J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2014/05/22/2014022286/justel

Titel
22 MEI 2014. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 april 1997 tot uitvoering van artikel 71, § 1bis, van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders

Bron :
SOCIALE ZEKERHEID
Publicatie : 25-06-2014 nummer :   2014022286 bladzijde : 47833   BEELD
Dossiernummer : 2014-05-22/21
Inwerkingtreding : 30-06-2014

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-9

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Het opschrift van het koninklijk besluit van 25 april 1997 tot uitvoering van artikel 71, § 1bis, van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders wordt vervangen als volgt : "Koninklijk besluit van 25 april 1997 tot uitvoering van artikel 71, § 1bis, van de Algemene kinderbijslagwet".

  Art. 2. In hetzelfde besluit worden de woorden "van de samengeordende wetten" en de woorden "van de gecoördineerde wetten", uitgezonderd in artikel 9, telkens vervangen door het woord "AKBW" en worden de woorden "van dezelfde wetten" telkens vervangen door de woorden "van dezelfde wet".

  Art. 3. In artikel 1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 1 maart 2000 en 10 december 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de bepalingen onder 1°, 2°, en 4° worden vervangen als volgt :
  "1° "AKBW" : Algemene kinderbijslagwet;
  2° "kinderbijslaginstellingen" : FAMIFED en de op grond van de AKBW erkende of opgerichte kinderbijslagfondsen;"
  4° "situatie die een recht doet ontstaan" : elke situatie die de hoedanigheid van rechthebbende bedoeld in §§ 1 en 2 van artikel 51 AKBW verleent, met uitzondering van de situaties waarbij :
  a) de zelfstandige die de sociale bijdragen bedoeld in artikel 12, § 2, of artikel 13, § 1, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, verschuldigd is, in die hoedanigheid, geen recht kan openen krachtens de AKBW bij toepassing van artikel 51, § 1, 6°, van deze wet;
  b) de werknemer bedoeld in artikel 56octies AKBW rechthebbend is op basis van een zelfstandige activiteit waardoor hij onderworpen is aan het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen;
  c) de zelfstandige kan worden beschouwd hoofdzakelijk de hoedanigheid van werknemer te hebben als bedoeld in artikel 59 AKBW;";
  2° de bepaling onder 5° wordt aangevuld met de woorden "of onderworpen is aan het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen".

  Art. 4. In artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 24 februari 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de bepaling onder 1° wordt aangevuld met de woorden "hetzij de kinderbijslaginstelling van de zelfstandige";
  2° de bepaling onder 3°, worden de woorden "de RKW" vervangen door het woord "FAMIFED".

  Art. 5. Artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 december 2002, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 3. In geval van een voortgezet recht blijft, onverminderd artikel 3bis, een kinderbijslaginstelling die bevoegd is voor een kwartaal ook bevoegd voor het volgende kwartaal.
  Als een rechthebbende echter op de eerste dag van de referentiemaand in dienst is bij een nieuwe werkgever of een activiteit uitoefent als zelfstandige onderworpen aan het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 en die de bijdragen verschuldigd is beoogd in artikel 12, § 1 of § 1ter, van hetzelfde besluit en die activiteit geen geneutraliseerde situatie vormt, wordt de gezinsbijslag voor het volgende kwartaal betaald door de kinderbijslaginstelling van de nieuwe werkgever of degene die bevoegd is op basis van de activiteit als zelfstandige.".

  Art. 6. Artikel 6 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 24 februari 2003, wordt opgeheven.

  Art. 7. In artikel 8 van hetzelfde besluit worden de woorden "de Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers" vervangen door het woord "FAMIFED".

  Art. 8. Dit besluit treedt in werking op 30 juni 2014.

  Art. 9. De minister bevoegd voor Sociale Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 22 mei 2014.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken,
Mevr. L. ONKELINX
De Staatssecretaris voor Sociale Zaken en voor Gezinnen,
Ph. COURARD

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de samengeordende wetten van 19 december 1939 betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, artikel 71, § 1bis, ingevoegd bij de wet van 22 december 1989 en gewijzigd bij de wet van 22 februari 1998;
   Gelet op het koninklijk besluit van 25 april 1997 tot uitvoering van artikel 71, § 1bis, van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders;
   Gelet op het voorstel nr. 238 van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers van 18 maart 2014;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 10 april 2014;
   Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, d.d. 24 april 2014;
   Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door het feit dat dit koninklijk besluit, dat de bevoegdheid van de kinderbijslagfondsen bepaalt ingevolge de integratie van de zelfstandigen in de Algemene kinderbijslagwet (AKBW), bijdraagt tot de correcte uitvoering van de AKBW die de kinderbijslagstelsels van werknemers en zelfstandigen harmoniseert, zoals vermeld in het federale regeerakkoord van 1 december 2011. Aangezien de AKBW in werking zal treden op 30 juni 2014, is vereist dat dit besluit uitwerking heeft op dezelfde datum en dat deze tekst dientengevolge onverwijld wordt afgekondigd;
   Gelet op advies nr. 56.219/1 van de Raad van State, gegeven op 29 april 2014, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Op de voordracht van de Minister van Sociale Zaken en de Staatssecretaris voor Sociale Zaken en voor Gezinnen,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie