J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
Inhoudstafel 66 uitvoeringbesluiten 6 gearchiveerde versies
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1971/04/01/1971040101/justel

Titel
1 APRIL 1971. - Wet houdende oprichting van een regie der gebouwen.
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 29-08-2002 en tekstbijwerking tot 31-05-2018)

Publicatie : 27-05-1971 nummer :   1971040101 bladzijde : 6795
Dossiernummer : 1971-04-01/30
Inwerkingtreding : 01-07-1971 (ART. (24))

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-2, 2bis, 2ter, 3-20, 20bis, 21-24

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1.Er is een Regie der Gebouwen, hierna genoemd " Regie ". Zij is een openbare instelling met rechtspersoonlijkheid.
  [1 De Koning wordt gemachtigd de benaming "Regie der Gebouwen" en "Regie" te wijzigen en de gewijzigde benaming te vervangen in alle wetten en reglementen.]1
  ----------
  (1)<W 2014-04-24/37, art. 2, 005; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. 2.[1 § 1. De Regie is ermee belast de terreinen, gebouwen en aanhorigheden ervan, die noodzakelijk zijn voor de diensten van de Staat, voor de door de Staat beheerde openbare diensten, voor de uitvoering van de internationale verplichtingen van de Staat inzake immobiliën, evenals voor de huisvesting van sommige categorieën van het door de Staat bezoldigd personeel, ter beschikking van de Staat te stellen en te beheren als een goede huisvader met inbegrip van de tijdelijke terbeschikkingstelling aan derden indien een goed tijdelijk niet nuttig is voor de Staat en de hierboven genoemde diensten.
   § 2. De Koning kan, onverminderd de uitvoering door de Regie der Gebouwen van haar in paragraaf 1 bedoelde opdrachten, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de toepassing van deze wet uitbreiden tot de gebouwen die ressorteren onder:
   1° federale instellingen al dan niet bedoeld in de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige openbare instellingen;
   2° de in België gevestigde internationale instellingen en internationale scholen.
   De kosten voor de prestaties van de Regie der Gebouwen ten bate van de in 1° bedoelde federale instellingen vallen ten laste van deze instellingen.
   § 3. Om het doel bepaald in paragraaf 1 te realiseren zal de Regie der Gebouwen :
   1° gebouwen oprichten, renoveren, inrichten en onderhouden;
   2° onroerende goederen verwerven via aankoop, onteigening of het verwerven van zakelijke rechten;
   3° onroerende goederen verkopen of er zakelijke rechten op vestigen;
   4° onroerende goederen huren, verhuren en voor korte of voor langere tijd ter beschikking stellen van derden, al dan niet in afwachting van een herbestemming van het betrokken onroerend goed;
   5° alle handelingen verrichten die betrekking hebben op het doel dat zij nastreeft of die van aard zijn de verwezenlijking hiervan te vergemakkelijken, met inbegrip van het afsluiten van alle contracten die betrekking hebben op persoonlijke of zakelijke rechten, het opstellen van basisakten en authentieke akten. Deze verrichtingen worden op loyale, zorgvuldige en integere wijze uitgevoerd ten name en voor rekening van de Staat of van de openbare instelling overeenkomstig artikel 15 en rekening houdend met de belangen van alle daarbij betrokken partijen.
   § 4. Nadat zij ertoe gemachtigd is bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, kan de Regie der Gebouwen, met het oog op de verwezenlijking van de in paragraaf 3 bedoelde verrichtingen, kapitaalparticipaties nemen of zich verenigen met één of meer natuurlijke of rechtspersonen naar publiek- of privaatrecht met het oog op het oprichten van een rechtspersoon of een publiek-private samenwerking.
   § 5. De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit, aan de Regie der Gebouwen toestemming verlenen om de onroerende goederen, eigendom van de Staat en beheerd door de Regie der Gebouwen, een andere bestemming te geven dan de huisvesting van bovenvermelde diensten.
   Die toestemming wordt slechts in uitzonderlijke gevallen verleend. De bestemming moet materieel mogelijk zijn in het betrokken onroerende goed, het algemeen belang ten goede komen.
   Het koninklijk besluit bepaalt de investeringen waartoe de Regie der Gebouwen wordt gemachtigd en de voorwaarden waaronder die onroerende goederen ter beschikking worden gesteld.
   Binnen twaalf maanden na de inwerkingtreding van het koninklijk besluit wordt bij de Kamer van volksvertegenwoordigers een verslag ingediend dat de tekst van het besluit overneemt.]1
  ----------
  (1)<W 2016-06-27/23, art. 2, 006; Inwerkingtreding : 07-08-2016>

