J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgilex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving

Titel
21 MAART 2018. - Omzendbrief bij de wet van 19 september 2017 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek, het Gerechtelijk Wetboek, de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en het Consulair Wetboek met het oog op de strijd tegen de frauduleuze erkenning en houdende diverse bepalingen inzake het onderzoek naar het vaderschap, moederschap en meemoederschap, alsook inzake het schijnhuwelijk en de schijnwettelijke samenwoning

Bron :
JUSTITIE
Publicatie : 26-03-2018 nummer :   2018030678 bladzijde : 29599   BEELD
Dossiernummer : 2018-03-21/01
Inwerkingtreding : 01-04-2018

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. M

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel M. Algemeen
  
  Met de wet van 4 mei 1999 tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende het huwelijk en de wet van 2 juni 2013 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek, de wet van 31 december 1851 met betrekking tot de consulaten en de consulaire rechtsmacht, het Strafwetboek, het Gerechtelijk Wetboek en de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, met het oog op de strijd tegen schijnhuwelijken en de schijnwettelijke samenwoningen heeft de wetgever het probleem van de schijnhuwelijken en de schijnwettelijke samenwoning aangepakt.
  Als gevolg van de opvoering van de strijd tegen schijnhuwelijken en de schijnwettelijke samenwoning, heeft de fraude zich verplaatst of minstens uitgebreid naar de erkenning van kinderen. Een kind dat slechts een afstammingsband heeft ten aanzien van n van de ouders, kon te allen tijde (en prenataal) eenvoudig met toestemming van de andere ouder wiens afstammingsband reeds vaststaat, erkend worden voor elke ambtenaar van de burgerlijke stand of notaris, zonder enige vorm van controle. De vestiging van een afstammingsband heeft gevolgen zowel op de toekenning van de Belgische nationaliteit als op het verblijfsrecht.
  Het kan gaan om :
  - een erkenning van een kind met een vreemde nationaliteit door een Belg of een persoon met een vreemde nationaliteit die over een duurzame verblijfstitel beschikt; of
  - een erkenning in Belgi van een Belgisch kind of een kind met een vreemde nationaliteit dat over een duurzame verblijfstitel beschikt door een persoon met een vreemde nationaliteit.
  Mede in het kader van de strijd tegen frauduleuze erkenningen en om het "forum shoppen" tegen te gaan wordt de territoriale bevoegdheid van de ambtenaar van de burgerlijke stand om een kind te erkennen beperkt en wordt de bevoegdheid van de notaris om een akte van erkenning op te maken afgeschaft.
  Deze omzendbrief is van toepassing op elke erkenning van een kind, ongeacht de nationaliteit of verblijfsstatus van de partijen.
  Met betrekking tot de aangiften tot erkenning en erkenningen voor de consulaire beroepsposten kan wat de communicatie daaromtrent betreft, elke vorm van schriftelijke communicatie met ontvangstbewijs aanvaard worden.
  
  HOOFDSTUK I. - Erkenning De erkenning van een kind gebeurt in de akte van geboorte of bij akte van erkenning. De erkenning van een kind verloopt voortaan in drie fasen :
  - de aangifte van erkenning onder voorlegging van een aantal door de wet bepaalde documenten tegen ontvangstbewijs;
  - de opmaak van een akte van aangifte;
  - akteren van de erkenning.
  
  A. Akte van aangifte
  A.1. Indien men een kind wil erkennen, moet men hiervan aangifte doen bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de geboorteplaats van het kind of bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar de erkenner of de persoon die voorafgaande toestemming moet geven of het kind zijn inschrijving in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister heeft. Indien geen van deze personen een inschrijving heeft in n van deze registers, of indien de actuele verblijfplaats van n van hen of allen om gegronde redenen niet met deze inschrijving overeenstemt (bv. binnenschippers, betrokkene bevindt zich in het ziekenhuis, enz.), kan de aangifte gebeuren bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de actuele verblijfplaats van n van hen. De voormelde bevoegdheidsregeling betreft geen cascade.
  Bij ontstentenis van inschrijving in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister en een actuele verblijfplaats in Belgi, kan de aangifte gebeuren bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van Brussel.
  Het begrip "actuele verblijfplaats" heeft dezelfde betekenis zoals deze bedoeld in artikel 63, 1, van het Burgerlijk Wetboek in het kader van de huwelijksaangifte. Het gaat hier bijgevolg om de feitelijke en effectieve verblijfplaats van de betrokkene, die met alle middelen van recht kan bewezen worden.
  De akte van aangifte van erkenning moet bij elke erkenning worden opgemaakt, ongeacht of ze voor de geboorte, tijdens de geboorteaangifte of na de geboorte plaatsvindt.
  Wanneer een persoon zich niet zelf naar de ambtenaar van de burgerlijke stand kan begeven (vb. gevangene, persoon in gesloten asielcentrum, enz.), dan kan de ambtenaar van de burgerlijke stand, zoals dit ook geldt voor de voltrekking van een huwelijk (zie omzendbrief van 26 juli 1988) zich verplaatsen naar de instelling mits voorlegging van een attest van gevangenschap (zonder uitgaansfaciliteiten) en toelating van het openbaar ministerie voor de verplaatsing van de registers. Dit laatste is enkel noodzakelijk voor het akteren van de erkenning zelf, niet voor de aangifte van de erkenning. Evenwel is het ook mogelijk om de aangifte van erkenning bij bijzondere en authentieke volmacht te doen, zoals dit ook kan voor de erkenning zelf.
  A.2. Bij de aangifte van een erkenning dienen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand de in artikel 327/2 van het Burgerlijk Wetboek opgesomde documenten te worden voorgelegd. Deze documenten moeten het voor de ambtenaar van de burgerlijke stand mogelijk maken om na te gaan of voldaan is aan de wettelijke voorwaarden om een kind te erkennen. De voorlegging van volgende documenten is vereist :
  1 een voor eensluidend verklaard afschrift van de akte van geboorte van het kind, wanneer het gaat om een erkenning na geboorte;
  2 een voor eensluidend verklaard afschrift van de akte van geboorte van de persoon die het kind wil erkennen en, in voorkomend geval, van de ouder ten aanzien van wie de afstamming vaststaat;
  3 een bewijs van identiteit van de persoon die het kind wil erkennen en, in voorkomend geval, van de ouder ten aanzien van wie de afstamming vaststaat : een document waaruit de identiteit van de betrokkene blijkt (b.v. een identiteitskaart, een paspoort, enz.);
  Om te weten welke documenten kunnen worden voorgelegd als bewijs van identiteit, kan verwezen worden naar de bepalingen ter zake in de omzendbrief van 16 januari 2006 betreffende de wet van 3 december 2005 tot wijziging van de artikelen 64 en 1476 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 59/1 van het Wetboek Zegelrechten met het oog op de vereenvoudiging van de formaliteiten voor het huwelijk en de wettelijke samenwoning, meer bepaald punt 1.2 Een bewijs van identiteit (art. 64, 1, 2 ) dat ook van toepassing is op het bewijs van identiteit bij de aangifte van een erkenning.
  4 een bewijs van nationaliteit van de persoon die het kind wil erkennen en, in voorkomend geval, van de ouder ten aanzien van wie de afstamming vaststaat;
  5 een bewijs van de inschrijving in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister, of een bewijs van de actuele verblijfplaats van de persoon die het kind wil erkennen en, in voorkomend geval van de persoon die de voorafgaande toestemming moet geven of van het kind;
  Het voorleggen van dit bewijs is gericht op het bepalen van de territoriale bevoegdheid van de ambtenaar van de burgerlijke stand. Bijgevolg volstaat het voorleggen van n bewijs van inschrijving of actuele verblijfplaats van n van de drie hoofdbetrokkenen.
  De actuele verblijfplaats van een persoon kan met alle middelen van recht bewezen worden door (een combinatie van) bv. vaststelling door politie, medisch attest bij verblijf in het ziekenhuis, attest van gevangenschap, huurcontract, rekeningen van nutsvoorzieningen, enz.
  6 een bewijs van de ongehuwde staat, en in voorkomend geval een bewijs van de ontbinding of nietigverklaring van de vorige huwelijken, van de persoon die het kind wil erkennen indien het krachtens artikel 62 van het Wetboek van Internationaal Privaatrecht toepasselijk recht, bepaalt dat een gehuwd persoon geen kind kan erkennen bij een andere persoon dan zijn echtgenoot of echtgenote;
  Het bewijs van ongehuwde staat moet enkel voorgelegd worden indien het krachtens artikel 62 van het Wetboek van Internationaal Privaatrecht toepasselijk recht, bepaalt dat een gehuwd persoon geen kind kan erkennen bij een andere persoon dan zijn echtgenoot of echtgenote.
  Het Belgisch recht kan ook van toepassing zijn indien een persoon een andere nationaliteit heeft, gelet op artikel 19 of 21 van het Wetboek internationaal privaatrecht. In dergelijke gevallen moet een bewijs van de ongehuwde staat evenmin worden voorgelegd.
  Indien een bewijs van de ongehuwde staat moet worden voorgelegd, is het aangewezen om rekening te houden met de situatie van de persoon in kwestie en met het feit of men gelet op die situatie al dan niet een beroep kan doen op zijn nationale overheid. Ten aanzien van erkende vluchtelingen is het Belgisch recht van toepassing (artikel 62 jo. artikel 3, 4 van het Wetboek internationaal privaatrecht).
  7 in voorkomend geval, een bewijs van de ongehuwde staat of van de ontbinding of nietigverklaring van het laatste voor een Belgisch ambtenaar van de burgerlijke stand voltrokken huwelijk en in voorkomend geval een bewijs van de ontbinding of de nietigverklaring van de huwelijken gesloten voor een buitenlandse overheid, tenzij ze een voor een Belgisch ambtenaar van de burgerlijke stand voltrokken huwelijk voorafgaan, van de moeder ingeval van een erkenning voor de geboorte of in de akte van geboorte;
  In geval van erkenning na de opmaak van de akte van geboorte is het bewijs van de ongehuwde staat van de moeder niet nodig, omdat dit blijkt uit de akte van geboorte.
  Indien het bewijs van de ongehuwde staat van de moeder niet kan worden voorgelegd bij de opmaak van de geboorteakte, kan de geboorteakte wel worden opgemaakt. De erkenning kan in dat geval nadien gebeuren wanneer het bewijs wordt voorgelegd.
  Met betrekking tot het voorleggen van het bewijs van de ongehuwde staat, kan eveneens verwezen worden naar de vorige opmerkingen onder punt 6.
  8 in voorkomend geval, een authentieke akte waaruit de toestemming van de persoon die zijn voorafgaande toestemming moet geven in de erkenning blijkt;
  De schriftelijke toestemming in een aparte akte is geen algemeen verplicht document voor de aangifte van de erkenning. Zij is enkel nodig indien de toestemming niet in de akte van aangifte van de erkenning zelf wordt gegeven. Als de toe te stemmen persoon aanwezig is bij de aangifte van de erkenning, dan kan deze toestemming eveneens geakteerd worden in de aangifte zelf, dan wel in een afzonderlijke door de ambtenaar van de burgerlijke stand opgestelde toestemmingsakte. In dat geval is de aanwezigheid van deze persoon niet meer vereist bij de opmaak van de akte van erkenning, indien deze niet gelijktijdig plaats kan vinden.
  De afschaffing van de bevoegdheid van de notaris om een akte van erkenning op te maken heeft niet tot gevolg dat de toestemming tot een erkenning niet meer kan opgenomen worden in een notarile akte. Een moeder die niet ter plaatse kan komen (bv. hospitalisatie, verblijf in het buitenland, etc.) kan nog steeds haar toestemming tot de erkenning laten vaststellen in een afzonderlijke (notarile) akte.
  De omzendbrief van 7 mei 2007 betreffende de wet van 1 juli 2006 tot wijziging van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het vaststellen van de afstamming en de gevolgen ervan bepaalt wat dat betreft het volgende : "Ten slotte wordt erop gewezen dat, zoals reeds het geval was in het kader van de circulaire van 22 mei 1987 betreffende de toepassing van de wet van 31 maart 1987 tot wijziging van verscheidene bepalingen betreffende de afstamming, de toestemming van de in artikel 329bis bedoelde personen kan worden gegeven, hetzij in de akte van erkenning (cf. art. 62, 1, eerste lid, 3, van het Burgerlijk Wetboek), hetzij in een afzonderlijke akte opgemaakt door een notaris, door de ambtenaar van de burgerlijke stand die de akte van erkenning ontvangt of door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de woon- of verblijfplaats van de persoon die zijn toestemming moet geven.". Het kan hier eveneens gaan om een buitenlandse notaris, buitenlandse ambtenaar van de burgerlijke stand of een Belgische consulaire ambtenaar van de burgerlijke stand. De Belgische ambtenaar van de burgerlijke stand verplaatst zich evenwel niet voor het opmaken van een toestemmingsakte.
  9 in geval van een erkenning voor de geboorte, een attest van een arts of een vroedvrouw dat de zwangerschap bevestigt en de vermoedelijke bevallingsdatum aangeeft;
  10 ieder ander authentiek stuk waaruit blijkt dat in hoofde van de betrokkene is voldaan aan de door de wet gestelde voorwaarden om een kind te erkennen : het betreft hier o.m. de zogenaamde wetscertificaten die de ambtenaar van de burgerlijke stand moeten toelaten na te gaan of voldaan is aan de door het toepasselijke recht gestelde voorwaarden, of ieder ander document dat de ambtenaar van de burgerlijke stand noodzakelijk vindt om te kunnen nagaan of aan de gestelde voorwaarden is voldaan (b.v. een vonnis waarbij de echtgenoten gemachtigd worden een afzonderlijke verblijfplaats te betrekken, een verklaring op eer, enz.).
  Een wetscertificaat moet de ambtenaar van de burgerlijke stand in staat stellen om de inhoud van het vreemde toepasselijk recht te kennen. Indien het Belgisch recht van toepassing is, moet er geen wetscertificaat gevraagd worden.
  Sommige landen leveren evenwel geen wetscertificaten (meer) af waardoor de betrokken personen dit document niet kunnen voorleggen. Dit mag evenwel de vaststelling van de afstammingsband niet verhinderen.
  De ambtenaar van de burgerlijke stand moet blijk geven van enige soepelheid wat de voorlegging van een wetscertificaat betreft, indien hij zelf de inhoud van het vreemde recht kan achterhalen of de inhoud op een andere wijze wordt aangetoond.
  Zo kan het zijn dat de ambtenaar van de burgerlijke stand het vreemde recht goed kent, indien hij dit reeds vaak heeft moeten toepassen. Soms is het vreemde recht ook gemakkelijk toegankelijk. Zo kan de wetgeving bijvoorbeeld online beschikbaar zijn op de website van de overheid van het betrokken land. In Nederland is de wetgeving bijvoorbeeld beschikbaar op http://wetten.overheid.nl. De inhoud van de Franse wetgeving is terug te vinden via https://www.legifrance.gouv.fr/.
  Onder "in voorkomend geval" bij de opsomming van de verplicht voor te leggen documenten moet worden verstaan de situatie waar er sprake is van een andere ouder ten aanzien van wie de afstamming reeds vaststaat. Het wordt aan de discretionaire bevoegdheid van de ambtenaar van de burgerlijke stand overgelaten om te oordelen of de documenten met betrekking tot deze persoon al dan niet mee moeten worden voorgelegd. Indien de ambtenaar van de burgerlijke stand zich reeds voldoende ingelicht acht op basis van de gegevens uit het Rijksregister en de documenten van de aangever, kunnen de documenten nog later toegevoegd worden aan het dossier. Bij vastgestelde discrepanties kan bovendien steeds beroep gedaan worden op de bestaande procedures voor verbetering van akten van de burgerlijke stand.
  De artikelen 70 tot 72ter van het Burgerlijk Wetboek zijn naar analogie van toepassing op de personen die zich in de onmogelijkheid of zware moeilijkheden verkeren om zich de akte van geboorte te verschaffen :
  - in geval van onmogelijkheid of zware moeilijkheden om de voor de erkenning vereiste akte van geboorte over te leggen, kan deze vervangen worden door een akte van bekendheid afgegeven door de vrederechter van zijn geboorteplaats of woonplaats en gehomologeerd door de familierechtbank;
  - de erkenner of de ouder, geboren in het buitenland, die in de onmogelijkheid verkeert zich de akte van geboorte te verschaffen moet evenwel een gelijkaardig document overleggen, afgegeven door de diplomatieke of consulaire overheden van het land van geboorte : in geval van onmogelijkheid of zware moeilijkheden om zich dit document te verschaffen, kan hij de akte van geboorte vervangen door een akte van bekendheid afgegeven door de vrederechter van zijn woonplaats. De vrederechter maakt de akte van bekendheid onmiddellijk over aan de familierechtbank van de plaats van de aangifte van de erkenning;
  - indien de erkenner of de ouder in de onmogelijkheid verkeert zich zodanige akte van bekendheid te verschaffen, kan die akte, met verlof van de familierechtbank, vervangen worden door een bedigde verklaring van de erkenner of ouder zelf;
  - de erkenner of de ouder die, in het kader van een andere procedure, reeds een akte van bekendheid of verlof om een bedigde verklaring af te leggen werd verkregen, en die aantoont dat hij nog steeds in de onmogelijkheid verkeert de akte van geboorte over te leggen, kan deze vervangen door de akte van bekendheid of door het verlof, voor zover de juistheid van de gegevens die zij bevat, niet wordt weerlegd.
  Wanneer de overgelegde documenten in een vreemde taal zijn opgesteld, kan de ambtenaar van de burgerlijke stand om een voor eensluidende verklaarde vertaling ervan verzoeken.
