J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/1949/01/29/1949012902/justel

Titel
29 JANUARI 1949. - Regentsbesluit houdende reglementering van de voortbrenging, de verdeling en het verbruik van het gas in geval van tekort ten gevolge van sociale geschillen.

Publicatie : 30-01-1949 nummer :   1949012902 bladzijde : 581
Dossiernummer : 1949-01-29/01
Inwerkingtreding : 30-01-1949

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-13

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Voor de toepassing van onderhavig besluit, verstaat men onder:
  a) voortbrenger: iedere privaat- en publiekrechtelijke, natuurlijke of rechtspersoon, die gas voortbrengt voor de openbare verdeling;
  b) vervoerder: iedere privaat- of publiekrechtelijke, natuurlijke of rechtspersoon, die gas vervoert met het oog op de levering aan verdelers;
  c) verdeler: iedere privaat- of publiekrechtelijke, natuurlijke of rechtspersoon, die gas verdeelt aan verbruikers;
  d) verbruiker: iedere privaat- of publiekrechtelijke, natuurlijke of rechtspersoon, die gas voor eigen behoeften verbruikt;
  e) sector: gedeelte van het land dat voorzien wordt van gas door één of meerdere bepaalde verdelers;
  f) levensbehoeften in de zin van artikel 1 van hogervermelde wet van 19 Augustus 1948;
  Volgens hun prioriteitsorder werden de allernoodzakelijkste behoeften in allernoodzakelijkste behoeften van 1e, 2e en 3e categorie gerangschikt.
  1e categorie:
  De ziekenhuizen, klinieken en kunstmatige broedtoestellen voor kinderen.
  2de categorie:
  1° de werking der nijverheden en inrichtingen met bestendige werkzaamheid, waarvan het stilleggen zware beschadigingen van materieel of een aanzienlijk verlies van grondstoffen ten gevolge hebben zou, maar uitsluitend in de mate waarin deze werking vereist is om zulke beschadigingen van materieel of verlies van grondstoffen te voorkomen;
  2° de maatregelen van bewaring welke nodig zijn om de beschadiging van het industrieel materieel of het verlies van grondstoffen of producten te voorkomen;
  3° de broodbakkerijen, gistfabrieken en zuivelfabrieken;
  4° de laboratoria voor de vervaardiging van sera en entstoffen;
  5° het huiselijk verbruik.
  3de categorie:
  1° de economische spijshuizen en centrale keukens welke maaltijden kosteloos of tegen verminderde prijzen opdienen;
  2° de herstellingswerkplaatsen van de Nationale Maatschappij van Belgische Spoorwegen en van de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen;
  3° de dagbladpers;
  4° de blekerijen en washuizen.

  Art. 2. Wanneer, ten gevolge van sociale geschillen in één of meerdere ondernemingen van voortbrenging van gas, de beschikbare hoeveelheden gas niet meer volstaan om de voorziening in gas te verzekeren welke voor de allernoodzakelijkste behoeften van gans het land of een gedeelte er van nodig is, wordt een onderlinge hulp in werking gebracht tussen voortbrengers, vervoerders en verdelers wier netten rechtstreeks of onrechtstreeks onderling verbonden zijn, ten einde de voorziening in deze allernoodzakelijkste behoeften te verzekeren.
  Deze onderlinge hulp bestaat er in de beschikbare hoeveelheden gas bijeen te voegen, welke voor de openbare verdeling bestemd zijn.

  Art. 3. § 1. Wanneer een sociaal geschil of een dreigend sociaal geschil in één of meerdere ondernemingen van voortbrenging, vervoer of verdeling van gas, van aard is de levering van gas aan de verbruikers van gans het land of een gedeelte er van in gevaar te brengen, verwittigen de betrokken voortbrengers, vervoerders en (of) verdelers onmiddelijk en zo vlug mogelijk, de gouverneur (s) der provincie (s) waarin deze gaslevering in gevaar is of aan dit gevaar blootgesteld is en verstrekken hem de nodige inlichtingen ten einde hem in de mogelijkheid te stellen zich van de toestand een helder oordeel te maken. Ze houden hem regelmatig op de hoogte van de toestand in zake voortbrenging, vervoer en (of) verdeling van gas in hun sector.
  § 2. Na raadpleging van de voortbrengers, vervoerders en verdelers, alsook van de betrokken syndicale afgevaardigden, vaardigt (vaardigen) de provinciegouverneur(s) de inwerkingstelling der maatregelen uit welke geschikt zijn om enerzijds de levering te waarborgen van het gas dat nodig is om in de allernoodzakelijkste behoeften van de sector te voorzien waarin deze levering in gevaar is of dit gevaar loopt, en bovendien, om in de mate van het mogelijke een oordeelkundige en rechtmatige verdeling van het tekort aan gas tussen de verschillende verbruikers te bekomen.
  § 3. Indien de betrokken sector meerdere provincies omvat, zullen de betrokken provinciegouverneurs de maatregelen trachten te coordineren, welke in hun respectieve provincies in werking dienen gebracht.
  § 4. De provinciegouverneurs zullen de maatregelen, welke zij in toepassing van onderhavig artikel genomen hebben of denken te nemen, onmiddelijk en zo vlug mogelijk ter kennis brengen van de Minister van Economische Zaken en Middenstand, die bevoegd is om ze in te trekken of te wijzigen, namelijk met het oog op de coordinatie van deze maatregelen met deze welke in andere provincies genomen werden of dienen genomen. Ze houden hem regelmatig op de hoogte van de ontwikkeling van de toestand in zake voortbrenging, vervoer en verdeling van gas in hun provincie.
  § 5. Onmiddelijk na de bekendmaking van onderhavig besluit in het Belgisch Staatsblad, zullen de provinciegouverneurs dringend een programma opmaken van de in hun provincie in werking te brengen maatregelen in geval de in onderhavig artikel voorziene omstandigheden zich zouden voordoen. Zij zullen te dien einde het gewenste contact nemen overeenkomstig de beschikkingen van § 2 van onderhavig artikel. Zij zullen dit programma aan de Minister van Economische Zaken en Middenstand mede delen.
  § 6 De voortbrengers, vervoerders en verdelers en de syndicale afgevaardigden zijn er toe gehouden onmiddelijk aan alle uitnodiging van de provinciegouverneurs gevolg te geven en hun onderrichtingen in acht te nemen. Door al de middelen welke in hun vermogen zijn, staan zij ze bij in de uitvoering van de taak welke hun krachtens de bepalingen van onderhavig besluit toevalt, namelijk door hun binnen de kortste tijd al de inlichtingen te verstrekken welke vereist zijn om deze taak uit te voeren of ze te vergemakkelijken.

  Art. 4. § 1. De maatregelen voorzien bij § 2 van artikel 3 van onderhavig besluit kunnen in zich sluiten:
  a) voor de verbruikers of voor zekere categorieën dezer verbruikers, de verplichting de hoeveelheden gas die zij aan het net ontnemen in bepaalde mate te beperken, het verbod gas tot zekere doeleinden aan te wenden, of de beperking van de hoeveelheid gas welke tot deze doeleinden kan gebruikt worden;
  b) voor de verdelers, de verplichting de gasdruk in alle of sommige sectors van hun net te verminderen; de betrokken provinciegouverneur(s) zal (zullen) op grond der gegevens welke hem (hun) tijdens de in § 2 van artikel 3 voorziene raadplegingen verstrekt worden de verhouding bepalen waarin de druk verminderd worden moet en de sectors waarin en de uren tijdens welke de vermindering van druk toegepast worden moet.
  § 2. Ten einde te voorkomen dat sommige verbruikers of categorieën verbruikers door niet-inachtneming der in toepassing van onderhavig besluit voorgeschreven verboden of beperkingen de levering van gas welke voor de allernoodzakelijkste behoeften van de sector of van het geheel der door deze maatregelen betrokken sectors nodig is, in gevaar zouden brengen, kunnen de provinciegouverneurs de verdelers verplichten ten opzichte van voornoemde verbruikers geschikte maatregelen te nemen; deze laatste kunnen namelijk de voorlopige schorsing van alle levering van gas in zich sluiten. Deze maatregelen zullen het voorwerp uitmaken van schriftelijke onderrichtingen door de provinciegouverneurs gericht tot de betrokken verdelers.
  § 3. De provinciegouverneurs bepalen, in ieder geval, de toepassingsmodaliteiten der in onderhavig artikel voorziene maatregels.

  Art. 5. § 1. De provinciegouverneurs betekenen zo vlug mogelijk aan de betrokken voortbrengers, vervoerders, verdelers en betrokken syndicale afgevaardigden van hun provincie de door hen genomen beslissingen en (of) deze genomen door de Minister van Economische Zaken en Middenstand, welke hij hun ter kennis zal gebracht hebben.
  § 2. Deze beslissingen zullen gelijktijdig en door alle middelen aan de bevolking bekendgemaakt worden, namelijk langs de radio en de dagbladpers en door aanplakkingen.
  § 3. De Minister van Economische Zaken en Middenstand gaat zelf over tot de betekening en de verspreiding der beslissingen van algemene aard welke door hem zijn genomen.
  § 4. De voor de betekening en de verspreiding der, hetzij door de Minister van Economische Zaken en Middenstand, hetzij door de provinciegouverneurs genomen beslissingen vereiste termijnen zullen de toepassing ervan niet kunnen schorsen noch vertragen.

  Art. 6. § 1. Ingeval de in § 2 van artikel 3 van onderhavig besluit voorziene maatregelen niet te rechter tijd in toepassing konden worden gebracht of niet te rechter tijd de gewenste uitwerking hebben kunnen veroorzaken, zijn de betrokken voortbrengers en verdelers er toe gehouden, intussen, voorlopige maatregelen toe te passen. Deze maatregelen zullen het volgende in zich sluiten:
  a) de voorziening bij voorkeur van de ziekenhuizen, klinieken, broedtoestellen voor kinderen en nijverheden met bestendige werkzaamheid voor welke een onderbreking van gaslevering een beschadiging van het industrieel materieel of een verlies van grondstoffen of producten ten gevolgen hebben zou; deze laatste levering zal echter slechts moeten verzekerd worden in de mate welke nodig is om dergelijke beschadigingen van materieel of verliezen van grondstoffen of producten te voorkomen;
  b) eens dat in de § a van onderhavig artikel voorziene leveringen verzekerd zijn, het herstel van de gasvoorziening tijdens zekere uren van de dag in alle of sommige sectors van hun net met lage druk;
  c) eens dat de in § a van onderhavig artikel voorziene leveringen in de verdeling met lage druk volkomen verzekerd zijn, het herstel in de mate van de beschikbare hoeveelheden gas, van de levering aan de verbruikers voor en met hoge druk anders dan dezen bepaald bij §§ a en b van onderhavig artikel.
  § 2. De verdelers brengen deze maatregelen onmiddelijk en zo vlug mogelijk ter kennis aan de betrokken provinciegouverneur(s).

  Art. 7. Met het oog op de toepassing van dit besluit, kan de Minister van Economische Zaken en Middenstand de lijst van de allernoodzakelijkste behoeften van het land welke gas vereisen, wijzigen en aanvullen.

  Art. 8. De voortbrengers, vervoerders en verdelers, zijn van hun contractuële leveringsverplichtingen ten overstaan van hun kliënteel en van de concederende machten ontlast in de mate waarin de toepassing der beschikkingen van onderhavig besluit ten gevolge zou hebben ze in de onmogelijkheid te stellen deze verplichtingen na te komen.

  Art. 9. § 1. De Minister van Economische Zaken en Middenstand kan afwijkingen van deze verboden, beperkingen en opgelegde verplichtingen in verband met onderhavig besluit verlenen. Deze afwijkingen kunnen van algemene aard zijn en zekere groepen of categoriën verbruikers beogen. Ze zullen door de Minister van Economische Zaken en Middenstand van de betrokken verbruikers of groeperingen verbruikers en van de betrokken provinciegouverneur(s) gebracht worden.
  § 2. De provinciegouverneurs kunnen, van hun kant, in dringende gevallen, individuële afwijkingen verlenen. Deze laatste zullen door hun toedoen ter kennis van de Minister van Economische Zaken en Middenstand en van de betrokken verbruikers gebracht worden.
  § 3. Elke aanvraag om afwijking die van een afzonderlijke verbruiker uitgaat, moet tot de betrokken provinciegouverneur gericht worden, die in dringende gevallen een beslissing nemen zal en de aanvraag in de andere gevallen met zijn advies aan de Minister van Economische Zaken en Middenstand overmaken zal; elke aanvraag van algemene aard die van een groepering verbruikers uitgaat, moet rechtstreeks tot de Minister van Economische Zaken en Middenstand gericht worden.

  Art. 10. § 1. De provinciegouverneurs kunnen zekere verbruikers of zekere categoriën van verbruikers er toe verplichten, dagelijks in een register ad hoc alle gegevens op te tekenen welke voor de controle van hun verbruik nodig zijn.
  § 2. De verdelers zijn er van hun kant toe gehouden, de beambten die met de contrôle over de uitvoering van onderhavig besluit belast zijn, toe te laten, ter plaatse, in hun boeken, de inlichtingen welke voor de uitvoering van hun opdracht nodig zijn, op te nemen.
  § 3. De verbruikers zijn er toe gehouden, hun verdeler of de beambten die met de contrôle over de uitvoering van onderhavig besluit gelast zijn, te allen tijde toe te laten het verbruik in hun inrichtingen op te nemen; op eenvoudig mondeling verzoek van deze beambten, zullen zij elk bescheid of boek, en namelijk de facturen en kwijtschriften van hun verbruik, die van aard zijn, aanduidingen te verschaffen betreffende hun gasverbruik, voorleggen.

  Art. 11. Elke inbreuk op de beschikkingen van onderhavig besluit betreffende de verdeling en het verbruik van het gas wordt opgespoord, vastgesteld, vervolgd en bestraft overeenkomstig de beschikkingen van hoofdstukken II en III van de besluitwet van 22 januari 1945, betreffende het beteugelen van elke inbreuk op de reglementering betreffende 's lands bevoorrading gewijzigd en aangevuld bij de besluitwetten dd. 7 Mei 1945, 14 en 18 Mei en 7 en 29 Juni 1946, en bij de wet van 14 Februari 1948, Elke inbreuk op de beschikkingen van onderhavig besluit betreffende de de voortbrenging van gas wordt opgespoord, vastgesteld, vervolgd en bestraft overeenkomstig de beschikkingen van artikel 7 van voornoemde wet van 19 Augustus 1948.

  Art. 12. De Minister van Economische Zaken en Middenstand, de Minister van Arbeid en Sociale Voorzorg en de Minister van Economische Coordinatie zijn, elk wat hem betreft, met de uitvoering van onderhavig besluit belast.

  Art. 13. Onderhavig besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Gelet op de besluitwet van 22 Januari 1945, gewijzigd en aangevuld bij de besluitwetten van 7 Mei 1945, 14 en 18 Mei en 7 en 29 Juni 1946, en bij de wet van 14 Februari 1948, betreffende het beteugelen van elke inbreuk op de reglementering betreffende 's lands bevoorrading;
   Gelet op de wet van 19 Augustus 1948, betreffende de prestatie van algemeen belang in vredestijd, en inzonderheid haar artikel 5, alinea's 1 en 2;
   Overwegende dat het noodzakelijk is in geval van tekort aan gas ten gevolge van een sociaal geschil in één of meerdere ondernemingen van voortbrenging, vervoer en/of verdeling van gas, de levering van gas te waarborgen, nodig voor de allernoodzakelijkste behoeften van het land, en, in de eerste plaats, voor diegene dezer behoeften welke onontbeerlijk zijn voor het levensonderhoud van de bevolking, en, aangezien het daarenboven past, in dit geval, het beschikbaar gas in de mate van het mogelijke op oordeelkundige en rechtmatige wijze te verdelen;
   Gelet op de maatregelen welke in uitvoering van artikel 5, alinea 1, van voornoemde wet van 19 Augustus 1948, door de Paritaire Gas- en Electriciteitscommissie, in datum van 26 Januari 1949 bepaald werden;
   Gelet op de dringendheid en de onmogelijkheid het advies van de Raad van State in te winnen;
   Op de voordracht van de Minister van Economische Zaken en Middenstand, van de Minister van Arbeid en Sociale Voorzorg en van de Minister van Economische Coordinatie:
   .....

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
Franstalige versie