J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 2 uitvoeringbesluiten
Einde Franstalige versie
 
belgiŰlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State Kamer van volksvertegenwoordigers Senaat
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2013/08/17/2013000603/justel

Titel
17 AUGUSTUS 2013. - Wet tot creatie van het kader voor het invoeren van intelligente vervoerssystemen en tot wijziging van de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid (geciteerd als " ITS-kaderwet ")

Bron :
BINNENLANDSE ZAKEN
Publicatie : 19-09-2013 nummer :   2013000603 bladzijde : 66587       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2013-08-17/35
Inwerkingtreding : 27-02-2012

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Art. 1-2
HOOFDSTUK 2. - Definities
Art. 3
HOOFDSTUK 3. - Toepassingsgebied
Art. 4
HOOFDSTUK 4. - Prioritaire gebieden en prioritaire acties
Art. 5-6
HOOFDSTUK 5. - Grondrechtenbescherming
Art. 7
HOOFDSTUK 6. - Aansprakelijkheid
Art. 8
HOOFDSTUK 7. - Machtiging aan de Koning
Art. 9-11
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen aan de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid
Art. 12-13
HOOFDSTUK 9. - Uitvoering- en slotbepalingen
Art. 14-16

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

  Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de grondwet.

  Art. 2. Deze wet voorziet in de omzetting van Richtlijn 2010/40/EU van het Europees parlement en de Raad van 7 juli 2010 betreffende het kader voor het invoeren van intelligente vervoerssystemen op het gebied van wegvervoer en voor interfaces met andere vervoerswijzen.
  Deze wet creŰert het kader ter ondersteuning van het op geco÷rdineerde en coherente wijze invoeren en gebruiken van intelligente vervoerssystemen (ITS) en stelt de daarvoor de benodigde algemene voorwaarden vast.

