J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 16 uitvoeringbesluiten 2 gearchiveerde versies
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/1972/12/20/1972122006/justel

Titel
20 DECEMBER 1972. - Koninklijk besluit houdende gedeeltelijke inwerkingtreding van de wet van 16 juni 1970 betreffende de meeteenheden, meetstandaarden en meetwerktuigen, en tot vaststelling van de toepassingsmodaliteiten van hoofdstuk II van deze wet, over de meetwerktuigen.
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 21-08-2008 en tekstbijwerking tot 28-12-2018)

Publicatie : 07-02-1973 nummer :   1972122006 bladzijde : 1616
Dossiernummer : 1972-12-20/31
Inwerkingtreding :
01-02-1973 (ART. 1 - ART. 13)     (ART. 20 - ART. 34)
01-01-1974 (ART. 14 - ART. 19)

Inhoudstafel Tekst Begin
TITEL I. DE IJKVERRICHTINGEN OP MEETWERKTUIGEN.
HOOFDSTUK I. De modelgoedkeuring.
Art. 1-9
HOOFDSTUK II. De eerste ijk.
Art. 10-13
HOOFDSTUK III. De herijk.
Art. 14-19
HOOFDSTUK IV. De technische controle.
Art. 20-21
TITEL II. GOEDKEURINGSMERKEN EN -TEKENS, IJKMERKEN, -TEKENS EN -ATTESTEN.
Art. 22-24, 24bis, 25-34
TITEL IIbis. - Erkende keuringsinstellingen voor het uitvoeren van de herijk. <Ingevoegd bij KB 2008-07-25/35, art. 3; Inwerkingtreding : 01-07-2008>
HOOFDSTUK I. - Erkenning en bevoegdheden van de keuringsinstellingen. <Ingevoegd bij KB 2008-07-25/35, art. 3; Inwerkingtreding : 01-07-2008>
Art. 34bis1-34bis5
HOOFDSTUK II. - Verplichtingen van de erkende keuringsinstellingen. <Ingevoegd bij KB 2008-07-25/35, art. 3; Inwerkingtreding : 01-07-2008>
Art. 34bis6-34bis13
HOOFDSTUK III. - IJkverrichtingen. <Ingevoegd bij KB 2008-07-25/35, art. 3; Inwerkingtreding : 01-07-2008>
Art. 34bis14-34bis15
HOOFDSTUK IV. - Merken, tekens, documenten en ijklonen. <Ingevoegd bij KB 2008-07-25/35, art. 3; Inwerkingtreding : 01-07-2008>
Art. 34bis16-34bis19
TITEL IIter. - Verplichtingen van de gebruikers van meetwerktuigen. <Ingevoegd bij KB 2008-07-25/35, art. 3; Inwerkingtreding : 01-07-2008>
Art. 34bis20
TITEL III. INWERKINGTREDING.
Art. 35-36
BIJLAGEN.
Art. N1-N3

Tekst Inhoudstafel Begin
TITEL I. _ DE IJKVERRICHTINGEN OP MEETWERKTUIGEN.

  HOOFDSTUK I. _ De modelgoedkeuring.

  Artikel 1. 1. Het onderzoek van een model van meetwerktuig met het oog op de goedkeuring ervan heeft tot doel na te gaan of het model aan de door Ons in toepassing van artikel 15, § 2, van de wet vastgelegde metrologische voorschriften voldoet, voor de groep meetwerktuigen waartoe dit model behoort, en of de overeenkomstig dit model te vervaardigen meetwerktuigen aan deze zelfde voorschriften zullen kunnen voldoen.
  2. In afwijking op de bepalingen van de eerste paragraaf, kan een goedkeuring verleend worden voor een model dat verwezenlijkt is door toepassing van nieuwe technieken, voor zover evenwel dit model en de naar dit model te vervaardigen meetwerktuigen kunnen voldoen aan de metrologische voorschriften betreffende de maximaal toelaatbare fouten.
  3. De modelgoedkeuring kan uitsluitend betrekking hebben op hoofddelen of aanvullende of toegevoegde inrichtingen van meetwerktuigen.
  4. Iedere wijziging of aanvulling van een goedgekeurd model moet aan de bevoegde Dienst bekend gemaakt worden en het voorwerp uitmaken van een aanvullende modelgoedkeuring, wanneer de meetresultaten of de reglementaire gebruiksvoorwaarden van de meetwerktuigen daardoor beïnvloed of kunnen beïnvloed worden.
  (5. Voor het gewijzigde model wordt echter een nieuwe modelgoedkeuring in plaats van een aanvullende modelgoedkeuring verleend, indien het model wordt gewijzigd nadat de voorschriften zodanig zijn gewijzigd of aangepast dat het gewijzigd model slechts met toepassing van de nieuwe voorschriften kan worden goedgekeurd.) <KB 1986-07-17/31, art. 1>

  Art. 2. (1. De aanvraag tot modelgoedkeuring wordt bij de bevoegde Dienst ingediend door de fabrikant of zijn in een Lid-Staat van de Europese Economische Gemeenschap gevestigde gemachtigde.) <KB 1986-07-17/31, art. 2>
  2. De aanvraag omvat de volgende inlichtingen :
  _ de naam en woonplaats van de fabrikant of van de onderneming, van hun gemachtigde of van de aanvrager;
  _ de aard van het meetwerktuig;
  _ het beoogde gebruik;
  _ de metrologische kenmerken;
  _ de eventuele handelsbenaming of het type.
  3. De aanvraag moet, in drievoud, vergezeld zijn van dokumenten die ter beoordeling ervan noodzakelijk zijn, met name :
  _ een beschrijvende nota met bijzonderheden over de constructie en de werking, de beveiligingsinrichtingen die de goede werking waarborgen, de regel- en justeerinrichtingen, de opschriften, de voor het aanbrengen van ijk- en gebeurlijke verzegelingsmerken voorziene plaatsen;
  _ de montage-tekeningen en, in voorkomend geval, de tekeningen van de metrologisch belangrijke onderdelen;
  _ een principeschema en fotos bestemd voor de publikatie van de modelgoedkeuringsbeslissing.