  Er dient op te worden toegezien dat de overgelegde vreemde documenten op afdoende wijze werden gelegaliseerd, zoals bepaald in artikel 30 van het Wetboek Internationaal Privaatrecht. In dit kader kan o.m. worden verwezen naar de omzendbrief van 14 januari 2015 houdende instructies inzake legalisatie en onderzoek van vreemde documenten (B.S. 22 januari 2015), en de instructies ter zake van de minister van Buitenlandse Zaken.
  In het kader van de administratieve vereenvoudiging worden dezelfde regels toegepast als bij de aangifte van het huwelijk wat het opvragen van de documenten door de ambtenaar van de burgerlijke stand zelf betreft.
  Zoals bepaald in artikel 327/2, 3 van het Burgerlijk Wetboek, vraagt de ambtenaar van de burgerlijke stand zelf de volgende documenten op bij de houder van het register :
  - het eensluidend verklaard afschrift van de akte van geboorte voor de personen die in Belgi geboren zijn;
  - de in Belgi overgeschreven akte van geboorte indien de ambtenaar van de burgerlijke stand de plaats van de overschrijving kent;
  - de andere in Belgi opgemaakte of overgeschreven akten van de burgerlijke stand waarvan, in voorkomend geval, de voorlegging wordt vereist.
  De betrokken persoon kan evenwel, om persoonlijke redenen, verkiezen om zelf het eensluidend verklaard afschrift van de akte voor te leggen.
  Indien een van de betrokken partijen op de datum van de aangifte ingeschreven is in het bevolkings- of vreemdelingenregister, wordt de persoon die het kind wil erkennen bovendien vrijgesteld van de voorlegging van het bewijs van nationaliteit, van burgerlijke staat en van inschrijving in het bevolkings- of vreemdelingenregister van die betrokken persoon. De ambtenaar van de burgerlijke stand voegt een uittreksel uit het Rijksregister bij het dossier. Deze vrijstelling geldt niet voor personen die ingeschreven zijn in het wachtregister.
  Er wordt hierbij eveneens verwezen naar de bepalingen ter zake in de omzendbrief van 16 januari 2006 betreffende de wet van 3 december 2005 tot wijziging van de artikelen 64 en 1476 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 59/1 van het Wetboek Zegelrechten met het oog op de vereenvoudiging van de formaliteiten voor het huwelijk en de wettelijke samenwoning, die ook hier van overeenkomstige toepassing zijn. Bovendien gelden de gegevens in het Rijksregister tot bewijs van tegendeel, zoals bepaald in artikel 4 van de Wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
  Niettemin kan de ambtenaar van de burgerlijke stand, indien hij zich onvoldoende ingelicht acht op gemotiveerde wijze, de belanghebbende om de voorlegging van ieder ander bewijs tot staving van die gegevens verzoeken.
  De ambtenaar van de burgerlijke stand levert na ontvangst van alle documenten, in voorkomend geval met eensluidend verklaarde vertaling en op afdoende wijze gelegaliseerd, een bericht van ontvangst af aan de erkenner.
  Indien niet alle documenten worden voorgelegd, wordt het bericht van ontvangst niet afgeleverd.
  Het afleveren van een bericht van ontvangst is niet nodig in de gevallen waar de ambtenaar van de burgerlijke stand de akte van aangifte van erkenning onmiddellijk opmaakt.
  Het bericht van ontvangst dient enkel tot bewijs van afgifte van de documenten met het oog op het doen lopen van de termijn waarbinnen de akte van aangifte van erkenning moet worden opgemaakt en bewijst niet dat de documenten als geldig of echt aanvaard werden. De termijn begint te lopen vanaf het ogenblik dat het bericht van ontvangst werd afgegeven.
  Wat betreft de geldigheidsduur van de voor te leggen documenten en de grote verschillen daaromtrent tussen de verschillende arrondissementen wordt nogmaals verwezen naar de omzendbrief van 16 januari 2006 betreffende de wet van 3 december 2005 tot wijziging van de artikelen 64 en 1476 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 59/1 van het Wetboek Zegelrechten met het oog op de vereenvoudiging van de formaliteiten voor het huwelijk en de wettelijke samenwoning, meer bepaald punt 3 dat melding maakt van drie belangrijke principes die in acht moet worden genomen bij de beoordeling : de moeilijkheidsgraad om bepaalde documenten te verkrijgen, het feit dat het document al eerder werd voorgelegd en de afwezigheid van indicaties dat de situatie van de persoon gewijzigd is sinds de aflevering van het document.
  A.3. De akte van aangifte van erkenning moet worden opgemaakt binnen een maand na de afgifte van dit bericht van ontvangst. Deze termijn kan verlengd worden met twee maanden indien de ambtenaar van de burgerlijke stand twijfels heeft over de geldigheid of de echtheid van de overgelegde documenten. In dat geval geeft hij zonder verwijl hiervan kennis aan de betrokkenen. Het is aangewezen de met redenen omklede beslissing om de termijn te verlengen door middel van een aangetekend schrijven met ontvangstmelding of door rechtstreekse overhandiging tegen ontvangstbewijs ter kennis van de belanghebbende partijen te brengen. Indien de ambtenaar van de burgerlijke stand binnen deze termijn geen beslissing heeft genomen over de geldigheid of de echtheid van de documenten is hij verplicht de akte van aangifte van erkenning onverwijld op te stellen.
  Het doel van deze verplichting is de opmaak van de akte van aangifte van erkenning binnen een redelijke termijn en te vermijden dat de aangever verschillende maanden moet wachten vooraleer de akte van aangifte van erkenning wordt opgesteld en dus kan worden overgegaan tot het opstellen van de akte van erkenning. Het is aangewezen dat de ambtenaar van de burgerlijke stand de aangever verwittigt wanneer hij beslist om de akte van aangifte op te maken zodat de aangever kan langskomen om de akte van erkenning te laten opmaken.
  A.4. De ambtenaar van de burgerlijke stand weigert de akte van aangifte van erkenning op te maken :
  - indien de aangever in gebreke blijft de in artikel 327/2 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde documenten over te leggen. Hiermee wordt niet enkel het geval bedoeld waarbij de ambtenaar van de burgerlijke stand van mening is dat door de aangever niet de nodige documenten worden overgelegd voor de samenstelling van het erkenningsdossier, maar ook die gevallen waar deze documenten niet werden gelegaliseerd. Het komt de ambtenaar van de burgerlijke stand toe om te oordelen of aan de in artikel 327/2 van het Burgerlijk Wetboek opgesomde voorwaarden is voldaan, en of het erkenningsdossier wat hem betreft volledig is.
  - indien de ambtenaar van de burgerlijke stand de geldigheid of echtheid van de documenten niet erkent.
  De met redenen omklede weigeringsbeslissing wordt zonder verwijl ter kennis gebracht van de aangever door middel van een aangetekend schrijven met ontvangstmelding of door rechtstreekse overhandiging ervan tegen ontvangstbewijs aan de aangever. Deze kennisgeving dient bovendien melding te maken van de beroepsmogelijkheden waarover de aangever beschikt. Tezelfdertijd maakt de ambtenaar van de burgerlijke stand, bij voorkeur door middel van e-mail en bij ontstentenis hiervan door middel van fax of gewone brief een afschrift van zijn beslissing, samen met een kopie van alle nuttige documenten, over aan de procureur des Konings van het gerechtelijk arrondissement waarin de weigering plaatsvond. Hierdoor beschikt de procureur des Konings bij een eventueel beroep tegen de weigeringsbeslissing van de ambtenaar van de burgerlijke stand onmiddellijk over de nodige elementen.
  Tegen de weigering van de ambtenaar van de burgerlijke stand om een akte van aangifte van erkenning op te maken, is voorzien in een beroepsmogelijkheid : de aangever kan binnen de maand na de kennisgeving van de weigeringsbeslissing een beroep instellen bij de familierechtbank.
  A.5. De akten van aangifte van erkenning dienen te worden ingeschreven in een enkel register, dat op het einde van ieder jaar op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg moet worden neergelegd. Voor de akte van aangifte van erkenning op het ogenblik van de geboorteaangifte of na de geboorte kan de volgende tekst worden voorgesteld :
  Akte van Aangifte van erkenning : Nr.
  Kind
  Naam :
  Voornamen :
  Geboorteplaats :
  Geboortedatum :
  Aangever
  Naam :
  Voornamen :
  Geboorteplaats :
  Geboortedatum :
  Woonplaats :
  Andere ouder
  Naam :
  Voornamen :
  Geboorteplaats :
  Geboortedatum :
  Woonplaats :
  Aangifte van erkenning
  Plaats :
  Datum :
  Toestemming : (indien voorhanden, van ouder ten aanzien wie afstammingsband reeds vaststaat en/of kind)
  Door : (verschijnende partijen)
  Voor : (ambtenaar van de burgerlijke stand)
  Handtekening : (ambtenaar van de burgerlijke stand)
  Gelet op de mogelijkheid om de geboorteaangifte te doen in het ziekenhuis, kan de akte van aangifte van erkenning ook in de kraamkliniek worden opgemaakt ten behoeve van een eventuele erkenning in de geboorteakte. Dezelfde voorwaarden inzake bewaring, vervoer, splitsing en nummering gelden als voor de geboorteregisters in het ziekenhuis.
  Voor de akte van aangifte van erkenning voor de geboorte kan de volgende tekst worden voorgesteld :
  Akte van Aangifte van erkenning voor de geboorte : Nr.
  Aangever
  Naam :
  Voornamen :
  Geboorteplaats :
  Geboortedatum :
  Woonplaats :
  Moeder
  Naam :
  Voornamen :
  Geboorteplaats :
  Geboortedatum :
  Woonplaats :
  Vermoedelijke bevallingsdatum :
  Aangifte van erkenning voor geboorte
  Plaats :
  Datum :
  Toestemming : (indien voorhanden)
  Door : (verschijnende partijen)
  Voor : (ambtenaar van de burgerlijke stand)
  Handtekening : (ambtenaar van de burgerlijke stand)
  A.6. In de meerderheid van de gevallen, met name wanneer alle partijen de Belgische nationaliteit hebben of duurzaam verblijven in Belgi en geboren zijn in Belgi of hun geboorteakte in Belgi werd overgeschreven, zullen de akte van aangifte van erkenning en de akte van erkenning gelijktijdig kunnen worden opgemaakt waardoor de procedure van erkenning van een kind geen vertraging zal oplopen.
  Wanneer partijen de Belgische nationaliteit hebben of duurzaam verblijven in Belgi n geboren zijn in Belgi of hun geboorteakte in Belgi werd overgeschreven, niet alle voor de akte van aangifte noodzakelijke documenten onmiddellijk kunnen voorleggen n er geen enkele aanwijzing is dat de erkenning een frauduleus karakter zou kunnen hebben, dan is het niet nodig dat de erkenner, en in voorkomend geval, de persoon die zijn voorafgaande toestemming moet geven, een tweede maal verschijnen voor de ambtenaar van de burgerlijke stand. In dat geval kunnen de akte van aangifte van erkenning en de akte van erkenning of geboorteakte gelijktijdig worden opgemaakt en ondertekend worden door de partijen en de ambtenaar van de burgerlijke stand en dit in de volgende gevallen :
  - wanneer de noodzakelijke akten ter beschikking zijn in de eigen registers;
  - wanneer hetzelfde ouderpaar reeds eerder een kind erkende bij een ambtenaar van de burgerlijke stand : de ambtenaar van de burgerlijke stand kan zich dan als voldoend ingelicht beschouwen. De voorwaarden en identiteit van de ouders werd reeds nagekeken bij de eerdere erkenning. Bij een nieuw element (bv. discrepantie tussen de huidige inschrijving in het Rijksregister en de toenmalige erkenningsakte) kan geopteerd worden om voorafgaandelijk aan de akte van aangifte van erkenning de documenten op te vragen;
  - wanneer de voor te leggen documenten kunnen aangeleverd worden door Belgische overheden en dit ongeacht de nationaliteit van de betrokkene (vb. een persoon met een andere nationaliteit, maar geboren in Belgi);
  - wanneer de documenten die uit het buitenland moeten komen beschikbaar zijn in een ander gemeentelijk dossier (vb. nationaliteit, huwelijk, wettelijke samenwoning, dossier vreemdelingenzaken, adoptie, enz.).
  
  B. Opstellen van de akte van erkenning - uitstel of weigering door de ambtenaar van de burgerlijke stand.
  B.1. Artikel 330/2 van het Burgerlijk Wetboek voorziet in de uitdrukkelijke mogelijkheid om het akteren van de erkenning uit te stellen of te weigeren.
  Indien er een ernstig vermoeden bestaat dat de aangifte van erkenning betrekking heeft op een frauduleuze erkenning zoals bepaald in artikel 330/1 van het Burgerlijk Wetboek weigert de ambtenaar van de burgerlijke stand de erkenning te akteren. Het Burgerlijk Wetboek biedt de ambtenaar van de burgerlijke stand een wettelijke basis waarop hij kan weigeren de erkenning te akteren. De ambtenaar van de burgerlijke stand moet immers nagaan of aan alle voorwaarden voor het erkennen van een kind is voldaan. Het is de bedoeling dat de ambtenaar van de burgerlijke stand in het kader van de strijd tegen frauduleuze erkenningen niet enkel een passieve, maar ook een actieve en preventieve rol vervult. Het voorafgaand onderzoek om na te gaan of aan alle wettelijke voorwaarden is voldaan, behoort tot de essentie van zijn bevoegdheid. De door de ambtenaar van de burgerlijke stand uitgevoerde controle slaat zowel op de vervulling van de positieve voorwaarden als op het bepalen van het toepasselijk recht. Deze controle behelst ook het onderzoek of de erkenning al dan niet een frauduleuze erkenning is. Aldus moet de ambtenaar van de burgerlijke stand ook nagaan of is voldaan aan hetgeen bepaald is in artikel 330/1 van het Burgerlijk Wetboek. Er dient echter te worden vermeden dat elke erkenning met een buitenlands aspect prima facie als verdacht wordt bestempeld. Het principile recht op afstamming vereist dat men op dat vlak enige omzichtigheid aan de dag legt.
  Het gaat hier evenwel om een objectieve beoordeling. De ambtenaar van de burgerlijke stand gaat na of aan alle wettelijke voorwaarden is voldaan alvorens de erkenning vast te stellen en dit op basis van de documenten die hem worden voorgelegd. Het is evenwel niet aan de ambtenaar van de burgerlijke stand om te oordelen of de vaststelling van een afstammingsband al dan niet in het belang is van het kind. Deze subjectieve beoordelingsbevoegdheid behoort toe aan de rechter.
  Wanneer echter uit een geheel van omstandigheden blijkt dat de intentie van de erkenner, kennelijk niet gericht is op het vaststellen van een afstammingsband ten aanzien van het kind, maar enkel gericht is op het voor zichzelf, voor het kind of voor de persoon die zijn voorafgaande toestemming voor de erkenning moet geven, bekomen van een verblijfsrechtelijk voordeel dat verbonden is aan de vaststelling van een afstammingsband, moet de ambtenaar van de burgerlijke stand weigeren de erkenning te akteren. Wanneer men zich beroept op het frauduleus karakter van een erkenning, moet men duidelijke indicaties hebben dat de erkenning niet gericht is op het tot stand brengen van een ouder-kind relatie met de bijhorende ouderlijke verantwoordelijkheden, maar uitsluitend op het bekomen van een verblijfsrechtelijk voordeel. De interpretatie die in de rechtspraak en rechtsleer aan de termen "kennelijk" en "enkel" wordt gegeven in het kader de strijd tegen schijnhuwelijken (artikel 146bis van het Burgerlijk Wetboek) en schijnwettelijke samenwoningen (artikel 1476bis van het Burgerlijk Wetboek) zijn van overeenkomstige toepassing op de frauduleuze erkenningen.
  Een combinatie van o.m. volgende factoren kan een ernstige aanduiding vormen dat een frauduleuze erkenning wordt beoogd :
  - De aangever heeft een groot aantal kinderen erkend bij verschillende partners, al dan niet met verblijfsrechtelijke gevolgen;
  - De aangever en de ouder ten aanzien van wie de afstamming van het kind vaststaat hebben elkaar vr de aangifte van de erkenning nooit eerder ontmoet;
  - De aangever en de ouder ten aanzien van wie de afstamming van het kind vaststaat kennen elkaars naam of nationaliteit niet;
  - De aangever en de ouder ten aanzien van wie de afstamming van het kind vaststaat hebben geen affectieve relatie gehad en een gezin gevormd of minstens verbleven op eenzelfde adres;
  - De aangever kan onmogelijk de biologische vader zijn van het kind op basis van het attest van de zwangerschap;
  - Een van de aangever en de ouder ten aanzien van wie de afstamming van het kind vaststaat weet niet waar de andere werkt;
  - Verklaringen omtrent de omstandigheden van de ontmoeting of relatie lopen manifest uiteen;
  - En van de partijen bevindt zich in een zwakke sociale positie (vb. alleenstaande moeder, enz.);
  - De aangever is gehuwd met een andere persoon of leeft samen met een andere persoon dan de andere ouder van het kind;
  - Een som geld of andere waardevolle goederen worden beloofd voor de erkenning van het kind of om een voorafgaande toestemming in de erkenning te geven;
  - Er is sprake van een georganiseerd karakter (vb. gebruik van een tussenpersoon, enz.);
  - De aangever of de ouder ten aanzien van wie de afstamming van het kind vaststaat heeft reeds een of meerdere pogingen gedaan om een schijnhuwelijk of schijnwettelijke samenwoning te sluiten;
  - De aangever of de ouder ten aanzien van wie de afstamming van het kind vaststaat heeft reeds een of meerdere pogingen gedaan om een frauduleuze erkenning te laten akteren;
  - De aangever of de ouder ten aanzien van wie de afstamming van het kind vaststaat is niet geslaagd in alle wettelijke mogelijkheden om zich in Belgi te vestigen : wanneer n van de partijen zich in een illegale of precaire verblijfstoestand bevindt, eerdere verblijfsaanvragen telkens werden geweigerd, bevelen om het grondgebied te verlaten werden genegeerd, bestaat er een risico dat men via de erkenning van het kind zijn verblijfssituatie wenst te regulariseren;
  - Een groot of te klein leeftijdsverschil tussen de erkenner en het kind;
  - Een groot leeftijdsverschil tussen de erkenner en de andere ouder van het kind;
  In dit kader kan de ambtenaar van de burgerlijke stand zich o.m. baseren op :
  - Nagetrokken verklaringen of getuigenissen van de partijen zelf of van derden;
  - Bepaalde geschriften van de partijen zelf of van derden;
  - Onderzoeken door politiediensten, uitgevoerd in opdracht van het openbaar ministerie.
