Inwerkingtreding : 19-01-2013>

  Art. 78.
  <Opgeheven bij KB 2012-12-10/12, art. 9, § 1, 011; Inwerkingtreding : 19-01-2013>

  Art. 79.
  <Opgeheven bij KB 2012-12-10/12, art. 9, § 1, 011; Inwerkingtreding : 19-01-2013>

  Art. 80.
  <Opgeheven bij KB 2012-12-10/12, art. 9, § 1, 011; Inwerkingtreding : 19-01-2013>

  Art. 81.
  <Opgeheven bij KB 2012-12-10/12, art. 9, § 1, 011; Inwerkingtreding : 19-01-2013>

  Art. 82.
  <Opgeheven bij KB 2012-12-10/12, art. 9, § 1, 011; Inwerkingtreding : 19-01-2013>

  XXVI. Maatregelen betreffende de bestrijding van rhizomania.

  Art. 83.
  <Opgeheven bij KB 2013-12-04/09, art. 3, 012; Inwerkingtreding : 28-12-2013>

  XXVII. Maatregelen betreffende de bestrijding van knolcyperus (Cyperus esculentus L.).

  Art. 84.
  <Opgeheven bij KB 2011-05-12/17, art. 13, 010; Inwerkingtreding : 06-06-2011>

  HOOFDSTUK II. - Maatregelen bij invoer, uitvoer en doorvoer.

  Art. 85. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  Art. 86. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  Art. 87. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  Art. 87bis. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  Afdeling I. - Maatregelen bij invoer.

  Art. 88. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  Art. 89. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  Art. 90. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  Art. 91. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  Art. 92. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  Art. 93. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  Art. 94. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  Art. 95. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  Art. 96. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  Art. 97. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  Art. 98. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  Art. 99. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  Afdeling II. - Maatregelen bij uitvoer.

  Art. 100. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  Art. 101. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  Art. 102. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  Art. 104. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  Art. 105. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  Afdeling III. - Maatregelen bij doorvoer.

  Art. 106. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  TITEL II. - De Dienst voor Plantenbescherming.

  HOOFDSTUK I. - Opdracht.

  Art. 107. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  Art. 108. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  Art. 109. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  Art. 110. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  HOOFDSTUK II. - De waarnemers en de waarschuwingsposten.

  Art. 111. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  Art. 112. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  Art. 113. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  Art. 114. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  TITEL III. - Slotbepalingen.

  Art. 115. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  Art. 116. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  Art. 117. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  BIJLAGEN.

  Art. N1. Bijlage I : Schadelijke organismen waarvan het binnenbrengen verboden is. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  Art. N2. Bijlage II : Schadelijke organismen waarvan het binnenbrengen verboden is wanneer zij zich al dan niet op bepaalde planten of plantaardige produkten bevinden. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  Art. N3. Bijlage III (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  Art. N4. Bijlage IV : Bijzondere eisen gesteld voor het binnenbrengen van planten, plantaardige produkten of ander materiaal. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  Art. N5. Bijlage V : Planten, plantaardige produkten of ander materiaal, waarvoor een fytosanitair certificaat is vereist. (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

  Art. N6. Bijlage VI (opgeheven) <KB 1994-05-03/33, art. 26, 005; Inwerkingtreding : 1993-06-01>

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Gelet op de wet van 2 april 1971 betreffende de bestrijding van voor planten en voor plantaardige produkten schadelijke organismen;
   Gelet op de Richtlijn 77/93/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1976, betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen op het grondgebied van de Lid-Staten van voor planten of voor de plantaardige produkten schadelijke organismen, gewijzigd bij de richtlijnen 80/392/EEG, 80/393/EEG van 18 maart 1980; 81/7/EEG van 1 januari 1981, 84/378/EEG van 28 juni 1984, 85/173/EEG van 28 februari 1985, 85/574/EEG van 19 december 1985, 86/545/EEG en 86/547/EEG van 29 oktober 1986, 86/651/EEG van 18 december 1986, 87/298/EEG van 2 maart 1987;
   Gelet op de Richtlijn 80/665/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 juni 1980 betreffende de bestrijding van ringrot bij de aardappelen;
   .....
   Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
   Overwegende dat het noodzakelijk is zonder verwijl de bestaande reglementering te wijzigen om zich te schikken naar de bovengenoemde richtlijnen van de Raad;
   Op de voordracht van Onze Minister van Buitenlandse Betrekkingen, Onze Minister van Financiën en Onze Staatssecretaris voor Landbouw,
   .....

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 04-12-2013 GEPUBL. OP 18-12-2013
    (GEWIJZIGDE ART. : 60; 24-31; 35; 36; 58; 59; 65; 73; 83)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 10-12-2012 GEPUBL. OP 09-01-2013
    (GEWIJZIGD ART. : 75-82)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 12-05-2011 GEPUBL. OP 27-05-2011
    (GEWIJZIGD ART. : 84)
  • BEELD
  • BESLUIT VLAAMSE REGERING VAN 03-12-2010 GEPUBL. OP 24-12-2010
    (GEWIJZIGDE ART. : 33; 34)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 22-06-2010 GEPUBL. OP 30-06-2010
    (GEWIJZIGD ART. : 16-22)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 23-06-2008 GEPUBL. OP 11-07-2008
    (GEWIJZIGD ART. : 66-67)
  • BESLUIT WAALSE GEWEST VAN 14-07-1994 GEPUBL. OP 21-09-1994
    (GEWIJZIGDE ART. : 54; 55; 56; 57)
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 03-05-1994 GEPUBL. OP 16-07-1994
    (GEWIJZIGDE ART. : 1-8; 85-N6)
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 05-06-1990 GEPUBL. OP 10-07-1990
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 86; 87BIS; 91; 92; 93; 99; 102)
    (GEWIJZIGD ART. : 103)
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 14-08-1989 GEPUBL. OP 19-09-1989
    (GEWIJZIGDE ART. : 48; 49)
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 09-05-1989 GEPUBL. OP 23-06-1989
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; N1-N5)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 13 uitvoeringbesluiten 11 gearchiveerde versies
    Franstalige versie