J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 27 uitvoeringbesluiten 2 gearchiveerde versies
Einde Franstalige versie
 
belgiŰlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1969/06/13/1969061318/justel

Titel
13 JUNI 1969. - [Wet inzake de exploratie en de exploitatie van niet -levende rijkdommen van de territoriale zee en het continentaal plat]. (Opschrift vervangen bij <W 1999-04-22/47, art. 26, 003; Inwerkingtreding : 20-07-1999>)
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 01-01-1987 en tekstbijwerking tot 29-12-2008)

Publicatie : 08-10-1969 nummer :   1969061318 bladzijde : 9479
Dossiernummer : 1969-06-13/30
Inwerkingtreding : 18-10-1969

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-14

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. <W 1999-04-22/47, art. 27, 003; Inwerkingtreding : 20-07-1999> Het Koninkrijk BelgiŰ oefent zijn soevereiniteit uit over de territoriale zee en soevereine rechten over het continentaal plat ter exploratie en ter exploitatie van de minerale en andere niet-levende rijkdommen.

  Art. 2. <W 1999-04-22/47, art. 28, 003; Inwerkingtreding : 20-07-1999> Het continentaal plat van BelgiŰ omvat de zeebodem en de ondergrond van de onder water gelegen gebieden die aan de kust aansluiten doch buiten de territoriale zee gelegen zijn en waarvan de buitengrens bepaald wordt door de lijn bestaande uit segmenten die de volgende, in co÷rdinaten uitgedrukte punten, verbindt, in de volgorde zoals hieronder aangegeven:

  1. 5116'09"N       0223'25"O
  2. 5133'28"N       0214'18"O
  3. 5136'47"N       0215'12"O
  4. 5148'18"N       0228'54"O
  5. 5152'34,012"N   0232'21,599"O
  6. 51 33'06"N       0304'53"O


  De ligging van de in dit artikel opgesomde punten is uitgedrukt in breedte en lengte volgens het Europees geodetisch systeem (1e vereffening 1950).

  Art. 3. (ž 1.) Voor de exploratie en de exploitatie van de minerale en andere niet-levende rijkdommen van de (zeebodem) en van de ondergrond is concessie vereist, die wordt verleend onder de voorwaarden en volgens de regelen welke de Koning bepaalt. <W 1999-01-20/33, art. 79, 002; Inwerkingtreding : 22-03-1999> <W 1999-04-22/47, art. 29, 003; Inwerkingtreding : 20-07-1999>
  (Hij bepaalt eveneens de procedure voor de gedeeltelijke of gehele intrekking of overdracht van de concessie.) <W 1999-04-22/47, art. 29, 003; Inwerkingtreding : 20-07-1999>
  (ž 2. Elke aanvraag tot concessie of machtiging omvat een milieueffectenrapport dat is opgesteld onder verantwoordelijkheid en op kosten van de aanvrager. De aanvraag wordt onderworpen aan een milieueffectenbeoordeling.
  Het milieueffectenrapport wordt opgesteld en de milieueffectenbeoordeling wordt uitgevoerd overeenkomstig de door de Koning, op gezamenlijke voordracht van de minister die de Economische Zaken onder zijn bevoegdheid heeft en de minister die Leefmilieu onder zijn bevoegdheid heeft, vastgestelde regels in verband met de procedure, de inhoud en de vorm.
  De exploratie en de exploitatie worden onderworpen aan een continu onderzoek naar de invloed van de betrokken activiteiten op de sedimentafzettingen en op het mariene milieu.
  ž 3. De minister die Leefmilieu onder zijn bevoegdheid heeft, brengt advies uit over het milieueffectenrapport en de resultaten van de milieueffectenbeoordeling.
  Concessies, machtigingen, verlengingen of vernieuwingen kunnen slechts worden toegestaan mits het gunstig advies van de minister die Leefmilieu onder zijn bevoegdheid heeft.
  Bij aanvragen en aanvragen tot verlenging of vernieuwing van een concessie of machtiging zal worden rekening gehouden met de resultaten van het continu onderzoek.
  Indien uit het continu onderzoek blijkt dat de betrokken activiteiten onaanvaardbare nadelige gevolgen voor de sedimentafzettingen of voor het mariene milieu hebben, kan de concessie of machtiging, geheel of gedeeltelijk, opgeheven of geschorst worden.
  ž 4. De exploratie en de exploitatie worden onderworpen aan een vergoeding volgens de modaliteiten die bepaald worden in de concessiebesluiten, voor de uitvoering van het continu onderzoek naar de invloed van de betrokken activiteiten op de sedimentafzettingen en op het mariene milieu.
  ž 5. De Koning stelt op gezamenlijke voordracht van de minister die de Economische Zaken onder zijn bevoegdheid heeft en de minister die Leefmilieu onder zijn bevoegdheid heeft, een raadgevende commissie in om de co÷rdinatie te verzekeren tussen de administraties die betrokken zijn bij het beheer van de exploratie en de exploitatie van het continentaal plat en de territoriale zee.
  Om de drie jaar wordt een overzichtsrapport met de resultaten van het continue onderzoek aan de commissie voorgelegd.
  De commissie heeft onder andere volgende specifieke opdrachten :
  - het co÷rdineren van de onderzoeken van de concessieaanvragen en het formuleren van een advies over deze aanvragen;
  - het opvolgen van de verschillende studies die uitgevoerd worden naar de invloed van de zandwinningen op het continentaal plat;
  - het onderzoek van het driejaarlijks rapport;
  - het adviseren van corrigerende maatregelen indien een negatieve invloed zou worden vastgesteld, en;
  - het formuleren van beleidsvoorbereidende adviezen in verband met alle aspecten die verband houden met de zandwinningen.
  De Koning kan de werkingsmodaliteiten en werkingskosten van de commissie vaststellen.) <W 1999-01-20/33, art. 79, 002; Inwerkingtreding : 22-03-1999>

  Art. 4. <W 1999-04-22/47, art. 30, 003; Inwerkingtreding : 20-07-1999> Voor het leggen van kabels of pijpleidingen
  - die in de territoriale zee of het nationaal grondgebied binnenkomen
  - of die geplaatst of gebruikt worden in het kader van de exploratie van het continentaal plat, de exploitatie van de minerale en andere nietlevende rijkdommen daarvan of van de werkzaamheden van kunstmatige eilanden, installaties of inrichtingen die onder Belgische rechtsmacht vallen
  is een machtiging vereist die wordt verleend of ingetrokken volgens de regels die de Koning bepaalt.
  Voor pijpleidingen moet het tracÚ door de Koning goedgekeurd worden rekening houdend met de exploratie van het continentaal plat en de exploitatie van de minerale en andere niet-levende rijkdommen daarvan.
  De Koning kan bijkomende maatregelen opleggen om verontreiniging door pijpleidingen te voorkomen, verminderen, of bestrijden.

  Art. 5. De (Kunstmatige eilanden, installaties en andere inrichtingen), nodig voor de exploratie en de exploitatie van de (minerale en andere niet-levende) rijkdommen van het continentaal plat alsmede de in artikel 6 bedoelde veiligheidszones mogen niet tot gevolg hebben, dat op niet te rechtvaardigen wijze overlast wordt aangedaan aan de scheepvaart, de visserij of het instandhouden van de levende rijkdommen van de zee, noch dat het gebruik van de regelmatige scheepvaartroutes, die van wezenlijk belang zijn voor de internationale scheepvaart, of het fundamenteel oceanografisch of ander wetenschappelijk onderzoek, uitgevoerd met de bedoeling de resultaten ervan openbaar te maken, worden belemmerd. <L 1999-04-22/47, art. 31, 003; Inwerkingtreding : 20-07-1999>
  Te dien einde bepaald de Koning de te nemen maatregelen en andere regelen voor hun uitvoering.
  Hij stelt elke verplichting vast welke hij daartoe nuttig acht, inzonderheid inzake waarschuwingssystemen en inzake de middelen om verontreiniging van (de zee, de flora, de fauna en hun habitats alsook de) beschadiging van onderzeese kabels of pijpleidingen te voorkomen. <W 1999-04-22/47, art. 31, 003; Inwerkingtreding : 20-07-1999>
  Hij bepaalt de procedure voor gedeeltelijke of gehele intrekking van de machtiging of van de concessie.

  Art. 6. Een veiligheidszone zal, volgens door de Koning bepaalde regelen, kunnen worden vastgesteld voor iedere (in de territoriale zee of) op het continentaal plat gelegen (kunstmatig eilande,) installatie of inrichting. <W 1999-04-22/47, art. 32, 003; Inwerkingtreding : 20-07-1999>
  Zij mag zich uitstrekken tot een afstand van vijfhonderd meter, gemeten van elk punt van de buitengrens van (het kunstmatig eiland,) de installatie of inrichting. <W 1999-04-22/47, art. 32, 003; Inwerkingtreding : 20-07-1999>

  Art. 7. De (kunstmatige eilanden,) installaties of andere inrichtingen, als bedoeld in deze wet, die blijvend (in de territoriale zee of) op het continentaal plat zijn aangebracht, alsmede de personen en de goederen die zich (op de kunstmatige eilanden,) installaties of inrichtingen bevinden, zijn onderworpen aan het Belgisch recht. <W 1999-04-22/47, art. 33, 003; Inwerkingtreding : 20-07-1999>

  Art. 8. Iedere persoon die (op een in deze wet bedoeld kunstmatig eiland,) installatie of andere inrichting een misdrijf begaat, dat door de Belgische wet wordt beteugeld, kan in BelgiŰ worden vervolgd. <W 1999-04-22/47, art. 34, 003; Inwerkingtreding : 20-07-1999>
  Bij ontstentenis van andere bepalingen tot toekenning van bevoegdheid komt deze toe aan de rechtsmachten welke te Brussel zetelen.

  Art. 9. Handelingen of feiten die andere dan strafrechtelijke rechtsgevolgen hebben welke zich aan boord of ten aanzien van (een kunstmatig eiland,) een installatie of een andere inrichting, als bedoeld bij artikel 7, voordoen, worden geacht zich in BelgiŰ te hebben voorgedaan. <W 1999-04-22/47, art. 35, 003; Inwerkingtreding : 20-07-1999>
  Bij ontstentenis van andere bepalingen tot toekenning van bevoegdheid, worden deze handelingen of feiten geacht zich op het grondgebied van het vredegerecht van het tweede kanton van het rechterlijk arrondissement Brussel te hebben voorgedaan.

  Art. 10. (Ingevoegd bij <W 1999-04-22/47, art. 36, Inwerkingtreding : 20-07-1999>) De inbreuken op deze wet of zijn uitvoeringsbesluiten, worden bestraft overeenkomstig de artikelen 55 en 56 van de wet van 22 april 1999 betreffende de exclusieve economische zone van BelgiŰ in de Noordzee.

  Art. 11. <Ingevoegd bij W 2008-12-22/33, art. 87; Inwerkingtreding : 08-01-2009> Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, worden inbreuken op de bepalingen van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan, opgespoord en vastgesteld door de volgende personen :
  1░ de personeelsleden van de Scheepvaartpolitie van de Federale Politie die de hoedanigheid van officier of agent van gerechtelijke politie hebben;
  2░ de ambtenaren van de Beheerseenheid Mathematisch Model Noordzee, aangeduid door de Minister bevoegd voor Wetenschapsbeleid;
  3░ de ambtenaren van het Directoraat-Generaal Leefmilieu van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, aangeduid door de Minister bevoegd voor Marien Milieu;
  4░ de ambtenaren van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, aangeduid door de Minister bevoegd voor Economie;
  5░ de daartoe door hun hiŰrarchie gemandateerde officieren en onderofficieren van de Marine.

  Art. 12. <Ingevoegd bij W 2008-12-22/33, art. 88; Inwerkingtreding : 08-01-2009> De in artikel 11 vermelde ambtenaren hebben het recht te allen tijde de werkruimten op schepen en kunstmatige eilanden, en de aanligplaatsen te betreden teneinde er de vaststellingen te doen welke tot hun opdracht behoren, voor zover dit redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak noodzakelijk is. Zij kunnen zich doen bijstaan door deskundigen. Zo nodig kunnen zij een beroep doen op de openbare macht om zich tot die plaatsen toegang te verschaffen.

  Art. 13. <Ingevoegd bij W 2008-12-22/33, art. 89; Inwerkingtreding : 08-01-2009> Alle personen die overeenkomstig deze bepalingen bevoegd worden gemaakt voor het toezicht op de toepassing van deze wet, zullen bij het uitoefenen van dit toezicht, ongeacht of ze optreden in uniform of niet, de identificatiebewijzen voorleggen, waarvan de Koning het model vastlegt.

  Art. 14. <Ingevoegd bij W 2008-12-22/33, art. 90; Inwerkingtreding : 08-01-2009> Alle bepalingen van Boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn van toepassing.

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
BEELD
  • WET VAN 22-12-2008 GEPUBL. OP 29-12-2008
    (GEWIJZIGD ART. : 11-14)
  • BEELD
  • WET VAN 22-04-1999 GEPUBL. OP 10-07-1999
    (GEWIJZIGDE ART. : OPSCHRIFT; 1-10)
  • BEELD
  • WET VAN 20-01-1999 GEPUBL. OP 12-03-1999
    (GEWIJZIGD ART. : 3)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Zitting 1966-1967. KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS. Parl. besch. - Wetsontwerp en memorie van toelichting nr. 471-1 (1968-1969 : 243-1). Zitting 1967-1968. KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS. Parl. Hand. - Neerlegging van het wetsontwerp. Vergadering van 14-11-1967. Zitting 1968-1969. KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS. Parl. besch. - Verslag, nr. 243-2. Parl. Hand. - Neerlegging van het verslag. Vergadering van 14-01-1969. - Bespreking en stemming. Vergadering van 23-01-1969. SENAAT. Parl. besch. - Verslag, nr. 327. Parl. Hand. - Ontwerp overgemaakt door de Kamer van volksvertegenwoordigers. Vergadering van 28-01-1969. - Bespreking en Stemming. Vergadering van 08-05-1969.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 27 uitvoeringbesluiten 2 gearchiveerde versies
    Franstalige versie