J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
Inhoudstafel 151 uitvoeringbesluiten 12 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1977/07/18/1977071850/justel

Titel
18 JULI 1977. - ALGEMENE WET inzake douane en accijnzen
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 31-01-2013 en tekstbijwerking tot 24-05-2019)

Publicatie : 21-09-1977 nummer :   1977071850 bladzijde : 11476
Dossiernummer : 1977-07-18/31
Inwerkingtreding : 01-10-1977

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - [Definities, douaneschuld en boeking, algemene bepalingen] <W 1989-12-22/30, art. 70, § 1>
Afdeling 1. - [Definities] <KB 1981-08-26/30, art. 1, bekrachtigd bij W 1985-05-21/34>
Art. 1
Afdeling 2. [Douaneschuld en boeking] <W 1989-12-22/30, art. 72>
Art. 2-3, 3/1
Afdeling 3. Algemene bepalingen
Art. 4-10, 10/2, 11-17
HOOFDSTUK II. - [Vaststelling van de toepasselijke heffingsvoeten [1 of]1 het toepasselijke bedrag] <KB 1981-08-26/30, art. 3, bekrachtigd bij W 1985-05-21/34, enig art>
Art. 18-19
HOOFDSTUK IIbis. - [Vrijstelling van rechten bij invoer] <Ingevoegd bij W 1989-12-22/30, art. 77>
Art. 19/2, 19/3, 19/4, 19/5, 19/6, 19/7, 19/8, 19/9, 19/10, 19/11, 19/12
HOOFDSTUK IIter. - [Vrijstelling van rechten bij uitvoer] <Ingevoegd bij W 1993-12-27/47, art. 6, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
Art. 19/13, 19/14
HOOFDSTUK III. - [Vrijstellingen en teruggaven inzake accijnzen]. <W 1989-12-22/30, art. 78, § 1>
Art. 20-22
HOOFDSTUK IIIbis. - [Binnenbrengen van goederen in het land] <Ingevoegd bij W 1993-12-27/47, art. 7, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
Art. 22/2, 22/3, 22/4, 22/5, 22/6, 22/7
HOOFDSTUK IV. - Invoer uit zee.
Art. 23-37
HOOFDSTUK V. - [opgeheven] <W 1993-12-27/47, art. 9, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
Art. 38-43
HOOFDSTUK VI. - Bijleggers.
Art. 44-48
HOOFDSTUK VII. - Gestrande en geborgen goederen.
Art. 49-55
HOOFDSTUK VIII. - Invoer langs de rivieren en [1 over land]1.
Art. 56-70
HOOFDSTUK VIIIbis. - [Het in het vrije verkeer brengen van goederen] <Ingevoegd bij KB 1982-08-23/01, art. 1, Inwerkingtreding : 01-07-1982, bekrachtigd bij W 1985-05-21/34>
Art. 70/2, 70/3, 70/4, 70/5, 70/6, 70/7, 70/8, 70/9, 70/10, 70/11, 70/12, 70/13, 70/14, 70/15, 70/16, 70/17, 70/18, 70/19, 70/20, 70/21, 70/22, 70/23, 70/23bis, 70/24, 70/25, 70/26, 70/27, 70/28, 70/29
HOOFDSTUK IX. - Uitvoer [1 over zee]1.
Art. 71-74
HOOFDSTUK X. - Uitvoer langs de rivieren en [1 over land]1.
Art. 75-78
HOOFDSTUK Xbis. - [Uitvoer van communautaire goederen] <Ingevoegd bij KB 1982-03-18/35, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-1983, bekrachtigd bij W 1985-05-21/34>
Art. 78/2, 78/3, 78/4, 78/5, 78/6, 78/7, 78/8, 78/9, 78/10, 78/11, 78/12, 78/13, 78/14, 78/15, 78/16
HOOFDSTUK XI. - [Bijzondere bepalingen betreffende de uitvoer van goederen met ontheffing van accijnzen] <W 1989-12-22/30, art. 83>
Art. 79-84
HOOFDSTUK XII. - Verboden, onbekende, niet aanvaarde en onbeheerde goederen.
Art. 85-94
HOOFDSTUK XIII. - [1 douanevervoer]1.
Afdeling I. - [1 douanevervoer]1 [2 in het algemeen]2.
Art. 95-100
Afdeling II. - [opgeheven] <W 1993-12-27/47, art. 28, 2°, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
Art. 101-104
Afdeling III. - [opgeheven] <W 1993-12-27/47, art. 28, 3°, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
Art. 105-111
Afdeling IV. - [opgeheven] <W 1993-12-27/47, art. 28, 4°, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
Art. 112
Afdeling V. - Kosten ten laste van de aangevers.
Art. 113
Afdeling VI. - Strafbepalingen.
Art. 114-116
Afdeling VII. - Algemene bepalingen.
Art. 117-126
HOOFDSTUK XIV. - [1 douanevertegenwoordiger]1.
Art. 127-137
HOOFDSTUK XV. - Omstandige aangifte.
Art. 138-144
Statistiek.
Art. 145
HOOFDSTUK XVI. - Reglement op laden en lossen.
Art. 146-157
HOOFDSTUK XVII. - Verificatie van accijnsgoederen.
Art. 158-162
HOOFDSTUK XVIII. - Bewaking en verzegeling.
Art. 163-166
HOOFDSTUK XIX. - Tolkring.
Art. 167-181
HOOFDSTUK XX. - Visitatie en peiling.
Art. 182-192
HOOFDSTUK XXI. - Bijzondere bepalingen betreffende visitatie en peiling inzake de accijnzen.
Art. 193-200
HOOFDSTUK XXII. - Controlemaatregelen.
Art. 201-209, 209/1, 209/2
Gemeenschappelijke bepalingen voor de diverse belastingen.
Art. 210
HOOFDSTUK XXIII. - [Recht van administratief beroep] <W 2000-06-30/38, art. 2, Inwerkingtreding : 12-08-2000>
Art. 211-212, 212/1, 213-219
HOOFDSTUK XXIIIbis. - Fiscale bemiddeling <Ingevoegd bij W 2007-04-25/38, art. 127, Inwerkingtreding : 01-05-2007>
Art. 219bis, 219ter, 219quater
HOOFDSTUK XXIV. - Boeten en straffen in het algemeen.
Art. 220-261, 261/2, 262-266
Hoofdstuk XXIVbis - [1 Administratieve sancties]1
Art. 266-2
HOOFDSTUK XXV. - Processen-verbaal, bekeuringen, [1 inbeslagnames]1 en vervolgingen.
Art. 267-281, 281/2, 282-285
HOOFDSTUK XXVI. - Borgtochten, kredieten en betalingen.
Art. 286-312, 312bis
HOOFDSTUK XXVII. - [Dadelijke uitwinning, voorrecht en wettelijke hypotheek.] <W 1989-12-22/30, art. 108>
Art. 313-319, 319bis
HOOFDSTUK XXVIII. - Plichten en rechten [1 van de]1 ambtenaren en hun bescherming.
Art. 320-330
Bijlagen.
Art. N1-N3

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - [Definities, douaneschuld en boeking, algemene bepalingen] <W 1989-12-22/30, art. 70, § 1>

  Afdeling 1. - [Definities] <KB 1981-08-26/30, art. 1, bekrachtigd bij W 1985-05-21/34>

  Artikel 1.<KB 1981-08-26/30, art. 2> Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder:
  1° administratie of douane: het zij [2 de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen]2, hetzij het [2 Federale Overheidsdienst Financiën]2 waarvan ze afhangt;
  2° ambtenaren: de ambtenaren der douane en accijnzen, behalve wanneer het gaat om de ambtenaren die speciaal zijn aangewezen in de artikelen 186 en 209;
  3° kantoor: het kantoor der douane of der douane en accijnzen;
  4° [rechten:
  a) rechten bij invoer:
  1) de douanerechten en heffingen van gelijke werking die bij de invoer van goederen van toepassing zijn;
  2) de landbouwheffingen en ander belastingen bij invoer die zijn vastgesteld in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid of in het kader van de specifieke regelingen die op bepaalde door verwerking van [1 landbouwproducten]1 verkregen goederen van toepassing zijn;
  b) rechten bij uitvoer:
  1) de douanerechten en heffingen van gelijke werking die bij de uitvoer van goederen van toepassing zijn;
  2) de landbouwheffingen en andere belastingen bij uitvoer die zijn vastgesteld in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid of in het kader van de specifieke regelingen die op bepaalde door verwerking van [1 landbouwproducten]1 verkregen goederen van toepassing zijn.] <W 1993-12-27/47, art. 1, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
  [4°bis toe te kennen bedragen bij invoer of uitvoer:
  de bedragen, ingesteld in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, waarvan de toekenning kan worden geëist bij de invoer of de uitvoer van bepaalde goederen.] <W 1993-12-27/47, art. 1, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
  5° [douaneschuld: de op een natuurlijke persoon of rechtspersoon rustende verplichting tot betaling van de rechten bij invoer of de rechten bij uitvoer die uit hoofde van de verordeningen [1 van de instellingen van de Europese Unie]1 van de Europese Gemeenschappen op bepaalde goederen van toepassing zijn;] <W 1993-12-27/47, art. 1, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
  6° [boeking: de inschrijving, in de boeken of met gebruikmaking van enige ander vervangende drager, van het bedrag aan rechten, dat overeenkomt met een douaneschuld.] <W 1993-12-27/47, art. 1, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
  7° [douaneregeling: één van de hierna volgende regelingen:
  a) het in het vrije verkeer brengen;
  b) de regeling [1 douanevervoer]1;
  c) de regeling douane-entrepots;
  d) de regeling actieve veredeling;
  e) de regeling behandeling onder douanetoezicht;
  f) de regeling tijdelijke invoer;
  g) de regeling passieve veredeling;
  h) de uitvoer;] <W 1993-12-27/47, art. 1, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
  8° [douanegebied van de Gemeenschap: het gebied bepaald in de verordeningen van de Europese Gemeenschappen;] <W 1989-12-22/30, art. 71>
  9° [het in het vrije verkeer brengen:
  de procedure die niet-communautaire goederen de douanestatus van communautaire goederen doet verkrijgen en die de toepassing omvat van de handelspolitieke maatregelen en het vervullen van de andere formaliteiten in verband met de invoer van goederen alsmede de toepassing van de wettelijk verschuldigde rechten bij invoer;] <W 1993-12-27/47, art. 1, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
  10° goederen: alle voorwerpen, waren, grondstoffen, dieren en in het algemeen alle roerende goederen;
  11° accijnsgoederen: goederen die aan de accijns onderworpen zijn;
  12° [communautaire goederen:
  a) goederen die geheel zijn verkregen in het douanegebied van de Gemeenschap, zonder toevoeging van goederen afkomstig uit derde landen of uit gebieden die geen deel uitmaken van het douanegebied van de Gemeenschap;
  b) goederen die afkomstig zijn uit landen of gebieden die geen deel uitmaken van het douanegebied van de Gemeenschap en die zich in een Lid-Staat in het vrije verkeer bevinden;
  c) goederen die in het douanegebied van de Gemeenschap zijn verkregen, uitgaande van de hetzij uitsluitend in het tweede streepje, hetzij in het eerste streepje bedoelde goederen.] <W 1989-12-22/30, art. 71>
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 3, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-04-25/36, art. 95, 008; Inwerkingtreding : 16-05-2014>

  Afdeling 2. [Douaneschuld en boeking] <W 1989-12-22/30, art. 72>

  Art. 2.[De regels betreffende het ontstaan van de douaneschuld, de vaststelling van het bedrag ervan en het tenietgaan ervan zijn bepaald in de verordeningen [1 van de instellingen van de Europese Unie]1.] <W 1989-12-22/30, art. 72>
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 4, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 3.[De regels betreffende de boeking en de betalingsvoorwaarden van uit hoofde van een douaneschuld te vereffenen bedragen 2[...] zijn bepaald in de Verordeningen [1 van de instellingen van de Europese Unie]1.] <W 1989-12-22/30, art. 72> <W 1993-12-27/47, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 3, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 3/1. <Ingevoegd bij W 2011-04-14/06, art. 67, Inwerkingtreding : 16-05-2011> De boeking van het bedrag aan rechten en accijns gebeurt door opname in de elektronische databank van het Enig Kantoor der douane en accijnzen of in de boeken van de administratie.

  Afdeling 3. Algemene bepalingen

  Art. 4.[[1 De Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen]1 is belast met de inning van de rechten bij invoer bedoeld in artikel 1, 4°, a, 1, van de rechten bij uitvoer bedoeld in artikel 1, 4°, b, 1, en van de accijnzen.
  Binnen de beperkingen en volgens de voorwaarden vastgesteld door de Koning, is [1 de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen]1 eveneens bevoegd om de rechten bij invoer te innen bedoeld in artikel 1, 4°, a, 2 en de rechten bij uitvoer bedoeld in artikel 1, 4°, b, 2.] <W 1993-12-27/47, art. 3, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
  ----------
  (1)<W 2014-04-25/36, art. 95, 008; Inwerkingtreding : 16-05-2014>

  Art. 5.De Minister van Financiën [2 of zijn afgevaardigde]2:
  1° beslist over het oprichten, het verplaatsen en het opheffen van de kantoren der douane of der accijnzen en hun hulpkantoren;
  2° bepaalt de attributen van bedoelde kantoren en hulpkantoren, met dien verstande dat die attributen tot sommige goederen kunnen worden beperkt;
  3° wijst de wegen aan waarlangs de goederen moeten binnenkomen of uitgaan, of welke de [1 goederen onder douanevervoer]1 doorheen de tolkring moeten volgen.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 5, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 6, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 6.De Minister van Financiën [1 of zijn afgevaardigde]1 stelt de dagen en uren vast waarop de kantoren en de hulpkantoren der douane of der accijnzen zijn geopend.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 6, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 7. § 1. Het wapenbord der douane en accijnzen zal op een zichtbare plaats boven de deur van het huis, waar het kantoor gehouden wordt, moeten gesteld zijn.
  § 2. De wetten inzake douane en accijnzen zullen te allen tijde op de kantoren moeten voorhanden zijn, ook ten gerieve van de particulieren, die inlichtingen daaromtrent mochten verlangen.

  Art. 8.[1 Alle wetsbepalingen betreffende de in- en uitvoer en het douanevervoer van de goederen over water en over land zijn toepasselijk op de in- en uitvoer en douanevervoer door de lucht.]1 Bijzondere reglementsvoorschriften betreffende het luchtverkeer kunnen door de Koning vastgesteld worden.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 7, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 9.De Minister van Financiën bepaalt :
  1° het model van de drukwerken waarop de aangiften inzake douane en accijnzen worden gesteld;
  2° de gevallen waarin deze aangiften dienen [1 te worden opgesteld]1 op drukwerken welke de administratie al dan niet tegen betaling verstrekt.
  [3° de gegevens die, onverminderd het bepaalde in artikel 139, moeten voorkomen in deze aangiften.] <W 1989-12-22/30, art. 73>
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 8, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 10.[1 De Koning :
   1° mag opleggen dat de gegevens die moeten voorkomen in de aangiften inzake douane in het geautomatiseerd systeem van de douaneaangiften worden ingebracht door de aangever;
   2° bepaalt de modaliteiten volgens welke de gegevens bedoeld in 1° moeten worden ingebracht in het geautomatiseerd systeem van de douaneaangiften;
   3° bepaalt de bijzondere formaliteiten die de aangever moet vervullen om ontslagen te worden van de verplichting tot het inbrengen van de gegevens van de aangifte in het geautomatiseerd systeem van de douaneaangiften.
   De Koning kan de minister van Financiën gelasten met de uitvoering ervan.]1
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 9, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 10/2. [1 De Koning bepaalt, onverminderd het bepaalde in de hoofdstukken XIV en de bepalingen van artikel 70-3, de douaneregelingen waarvoor de aangifte met toepassing van de directe en de indirecte vertegenwoordiging kunnen worden toegepast en bepaalt eveneens de modaliteiten ervan.
   De Koning kan de minister van Financiën gelasten met de uitvoering ervan.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-05-12/17, art. 10, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 11.§ 1. [Onverminderd de verordeningen en beschikkingen van algemene aard, door de Raad of door de Commissie [1 van de Europese Unie]1 genomen inzake douane, mag de Koning, bij wege van een besluit waarover door de in Raad vergaderde Ministers is beraadslaagd, alle maatregelen treffen inzake douane en accijnzen om de goede uitvoering te verzekeren van internationale akten, beslissingen, aanbevelingen en afspraken, hieronder begrepen zijnde het opheffen of het wijzigen van wetsbepalingen.] <W 1989-12-22/30, art. 75>
  § 2. De besluiten, die in de loop van een jaar zijn getroffen bij toepassing van § 1, maken tezamen het voorwerp uit van een ontwerp van bekrachtigingwet dat, bij het begin van het volgende jaar bij de Wetgevende Kamers wordt ingediend.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 11, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 12. [opgeheven] <W 1989-12-22/30, art. 76>

  Art. 13. § 1. Met het oog op de vervroegde toepassing van de wijzigingen welke bij hoogdringendheid in de accijnzen moeten worden aangebracht, kan de Koning, bij in Ministerraad overlegd besluit, alle maatregelen voorschrijven, met inbegrip van de voorlopige storting van de accijnzen welke door de wet zullen worden vastgesteld.
  De Koning zal bij de Wetgevende Kamers dadelijk, zo zij vergaderd zijn, zo niet bij de opening van de eerstvolgende zittingstijd, een ontwerp van wet indienen strekkende tot het aanbrengen in de accijnzen van de wijzigingen, met het oog waarop bij toepassing van het eerste lid maatregelen zijn genomen.
  § 2. Elke overtreding van de krachtens § 1 getroffen maatregelen wordt gestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot drie maanden en met een boete van [250 EUR] tot [1.250 EUR]. <KB 2000-07-20/64, art. 2, 15, Inwerkingtreding : 01-01-2002, zelf gewijzigd bij KB 2001-07-13/50, art. 42, 5°, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  Bovendien wordt de verbeurdverklaring uitgesproken van de koopwaren welke het voorwerp uitmaken van de overtreding.
  § 3. Elke verhindering van werkzaamheden, elke list welke de bij toepassing van § 1 voorgeschreven opneming van de koopwaren belemmert, worden gestraft met een boete van [500 EUR] tot [5.000 EUR], onverminderd de in voorgaande paragraaf bedoelde gevangenisstraf.. <KB 2000-07-20/64, art. 2, 15, Inwerkingtreding : 01-01-2002, zelf gewijzigd bij KB 2001-07-13/50, art. 42, 5°, Inwerkingtreding : 01-01-2002>

  Art. 14.De onkosten, voor zover [1 deze]1 niet geheel kunnen worden afgeschaft, zullen zo gering gesteld worden als het belang der Schatkist, in verband met dat der belastingschuldigen, zal toelaten.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 12, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 15.De werklieden die door de handel bij de douaneverrichtingen worden te werk gesteld, moeten door [1 de administratie]1 erkend zijn; deze kunnen de erkenning te allen tijde intrekken.
  ----------
  (1)<W 2016-04-27/04, art. 119, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>

  Art. 16.De kosten van lossen, van herladen, van uitpakken in verband met de verificatie bij het binnenkomen in het koninkrijk of in de entrepots of bij het uitgaan daaruit, [1 evenals]1 de verificatiekosten voor de wederuitvoer, vallen ten laste van de aangevers.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 13, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 17.§ 1. Wanneer de douane er, desgevraagd, in toestemt bijzondere prestaties te verstrekken, kan hiervoor, ter compensatie van de kosten van administratie en van bewaking, een retributie worden geheven ten bate van de Staat volgens de modaliteiten en volgens het tarief door de Minister van Financiën te bepalen.
  Als bijzondere prestaties worden aangemerkt de prestaties die worden verstrekt ofwel buiten de gewone uren of buiten de gewone emplacementen van de normale werkzaamheden van de douane ten gerieve van de handel, ofwel wegens verrichtingen welke niet in de gebruikelijke voorwaarden geschieden [of welke bijkomende werkzaamheden meebrengen] <W 1993-12-27/47, art. 4, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
  § 2. Wie van de douane een machtiging of concessie heeft bekomen, welke onderworpen is aan retributie ten bate van de Staat, mag zich [1 derhalve]1 door zijn cliënten geen hogere som doen terugbetalen. Indien de aan de Staat betaalde retributie betrekking heeft op een douaneprestatie, welke verband houdt met verrichtingen ten behoeve van verscheidene cliënten, mag [1 het totaal van de van de cliënten teruggevorderde sommen]1 het beloop van de retributie niet overtreffen.
  Bij overtreding van deze bepaling, mag de machtiging of concessie ingetrokken worden door de autoriteit die ze heeft verleend en loopt belanghebbende een geldboete op van [12,50 EUR] tot [125 EUR]. <KB 2000-07-20/64, art. 2, 15, Inwerkingtreding : 01-01-2002, zelf gewijzigd bij KB 2001-07-13/50, art. 42, 5°, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 14, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  HOOFDSTUK II. - [Vaststelling van de toepasselijke heffingsvoeten [1 of]1 het toepasselijke bedrag] <KB 1981-08-26/30, art. 3, bekrachtigd bij W 1985-05-21/34, enig art>
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 15, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 18. [§ 1 Behoudens andersluidende specifieke bepalingen en onder voorbehoud van het bepaalde in § 2 is de datum die in aanmerking moet worden genomen voor de toepassing van alle bepalingen welke gelden voor de douaneregeling waarvoor de goederen zijn aangegeven, de datum van aanvaarding van de aangifte.
  § 2 Voor zover het recht bij invoer waaraan de goederen zijn onderworpen, één van de rechten is die in artikel 1, 4°, a, zijn vermeld en het tarief van dit recht wordt verlaagd na de datum waarop de aangifte voor het vrije verkeer is aanvaard, doch voordat de goederen zijn vrijgegeven, mag de aangever om de toepassing van dit gunstiger tarief verzoeken.
  Deze bepaling is niet van toepassing op goederen die niet kunnen worden vrijgegeven om redenen die uitsluitend aan de aangever te wijten zijn.] <W 1993-12-27/47, art. 5, Inwerkingtreding : 01-01-1994>

  Art. 19.Voor goederen, [1 zonder handelskarakter]1, die in kleine zendingen of door reizigers als bagage worden ingevoerd, mag de accijns worden berekend volgens forfaitaire of afgeronde bedragen en volgens een bijzondere grondslag van heffing.
  De Minister van Financiën stelt die bedragen en de bijzondere grondslag van heffing vast en bepaalt onder welke voorwaarden en beperkingen ze worden toegepast.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 16, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  HOOFDSTUK IIbis. - [Vrijstelling van rechten bij invoer] <Ingevoegd bij W 1989-12-22/30, art. 77>

  Art. 19/2. <Ingevoegd bij W 1989-12-22/30, art. 77> Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder «vrijstelling» de vrijstelling van rechten bij invoer.

  Art. 19/3.[1 Tenzij een internationaal verdrag of zetelverdrag anders bepaalt, stelt de Koning:
   1° de voorwaarden van toekenning, de praktische aspecten van controle en de kwantitatieve en kwalitatieve beperkingen vast waaraan de in dit hoofdstuk genoemde vrijstellingen zijn onderworpen, met inbegrip van de voorwaarden waaronder van deze vrijstellingen kan worden afgezien;
   2° aanvullende bepalingen, voorwaarden en beperkingen (eventueel kwantitatief en kwalitatief) vast voor de toepassing van de vrijstellingen ingesteld door verordeningen van de instellingen van de Europese Unie of door andere bepalingen die kracht van wet hebben, indien voorzien door deze reglementen of bepalingen.]1Art. 19/4.<Ingevoegd bij W 1989-12-22/30, art. 77> De begunstigde aan wie een vrijstelling is verleend onder de voorwaarden dat de goederen [1 worden wederuitgevoerd]1 of een bepaalde bestemming volgen, moet op verzoek van de douane de met vrijstelling ingevoerde goederen die nog aanwezig moeten zijn vertonen.
  Behoudens in de wettelijk bepaalde gevallen, moeten die goederen zich bevinden in de staat waarin zij werden ingevoerd.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 18, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 19/5.<Ingevoegd bij W 1989-12-22/30, art. 77> § 1 Bij misbruik van een verleende vrijstelling of bij poging daartoe, kan de vrijstelling worden ingetrokken.
  § 2 Misbruik is onder meer:
  1° het verrichten van handelingen welke verboden zijn door de verordeningen [1 van de instellingen van de Europese Unie]1 of door andere bepalingen bedoeld in artikel 19/3, 2°, of krachtens dit hoofdstuk of krachtens de tot uitvoering van dit hoofdstuk genomen besluiten;
  2° het niet nakomen van de voorwaarden en verplichtingen vastgesteld door de verordeningen [1 van de instellingen van de Europese Unie]1 of door andere bepalingen bedoeld in artikel 19/3, 2°, of krachtens dit hoofdstuk of krachtens de tot uitvoering van dit hoofdstuk genomen besluiten.
  § 3 De intrekking van de vrijstelling is van toepassing op de ingevoerde goederen, welke op het tijdstip van de intrekking niet zijn wederuitgevoerd of niet de bestemming hebben gevolgd met het oog waarop de vrijstelling is verleend.
  § 4 Aan degene, te wiens laste een vrijstelling is ingetrokken wegens misbruik of poging daartoe, kan een nieuwe vrijstelling worden geweigerd.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 19, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 19/6. <Ingevoegd bij W 1989-12-22/30, art. 77> Het is verboden:
  1° onjuiste of onvolledige gegevens te verstrekken waardoor een vrijstelling zou worden verleend, zonder dat daarop aanspraak bestaat;
  2° goederen een andere bestemming te geven dan waarvoor de vrijstelling is verleend;
  3° behoudens in de wettelijk bepaalde gevallen, andere goederen in de plaats te stellen van die waarvoor de vrijstelling is verleend.

  Art. 19/7.<Ingevoegd bij W 1989-12-22/30, art. 77> [1 § 1.]1 Vrijstelling wordt verleend:
  1° voor goederen welke bestemd zijn voor het persoonlijk gebruik - gebruik door inwonende gezinsleden daaronder begrepen - van diplomatieke ambtenaren, van consulaire beroepsambtenaren, van leden van het administratief en technisch personeel van de diplomatieke zendingen en van consulaire bedienden, in functie in het land, voor zover de belanghebbenden geen Belgische onderdanen zijn of geen permanent verblijf houden in België en er geen beroeps- of handelsactiviteiten uitoefenen tot hun persoonlijk voordeel;
  2° voor goederen welke bestemd zijn voor de officiële behoeften - bouwen en herstellen daaronder begrepen - van in het land gevestigde diplomatieke zendingen en consulaire posten, op voorwaarde dat de consulaire posten worden geleid door consulaire beroepsambtenaren;
  3° voor kanselarijbenodigdheden bestemd voor het officieel gebruik van in het land gevestigde consulaire posten die worden geleid door consulaire ereambtenaren.
  [1 § 2. De hoeveelheden en eigenschappen van de goederen en diensten bepaald in de punten 1° tot en met 3° van de eerste paragraaf worden beperkt in overeenstemming met de bepalingen vastgesteld door de Koning, die de minister van Financiën, in samenwerking met de andere betrokken ministers, kan belasten met het stellen van jaarlijkse drempels, rekening houdende met de gebruikelijke wederkerigheid in deze internationale relaties en met redelijke eisen van begunstigde personen en organisaties of, indien nodig, ter bestrijding van misbruik.]1
  ----------
  (1)<W 2015-12-18/18, art. 17, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2016>

  Art. 19/8.<Ingevoegd bij W 1989-12-22/30, art. 77> [1 § 1.]1 Vrijstelling wordt verleend voor goederen welke bestemd zijn voor internationale organisaties en voor personen die tot deze organisaties behoren voor zover een dergelijke vrijstelling is bepaald door een overeenkomst waar België deel van uitmaakt.
  [1 § 2. De hoeveelheden en eigenschappen van de in de eerste paragraaf bedoelde goederen zijn beperkt in overeenstemming met de bepalingen vastgesteld door de Koning, die de minister van Financiën, in samenwerking met de andere betrokken ministers, kan belasten met het stellen van drempels en beperkingen in naleving van de overeenkomsten, rekening houdende met de redelijke eisen van begunstigde personen en organisaties of, indien nodig, ter bestrijding van misbruik.]1
  ----------
  (1)<W 2015-12-18/18, art. 18, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2016>

  Art. 19/9.<Ingevoegd bij W 1989-12-22/30, art. 77> [1 § 1.]1 Vrijstelling wordt verleend:
  1° voor de uitrusting, voor redelijke hoeveelheden proviand, materieel en andere goederen, uitsluitend ten behoeve van de buitenlandse strijdkrachten van de N.A.V.O., met uitsluiting van de Nederlandse strijdkrachten;
  2° voor persoonlijke goederen en meubelen bestemd voor de leden van de in 1° bedoelde strijdkrachten en voor de leden van het burgerlijk element van bedoelde strijdkrachten, met uitsluiting van de leden van de Nederlandse strijdkrachten en van de leden van het burgerlijk element van de Nederlandse strijdkrachten.
  [1 § 2. De hoeveelheden en eigenschappen van de in de eerste paragraaf bedoelde goederen zijn beperkt in overeenstemming met de bepalingen vastgesteld door de Koning, die de minister van Financiën, in samenwerking met de andere betrokken ministers, kan belasten met het stellen van drempels en beperkingen in naleving van de overeenkomsten, rekening houdende met de redelijke eisen van begunstigde personen en organisaties of, indien nodig, ter bestrijding van misbruik.]1
  ----------
  (1)<W 2015-12-18/18, art. 18, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2016>

  Art. 19/10.<Ingevoegd bij W 1989-12-22/30, art. 77> [1 § 1.]1Vrijstelling wordt verleend voor de gronduitrusting welke door een vreemde luchtvaartmaatschappij wordt ingevoerd om te worden gebruikt, binnen het gebied van een douaneluchthaven, met het oog op de inwerkingstelling of de uitbating van een internationale luchtvaartdienst door deze maatschappij.
  [1 § 2. De hoeveelheden en eigenschappen van de in de eerste paragraaf bedoelde goederen zijn beperkt in overeenstemming met de bepalingen vastgesteld door de Koning, die de minister van Financiën, in samenwerking met de andere betrokken ministers, kan belasten met het stellen van drempels en beperkingen in naleving van de overeenkomsten, rekening houdende met de redelijke eisen van begunstigde personen en organisaties of, indien nodig, ter bestrijding van misbruik.]1
  ----------
  (1)<W 2015-12-18/18, art. 18, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2016>

  Art. 19/11.<Ingevoegd bij W 1989-12-22/30, art. 77> [1 § 1.]1 Vrijstelling wordt verleend:
  1° voor de provisie en scheepsbehoeften aan boord van binnenkomende schepen en boten, met uitzondering van woonboten;
  2° voor de provisie aanwezig in treinen in internationaal verkeer;
  3° voor de provisie aanwezig in luchtvaartuigen van lijndiensten in internationaal verkeer;
  4° voor de brandstoffen en smeermiddelen aanwezig in de 1° tot 3° bedoelde binnenkomende vervoermiddelen - woonboten inbegrepen - en bestemd voor de voortdrijving of de smering daarvan.
  [1 § 2. De hoeveelheden en eigenschappen van de in de eerste paragraaf bedoelde provisie en diensten zijn beperkt in overeenstemming met de bepalingen vastgesteld door de Koning, die de minister van Financiën, in samenwerking met de andere betrokken ministers, kan belasten met het stellen van drempels en beperkingen, rekening houdende met redelijke eisen van begunstigde personen en vervoersmiddelen of, indien nodig, ter bestrijding van misbruik.".]1
  ----------
  (1)<W 2015-12-18/18, art. 19, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2016>

  Art. 19/12.<Ingevoegd bij W 1989-12-22/30, art. 77> Vrijstelling wordt verleend voor de vervoermiddelen en de [1 laadborden]1 welke tijdelijk worden ingevoerd en die worden wederuitgevoerd.
  De vrijstelling strekt zich uit tot wisselstukken, onderdelen en normale uitrustingsstukken:
  1° welke worden ingevoerd met de vervoermiddelen en die hiermee zullen worden wederuitgevoerd;
  2° welke afzonderlijk van de vervoermiddelen worden ingevoerd waarvoor ze bestemd zijn.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 20, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  HOOFDSTUK IIter. - [Vrijstelling van rechten bij uitvoer] <Ingevoegd bij W 1993-12-27/47, art. 6, Inwerkingtreding : 01-01-1994>

  Art. 19/13.<Ingevoegd bij W 1993-12-27/47, art. 6, Inwerkingtreding : 01-01-1994> De regels betreffende de vrijstelling van rechten bij uitvoer zijn bepaald in de verordeningen [1 van de instellingen van de Europese Unie]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 21, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 19/14.<Ingevoegd bij W 1993-12-27/47, art. 6, Inwerkingtreding : 01-01-1994> Het voordeel van de vrijstelling van rechten bij uitvoer wordt ingetrokken ingeval van misbruik of poging daartoe.
  Misbruik is onder meer:
  1° het verrichten van handelingen welke verboden zijn door de verordeningen van de Europese Gemeenschappen;
  2° het niet nakomen van de voorwaarden en verplichtingen vastgesteld door de verordeningen [1 van de instellingen van de Europese Unie]1.
  De intrekking van de vrijstelling van rechten bij uitvoer is van toepassing op uitgevoerde goederen, die niet werden bestemd of gebruikt voor het doel waarvoor de vrijstelling is verleend.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 21, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  HOOFDSTUK III. - [Vrijstellingen en teruggaven inzake accijnzen]. <W 1989-12-22/30, art. 78, § 1>

  Art. 20.[1 § 1. Tenzij een internationaal verdrag of zetelverdrag anders bepaalt, wordt onder door de Koning te bepalen voorwaarden en eventuele beperkingen op de redelijke hoeveelheden vrijstelling van accijnzen verleend:
   1° voor goederen die worden ingevoerd om één of meer veredelingshandelingen te ondergaan en daarna te worden wederuitgevoerd;
   2° voor goederen die worden ingevoerd in de persoonlijke bagage van reizigers;
   3° voor goederen die worden ingevoerd in kleine zendingen zonder handelskarakter;
   4° voor provisie, benodigdheden, brandstoffen en smeermiddelen voorhanden in binnenkomende vervoermiddelen;
   5° voor monsters en stalen met een te verwaarlozen handelswaarde die worden ingevoerd voor het opnemen van bestellingen;
   6° voor andere monsters en stalen dan bedoeld onder 5°, ingevoerd voor het opnemen van bestellingen en die daarna worden wederuitgevoerd;
   7° voor redelijke hoeveelheden van goederen welke bestemd zijn voor het persoonlijk gebruik - gebruik door inwonende gezinsleden daaronder begrepen - van diplomatieke ambtenaren, van consulaire beroepsambtenaren, van leden van het administratieve en technisch personeel van de diplomatieke zendingen en van consulaire bedienden, in functie in het land, voor zover de belanghebbenden geen Belgische onderdanen zijn of geen permanent verblijf houden in België en er geen beroeps- of handelsactiviteiten uitoefenen tot hun persoonlijk voordeel;
   8° voor redelijke hoeveelheden van goederen welke bestemd zijn voor de officiële behoeften - bouwen en herstellen daaronder begrepen - van in het land gevestigde diplomatieke zendingen en consulaire posten, op voorwaarde dat de consulaire posten worden geleid door consulaire beroepsambtenaren;
   9° voor redelijke hoeveelheden van kanselarijbenodigdheden bestemd voor het officieel gebruik van in het land gevestigde consulaire posten die worden geleid door consulaire ereambtenaren;
   10° voor redelijke hoeveelheden van goederen welke bestemd zijn voor internationale organisaties en voor personen die tot deze organisaties behoren voor zover een dergelijke vrijstelling is bepaald door een overeenkomst waar België deel van uitmaakt;
   11° a) voor redelijke hoeveelheden proviand, uitsluitend ten behoeve van de buitenlandse strijdkrachten van de NAVO, met uitsluiting van de Nederlandse strijdkrachten wat de gemeenschappelijke accijnzen betreft vastgesteld in het raam van de Benelux Unie;
   b) voor persoonlijke goederen in redelijke hoeveelheden bestemd voor de leden van de in letter a bedoelde strijdkrachten en voor de leden van het burgerlijk element van bedoelde strijdkrachten, met uitsluiting van de leden van de Nederlandse strijdkrachten en van de leden van het burgerlijk element van de Nederlandse strijdkrachten wat de gemeenschappelijke accijnzen betreft vastgesteld in het raam van de Benelux Unie;
   12° voor redelijke hoeveelheden van goederen bestemd voor organisaties, die door vreemde regeringen belast zijn met de aanleg, de inrichting of het onderhoud van de kerkhoven, begraafplaatsen en gedenktekens voor de leden van hun strijdkrachten die in oorlogstijd zijn overleden;
   13° voor goederen die bij de invoer wegens bederf niet meer geschikt zijn en ook niet meer geschikt te maken zijn voor het gebruik waarvoor ze normaal worden aangewend;
   14° voor onmisbare voedingsmiddelen en geneesmiddelen geschonken aan liefdadigheidsinstellingen met algemeen karakter om door deze instellingen kosteloos te worden uitgedeeld aan de bevolking of ter beschikking gesteld van soortgelijke instellingen;
   15° voor goederen ingevoerd om op openbare internationale handelstentoonstellingen of jaarbeurzen te worden tentoongesteld en die daarna worden wederuitgevoerd;
   16° voor goederen die in de volgende gevallen uit een lidstaat van de Europese Unie worden binnengebracht:
   a) persoonlijke goederen binnengebracht door een particulier, naar aanleiding van de verandering van zijn gewone verblijfplaats;
   b) goederen die door personen die hun gewone verblijfplaats hebben in een lidstaat van de Europese Unie, als huwelijksgeschenk worden geschonken aan een particulier die, naar aanleiding van zijn huwelijk, zijn gewone verblijfplaats uit een lidstaat van de Europese Unie overbrengt;
   c) persoonlijke goederen van een erflater die uit een lidstaat van de Europese Unie worden overgebracht naar de verblijfplaats van een particulier, die de goederen door erfopvolging (causa mortis) in eigendom heeft verkregen.
   § 2. De hoeveelheden en eigenschappen van de in de eerste paragraaf bedoelde provisie en diensten zijn beperkt in overeenstemming met de bepalingen vastgelegd door de Koning, die de minister van Financiën, in samenwerking met de andere betrokken ministers, kan belasten met het stellen van drempels, rekening houdende met redelijke eisen van begunstigde personen en organisaties van de vrijstelling, zij het voor de naleving van het internationale verdrag of het zetelverdrag in de gevallen bedoeld in § 1, punten 7°, 8° en 9°, zij het, indien nodig, ter bestrijding van misbruik in alle gevallen van § 1.]1Art. 21.<W 1989-12-22/30, art. 78, § 2> Onder de door de Koning te bepalen voorwaarden en eventuele beperkingen wordt [1 teruggave]1 van accijnzen verleend voor ingevoerde goederen waarvoor [1 teruggave]1 van invoerrechten wordt verleend of zou worden verleend indien de goederen niet vrij van invoerrecht waren krachtens hun aard of herkomst.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 23, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 22. [opgeheven] <W 1989-12-22/30, art. 78, § 3>

  HOOFDSTUK IIIbis. - [Binnenbrengen van goederen in het land] <Ingevoegd bij W 1993-12-27/47, art. 7, Inwerkingtreding : 01-01-1994>

  Art. 22/2.<Ingevoegd bij W 1993-12-27/47, art. 7, Inwerkingtreding : 01-01-1994> De regels betreffende het binnenbrengen van goederen in het land, het aanbieden ervan bij de douane, de summiere aangifte ervan, de lossing en de tijdelijke opslag ervan zijn bepaald in de verordeningen [1 van de instellingen van de Europese Unie]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 24, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 22/3.<Ingevoegd bij W 1993-12-27/47, art. 7, Inwerkingtreding : 01-01-1994> De summiere aangifte, bedoeld in de verordeningen [1 van de instellingen van de Europese Unie]1, bestaat uit een vrachtlijst naar het model vastgesteld door de Minister van Financiën.
  Onder de voorwaarden bepaald door [2 de administratie]2, kan de vrachtlijst bedoeld in het eerste lid worden vervangen hetzij door een opgave op blanco papier, vervaardigd met behulp van een computer, hetzij door een handels- of administratief document dat de nodige gegevens bevat voor de identificatie van de goederen.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 24, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2016-04-27/04, art. 120, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>

  Art. 22/4. <Ingevoegd bij W 1993-12-27/47, art. 7, Inwerkingtreding : 01-01-1994> De goederen onder het stelsel tijdelijke opslag mogen slechts worden opgeslagen op de plaatsen en onder de voorwaarden vastgesteld door de ambtenaar gemachtigd door de Minister van Financiën.
  [De goedkeuring bedoeld in het eerste lid is, onder de voorwaarden vastgesteld in de verordeningen van de Europese Gemeenschappen, afhankelijk van het stellen van een zekerheid bestemd om de inning te verzekeren van de rechten bij invoer en de accijnzen ingeval deze opeisbaar worden.] <W 2006-03-16/40, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-1994>

  Art. 22/5. <Ingevoegd bij W 1993-12-27/47, art. 7, Inwerkingtreding : 01-01-1994> § 1 De ruimten voor tijdelijke opslag moeten steeds toegankelijk zijn voor de ambtenaren terwijl aldaar wordt gewerkt.
  Wordt er niet gewerkt, dan moet aan de ambtenaren op hun eerste verzoek toegang worden verleend.
  De personen die de goederen opslaan zijn gehouden de taak van de ambtenaren te vergemakkelijken in de uitoefening van hun functies en hen zonder verwijl de middelen te verschaffen om over te gaan tot de verificaties die nodig worden geacht.
  § 2 Behoudens machtiging van de douane, mag in de ruimten voor tijdelijke opslag enkel worden gewerkt tijdens de uren dat de douane werkzaamheden verricht ten behoeve van de handel in het algemeen.