  Art. 3. De proeven vereist bij het onderzoek van een model met het oog op de goedkeuring ervan worden uitgevoerd in de lokalen van de administratie, bij de aanvrager of op een andere plaats naargelang van de noodwendigheden of de mogelijkheden.

  Art. 4. De modelgoedkeuring wordt aan de aanvrager afgeleverd door de bevoegde Dienst onder de vorm van een gedagtekend en ondertekend attest; dit attest bepaalt het toegekende modelgoedkeuringsteken en, in voorkomend geval, de op de goedgekeurde meetwerktuigen toe te passen bijzondere metrologische voorschriften; het is vergezeld van de tekeningen en de beschrijving die het model identificeren.

  Art. 5. 1. De geldigheidsduur van de modelgoedkeuringen is tien jaar; hij kan verlengd worden voor achtereenvolgende perioden van dezelfde duur.
  (2. Modelgoedkeuringen van beperkte strekking,
  _ in de geldigheidsduur,
  _ in het aantal meetwerktuigen dat van de goedkeuring geniet,
  _ in de verplichting van aangifte aan de bevoegde overheid van de plaatsen van opstelling,
  _ in het gebruik,
  _ in verband met de aangewende techniek,
  kunnen verleend worden wanneer het in gebruik stellen van deze meetwerktuigen nuttig is om informatie in te winnen voor de uiteindelijke beslissing omtrent de modelgoedkeuring.
  3. Een modelgoedkeuring, die van beperkte strekking inbegrepen, wordt ingetrokken wanneer
  _ de met het goedgekeurde model overeenstemmende meetwerktuigen een gebrek van algemene aard vertonen, waardoor ze ongeschikt worden voor hun doel, of wanneer vastgesteld wordt dat de modelgoedkeuring ten onrechte verleend werd;
  _ de voorschriften uitgevaardigd krachtens artikel 15 van de wet zulke wijzigingen hebben ondergaan dat, door toepassing van de gewijzigde voorschriften, het model niet meer goedgekeurd zou kunnen worden;
  _ voor meetwerktuigen die vrijgesteld zijn van de eerste ijk, de fabrikant, na waarschuwing, zijn fabrikatie niet verbetert, in de volgende gevallen :
  _ de meetwerktuigen stemmen niet overeen met het goedgekeurd model;
  _ de bijzondere bij de modelgoedkeuringsverklaring opgelegde voorwaarden worden niet nageleefd.
  Een modelgoedkeuring van beperkte strekking wordt eveneens ingetrokken wanneer de beperkingen, vermeld onder punt 2 van dit artikel, niet nageleefd worden.) <KB 1986-07-17/31, art. 3>

  Art. 6. (1. Op verzoek van een fabrikant van meetwerktuigen of van zijn in een Lid-Staat van de Europese Economische Gemeenschap gevestigde gemachtigde, kan hem een EEG-modelgoedkeuring afgeleverd worden, voor zover voor de groep meetwerktuigen waartoe het model behoort, te dien einde door Ons metrologische voorschriften zijn bepaald en dat het model aan deze voorschriften voldoet.
  De aanvraag om een EEG-modelgoedkeuring is niet ontvankelijk wanneer met betrekking tot hetzelfde meetmiddel een gelijkaardige aanvraag in een andere Lid-Staat van de Europese Economische Gemeenschap is ingediend.) <KB 1986-07-17/31, art. 4>
  2. Een afschrift van de aanvraag tot modelgoedkeuring met de vermeldingen voorzien in § 2, van artikel 2, moet toegezonden worden aan ieder van de lidstaten van de Europese Economische Gemeenschap.
  3. De bepalingen van de artikelen 1 tot 5 van dit besluit zijn op de EEG-modelgoedkeuring van toepassing.
  4. Evenwel wordt, in de gevallen voorzien eensdeels in artikel 1, § 2, en anderdeels in artikel 5, § 2, 3e streepje, de EEG-modelgoedkeuring slechts verleend na raadpleging van de andere lidstaten van de Europese Economische Gemeenschap; zulke raadpleging kan plaatsvinden voor alle andere gevallen van modelgoedkeuring van beperkte strekking voorzien in artikel 5, § 2.
  (5. Een EGG-modelgoedkeuring van beperkte strekking geldt voor ten hoogste twee jaar. Zij kan met ten hoogste drie jaar worden verlengd.) <KB 1986-07-17/31, art. 4>

  Art. 7. Voor wat de EEG-modelgoedkeuringen betreft, moet de bevoegde Dienst :
  a) aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen een afschrift sturen van het modelgoedkeuringsattest, ten behoeve van zijn publikatie in het Publikatieblad;
  b) aan de andere lidstaten van de Europese Economische Gemeenschap een afschrift sturen van het modelgoedkeuringsattest, evenals, op verzoek, een afschrift van de proefrapporten die op de bedoelde goedkeuring betrekking hebben;
  c) aan de andere lidstaten van de Europese Economische Gemeenschappen de beslissing van weigering, van intrekking of van verlenging van een modelgoedkeuring mededelen, evenals alle andere feiten die van belang zijn voor de draagwijdte of de geldigheid van die modelgoedkeuringen. Met uitzondering van de beslissingen tot weigering, worden dezelfde inlichtingen medegedeeld aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen, ten behoeve van hun publikatie in het Publikatieblad.

  Art. 8. Een model van meetwerktuig behorende tot een groep waarvoor metrologische voorschriften door Ons zijn bepaald zoals voorzien in artikel 6 van dit besluit, waarvoor een door een andere lidstaat van de Europese Economische Gemeenschap opgemaakt modelgoedkeuringsattest aan de Administratie is bekendgemaakt en dat voorzien is van het modelgoedkeuringsteken beschreven in artikel 23, § 3, wordt als goedgekeurd beschouwd ten aanzien van de wet van 16 juni 1970.