  HOOFDSTUK 2. - Definities

  Art. 3. In deze wet en haar uitvoeringsbesluiten wordt verstaan onder :
  1. " intelligente vervoerssystemen " of " ITS " : systemen waarin informatie- en communicatietechnologie wordt toegepast, op het gebied van het wegvervoer, met inbegrip van infrastructuur, voertuigen en gebruikers, en in het verkeers- en mobiliteitsbeheer, alsook voor interfaces met andere vervoerswijzen;
  2. " interoperabiliteit " : het vermogen van systemen en van de daaraan ten grondslag liggende bedrijfsprocessen, om onderling gegevens uit te wisselen en informatie en kennis te delen;
  3. " ITS-toepassing " : operationeel instrument voor het toepassen van ITS;
  4. " ITS-dienst " : het verschaffen van een ITS-toepassing door een duidelijk omlijnd organisatorisch en operationeel kader met als doel bij te dragen tot de veiligheid, de efficiŰntie en het comfort van de gebruikers en/of vervoers- en reisdiensten te faciliteren of te ondersteunen;
  5. " ITS-dienstaanbieder " : elke openbare of particuliere aanbieder van een ITS-dienst;
  6. " ITS-gebruiker " : elke gebruiker van ITS-toepassingen of -diensten met inbegrip van reizigers, kwetsbare verkeersdeelnemers, gebruikers en beheerders van weginfrastructuur, beheerders van wagenparken en noodhulpdiensten;
  7. " kwetsbare verkeersdeelnemers " : niet-gemotoriseerde weggebruikers zoals voetgangers en fietsers, alsmede motorrijders en personen met een handicap of met beperkte mobiliteit of oriŰntatie;
  8. " nomadisch apparaat " : draagbaar communicatie- of informatieapparaat dat in het voertuig kan worden meegenomen ter ondersteuning van het rijden en/of de vervoershandelingen;
  9. " platform " : de al dan niet ingebouwde apparatuur die het invoeren, aanbieden, exploiteren en integreren van ITS-toepassingen en -diensten mogelijk maakt;
  10. " architectuur " : het conceptontwerp dat de structuur, het gedrag en de integratie van een bepaald systeem in zijn omgeving vastlegt;
  11. " interface " : een installatie tussen systemen die de communicatiemiddelen verschaft waardoor deze systemen zich met elkaar in verbinding kunnen stellen en met elkaar in wisselwerking kunnen treden;
  12. " compatibiliteit " : het algemene vermogen van een apparaat of systeem om zonder veranderingen samen met een ander apparaat of systeem te werken;
  13. " continu´teit van diensten " : het in de gehele unie kunnen bieden van naadloze dienstverlening op vervoersnetwerken;
  14. " weggegevens " : gegevens over kenmerken van de weginfrastructuur, waaronder vaste verkeersborden of hun voorgeschreven veiligheidsattributen;
  15. " verkeersgegevens " : historische en realtimegegevens over de kenmerken van het wegverkeer;
  16. " reisgegevens " : elementaire gegevens (zoals dienstregelingen en tarieven van het openbaar vervoer) die nodig zijn om voor en tijdens de reis informatie over multimodaal reizen te kunnen verstrekken om het plannen, boeken en aanpassen van de reis gemakkelijker te maken;
  17. " specificatie " : bindende maatregel houdende bepalingen betreffende eisen, procedures of eventuele andere relevante voorschriften;
  18. " norm " : norm in de zin van artikel 1, lid 6), van Richtlijn 98/34/EG van het Europees parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften;
  19. " nooddienst " : elke overheidsdienst of dienst van openbaar nut zoals geviseerd in artikel 107, ž 1, eerste lid, of vastgesteld door de koning overeenkomstig artikel 107, ž 1, tweede lid, 1░, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie;
  20. " beheerscentrale van noodoproepen " : de plaats waar noodoproepen naar een nooddienst binnen een werkinggebied worden beheerd, hierna " beheerscentrale " genoemd, zoals gedefinieerd in artikel 2, 61░, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie;
  21. " eCall " : een noodoproep vanuit een voertuig naar het nummer 112, die ofwel automatisch door activering van sensoren in het voertuig, ofwel handmatig tot stand wordt gebracht en waardoor met gebruikmaking van openbare netwerken voor mobiele elektronische communicatie een gestandaardiseerde minimumreeks van gegevens wordt doorgezonden en een spraakcommunicatie tussen het voertuig en de centrale die de eCall verwerkt tot stand wordt gebracht, ook " publieke eCall " genoemd;
  22. " particuliere eCall " : een oproep vanuit een voertuig naar het nummer van een oproepcentrale van een particuliere ITS-dienstaanbieder, die ofwel automatisch door activering van sensoren ingebouwd in het voertuig, ofwel handmatig tot stand wordt gebracht en waardoor een gestandaardiseerde minimumreeks van gegevens wordt doorgezonden en een spraakcommunicatie tot stand wordt gebracht tussen de inzittenden van het voertuig en de oproepcentrale van de particuliere ITS-dienstaanbieder die de eCall verwerkt via openbare mobiele elektronische communicatienetwerken;
  23. " emergency service categoryvalue " : de 8-bitwaarde die voor noodoproepen op mobiele netwerken wordt gebruikt ter aanduiding van het bijzondere soort noodoproep (1-politie, 2-ambulance, 3-brandweer, 4-kustwacht, 5- reddingsdienst in de bergen, 6-handmatig ge´nitieerde eCall, 7-automatisch ge´nitieerde eCall, 8-reserve), zoals vermeld in tabel 10.5.135d van specificatie ETSI TS 124.008;
  24. " eCalldiscriminator " of " eCallflag " : de " emergency service categoryvalue " die aan eCalls is toegekend overeenkomstig ETSI TS 124.008 (d.w.z. " 6-handmatig ge´nitieerde eCall " en " 7-automatisch ge´nitieerde eCall "), die een onderscheid mogelijk maakt tussen oproepen naar 112 op mobiele eindapparatuur en eCalls naar 112 op eindapparatuur ingebouwd in voertuigen alsmede tussen handmatig en automatisch gegenereerde eCall;
  25. " minimumreeks van gegevens " : de informatie die door het voertuig in geval van een " eCall " wordt gezonden overeenkomstig norm EN 15722;
  26. " exploitant van mobiel-elektronisch communicatienetwerk " of " exploitant van mobiel netwerk " : een aanbieder van een openbaar mobiel-elektronisch communicatienetwerk;
  27. " eCall-alarmcentrale " : de oproepcentrale van de particuliere ITS-dienstaanbieder die de eCall of particuliere eCall verwerkt en die overeenkomstig artikel 1, ž 1, 4░, van de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid, hiervoor een vergunning heeft bekomen van de Minister van Binnenlandse Zaken teneinde op basis van de minimumreeks van gegevens de situatie en de ernst van het incident die de eCall of particuliere eCall heeft veroorzaakt te evalueren op basis van de regels vastgelegd overeenkomstig de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid.

