J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 2 uitvoeringbesluiten 4 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiŽlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers Senaat
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2014/04/25/2014003225/justel

Titel
25 APRIL 2014. - Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiŽle planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiŽle sector en de financiŽle diensten
(NOTA : De wijzigingen gebracht door artikelen 178 en 179 van L 2014-04-25/09 zijn niet uitgevoerd kunnen worden)
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 27-05-2014 en tekstbijwerking tot 10-10-2018)

Bron : FINANCIEN
Publicatie : 27-05-2014 nummer :   2014003225 bladzijde : 41293   BEELD
Dossiernummer : 2014-04-25/59
Inwerkingtreding : 01-11-2014

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied en definities
Art. 1-4
HOOFDSTUK II. - Statuut van onafhankelijk financieel planner : bedrijfsvergunningsvoorwaarden, bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden en onafhankelijkheidsvereiste
Afdeling 1. - Vergunning, lijst en bescherming van de titel van onafhankelijk financieel planner
Art. 5-7
Afdeling 2. - Vergunningsvoorwaarden
Art. 8-14
Afdeling 3. - Bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden
Art. 15-21
Afdeling 4. - Onafhankelijkheid
Art. 22-23
HOOFDSTUK III. - Gedragsregels bij het verstrekken van raad over financiŽle planning
Art. 24-33
HOOFDSTUK IV. - Het verstrekken van raad over financiŽle planning door buitenlandse ondernemingen
Art. 34
HOOFDSTUK V. - Organisatie van het toezicht en administratieve maatregelen
Art. 35-38
HOOFDSTUK VI. - Sancties
Afdeling 1. - Administratieve sancties
Art. 39
Afdeling 2. - Strafrechtelijke sancties
Art. 40
HOOFDSTUK VII. - Wijzigingsbepalingen, inwerkingtreding en overgangsmaatregelen
Art. 41-50

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied en definities

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

  Art. 2. Deze wet legt de bedrijfsvergunningsvoorwaarden en de bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden vast voor de onafhankelijk financieel planners, bepaalt de gedragsregels die de onafhankelijk financieel planners en de gereglementeerde ondernemingen moeten naleven bij het verstrekken van raad over financiŽle planning aan niet-professionele cliŽnten en regelt het toezicht op de naleving van de onderhavige bepalingen, alsook van de uitvoeringsbesluiten en -reglementen.

  Art. 3. ß 1. Deze wet is van toepassing op de natuurlijke personen of rechtspersonen waarvan de gewone professionele activiteit, ook al vormt die voor hen een aanvullende of bijkomende activiteit, erin bestaat op het Belgisch grondgebied aan niet-professionele cliŽnten raad over financiŽle planning te verstrekken of aan te bieden.
  ß 2. In afwijking van paragraaf 1 is deze wet, behoudens artikel 7, paragraaf 1, 1į, en paragraaf 2, niet van toepassing op :
  a) de Europese Centrale Bank, de Nationale Bank van BelgiŽ en de leden van het Europees Stelsel van Centrale Banken;
  b) de personen die raad over financiŽle planning exclusief verstrekken voor rekening van ťťn enkele familie;
  c) de rechtspersonen die raad over financiŽle planning verstrekken voor rekening van met hen verbonden ondernemingen;
  d) de personen die in het kader van een andere professionele activiteit raad over financiŽle planning verstrekken, op voorwaarde dat deze activiteit niet beoogd wordt door artikel 22, paragraaf 2, en bij wet is onderworpen aan een deontologische code die het verstrekken van dergelijke raad niet uitsluit.

  Art. 4.Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :
  1į "raad over financiŽle planning" : raad over het optimaliseren, met name van de structuur, de planning in de tijd, de bescherming, de juridische organisatie of de overdracht, van het vermogen van een cliŽnt, op grond van de behoeften en de doelstellingen die hij aangeeft, en met uitsluiting van het verstrekken van beleggingsdiensten of het verlenen van enig advies over transacties in individuele financiŽle producten;
  2į "niet-professionele cliŽnten" : een niet-professionele cliŽnt als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 29į, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiŽle sector en de financiŽle diensten;
  3į "gereglementeerde ondernemingen" :
  a) de kredietinstellingen als bedoeld in artikel 1, ß 3, van de [1 wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen]1;
  b) de beleggingsondernemingen als bedoeld in [1 artikel 3 van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies]1;
  c) de verzekeringsondernemingen die zijn onderworpen aan de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen;
  d) de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 1į, van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen;
  e) de verzekeringstussenpersonen als bedoeld in artikel 5, 20į, van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen;
  f) de tussenpersonen in bank- en beleggingsdiensten als bedoeld in artikel 4, 2į, van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiŽle instrumenten;
  g) de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging en de instellingen voor collectieve belegging als respectievelijk bedoeld in artikel 3, 1į, en artikel 3, 10į, van de wet van 3 augustus 2012 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles;
  h) de beheerders van alternatieve instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in artikel 3, 13į, van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders.
  Voor de toepassing van deze wet kan de Koning :
  a) het begrip "gereglementeerde onderneming" uitbreiden opdat hier ook ondernemingen onder zouden vallen waarvan het reglementaire statuut pas na de inwerkingtreding van deze wet wordt gecreŽerd;
  b) de voormelde wettelijke referenties aanpassen ingeval zij gewijzigd worden;
  4į "controle" : controle als bedoeld in afdeling 1, van hoofdstuk II van titel II van het Wetboek van Vennootschappen;
  5į "medewerkers" : de medewerkers van de persoon die raad over financiŽle planning verstrekt, ongeacht of zij al dan niet tewerkgesteld zijn met een arbeidsovereenkomst;
  6į "FSMA" : de Autoriteit voor FinanciŽle Diensten en Markten.
  ----------
  (1)<W 2016-10-25/04, art. 178, 002; Inwerkingtreding : 28-11-2016>

  HOOFDSTUK II. - Statuut van onafhankelijk financieel planner : bedrijfsvergunningsvoorwaarden, bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden en onafhankelijkheidsvereiste

  Afdeling 1. - Vergunning, lijst en bescherming van de titel van onafhankelijk financieel planner

  Art. 5. ß 1. Onverminderd artikel 34, dienen de natuurlijke of rechtspersonen, met uitzondering van de gereglementeerde ondernemingen, die voornemens zijn om de in artikel 3 bedoelde activiteit uit te oefenen, eerst een vergunning als onafhankelijk financieel planner te verkrijgen van de FSMA.
  ß 2. Onverminderd artikel 7, mogen de gereglementeerde ondernemingen naar Belgisch recht, voor zover hun statuut dit niet uitsluit, de in artikel 3 bedoelde activiteit van rechtswege uitoefenen.
  Bij de uitoefening van deze activiteit dienen de gereglementeerde ondernemingen de gedragsregels na te leven die vervat zijn in hoofdstuk III.
  ß 3. De FSMA verleent een vergunning als onafhankelijk financieel planner aan de personen die hierom verzoeken en voldoen aan de voorwaarden die zijn vastgesteld in afdeling 2.
  De Koning wordt gemachtigd om, op advies van de FSMA, de vormvoorschriften en de voorwaarden vast te stellen waaraan elke vergunningsaanvraag moet voldoen, alsook de lijst op te stellen met de documenten die moeten worden voorgelegd om aan te tonen dat voldaan is aan de voorwaarden van afdeling 2, en de wijze te bepalen waarop de FSMA de vergunningsaanvragen dient te behandelen.
  De aanvrager brengt de FSMA onmiddellijk op de hoogte van enigerlei wijziging in de informatie of documenten die zijn overgemaakt voor de behandeling van zijn vergunningsaanvraag, onverminderd het recht van de FSMA om hem alle nodige informatie te vragen of bewijskrachtige documenten op te eisen.
  ß 4. De FSMA spreekt zich uit over de vergunningsaanvraag binnen drie maanden te rekenen vanaf de ontvangst van een volledig dossier. Zij stelt de aanvrager in kennis van haar beslissing met een ter post aangetekende brief.

  Art. 6. De FSMA houdt op haar website een lijst van de vergunninghoudende onafhankelijk financieel planners bij die toegankelijk is voor het publiek.
  In die lijst wordt voor elke onafhankelijk financieel planner de volgende informatie vermeld :
  1į de gegevens die nodig zijn voor zijn identificatie;
  2į de datum waarop hem een vergunning werd verleend;
  3į de vermelding of hij actief is als natuurlijk persoon of als handelsvennootschap, en in dat laatste geval, opgave van de vennootschapsvorm;
  4į in voorkomend geval, de datum waarop zijn vergunning werd ingetrokken of geschorst;
  5į alle overige informatie die de FSMA nuttig acht voor een correcte informatieverstrekking aan het publiek.
  De FSMA bepaalt de voorwaarden waaronder de vermelding dat de vergunning van een onafhankelijk financieel planner werd ingetrokken, uit de lijst wordt geschrapt.

  Art. 7. ß 1. Onverminderd paragraaf 2, mogen enkel de onafhankelijk financieel planners waaraan de FSMA conform deze wet een vergunning heeft verleend en de gereglementeerde ondernemingen :
  1į zich aan het publiek in BelgiŽ voorstellen als "financieel planner" of gebruikmaken van gelijkaardige termen;
  2į op enigerlei wijze kenbaar maken dat zij aan niet-professionele cliŽnten raad geven over financiŽle planning.
  ß 2. Enkel de onafhankelijk financieel planners waaraan de FSMA conform deze wet een vergunning heeft verleend mogen :
  1į zich aan het publiek in BelgiŽ voorstellen als "onafhankelijk financieel planner" of gebruikmaken van gelijkaardige termen;
  2į zich aan het publiek in BelgiŽ voorstellen als onafhankelijk bij de uitoefening van haar activiteit van financiŽle planning voor niet-professionele cliŽnten;
  3į in hun maatschappelijke of commerciŽle naam gebruikmaken van de woorden "financieel planner" of van gelijkaardige woorden.

  Afdeling 2. - Vergunningsvoorwaarden

  Art. 8. De activiteit van onafhankelijk financieel planner wordt uitgeoefend door een natuurlijk persoon of door een handelsvennootschap.

  Art. 9. Het hoofdbestuur van een onafhankelijk financieel planner moet gevestigd zijn in BelgiŽ.

  Art. 10. De vergunningsaanvraag bevat een financieel plan over drie jaar waarvan de vorm en inhoud zijn vastgesteld door de Koning op advies van de FSMA.

  Art. 11. ß 1. Als het verzoek om een vergunning als onafhankelijk financieel planner wordt ingediend door een vennootschap, moet de identiteit worden meegedeeld van de personen die rechtstreeks of onrechtstreeks controle uitoefenen op de vennootschap.
  ß 2. De in paragraaf 1 bedoelde personen moeten beschikken over de vereiste kwaliteiten gelet op de noodzaak om een gezonde en voorzichtige bedrijfsvoering van de vennootschap te waarborgen.
  De FSMA kan de Nationale Bank van BelgiŽ raadplegen als zij redenen heeft om aan te nemen dat die, door haar toezicht op bepaalde gereglementeerde ondernemingen, beschikt over informatie aangaande de kwaliteiten van de betrokken personen. De Nationale Bank van BelgiŽ deelt de informatie waarover zij beschikt mee aan de FSMA binnen veertien dagen te rekenen vanaf de indiening van het verzoek om advies.

  Art. 12.ß 1. Als het verzoek om een vergunning als onafhankelijk financieel planner wordt ingediend door een vennootschap, dienen de leden van het wettelijk bestuursorgaan van de onderneming en de personen belast met de effectieve leiding uitsluitend natuurlijke personen te zijn.
  ß 2. De natuurlijk persoon die actief is als onafhankelijk financieel planner en de personen als bedoeld in paragraaf 1, alsook de medewerkers die gemachtigd zijn om de onafhankelijk financieel planner te vertegenwoordigen bij het verstrekken van raad over financiŽle planning mogen zich niet bevinden in een van de gevallen als opgesomd in artikel 20 van de [1 wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennoot-schappen]1.
  ß 3. De personen als bedoeld in de paragrafen 1 en 2, moeten beschikken over de voor de uitoefening van hun functie vereiste professionele betrouwbaarheid en passende deskundigheid.
  De FSMA kan de Nationale Bank van BelgiŽ raadplegen als zij redenen heeft om aan te nemen dat die, door haar toezicht op bepaalde gereglementeerde ondernemingen, beschikt over informatie aangaande de kwaliteiten van de betrokken personen. De Nationale Bank van BelgiŽ deelt de informatie waarover zij beschikt mee aan de FSMA binnen veertien dagen te rekenen vanaf de indiening van het verzoek om advies.
  ----------
  (1)<W 2016-10-25/04, art. 179, 002; Inwerkingtreding : 28-11-2016>

  Art. 13. Om een vergunning als onafhankelijk financieel planner te verkrijgen, moet een organisatie zijn opgezet die toelaat de bepalingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten na te leven.
  De Koning is gemachtigd om de draagwijdte van deze voorwaarde te bepalen op advies van de FSMA.

  Art. 14. Om een vergunning te verkrijgen, moet een verzekering zijn onderschreven die de beroepsaansprakelijkheid van de onafhankelijk financieel planner dekt.
  De Koning is gemachtigd om de vorm en de inhoud van deze voorwaarde vast te leggen op advies van de FSMA.

  Afdeling 3. - Bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden

  Art. 15. ß 1. Een onafhankelijk financieel planner moet te allen tijde voldoen aan de vergunningsvoorwaarden die zijn vastgelegd in afdeling 2.
  Hij moet de FSMA op de hoogte brengen van elke belangrijke wijziging in de voorwaarden waaronder hij zijn oorspronkelijke vergunning heeft verkregen.
  ß 2. Een onafhankelijk financieel planner moet erop toezien dat zijn medewerkers de bepalingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten naleven.
  ß 3. Een onafhankelijk financieel planner moet een interne gedragscode opstellen die voldoet aan de voorwaarden als vastgesteld door de Koning op advies van de FSMA, en moet erop toezien dat zijn medewerkers en, ingeval het een vennootschap betreft, zijn bestuurders en effectieve leiders deze code naleven.

  Art. 16. Ingeval de onafhankelijk financieel planner een vennootschap is, moet hij de FSMA vooraf op de hoogte brengen van elke wijziging in de controle die wordt uitgeoefend op de vennootschap. Hij moet de FSMA alle nodige documenten en informatie bezorgen om aan te tonen dat de betrokken personen beschikken over de vereiste kwaliteiten gelet op de noodzaak om een gezonde en voorzichtige bedrijfsvoering van de vennootschap te waarborgen.
  De FSMA kan de Nationale Bank van BelgiŽ raadplegen als zij redenen heeft om aan te nemen dat die, door haar toezicht op bepaalde gereglementeerde ondernemingen, beschikt over informatie aangaande de kwaliteiten van de betrokken personen. De Nationale Bank van BelgiŽ deelt de informatie waarover zij beschikt mee aan de FSMA binnen veertien dagen te rekenen vanaf de indiening van het verzoek om advies.
  De FSMA bezorgt de onafhankelijk financieel planner een advies over de voorgenomen wijzigingen binnen zestig dagen te rekenen vanaf de ontvangst van een volledig dossier. Deze wijzigingen kunnen enkel worden doorgevoerd na eensluidend advies van de FSMA.

  Art. 17.Een onafhankelijk financieel planner moet de FSMA vooraf op de hoogte brengen van elk voorstel tot aanstelling van medewerkers die gemachtigd zijn om hem te vertegenwoordigen bij het verstrekken van raad over financiŽle planning en, bovendien, ingeval het een vennootschap betreft, van elke voordracht tot benoeming van de leden van het wettelijk bestuursorgaan en van de personen belast met de effectieve leiding.
  In het kader van de krachtens het eerste lid vereiste informatieverstrekking deelt de onafhankelijk financieel planner aan de FSMA alle documenten en informatie mee die haar toelaten te beoordelen of de personen waarvan de benoeming wordt voorgesteld, overeenkomstig artikel 12 over de voor de uitoefening van hun functie vereiste professionele betrouwbaarheid en passende deskundigheid beschikken.
  Het eerste lid is eveneens van toepassing op het voorstel tot hernieuwing van de benoeming of aanstelling, naargelang het geval, van de in het eerste lid bedoelde personen, evenals op de niet-hernieuwing van hun benoeming, hun afzetting of hun ontslag.
  De FSMA kan de Nationale Bank van BelgiŽ raadplegen als zij redenen heeft om aan te nemen dat die, door haar toezicht op bepaalde gereglementeerde ondernemingen, beschikt over informatie aangaande de kwaliteiten van de betrokken personen. De Nationale Bank van BelgiŽ deelt de informatie waarover zij beschikt mee aan de FSMA binnen veertien dagen te rekenen vanaf de indiening van het verzoek om advies.
  De benoeming of de aanstelling, naargelang het geval, van de in het eerste lid bedoelde personen wordt voorafgaandelijk ter goedkeuring voorgelegd aan de FSMA. De FSMA bezorgt de onafhankelijk financieel planner een beslissing binnen zestig dagen te rekenen vanaf de ontvangst van een volledig dossier.
  Ingeval de onafhankelijk financieel planner een vennootschap is, informeert hij de FSMA over de eventuele taakverdeling tussen de leden van het wettelijk bestuursorgaan en tussen de personen belast met de effectieve leiding, en over de belangrijke wijzigingen in deze taakverdeling.
  [1 Onverminderd artikel 15, ß 1, tweede lid, brengen de onafhankelijk financieel planners en de in het eerste lid bedoelde personen de FSMA onverwijld op de hoogte van elk feit of element dat een wijziging in de bij de benoeming verstrekte informatie inhoudt, en dat een invloed kan hebben op de voor de uitoefening van de betrokken functie vereiste professionele betrouwbaarheid of passende deskundigheid.
   Overeenkomstig de artikelen 12, ß 3, eerste lid, 15, ß 1, eerste lid, en 35, kan de FSMA, wanneer zij in het kader van de uitvoering van haar toezichtsopdracht op de hoogte is van een dergelijk feit of element, dat al dan niet met toepassing van het zevende lid is verkregen, de naleving van de in artikel 12, ß 3, eerste lid bedoelde vereisten herbeoordelen.]1
  ----------
  (1)<W 2017-12-05/04, art. 40, 004; Inwerkingtreding : 28-12-2017>

  Art. 18.ß 1. Een onafhankelijk financieel planner mag zijn cliŽnten geen beleggingsadvies verstrekken als bedoeld in [1 artikel 2, 9į van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies]1, noch, ruimer gezien, enig advies over transacties in individuele financiŽle producten.
  ß 2. Een onafhankelijk financieel planner mag op geen enkel ogenblik gelden in contanten of op een rekening, dan wel financiŽle producten ontvangen of houden die toebehoren aan zijn cliŽnten, noch in een debiteurenpositie verkeren ten aanzien van zijn cliŽnten.
  Een onafhankelijk financieel planner mag geen mandaat of volmacht bezitten op een rekening van zijn cliŽnten, tenzij van inwonende gezinsleden en van handelsvennootschappen waarvan hij effectief leider is.
  ----------
  (1)<W 2016-10-25/04, art. 180, 002; Inwerkingtreding : 28-11-2016>

  Art. 19.Een onafhankelijk financieel planner moet zich, bij de uitoefening van zijn bedrijf, voegen naar de [1 wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, de uitvoeringsbesluiten ervan en de uitvoeringsbesluiten van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiŽle stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, voor zover de inhoud ervan niet in strijd is met de voornoemde wet van 18 september 2017]1.
  ----------
  (1)<W 2017-09-18/06, art. 186, 003; Inwerkingtreding : 16-10-2017>

  Art. 20. Een onafhankelijk financieel planner moet bijdragen in de werkingskosten van de FSMA volgens de nadere regels die door de Koning zijn vastgesteld conform artikel 56 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiŽle sector en de financiŽle diensten.

  Art. 21. ß 1. Een onafhankelijk financieel planner die voornemens is om niet-professionele cliŽnten raad over financiŽle planning aan te bieden op het grondgebied van een andere Staat, in voorkomend geval via een dochtervennootschap of een bijkantoor, moet de FSMA hiervan in kennis stellen.
  Deze kennisgeving moet ook informatie bevatten over de voorgenomen activiteiten, hun financiŽle impact, en de gevolgen hiervan voor de organisatie van de onafhankelijk financieel planner.
  Binnen acht dagen te rekenen vanaf de ontvangst van deze kennisgeving bevestigt de FSMA de ontvangst ervan en deelt zij aan de aanvrager mee of zijn dossier volledig is.
  ß 2. Als zij van oordeel is, op basis van de met toepassing van ß 1, tweede lid, meegedeelde informatie, dat het project nadelige gevolgen met zich zal brengen voor de onafhankelijk financieel planner, kan de FSMA zich verzetten tegen dit project door een met reden omklede beslissing.
  De FSMA brengt haar beslissing met een bij de post aangetekende brief ter kennis van de onafhankelijk financieel planner binnen zestig dagen te rekenen vanaf de ontvangst van een volledig dossier. Als de FSMA de onderneming binnen deze termijn niet in kennis heeft gesteld van haar beslissing, wordt zij geacht zich niet te verzetten tegen het project.

  Afdeling 4. - Onafhankelijkheid

  Art. 22.ß 1. Onder voorbehoud van de onverenigbaarheden als bedoeld in paragraaf 2, mag een onafhankelijk financieel planner ook andere professionele activiteiten uitoefenen op voorwaarde dat :
  1į zij geen belangenconflict doen ontstaan;
  2į zij zijn reputatie niet in het gedrang brengen;
  3į zij op organisatorisch en boekhoudkundig gebied volledig gescheiden zijn van de activiteiten van financiŽle planning.
  Wanneer hij deze andere professionele activiteiten uitoefent, dient de onafhankelijk financieel planner in zijn contacten met het publiek elke verwijzing naar zijn statuut van onafhankelijk financieel planner te vermijden, tenzij deze contacten enkel notoriteit beogen.
  Op advies van de FSMA kan de Koning de in het eerste lid bedoelde voorwaarden vaststellen.
  ß 2. In afwijking van paragraaf 1, is het een onafhankelijk financieel planner verboden om de volgende activiteiten uit te oefenen :
  1į zijn statuut van onafhankelijk financieel planner cumuleren met een statuut van gereglementeerde onderneming;
  2į aanbieden om, voor eigen rekening of voor rekening van derden, in te schrijven op beleggingsinstrumenten of om deze te kopen;
  3į zijn statuut van onafhankelijk financieel planner cumuleren met een statuut van betalingsinstelling als bedoeld in de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen;
  4į voor eigen rekening of voor rekening van derden goud en edele metalen verhandelen of deviezen verhandelen [1 als bedoeld in de artikelen 102 en 103 van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies]1;
  5į zijn statuut van onafhankelijk financieel planner cumuleren met een statuut van vastgoedmakelaar als bedoeld in artikel 2, 4į, van de wet van 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar.
  ß 3. De in paragraaf 1 vervatte vereisten en de in paragraaf 2 bedoelde bepalingen over het cumulatieverbod zijn eveneens van toepassing op :
  a) de bestuurders en effectieve leiders van een onafhankelijk financieel planner die de vorm heeft aangenomen van een vennootschap en van de vennootschappen waarover zij de controle hebben;
  b) de vennootschappen en personen die verbonden of geassocieerd zijn met een onafhankelijk financieel planner als bedoeld in de artikelen 11 en 12 van het Wetboek van Vennootschappen;
  c) de medewerkers van een onafhankelijk financieel planner.
  ----------
  (1)<W 2016-10-25/04, art. 181, 002; Inwerkingtreding : 28-11-2016>

  Art. 23. ß 1. Een onafhankelijk financieel planner is onafhankelijk van de emittenten en van de gereglementeerde ondernemingen.
  ß 2. Een onafhankelijk financieel planner wordt enkel en alleen vergoed door zijn cliŽnten. Hij mag, noch rechtstreeks, noch onrechtstreeks enige vergoeding, commissie of ander voordeel in ontvangst nemen van gereglementeerde ondernemingen of emittenten, met uitzondering van niet-geldelijke voordelen met als rechtstreeks gevolg dat de dienstverlening aan de cliŽnten wordt verbeterd.

  HOOFDSTUK III. - Gedragsregels bij het verstrekken van raad over financiŽle planning

  Art. 24. Dit hoofdstuk is van toepassing op :
  1į de onafhankelijk financieel planners;
  2į de gereglementeerde ondernemingen wanneer zij de in artikel 3 bedoelde activiteit uitoefenen.

  Art. 25. ß 1. Bij het verstrekken van raad over financiŽle planning, zetten de onafhankelijk financieel planners en de gereglementeerde ondernemingen zich op loyale, billijke en professionele wijze in voor de belangen van hun cliŽnten.
  ß 2. Alle informatie die zij aan cliŽnten of potentiŽle cliŽnten verstrekken, met inbegrip van publicitaire mededelingen, moet correct, duidelijk en niet misleidend zijn. Publicitaire mededelingen moeten duidelijk als zodanig herkenbaar zijn.
  ß 3. Bij het verstrekken van raad over financiŽle planning moeten de onafhankelijk financieel planners en de gereglementeerde ondernemingen zich schikken naar boek VI van het Wetboek van Economisch Recht, en daarbij handelen als waren hun niet-professionele cliŽnten allen consumenten in de zin van deze wet.

  Art. 26.ß 1. Alvorens raad over financiŽle planning te verstrekken aan cliŽnten en potentiŽle cliŽnten, moet hun minstens de volgende informatie worden bezorgd op een [2 duurzame gegevensdrager]2 :
  a) de volledige identiteit en de contactgegevens van de onafhankelijk financieel planner en de gereglementeerde onderneming die de raad verstrekt;
  b) het statuut van de onafhankelijk financieel planner of van de gereglementeerde onderneming die de raad verstrekt, alsook de naam en het adres van de bevoegde autoriteit die een vergunning heeft verleend aan deze onafhankelijk financieel planner of gereglementeerde onderneming;
  c) het feit dat raad over financiŽle planning in principe vier aspecten moet belichten, namelijk het burgerlijk recht, het fiscaal recht en de fiscaliteit, de sociale zekerheid en de bestaanszekerheid, alsook de economische en de financiŽle context;
  d) de kostprijs van de raad over financiŽle planning en, in voorkomend geval, de commerciŽle voorwaarden voor het verstrekken van raad over financiŽle planning;
  e) een algemene beschrijving, eventueel in beknopte vorm, van het beleid van de onafhankelijk financieel planner of de gereglementeerde onderneming inzake belangenconflicten;
  f) een algemene beschrijving, eventueel in beknopte vorm, van de geldende gedragsregels voor het verstrekken van raad over financiŽle planning.
  Elke substantiŽle wijziging van de verstrekte informatie moet tijdig ter kennis worden gebracht van de cliŽnt op een [2 duurzame gegevensdrager]2.
  ß 2. Alvorens raad over financiŽle planning te verstrekken, moet een onafhankelijk financieel planner zijn cliŽnten en potentiŽle cliŽnten tevens de volgende informatie verstrekken op een [2 duurzame gegevensdrager]2 :
  a) het feit dat hij optreedt als een partij die onafhankelijk is ten aanzien van de emittenten en de gereglementeerde ondernemingen;
  b) het verbod om vergoedingen, commissies en andere geldelijke voordelen rechtstreeks of onrechtstreeks in ontvangst te nemen van gereglementeerde ondernemingen of emittenten;
  c) het verbod om gelden en financiŽle producten van zijn cliŽnten in ontvangst te nemen en bij te houden;
  d) het verbod om zijn cliŽnten beleggingsadvies te verstrekken [1 als bedoeld in artikel 2, 9į, van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies]1, en ruimer gezien, het verbod om enig advies over transacties in individuele financiŽle producten te verstrekken;
  e) het verbod om mandaten of volmachten te bezitten op rekeningen van zijn cliŽnten, tenzij op rekeningen van inwonende gezinsleden en van handelsvennootschappen waarvan hij effectief leider is.
  Elke substantiŽle wijziging van de verstrekte informatie moet tijdig ter kennis worden gebracht van de cliŽnt op een [2 duurzame gegevensdrager]2.
  ----------
  (1)<W 2016-10-25/04, art. 182, 002; Inwerkingtreding : 28-11-2016>
  (2)<W 2018-09-20/14, art. 33, 005; Inwerkingtreding : 20-10-2018>

  Art. 27. Vooraleer raad over financiŽle planning mag worden verstrekt, moet alle vereiste informatie over de persoonlijke situatie van de cliŽnt, waaronder informatie over zijn financiŽle, familiale en professionele situatie, alsook zijn doelstellingen en behoeften inzake financiŽle planning, schriftelijk worden ingezameld, zodat hem passende raad kan worden gegeven.
  De Koning kan verduidelijken welke informatie de cliŽnt over zijn persoonlijke situatie moet verstrekken.
  Als het niet mogelijk blijkt de vereiste informatie in te zamelen, mag aan die cliŽnt geen raad over financiŽle planning worden gegeven.

  Art. 28. ß 1. Vůůr er raad over financiŽle planning mag worden verstrekt, moet met elke cliŽnt een schriftelijke overeenkomst worden afgesloten. In die overeenkomst worden de rechten en verplichtingen van de partijen vastgelegd en wordt de in artikel 26 bedoelde informatie vermeld.
  ß 2. Als een cliŽnt niet wenst dat er een multidisciplinaire analyse wordt gemaakt van zijn situatie waarbij de vier dimensies waarvan sprake in artikel 29 aan bod komen, moet dit uitdrukkelijk worden vermeld in de in paragraaf 1 bedoelde overeenkomst met opgave van de dimensie(s) die niet zullen worden onderzocht.
  Als een cliŽnt niet wenst dat de verstrekte raad over financiŽle planning betrekking heeft op de optimalisatie van zijn algehele vermogen, maar enkel op een deel ervan, moet dit uitdrukkelijk worden vermeld in de in paragraaf 1 bedoelde overeenkomst met opgave van de onderdelen van het vermogen die niet in aanmerking zullen worden genomen.

  Art. 29. ß 1. Behoudens op uitdrukkelijk verzoek van de cliŽnt als vastgesteld conform artikel 28, paragraaf 2, eerste lid, moet de raad over financiŽle planning gebaseerd zijn op een multidisciplinaire analyse van de situatie van de cliŽnt waarbij de volgende aspecten aan bod komen :
  a) het burgerlijk recht;
  b) het fiscaal recht en de fiscaliteit;
  c) de sociale zekerheid en de bestaanszekerheid;
  d) de economische en financiŽle context.
  ß 2. Behoudens op uitdrukkelijk verzoek van de cliŽnt als vastgesteld conform artikel 28, paragraaf 2, tweede lid, moet de raad over financiŽle planning betrekking hebben op de optimalisatie van het algehele vermogen van de cliŽnt.
  ß 3. De raad over financiŽle planning moet gepersonaliseerd en passend zijn, rekening houdend met de conform artikel 27 ingezamelde informatie over de persoonlijke situatie van de cliŽnt, zijn doelstellingen en zijn behoeften inzake financiŽle planning.

  Art. 30. ß 1. Aan de cliŽnt moet zo spoedig mogelijk een duidelijk en volledig schriftelijk verslag over de verstrekte raad over financiŽle planning worden overhandigd.
  ß 2. In dat verslag wordt aangetoond dat de verstrekte raad passend is gezien de persoonlijke situatie van de cliŽnt en rekening houdend met de multidisciplinaire analyse als bedoeld in artikel 29, paragraaf 1.

  Art. 31. Voor elke cliŽnt wordt een dossier samengesteld met daarin een kopie van de in artikel 28 bedoelde overeenkomst en van het in artikel 30 bedoelde verslag, alsook met alle andere bewijsstukken.
  Dat dossier wordt gedurende minstens vijf jaar na de beŽindiging van de contractuele relatie bewaard.

  Art. 32.ß 1. De onafhankelijk financieel planners of de gereglementeerde ondernemingen die raad over financiŽle planning verstrekken, moeten alle redelijke maatregelen nemen om belangenconflicten te voorkomen tussen henzelf, inclusief in voorkomend geval de personen die hen controleren, hun leiders en hun medewerkers, enerzijds, en hun cliŽnten, anderzijds, of tussen hun cliŽnten onderling, en, als het niet mogelijk blijkt een belangenconflict te vermijden, om dat conflict te identificeren en te beheren teneinde aldus te voorkomen dat dit de belangen van hun cliŽnten zou schaden.
  Als de genomen maatregelen met betrekking tot het beheer van een belangenconflict ontoereikend zijn om met redelijke zekerheid te waarborgen dat het risico op schade van de belangen van de cliŽnten kan worden afgewend, wordt de cliŽnt, vůůr hem raad wordt verstrekt, duidelijk en op een [1 duurzame gegevensdrager]1 in kennis gesteld van de algemene aard en/of de oorzaak van het belangenconflict. De verstrekte informatie moet voldoende gedetailleerd zijn, gelet op de persoonlijke situatie van de cliŽnt, opdat hij met kennis van zaken zou kunnen beslissen om al dan niet verder een beroep te blijven doen op de aangeboden diensten. Als de cliŽnt om die reden beslist de overeenkomst inzake financiŽle planning stop te zetten, moet hij geen vergoeding betalen.
  ß 2. De gereglementeerde ondernemingen die een beleid hebben uitgewerkt voor het beheren van belangenconflicten in het kader van het verstrekken van beleggingsdiensten, moeten het toepassingsbereik van dit beleid uitbreiden tot de belangenconflicten die zich voordoen bij het verstrekken van raad over financiŽle planning.
  ----------
  (1)<W 2018-09-20/14, art. 33, 005; Inwerkingtreding : 20-10-2018>

  Art. 33. De Koning is gemachtigd om, op advies van de FSMA, uitvoeringsregels vast te stellen voor de in dit hoofdstuk bedoelde gedragsregels, alsook bijkomende gedragsregels om aldus de informatieverstrekking aan de cliŽnten en de bescherming van hun belangen te kunnen waarborgen.

  HOOFDSTUK IV. - Het verstrekken van raad over financiŽle planning door buitenlandse ondernemingen

  Art. 34. ß 1. De rechtspersonen die ressorteren onder het recht van andere Staten die al dan niet lid zijn van de Europese Economische Ruimte, en die de in artikel 3, paragraaf 1, bedoelde activiteit wensen uit te oefenen, moeten in BelgiŽ beschikken over een duurzame vestiging.
  ß 2. De in paragraaf 1 bedoelde rechtspersonen moeten aan de volgende voorwaarden voldoen :
  1į in hun Staat van herkomst moeten zij aan een gelijkwaardig statuut zijn onderworpen als dat van onafhankelijk financieel planner op grond waarvan zij aldaar raad over financiŽle planning mogen verstrekken;
  2į voor hun bijkantoor in BelgiŽ moeten zij vooraf een vergunning als onafhankelijk financieel planner verkrijgen conform hoofdstuk II, met inachtneming van de volgende bepalingen :
  i) alvorens zich over de vergunningsaanvraag van het bijkantoor uit te spreken, raadpleegt de FSMA de autoriteiten die, in voorkomend geval, in de Staat van herkomst belast zijn met het toezicht;
  ii) de bijkantoren die een vergunning van de FSMA hebben verkregen, zijn in een speciale rubriek van de lijst ingeschreven;
  iii) de in artikel 9 bedoelde voorwaarde heeft betrekking op de activiteiten die in BelgiŽ worden verricht;
  iv) de vereisten met betrekking tot de personen die controle uitoefenen over de vennootschap, gelden voor de aandeelhouders van de vennootschap naar buitenlands recht, terwijl de vereisten met betrekking tot de leiders gelden voor de leiders van het Belgische bijkantoor.
  3į bij de uitoefening van hun activiteiten in BelgiŽ moeten zij de bepalingen van deze wet naleven, met dien verstande dat :
  i) artikel 21 niet van toepassing is;
  ii) de term "onafhankelijk financieel planner" voor de toepassing van artikel 22 verwijst naar het bijkantoor en de buitenlandse onderneming.
  ß 3. In afwijking van paragraaf 2 mag de in artikel 3, paragraaf 1, bedoelde activiteit van rechtswege worden uitgeoefend door de Belgische bijkantoren van ondernemingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die in hun Staat van herkomst onderworpen zijn aan een geharmoniseerd statuut dat gelijkwaardig is aan het statuut van gereglementeerde onderneming en dat het verstrekken van raad over financiŽle planning niet uitsluit hoewel het hun geen paspoort verleent voor het verstrekken van dergelijke raad.
  Bij de uitoefening van de in artikel 3, paragraaf 1, bedoelde activiteit nemen de betrokken ondernemingen de gedragsregels in acht die zijn opgenomen in hoofdstuk III.
  ß 4. In afwijking van de paragrafen 1 en 2 mogen de ondernemingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en in hun Staat van herkomst zijn onderworpen aan een gelijkwaardig statuut als dat van gereglementeerde onderneming, voor zover dit statuut hun een paspoort verleent op grond waarvan zij raad over financiŽle planning mogen verstrekken, de in artikel 3, paragraaf 1, bedoelde activiteit van rechtswege uitoefenen via de oprichting van een bijkantoor of in het kader van het vrij verrichten van diensten.
  Bij de uitoefening van de in artikel 3, paragraaf 1, bedoelde activiteit nemen de betrokken ondernemingen de gedragsregels in acht die zijn opgenomen in hoofdstuk III.
  De FSMA stelt de betrokken ondernemingen in kennis van de bepalingen van deze wet die volgens haar van algemeen belang zijn. Deze bepalingen van algemeen belang worden bekendgemaakt op de website van de FSMA.

  HOOFDSTUK V. - Organisatie van het toezicht en administratieve maatregelen

  Art. 35. ß 1. De FSMA is belast met het toezicht op de naleving van de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen.
  ß 2. De FSMA kan, binnen de termijn die zij vaststelt, van de personen die in BelgiŽ raad over financiŽle planning verstrekken, alle inlichtingen vorderen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van haar toezichtsopdracht. De FSMA kan daartoe ter plaatse ook inspecties verrichten en kennis nemen evenals een kopie maken van alle gegevens in het bezit van de persoon die raad over financiŽle planning verstrekt.
  ß 3. Met het oog op een goede toepassing van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen maatregelen, werkt de FSMA in voorkomend geval samen met de Nationale Bank van BelgiŽ als het om gereglementeerde ondernemingen gaat waarop laatstgenoemde toezicht houdt, alsook met de autoriteiten van andere Staten met gelijkaardige bevoegdheden. De FSMA kan met deze autoriteiten vertrouwelijke informatie uitwisselen overeenkomstig het bepaalde bij de artikelen 75 en 77, paragrafen 1 en 2, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiŽle sector en de financiŽle diensten. De FSMA stelt hen in kennis van elke maatregel die zij krachtens de artikelen 37 tot 39 neemt ten aanzien van de ondernemingen die onder hun toezicht zijn geplaatst.

  Art. 36. Als de FSMA vaststelt dat een onafhankelijk financieel planner of een bijkantoor van een buitenlandse onderneming als bedoeld in artikel 34, paragraaf 2, de bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen niet naleeft, identificeert zij deze tekortkomingen en maant zij de betrokkene aan om die tekortkomingen binnen de door haar vastgestelde termijn te verhelpen. Zij kan die termijn verlengen.
  De FSMA kan de uitoefening van de activiteit van financiŽle planning gedurende deze termijn geheel of ten dele verbieden en de vergunning schorsen.
  Als de FSMA na het verstrijken van deze termijn vaststelt dat de tekortkomingen niet zijn verholpen, kan zij de vergunning als onafhankelijk financieel planner intrekken.

  Art. 37. Als de FSMA vaststelt dat een gereglementeerde onderneming naar Belgisch recht of een buitenlandse onderneming als bedoeld in artikel 34, paragraaf 3 of 4, bij het op Belgisch grondgebied verstrekken van raad over financiŽle planning aan niet-professionele cliŽnten nalaat de gedragsregels na te leven als bedoeld in hoofdstuk III of in de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, identificeert zij deze tekortkomingen en maant zij de betrokken onderneming aan om die tekortkomingen binnen de door haar vastgestelde termijn te verhelpen. Zij kan die termijn verlengen.

  Art. 38. ß 1. Onverminderd de andere bij deze wet voorgeschreven maatregelen kan de FSMA ingeval een persoon geen gevolg geeft aan de aanmaningen die krachtens de artikelen 36 of 37 aan hem worden gericht :
  1į hem een dwangsom opleggen van maximum 250.000 euro per overtreding of maximum 5.000 euro per dag vertraging;
  2į openbaar maken dat hij geen gevolg heeft gegeven aan de aanmaningen.
  ß 2. De dwangsommen die de FSMA oplegt ter uitvoering van paragraaf 1 worden ten voordele van de Schatkist geÔnd door de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen.

  HOOFDSTUK VI. - Sancties

  Afdeling 1. - Administratieve sancties

  Art. 39. ß 1. Onverminderd de andere bij deze wet voorgeschreven maatregelen kan de FSMA, als zij een inbreuk vaststelt op de bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, de betrokken persoon een administratieve geldboete opleggen die niet minder mag bedragen dan 2.500 euro, noch, voor hetzelfde feit of hetzelfde geheel van feiten, meer dan 75.000 euro.
  ß 2. De ter uitvoering van paragraaf 1 door de FSMA opgelegde geldboetes worden ten voordele van de Schatkist geÔnd door de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen.

  Afdeling 2. - Strafrechtelijke sancties

  Art. 40. ß 1. Onverminderd de toepassing van strengere in het Strafwetboek gestelde straffen, wordt met een gevangenisstraf van ťťn maand tot ťťn jaar en met een geldboete van 50 euro tot 10.000 euro of met ťťn van die straffen alleen gestraft, hij die :
  1į raad verstrekt over financiŽle planning zonder te beschikken over een van de statuten waarin deze wet voorziet;
  2į het bepaalde bij artikel 7 niet naleeft;
  3į het bepaalde bij de artikelen 18 of 22, paragrafen 1 en 2, niet naleeft.
  ß 2. Onverminderd de toepassing van strengere in het Strafwetboek gestelde straffen, wordt met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met een geldboete van 200 euro tot 2.000 euro of met ťťn van die straffen alleen gestraft, hij die met bedrieglijk opzet :
  1į nalaat om aan de FSMA wijzigingen mee te delen met betrekking tot de informatie die deel uitmaakt van zijn vergunningsdossier ter uitvoering van het bepaalde bij hoofdstuk II;
  2į nalaat om krachtens de artikelen 16 of 17 vereiste informatie mee te delen aan de FSMA;
  3į het bepaalde bij de artikelen 22, paragraaf 3, of 23 niet nakomt.
  ß 3. Elke persoon die weigert om de FSMA de door haar gevraagde inlichtingen en documenten te verstrekken die nodig zijn voor het toezicht op de toepassing van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, of zich tegen de door de FSMA genomen onderzoeksmaatregelen verzet of een valse verklaring aflegt, wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot vijftien dagen en met een geldboete van 100 euro tot 1.000 euro of met een van die straffen alleen.
  ß 4. Aan de personen die veroordeeld worden wegens een van de in paragrafen 1 tot 3 vermelde misdrijven, kan een definitieve of tijdelijke sluiting worden opgelegd van een deel van de lokalen of van alle lokalen die worden gebruikt voor het verstrekken van raad over financiŽle planning.
  ß 5. Alle bepalingen van boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn van toepassing op de in deze wet bedoelde misdrijven.

