J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 6 uitvoeringbesluiten
Einde Franstalige versie
 
belgiėlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1981/02/10/1981000211/justel

Titel
10 FEBRUARI 1981. - Herstelwet inzake de fiscale en financiėle bepalingen.

Bron :
FINANCIEN
Publicatie : 14-02-1981 nummer :   1981000211 bladzijde : 1707
Dossiernummer : 1981-02-10/07
Inwerkingtreding : 24-02-1981

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. Fiscale maatregelen.
Art. 1-27
HOOFDSTUK II. Hoge Raad van Financiėn.
Art. 28
HOOFDSTUK III. Verplichte inschrijving op staatsleningenen of aandelen of obligaties.
Art. 29-32

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. _ Fiscale maatregelen.

  Artikel 1. <<Wijzigingsbepaling>

  Art. 2. <Wijzigingsbepaling>

  Art. 3. <Wijzigingsbepaling>

  Art. 4. <Wijzigingsbepaling>

  Art. 5. <Wijzigingsbepaling>

  Art. 6. <Wijzigingsbepaling>

  Art. 7. <Wijzigingsbepaling>

  Art. 8. <Wijzigingsbepaling>

  Art. 9. <Wijzigingsbepaling>

  Art. 10. <Wijzigingsbepaling>

  Art. 11. <Wijzigingsbepaling>

  Art. 12. <Wijzigingsbepaling>

  Art. 13. <Wijzigingsbepaling>

  Art. 14. <Wijzigingsbepaling>

  Art. 15. <Wijzigingsbepaling>

  Art. 16. <Wijzigingsbepaling>

  Art. 17. <Wijzigingsbepaling>

  Art. 18. <Wijzigingsbepaling>

  Art. 19. <Wijzigingsbepaling>

  Art. 20. <Wijzigingsbepaling>

  Art. 21. <Wijzigingsbepaling>

  Art. 22. <Wijzigingsbepaling>

  Art. 23. <Wijzigingsbepaling>

  Art. 24. <Wijzigingsbepaling>

  Art. 25. <Wijzigingsbepaling>

  Art. 26. § 1. Winst van welke nijverheids-, handels- of landbouwbedrijven ook die, voor 1980 of voor het jaar van aanvang van het bedrijf indien dat een aanvang heeft genomen na 31 december 1980, voldeden aan de voorwaarden gesteld bij artikel 12 van de wet van 17 juli 1975 met betrekking tot de boekhouding en de jaarrekeningen van de ondernemingen, wordt van de personenbelasting, van de vennootschappsbelasting of van de belasting der niet-verblijfhouders vrijgesteld tot een bedrag gelijk aan 100 000 F per bijkomende personeelseenheid.
  § 2. De vrijstelling is van toepassing op de winst van ieder van de jaren 1981 tot 1984, of, wanneer het gaat om belastingplichtigen die anders dan per kalenderjaar boekhouden, tijdens ieder van de in de jaren 1982 tot 1985 afgesloten boekaren.
  § 3. Het bijkomend epersoneel wordt vastgesteld op grond van het gemiddelde personeelsbestand van het bedrijf, enerzijds, tijdens het jaar 1980 en, anderzijds, tijdens ieder van de jaren 1981 tot en met 1984.
  § 4. De verleende vrijstelling wordt het jaar daarop evenwel ingetrokken inzover het personeelsbestand minder bijkomende eenheden telt; de voordien vrijgestelde winst wordt in dat geval als winst van het volgende belastbare tijdperk beschouwd.
  § 5. De Koning regelt de uitvoering van dit artikel en inzonderheid wat betreft de gevallen waarvan sprake bij de artikelen 40, § 1, en 124 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, de toestand die voortvloeit uit boekjaren waarvan de duur langer of korter is dan twaalf maanden zomede de wijze waarop de vrijstelling op de belastbare winst wordt aangerekend.
  § 6. Wanneer de beoefenaars van vrije beroepen, ambten of posten en van enige andere winstgevende bezigheid die niet bedoeld is in artikel 20, 1° en 2°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen werkelijk de concurrentie ondergaan van de in § 1 bedoelde bedrijven, breidt de Koning, op de voordracht van de Minister tot wiens bevoegdheid de middenstand behoort en van de Minister van Financiėn, bij in Ministerraad overlegd besluit, de vrijstelling uit tot de baten waarvan sprake is in artikel 20, 3°, van dat wetboek.

  Art. 27. § 1. Dit hoofdstuk is van toepassing :
  1° met betrekking tot de artikelen 11, 17 en 21 tot 23 met ingang van het aanslagjaar 1981;
  2° met betrekking tot de artikelen 1 tot 3, 4, 2°, 5 tot 8, 10, 12 tot 16, 24 en 25, met ingang van het aanslagjaar 1982;
  3° met betrekking tot artikel 4, 1°, op de commissielonen toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 januari 1981;
  4° met betrekking tot de artikelen 18 tot 20, met ingang van 1 januari 1981.
  § 2. Elke wijziging die vanaf 1 november 1980 aan de datum van afsluiting van de boekhouding wordt aangebracht, is zonder uitwerking voor de toepassing van de artikelen 2 en 5.
  § 3. In afwijking van artikel 71, § 2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, worden de in artikel 8 van deze wet bedoelde uitgaven geacht te zijn gedaan in 1981 wanneer ze werkelijk in 1980 werden betaald voor werken verricht tussen 15 oktober tot en met 31 december 1980.

  HOOFDSTUK II. _ Hoge Raad van Financiėn.

  Art. 28. Door in Ministerraad overlegd besluit kan de Koning de opdracht en de samenstelling van de Hoge Raad van Financiėn wijzigen.

  HOOFDSTUK III. _ Verplichte inschrijving op staatsleningenen of aandelen of obligaties.

  Art. 29. § 1. De aan de personenbelasting of aan de overeenkomstig artikel 152, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen berekende belasting der niet-verblijfhouders onderworpen natuurlijke personen, van wie het nettobedrag van de voor het aanslagjaar 1981 gezamenlijk belastbare inkomsten hoger is dan 5 000 000 F, moeten, hetzij op na 1 januari 1981 uitgegeven staatsleningen, hetzij op na 1 januari 1981 door Belgische vennootschappen uitgegeven aandelen, deelbewijzen of industriėle obligaties, intekenen tot beloop van een bedrag dat gelijk is aan een tiende van de belasting met betrekking tot de genoemde belastbare inkomsten.
  § 2. De aan de personenbelasting of aan de overeenkomstig artikel 152, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen berekende belasting der niet-verblijfhouders onderworpen natuurlijke personen, van wie het nettobedrag van de voor het aanslagjaar 1982 gezamenlijk belastbare inkomsten hoger is dan 5 000 000 F, moeten, hetzij op na 1 januari 1981 uitgegeven staatsleningen, hetzij op na 1 januari 1981 door Belgische vennootschappen uitgegeven aandelen, deelbewijzen of industriėle obligaties, intekenen tot beloop van een bedrag dat gelijk is aan een tiende van de belasting met betrekking tot de genoemde belastbare inkomsten.
  § 3. De personenbelasting en de belasting der niet-verblijfhouders die de grondslag vormen waarop het in §§ 1 en 2 van dit artikel bedoelde tiende wordt berekend, worden bepaald vóór :
  1° verrekening van de in artikel 88, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen bedoelde bedrag van de in de artikelen 89 tot 91 van hetzelfde Wetboek bedoelde voorafbetalingen en van de in de artikelen 188 tot 204 van genoemd Wetboek bedoelde voorheffingen, belastingkredieten en forfaitaire gedeelten van buitenlandse belasting;
  2° toepassing van de vermeerderingen ingeval geen of ontoereikende voorafbetalingen bedoeld in de artikelen 89 tot 91 van hetzelfde Wetboek zijn gedaan, alsook van de in artikel 334 van hetzelfde Wetboek bedoelde belastingverhogingen;
  3° toepassing van de bij artikel 152, 1°, van hetzelfde Wetboek bedoelde zes opcentiemen en met uitsluiting van de in artikel 353 van hetzelfde Wetboek bedoelde aanvullende belastingen.
  § 4.Voor het bepalen van het in § 1 en § 2 bedoelde nettobedrag van de gezamenlijk belastbare inkomsten komt niet in aanmerking het gedeelte van de niet uitgekeerde winsten van de in artikel 95 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen bedoelde vennootschappen dat, overeenkomstig artikel 25 van hetzelfde Wetboek, wordt belast ten name van de vennoten.