  HOOFDSTUK 3. - Toepassingsgebied

  Art. 4. Deze wet is van toepassing op ITS-toepassingen en -diensten op het gebied van het wegvervoer en de interfaces met andere vervoerswijzen.
  Het toepassen van specificaties en het selecteren en invoeren van ITS-toepassingen en -diensten gebeurt op basis van een evaluatie van de behoeften, waarbij alle relevante belanghebbenden worden betrokken, en overeenkomstig onderstaande beginselen. deze maatregelen moeten :
  a) effectief zijn - een tastbare bijdrage leveren tot het oplossen van de belangrijkste problemen in verband met het wegvervoer in europa (bijvoorbeeld het reduceren van congestie, het verlagen van de uitstoot, het verbeteren van de energie-efficiŰntie, het tot stand brengen van een grotere veiligheid en betere beveiliging, mede van kwetsbare verkeersdeelnemers);
  b) kosteneffectief zijn - de verhouding tussen kosten en baten met betrekking tot het halen van doelstellingen optimaliseren;
  c) proportioneel zijn - waar passend voorzien in verschillende niveaus van haalbare dienstverleningskwaliteit en invoering, met inachtneming van de plaatselijke, regionale, nationale en Europese specifieke kenmerken;
  d) continu´teit van dienstverlening ondersteunen - naadloze dienstverlening in de hele unie, met name op het trans-Europese vervoersnetwerk, en waar mogelijk aan haar buitengrenzen, garanderen wanneer ITS-diensten worden ingevoerd. de continu´teit van dienstverlening dient te worden gewaarborgd op een niveau dat is aangepast aan de kenmerken van de vervoersnetwerken waarin verschillende landen onderling, en in voorkomend geval regio's onderling, en steden met plattelandsgebieden verbonden zijn;
  e) interoperabiliteit bieden - ervoor zorgen dat systemen en de daaraan ten grondslag liggende bedrijfsprocessen onderling gegevens kunnen uitwisselen en informatie en kennis kunnen delen, zodat een effectieve ITS-dienstverlening mogelijk is;
  f) achterwaartse compatibiliteit ondersteunen - waar passend ervoor zorgen dat ITS-systemen kunnen werken met reeds bestaande systemen met eenzelfde opzet, zonder dat de ontwikkeling van nieuwe technologieŰn erdoor wordt belemmerd;
  g) de kenmerken van de nationale infrastructuren en netwerken in acht nemen - rekening te houden met de inherente verschillen in de kenmerken van de vervoersnetwerken, met name wat betreft de omvang van de verkeersvolumes en de weers- en wegengesteldheid;
  h) gelijke toegang bevorderen - de toegang tot ITS-toepassingen en -diensten voor kwetsbare weggebruikers niet belemmeren, noch daarbij discrimineren;
  i) maturiteit ondersteunen - na een adequate risicobeoordeling, de soliditeit van innoverende ITS-systemen aantonen door middel van een toereikend niveau van technische ontwikkeling en operationele exploitatie;
  j) kwaliteit van tijds- en positiebepaling bieden - gebruik maken van satellietgestuurde infrastructuur of van een technologie die een equivalente mate van precisie garandeert voor het gebruik van ITS-toepassingen en -diensten die mondiale, continue, accurate en gegarandeerde tijds- en positiebepalingsdiensten vereisen;
  k) intermodaliteit vergemakkelijken - bij de invoering van ITS rekening houden met de co÷rdinatie van verschillende vervoerswijzen, waar dat passend is;
  l) samenhang in acht nemen - rekening houden met de bestaande regelgeving, beleidsmaatregelen en activiteiten op het niveau van de unie die betrekking hebben op ITS, in het bijzonder wat normalisatie betreft.
  Deze wet en haar uitvoeringsbesluiten doen geenszins afbreuk aan al wat verband houdt met de nationale veiligheid of wat voor defensiedoeleinden is vereist.

  HOOFDSTUK 4. - Prioritaire gebieden en prioritaire acties

  Art. 5. Voor de toepassing van deze wet worden de volgende prioritaire gebieden voor het ontwikkelen en toepassen van specificaties en normen vastgesteld :
  - I. optimaal gebruik van weg-, verkeers- en reisgegevens;
  - II. continu´teit van ITS-diensten voor verkeers- en vrachtbeheer;
  - III. ITS-toepassingen voor verkeersveiligheid en -beveiliging;
  - IV. koppeling van het voertuig aan de vervoersinfrastructuur.
  de draagwijdte van de in het eerste lid bedoelde prioritaire gebieden wordt bepaald door de koning.

