J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
Inhoudstafel
Einde Franstalige versie
 
belgiŽlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving

Titel
14 JULI 1967. _ Akte van Stockholm ter aanvulling van de Overeenkomst van 's-Gravenhage betreffende het internationale depot van tekeningen en modellen van nijverheid van 6 november 1925, herzien te Londen op 2 juni 1934 en te 's-Gravenhage op 28 november 1960 en aangevuld door de Aanvullende Akte van Monaco van 18 november 1961. (Vertaling). Zie wijziging(en)

Publicatie : 29-01-1975 nummer :   1967071450 bladzijde : 88888
Dossiernummer : 1967-07-14/31
Inwerkingtreding : onbepaald (ART. (10))

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-12

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. In deze Aanvullende Akte wordt verstaan onder :
  "Akte van 1934", de op 2 juni 1934 te Londen ondertekende Akte van de Overeenkomst van 's-Gravenhage betreffende het Internationale depot van tekeningen en modellen van nijverheid;
  "Akte van 1960", de op 28 november 1960 te 's-Gravenhage ondertekende Akte van de Overeenkomst van 's-Gravenhage betreffende het internationale depot van tekeningen en modellen van nijverheid;
  "Aanvullende Akte van 1961", de op 18 november 1961 te Monaco ondertekende Akte ter aanvulling van de Akte van 1934;
  "Organisatie", de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom;
  "Internationale Bureau", het Internationale Bureau voor de bescherming van de intellectuele eigendom;
  "Directeur-Generaal", de Directeur-Generaal van de Organisatie;
  "Bijzondere Unie", de Unie van 's-Gravenhage, in het leven geroepen door de Overeenkomst van 's-Gravenhage van 6 november 1925 betreffende het internationale depot van tekeningen en modellen van nijverheid en in stand gehouden door de Akten van 1934 en 1960 en door de Aanvullende Akte van 1961 alsmede door de onderhavige Aanvullende Akte.