  Er dient op te worden gewezen dat het recht op afstamming of vaststellen van een afstammingsband wordt gegarandeerd door artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele vrijheden, artikel 23 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerlijke en Politieke Rechten en artikel 7.1 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Dit recht is niet verbonden aan de verblijfstoestand van de betrokken partijen. Hieruit volgt dat de ambtenaar van de burgerlijke stand de opmaak van de akte van aangifte van erkenning of de akte van erkenning niet kan weigeren op grond van het loutere feit dat een van de partijen illegaal in het Rijk verblijft.
  Er moet sprake zijn van een ernstig vermoeden, waarbij binnen een zo beperkt mogelijke termijn de afweging moeten worden gemaakt om het opmaken van de akte van erkenning al dan niet uit te stellen of te weigeren. Een snelle vestiging van de afstammingsband is te allen tijde in het belang van het kind.
  B.2. Bij een weigering brengt de ambtenaar van de burgerlijke stand zijn met redenen omklede beslissing onverwijld ter kennis van de aangever door middel van een aangetekend schrijven met ontvangstmelding of door rechtstreekse overhandiging tegen ontvangstbewijs aan betrokkene van de gemotiveerde weigeringsbeslissing. Deze kennisgeving dient bovendien melding te maken van de mogelijkheid waarover de aangever beschikt om een onderzoek naar vaderschap, meemoederschap of moederschap in te stellen. Tezelfdertijd zendt hij bij voorkeur door middel van e-mail en bij ontstentenis hiervan door middel van fax of gewone brief, een afschrift, en een kopie van alle nuttige documenten, aan de bevoegde procureur des Konings en aan de Dienst Vreemdelingenzaken. Hierdoor beschikt de procureur des Konings bij een eventueel onderzoek naar moederschap, vaderschap of meemoederschap ten aanzien van het kind onmiddellijk over de nodige elementen, en kan hij, indien hij dit noodzakelijk acht, zelfs ambtshalve optreden tegen de beslissing van de ambtenaar van de burgerlijke stand door het instellen van een gerechtelijk onderzoek naar moederschap, vaderschap of meemoederschap. In geval van weigering om de erkenning te akteren, kan de persoon die de afstammingsband wil laten vaststellen een vordering tot onderzoek naar het moederschap, vaderschap of meemoederschap instellen bij de familierechtbank van de plaats van aangifte van de erkenning.
  Indien de ambtenaar van de burgerlijke stand evenwel beslist de akte van erkenning op te stellen of indien de ambtenaar van de burgerlijke stand niet binnen de in artikel 330/2 van het Burgerlijk Wetboek bepaalde termijn een definitieve beslissing heeft genomen en de erkenning onverwijld moet akteren, dan moet de aangever opnieuw aanwezig zijn, tenzij bij voorlegging van een bijzondere en authentieke volmacht (artikel 36 Burgerlijk Wetboek). De persoon of personen die hun toestemming moeten geven, moeten eveneens aanwezig zijn, tenzij hun toestemming reeds werd geakteerd in de akte van aangifte. Het verdient de aanbeveling om de partijen hiervan uitdrukkelijk te verwittigen zodat ze zo snel mogelijk de erkenning kunnen laten akteren.
  B.3. Indien er een ernstig vermoeden bestaat dat de aangifte van erkenning betrekking heeft op een frauduleuze erkenning, kan de ambtenaar van de burgerlijke stand het akteren van de erkenning uitstellen gedurende ten hoogste twee maanden vanaf de opmaak van de akte van aangifte. Het uitstellen van het akteren van de erkenning moet de ambtenaar van de burgerlijke stand mogelijk maken om, indien hij dit nodig acht, de procureur des Konings van het gerechtelijk arrondissement waarin de persoon die het kind wil erkennen voornemens is het kind te erkennen hierover om advies te verzoeken en om bijkomend onderzoek te verrichten om na te gaan of het wel degelijk om een mogelijke frauduleuze erkenning gaat.
  De ambtenaar van de burgerlijke stand geeft van het uitstel zonder verwijl kennis aan de aangever. Het is aangewezen de met redenen omklede beslissing om het akteren van de erkenning uit te stellen door middel van een aangetekend schrijven met ontvangstmelding of door rechtstreekse overhandiging tegen ontvangstbewijs ter kennis te brengen van de aangever.
  De procureur des Konings kan de termijn van twee maanden verlengen met een periode van drie maanden. In dat geval geeft hij daarvan kennis aan de ambtenaar van de burgerlijke stand. De ambtenaar van de burgerlijke stand stelt op zijn beurt de aangever hiervan in kennis. Het is aangewezen de verlenging van de termijn ter kennis te brengen door middel van een aangetekend schrijven met ontvangstmelding of door rechtstreekse overhandiging tegen ontvangstbewijs aan betrokkene van de beslissing tot verlenging.
  Wanneer de ambtenaar van de burgerlijke stand binnen de hierboven vermelde termijn van twee maanden, eventueel verlengd met drie maanden, nog geen definitieve beslissing heeft genomen, dient hij onverwijld de erkenning te akteren.