  Art. 6. Binnen de in artikel 5, eerste lid, bedoelde prioritaire gebieden zijn voor de ontwikkeling en de toepassing van specificaties en normen de volgende acties prioritair :
  a) verlening in de gehele unie van multimodale reisinformatiediensten;
  b) verlening in de gehele unie van realtimeverkeersinformatiediensten;
  c) gegevens en procedures voor de verlening, waar mogelijk, van minimale universele verkeersinformatie in verband met de veiligheid op de weg die kosteloos is voor de gebruikers;
  d) geharmoniseerde voorziening in de gehele unie van een interoperabele noodoproepdienst (eCall);
  e) verlening van informatiediensten voor veilige en beveiligde parkeerplaatsen voor vrachtwagens en bedrijfsvoertuigen;
  f) verlening van reservatiediensten voor veilige en beveiligde parkeerplaatsen voor vrachtwagens en bedrijfsvoertuigen.
  De koning bepaalt in de context zoals omschreven in het eerste lid voor elk van de in artikel 5, eerste lid, bedoelde prioritaire gebieden, de prioritaire acties rekening houdend met de verplichtingen van BelgiŰ in het kader van de Europese Unie en van andere intergouvernementele organisaties waarvan BelgiŰ lid is.
  De geharmoniseerde voorziening van een eCall-dienst houdt rekening met de regels opgelegd door of in uitvoering van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie.
  De geharmoniseerde voorziening van een eCall-dienst houdt rekening met de regels opgelegd door of in uitvoering van de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid.

  HOOFDSTUK 5. - Grondrechtenbescherming

  Art. 7. Geen bepaling van deze wet doet afbreuk aan de wettelijke en reglementaire beschermingsmechanismen inzake de persoonlijke levenssfeer, de verwerking van persoonsgegevens en de beveiliging en het hergebruik van overheidsinformatie.
  In geval van tegenstrijdigheid tussen de in het eerste lid bedoelde gelijktijdig toepasselijke wetgevende en reglementaire beschermingsmechanismen wordt in het kader van ITS steeds voorrang gegeven aan de wetsbepalingen die de ITS-gebruiker ter zake de ruimste rechtsbescherming bieden.
  Het gebruik van anonieme gegevens, eventueel gecodeerde gegevens, voor de ITS-toepassingen en -diensten wordt voorzien door de ITS-dienstenaanbieders en ontwikkelaars van platformen, architectuur en interfaces.
  ITS-dienstenaanbieders en ontwikkelaars van platformen, architectuur en interfaces beschermen persoonsgegevens tegen misbruik, met inbegrip van de onrechtmatige toegang, de wijziging of het verlies.
  Het niet naleven van de maatregelen vermeld in het derde en vierde lid door de ITS aanbieders en ontwikkelaars wordt beschouwd als een inbreuk op de artikelen 4, ž 1, 1░ en 16, ž 4 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.

  HOOFDSTUK 6. - Aansprakelijkheid

  Art. 8. De wet van 25 februari 1991betreffende de aansprakelijkheid voor producten met gebreken is toepasselijk op alle aspecten inzake de aansprakelijkheid ingevolge de invoering en het gebruik van ITS-toepassingen en -diensten.
  de toepasselijkheid van de in het eerste lid vermelde wet laat de toepassing van de wetgeving inzake burgerrechtelijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid onverlet.

  HOOFDSTUK 7. - Machtiging aan de Koning

  Art. 9. De Koning wordt gemachtigd om onder de voorwaarden vermeld in dit artikel de federale wetten aan te vullen, op te heffen of te vervangen om ze in overeenstemming te brengen met de vereisten inzake ITS.
  De in dit artikel bedoelde machtiging kan slechts worden aangewend mits eerbiediging van de volgende cumulatieve voorwaarden :
  1. het gebruik van de machtiging moet noodzakelijk en proportioneel zijn. dat gebruik moet in een schriftelijk verslag aan het parlement gemeld worden uiterlijk ÚÚn maand vˇˇr de totstandkoming van de betrokken bepalingen;
  2. de bepalingen waarvoor gebruik werd gemaakt van de machtiging maken het voorwerp uit van een voorafgaand advies van de commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;
  3. de bepalingen waarvoor gebruik werd gemaakt van de machtiging maken het voorwerp uit van een wettelijke bekrachtiging binnen twee jaar na hun inwerkingtreding.