  Art. 2. 1. a) De Bijzondere Unie kent een Algemene Vergadering, samengesteld uit de landen, die de onderhavige Akte hebben bekrachtigd of daartoe zijn toegetreden.
  b) De Regering van elk land is vertegenwoordigd door een afgevaardigde, die zich kan doen bijstaan door plaatsvervangers, adviseurs en deskundigen.
  c) De door elke delegatie gemaakte kosten worden gedragen door de Regering die haar heeft aangewezen.
  2. a) De Algemene Vergadering :
  (i) neemt alle vraagstukken in behandeling betreffende de instandhouding en de ontwikkeling van de bijzondere Unie en de toepassing van haar Overeenkomst;
  (ii) verstrekt aan het Internationale Bureau richtlijnen betreffende de voorbereiding van de herzieningsconferenties, hierbij deugdelijk rekening houdende met de opmerkingen van de landen van de Bijzondere Unie, die deze Akte niet hebben bekrachtigd of daartoe niet zijn toegetreden;
  (iii) brengt wijzigingen aan in het reglement van uitvoering en stelt de bedragen vast der taksen voor het internationale depot van tekeningen en modellen van nijverheid;
  (iv) onderzoekt en keurt goed de rapporten en de werkzaamheden van de Directeur-Generaal met betrekking tot de Bijzondere Unie en verstrekt hen alle van belang zijnde richtlijnen met betrekking tot de vraagstukken ter zake van de competentie van de bijzondere Unie;
  (v) stelt het programma en de (tweejaarlijkse) begroting van de bijzondere Unie vast en keurt haar rekeningen goed; <V 1967-07-14 ; Inwerkingtreding : 3-11-1980>
  vi) stelt het financiŽle reglement van de Bijzondere Unie vast;
  (vii) roept de Commissie van deskundigen en werkgroepen in het leven, die zij van belang acht voor de verwezenlijking van de doelstellingen der Bijzondere Unie;
  (viii) beslist welke landen, geen leden der Bijzondere Unie zijnde, en welke intergouvernementele en niet-gouvernementele internationale organisaties als waarnemers tot haar vergaderingen kunnen worden toegelaten;
  (ix) neemt de wijzigingen aan van de artikelen 2 tot en met 5;
  (x) verricht iedere handeling die dienstig is ter verwezenlijking van de doelstellingen van de Bijzondere Unie;
  (xi) verricht alle overige taken, die in deze Akte besloten liggen.
  b) Aangaande de vraagstukken, die eveneens andere door de Organisatie beheerde Unies raken, doet de Algemene Vergadering uitspraak na het advies van de CoŲrdinatie-commissie van de Organisatie te hebben ingewonnen.
  3. a) Elk land dat lid is van de Algemene Vergadering heeft ťťn stem.
  b) Het quorum wordt gevormd door de helft van de landen die lid zijn van de Algemene Vergadering.
  c) Niettegenstaande het bepaalde onder b) kunnen, indien gedurende een zitting het aantal vertegenwoordigde landen kleiner is dan de helft, maar gelijk aan of groter dan het derde deel van de landen die lid zijn van de Algemene Vergadering, door die Vergadering besluiten worden genomen : evenwel worden de besluiten van de Algemene Vergadering, met uitzondering van die, welke haar eigen procedure betreffen, meer rechtens uitvoerbaar nadat aan de hierna vermelde voorwaarden is voldaan. Het Internationale Bureau brengt de hier bedoelde besluiten ter kennis van de landen die lid zijn van de Algemene Vergadering, die niet vertegenwoordigd waren, en verzoekt hun binnen een termijn van drie maanden, te rekenen van de datum van de bedoelde kennisgeving, schriftelijk hun stem uit te brengen of hun onthouding kenbaar te maken. Indien na afloop van deze termijn het aantal landen, die op deze wijze hun stem hebben uitgebracht of hun onthouding hebben kenbaar gemaakt, tenminste gelijk is aan het aantal landen dat aan het quorum der vergadering ontbrak, zullen bedoelde besluiten rechtens uitvoerbaar worden, mits tezelfdertijd de vereiste meerderheid is bereikt.
  d) Onverminderd het bepaalde in artikel 5, tweede lid, worden de besluiten van de Algemene Vergadering genomen met een meerderheid van twee derde van de uitgebrachte stemmen.
  e) Onthouding geldt niet als stem.
  f) Een afgevaardigde kan slechts ťťn enkel land vertegenwoordigen en kan slechts uit naam van dit land zijn stem uitbrengen.
  g) De landen van de Bijzondere Unie die geen lid zijn van de Algemene Vergadering kunnen haar bijeenkomsten als waarnemers bijwonen.
  4. a) De algemene vergadering komt eens in de twee jaar) in gewone zitting bijeen op uitnodiging van de directeur-generaal en, uitzonderlijke omstandigheden daargelaten, gedurende dezelfde periode en te zelfder plaatse als de Algemene Vergadering van de Organisatie. <V 1967-07-14 ; Inwerkingtreding : 3-11-1980>
  b) De Algemene Vergadering komt in buitengewone zitting bijeen op uitnodiging van de Directeur-Generaal ingevolge een verzoek van een vierde van de landen die lid zijn van de Algemene Vergadering.
  c) De agenda voor elke zitting wordt opgesteld door de Directeur-Generaal.
  5. De Algemene Vergadering stelt haar reglement van orde vast.

  Art. 3. 1. a) De taken met betrekking tot het internationale depot van tekeningen en modellen van nijverheid alsmede de andere administratieve taken, die aan de Bijzondere Unie ten deel vallen, worden verricht door het Internationale Bureau.
  b) Het Internationale Bureau bereidt in het bijzonder de bijeenkomsten voor en voorziet in het secretariaat van de Algemene Vergadering en van de door haar in het leven te roepen commissies van deskundigen en werkgroepen.
  c) De Directeur-Generaal is de hoogste functionaris van de Bijzondere Unie en tevens haar vertegenwoordiger.
  2. De Directeur-Generaal en ieder door hem aangewezen lid van het personeel nemen zonder stemrecht deel aan alle bijeenkomsten van de Algemene Vergadering en van de door haar in te stellen commissies van deskundigen en werkgroepen. De Directeur-Generaal of een door hem aangewezen lid van het personeel is ambtshalve secretaris van die organen.
  3. a) Het Internationale Bureau bereidt volgens de aanwijzingen van de Algemene Vergadering de conferenties voor ter herziening van de bepalingen van de Overeenkomst.
  b) Het Internationale Bureau kan bij de voorbereiding van de herzieningsconferenties het advies inwinnen van intergouvermentele en niet-gouvernementele internationale organisaties.
  c) De Directeur-Generaal en de door hem aangewezen personen nemen zonder stemrecht deel aan de beraadslagingen tijdens deze herzieningsconferenties.
  4. Het Internationale Bureau voert alle overige aan hem opgedragen taken uit.

  Art. 4. 1. a) De Bijzondere Unie heeft een begroting.
  b) De begroting van de Bijzondere Unie omvat de eigen inkomsten en uitgaven van de Bijzondere Unie, haar bijdrage aan de begroting van de gemeenschappelijke uitgaven der Unies, alsook indien zulks zich voordoet, het bedrag dat ter beschikking is gesteld van de begroting van de Conferentie der Organisatie.
  c) Als gemeenschappelijke uitgaven der Unies worden beschouwd de uitgaven die niet uitsluitend ten laste van de Bijzondere Unie komen maar tevens van ťťn of meer andere Unies, welke beheerd worden door de Organisatie. Het aandeel van de Bijzondere Unie in deze gemeenschappelijke uitgaven is evenredig aan het belang, dat deze uitgaven voor haar vertegenwoordigen.
  2. De begroting van de Bijzondere Unie wordt vastgesteld met inachtneming van de vereisten tot coŲrdinatie met de begrotingen van de andere door de Organisatie beheerde Unies.
  3. De begroting van de Bijzondere Unie wordt gefinancierd uit de volgende bronnen van inkomsten :
  (i) de taksen voor het internationale depot en de taksen en gelden verschuldigd voor de overige diensten, welke door het Internationale Bureau worden verleend namens de Bijzondere Unie;
  (ii) de opbrengst van de verkoop van de publikaties van het Internationale Bureau betreffende de Bijzondere Unie en de rechten welke op deze publikaties betrekking hebben;
  (iii) giften, legaten en subsidies;
  (iv) huuropbrengsten, renten en overige inkomsten.
  4. a) Het bedrag der taksen, bedoeld in lid 3, (i) wordt vastgesteld door de Algemene Vergadering op voorstel van de Directeur-Generaal.
  b) Dit bedrag wordt zo vastgesteld, dat de ontvangsten van de Bijzondere Unie, afkomstig uit taksen en andere bronnen van inkomsten tenminste voldoende zijn om de uitgaven van het Internationale Bureau ten behoeve van de Bijzondere Unie te dekken.
  c) Ingeval een begroting niet is vastgesteld voor de aanvang van het nieuwe begrotingsjaar wordt de begroting van het voorafgaande jaar aangehouden volgens de werkwijze voorzien in het financieel reglement.
  5. Onder voorbehoud van het bepaalde in het vierde lid onder a) wordt het bedrag der taksen en der gelden verschuldigd voor de andere door het Internationale Bureau namens de Bijzondere Unie verleende diensten vastgesteld door de Directeur-Generaal, die daarover verslag uitbrengt aan de Algemene Vergadering.
  6. a) De Bijzondere Unie bezit een operationeel fonds, gevormd door de overschotten der ontvangsten en ingeval deze overschotten niet voldoende zijn, door een eenmalige storting van elk der landen van de Bijzondere Unie. Indien het fonds ontoereikend wordt, beslist de Algemene Vergadering over versterking daarvan.
  b) Het bedrag der eerste storting door ieder land aan hiervoor vermelde fonds of dat van zijn deelneming aan de versterking ervan is evenredig aan de bijdrage van dat land, als lid van de Unie van Parijs voor de bescherming van de industriŽle eigendom, aan de begroting van genoemde Unie voor het jaar waarin het fonds is gesticht of tot versterking ervan is besloten.
  c) Het aandeel en de wijze van storting worden vastgesteld door de Algemene Vergadering op voorstel van de Directeur-Generaal en na advies van de CoŲrdinatiecommissie van de Organisatie.
  7. a) De Overeenkomst betreffende de zetelvestiging, gesloten met het land op welks grondgebied de Organisatie haar zetel heeft, bepaalt dat, indien het operationeel fonds niet toereikend is, dat land voorschotten verstrekt. Het bedrag dezer voorschotten en de voorwaarden waarop zij worden verstrekt, vormen telkenmale het onderwerp van afzonderlijke overeenkomsten tussen het betrokken land en de Organisatie.
  b) Het land, bedoeld onder a), en de Organisatie hebben elk het recht de overeenkomst tot het verstrekken van voorschotten schriftelijk op te zeggen. De opzegging van voorschotten wordt van kracht drie jaar na afloop van het jaar waarin daarvan is kennisgegeven.
  8. Het nazien der rekeningen wordt verricht op de wijze voorzien in het financiŽle reglement, door ťťn of meer landen van de Bijzondere Unie of door onafhankelijke controleurs, die met hun instemming zijn aangewezen door de Algemene Vergadering.

  Art. 5. 1. Voorstellen tot wijziging van deze Aanvullende Akte kunnen worden ingediend door elk land dat lid is van de Algemene Vergadering of door de Directeur-Generaal. Deze voorstellen worden door laatstgenoemde tenminste zes maanden voor zij aan de behandeling door de Algemene Vergadering worden onderworpen, medegedeeld aan de landen die lid zijn van de Algemene Vergadering.
  2. De wijzigingen, bedoeld in het eerste lid, worden door de Algemene Vergadering vastgesteld. Voor deze vaststelling is drie vierde van de uitgebrachte stemmen vereist; voor een wijziging van artikel 2 en van dit lid is evenwel vier vijfde van de uitgebrachte stemmen vereist.
  3. De wijzigingen, bedoeld in het eerste lid, worden van kracht ťťn maand na ontvangst door de Directeur-Generaal van de schriftelijke verklaringen van aanvaarding, verricht overeenkomstig hun onderscheidene grondwettelijke procedures door drie vierde van de landen die lid waren van de Algemene Vergadering op het tijdstip waarop de herziening wordt aanvaard. De aldus aanvaarde herziening bindt alle landen die lid zijn van de Algemene Vergadering op het tijdstip waarop de wijziging van kracht wordt, of die op een latere datum lid worden.

  Art. 6. 1. a) De verwijzingen in de Akte van 1934 naar het "Internationaal Bureau" voor de industriŽle eigendom te Bern", naar het "Internationaal Bureau te Bern" of naar het "Internationaal Bureau" worden geacht betrekking te hebben op het Internationale Bureau zoals dat is omschreven in artikel 1 van de onderhavige Aanvullende Akte.
  b) Artikel 15 van de Akte van 1934 is ingetrokken.
  c) Alle wijzigingen van het reglement van uitvoering, bedoeld in artikel 20 van de Akte van 1934 worden verricht volgens de procedure omschreven in artikel 2, tweede lid, onder a) (iii) en derde lid onder d).
  d) In artikel 21 van de Akte van 1934 worden de woorden "in 1928 herziene Berner Conventie" vervangen door "Berner Conventie voor de bescherming van literaire werken en kunstwerken".
  e) De verwijzingen in artikel 22 van de akte van 1934 naar de artikelen 16, 16bis en 17bis van het "algemeen verdrag" worden geacht betrekking te hebben op drie bepalingen van de Akte van Stockholm van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriŽle eigendom, die in de bedoelde Akte van Stockholm overeenkomen met de artikelen 16, 16bis en 17bis van de voorgaande Akten van het Verdrag van Parijs.
  2. a) Alle wijzigingen van de taksen bedoeld in artikel 3 van de Aanvullende Akte van 1961 worden tot stand gebracht volgens de procedure, omschreven in artikel 2, tweede lid, onder a) (iii) en derde lid onder d).
  b) Het eerste lid van artikel 4 van de Aanvullende Akte van 1961 is ingetrokken. De woorden "wanneer het reservefonds dit bedrag heeft bereikt, worden de mogelijke overschotten verdeeld" in het tweede lid van genoemd artikel worden vervangen door "Mogelijke overschotten van ontvangsten worden verdeeld".
  c) De verwijzingen in artikel 6, tweede lid, van de Aanvullende Akte van 1961 naar de artikelen 16 en 16bis van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriŽle eigendom worden geacht betrekking te hebben op die bepalingen van de Akte van Stockholm van bedoeld Verdrag, die in de Akte van Stockholm overeenkomen met de artikelen 16 en 16bis van de voorgaande Akten van het Verdrag van Parijs.
  d) De verwijzingen in artikel 7, eerste en derde lid, van de Aanvullende Akte 1961 naar de Regering van de Zwitserse Bondsstaat dienen te worden beschouwd als betrekking hebbende op de Directeur-Generaal.

  Art. 7. 1. De verwijzingen in de Akte van 1960 naar het "Bureau van de Internationale Unie voor de bescherming van de industriŽle eigendom" of naar het "Internationale Bureau" worden geacht betrekking te hebben op het Internationale Bureau, zoals dit is omschreven in artikel 1 van de onderhavige Aanvullende Akte.
  2. De artikelen 19, 20, 21 en 22 van de Akte van 1960 zij vervallen.
  3. De verwijzingen in de Akte van 1960 naar de Regering van de Zwitserse Bondsstaat dienen te worden beschouwd als betrekking hebbende op de Directeur-Generaal.
  4. In artikel 29 van de Akte van 1960 zijn de woorden "op gezette tijden" (in het eerste lid) en "van het Internationale Comitť van tekeningen of modellen of" (in het tweede lid) vervallen.

  Art. 8. 1. a) de landen die vůůr 13 januari 1968 de Akte van 1934 of de Akte van 1960 hebben bekrachtigd, benevens de landen, die tot tenminste een van deze Akten zijn toegetreden, kunnen de onderhavige Aanvullende Akte tekenen en bekrachtigen of daartoe toetreden.
  b) De bekrachtiging van of de toetreding tot de onderhavige Aanvullende Akte door een land, dat gebonden is door de Akte van 1934 zonder tevens gebonden te zijn door de Aanvullende Akte van 1961 brengt automatisch de bekrachtiging van of de toetreding tot de Aanvullende Akte van 1961 met zich mede.
  2. De akten van bekrachtiging en toetreding worden nedergelegd bij de Directeur-Generaal.

  Art. 9. 1. Voor de eerste vijf landen die hun akten van bekrachtiging of toetreding hebben nedergelegd treedt de onderhavige Aanvullende Akte in werking drie maanden na de datum waarop de vijfde akte van bekrachtiging of toetreding is nedergelegd.
  2. Voor ieder ander land treedt de onderhavige Aanvullende Akte in werking drie maanden na de datum waarop zijn bekrachtiging of toetreding door de Directeur-Generaal is bekendgemaakt, tenzij in de akte van bekrachtiging of toetreding een latere datum is vermeld. In dit laatste geval treedt voor het betrokken land de onderhavige akte in werking op de aldus aangegeven datum.

  Art. 10. 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 8 en in het volgende lid wordt elk land dat de Akte van 1934 niet heeft bekrachtigd of daartoe niet is toegetreden, gebonden door de Aanvullende Akte van 1961 en door de artikelen 1 tot en met 6 van de onderhavige Aanvullende Akten van de datum af, waarop zijn toetreding tot de Akte van 1934 van kracht wordt; indien evenwel op die datum de onderhavige Aanvullende Akte nog niet ingevolge het bepaalde in artikel 9, eerste lid, in werking is getreden, is het land niet gebonden door de genoemde artikelen van de onderhavige Aanvullende Akte dan na de inwerkingtreding van laatstgenoemde Akte ingevolge het bepaalde in artikel 3, eerste lid.
  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 8 en in het vorige lid wordt elk land dat de Akte van 1960 niet heeft bekrachtigd of daartoe niet is toegetreden, gebonden door de artikelen 1 tot en met 7 van de onderhavige Aanvullende Akte van de datum af, waarop zijn bekrachtiging van de Akte van 1960 of zijn toetreding daartoe van kracht wordt; indien evenwel op die datum de onderhavige Aanvullende Akte nog niet ingevolge het bepaalde in artikel 9, eerste lid, in werking is getreden, is dat land niet gebonden door de genoemde artikelen van de onderhavige Aanvullende Akte dan na de inwerkingtreding van laatstgenoemde Akte ingevolge het bepaalde in artikel 9, eerste lid.

  Art. 11. 1. a) De onderhavige Aanvullende Akte wordt ondertekend in een enkel exemplaar in de Franse taal en nedergelegd bij de Regering van Zweden.
  b) OfficiŽle teksten worden vastgesteld door de Directeur-Generaal, na raadpleging van de betrokken Regeringen, in andere door de Algemene Vergadering aan te wijzen talen.
  2. De onderhavige Aanvullende Akte staat open voor ondertekening te Stockholm tot 13 januari 1968.
  3. De Directeur-Generaal verstrekt twee door de Regering van Zweden voor eensluidende gewaarmerkte afschriften van de ondertekende tekst van de onderhavige Aanvullende Akte aan de Regeringen van alle landen van de Bijzondere Unie en, op verzoek, aan de Regeringen van andere landen.
  4. De Directeur-Generaal doet de onderhavige Aanvullende Akte inschrijven bij het Secretariaat van de Organisatie der Verenigde Naties.
  5. De Directeur-Generaal brengt de ondertekeningen, de nederleggingen van akten van bekrachtiging of toetreding, de inwerkingtreding en alle overige dienstige mededelingen ter kennis van de Regeringen van alle landen van de Bijzondere Unie.

  Art. 12. Tot de datum van ambts aanvaarding van de eerste Directeur-Generaal worden de verwijzingen in de onderhavige Aanvullende Akte naar het Internationale Bureau van de Organisatie of naar de Directeur-Generaal geacht betrekking te hebben op het Bureau van de Unie, ingesteld krachtens het Verdrag van Parijs voor de bescherming van de industriŽle eigendom respectievelijk op zijn Directeur.

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
  • VERDRAG VAN 14-07-1967 GEPUBL. OP 29-03-1984
    (GEWIJZIGD ART. : 2)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
    Inhoudstafel
    Franstalige versie