J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Erratum Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers Senaat
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2011/09/26/2011204908/justel

Titel
26 SEPTEMBER 2011. - Wet tot omzetting van Richtlijn 2009/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 tot wijziging van Richtlijn 98/26/EG betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en Richtlijn 2002/47/EG betreffende financiële zekerheidsovereenkomsten wat gekoppelde systemen en kredietvorderingen betreft

Bron :
FINANCIEN
Publicatie : 10-11-2011 nummer :   2011204908 bladzijde : 67839       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2011-09-26/19
Inwerkingtreding : 10-11-2011

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Art. 1-2
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen
Art. 3-13
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen aan de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse finale bepalingen inzake zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten
Art. 14-21
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen aan de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen
Art. 22-23

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

  Art. 2. Deze wet voorziet in de omzetting van Richtlijn 2009/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 tot wijziging van Richtlijn 98/26/EG betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en Richtlijn 2002/47/EG betreffende financiële zekerheidsovereenkomsten wat gekoppelde systemen en kredietvorderingen betreft.

  HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen

  Art. 3. In de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen, laatstelijk gewijzigd bij koninklijk besluit van 27 januari 2011, wordt in hoofdstuk I een artikel 1/1 ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. 1/1. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :
  1° "systeem" : een formele overeenkomst
  - tussen drie of meer deelnemers, niet meegerekend de systeem exploitant, noch in voorkomend geval een afwikkelende instantie, een centrale tegenpartij, een clearing house of een indirecte deelnemer, met gemeenschappelijke regels en standaardprocedures voor de clearing, al dan niet via een centrale tegenpartij, of het uitvoeren van overboekingsopdrachten tussen de deelnemers;
  - waarop het recht van een door de deelnemers gekozen lidstaat van toepassing is. De deelnemers kunnen echter uitsluitend kiezen voor het recht van een lidstaat waarin ten minste een van hen zijn hoofdkantoor heeft; en
  - die door de lidstaat waarvan het recht toepasselijk is, als systeem is aangemerkt en bij de Europese Commissie is aangemeld, nadat die lidstaat zich ervan heeft vergewist dat de regels van het systeem adequaat zijn;
  2° "instelling" :
  - een kredietinstelling in de zin van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, of;
  - een beleggingsonderneming in de zin van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, of;
  - een overheidsinstantie of onderneming met overheidsgarantie, of;
  - een onderneming met hoofdkantoor buiten het grondgebied van de Europese Unie waarvan de werkzaamheden overeenstemmen met die van kredietinstellingen of beleggingsondernemingen in de Europese Unie, zoals bedoeld in de eerste en tweede streepjes,
  die deelneemt aan een systeem en verantwoordelijkheid draagt voor het nakomen van de financiële verplichtingen die ontstaan uit overboekingsopdrachten binnen dat systeem.
  Rechtspersonen die deelnemen aan één van de effectenafwikkelingssystemen, bedoeld in artikel 2, § 1, b), worden als instellingen beschouwd, op voorwaarde dat ten minste drie andere deelnemers aan dit systeem behoren tot één van de categorieën als bedoeld in het eerste lid, als deze gelijkstelling in het licht van het systeemrisico gerechtvaardigd is. Deze rechtvaardiging wordt vastgesteld door de Nationale Bank van België. Daartoe zorgt de Nationale Bank van België voor de opstelling en de publicatie van de criteria die ze gebruikt. Ze kan het bestaan van deze rechtvaardiging vaststellen per categorie van deelnemers of op individuele basis.
  Rechtspersonen die op de publicatiedatum van deze wet effectief deelnemen aan één van de effectenafwikkelingssystemen, bedoeld in artikel 2, § 1, b), van deze wet worden beschouwd als instellingen op voorwaarde dat ten minste drie andere deelnemers aan dit systeem behoren tot één van de categorieën als bedoeld in het eerste lid, als een rechtvaardiging in het licht van het systeemrisico wordt vastgesteld door de Nationale Bank van België binnen een termijn van één jaar te rekenen vanaf de inwerkingtreding van deze wet;
  3° "centrale tegenpartij" : een entiteit die tussen de instellingen in een systeem staat en die optreedt als de exclusieve tegenpartij van deze instellingen met betrekking tot hun overboekingsopdrachten;
  4° "afwikkelende instantie" : een entiteit die aan instellingen en/of een centrale tegenpartij die deelnemen aan systemen, afwikkelingsrekeningen beschikbaar stelt via welke overboekingsopdrachten binnen die systemen worden afgewikkeld, en die in voorkomend geval aan die instellingen en/of centrale tegenpartijen krediet verleent voor afwikkelingsdoeleinden;
  5° "clearing house" : een entiteit die verantwoordelijk is voor de berekening van de nettoposities van de instellingen, een eventuele centrale tegenpartij of een eventuele afwikkelende instantie;
  6° "deelnemer" : een instelling, een centrale tegenpartij, een clearing house, een afwikkelende instantie of een systeemexploitant. Naar gelang van de regels van het systeem kan eenzelfde deelnemer optreden als centrale tegenpartij, clearing house of afwikkelende instantie of alle of een deel van deze taken uitvoeren.
  Wanneer een indirecte deelnemer op grond van een systeemrisico als deelnemer wordt beschouwd, doet dit niets af aan de verantwoordelijkheid van de deelnemer via dewelke de indirecte deelnemer overboekingsopdrachten aan het systeem doorgeeft. Het bestaan van een systeemrisico wordt vastgesteld door de Nationale Bank van België. Daartoe zorgt de Nationale Bank van België voor de opstelling en de publicatie van de criteria die ze gebruikt. Ze kan het bestaan van deze rechtvaardiging vaststellen per categorie van indirecte deelnemers of op individuele basis;
  7° "indirecte deelnemer" : een instelling, een centrale tegenpartij, een afwikkelende instantie, een clearing house of een systeemexploitant die contractueel verbonden is met een deelnemer aan een systeem dat overboekingsopdrachten uitvoert, waardoor de indirecte deelnemer overboekingsopdrachten in het systeem kan doorgeven, mits de indirecte deelnemer bij de systeemexploitant bekend is;
  8° "effecten" : alle financiële instrumenten bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en de rechten op of met betrekking tot deze effecten, met inbegrip van de rechten van mede-eigendom, van onlichamelijke aard, op de universaliteit van effecten van dezelfde aard;
  9° "overboekingsopdracht" :
  - een opdracht door een deelnemer om door middel van een boeking op de rekeningen van een kredietinstelling, een centrale bank, een centrale tegenpartij of een afwikkelende instantie contanten ter beschikking van een ontvanger te stellen, of iedere opdracht die resulteert in het op zich nemen of het nakomen van een betalingsverplichting zoals gedefinieerd in de regels van het systeem, of
  - een opdracht door een deelnemer om door middel van een boeking in een register, op een rekening, of anderszins, de rechten op of de belangen in één of meer effecten over te boeken;
  10° "insolventieprocedure" : elke collectieve maatregel waarin de wetgeving van een lidstaat of van een derde land voorziet, met het oog op de liquidatie of de sanering van de deelnemer indien een dergelijke maatregel gepaard gaat met opschorting van, of oplegging van beperkingen aan overboekingen of betalingen. De daden van beschikking bedoeld in artikel 57bis, § 1, van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen en degenen bedoeld in artikel 36/27, § 1, van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België maken een insolventieprocedure uit;
  11° "tijdstip waarop een insolventieprocedure wordt geopend" : het moment waarop de ter zake bevoegde rechterlijke of administratieve instantie van een lidstaat of een derde land haar beslissing heeft uitgesproken;
  12° "verrekening (netting)" : het in één nettovordering of nettoverplichting omzetten van vorderingen en verplichtingen die voortvloeien uit overboekingsopdrachten die een deelnemer of deelnemers geeft/geven aan of ontvangt/ontvangen van één of meer andere deelnemers, met als gevolg dat er alleen een nettovordering of een nettoverplichting ontstaat;
  13° "afwikkelingsrekening" : een rekening bij een centrale bank, een afwikkelende instantie of een centrale tegenpartij die gebruikt wordt voor het houden van contanten of effecten en waarmee ook transacties tussen deelnemers aan een systeem worden afgewikkeld;
  14° "werkdag" : de periode voor afwikkeling overdag zowel als 's nachts en omvattende alle gebeurtenissen die tijdens de bedrijfscyclus van een systeem plaatsvinden;
  15° "interoperabele systemen" : twee of meer systemen waarvan de systeemexploitanten een onderling akkoord getroffen hebben voor de uitvoering tussen de systemen van overboekingsopdrachten. Een dergelijk akkoord kan niet van rechtswege een systeem vormen;
  16° "systeemexploitant" : entiteit of entiteiten die wettelijk aansprakelijk is of zijn voor de werking van een systeem. Een systeemexploitant mag ook optreden als afwikkelende instantie, centrale tegenpartij of clearing house;
  17° "Lidstaat" : een lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, binnen de grenzen vastgesteld in deze Overeenkomst en de daarmee samenhangende akten.".

  Art. 4. In artikel 2 van dezelfde wet, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 december 2000, 22 december 2003, 23 mei 2007, 3 juni 2007 en 3 maart 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt :
  "§ 1. Deze wet is van toepassing op alle systemen, zoals gedefinieerd in artikel 1/1, 1°, die geregeld worden door het Belgisch recht, zoals hieronder omschreven :
  a) Betalingssystemen
  1° het systeem genoemd "TARGET2-BE", dat door de Nationale Bank van België wordt beheerd;
  2° het systeem genoemd "Uitwisselings- en verrekeningscentrum" ("UCV"), dat door de Nationale Bank van België wordt beheerd.
  b) Effectenafwikkelingssystemen
  1° het door de naamloze vennootschap naar Belgisch recht "Interprofessionele effectendeposito- en girokas" ("CIK") beheerde stelsel van giraal verkeer van financiële instrumenten, waarvan de commerciële benaming Euroclear Belgium is;
  2° het effectenafwikkelingssysteem van de Nationale Bank van België ("NBB clearing"), dat door de Nationale Bank van België wordt beheerd;
  3° het "Euroclear systeem" beheerd door de naamloze vennootschap naar Belgisch recht Euroclear Bank.";
  2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt :
  " § 2. Deze wet is van toepassing op iedere deelnemer aan de systemen omschreven in de eerste paragraaf.";
  3° paragraaf 3 wordt opgeheven;
  4° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt :
  "§ 4. Deze wet is desgevallend tevens van toepassing op de vaststelling, ten aanzien van het Belgisch recht, van de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de deelname van een rechtspersoon naar Belgisch recht die erkend is als deelnemer door de wet van de lidstaat of van de derde Staat van toepassing op het systeem, aan een systeem van een lidstaat dat door de bevoegde autoriteiten van die Staat als dusdanig werd aangemeld bij de Europese Commissie, of van een derde Staat";
  5° in § 5, 2°, worden de woorden "in § 2 en § 3" vervangen door de woorden "in § 2".

  Art. 5. Het opschrift van Hoofdstuk II van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Verrekening en overboekingsopdrachten".

  Art. 6. Artikel 3 van dezelfde wet, gewijzigd bij koninklijk besluit van 19 december 2010, wordt vervangen als volgt :
  "§ 1. Overboekingsopdrachten en verrekening in een systeem zijn rechtsgeldig en kunnen aan derden worden tegengeworpen, ook in geval van insolventieprocedure tegen een deelnemer aan dit systeem of aan een interoperabel systeem of tegen de systeemexploitant van een interoperabel systeem indien die geen deelnemer is, voor zover de overboekingsopdrachten conform de regels van het systeem in het systeem werden ingevoerd vóór het tijdstip waarop de insolventieprocedure werd geopend.
  Indien overboekingsopdrachten in een systeem worden ingevoerd nadat er een insolventieprocedure is geopend en worden uitgevoerd binnen de werkdag, als omschreven in de regels van het systeem, gedurende welke een dergelijke procedure wordt geopend, zijn deze slechts rechtsgeldig en kunnen deze slechts aan derden worden tegengeworpen indien de systeem-exploitant kan aantonen dat hij op het tijdstip waarop deze overboekingsopdrachten onherroepelijk werden, niet op de hoogte was noch had moeten zijn van de opening van de insolventieprocedure.
  § 2. De verrekening als bedoeld in paragraaf 1 kan niet in het gedrang worden gebracht ingevolge de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen of de faillissementswet van 8 augustus 1997, noch ingevolge enige wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling, regel of praktijk naar Belgisch of buitenlands recht betreffende de nietigheid van overeenkomsten en transacties die zijn aangegaan vóór het tijdstip waarop een insolventieprocedure is geopend.
  § 3. Bij interoperabele systemen stelt elk systeem in zijn eigen regels het tijdstip van invoering in het systeem zodanig vast dat er zoveel mogelijk voor wordt gezorgd dat de regels van alle betrokken interoperabele systemen in dit opzicht gecoördineerd worden. Tenzij zulks in de regels van alle systemen die van de interoperabele systemen deel uitmaken uitdrukkelijk is bepaald, laten de regels van de andere systemen waarmee een systeem interoperabel is, de in dat systeem gehanteerde regels over het tijdstip van invoering onverlet.
  § 4. Niettegenstaande het openen van een insolventieprocedure tegen een deelnemer aan een systeem of tegen een systeemexploitant van een interoperabel systeem die geen deelnemer is, mag de systeemexploitant of de afwikkelende instantie, indien de toepasselijke contractuele bepalingen hem daartoe machtigen :
  - overgaan tot het ambtshalve debiteren van de afwikkelingsrekening van de deelnemer of van de systeemexploitant van een interoperabel systeem die in gebreke blijft zijn verbintenissen uit te voeren, in het bijzonder teneinde het debetsaldo van deze laatste na verrekening aan te zuiveren en aldus de eindafwikkeling van het systeem mogelijk te maken;
  - ambtshalve de sommen of effecten, vereist voor de uitvoering van de verbintenissen van de deelnemer of de systeemexploitant van een interoperabel systeem, in het bijzonder wat betreft de aanzuivering van het debetsaldo van de in gebreke blijvende deelnemer of systeemexploitant van een interoperabel systeem, opnemen door gebruikmaking van de kredietopening (leningen van financiële instrumenten inbegrepen) die eventueel aan die deelnemer of de systeemexploitant van een interoperabel systeem werd toegestaan, binnen de perken van de waarborgen die zijn verbonden aan de kredietopening op de dag van de afwikkeling.
  § 5. Indien de regels van een systeem voorzien in de onherroepelijkheid van overboekingsopdrachten, is deze onherroepelijkheid steeds bindend voor de deelnemer-opdrachtgever of voor iedere derde. Bij interoperabele systemen stelt elk systeem in zijn eigen regels het tijdstip van onherroepelijkheid zodanig vast dat er zoveel mogelijk voor wordt gezorgd dat de regels van alle betrokken interoperabele sustemen op dit punt gecoördineerd worden. Tenzij zulks in de regels van alle systemen die bij de interoperabele systemen zijn betrokken uitdrukkelijk is bepaald, laten de regels van de andere systemen waarmee een systeem interoperabel is, de in dat systeem gehanteerde regels over het tijdstip van onherroepelijkheid onverlet."

