J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel 2 uitvoeringbesluiten
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/1958/04/08/1958040850/justel

Titel
8 APRIL 1958. _ Ministerieel besluit houdende goedkeuring van het besluit van de Bankcommissie dd. 3 April 1958 betreffende de Belgische gemeenschappelijke beleggingsfondsen.

Publicatie : 23-04-1958 nummer :   1958040850 bladzijde : 3042
Dossiernummer : 1958-04-08/30
Inwerkingtreding : 03-05-1958

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1, N
SECTIE I. Algemene beschikkingen.
Art. 1-4
SECTIE II. Van de gerant.
Art. 5-16
SECTIE III. Van de depositaris.
Art. 17-20
SECTIE IV. Van de deelnemers.
Art. 21-29
SECTIE V. Diverse beschikkingen.
Art. 30-33

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Enig artikel. Bijgaand besluit, op 3 April 1958 door de Bankcommissie getroffen in uitvoering van artikel 3, § 2, van de wet van 27 Maart 1957, betreffende de Belgische gemeenschappelijke beleggingsfondsen en tot wijziging van het Wetboek der zegelrechten en het Wetboek der met het zegelrecht gelijkgestelde taxes, wordt goedgekeurd.

  Art. N. Bijlage : Reglement van de Bankcommissie betreffende de Belgische gemeenschappelijke beleggingsfondsen.
  (Open fondsen met veranderlijke samenstelling.)
  De Bankcommissie,
  Gezien de wet van 27 Maart 1957 betreffende de gemeenschappelijke beleggingsfondsen en tot wijziging van het Wetboek der zegelrechten en het Wetboek der met het zegelrecht gelijkgestelde taxes;
  Gezien artikel 3, § 2, van deze wet, krachtens hetwelk de Bankcommissie, door een aan de goedkeuring van de Minister van Financiën voorgelegd en in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt reglement, de verplichtingen en verbodsbepalingen vaststelt waaraan de oprichting en het beheer of de administratie van de Belgische gemeenschappelijke beleggingsfondsen evenals de publieke uitgifte van de effecten ter vertegenwoordiging van de rechten der onverdeelde eigenaars zijn onderworpen;
  Overwegende dat elk type van Belgisch gemeenschappelijk beleggingsfonds moet geregeerd worden door een bijzondere, aan zijn eigen structuur aangepaste reglementering;
  Overwegende dat de bestaande Belgische gemeenschappelijke beleggingsfondsen alle behoren tot de categorie waarvoor de volgende twee modaliteiten kenschetsend zijn :
  1° het aantal deelbewijzen is veranderlijk en wordt niet door het beheersreglement beperkt (open fondsen);
  2° de gerant bepaalt de samenstelling van het fonds overeenkomstig algemene, bij genoemd reglement vastgelegde richtlijnen (fondsen met veranderlijke samenstelling);
  Overwegende dat het bijgevolg aangewezen is voorlopig alleen dit type van gemeenschappelijk fonds te reglementeren,
  .....

  SECTIE I. _ Algemene beschikkingen.

  Artikel 1. Voor de toepassing van onderhavig reglement moet worden verstaan :
  1° door "gerant", de erkende beheersvennootschap die een Belgisch gemeenschappelijk beleggingsfonds beheert of bestuurt;
  2° door "depositaris", de bank waarbij het fonds in bewaring berust;
  3° door "deelnemers", de onverdeelde eigenaars van het fonds voor wier rekening dit laatste wordt beheerd of bestuurd;
  4° door "deelbewijzen", de effecten op naam, aan order of aan toonder die de eigendomsfracties van de deelnemers vertegenwoordigen;
  5° door "beheersreglement", de samengeschakelde statutaire voorschriften waarbij wordt bepaald welk het object van het fonds is, aan welke speciale beheersregels het onderworpen is en welke de respectievelijke rechten en verplichtingen zijn van de gerant, van de depositaris en van de deelnemers.

  Art. 2. Worden door onderhavig reglement beheerst, de Belgische gemeenschappelijke beleggingsfondsen die de twee volgende kenmerken dragen :
  1° het aantal deelbewijzen is veranderlijk en wordt niet door het beheersreglement beperkt;
  2° de gerant bepaalt de samenstelling van het fonds overeenkomstig algemene regels vervat in genoemd reglement.
  Deze Belgische gemeenschappelijke beleggingsfondsen worden aangeduid als open fondsen met veranderlijke samenstelling.

