J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit 1 gearchiveerde versie
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2003/02/03/2003011066/justel

Titel
3 FEBRUARI 2003. - Koninklijk besluit tot vrijstelling van bepaalde categorieën van vreemdelingen van de verplichting houder te zijn van een beroepskaart voor de uitoefening van een zelfstandige beroepsactiviteit.
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 04-03-2003 en tekstbijwerking tot 29-09-2006) Zie wijziging(en)

Bron : ECONOMIE, KMO, MIDDENSTAND EN ENERGIE
Publicatie : 04-03-2003 nummer :   2003011066 bladzijde : 10517       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2003-02-03/37
Inwerkingtreding : 04-03-2003

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-4

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Zijn vrijgesteld van de verplichting houder te zijn van een beroepskaart om in België een zelfstandige beroepsactiviteit uit te oefenen :
  1° de onderdaan van een lid-Staat van de Europese Economische Ruimte en, mits zij zich met hem vestigen of komen vestigen :
  a) zijn echtgenoot;
  b) zijn bloedverwanten in de nederdalende lijn of die van zijn echtgenoot, beneden 21 jaar of die te hunnen laste zijn;
  c) zijn bloedverwanten in de opgaande lijn of die van zijn echtgenoot, die te hunnen laste zijn, met uitzondering van de bloedverwanten in opgaande lijn van de studenten of die van hun echtgenoot;
  d) de echtgenoot van de personen bedoeld in b) en c);
  2° de echtgenoot van een Belg en, mits zij zich vestigen of komen vestigen met één van hen :
  a) de bloedverwanten in de nederdalende lijn, beneden 21 jaar of ten laste van de Belg of zijn echtgenoot;
  b) de bloedverwanten in opgaande lijn ten laste van de Belg of zijn echtgenoot;
  c) de echtgenoot van de personen bedoeld in a) en b);
  3° de vreemdelingen die gemachtigd of toegelaten zijn om voor onbeperkte tijd in België te verblijven of er zich te vestigen;
  4° de in België erkende vluchtelingen;
  5° de vreemdelingen die hun echtgenoot of echtgenote bijstaan of vervangen bij de uitoefening van hun zelfstandige beroepsactiviteit;
  6° de vreemdelingen die in België zakenreizen ondernemen, voor- zover de duur van het verblijf, nodig voor deze zakenreis, geen drie opeenvolgende maanden overschrijdt; onder zakenreis dient verstaan te worden : de verplaatsingen gedaan in België door vreemdelingen, voor eigen rekening of voor rekening van hun vennootschap en die hier geen hoofdverblijfplaats hebben met als doel professionele partners te bezoeken, professionele contacten te onderzoeken en te ontwikkelen, onderhandelen over en afsluiten van contracten, deel te nemen aan salons, beurzen en tentoonstellingen om er hun producten voor te stellen en te verkopen, of nog deel te nemen aan de raden van bestuur of algemene vergaderingen van vennootschappen;
  7° de vreemdelingen, die geen hoofdverblijfplaats hebben in België en hier conferenties geven, voorzover de duur van het verblijf, nodig voor deze conferenties, geen drie opeenvolgende maanden overschrijdt;
  8° de buitenlandse journalisten, die geen hoofdverblijfplaats hebben in België en er prestaties verrichten in het kader van hun beroep, voor- zover de duur van het verblijf, nodig voor deze activiteiten, geen drie opeenvolgende maanden overschrijdt;
  9° de buitenlandse sportlui en, in voorkomend geval, hun buitenlandse zelfstandige begeleiders, die geen hoofdverblijfplaats hebben in België en die hier prestaties verrichten in het kader van hun respectievelijk beroep, voorzover de duur van het verblijf, nodig voor deze activiteiten, geen drie opeenvolgende maanden overschrijdt;
  10° de buitenlandse artiesten en, in voorkomend geval, hun buitenlandse, zelfstandige begeleiders, die geen hoofdverblijfplaats hebben in België en die hier prestaties verrichten in het kader van hun respectievelijk beroep, voorzover de duur van het verblijf, nodig voor deze activiteiten, geen drie opeenvolgende maanden overschrijdt;
  11° de buitenlandse studenten die in België, in het kader van hun studies, een stage vervullen, voor de duur van hun stage;
  12° de vreemdelingen die in België een stage verrichten die werd goedgekeurd door de bevoegde overheid in het kader van ontwikkelingssamenwerking of van uitwisselingsprogramma's gebaseerd op wederkerigheid, voor de duur van hun stage;
  13° (...). <KB 2006-09-24/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-10-2006>

  Art. 2. Het koninklijk besluit van 11 december 1980 tot vrijstelling van bepaalde categorieën van vreemdelingen van de verplichting houder te zijn van een beroepskaart voor de uitoefening van een zelfstandige beroepsactiviteit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 14 februari 1991, 14 maart 1994 en 28 november 1995 wordt opgeheven, met uitzondering van artikel 1, 8°, dat ingetrokken wordt.

  Art. 3. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

  Art. 4. Onze Minister van Telecommunicatie en Overheidsbedrijven en Participaties, belast met Middenstand is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 3 februari 2003.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Telecommunicatie en Overheidsbedrijven en Participaties, belast met Middenstand,
  R. DAEMS.

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 19 februari 1965 betreffende de uitoefening van de zelfstandige beroepsactiviteiten der vreemdelingen, inzonderheid op artikel 2, gewijzigd bij de wet van 2 februari 2001;
   Gelet op het koninklijk besluit van 11 december 1980 tot vrijstelling van bepaalde categorieën van vreemdelingen van de verplichting houder te zijn van een beroepskaart voor de uitoefening van een zelfstandige beroepsactiviteit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 14 februari 1991, 14 maart 1994 en 28 november 1995;
   Gelet op de wetten van de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;
   Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
   Overwegende dat dit besluit ondermeer de vreemdelingen die in het koninkrijk gevestigd zijn of genieten van onbeperkt verblijf, vrijstelt van de beroepskaart;
   Overwegende dat een groot aantal onder hen op het punt staat om hun beroepskaart te moeten hernieuwen;
   Overwegende dat een dergelijke formaliteit een onnodige uitgave en een ongerechtvaardigde beslommering zou zijn voor deze personen;
   Overwegende dat het bijgevolg aangewezen is om dit besluit zonder verwijl in voege te laten treden;
   Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 3 december 2002;
   Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 7 januari 2003;
   Op voordracht van Onze Minister van Telecommunicatie en Overheidsbedrijven en Participaties, belast met Middenstand en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • BESLUIT (BRUSSEL) VAN 28-03-2019 GEPUBL. OP 05-04-2019
    (GEWIJZIGD ART. : 1) Inwerkingtreding nader te bepalen
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 24-09-2006 GEPUBL. OP 29-09-2006
    (GEWIJZIGD ART. : 1)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit 1 gearchiveerde versie
    Franstalige versie