  Art. 22/6. <Ingevoegd bij W 1993-12-27/47, art. 7, Inwerkingtreding : 01-01-1994> Onder de toepassing van artikel 94 vallen de goederen in tijdelijke opslag, die binnen de opgelegde termijn, naar gelang van het geval, niet zijn:
  1° geplaatst onder één van de douaneregelingen bedoeld in artikel 1, 7°, a tot g, of in een vrije zone of nog buiten het douanegebied van de Gemeenschap zijn gebracht;
  2° vernietigd met machtiging en onder de voorwaarden vastgesteld door de douane;
  3° afgestaan voor de Schatkist.

  Art. 22/7.<Ingevoegd bij W 1993-12-27/47, art. 7, Inwerkingtreding : 01-01-1994> Het document bedoeld in artikel 22/3 wordt [1 aangezuiverd]1:
  1° voor de goederen geplaatst onder één van de douaneregelingen bedoeld in artikel 1, 7°, a tot g;
  2° voor de goederen die terug buiten het douanegebied van de Gemeenschap zijn gebracht of geplaatst zijn in een vrije zone;
  3° voor de goederen bedoeld in artikel 22/6, indien deze goederen aan de douane worden vertoond.
  De tijdelijke opslag geschiedt op risico van de houder van het in het eerste lid bedoelde document; deze is tevens verantwoordelijk voor de zuivering van dat document.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 25, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  HOOFDSTUK IV. - Invoer uit zee.

  Art. 23.[1 Via de zee]1 mogen geen goederen [1 in de Europese Unie worden gebracht of gelost dan langs de eerste kantoren en met de documenten die in deze wet zijn omschreven]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 26, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 24.§ 1. Alle schippers zijn gehouden, binnen 24 uren na hun aankomst [1 op het eerste kantoor]1, [1 ...]1 hun generale verklaring, aan de daartoe gestelde ambtenaren, onder vertoning [1 van hun]1 scheeps- en ladingspapieren te doen, alvorens te mogen verder varen.
  § 2. De [2 generale verklaring]2 mag ondertekend worden door de scheepsagent of door iedere andere persoon die daartoe door de kapitein behoorlijk is gemachtigd; in dat geval draagt die agent of die persoon de verantwoordelijkheid die deze wet op de kapitein legt.
  § 3. Op zondagen en wettelijke feestdagen wordt, gewoonlijk, de generale verklaring niet gedaan.
  § 4. De ambtenaren zijn echter bevoegd, om de schipper, dadelijk na de aankomst van het schip, te vermanen, om, zonder verwijl, de generale verklaring over te leggen, en [3 indien]3 de schipper daaraan niet voldoet, op het schip een wacht te stellen; [3 hetgeen zij evenzeer mogen doen, als het schip zich langer ophoudt tussen de zee en het eerste kantoor dan het getijde, het weer of de wind vereisen. Alle bepalingen van deze wet betreffende het lossen, het lichten of het overladen van goederen, zijn van toepassing op elk schip, van zodra het is aangekomen op het grondgebied van de Belgische staat.]3
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 27, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 28, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (3)<W 2014-05-12/17, art. 29, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 25.[1 De generale verklaring moet de lijst van alle ingeladen goederen bevatten, met vermelding van hun soort en van het aantal en de merken van de colli's, alsook van de plaats van bestemming van het schip]1, welke zal moeten zijn, een der, bepaalde of te bepalen, losplaatsen, alwaar, [1 op het kantoor]1 van betaling, de [1 aangifte tot lossing]1 moet geschieden.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 30, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 26. De omstandigheid dat de schepen zonder lading of in ballast binnenkomen, ontslaat niet van verplichting de generale verklaring in te dienen.

  Art. 27.Het duplicaat van die generale verklaring zal, door de ambtenaren [1 op het eerste kantoor]1, worden opgezonden naar de plaats der [1 uiteindelijke]1 bestemming, en het triplicaat aan de schipper gegeven, tevens strekkende tot toestemming ter opvaring, met vermelding van de route, langs welke de reis moet worden volbracht.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 31, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 28.De schippers kunnen de generale verklaring ook doen, door middel van afgifte van een dubbel van [1 hun]1 manifesten, of andere publieke akten van hun lading, [1 die dan]1 door de ambtenaren, met het [1 zegel van de administratie]1, zullen gehecht worden aan het duplicaat [1 van deze generale verklaring]1, [1 dat verwijst naar deze stukken door hun aantal en beknopte beschrijving te vermelden; de verklaring zal bovendien getekend moeten worden door de kapitein en de ambtenaren om de effecten te hebben als van een generale verklaring]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 32, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 29.Geen losplaatsen kunnen worden opgegeven, [1 dan deze die behoren tot]1 het vaarwater der binnenkomst, tenzij, om bijzondere redenen, een afwijking van deze regel, door [2 de administratie]2 mocht zijn veroorloofd, of dat er overlading [1 plaatsvindt]1, en het vervoer der goederen [1 geschiedt]1 met een document onder de voorwaarden bepaald in hoofdstuk VIII.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 33, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2016-04-27/04, art. 121, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>

  Art. 30.Alle stukgoederen, [1 die op de generale verklaring]1 worden opgegeven als onbekend, of onder de algemene benaming van koopwaren, zullen worden verzegeld of bewaakt, tot bij de lossing, [1 krachtens een behoorlijke aangifte, opgesteld op de losplaats door de belanghebbende]1, desnoods na bezichtiging, of tot de opslag in 's Rijks pakhuizen, [1 overeenkomstig de voorschriften van Hoofdstuk XII]1.
  De zegels zullen niet op [1 de vaten of verpakkingen]1 [1 worden aangebracht maar op de luiken van het schip]1, en op alle verdere toegangen tot de plaats, [1 waar de goederen zich aan boord bevinden]1, [1 ...]1, indien de wijze van belading, het [1 groot aantal]1 vaten, balen of pakken, of andere omstandigheden, zulks in het voordeel van de handel, verkieslijk maken.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 34, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 31.Wanneer een schipper of bevelvoerder, [1 ...]1, door storm, ijsgang, of andere onvermijdelijke omstandigheden, verhinderd wordt de [1 het eerste kantoor aan te doen]1,[1 moet hij dit op voldoende wijze aantonen]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 35, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 32.De schipper of bevelvoerder moet in het bij artikel 31 bedoelde geval, [1 de eerste haven aandoen die hij kan bereiken]1, en aldaar dadelijk al datgene verrichten, hetwelk ten aanzien der generale verklaring, is bepaald.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 36, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 33.[1 Op straffe van een boete van 50 euro zal bij aankomst van het zeeschip of de lichter op de losplaats de schipper verplicht zijn [3 de ambtenaar met ten minste een titel van attaché aangeduid door de administrateur-generaal van de douane en accijnzen]3 binnen de 14 uren daarna van zijn komst in kennis stellen. Bovendien zal er vóór alle lossing aangifte moeten geschieden zoals in hoofdstuk XV en verder in deze wet is voorgeschreven.]1
  [2 Bij voormelde kennisgeving zou de toelating gevraagd kunnen worden tot rechtzetting van de vergissing die in de generale verklaring gemaakt zou kunnen geweest zijn.]2 [3 De ambtenaar met ten minste een titel van attaché aangeduid door de administrateur-generaal van de douane en accijnzen]3 doet van het verzoek, [2 met bijvoeging van de generale verklaring en met voorlegging van de omstandigheden die tot de vergissing zouden geleid hebben]2 aanleiding gegeven, mededeling aan [3 de adviseur-generaal aangeduid door de administrateur-generaal van de douane en accijnzen]3 onder wie hij ressorteert, die, bij overtuiging dat de fout aan geen frauduleuze oogmerken is toe te schrijven, het verzoek, bij wege van aantekening op de akte, zal toestaan, zonder dat, in geval van weigering, zulks in rechten kan werken tegen de toepassing der straffen, [2 op valse of onjuiste verklaringen]2 gesteld. In geval van twijfel, vraagt de [3 adviseur-generaal aangeduid door de administrateur-generaal van de douane en accijnzen]3 de beslissing van het hoofdbestuur. In steden waar een directeur is, zal het verzoek rechtstreeks aan hem kunnen gedaan worden.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 37, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 38, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (3)<W 2016-04-27/04, art. 122, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>

  Art. 34.De schippers of bevelhebbers [1 van de vissersschepen uit België, komende van de nering, zijn niet gehouden om een generale verklaring te doen. Ze zijn niettemin verplicht, op straffe van een boete van 50 euro, om, ten einde als zodanig herkend, en niet opgehouden te worden, bij binnenkomst en vóór het passeren van het eerste kantoor, een mand, of een ander, tussen de rederijen en de administratie overeen te komen, seinteken te vertonen en tot aan de losplaats aldus te blijven vertonen, opdat de ambtenaren in de gelegenheid zouden zijn, zonder de reis te vertragen.]1 aan boord te komen voor de visitatie. <KB 2000-07-20/64, art. 2, 15, Inwerkingtreding : 01-01-2002, zelf gewijzigd bij KB 2001-07-13/50, art. 42, 5°, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 39, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 35. De kapiteins of scheepsagenten die, vóór de overlegging van de in artikel 146 bedoelde documenten, de goederen wensen te lossen die uit zee werden ingevoerd en waarvoor de bij artikel 24 bedoelde generale verklaring is gedaan, mogen deze goederen aangeven met een vrachtlijst.

  Art. 36. § 1. De vrachtlijst moet opgave houden van de goederen met aanduiding van soort, zomede van aantal, aard en merken van de colli's, of, indien het gestorte goederen betreft, van de hoeveelheid.
  De aanduidingen van deze opgave mogen niet verschillen van deze welke in de generale verklaring zijn opgenomen. Evenwel moet de soort worden vermeld van de goederen welke in die verklaring als onbekend of onder de algemene benaming van koopwaren zijn opgegeven.
  § 2. [...] <W 1993-12-27/47, art. 8, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
  § 3. [...] <W 1993-12-27/47, art. 8, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
  § 4. [...] <W 1993-12-27/47, art. 8, Inwerkingtreding : 01-01-1994>

  Art. 37.Wanneer ten opzichte van de generale verklaring, tekorten of verschillen in de soort van de goederen worden bevonden, wordt de vrachtlijst van ambtswege verbeterd.
  Een aanvullende vrachtlijst mag worden opgemaakt voor te veel bevonden goederen, welke niet in de generale verklaring zijn opgenomen [1 en niet het voorwerp uitmaken van een inbeslagname]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 40, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  HOOFDSTUK V. - [opgeheven] <W 1993-12-27/47, art. 9, Inwerkingtreding : 01-01-1994>

  Art. 38. [opgeheven] <W 1993-12-27/47, art. 9, Inwerkingtreding : 01-01-1994>

  Art. 39. [opgeheven] <W 1993-12-27/47, art. 9, Inwerkingtreding : 01-01-1994>

  Art. 40. [opgeheven] <W 1993-12-27/47, art. 9, Inwerkingtreding : 01-01-1994>

  Art. 41. [opgeheven] <W 1993-12-27/47, art. 9, Inwerkingtreding : 01-01-1994>

  Art. 42. [opgeheven] <W 1993-12-27/47, art. 9, Inwerkingtreding : 01-01-1994>

  Art. 43. [opgeheven] <W 1993-12-27/47, art. 9, Inwerkingtreding : 01-01-1994>

  HOOFDSTUK VI. - Bijleggers.

  Art. 44.Bijleggers worden genaamd de schepen, [1 waarvan de bestemming niet een haven van het koninkrijk is]1, [1 die over zee in een willekeurige haven van het koninkrijk binnenkomen, uit nood]1, of om te overwinteren, alsook dezulke, die geen bepaalde bestemming hebben en waarmede men een der zeehavens aandoet om [1 orders te krijgen]1.
  De schippers van zodanige schepen zijn verplicht, [2 op het eerste kantoor de bij hen geladen goederen aan te geven]2, en zulks [2 op de wijze zoals bepaald in hoofdstuk IV omtrent de generale verklaringen bij binnenkomst over zee]2.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 41, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 42, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 45.[1 De in artikel 44 bedoelde schepen en hun ladingen zullen opnieuw mogen vertrekken zonder betaling van rechten of accijnzen maar zullen, in afwachting en onder de bijzondere bewaking van de ambtenaren van het kantoor waar de verklaring is gedaan, voor anker moeten liggen op de daartoe door deze ambtenaren aangeduide plaats.]1
  Doch voor zover de [2 het kantoor]2 niet aan wal is gevestigd, of geen geschikte ligplaats, noch gelegenheid tot herstel der zeeschade, aanbiedt, zal het aan de schippers vergund worden, op te varen naar een nabijgelegen haven, alwaar een kantoor is, om aldaar, onder bijzonder toezicht, als voren, gesteld te worden.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 43, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 44, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 46.Indien de aard der lading, met betrekking tot de hoge invoerrechten, of omdat het accijnsgoederen betreft, of wel om verbod van invoer, zulks vordert, zal de ladingsplaats van het schip worden verzegeld, of een wacht aan boord geplaatst [1 tenzij]1 de schipper mocht verkiezen de lading, [1 tot de wederuitvoer]1, in een Rijkspakhuis, of in een particuliere wel verzekerde bergplaats, onder wederzijdse sluiting, te doen opslaan, of, voor zover [1 hun]1 aard zulks niet mocht gedogen, zo bij nacht als dag, onder toezicht en bewaring te doen stellen, [1 zonder kosten voor de Schatkist]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 45, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 47.Wanneer deze schepen last breken, dat is, wanneer het geheel of een gedeelte der lading, [1 uit goederen bestaat waarvan de invoer is toegestaan]1, bestemd wordt tot lossing, [1 om niet opnieuw te worden ingescheept]1, alsook wanneer enige andere goederen dan alleen ter gewone scheepsconsumptie worden bijgeladen, [1 zullen de verschuldigde rechten en accijnzen betaald moeten worden aan de Belgische staat]1, en ten aanzien van de lossing en lading moeten worden in acht genomen, al hetgeen [1 omtrent de invoer en uitvoer van goederen over zee]1 bij deze wet is bepaald.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 46, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 48.Door lastbreken wordt daarentegen niet verstaan het, voor korte tijd, over boord zetten van goederen, [1 ...]1, om het schip te kunnen [1 herstellen]1, of om andere voldoende redenen; mits zulks geschiede op schriftelijke [1 toelating]1 van [2 de adviseur aangeduid door de administrateur-generaal van de douane en accijnzen]2, en de lossing, havening en wederinlading geen plaats hebben, dan onder [1 voortdurende bewaking]1 van de ambtenaren.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 47, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2016-04-27/04, art. 123, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>

  HOOFDSTUK VII. - Gestrande en geborgen goederen.

  Art. 49.§ 1. Indien goederen aan de kusten van het Rijk worden geborgen of opgevist, herkomstig uit gestrande of verongelukte schepen, of uit nood in zee geworpen, moeten degenen, die zulks verrichten of het toezicht er over hebben, daarvan zo spoedig mogelijk kennis geven aan de [1 dichtstbijzijnde]1 [1 ambtenaren]1, ten einde zich met [1 deze]1, naar gelang van zaken en omstandigheden, te verstaan omtrent de voorlopige verzekering van de belangen der administratie.
  § 2. [2 De goederen die vóór aankomst en zonder kennisgeving aan de ambtenaren vervoerd zouden geweest zijn, zullen niet erkend worden als strandgoederen.]2
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 48, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 49, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 50.Wanneer goederen uit schepen, op 's Rijks kusten gestrand of verongelukt, in lichters overgenomen zijn, zullen de lichterschippers, die, in zover, onder dezelfde verplichting liggen als inkomende zeeschippers, met de aldus zonder voorafgegane verklaring overgenomen goederen, niet verder mogen varen dan de naaste [1 toegankelijke]1 haven, en aldaar onverwijld, nevens de benaming van het zeeschip, voor zover [1 deze]1 mede aan wal is gekomen, hun verklaring doen en voorts zich met de ambtenaren verstaan, als bij artikel 49 is gemeld.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 50, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 51.De aard en hoeveelheid der goederen zal, zodra mogelijk, door of ten overstaan [1 van de ambtenaren]1 globaal worden onderzocht, en van de bevinding proces-verbaal opgemaakt.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 51, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 52.Zolang de goederen blijven onder het medetoezicht der administratie, [1 op een zodanige manier]1 dat zij zich kan verzekerd houden van hun identiteit, zijn de belanghebbenden bevoegd tot de wederuitvoer, vrij van alle rechten en accijnzen[1 , mits zij de vereiste borgstelling verschaffen en zij zich onderwerpen aan andere bepalingen die noodzakelijk zijn voor het verzekeren van de wederuitvoer]1 [1 ...]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 52, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 53.De strandgoederen, omtrent welke van de in artikel 52 bedoelde bevoegdheid geen gebruik wordt gemaakt, zullen, ten aanzien der rechten en accijnzen, worden gelijkgesteld met [1 ingevoerde goederen]1, doch [1 zulke goederen, waarvan de invoer verboden is, kunnen slechts teruggegeven worden op voorwaarde dat ze wederuitgevoerd worden]1, [1 ...]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 53, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 54.Voor zover blijkt dat strandgoederen geladen geweest zijn in schepen, uit de havens van het Rijk vertrokken, [1 en die schipbreuk hebben geleden, zal niet alleen vrijstelling van rechten bij invoer genoten worden maar ook teruggave geschieden van reeds betaalde rechten bij uitvoer]1; en zullen [1 deze]1 goederen, met betrekking tot de accijns, worden beschouwd als niet uitgevoerd geweest.
  [2 ...]2.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 54, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 55, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 55.[1 Scheepspuin van eender welke aard opgehaald op zee, op de kusten van het Rijk of op andere kusten]1, zullen [1 kunnen genieten van de vrijstelling zoals terugkerende goederen onder de voorwaarden van deze vrijstelling]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 56, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  HOOFDSTUK VIII. - Invoer langs de rivieren en [1 over land]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 57, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 56.Bij invoer langs de rivieren en [1 over land]1, moeten [1 de invoerders, de schippers of andere vervoerders]1, de bij hen in- of opgeladen of bij zich hebbende goederen, aanbrengen en aangeven op de eerste wachten of expeditiekantoren, aan de rivieren en aan de grenzen gevestigd, in de steden en plaatsen, welke reeds zijn, of verder zullen worden bepaald en bekend gemaakt, zo tot invoer in het algemeen, als in het bijzonder ten opzichte van accijnsgoederen, of sommige van [1 deze]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 58, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 57. § 1. Alle invoer te lande is verboden, anders dan langs de routes of heerbanen, die tot zekere afstand van de grenzen, zijn of zullen worden aangewezen, en die moeten worden aangedaan en gevolgd, van het ogenblik af, dat men met de goederen het vreemd grondgebied verlaat.
  § 2. Ook zullen worden aangewezen de wegen langs welke alleen goederen, bestemd voor de dagelijkse behoeften der grensbewoners, en tegen contante betaling, ook van de accijns, mogen worden ingevoerd naar een der kantoren, voor de ontvangst der rechten en accijnzen op zulke goederen speciaal en uitsluitend opgericht, of nog op te richten, en deze wegen zullen met de heerbanen worden geacht gelijk te staan.

  Art. 58.[1 De omstandige]1 aangifte [1 zal moeten worden opgesteld overeenkomstig de in hoofdstuk XV opgenomen bepalingen. Nadat borg zal gesteld zijn voor de rechten bij invoer en de accijnzen en de grondige verifcatie van de daaraan onderworpen goederen heeft plaats gehad, zullen één of meer documenten worden afgegeven, voor het vervoer naar de kantoren van betaling op de plaatsen van lossing, of van opslag in entrepot voor daarvoor bestemde goederen. [2 Aan de ambtenaar met ten minste een titel van attaché aangeduid door de administrateur-generaal van de douane en accijnzen]2 of entreposeur zal op dezelfde dag, of zodra mogelijk, een uittreksel van elk document gezonden worden.]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 59, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2016-04-27/04, art. 124, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>

  Art. 59.§ 1. In afwijking van artikel 58 mag de aangifte [1 op het eerste kantoor]1 van langs rivieren en kanalen ingevoerde goederen geschieden met een vrachtlijst houdende de naam van het schip, het land van waar het komt, alsmede een opgave van de goederen welke zich aan boord bevinden met aanduiding van soort, [1 evenals]1 van aantal, aard en merken van de colli's of, indien het gestorte goederen betreft, van de hoeveelheid.
  § 2. Tegen overlegging van deze aangifte reikt de douane een duplicaat van de vrachtlijst uit, dat kan dienen tot dekking van :
  1° de verzending van de goederen naar de losplaats;
  2° [de lossing van de goederen voor tijdelijke opslag onder de bij hoofdstuk IIIbis bepaalde voorwaarden.] <W 1993-12-27/47, art. 10, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
  § 3. Behoudens door of namens de Minister van Financiën verleende afwijking, is aangifte op de voet van dit artikel slechts toegelaten indien de laadruimen waarin de goederen zich bevinden, voor verzegeling vatbaar zijn.
  § 4. De Minister van Financiën mag voorschrijven dat de schepen moeten voldoen aan door hem te bepalen voorwaarden inzake bouw en inrichting, en bovendien dat zij vooraf door de Belgische douane of door een buitenlandse douane moeten goedgekeurd zijn.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 60, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 60. Een borgtocht, waarvan de douane het bedrag vaststelt, moet worden gesteld tot waarborg van de eventuele invordering van de rechten en van de geldstraffen welke kunnen worden opgelopen.

  Art. 61. Elke weglating of onjuistheid in een van de aanduidingen welke de vrachtlijst bij invoer langs rivieren en kanalen moet inhouden, wordt aangemerkt als een overtreding.

  Art. 62.Wanneer echter de wijze van belading [1 van de langs rivieren ingevoerde goederen]1 niet toelaat, [1 op het eerste kantoor]1, zich van de hoeveelheid en de aard [1 van deze]1, zonder lossing, genoegzaam te verzekeren, zal de grondige verificatie of visitatie kunnen worden verschoven tot bij de lossing op de opgegeven losplaatsen [1 maar in dat geval moeten de goederen bewaakt of verzegeld worden indien dit noodzakelijk blijkt]1, [1 doch zonder dat dit]1 [1 aan de ambtenaren op het eerste kantoor]1 of eerste kantoor van betaling de bevoegdheid ontneemt, om de dadelijke lossing van het geheel of [1 een gedeelte van de]1 lading of vracht, als waarop hun verdenking van verkeerde aangifte mocht gevallen zijn, te vorderen, ten einde aldaar te worden gevisiteerd of geverifieerd ten kosten van de aangever.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 61, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 63.Tot de lossing kunnen alleen worden opgegeven de plaatsen, alwaar kantoren van betaling bestaan, of zullen worden gevestigd [1 ...]1 en tot opslag in entrepot geen andere plaatsen dan [1 waar een entrepot is opgericht]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 62, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 64.Op de daartoe [1 aan te duiden eerste kantoren]1 zullen, wanneer zulks wordt verlangd, [1 voor de goederen die bestemd zijn om in het binnenland te blijven]1, en niet aan accijns onderworpen zijn,[1 worden betalingsbewijzen bij invoer verleend waarop de plaatsen van lossing zijn aangeduid en die de goederen moeten begeleiden tot na de lossing en de verifcatie]1. Ter losplaats zullen deze documenten aan de eerste ambtenaar [1 belast met de bewaking]1 moeten worden bezorgd, om, [1 na verificatie]1 vóór of bij de lossing, afgetekend en ingetrokken, en vervolgens naar het kantoor van uitgifte teruggezonden te worden.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 63, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 65. [Opgeheven] <W 1978-07-06/30, art. 4, 42°; Inwerkingtreding : 22-08-1978>

  Art. 66.Wanneer [1 de schippers of vervoerders]1 meer dan een plaats tot lossing opgeven, zullen afzonderijke documenten, of, in het geval van artikel 64, [1 afzonderlijke betalingsbewijzen]1 worden verleend, voor elk der plaatsen, alwaar moet worden gelost.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 64, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 67.[1 De inbeslagnames zullen zowel op de documenten als op de betalingsbewijzen plaats kunnen hebben]1, doch ten aanzien der goederen, aan grondige verificatie onderworpen, alleen [1 voor zo ver een verschil]1 in soort mocht bevonden worden. De documenten kunnen niet dienen tot lossing, anders dan in het geval en [1 op de wijze zoals]1, in artikel 68 omschreven.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 65, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 68.[1 Alvorens te mogen lossen, dat altijd in aanwezigheid van of met medeweten van de met de verificatie belaste ambtenaren moet geschieden, zal de invoerder of vervoerder op het kantoor van de losplaats de documenten bezorgen]1, om, dienovereenkomstig, de betaling der verschuldigde rechten van de goederen te doen, en, [1 in geval van douanevervoer]1, [1 de vereiste documenten inzake douanevervoer te verkrijgen]1, op welke alsdan de lossing zal verricht worden.
  Voor die goederen, welke ten invoer zijn aangegeven, kunnen de documenten dienen tot lossing, en in het algemeen voor die goederen, welke op entrepot zijn aangegeven, kunnen zij verder dienen tot het vervoer naar, en opslag in entrepot, hetzij daar ter plaatse, of in zodanige andere plaats waar een entrepot bestaat.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 66, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 69.§ 1. Na betaling der rechten en accijnzen, of [1 tenlasteneming]1 voor de laatste, worden dadelijk daarvan de vereiste aantekeningen op de documenten gesteld en [1 deze]1 alzo gezuiverd.
  § 2. De zuivering der documenten [2 voor die goederen, welke voor het entrepot zijn aangegeven,]2, geschiedt [2 bij verklaring op de achterzijde door de ambtenaren van de aangewezen plaats]2, dat de daarin vermelde goederen aldaar in entrepot zijn opgenomen [...]. <W 1993-12-27/47, art. 11, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
  § 3. De gezuiverde documenten blijven [3 op het kantoor van betaling of van entrepot]3 berusten, en de [3 uittreksels]3, na van gelijke aftekening of [3 aantekening]3 als de documenten voorzien te zijn, moeten door de ambtenaren tijdig aan het kantoor van uitgifte worden terugbezorgd, [3 om de aldaar gestelde zekerheid borgtocht vrij te geven]3.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 67, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 68, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (3)<W 2014-05-12/17, art. 69, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 70.Nimmer zal de accijns betaald, [1 of voor eenzelfde bedrag ten laste worden genomen]1, noch de documenten gezuiverd kunnen worden,[1 tenzij de erop vermelde goederen daadwerkelijk gelost en geverifieerd of gevisiteerd werden, voor de rechten, op de door het document aangewezen plaats]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 70, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  HOOFDSTUK VIIIbis. - [Het in het vrije verkeer brengen van goederen] <Ingevoegd bij KB 1982-08-23/01, art. 1, Inwerkingtreding : 01-07-1982, bekrachtigd bij W 1985-05-21/34>

  Art. 70/2. [Wanneer zij bestemd zijn om in het land in het vrije verkeer te worden gebracht moet voor goederen die in het land hetzij worden binnengebracht, hetzij de status hebben van goederen onder tijdelijke opslag, hetzij geplaatst zijn onder een douaneregeling bedoeld in artikel 1, 7°, b tot g, een aangifte tot het in het vrije verkeer brengen worden gedaan op een bevoegd kantoor, aangewezen overeenkomstig artikel 5.] <W 1993-12-27/47, art. 12, Inwerkingtreding : 01-01-1994>

  Art. 70/3.<Ingevoegd bij KB 1982-08-23/01, art. 1, Inwerkingtreding : 01-07-1982> § 1 De aangifte tot het in het vrije verkeer brengen kan worden gedaan door ieder natuurlijke persoon of rechtspersoon, gevestigd in de Gemeenschap, en die bij machte is om de betrokken goederen en alle documenten die nodig zijn om die goederen in het vrije verkeer te brengen aan de douane aan te bieden of te laten aanbieden. Deze persoon wordt hierna «de aangever» genoemd.
  § 2 De aangever kan handelen:
  a) ofwel in eigen naam en voor eigen rekening;
  b) ofwel in eigen naam maar voor rekening van een derde volgens de voorwaarden bepaald in hoofdstuk XIV;
  c) [1 ofwel in naam en voor rekening van een derde volgens de voorwaarden bepaald in hoofdstuk XIVbis.]1
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 71, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 70/4. <Ingevoegd bij KB 1982-08-23/01, art. 1, Inwerkingtreding : 01-07-1982> § 1 De aangifte moet worden gedaan op een formulier dat overeenkomt met het door de Minister van Financiën bepaalde model.
  [Zij moet door de aangever worden ondertekend. Zij bevat de vermeldingen die nodig zijn voor de identificatie van de goederen, voor de berekening van de rechten bij invoer of de toe te kennen bedragen bij invoer en voor de toepassing van de bepalingen die gelden voor het in het vrije verkeer brengen van goederen. Bij de aangifte moeten alle stukken worden gevoegd die voor dezelfde doeleinden noodzakelijk zijn.] <W 1993-12-27/47, art. 13, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
  § 2 De Minister van Financiën kan nader bepalen welke vermeldingen op de aangifte moeten voorkomen en welke documenten er moeten bijgevoegd worden.
  § 3 Wanneer verschillende soorten goederen worden aangegeven op eenzelfde formulier, worden de vermeldingen voor elke soort goederen beschouwd als een afzonderlijke aangifte.

  Art. 70/5. <Ingevoegd bij KB 1982-08-23/01, art. 1, Inwerkingtreding : 01-07-1982> § 1 [Onverminderd de bijzondere bepalingen betreffende briefpostzendingen en pakketpostzendingen, en behalve in de gevallen dat een invoervergunning, -bewijs of -certificaat moet worden overgelegd, stelt de Minister van Financiën vast waarin en de voorwaarden waaronder voor ingevoerde goederen zonder handelsoogmerk alsmede voor goederen met een geringe waarde geen schriftelijke aangifte moet worden gedaan.] <W 1993-12-27/47, art. 14, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
  § 2 Voor goederen welke het forfaitair tarief of een vrijstelling van rechten bij invoer kunnen genieten kan de Minister van Financiën voorschrijven dat bepaalde vermeldingen van de aangifte onder een vereenvoudigde vorm vermeld worden of dat bepaalde documenten niet vereist zijn.
  § 3 [...] <W 1993-12-27/47, art. 14, Inwerkingtreding : 01-01-1994>

  Art. 70/6. <Ingevoegd bij KB 1982-08-23/01, art. 1, Inwerkingtreding : 01-07-1982> De indiening van de aangifte bij het bevoegde douanekantoor moet geschieden op de dagen en uren waarop dit kantoor geopend is.
  De douane kan op verzoek en op kosten van de aangever toestaan dat de aangifte buiten deze dagen en uren wordt ingediend. Artikel 17 is dan van toepassing.

  Art. 70/7. <Ingevoegd bij KB 1982-08-23/01, art. 1, Inwerkingtreding : 01-07-1982> § 1 De aangifte mag ingediend worden vanaf het ogenblik dat de goederen op het kantoor worden aangeboden.
  Worden als aangeboden bij een douanekantoor beschouwd, goederen waarvan de aankomst bij dat kantoor of een andere door de douane aangewezen plaats, in de vereiste vorm aan de ambtenaren is medegedeeld, zodat zij er toezicht of controle op kunnen uitoefenen.
  § 2 De douane kan evenwel toestaan dat de aangifte wordt ingediend voordat de aangever in staat is de goederen aan te bieden.
  In dat geval kan de douane een termijn voor die aanbieding vaststellen, afhankelijk van de omstandigheden. Na afloop van die termijn wordt de aangifte als nietig beschouwd.
  § 3 De aangifte ingediend voordat de goederen zijn aangekomen, kan pas worden aanvaard nadat de goederen bij de douane zijn aangeboden.

  Art. 70/8. <Ingevoegd bij KB 1982-08-23/01, art. 1, Inwerkingtreding : 01-07-1982> § 1 Wanneer, tengevolge van bijzondere omstandigheden, de aangever in de onmogelijkheid verkeert om sommige vereiste vermeldingen op de aangifte aan te brengen, mag de douane hem toelating verlenen, op de door haar vast te stellen voorwaarden, de goederen aan een onderzoek te onderwerpen en er monsters van te nemen in een lokaal of op een plaats, aangewezen of aangenomen door de douane.
  § 2 Het onderzoek wordt toegestaan op mondelinge aanvraag, tenzij de douane, rekening houdend met de omstandigheden, het noodzakelijk acht een schriftelijke aanvraag te eisen.
  Monsterneming wordt slechts toegestaan op schriftelijke aanvraag.
  § 3 Het uitpakken, het wegen, het weder inpakken en alle andere behandelingen van de goederen worden uitgevoerd op risico en op kosten van de aanvrager. Mogelijke analysekosten zijn eveneens te zijnen laste.

  Art. 70/9. <Ingevoegd bij KB 1982-08-23/01, art. 1, Inwerkingtreding : 01-07-1982> De douane kan, zolang de goederen niet werden vrijgegeven, het annuleren of het intrekken van de aangifte toestaan wanneer het bewijs wordt voorgelegd:
   dat de goederen per vergissing zijn aangegeven voor het vrije verkeer;
   of dat het in het vrije verkeer brengen van de goederen, tengevolge van bijzondere omstandigheden, niet meer gerechtvaardigd is.

  Art. 70/10. <Ingevoegd bij KB 1982-08-23/01, art. 1, Inwerkingtreding : 01-07-1982> § 1 De douane mag slechts aangiften aanvaarden die voldoen aan de voorwaarden gesteld in de artikelen 70/4 en 70/6.
  § 2 Op verzoek van de aangever kan de douane evenwel, op de door haar te stellen voorwaarden, een aangifte aanvaarden waarop bepaalde vermeldingen niet voorkomen, of waarbij bepaalde documenten niet zijn gevoegd; de douane stelt dan een termijn vast waarbinnen de betrokken vermeldingen of documenten moeten worden medegedeeld of overgelegd.
  De vermeldingen die nodig zijn voor de identificatie van de goederen en die bepaald zijn door de Minister van Financiën moeten op de onvolledige aangifte voorkomen, opdat deze kan worden aanvaard overeenkomstig het eerste lid.
  § 3 De onvolledige aangifte welke door de douane werd aanvaard kan:
   hetzij door de aangever vervolledigd worden;
   hetzij vervangen worden, met toestemming van de douane, door een andere aangifte welke beantwoordt aan de voorwaarden van de artikelen 70/4 en 70/6.
  In geval van vervanging, is de datum bedoeld in artikel 18, § 1, die van de aanvaarding van de onvolledige aangifte.
  § 4 De aanvaarding van een onvolledige aangifte door de douane mag niet tot gevolg hebben dat het vrijgeven van de goederen erdoor verhinderd of vertraagd wordt, indien er geen andere bezwaren hiertegen bestaan. De voorwaarden aangaande het vrijgeven van de goederen worden bepaald door de Minister van Financiën.

  Art. 70/11. <Ingevoegd bij KB 1982-08-23/01, art. 1, Inwerkingtreding : 01-07-1982> § 1 De aangiften die voldoen aan de voorwaarden van de artikelen 70/4 en 70/6, alsmede die waarvoor de in artikel 70/10, § 2, bedoelde faciliteiten gelden, worden onmiddellijk door de douane aanvaard volgens de vastgestelde vorm.
  De datum van aanvaarding wordt op de aangifte vermeld met het oog op de toepassing van artikel 18, § 1.
  § 2 Telkens wanneer zij zulks noodzakelijk acht gaat de douane over tot verificatie van de aangifte en de documenten die daarbij zijn gevoegd, ten einde na te gaan of de vermeldingen in de documenten overeenstemmen met de in de aangifte vervatte vermeldingen.

  Art. 70/12. <Ingevoegd bij KB 1982-08-23/01, art. 1, Inwerkingtreding : 01-07-1982> § 1 Op zijn verzoek kan de aangever toegestaan worden bepaalde vermeldingen te verbeteren op de aangifte, die reeds door de douane aanvaard werd.
  § 2 De verbetering is afhankelijk van de volgende voorwaarden:
  1° zij moet gevraagd worden voor het vrijgeven van de goederen voor het vrije verkeer;
  2° zij kan niet meer toegestaan worden wanneer het verzoek wordt gedaan nadat de douane de aangever in kennis heeft gesteld:
   van haar voornemen de goederen aan een onderzoek te onderwerpen;
   van de door haar geconstateerde onjuistheid van de onder § 1 bedoelde vermeldingen;
  3° zij mag niet tot gevolg hebben dat de aangifte betrekking heeft op andere goederen dan die waarop zij oorspronkelijk betrekking had.
  § 3 Tenzij het een onbelangrijke verbetering betreft, moet de oorspronkelijke aangifte vervangen worden door een nieuwe.
  In dat geval moet de datum waarop de oorspronkelijke aangifte is aanvaard, worden aangehouden als datum voor het bepalen van de rechten bij invoer en voor de toepassing van de andere bepalingen die gelden voor het in het vrije verkeer brengen van de goederen.

  Art. 70/13. <Ingevoegd bij KB 1982-08-23/01, art. 1, Inwerkingtreding : 01-07-1982> De douane kan, indien zij het nuttig acht, alle of een deel van de goederen aan een onderzoek onderwerpen.
  Het onderzoek van de goederen geschiedt op de daartoe aangewezen plaats of in de daartoe aangenomen magazijnen en gedurende de daartoe vastgestelde uren.
  De douane kan, op verzoek van de aangever, toestaan dat de goederen op een andere plaats of gedurende andere uren dan bedoeld in lid 2 worden onderzocht. De eventuele hieraan verbonden kosten komen ten laste van de aangever.
  De Minister van Financiën stelt de bepalingen vast betreffende het onderzoek van de goederen.

  Art. 70/14. <Ingevoegd bij KB 1982-08-23/01, art. 1, Inwerkingtreding : 01-07-1982> Het vervoer van de goederen naar de plaats waar zij zullen worden onderzocht, het uitpakken, het weder inpakken en alle andere bewerkingen welke nodig zijn voor het onderzoek, worden door de aangever of onder zijn verantwoordelijkheid verricht. In alle gevallen, komen de hieraan verbonden kosten ten laste van de aangever.

  Art. 70/15. <Ingevoegd bij KB 1982-08-23/01, art. 1, Inwerkingtreding : 01-07-1982> De aangever heeft het recht bij het onderzoek van de goederen aanwezig te zijn of zich erbij te laten vertegenwoordigen. De douane kan, indien zij dit nuttig acht, van de aangever eisen dat hij bij het onderzoek aanwezig is of zich erbij laat vertegenwoordigen ten einde haar de nodige bijstand ter vergemakkelijking van dit onderzoek te verlenen.

  Art. 70/16. <Ingevoegd bij KB 1982-08-23/01, art. 1, Inwerkingtreding : 01-07-1982> De douane kan bij het onderzoek van de goederen monsters nemen ten behoeve van een analyse of andere controle. De aan deze analyse of controle verbonden kosten komen ten laste van de administratie.
  De Minister van Financiën bepaalt de voorwaarden welke van toepassing zijn voor de monsterneming door de douane.

  Art. 70/17. <Ingevoegd bij KB 1982-08-23/01, art. 1, Inwerkingtreding : 01-07-1982> § 1 De resultaten van de verificatie van de aangifte en de daarbij gevoegde documenten, al dan niet gepaard gaande met een onderzoek van de goederen, dienen als grondslag voor de berekening van de rechten bij invoer [en de toe te kennen bedragen bij invoer] en voor de toepassing van de andere bepalingen die gelden voor het in het vrije verkeer brengen van de goederen. <W 1993-12-27/47, art. 15, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
  § 2 Wanneer de douane tot de verificatie en het onderzoek bedoeld in § 1 overgaat, vermeldt zij de gecontroleerde gegevens en de resultaten in detail overeenkomstig de door de Minister van Financiën voorgeschreven regels.
  § 3 Indien de douane noch tot de verificatie van de aangifte en de bijgevoegde documenten, noch tot het onderzoek van de goederen overgaat, gebeurt de berekening van de rechten bij invoer [en de toe te kennen bedragen bij invoer] en de toepassing van de bepalingen voorzien in § 1 volgens de vermeldingen op de aangifte. <W 1993-12-27/47, art. 15, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
  § 4 De bepalingen van § 1 vormen geen beletsel voor een eventuele latere controle door de douane, noch voor de gevolgen die hieruit zouden kunnen voortvloeien, inzonderheid wat betreft de aanpassing van het bedrag van de toegepaste rechten bij invoer [en de toe te kennen bedragen bij invoer]. <W 1993-12-27/47, art. 15, Inwerkingtreding : 01-01-1994>

  Art. 70/18. <Ingevoegd bij KB 1982-08-23/01, art. 1, Inwerkingtreding : 01-07-1982> Onverminderd een eventuele wijziging krachtens artikel 70/17, § 4, wordt het door de douane vastgestelde bedrag van de rechten bij invoer [bedoeld in artikel 1, 4°, a, 1] door haar geboekt en aan de aangever medegedeeld. De boeking moet zo gauw mogelijk plaatsvinden nadat een aan te rekenen bedrag werd vastgesteld. <W 1993-12-27/47, art. 16, Inwerkingtreding : 01-01-1994>

  Art. 70/19. <Ingevoegd bij KB 1982-08-23/01, art. 1, Inwerkingtreding : 01-07-1982> § 1 [Onverminderd de bij invoer voor de goederen geldende verbodsbepalingen, beperkende- of controlemaatregelen, kan de douane de goederen slechts vrijgeven indien de rechten bij invoer zijn betaald of hiervoor zekerheid is gesteld of uitstel van betaling is verleend.] <W 1993-12-27/47, art. 17, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
  § 2 Het vrijgeven van de goederen door de douane geschiedt op de wijze, vastgesteld door de Minister van Financiën, rekening houdende met de plaats waar de goederen zich bevinden en met de bijzondere regeling volgens welke de douane toezicht op de goederen uitoefent.
  § 3 Zolang de goederen niet zijn vrijgegeven, mogen zij zonder toestemming van de douane niet worden verplaatst noch enigerlei behandeling ondergaan.

  Art. 70/20. <Ingevoegd bij KB 1982-08-23/01, art. 1, Inwerkingtreding : 01-07-1982> § 1 De aangever kan, voordat de goederen door de douane zijn vrijgegeven, toestemming krijgen onder de voorwaarden bepaald door de Minister van Financiën om:
   de goederen vrij van kosten aan de schatkist, af te staan;
   de goederen onder toezicht van de douane te doen vernietigen; de eventuele hieraan verbonden kosten komen ten laste van de aangever.
  § 2 Het afstaan van de goederen aan de schatkist of hun vernietiging onder toezicht van de douane ontslaat de aangever van de betaling van de rechten bij invoer.
  § 3 Het in het vrije verkeer brengen van resten en afvallen die eventueel voortkomen uit het vernietigen van de goederen geschiedt op basis van de daarvoor geldende heffingsgrondslagen, zoals zij door de douane op de datum van de vernietiging worden erkend of aanvaard.

  Art. 70/21. <Ingevoegd bij KB 1982-08-23/01, art. 1, Inwerkingtreding : 01-07-1982> § 1 De bepalingen van artikel 94 zijn van toepassing om de situatie te regelen van de goederen die niet konden worden vrijgegeven:
  a) omdat het onderzoek ervan niet binnen de gestelde termijnen kon worden aangevangen of voortgezet om redenen die aan de aangever te wijten zijn, of
  b) omdat de documenten die noodzakelijk zijn voor het in het vrije verkeer brengen van de goederen, niet werden voorgelegd, of
  c) omdat er binnen de gestelde termijnen geen betaling van de rechten bij invoer heeft plaatsgevonden noch zekerheid daarvoor is gesteld.
  § 2 Zo nodig kan de douane de goederen die zich in een toestand als bedoeld in § 1 bevinden, laten vernietigen.
  De bepalingen van artikel 70/20, § 3, zijn van toepassing.
  § 3 Wanneer de douane de goederen verkoopt geschiedt de verkoop volgens de procedure voorzien in Hoofdstuk XII.

  Art. 70/22. <W 1993-12-27/47, art. 18, Inwerkingtreding : 01-01-1994> § 1 Aan de aangever wordt, op zijn verzoek door de douane machtiging verleend om de aangifte tot het in het vrije verkeer brengen in vereenvoudigde vorm in te dienen wanneer goederen bij de douane worden aangeboden met overlegging achteraf van een aanvullende aangifte die in voorkomend geval, een algemeen, periodiek of samenvattend karakter kan hebben.
  Het verzoek dient schriftelijk te worden ingediend en alle voor de verlening van de machtiging noodzakelijke gegevens te bevatten.
  § 2 De vereenvoudigde aangifte kan de vorm hebben:
  1° hetzij van een onvolledige aangifte als bedoeld in artikel 70/10, § 2;
  2° hetzij van een administratief of handelsdocument dat de voor de identificatie van de goederen noodzakelijke vermeldingen bevat.
  Bij de vereenvoudigde aangifte moeten alle documenten worden gevoegd die dienen te worden overgelegd als voorwaarde voor het in het vrije verkeer brengen van de goederen.
  § 3 De gegevens van de aanvullende aangifte worden geacht, samen met de gegevens van de vereenvoudigde aangifte waarop zij betrekking hebben, één enkele en ondeelbare akte te vormen, die geldig is vanaf de datum van aanvaarding van de oorspronkelijke aangifte.

  Art. 70/23. <W 1993-12-27/47, art. 18, Inwerkingtreding : 01-01-1994> De machtiging om een beroep te doen op de vereenvoudigde aangifteprocedure wordt verleend aan de persoon op of uit wiens naam de aangifte voor het in het vrije verkeer brengen is gedaan.
  De verlening van de machtiging is afhankelijk van het stellen van een zekerheid waarvan het bedrag door de douane wordt vastgesteld om de eventuele inning te verzekeren van de rechten bij invoer.
  In de machtiging:
  1° wordt het douanekantoor aangewezen dat de vereenvoudigde aangifte kan aanvaarden;
  2° worden de goederen bepaald waarop zij toepasselijk is, alsmede de gegevens die ter identificatie van de goederen op de vereenvoudigde aangifte moeten voorkomen;
  3° wordt de vorm en de inhoud van de vereenvoudigde aangiften bepaald;
  4° wordt de vorm en de inhoud van de aanvullende aangiften bepaald en de termijn vastgesteld waarbinnen deze op het hiertoe aangewezen douanekantoor moeten worden neergelegd;
  5° wordt de zekerheid bedoeld in lid 2 vermeld.

  Art. 70/23bis. <Ingevoegd bij W 1993-12-27/47, art. 19, Inwerkingtreding : 01-01-1994> De machtiging wordt geweigerd wanneer:
  1° een doeltreffende controle op invoerverboden of -beperkingen of op de naleving van andere op het in het vrije verkeer brengen van toepassing zijnde bepalingen, niet kan worden gewaarborgd;
  2° de aanvrager een zware overtreding of herhaalde overtredingen van de douanevoorschriften heeft begaan;
  3° de aanvrager slechts incidenteel in eigen naam voor eigen rekening of voor rekening van een andere persoon goederen in het vrije verkeer brengt.
  De machtiging wordt ingetrokken wanneer de gevallen bedoeld in het eerste lid zich voordoen.

  Art. 70/24. <W 1993-12-27/47, art. 20, Inwerkingtreding : 01-01-1994> De douane staat op verzoek de domiciliëringsprocedure toe, op grond waarvan in de door de communautaire wetgeving bepaalde gevallen goederen in het vrije verkeer kunnen worden gebracht in de onderneming van de belanghebbende of op andere door de douane aangewezen of erkende plaatsen.
  Het verzoek dient schriftelijk te worden ingediend en alle met het oog op de verlenging van de machtiging noodzakelijke gegevens te bevatten.

  Art. 70/25. <W 1993-12-27/47, art. 21, Inwerkingtreding : 01-01-1994> Een machtiging om gebruik te maken van de domiciliëringsprocedure kan slechts worden verleend voor zover:
  1° de administratie van de aanvrager een doeltreffende controle mogelijk maakt, met name een controle a posteriori;
  2° een doeltreffende controle op de invoerverboden of -beperkingen of op de naleving van andere op het in het vrije verkeer brengen van toepassing zijnde bepalingen is verzekerd.

  Art. 70/26. <Ingevoegd bij W 1993-12-27/47, art. 22, Inwerkingtreding : 01-01-1994> De machtiging om een beroep te doen op de domiciliëringsprocedure wordt verleend aan de persoon die goederen in het vrije verkeer wil brengen.
  De machtiging is afhankelijk van het stellen van een zekerheid waarvan het bedrag door de douane wordt vastgesteld om de eventuele inning van rechten bij invoer en de accijnzen te waarborgen.
  De machtiging legt de nadere regels voor de werking van de procedure vast en bepaalt met name:
  1° de goederen waarop de procedure toepasselijk is;
  2° de vorm van de verplichtingen als bedoeld in artikel 70/27;
  3° het tijdstip waarop de goederen worden vrijgegeven;
  4° de termijn waarbinnen de aangifte als bedoeld in artikel 70/4 moet worden ingediend;
  5° de voorwaarden waaronder algemene, periodieke of samenvattende aangiften met betrekking tot de goederen kunnen worden ingediend;
  6° de zekerheid bedoeld in lid 2.

  Art. 70/27. <Ingevoegd bij W 1993-12-27/47, art. 22, Inwerkingtreding : 01-01-1994> Met het oog op de toepassing van artikel 70/25, is de houder van de machtiging verplicht om zodra de goederen zijn aangekomen op de aangewezen plaats:
  1° aan de douane in de vorm en op de wijze die zijn vastgesteld in de machtiging, van deze aankomst kennis te geven teneinde de vrijgave van de goederen te verkrijgen;
  2° de goederen in te schrijven in zijn administratie. Deze inschrijving moet de datum vermelden waarop zij plaatsvindt, alsmede de voor de identificatie van de goederen noodzakelijke vermeldingen bevatten. Deze inschrijving heeft dezelfde juridische waarde als de aanvaarding van de aangifte als bedoeld in artikel 70/10, § 1;
  3° voor de douane alle documenten beschikbaar houden die moeten worden overgelegd als voorwaarde voor de toepassing van de bepalingen die gelden voor het in het vrije verkeer brengen van goederen.
  Wanneer de omstandigheden het rechtvaardigen, kan de douane, in afwijking van het eerste lid, 1°, de houder van de machtiging, onder de voorwaarden die zij bepaalt, ontslaan van de verplichting om elke aankomst mee te delen; in dit geval worden de goederen geacht te zijn vrijgegeven zodra ze in zijn administratie zijn ingeschreven.

  Art. 70/28. <Ingevoegd bij W 1993-12-27/47, art. 22, Inwerkingtreding : 01-01-1994> Een machtiging wordt geweigerd wanneer de aanvrager:
  1° een zware overtreding of herhaalde overtredingen van de douanevoorschriften heeft begaan;
  2° slechts incidenteel goederen in het vrije verkeer brengt.

  Art. 70/29. <Ingevoegd bij W 1993-12-27/47, art. 22, Inwerkingtreding : 01-01-1994> De machtiging wordt ingetrokken:
  1° wanneer één van de voorwaarden bedoeld in artikel 70/25 niet of niet meer is vervuld;
  2° in het geval bedoeld in artikel 70/28, 1°.
  Wanneer de houder van de machtiging niet voldoet aan de verplichtingen die hem zijn opgelegd, kan de machtiging worden ingetrokken.

  HOOFDSTUK IX. - Uitvoer [1 over zee]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 72, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 71.[1 Voor alle over zee uitgevoerde goederen]1, moeten de aangifte gedaan en de rechten voldaan worden op een der laadplaatsen, welke voor deze uitvoer zijn of verder zullen worden bepaald, of [1 voor wat de accijnsgoederen betreft]1, op de plaats of plaatsen, alwaar [1 deze]1 in de kredietrekening van de aangever zijn opgenomen, hetzij dat de goederen dadelijk in het schip, [1 dat]1 met [1 deze]1 naar het buitenland zal vertrekken, geladen worden, of wel met lichters of anderszins worden vervoerd, om elders in het vorenbedoeld schip te worden ingeladen.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 73, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 72.De goederen zullen het Rijk niet worden uitgevoerd dan met de schepen, welke daartoe zijn opgegeven en op de documenten vermeld, op een boete van [300 EUR], ten laste van [1 de overtredende schipper]1, tenzij, in bijzondere gevallen, op schriftelijke toelating van [2 de adviseur aangeduid door de administrateur-generaal van de douane en accijnzen]2. <KB 2000-07-20/64, art. 2, 15, Inwerkingtreding : 01-01-2002, zelf gewijzigd bij KB 2001-07-13/50, art. 42, 5°, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 74, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2016-04-27/04, art. 125, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>

  Art. 73.Behoudens in de door de Minister van Financiën bepaalde gevallen, moet een generale verklaring [1 bij uitgang]1 worden ingediend op het douanekantoor waar de aangiften betreffende de lading werden overgelegd.
  Die generale verklaring moet door de kapitein of door een van de in artikel 24, tweede lid, bedoelde personen worden ondertekend.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 75, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 74.De kapitein is verplicht te stoppen aan het laatste [1 kantoor van uitgang]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 76, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  HOOFDSTUK X. - Uitvoer langs de rivieren en [1 over land]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 77, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 75.Voor accijnsgoederen die langs rivieren of [1 over land]1 worden uitgevoerd met ontheffing van accijns, wordt de aangifte voor uitvoer gedaan op het kantoor waar die goederen [1 ten laste zijn genomen]1 en waar de [1 kredietrekening]1 van de aangever wordt gehouden.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 78, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 76.Bij het uitgaan langs de rivieren, is mede van toepassing de bepaling, in artikel 72 vervat; en geen uitvoer [1 over land]1 mag plaats hebben [1 dan langs de in artikel 57 vermelde routes of wegen]1; zijnde de kantoren in artikel 57, tweede lid bedoeld, [1 enkel bestemd voor de inning van de rechten bij uitvoer]1 van de voortbrengselen der plaatsen binnen of in de omtrek waarvan [1 deze]1 zijn gevestigd.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 79, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 77.De uitvoerders langs de rivieren of [1 over land]1 zullen de documenten van hun goederen, [1 moeten overhandigen aan de ambtenaren van het laatste kantoor van uitgang]1, om, [1 na verificatie]1, ingetrokken te worden.
  [2 ...]2.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 80, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 81, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 78.Voor de uitvoer langs de rivieren en [1 over land]1, zijn de [1 laatste kantoren dezelfde kantoren]1, welke [1 eerste aangifte bij invoer]1, volgens artikel 56, zijn of verder zullen worden aangewezen.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 82, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  HOOFDSTUK Xbis. - [Uitvoer van communautaire goederen] <Ingevoegd bij KB 1982-03-18/35, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-1983, bekrachtigd bij W 1985-05-21/34>

  Art. 78/2.<Ingevoegd bij KB 1982-03-18/35, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-1983> § 1. Bij uitvoer van communautaire goederen uit het douanegebied van de Gemeenschap dient bij een douanekantoor een uitvoeraangifte te worden ingediend.
  § 2. De aangifte kan worden gedaan door iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon, gevestigd in de Gemeenschap en die bij machte is om de betreffende goederen en alle documenten nodig voor de uitvoer van de goederen, aan de douane aan te bieden of te laten aanbieden. Artikel 70/3, § 2 is van toepassing op die persoon.
  § 3. De aangifte moet worden gedaan door middel van een formulier van het model dat door de [1 Koning]1 wordt vastgesteld. [1 De Koning kan de minister van Financiën gelasten met de uitvoering ervan.]1
  [Zij moet worden ondertekend door de aangever. Zij bevat de vermeldingen welke nodig zijn voor de identificatie van de goederen, voor de berekening van de rechten bij uitvoer of de toe te kennen bedragen bij uitvoer en voor de toepassing van de bepalingen die gelden voor de uitvoer van de goederen. Alle stukken welke nodig zijn voor dezelfde doeleinden moeten bij de aangifte worden bijgevoegd.] <W 1993-12-27/47, art. 23, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
  § 4. De [2 Koning]2 kan preciseren welke vermeldingen op de aangifte moeten voorkomen en welke documenten er moeten bijgevoegd worden. [2 De Koning kan de minister van Financiën gelasten met de uitvoering ervan.]2
  § 5. Artikel 70/4, § 3, is van toepassing op de uitvoeraangifte.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 83, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 84, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 78/3.<Ingevoegd bij KB 1982-03-18/35, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-1983> § 1. De [1 Koning]1 kan voorschrijven dat voor goederen die worden uitgevoerd zonder handelsoogmerk, alsmede voor goederen van geringe waarde, met name die welke deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers, geen schriftelijke aangifte behoeft te worden gedaan. [1 De Koning kan de minister van Financiën gelasten met de uitvoering ervan.]1
  § 2. De [2 Koning]2 kan bijzondere regels bepalen voor postzendingen en postcolli. [2 De Koning kan de minister van Financiën gelasten met de uitvoering ervan.]2
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 85, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 86, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 78/4. <Ingevoegd bij KB 1982-03-18/35, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-1983> De indiening van de aangifte bij het bevoegde douanekantoor moet geschieden op de dagen en uren waarop dit kantoor geopend is.
  De douane kan evenwel op verzoek en op kosten van de aangever toestaan dat de aangifte buiten deze dagen en uren wordt ingediend. Artikel 17 is in dat geval toepasselijk.

  Art. 78/5. <Ingevoegd bij KB 1982-03-18/35, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-1983> § 1 De uit te voeren goederen moeten worden aangeboden bij een douanekantoor dat bevoegd is voor het vervullen van de betreffende uitvoerformaliteiten.
  § 2 De aangifte kan worden ingediend vanaf het ogenblik dat de goederen bij dat kantoor worden aangeboden.
  Worden als aangeboden bij een douanekantoor beschouwd, goederen waarvan de aanwezigheid bij dat kantoor of op een andere door de douane aangewezen plaats aan de ambtenaren is medegedeeld, zodat zij er toezicht of controle op kunnen uitoefenen.
  § 3 Artikel 70/7, § 2 en 3, is van toepassing op de uitvoer.

  Art. 78/6. <Ingevoegd bij KB 1982-03-18/35, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-1983> § 1 Voor het doen van de uitvoeraangifte voor communautaire goederen, die onder een douaneregeling vallen, geeft de douane, op de door haar vast te stellen voorwaarden, aan de aangever toestemming om de goederen vooraf te onderzoeken en monsters te nemen.
  § 2 Artikel 70/8, § 2 en 3, is van toepassing op de uitvoer.

  Art. 78/7. <Ingevoegd bij KB 1982-03-18/35, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-1983> § 1 De aangifte die voldoet aan de in artikel 78/2 gestelde voorwaarden wordt onmiddellijk door de douane aanvaard, volgens de vastgestelde vorm.
  De datum van aanvaarding wordt op de aangifte vermeld. [...] <W 1993-12-27/47, art. 24, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
  § 2 Telkens wanneer zij zulks noodzakelijk acht gaat de douane over tot verificatie van de aangifte en de documenten die daarbij zijn gevoegd, ten einde na te gaan of de vermeldingen in die documenten overeenstemmen met de in die aangifte vervatte vermeldingen.

  Art. 78/8. <Ingevoegd bij KB 1982-03-18/35, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-1983> § 1 De aangever kan, op zijn verzoek, bepaalde vermeldingen op de aangifte, die reeds door de douane aanvaard werd, verbeteren.
  § 2 Deze verbetering is afhankelijk van de volgende voorwaarden:
  1. ze moet gevraagd worden voordat de goederen het douanekantoor of de daartoe aangewezen plaats hebben verlaten, tenzij het verzoek betrekking heeft op gegevens waarvan de douane de juistheid zelfs bij afwezigheid van de goederen kan nagaan;
  2. ze kan niet meer worden toegestaan wanneer het verzoek wordt gedaan nadat de douane de aangever in kennis heeft gesteld:
   van haar voornemen de goederen aan een onderzoek te onderwerpen;
   van de door haar geconstateerde onjuistheid van de in § 1 bedoelde vermeldingen;
  3. ze mag niet tot gevolg hebben dat de aangifte betrekking heeft op andere goederen dan die waarop zij oorspronkelijk betrekking had.
  § 3 Tenzij het een onbelangrijke verbetering betreft, moet de oorspronkelijke aangifte vervangen worden door een nieuwe aangifte.
  In dat geval moet de datum, waarop de oorspronkelijke aangifte is aanvaard, worden aangehouden als datum voor de toepassing van de bepalingen die gelden voor de uitvoer van de goederen.

  Art. 78/9. <Ingevoegd bij KB 1982-03-18/35, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-1983> § 1 Zolang de goederen het douanegebied van de Gemeenschap niet hebben verlaten, mag de aangever om annulering of ongeldigmaking van de aangifte verzoeken.
  § 2 Wanneer de douane de aangever in kennis heeft gesteld van haar voornemen om over te gaan tot een onderzoek van de goederen waarop de aangifte betrekking heeft, kan het verzoek slechts worden gedaan nadat dit onderzoek heeft plaatsgevonden.
  § 3 Door de douane wordt slechts toestemming gegeven tot annulering of ongeldigmaking van de aangifte voor zover de aangever:
  1. haar aantoont dat de goederen het douanegebied van de Gemeenschap niet hebben verlaten;
  2. haar alle exemplaren van de uitvoeraangifte overlegt, alsmede alle andere bijgevoegde documenten;
  3. haar aantoont dat de nodige maatregelen zijn getroffen om de restituties en andere ingevolge de aangifte ten uitvoer toegekende bedragen niet uit te betalen.
  § 4 De annulering of ongeldigmaking van de aangifte belet niet dat strafbepalingen worden toegepast ten aanzien van door de aangever begane overtredingen.
  § 5 Wanneer de uitvoer van de goederen binnen een bepaalde termijn moet voltrokken zijn, leidt het niet in acht nemen van die termijn tot annulering of ongeldigmaking van de betreffende aangifte, behalve indien de bedoelde termijn door de douane wordt verlengd.

  Art. 78/10. <Ingevoegd bij KB 1982-03-18/35, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-1983> De artikelen 70/13, 70/14, 70/15 en 70/16, zijn van toepassing op de uitvoer.

  Art. 78/11.<Ingevoegd bij KB 1982-03-18/35, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-1983> § 1. De resultaten van de verificatie van de aangifte en de daarbij gevoegde documenten, al dan niet gepaard gaande met een onderzoek van de goederen, dienen als grondslag [voor de berekening van de rechten bij uitvoer of de toe te kennen bedragen bij uitvoer en] voor de toepassing van de bepalingen die gelden voor de uitvoer van de goederen. <W 1993-12-27/47, art. 25, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
  § 2. Wanneer de douane overgaat tot de in § 1 bedoelde verificatie of onderzoek, vermeldt zij de gecontroleerde gegevens en de resultaten hiervan in detail, overeenkomstig de door de [1 Koning]1 voorgeschreven regels. [1 De Koning kan de minister van Financiën gelasten met de uitvoering ervan.]1 voorgeschreven regels.
  § 3. Indien de douane noch tot de verificatie van de aangifte en de bijgevoegde documenten, noch tot het onderzoek van de goederen overgaat, gebeurt [de berekening van de rechten bij uitvoer of de toe te kennen bedragen bij uitvoer en] de toepassing van de bepalingen die gelden voor de uitvoer van de goederen volgens de vermeldingen op de aangifte. <W 1993-12-27/47, art. 25, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
  § 4. [De bepalingen van § 1 vormen geen beletsel voor een eventuele latere controle door de douane, noch voor de gevolgen die hieruit kunnen voortvloeien namelijk wat betreft een wijziging van de rechten bij uitvoer of de toe te kennen bedragen bij uitvoer.] <W 1993-12-27/47, art. 25, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
  [§ 5. Het bedrag van de rechten bij uitvoer, bedoeld in artikel 1, 4°, b, 1, vastgesteld door de douane wordt meegedeeld aan de aangever.] <W 1993-12-27/47, art. 25, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 87, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 78/12.<Ingevoegd bij KB 1982-03-18/35, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-1983> § 1. [Onverminderd de toepassing van de verbodsbepalingen of beperkende maatregelen die eventueel voor de ten uitvoer aangegeven goederen gelden, geeft de douane slechts toestemming tot het uitvoeren van de goederen nadat zij zich er in voorkomend geval van heeft vergewist dat de rechten bij uitvoer zijn betaald of dat hiervoor zekerheid is gesteld of uitstel van betaling is verleend.] <W 1993-12-27/47, art. 26, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
  § 2. De vorm waarin de douane de toestemming tot het uitvoeren van de goederen verleent, wordt door de [1 Koning]1 vastgesteld, rekening houdend met de plaats waar de goederen zich bevinden en met de bijzondere bepalingen volgens welke de douane toezicht op de goederen uitoefent. [1 De Koning kan de minister van Financiën gelasten met de uitvoering ervan.]1
  § 3. De goederen, waarvoor toestemming tot uitvoer is verleend, blijven onder douanecontrole tot het tijdstip waarop zij het douanegebied van de Gemeenschap verlaten.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 88, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 78/13.<Ingevoegd bij KB 1982-03-18/35, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-1983> § 1. De [1 Koning]1 bepaalt de voorwaarden waaraan de aangever moet voldoen om van de douane toestemming te verkrijgen om bepaalde gegevens van de aangifte achteraf te verschaffen of over te nemen in aanvullende aangiften met een algemeen, periodiek of samenvattend karakter. [1 De Koning kan de minister van Financiën gelasten met de uitvoering ervan.]1
  § 2. De gegevens van de aanvullende aangiften, bedoeld in § 1, worden geacht, samen met de gegevens van de aangiften waarop zij betrekking hebben, één enkele en ondeelbare akte te vormen, die geldig is vanaf de datum van aanvaarding van de oorspronkelijke aangifte.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 89, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 78/14.<Ingevoegd bij KB 1982-03-18/35, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-1983> De [1 Koning]1 treft de nodige bepalingen om, wanneer de omstandigheden dit rechtvaardigen, het uitvoeren van de goederen toe te laten zonder dat de in artikel 78/2 bedoelde aangifte vooraf is ingediend. [1 De Koning kan de minister van Financiën gelasten met de uitvoering ervan.]1
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 90, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 78/15.<Ingevoegd bij KB 1982-03-18/35, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-1983> De [1 Koning]1 treft de nodige bepalingen om natuurlijke of rechtspersonen, die dikwijls goederen uitvoeren, te machtigen om die goederen uit hun lokalen rechtstreeks uit het douanegebied van de Gemeenschap te verzenden, zonder dat de in artikel 78/2 bedoelde aangifte vooraf bij een bevoegd douanekantoor is ingediend. [1 De Koning kan de minister van Financiën gelasten met de uitvoering ervan.]1
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 91, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 78/16. [opgeheven] <W 1989-12-22/30, art. 82>

  HOOFDSTUK XI. - [Bijzondere bepalingen betreffende de uitvoer van goederen met ontheffing van accijnzen] <W 1989-12-22/30, art. 83>

  Art. 79. <W 1989-12-22/30, art. 83> De overbrenging naar een douanekantoor van goederen die met ontheffing van accijnzen worden uitgevoerd, moet onder accijnsverband geschieden met een te zuiveren accijnsdocument.

  Art. 80. <W 1989-12-22/30, art. 83> Op het douanekantoor kunnen de ambtenaren op zicht van het accijnsdocument en van de aangifte ten uitvoer inzake douane, overgaan tot een grondige verificatie van de onder accijnsverband overgebrachte goederen.

  Art. 81. <W 1989-12-22/30, art. 83> Na verificatie zuiveren de ambtenaren het accijnsdocument en tekenen terzelfdertijd hun bevindingen aan in het vak ad hoc van de aangifte ten uitvoer. Vanaf dat ogenblik bevinden de goederen zich onder douaneregeling.

  Art. 82. <W 1989-12-22/30, art. 83, err., B.S., 21april 1990> De accijnsgoederen onder douaneregeling mogen slechts aan deze regeling onttrokken worden mits zij op de gewone wijze ten uitvoer worden aangegeven.]

  Art. 83. [opgeheven] <W 1989-12-22/30, art. 83>

  Art. 84. [opgeheven] <W 1989-12-22/30, art. 83>

  HOOFDSTUK XII. - Verboden, onbekende, niet aanvaarde en onbeheerde goederen.

  Art. 85.[1 Goederen waarvan de invoer verboden is maar die aangegeven worden op het eerste kantoor onder hun eigen of werkelijke benaming mogen onmiddellijk wederuitgevoerd worden]1, of naar 's Rijks pakhuizen, in de hoofdplaats der directie, verzegeld of bewaakt, overgebracht, evenals volgens artikel 30, de goederen, [1 die, bij invoer over zee, zijn aangegeven]1 als onbekend of onder de algemene benaming van koopwaren, en van welke, vóór de lossing, geen behoorlijke aangifte kon worden gedaan.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 92, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 86.De goederen zullen, bij aankomst in de hoofdplaats der directie, [1 worden opgeslagen onder toezicht]1 van de [2 ambtenaar met ten minste een titel van attaché aangeduid door de administrateur-generaal van de douane en accijnzen]2, en zo spoedig mogelijk, [1 ten laatste twee dagen na hun aankomst]1, zondagen en wettelijke feestdagen niet [1 meegerekend]1, ten overstaan van de [2 adviseur-generaal aangeduid door de administrateur-generaal van de douane en accijnzen]2 [1 of van de door hem aangestelde ambtenaar]1 en van de belanghebbende, zo hij zich daartoe aanmeldt, moeten worden geïnventariseerd.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 93, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2016-04-27/04, art. 126, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>

  Art. 87.[1 De termijn van deze opslag wordt vastgesteld op één jaar]1. Binnen die tijd zullen de niet verboden goederen nader behoorlijk kunnen worden aangegeven [1 en de verboden goederen worden wederuitgevoerd langs dezelfde weg als zij zijn ingevoerd, met vrijstelling van alle rechten]1.
  In beide gevallen zullen de kosten van [2 opslag en toezicht]2 door de belanghebbenden moeten worden voldaan.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 94, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 95, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 88.<W 1989-12-22/30, art. 84> Na verloop van die tijd, zal de [1 adviseur-generaal aangeduid door de administrateur-generaal van de douane en accijnzen]1, op bekomen machtiging van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, welke op verzoekschrift, ondertekend door de directeur en na summier onderzoek zal worden verleend, doen overgaan tot de verkoop der alsdan nog onopgeëiste goederen. De verkoop echter zal niet geschieden dan na twee opvolgende oproepingen van twee weken tot twee weken, te plaatsen in twee nieuwsbladen aangewezen door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, en aan te plakken vóór het kantoor ter plaatse van de verkoop. De verkoop zal in alle gevallen in het openbaar aan de meestbiedende moeten geschieden.
  ----------
  (1)<W 2016-04-27/04, art. 127, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>

  Art. 89.[1 De verkoop van de bij invoer verboden goederen zal afhankelijk gesteld worden van hun wederuitvoer over hetzelfde kantoor langs waar zij zijn ingevoerd, met vrijstelling van rechten.]1
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 96, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 90. Aan degenen, welke binnen de tijd van twee jaren na de verkoop, bewijzen zullen daarop recht te hebben, zal de opbrengst van de verkoop der goederen, na aftrek der kosten, en van de niet verboden goederen tevens van de verschuldigde rechten en accijnzen, worden uitgekeerd.

  Art. 91.[1 Indien de zuivere opbrengst niet binnen de daartoe bepaalde tijd wordt opgeëist, zal deze verworven worden door de Schatkist, en derhalve]1 bij de administratie definitief in ontvangst genomen worden.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 97, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 92.Wanneer onder de goederen, in dit hoofdstuk vermeld, spoedig bederfelijke gevonden worden, zal de [2 adviseur-generaal aangeduid door de administrateur-generaal van de douane en accijnzen]2 de publieke verkoop, na voorafgaande machtiging, te verlenen [1 zoals omschreven in artikel 88]1, onmiddellijk kunnen doen plaats hebben. In dat geval zal de opbrengst van de verkoop [1 slechts na verloop van]1 drie jaren, na de opslag der goederen, definitief voor [1 door de Schatkist verworven worden]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 98, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2016-04-27/04, art. 128, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>

  Art. 93.Geen vervoer naar de hoofdplaats der directie behoeft te geschieden, indien zich een Rijks pakhuis bevindt [1 op de plaats van aankomst of invoer]1; maar alsdan zullen de opslag, inventarisatie en verkoop, onder inachtneming van voormelde bepalingen, aldaar kunnen gedaan worden door tussenkomst van [2 de adviseur aangeduid door de administrateur-generaal van de douane en accijnzen]2, als vervangende de [2 adviseur-generaal aangeduid door de administrateur-generaal van de douane en accijnzen]2.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 99, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2016-04-27/04, art. 129, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>

  Art. 94.[1 Ingevoerde goederen die de geconsigneerde weigert te ontvangen of op te slaan, op de door deze wet en de bijzondere wetten voorgeschreven wijze, zullen onmiddellijk wederuitgevoerd kunnen worden]1, [1 ...]1, zo niet worden ze beschouwd en behandeld als aan de administratie, voor de rechten en accijnzen, te zijn afgestaan, behoudens dat, in geval van publieke verkoop, de meerdere opbrengst zal kunnen worden [1 teruggevorderd binnen de termijn en onder de voorwaarden van artikel 90]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 100, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  HOOFDSTUK XIII. - [1 douanevervoer]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 101, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Afdeling I. - [1 douanevervoer]1 [2 in het algemeen]2.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 101, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 102, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 95.<W 1993-12-27/47, art. 27, Inwerkingtreding : 01-01-1994> Onverminderd de artikelen 96 tot 99, worden de regels met betrekking tot de [1 douanevervoer]1 bepaald in de verordeningen [1 van de Europese Unie]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 103, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 96.<W 1993-12-27/47, art. 27, Inwerkingtreding : 01-01-1994> Voor zover de goederen niet verboden zijn [1 bij binnenkomst]1, kan van de [1 douanevervoer]1 worden afgezien bij één van de douanekantoren van het land binnen de grenzen van de attributen die aan die kantoren zijn toegekend door de Minister van Financiën.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 104, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 97.<W 1993-12-27/47, art. 27, Inwerkingtreding : 01-01-1994> Wanneer, ingevolge ongeval of overmacht tijdens de [1 douanevervoer]1, de zegels verbroken of geschonden worden, overlading noodzakelijk is of het vervoer niet onmiddellijk kan worden voortgezet, wordt op verzoek van de belanghebbende het ongeval of de overmacht aangetekend op het [1 document inzake douanevervoer]1 door twee ambtenaren der douane of der accijnzen. Indien geen twee ambtenaren der douane of der accijnzen ter plaatse kunnen worden aangetroffen, mag de aantekening gedaan worden, [1
   - hetzij door een ambtenaar der douane of der accijnzen, bijgestaan door een politieagent of door een ambtenaar van het gemeentebestuur;
   - hetzij door twee politieagenten;
   - hetzij door twee ambtenaren van het gemeentebestuur;
   - hetzij door een politieagent en een ambtenaar van het gemeentebestuur]1.
  Ingeval dreigend gevaar onverwijld overlading van de gehele zending of van een gedeelte daarvan noodzakelijk maakt, mag de belanghebbende daartoe overgaan zonder eerst de tussenkomst van de voormelde autoriteiten af te wachten. Hij moet van deze verrichting melding maken op het doorvoerdocument, onmiddellijk genoemde autoriteiten verwittigen en aantonen dat hij ter vrijwaring van het voertuig of van de lading niet anders handelen kon.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 105, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 98. <W 1993-12-27/47, art. 27 , Inwerkingtreding : 01-01-1994> In geval van vervoer per spoor wordt elk ongeval of geval van overmacht vastgesteld door twee ambtenaren van de Nationale Maatschappij van de Spoorwegen.

  Art. 99.<W 1993-12-27/47, art. 27 , Inwerkingtreding : 01-01-1994> [1 Indien de verificatie op het kantoor van bestemming geen overtreding aan het licht brengt, zuiveren de ambtenaren het document inzake douanevervoer aan. Deze aanzuivering wordt definitief na vaststelling van de uitvoer.]1
  Ingeval een overtreding wordt vastgesteld, mogen de ambtenaren zich de handelsdocumenten betreffende de zending doen overleggen.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 107, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 100. [opgeheven] <W 1993-12-27/47, art. 28, 1°, Inwerkingtreding : 01-01-1994>

  Afdeling II. - [opgeheven] <W 1993-12-27/47, art. 28, 2°, Inwerkingtreding : 01-01-1994>

  Art. 101. [opgeheven] <W 1993-12-27/47, art. 28, 2°, Inwerkingtreding : 01-01-1994>

  Art. 102. [opgeheven] <W 1993-12-27/47, art. 28, 2°, Inwerkingtreding : 01-01-1994>

  Art. 103. [opgeheven] <W 1993-12-27/47, art. 28, 2°, Inwerkingtreding : 01-01-1994>

  Art. 104. [opgeheven] <W 1993-12-27/47, art. 28, 2°, Inwerkingtreding : 01-01-1994>

  Afdeling III. - [opgeheven] <W 1993-12-27/47, art. 28, 3°, Inwerkingtreding : 01-01-1994>

  Art. 105. [opgeheven] <W 1993-12-27/47, art. 28, 3°, Inwerkingtreding : 01-01-1994>

  Art. 106. [opgeheven] <W 1993-12-27/47, art. 28, 3°, Inwerkingtreding : 01-01-1994>

  Art. 107. [opgeheven] <W 1993-12-27/47, art. 28, 3°, Inwerkingtreding : 01-01-1994>

  Art. 108. [opgeheven] <W 1993-12-27/47, art. 28, 3°, Inwerkingtreding : 01-01-1994>

  Art. 109. [opgeheven] <W 1993-12-27/47, art. 28, 3°, Inwerkingtreding : 01-01-1994>

  Art. 110. [opgeheven] <W 1993-12-27/47, art. 28, 3°, Inwerkingtreding : 01-01-1994>

  Art. 111. [opgeheven] <W 1993-12-27/47, art. 28, 3°, Inwerkingtreding : 01-01-1994>

  Afdeling IV. - [opgeheven] <W 1993-12-27/47, art. 28, 4°, Inwerkingtreding : 01-01-1994>

  Art. 112. [opgeheven] <W 1993-12-27/47, art. 28, 4°, Inwerkingtreding : 01-01-1994>

  Afdeling V. - Kosten ten laste van de aangevers.

  Art. 113.§ 1. [1 De aangevers, schippers of andere vervoerders]1 zijn gehouden de werklieden [1 evenals de verpakkingen en de lossings- en herladings-middelen]1 te leveren voor de verificatie [1 ...]1 [1 alsook]1 in het geval van § 2 van onderhavig artikel; zo niet laat de administratie [1 dit doen]1 op hun kosten.
  § 2. Voor andere verificaties die binnen de tolkring kunnen plaats hebben, vallen de kosten enkel te hunnen laste in geval van behoorlijk vastgestelde overtreding.
  § 3. [2 Ten laste van de aangevers zijn alle kosten van de heenreis en het verblijf van de ambtenaren der douane en accijnzen die de goederen begeleiden.]2
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 108, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 109, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Afdeling VI. - Strafbepalingen.

  Art. 114.§ 1. [Elke afwijking van de voorgeschreven weg door de tolkring; elke [1 nalatigheid]1 in verband met de verplichting het [1 document inzake douanevervoer]1 voor visum aan te bieden bij de er op aangeduide kantoren [1 ...]1; elke niet aangegeven of niet geoorloofde verandering van vervoermiddelen; elke lossing van goederen binnen de tolkring en vóór het begin van de verificatie [1 op het kantoor van bestemming]1; elke breuk, scheuring of schending, [1 hetzij geheel, hetzij gedeeltelijk]1 van de zegels, of van de koordjes waaraan ze bevestigd zijn, of hun sluikse herstelling, geven aanleiding tot betaling van de rechten en van de accijns en [1 leiden tot de annulering van het douanevervoer]1, en vervolgens, ten laste [1 van de schipper of vervoerder]1, [een boete van een- tot tweemaal de rechten], de toe te kennen bedragen [1 bij binnenkomst]1, de toe te kennen bedragen bij uitvoer of de accijns, indien deze hoger is, op alle in het document vermelde goederen. [Deze boete bedraagt de helft van de waarde tot de volledige waarde van de goederen], indien ze bij invoer verboden zijn, en beloopt [125 EUR], indien ze vrij zijn.] <W 1993-12-2747, art. 29, Inwerkingtreding : 01-01-1994> <KB 2000-07-20/64, art. 2, 15, Inwerkingtreding : 01-01-2002, zelf gewijzigd bij KB 2001-07-13/50, art. 42, 5°, Inwerkingtreding : 01-01-2002> <W 2009-12-21/13, art.21, Inwerkingtreding : 10-01-2010>
  § 2. Indien bevonden wordt dat de breuk, scheuring of schending der zegels of koordjes het gevolg is van een ongeval, waaromtrent belanghebbende de [2 ambtenaren]2 heeft verwittigd vóór het begin van de verificatie, en zo anderzijs niets op smokkel wijst, beloopt de boete slechts [125 EUR] per vervoer, en de [3 ambtenaar met ten minste een titel van attaché aangeduid door de administrateur-generaal van de douane en accijnzen]3 over het gebied mag voortzetting van de [2 douanevervoer]2 [2 toestaan]2 na, desgevallend, nieuwe verificatie en aanbrenging van zegels of stempels, wat op het document wordt vermeld. <KB 2000-07-20/64, art. 2, 15, Inwerkingtreding : 01-01-2002, zelf gewijzigd bij KB 2001-07-13/50, art. 42, 5°, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  § 3. Geen boete wordt opgelopen voor lossing van de goederen, verandering van de vervoermiddelen en breuk, scheuring of schending van de zegels, of koordjes, door ongeval teweeggebracht, zo erkend wordt dat zulks veroorzaakt werd door overmacht, behoorlijk vastgesteld overeenkomstig [de artikelen 97 en 98] <W 1993-12-27/47, art. 29, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 110, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 111, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (3)<W 2016-04-27/04, art. 130, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>

  Art. 115.§ 1. Elke verkeerde [1 aangifte inzake douanevervoer vastgesteld op het kantoor van vertrek]1 valt onder dezelfde straffen alsof de goederen ten verbruik waren aangegeven.
  § 2. [Wanneer, bij de verificatie binnen de tolkring of [2 op het kantoor van bestemming]2, bevonden wordt dat de goederen een verschil van hoeveelheid vertonen; dat ze enige vervalsing, vermenging of verwisseling hebben ondergaan; dat ze anders zijn in hoedanigheid, soort, oorsprong of aard; dat ze de stempels niet meer vertonen welke er op dit kantoor werden op aangebracht, wordt de hele partij op hetzelfde document verbeurd verklaard, en de aangever, [2 schipper of andere vervoerders]2 lopen, solidair en behoudens verhaal onderling, [een boete op van een- tot tweemaal de rechten], de toe te kennen bedragen bij invoer of bij uitvoer of de accijns, indien deze hoger is. [Deze boete bedraagt de helft van de waarde tot de volledige waarde van de goederen], indien de invoer ervan verboden is; zij beloopt [125 EUR] indien ze vrij zijn.] <W 1993-12-27/47, art. 30, Inwerkingtreding : 01-01-1994> <KB 2000-07-20/64, art. 2, 15, Inwerkingtreding : 01-01-2002, zelf gewijzigd bij KB 2001-07-13/50, art. 42, 5°, Inwerkingtreding : 01-01-2002> <W 2009-12-21/13, art. 22, Inwerkingtreding : 10-01-2010>
  § 3. Wanneer, ten gevolge van [3 overlading]3, verandering van vervoermiddelen of om elk andere reden, verschillende [3 documenten inzake douanevervoer]3 betrekking hebben op één zelfde lading, worden ze beschouwd, voor de bevonden verschillen, als slechts één enkel document uitmakend.
  § 4. [Indien geen twijfel bestaat nopens de identiteit en het verschil in hoeveelheid kleiner is dan 5 pct., wordt de boete bedoeld in § 2 op het effectieve verschil berekend. In dit geval wordt de [4 douanevervoer]4 verdergezet en het verificatiebewijs vermeldt het verschil, opdat de [5 ambtenaar met ten minste een titel van attaché aangeduid door de administrateur-generaal van de douane en accijnzen]5 [4 op het kantoor van uitreiking]4 zou kunnen overgaan tot de [4 invordering]4 van de boete en van het recht bij invoer of van de accijns, indien het verschil uit een tekort bestaat en van het recht bij uitvoer, indien het verschil uit een teveel bestaat.] <W 1993-12-27/47, art. 30, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
  § 5. [opgeheven] <W 1993-12-27/47, art. 30, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 112, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 113, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (3)<W 2014-05-12/17, art. 114, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (4)<W 2014-05-12/17, art. 115, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (5)<W 2016-04-27/04, art. 131, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>

  Art. 116.De artikelen 114 en 115 worden toepasselijk gemaakt :
  1° bij invoer en bij elke latere overlegging aan de douane, van met tijdelijke of met voorlopige vrijstelling van rechten ingevoerde goederen;
  2° bij uitvoer van goederen, welke het land uitgaan met het oog op teruggave van reeds [1 ingevorderde]1 rechten of met het oog op latere wederinvoer met vrijstelling van rechten;
  3° op vaststellingen gedaan door de daartoe bevoegde ambtenaren [2 ...]2 bij het vertrek, onderweg of ter bestemming, op goederen welke onder douane- of accijnsverband van een plaats van het grondgebied naar een andere worden verzonden.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 116, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 117, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Afdeling VII. - Algemene bepalingen.

  Art. 117.De [1 ambtenaren]1 van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen zijn, zoals de [1 douaneambtenaren]1, bevoegd om misdrijven inzake [1 douanevervoer]1 per spoor vast te stellen.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 118, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 118.§ 1. De [1 douane-vervoer]1 geschiedt op risico van de aangever. [1 Er wordt enkel geacht over de goederen te beschikken wanneer ze]1 op het vreemd grondgebied zijn aangekomen of de zeetolkring hebben overschreden.
  § 2. Worden niet als vreemd grongebied beschouwd, de [2 neutrale]2 noch de gemeenschappelijke wegen.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 119, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 120, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 119.Het afschrijven van documenten waarbij doorgevoerde alcohol of geestrijke dranken gedekt zijn, mag door de [1 Koning]1 afhankelijk worden gesteld van het overleggen, bij het inkomen in het naburig land, van een ambtshalve afgegeven attest ten blijke van de gelijkluidendheid der in elk van beide landen gedane aangiften van hoeveelheid en [alcoholgehalte]. [1 De Koning kan de minister van Financiën gelasten met de uitvoering ervan.]1 <W 1989-12-22/30, art. 85>
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 121, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 120.
  <Opgeheven bij W 2014-05-12/17, art. 122, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 121.De Koning kan [1 het douanevervoer]1 van goederen onderwerpen aan beperkingen van minimumhoeveelheid en aan bijzondere voorwaarden van verpakking.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 123, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 122.De Minister van Financiën, of de door hem aangewezen ambtenaar kan :
  1° verandering van de vervoermiddelen toestaan;
  2° een ander uitgangskantoor aanwijzen;
  3° verlenging verlenen van de termijn om de doorvoer te voltrekken en om het document terug te bezorgen;
  4° verandering van de wijze van doorvoer toestaan.
  Die machtigingen worden met redenen omkleed en op het [1 document inzake douanevervoer]1 vermeld.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 124, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 123. De maatregelen betreffende verificatie en bewaking, benevens de strafbepalingen in onderhavig hoofdstuk voorgeschreven, vinden toepassing op uitvoer met afschrijving van accijns, alsook op invoer ter bestemming van een entrepot en op overbrenging van een entrepot naar een ander entrepot.

  Art. 124. [Opgeheven] <W 1978-07-06/30, art. 4, 42°; Inwerkingtreding : 22-08-1978>

  Art. 125. [opgeheven] <W 1993-12-27/47, art. 31, Inwerkingtreding : 01-01-1994>

  Art. 126. Het bepaalde in dit hoofdstuk doet geen afbreuk aan de bepalingen van de overeenkomsten en verdragen met vreemde mogendheden betreffende handel of scheepvaart.

  HOOFDSTUK XIV. - [1 douanevertegenwoordiger]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 125, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 127.[1 § 1. Alleen een douanevertegenwoordiger mag bij invoer, uitvoer of douanevervoer een derde persoon bij de administratie vertegenwoordigen.
   § 2. Niemand mag als douanevertegenwoordiger optreden, zo hij niet is ingeschreven in een stamregister van de douanevertegenwoordigers.
   Voor de toepassing van het eerste lid, wordt onder douanevertegenwoordiger verstaan elke natuurlijke of rechtspersoon die beroepsmatig, in zijn naam of op naam van een opdrachtgever, maar voor rekening van een opdrachtgever, de douaneformaliteiten bij in-, uit- of douanevervoer vervult en die door de administratie erkend is als geautoriseerde markt-deelnemer volgens de Europese wetgeving of het bewijs levert van voldoende kennis van de douane- en accijnsreglementering.
   § 3. De Koning bepaalt de voorwaarden waaronder de in het stamregister van de douane-expediteurs ingeschreven personen mogen worden ingeschreven in het stamregister van de douanevertegenwoordigers.
   § 4. De Koning bepaalt de voorwaarden waaronder :
   - het in § 2 bedoelde stamregister wordt bijgehouden;
   - het bewijs van voldoende kennis van de douane- en accijnsreglementering wordt geleverd;
   - de vertegenwoordiging als beroepsmatig wordt aangezien.]1
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 126, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 128.§ 1. Noch de afgezette ambtenaren [1 ...]1 van [4 de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen]4, noch zij die, op de datum van hun aanvraag om inschrijving, sinds minder dan drie jaar, ontslagen zijn, hun ontslag hebben aangevraagd, [1 op rust]1 of ter beschikking zijn gesteld, mogen in het stamregister worden ingeschreven.
  § 2. De in § 1 bedoelde personen mogen evenmin, voor rekening van een [2 douanevertegenwoordiger]2 of van derden, verrichtingen doen welke hen in aanraking brengen met het personeel van [4 de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen]4 in dienstactiviteit. Overtreden zij deze bepaling, zo mag de toegang tot de lokalen ten gebruike of onder toezicht van de administratie door [3 de adviseur aangeduid door de administrateur-generaal van de douane en accijnzen]3 of door een ambtenaar met minstens de graad van [3 attaché]3 hun worden ontzegd.
  Herhaling wordt als verhindering van werkzaamheden aangezien en met een boete van [25 EUR] tot [125 EUR] gestraft. Elke nieuwe overtreding geeft aanleiding tot de toepassing van een verdubbelde geldboete en van een gevangenisstraf van acht tot dertig dagen. <KB 2000-07-20/64, art. 2, 15, Inwerkingtreding : 01-01-2002, zelf gewijzigd bij KB 2001-07-13/50, art. 42, 5°, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 127, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 128, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (3)<W 2016-04-27/04, art. 132, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>
  (4)<W 2014-04-25/36, art. 95, 008; Inwerkingtreding : 16-05-2014>

  Art. 129. § 1. De inschrijving wordt geweigerd of ingetrokken aan de personen welke niet voorwaardelijk veroordeeld werden wegens bedrog op het stuk van rechtstreekse, onrechtstreekse of daarmede gelijkgestelde belastingen, wegens diefstal, heling, oplichting, misbruik van vertrouwen of eenvoudige of bedrieglijke bankbreuk, wegens knevelarij of omkoping van ambtenaren.
  § 2. De ontzegging waarvan sprake in artikel 128, § 2, geldt mede voor de in § 1 van dit artikel bedoelde personen.

  Art. 129-2.
  <Opgeheven bij W 2017-12-25/03, art. 25, 009; Inwerkingtreding : 08-01-2018>

  Art. 130.§ 1. [1 De douanevertegenwoordiger houdt een jaarlijks repertorium in de door de minister van Financiën voorgeschreven vorm. Hij schrijft daarin afzonderlijk, volgens een doorlopende nummerreeks per aangifte waarvoor hij als indirecte vertegenwoordiger dan wel als directe vertegenwoordiger is opgetreden, al zijn verrichtingen zowel bij de invoer, als bij de uitvoer en douanevervoer.
   Het nummer van de inschrijving wordt tegelijkertijd als het stamnummer van de douanevertegenwoor-diger vermeld op de aan de douane afgegeven overeenstemmende documenten, op de handelsdocumenten en geschreven instructies afgegeven aan de douanevertegenwoordiger door zijn opdracht-gever, met het oog op de te vervullen douaneformaliteiten, en op de brieven, documenten en dossiers van douanevertegenwoordiger, uitgaande van of bewaard door hem, in verband met de door hem gedane of te verrichten douanewerkzaam-heden.]1
  § 2. Het repertorium dient gedurende drie jaar na afsluiting ervan bewaard met, ter staving, alle stukken betreffende de lastgeving en de instructies gegeven door de klanten met het oog op de vervulling van de douaneformaliteiten en die betreffende de afrekeningen tussen [2 douanevertegenwoordiger]2 en klanten.
  § 3. Het repertorium en de in § 2 bedoelde stukken dienen overgelegd op het eerste aanzoek van [4 de adviseur aangeduid door de administrateur-generaal van de douane en accijnzen]4 of van een ambtenaar met minstens de graad van [4 attaché]4.
  § 4. Weigering het repertorium of de in § 2 bedoelde bescheiden te verlenen, wordt aangezien als verhindering van werkzaamheden en met een geldboete van [125 EUR] tot [625 EUR] gestraft. De [3 douanevertegenwoordiger]3 wordt bovendien ontzet voor een tijdbestek van één tot zes maanden; bij herhaling wordt de geldboete verdubbeld en de douane-expediteur voogoed uit het stamregister geschrapt. <KB 2000-07-20/64, art. 2, 15, Inwerkingtreding : 01-01-2002, zelf gewijzigd bij KB 2001-07-13/50, art. 42, 5°, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 130, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 131, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (3)<W 2014-05-12/17, art. 132, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (4)<W 2016-04-27/04, art. 133, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>

  Art. 131.[Behoudens de door de [1 Koning]1 toe te stane uitzonderingen, mag de [1 douanevertegenwoordiger]1 de onder dezelfde goederencode maar aan verschillende importeurs of exporteurs toebehorende goederen niet globaal aangeven, wanneer deze laatsten de last van de rechten op zich nemen of elk afzonderlijk aanspraak maken op de bedragen die worden toegekend bij invoer of bij uitvoer.] [1 De Koning kan de minister van Financiën gelasten met de uitvoering ervan.]1 <W 1993-12-27/47, art. 32, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
  Elke overtreding van dit verbod, zelfs al gaat ze met geen bedrog of poging tot bedrog gepaard, wordt gestrafd zoals in artikel 130, § 4, is vermeld.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 133, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 132.De [1 douanevertegenwoordiger]1 overhandigt aan elke klant een rekening van zijn voorschotten en vergoedingen opgemaakt naar het door de [1 Koning]1 voorgeschreven model. Een volledig en juist duplicaat van de rekening wordt tot staving van het repertorium bewaard. [1 De Koning kan de minister van Financiën gelasten met de uitvoering ervan.]1
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 134, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 133.[1 De door de minister van Financiën aangeduide ambtenaar kan, voor de duur van één tot zes maanden ontzetten, de douanevertegenwoordiger die schuldig bevonden wordt :]1
  1° [ten nadele van de belangen van de Schatkist, de instructies te hebben miskend, hem door zijn klant, importeur of exporteur van de goederen, met het oog op de aangifte van de grondslagen voor de invordering der rechten of voor de berekening van de bedragen toe te kennen bij invoer of uitvoer of voor de accijnzen;] <W 1993-12-27/47, art. 33, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
  2° zijn klant te hebben bedrogen in de bij artikel 132 bedoelde rekening;
  3° bij het repertorium een onvolledig of onjuist afschrift van de rekening te hebben gevoegd;
  4° te hebben nagelaten in het repertorium een of meer verrichtingen in te schrijven.
  [1 Bij herhaling wordt de douanevertegenwoordiger voorgoed uit het stamregister geschrapt.]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 135, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 134.Zelfs zo hij houder is van een bijzondere volmacht voor elke verzending van goederen, mag de ontzette of uit het stamregister geschrapte [1 douanevertegenwoordiger]1 noch door zich zelf, noch door tussenpersoon, enige douaneformaliteit voor rekening van derden vervullen. Hij wordt slechts toegelaten tot het aangeven van goederen waaromtrent uit de authentieke facturen blijkt dat hij er de eigenaar van is.
  Bij overtreding, loopt hij een gevangenisstraf op van vijftien tot zestig dagen en een geldboete van [125 EUR] tot [625 EUR]. <KB 2000-07-20/64, art. 2, 15, Inwerkingtreding : 01-01-2002, zelf gewijzigd bij KB 2001-07-13/50, art. 42, 5°, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 136, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 135.[1 De douanevertegenwoordiger]1 die, alhoewel hij de instructies van zijn klant voor de aangifte bij de douane te doen gevolgd heeft, wegens sluikerij gerechtelijk wordt vervolgd, kan bij gerechtsdeurwaardersexploot de [2 adviseur-generaal aangeduid door de administrateur-generaal van de douane en accijnzen]2, namens wien hij werd gedagvaard, aanmanen de klant voor de correctionele rechtbank te dagvaarden.
  [Eens de sluikerij ten laste van de klant bewezen zijnde, [1 ontslaat de rechter de douanevertegenwoordiger van rechtsvervolging. Niettegenstaande het voorgaande blijft de douanevertegenwoordiger die optreedt als indirecte vertegenwoordiger hoofdelijk met zijn klant gehouden tot de betaling van de belasting]1.] <W 1993-12-27/47, art. 34, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 137, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2016-04-27/04, art. 134, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>

  Art. 136.Aan de expediteurs, makelaars, commissionairs en [1 douanevertegenwoordiger die optreedt als indirecte vertegenwoordiger]1 wordt, [gedurende één jaar te rekenen vanaf] de betaling, voorrecht verleend op al de roerende goederen van hun schuldenaars, voor de terugvordering van de rechten en taksen en, in 't algemeen, van alle sommen aan de Staat voldaan, voor rekening van derden, bij [de invoer of uitvoer van goederen]. <W 1989-12-22/30, art. 86> <W 1993-12-27/47, art. 35, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
  Dit voorrecht hoort bij de reeks van deze opgesomd in de artikelen 19 en 20 van de wet van 16 december 1851 tot herziening van de rechtsregeling der hypotheken en in artikel 23 van boek II van het Wetboek van koophandel en neemt rang onmiddellijk na deze die van de Staat voor de verschuldigde rechten en taksen.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 138, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 137.De [1 Koning]1 wordt er toe gemachtigd de voor de toepassing van de artikelen 127 tot 136, 188, 189 en 209 nodige maatregelen voor te schrijven. [1 De Koning kan de minister van Financiën gelasten met de uitvoering ervan.]1
  Iedere inbreuk op de verordeningen genomen op grond van het eerste lid, wordt gestraft met een geldboete van [25 EUR] tot [125 EUR]. Bij herhaling wordt de geldboete verdubbeld; bij nieuwe herhaling wordt ze vervijfvoudigd en wordt de overtreder bovendien tot een gevangenisstraf van acht tot dertig dagen veroordeeld. <KB 2000-07-20/64, art. 2, 15, Inwerkingtreding : 01-01-2002, zelf gewijzigd bij KB 2001-07-13/50, art. 42, 5°, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 139, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  HOOFDSTUK XV. - Omstandige aangifte.

  Art. 138.[1 De omstandige aangifte moet schriftelijk gebeuren op het kantoor]1, [1 getekend door diegene die over de goederen beschikt en die bijgevolg in staat is om ze voor verificatie aan te bieden]1, [1 hetzij in de hoedanigheid van eigenaar of geconsigneerde of als bijzonder gelastigde, hetzij in de hoedanigheid van aangever]1, wiens [1 akte van toelating]1, om bijzondere redenen, mocht worden ingetrokken, zal daarna niet worden toegelaten om enigerlei aangifte voor anderen te doen, zelfs niet [1 op basis van een bijzondere volmacht]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 140, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 139.De omstandige aangifte moet inhouden :
  1° De namen der schepen en van de schippers, voerlieden of personen, waarmede en door welke de goederen vervoerd zijn of worden;
  2° a) [1 Van de ingevoerde goederen]1, de plaats of het land vanwaar ze zijn aangebracht en vanwaar ze van oorsprong zijn. Voor opslag, in entrepot, of, zo het accijnsgoederen betreft, inslag of krediet, zal daarvan uitdrukkelijke melding moeten gemaakt worden;
  b) [1 Van de uit te voeren goederen]1, de plaats of het land van hun buitenlandse bestemming, hun oorsprong, en van de accijnsgoederen tevens [1 het kantoor]1, waarlangs men de uitvoer wil volbrengen;
  c)[1 Van de onder douanevervoer verzonden goederen, de plaats of de landen vanwaar ze werden ingevoerd en dewelke waarvoor ze bestemd zijn, tenzij de uitvoer over zee gebeurt en de opgave van dat kantoor werd voorbehouden aan één der losplaatsen voor invoer uit zee;]1;
  d) [1 Voor het binnenlands verkeer of voor het vervoer van goederen van één plaats in het koninkrijk naar een andere]1, de plaats van hun bestemming of lossing;
  3° De post van het Tarief van invoerrechten, het statistieknummer en de juiste omschrijving van de goederen;
  4° [2 Het aantal colli 's of containers alsook hun merken en nummers]2. Bij invoer uit zee, wordt geen opgave van nummers vereist;
  5° De hoeveelheid, gewicht of maat der goederen, [3 van elke soort, hetzij dat ze de rechten betalen naar het gewicht, de maat of de waarde, hetzij dat zij per stukken, pakken of anders moeten geladen of gelost worden]3, [en voor alcohol en alcoholhoudende [3 producten]3 ook het alcoholgehalte]; <W 1989-12-22/30, art. 87>
  6° De waarde voor elke soort goederen.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 141, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 142, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (3)<W 2014-05-12/17, art. 143, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 140.Wanneer het, ten gevolge van uitzonderlijke omstandigheden, de aangever onmogelijk is de belastbare hoeveelheid te vermelden in de bij artikel 139 voorgeschreven aangifte, mag de douane hem toelaten het gewicht, de maat of [1 het aantal]1 zelf na te zien, op zijn kosten, in een lokaal of plaats voor haar aangewezen of aanvaard, waarna de importeur de omstandige aangifte van de goederen moet doen binnen de bij de wet gestelde termijn.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 144, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 141.[Behoudens in geval van [1 vervoer]1 van de goederen onder accijnsverband naar een geoorloofde bestemming of behoudens in geval van voorwaardelijke vrijstelling van accijnzen, worden de accijnzen bij invoer voldaan bij de geldigmaking van de [1 aangifte ten verbruik inzake douane]1, tenzij toepassing wordt gemaakt van artikel 300.] <W 1989-12-22/30, art. 88 W. 22 december 1989>
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 145, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 142.De aangifte en verdere behandeling van uitgaande accijnsgoederen, [1 waarvoor]1 geen afschrijving of restitutie van accijns moet gegeven worden, zal geschieden zoals voor accijnsvrije goederen.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 146, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 143.§ 1. [1 Voor de naar behoren aangegeven goederen zal de berekening van de rechten geverifieerd worden door de [2 ambtenaar met ten minste een titel van attaché aangeduid door de administrateur-generaal van de douane en accijnzen]2 en het te betalen bedrag zal medegedeeld worden;]1 [1 De [2 ambtenaren met ten minste een titel van attaché aangeduid door de administrateur-generaal van de douane en accijnzen]2 zullen verantwoordelijk zijn voor alle door hun begane fouten ten nadele van de Belgische staat en de aangevers zullen slechts drie jaar het recht hebben om de te veel betaalde sommen terug te vorderen, vanaf de dag van de aangifte. Na deze termijn zullen deze sommen ten gunste van de Schatkist blijven]1.
  § 2. [De rechtsvordering tot invordering van bijkomende accijns, verschuldigd wegens onvoldoende inning voor regelmatig aangegeven accijnsgoederen, verjaart na drie jaar te rekenen van de datum van de aangifte.] <W 1989-12-22/30, art. 89>
  § 3. [Onverminderd andere termijnen vastgesteld bij andere wets- of verordeningsbepalingen, verjaart het recht om teruggave van de te veel betaalde accijnzen te vorderen na drie jaar te rekenen van de datum van de aangifte.] <W 1989-12-22/30, art. 89>
  § 4. Die verjaringen worden gestuit door aanvragen betekend en geregistreerd vóór het einde van de verjaringstermijn : maar zij zullen onherroepelijk intreden indien de ingestelde vervolgingen worden onderbroken gedurende één jaar, zonder dat de vordering bij de bevoegde rechters wordt voorgezet, zelfs wanneer de eerste termijn van verjaring niet vervallen is.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 147, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2016-04-27/04, art. 135, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>

  Art. 144.Het is de aangever van goederen geoorloord, zijn aangifte te veranderen, [1 zowel]1 in hoeveelheid en soort als in waarde, zolang op het verkregen document, de verificatie [1 door de ambtenaren]1 nog niet aangevangen of enige [1 inbeslagname of overtreding]1 geschied is.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 148, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Statistiek.

  Art. 145.§ 1. De importeurs of exporteurs van goederen zijn ertoe gehouden aan de douane een bijzondere aangifte voor de statistiek voor te leggen. De vorm van die aangifte, de aanduidingen, welke ze moet behelzen en de voorwaarden waaronder ze aan de douane moet worden voorgelegd, worden bepaald door de [1 Koning]1. [1 De Koning kan de minister van Financiën gelasten met de uitvoering ervan.]1
  § 2. De ambtenaren hebben het recht zich de vervoerbescheiden te doen voorleggen welke verband houden met de in- of uitgevoerde goederen.
  § 3. Worden gestraft met een boete van [12,5 EUR] tot [125 EUR]: <KB 2000-07-20/64, art. 2, 15, Inwerkingtreding : 01-01-2002, zelf gewijzigd bij KB 2001-07-13/50, art. 42, 5°, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  1° elke weigering vanwege de importeurs of de exporteurs om zich te schikken naar het bepaalde in § 1;
  2° elke inbreuk op de schikkingen door de [2 Koning of de]2 Minister van Financiën getroffen krachtens bedoelde § 1.
  § 4. De eventuele rechtsvervolgingen worden ingesteld op verzoek van de Minister van Financiën, overeenkomstig de inzake douane en accijnzen gevolgde procedure.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 149, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 150, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  HOOFDSTUK XVI. - Reglement op laden en lossen.

  Art. 146.Na de omstandige aangifte [1 van de goederen zal een afschrift van de aangifte aan de aangever afgegeven worden.]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 151, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 147.§ 1. De documenten [1 voor de over zee ingevoerde goederen]1 zullen niet mogen afgegeven worden, wanneer de omstandige aangifte niet, voor het geheel of het aangegeven gedeelte, in soort van goederen en [1 aantal]1 [1 van colli]1, waarin de goederen zich bevinden, en van de hoeveelheid of maat van losse of gestorte goederen, overeenkomt met de generale verklaring van de schippers. De aangever zal in dat geval, door [3 de adviseur aangeduid door de administrateur-generaal van de douane en accijnzen]3 moeten worden gehoord, ter ontdekking der redenen van het verschil; wanneer die voldoende bevonden worden, zal de aangifte der gevraagde documenten dadelijk volgen.
  § 2. [2 ...]2.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 152, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 153, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (3)<W 2016-04-27/04, art. 136, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>

  Art. 148.
  <Opgeheven bij W 2014-05-12/17, art. 154, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 149.§ 1. [1 Wanneer latere formaliteiten bij de aangifte tijdsgebonden zijn, zal naargelang van het gebruik een redelijke termijn vastgesteld worden.]1
  § 2. [2 Na verloop van de tijd, verliezen die documenten daartoe alle kracht, tenzij de termijn is verlengd op de wijze zoals omschreven door artikel 150. Bij verandering van transportmiddelen onderweg, verliezen de documenten eveneens hun kracht, indien de overlading of de lading heeft plaatsgevonden zonder medeweten van de ambtenaren, en zonder dat zij derhalve de vereiste aantekening op de documenten gesteld hebben.]2
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 155, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 156, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 150.§ 1. In alle gevallen, [1 waarin]1 het, buiten schuld van de belanghebbenden, onmogelijk is de tijd, op de documenten voorgeschreven, in acht te nemen, zullen de termijnen, in [1 voldoende mate]1, kunnen worden verlengd, door [3 de adviseur aangeduid door de administrateur-generaal van de douane en accijnzen]3 van de plaats waar de belanghebbende zich ten tijde van het oponthoud bevindt, of bij niet aanwezig zijn van een ambtenaar; [1 door één van de in artikel 97 bedoelde ambtenaren]1, en [1 steeds]1 de reden van oponthoud zal op de documenten worden uitgedrukt, ter verantwoording van degene die de verlenging heeft verleend.
  § 2. [2 ...]2.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 157, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 158, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (3)<W 2016-04-27/04, art. 137, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>

  Art. 151.§ 1. De documenten tot lading of tot lossing zullen moeten worden gesteld in handen van de ambtenaren, tot de verificatie aangewezen of met de [1 visitatie]1 belast, ten einde de verificatie of visitatie voor of tijdens het laden of lossen respectievelijk te doen, zonder dat zij de documenten, gedurende de lading of lossing zullen mogen mede nemen; de administratie kan, wanneer de lading of lossing niet op een dag wordt volbracht en de aard der lading zulks vordert, gelasten, dat de documenten [1 op het kantoor]1 van de [3 ambtenaar met ten minste een titel van attaché aangeduid door de administrateur-generaal van de douane en accijnzen]3, gedurende de nacht, worden in bewaring gebracht, en [1 waarvan in elk geval een ontvangstbewijs of certificaat tot vaststelling van deze opslag]1 aan de belanghebbenden zal worden afgegeven.
  § 2. Na volbrachte lading of lossing en gedane visitatie of verificatie, zullen de ambtenaren de documenten behoorlijk aftekenen, met [2 aanduiding]2 van dag en jaartal.
  Zo de lading of lossing wordt aangevangen met hun voorkennis, doch buiten hun [2 voortdurende aanwezigheid]2, [2 waarvoor ze echter altijd]2 verantwoordelijk blijven, moet zulks vooraf door hen op de documenten zijn aangetekend.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 159, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 160, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (3)<W 2016-04-27/04, art. 138, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>

  Art. 152.[1 Aan boord van binnenkomende of uitgaande schepen en in lichters waarvan de lossing niet helemaal zal plaatsvinden, mogen geen goederen worden geladen met de bedoeling om deze van één plaats naar een andere plaats in het binnenland te vervoeren,]1, tenzij met bijzondere toelating van [2 de adviseur aangeduid door de administrateur-generaal van de douane en accijnzen]2.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 162, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2016-04-27/04, art. 139, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>

  Art. 153.§ 1.[1 Wanneer over zee ingevoerde goederen geheel of gedeeltelijk in lichters naar de losplaats worden overgebracht, en de geconsigneerden, of sommigen onder hen, in de onmogelijkheid verkeren om een afzonderlijke aangifte op te maken voor elke achtereenvolgend aankomende lichter maar zich willen houden aan een aangifte voor alle goederen van elke soort, voor hun rekening ingevoerd door het zeeschip, zal de lossing slechts aanvangen nadat elk deel, opgenomen in de aangifte, helemaal zal aangekomen zijn op de losplaats en zij aldus ter verifcatie kunnen aangeboden worden.]1
  § 2. [2 Indien de geconsigneerden echter verlangen dat een deel van de lading voorafgaand aan de verificatie wordt opgeslagen in hun magazijn, zal deze toelating verleend worden. De douane zal de gepaste maatregelen nemen om de goederen later terug te vinden.]2
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 164, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 165, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 154.[1 Na gedane verificatie en nadat geen onregelmatigheid werd vastgesteld, zullen de ambtenaren de documenten betreffende de uitgang en het douanevervoer altijd teruggeven aan diegenen]1, die ze hebben [1 vertoond]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 167, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 155.
  <Opgeheven bij W 2014-05-12/17, art. 168, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 156.§ 1. [1 Binnenkomende]1 of uitgaande rivier- en uitgaande zeeschippers, door gebrek aan water of andere buitengewone omstandigheden genoodzaakt, tussen [1 het eerste kantoor]1 en losplaats, of tussen de laadplaats en [1 het laatste kantoor]1, enige goederen te lichten en in andere vaartuigen [1 over te laden]1, zullen zulks niet mogen doen, dan met toestemming van [1 [3 de adviseur aangeduid door de administrateur-generaal van de douane en accijnzen]3 voor de documenten waarop de te lossen of over te laden goederen vermeld zijn]1.
  § 2. [2 Wanneer in geval van overmacht de lichting meteen moet plaatsvinden, zal de overlading kunnen geschieden zonder voorafgaande toelating, mits de schipper van de gelichte goederen nauwkeurige aantekening houdt op de documenten en in elk geval de lichtervaartuigen, tot de goederen opnieuw ingescheept worden, bij deze verblijven.]2
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 169, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 170, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (3)<W 2016-04-27/04, art. 140, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>

  Art. 157.De omstandige aangifte, bij invoer of bij verzending [1 onder douanevervoer]1, van goederen vrij van invoerrecht en accijns, en de omstandige aangifte van goederen bestemd voor de uitvoer, moeten worden gedaan overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 138 en 139.
  Elke overtreding en elke poging tot overtreding van het bepaalde in het eerste lid worden gestraft met geldboete van [125 EUR] tot [1.250 EUR]. <KB 2000-07-20/64, art. 2, 15, Inwerkingtreding : 01-01-2002, zelf gewijzigd bij KB 2001-07-13/50, art. 42, 5°, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  De Belgische vissers hoeven voor de [2 producten]2 van hun visvangst die zich aan boord van hun schepen bevinden, geen omstandige aangifte in te dienen zoals bedoeld in het eerste lid, zij moeten evenwel aan de douane een attest voorleggen waarvan het model door de [2 Koning]2 of zijn afgevaardigde wordt voorgeschreven. [2 De Koning kan de minister van Financiën gelasten met de uitvoering ervan.]2
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 171, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 172, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  HOOFDSTUK XVII. - Verificatie van accijnsgoederen.

  Art. 158.[1 Bij de invoer of de uitvoer met afschrijving of teruggave van accijns en in alle door deze wet of door specifeke wetten inzake accijns voorziene gevallen of nog met het oog op het verzekeren van de rechten en de accijns, wordt een grondige verificatie uitgevoerd. Deze verificatie wordt uitgevoerd]1 door twee ambtenaren, waarvan ten minste een daartoe uitdrukkelijk moet zijn aangesteld [1 en bestaat, volgens de aard van de producten, uit het wegen ervan, het peilen ervan of uit het overgaan tot elke nuttige handeling]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 173, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 159.De bepalingen [van artikel 160] [1 zijn enkel van toepassing op]1 de uitvoer van accijnsgoederen met afschrijving van rechten. <W 1978-07-06/30, art. 3, 3°; Inwerkingtreding : 22-08-1978>
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 174, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 160.[1 In het geval]1 de belanghebbende [1 zich benadeeld acht door de weging, meting, peiling of elke nuttige handeling met het oog op de verificatie van de goederen of wanneer een ambtenaar of één van zijn meerderen oordeelt dat de belangen van de Schatkist in gevaar zijn, kan de weging, meting, peiling of elke nuttige handeling met het oog op de verificatie herbegonnen worden, op kosten van de in het ongelijk gestelde partij, maar in dat geval zal het geheel worden gewogen, gemeten, gepeild of het onderwerp uitmaken van elke nuttige handeling voor de verificatie. Deze nieuwe handeling zal uitgevoerd moeten worden door een andere ambtenaar, tenzij het een verschil in alcoholgehalte zou betreffen.]1]. <W 1989-12-22/30, art. 90>
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 175, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 161. [Opgeheven] <W 1978-07-06/30, art. 4, 42°; Inwerkingtreding : 22-08-1978>

  Art. 162. [Opgeheven] <W 1978-07-06/30, art. 4, 42°; Inwerkingtreding : 22-08-1978>

  HOOFDSTUK XVIII. - Bewaking en verzegeling.

  Art. 163.De administratie is bevoegd [1 alle geladen schepen en vervoermiddelen die binnen-komen of uitgaan]1 door bewakers te doen vergezellen, of de ladingsplaats, of wel de goederen te doen verzegelen, bij invoer, tot na aankomst ter losplaats, en bij uitvoer, [1 tot de uitgang uit het koninkrijk en dit op haar kosten]1.
  Doch de schippers zullen, op eigen kosten, de bewakers, zo lang zij aan boord zijn, van spijs en drank voorzien : hun getal is gewoonlijk twee, en mag dat van drie nimmer te boven gaan.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 176, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 164.In de gevallen en onder de voorwaarden door de [1 Koning]1 te bepalen, mogen [1 de ambtenaren van de douane en accijnzen]1 de controlemerken die door een buitenlandse fiscale administratie op goederen of vervoermiddelen zijn aangebracht, als geldig aanzien ten opzichte van hun administratie. [1 De Koning kan de minister van Financiën gelasten met de uitvoering ervan.]1
  [2 Bijgevolg]2 zijn deze merken voor de toepassing van de ter zake geldende wetsbepalingen, gelijkwaardig geacht aan die welke door de Belgische douane- en accijnsdiensten worden aangebracht.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 177, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 178, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 165.Het schenden der zegels op [1 colli's"]1 of ladingplaatsen van schepen, of anderszins, zal gestraft worden met [een geldboete van een- tot tweemaal de rechten], [de toe te kennen bedragen bij invoer of bij uitvoer of de accijnzen] van die goederen, [1 ten aanzien waarvan deze voorzorgs-maatregel onnodig werd aangewend, te betalen door de schipper of andere vervoerders tenzij de schending daadwerkelijk werd veroorzaakt door buitengewone omstandigheden of onverwachte gebeurtenissen]1, die tot geen verdenking van fraude kunnen aanleiding geven. <W 1993-12-27/47, art. 37, Inwerkingtreding : 01-01-1994> <W 2009-12-21/13, art. 23>
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 179, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 166.De ongeschonden staat der zegels, of de aanwezigheid van bewakers, [1 beschermt de goederen niet tegen inbeslagnames en boetes]1, indien bij latere [1 verificatie]1 verschil in soort of hoeveelheid gevonden wordt; alsdan wordt aangenomen dat substitutie, onttrekking of samenheuling heeft plaats gehad.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 180, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  HOOFDSTUK XIX. - Tolkring.

  Art. 167. <W 1999-04-22/47, art. 48> De tolkring beslaat:
  1° langs de zeekust, een strook die zich vanaf de laagwaterlijn uitstrekt over een afstand van 5 kilometer in de richting van het binnenland;
  2° het grondgebied van de douanezee- en luchthavens evenals een zone buiten dat grondgebied over een breedte van 250 m vanaf de grens van dat grondgebied.

  Art. 168. <W 1999-04-22/47, art. 49> De ambtenaren oefenen, binnen de in artikel 47 van de wet van 22 april 1999 betreffende de exclusieve economische zone van België in de Noordzee bepaalde ruimte alle toezicht uit teneinde:
  1° de inbreuken te voorkomen op de wetten en verordeningen waarvoor de douane belast is met de controle op de naleving ervan op het Belgisch grondgebied of in zijn territoriale zee;
  2° de op het Belgisch grondgebied of zijn territoriale zee gemaakte inbreuken op diezelfde wetten en verordeningen te bestraffen.

  Art. 169.<W 1999-04-22/47, art. 50> § 1 Onverminderd de bepalingen inzake het recht van onschuldige doorvaart, mogen de ambtenaren, binnen de Belgische territoriale zee, zich aan boord van de vaartuigen begeven en zich de cognossementen en andere boordpapieren betreffende de lading doen voorleggen om na te gaan of de goederen die zich aan boord bevinden er regelmatig aanwezig zijn met betrekking tot de reglementering inzake douane en accijnzen of inzake verbods-, beperkings- of controlemaatregelen bij invoer, uitvoer of [1 douanevervoer]1, en om inbreuken op voormelde reglementering vast te stellen.
  § 2 Voor de toepassing van dit artikel verstaat men onder vaartuig: elk drijvend tuig, met inbegrip van vaartuigen zonder waterverplaatsing en watervliegtuigen, gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als een middel van vervoer te water, alsmede vaste en drijvende platforms.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 181, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 170.De Koning kan aan het vervoeren, laden of lossen van enigerlei goederen in de tolkring de voorwaarde verbinden, dat zij vergezeld gaan van een document ter voorkoming van sluikhandel.
  De vorm van het document wordt vastgesteld door de [1 Koning]1. [1 De Koning kan de minister van Financiën gelasten met de uitvoering ervan.]1
  De [2 Koning]2 of zijn gemachtigde kan, onder door hem te stellen voorwaarden, bijzondere afwijkingen van die verplichting toestaan. [2 De Koning kan de minister van Financiën gelasten met de uitvoering ervan.]2
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 182, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 183, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 171.In de tolkring is het verboden magazijnen of opslagplaatsen van goederen te hebben of op te richten.
  [1 Dat verbod geldt niet voor niet-gesmokkelde goederen, die in een handelsonderneming of als voorraad in de woningen van particulieren gehouden worden.]1
  Zij die goederen als bedoeld in het tweede lid onder zich hebben, moeten de regelmatige herkomst ervan slechts bewijzen als er ernstige aanwijzingen zijn die aan de regelmatigheid van die herkomst kunnen doen twijfelen.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 184, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 172. Ter voorkoming van sluikhandel kan de Koning de oprichting van fabrieken in de tolkring reglementeren en (inzonderheid) afhankelijk stellen van een machtiging. (Erratum, B.St. 28-10-1977, p. 13073).

  Art. 173.§ 1. In de tolkring zijn de ambtenaren bevoegd onderzoek te doen in alle huizen en panden, waar zij de aanwezigheid van verboden magazijnen of opslagplaatsen vermoeden.
  § 2. Dit onderzoek kan niet geschieden dan tussen vijf uur 's morgens en negen uur 's avonds, en met assistentie van een ambtenaar van het gemeentebestuur of een overheidsambtenaar, daartoe aangesteld door de burgemeester, op risico van de ambtenaren en op hun schriftelijke aanvraag.
  § 3. Voor zover de [1 ondergeschikte ambtenaren]1 der administratie niet van een [1 van hun]1 meerderen, ten minste gelijke rang hebbende als de [2 adviseurs]2, vergezeld zijn, zullen de visitaties niet mogen plaats hebben, dan op schriftelijke machtiging van [1 de [2 adviseur]2 van het dichtstbijzijnde kantoor]1 of van een andere hogere ambtenaar, welke zal zorgen dat dezelve niet nodeloos worden vermenigvuldigd of de ingezetenen aan plagerij blootgesteld; de ambtenaren zijn bijzonder verantwoordelijk [1 voor de verliezen en schade, die door deze visitaties kunnen toegebracht worden aan de bewoners]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 185, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2016-04-27/04, art. 141, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>

  Art. 174.De in artikel 173 vermelde [1 bijstand]1 en machtiging zijn niet vereist voor de dadelijke visitatie van in de tolkring gelegen huizen, [1 of andere gebouwen]1, waar goederen werden binnengebracht of opgenomen die aan het onderzoek van de ambtenaren werden onttrokken terwijl deze die goederen aan het volgen waren. Die goederen worden, tot het bewijs van het tegendeel geleverd is, vermoed een opslag van gesmokkelde goederen te vormen waarop het in artikel 171 gestelde verbod toepasselijk is.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 186, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 175.Bij uitbreiding van het bepaalde in artikel 174 en met wijziging aan artikel 197, en onverminderd het bij artikel 224 toegekend recht aan [1 inbeslagname]1, mogen de ambtenaren, voorzien van hun aanstellingsbewijs, in het binnenland inbeslagnemingen verrichten, wanneer ze de smokkel van in de tolkring zonder onderbreking hebben gevolgd, en zulks met dezelfde uitwerking alsof de [1 inbeslagname]1 binnen de tolkring ware verricht. Zij zullen het recht hebben zonder [1 eender]1 welke machtiging of bijstand binnen te gaan in de woning, waar ze de aldus gevolgde goederen hebben zien binnenbrengen.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 187, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  

  Art. 176.Van elk der visitaties, [1 waarvan sprake in de artikelen 173 tot 175, zal, of ze van enige inbeslagname of overtreding is gevolgd of niet, door de ambtenaren een proces-verbaal opgemaakt moeten worden dat de redenen en de omstandigheden bevat die aanleiding gegeven hebben tot de visitatie, en bijzonder in de gevallen van artikel 174, de dag, het uur en de plaats, wanneer en waar zij de goederen of hun vervoermiddelen het eerst hebben in het oog gekregen, het vervoerstraject dat zij gevolgd hebben om deze in te halen of te bereiken en het tijdstip der binnenbrenging in de bedoelde huizen of andere gebouwen.]1, aan wier bewoner of gebruiker afschrift van het proces-verbaal, door hen moet gegeven worden.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 188, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 177. De Koning kan in de tolkring de maatregelen voorschrijven welke hij zal nodig achten om de bedrieglijke invoer van vee te beletten.

  Art. 178.Onverminderd [1 de in de artikelen 171, 173 en 174 opgenomen algemene bepalingen zijn de in artikel 179 vermelde bepalingen in het bijzonder van toepassing op de accijnzen.]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 189, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 179. Ter voorkoming van sluikhandel kan de Koning de oprichting, de exploitatie en de overdracht van winkels of slijterijen van accijnsgoederen in de tolkring reglementeren en inzonderheid afhankelijk stellen van een machtiging.

  Art. 180.Wanneer hij het noodzakelijk acht om de sluikhandel te sluiten van een of van verscheidene soorten goederen, mag de Koning, in de mate die hij zal vastleggen voor [1 het geheel]1 der grenzen en der zeekust of [1 slechts]1 voor één of meer [1 sectoren]1, overgaan tot het verbreden van de tolkring bepaald in artikel 167. De [1 bepalingen]1 betreffende de opslagplaatsen en het vervoeren van goederen in de tolkring zullen van toepassing zijn, voor wat betreft de door de maatregel beoogde goederen, [1 in het volledige gebied van de aangeduide zone]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 190, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 181.Tot voorkoming van de sluikerij, mag niemand [1 ...]1 enige schuit of boot hebben of houden, op enige rivier van het koninkrijk, welke het grondgebied onmiddellijk van dat van enige andere mogendheidafscheidt, noch op enige naar buitenlopende rivieren in de tolkring, zonder een schriftelijke machtiging daartoe van de [2 adviseur-generaal aangeduid door de administrateur-generaal van de douane en accijnzen]2 van het gebied, waaronder de bezitter of gebruiker behoort, verzocht en van [1 deze]1 verkregen te hebben, op [1 verbeurdverklaring]1 van het vaartuig en een boete van [100 EUR]. Van deze bepaling worden uitgezonderd alle zodanige transportmiddelen, als nodig erkend zijn voor de publieke dienst, en die van een behoorlijk herkenningsteken als zodanig moeten zijn voorzien. <KB 2000-07-20/64, art. 2, 15, Inwerkingtreding : 01-01-2002, zelf gewijzigd bij KB 2001-07-13/50, art. 42, 5°, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 191, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2016-04-27/04, art. 142, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>

  HOOFDSTUK XX. - Visitatie en peiling.

  Art. 182.§ 1. De ambtenaren zijn bevoegd, mits voorzien van hun aanstellingsbewijs, [1 op elk tijdstip en op elke plaats]1, [1 zowel binnen hun standplaats als erbuiten]1, en [1 zowel 's nachts als overdag]1, [1 elk vervoermiddel]1, welke zij zien of vermoeden met goederen beladen te wezen, [1 alsook alle goederen vervoerd door individuen]1, en tevens alle personen, welke men verdenkt goederen met zich te voeren, te visiteren, en te onderzoeken of ook enige invoer, uitvoer, [1 douanevervoer of vervoer plaatsvindt]1, strijdig met de wetten. (Erratum, B.St. 28-10-1977, p. 13073).
  § 2. Stilliggende gesloten vaartuigen zijn aan de visitatie bij nacht niet onderworpen.
  § 3. [2 Wanneer de visitatie van de schepen niet tijdens de vaart kan gebeuren, zal deze uitgevoerd worden op de plaats van bestemming of, in het geval van vermoeden van fraude, op de eerste losplaats, op kosten van ongelijk en onder de verantwoordelijkheid van de ambtenaren.]2
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 192, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 193, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 183.Onder de bij artikel 182 bedoelde [1 vervoermiddelen]1 zijn mede begrepen de voertuigen gebruikt door de Regie der Posterijen, doch de brievenmalen of (pakketten) zijn vrij van visitatie, mits zij door toedoen van de Regie der Posterijen gesloten of verzegeld zijn. (Erratum, B.St. 28-10-1997, p. 13073).
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 194, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 184.§ 1. Bij alle visitaties of onderzoek van de hoeveelheid en de aard of de [1 soort]1 der goederen, zullen de daartoe aangewezen ambtenaren, de [1 colli's]1 mogen openen, hun inhoud nagaan, en gehouden zijn, om, desgevorderd, de geopende verpakkingen terstond weder toe te maken. In alle gevallen zorgen zij, dat de goederen bij de [1 verificatie]1 en visitatie geen schade [1 ondervinden]1, op straf van [1 van schadevergoeding]1, [1 volgens de schatting]1 van de [3 adviseur-generaal aangeduid door de administrateur-generaal van de douane en accijnzen]3 in wiens gebied de schade is toegebracht, of, desnoods, van de administratie, en behoudens wederzijds beroep op een nadere rechterlijke beslissing.
  § 2. Indien de ambtenaren, [2 bij visitatie onderweg van verzegelde goederen]2, de opening der verpakkingen, [2 wegens bijzondere redenen of ernstige vermoedens]2, nodig achten, zullen zij, wegens de kosten der daarna opnieuw te [2 gebruiken]2 zegels, niets aan de vervoerder mogen aanrekenen.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 195, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 196, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (3)<W 2016-04-27/04, art. 143, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>

  Art. 185.De visitaties, ook die, welke in artikelen 173 en 174 zijn bedoeld, zullen op alle dagen van het jaar, en [1 derhalve]1 ook op zondagen en wettelijke feestdagen kunnen plaats hebben, [1 indien de noodzaak van het versnellen van de verzending van de goederen of het belang van de administratie niet toelaten om deze visitaties uit te stellen tot de volgende dag]1. (Erratum, B.St. 28-10-1977, p. 13073).
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 197, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 186.§ 1. Met de ambtenaren der douane en accijnzen kunnen alle ambtenaren [1 ...]1 van de openbare besturen, [1 inzonderheid die van de gemeentebesturen, de politieagenten, de bos- en veldwachters,]1 zo ook alle gerechtsdeurwaarders en dwangbeveldragers, medewerken aan de visitaties,[1 om de overtredingen vast te stellen en de inbeslagnames te verrichten die hieruit voortvloeien]1, mits voorzien van hun aanstellingsbewijs, en zulks met hetzelfde effect, alsof zij in bijzondere dienst der administratie waren.
  § 2. Bij alle visitaties, verfificaties, opnemingen en peilingen zullen de aanwezige belanghebbenden moeten worden uitgenodigd, om daarbij tegenwoordig te blijven.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 198, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 187.Buiten de verschillende ambtenaren aangewezen in artikel 186 zijn de beëdigde particuliere wachters ertoe bevoegd om mede te werken bij de opsporing en bij de vaststelling van de [1 overtredingen]1 op de douanewetgeving.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 199, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 188.De bepalingen van de artikelen 197 en 198 zijn van toepassing op de opsporingen van sluikerij [1 inzake]1 douane [...]. <W 1989-12-22/30, art. 91>
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 200, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 189.De [1 ambtenaren]1 die, [1 in uitvoering van]1 de wettelijke bepalingen omtrent het opsporen van sluikerij inzake douane en accijnzen, een fabriek, een magazijn of [1 elke]1 andere plaats, daarin begrepen, de [1 privéwoning]1 van een particulier, visiteren, mogen, [2 indien zij ten minste een graad van financieel deskundige hebben]2, aldaar boeken, brieven en documenten, aan de hand waarvan de strafbaarheid van de overtreder kan worden bewezen of welke op het spoor van hun medeplichtigen kunnen brengen, [1 in beslag nemen]1 en medenemen. <W 1989-12-22/30, art. 92, 2°>
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 201, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2016-04-27/04, art. 144, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>

  Art. 190. § 1. De ambtenaren zijn ook bevoegd, aan de zeezijde, tussen de zee en de los- of laadpaats, de bevelvoerders der schepen te doen vertragen of stoppen, langs de rivieren, tussen het vreemd grondgebied tot binnen het bereik van het eerste kantoor van betaling, de schippers te doen aan wal leggen, en te lande, in de tolkring, de voerlieden en goederen dragende personen, te doen staande blijven.
  § 2. De schippers, voerlieden of andere personen, die pogen zich aan deze verplichting te onttrekken, zullen daartoe door de ambtenaren kunnen worden genoodzaakt, door het gebruik maken van alle zodanige dwangmiddelen, als dienstig zijn om de visitaties te bewerkstelligen en de fraude te weren.
  § 3. Bijaldien enig ambtenaar bevonden wordt een ongepast of ontijdig gebruik van die middelen te hebben gemaakt, of wel bepaaldelijk ingeval hij van de hem toevertrouwde wapenen zich mocht hebben bediend, elders dan op het voormeld terrein, of wel zonder volstrekte noodzakelijkheid, en terwijl hem andere bekwame middelen overbleven om de uitvoering der wet te handhaven, zal elk zodanig misbruik, ontijdig of onvoorzichtig gebruik, volgens de gestrengheid van het Strafwetboek worden gestraft.

  Art. 191.§ 1. Bij uitbreiding van artikel 190, zullen worden beschouwd als smokkelend gewapenderhand, [1 de vervoerders]1, die, in de tolkring of, bij onafgebroken achtervolging van de smokkel van uit de tolkring, [1 buiten de tolkring]1, na aanmaning door de ambtenaren, weigeren [1 colli's]1 te laten visiteren en die zulks verhinderen door middel van honden, welke de ambtenaren beletten nader te komen.
  § 2. De ambtenaren van de administratie mogen hun wapens gebruiken tot het neerschieten van de aldus gebruikte honden of van de honden, die de smokkeltochten van [2 vervoerders]2 vergemakkelijken, zomede van geladen of door smokkelaars bereden paarden, wanneer ze bij de eerste vordering niet stoppen.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 202, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 203, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 192.Binnen een kring van 10 kilometer langs de land- en zeegrenzen, mogen de ambtenaren der douane en accijnzen en de agenten die met hen meewerken om de sluikhandel te beteugelen, hun dienstwapens gebruiken tegen honden, paarden, en andere dieren, welke voor het smokkelen dienen, bedrieglijk ingevoerd worden of zich op onregelmatige wijze in het Rijk bevinden, wanneer het niet mogelijk is ze levend te vangen.
  Zij mogen hun wapens en alle aangepaste toestellen zoals eggen, pinbalken, kabels, vuurpijlen, enz., gebruiken om voertuigen te doen stilstaan, [1 ...]1 wanneer de geleiders aan het sein of het bevel tot stoppen geen gevolg geven.
  Zij mogen hun wapens ook gebruiken :
  1° tegen personen die hen aanvallen of die gewapende weerstand bieden of die hen ernstig gevaar doen lopen gekwetst te worden of het leven te verliezen;
  2° tegen personen die zonder aan het bevel om te blijven staan, gevolg te geven, op de vlucht slaan na hen gewapenderhand aangevallen te hebben en tegen geleiders van voertuigen met mechanische beweegkracht die op de vlucht slaan na gestuurd te hebben om hun leven in gevaar te brengen;
  3° om degenen te verjagen, die ondanks de aanmaming om weg te gaan, pogen hun de [2 in beslag genomen]2 koopwaren of vervoermiddelen te ontnemen, hen te verdrijven uit een post waar zij hun bewaking uitoefenen, of hun gevangenen te bevrijden.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 204, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 205, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  HOOFDSTUK XXI. - Bijzondere bepalingen betreffende visitatie en peiling inzake de accijnzen.

  Art. 193.Aan de visitatie zijn, tussen vijf uur 's morgens en negen uur 's avonds, onderworpen [1 de fabrieken]1, wijngaarden, ongebouwde erven, gebouwde of ongebouwde werkplaatsen, winkels, pakhuizen en alle verdere panden, waarvan het bezit of gebruik onderworpen is aan een aangifte bij of een aanvaarding van de [1 administratie]1, [1 alsook waarin een werkzaamheid wordt verricht waarvan de producten aan accijns onderhevig zijn of krachtens de wet aan enige verificatie onderworpen zijn]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 206, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 194.Ook bij nacht zal visitatie kunnen plaats hebben in de panden, fabrieken, [1 en andere plaatsen]1, in artikel 193 vermeld, [1 wanneer er op dat tijdstip gewerkt wordt]1.
  Ten aanzien van zodanige fabrieken, waarvoor de tijd voor het begin en het einde der werkzaamheden moet worden opgegeven, of waarvoor de [1 aangifte]1 geschiedt voor een bepaalde tijd, zoals : brouwerijen, branderijen, en distilleerderijen, wordt door de werktijd verstaan de gehele tijd in de aangifte vermeld, [1 zelfs al waren de werkzaamheden geschorst geweest]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 207, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 195.Wanneer er in de [1 fabrieken]1 niet gewerkt wordt, zal de visitatie vóór vijf uur 's morgens of na negen uur 's avonds niet mogen plaats hebben, tenzij de ambtenaren vergezeld zijn van een ambtenaar van het gemeentebestuur of een overheidsambtenaar, daartoe aangesteld door de burgemeester.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 208, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 196.Gedurende de tijd dat in de [1 fabrieken of werkplaatsen]1 gewerkt wordt, zal de toegang tot [1 deze]1 voor de ambtenaren onbelemmerd moeten wezen en er iemand vanwege de belanghebbende aanwezig moeten zijn, [1 om de nodige aanwijzingen bij de visitatie te geven]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 209, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 197.(NOTA : beperking van toepassing bij arrest van Grondwethof nr. 10/2011, 27 januari 2011, BS 18 maart 2011) Met uitzondering van de tolkring, en [1 van het geval]1, voorzien bij artikel 174 zullen er geen visitaties in de [1 panden of erven]1 van particulieren mogen plaats hebben, dan alleen tussen vijf uur 's morgens en negen uur 's avonds, en met machtiging van de rechter in de politierechtbank van het kanton, waarin het te doorzoeken pand of erf gelegen is; die magistraat zal zelf medegaan of zijn griffier, of een ander overheidsambtenaar belasten om de ambtenaar bij de visitatie te vergezellen.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 210, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 198.(NOTA : beperking van toepassing bij arrest van Grondwethof nr. 10/2011, 27 januari 2011, BS 18 maart 2011.) § 1. [1 De aanvraag tot bijstand zal altijd schriftelijk moeten gebeuren, met vermelding van het uur en de plaats van visitatie en de naam van het individu bij wie de visitatie zal moeten gedaan worden.]1
  § 2. Wanneer voormelde [2 bijstand]2 door het gemeentebestuur moet worden verleend, zal zij [2 altijd]2, op risico van de ambtenaren, worden gegeven.
  § 3. In die gevallen dat de machtiging van de rechter in de politierechtbank wordt vereist, zal de schriftelijke aanvraag door een ambtenaar met ten minste de graad van [4 attaché]4 moeten gedaan worden, [3 maar de rechter in de politierechtbank zal de toelating niet kunnen weigeren, tenzij op gegronde vermoedens dat de bijstand werd gevraagd zonder geldige redenen]3.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 211, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 212, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (3)<W 2014-05-12/17, art. 213, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (4)<W 2016-04-27/04, art. 145, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>

  Art. 199.[1 De belanghebbende die aanwezig is, zal altijd uitgenodigd worden tot het voorleggen van de registers, bewijzen, aangiften en andere stukken die zouden kunnen dienen om het resultaat van]1 de visitatie [1 te verzekeren]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 214, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 200.§ 1. Bij de visitatie, in artikel 193 en volgende vermeld, zullen aan de ambtenaren moeten worden vertoond alle kuipen, ketels, koelbakken, vaten en gereedschappen, alsook de bergplaatsen tot het bedrijf benodigd, waarvan zij de fabriek, [1 werkplaats]1 komen inspecteren.
  § 2. Bij waterijking zullen de bedienden [2 van de fabriek]2 de ambtenaren behulpzaam moeten zijn, op straffe ener boete van niet minder dan [100 EUR] en niet hoger dan [300 EUR]. <KB 2000-07-20/64, art. 2, 15, Inwerkingtreding : 01-01-2002, zelf gewijzigd bij KB 2001-07-13/50, art. 42, 5°, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 215, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 216, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  HOOFDSTUK XXII. - Controlemaatregelen.

  Art. 201.§ 1. [Behalve in de door de [1 minister van Financiën]1 bepaalde gevallen, moeten bij de douaneaangifte de factuur en alle andere documenten worden gevoegd, die nodig zijn voor de toepassing van de bepalingen die gelden voor de douaneregeling waarvoor de goederen worden aangegeven.] [1 De Koning kan de minister van Financiën gelasten met de uitvoering ervan.]1 <W 1993-12-27/47, art. 38, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
  § 2. [Op verzoek van een ambtenaar der douane en accijnzen met ten minste de graad van [4 financieel deskundige]4, moeten de aangever, de importeur, de exporteur en de geadresseerde [2 van de voor een willekeurige douaneregeling aangegeven goederen]2 alle documenten en correspondentie overleggen en mondeling of schriftelijk inlichtingen verstrekken betreffende die goederen, indien deze mededeling nodig wordt geacht voor de controle van de op de douaneaangifte vermelde gegevens.
  Wanneer de in het eerste lid bedoelde [3 documenten]3 door middel van een geïnformatiseerd systeem worden gehouden, opgemaakt, uitgereikt, ontvangen of bewaard, hebben die ambtenaren het recht zich de op informatiedragers geplaatste gegevens in een leesbare en verstaanbare vorm ter inzage te doen voorleggen. Die ambtenaren kunnen eveneens degene in het eerste lid bedoeld verzoeken om in hun bijzijn en op zijn uitrusting [3 kopieën]3 te maken onder de door hen gewenste vorm van het geheel of een deel van de voormelde gegevens, evenals om de informaticabewerkingen te verrichten die nodig worden geacht om de juiste heffing van de belasting na te gaan.] <W 1993-12-27/47, art. 38, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
  § 3. Weigering de in § 1 en 2 bedoelde stukken en inlichtingen over te leggen of te verstrekken, wordt gestraft met geldboete van [25 EUR] tot [250 EUR]. <KB 2000-07-20/64, art. 2, 15, Inwerkingtreding : 01-01-2002, zelf gewijzigd bij KB 2001-07-13/50, art. 42, 5°, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 217, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 218, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (3)<W 2014-05-12/17, art. 219, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (4)<W 2016-04-27/04, art. 146, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>

  Art. 202. <W 1989-12-22/30, art. 93> § 1. [Wanneer, na het afsluiten van het certificaat van verificatie, de ambtenaren binnen een termijn van drie jaar, te rekenen vanaf de dag waarop het oorspronkelijk van de belastingschuldige opgeëiste bedrag is geboekt, of, indien geen boeking heeft plaatsgevonden, vanaf de dag waarop de belastingschuld is ontstaan, vaststellen dat de rechten of de accijnzen, wettelijk verschuldigd op de aangegeven goederen, niet of niet volledig werden geïnd wegens een strafrechtelijk vervolgbare handeling, moeten de ontdoken rechten of de accijnzen worden betaald of wel door de belastingschuldige die, hetzij primair, hetzij subsidiair gehouden is tot de betaling van die belastingen, of wel door zijn rechtverkrijgenden.] <W 1993-12-27/47, art. 39, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
  § 2. [De in § 1 bedoelde personen worden gestraft met [een geldboete van vijf- tot tienmaal de ontdoken belastingen]. Bij herhaling worden zij bovendien gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot een maand, zonder dat toepassing mag worden gemaakt van artikel 228.] <art. 93 W. 22 december 1989> <W 2009-12-21/13, art. 24, Inwerkingtreding : 10-01-2010>

  Art. 203.§ 1. De importeurs, de exporteurs en alle andere personen die rechtstreeks of onrechtstrkeeks bij de invoer of de uitvoer van goederen belang hebben, zijn gehouden, op elke vordering van de ambtenaren der douane en accijnzen met ten minste de graad van [2 financieel deskundige]2, zonder verplaatsing, inzage te verlenen van hun factuurboeken, facturen, kopieën van brieven, kasboeken, inventarisboeken en alle boeken, registers, documenten en correspondentie betreffende hun handels- of beroepsactiviteit, waarvan het overleggen noodzakelijk wordt geacht. Evenwel wat betreft de kredietinstellingen, de bankiers en de wisselagenten, kan de mededeling van vorenbedoelde stukken slechts worden gevorderd mits een bijzondere machtiging van de [2 adviseur-generaal die aangewezen is voor de administratie bevoegd voor de geschillen]2.
  [De bepalingen van artikel 201, § 2, lid 2, zijn van toepassing.] <W 1993-12-27/47, art. 40, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
  § 2. Die ambtenaren mogen ook afschrift nemen van de documenten en correspondentie of ze behouden, wanneer ze een inbreuk inzake douane of accijnzen bewijzen of tot het bewijs ervan bijdragen. Van de behouden stukken maken ze een inventaris op en zij bezorgen een door hen ondertekend afschrift daarvan aan de eigenaar of de houder.
  [Wanneer de in het vorige lid bedoelde [1 documenten]1 door middel van een geïnformatiseerd systeem worden bewaard, hebben de ambtenaren het recht zich [1 kopieën]1 van die [1 documenten]1 te doen overhandigen onder de door hen gewenste vorm.] <W 1993-12-27/47, art. 40, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
  § 3. Overtreding van het bepaalde in § 1 en belemmering van de uitoefening van de in § 2 aan de ambtenaren verleende rechten, worden gestraft met geldboete van [25 EUR] tot [250 EUR]. <KB 2000-07-20/64, art. 2, 15, Inwerkingtreding : 01-01-2002, zelf gewijzigd bij KB 2001-07-13/50, art. 42, 5°, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  [3 § 4. Door middel van een met redenen omklede machtiging, uitgaande van de Administrateur-generaal kunnen de ambtenaren van de Algemene administratie van de douane en accijnzen in het kader van de onderzoeken gegevens opvragen uit het Centraal Aanspreekpunt zoals bedoeld in artikel 322, § 3, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 rekening houdend met de beperkingen van artikel 322, §§ 2 tot 4, van hetzelfde Wetboek.]3
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 220, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2016-04-27/04, art. 147, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>
  (3)<W 2016-07-01/01, art. 69, 007; Inwerkingtreding : 14-07-2016>

  Art. 204.§ 1. De Koning kan alle nodige voorzieningen treffen om te doen nagaan of de in het land vertoevende motorvoertuigen er regelmatig aanwezig zijn met betrekking tot [1 de rechten bij invoer]1 en tot de bij invoer toepasselijke verbodsbepalingen, beperkingen of controlemaatregelen.
  Voor de toepassing van dit artikel worden onder motorvoertuigen verstaan, alle door een motor aangedreven [1 vervoermiddelen]1 te land of te water, met uitzondering van de zeeschepen en binnenschepen bedoeld in de artikelen 1 en 271 van Boek II van het Wetboek van Koophandel; aanhangwagens en opleggers voor wegvervoer zijn met motorvoertuigen gelijkgesteld.
  § 2. De krachtens § 1 getroffen voorzieningen kunnen onder andere bepalen dat de inschrijving van een motorvoertuig niet kan worden bekomen of binnen een bepaalde termijn ophoudt geldig te zijn, indien de persoon die de inschrijving heeft aangevraagd de regelmatige aanwezigheid van het voertuig in het land niet aantoont.
  § 3. [2 de rechten bij invoer zijn]2 opeisbaar op elk voertuig waarvan de regelmatige aanwezigheid in het land met betrekking tot dat recht niet wordt aangetoond.
  De importeur, de eigenaar, de houder en de bestuurder van het voertuig zijn solidair tot de betaling ervan verplicht.
  § 4. Onverminderd de straffen eventueel opgelopen bij toepassing van andere bepalingen, wordt gestaft met [een geldboete van een- tot tweemaal de [3 de rechten bij invoer]3] dat bij de invoer op het voertuig toepasselijk is of met [een geldboete van de helft van de waarde tot de volledige waarde van het voertuig] wanneer dit bij invoer is onderworpen aan verbodsbepalingen, beperkingen of controlemaatregelen, de eigenaar, de houder of de bestuurder van een motorvoertuig : <W 2009-12-21/13, art. 25, Inwerkingtreding : 10-01-2010>
  1° waarvan hij de regelmatige aanwezigheid in het land niet aantoont;
  2° dat een ander inschrijvingsmerk draagt dan werd toegekend;
  3° waarvan de merken van de motor, van het chassis of van enig ander essentieel deel, voorkomende op de inschrijvings- of op de douanedocumenten, werden verwijderd of gewijzigd.
  In al die gevallen wordt het voertuig in beslag genomen en verbeurd verklaard, ongeacht aan wie het toebehoort.
  § 5. Elke inbreuk op de voorzieningen getroffen krachtens § 1 wordt gestraft met een geldboete van [125 EUR] tot [625 EUR]. <KB 2000-07-20/64, art. 2, 15, Inwerkingtreding : 01-01-2002, zelf gewijzigd bij KB 2001-07-13/50, art. 42, 5°, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  § 6. De Koning wijst de vertegenwoordigers van de overheid aan die, benevens de ambtenaren [4 ...]4 der douane of der accijnzen, bevoegd zijn om de misdrijven op te sporen en vast te stellen.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 221, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 222, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (3)<W 2014-05-12/17, art. 223, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (4)<W 2014-05-12/17, art. 224, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 205. Wanneer de ambtenaren der douane en accijnzen vaststellen dat de handelsboeken, de handelsgeschriften of de handelsdocumenten van een handelaar gegevens bevatten die niet overeenstemmen wat betreft de aan- en verkoop van met [rechten of met accijns belaste goederen of goederen waarvoor bedragen bij invoer of bij uitvoer kunnen worden toegekend], kunnen die boeken, geschriften en documenten worden ingeroepen als bewijs van de vaststelling van een fraude der rechten zolang het tegendeel niet bewezen is. <W 1993-12-27/47, art. 41, Inwerkingtreding : 01-01-1994>

  Art. 206.§ 1. [De ambtenaren mogen bij de verificatie van goederen onder douane- of accijnsverband kosteloos monsters nemen. Eveneens mogen zij, in de aan hun toezicht onderworpen fabrieken, kosteloos monsters nemen van de grondstoffen, van de in bewerking zijnde stoffen en van de bekomen [1 producten]1.] <W 1989-12-22/30, art. 94>
  § 2. De aangevers en de fabrikanten moeten, [2 indien zij daarom verzocht worden]2, kosteloos de recipiënten leveren waarin die monsters dienen vervat.
  § 3. Bij geschil over de wijze van monsterneming of over de [3 hoeveelheid ervan]3 beslissen de daartoe door de Minister van Financiën aangewezen ambtenaren [3 ...]3.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 225, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 226, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (3)<W 2014-05-12/17, art. 227, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 207.§ 1. Fabrikanten en handelaars die [1 producten]1 vervaardigen of verhandelen, welke aan [accijnzen] of aan een speciale verbruikstaks onderhevig zijn gesteld, zijn gehouden, op boete van [25 EUR] tot [250 EUR], telkens wanneer zij daartoe door [1 de ambtenaren]1 worden verzocht, zonder verplaatsing hun facturen, boeken en andere [1 boekhoudkundige documenten]1 over te leggen, waarvan inzage nodig mocht worden geacht. <W 1989-12-22/30, art. 95> <KB 2000-07-20/64, art. 2, 15, Inwerkingtreding : 01-01-2002, zelf gewijzigd bij KB 2001-07-13/50, art. 42, 5°, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  § 2. De Minister van Financiën duidt de klassen van ambtenaren aan, die vooral bevoegd zijn om inzage van bedoelde facturen, boeken of [2 documenten]2 te vorderen.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 228, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 229, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 208.§ 1. [1 Om bedrog te voorkomen]1, is de Minister van Financiën gemachtigd tot het inrichten, in de huizen en fabrieken waarin [aan accijnzen] of aan speciale verbruikstaks onderhevige produkten worden vervaardigd, van een naar door hem zelf te bepalen grondslagen te houden toezicht op de werkzaamheden, alsmede tot het regelen van deze. [1 Tenzij ze reeds door een andere wetsbepaling gesanctioneerd zijn, worden de overtredingen op de door hem uitgevaardigde maatregelen gestraft]1, met een boete van [125 EUR] tot [625 EUR]. <W 1989-12-22/30, art. 96, Inwerkingtreding : 01-01-1990> <KB 2000-07-20/64, art. 2, 15, Inwerkingtreding : 01-01-2002, zelf gewijzigd bij KB 2001-07-13/50, art. 42, 5°, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  § 2. Ook mag hij van [2 diegenen]2 in wier huizen of fabrieken toezicht is ingericht, de kosten daarvan terugvorderen. Waar het nodig is zal dit terugvorderen mogen geschieden door middel van dwangbevelen, overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 313 en 314.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 230, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 231, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 209.De personeelsleden van de dienst enquêtes van het Hoog Comité van toezicht hebben, tot het opsporen en vaststellen van sluikerij, volkomen dezelfde macht als de ambtenaren van [1 de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen]1.
  ----------
  (1)<W 2014-04-25/36, art. 95, 008; Inwerkingtreding : 16-05-2014>

  Art. 209/1. [1 Binnen de grenzen van hun door of krachtens een wet toegekende bevoegdheden tot het uitvoeren van controles en de vaststelling van misdrijven, zijn de ambtenaren van de Algemene Administratie van de douane en accijnzen gemachtigd om bij de controles die zij uitvoeren op de openbare weg of op voor het publiek toegankelijke besloten plaatsen gebruik te maken van mobiele of vaste camera's.
   Deze bevoegdheid tot gebruikmaking van mobiele of vaste camera's strekt zich eveneens uit tot die gevallen waarin de genoemde ambtenaren in het kader van hun bevoegdheden op de openbare weg of op voor het publiek toegankelijke besloten plaatsen controles uitvoeren op de effectieve betaling van douane- en accijnsrechten of andere belastingen alsook tot die gevallen waarin die ambtenaren tussenkomen krachtens de wet van 17 juni 2013 houdende betere inning van penale boeten.
   De door het gebruik van mobiele of vaste camera's verkregen informatie, kan worden gebruikt als bewijs in rechte van de inbreuken die worden vastgesteld bij de door de genoemde ambtenaren uitgevoerde controles.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-05-12/17, art. 232, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 209/2. [1 § 1. Binnen de grenzen van hun door of krachtens deze wet toegekende bevoegdheden tot het uitvoeren van douane- of accijnscontroles, en als onderdeel van dergelijke controles, zijn de ambtenaren van douane en accijnzen die een dergelijke controle uitvoeren ertoe gemachtigd de overlegging te vragen van bewijzen die toelaten de identiteit vast te stellen van personen die het voorwerp uitmaken van die controle.
   De gegevens met betrekking tot de identiteit van de in het eerste lid bedoelde persoon worden niet langer bewaard dan noodzakelijk voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, met een maximale bewaartermijn die één jaar na de definitieve beëindiging van de rechterlijke en administratieve procedures en beroepen die voortvloeien uit de controle van de in het eerste lid bedoelde betrokken persoon niet mag overschrijden.
   De identiteitsbewijzen die aan de ambtenaren overhandigd worden, mogen slechts ingehouden worden gedurende de voor de verificatie van de identiteit noodzakelijke tijd en moeten daarna onmiddellijk aan de betrokkene worden teruggegeven.
   § 2. Als de in paragraaf 1 bedoelde persoon weigert, of als het hem of haar onmogelijk is zijn of haar identiteit te bewijzen, alsook wanneer die identiteit twijfelachtig is, mag deze persoon worden gevat gedurende de termijn nodig voor de controle van de identiteit.
   De betrokkene wordt op voorhand ingelicht over deze mogelijkheid tot vatting, en hem of haar wordt de mogelijkheid geboden zijn of haar identiteit op eender welke wijze te bewijzen.
   De politiediensten worden onmiddellijk verwittigd over de vatting, uitgevoerd door de ambtenaren van douane en accijnzen.
   Onverminderd artikel 34, § 4, van de wet op het politieambt van 5 augustus 1992, mag betrokkene in ieder geval niet langer dan twee uren worden gevat voor genoemd doel. De vatting dient onmiddellijk te worden beëindigd:
   1° op het moment dat de verwittigde politiedienst te kennen geeft dat hij niet ter plaatse zal komen of niet binnen de twee uren vanaf de verwittiging ter plaatse zal zijn;
   2° als geen enkele politiedienst ter plaatse is binnen de twee uren na de verwittiging.
   De betrokkene wordt zo vlug mogelijk aan het zicht van het publiek onttrokken. Tot de aankomst van de politieambtenaren blijft de betrokkene permanent onder het rechtstreekse toezicht van de douane. Het is verboden om de betrokkene op te sluiten of hem door enig middel ergens aan vast te maken.
   § 3. Het niet overleggen van de in § 1 bedoelde bewijzen wordt gestraft met een boete van 625 tot 3125 euro.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2019-04-28/01, art. 33, 012; Inwerkingtreding : 16-05-2019>
  

  Gemeenschappelijke bepalingen voor de diverse belastingen.

  Art. 210.§ 1. De bestuursdiensten van de Staat, met inbegrip van de parketten en de griffies der hoven en rechtbanken, de besturen van de [2 provincies]2 en van de gemeenten, zomede de openbare organismen en instellingen, zijn gehouden wanneer zij daartoe aangezocht zijn door een ambtenaar van een der Rijksbesturen belast met de aanslag in, of de invordering van de belastingen, hem alle in hun bezit zijnde inlichtingen te verstrekken, hem zonder verplaatsing, van alle in hun bezit zijnde akten, stukken, registers en om 't even welke bescheiden inzage te verlenen en hem alle inlichtingen, afschriften of uittreksels te laten nemen, welke bedoelde ambtenaar ter verzekering van de aanslag in, of de heffing van de door de Staat geheven belastingen nodig acht.
  Onder openbare organismen dienen verstaan, naar de geest van deze wet, de instellingen, maatschappijen, verenigingen, inrichtingen en diensten welke de Staat mede beheert, waaraan de Staat een waarborg verstrekt, op [3 wier]3 bedrijvigheid de Staat toezicht uitoefent of waarvan het bestuurspersoneel aangewezen wordt door de regering, op haar voordracht of mits haar goedkeuring.
  [1 Van de akten, stukken, registers en [4 documenten]4 of inlichtingen in verband met gerechtelijke procedures mag evenwel geen inzage of afschrift worden verleend zonder uitdrukkelijke toelating van het openbaar ministerie.]1
  Alinea 1 is niet van toepassing op het Bestuur der Postchecks, het Nationaal Instituut voor de Statistiek, noch op de kredietinstellingen. Andere afwijkingen van deze bepaling kunnen worden ingevoerd bij door de Minister van Financiën mede ondertekende koninklijke besluiten.
  § 2. Elke inlichting, stuk, proces-verbaal of akte ontdekt of bekomen in het uitoefenen van zijn functies, door een ambtenaar [van de Federale Overheidsdienst Financiën], hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van een der hierboven aangeduide diensten, kan door de Staat ingeroepen worden voor het opsporen van elke krachtens de belastingwetten verschuldigde som. <W 2009-12-23/04, art. 159, Inwerkingtreding : 09-01-2010>
  Desondanks kan het aanbieden tot registratie van de processen-verbaal en van de verslagen over experties betreffende gerechtelijke procedures, [5 de administratie]5 dan alleen toelaten die akten in te roepen mits het daartoe de in § 1, alinea 3, bepaalde toelating heeft bekomen.
  § 3. [Alle administraties die ressorteren onder de Federale Overheidsdienst Financiën zijn gehouden alle in hun bezit zijnde toereikende, ter zake dienende en niet overmatige inlichtingen ter beschikking te stellen aan alle ambtenaren van deze Overheidsdienst, voorzover die ambtenaren regelmatig belast zijn met de vestiging of de invordering van de belastingen, en voorzover die gegevens bijdragen tot de vervulling van de opdracht van die ambtenaren tot de vestiging of de invordering van eender welke door de Staat geheven belasting.
  Elke ambtenaar van de Federale Overheidsdienst Financiën, die regelmatig werd belast met een controle- of onderzoeksopdracht, is van rechtswege gemachtigd alle toereikende, ter zake dienende en niet overmatige inlichtingen te vragen, op te zoeken of in te zamelen die bijdragen tot de vestiging of de invordering van eender welke, andere, door de Staat geheven belasting.] <W 2009-12-23/04, art. 159, Inwerkingtreding : 09-01-2010>
  ----------
  (1)<W 2013-01-14/07, art. 5, 002; Inwerkingtreding : 10-02-2013>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 233, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (3)<W 2014-05-12/17, art. 234, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (4)<W 2014-05-12/17, art. 235, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (5)<W 2014-05-12/17, art. 236, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  HOOFDSTUK XXIII. - [Recht van administratief beroep] <W 2000-06-30/38, art. 2, Inwerkingtreding : 12-08-2000>

  Art. 211.<W 2000-06-30/38, art. 2, Inwerkingtreding : 12-08-2000> § 1 Ieder persoon heeft het recht administratief beroep in te stellen tegen:
  1° beschikkingen die hem rechtstreeks en individueel raken;
  2° het niet nemen van een beschikking binnen de daartoe in de wetgeving bepaalde temijn of indien geen termijn is bepaald binnen twee maanden te rekenen vanaf de dag volgende op de dag van de afgifte ter post van de aangetekende brief waarbij de administratie wordt aangemaand een beschikking te nemen.
  § 2 Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder beschikking: elke beslissing van [1 de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen]1 die voor een of meer personen rechtsgevolgen heeft.
  ----------
  (1)<W 2014-04-25/36, art. 95, 008; Inwerkingtreding : 16-05-2014>

  Art. 212.<W 2000-06-30/38, art. 2, Inwerkingtreding : 12-08-2000> Het recht van administratief beroep kan slechts worden uitgeoefend tegen beschikkingen van de [1 adviseur-generaal aangeduid door de administrateur-generaal van de douane en accijnzen]1 of van een ambtenaar met een gelijkwaardige graad aangesteld door de minister.
  Beslissingen van andere ambtenaren van [2 de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen]2 moeten, voorafgaandelijk aan het uitoefenen van het recht van administratief beroep, worden voorgelegd aan de [1 adviseur-generaal aangeduid door de administrateur-generaal van de douane en accijnzen]1 die in het geschil een beschikking zal treffen als bedoeld in artikel 211.
  ----------
  (1)<W 2016-04-27/04, art. 148, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>
  (2)<W 2014-04-25/36, art. 95, 008; Inwerkingtreding : 16-05-2014>

  Art. 212/1. <Ingevoegd bij W 2011-04-14/06, art. 68, Inwerkingtreding : van toepassing op de beschikkingen die worden getroffen vanaf 1 augustus 2011> § 1 Voorafgaand aan het treffen van een ongunstige beschikking, deelt de ambtenaar bedoeld in artikel 212, eerste lid, aan de persoon of de personen tot wie de beschikking zal worden gericht, schriftelijk mee op welke gronden hij voornemens is de ongunstige beschikking te treffen.
  § 2 De persoon aan wie de mededeling wordt verricht, beschikt over een termijn van 30 kalenderdagen te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de mededeling om schriftelijk zijn standpunt kenbaar te maken. Indien deze persoon binnen deze termijn zijn standpunt niet mededeelt, wordt ervan uitgegaan dat hij van de mogelijkheid zijn standpunt uiteen te zetten heeft afgezien.
  § 3 De beschikking zal worden getroffen van zodra het schriftelijk standpunt van de persoon tot wie de beschikking wordt gericht, is ontvangen en zal indien ze ongunstig is melding maken van de redenen waarom geen rekening werd gehouden met de ontwikkelde argumenten. Indien geen antwoord wordt ontvangen binnen de in § 2 vermelde termijn, wordt de beschikking getroffen na afloop van die termijn.

  Art. 213. <W 2011-04-14/06, art. 69, Inwerkingtreding : van toepassing op de beschikkingen die worden getroffen vanaf 01-08-2011> De voorafgaande mededeling van de gronden van een ongunstige beschikking en het recht van administratief beroep zijn niet van toepassing op beschikkingen getroffen bij toepassing van artikel 263.

  Art. 214. <W 2000-06-30/38, art. 2, Inwerkingtreding : 12-08-2000> Het verzoekschrift tot administratief beroep moet worden gemotiveerd en op straffe van verval worden ingediend bij ter post aangetekende brief binnen een termijn van drie maanden [te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de aangevochten beschikking] of te rekenen van het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 211, § 1, 2°. <W 2011-04-14/06, art. 70, Inwerkingtreding : van toepassing op de beschikkingen die worden getroffen vanaf 01-08-2011>

  Art. 215. <W 2000-06-30/38, art. 2, Inwerkingtreding : 12-08-2000> Aan de verzoeker wordt een ontvangstbewijs uitgereikt dat de datum van ontvangst van het verzoekschrift vermeldt.

  Art. 216.<W 2000-06-30/38, art. 2, Ed 12-08-2000> Het administratief beroep wordt ingesteld bij [1 de adviseur-generaal die aangeduid is door de administrateur-generaal]1 van [2 de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen]2.
  ----------
  (1)<W 2016-04-27/04, art. 149, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>
  (2)<W 2014-04-25/36, art. 95, 008; Inwerkingtreding : 16-05-2014>

  Art. 217. <W 2000-06-30/38, art. 2, Inwerkingtreding : 12-08-2000> Wanneer de verzoeker zulks in zijn verzoekschrift heeft gevraagd, wordt hij gehoord. Te dien einde wordt hij uitgenodigd zich binnen een termijn van dertig dagen aan te melden.

  Art. 218. <W 2000-06-30/38, art. 2, Inwerkingtreding : 12-08-2000> Zolang geen beslissing is gevallen, mag de verzoeker zijn oorspronkelijk verzoekschrift aanvullen met nieuwe, schriftelijk geformuleerde bezwaren, zelfs als die buiten de in artikel 214 gestelde termijn worden ingediend.

  Art. 219.<W 2000-06-30/38, art. 2, Inwerkingtreding : 12-08-2000> [1 De adviseur-generaal die aangeduid is door de administrateur-generaal]1 of de door hem aangewezen ambtenaar, respectievelijk het college van ambtenaren, doet uitspraak bij met redenen omklede beslissing over het administratief beroep en geeft daarvan bij ter post aangetekende brief kennis aan de verzoeker.
  ----------
  (1)<W 2016-04-27/04, art. 150, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>

  HOOFDSTUK XXIIIbis. - Fiscale bemiddeling <Ingevoegd bij W 2007-04-25/38, art. 127, Inwerkingtreding : 01-05-2007>

  Art. 219bis. <Ingevoegd bij W 2007-04-25/38, art. 128, Inwerkingtreding : 01-05-2007> Iedere persoon die, overeenkomstig de artikelen 211 tot en met 219, een regelmatig administratief beroep tegen een beschikking instelt, kan een aanvraag tot bemiddeling betreffende die beschikking indienen bij de fiscale bemiddelingsdienst bedoeld bij artikel 116 van de wet van 25 april 2007 houdende diverse bepalingen (IV).

  Art. 219ter. <Ingevoegd bij W 2007-04-25/38, art. 129, Inwerkingtreding : 01-05-2007> De aanvraag tot bemiddeling is onontvankelijk wanneer de aanvrager vooraf een vordering bij de rechtbank van eerste aanleg heeft ingesteld of wanneer over het administratief beroep bij toepassing van artikel 219 een beslissing werd getroffen.
  Wanneer de belastingschuldige een vordering bij de rechtbank van eerste aanleg heeft ingesteld of wanneer over het administratief beroep bij toepassing van artikel 219 een beslissing werd getroffen, vóór de kennisgeving van het bemiddelingsverslag, is de fiscale bemiddelingsdienst ontheven van zijn bevoegdheid.

  Art. 219quater. <Ingevoegd bij W 2007-04-25/38, art. 130, Inwerkingtreding : 01-05-2007> De aanvraag tot bemiddeling schort de tenuitvoerlegging van de aangevochten beschikking niet.

  HOOFDSTUK XXIV. - Boeten en straffen in het algemeen.

  Art. 220.§ 1. [2 Elke schipper van een zeeschip, of patroon van om `t even welk vaartuig, elke vervoerder, geleider, drager, en alle andere personen, die bij binnenkomst of uitgang pogen, hetzij op het eerste, hetzij op elk ander daartoe aangewezen kantoor, de vereiste aangiften niet te doen]2 en die aldus trachten de rechten van de Schatkist te ontduiken, elke persoon bij wie een door de van kracht zijnde wetten verboden opslag wordt gevonden, worden gestraft met een gevangenisstraf van ten minste vier maanden en ten hoogste één jaar.
  § 2. [1 Hij die de in § 1 bepaalde inbreuken pleegt met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden en die inbreuken ofwel worden gepleegd in het raam van ernstige fiscale fraude, al dan niet georganiseerd, ofwel de financiële belangen van de Europese Unie ernstig hebben of zouden hebben geschaad en hij die zich in een geval van herhaling bevindt worden gestraft met een gevangenisstraf van 4 maand tot 5 jaar.]1
  ----------
  (1)<W 2013-06-17/06, art. 101, 003; Inwerkingtreding : 08-07-2013>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 237, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 221. (NOTA : beperking van toepassing bij arresten van het Arbitragehof nr. 38/2002, 20 februari 2002, B.S., 22 mei 2002; nr. 199/2006, 13 december 2006,B.S., 12 februari 2007; en nr. 8/2007, 11 januari 2007, B.S., 9 maart 2007) § 1. In de bij artikel 220 bepaalde gevallen, worden de goederen in beslag genomen en verbeurd verklaard, en de overtreders lopen [een geldboete op van vijf- tot tienmaal de ontdoken rechten], berekend volgens de hoogste douane- en accijnsrechten. <W 2009-12-21/13, art. 26, 1°, Inwerkingtreding : 10-01-2010>
  § 2. Voor verboden goederen [beloopt de boete een- tot tweemaal hun waarde]. <W 2009-12-21/13, art. 26, 2°, Inwerkingtreding : 10-01-2010>
  § 3. Bij herhaling wordt de boete verdubbeld.
  [§ 4 In afwijking van § 1 wordt teruggave verleend van de verbeurd verklaarde goederen aan de persoon die eigenaar was van de goederen op het ogenblik van de inbeslagneming en die aantoont dat hij vreemd is aan het misdrijf.
  In geval van teruggave blijven de eventuele kosten verbonden aan de inbeslagneming, de bewaring en het behoud van de goederen ten laste van de eigenaar.] <W 2005-07-20/32, art. 11, Inwerkingtreding : 07-08-2005>

  Art. 222.§ 1. Worden eveneens in beslag genomen en verbeurd verklaard de schepen en vaartuigen, alsmede de rijtuigen, wagens en andere vervoermiddelen [1 ...]1, die tot smokkel worden aangewend of in gebruik gesteld, wanneer de niet aangegeven goederen in geheime bergplaatsen werden verstopt, of wel wanneer geen enkel deel van de lading werd aangegeven.
  § 2. Werd de lading gedeeltelijk aangegeven, zo zijn de vervoermiddelen slechts voor inbeslagneming vatbaar, voor zover het bedrag van de verschuldigde rechten op de niet aangegeven soorten van goederen, en die niet in geheime bergplaatsen werden verstopt, meer belopen dan een vierde van de rechten, die dienen betaald voor het aangegeven gedeelte van de goederen; zijn de niet aangegeven goederen verboden, zo worden de rechten [2 op 20 %]2 van de waarde geraamd.
  § 3. Behoorlijk aangegeven goederen en koopwaren in vrij verkeer, die klaarblijkelijk dienen om smokkelwaar te verbergen, worden verbeurd verklaard.
  [§ 4 In afwijking van § 1 worden de vervoermiddelen niet verbeurd verklaard indien de eigenaar ervan aantoont dat hij vreemd is aan het misdrijf.
  In het geval dat de vervoermiddelen niet verbeurd verklaard worden, blijven de eventuele kosten verbonden aan de inbeslagneming, de bewaring en het behoud van de in § 1 bedoelde vervoermiddelen ten laste van de eigenaar.] <W 2005-07-20/32, art. 12, Inwerkingtreding : 07-08-2005>
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 238, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 239, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 223.De waarde van de in beslag genomen verboden goederen, [1 en van de vervoermiddelen]1, wordt vastgesteld door de bekeurders [1 in overleg]1 met [2 de ambtenaar met ten minste een titel van attaché aangeduid door de administrateur-generaal van de douane en accijnzen]2 van het dichtstbij gelegen kantoor; bij betwisting vanwege de overtreder, wordt de waarde bepaald door een wettelijke expertise, die belanghebbende binnen één maand na het afsluiten van het proces-verbaal van aanhaling moet uitlokken. Die expertise geschiedt op kosten van ongelijk.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 241, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2016-04-27/04, art. 151, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>

  Art. 224. Het bepaalde in de artikelen 220, 221 en 222 vindt toepassing op het verkeer van goederen, die zonder geldig document in de tolkring worden vervoerd, en bovendien, op het vervoer van alle goederen, waarvan om 't even hoe kan worden bewezen dat ze de voorgeschreven aangifte betreffende invoer, uitvoer, doorvoer of vervoer ontgaan zijn; voor acijnsgoederen echter zullen alleen de door de speciale wetten gestelde boeten en straffen worden toegepast in de door die wetten bepaalde gevallen, die geen verband houden met sluikinvoer of sluikuitvoer.

  Art. 225. De artikelen 220, 221, 222 en 224 zijn eveneens van toepassing, wanneer men, misbruik makende van de vrijheden, aan de nationale visserij verleend, onder voorwendsel van visserij, de daartoe dienende vaartuigen mocht gebruiken tot de heimelijke uit- of invoer van verboden of aan rechten of accijnzen onderworpen goederen. Deze feiten worden als gewone fraude bestraft.

  Art. 226.Indien bij de instructie van een zaak, als in de artikelen 220 en 225 is verondersteld, mocht blijken, dat de daders van het feit zich daartoe, op belofte van buitengewone beloning of anderszins hebben laten verleiden of gebruiken door personen, binnen het Rijk te vinden, zullen deze, daarvan in rechten overtuigd wordende, mede onderworpen zijn aan de straf, bij die artikelen [1 bepaald. In dit geval wordt aan de rechter overgelaten, om, naarmate de daders aan die ontdekking en overtuiging hebben bijgedragen, de straf tegen hen te verzachten, met dien verstande, dat deze straf niet minder zal kunnen zijn dan een gevangenisstraf van een maand]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 242, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 227. § 1. Bij uitbreiding van artikel 226 en onverminderd het bepaalde in de artikelen 66, 67, 69 en 505 van het strafwetboek, worden zij, ten laste van wie wordt bewezen dat ze aan een smokkelfeit hebben deelgenomen als verzekeraars, als hebbende laten verzekeren of als belanghebbenden op om 't even welke wijze, gestraft met de tegen de daders gestelde straffen.
  § 2. De veroordelingen tot boete en tot kosten worden solidair tegen de overtreders en de medeplichtigen uitgesproken.

  Art. 228.De gevangenisstraf, vastgesteld in artikel 220, § 1, wordt niet opgelegd, indien de [1 inbeslagname]1 tussen vijf uur 's morgens en negen uur 's avonds is geschied, [1 op de in artikel 57, eerste lid, vermelde routes of wegen, of, op het eerste kantoor bij invoer te lande]1, noch ook in het algemeen, wanneer uit hoofde van verzachtende omstandigheden, de zaak overeenkomstig artikel 263 voor boete en verbeurdverklaring, [1 met]1 van transactie is afgedaan.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 243, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 229. In afwijking van artikel 228, wodt de gevangenisstraf altijd opgelopen, wanneer de smokkel geschiedt door middel van geheime bergplaatsen of door benden van ten minste drie personen.

  Art. 230. Gevangenisstraf wordt nooit opgelopen ingeval de inbeslagneming alleen geschiedt wegens niet-naleving van de formaliteiten in verband met de bescheiden tot dekking van het vervoer, of wel zo het goederen geldt, die als inlandse worden erkend.

  Art. 231. § 1. De artikelen 220 tot 225, 227, 229, 230, 248, § 1, en 277 zijn toepasselijk bij invoer, uitvoer of doorvoer, zonder aangifte of wel met aangifte maar onder dekking van valse of bedrieglijke bekomen machtigingen, van alle al dan niet belastbare goederen welke, zelfs tijdelijk en om welke reden ook, aan verbodsbepalingen, beperkingen of controlemaatregelen zijn onderworpen bij het binnenkomen, bij het uitgaan of bij de doorvoer, langs alle grenzen of alleen langs een gedeelte ervan.
  § 2. Elk gebruik, in strijd met de voorwaarden betreffende de aanwending of de geldigheid van machtigingen tot invoer, uitvoer of doorvoer van de in § 1 bedoelde goederen, wordt gestraft met [een geldboete van de helft van de waarde tot de volledige waarde van de goederen]. Deze worden daarenboven verbeurd verklaard. Bij gebruik van een machtiging, welke onregelmatig aan een derde werd afgestaan, wordt de geldboete solidair opgelopen door de aangever, de cedent en de cessionaris. <W 2009-12-21/13, art. 27, Inwerkingtreding : 10-01-2010>
  § 3. De artikelen 114 en 115 zijn toepasselijk op de in § 1 bedoelde goederen, zo ze in doorvoer zijn aangegeven.

  Art. 232. <W 1993-12-27/47, art. 42, Inwerkingtreding : 01-01-1994> Onverminderd alle andere strafbepalingen bepaald door de wetten inzake douane en accijnzen, wordt elke overtreding bij invoer, uitvoer of doorvoer van goederen waardoor ten onrechte aanspraak wordt gemaakt op de toekenning van de in artikel 1, 4°bis, bedoelde bedragen, bestraft met de verbeurdverklaring van de goederen en [een boete van een- tot tweemaal de toe te kennen bedragen] waarop ten onrechte aanspraak wordt gemaakt. <W 2009-12-21/13, art. 28, Inwerkingtreding : 10-01-2010>
  De aangever, de invoerder, de uitvoerder en elke andere persoon die op die bedragen aanspraak maakt, zijn solidair gehouden tot betaling van die boete en tot terugbetaling van de ten onrechte verkregen bedragen.

  Art. 233.§ 1. [1 Wanneer, bij invoer uit zee, ontdekt wordt, dat met betrekking tot goederen in colli, niet hetzelfde aantal aan boord aanwezig is, als bij de generale verklaring is opgegeven, zal aan de kapitein een boete van 100 euro opgelegd worden, voor elk aan dat aantal ontbrekend stuk; en zullen de overschietende stukken in beslag genomen worden en verbeurd verklaard. Deze verbeurdverklaring vindt echter niet plaats, zo de rechten en accijnzen op het overschot, 250 euro niet te boven gaan, noch ook indien daarvan aangifte op het kantoor losplaats is geschied vóór de inbeslagname. In dit laatste geval wordt voor elk bij de generale verklaring verzwegen stuk, aan de kapitein een geldboete van 50 euro opgelegd.]1
  § 2. [2 Dezelfde boete van 50 euro zal worden opgelegd voor elke colli waarvan bij de aangifte op het kantoor of vroeger, mocht blijken een andere soort van goederen te bevatten dan bij de generale verklaring is opgegeven. Indien die opgave is geschied overeenkomstig de cognossementen of manifesten, zal deze boete niet door de kapitein worden opgelopen, maar de verkeerdelijk opgegeven goederen, zullen worden in beslag genomen en verbeurdverklaard. De belanghebbende kan de inbeslagname echter voorkomen, door dadelijk, of uiterlijk binnen veertien dagen na de inbeslagname, betaling te doen van de rechten, accijnzen en boete, alsook de kosten verbonden aan de inbeslagname. Geen boete wordt opgelopen, indien de verschillende aangegeven gedeelten, samengenomen, met de generale verklaring overeenkomen.]2
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 244, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 246, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 234. Bij ontdekking als bedoeld in artikel 233, ten aanzien van ter zee inkomende losse of gestorte goederen, zal de kapitein, wanneer de bevonden met de opgegeven hoeveelheid meer dan een tiende gedeelte daarboven of beneden verschilt, gestraft worden met [een geldboete van drie- tot zesmaal het inkomend recht en de accijns] van al hetgeen meerder of minder wordt bevonden dan op de generale verklaring is uitgedrukt. <W 2009-12-21/13, art. 29, Inwerkingtreding : 10-01-2010>

  Art. 235.§ 1. Alle lossing of lading zonder het daartoe benodigde document heeft ten gevolge de [1 inbeslagname en verbeurdverklaring]1 der geloste of geladen goederen, en ten laste van de contraveniërende schipper of [1 vervoerder]1, [een geldboete van vijf- tot tienmaal de rechten en accijns] van die goederen.
  § 2. Lossing of lading [1 met het daartoe benodigde document, maar zonder dat op het document uit de aantekening der ambtenaren van verifcatie blijkt, dat zulks is geschied in hun bijzijn, of met hun medeweten, alsook alle lichting of overboordzetting met document, doch op een andere wijze dan in deze wet omschreven, wordt aan de schipper of vervoerder dezelfde boete als in § 1 opgelegd. De goederen zullen vervolgens een zeer strikte verifcatie ondergaan, en daartoe kunnen gelicht en de benodigde tijd opgehouden worden.]1.
  § 3. Een boete van [25 EUR] [1 zal door vervoerders verbeurd worden, voor elk colli met goederen, of stuks vee, dat zij zullen vervoeren op document, dat niet vooraf door de ambtenaren, is afgetekend waaruit blijkt dat de verifcatie heeft plaats gehad.]1. <KB 2000-07-20/64, art. 2, 15, Inwerkingtreding : 01-01-2002, zelf gewijzigd bij KB 2001-07-13/50, art. 42, 5°, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 247, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 236.§ 1. Alle, op daartoe verkregen documenten, verbruiksaangiften of andere documenten ter visitatie of verificatie, aangeboden goederen, welke, bij hun vergelijking met de inhoud der documenten, worden ontdekt, onder een verkeerde benaming, dat is de ene soort voor de andere aangegeven te zijn, [1 zullen worden in beslag genomen]1 en verbeurd verklaard.
  § 2. Bij uitvoer van [accijnsgoederen] zal hij, die de aangifte heeft gedaan, daarenboven [een boete oplopen van vijf- tot tienmaal de som], waarvoor hij heeft gepoogd frauduleus afschrijving te bekomen. <W 1989-12-22/30, art. 99> <W 2009-12-21/13, art. 31, Inwerkingtreding : 10-01-2010>
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 248, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 237.Zo ook [1 worden in beslag genomen]1 en verbeurd verklaard de partij of partijen goederen, welke, bij vergelijking als vermeld in artikel 236, worden bevonden wel onder hun ware of eigen benaming aangegeven, doch gedeeltelijk verzwegen te zijn.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 249, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 238.[1 § 1.]1 Wanneer het verzwegenene in hoeveelheid op de partij van dezelfde soort van deze goederen, in het document vermeld, en bijeengevoegd, slechts [1 een twaalfde gedeelte van het aangegevene of minder bedraagt, zal het verbeurd verklaren zich beperken tot dit gedeelte, doch kunnen worden vervangen door een boete, gelijk aan het dubbele van de rechten op het verzwegene, mits de aangever of iemand van zijnentwege zich daaromtrent aan de [2 adviseur-generaal die aangewezen is voor de administratie bevoegd voor de geschillen]2 in wiens gebied, waarin de inbeslagname is geschied, binnen veertien dagen daarna, schriftelijk verklaart, en behoudens de verplichting tot voldoening van het te min betaalde recht, volgens de goederen ten in-, uit- of doorvoer zijn aangegeven, en van de veroorzaakte kosten]1.
  [1 § 2. Wanneer meer dan een twaalfde is verzwegen, is § 1 van toepassing met dien verstande dat het verbeurd verklaren van de gehele partij niet zal kunnen worden vervangen, dan door een boete ten belope van tienmaal de rechten voor al het verzwegene.]1
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 250, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2016-04-27/04, art. 152, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>

  Art. 239.<W 1989-12-22/30, art. 100> § 1 Wanneer bij de verificatie van accijnsgoederen die onder accijnsverband worden vervoerd naar een geoorloofde bestemming, een tekort wordt bevonden ten opzichte van de aangifte inzake accijnzen of van het afgegeven accijnsdocument, [1 wordt de aangever of de houder van het afgegeven document, uit dien hoofde, bestraft met]1, [een geldboete van vijf- tot tienmaal de accijnzen] op het tekort bevonden gedeelte. <W 2009-12-21/13, art. 32, 1°, Inwerkingtreding : 10-01-2010>
  § 2 De bij § 1 vastgestelde boete is [beperkt tot een boete van een- tot tweemaal de accijnzen] op het tekort bevonden gedeelte, indien dat tekort niet meer bedraagt dan een twaalfde van de aangegeven of in het document vermelde hoeveelheid. <W 2009-12-21/13, art. 32, 2°, Inwerkingtreding : 10-01-2010>
  § 3 Ongeacht de bij de § 1 en 2 opgelegde boete, moeten de accijnzen op het tekort bevonden gedeelte worden betaald.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 251, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 240.Indien, buiten de toelating als bedoeld in artikel 152, goederen in uitgaande schepen worden geladen, [1 om in het binnenland te worden gelost, of te worden geladen in inkomende schepen na het voorbijkomen van het eerste kantoor, of in lichters die moeten worden gelost, zullen de aldus geladen goederen inbeslaggenomen en verbeurd-verklaard worden, en de schipper zal een boete van 100 euro worden opgelegd als de goederen los of gestort zijn, of een boete van 25 euro per colli, wanneer de goederen in colli's worden vervoerd.]1. <KB 2000-07-20/64, art. 2, 15, Inwerkingtreding : 01-01-2002, zelf gewijzigd bij KB 2001-07-13/50, art. 42, 5°, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 252, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 241.§ 1. Bij alle invoer, tot na aankomst [1 en verificatie ter definitieve losplaats of opslag in entrepot, en eveneens bij uitvoer en douanevervoer, moeten de daartoe vereiste documenten bij de goederen voorhanden gehouden worden, om, indien gevorderd, ook onderweg aan de ambtenaren dadelijk ter verificatie te worden vertoond.]1.
  § 2. [1 Indien echter, bij een inbeslagname om gemis van document op grond van artikel 224, uiterlijk binnen veertien dagen daarna, aan de [2 adviseur-generaal die aangewezen is voor de administratie bevoegd voor de geschillen]2 in wiens gebied de inbeslagname is voorgevallen, wordt bewezen, dat, vóór de inbeslagname, de goederen inderdaad zijn ingeklaard of aangegeven geweest, en daarvoor een document bestaat, zal ontslag worden verleend voor de kosten, en de schipper]1 of vervoerder enkel gestraft worden met een boete van [25 EUR] voor elk niet aanwezig document. <KB 2000-07-20/64, art. 2, 15, Inwerkingtreding : 01-01-2002, zelf gewijzigd bij KB 2001-07-13/50, art. 42, 5°, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  § 3. [1 Wanneer zodanig bewijs niet kan worden voorgelegd ten opzichte van sommige artikelen of afzonderlijke colli of stukken van een lading of vracht, zal de schipper of vervoerder]1 een geldboete oplopen [van vijf- tot tienmaal de accijnzen] van de niet aangegeven goederen, [1 , en dit gedeelte van de lading of vracht zal worden in beslag genomen en verbeurd verklaard; voor het geval van invoer via de zee blijven de artikelen 233 en 234 betreffende de generale verklaring van bijzondere toepassing]1. <W 2009-12-21/13, art. 33, Inwerkingtreding : 10-01-2010>
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 253, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2016-04-27/04, art. 153, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>

  Art. 242.§ 1. [1 Alle vervoer, zonder begeleidingsdocument]1 in de gevallen waarin zodanig document krachtens artikel 170 wordt vereist, wordt geacht te zijn frauduleuze uit- of invoer, en als zodanig gestraft.
  § 2. Indien nochtans aan de [2 adviseur-generaal die aangewezen is voor de administratie bevoegd voor de geschillen]2 in wiens gebied [1 de inbeslagname geschied is, binnen veertien dagen daarna, de wettige aanwezigheid van de goederen in het binnenland wordt bewezen, en dat het vervoer geen poging is geweest tot fraude, zal vrijgave voor de in beslag genomen goederen kunnen toegestaan worden, en de overtreding zal zonder gevolg kunnen blijven, tegen betaling van de kosten en een boete van een- tot tweemaal de rechten, die voor de goederen zouden zijn verschuldigd geweest, indien deze ten uitvoer waren aangegeven, van de ten uitvoer verbodene, te berekenen tegen twintig percent van de waarde]1. <W 2009-12-21/13, art. 34, Inwerkingtreding : 10-01-2010>
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 254, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2016-04-27/04, art. 154, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>

  Art. 243.Wanneer goederen, [1 die het land binnenkomen of verlaten, of binnenlands vervoerd worden, en van documenten voorzien, gevonden worden buiten de bepaalde wegen, of de in de documenten aangewezen routes, zal de vervoerder hiervoor een boete van 50 euro worden opgelegd]1. <KB 2000-07-20/64, art. 2, 15, Inwerkingtreding : 01-01-2002, zelf gewijzigd bij KB 2001-07-13/50, art. 42, 5°, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 255, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 244.<W 1989-12-22/30, art. 101> [1 De vervoerders en aangevers]1, die bij de uitvoer verzuimen de documenten van de vervoerde goederen op het laatste kantoor te vertonen en af te geven, ter verificatie en inhouding, lopen een boete op van [50 EUR], voor elk niet overgelegd document. <KB 2000-07-20/64, art. 2, 15, Inwerkingtreding : 01-01-2002, zelf gewijzigd bij KB 2001-07-13/50, art. 42, 5°, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 256, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 245.Zo een [1 inbeslagname]1 is geschied, alleen wegens afwezigheid van of verschil in merken, nummers en cijfers, en dat blijkt dat [1 de in beslag genomen goederen]1 dezelfde zijn, welke zijn aangegeven, en daarin geen fraude wordt bevonden, zullen zij tegen betaling der onkosten worden vrijgelaten.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 257, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 246.Bij ontdekking van overtredingen door middel van voertuigen van de ondernemingen voor het bezoldigd vervoer van personen en zaken, of door ambtenaren van de Regie der Posterijen, op welke ook verbeurdverklaring der voertuigen, een geldboete of enige andere straf tegen de daders gesteld is, kan wel dadelijke [1 inbeslagname van de goederen]1, in zoverre daartoe termen zijn, geschieden, doch overigens de bekeuring niet worden voltrokken dan, wat de voertuigen betreft in het dichtstbijzijnde station op het grondgebied [1 van het Rijk]1, of wel na volbrachte reis, en ten aanzien van de ambtenaren van de Regie der Posterijen nimmer anders dan na volbrachte reis.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 258, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 247.[1 Bij overtreding zoals vermeld in de artikelen 220 en 224, zullen de daders, die niet vallen onder de toepassing]1 van artikel 228 wanneer zij geen bij de ambtenaren bekend domicilie binnen het Rijk hebben, door de ambtenaren in verzekerde bewaring kunnen worden genomen, [1 om onmiddellijk ter beschikking te worden gesteld van de rechter]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 259, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 248. § 1. Bij uitbreiding van artikel 247, mogen de smokkelaars altijd voorlopig worden aangehouden, wanneer het misdrijf aanleiding geeft tot toepassing van de gevangenisstraf.
  § 2. Het bepaalde in § 1 is eveneens toepasselijk op het stuk van accijnzen en daarmede gelijkgestelde taksen wanneer het misdrijf in hoofdzaak aanleiding geeft tot gevangenisstraf.

  Art. 249.§ 1. Zo ook mogen vreemde of onbekende [1 schippers, vervoerders en andere personen]1, bekeurd wegens een overtreding, [1 waarop een geldboete is gesteld]1, indien bijzondere omstandigheden zulks noodzakelijk achten, in de tolkring in bewaring worden genomen en [1 ter beschikking van de rechter worden gesteld zoals bepaald in artikel 247, totdat het bedrag van de boete]1 bij de ontvanger zal zijn geconsigneerd of anderszins verzekerd, en door de vreemde domicilie binnen het Rijk zal gekozen zijn.
  § 2. Al degenen die tot een geldboete zijn [2 veroordeeld en niet in staat zijn tot de voldoening ervan]2, zullen met gevangenis worden gestraft waarvan de duur is vastgesteld overeenkomstig artikel 40 van het Strafwetboek.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 260, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 261, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 250.De ambtenaren der douane en accijnzen zullen de personen, welke zij, ingevolge artikelen 247 tot 249, in bewaring nemen, kunnen [1 ter beschikking stellen van de rechter in de politierechtbank van het kanton, waarin de arrestatie is gedaan, of aan de officieren van de federale politie, daar, waar die aanwezig zijn; in dat geval zal de rechter in de politierechtbank of zullen de officieren van de federale politie verplicht zijn, de gearresteerden, zo spoedig mogelijk, voor de procureur des Konings te doen overbrengen]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 262, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 251. De ambtenaren der douane en accijnzen zullen verplicht zijn, om, dadelijk bij de arrestatie, of zo spoedig mogelijk, en uiterlijk binnen drie dagen, aan de rechter in de politierechtbank of procureur des Konings te doen toekomen een kopie van het proces-verbaal van het vastgestelde misdrijf.