  Art. 3. § 1. Het beheersreglement wordt bij de Bankcommissie neergelegd in de door deze vastgestelde vorm.
  Iedere wijziging aan dat reglement, evenals de akte waarbij de gerant beslist de onverdeeldheid te beëindigen, wordt op dezelfde wijze bij de Bankcommissie neergelegd.
  Deze documenten mogen op de zetel van de Bankcommissie door alle belanghebbenden geraadpleegd worden.
  § 2. De gerant zorgt er voor dat de tekst van het beheersreglement die voorkomt op de deelbewijzen en op de bij artikel 23 bedoelde inschrijvingsbulletins overeenstemt met de bij de Bankcommissie neergelegde tekst.
  Op de deelbewijzen en de inschrijvingsbulletins wordt vermeld dat het daarop voorkomende beheersreglement overeenstemt met de bij de Bankcommissie neergelegde tekst en dat, zo de twee teksten niet eenvormig zijn, alleen laatstgenoemde als wet voor de partijen geldt.

  Art. 4. Elk fonds heeft een eigen benaming.
  Deze bevat de woorden "Belgisch gemeenschappelijk beleggingsfonds" of wordt er onmiddellijk door gevolgd.

  SECTIE II. _ Van de gerant.

  Art. 5. Het fonds wordt beheerd in overeenstemming met de beschikkingen van de wet van 27 Maart 1957, met de besluiten en reglementen getroffen voor haar tenuitvoerlegging en met zijn beheersreglement.
  De gerant handelt voor rekening van de deelnemers en uitsluitend in hun belang.
  Het is de gerant verboden verrichtingen uit te voeren met het doel zichzelf, de depositaris, een deelnemer of een derde het uitoefenen van controle te vergemakkelijken op om het even welke vennootschap of vereniging van privaat recht.

  Art. 6. Buiten de effecten die aan zijn object en zijn beheersreglement beantwoorden, mag het fonds enkel tegoeden in rekening omvatten die dadelijk of op korte termijn opvraagbaar zijn.

  Art. 7. § 1. Het fonds mag niet meer omvatten dan een twintigste deel van eenzelfde categorie door een bepaalde vennootschap of vereniging van privaat recht uitgegeven effecten.
  § 2. De gerant mag niet meer besteden dan een twintigste der tegoeden van het fonds aan het verwerven van eender welke effecten van enige vennootschap of vereniging van privaat recht, noch aan het verwerven van niet genoteerde effecten uitgegeven door eender welke vennootschap of vereniging van privaat recht.
  § 3. Ongeacht de voorschriften van de twee vorige paragrafen mag de gerant steeds de inteken- en toekenningsrechten uitoefenen verbonden aan de in het fonds opgenomen effecten.
  Het uitoefenen van die rechten mag nochtans niet meebrengen dat de in onderhavig artikel voorziene coëfficiënten langer dan twaalf maand worden overschreden.
  § 4. De in voorgaande paragrafen voorziene coëfficiënten worden, naar gelang van het geval, berekend op de data waarop de effecten worden verworven of op die waarop de gerant de er aan verbonden inteken- of toekenningsrechten uitoefent.

  Art. 8. § 1. De gerant mag voor rekening van het fonds noch leningen aangaan, noch verbintenissen waarborgen of avaliseren.
  § 2. De gerant en de depositaris, evenals hun beheerders, zaakvoerders, directeurs, procuratiehouders of beheersadviseurs mogen noch rechtstreeks noch onrechtstreeks optreden als tegenpartij in verrichtingen uitgevoerd voor rekening van het fonds.
  De gerant mag evenwel intekenen op effecten waarvan de publieke uitgifte aan de depositaris is opgedragen.
  Deze beschikking is voor de in de eerste alinea van onderhavige paragraaf genoemde personen evenmin een verbod om in te tekenen op deelbewijzen.

  Art. 9. Het is de gerant verboden voor rekening van het fonds :
  1° andere beursverrichtingen uit te voeren dan de eenvoudige aan- en verkoop van effecten, à contant of op termijn;
  2° deel te nemen aan een syndicaat van vaste opneming of van waarborg, of aan om het even welk ander financieel syndicaat;
  3° effecten te verwerven van een vennootschap of vereniging van privaat recht die in staat van faillissement is, een faillissementsakkoord of uitstel van betaling heeft bekomen of ten aanzien waarvan, in het buitenland, een dergelijke maatregel werd getroffen;
  4° titels te verwerven van vennootschappen of verenigingen van privaat recht die niet ten minste twee jaarlijkse balansen en winst- en verliesrekeningen gepubliceerd hebben. Dit verbod geldt echter niet :
  a) voor effecten die publiek werden uitgegeven;
  b) voor effecten gecreëerd in vertegenwoordiging van de inbreng van het totaal actief en passief van een vennootschap of vereniging van privaat recht die in vereffening is en ten minste twee jaarlijkse balansen en winst- en verliesrekeningen gepubliceerd heeft;
  c) voor effecten die verworven werden krachtens inteken- of toekenningsrechten verbonden aan waarden die tot het fonds behoren.

  Art. 10. De gerant houdt een afzonderlijke boekhouding voor de verrichtingen van elk der fondsen die door hem worden beheerd.
  Hij houdt een permanente inventaris van de samenstelling van elk fonds.

  Art. 11. De boekhouding van de gerant wordt zodanig gehouden dat de staat van het patrimonium en de rekening van baten en lasten van het fonds evenals het aantal en de waarde van de eigendomsfracties kunnen bepaald worden door eenvoudige transcriptie der saldi van de gewone rekeningen en van de geopende orderekeningen.

  Art. 12. Onverminderd de bij artikel 11 voorziene verplichtingen houdt de gerant een speciaal register voor de verrichtingen uitgevoerd buiten de beurs om en voor de intekeningen op deelbewijzen die anders dan in contanten werden volgestort. Daarin vermeldt hij de voornaamste modaliteiten van elk dezer verrichtingen en onder meer de identiteit van de cocontractanten.

  Art. 13. De gerant bepaalt en publiceert de eenheidswaarde van de eigendomsfracties iedere dag waarop hij aanvragen aanvaardt om tot de onverdeeldheid toe te treden of om ze te verlaten. Die eenheidswaarde wordt vastgesteld overeenkomstig de bij het beheersreglement voorziene modaliteiten, onverminderd de toepassing van artikel 24 van onderhavig reglement.
  Op diezelfde dagen houdt hij de bij artikel 10, alinea 2, voorziene inventaris of een afschrift daarvan, evenals de bij artikel 24, alinea 5 voorziene bijlage, ter beschikking van de deelnemers of van hen die tot de onverdeeldheid toetreden.

  Art. 14. Ten minste eens per maand publiceert de gerant de samenstelling van het fonds en het aantal in omloop zijnde deelbewijzen. Om de drie maand wordt die publikatie aangevuld met de opgave van het aantal deelbewijzen dat sedert de vorige soortgelijke publikatie uitgegeven en terugbetaald werd.

  Art. 15. De gerant wordt bezoldigd door een beheerscommissieloon waarvan de voet en de berekeningsbasis door het beheersreglement bepaald worden.
  Dit commissieloon dekt op forfaitaire wijze alle beheerskosten, met inbegrip van het salaris van de depositaris, maar met uitsluiting van de onkosten rechtstreeks veroorzaakt door de verhandeling van effecten of geldmiddelen van het fonds.
  Met uitzondering van het bij artikel 26 voorziene commissieloon mag de gerant geen enkel ander voordeel, vergoeding of bezoldiging ontvangen.

  Art. 16. Het beheersreglement mag geen enkele clausule omvatten waardoor de verantwoordelijkheid van de gerant zou verminderd, beperkt of uitgesloten worden.

  SECTIE III. _ Van de depositaris.

  Art. 17. De onverdeelde activa worden door de gerant gedeponeerd bij een vennootschap van Belgisch recht, ingeschreven op de lijst der banken opgesteld overeenkomstig artikel 2 van het koninklijk besluit nr 185, dd. 9 Juli 1935, op de bankcontrole en het uitgifteregime voor titels en effecten.
  Onverminderd de toepassing van artikelen 19 en 20, wordt in het beheersreglement of in de tussen gerant en depositaris afgesloten contracten voorzien dat deze laatste de gebruikelijke verplichtingen nakomt inzake deposito van contanten en open bewaargeving van effecten.

  Art. 18. Het beheersreglement stelt de depositaris aan of bepaalt de wijze waarop hij wordt benoemd en, in voorkomend geval, van de opdracht ontslagen; het bepaalt alsdan de wijze van bekendmaking van deze handelingen.

  Art. 19. De daden van materiële verhandeling der onverdeelde tegoeden worden door de depositaris gesteld in opdracht van de gerant.
  De depositaris is onder meer gelast :
  1° de verkochte effecten af te leveren tegen inkassering van hun prijs, de aangekochte effecten te betalen tegen de aflevering ervan, de dividenden en interesten op de onverdeelde waarden van het fonds te inkasseren evenals de inteken- en toekenningsrechten uit te oefenen die er aan verbonden zijn;
  2° de deelbewijzen af te leveren tegen betaling van hun waarde, de terugbetaalde bewijzen te vernietigen en aan de deelnemers het bedrag uit te keren van de door de gerant betaalbaar gestelde coupons.