  Art. 2bis. <Ingevoegd bij KB 1996-11-18/35, art. 2, Inwerkingtreding : 12-12-1996> § 1. (De Regie kan, in naam en voor rekening van andere publiekrechtelijke rechtspersonen of concessiehouders van Belgische of buitenlandse overheidsdiensten, overheidsopdrachten van werken en diensten aangaan, studieopdrachten verrichten en contracten afsluiten met het oog op de bouw, renovatie, restauratie, verhuring of het beheer van gebouwen.) <W 2006-07-20/39, art. 58, 1°, 003; Inwerkingtreding : 07-08-2006>
  § 2. De Koning stelt, bij in Ministerraad overlegd koninklijk besluit, de uitvoeringsmodaliteiten van § 1 vast.
  § 3. In de uitoefening van haar voornaamste opdracht die zij vervult krachtens artikel 2, kan de Regie als bijkomende werkzaamheid, eveneens woongelegenheden en commerciële gebouwen oprichten en beheren indien die verrichting voorgeschreven is door verordeningsbepalingen of verantwoord is door economische redenen.
  (4. De Regie der Gebouwen kan zich, bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, in het kader van de uitvoering van haar bevoegdheden, laten bijstaan door andere rechtspersonen, of taken door andere rechtspersonen laten uitvoeren of samen met andere rechtspersonen taken uitvoeren.
  § 5. De Regie wordt ertoe gemachtigd om aan de diensten en instellingen bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, facilitaire diensten te verstrekken die het beheer en het gebruik van de ter beschikking gestelde ruimten helpen te optimaliseren. De voorwaarden en modaliteiten hiertoe zullen in een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad worden vastgelegd.) <W 2006-07-20/39, art. 58, 2°, 003; Inwerkingtreding : 07-08-2006>

  Art. 2ter. <Ingevoegd bij KB 1996-11-18/35, art. 3, Inwerkingtreding : 12-12-1996> § 1. (De Regie wordt belast met de studie en de voorbereiding, in overleg met de betrekkers, van de bezettings-, kwaliteits- en veiligheidsnormen voor de gebouwen die zij beheert. Deze normen worden bekrachtigd door de Ministerraad.) <W 2006-07-20/39, art. 59, 1°, 003; Inwerkingtreding : 07-08-2006>
  De Regie zorgt voor een permanente opvolging van de gegevens betreffende de bezetting van de administratieve gebouwen die zij beheert. Alle betrokken departementen en instellingen verlenen hun medewerking voor het bijwerken van die gegevens. Zij verlenen ook toegang tot die gebouwen aan de door de Regie daartoe aangestelden.
  De Regie verstrekt de nodige adviezen aan de departementen en instellingen voor een rationele bezetting van de hun ter beschikking gestelde gebouwen.
  (...) <W 2006-07-20/39, art. 59, 2°, 003; Inwerkingtreding : 07-08-2006>
  § 2. De Regie verleent haar medewerking aan het Belgisch Instituut voor Normalisatie, alsook aan analoge nationale en internationale instellingen met het oog op de bepaling van de technische bouwnormen.

  Art. 3.(De Regie staat onder het hiërarchisch gezag van de minister bevoegd voor de Regie der Gebouwen, hierna genoemd de minister.) <W 2006-07-20/39, art. 60, 003; Inwerkingtreding : 07-08-2006>
  [1 De Minister is bevoegd om alle daden van beschikking en beheer te stellen.]1
  ----------
  (1)<W 2016-06-27/23, art. 3, 006; Inwerkingtreding : 07-08-2016>

  Art. 4. <W 2006-07-20/39, art. 61, 003; Inwerkingtreding : 07-08-2006> § 1. Het dagelijks beheer van de Regie wordt toevertrouwd aan een administrateur-generaal.
  De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, en na het akkoord van de ministers van Begroting en Ambtenarenzaken, de andere management- en staffuncties.
  De administrateur-generaal en de houders van de management- en staffuncties maken deel uit van het directiecomité. Ze worden voor een mandaat van zes jaar aangesteld.
  De procedures inzake aanstelling en uitoefening van de functies van administrateur-generaal en van de management- en staffuncties worden vastgelegd bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
  In afwijking van het vierde lid en op voordracht van de minister, na een openbare oproep tot kandidaten, wordt de eerste aanstelling van de administrateur-generaal en van de houders van management- en staffuncties voor een mandaat van zes jaar bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, gedaan.
  § 2. Het dagelijks beheer omvat met name de hiërarchische bevoegdheden betreffende de personeelsleden van de Regie. De Koning kan bovendien specifieke bevoegdheden aan de administrateur-generaal toewijzen.
  § 3. Het directiecomité waakt erover dat de algemene werking, de behoeften van de klanten en het operationeel en financieel verantwoorde vastgoedbeheer het uitgangspunt vormen voor alle activiteiten. Het beslist over alle aangelegenheden inzake ontwerp en concretisering van de projecten, evenals over alle aangelegenheden inzake interne organisatie.
  § 4. Elk statutair of contractueel personeelslid van de Regie geeft de belangen aan die het heeft in een instelling of onderneming die zakelijke banden met de Regie heeft en verbindt zich ertoe de Regie van alle wijzigingen met betrekking tot de aangegeven belangen op de hoogte te brengen.
  § 5. De minister kan specifieke bevoegdheden delegeren aan de administrateur-generaal, aan het directiecomité of aan andere personeelsleden van de Regie.
  Binnen de perken die de minister bepaalt, kunnen de personeelsleden aan wie hij delegatie heeft verleend de hun gedelegeerde bevoegdheden subdelegeren. De administrateur-generaal neemt hiertoe een subdelegatiebesluit.

  Art. 5.[1 § 1. De Regie richt een gestructureerd overleg op met de federale openbare diensten waarvoor de Regie der Gebouwen haar opdrachten vervult. Dit overleg wordt georganiseerd in een Strategisch Comité dat adviserende bevoegdheid heeft ten overstaan van de Minister bevoegd voor de Regie der Gebouwen. Het Strategisch Comité is samengesteld uit afgevaardigden van de Regie der Gebouwen en van de federale openbare diensten waarvoor de Regie der Gebouwen haar opdrachten vervult. Er kunnen eveneens experten, extern aan deze federale openbare diensten, als lid van het Strategisch Comité worden aangesteld. De aanstelling van de leden van het Strategisch Comité, de aard en de inhoud van haar adviesbevoegdheid, de werking en de remuneratieregeling worden bepaald bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
   § 2. De Regie maakt een meerjarenplan op voor de vastgoedbehoeftes. De modaliteiten voor de uitwerking, het overleg, de validering en de goedkeuring van het meerjarenplan, de eventuele wijziging ervan en de rapportering over het meerjarenplan, wordt in een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.]1
  ----------
  (1)<W 2014-04-24/37, art. 3, 005; Inwerkingtreding : 31-05-2014>

  Art. 6. <W 2006-07-20/39, art. 63, 003; Inwerkingtreding : 07-08-2006> De Regie organiseert een interne controle en een interne audit. De organisatie en de structuur hiervan worden bepaald bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.

  Art. 7. <W 2006-07-20/39, art. 64, 003; Inwerkingtreding : 07-08-2006> Tot de aanstelling van de in artikel 4 bedoelde administrateur-generaal, worden zijn bevoegdheden door de houder van de functie van directeur-generaal van de Regie uitgeoefend.

  Art. 8.[1 De middelen waarover de Regie der Gebouwen beschikt zijn kapitaalmiddelen en inkomsten.
   Worden inzonderheid beschouwd als kapitaalmiddelen:
   1° de aanvangsdotatie;
   2° elke aanvullende dotatie die ieder jaar door de Staat wordt toegekend en die een eigen inspanning van de Staat tot vermeerdering van zijn onroerend bezit vertegenwoordigt;
   3° de invorderbare thesaurievoorschotten van de Staat;
   4° de opbrengst van alle uitgevoerde onroerende verrichtingen.
   Worden inzonderheid beschouwd als inkomsten:
   1° de huurgelden en retributies die zij int;
   2° de inkomsten uit de onroerende goederen die ze beheert.]1
  ----------
  (1)<W 2016-06-27/23, art. 4, 006; Inwerkingtreding : 07-08-2016>

  Art. 9. (Opgeheven) <KB 1996-11-18/35, art. 9, Inwerkingtreding : 12-12-1996>

  Art. 10. (Voor de Regie) wordt aangelegd : <KB 1996-11-18/35, art. 10, Inwerkingtreding : 12-12-1996>
  1° een amortisatie- en vernieuwingsfonds met het doel de vestigingsuitgaven af te schrijven en de uitgaven voor wederopbouw van de gebouwen te dekken; het bedrag ervan wordt zo berekend dat het de normale industriële afschrijving der gebouwen vertegenwoordigt;
  2° een reservefonds met het doel in eventuele tekorten te voorzien.

  Art. 11. (Opgeheven) <KB 1996-11-18/35, art. 9, Inwerkingtreding : 12-12-1996>

  Art. 12. (Opgeheven) <KB 1996-11-18/35, art. 9, Inwerkingtreding : 12-12-1996>

  Art. 13.
  <Opgeheven bij W 2016-06-27/23, art. 5, 006; Inwerkingtreding : 07-08-2016>

  Art. 14.
  <Opgeheven bij W 2016-06-27/23, art. 6, 006; Inwerkingtreding : 07-08-2016>

  Art. 15.[1 § 1. Voor de organisatie en de afhandeling van de vastgoedverrichtingen en samenhangende daden met betrekking tot de goederen waarvoor de Regie der Gebouwen bevoegd is, heeft de Regie der Gebouwen de keuze om hiervoor beroep te doen op:
   1° hetzij de diensten van het Federaal Aankoopcomité waarbij de ambtenaren van dat Comité gemachtigd zijn om te handelen in naam en voor rekening van de Regie der Gebouwen;
   2° hetzij de eigen diensten en personeelsleden van de Regie der Gebouwen, eventueel met bijstand van de diensten van het Federaal Aankoopcomité of van andere derden die zij aanstelt voor het geheel, een gedeelte of specifieke onderdelen van de vastgoedverrichtingen die ze beoogt te organiseren en af te handelen.
   Onder vastgoedverrichtingen wordt verstaan de aankoop, de verkoop, de onteigening evenals het verwerven en het toekennen van zakelijke rechten.
   Onder samenhangende daden wordt onder andere verstaan het opmaken van waardebepalingen, het voorbereiden van het verkoopdossier, het bekendmaken of het in mededinging stellen en het overgaan tot bezoeken.
   § 2. De vastgoedverrichtingen vereisen telkens het voorafgaand akkoord van de Inspectie van Financiën. Iedere voltrokken verrichting wordt medegedeeld aan de Minister van Financiën. Aan de Ministerraad wordt jaarlijks een lijst van de voltrokken verrichtingen medegedeeld.
   De Koning bepaalt, via een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit, de voorwaarden en de modaliteiten betreffende de toepassing van deze controlemaatregelen.
   § 3. De verkopen van onroerende goederen en zakelijke rechten dienen hetzij via een openbare procedure met passende bekendmaking hetzij via een onderhandse procedure met een transparant biedproces te geschieden waarbij alle geïnteresseerden een gelijke kans tot deelname krijgen. Elke verkoop zal slechts gebeuren na ruime bekendmaking in de pers of op een vergelijkbare wijze.
   § 4. De opbrengst van de wederverkoop van onroerende goederen en zakelijke rechten die niet in het openbaar domein worden opgenomen evenals enigerlei ontvangst afkomstig van de aangekochte onroerende goederen worden aan de Regie der Gebouwen toegekend.
   § 5. De ambtenaren van de Algemene administratie van de Inning en de Invordering zijn bevoegd om op te treden namens de Regie der Gebouwen om uitstaande schulden in te vorderen.
   De voorzitter van het Federale Aankoopcomité is bevoegd om de Regie der Gebouwen daarbij in rechte te vertegenwoordigen.]1
  ----------
  (1)<W 2016-06-27/23, art. 7, 006; Inwerkingtreding : 07-08-2016>

  Art. 16. (Opgeheven) <KB 1996-11-18/35, art. 9, Inwerkingtreding : 12-12-1996>

  Art. 17. § 1. Voor zover zijn middelen het mogelijk maken, stelt de Staat de nodige diensten, uitrusting, gebouwen en installaties ter beschikking van de Regie. Deze terbeschikkingstelling valt ten laste van de Regie.
  De Regie mag bovendien de gebouwen, de uitrusting en de installaties bouwen, aankopen of huren die nodig zijn voor de vervulling van haar taak.
  (...) <W 28-12-1973, art. 52, 2°, BS 29-12-1973
  § 2. (...) <W 28-12-1973, art. 52, 2°, BS 29-12-1973
  § 3. De Regie mag bijzondere uitkeringen verlenen (aan zijn personeel). <KB 1996-11-18/35, art. 12, Inwerkingtreding : 12-12-1996>

  Art. 18. De Regie wordt met de Staat gelijkgesteld voor de toepassing van de wetten betreffende de taksen, rechten, retributies en belastingen ten bate van de Staat, van de provincies en van de gemeenten.

  Art. 19. <W 2006-07-20/39, art. 65, 003; Inwerkingtreding : 07-08-2006> De minister maakt de lijst op :
  1° van de terreinen, gebouwen en aanhorigheden die toebehoren aan de Staat en noodzakelijk zijn voor de werking van de diensten van de Staat en van de door de Staat beheerde openbare diensten, alsmede voor de huisvesting van sommige categorieën van het door de Staat bezoldigd personeel, en die door de Regie worden beheerd ten name en voor rekening van de Staat;
  2° van de terreinen, gebouwen en aanhorigheden die voor dezelfde doeleinden door de Staat worden gehuurd, en waarvan de Regie de huur overneemt.
  Deze lijst wordt door de Koning goedgekeurd en aan de Ministerraad meegedeeld.
  Het directiecomité legt de minister jaarlijks een inventaris van de goederen voor met het oog op het bijwerken van de in het eerste lid bedoelde lijst.

  Art. 20. § 1. De Regie treedt in de rechten, plichten en lasten van de Staat :
  1° betreffende de onroerende goederen waarvan de Staat eigenaar is en die zijn opgenomen in de lijst, bedoeld in artikel 19, 1°;
  2° die voortvloeien uit de ten name van de Staat (bestuur der gebouwen) gesloten overeenkomsten van huur van de onroerende goederen die zijn opgenomen in de lijst, bedoeld in artikel 19, 2°;
  3° die voortvloeien uit de ten name van de Staat (bestuur der gebouwen) gesloten aannemingsovereenkomsten van werken, leveringen en diensten voor de bouw, de inrichting en het onderhoud van de onroerende goederen die zijn opgenomen in de lijst, bedoeld in artikel 19, 1° en 2°.
  § 2. De Regie neemt de uitgaven voortvloeiend uit de door de Staat gevorderde aankopen en onteigeningen betreffende onroerende goederen, op genomen in de in artikel 19 bedoelde lijst, die aan de gang zijn, op het ogenblik van de overdracht, voor haar rekening.
  De koninklijke besluiten waarbij de Staat gemachtigd wordt die onroerende goederen te onteigenen, mogen uitgevoerd worden op vervolging en ten verzoeke van de Regie.

  Art. 20bis. <Ingevoegd bij KB 1996-11-18/35, art. 14, Inwerkingtreding : 12-12-1996> De Staat wordt gemachtigd de eigendom van de terreinen, gebouwen en bijgebouwen die hem toebehoren en die namens hem en voor zijn rekening door de Regie der Gebouwen worden beheerd, over te dragen aan een met toepassing van artikel 2, vierde lid, op te richten handelsvennootschap.

  Art. 21. (Opgeheven) <KB 1996-11-18/35, art. 9, Inwerkingtreding : 12-12-1996>

  Art. 22. De woorden " Regie der gebouwen " worden toegevoegd onderaan de lijst van de instellingen, opgesomd in artikel 1, A, van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut.

  Art. 23.
  <Opgeheven bij W 2014-04-25/23, art. 147, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2014>

  Art. 24. De Koning stelt de datum van inwerkingtreding van deze wet vast, uiterlijk op 1 januari 1972. (NOTA : KB 17-06-1971 heeft de inwerkingtreding op 01-07-1971 vastgesteld)

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 08-05-2018 GEPUBL. OP 31-05-2018
    (GEWIJZIGD ART. : 19)
  • BEELD
  • WET VAN 27-06-2016 GEPUBL. OP 28-07-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 3; 8; 13; 14; 15)
  • BEELD
  • WET VAN 24-04-2014 GEPUBL. OP 21-05-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 5)
  • BEELD
  • WET VAN 25-04-2014 GEPUBL. OP 14-05-2014
    (GEWIJZIGD ART. : 23)
  • BEELD
  • WET VAN 20-07-2006 GEPUBL. OP 28-07-2006
    (GEWIJZIGDE ART. : 2BIS; 2TER; 3; 4; 5; 6; 7; 19)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 05-06-2004 GEPUBL. OP 24-06-2004
    (GEWIJZIGD ART. : 19)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 22-06-2003 GEPUBL. OP 01-07-2003
    (GEWIJZIGD ART. : 19)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 02-08-2002 GEPUBL. OP 02-06-2003
    (GEWIJZIGD ART. : 19)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 01-04-2003 GEPUBL. OP 29-04-2003
    (GEWIJZIGD ART. : 19)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 20-01-2003 GEPUBL. OP 19-02-2003
    (GEWIJZIGD ART. : 19)
  • BEELD
  • WET VAN 02-08-2002 GEPUBL. OP 29-08-2002
    (GEWIJZIGD ART. : 4)
  • BEELD
  • WET VAN 15-01-1999 GEPUBL. OP 26-01-1999
    (GEWIJZIGD ART. : 2)
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 18-11-1996 GEPUBL. OP 12-12-1996
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 2BIS; 2TER; 3; 4; 5; 6; 7; 9; 10)
    (GEWIJZIGDE ART. : 11; 12; 13; 16; 17; 19; 20BIS; 21)
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 30-06-1996 GEPUBL. OP 06-09-1996
    (GEWIJZIGD ART. : 19)
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 20-06-1996 GEPUBL. OP 06-09-1996
    (GEWIJZIGD ART. : 19)
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 10-06-1996 GEPUBL. OP 09-07-1996
    (GEWIJZIGD ART. : 19)
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 25-06-1993 GEPUBL. OP 30-07-1993
    (GEWIJZIGD ART. : 19)
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 20-10-1992 GEPUBL. OP 29-10-1992
    (GEWIJZIGD ART. : 19)
  • WET VAN 20-07-1990 GEPUBL. OP 01-08-1990
    (GEWIJZIGD ART. : 2)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
    Inhoudstafel 66 uitvoeringbesluiten 6 gearchiveerde versies
    Franstalige versie