  Art. 9. De administratie kan alle vrijwarende maatregelen die zij nuttig acht, nemen met betrekking tot meetwerktuigen die een EEG-modelgoedkeuring hebben verkregen in een andere lidstaat, wanneer bevonden wordt dat bedoelde meetwerktuigen bij het gebruik een gebrek van algemene aard vertonen, dat ze ongeschikt maakt voor hun doel.

  HOOFDSTUK II. _ De eerste ijk.

  Art. 10. 1. De eerste ijk heeft tot doel te onderzoeken of de nieuwe of herstelde meetwerktuigen overeenstemmen met het goedgekeurd model en/of voldoen aan de door Ons in toepassing van artikel 15, § 2, van de wet vastgestelde metrologische voorschriften.
  2. De aanvragen tot eerste ijk worden door de belanghebbenden gericht aan de bevoegde Dienst op door deze Dienst vastgestelde formulieren.
  3. De eerste ijk kan gebeuren in één of twee fasen.
  Zij wordt uitgevoerd in één enkele fase voor de meetwerktuigen die één geheel vormen bij het verlaten van de werkplaats, dit is, voor deze meetwerktuigen die in principe, zonder voorafgaande demontage, kunnen verplaatst naar en geïnstalleerd worden op hun plaats van gebruik. Zij wordt uitgevoerd in twee fasen voor de meetwerktuigen waarvan de goede werking afhangt van de installatie- of gebruiksvoorwaarden.
  De verrichtingen bij de eerste fase hebben tot doel na te gaan of het meetwerktuig overeenstemt met het goedgekeurd model en/of met de opgelegde voorschriften.
  (3bis. De eerste ijk kan anders dan door een stuksgewijze ijking plaatshebben in de gevallen genoemd in de in toepassing van artikel 15, § 2 van de wet vastgelegde bijzondere voorschriften en conform de voorgeschreven wijze.) <KB 1986-07-17/31, art. 5>
  4. De meetwerktuigen moeten in zulke staat aangeboden worden, dat het onderzoek en de stempeling zonder voorbereidend werk of regeling tijdens de keuring kunnen volbracht worden.
  5. De verrichtingen van eerste ijk gebeuren in het Staatsijkkantoor, bij de fabrikant, de importeur of de hersteller of op de plaats van opstelling.
  Voor de meetwerktuigen waarbij de ijking in twee fasen gebeurt worden de bewerkingen van de tweede fase verplicht uitgevoerd op de plaats van installatie of gebruik.

  Art. 11. 1. De meetwerktuigen die onderworpen zijn aan de modelgoedkeuring en aan de eerste ijk, waarvoor naar de mening van de bevoegde Dienst uit de individuele keuringsproeven volgt dat redelijkerwijs kan verwacht worden dat de nieuwe, naar dit model vervaardigde meetwerktuigen aan de hen betreffende metrologische voorschriften zullen voldoen, zijn van de eerste ijk vrijgesteld.
  2. Er wordt door de bevoegde Dienst aan de rechthebbende van de modelgoedkeuring van de bedoelde meetwerktuigen een bijkomend attest afgeleverd, met vermelding van de datum vanaf dewelke de vrijstelling van eerste ijk aanvangt, de geldigheidsduur ervan, de identificatie van het modelgoedkeuringsmerk dat op die meetwerktuigen het merk van eerste ijk vervangt, alsmede de modaliteiten tot het bekomen van exemplaren van dit goedkeuringsmerk.
  3. Indien de gerechtigde ten onrechte modelgoedkeuringsmerken plaatst hetzij op meetwerktuigen die niet overeenstemmen met het goedgekeurd model, hetzij op meetwerktuigen die niet aan de vereiste voorschriften voldoen, wordt het bijkomend in § 2 bedoeld attest ingetrokken en worden de modelgoedkeuringsmerken niet meer afgeleverd.

  Art. 12. 1. De eerste EEG-ijk van meetwerktuigen kan op aanvraag van de fabrikant of diens gemachtigde toegepast worden, voor zover de bedoelde meetwerktuigen overeenstemmen met het goedgekeurd EEG-model en/of voldoen aan door Ons met dat doel bepaalde metrologische voorschriften.
  2. De bepalingen van artikel 10 van dit besluit zijn van toepassing op de eerste EEG-ijk.

  Art. 13. Een meetwerktuig dat behoort tot een groep waarvoor metrologische voorschriften door Ons zijn bepaald zoals voorzien in artikel 6 van dit besluit, en dat is voorzien van het merk van eerste ijk, aangebracht in een andere lidstaat van de Europese Economische Gemeenschap en beschreven in artikel 25, § 3, van dit besluit, wordt ten aanzien van de wet van 16 juni 1970 als geijkt beschouwd.

  HOOFDSTUK III. _ De herijk.

  Art. 14. <KB 2008-07-25/35, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-07-2008> De herijk heeft plaats om de vier jaar, behoudens toepassing van bijzondere koninklijke besluiten betreffende de verschillende groepen meetinstrumenten.

  Art. 15. De herijk wordt uitgevoerd in de tijdelijke of vaste ijkkantoren, of op de plaats van opstelling van de meetwerktuigen, naargelang van de soort meetwerktuigen.
  De meetwerktuigen moeten in zulke staat worden aangeboden dat de keuring en de stempeling zonder voorbereidend werk kan uitgevoerd worden.

  Art. 16. <KB 2008-07-25/35, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-07-2008> De gedetailleerde bepalingen omtrent de inrichting van de herijkzittingen, het opmaken van de lijsten van de ijkplichtigen en de oproeping van de ijkplichtigen worden bepaald door de Minister van Economie, hierna de Minister genoemd.

  Art. 17. Met uitzondering van de gewichten, voeren de met de herijk belaste agenten generlei justering, regeling of herstelling uit van de ten ijk aangeboden meetwerktuigen.

  Art. 18. Wanneer bij de herijk geringe gebreken worden gevonden die geen merkbare invloed hebben op de nauwkeurigheid van het meetwerktuig, kan de agent, die het onderzoek verricht, aan de eigenaar, bezitter of houder gelegenheid geven het meetwerktuig te laten herstellen en binnen een bepaalde termijn opnieuw ten ijk aan te bieden, zonder ondertussen het gebruik van het meetwerktuig te verbieden.
  Het bedoelde meetwerktuig wordt dan voorzien van het herstellingsmerk beschreven in artikel 30 van dit besluit.