  Art. 252.[1 Indien]1 binnen de veertien dagen, nadat de gearresteerde persoon in de gevangenis is gekomen, en nadat daarvan aan de [2 adviseur-generaal die aangewezen is voor de administratie bevoegd voor de geschillen]2 is kennis gegeven, door of namens [3 de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen]3, geen vordering voor de correctionele rechtbank is gebracht, zal de procureur des Konings verplicht zijn, om de gearresteerde dadelijk doch slechts voorlopig uit zijn hechtenis te ontslaan, en van dat ontslag terstond de gewestelijke directeur te verwittigen.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 263, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2016-04-27/04, art. 155, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>
  (3)<W 2014-04-25/36, art. 95, 008; Inwerkingtreding : 16-05-2014>

  Art. 253.De schepen, schuiten, voertuigen, [1 en andere vervoermiddelen, welke niet voor verbeurdverklaring vatbaar zijn, doch waarmee een overtreding is gepleegd, worden speciaal verbonden en executabel verklaard voor de door de schipper, vervoerder of geleider verbeurde boete]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 264, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 254.Het oprichten of in gereedheid brengen van enige fabriek [1 , alsmede het uitbreiden of verkleinen ervan, zonder voorafgaande kennisgeving of toestemming, in die gevallen, dat voormelde oprichting, vergroting of verkleining, volgens de wetten, aan een voorafgaande kennisgeving of toestemming is onderworpen, zal worden gestraft met een boete van 400 euro, ten laste van de in overtreding zijnde fabrikant, en zal bovendien in het eerste geval de fabriek moeten worden gesloopt en in de beide andere gevallen alles in zijn vorig staat worden hersteld]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 265, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 255.[1 De fabrikanten of andere personen]1, welke onder hun beheer hebben ketels, kuipen, bakken, gereedschappen of werktuigen, waarop door de ambtenaren der administratie, naar aanleiding van de wetten, zegels [1 werden aangebracht door de agenten]1, zijn in het bijzonder verplicht, zorg te dragen, dat zodanige zegels niet worden geschonden noch weggenomen;[1 bij schending, of verbreking van zegels lopen zij een boete op, gelijk aan met die]1 bij de wet vastgesteld tegen het frauduleus gebruik van het werktuig, waarop de zegels [1 waren aangebracht, behalve in het geval dat het verzegelde werktuig, uit zijn aard]1 en bestemming, niet heeft gediend, noch kunnen dienen tot ontduiking van 's Rijks accijnzen; in dit geval wordt slechts een boete van [25 EUR] toegepast. <KB 2000-07-20/64, art. 2, 15, Inwerkingtreding : 01-01-2002, zelf gewijzigd bij KB 2001-07-13/50, art. 42, 5°, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 266, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 256.Worden gestraft met [een boete van vijf- tot tienmaal de accijnzen] zonder beneden [250 EUR] te mogen blijven : <KB 2000-07-20/64, art. 2, 15, Inwerkingtreding : 01-01-2002, zelf gewijzigd bij KB 2001-07-13/50, art. 42, 5°, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  1° elk aanwenden van [1 buitenlandse]1 koopwaar in andere voorwaarden dan het bijzonder gebruik waartoe zij moest dienen, volgens de aangiften aan de administratie bij de definitieve invoer en dat het toekennen heeft gerechtvaardigd van een gunstiger belastingstelsel dan zou toegepast geweest zijn, indien de douane het feitelijk gebruik dat er zou van gemaakt worden moest gekend hebben;
  2° elke bewerking die tot doel heeft aan gezegde koopwaar de kenmerken of de eigenschappen te ontnemen of te verlenen, waarvan, bij de definitieve invoer, de aanwezigheid of de afwezigheid aanleiding heeft gegeven tot toestaan van een gunstiger belastingstelsel dan zou toegestaan zijn, in geval van afwezigheid of van aanwezigheid van gezegde kenmerken of eigenschappen.
  De ontdoken rechten zijn daarenboven verschuldigd.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 267, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 257.§ 1. Wanneer een document betreffende doorvoer, tijdelijke of voorlopige vrijstelling van rechten, verzending op entrepot of op [ruimte voor tijdelijke opslag], uitvoer met accijnsafschrijving of enigerlei ander douane- of accijnsdocument, waarvan de aanzuivering of de wederoverlegging [1 op het kantoor]1 van uitreiking is voorgeschreven, op dat kantoor niet binnen de gestelde termijn weder wordt overgelegd of gezuiverd of wel aldaar weder wordt overgelegd zonder de vereiste afschrijving of zonder een gelijkwaardige aantekening, loopt de titularis of de cessionaris van het document een geldboete van [125 EUR] tot [375 EUR] op, onverminderd de betaling van de rechten op de in het document vermelde goederen en onverminderd daarenboven indien het gaat om buitenlandse goederen welke bij invoer aan verbodsbepalingen, beperkingen of controlemaatregelen zijn onderworpen [de betaling van de helft van de waarde tot de volledige waarde van de goederen]. <W 1993-12-27/47, art. 43, Inwerkingtreding : 01-01-1994> <KB 2000-07-20/64, art. 2, 15, Inwerkingtreding : 01-01-2002, zelf gewijzigd bij KB 2001-07-13/50, art. 42, 5°, Inwerkingtreding : 01-01-2002> <W 2009-12-21/13, art. 36, Inwerkingtreding : 10-01-2010>
  § 2. In dezelfde onderstelling wordt bij verzending van goederen onder begeleiding van [2 ambtenaren]2 van de spoorwegen, de geldboete van [125 EUR] tot [375 EUR] ten laste gelegd van de spoorwegbesturen of spoorwegmaatschappijen, behoudens hun verhaal jegens derden. <KB 2000-07-20/64, art. 2, 15, Inwerkingtreding : 01-01-2002, zelf gewijzigd bij KB 2001-07-13/50, art. 42, 5°, Inwerkingtreding : 01-01-2002> <W 2009-12-21/13, art. 36, Inwerkingtreding : 10-01-2010>
  § 3. Wie zonder voorafgaande toelating van [4 de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen]4, aan de goederen vermeld in de douanedocumenten waarvan sprake in § 1, een andere bestemming geeft dan daarin uitdrukkelijk is aangeduid, [3 worden de straffen bepaald, volgens het geval, bij artikel 157, de artikelen 220 tot 225, 227 en 277 of bij artikel 231]3.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 268, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 269, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (3)<W 2014-05-12/17, art. 270, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (4)<W 2014-04-25/36, art. 95, 008; Inwerkingtreding : 16-05-2014>

  Art. 258. [opgeheven] <art. 5 van KB van 28 augustus 1981 (B.S., 15 september 1981), bekrachtigd bij W 1985-05-21/34>

  Art. 259. Met geldboete van [250 EUR] tot [625 EUR], zonder dat ze lager mag zijn dan tienmaal de eventueel ontdoken rechten en taksen, wordt gestraft : <KB 2000-07-20/64, art. 2, 15, Inwerkingtreding : 01-01-2002, zelf gewijzigd bij KB 2001-07-13/50, art. 42, 5°, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  1° hij die, met het opzet de douane te bedriegen, valse, misleidende of onjuiste documenten overlegt of doet overleggen;
  2° hij die valse, misleidende of onjuiste attesten, facturen of documenten uitreikt, die betemd zijn om de douane te bedriegen.
  Bij herhaling wordt de overtreder bovendien gestraft met gevangenisstraf van acht tot dertig dagen, zonder dat toepassing mag worden gemaakt van artikel 228.

  Art. 260. Onverminderd de toepassing van de straffen bepaald bij het Strafwetboek, wordt gestraft met een boete van [250 EUR] tot [625 EUR], hij die valse of onjuiste facturen, attesten, of andere documenten opstelt, doet opstellen, bezorgt of gebruikt, met het opzet de douane-autoriteiten van een vreemd land te bedriegen of om ze ten onrechte een preferentieel regime te verkrijgen inzake douanerechten, accijnzen, heffingen of restituties. <KB 2000-07-20/64, art. 2, 15, Inwerkingtreding : 01-01-2002, zelf gewijzigd bij KB 2001-07-13/50, art. 42, 5°, Inwerkingtreding : 01-01-2002>

  Art. 261.Worden gestraft met een geldboete van [125 EUR] tot [1.250 EUR], voor zover zij niet worden beteugeld door een andere sanctie inzake douane en accijnzen, de inbreuken : <KB 2000-07-20/64, art. 2, 15, Inwerkingtreding : 01-01-2002, zelf gewijzigd bij KB 2001-07-13/50, art. 42, 5°, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  - [op verordeningen en beschikkingen van algemene aard van de Raad of van de Commissie [1 van de Europese Unie]1;] <W 1989-12-22/30, art. 102>
  - op de besluiten getroffen bij toepassing van artikel 11, § 1;
  - in het algemeen, op de wetten en besluiten inzake douane en accijnzen.
  De goederen ten aanzien waarvan die inbreuken zijn gepleegd, worden in beslag genomen en verbeurd verklaard.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 271, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 261/2. <art. 103 W. 22 december 1989> De in de wetten inzake douane en accijnzen bepaalde straffen zijn niet toepasselijk :
  1° op de douane-expediteur die zich bevindt in het geval bepaald in artikel 135;
  2° op degene die spontaan de fraude of de onregelmatigheid signaleert aan de Minister van Financiën of aan zijn afgevaardigde en het supplement van de verschuldigde rechten [...] en accijnzen voldoet. <W 1993-12-27/47, art. 44, Inwerkingtreding : 01-01-1994>

  Art. 262. De fiscale geldboeten inzake douane en accijnzen, die zijn vastgesteld door de wetten van vóór 1 april 1926 en na deze datum niet zijn herzien, worden verhoogd met 190 opdecimes. Die verhoging is niet toepasselijk op boeten welke met de ontdoken rechten evenredig zijn.

  Art. 263.Wegens alle overtredingen van deze wet en van de bijzondere wetten op de [1 heffing van accijnzen, zal door, of op autorisatie van de administratie, omtrent geldboete, verbeurdverklaring en het sluiten van fabrieken]1 of werkplaatsen kunnen worden getransigeerd, zo dikwijls verzachtende omstandigheden de zaak vergezellen, of als aannemelijk kan worden gehouden dat het misdrijf eerder aan verzuim of abuis, dan aan een oogmerk van opzettelijke fraude moet worden toegeschreven.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 272, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 264.[1 Iedere transactie is verboden, wanneer het misdrijf moet worden beschouwd als voldoende in rechte te kunnen worden bewezen, en aan het oogmerk van]1 opzettelijke fraude niet kan worden getwijfeld.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 273, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 265. <W 2005-07-20/32, art. 13, Inwerkingtreding : 07-08-2005> De natuurlijke personen of de rechtspersonen zijn burgerlijk en hoofdelijk aansprakelijk voor de geldboeten en kosten die het gevolg zijn van de veroordelingen die ingevolge de wetten inzake douane en accijnzen tegen hun gemachtigden of bestuurders, zaakvoerders of vereffenaars zijn uitgesproken wegens misdrijven die zij in die hoedanigheid hebben begaan.

  Art. 266. § 1. Behoudens tegenstrijdige beschikking in bijzondere wetten en onverminderd de boeten en verbeurdverklaringen ten bate van de Schatkist, zijn de overtreders, hun medeplichtigen en de voor het misdrijf aansprakelijke personen solidair gehouden tot betalen van de rechten en taksen welke door de fraude aan de Schatkist werden onttrokken, zomede van de eventueel verschuldigde nalatigheidsinteresten.
  § 2. De voor een zaak ingevorderde sommen worden bij voorrang aangewend tot betaling van de nalatigheidsintresten en van de rechten en taksen.

  Hoofdstuk XXIVbis - [1 Administratieve sancties]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-05-12/17, art. 274, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 266-2. [1 Onverminderd de toepassing van de administratieve sancties bepaald in de artikelen 17, 19/5, 70/28, 70/29, 129, 130, 131, 133 en onverminderd de administratieve sancties die de bijzondere accijnswetten voorzien kan elke vergunning, machtiging, toelating, concessie verleend op basis van de Europese of nationale wetgeving inzake douane en accijnzen, worden ingetrokken ingeval :
   - de houder van de vergunning, machtiging, toelating, concessie geen vrijwillige betaling verricht van de in zijn naam ontstane douaneschuld of;
   - de houder niet meer voldoet aan de voorschriften bepaald in zijn vergunning, machtiging, toelating of concessie.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2014-05-12/17, art. 275, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  HOOFDSTUK XXV. - Processen-verbaal, bekeuringen, [1 inbeslagnames]1 en vervolgingen.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 276, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 267.Wanneer de misdrijven, fraudes of overtredingen van de wet worden geconstateerd bij processen-verbaal, zullen deze akten dadelijk, of zo spoedig mogelijk worden opgemaakt, door ten minste twee daartoe bevoegde personen, waarvan de ene moet zijn aangesteld of van commissie voorzien vanwege [1 de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen]1.
  ----------
  (1)<W 2014-04-25/36, art. 95, 008; Inwerkingtreding : 16-05-2014>

  Art. 268.Het proces-verbaal zal moeten behelzen een beknopt en nauwkeurig verhaal [1 van de]1 bevinding en van de oorzaak [1 van de]1 bekeuring, met aanduiding van personen, beroep, dag en plaats, en met inachtneming van het voorgeschrevene bij artikel 176, in de bijzondere gevallen aldaar vermeld.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 277, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  

  Art. 269.De processen-verbaal zullen kunnen worden opgemaakt, en de bekeuringen gedaan op alle dagen [1 van het jaar, en dus ook]1 ook op zondagen en wettelijke feestdagen.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 278, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 270.Binnen de vijf dagen na het opstellen van de in artikel 267 bedoelde processen-verbaal wordt het origineel aan de handtekening ne varietur van een hiërarchische chef der bekeurders onderworpen, en afschrift ervan aan de overtreders afgegeven. Indien de overtreders deze mededeling weigeren of onbekend zijn, wordt de kennisgeving gedaan aan de burgemeester [1 van de gemeente waar het misdrijf werd vastgesteld, of aan zijn gemachtigde]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 279, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 271.[1 De bekeurde, die aanwezig is bij de in beslagname, zal worden uitgenodigd, om ook bij de opmaking van het proces-verbaal aanwezig te zijn, en, kan ervoor verkiezen het onmiddellijk]1 te tekenen en er dadelijk een afschrift van te ontvangen; in geval van afwezigheid wordt een afschrift van het proces-verbaal bij een ter post aangetekende brief aan de bekeurde gezonden.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 280, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 272.De processen-verbaal van de ambtenaren, wegens hun handelingen en ambtsverrichtingen, verdienen volle geloof in rechten, totdat de valsheid daarvan bewezen wordt. De onnauwkeurigheden, welke geen betrekking hebben op de feiten maar alleen op de toepassing van de wet, zullen aan het proces-verbaal [1 zijn]1 kracht niet ontnemen, doch, bij het exploot van dagvaarding, moeten worden hersteld. Slechts dan, wanneer het proces-verbaal door één ambtenaar is opgemaakt, zal het op zichzelf geen bewijs opleveren.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 281, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 273.§ 1. [1 Indien de ambtenaren goederen in beslag nemen]1, zullen zij deze naar het naaste kantoor brengen, om aldaar ten overstaan van de [3 ambtenaar met ten minste een titel van attaché aangeduid door de administrateur-generaal van de douane en accijnzen]3 en van de belanghebbende, indien hij bij de goederen [1 aanwezig is, en wil blijven, volgens de uitnodiging, die hem werd overhandigd en waarvan melding moet worden gemaakt in het proces-verbaal]1, geopend, gewogen, gemeten, geroeid of geteld en geïnventariseerd te worden.
  § 2. [2 De administratie is bevoegd, de in beslaggenomen goederen vervolgens naar de hoofdplaats der directie, waarin de in beslagname is geschied, te doen overbrengen, en in geval van verkoop, deze te doen geschieden op de plaats waar zij dit het meest voordelig oordeelt.]2.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 282, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 283, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (3)<W 2016-04-27/04, art. 156, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>

  Art. 274.Alleen die goederen, [1 vervoermiddelen, werktuigen, gereedschappen of andere voorwerpen, waarmee een misdrijf is gepleegd en waarop, naar aanleiding van artikel 253, enige straf of recht van verhaal kleeft, zullen in beslag genomen worden]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 284, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 275.§ 1. Indien de bekeurde zulks begeert, zullen de [1 in beslag genomen]1 goederen, benevens [1 de vervoermiddelen]1 tegen voldoende borgtocht, voor de tussen de ontvanger en belanghebbende overeengekomen waarde [1 ervan, of ten belope van de]1, verbeurde boete, worden vrijgegeven.
  § 2. Wanneer echter de [2 inbeslagname]2 geschied is op grond van enig verbod van invoer, zal geen handlichting van de ten invoer verboden goederen mogen plaats hebben.
  § 3.[3 De handlichting zal ook kunnen worden geweigerd wanneer de inbeslagname is geschied wegens verkeerde aangifte van de soort van de goederen, en men, door middel van monsters of stalen, de zaak tot de beslissing niet behoorlijk in haar geheel kan houden, alsmede wanneer de goederen zijn in beslag genomen ten nadele van onbekende personen, waardoor in het algemeen worden verstaan deze, die zich buiten het geval stellen van in de processen-verbaal van inbeslagname genoemd te worden.]3
  § 4. Indien geen handlichting tegen borgtocht is verleend, zullen de goederen onder beheer van de administratie blijven, totdat, overeenkomstig de wet, over [4 deze]4 voorlopig of definitief zal kunnen beschikt worden.
  § 5. [Bij handlichting onder borgtocht van naar de waarde belaste goederen dient de overeengekomen waarde tevens voor het berekenen van de opgelopen boete.] <W 1989-12-22/30, art. 104>
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 285, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 286, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (3)<W 2014-05-12/17, art. 287, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (4)<W 2014-05-12/17, art. 288, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 276.§ 1. [1 In beslag genomen goederen]1 zullen niet kunnen worden verkocht voordat het vonnis tot verbeurdverklaring gewezen zal zijn. Nochtans zal [5 de ambtenaar met ten minste een titel van attaché aangeduid door de administrateur-generaal van de douane en accijnzen]5 al de [1 in beslag genomen koopwaren]1, welke na enkele tijd zouden kunnen bederven, onmiddellijk verkopen.
  § 2. De verkoop van paarden en allerlei vee zal, op autorisatie van [5 de ambtenaar met ten minste een titel van attaché aangeduid door de administrateur-generaal van de douane en accijnzen]5, ter plaats waar ze zijn overgebracht dadelijk kunnen worden bewerkstelligd, wanneer ze zijn [2 in beslag genomen van]2 op onbekenden, of ook wanneer de bekeurde weigeren mocht borg te stellen, voor de kosten van onderhoud, totdat de [2 inbeslagname]2 finaal zal zijn afgedaan, welke weigering door een behoorlijk proces-verbaal zal moeten worden geconstateerd.
  § 3. [5 De ambtenaar met ten minste een titel van attaché aangeduid door de administrateur-generaal van de douane en accijnzen]5 die, in strijd met bovenstaande bepalingen, tot de verkoop overgaat, zal persoonlijk aansprakelijk zijn voor de gevolgen van dien.
  § 4. Alle verkoop van [3 in beslag genomen]3 goederen moet in het openbaar aan de meestbiedende geschieden.
  § 5. [4 Wanneer na de verkoop van goederen, waarvan de verbeurdverklaring nog niet was uitgesproken, de inbeslagname in rechte wordt vernietigd, en de verkoop is geschied met inachtneming van de bovengemelde voorschriften, zal de bekeurde de opbrengst van de verkoop moeten beschouwen, als vertegenwoordigend de volle waarde, welke de goederen op het tijdstip van de verkoping hadden.]4
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 289, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 290, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (3)<W 2014-05-12/17, art. 291, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (4)<W 2014-05-12/17, art. 292, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (5)<W 2016-04-27/04, art. 157, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>

  Art. 277.§ 1. [1 Inbeslagname]1 van goederen ten laste van onbekenden zal geldig zijn zonder vonnis indien, binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen van het afsluiten van het proces-verbaal, de eigenaar [1 van de goederen ze niet per aangetekende brief heeft teruggevorderd van de [2 adviseur-generaal die aangewezen is voor de administratie bevoegd voor de geschillen]2 in wiens gebied de inbeslagname plaats heeft gehad]1.
  § 2. [1 Zullen eveneens geldig zijn de regelmatig gedane inbeslagnames ten laste van gekende personen, voor zover de waarde van de koopwaar]1 geen [250 EUR] te boven gaat en de administratie tegen de eigenaar geen toepassing vordert van een gevangenisstraf of van een boete. <KB 2000-07-20/64, art. 2, 15, Inwerkingtreding : 01-01-2002, zelf gewijzigd bij KB 2001-07-13/50, art. 42, 5°, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 293, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2016-04-27/04, art. 158, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>

  Art. 278.[1 De vergoeding voor schade, veroorzaakt door verkeerde inbeslagnames]1 waarop de eigenaar of belanghebbende bij de goederen aanspraak zouden kunnen maken, zal nimmer door de rechters worden toegewezen tot een hoger beloop dan één ten honderd van de waarde [1 van de in beslag genomen goederen per maand, te berekenen van de dag van de inbeslagname tot op die van de teruggave]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 294, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 279. Ten aanzien van de vervolging en berechting van alle zaken, betreffende de douane en accijnzen, zullen worden in acht genomen de bepalingen in de artikelen 280 tot 285 vermeld.

  Art. 280. Alle louter civiele zaken, welke niet gepaard gaan met een vordering tot gevangenisstraf, geldboete of verbeurdverklaring worden berecht volgens de regels door het Gerechtelijk Wetboek voorgeschreven inzake bevoegdheid en rechtspleging.

  Art. 281.§ 1. Alle vorderingen wegens overtredingen, fraudes en misdrijven, waartegen bij de wetten inzake douane en accijnzen, straffen zijn bepaald, zullen in eerste aanleg worden gebracht voor de correctionele rechtbanken, en, in geval van hoger beroep, voor het hof van beroep van het rechtsgebied, ten einde te worden geïnstrueerd en berecht overeenkomstig het wetboek van Strafvordering.
  § 2. [1 Alle]1 bovengemelde vorderingen, welke strekken tot toepassing van boeten, verbeurdverklaringen of het sluiten van fabrieken of werkplaatsen, zullen voor dezelfde rechtbanken worden aangelegd en vervolgd, door of in naam van de administratie; echter zullen [1 deze]1 daarin geen recht spreken, dan na de conclusies van het openbaar ministerie te hebben gehoord. Evenwel mag, op schriftelijk [1 verzoek]1 hem daartoe gedaan door een ambtenaar van [4 de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen]4 met minstens de graad van [3 adviseur-generaal die aangewezen is voor de administratie bevoegd voor de geschillen]3, het openbaar ministerie de onderzoeksrechter vorderen te informeren, alhoewel de uitoefening van de publieke vordering voor het overige aan de administratie voorbehouden blijft.
  § 3. In die gevallen, dat uit dezelfde daad van overtreding [2 van de voormelde wetten]2 twee verschillende vorderingen voortspruiten, waarvan de ene door het openbaar ministerie en de andere door of namens de administratie moet worden ingesteld, zullen beide vorderingen gelijktijdig worden geïnstrueerd [2 en bij één en hetzelfde vonnis]2 worden rechtgesproken; in dat geval zal door het openbaar ministerie niet worden geageerd, alvorens de administratie van hare zijde aanklacht heeft gedaan of de vordering ingesteld.
  [5 § 4. Bij het opsporen van de misdaden en wanbedrijven bedoeld in artikel 8, § 1, 5°, van de wet van 25 december 2016 betreffende de verwerking van passagiersgegevens, kan de adviseur-generaal die aangewezen is voor het departement geschillen, bij een schriftelijke en met redenen omklede beslissing, de ambtenaar der douane en accijnzen opdragen de PIE te vorderen tot het meedelen van de passagiersgegevens overeenkomstig artikel 27 van de wet van 25 december 2016 betreffende de verwerking van passagiersgegevens.De motivering weerspiegelt de proportionaliteit met inachtneming van de bescherming van persoonsgegevens en de subsidiariteit ten opzichte van elke andere onderzoeksdaad.
   De motivering van de beslissing weerspiegelt de proportionaliteit met inachtneming van de bescherming van persoonsgegevens en de subsidiariteit ten opzichte van elke andere onderzoeksdaad.
   De beslissing en de motivering ervan worden aan het Controleorgaan op de politionele informatie bedoeld in artikel 71 van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens ter kennis gebracht.
   Het Controleorgaan op de politionele informatie verbiedt de adviseur-generaal die aangewezen is voor het departement geschillen om gebruik te maken van de gegevens die verzameld werden in omstandigheden die niet aan de wettelijke voorwaarden voldoen.]5
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 295, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 296, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (3)<W 2016-04-27/04, art. 159, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>
  (4)<W 2014-04-25/36, art. 95, 008; Inwerkingtreding : 16-05-2014>
  (5)<W 2019-05-02/32, art. 12, 013; Inwerkingtreding : 03-06-2019>

  Art. 281/2. <Ingevoegd bij W 2009-12-21/13, art. 37> De bepalingen van het Eerste Boek van het Strafwetboek, met inbegrip van artikel 85 doch met uitzondering van artikel 68, zijn van toepassing op de misdrijven strafbaar gesteld bij deze wet en de bijzondere wetten inzake douane en accijnzen.

  Art. 282. Alle misdrijven of misdaden die, hoewel bedreven met betrekking tot de douane en accijnzen, echter bij het Strafwetboek voorzien en strafbaar zijn gesteld, zullen op de gewone wijze worden vervolgd en berecht, overeenkomstig de bestaande algemene wetten op het strafrecht.

  Art. 283. Wanneer de overtredingen, fraudes, misdrijven of misdaden, in de artikelen 281 en 282 bedoeld, onverminderd de strafvordering, tevens tot betaling van rechten of accijnzen, en alzo tot een civiele actie aanleiding geven, zal de kennisneming en berechting daarvan in beide opzichten tot de bevoegde criminele of correctionele rechter behoren.

  Art. 284. In de gevallen waarin, volgens de bestaande wetten, voorziening in cassatie kan plaats hebben, zal, dienovereenkomstig, ook van dit middel in zaken betreffende douane en accijnzen, gebruik kunnen worden gemaakt.

  Art. 285. De door de rechtbanken en hoven uitgesproken boeten in politiezaken, in correctionele zaken en in criminele zaken zijn aan teruggave onderworpen wanneer kwijtschelding wordt verleend na betaling, voor zover de veroordeelde zijn genade vraagt binnen de twee maanden van het vonnis of het arrest, als het tegensprekelijk is, of na de betekening, als het bij verstek is uitgesproken.

  HOOFDSTUK XXVI. - Borgtochten, kredieten en betalingen.

  Art. 286. Alle borgtochten, welke bij de wetten van de invoerders of andere belastingschuldigen worden gevorderd, zullen worden gesteld ten genoegen van de ontvanger, die voor het bedrag van de borgtocht verantwoordelijk blijft.

  Art. 287.[1 De borgtocht kan op vier manieren gesteld worden]1 :
  1° in geld;
  2° [in [1 onroerende]1 goederen;] <W 1978-07-06/, art. 3, 4°; Inwerkingtreding : 22-08-1978>
  3° [in inschrijving in het grootboek der Staatsschuld;] <W 1978-07-06/30, art. 3, 4°; Inwerkingtreding : 22-08-1978>
  4° door het stellen van personele borgtocht.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 297, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 288.§ 1. De eerste en vierde van deze soorten alleen komen in aanmerking, wanneer de borgtocht wordt gevorderd voor de prestatie van een bepaalde daad, als : [1 bij invoer via het land voor de levering van de goederen op de losplaats]1 of in entrepot, bij doorvoer voor de wederuitvoer, bij binnenlands vervoer van accijnsvrije goederen voor de aankomst ter bestemmingsplaats en dergelijke; alle welke borgtochten mede invorderbaar blijven omtrent dat [1 gedeelte van de goederen]1, hetwelk minder mocht worden geleverd, weder uitgevoerd of aangebracht dan op de documentn is uitgedrukt.
  § 2. Alle vier soorten van borgtochten kunnen in aanmerking komen bij een borgtocht voor krediettermijnen, of voor goederen, voor [2 welke]2 accijns een doorlopend krediet wordt verleend, of eindelijk voor een gecontinueerd bedrijf of beroep.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 298, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 299, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 289.In de gevallen bij artikel 288, § 1, omschreven, zal de borgtocht in geld, bestaan in een [1 consignatie van contant geld]1, welke verschuldigd zouden kunnen worden [1 op het kantoor]1 van de ontvanger, alwaar de borgtocht moet worden gesteld; de aanvaarding van de personele borgtocht, [1 indien]1 de belanghebbende deze verkiest, wordt geheel en uitsluitend aan de beslissing van de ontvanger overgelaten.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 300, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 290.In het geval van een doorlopende borgtocht, zal het bedrag van de borgtocht in geld, [1 indien]1 de belanghebbende zulks verkiest, in de Deposito- en Consignatiekas worden gestort, met genot van een interest vastgesteld door de begrotingswet.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 301, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 291.Met betrekking tot de borgtocht in onroerende goederen, moet worden in acht genomen :
  1° dat de goederen of eigendommen binnen het Rijk zijn gelegen;
  2° dat hun waarde behoorlijk zij bewezen, en dat zij de gevorderde zekerheid met tien ten honderd te boven gaat;
  3° dat de goederen vrij en onbezwaard zijn, tenzij een afwijking hiervan door de administratie in bijzondere gevallen mocht zijn veroorloofd;
  4° dat de gebouwde eigendommen voor brandschade worden verzekerd;
  5° dat de borgtocht bij de vermindering in de waarde [1 van de eigendommen wordt]1 gesuppleerd.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 302, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 292. § 1. Wanneer de borgtocht bestaat in inschrijvingen op het grootboek van de Staat, zullen deze verbonden worden op de voet, bij de directie van het grootboek voorgeschreven, en worden aangenomen naar de waarde, bij de prijscourant voor het successierecht, maandelijks bekendgemaakt; met dien verstande, dat evengemelde waarde, het bedrag van de borgtocht, met twintig ten honderd zal moeten te boven gaan, en worden gesuppleerd, zodra dit surplus door een daling van de prijs der inschrijvingen, beneden de tien ten honderd boven het bedrag van de borgtocht mocht zijn gekomen.
  § 2. Bijaldien deze suppletie niet gegeven wordt, binnen acht dagen nadat zij gevorderd zal zijn, is de administratie bevoegd om de inschrijvingen te doen verkopen.

  Art. 293. [Opgeheven] <W 1978-07-06/30, art. 4, 42°; Inwerkingtreding : 22-08-1978>

  Art. 294.Bij personele borgtochten, voor zover deze meer dan [300 EUR] bedragen en niet vallen in de uitzondering van artikel 288, § 1, wordt gevorderd : <KB 2000-07-20/64, art. 2, 15, Inwerkingtreding : 01-01-2002, zelf gewijzigd bij KB 2001-07-13/50, art. 42, 5°, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  1° dat zij notarieel worden gepasseerd;
  2° dat de borg [1 gedomicilieerd is]1 in de provincie, waar de borgtocht moet worden gesteld;
  3° [2 dat de borg geen ambt bekleedt of bedrijf uitoefent, waarvoor hij zelf rekenplichtig aan het Rijk is, of hiermee een openstaande rekening heeft;]2
  4° dat de borg solvabel verklaard [3 wordt door de akte van het plaatselijk bestuur, dat]3 om de drie jaren zal moeten, en zelfs, op de vordering van de ontvanger, alle jaren kunnen vernieuwd worden;
  5° dat de borgtocht niet dan schriftelijk zal kunnen worden opgezegd, en de opzegging geen [4 kracht heeft dan één maand na de betekening van de hiertoe strekkende akte]4;
  6° dat in geval van overlijden van de borg, de borgtocht blijft voortlopen tot het einde [5 van de dertig dagen, volgende op de dag waarop de erfgenamen van de borg van dit overlijden]5 zullen hebben kennis gegeven aan de ontvanger.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 303, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 304, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (3)<W 2014-05-12/17, art. 305, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (4)<W 2014-05-12/17, art. 306, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (5)<W 2014-05-12/17, art. 307, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 295.Tot maatstaf van het bedrag [1 van de]1 borgtochten wordt genomen het volle beloop [1 van de]1 som, voor welke de zekerheid wordt gesteld, en niet enkel het principaal.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 308, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 296. De borgtochten, ten behoeve van de administratie te stellen, zijn vrij van het registratierecht.

  Art. 297.[1 Indien bij een borgtocht in onroerende goederen, in inschrijvingen op het grootboek, tussen de ontvanger en de belastingplichtigen over de genoegzaamheid daarvan, of in het geval van personele borgtocht, over de aard van het bewijs van de solvabiliteit, geschil mocht ontstaan, zal de zaak aan de beslissing van de administratie worden onderworpen, en de ontvanger, indien deze beslissing ten voordele van de borgschuldige mocht uitvallen, voor alle verdere verantwoording gedekt zijn, voor zover hij voor het overige gezorgd heeft]1, dat de vervolgingen tegen de belastingplichtigen en hun borgen naar behoren zijn aangevangen en voortgezet. <W 1978-07-06/30, art. 3, 5°; Inwerkingtreding : 22-08-1978>
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 309, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 298.§ 1. Indien een onder borgtocht afgegeven document of het [1 uittreksel]1 daarvan in het geval van artikel 69, niet binnen zes weken na de tijd, [1 die voorzien is voor het gebruik ervan, op het kantoor]1 van uitgifte is teruggekomen, voorzien van de vereiste aftekeningen, dat aan de inhoud is voldaan, zal de [2 ambtenaar met ten minste een titel van attaché aangeduid door de administrateur-generaal van de douane en accijnzen]2 tot de invordering van het [1 bedrag van de rechten]1 en accijnzen overgaan.
  § 2. Dit tijdsverloop van zes weken wordt niet in aanmerking genomen en de invordering zal vroeger gedaan worden, indien voor de onderhavige gevallen, bij de bijzondere wetten, een korter tijdsverloop wordt bepaald.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 310, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2016-04-27/04, art. 160, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>

  Art. 299. [opgeheven] <W 1989-12-22/30, art. 106>

  Art. 300. De Minister van Financiën kan, onder voorwaarden die hij bepaalt, termijnen toestaan voor de betaling van de accijnzen.

  Art. 301.Particuliere kredieten, ongeautoriseerd aan belastingschuldigen verleend, of betalingen buiten de kantoren of aan ongekwalificeerde ambtenaren gedaan, zullen niet in aanmerking komen, evenmin als de voorgewende vernietiging of het [1 verloren raken van de]1 bewijzen van betaling.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 311, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 302.Voor degenen, aan wie krediet van accijns is toegestaan, zal [1 op het kantoor van de ontvanger, waar]1 borgtocht gesteld is, een rekening wegens in- en uitslag worden geopend, hetzij voor elke partij, hetzij in het algemeen voor zijn rekening van een gans jaar, nadat hij zich schriftelijk verbonden heeft tot de voldoening van de accijns van de goederen, [1 die]1 op zijn rekening worden overgebracht.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 312, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 303.§ 1. Wanneer de van krediet op termijnen genothebbende personen de goederen, [1 waarvoor zij accijns]1 zij zijn gedebiteerd, aan anderen, welke toegelaten kunnen worden om krediet omtrent diezelfde goederen te genieten, willen afleveren, met overdracht van de accijns of van zodanige gedeelten en termijnen daarvan, als zij mochten verkiezen, [1 zal hen dit vrij staan]1, mits zij zich gedragen naar hetgeen [1 hiervoor]1 bij de afzonderlijke wetten is bepaald.
  § 2. [2 De nieuwe verkrijger zal aangifte voor de overschrijving doen, op de plaats waar hij er voor moet gedebiteerd worden. Na het stellen van de vereiste borgtocht en het op zich nemen van de verplichtingen, die op de vorige debiteur rusten, zal hij hiervan een bewijs verkrijgen, dat, bekrachtigd met de handtekening van de afleveraar, zal moeten vertoond worden aan de ontvanger, op wiens kantoor de afschrijving van de accijns zal plaats hebben.]2
  § 3. Nadat het dubbel van dit bewijs aan de ontvanger, [3 op wiens kantoor]3 de afschrijving geschieden moet, door zijn [4 adviseur-generaal aangeduid door de administrateur-generaal van de douane en accijnzen]4 zal zijn toegezonden, zal de afleveraar afschrijving van de accijns bekomen.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 313, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 314, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (3)<W 2014-05-12/17, art. 315, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (4)<W 2016-04-27/04, art. 161, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>

  Art. 304.De overschrijving van het krediet op termijnen, waarvan in artikel 303 wordt gesproken, zal zo dikwijls mogen plaats hebben, als de debiteur zal verkiezen, [1 voor zover voor sommige van zijn goederen]1 bij de afzonderlijke wetten geen andere bepalingen bestaan.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 316, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 305.(NOTA : beperking van toepassing bij arrest van het Arbitragehof nr. 105/99, 6 oktober 1999, B.S., 29 december 1999) Het vermissen, verongelukken, verbranden, ontvreemden of op enige andere wijze teloor gaan van goederen, [1 waarvoor de accijns wel verschuldigd, doch niet is betaald, zal men van de betaling niet bevrijd zijn, tenzij dit door de wet speciaal mocht zijn bepaald, of in zeer bijzondere gevallen mocht worden toegestaan]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 317, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 306. <W 1993-12-27/47, art. 46, Inwerkingtreding : 01-01-1994> Kwijtschelding van accijnzen wordt door de Minister van Financiën of door zijn afgevaardigde verleend voor goederen, die onder douane- of accijnstoezicht zijn opgeslagen of onder douane- of accijnstoezicht worden vervoerd, en die door oorzaken die verband houden met hun aard of ingevolge toeval of overmacht of nog als gevolg van een beslissing van de bevoegde autoriteiten zijn vernietigd of zijn teloorgegaan.

  Art. 307. Alle personen die wegens de accijns een openstaande rekening met de administratie hebben, en die het Rijk metterwoon zouden willen verlaten, zullen verplicht zijn, vooraf te liquideren en alle onaangezuiverde kredieten te voldoen; bij gebreke daarvan zullen hun goederen in beslag genomen kunnen worden, totdat zij aan hun verplichting hebben voldaan.

  Art. 308.§ 1. Zij die, zonder het Rijk te verlaten, van woonplaats zullen veranderen, of het bedrijf, [1 waarvoor]1 zij een openstaande rekening met de administratie hebben, hetzij op termijnen van krediet, hetzij voor een lopend krediet, naar elders zullen overbrengen, zullen verplicht zijn, hun rekening te liquideren met de ontvanger op de plaats, [1 die zij verlaten]1 en waar zij die openstaande rekening hebben. Voormelde rekening zal nochtans overgeschreven kunnen worden ten kantore van ontvangst der plaats, waar zij zich zullen vestigen, of waar zij hun bedrijf overbrengen, mits zij zich gedragen naar hetgeen bij de bijzondere wetten is voorgeschreven, ten aanzien van de verkoop met overschrijving van de accijns of van het doorlopend krediet.
  § 2. [2 Indien zij mochten verzuimen op die wijze te liquideren, zullen zij op hun nieuwe woonplaats, of op de plaats]2 waar zij hun bedrijf hebben overgebracht, worden verplicht tot de betaling ineens van al de op hun rekening gebrachte en nog onvoldane termijnen van krediet, alsmede van de accijns, wegens al de goederen waarvoor zij een doorlopend krediet genoten.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 318, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 319, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 309.[1 De belastingschuldigen, die het genot hebben van krediet op termijnen, en die verzuimen een termijn van krediet op de vervaltijd te voldoen, ten gevolge een waarschuwing die hun zal zijn gedaan, zal het genot van krediet ontnomen worden, en de ontvangers zullen verplicht zijn om de gezegde belastingschuldigen bij parate executie te verplichten tot de betaling, zowel]1 van de vervallen en onvoldane termijn, als van die, welke op hun rekening nog niet vervallen zijn.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 320, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 310. Het ganse bedrag der rekeningen van krediet op termijnen, zal insgelijks in eenmaal kunnen worden ingevorderd, zodra een belastingschuldige in staat van faillissement komt [...]. <W 1997-08-08/80, art. 138, Inwerkingtreding : 01-01-1998>

  Art. 311.§ 1. Bij laattijdige betaling van invoerrechten, van accijnzen of van andere belastingen die worden ingevorderd door [1 de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen]1, is interest verschuldigd tegen [9,60%] per jaar. <W 1988-12-30/31, art. 193, 1°>
  Die interest is niet verschuldigd indien het bedrag geen [3,75 EUR] beloopt. <KB 2000-07-20/64, art. 2, 15, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  § 2. [De Koning kan, wanneer zulks ingevolge de op de geldmarkt toegepaste rentevoeten verantwoord is dit tarief aanpassen.] <W 1988-12-30/31, art. 193, 2°>
  ----------
  (1)<W 2014-04-25/36, art. 95, 008; Inwerkingtreding : 16-05-2014>

  Art. 312.<KB 2001-07-13/50, art. 14, Inwerkingtreding : 01-01-2002> Wanneer de te vereffenen sommen, de te verrichten aan- of afschrijvingen of de te verlenen terugbetalingen inzake accijnzen, taksen, boeten, nalatigheidsinteresten of [1 enige]1 andere belasting of retributie waarvan de inning, voor rekening van de Staat, is toevertrouwd aan [2 de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen]2, een fractie van een cent behelst, dan wordt het bedrag, voor elke aanslag, betaling, aanschrijving, afschrijving of terugbetaling op de cent naar boven of naar beneden afgerond, al naargelang de fractie 0,5 cent bereikt of niet.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 321, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-04-25/36, art. 95, 008; Inwerkingtreding : 16-05-2014>

  Art. 312bis.<Ingevoegd bij W 2008-12-22/32, art. 195> Elk bedrag aan rechten, accijnzen of daarmede gelijkgestelde belastingen dat aan een belastingschuldige moet worden teruggegeven of betaald krachtens de wetgeving inzake douane en accijnzen of krachtens de bepalingen van het burgerlijk recht met betrekking tot de onverschuldigde betaling, kan door de [1 ontvanger]1 zonder formaliteit worden toegerekend op door deze schuldenaar definitief verschuldigde rechten, accijnzen en daarmede gelijkgestelde belastingen of op elke andere definitief verschuldigde som die deze persoon moet betalen ingevolge de toepassing van de wetgeving inzake douane en accijnzen.
  ----------
  (1)<W 2016-04-27/04, art. 162, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>

  HOOFDSTUK XXVII. - [Dadelijke uitwinning, voorrecht en wettelijke hypotheek.] <W 1989-12-22/30, art. 108>

  Art. 313.§ 1. [[De ontvangers hebben, namens de administratie:
  1° het recht van dadelijke uitwinning;
  2° een voorrecht op de roerende goederen van degenen die rechten 3[...] of accijnzen verschuldigd zijn; dat voorrecht neemt rang onmiddellijk na de voorrechten vermeld in de artikelen 19 en 20 van de wet van 16 december 1851 tot herziening van de rechtsregeling der hypotheken en in artikel 23 van Boek II van het Wetboek van Koophandel;
  3° een wettelijke hypotheek op alle onroerende goederen van degenen die rechten [...] of accijnzen verschuldigd zijn. <W 1993-12-27/47, art. 48, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
  Dat recht, dat voorrecht en die hypotheek zijn ingesteld voor het betalen van de rechten 3[...], de accijnzen en de eventueel verschuldigde verwijlinteresten, voor de kosten van opslag, bewaring en verificatie van de aan de rechten onderworpen goederen, alsook voor de kosten voor het invorderen van de aan de administratie verschuldigde sommen.] <W 1989-12-22/30, art. 109, 1°>
  § 2. De wettelijke hypotheek zal kosteloos worden ingeschreven door de [3 Algemene Administratie van de patrimoniumdocumentatie]3, met inachtneming der formaliteiten, in artikel 89 van de wet van 16 december 1851 vermeld. Voor zover echter de debiteuren [1 hun verschuldigdheden]1 hebben gewaarborgd, [...] door een borgtocht in geld, in onroerende goederen of in inschrijvingen in het grootboek, zullen voorrecht en wettelijke hypotheek niet toepasselijk zijn, en zal daarvan op hun verzoek bewijs worden afgegeven. [1 Dit onverminderd is de administratie boven alle andere crediteuren bevoorrecht, op de goederen, welke op naam van de debiteur in entrepot zijn]1. <W 1978-07-06/30, art. 3, 6°; Inwerkingtreding : 22-08-1978>
  § 3. [2 Onder het voorrecht van de administratie op de roerende goederen, zijn begrepen alle werktuigen en gereedschappen, welke in de fabrieken van de belastingschuldigen gevonden worden, zonder onderscheid, aan wie deze goederen in eigendom toebehoren, en zodat de ten uitvoering zal plaatshebben zoals voor roerende goederen zijn.]2
  § 4. [...] <W 2000-06-30/38, art. 3, Inwerkingtreding : 12-08-2000>
  § 5. [...] <W 2000-06-30/38, art. 3, Inwerkingtreding : 12-08-2000>
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 322, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 323, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (3)<W 2018-07-11/07, art. 114, 011; Inwerkingtreding : 30-07-2018>

  Art. 314.§ 1. [Dadelijke uitwinning geschiedt door middel van een dwangbevel, uitgevaardigd door de met de invordering belaste ontvanger. Het dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de [1 adviseur-generaal die aangewezen is voor de administratie bevoegd voor de geschillen]1 of door de door hem aangewezen ambtenaar.] <W 1993-12-27/47, art. 49, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
  § 2. [De kennisgeving van het dwangbevel gebeurt door de ambtenaren van [2 de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen]2 of bij een ter post aangetekende brief. De afgifte van het stuk door de ambtenaren of ter post geldt als kennisgeving vanaf de daaropvolgende dag.] <W 1993-12-27/47, art. 49, Inwerkingtreding : 01-01-1994>
  § 3. [Als van het dwangbevel eenmaal kennis is gegeven, kan de dadelijke uitwinning alleen worden opgeschort door een vordering in rechte.] <W 2000-06-30/38, art. 4, Inwerkingtreding : 12-08-2000>
  § 4. [In geval van beroep tegen het vonnis dat de door de schuldenaar ingestelde eis heeft verworpen, kan de [1 ontvanger]1, gelet op de concrete gegevens van het dossier, met inbegrip van de financiële toestand van de schuldenaar, deze laatste kennis geven bij een ter post aangetekende brief van een verzoek tot het in consignatie geven van het geheel of een gedeelte van de verschuldigde bedragen. Aan de schuldenaar kan worden toegestaan dat die consignatie wordt vervangen door een zakelijke of persoonlijke zekerheid die wordt aangenomen door [2 de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen]2.
  De gevorderde bedragen dienen in consignatie te worden gegeven of de zekerheid dient te worden gesteld binnen twee maanden vanaf de kennisgeving.
  Bij gebreke van het in consignatie geven van de bedragen of het stellen van de zekerheid binnen de bepaalde termijn, dient de rechtsinstantie waarbij de voorziening is aanhangig gemaakt, binnen drie maanden te rekenen vanaf het verstrijken van die termijn, de voorziening niet-ontvankelijk te verklaren, tenzij zij, op grond van een met redenen omkleed verzoekschrift ingediend door de schuldenaar binnen twee maanden vanaf de kennisgeving bedoeld in het eerste lid van deze paragraaf, besluit, binnen dezelfde termijn van drie maanden, dat het door de met de invordering belaste ambtenaar gedane verzoek ongegrond is.] <W 2000-06-30/38, art. 4, Inwerkingtreding : 12-08-2000>
  § 5. Het dwangbevel wordt ten uitvoer gelegd overeenkomstig de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek inzake middelen van tenuitvoerlegging.
  ----------
  (1)<W 2016-04-27/04, art. 163, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>
  (2)<W 2014-04-25/36, art. 95, 008; Inwerkingtreding : 16-05-2014>

  Art. 315.§ 1. De [3 adviseur-generaal die aangewezen is voor de administratie bevoegd voor de geschillen]3 kan, krachtens de machtiging van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg en tot beloop van het door deze magistraat bepaald bedrag, hypoteekinschrijvingen vorderen [1 op de onroerende goederen van elke persoon lastens wie]1 een regelmatig proces-verbaal werd opgemaakt als dader, mededader of medeplichtige van een misdrijf inzake douane of accijnzen.
  § 2. De machtiging tot het vorderen van de inschrijving kan worden verleend tot beloop van het bedrag [2 van de]2 ontdoken rechten en taksen, [2 van de]2 opgelopen boeten en verbeurdverklaringen voor zover het totaal daarvan ten minste [250 EUR] bedraagt. <KB 2000-07-20/64, art. 2, 15, Inwerkingtreding : 01-01-2002, zelf gewijzigd bij KB 2001-07-13/50, art. 42, 5°, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 325, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 326, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (3)<W 2016-04-27/04, art. 164, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>

  Art. 316.§ 1. De hypotheken bedoeld in artikel 315 worden van kracht en nemen rang met de datum [1 van hun]1 inschrijving.
  § 2. De inschrijvingen vermelden inzonderheid elk [2 onroerende]2 goed en drukken de bedragen uit waarvoor zij worden gevorderd.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 327, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 328, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 317.Het verzoekschrift voor de doeleinden in artikel 315 voorzien, wordt aangebracht vóór de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van de plaats [1 van de]1 overtreding.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 329, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 318.§ 1. De eigenaar van de met hypotheek bezwaarde [1 onroerende]1 goederen mag vragen dat de hypotheek, bij toepassing van artikel 315 ingeschreven, worde afgevoerd of verminderd tot de bedragen of de waarden die de administratie te vorderen heeft en beperkt tot de [1 onroerende]1 goederen die volstaan om de invordering te waarborgen.
  § 2. De aanvraag wordt aangebracht vóór de rechtbank van eerste aanleg van de plaats [2 van de]2 overtreding.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 330, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 331, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 319.Opheffing moet worden verleend door de [2 adviseur-generaal die aangewezen is voor de administratie bevoegd voor de geschillen]2, op verzoek van de eigenaar [1 van de met hypotheek bezwaarde onroerende goederen]1, betekend bij ter post aangetekend schrijven, zo het proces-verbaal geen aanleiding tot vervolging binnen drie maand na zijn datum heeft gegeven.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 332, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2016-04-27/04, art. 165, 006; Inwerkingtreding : 16-05-2016>

  Art. 319bis.[1 § 1. [2 De adviseurs belast met de invordering inzake douane en accijnzen]2 kunnen teneinde de verschuldigde belasting in te vorderen de in artikel 322, § 3, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bedoelde beschikbare gegevens opvragen bij het centraal aanspreekpunt van de Nationale Bank van België zonder de beperkingen van artikel 322, §§ 2 tot 4, van hetzelfde Wetboek. De machtiging hiertoe wordt verleend door een ambtenaar met minimum de graad van adviseur-generaal.
   § 2. Dezelfde regeling wordt voorzien voor de regionale en centrale diensten bevoegd voor de invordering van douane- en accijnsschulden. Deze machtiging wordt verleend door een ambtenaar met minimum de graad van adviseur-generaal bevoegd voor de Administratie Geschillen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2016-07-01/01, art. 70, 007; Inwerkingtreding : 14-07-2016>
  (2)<W 2018-07-08/03, art. 18, 010; Inwerkingtreding : 26-07-2018>

  HOOFDSTUK XXVIII. - Plichten en rechten [1 van de]1 ambtenaren en hun bescherming.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 333, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 320.<W 1993-12-27/47, art. 50, Inwerkingtreding : 01-01-1994> Elke ambtenaar en elke persoon die, uit welken hoofde ook, optreedt bij de toepassing van de belastingwetten of die toegang heeft tot de kantoren van [2 de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen]2, is, buiten het uitoefenen van zijn ambt, verplicht tot de meest volstrekte geheimhouding aangaande alle zaken waarvan hij wegens de uitvoering van zijn opdracht kennis heeft.
  De ambtenaren der douane en accijnzen oefenen han ambt uit wanneer zij aan andere administratieve diensten van de Staat, aan de administraties van de Gemeenschappen en de Gewesten van de Belgische Staat, aan de parketten en de griffies van de hoven, van de rechtbanken en van alle rechtsmachten, en aan de openbare instellingen of inrichtingen inlichtingen verstrekken. De inlichtingen worden aan de bovengenoemde diensten verstrekt voor zover zij nodig zijn om de uitvoering van hun wettelijke of bestuursrechterlijke taken te verzekeren. Deze verstrekking moet gebeuren met inachtneming van de bepalingen van de ter zake door de [1 Europese Unie]1 uitgevaardigde reglementering.
  Personen die deel uitmaken van diensten waaraan [2 de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen]2 ingevolge het vorige lid inlichtingen van fiscale aard heeft verstrekt, zijn tot dezelfde geheimhouding verplicht en mogen de bekomen inlichtingen niet gebruiken buiten het kader van de wettelijke bepalingen voor de uitvoering waarvan zij zijn verstrekt.
  Onder openbare instellingen of inrichtingen dienen te worden verstaan, de instellingen, maatschappijen, verenigingen, inrichtingen en diensten welke de Staat mede beheert, waaraan de Staat een waarborg verstrekt, op de bedrijvigheid waarvan de Staat toezicht uitoefent of waarvan het bestuurspersoneel aangewezen wordt door de Regering, op haar voordracht of met haar goedkeuring.
  De ambtenaren der douane en accijnzen moeten in de uitoefening van hun ambt alle personen en in het bijzonder de uit het buitenland komende reizigers met voorkomendheid en spoed voorthelpen en hun de nodige informatie geven. Zij moeten er daarbij zorg voor dragen geen inzage te geven aan derden omtrent de zaken van de ene particulier tot de andere.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 334, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-04-25/36, art. 95, 008; Inwerkingtreding : 16-05-2014>

  Art. 321.De ambtenaren zullen zich moeten vergenoegen met de inkomsten, [1 die]1 voor hen zijn of zullen worden bepaald; zij mogen volstrekt niets meer ontvangen dan hun wettelijk is toegekend, ofschoon vrijwillig aangeboden en onder welk voorwendsel ook; [1 dit alles op de straffen, bij de wetten vastgesteld, onverminderd de administratieve maatregel]1, als naar de omstandigheden zal nodig worden gevonden.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 335, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 322.Wordt gestraft met een gevangenisstraf van twee tot vijf jaar en wordt daarenboven onbevoegd verklaard om ooit enig openbaar ambt uit te oefenen, de ambtenaar van [1 de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen]1 die, rechtstreeks of zijdelings, aan een smokkelfeit of smokkelpoging deelneemt, hetzij door de daders of medeplichtigen te helpen of bij te staan in de handelingen, die de smokkel hebben voorbereid, vergemakkelijkt of voltrokken, hetzij door met de daders of medeplichtigen overleg te plegen, hetzij door aanbiedingen of beloften te aanvaarden of door giften of geschenken te ontvangen, hetzij door de smokkel te laten geschieden indien hij zulks kon beletten, hetzij op elke ander wijze.
  ----------
  (1)<W 2014-04-25/36, art. 95, 008; Inwerkingtreding : 16-05-2014>

  Art. 323. § 1. Elke ambtenaar die om welke reden ook ontslag geeft of ontzet wordt, moet op zijn post blijven totdat zijn ontslag of zijn ontzetting hem door de administratie wordt aangezegd; alvorens de administratie te verlaten moet hij aan zijn onmiddellijke chef zijn aanstelling, wapens, knopen, kepie en andere kenmerken van uniform overhandigen.
  § 2. Evenwel wordt de prijs van zijn wapens, knopen, kepie en andere kenmerken ingeval ze zijn eigendom zijn, terugbetaald volgens de raming van de administratie.
  § 3. De ontslaggevende of ontzette ambtenaar, die het bepaalde in de eerste paragraaf van onderhavig artikel overtreedt, wordt gestraft met een gevangenisstraf van één maand.

  Art. 324. In alle zaken, betreffende douane en accijnzen, zullen e ambtenaren alle exploten en justitiële verrichtingen kunnen doen, welke anders gewoonlijk door gerechtsdeurwaarders geschieden.

  Art. 325.[1 De Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen]1 is gemachtigd, onder voorwaarde van wedekerigheid, aan de bevoegde autoriteiten van vreemde landen, alle inlichtingen, certificaten, processen-verbaal en andere documenten te verstrekken, ter voorkoming, ter opsporing en ter bestrijding van de inbreuken op de wetten en reglementen die toepasselijk zijn bij het binnenkomen of bij het uitgaan van hun grondgebied.
  ----------
  (1)<W 2014-04-25/36, art. 95, 008; Inwerkingtreding : 16-05-2014>

  Art. 326.Indien enig ambtenaar binnen de gemeente [1 waar hij is of mocht worden aangesteld, geen, of geen behoorlijke woning, tegen betaling van een redelijke huur, zou kunnen verkrijgen, zal hij aan de burgemeester zijn tussenkomst mogen vragen om een geschikte woning tegen een billijke huur te bekomen. De provinciegouverneurs zullen zorgen, dat aan dergelijke verzoeken door de burgemeester geredelijk wordt voldaan]1.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 336, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 327. Alle burgerlijke autoriteiten, alsmede en in het bijzonder de gewapende machten, benevens de officieren van justitie en politie, zullen de ambtenaren en bedienden der douane en accijnzen, in alle zaken, hun functies en de uitvoering der wetten, op dat stuk betreffend, op daartoe gedane aanvraag, de behulpzame hand bieden, beschermen en doen beschermen. Zij zullen aansprakelijk zijn wegens de schade, welke zij, door hun verzuim of ongegronde weigering van assistentie, mochten hebben veroorzaakt.

  Art. 328._ § 1. Zij die de ambtenaren in de uitoefening [1 van hun functie]1 aanranden, gewelddadigheden of feitelijkheden aandoen, hun weerstand bieden, of, wegens die uitoefening, molest of schade aan hun eigendommen toebrengen, zullen streng vervolgd en gestraft worden, overeenkomstig het Strafwetboek.
  § 2. Artikel 276 van het Strafwetboek is toepasselijk op smaad door woorden, gebaren of bedreigingen jegens de ambtenaren van [2 de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen]2 in de uitoefening of naar aanleiding van de uitoefening van hun functies.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 337, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-04-25/36, art. 95, 008; Inwerkingtreding : 16-05-2014>

  Art. 329.§ 1. Het weigeren van inzage, toegang, vistitatie, vertonen van documenten, of het anderszins verhinderen van werkzaamheden, welke de ambtenaren krachtens de wet verrichten, zal, onverminderd de voorziening tegen feitelijkheden of beledigingen, gestraft worden met een boete van ten minste [25 EUR], en ten hoogste [125 EUR]. <KB 2000-07-20/64, art. 2, 15, Inwerkingtreding : 01-01-2002, zelf gewijzigd bij KB 2001-07-13/50, art. 42, 5°, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  § 2. [1 De boete wordt vervijfvoudigd wanneer het verhinderen van ambtsverrichting gepleegd is door personen die vuurwapens, wapenstokken, knuppels of enig ander verboden wapen op opvallende wijze dragen of wel gemotoriseerde vervoermiddelen bezigen, of wel in een bende van minstens drie man zijn.]1
  § 3. [2 Onverminderd de door de daders opgelopen gemeenrechtelijke straffen, wordt ook een boete opgelopen tussen 125 eur en 625 eur wanneer het verhinderen van ambsverrichting met weerspannigheid of met mishandeling van de ambtenaren gepaard gaat.]2
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 338, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>
  (2)<W 2014-05-12/17, art. 339, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Art. 330.De straffen, vermeld in de artikelen 328 en 329 zullen worden toegepast, boven en behalve de boeten en verbeurdverklaringen wegens andere overtredingen, [1 waarmee]1 deze delicten mochten zijn vergezeld geweest.
  ----------
  (1)<W 2014-05-12/17, art. 340, 004; Inwerkingtreding : 01-07-2014>

  Bijlagen.

  Art. N1. I. Inhoudsopgave. (Bijlage niet opgenomen)

  Art. N2. II. Niet in de coördinatie opgenomen bepalingen.
  WET VAN 7 JUNI 1832.
  Art. 5. Deze wet zal in werking treden met ingang van 15 juli eerstkomende.
  WET VAN 6 APRIL 1843.
  Art. 2. de artikelen 157, 158, 159, 160 en 161 van vorenbedoelde algemene wet worden opgeheven.
  Art. 18. Artikel 205 van de algemene wet wordt opgeheven.
  Art. 36. Alle van kracht zijnde wettelijke bepalingen, welke niet speciaal bij deze wet zijn opgeheven, blijven behouden.
  WET VAN 6 AUGUSTUS 1849.
  Art. 36, pro parte. Blijven van kracht, de bepalingen :
  1° Van de algemene wet van 26 augustus 1822 (Staatsblad nr. 38); van de wet van 6 april 1843, op de beteugeling van de sluikhandel, en van 4 maart 1846, betreffende de entrepots, aan dewelke bij deze wet geen wijzigingen werden aangebracht.
  Art. 37. Nr. 11 van artikel 5 en hoofdstuk X van de algemene wet van 26 augustus 1822 (Staatsblad nr. 38), en de wet van 18 juni 1836 (Staatsblad nr. 325), zijn opgeheven.
  KONINKLIJK BESLUIT VAN 16 AUGUSTUS 1865.
  Art. 10,
  § 1, pro parte. Worden opgeheven :
  2° ..... de artikelen 122, 123, 126, 137, en hoofdstuk XXII van de algemene wet van 26 augustus 1822 over de heffing.
  Art. 11. Vorenstaande bepalingen zullen hun uitwerking krijgen met ingang van de 22e van deze maand.
  KONINKLIJK BESLUIT VAN 27 MEI 1876.
  Art. 4, tweede lid. Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van onderhavig besluit, dat in werking treedt op 1 juli eerstkomend.
  WET VAN 20 DECEMBER 1897.
  Art. 4,
  § 1. De bepalingen van de wet van 26 augustus 1822, gewijzigd bij de wet van 6 april 1843, betreffende het opstellen, de bevestiging en de registratie van de processen-verbaal, het aan die akten te hechten geloof, de wijze van vervolging, de verantwoordelijkheid, het recht van transactie en de omdeling van de geldboeten, vinden toepassing op de feiten bepaald in artikel 1.
  Art. 5. Deze wet is verplichtend daags na hare bekendmaking in het Staatsblad.
  WET VAN 23 DECEMBER 1907.
  Art. 6. Deze wet zal verplichtend wezen van en met 1 januari 1908.
  WET VAN 10 JUNI 1920.
  Art. 14. De regering bepaalt de datum der inwerkingtreding van de artikelen 4 tot 13 dezer wet.
  WET VAN 28 JULI 1938.
  Art. 7, pro parte. De bepalingen van deze wet worden van kracht volgens onderstaande modaliteiten :
  I. de artikelen 1 en ... zijn uitvoerbaar, met ingang van de dag nadat deze wet in den Moniteur is bekendgemaakt. Het is toegelaten die bepalingen in te roepen, om het bestaan te bewijzen van feiten die vóór deze bekendmaking voor aanslag vatbaar waren.
  IV. Al wie, vóór de bekendmaking van deze wet, een belastingwet heeft overtreden, wordt geheel ontheven van de aangroei van belasting of van de fiscale geldboeten, indien hij, binnen drie maanden na deze bekendmaking, de spontane aangifte doet van de overtreding.
  Deze bepaling is niet van toepassing op degenen die, in een geheime stokerij, voortgebrachte of voort te brengen brandewijn, aan het accijnsrecht hebben onttrokken of gepoogd hebben te onttrekken.
  WET VAN 30 DECEMBER 1939.
  Art. 11,
  § 1, pro parte. Zijn toepasselijk, met ingang van 15 november 1939, de bepalingen welke het voorwerp uitmaken van artikel 9, ...
  WET VAN 10 JUNI 1947.
  Art. 24,
  § 3, pro parte. De bepalingen die het voorwerp uitmaken van de artikelen ... 19, ... zijn toepasselijk met ingang van de dag dat onderhavige wet wordt bekendgemaakt in het Staatsblad.
  WET VAN 31 DECEMBER 1947.
  Art. 7,
  § 2. Artikel 32 van de wet van 10 april 1933 wordt ingetrokken.
  Art. 9,
  § 1. Artikelen 1 tot 6 van deze wet treden in werking met ingang van 1 januari 1948.
  § 2. Het bepaalde in artikel 7 is toepasselijk op de inbreuken gepleegd sedert 10 mei 1940.
  § 3. De Minister van Financiën stelt de datum vast waarop artikel 8 in werking zal treden en bepaalt de wijze waarop de reeds vroegere ontstane zaken, welke dan nog niet zijn afgehandeld, zullen worden aangezuiverd.
  WET VAN 19 MAART 1951.
  Art. 42. De Koning kan de nog geldende bepalingen over de accijnzen samenordenen met de uitdrukkelijke of stilzwijgende wijzigingen welke in deze bepalingen zullen zijn aangebracht op het ogenblik waarop de samenordening geschiedt.
  Daartoe kan hij :
  1° de volgorde en nummering der titels, hoofdstukken, afdelingen en artikelen van de samen te ordenen wetten wijzigen en ze volgens andere indelingen hergroeperen;
  2° de verwijzingen die voorkomen in de samen te ordenen wetten wijzigen ten einde ze met de nieuwe nummering te doen overeenstemmen;
  3° met het oog op een eenvormigheid in de terminologie, de redactie der teksten wijzigen.
  Art. 51. De Minister van Financiën bepaalt de datum van inwerkingtreding van deze wet.
  Zo nodig kan hij haar bepalingen op verschillende data in werking stellen.
  WET VAN 30 JUNI 1951.
  Art. 10, pro parte. Worden opgeheven :
  2° artikel 27 van de wet van 6 augustus 1849 op de doorvoer.
  WET VAN 30 APRIL 1958.
  Art. 1,
  § 7. Op de door de §§ 4 en 5 bestrafte misdrijven zijn toepasselijk de bepalingen van de algemene wet van 26 augustus 1822 over de heffing der rechten van in-, uit- en doorvoer en van de accijnzen, zomede van de wet van 6 april 1843 op de beteugeling van de sluikhandel inzake douane, betreffende het opstellen en het visa van de processen-verbaal, het afgeven van de afschriften daarvan, de bewijskracht van die akten, de wijze van vervolging, de aansprakelijkheid, de medeplichtigheid, de poging tot omkoping, het recht van transactie.
  Art. 11, pro parte. Worden opgeheven :
  2° de artikelen 4 en 10 van de wet van 6 april 1843 op de beteugeling van de sluikhandel inzake douane;
  4° artikel 5, § 1, van de wet van 6 augustus 1849 op de doorvoer;
  6° artikel 7, § 4, van de wet van 30 juni 1951 inzake douane en accijnzen.
  Art. 12. Motorvoertuigen die op 31 maart 1958 in België in gebruik zijn en die, zo hun motor meer dan 50 m3 cylinderinhoud heeft, aldaar op genoemde datum zijn ingeschreven, worden, behoudens tegenbewijs, geacht er regelmatig aanwezig te zijn met betrekking tot het invoerrecht en tot de bij invoer toepasselijke verbodsbepalingen, beperkingen of controlemaatregelen.
  Art. 13. Deze wet treedt in werking de dag waarop zij in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt, met uitzondering van de artikelen 7 en 11, 1° en 2°, waarvan de Minister van Financiën de datum van inwerkingtreding bepaalt.
  WET VAN 7 JUNI 1967.
  Art. 10. Op de door de artikelen 6 tot en met 9 bestrafte misdrijven zijn toepasselijk de bepalingen van de algemene wet van 26 augustus 1822 over de heffing der rechten van in-, uit- en doorvoer en van de accijnzen, zomede van de wet van 6 april 1843 op de beteugeling van de sluikhandel inzake douane, betreffende het opstellen en het visa van de processen-verbaal, het afgeven van de afschriften daarvan, de bewijskracht van die akten, de wijze van vervolging, de aansprakelijkheid, de medeplichtigheid, de poging tot omkoping, het recht van transactie.
  Art. 11, pro parte. Opgeheven worden :
  2° de artikelen 2, 3, 4 en 5 van het koninklijk besluit nr. 6 van 22 augustus 1934 tot vaststelling van nieuwe maatregelen om de sluikerij op het stuk van douane en accijnzen te beteugelen, bekrachtigd door de wet van 4 mei 1936;
  5° artikel 13 van het koninklijk besluit van 18 februari 1952 betreffende de aangifte en de lossing van goederen, ingevoerd langs rivieren en kanalen en uit zee.
  Art. 12, pro parte. Deze wet treedt in werking de dag van haar bekendmaking in het Belgisch Staatsblad...
  WET VAN 16 FEBRUARI 1970.
  Art. 2. Opgeheven worden :
  1° de artikelen 7, 13, 14, tweede lid, 16, 19, 20, 21, 22, 52, tweede lid, 56, 57, 58, 59, 60, 61, 62, 138, 176 en 210, tweede lid, van de algemene wet van 26 augustus 1822 over de heffing der rechten van in-, uit- en doorvoer en van de accijnzen;
  2° artikel 2 van de wet van 30 juni 1951 inzake douane en accijnzen.
  Art. 23. Deze wet treedt in werking de dag waarop zij in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.
  WET VAN 22 JUNI 1976.
  Art. 46, pro parte. Worden opgeheven :
  1° de artikelen 4, 39, 44, 51, 70, 130, 135, 142, 145, 146, 148, 149, 154, 163 tot 171, 173, 174, 178, 179, 181, vierde lid, 105, 187 tot 189, 204, 251, 276 en 277 van de algemene wet van 26 augustus 1822 over de heffing van rechten van in-, uit- en doorvoer, van de accijnzen, alsmede van het tonnegeld der zeeschepen;
  2° het opschrift " Eerstelijk, aangaande de accijnsvrije goederen " dat onmiddellijk voorafgaat aan artikel 157 van dezelfde wet, artikel opgeheven bij de wet van 6 april 1843 op de beteugeling van de sluikhandel inzake douane;
  3° het opschrift " Ten tweede, aangaande de accijnsgoederen ", dat onmiddellijk voorafgaat aan artikel 165 van de algemene wet, bedoeld in 1° van onderhavig artikel;
  4° het opschrift van hoofdstuk XVII van dezelfde algemene wet;
  5° artikel 4 van de wet van 7 juni 1832 waarbij een enige tolkring wordt opgericht;
  7° de artikelen 1, 3, 5 tot en met 9, 11 tot en met 14, 17 en 27 alsmede de opschriften " Importations et exportations ", " Transport intérieur ", en " Territoire réservé-Dépôts " van de wet van 6 april 1843 op de beteugeling van de sluikhandel inzake douane.
  10° de artikelen 7 en 11, 1° van de wet van 30 april 1958, inzake douane en accijnzen.

  Art. N3. III. Concordantietabellen. (Voor de tabellen, zie 1977-07-18/30)
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Ons bekend om te worden gevoegd bij Ons besluit van 18 juli 1977.
BOUDEWIJN.
Van Koningswege :
De Minister van Financiën,
G. GEENS

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
BEELD
  • WET VAN 02-05-2019 GEPUBL. OP 24-05-2019
    (GEWIJZIGD ART. : 281)
  • BEELD
  • WET VAN 28-04-2019 GEPUBL. OP 06-05-2019
    (GEWIJZIGD ART. : 209/2)
  • BEELD
  • WET VAN 03-04-2019 GEPUBL. OP 10-04-2019
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 167; 180; 261/3) Inwerkingtreding nader te bepalen
  • BEELD
  • WET VAN 11-07-2018 GEPUBL. OP 20-07-2018
    (GEWIJZIGD ART. : 313)
  • BEELD
  • WET VAN 08-07-2018 GEPUBL. OP 16-07-2018
    (GEWIJZIGD ART. : 319bis)
  • BEELD
  • WET VAN 25-12-2017 GEPUBL. OP 29-12-2017
    (GEWIJZIGD ART. : 129-2)
  • BEELD
  • WET VAN 01-07-2016 GEPUBL. OP 04-07-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 203; 319bis)
  • BEELD
  • WET VAN 27-04-2016 GEPUBL. OP 06-05-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 15; 22/3; 29; 33; 48; 58; 72; 86; 88; 92; 93; 114; 115; 128; 130; 135; 143; 147; 150; 151; 152; 156; 173; 181; 184; 189; 198; 201; 203; 212; 216; 219; 223; 238; 241; 242; 252; 273; 276; 277; 281; 298; 303; 312bis; 314; 315; 319)
  • BEELD
  • WET VAN 18-12-2015 GEPUBL. OP 29-12-2015
    (GEWIJZIGDE ART. : 19/3; 19/7; 19/8; 19/9; 19/10; 19/11; 20)
  • BEELD
  • WET VAN 12-05-2014 GEPUBL. OP 20-06-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2; 3; 5; 6; 8; 9; 10; 10/2; 11; 14; 16; 17; 19; 19/3; 19/4; 19/5; 19/12; 19/13; 19/14; 20; 21; 22/2; 22/3; 22/7; 23; 24; 25; 27; 28; 29; 30; 31; 32; 33; 34; 37; 44; 45; 46; 47; 48; 49; 50; 51; 52; 53; 54; 55; 56; 58; 59; 62; 63; 64; 66; 67; 68; 69; 70; 70/3; 71; 72; 73; 74; 75; 76; 77; 78; 78/2; 78/3; 78/11; 78/12; 78/13; 78/14; 78/15; 85; 86; 87; 89; 91; 92; 93; 94; 95; 96; 97; 99; 113; 114; 115; 116; 117; 118; 119; 120; 121; 122; 127; 128; 129/2; 130; 131; 132; 133; 134; 135; 136; 137; 139; 140; 141; 142; 143; 144; 145; 146; 147; 148; 149; 150; 151; 152; 153; 154)
    (GEWIJZIGDE ART. : 155; 156; 157; 158; 159; 160; 163; 164; 165; 166; 169; 170; 171; 173; 174; 175; 176; 178; 180; 181; 182; 183; 184; 185; 186; 187; 188; 189; 191; 192; 193; 194; 195; 196; 197; 198; 199; 200; 201; 203; 204; 206; 207; 208; 209/1; 210; 220; 222; 223; 226; 228; 233; 235; 236; 237; 238; 239; 240; 241; 242; 243; 244; 245; 246; 247; 249; 250; 252; 253; 254; 255; 256; 257; 261; 263; 264; 266/2; 268; 269; 270; 271; 272; 273; 274; 275; 276; 277; 278; 281; 287; 288; 289; 290; 291; 294; 295; 297; 298; 301; 302; 303; 304; 305; 308; 309; 312-318)
    (GEWIJZIGDE ART. : 319; 320; 321; 326; 328; 329; 330)
  • BEELD
  • WET VAN 25-04-2014 GEPUBL. OP 16-05-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 4; 128; 203; 206; 211; 212; 216; 252; 257; 267; 281; 311; 312; 314; 320; 322; 325; 328)
  • BEELD
  • WET VAN 17-06-2013 GEPUBL. OP 28-06-2013
    (GEWIJZIGD ART. : 220)
  • BEELD
  • WET VAN 14-01-2013 GEPUBL. OP 31-01-2013
    (GEWIJZIGD ART. : 210)
  • BEELD
  • WET VAN 14-04-2011 GEPUBL. OP 06-05-2011
    (GEWIJZIGDE ART. : 3/1; 212/1; 213; 214)
  • BEELD
  • WET VAN 21-12-2009 GEPUBL. OP 31-12-2009
    (GEWIJZIGDE ART. : 114; 115; 165; 202; 204; 221; 231; 232; 234; 235; 236; 239; 241; 242; 256; 257; 281/2)
  • BEELD
  • WET VAN 23-12-2009 GEPUBL. OP 30-12-2009
    (GEWIJZIGD ART. : 210)
  • BEELD
  • WET VAN 22-12-2008 GEPUBL. OP 29-12-2008
    (GEWIJZIGD ART. : 312BIS)
  • BEELD
  • WET VAN 25-04-2007 GEPUBL. OP 08-05-2007
    (GEWIJZIGD ART. : 219BIS-219QUATER)
  • BEELD
  • WET VAN 16-03-2006 GEPUBL. OP 30-03-2006
    (GEWIJZIGD ART. : 22/4)
  • BEELD
  • WET VAN 20-07-2005 GEPUBL. OP 28-07-2005
    (GEWIJZIGDE ART. : 221; 222; 265)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 13-07-2001 GEPUBL. OP 11-08-2001
    (GEWIJZIGD ART. : 312)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 20-07-2000 GEPUBL. OP 30-08-2000
    (GEWIJZIGDE ART. : 13; 17; 33; 34; 72; 114; 115; 128)
    (GEWIJZIGDE ART. : 130; 134.137; 145; 157; 181; 200)
    (GEWIJZIGDE ART. : 201; 203; 204; 207; 208; 233; 235)
    (GEWIJZIGDE ART. : 240; 241; 243; 244; 254; 255; 256)
    (GEWIJZIGDE ART. : 257; 259; 260; 261; 277; 294; 311)
    (GEWIJZIGDE ART. : 315; 329)
  • BEELD
  • WET VAN 30-06-2000 GEPUBL. OP 12-08-2000
    (GEWIJZIGDE ART. : 211-219; 313; 314)
  • BEELD
  • WET VAN 22-04-1999 GEPUBL. OP 10-07-1999
    (GEWIJZIGDE ART. : 167; 168; 169)
  • BEELD
  • WET VAN 15-03-1999 GEPUBL. OP 27-03-1999
    (GEWIJZIGDE ART. : 213; 215; 216)
  • BEELD
  • WET VAN 08-08-1997 GEPUBL. OP 28-10-1997
    (GEWIJZIGD ART. : 310)
  • WET VAN 27-12-1993 GEPUBL. OP 30-12-1993
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 3; 4; 17; 18; 19; 22; 36; 38-43)
    (GEWIJZIGDE ART. : 59; 69; 70; 78; 95-99; 100)
    (GEWIJZIGDE ART. : 101-104; 105-111; 112; 114; 115)
    (GEWIJZIGDE ART. : 125; 131; 133; 135; 136; 157; 165)
    (GEWIJZIGDE ART. : 201; 202; 203; 205; 232; 257; 261)
    (GEWIJZIGDE ART. : 265; 306; 311; 312; 314; 320)
  • WET VAN 22-12-1989 GEPUBL. OP 29-12-1989
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2-4QUATER; 9; 10; 11; 12)
    (GEWIJZIGDE ART. : 19/2-19/11; 20; 21; 22; 70/2)
    (GEWIJZIGDE ART. : 70/17; 70/25; 78/16; 79-82; 83)
    (GEWIJZIGDE ART. : 84; 88; 119; 136; 139; 141; 143)
    (GEWIJZIGDE ART. : 160; 188; 189; 202; 206; 207; 208)
    (GEWIJZIGDE ART. : 232; 233; 236; 239; 244; 261)
    (GEWIJZIGDE ART. : 261/2; 275; 277; 299; 306; 313)
  • WET VAN 30-12-1988 GEPUBL. OP 05-01-1989
    (GEWIJZIGD ART. : 311)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
    Inhoudstafel 151 uitvoeringbesluiten 12 gearchiveerde versies
    Franstalige versie