  HOOFDSTUK VII. - Wijzigingsbepalingen, inwerkingtreding en overgangsmaatregelen

  Art. 41. Artikel 2, paragraaf 1, van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiŽle stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 november 2012, wordt aangevuld met een bepaling onder 22į, luidende :
  "22į de onafhankelijk financieel planners bedoeld in de wet van 25 april 2014 inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiŽle planning door gereglementeerde ondernemingen."

  Art. 42. In artikel 16, paragraaf 3, ingevoegd bij de wet van 18 januari 2010, worden de woorden "artikel 2, ß 1, 4į tot 15į " telkens vervangen door de woorden "artikel 2, ß 1, 4į tot 15į en 22į ".

  Art. 43. In artikel 19 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 18 januari 2010, worden de woorden "14į en 15į " vervangen door de woorden "14į, 15į en 22į ".

  Art. 44. In artikel 513 van het Wetboek van vennootschappen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 8 januari 2012, wordt paragraaf 2/1 opgeheven.

  Art. 45. In artikel 45, ß 1, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiŽle sector en de financiŽle diensten, vervangen bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011 en gewijzigd bij de wet van 13 november 2011 en bij de wet van 30 juli 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1į het 2į wordt aangevuld met de bepaling onder h, luidende : "h. de onafhankelijk financieel planners als bedoeld in de wet van 25 april 2014 inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiŽle planning door gereglementeerde ondernemingen";
  2į het 3į wordt aangevuld met de bepaling onder i, luidende : "i. de wet van 25 april 2014 inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiŽle planning door gereglementeerde ondernemingen".

  Art. 46. In artikel 72, ß 3, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 2 juli 2010 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011 en bij de wet van 30 juli 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1į het derde lid wordt aangevuld met de volgende zin :
  "De betrokken personen worden indien mogelijk bovendien op de hoogte gebracht van de beslissing van de sanctiecommissie per fax of langs elektronische weg of tegen afgifte van een ontvangstbewijs.";
  2į het vierde lid wordt vervangen door wat volgt :
  "Onmiddellijk nadat de betrokken personen op de hoogte zijn gebracht van de beslissing, maakt de sanctiecommissie haar beslissingen nominatief bekend op de website van de FSMA, tenzij deze bekendmaking de financiŽle markten ernstig dreigt te verstoren of een onevenredig nadeel dreigt te berokkenen aan de betrokken personen. In laatstgenoemd geval wordt de beslissing niet-nominatief bekendgemaakt op de website van de FSMA. Indien een beroep is ingesteld tegen de sanctiebeslissing, wordt informatie met die strekking opgenomen in de bekendmaking of wordt, als het beroep op een later tijdstip wordt ingesteld, die informatie toegevoegd aan de oorspronkelijke bekendmaking. Latere informatie over de uitkomst van het beroep, met inbegrip van een beslissing tot vernietiging van de sanctiebeslissing, wordt eveneens bekendgemaakt.".

  Art. 47. Artikel 73bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 30 juli 2013, wordt aangevuld met de volgende zinnen :
  "In laatstgenoemd geval wordt de beslissing niet-nominatief bekendgemaakt op de website van de FSMA. Indien een beroep is ingesteld tegen de beslissing, wordt informatie met die strekking opgenomen in de bekendmaking of wordt, als het beroep op een later tijdstip wordt ingesteld, die informatie toegevoegd aan de oorspronkelijke bekendmaking. Latere informatie over de uitkomst van het beroep, met inbegrip van een beslissing tot vernietiging van de beslissing, wordt eveneens bekendgemaakt.".

  Art. 48. In artikel 121, ß 6, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 2 augustus 2002 en gewijzigd bij de wet van 23 mei 2007 en bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011, worden de volgende twee zinnen ingevoegd tussen de eerste en de tweede zin :
  "Het opschortende karakter van het beroep is beperkt tot de inning van de dwangsom of boete. Het opschortend karakter belet niet dat de dwangsom verbeurt en staat de bekendmaking overeenkomstig de toepasselijke wettelijke bepalingen niet in de weg.".

  Art. 49. De Koning oefent de bevoegdheden die Hem door de bepalingen van deze wet zijn toegekend uit op gezamenlijke voordracht van de minister bevoegd voor FinanciŽn en de minister bevoegd voor Consumenten.

  Art. 50. ß 1. Deze wet treedt in werking op de eerste dag van de zesde maand na die waarin ze is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
  In afwijking van het eerste lid treden de artikelen 44 en 46 tot 48 in werking op de tiende dag na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
  ß 2. De andere natuurlijke personen en rechtspersonen dan de gereglementeerde ondernemingen die, op de datum van inwerkingtreding van deze wet, op het Belgisch grondgebied raad over financiŽle planning verstrekken aan niet-professionele cliŽnten, worden voorlopig toegelaten om die werkzaamheden verder uit te oefenen tot op het ogenblik dat de FSMA zich heeft uitgesproken over de vergunningsaanvraag. De betrokken personen moeten echter, binnen zes maanden na de inwerkingtreding van deze wet, een volledig dossier met betrekking tot de vergunningsaanvraag indienen overeenkomstig artikel 5.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 25 april 2014.
FILIP
Van Koningswege :
De Vice-Eersteminister en Minister van Economie
en Consumenten,
J. VANDE LANOTTE
De Minister van FinanciŽn,
K. GEENS
De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
BEELD
  • WET VAN 20-09-2018 GEPUBL. OP 10-10-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : NL26; 32)
  • BEELD
  • WET VAN 05-12-2017 GEPUBL. OP 18-12-2017
    (GEWIJZIGD ART. : 17)
  • BEELD
  • WET VAN 18-09-2017 GEPUBL. OP 06-10-2017
    (GEWIJZIGD ART. : 19)
  • BEELD
  • WET VAN 25-10-2016 GEPUBL. OP 18-11-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 4; 12; 18; 22; 26)
  • BEELD
  • WET VAN 25-04-2014 GEPUBL. OP 07-05-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 4; 12)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
        Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) : Stukken : 53-3393 Integraal verslag : 26 en 27 maart 2014 Senaat (www.senate.be) : Stukken : 5-2809 Handelingen van de Senaat : 3 april 2014

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 2 uitvoeringbesluiten 4 gearchiveerde versies
    Franstalige versie