  Art. 19. Het afkeuringsmerk wordt ambtshalve aangebracht door de agent die het onderzoek heeft gedaan, wanneer hij acht dat het gebruik van het onderzochte meetwerktuig moet verboden worden, hetzij omdat het onherstelbaar is, hetzij omdat de vastgestelde gebreken, vóór alle verder gebruik, een herstelling vergen. Het opnieuw in dienst nemen van een dusdanig meetwerktuig mag slechts plaats vinden na een nieuwe door de hersteller aan te vragen ijking.
  Buiten het aanbrengen van het afkeuringsmerk beschreven in artikel 31, kan ook overgegaan worden tot het vernietigen van de vroegere ijkmerken.

  HOOFDSTUK IV. _ De technische controle.

  Art. 20. De technische controle heeft van ambtswege plaats door steekproeven voor de geijkte meetwerktuigen die vrijgesteld zijn van de eerste ijk of van de herijk.
  Deze controle wordt eveneens toegepast voor ieder geijkt meetwerktuig op aanvraag van de eigenaar, de houder of de gebruiker van de meetwerktuigen.

  Art. 21. De verrichtingen van de technische controle hebben plaats bij de fabrikant of zijn gemachtigde of op de plaats van installatie of gebruik van de meetwerktuigen.
  Zij kunnen ook plaats hebben in andere door de administratie aangewezen plaatsen indien de bijzonderheden van de betrokken meetwerktuigen of van de voor de controle nodige metrologische uitrusting zulks vergen.

  TITEL II. _ GOEDKEURINGSMERKEN EN -TEKENS, IJKMERKEN, -TEKENS EN -ATTESTEN.

  Art. 22. Het is verboden op meetwerktuigen, merken of opschriften aan te brengen die verwarring kunnen brengen met de in deze titel vastgelegde merken en tekens.

  Art. 23. 1. Het in artikel 17 van de wet bedoelde modelgoedkeuringsteken bestaat uit een rechthoekige omlijsting bevattende een kennummer van meerdere cijfers, een streepje, de hoofdletter B, een streepje en de laatste twee cijfers van het jaartal van toekenning van de modelgoedkeuring.
  Het kennummer wordt voorafgegaan door de letter P bij modelgoedkeuringen van beperkte strekking.
  Het teken vertoont een dubbele rechthoekige omlijsting bij meetwerktuigen waarvan het model is goedgekeurd en die van eerste ijk zijn vrijgesteld met uitzondering van het geval waarbij de vrijstelling gebeurt door toepassing van artikel 11 van dit besluit.
  Dit teken moet aangebracht worden op het met het bedoeld model overeenstemmend meetwerktuig door de zorgen van degene die de modelgoedkeuring heeft bekomen; de plaats waarop dit teken wordt aangebracht is aangewezen in Onze besluiten betreffende de verschillende groepen van meetwerktuigen en/of in het modelgoedkeuringsdossier.
  2. Voor de EEG-modelgoedkeuringen, bestaat het goedkeuringsteken uit een gestileerde letter epsilon met in het bovenste deel de hoofdletter B en de laatste twee cijfers van het jaartal van toekenning van de modelgoedkeuring, en in het onderste deel een kennummer van meerdere cijfers.
  De gestileerde letter wordt voorafgegaan door de letter P bij modelgoedkeuringen van beperkte strekking.
  Het teken bedraagt een zeshoekige omlijsting bij meetwerktuigen met EEG-modelgoedkeuring, waarvoor geen eerste EEG-ijk is voorgeschreven.
  (Dit teken wordt op de voorgeschreven plaats en wijze op het met het model overeenstemmende meetwerktuig aangebracht door de persoon aan wie de modelgoedkeuring is verleend.) <KB 1986-07-17/31, art. 6>
  3. Voor de in een andere lid-staat verleende EEG-modelgoedkeuring, is het goedkeuringsteken het onder § 2 beschrevene, waarbij de letter B vervangen is door de kenletter(s) van de betrokken Staat.

  Art. 24. Het in artikel 17 van de wet en in artikel 11, § 2, van dit besluit bedoelde modelgoedkeuringsmerk bestaat uit een ovaalvormig oppervlak waar in het midden een Belgische leeuw voorkomt, met de volgende bijzondere vermeldingen :
  links van de leeuw, de klasse van ijkloon, overeenkomstig het desbetreffend koninklijk besluit,
  onder de leeuw, het door het modelgoedkeuringsattest toegekende nummer,
  rechts van de leeuw, de twee laatste cijfers van het bouwjaar.
  Het merk bestaat uit een metalen of uit een andere stof vervaardigd plaatje dat op het meetwerktuig wordt geklonken of er op een andere stevige wijze wordt op vastgehecht.
  Het merk kan, mits toelating door de bevoegde Dienst, rechtstreeks afgedrukt worden op het meetwerktuig door middel van een inrichting waarmede een foutloze telling van het aantal aangebrachte afdrukken kan worden gedaan.
  Dit merk moet aangebracht worden of afgedrukt door degene die de modelgoedkeuring heeft bekomen op de met dit model overeenstemmende meetwerktuigen en op de plaats die aangewezen is in het bij artikel 11, § 2, van dit besluit voorziene aanvullend attest.

  Art. 24bis. <KB 1986-07-17/31, art. 7> Wanneer voor een categorie van meetwerktuigen geen modelgoedkeuring is vereist in toepassing van artikel 20 van de wet, kan de bevoegde Dienst de fabrikanten of invoerders van deze meetwerktuigen verplichten deze meetwerktuigen onder hun verantwoordelijkheid te voorzien van een speciaal teken. Dit teken, dat ook geldt voor de vrijstelling van EEG-modelgoedkeuring, is ten opzichte van de verticaal een symmetrisch beeld van een gestileerde letter epsilon; tenzij anders is bepaald, bevat het geen andere aanduiding.

  Art. 25. 1. (1.Tenzij anders is bepaald, bestaat het aanvaardingsmerk bij eerste ijk uit twee delen :
  a) het eerste deel wordt gevormd door de hoofdletter B, aangevuld met het kennummer van de ijker;
  b) het tweede deel wordt gevormd door de laatste twee cijfers van het jaar waarin de ijk plaatsvindt, aangebracht in een zeshoekige omlijsting.
  De bevoegde Dienst kan om praktische redenen nochtans toelaten dat het aanvaardingsmerk bij eerste ijk voor sommige meetwerktuigen slechts bestaat uit één van deze twee delen.
  2. Tenzij anders is bepaald, bestaat het EEG-merk van eerste ijk uit twee delen :
  a) het eerste deel wordt gevormd door de kleine letter "e" bevattende :
  _ in het bovenste deel, de hoofdletter B met, in voorkomend geval, één of twee cijfers die een territoriale indeling aanduiden;
  _ in het onderste deel, het kennummer van de ijker of van het ijkkantoor;
  b) het tweede deel wordt gevormd door de laatste twee cijfers van het jaar van de ijking, aangebracht in een zeshoekige omlijsting.
  Het gedeeltelijke EEG-ijkmerk bestaat slechts uit het eerste deel van het vorenbeschreven merk.
  Het merk van eerste ijk wordt aangebracht op de plaats bepaald in de voorschriften of in de beslissing van modelgoedkeuring.) <KB 1986-07-17/31, art. 8>
  3. Het in een andere lid-staat aangebracht EEG-merk van eerste ijk, stemt overeen met het in § 2 beschrevene, waarbij de letter B vervangen is door de kenletter(s) van de betrokken Staat.

  Art. 26. (Het aanvaardingsmerk bij herijk wordt gevormd door de laatreffende twee cijfers van het jaar waarin de ijking plaatsvindt, aangebracht in een zeshoekige omlijsting.) <KB 16-12-1983, art. 2>
  Dit merk wordt aangebracht door de afdruk van een stempel of door een cirkelvormig, groenkleurig zelfklevend etiket op de plaatsen aangewezen in Onze besluiten betreffende de verschillende groepen meetwerktuigen en/of in het modelgoedkeuringsdossier.

  Art. 27. Het herstellingsmerk bij herijk bestaat uit een geelkleurig zelfklevend etiket van rechthoekige vorm, met de aanduiding van de voor de herstelling toegestane termijn en erboven het identificatienummer van de beambte of het ijkkantoor die de controle heeft uitgevoerd.

  Art. 28. Het afkeuringsmerk bij herijk bestaat uit een gelijkzijdige driehoek die het nummer van de beambte of van het ijkkantoor bevat.
  Dit merk wordt aangebracht door de afdruk van een stempel of door een rechthoekig rood zelfklevend etiket op de plaatsen aangewezen in Onze besluiten betreffende de verschillende groepen meetwerktuigen.

  Art. 29. Het aanvaardingsmerk bij technische controle bestaat uit een cirkelvormig groenkleurig zelfklevend etiket met de koninklijke kroon in het midden en daaronder het jaartal van het lopende jaar.

  Art. 30. Het herstellingsmerk bij technische controle bestaat uit hetzelfde kleefetiket als in artikel 27 omschreven.

  Art. 31. Het afkeuringsmerk bij technische controle bestaat uit hetzelfde kleefetiket als in artikel 28 omschreven.

  Art. 32. Het merk, voorzien bij artikel 13, § 2, van de wet, voor meetwerktuigen die niet bestemd zijn voor metingen in het economische verkeer, bestaat uit een Sint-Andrieskruis waarvan de armen een lengte hebben gelijk aan acht maal hun breedte.
  Dit merk moet op vaste en onuitwisbare wijze aangebracht worden, in afmetingen die aan deze van de meetwerktuigen zijn aangepast, op een goed zichtbare plaats van de aanwijsinrichting of in de nabijheid daarvan.

  Art. 33. De ijkplaat aan te brengen op de meetwerktuigen in de gevallen voorgeschreven in Onze besluiten betreffende de verschillende groepen meetwerktuigen moeten voldoen aan de door de bevoegde Dienst voorgeschreven uitvoerings- en aanbrengingsvoorwaarden.

  Art. 34. Wanneer de samenstelling of de afmetingen van een meetwerktuig het aanbrengen van merken of tekens van eerste ijk, herijk of technische controle niet toelaten, worden deze merken of tekens vervangen door een attest waarvan de vorm door de bevoegde Dienst wordt bepaald.
  Dit document moet bewaard worden door de houder van het meetwerktuig waarop het betrekking heeft en op verzoek aan de bevoegde ambtenaren of beambten worden voorgelegd.

  TITEL IIbis. - Erkende keuringsinstellingen voor het uitvoeren van de herijk. <Ingevoegd bij KB 2008-07-25/35, art. 3; Inwerkingtreding : 01-07-2008>

  HOOFDSTUK I. - Erkenning en bevoegdheden van de keuringsinstellingen. <Ingevoegd bij KB 2008-07-25/35, art. 3; Inwerkingtreding : 01-07-2008>

  Art. 34bis1. <Ingevoegd bij KB 2008-07-25/35, art. 3; Inwerkingtreding : 01-07-2008> § 1. De meetwerktuigen waarvoor de proeven van de herijk door keuringsinstellingen, erkend overeenkomstig de artikelen 34bis 2 en volgende van dit besluit, worden uitgevoerd, worden door Ons bepaald.
  § 2. De meetwerktuigen waarvoor de erkende keuringsinstellingen gemachtigd zijn om na afloop van de herijkverrichting vermeld in § 1 van dit artikel, aanvaardingsmerken, uitgestelde aanvaardingsmerken en afkeuringsmerken, zoals bepaald in hoofdstuk IV van deze titel, aan te brengen, worden door Ons bepaald.
  § 3. De herijk kan gebeuren onder de vorm van een metrologisch onderhoudscontract dat minstens de door Ons bepaalde minimale metrologische clausules bevat.
  Dit contract wordt door de houder van het meetwerktuig gesloten met een erkende keuringsinstelling.
  De meetwerktuigen waarvoor een onderhoudscontract verplicht is worden door Ons bepaald.

  Art. 34bis2. <Ingevoegd bij KB 2008-07-25/35, art. 3; Inwerkingtreding : 01-07-2008> § 1. De keuringsinstellingen worden door de Minister of zijn gevolmachtigde erkend op grond van de erkenningsvoorwaarden bepaald in de besluiten met betrekking op de verschillende groepen meetwerktuigen en op grond van :
  1° hetzij een accreditatie verleend door een Belgische accreditatie-instelling overeenkomstig gedefinieerde criteria in normatieve documenten die erkend en aanvaard zijn op internationaal vlak en die tot doel hebben het vertrouwen in de beproevings- en kalibratielaboratoria, de keuringsinstellingen en de instellingen voor certificatie van producten te bevorderen;
  2° hetzij een gelijkwaardige accreditatie verleend door een accreditatie-instelling die lid is van de EA (European Cooperation for Accreditation).
  Het type accreditatie volgens het betrokken meetwerktuig wordt door Ons bepaald.
  § 2. De namen en kwalificaties van het personeel belast met de ijkingen, hierna keurder genoemd, worden bij de bevoegde Dienst bekendgemaakt. Dit personeel volgt de opleidingen op het vlak van de wettelijke metrologie in verband met de erkenningsvoorwaarden georganiseerd door de bevoegde Dienst.
  § 3. De erkenning wordt verleend voor een categorie van meetwerktuigen in functie van het toepassingsdomein van de accreditatie.
  § 4. Ingeval van afwezigheid van keuringsinstelling worden de prestaties bedoeld in artikel 34bis 1 echter uitgevoerd door de bevoegde Dienst.

  Art. 34bis3. <Ingevoegd bij KB 2008-07-25/35, art. 3; Inwerkingtreding : 01-07-2008> § 1. De aanvraag tot erkenning of tot hernieuwing van de erkenning wordt gericht aan de bevoegde Dienst.
  De erkenningsaanvraag vermeldt duidelijk op welke categorie van meetwerktuigen zij betrekking heeft.
  Bij de aanvraag wordt een afschrift van de nodige stukken gevoegd, waaronder een afschrift van het bewijs van de accreditatie, bedoeld in artikel 34bis 2.
  § 2. De erkenningsaanvraag wordt onderzocht door de bevoegde Dienst. Dit onderzoek is gesteund op de bij het aanvraagdossier gevoegde stukken alsook op elk nodig geacht onderzoek ter plaatse.
  § 3. De bevoegde Dienst onderzoekt de ontvankelijkheid en volledigheid van de aanvraag en stelt de aanvrager hiervan in kennis. Hij deelt hem mee welke stukken en inlichtingen er nog ontbreken.
  § 4. Binnen zestig dagen na de vaststelling van de volledigheid van het dossier neemt de minister of zijn gemachtigde een beslissing waarbij de erkenning al dan niet wordt verleend.

  Art. 34bis4. <Ingevoegd bij KB 2008-07-25/35, art. 3; Inwerkingtreding : 01-07-2008> De controle op de naleving van de reglementaire verplichtingen van een erkende keuringsinstelling zoals bepaald in hoofdstuk II van deze titel, bestaat in een toezicht op haar activiteiten door de ambtenaren van de bevoegde Dienst die hiertoe door de Minister aangesteld zijn. Dit toezicht komt, inzonderheid, tot stand door een controle a posteriori van de nageziene meetwerktuigen of onverwacht bij een tussenkomst door een erkende keuringsinstelling.

  Art. 34bis5. <Ingevoegd bij KB 2008-07-25/35, art. 3; Inwerkingtreding : 01-07-2008> Wanneer de erkende keuringsinstelling de bepalingen van dit besluit of de in uitvoering van dit besluit genomen bepalingen niet naleeft, kan de Minister of zijn gemachtigde op ieder moment de erkenning geheel of ten dele opschorten of intrekken, nadat de erkende keuringsinstelling in staat werd gesteld zijn opmerkingen kenbaar te maken.

  HOOFDSTUK II. - Verplichtingen van de erkende keuringsinstellingen. <Ingevoegd bij KB 2008-07-25/35, art. 3; Inwerkingtreding : 01-07-2008>

  Art. 34bis6. <Ingevoegd bij KB 2008-07-25/35, art. 3; Inwerkingtreding : 01-07-2008> De erkende keuringsinstellingen leven de erkenningsvoorwaarden na.
  Zij informeren de bevoegde Dienst van elk nieuw element dat invloed kan hebben op de geldigheidsvoorwaarden van hun erkenning.

  Art. 34bis7. <Ingevoegd bij KB 2008-07-25/35, art. 3; Inwerkingtreding : 01-07-2008> De erkende keuringsinstellingen, bevoegd om justeringen uit te voeren, justeren de meet-werktuigen zodanig dat de vastgestelde fouten zo dicht mogelijk nul benaderen.

  Art. 34bis8. <Ingevoegd bij KB 2008-07-25/35, art. 3; Inwerkingtreding : 01-07-2008> § 1. De meetwerktuigen onderworpen aan herijk door een erkende keuringsinstelling overeenkomstig artikel 34bis 1, § 1 en 2 of aan een onderhoudscontract overeenkomstig artikel 34bis 1, § 3 worden, indien zij aan de voorgeschreven proeven voldaan hebben, door deze instelling voorzien van een aanvaardingsmerk bepaald in artikel 34bis 16.
  § 2. Het meetwerktuig wordt geweigerd indien de proeven en onderzoeken aantonen dat het meetwerktuig niet in overeenstemming is met de reglementaire beschikkingen.
  Een bericht van afkeuring wordt aan de eigenaar en de gebruiker van het meetwerktuig bezorgd. Een kopie van dit afkeuringsbericht wordt gelijktijdig naar de bevoegde Dienst gestuurd.
  Het betrokken meetwerktuig wordt in dit geval voorzien van het in artikel 34bis 17 bepaalde afkeuringsmerk.
  § 3. Wanneer bij de herijk geringe gebreken worden gevonden die geen merkbare invloed hebben op de nauwkeurigheid van het meetwerktuig, kan de keurder van de erkende keuringsinstelling die de ijkverrichting heeft uitgevoerd aan de eigenaar of gebruiker de gelegenheid geven het betrokken meetwerktuig te laten herstellen en het binnen een door de keurder vast te stellen termijn opnieuw ten ijk te laten aanbieden, zonder ondertussen het gebruik van het meetwerktuig te verbieden.
  Een bericht van uitgestelde aanvaarding wordt aan de eigenaar en de gebruiker van het meetwerktuig overgemaakt.
  Het meetwerktuig wordt in dit geval voorzien van het uitgesteld aanvaardingsmerk bepaald in artikel 34bis 18. Dit aanvaardingsmerk vermeldt de termijn bedoeld in het eerste lid.

  Art. 34bis9. <Ingevoegd bij KB 2008-07-25/35, art. 3; Inwerkingtreding : 01-07-2008> De erkende keuringsinstellingen vergewissen zich ervan dat de meetwerktuigen verzegeld zijn overeenkomstig het model- of typegoedkeuringsdossier, de EG-verklaring van overeenstemming of volgens de voorschriften van de bevoegde Dienst.
  Het model van de zegels wordt door de bevoegde Dienst goedgekeurd.
  De verbroken zegels worden door de bevoegde Dienst of de erkende keuringsinstelling vervangen.
  Een meetwerktuig dat niet verzegeld is overeenkomstig het eerste en het tweede lid mag niet gebruikt worden voor gereglementeerde metingen.

  Art. 34bis10. <Ingevoegd bij KB 2008-07-25/35, art. 3; Inwerkingtreding : 01-07-2008> De erkende keuringsinstellingen sturen volgens de bepalingen vermeld in de erkenning het in artikel 34bis 19 bedoelde proefverslag naar de bevoegde Dienst.

  Art. 34bis11. <Ingevoegd bij KB 2008-07-25/35, art. 3; Inwerkingtreding : 01-07-2008> De meetwerktuigen die vergezeld zijn van een gegevenskaart of een metrologisch boekje en de na te leven modaliteiten worden door Ons bepaald.
  De afwezigheid of de beschadiging van de gegevenskaart of van het metrologisch boekje heeft de weigering van het meetwerktuig tot gevolg.

  Art. 34bis12. <Ingevoegd bij KB 2008-07-25/35, art. 3; Inwerkingtreding : 01-07-2008> Voor het betrokken meetwerktuig is de duur van een metrologisch onderhoudscontract minstens gelijk aan de tijdsspanne tussen twee opeenvolgende verplichte herijken.

  Art. 34bis13. <Ingevoegd bij KB 2008-07-25/35, art. 3; Inwerkingtreding : 01-07-2008> De ambtenaren van de bevoegde Dienst die hiertoe door de Minister aangesteld zijn mogen van de erkende keuringsinstelling eisen dat ze, zonder kosten, de middelen aan personeel en proefmaterieel tot hun beschikking stelt en deelneemt aan proeven in het kader van het toezicht voorzien in artikel 34bis4.

  HOOFDSTUK III. - IJkverrichtingen. <Ingevoegd bij KB 2008-07-25/35, art. 3; Inwerkingtreding : 01-07-2008>

  Art. 34bis14. <Ingevoegd bij KB 2008-07-25/35, art. 3; Inwerkingtreding : 01-07-2008> De herijk omvat een administratief onderzoek en metrologische proeven.
  Het administratief onderzoek laat toe zich ervan te vergewissen dat het meetwerktuig voorzien is van de verplichte informatie, correct verzegeld is en in overeenstemming blijft met het model- of typegoedkeuringsdossier.
  De metrologische proeven omvatten de proeven voorzien in het koninklijk besluit inzake het betreffende meetwerktuig.
  Elke herstelling of justering bij de herijk moet door de proeven van de herijk gevolgd worden.

  Art. 34bis15. <Ingevoegd bij KB 2008-07-25/35, art. 3; Inwerkingtreding : 01-07-2008> Indien in de tijdsspanne tussen twee herijken, het meetwerktuig door een erkende keuringsinstelling onderworpen wordt aan een tussenkomst die de uitvoering van alle normaal voor de herijk verplichte proeven noodzakelijk maakt, dan mag de uitvoeringsdatum van deze proeven genoteerd worden als de datum van de laatste herijk mits een nieuw aanvaardingsmerk beschreven in artikel 34bis 16 wordt aangebracht.

  HOOFDSTUK IV. - Merken, tekens, documenten en ijklonen. <Ingevoegd bij KB 2008-07-25/35, art. 3; Inwerkingtreding : 01-07-2008>

  Art. 34bis16. <Ingevoegd bij KB 2008-07-25/35, art. 3; Inwerkingtreding : 01-07-2008> Het aanvaardingsmerk bij herijk bestaat uit een zelfklevend vignet, aangebracht op een goed zichtbare plaats door een erkende keuringsinstelling. De nadere regels volgens welke het vignet wordt toegekend worden door Ons bepaald.
  Het model van het vignet wordt gedefinieerd in bijlage 1.
  De nadere regels voor de markering van de meetwerktuigen waarop het aanbrengen van vignetten niet mogelijk is, worden door Ons bepaald.

  Art. 34bis17. <Ingevoegd bij KB 2008-07-25/35, art. 3; Inwerkingtreding : 01-07-2008> Het afkeuringmerk bij herijk bestaat uit een zelfklevend vignet, aangebracht door een erkende keuringsinstelling op een goed zichtbare plaats van het meetwerktuig. De nadere regels volgens welke het vignet wordt toegekend worden door Ons bepaald.
  Het model van het vignet wordt gedefinieerd in bijlage 2.

  Art. 34bis18. <Ingevoegd bij KB 2008-07-25/35, art. 3; Inwerkingtreding : 01-07-2008> Het uitgesteld aanvaardingsmerk bij herijk bestaat uit een zelfklevend vignet, aangebracht door een erkende keuringsinstelling op een goed zichtbare plaats van het meetwerktuig. De nadere regels volgens welke het vignet wordt toegekend worden door Ons bepaald.
  Het model van het vignet wordt gedefinieerd in bijlage 3.