  
  C. Erkenning in het buitenland
  Artikel 330/1 van het Burgerlijk Wetboek is ook van toepassing op erkenningen gedaan in het buitenland. Artikel 27, 1 van het Wetboek van internationaal privaatrecht dat bepaalt aan welke voorwaarden een buitenlandse authentieke akte van de burgerlijke stand moet voldoen om erkend te worden, verwijst onder meer naar het toepasselijk recht overeenkomstig dewelke de buitenlandse akte van de burgerlijke stand rechtsgeldig moet worden vastgesteld. Onder het toepasselijk recht worden ook de voorrangsregels zoals bedoeld in artikel 20 van het Wetboek van internationaal privaatrecht begrepen.
  De erkenning van een buitenlandse erkenningsakte kan dus geweigerd worden op grond van artikel 330/1 van het Burgerlijk Wetboek. Desgevallend kan de ambtenaar van de burgerlijke stand bij ernstige twijfel overeenkomstig artikel 31 van het Wetboek Internationaal Privaatrecht het advies inwinnen van het openbaar ministerie.
  
  D. Specifieke nietigheidsgrond
  D.1. Artikel 330/1 van het Burgerlijk Wetboek voorziet in een specifieke nietigheidsgrond voor frauduleuze erkenningen. Dit artikel bepaalt uitdrukkelijk dat er geen afstammingsband is tussen het kind en de erkenner wanneer uit een geheel van omstandigheden blijkt dat de intentie van de erkenner, kennelijk enkel gericht is op het voor zichzelf, voor het kind of voor de persoon die zijn voorafgaande toestemming voor de erkenning moet geven, bekomen van een verblijfsrechtelijk voordeel dat verbonden is aan de vaststelling van een afstammingsband.
  Artikel 330/3 van het Burgerlijk Wetboek verwijst bovendien naar artikel 330/1. Hierdoor voorziet de wet expliciet dat de nietigheid van de erkenning kan gevorderd worden door de procureur des Konings op grond van het feit dat het een frauduleuze erkenning betreft.
  In artikel 79quater van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, is voorzien dat ook de strafrechter die een veroordeling uitspreekt wegens frauduleuze erkenning of die de schuld in hoofde van die inbreuk vaststelt, de nietigheid van de erkenning kan uitspreken op vordering van het openbaar ministerie of enige belanghebbende partij.
  Artikel 330/1 van het Burgerlijk Wetboek vormt bovendien een voorrangsregel (politiewet) zoals bedoeld in artikel 20 van het Wetboek van internationaal privaatrecht. Deze voorrangsregel dient toegepast te worden telkens de vaststelling van een afstammingsband voor minstens n van de betrokken partijen een verblijfsrechtelijk gevolg kan hebben, dus ook indien het op basis van artikel 62 van het Wetboek van internationaal recht vastgestelde toepasselijk recht op de afstamming niet het Belgisch recht is. Onder het toepasselijk recht worden ook de voorrangsregels zoals bedoeld in artikel 20 van het Wetboek van internationaal privaatrecht begrepen.
  D.2. Wanneer een erkenning werd nietig verklaard door een in kracht van gewijsde gegane vonnis of arrest, stuurt de griffier, onverwijld, een uittreksel bevattende het beschikkende gedeelte en de vermelding van de dag van het in kracht van gewijsde treden van het vonnis of arrest aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats waar de akte van erkenning werd opgemaakt, of wanneer de akte van erkenning niet in Belgi werd opgemaakt, aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van Brussel, en aan de Dienst Vreemdelingenzaken. De ambtenaar van de burgerlijke stand schrijft het beschikkende gedeelte onverwijld over in zijn registers en hij maakt er melding van op de kant van de akte van geboorte van het kind, indien deze in Belgi is opgemaakt of overgeschreven.
  
  E. Jaarlijkse tabellen
  Luidens artikel 327/1, 2, laatste lid van het Burgerlijk Wetboek dienen de akten van aangifte van erkenning slechts in een enkel register te worden ingeschreven, in tegenstelling tot de akten van de burgerlijke stand die, ingevolge artikel 40 van het Burgerlijk Wetboek, in een of meer in dubbel gehouden registers moeten worden ingeschreven. Daarenboven heeft de akte van aangifte als doel vast te stellen dat aan de formaliteit van de aangifte van de erkenning werd voldaan. Uit het bovenstaande mag worden afgeleid dat het register van akten van aangifte van een erkenning in wezen geen register van de burgerlijke stand sensu stricto is, en er bijgevolg geen jaarlijkse alfabetische tabel voor dit register dient te worden opgemaakt.
  
  HOOFDSTUK II. - Overgangsbepalingen De wet van 19 september 2017 treedt in werking op 1 april 2018.
  Deze omzendbrief is van toepassing op erkenningen waarvan aangifte wordt gedaan vanaf 1 april 2018.
  Op de erkenningen gedaan vr 1 april 2018 blijven de oude artikelen van het Burgerlijk Wetboek van toepassing.
  Ik zou het ten zeerste op prijs stellen, mocht u wat voorafgaat ter kennis willen brengen van de Procureurs des Konings en ambtenaren van de burgerlijke stand van uw rechtsgebied.
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   De Minister van Justitie,
K. GEENS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Aan de dames en heren Procureurs-generaal bij de hoven van beroep;
   Aan de dames en heren Ambtenaren van de burgerlijke stand van het Rijk,
   Ik vestig uw aandacht op de bepalingen van de wet van 19 september 2017 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek, het Gerechtelijk Wetboek, de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en het Consulair Wetboek met het oog op de strijd tegen de frauduleuze erkenning en houdende diverse bepalingen inzake het onderzoek naar het vaderschap, moederschap en meemoederschap, alsook inzake het schijnhuwelijk en de schijnwettelijke samenwoning, hierna aangeduid als de 'wet frauduleuze erkenningen'.
   Deze wet werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 4 oktober 2017 en treedt in werking op 1 april 2018.
   Er wordt aan herinnerd dat de in maanden bepaalde termijnen in deze omzendbrief, overeenkomstig artikel 54 van het Gerechtelijk Wetboek, gerekend worden van de zoveelste dag tot de dag vr de zoveelste.

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie