| J U S T E L - Geconsolideerde wetgeving | ||||
| Einde | Eerste woord | Laatste woord | Wijziging(en) | Aanhef |
| Parlementaire werkzaamheden | Inhoudstafel | 3 gearchiveerde versies | ||
| Erratum | Einde | Franstalige versie | ||
|---|---|---|---|---|
| belgiëlex . be - Kruispuntbank Wetgeving | ||||
| Titel |
|---|
|
30 JUNI 1994. - Wet houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei
1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 27-07-1994 en tekstbijwerking tot 18-07-2007). Bron : JUSTITIE Publicatie : 27-07-1994 nummer : 1994009587 bladzijde : 19315 Dossiernummer : 1994-06-30/36 Inwerkingtreding : 06-08-1994 |
| Inhoudstafel | Tekst | Begin |
|---|---|---|
|
Art. 1-14 |
||
| Tekst | Inhoudstafel | Begin |
|---|---|---|
|
Artikel
1. Overeenkomstig het bepaalde in Richtlijn
91/250/EEG van de Raad van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's worden
computerprogramma's, het voorbereidend materiaal daaronder begrepen, auteursrechtelijk beschermd en gelijkgesteld
met werken van letterkunde in de zin van de Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde
en kunst. Art. 2. Een computerprogramma geniet bescherming indien het oorspronkelijk is in die zin, dat het een eigen intellectuele schepping van de auteur is. Om te bepalen of het programma voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt, mogen geen andere criteria worden aangelegd. De bescherming overeenkomstig deze wet wordt verleend aan de uitdrukkingswijze, in welke vorm ook, van een computerprogramma. De ideeën en beginselen die aan enig element van een computerprogramma ten grondslag liggen, met inbegrip van de ideeën en beginselen die aan de interfaces daarvan ten grondslag liggen, worden niet auteursrechtelijk beschermd. Art. 3. Tenzij bij overeenkomst of statutair anders is bepaald, wordt alleen de werkgever geacht verkrijger te zijn van de vermogensrechten met betrekking tot computerprogramma's die zijn gemaakt door een of meer werknemers of beambten bij de uitoefening van hun taken of in opdracht van hun werkgever. Art. 4. Het morele recht wordt geregeld overeenkomstig artikel 6bis, 1, van de Berner Conventie. Art. 5. Onverminderd de artikelen 6 en 7, omvatten de vermogensrechten : a) de permanente of tijdelijke reproduktie van een deel of het geheel van een computerprogramma, ongeacht op welke wijze en in welke vorm. Voor zover voor het laden of in beeld brengen, of de uitvoering, transmissie of opslag van een computerprogramma deze reproduktie van het programma noodzakelijk is, is voor deze handelingen toestemming van de rechthebbende vereist; b) het vertalen, bewerken, arrangeren of anderszins veranderen van een programma, en de reproduktie van het resultaat daarvan, onverminderd de rechten van degene die het programma verandert; c) elke vorm van distributie, met inbegrip van het verhuren en uitlenen, van een oorspronkelijk computerprogramma of kopieën daarvan onder het publiek. De eerste verkoop in de Europese Unie van een kopie van een programma door de rechthebbende of met diens toestemming leidt tot uitputting van het recht om controle uit te oefenen op de distributie van die kopie in de Europese Unie, met uitzondering van het recht om controle uit te oefenen op het verder verhuren en het uitlenen van het programma of een kopie daarvan. Art. 6. § 1. Tenzij bij overeenkomst uitdrukkelijk anders is bepaald, is voor de in artikel 5, a) en b), genoemde handelingen, geen toestemming van de rechthebbende vereist wanneer deze handelingen voor de rechtmatige gebruiker noodzakelijk zijn om het computerprogramma te kunnen gebruiken voor het beoogde doel, met inbegrip van het verbeteren van fouten. § 2. De reproduktie in de vorm van een reservekopie door de rechtmatige gebruiker van het computerprogramma mag niet worden verboden, voor zover die kopie noodzakelijk is om het programma te kunnen gebruiken. § 3. De rechtmatige gebruiker van een kopie van een computerprogramma is gemachtigd om zonder toestemming van de rechthebbende de werking van het programma te observeren, te bestuderen en uit te testen, ten einde vast te stellen welke ideeën en beginselen aan een element van het programma ten grondslag liggen, indien hij dit doet bij het rechtmatig laden of in beeld brengen, de uitvoering, transmissie of opslag van het computerprogramma. Art. 7. § 1. Er is geen toestemming van de rechthebbende vereist wanneer de reproduktie van de code en de vertaling van de codevorm in de zin van artikel 5, a) en b) onmisbaar zijn om de informatie te verkrijgen die nodig is om de compatibiliteit van een onafhankelijk gecreëerd computerprogramma met andere programma's tot stand te brengen, voor zover aan de volgende voorwaarden wordt voldaan : a) de reproduktie en de vertaling worden verrich door een persoon die het recht heeft om een kopie van het programma te gebruiken, of voor zijn rekening door een daartoe gemachtigd persoon; b) de gegevens die nodig zijn om de compatibiliteit tot stand te brengen zijn nog niet eerder snel en gemakkelijk beschikbaar gesteld voor hem; c) de reproduktie en de vertaling blijven beperkt tot die onderdelen van het oorspronkelijke programma die voor het tot stand brengen van deze compatibiliteit noodzakelijk zijn. § 2. Het bepaalde in de vorige paragraaf biedt niet de mogelijkheid dat de op grond daarvan verkregen informatie : a) voor een ander doel dan het tot stand brengen van de compatibiliteit van het onafhankelijk gecreëerde programma wordt gebruikt; b) aan derden wordt meegedeeld, tenzij die mededeling noodzakelijk is met het oog op de compatibiliteit van het onafhankelijk gecreëerde programma; c) of wordt gebruikt voor de ontwikkeling, produktie of het in de handel brengen van een qua uitdrukkingswijze in wezen gelijk computerprogramma, of voor andere handelingen waarmee inbreuk op het auteursrecht wordt gepleegd. § 3. Dit artikel mag niet zodanig worden toegepast dat ongerechtvaardigd nadeel voor de rechtmatige belangen van de rechthebbende ontstaat of het normale gebruik van het computerprogramma belemmerd wordt. Art. 8. Het bepaalde in de artikelen 6, §§ 2 en 3, en 7 is van dwingend recht. Art. 9. De termijn van bescherming van computerprogramma's door het auteursrecht wordt bepaald overeenkomstig artikel 2 van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. Art. 10. (De inbreuken op het auteursrecht inzake een computerprogramma worden gesanctioneerd overeenkomstig de wet.) <W 2007-05-09/30, art. 15, 003; Inwerkingtreding : 10-05-2007> (...). <W 2007-05-15/59, art. 32, 004; Inwerkingtreding : 01-10-2007> Art. 11. <W 2007-05-15/59, art. 33, 004; Inwerkingtreding : 01-10-2007> § 1. Met een gevangenisstraf van drie maanden tot drie jaar en met een geldboete van 100 tot 100.000 euro of met een van die straffen alleen worden gestraft degenen die een kopie van een computerprogramma in het verkeer brengen of voor commerciële doeleinden bezitten, terwijl zij weten of redelijkerwijs kunnen vermoeden dat het een onrechtmatige kopie is, dan wel middelen in het verkeer brengen of voor commerciële doeleinden bezitten die uitsluitend bestemd zijn om de ongeoorloofde verwijdering of ontwijking van de technische voorzieningen ter bescherming van het computerprogramma te vergemakkelijken. In geval van herhaling binnen vijf jaar na een in kracht van gewijsde gegane veroordeling wegens dezelfde inbreuk, worden de opgelopen straffen op het dubbel van het maximum gebracht. § 2. Wanneer de rechter een veroordeling wegens overtreding van § 1 uitspreekt, kan hij de verbeurdverklaring uitspreken van de materiële dragers waarmee de overtreding is gepleegd. Art. 12. Deze wet is tevens van toepassing op de computerprogramma's die vóór haar inwerkingtreding zijn gemaakt. Zij doet geen afbreuk aan de rechten die krachtens de wet of ingevolge gestelde rechtshandelingen zijn verkregen, noch aan de exploitatiehandelingen die vóór die inwerkingtreding zijn gesteld. Art. 13. § 1. De rechtbanken van eerste aanleg nemen kennis van de vorderingen inzake de toepassing van deze wet, ongeacht het bedrag van deze vordering. Iedere vordering waaraan tegelijk een aantasting van de door deze wet erkende rechten en een handeling die strijdig is met de eerlijke handelsgebruiken ten grondslag liggen, wordt uitsluitend voor de rechtbank van eerste aanleg gebracht. § 2. Tot kennisneming van de vorderingen bedoeld in § 1 is alleen bevoegd : 1° de rechtbank die zitting houdt ter zetel van het hof van beroep in wiens rechtsgebied de overtreding is begaan of, naar keuze van de eiser, de rechtbank die zitting houdt ter zetel van het hof van beroep in wiens rechtsgebied de verweerder of een van de verweerders zijn woon- of verblijfplaats heeft; 2° de rechtbank die zitting houdt ter zetel van het hof van beroep in wiens rechtsgebied de eiser zijn woon- of verblijfplaats heeft, ingeval de verweerder of een van de verweerders geen woon- of verblijfplaats heeft in het Rijk. § 3. Elke overeenkomst die in strijd is met het bepaalde in de §§ 1 of 2 en die dagtekent van vóór of na het ontstaan van het geschil, is van rechtswege nietig. De bepaling van het eerste lid staat nochtans niet in de weg dat de geschillen bedoeld in dit artikel voor een scheidsgerecht worden gebracht. In afwijking van het bepaalde in artikel 630, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, bepalen de partijen vrij de Art. 14. § 1. Artikel 569, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, wordt aangevuld als volgt : " 24° van de vorderingen bedoeld bij artikel 13 van de wet van 30 juni 1994 houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's. " § 2. Artikel 627 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld als volgt : " 13° de rechter bedoeld in artikel 13, § 2, van de wet van 30 juni 1994 houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's, wanneer het gaat om vorderingen ingesteld op grond van artikel 13, § 1, van dezelfde wet. " Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Gegeven te Brussel, 30 juni 1994. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Justitie, M. WATHELET Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, M. WATHELET |
||
| Aanhef | Tekst | Inhoudstafel | Begin |
|---|---|---|---|
|
ALBERT
II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : |
|||
| Erratum | Tekst | Begin |
|---|
| BEELD 1994009722 | PUBLICATIE : 1994-11-05 bladzijde : 27467 |
|---|
| Wijziging(en) | Tekst | Inhoudstafel | Begin | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| BEELD (GEWIJZIGDE ART. : 10; 11) BEELD | (GEWIJZIGD ART. : 13) BEELD |
(GEWIJZIGD ART. : 10) | |||||||||
| Parlementaire werkzaamheden | Tekst | Inhoudstafel | Begin |
|---|---|---|---|
| Zitting 1992-1993. Kamer van volksvertegenwoordigers. Stukken. - 1071, nr. 1, voorstel van wet. - nrs. 2 tot 5, amendementen. - nr. 6, verslag. - nr. 7, tekst aangenomen door de commissie. - nr. 8, amendementen. nr. 9 : Artikels gewijzigd in plenaire vergadering. Handelingen. - 30 en 31 maart 1994. Zitting 1993-1994. Senaat. Stukken. - 1054, nr. 1 : Ontwerp overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers. - nr. 2 : Verslag. Handelingen. - 23 juni 1994. | |||
| Begin | Eerste woord | Laatste woord | Wijziging(en) | Aanhef |
| Parlementaire werkzaamheden | Inhoudstafel | 3 gearchiveerde versies | ||
| Erratum | Franstalige versie |
|---|