  Art. 20. Het beheersreglement of de overeenkomsten tussen de gerant en de depositaris mogen de verantwoordelijkheid van deze laatste noch verminderen, noch beperken, noch uitsluiten.

  SECTIE IV. _ Van de deelnemers.

  Art. 21. Er mogen niet meerdere categorieën deelnemers gevormd worden; alle deelnemers hebben gelijke rechten.

  Art. 22. De deelbewijzen van het fonds dragen de handtekening van de gerant en worden door de depositaris gecontrasigneerd.
  De handtekeningen mogen gestempeld zijn. De deelbewijzen zijn onderscheiden door volgnummers en het beheersreglement van het fonds is er integraal op weergegeven.
  Ze mogen één of meer eigendomsfracties vertegenwoordigen.

  Art. 23. Zij die tot het fonds willen toetreden worden door de gerant of door diens bemiddeling in het bezit gesteld van een in dubbel exemplaar opgemaakt inschrijvingsbulletin waaraan een uitgifteprospectus is gehecht.

  Art. 24. De prijs om in of uit het fonds te treden wordt berekend op basis van de inventariswaarde der onverdeelde activa.
  De genoteerde effecten en de buitenlandse deviezen worden geraamd op basis van de laatst gekende koersen op het ogenblik waarop de gerant de aanvraag om in of uit het fonds te treden aanvaardt.
  De gerant mag deze waarden en deviezen ook ramen op basis van de koersen op de eerste beurszitting tijdens dewelke hij is kunnen overgaan tot de aan- of verkoop van onverdeelde waarden, vereist ingevolge de toe- of uittreding. Voor de aanvragen tot toe- of uittreding die op hetzelfde ogenblik worden ingediend moet echter eenzelfde methode toegepast worden.
  Zo de gerant de aanvragen om tot het fonds toe te treden niet meer aanvaardt, is hij er toe gehouden de prijs om er uit te treden te berekenen volgens de in vorige alinea bedoelde methode.
  De andere activa worden geraamd met voorzichtigheid en te goeder trouw. De aangenomen methode wordt in een bijlage van de inventaris aangegeven.

  Art. 25. Behoudens gevallen van heirkracht is de gerant er toe gehouden de aanvragen tot uittreding van het fonds op iedere werkdag te aanvaarden.
  Zo de uittredingsprijs berekend is zoals gezegd in artikel 24, alinea's 1, 2 en 5, wordt hij onmiddellijk aan de deelnemer uitgekeerd.
  Zo de uittredingsprijs berekend is zoals gezegd in artikel 24, alinea's 1, 3 en 5, wordt hij uitbetaald uiterlijk op de derde werkdag volgend op de datum waarop de gerant is overgegaan tot de door het verzoek om uittreding vereiste verkoop van onverdeelde waarden.

  Art. 26. De toetredingsprijs, bepaald zoals hoger gezegd, wordt verhoogd met de eisbare belastingen en, zo dat in het beheersreglement is voorzien :
  1° met een bijdrage ten voordele van het fonds, bestemd om de kosten te dekken die verbonden zijn aan het verwerven van onverdeelde waarden vereist ingevolge de uitgifte van de deelbewijzen;
  2° met een uitgiftecommissieloon ten voordele van de gerant.
  Dit commissieloon dekt de tussenkomst van de depositaris en van elk eventueel makelaar.
  Het beheersreglement bepaalt de berekeningswijze van deze bijdrage en van dit commissieloon.
  Op het inschrijvingsbulletin worden de bedragen van deze belastingen, bijdrage en commissieloon afzonderlijk vermeld.

  Art. 27. De uittredingsprijs, bepaald zoals hoger gezegd, mag, zo dat in het beheersreglement is voorzien, verminderd worden met een bijdrage ten voordele van het fonds, bestemd om de kosten te dekken van de verkoop der onverdeelde waarden die ingevolge de terugbetaling vereist is.
  Het bedrag van die bijdrage is vermeld op een uittredingsbulletin dat opgesteld is in twee exemplaren waarvan er een wordt overhandigd aan de deelnemer die uit de onverdeeldheid treedt.

  Art. 28. <M.B. 12-01-1966, enig artikel> De gerant verdeelt eens per jaar de totaliteit van de netto-inkomsten die hij voor rekening van het fonds heeft geïncasseerd, behoudens de eventuele overdracht met het oog op het afronden van het bedrag van de coupon op de lagere eenheid. De meerwaarden op portefeuille, gerealiseerd of niet, worden niet beschouwd als inkomsten naar de zin van onderhavige alinea;
  De gerant mag bonusdeelbewijzen toekennen die overeenstemmen met het geheel of met een gedeelte van de meerwaarde van het fonds, verworven bij het afsluiten van het jongste beheersboekjaar. Het aantal jaarlijks gecreëerde bonusdeelbewijzen mag nochtans niet hoger liggen dan 4 pct. van het aantal deelbewijzen dat in omloop is daags voor de beslissing van kracht wordt. Bij die gelegenheid mogen geen fracties van deelbewijzen gecreëerd worden. De toekenningsrechten mogen slechts tot het einde van het daaropvolgende boekjaar uitgeoefend worden. De op dat ogenblik niet uitgeoefende rechten zullen vernietigd worden en de tegenwaarde ervan zal ter beschikking worden gehouden van de rechthebbenden.
  De meerwaarde van het fonds in de zin van de vorige alinea is het overschot van de inventariswaarde, min de inkomsten, op de kapitaalinbrengen bij de toetredingen, met inbegrip van de waarde der toegekende bonusdeelbewijzen, berekend op het einde van het boekjaar waarop ze betrekking hebben, en de kapitaalafnemingen bij de uittredingen berekend tegen de gemiddelde kostprijs van de bij de toetreding ingebrachte kapitalen.

  Art. 29. De rekeningen van het fonds en die van de gerant moeten op dezelfde datum worden afgesloten.
  Binnen de drie maand na die afsluiting, publiceert de gerant een verslag over de uitoefening van zijn opdracht.
  Het verslag van de gerant wordt zonder kosten overgemaakt aan de titularissen van nominatieve inschrijvingen en aan de andere deelnemers die er om verzoeken.

  SECTIE V. _ Diverse beschikkingen.

  Art. 30. Het beheersreglement bepaalt de modaliteiten volgens dewelke een einde wordt gesteld aan de onverdeeldheid, evenals de bekendmakingen die in dat geval moeten geschieden om de deelnemers daarvan in te lichten.

  Art. 31. Zo het reglement de gerant toelaat zijn functie stop te zetten, dan mag van die mogelijkheid alleen worden gebruik gemaakt in de volgende gevallen :
  1° zo de verplichtingen van de gerant door een andere gerant worden overgenomen en deze vervanging gebeurt overeenkomstig het beheersreglement;
  2° zo de gerant meent in het belang van de deelnemers een einde te moeten stellen aan de onverdeeldheid.
  In het bij de 2° van vorige alinea bedoelde geval mogen de aanvragen om in en uit het fonds te treden niet meer aanvaard worden van het ogenblik af waarop de gemotiveerde beslissing van de gerant wordt bekendgemaakt. De gerant neemt de nodige maatregelen om in de kortst mogelijke tijd een einde te stellen aan de onverdeeldheid.

  Art. 32. De voorschriften van onderhavig reglement zijn van toepassing niettegenstaande elk hiermee strijdig beding in het beheersreglement of in de overeenkomsten tussen gerant en depositaris.

  Art. 33. Aan de geranten en depositarissen van de Belgische gemeenschappelijke beleggingsfondsen die bestonden bij de bekendmaking van de wet van 27 Maart 1957 wordt uitstel verleend tot 23 April 1958 om zich naar de voorschriften van onderhavig reglement te schikken.
  In een bijlage aan het beheersreglement tekent de gerant van die fondsen de beschikkingen van dit reglement op die strijdig zijn met de besluiten en het reglement tot uitvoering van de voornoemde wet en die derhalve niet meer van toepassing kunnen zijn. Deze bijlage moet aan de tekst van het beheersreglement worden gehecht die overeenkomstig artikel 3 bij de Bankcommissie wordt neergelegd. Het beheersreglement mag niet gepubliceerd worden zonder deze bijlage.

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Minister van Financiën,
   Gelet op de wet van 27 Maart 1957 betreffende de Belgische gemeenschappelijke beleggingsfondsen en tot wijziging van het Wetboek der zegelrechten en het Wetboek der met het zegelrecht gelijkgestelde taxes, inzonderheid op artikel 3, § 2, van die wet;
   .....

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel 2 uitvoeringbesluiten
Franstalige versie