  Art. 7. Artikel 4 van dezelfde wet, gewijzigd bij koninklijk besluit van 19 december 2010, wordt opgeheven.

  Art. 8. In artikel 5 van dezelfde wet, gewijzigd bij koninklijk besluit van 19 december 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1 worden de woorden "en § 3" opgeheven en worden de woorden "of na dagvaarding van de procureur des Konings" vervangen door de woorden "of, wanneer het een gerechtelijke reorganisatie door overdracht onder gerechtelijk gezag betreft, door één van de personen opgesomd in de bepalingen van artikel 59 van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen";
  2° in § 2 worden de woorden "artikel 2, § 3" vervangen door de woorden "artikel 1/1, 7°";
  3° in § 3 wordt het woord "financiële", alsook de woorden "bedoeld in artikel 2, § 2 van deze wet" opgeheven.

  Art. 9. Artikel 6 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 6. Een insolventieprocedure heeft ten aanzien van de rechten en verplichtingen die voor een deelnemer ingevolge of in verband met zijn deelname aan een systeem ontstaan, geen terugwerkende kracht vóór het tijdstip waarop een insolventieprocedure is geopend. Deze bepaling geldt ook voor een deelnemer in een interoperabel systeem en voor een systeemexploitant van een interoperabel systeem die geen deelnemer is."

  Art. 10. In artikel 7 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° aan het begin van § 2 worden de woorden "Onverminderd artikel 8, § 2," toegevoegd;
  2° § 3 wordt opgeheven.

  Art. 11. Artikel 8 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 14 december 2005, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 8. § 1. De rechten van een systeemexploitant of van een deelnemer ten aanzien van zakelijke zekerheden die hun in verband met een systeem of een interoperabel systeem zijn gesteld, en de rechten van de centrale banken van de lidstaten of van de Europese Centrale Bank ten aanzien van zakelijke zekerheden die hun gesteld zijn, worden niet aangetast door een maatregel van beslag of sekwester tegen hen of door een insolventieprocedure tegen de deelnemer in het betrokken systeem of in een interoperabel systeem, de systeemexploitant van een interoperabel systeem dat geen deelnemer is, een tegenpartij van een van de centrale banken van de lidstaten of van de Europese Centrale Bank, of een derde partij die de zakelijke zekerheden heeft gesteld.
  Ter voldoening van deze rechten mogen die zakelijke zekerheden worden uitgewonnen.
  § 2. Wanneer effecten, met inbegrip van de rechten betreffende de levering of de teruggave van elders aangehouden effecten, het voorwerp zijn van een zekerheid ten gunste van deelnemers, systeemexploitanten of centrale banken van lidstaten of de Europese Centrale Bank, en wanneer hun recht of dat van een namens hen optredende vertegenwoordiger, agent of derde, ten aanzien van de effecten wettelijk vastgelegd is in een register, rekening of gecentraliseerd effectendepot gelokaliseerd in een lidstaat, wordt iedere vraag betreffende één van de aangelegenheden opgesomd in § 3 die rijst met betrekking tot deze zekerheid, beheerst door het recht van die lidstaat.
  § 3. De in § 2 bedoelde aangelegenheden zijn de volgende : (1) de juridische aard en de vermogensrechtelijke gevolgen van de zekerheid; (2) de eventuele vereisten met betrekking tot het vervullen van de nodige formaliteiten om een dergelijke zekerheid tegenstelbaar te maken aan derden; (3) de samenloop tussen concurrerende rechten en de vraag of een verkrijging te goeder trouw heeft plaatsgevonden; (4) de eventuele voorwaarden voor de realisatie van de zekerheid.
  § 4. Een zekerheid in de zin van dit artikel is ieder pand, cessie-retrocessieoperatie, eigendomsoverdracht tot zekerheid of elke soortgelijke waarborg of ieder bijzonder voorrecht op realiseerbare activa (met inbegrip van contanten en schuldvorderingen), beheerst door het Belgisch of een buitenlands recht, tot zekerheid in verband met rechten en verplichtingen die in verband met een systeem kunnen ontstaan, dan wel ten behoeve van de centrale banken van de lidstaten van de Europese Unie of de Europese Centrale Bank."

  Art. 12. Artikel 9 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 14 december 2005, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 9. Een afwikkelingsrekening van de systeemexploitant of de afwikkelende instantie gebruikt voor het houden van geld, alsmede elke overdracht van gelden via een kredietinstelling naar Belgisch of buitenlands recht, over te schrijven op een dergelijke afwikkelingsrekening, is niet vatbaar voor beslag, sekwester of blokkering op enigerlei wijze door een deelnemer, een tegenpartij of een derde verschillend van de systeemexploitant of de afwikkelende instantie."

  Art. 13. In dezelfde wet wordt een artikel 10 ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. 10. Een systeem dat als zodanig was aangemerkt vóór de inwerkingtreding van de nationale bepalingen tot uitvoering van Richtlijn 2009/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 tot wijziging van Richtlijn 98/26/EG betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelings-systemen en Richtlijn 2002/47/EG betreffende financiëlezekerheidsovereenkomsten wat gekoppelde systemen en kredietvorderingen betreft, blijft dit voor de toepassing van deze wet."

  HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen aan de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse finale bepalingen inzake zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten

  Art. 14. In artikel 3 van de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse finale bepalingen inzake zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten, gewijzigd bij koninklijk besluit van 19 december 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de bepaling onder 1° worden de woorden "een financieel instrument in de zin van artikel 2, 1°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten" vervangen door de woorden "de categorieën van instrumenten als bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, ongeacht of deze verhandelbaar zijn op de kapitaalmarkt";
  2° in het 9° worden de woorden ", bankvorderingen" ingevoegd tussen de woorden "de financiële instrumenten" en het woord "of";
  3° er wordt een 10° ingevoegd, luidende :
  "10° "bankvorderingen" : de geldelijke vorderingen voortvloeiend uit een overeenkomst krachtens dewelke :
  - een kredietinstelling, zoals gedefinieerd in de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingenof een in artikel 2, § 1, 1°, van dezelfde wet bedoelde entiteit;
  - een hypotheekonderneming in de zin van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet;
  - een persoon of een onderneming die kredieten toestaat bedoeld in artikel 1, 4°, van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet;
  - iedere andere buitenlandse rechtspersoon die in zijn land van oorsprong tot één van de hierboven bedoelde categorieën behoort;
  een lening of een krediet toestaat.";
  4° er wordt een 11° ingevoegd, luidende :
  "11° publieke of financiële rechtspersoon" :
  a) een kredietinstelling in de zin van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen;
  b) een beleggingsonderneming in de zin van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen;
  c) een verzekeringsonderneming in de zin van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen;
  d) een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging in de zin van Deel III van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles;
  e) een instelling voor collectieve belegging in de zin van Deel II van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles;
  f) een centrale tegenpartij, een afwikkelende instantie en een clearing house in de zin van de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen;
  g) een financiële instelling in de zin van deze wet;
  h) een Belgische of buitenlandse rechtspersoon bedoeld in artikel 5 die in eigen naam, maar voor rekening van begunstigden van zekerheden optreedt;
  i) een overheidsinstantie (exclusief ondernemingen met overheidsgarantie), inclusief instellingen behorend tot de overheidssector die belast zijn met of een rol spelen bij het beheer van de overheidsschuld en instellingen behorend tot de overheidssector die zijn gemachtigd om voor klanten rekeningen aan te houden;
  j) de Nationale Bank van Belgïe, de Europese Centrale Bank, de Bank voor Internationale Betalingen, een multilaterale ontwikkelingsbank als bedoeld in deel 1, afdeling 4, van bijlage VI bij Richtlijn 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen, het Internationaal Monetair Fonds en de Europese Investeringsbank;
  k) iedere andere buitenlandse rechtspersoon die in zijn land van oorsprong tot één van de categorieën behoort bedoeld in artikel 1.2 a) tot en met d) van de Richtlijn 2002/47/EG van het Europees Parlement en de Raad van 2 juni 2002 betreffende financiëlezekerheids-overeenkomsten;";
  5° er wordt een 12° ingevoegd, luidende :
  "12° "financiële instelling" : een onderneming die geen kredietinstelling is en waarvan de hoofdbedrijvigheid bestaat in het verwerven van deelnemingen of de uitoefening van één of meer werkzaamheden bedoeld in de punten 2 tot en met 12 van paragraaf 2 van artikel 3 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, waaronder met name :
  a) een hypotheekonderneming in de zin van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet;
  b) een onderneming die consumentenkredieten verstrekt in de zin van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet;
  c) een onderneming gespecialiseerd in financieringshuur of "leasing" in de zin van het koninklijk besluit nr. 55 van 10 november 1967, tot regeling van het juridisch statuut der ondernemingen gespecialiseerd in financieringshuur;
  d) een betalingsinstelling of een instelling voor elektronisch geld in de zin van de wet van 21 december 2009 betreffende het statuut van de betalingsinstellingen en de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder, tot de beroepsmatige uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen.".

  Art. 15. In artikel 4, § 1, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt aangevuld met een 3°, luidende :
  "3° of op bankvorderingen die bij overeenkomst in pand zijn gegeven of zijn overgedragen ten gunste van de begunstigde van de zekerheid of van de persoon die voor zijn rekening optreedt.";
  2° in het tweede lid worden de woorden "en 2°" opgeheven;
  3° § 1 wordt aangevuld met een lid, luidende : "Voor de toepassing van het eerste lid, 2° en 3°, volstaat het dat de contanten of de bankvordering voldoende bepaald of bepaalbaar zijn op grond van de zakelijke-zekerheidsovereenkomst.";
  4° er wordt een § 3 ingevoegd, luidende :
  "§ 3. De artikelen 9, 9/1, 14 en 15 van deze wet kunnen in de hierna genoemde gevallen niet ingeroepen worden, tenzij de schuldeiser zich kan beroepen op een wanbetaling :
  a) ongeacht de aard van schuldeisers, vanaf het verzoek tot of de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie van een andere persoon dan deze bedoeld in artikel 3, 11° van deze wet, tijdens de duur van die procedure;
  b) door een schuldeiser die een andere persoon is dan deze bedoeld in artikel 3, 11° van deze wet, vanaf het verzoek tot of de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie van een publieke of financiële rechtspersoon, tijdens de duur van die procedure.
  Het eerste lid is niet van toepassing :
  a) wanneer een schuldeiser die zich op schuldvergelijking of schuldvernieuwing beroept op basis van een nettingovereenkomst zich niet eveneens beroept op een ontbindend beding, een ontbindende voorwaarde of de bedingen en voorwaarden met betrekking tot de vroegtijdige beëindiging die zijn vastgelegd om de schuldvernieuwing of -vergelijking mogelijk te maken;
  b) bij de realisatie van een zakelijke zekerheidsovereenkomst als bedoeld in de artikelen 8, 12 en 13 van deze wet en wat betreft enig beroep in dat kader op een nettingovereenkomst of de ontbindende bedingen en voorwaarden of de bedingen en voorwaarden met betrekking tot de vroegtijdige beëindiging die zijn vastgelegd om de schuldvernieuwing of -vergelijking mogelijk te maken;
  c) op zakelijke zekerheden, nettingovereenkomsten en ontbindende bedingen en voorwaarden of de bedingen en voorwaarden met betrekking tot de vroegtijdige beëindiging die zijn vastgelegd om de schuldvernieuwing of -vergelijking mogelijk te maken, wanneer die zijn overeengekomen naar aanleiding van derivaten of andere financiële verrichtingen zoals omschreven door de Koning bij een met de Nationale Bank van België overlegd besluit. Bij de samenstelling van deze lijst van types van verrichtingen houdt de Koning rekening met het belang van de in het eerste lid geviseerde mechanismes voor de normale werking van de betrokken verrichtingen en voor de markten waarin deze worden aangewend en meer algemeen met de Belgische en internationale marktpraktijken.";
  5° er wordt een § 4 ingevoegd, luidende :
  " § 4. Wanneer de Koning een daad van beschikking vaststelt in de zin van artikel 26bis, § 1, van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, van artikel 57bis, § 1, van wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen of van artikel 23bis, § 1, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, kunnen de artikelen 9, 9/1, 14 en 15 van deze wet niet worden ingeroepen door andere medecontractanten dan deze bedoeld in artikel 3, 11° van deze wet tenzij de medecontractanten zich kunnen beroepen op een wanbetaling.
  Het eerste lid is niet van toepassing :
  a) wanneer een schuldeiser die zich op schuldvergelijking of schuldvernieuwing beroept op basis van een nettingovereenkomst zich niet eveneens beroept op een ontbindend beding, een ontbindende voorwaarde of de bedingen en voorwaarden met betrekking tot de vroegtijdige beëindiging die zijn vastgelegd om de schuldvernieuwing of -vergelijking mogelijk te maken;
  b) bij de realisatie van een zakelijke zekerheidsovereenkomst als bedoeld in de artikelen 8, 12 en 13 van deze wet en wat betreft enig beroep in dat kader op een nettingovereenkomst of de ontbindende bedingen en voorwaarden of de bedingen en voorwaarden met betrekking tot de vroegtijdige beëindiging die zijn vastgelegd om de schuldvernieuwing of -vergelijking mogelijk te maken;
  c) op zakelijke zekerheden, nettingovereenkomsten en ontbindende bedingen en voorwaarden en de bedingen en voorwaarden met betrekking tot de vroegtijdige beëindiging die zijn vastgelegd om de schuldvernieuwing of -vergelijking mogelijk te maken, wanneer die zijn overeengekomen naar aanleiding van derivaten of andere financiële verrichtingen zoals omschreven door de Koning bij een met de Nationale Bank van België overlegd besluit. Bij de samenstelling van deze lijst van types van verrichtingen houdt de Koning rekening met het belang van de in het eerste lid geviseerde mechanismes voor de normale werking van de betrokken verrichtingen en voor de markten waarin deze worden aangewend en meer algemeen met de Belgische en internationale marktpraktijken."

  Art. 16. In dezelfde wet wordt een artikel 4/1 ingevoegd, luidende :
  "Art. 4/1. § 1. Wanneer een door een hypotheek of door een voorrecht op onroerend goed gewaarborgde bankvordering bij overeenkomst in pand wordt gegeven of wordt overgedragen conform deze wet, zijn de artikelen 5 en 92, lid 3, van de hypotheekwet van 16 december 1851 niet van toepassing op deze inpandgeving of op deze overdacht. De schuldenaar die de schuldvordering in pand geeft of de cedent is ertoe gehouden op verzoek van een derde de nodige informatie met betrekking tot de identiteit van de pandhouder of van de overnemer te verstrekken.
  § 2. Onder voorbehoud van artikel 27 van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet en artikel 74 van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming, kunnen de schuldenaars van een bankvordering die in pand werd gegeven of werd overgedragen schriftelijk of via elke andere juridisch evenwaardige weg verzaken aan :
  - hun rechten op schuldvergelijking ten aanzien van de houders van de bankvorderingen en ten aanzien van de personen ten gunste van wie deze houder een inpandgeving, een overdracht of eender welke andere mobilisering van de als zekerheid verstrekte bankvordering heeft verricht;
  - hun rechten voortspruitend uit eventuele regels over bankgeheim die, bij gebreke daaraan, ertoe zouden leiden dat de houder van de bankvordering verhinderd of beperkt is in zijn mogelijkheid inlichtingen te verstrekken met betrekking tot de bankvordering of de schuldenaar teneinde de in waarborg gegeven bankvordering te gebruiken."

  Art. 17. In artikel 7 van dezelfde wet wordt § 2 vervangen als volgt :
  "§ 2. Op de marge-opvragingen en op de gelijkwaardige financiële instrumenten, contanten of bankvorderingen die, tijdens de duur van de overeenkomst, in de plaats worden gesteld van de activa die het oorspronkelijke pand vormen, is dezelfde regeling van toepassing als op de laatstgenoemde activa. In geval van bankvorderingen, tast het recht van de pandgever op het innen van de opbrengst de ten gunste van de begunstigde gestelde zekerheid niet aan."

  Art. 18. In diezelfde wet wordt een artikel 9/1 ingelast, luidend als volgt :
  "Art. 9/1. § 1. Behoudens andersluidende overeenkomst tussen de partijen, is het de pandhoudende schuldeiser toegestaan om, bij wanprestatie, niettegenstaande een insolventieprocedure, het beslag of enig ander geval van samenloop tussen de schuldeisers van de schuldenaar of van de derde pandgever, de bankvorderingen waarop het pand betrekking heeft, binnen de kortst mogelijke termijn en zonder voorafgaande ingebrekestelling of gerechtelijke beslissing, te realiseren. De opbrengst van de realisatie van die bankvorderingen wordt, overeenkomstig artikel 1254 van het Burgerlijk Wetboek, toegerekend op de schuldvordering in hoofdsom, interesten en kosten, van de pandhoudende schuldeiser. Het eventuele saldo komt toe aan de pandgevende schuldenaar of, naargelang van het geval, de derde pandgever.
  § 2. Onverminderd § 1 en voor zover de partijen daarover overeenstemming hebben bereikt en zij daarvoor in de overeenkomst de modaliteiten hebben vastgesteld, inzonderheid voor de waardering van de in pand gegeven bankvorderingen, is het de pandhoudende schuldeiser toegestaan om zich, bij wanprestatie, zonder voorafgaande ingebrekestelling of gerechtelijke beslissing, de in pand gegeven bankvorderingen toe te eigenen, niettegenstaande een insolventieprocedure, het beslag of enig ander geval van samenloop tussen de schuldeisers van de schuldenaar of van de derde pandgever. Het bedrag dat voortvloeit uit de waardering van de in pand gegeven bankvorderingen wordt, overeenkomstig artikel 1254 van het Burgerlijk Wetboek, toegerekend op de schuldvordering in hoofdsom, interesten en kosten, van de pandhoudende schuldeiser. Het eventuele saldo komt toe aan de pandgevende schuldenaar of, naargelang van het geval, de derde pandgever.
  § 3. §§ 1 en 2 doen geen afbreuk aan de mogelijkheid voor de hoven en rechtbanken om achteraf een controle te doen van de voorwaarden voor de realisatie van de in pand gegeven bankvorderingen of van de waardering van die bankvorderingen of het bedrag van de gewaarborgde schuldvordering."

  Art. 19. In artikel 12 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1 wordt vervangen als volgt :
  " § 1. Artikel 1328 en de bepalingen van boek III, titel XVII van het Burgerlijk Wetboek evenals de bepalingen van boek I, titel VI van het Wetboek van koophandel zijn niet van toepassing op de eigendomsoverdrachten van financiële instrumenten, van contanten of van bankvorderingen die worden verricht om verbintenissen te waarborgen en die een verbintenis van de overnemer inhouden om de overgedragen financiële instrumenten, contanten of bankvorderingen, of gelijkwaardige instrumenten of waarden, terug over te dragen, behalve wanneer de gewaarborgde verbintenis helemaal niet of slechts gedeeltelijk wordt uitgevoerd.
  Hetzelfde geldt voor de marge-opvragingen en voor de substitutie, tijdens de duur van de overeenkomst, van de oorspronkelijk overgedragen activa door nieuwe financiële instrumenten, andere contanten of bankvorderingen.";
  2° in § 3 worden de woorden "of van de bankvorderingen" ingevoegd tussen de woorden "het bedrag van de contanten" en de woorden "of de waarde".

  Art. 20. In dezelfde wet wordt artikel 14, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, aangevuld met een paragraaf 2, luidend als volgt :
  "§ 2. Paragraaf 1 van dit artikel is niet van toepassing op de nettingovereenkomsten, noch op de ontbindende bedingen en voorwaarden of de bedingen en voorwaarden met betrekking tot de vroegtijdige beëindiging die zijn vastgelegd om de schuldvernieuwing of -vergelijking mogelijk te maken, gesloten tussen of met natuurlijke personen die geen kooplieden zijn.
  Paragraaf 1 van dit artikel blijft evenwel van toepassing op de nettingovereenkomsten en op de ontbindende bedingen en voorwaarden of de bedingen en voorwaarden met betrekking tot de vroegtijdige beëindiging die zijn vastgelegd om de schuldvernieuwing of -vergelijking mogelijk te maken, die werden gesloten op een ogenblik dat de natuurlijke persoon de hoedanigheid van koopman had, op voorwaarde dat de schuldvernieuwing of schuldvergelijking wordt ingeroepen voor minstens één verbintenis die is ontstaan op een ogenblik dat de natuurlijke persoon koopman was.
  Het eerste lid van deze paragraaf doet geen afbreuk aan het recht van toerekening op de gewaarborgde schuldvordering in het kader van de realisatie van een zakelijke zekerheidsovereenkomst."

  Art. 21. In artikel 15 van dezelfde wet wordt een § 3 ingevoegd, luidende :
  "§ 3. §§ 1 en 2 van dit artikel zij niet van toepassing op de nettingovereenkomsten, noch op de ontbindende bedingen en voorwaarden of de bedingen en voorwaarden met betrekking tot de vroegtijdige beëindiging die zijn vastgelegd om de schuldvernieuwing of -vergelijking mogelijk te maken, gesloten tussen of met natuurlijke personen die geen kooplieden zijn.
  Paragraaf 1 van dit artikel blijft evenwel van toepassing op de nettingovereenkomsten en op de ontbindende bedingen en voorwaarden of de bedingen en voorwaarden met betrekking tot de vroegtijdige beëindiging die zijn vastgelegd om de schuldvernieuwing of -vergelijking mogelijk te maken, die werden gesloten op een ogenblik dat de natuurlijke persoon de hoedanigheid van koopman had, op voorwaarde dat de schuldvernieuwing of schuldvergelijking wordt ingeroepen voor minstens één verbintenis die is ontstaan op een ogenblik dat de natuurlijke persoon koopman was.
  Het eerste lid van deze paragraaf doet geen afbreuk aan het recht van toerekening op de gewaarborgde schuldvordering in het kader van de realisatie van een zakelijke zekerheidsovereenkomst."

  HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen aan de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen

  Art. 22. Artikel 34 van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen wordt vervangen als volgt :
  "Art. 34. Schuldvergelijking tijdens de opschorting is enkel toegestaan tussen schuldvorderingen in de opschorting en schulden ontstaan tijdens de opschorting indien deze verkocht zijn."

  Art. 23. In artikel 49, derde lid, van dezelfde wet, worden de woorden "noch met betrekking tot vorderingen die op grond van een voor de opening van de procedure van reorganisatie gesloten overeenkomst kunnen worden gecompenseerd" opgeheven.
  Deze wet treedt in werking de dag waarop zij in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
  
  Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Gegeven te Brussel, 26 september 2011.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën en Institutionele Hervormingen,
  D. REYNDERS
  Met 's Lands zegel gezegeld :
  De Minister van Justitie,
  S. DE CLERCK
  

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt :
Erratum Tekst Begin

originele versie
2011003382
PUBLICATIE :
2011-11-21
bladzijde : 68894

Erratum



Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
   Kamer : Doc K. 53 1714/(2010/2011) :
001 : Wetsontwerp
002 : Amendementen
003 : Verslag.
004 : Tekst aangenomen door de commissie.
Zie ook :
Integraal verslag :
13 september 2011.
Senaat : S. 5-1218/2.

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Erratum Franstalige versie