  Art. 34bis19. <Ingevoegd bij KB 2008-07-25/35, art. 3; Inwerkingtreding : 01-07-2008> Het proefverslag vermeldt minstens :
  1° het erkenningnummer van de keuringsinstelling;
  2° de naam, het adres en het ondernemingsnummer van de houder van het meetwerktuig;
  3° het adres van gebruik en in voorkomend geval het vestigingsnummer van de gebruiker;
  4° indien beschikbaar, het identificatienummer van het meetwerktuig bij de bevoegde Dienst;
  5° het merk, het model en het serienummer van het meetwerktuig;
  6° de keuringsdatum;
  7° het nummer van het vignet;
  8° de fouten van het meetwerktuig voor herstelling of justering;
  9° de fouten bij de metrologische proeven bepaald in artikel 34bis 14 van dit besluit;
  10° de eventuele niet-conformiteit of de slechte werking van het meetwerktuig;
  11° in voorkomend geval, de identificatie van de vorige keuringsinstelling;
  12° de staat van verzegeling van het meetwerktuig voor en na de tussenkomst;
  13° de beslissing na ijking : aanvaarding, uitgestelde aanvaarding of afkeuring;
  14° in voorkomend geval, de toestand van het metrologisch boekje of van de gegevenskaart;
  15° de naam van de keurder bedoeld in artikel 34bis 2, § 2.

  TITEL IIter. - Verplichtingen van de gebruikers van meetwerktuigen. <Ingevoegd bij KB 2008-07-25/35, art. 3; Inwerkingtreding : 01-07-2008>

  Art. 34bis20. <Ingevoegd bij KB 2008-07-25/35, art. 3; Inwerkingtreding : 01-07-2008> De gebruikers, die meetwerktuigen gebruiken in de zin van artikel 12 van de wet van 16 juni 1970 betreffende de meeteenheden, de meetstandaarden en de meetwerktuigen :
  1° delen iedere nieuwe ingebruikname van een meetwerktuig mee aan de bevoegde Dienst;
  2° vragen de herijk aan, overeenkomstig het betreffend besluit, zodat de reglementaire periodiciteit nageleefd wordt, of sluiten een onderhoudscontract met een erkende keuringsinstelling.
  De proeven moeten ten laatste uitgevoerd worden op de vervaldag van het ijkmerk;
  3° vergewissen zich van de goede reglementaire staat van hun meetwerktuigen, in het bijzonder van het behoud van de integriteit van de verzegelingen en van de merken van eerste ijk of van de EG-markering van overeenstemming, van het vignet van herijk of van het onderhoudscontract;
  4° zorgen voor de integriteit van het metrologisch boekje of van de gegevenskaart indien voorzien in het betreffend besluit, doen ze aanvullen door de erkende keuringsinstellingen en houden ze ter beschikking van de controleoverheden;
  5° stellen de niet-conforme meetwerktuigen buiten gebruik. Deze buitengebruikstelling zal ondubbelzinnig zijn en aan de bevoegde Dienst kenbaar worden gemaakt.

  TITEL III. _ INWERKINGTREDING.

  Art. 35. 1. Treden in werking de artikelen 11 tot 22 van de wet van 16 juni 1970 betreffende de meeteenheden, de meetstandaarden en de meetwerktuigen.
  2. Treden eveneens in werking § 7, van artikel 34, van voornoemde wet van 16 juni 1970, voor wat betreft de artikelen 4 tot 9, de artikelen 16 tot 21 en 24 van de wet van 1 oktober 1855, gewijzigd door de wet van 1 augustus 1922, door het koninklijk besluit nr. 79 van 28 november 1939 en door de wet van 20 april 1964.
  3. Evenwel blijft, voor de groepen meetwerktuigen waarvoor de krachtens § 2, van artikel 15, van de wet te nemen uitvoeringsbesluiten nog niet in werking zijn, de huidige wetgeving van kracht tot op de datum van de inwerkingtreding van deze besluiten.

  Art. 36. 1. Onze Minister van Economische Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
  2. Dit besluit treedt in werking op 1 februari 1973, met uitzondering van de artikelen 14 tot 19 betreffende de herijk die in werking treden op 1 januari 1974, datum tot dewelke de vroegere bepalingen omtrent de periodieke ijk van toepassing blijven.

  BIJLAGEN.

  Art. N1.<Ingevoegd bij KB 2008-07-25/35, art. 4; Inwerkingtreding : 01-07-2008> Bijlage 1. - Aanvaardingsmerk bij herijk.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 21-08-2008, p. 44064)
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 28-12-2018, p. 105537)

  Art. N2. <Ingevoegd bij KB 2008-07-25/35, art. 5; Inwerkingtreding : 01-07-2008> Bijlage 2. - Afkeuringsmerk bij herijk.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 21-08-2008, p. 44066)

  Art. N3. <Ingevoegd bij KB 2008-07-25/35, art. 6; Inwerkingtreding : 01-07-2008> Bijlage 3. - Uitgesteld aanvaardingsmerk bij herijk.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 21-08-2008, p. 44068)

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Gelet op de wet van 16 juni 1970 betreffende de meeteenheden, de meetstandaarden en de meetwerktuigen, en inzonderheid de artikelen 11 tot 22 en 34;
   Gelet op de richtlijn 71/316/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juli 1971, inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lid-Staten betreffende voor meetmiddelen en metrologische controlemethoden geldende algemene bepalingen;
   .....

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 20-12-2018 GEPUBL. OP 28-12-2018
    (GEWIJZIGD ART. : N1)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 25-07-2008 GEPUBL. OP 21-08-2008
    (GEWIJZIGDE ART. : 14; 16; 34BIS1-34BIS20; N1-N3)
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 17-07-1986 GEPUBL. OP 19-08-1986

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 16 uitvoeringbesluiten 2 gearchiveerde versies
    Franstalige versie