J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 558 uitvoeringbesluiten 22 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1977/01/24/1977012405/justel

Titel
24 JANUARI 1977. - Wet betreffende de bescherming van de gezondheid van de gebruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere produkten.
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 26-10-1989 en tekstbijwerking tot 08-08-2019)

Publicatie : 08-04-1977 nummer :   1977012405 bladzijde : 4501
Dossiernummer : 1977-01-24/31
Inwerkingtreding : 18-04-1977

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-3, 3/1, 4-6, 6bis, 7, 7bis, 8-11, 11bis, 12-22, 22bis, 22ter, 23-27

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1.Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :
  1° Voedingsmiddelen : ieder produkt of zelfstandigheid bestemd voor de menselijke voeding, daarin begrepen genotmiddelen, zout, toekruiden, (...). <W 1989-03-22/41, art. 1, 1°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
  2° Andere produkten :
  a) ([1 ...]1 technologische hulpstoffen;) <W 1989-03-22/41, art. 1, 2°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>;
  b) voorwerpen en stoffen bestemd om met voedingsmiddelen in aanraking te komen;
  c) (detergentia, reinigings- en onderhoudsmiddelen;) <W 1989-03-22/41, art. 1, 3°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
  d) tabak, produkten op basis van tabak en soortgelijke produkten [2 , hierna tabaksproducten genoemd]2;
  e) cosmetica;
  f) (gebruiksartikelen die bij het gebruik, hetzij door het innemen van delen ervan, hetzij door het inademen ervan, hetzij door contact met het lichaam een fysiologische uitwerking kunnen hebben;) <W 1989-03-22/41, art. 1, 5°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
  g) (aërosolen gebruikt voor voedingsmiddelen (...).) <W 1989-03-22/41, art. 1, 6°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989> <W 2002-12-18/59, art. 22, 009; Inwerkingtreding : 16-02-2003>
  (h) voedingsmiddelen die een gevaar kunnen vormen voor de veiligheid van de consumenten.) <W 2002-12-18/59, art. 22, 009; Inwerkingtreding : 16-02-2003>
  (i) tatoeage-inkten.) <W 2004-12-27/30, art. 123, 012; Inwerkingtreding : 10-01-2005>
  3° Handel of in de handel brengen :
  Het invoeren, vervoeren voor verkoop of levering, in bezit houden met het oog op verkoop, aanbieden, verkopen, verdelen, slijten, onder kosteloze of bezwarende titel afstaan.
  4° Fabricage of fabriceren :
  De fabricage en de bereiding voor de handel, (...) of voor levering aan de verbruiker, hieronder begrepen de wijze van fabricage of van bereiding, de verpakking en de etikettering. <W 1989-03-22/41, art. 1, 8°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
  ----------
  (1)<W 2012-12-27/15, art. 35, 018; Inwerkingtreding : 10-01-2013>
  (2)<W 2016-06-22/03, art. 60, 020; Inwerkingtreding : 11-07-2016>

  Art. 2. In het belang van de volksgezondheid of met het doel bedrog of vervalsing op dit gebied te voorkomen, kan de Koning regels stellen en verbodsmaatregelen voorschrijven op de fabricage, de uitvoer en de handel van voedingsmiddelen.
  Deze bevoegdheid omvat onder andere de mogelijkheid de samenstelling van de voedingsmiddelen te bepalen, de overeenstemmende benamingen ervan vast te stellen alsook de aanwijzingen te reglementeren die nuttig zijn voor de informatie op voorstel van de Minister tot wiens bevoegdheid de volksgezondheid behoort.
  De Koning kan, meer in het bijzonder, op voorstel of na advies van de Hoge Gezondheidsraad, regels stellen en verbodsmaatregelen voorschrijven op het in de handel brengen van dieetvoedingsmiddelen, vitamines en voedingsmiddelen waaraan vitamines, oligo-elementen of andere nutriënten werden toegevoegd.
  De Koning kan sommige dieetvoedingsmiddelen, die Hij aanduidt, onderwerpen aan registratie onder de voorwaarden en volgens de regels die Hij bepaalt.

  Art. 3. In het belang van de volksgezondheid kan de Koning daarenboven :
  1° onverminderd het reglement inzake de arbeidshygiëne en de gezondheid van de arbeiders :
  a) (voor alle personen die aan de fabricage of de handel medewerken en die door deze werkzaamheden rechtstreeks in aanraking komen met de in artikel 1 bepaalde voedingsmiddelen en andere produkten, algemene maatregelen voorschrijven ten einde alle gevaren voor verontreiniging of besmetting van die voedingsmiddelen en andere produkten uit te sluiten;) <W 1989-03-22/41, art. 2, 1°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
  b) de aandoeningen bepalen waarvoor de personen, verdacht van besmetting door één van deze aandoeningen, kunnen verplicht worden zich aan een geneeskundig onderzoek te onderwerpen en waarvoor, zo nodig, hun bedrijvigheid kan beperkt of verboden worden door de directeur-generaal van het Bestuur der Volksgezondheid of door zijn gemachtigde. De Koning regelt de voorwaarden voor de organisatie van dergelijke onderzoeken, alsmede de mededeling van het resultaat ervan en bepaalt de voorwaarden, modaliteiten en regels van de procedure van beroep tegen de maatregelen houdende beperking of verbod van de bedrijvigheid; dit beroep heeft geen schorsende kracht;
  2° a) (de in lid 1 en 2 van artikel 2 bedoelde maatregelen van toepassing maken op de voorwerpen en stoffen bestemd om in aanraking te komen met voedingsmiddelen en het gebruik van deze voorwerpen en stoffen regelen en verbieden;) <W 1989-03-22/41, art. 2, 2°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
  b) regels stellen en verbodsmaatregelen voorschrijven op het gebruik van voor voedingsmiddelen bestemde verpakkingen welke van die aard zijn dat zij door hun vorm of voorkomen voor de verbruiker een gevaar kunnen opleveren;
  3° a) (onverminderd de voorschriften van de wetgeving inzake gezondheid en veiligheid van de arbeiders alsmede de salubriteit van het werk en van de werkplaatsen, regels vaststellen voor de voedingsmiddelen en andere produkten, inzake de salubriteit en de hygiëne van de plaatsen waar de in lid 1 van artikel 2 bedoelde werkzaamheden plaatsgrijpen alsmede van de plaatsen waar voedingsmiddelen worden verbruikt, en het gebruik van die plaatsen voor dergelijke doeleinden verbieden;) <W 1989-03-22/41, art. 2, 3°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
  b) een regeling uitwerken om het gebruik van die plaatsen aan vergunning te onderwerpen;
  c) het gebruik en de hygiëne reglementeren van de voertuigen aangewend tot vervoer van voedingsmiddelen, het gereedschap, de recipiënten en de apparaten bestemd om met de voedingsmiddelen in aanraking te worden gebracht, alsmede de distributieapparaten voor voedingsmiddelen;
  4° a) (de in lid 1 en 2 van artikel 2 bedoelde maatregelen van toepassing maken op detergentia en op reinigings- en onderhoudsmiddelen;) <W 1989-03-22/41, art. 2, 4°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
  b) het gebruik van deze produkten in de voedingsnijverheid reglementeren;
  5° op voorstel of na advies van de Hoge Gezondheidsraad de zelfstandigheden bepalen die de voorwerpen en stoffen als bedoeld onder 2° en de produkten als bedoeld onder 4° van dit artikel niet of slechts in beperkte mate mogen bevatten, alsmede de grenzen en voorwaarden waaraan de aanwezigheid van deze zelfstandigheden in de voorwerpen, stoffen of produkten gebonden is.
  (6° regels stellen en verbodsmaatregelen voorschrijven op de fabricage, de uitvoer en de handel van de produkten bedoeld in artikel 1, 2°, h).) <W 1989-03-22/41, art. 2, 5°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>

  Art. 3/1. [1 De handel of het in de handel brengen en de fabricage van voor voedingsmiddelen voor kinderen van 0 tot 3 jaar bestemde verpakkingen die bisfenol A bevatten, zijn verboden. ]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2012-09-04/07, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-01-2013>

  Art. 4. § 1. De Koning stelt de lijst op van de toevoegsels die in voedingsmiddelen mogen worden aangewend en bepaalt hun zuiverheidsnormen. Hij wijst de voedingsmiddelen aan waarvoor de toevoegsels toegelaten zijn en stelt hun maximumhoeveelheid vast, alsmede de wijze van uitdrukken daarvan. Hij bepaalt de inlichtingen die met betrekking tot de toevoegsels op de verpakking van de voedingsmiddelen moeten worden aangebracht.
  § 2. Iedere aanvraag tot inschrijving op de lijst van de toevoegsels wordt voor advies aan de Hoge Gezondheidsraad voorgelegd.
  Het advies betreft de schadelijkheid van het toevoegsel en de graad waarin het door het menselijk organisme wordt geduld.
  Het handelt bovendien over de noodzaak, het nut en de wenselijkheid van het gebruik van het toevoegsel en, in voorkomend geval, over de noodzaak van de voorlichting van de verbruiker betreffende de aanwezigheid en de hoeveelheid van het toevoegsel.
  § 3. Niet in de handel mogen worden gebracht voedingsmiddelen die niet toegelaten toevoegsels of toegelaten toevoegsels in een niet toegelaten hoeveelheid bevatten of die niet geëtiketteerd zijn zoals voorgeschreven.
  § 4. De Koning kan regels stellen en verbodsmaatregelen voorschrijven op de handel en de uitvoer van toevoegsels voor voedingsmiddelen, alsook regels stellen voor de etikettering ervan.

  Art. 5. § 1. Op voorstel of na advies van de Hoge Gezondheidsraad kan de Koning de aanwezigheid van contaminanten in voedingsmiddelen reglementeren, verbieden of beperken.
  § 2. De Koning stelt de lijst op van contaminanten die niet of slechts in een door Hem bepaalde hoeveelheid in de voedingsmiddelen mogen voorkomen. In voorkomend geval omschrijft Hij in welk voedingsmiddel en in welke hoeveelheid de contaminanten mogen aanwezig zijn, alsmede de wijze van uitdrukken van de maximaal toegelaten hoeveelheid.
  § 3. Voor iedere inschrijving van een contaminant op de lijst bedoeld in § 2 is een voorafgaand advies van de Hoge Gezondheidsraad vereist. Het advies betreft enerzijds de onvermijdelijke aanwezigheid van het contaminant in het betrokken voedingsmiddel en anderzijds de schadelijkheid ervan en de graad tot welke het contaminant door het menselijk organisme wordt geduld in de toegelaten dosis.
  § 4. Niet in de handel mogen worden gebracht voedingsmiddelen die verboden contaminanten bevatten of die contaminanten bevatten in hoeveelheden groter dan door de Koning bepaald.

  Art. 6.§ 1. [In het belang van de volksgezondheid of met het doel bedrog of vervalsing op dit gebied te voorkomen, kan de Koning :
  a) de maatregelen bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid en in artikel 3, 2°, a), en 3°, c), toepassen op tabak, produkten op basis van tabak en soortgelijke produkten alsmede op cosmetica;
  b) de maatregelen bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, en in artikel 3, 2°, a), en 3°, c), toepassen op de aroma's en technische hulpstoffen bedoeld in artikel 1, 2°, a), alsmede op de gebruiksartikelen bedoeld in artikel 1, 2°, f);
  c) de maatregelen bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, toepassen op de in artikel 1, 2°, g) bedoelde aërosolen.] <W 1989-03-22/41, art. 3, 1°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
  [d) de maatregelen bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, en in artikel 5 toepassen op tatoeage-inkten.] <W 2004-12-27/30, art. 124, 012; Inwerkingtreding : 10-01-2005>
  [e) de maatregelen bedoeld in artikel 3, 3°, a) en b), toepassen op cosmetica en hun ingrediënten.] <W 2007-03-01/37, art. 122, 013; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  § 2. Op voorstel of na advies van de Hoge Gezondheidsraad kan de Koning de zelfstandigheden bepalen die de in artikel 1, 2°, d) tot g) [en i)] bedoelde produkten niet of slechts in een door Hem bepaalde hoeveelheid mogen bevatten alsmede de grenzen en voorwaarden bepalen waaraan de aanwezigheid van deze zelfstandigheden gebonden is. <W 2004-12-27/30, art. 124, 012; Inwerkingtreding : 10-01-2005>
  § 3. De Koning kan sommige cosmetica [en tatouage-inkten], die Hij aanduidt, onderwerpen aan registratie onder de voorwaarden en volgens de regels die Hij bepaalt. <W 2004-12-27/30, art. 124, 012; Inwerkingtreding : 10-01-2005>
  [§ 4. Het is verboden tabaksproducten te verkopen aan de jongeren onder [3 achttien]3 jaar.
  Van elke persoon, die tabaksproducten wil kopen, mag worden gevraagd aan te tonen dat hij of zij meer dan [3 achttien]3 jaar oud is.
  In het belang van de Volksgezondheid kan de Koning plaatsen, waar tabaksproducten in de handel worden gebracht, onderwerpen aan het aanbrengen van waarschuwingen met betrekking tot de schadelijkheid van tabaksproducten en/of van vermeldingen met betrekking tot de verkoopsvoorwaarden bedoeld in het eerste lid.
  In het belang van de Volksgezondheid, kan de Koning alle maatregelen nemen die de jongeren onder de [3 achttien]3 jaar beletten zich tabaksproducten aan te schaffen door middel van automatische distributie-apparaten.
  § 5. De Koning kan de verkoop en/of de aanbieding, samen met tabaksproducten, van producten die bestemd zijn om gezondheidswaarschuwingen op tabaksproducten te maskeren, verbieden.] <W 2004-07-19/46, art. 2, 011; Inwerkingtreding : 01-12-2004>
  § 6. [2 Het is verboden om elke drank of product waarvan het effectief alcoholvolumegehalte hoger is dan 0,5 % vol, te verkopen, te schenken of aan te bieden aan min-zestienjarigen.
   De verantwoordelijke voor wiens rekening deze drank of dit product werd verkocht, geserveerd of aangeboden, kan eveneens aansprakelijk worden gesteld in geval van niet-naleving van dit verbod.
   Van elke persoon, die dranken of andere producten op basis van alcohol wil kopen of nuttigen, mag worden gevraagd aan te tonen dat hij of zij ouder is dan zestien.
   Het is verboden om sterke drank, zoals bepaald in artikel 16 van de wet van 7 januari 1998 betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken, te verkopen, te schenken of aan te bieden aan min-achttienjarigen.
   De verantwoordelijke voor wiens rekening deze drank werd verkocht, geserveerd of aangeboden, kan eveneens aansprakelijk worden gesteld in geval van niet-naleving van dit verbod.
   Van elke persoon, die sterke drank wil kopen of nuttigen, mag worden gevraagd aan te tonen dat hij of zij ouder is dan achttien.]2]1
  ----------
  (1)<W 2009-12-10/35, art. 14, 015; Inwerkingtreding : 10-01-2010>
  (2)<W 2016-12-18/02, art. 115, 021; Inwerkingtreding : 06-01-2017>
  (3)<W 2019-07-12/14, art. 2, 023; Inwerkingtreding : 01-11-2019>

  Art. 6bis. <Ingevoegd bij W 1989-03-22/41, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989> Wanneer bepaalde voedingsmiddelen of andere produkten een ernstig en dreigend gevaar betekenen voor de volksgezondheid en dit gevaar niet of onvoldoende kan worden bestreden op grond van deze wet of de besluiten genomen ter uitvoering van deze wet, kan de Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort, bij een met redenen omklede beslissing en zonder het inwinnen van de in deze wet voorgeschreven adviezen, maatregelen nemen die beletten dat ze in de handel komen of blijven.
  De aldus genomen maatregel vervalt ten laatste bij het einde van de (zesde maand) die volgt op deze waarin hij in werking is getreden. <W 2004-12-27/30, art. 125, 012; Inwerkingtreding : 10-01-2005>
  Deze maatregel kan hoogstens voor één periode van dezelfde duur worden verlengd.
  (De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op de producten die behoren tot de bevoegdheid van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.) <KB 2001-02-22/33, art. 17, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>

  Art. 7.§ 1. In het belang van de (volksgezondheid) kan de Koning regels stellen en verbodsmaatregelen voorschrijven op de reclame :
  1° betreffende de voedingsmiddelen in verband met hun samenstelling of met diëtetische eigenschappen of met hun uitwerking op de gezondheid; <W 1989-03-22/41, art. 5, 1°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
  2° (betreffende de produkten bedoeld in artikel 1, 2°, a), c), e) en f), in verband met hun samenstelling of met hun uitwerking op de gezondheid. <W 1989-03-22/41, art. 5, 2°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
  § 2. (In het belang van de volksgezondheid kan de Koning regels stellen en verbodsmaatregelen voorschrijven (...) in verband met de reclame voor alcohol en alcoholhoudende dranken.) <W 1989-03-22/41, art. 5, 3°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989> <W 1997-12-10/37, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 01-01-1999>
  (§ 2bis. 1° Het is verboden reclame te voeren voor en te sponsoren door tabak, producten op basis van tabak en soortgelijke producten, hierna tabaksproducten genoemd.
  Als reclame en sponsoring worden beschouwd elke mededeling of handeling die rechtstreeks of onrechtstreeks tot doel heeft de verkoop te bevorderen, ongeacht de plaats, de aangewende communicatiemiddelen of de gebruikte technieken.
  2° Het in het 1° bedoelde verbod is niet van toepassing op :
  - (reclame voor tabaksproducten in dagbladen en tijdschriften die buiten de Europese Unie worden uitgegeven, behoudens wanneer die reclame of de invoer van dergelijke dagbladen of tijdschriften er hoofdzakelijk toe strekt tabaksproducten op de Belgische of communautaire markt te promoten;) <W 2004-07-19/46, art. 3, 011; Inwerkingtreding : 01-12-2004 en Inwerkingtreding : 31-07-2005, zie W 2004-07-19/46, art. 5>
  - de incidentele reclame voor tabaksproducten in het kader van de mededeling aan het publiek van evenementen in het buitenland, behoudens wanneer die reclame of de mededeling aan het publiek van het evenement er hoofdzakelijk toe strekt reclame voor tabaksproducten te voeren voor de Belgische markt;
  - het aanbrengen van het merk van een tabaksproduct op affiches in en aan de voorgevel van tabakswinkels en van krantenwinkels die tabaksproducten verkopen;
  (- reclame voor tabaksproducten in gedrukte publicaties, die uitsluitend bestemd zijn voor personen die werkzaam zijn in de tabakshandel.) <W 2004-07-19/46, art. 3, 011; Inwerkingtreding : 01-12-2004 en Inwerkingtreding : 31-07-2005, zie W 2004-07-19/46, art. 5>
  3° (Het is verboden een merk, dat zijn bekendheid hoofdzakelijk aan een tabaksproduct ontleent, voor reclame op andere gebieden te gebruiken, zolang het merk voor een tabaksproduct wordt gebruikt.
  Deze bepaling doet geen afbreuk aan het recht van ondernemingen om onder hun merknaam reclame te maken voor andere dan tabaksproducten, mits :
  - de omzet van, zelfs door een andere onderneming, onder dezelfde merknaam op de markt gebrachte tabaksproducten niet meer dan de helft bedraagt van de omzet van andere producten dan tabak van het merk in kwestie, en
  - dit merk oorspronkelijk is gedeponeerd voor andere dan tabaksproducten.) <W 2004-07-19/46, art. 3, 011; Inwerkingtreding : 01-12-2004 en Inwerkingtreding : 31-07-2005, zie W 2004-07-19/46, art. 5>
  (4° De verboden bedoeld in de bepaling onder 3° zijn niet van toepassing op :
  - de reclame voor een merk, dat zijn naamsbekendheid voornamelijk aan een tabaksproduct te danken heeft, in dagbladen en publicaties die buiten de Europese Unie worden uitgegeven, behoudens wanneer die reclame of de invoer van dergelijke dagbladen of tijdschriften er hoofdzakelijk toe strekt reclame voor dergelijk merk te voeren voor de Belgische of communautaire markt;
  - de toevallige reclame voor een merk, dat zijn naamsbekendheid voornamelijk aan een tabaksproduct te danken heeft, in het kader van de bekendmaking aan het publiek van een evenement dat zich in het buitenland afspeelt, behoudens wanneer die reclame of de bekendmaking aan het publiek van dit evenement er toe strekt dergelijk merk op de Belgische markt te promoten;
  - het aanbrengen van een merk, dat zijn naamsbekendheid voornamelijk aan een tabaksproduct te danken heeft, op affiches in en aan de voorgevel van winkels die producten van dat merk verkopen;
  - de reclame voor een merk, dat zijn naamsbekendheid voornamelijk aan een tabaksproduct te danken heeft, in gedrukte publicaties die uitsluitend bestemd zijn voor personen die producten van een dergelijk merk in de handel brengen.
  In afwijking van punt 3° kan de Minister toestaan dat een merk, dat zijn bekendheid met name aan een tabaksproduct ontleent, wordt gebruikt voor reclame indien het onmogelijk is een link te leggen tussen het tabaksproduct en de afgeleide producten. De minister stelt de nadere voorwaarden vast inzake de tenuitvoerlegging van deze bepaling. Daartoe houdt hij met name rekening met het feit dat de naam, het merk, het symbool en enig ander onderscheidend teken van het product of de dienst voorkomen in een duidelijk andere vorm dan die van de tabaksproducten.) <W 2004-07-19/46, art. 3, 011; Inwerkingtreding : 01-12-2004 en Inwerkingtreding : 31-07-2005, zie W 2004-07-19/46, art. 5>
  § 3. [1 ...]1
  ----------
  (1)<W 2009-12-22/05, art. 17,2°, 014; Inwerkingtreding : 01-01-2010>

  Art. 7bis. <ingevoegd bij L 2006-11-17/47, art. 2; Inwerkingtreding : 28-01-2007> § 1. Behoudens toepassing van de bepalingen van artikel 7, kan de Koning geheel of gedeeltelijk de overeenkomsten gesloten tussen de verenigingen bedoeld in § 3 van dit artikel goedkeuren, indien hun bedoeling is om een redelijk gebruik van alcoholhoudende dranken aan te moedigen.
  § 2. De bepalingen van de overeenkomsten die zijn goedgekeurd door de Koning worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
  § 3. De overeenkomsten bedoeld in § 1 moeten tenminste gesloten zijn met :
  1. twee beroepsverenigingen die minstens 80 % van de Belgische producenten van alcoholhoudende dranken vertegenwoordigen;
  2. twee verenigingen die de belangen van de consument vertegenwoordigen;
  3. twee beroepsverenigingen die de Horeca sector vertegenwoordigen en vertegenwoordigd zijn binnen het paritair Comité voor het hotelbedrijf, ingesteld krachtens de collectieve arbeidsovereenkomst nr 58954/CO/302 van 27 augustus 2001.

  Art. 8.<W 1989-03-22/41, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989> [1 § 1.]1 De gegevens die op het etiket voorkomen en die dwingend zijn voorgeschreven in uitvoering van deze wet, zijn minstens gesteld in de taal of de talen van het taalgebied waar de produkten op de markt worden aangeboden.
  [1 § 2. In afwijking van paragraaf 1 worden de gegevens die op het etiket van tabaksprodukten voorkomen en die dwingend zijn voorgeschreven in uitvoering van deze wet, in elk geval gesteld in het Nederlands, Frans en Duits, onafhankelijk van het taalgebied waar de produkten op de markt worden aangeboden.]1
  ----------
  (1)<W 2016-06-22/03, art. 61, 020; Inwerkingtreding : 11-07-2016>

  Art. 9. § 1. De Koning bepaalt de procedure voor het indienen van de individuele aanvragen die aanleiding geven tot het uitbrengen van een advies door de Hoge Gezondheidsraad.
  § 2. Op voorstel of na advies van de Hoge Gezondheidsraad kan de Koning, volgens een procedure die Hij bepaalt, wijzigingen aanbrengen in de beslissingen die Hij zou genomen hebben op grond van artikel 3, 5°, van artikel 4, § 1, van artikel 5, § 2, en van artikel 6, § 2.

  Art. 10.(De Koning kan een vergoeding opleggen, waarvan Hij het bedrag en de wijze van heffing bepaalt, voor alle aanvragen die met toepassing van deze wet worden ingediend, alsmede voor alle bewijsstukken die met toepassing van deze wet worden afgegeven.
  De Koning kan eveneens, bij een in Ministerraad overlegd besluit, een vergoeding opleggen, waarvan Hij het bedrag en de wijze van heffing bepaalt, voor het uitvoeren van controles en inspecties bedoeld in artikel 11.) <W 1994-02-09/36, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 1994-06-05>
  [1 Het bedrag van deze vergoedingen wordt gestort, hetzij op de rekening van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, hetzij in het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten.]1
  [1 De Koning wordt gemachtigd om de bepalingen van het koninklijk besluit van 13 november 2011 tot vaststelling van de retributies en bijdragen verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, te wijzigen, te vervangen of op te heffen.]1
  ----------
  (1)<W 2014-04-10/23, art. 188, 019; Inwerkingtreding : 10-05-2014>

  Art. 11.§ 1. [2 § 1. Onverminderd de ambtsbevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, zien de daartoe door de Koning aangewezen statutaire of contractuele personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu toe op de uitvoering van de bepalingen van deze wet en van zijn uitvoeringsbesluiten evenals van de verordeningen van de Europese Unie en die behoren tot de bevoegdheden van Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu door, voorzien van behoorlijke legitimatiebewijzen die door de Koning verder worden uitgewerkt, onaangekondigde inspecties uit te voeren.
   De contractuele personeelsleden leggen voorafgaand aan de uitoefening van hun functie, de eed af in handen van de minister of van zijn aangestelde.
   De door de Koning aangewezen statutaire of contractuele personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu belast met het toezicht op de toepassing van deze wet en op de ter uitvoering ervan getroffen besluiten hebben, binnen de perken van de uitoefening van hun bevoegdheid, zonder voorafgaande verwittiging, toegang tot alle plaatsen die worden gebruikt voor de handel van voedingsmiddelen of andere in deze wet bedoelde producten en tot de daaraan grenzende opslagplaatsen en tot andere plaatsen die aan hun toezicht onderworpen zijn of waarvan zij redelijkerwijze vermoeden dat er inbreuken gepleegd worden op de bepalingen van de wetgevingen waarop zij toezicht uitoefenen. Zij kunnen deze doorzoeken, zelfs indien deze voor het publiek niet toegankelijk zijn.
   Zij hebben zonder voorafgaande verwittiging te allen tijde toegang tot de plaatsen die dienen voor de fabricage van voedingsmiddelen of andere in deze wet bedoelde producten die voor de handel bestemd zijn, alsook tot de plaatsen waar deze zijn opgeslagen.
   Het bezoek aan plaatsen die uitsluitend als woning dienen is slechts toegestaan tussen 5 uur `s ochtends en 9 uur `s avonds en kan slechts gebeuren met verlof van de rechter.
   Zij mogen de overlegging eisen van alle handelsdocumenten en bescheiden betreffende voedingsmiddelen en andere bij deze wet bedoelde producten en van alle documenten verplicht gesteld bij de krachtens deze wet uitgevaardigde besluiten.
   Zij mogen overgaan tot de controle van transporten, openbaar vervoer en vervoermiddelen.]2
  § 2. (Zij stellen de overtredingen van de desbetreffende wetten en besluiten vast in processen-verbaal die gelden tot het tegendeel bewezen is.
  [1 Ze kunnen overgaan tot het verhoor van de overtreder en tot elk ander nuttig verhoor.]1
  Een afschrift van het proces-verbaal wordt binnen [2 dertig dagen]2 na de vaststelling van de overtreding aan de geverbaliseerde overgezonden.) <W 1994-02-09/36, art. 2, 2°, 003; Inwerkingtreding : 1994-06-05>
  [1 Ze kunnen, bij de uitoefening van hun opdrachten, de hulp van de politiemacht inroepen.]1
  [2 Zij kunnen overgaan tot de verzegeling van automatische distributieapparaten die niet voldoen aan artikel 6, §§ 4 en 6. [3 De voorwaarden hiervoor worden uitgewerkt door de minister.]3
   Zij kunnen overgaan tot elk onderzoek, controle en verhoor en alle inlichtingen inwinnen die zij nodig achten om zich ervan te vergewissen dat de bepalingen van de wetgeving waarop zij toezicht uitoefenen, werkelijk worden nageleefd, en inzonderheid de identiteit opnemen van gelijk welke persoon, wiens verhoor zij nodig achten voor de uitoefening van het toezicht.]2
  (§ 3. Het proces-verbaal houdende vaststelling van de overtredingen bedoeld in artikel 19 en opgesteld door de door de Koning aangestelde toezichthoudende (personen, bedoeld in § 1), wordt overgemaakt aan de krachtens artikel 19 aangestelde ambtenaar. Indien dit proces-verbaal is opgemaakt door de burgemeester of diens gemachtigde kan het eveneens aan deze ambtenaar worden toegezonden. <W 2003-12-22/42, art. 231, 010; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
  Wanneer toepassing wordt gemaakt van artikel 11bis, wordt het proces-verbaal aan de procureur des Konings pas toegezonden, wanneer aan de waarschuwing geen gevolg is gegeven.) <W 1989-03-22/41, art. 8, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
  (§ 4. De Koning kan andere regelen voor de inspectie en controle vaststellen, ten einde te voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de internationale verdragen en de krachtens die verdragen tot stand gekomen internationale akten.) <W 1994-02-09/36, art. 2, 3°, 003; Inwerkingtreding : 1994-06-05>
  (§ 5. De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op de controles die worden verricht met toepassing van de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.) <KB 2001-02-22/33, art. 17, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
  ----------
  (1)<W 2012-12-27/15, art. 36, 018; Inwerkingtreding : 10-01-2013>
  (2)<W 2014-04-10/23, art. 189, 019; Inwerkingtreding : 10-05-2014>
  (3)<W 2016-12-18/02, art. 117, 021; Inwerkingtreding : 06-01-2017>

  Art. 11bis.<Ingevoegd bij W 1989-03-22/41, art. 9, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989> Wanneer een overtreding van deze wet of van een uitvoeringsbesluit ervan [1 of van de Europese verordeningen en beschikkingen/besluiten ter zake]1 is vastgesteld, kan de door de Koning krachtens artikel 11 van deze wet aangestelde (personen) een waarschuwing richten tot de overtreder waarbij die tot stopzetting van de overtreding wordt aangemaand. <W 2003-12-22/42, art. 232, 010; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
  De waarschuwing wordt binnen de tien dagen na de vaststelling van de overtreding aan de overtreder overgemaakt door de overhandiging van een afschrift van het proces-verbaal waarin de feiten zijn vastgesteld of bij een ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs.
  De waarschuwing vermeldt :
  a) de ten laste gelegde feiten en de overtreden wetsbepaling of -bepalingen;
  b) de termijn waarin zij dienen te worden stopgezet;
  c) dat, indien aan de waarschuwing geen gevolg wordt gegeven, het proces-verbaal zal worden overgemaakt aan de ambtenaar die belast is met de toepassing van de procedure die is bepaald in artikel 19 en dat de procureur des Konings zal kunnen worden ingelicht.
  (Dit artikel is niet van toepassing op de controles die worden verricht met toepassing van de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.) <KB 2001-02-22/33, art. 17, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
  ----------
  (1)<W 2012-12-27/15, art. 37, 018; Inwerkingtreding : 10-01-2013>

  Art. 12. (De Koning bepaalt de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de monsters worden genomen.
  Hij kan tevens de ontledingsmethoden bepalen.) <W 1989-03-22/41, art. 10, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
  De ontleding van de monsters geschiedt in de laboratoria die daartoe erkend zijn overeenkomstig de voorwaarden die de Koning bepaalt.
  De Koning kan eveneens de wijze van werken van deze laboratoria bij de ontleding van de monsters regelen.
  (Dit artikel is niet van toepassing op de controles die worden verricht met toepassing van de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.) <KB 2001-02-22/33, art. 17, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>

  Art. 13.Met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met geldboete van [3 zesentwintig euro tot duizend euro]3 of met een van die straffen alleen wordt gestraft;
  1° [2 hij die, zonder de fabrikant of de invoerder te zijn, voedingsmiddelen of andere in deze wet bedoelde producten in de handel brengt zonder inachtneming van in artikel 6, §§ 4 en 6, en artikel 8 en de besluiten genomen ter uitvoering van artikelen 2, 3, 2°, 4° en 6°, 4, §§ 3 en 4, 5, § 4, en 6;]2
  2° hij die, zonder de fabrikant of de invoerder te zijn, voedingsmiddelen of andere in deze wet bedoelde produkten in de handel brengt wanneer deze voedingsmiddelen of produkten bedorven, schadelijk of door een verordening van het algemeen, provinciaal of gemeentelijk bestuur schadelijk verklaard zijn;
  3° [1 hij die een inbreuk pleegt op de bepalingen van artikel 3/1;]1
  (4° hij die de maatregel genomen ter uitvoering van artikel 6bis overtreedt.) <W 1989-03-22/41, art. 11, 2°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
  ----------
  (1)<W 2012-09-04/07, art. 3, 017; Inwerkingtreding : 01-01-2013>
  (2)<W 2012-12-27/15, art. 38, 018; Inwerkingtreding : 10-01-2013>
  (3)<W 2014-04-10/23, art. 190, 019; Inwerkingtreding : 10-05-2014>

  Art. 14.[1 Met een gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met een geldboete van vijftig euro tot drieduizend euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die voedingsmiddelen of andere in deze wet bedoelde producten fabriceert of invoert en hij die, zonder de fabrikant of de invoerder te zijn, wetens voedingsmiddelen of andere in deze wet bedoelde producten in de handel brengt met overtreding van artikel 6, §§ 4 en 6, en artikel 8 en de besluiten genomen ter uitvoering van artikelen 2, eerste en tweede lid, 3, 1°, a), en 2° tot 5°, 4, § 4, 6 en 10.]1
  ----------
  (1)<W 2016-12-18/02, art. 14, 021; Inwerkingtreding : 06-01-2017>

  Art. 15.§ 1. Met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met geldboete van honderd tot vijftienduizend frank of met een dezer straffen alleen wordt gestraft hij die fabriceert of invoert :
  1° voedingsmiddelen wanneer zij één of meer niet toegelaten toevoegsels of contaminanten bevatten of wanneer zij een hoeveelheid toevoegsels of contaminanten bevatten groter dan die welke door de Koning bepaald is, met overtreding van de besluiten genomen ter uitvoering van de artikelen 4, § 3 en 5, § 4;
  2° voedingsmiddelen wanneer zij één of meer toegelaten toevoegsels bevatten en niet de vereiste inlichtingen dragen betreffende de aanwezigheid of het gehalte van deze toevoegsels in het voedingsmiddel, met overtreding van de besluiten genomen ter uitvoering van artikel 4, § 3;
  3° tabak, produkten op basis van tabak, soortgelijke produkten (, cosmetica of tatouage-inkten), wanneer deze niet toegelaten stoffen bevatten of wanneer zij een te grote hoeveelheid van één of meer toegelaten stoffen bevatten, met overtreding van de besluiten genomen ter uitvoering van artikel 6, § 2; <W 2004-12-27/30, art. 126, 012; Inwerkingtreding : 10-01-2005>
  4° produkten bedoeld in artikel 1, 2°, b), c), f) of g), wanneer deze niet toegelaten stoffen bevatten of een te grote hoeveelheid van één of meer toegelaten stoffen bevatten met overtreding van de besluiten genomen ter uitvoering van artikelen 3, 5° en 6, § 2;
  5° voedingsmiddelen, met overtreding van de besluiten genomen ter uitvoering van artikel 2, lid 3;
  6° dieetvoedingsmiddelen (, cosmetica of tatoeage-inkten), wanneer niet vooraf voldaan is aan de voorschriften betreffende de registratie ervan, met overtreding van de besluiten genomen ter uitvoering van de artikelen 2, vierde lid en 6, § 3; <W 2004-12-27/30, art. 126, 012; Inwerkingtreding : 10-01-2005>
  7° (voedingsmiddelen en andere produkten die bedorven of schadelijk zijn of die door een verordening van het algemeen, provinciaal of gemeentelijk bestuur schadelijk zijn verklaard.) <W 1989-03-22/41, art. 13, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
  Met dezelfde straffen wordt gestraft hij die, zonder de fabrikant of de invoerder te zijn, voedingsmiddelen of andere produkten in de handel brengt, en die wetens het bepaalde onder 1° tot 7° niet in acht neemt.
  § 2. Met de straffen bedoeld onder § 1 wordt gestraft :
  1° hij die zich niet onderwerpt aan het medisch onderzoek bedoeld bij artikel 3, 1°, b), of die het verbod of de beperking van zijn activiteit niet in acht neemt;
  2° hij die het bepaalde in de besluiten genomen ter uitvoering van artikel 7, § 1 en § 2 (in verband met de reclame voor alcohol en alcoholische dranken) overtreedt. Deze bepaling is niet van toepassing op de uitgevers, drukkers en in het algemeen op alle personen die bij de verspreiding van de reclame betrokken zijn, indien zij de naam vermelden van de in België gevestigde persoon die er de auteur van is of die het initiatief tot het verspreiden ervan genomen heeft. <W 1997-12-10/37, art. 4, 004; Inwerkingtreding : 11-02-1998>
  § 3. [2 Met gevangenisstraf van één maand tot een jaar en met geldboete van tienduizend tot honderdduizend euro of met één van deze straffen alleen worden gestraft, de fabrikant, de invoerder, de uitgever en de drukker die artikel 7, § 2bis van deze wet overtreden.
   Met gevangenisstraf van één maand tot een jaar en met geldboete van tweehonderdvijftig tot honderdduizend euro of met één van deze straffen alleen wordt gestraft hij die artikel 7, § 2bis van deze wet overtreedt en die niet vermeld is in het eerste lid.]2
  ----------
  (1)<W 2016-12-18/02, art. 119, 021; Inwerkingtreding : 06-01-2017>
  (2)<W 2018-10-30/06, art. 72, 022; Inwerkingtreding : 26-11-2018>

  Art. 16.[1 Onverminderd de toepassing van de bij de artikelen 269 tot 274 van het Strafwetboek gestelde straffen wordt gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot drie maanden en met een geldboete van honderd euro tot tweeduizend euro of met een dezer straffen alleen, hij die zich verzet tegen de bezoeken, inspecties, onderzoeken, controles, verhoren, inzage van documenten, monsterneming, verzameling van bewijsmateriaal of inbeslagneming of andere te laten verrichten door de personen die gemachtigd zijn om overtredingen van deze wet en van de besluiten, ter uitvoering van deze wet genomen of van de Europese verordeningen en beschikkingen of besluiten ter zake, op te sporen en vast te stellen alsook hij die zich ertegen verzet, hij die voornoemde personen beledigt [2 , bedreigt]2 en hij die weigert een identiteitsdocument voor te leggen.]1
  ----------
  (1)<W 2014-04-10/23, art. 192, 019; Inwerkingtreding : 10-05-2014>
  (2)<W 2018-10-30/06, art. 73, 022; Inwerkingtreding : 26-11-2018>

  Art. 17. § 1. De bepalingen van de artikelen 13 tot 15 doen geen afbreuk aan de voorschriften van de artikelen 454 tot 457 en 498 tot 504 van het Strafwetboek.
  § 2. In geval van herhaling binnen drie jaar na een veroordeling wegens een misdrijf omschreven bij deze wet of bij ter uitvoering van deze wet vastgestelde besluiten, kan de straf worden verdubbeld.
  § 3. De bepalingen van boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn toepasselijk op de misdrijven omschreven in de artikelen 13 tot 16.

  Art. 18.§ 1. (Wanneer voedingsmiddelen of andere produkten als bedoeld in deze wet bedorven of schadelijk zijn of schadelijk zijn verklaard door een verordening van het algemeen, provinciaal of gemeentelijk bestuur, kunnen de in artikel 11 bedoelde (personen) die voedingsmiddelen of andere produkten met toestemming van de betrokken persoon buiten gebruik stellen voor de menselijke voeding, respectievelijk voor het gebruik waartoe ze normaal bestemd zijn, of ze wegnemen ten einde ze buiten gebruik te stellen.) <W 1989-03-22/41, art. 14, 1°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989> <W 2003-12-22/42, art. 234, 010; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
  § 2. Indien de betrokken persoon de bedorven toestand, het schadelijk of schadelijk verklaarde karakter of indien hij niet instemt met het buiten gebruik stellen of met het wegnemen, worden de voedingsmiddelen of andere in § 1 bedoelde produkten in beslag genomen en onder sekwester geplaatst en nemen de voornoemde (personen) monsters. <W 2003-12-22/42, art. 234, 010; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
  Naargelang van de uitslag van de analyse worden het sekwester en de inbeslagname opgeheven of gehandhaafd.
  § 3. In de gevallen bedoeld in § 2 en indien de voedingsmiddelen en andere in § 1 bedoelde produkten, wegens hun aard of hun toestand, niet kunnen worden bewaard zonder te ontaarden, worden zij voor de menselijke voeding of voor hun normale bestemming onbruikbaar gemaakt door tussenkomst van de bekeurende (persoon), bijgestaan door één van de in artikel 11 bedoelde (personen) die gezamenlijk het proces-verbaal over het buiten gebruik stellen van die voedingsmiddelen of produkten ondertekenen. <W 2003-12-22/42, art. 234, 010; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
  (§ 4. geschrapt) <W 1989-03-22/41, art. 14, 2°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
  (§ 4.) Onverminderd de toepassing van de artikelen 42 en 43 van het Strafwetboek, spreekt de rechter, als maatregel ter vrijwaring van de volksgezondheid, de verbeurdverklaring uit van de bedorven, schadelijke of door een verordening van het algemeen, provinciaal of gemeentelijk bestuur schadelijk verklaarde voedingsmiddelen of (andere in deze wet bedoelde produkten). <W 1989-03-22/41, art. 14, 2°, 3°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
  [1 § 4/1. De in artikel 11 bedoelde personen kunnen overgaan tot de inbeslagname van dranken of andere producten op basis van alcohol die werden verkregen met miskenning van artikel 6, § 6. Deze personen kunnen de inbeslaggenomen dranken ter plaatse vernietigen. In geen geval is vergoeding verschuldigd.]1
  (§ 5.) Wanneer voedingsmiddelen of andere in deze wet bedoelde produkten die voorhanden gehouden worden in een fictief, openbaar op particulier entrepot of die ten uitvoer worden aangeboden bedorven, schadelijk of door een verordening van het algemeen bestuur schadelijk verklaard zijn, kan de invoer ervan worden geweigerd en kunnen zij worden teruggezonden of voor menselijke voeding, respectievelijk voor het gebruik waartoe ze normaal bestemd zijn, buiten gebruik gesteld.
  Ingeval de terugzending of het buiten gebruik stellen wordt geweigerd, worden de voedingsmiddelen of andere in deze wet bedoelde produkten buiten gebruik gesteld op kosten van de invoerder en overeenkomstig de door de Koning vastgestelde bepalingen. <W 1989-03-22/41, art. 14, 2°, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
  (§ 6. Met uitzondering van §§ 4 en 5, zijn de bepalingen van dit artikel niet van toepassing op de controles die worden verricht met toepassing van de wet van 4 februari 2000 houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.) <KB 2001-02-22/33, art. 17, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
  ----------
  (1)<W 2016-12-18/02, art. 120, 021; Inwerkingtreding : 06-01-2017>

  Art. 19.<W 1989-03-22/41, art. 15, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989> Bij overtreding van deze wet of van de besluiten genomen ter uitvoering ervan [1 of van de Europese verordeningen en beschikkingen/besluiten ter zake]1 kan de ambtenaar, daartoe aangesteld door de Koning binnen [2 de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu]2, een geldsom bepalen waarvan de vrijwillige betaling door de dader van de overtreding, de publieke vordering doet vervallen. Wordt de betaling geweigerd, dan wordt het dossier aan de procureur des Konings toegezonden.
  [2 Het bedrag van de te betalen geldsom mag niet lager zijn dan de helft van het minimum noch hoger zijn dan het maximum van de voor de overtreding bepaalde geldboete.]2
  Bij samenloop van verschillende misdrijven worden de bedragen van de geldsommen samengevoegd, zonder dat het totale bedrag hoger mag zijn dan het dubbele van het maximum van de boete bepaald in artikel 15.
  Het bedrag van deze geldsommen wordt verhoogd met de opdeciemes die van toepassing zijn op de strafrechtelijke geldboeten.
  De betalingsmodaliteiten worden door de Koning vastgesteld.
  [2 De geldsom wordt gestort aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten.]2
  (Dit artikel is niet van toepassing op de inbreuken die zijn vastgesteld ter uitvoering van het koninklijk besluit van 22 februari 2001 houdende organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen.) <KB 2001-02-22/33, art. 17, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
  ----------
  (1)<W 2012-12-27/15, art. 40, 018; Inwerkingtreding : 10-01-2013>
  (2)<W 2014-04-10/23, art. 193, 019; Inwerkingtreding : 10-05-2014>

  Art. 20.§ 1. De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, binnen het toepassingsgebied van deze wet alle vereiste maatregelen treffen ter uitvoering van de verplichtingen die voortvloeien uit de internationale verdragen en de krachtens die verdragen tot stand gekomen internationale akten, welke maatregelen de opheffing en de wijziging van wetsbepalingen kunnen inhouden.
  § 2. De bepalingen van de artikelen 13 tot 19, 24 en 25 zijn van toepassing bij overtreding van de besluiten genomen bij toepassing van § 1 van dit artikel, alsmede van de verordeningen van de [1 Europese Unie]1 die van kracht zijn in het Rijk en materies betreffen welke op grond van deze wet tot de verordeningsbevoegdheid van de Koning behoren.
  § 3. In geval van niet-naleving van de bepalingen genomen ter uitvoering van de in § 1 bedoelde internationale verdragen of akten die geen overtreding uitmaakt van de artikelen 13 en 18 van deze wet, wordt deze gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot één jaar en met geldboete van zesentwintig tot vijftienduizend frank of met één dezer straffen alleen.
  Binnen de grenzen bepaald in vorig lid omschrijft de Koning bij een in Ministerraad overlegd besluit nader de overtredingen en de straffen toepasselijk op elk daarvan.
  (§ 4. Wanneer de besluiten genomen ter uitvoering van deze wet en waarvoor het advies van de Hoge Gezondheidsraad wettelijk is voorgeschreven, het gevolg zijn van verplichtingen voortvloeiend uit internationale verdragen en internationale akten getroffen op grond van die verdragen, is dit advies niet vereist.) <W 1989-03-22/41, art. 16, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>
  (§ 5. De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op de materies die behoren tot de bevoegdheid van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.) <KB 2001-02-22/33, art. 17, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2003>
  ----------
  (1)<W 2012-12-27/15, art. 41, 018; Inwerkingtreding : 10-01-2013>

  Art. 21. § 1. <Wijzigingsbepaling van art. 1 van de W 1933-08-14/30>
  § 2. Op de door de Koning vastgestelde data worden opgeheven :
  1° de wet van 25 september 1906 het vervaardigen, invoeren, vervoeren, verkopen, alsook het ten verkoop in voorraad hebben van alsemlikeuren verbiedende;
  2° het koninklijk besluit nr. 57 van 20 december 1934 aangaande brandewijnen;
  3° het koninklijk besluit nr. 58 van 20 december 1934 betreffende wijn, vruchtenwijn, wijnachtige dranken en oenologische produkten;
  4° de wet van 8 juli 1935 betreffende boter, margarine, bereide vetten en andere eetbare vetten;
  5° de wet van 3 april 1975 tot bescherming tegen de gevaren van het roken van sigaretten.

  Art. 22. § 1. Bij het (Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu) wordt een (Adviesraad inzake voedingsbeleid en gebruik van andere consumptieproducten) opgericht waarvan de Koning de samenstelling en de werking regelt. <W 2003-12-22/42, art. 236, 010; Inwerkingtreding : 10-01-2004> <W 2007-03-01/37, art. 123, 1°, 013; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  § 2. (Deze Raad) brengt, op verzoek van de Minister tot wiens bevoegdheid de volksgezondheid behoort, advies uit over alle problemen betreffende de in deze wet bedoelde voedingsmiddelen en andere produkten. <W 2007-03-01/37, art. 122, 2°, 013; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  § 3. De (Adviesraad inzake voedingsbeleid en gebruik van andere consumptieproducten) moet geraadpleegd worden in verband met de besluiten, genomen ter uitvoering van deze wet, die betrekking hebben op (de samenstelling, de etikettering van en de reclame voor) de in deze wet bedoelde voedingsmiddelen en andere produkten, met uitzondering evenwel van de besluiten genomen ter uitvoering van internationale verplichtingen en die waarvoor in de wet het advies van de Hoge Gezondheidsraad vereist is. <W 1989-03-22/41, art. 17, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989> <W 2007-03-01/37, art. 123, 3°, 013; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  Het advies wordt uitgebracht binnen een termijn van 2 maanden; na deze termijn is het advies niet meer vereist.

  Art. 22bis. <Ingevoegd bij W 2008-07-24/35, art. 101; Inwerkingtreding : 17-08-2008> Binnen de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, worden een expertenstuurgroep en expertencomités hieronder opgesomd opgericht bestaande uit deskundigen ter ondersteuning van het Nationaal Voedings- en Gezondheidsplan :
  - een Expertenstuurgroep;
  - een Comité voor de toekenning van het logo van het NVGP-B;
  - een Wetenschappelijke werkgroep fysieke activiteit;
  - een Wetenschappelijke werkgroep herformulering voedingsmiddelen;
  - een Wetenschappelijke werkgroep zuigelingenvoeding en voeding van jonge kinderen;
  - een Wetenschappelijke werkgroep micronutriënten;
  - een Wetenschappelijke werkgroep ondervoeding;
  - een Wetenschappelijke werkgroep Voedselconsumptiepeiling.
  Deze comités adviseren omtrent en onderzoeken, zowel op eigen initiatief als op vraag van de Minister of de Voorzitter van het Directiecomité, over de aspecten van het nutritioneel beleid die behoren tot de bevoegdheid van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. De Koning bepaalt de werking, de samenstelling en de vergoeding van de comités.

  Art. 22ter. [1 Bij de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, wordt een Commissie van advies voor plantenbereidingen opgericht, die tot opdracht heeft hem advies te verlenen over aangelegenheden die betrekking hebben op de fabricage, de handel en de samenstelling van voedingsmiddelen die uit planten of uit plantenbereidingen samengesteld zijn of deze bevatten.
   De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nadere regels betreffende de samenstelling, de werking en de vergoeding van de leden van deze Commissie, en de aangelegenheden waarvoor ze geraadpleegd moet worden.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2012-12-27/15, art. 42, 018; Inwerkingtreding : 10-01-2013>

  Art. 23. De bepalingen van deze wet doen geen afbreuk aan de rechten die de vigerende wetten aan de gemeentelijke overheid verlenen om zich te vergewissen van de echtheid en van de gezonde toestand van de te koop gestelde voedingsmiddelen en om de overtredingen te beteugelen van de verordeningen welke dienaangaande door deze overheid zijn uitgevaardigd.

  Art. 24. <wijzigingsbepaling>

  Art. 25. <wijzigingsbepaling>
  (NOTA : In artikel 25, tweede lid, van dezelfde wet, worden de woorden " beambte " en " ambtenaar " vervangen door het woord " persoon " <W 2003-12-22/42, art. 237, 010; Inwerkingtreding : 10-01-2004>

  Art. 26. De wet van 20 juni 1964 betreffende het toezicht op voedingswaren of -stoffen en andere produkten, gewijzigd bij de wet van 13 februari 1975, wordt opgeheven.
  De verordeningen die ter uitvoering van de wetten van 4 augustus 1890 en van 20 juni 1964 werden getroffen, blijven van kracht tot wanneer zij worden opgeheven.
  (De artikelen 11, § 3, en 19 treden in werking de dag van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het koninklijk besluit tot aanstelling van de in artikel 19 bedoelde ambtenaar.) <W 1989-03-22/41, art. 18, 002; Inwerkingtreding : 05-11-1989>

  Art. 27. De besluiten ter uitvoering van deze wet worden genomen op voordracht van de Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   ...

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • WET VAN 12-07-2019 GEPUBL. OP 08-08-2019
    (GEWIJZIGD ART. : 6)
  • originele versie
  • WET VAN 30-10-2018 GEPUBL. OP 16-11-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 6; 7; 8; 15; 16)
  • originele versie
  • WET VAN 18-12-2016 GEPUBL. OP 27-12-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 6; 7; 11; 14; 15; 18)
  • originele versie
  • WET VAN 22-06-2016 GEPUBL. OP 01-07-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 8)
  • originele versie
  • WET VAN 10-04-2014 GEPUBL. OP 30-04-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 10; 11; 13; 14; 16; 19)
  • originele versie
  • WET VAN 27-12-2012 GEPUBL. OP 31-12-2012
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 11; 11bis; 13; 14; 19; 20; 22ter)
  • originele versie
  • WET VAN 04-09-2012 GEPUBL. OP 24-09-2012
    (GEWIJZIGDE ART. : 3/1; 13)
  • originele versie
  • WET VAN 19-05-2010 GEPUBL. OP 02-06-2010
    (GEWIJZIGD ART. : 14)
  • originele versie
  • WET VAN 10-12-2009 GEPUBL. OP 31-12-2009
    (GEWIJZIGD ART. : 6)
  • originele versie
  • WET VAN 22-12-2009 GEPUBL. OP 29-12-2009
    (GEWIJZIGDE ART. : 7; 13)
  • originele versie
  • WET VAN 24-07-2008 GEPUBL. OP 07-08-2008
    (GEWIJZIGD ART. : 22BIS)
  • originele versie
  • WET VAN 01-03-2007 GEPUBL. OP 14-03-2007
    (GEWIJZIGDE ART. : 6; 22)
  • originele versie
  • WET VAN 17-11-2006 GEPUBL. OP 18-01-2007
    (GEWIJZIGD ART. : 7BIS)
  • originele versie
  • WET VAN 27-12-2004 GEPUBL. OP 31-12-2004
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 6; 6BIS; 15)
  • originele versie
  • WET VAN 19-07-2004 GEPUBL. OP 10-11-2004
    (GEWIJZIGDE ART. : 6; 7; 14)
  • originele versie
  • WET VAN 22-12-2003 GEPUBL. OP 31-12-2003
    (GEWIJZIGDE ART. : 11; 11BIS; 16; 18; 19; 22; 25)
  • originele versie
  • WET VAN 18-12-2002 GEPUBL. OP 06-02-2003
    (GEWIJZIGD ART. : 1)
  • originele versie
  • WET VAN 04-04-2001 GEPUBL. OP 14-06-2001
    (GEWIJZIGD ART. : 1)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 22-02-2001 GEPUBL. OP 28-02-2001
    (GEWIJZIGDE ART. : 6BIS; 11; 11BIS; 12; 18; 19; 20)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 22-02-2001 GEPUBL. OP 28-02-2001
    (GEWIJZIGD ART. : 10) Inwerkingtreding nader te bepalen
  • originele versie
  • WET VAN 12-08-2000 GEPUBL. OP 31-08-2000
    (GEWIJZIGD ART. : 11)
  • originele versie
  • ARREST ARBITRAGEHOF VAN 30-09-1999 GEPUBL. OP 12-10-1999
    (GEWIJZIGD ART. : 7)
  • originele versie
  • WET VAN 10-12-1997 GEPUBL. OP 11-02-1998
    (GEWIJZIGDE ART. : 7; 15)
  • WET VAN 09-02-1994 GEPUBL. OP 26-05-1994
    (GEWIJZIGDE ART. : 10; 11)
  • WET VAN 22-03-1989 GEPUBL. OP 26-10-1989
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 3; 6; 6BIS; 7; 8; 10; 11; 11BIS)
    (GEWIJZIGDE ART. : 12; 13; 14; 15; 18; 19; 20; 22; 26)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Zitting 1974-1975. Kamer van volksvertegenwoordigers. Parlementaire bescheiden. - 563 nr. 1 Ontwerp van wet - nrs. 2 tot 4 Amendementen - nr. 5 Verslag - 316 nr. 1 Voorstel van wet - nr. 2 Verslag. Parlementaire Handelingen. - Stemming. Vergadering van 5 februari 1976. Zitting 1975-1976. Senaat Parlementaire bescheiden. - 779 nr. 1 Ontwerp overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers - nr. 2 Verslag - nrs. 3 tot 5 Amendementen. Parlementaire Handelingen. - Stemming. Vergaderingen van 12 en 13 januari 1977.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 558 uitvoeringbesluiten 22 gearchiveerde versies
    Franstalige versie