  Art. 30. § 1. Binnen een termijn van negen maanden die aanvangt op de datum van het aanslagbiljet betreffende de in artikel 29 van deze wet bedoelde belasting, moeten de in dat zelfde artikel 29 bedoelde personen bij het grootboek van de staatsschuld de inschrijving op naam aanvragen van de staatsleningen waarop in uitvoering van deze wet is ingetekend.
  De omzetting van de inschrijvingen op naam in effecten aan toonder en de vrijwillige overdracht van de inschrijvingen op naam, ten bate van derden, zijn gedurende twee jaar te rekenen vanaf de datum van inschrijving verboden.
  § 2. Binnen een termijn van negen maanden die aanvangt op de datum van het aanslagbiljet betreffende de in artikel 29 van deze wet bedoelde belasting, moeten de in dat zelfde artikel 29 bedoelde personen bij de Nationale Bank van Belgiė voor rekening van de Deposito- en Consignatiekas de industriėle obligaties en de aandelen neerleggen waarop in uitvoering van deze wet is ingetekend.
  De teruggave van de deposito's en de vrijwillige overdracht van de neergelegde industriėle obligaties en aandelen, ten bate van derden of van vennoten, zijn gedurende twee jaar te rekenen vanaf de datum van neerlegging verboden.
  § 3.In geval van bezwaar of voorziening bedoeld in de artikelen 267 tot 293 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en waarvan aan de Administratie der Thesaurie het bewijs moet worden geleverd, wordt de termijn van negen maanden verminderd tot drie maanden en neemt hij een aanvang op de datum waarop de aanslag definitief wordt.

  Art. 31. § 1. Met een geldboete die het dubbel bedraagt van het bedrag ten belope waarvan moet worden ingetekend, worden gestraft de personen die niet zijn overgegaan tot de in artikel 29 van deze wet bedoelde intekening.
  § 2. De personen die tot genoemde intekening overgaan zonder evenwel de door artikel 30 van deze wet opgelegde termijn te eerbiedigen, worden per maand vertraging, waarbij elke begonnen maand voor een volledige maand wordt geteld, gestraft met een geldboete die overeenstemt met 8 % van het bedrag ten belope waarvan moet worden ingetekend, zonder dat deze geldboete hoger mag zijn dan die bepaald in § 1 van dit artikel.
  § 3. De wet van 5 maart 1952 betreffende de opdecimes op de strafrechtelijke geldboeten is niet van toepassing op de in §§ 1 en 2 van dit artikel bepaalde geldboeten.
  § 4. De artikelen 66 en 85 van het Strafwetboek zijn van toepassing op de in §§ 1 en 2 van dit artikel bedoelde wanbedrijven.

  Art. 32. De Koning regelt de uitvoering van de artikelen 29 tot 31 van deze wet.

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
   Zitting 1980-1981. Kamer van volksvertegenwoordigers. Parlementaire bescheiden. _ Ontwerp van wet,nr. 716/1. _ Amendementen, nrs. 716/2 tot 7, 9 en 10. _ Verslag, nr. 716/8. Parlementaire Handelingen. _ Bespreking. Vergaderingen van 20 en 22 januari 1981. _ Aanneming. Vergadering van 22 januari 1981. Senaat. Parlementaire bescheiden. _ Ontwerp overgezonden door de Senaat, nr. 577/1. _ Verslag, nr. 577/2. _ Amendementen, nrs. 577/3 en 4. Parlementaire Hndelingen. _ Bespreking. Vergaderingen van 4 en 5 februari 1981. Aanneming. Vergadering van 5 februari 1981. |

Begin Eerste woord Laatste woord
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 6 uitvoeringbesluiten
Franstalige versie