  Art. 10. Voor de aanvulling, opheffing of vervanging van de bepalingen van deze wet kan geen gebruik worden gemaakt van de machtiging bedoeld in het artikel 9.
  In afwijking van het eerste lid kan voor de aanvulling, opheffing of vervanging van artikel 2, en van de bepalingen van de hoofdstukken van deze wet inzake toepassingsgebied, inzake prioritaire gebieden en prioritaire acties en inzake definities wel gebruik worden gemaakt van de machtiging.
  De bepalingen waarvoor gebruik werd gemaakt van de machtiging overeenkomstig het tweede lid maken het voorwerp uit van een wettelijke bekrachtiging binnen ÚÚn jaar na hun inwerkingtreding.

  Art. 11. De miskenning van de artikelen 9, tweede lid, punten 3 en 10, derde lid leidt ertoe dat de bepalingen die tot stand kwamen door gebruik van de machtiging in dergelijke omstandigheden zonder gevolg zijn.

  HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen aan de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid

  Art. 12. Artikel1, ž 4, van de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid wordt vervangen als volgt :
  " ž 4.De in dit artikel bedoelde alarmsystemen en alarmcentrales zijn de systemen en centrales bestemd om misdrijven tegen personen of goederen te voorkomen of vast te stellen, om brand, gaslekken of ontploffingen te voorkomen of vast te stellen of om, in het algemeen, noodsituaties waarin personen verkeren, vast te stellen. ".

  Art. 13. In artikel 12 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1░ de bestaande tekst vormt paragraaf 1 van het artikel;
  2░ het artikel wordt aangevuld met de paragrafen 2 en 3, luidende :
  ž 2. De definities van de begrippen eCall', particuliere eCall', eCall-alarmcentrale', nooddienst', beheerscentrale van noodoproepen' en minimumreeks van gegevens' zijn deze zoals bedoeld in artikel 3 van de ITS-kaderwet.
  De operatoren van openbare mobiele elektronische communicatienetwerken en de verstrekkers van openbare mobiele elektronische communicatiediensten in de zin van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, schakelen de eCall en de particuliere eCall naar een eCall-alarmcentrale door die de eCall afwikkelt als beschreven in dit artikel.
  De alarmcentrale die een eCall of een particuliere eCall ontvangt gaat na of deze het gevolg is van een incident die de tussenkomst vereist van de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden, zoals bedoeld in artikel 107, ž 1, eerste lid, a., van dezelfde wet.
  Indien na evaluatie blijkt dat een interventie van de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden nodig is, stuurt de eCall-alarmcentrale kostenloos de minimum reeks van gegevens onmiddellijk door naar de betrokken beheerscentrale van noodoproepen. De eCall-alarmcentrale verzekert ook kostenloos de doorschakeling van de spraakverbinding tussen de inzittende(n) van het voertuig en de betrokken beheerscentrale van noodoproepen
  De Koning bepaalt, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en de Minister van Volksgezondheid, de andere gegevens noodzakelijk om de tussenkomst van de nooddiensten efficiŰnt en effectief te laten verlopen evenals de regels volgens dewelke het incident en de ernst ervan worden geŰvalueerd.
  ž 3. De alarmcentrale bewaart gedurende een periode van twee jaar vanaf de dag van een eCall of een particuliere eCall, de minimum reeks van gegevens en van de andere gegevens bepaald door de Koning.
  De Koning bepaalt, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en de Minister van Volksgezondheid, de andere gegevens betreffende eCall en particuliere eCall die de alarmcentrales dienen te bewaren en over te maken aan de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden, alsook de vorm en inhoud ervan en de overmakingswijze van deze gegevens.
  Ten laatste op 1 maart van elk jaar maken de eCall-alarmcentrales aan de Minister van Binnenlandse Zaken de maandelijkse geanonimiseerde statistieken over betreffende het totale aantal van eCall en particuliere eCall dat gegenereerd werd gedurende het voorbije burgerlijk jaar, onderscheid makende overeenkomstig elke waarde voor de " emergency service categorie value ".

  HOOFDSTUK 9. - Uitvoering- en slotbepalingen

  Art. 14. De besluiten genomen in uitvoering van de artikelen 5 en 6 kunnen retroactief in werking treden, maar nooit vˇˇr de inwerkingtreding van deze wet.

  Art. 15. Deze wet wordt geciteerd als " ITS-kaderwet ".

  Art. 16. Deze wet heeft uitwerking met ingang van 27 februari 2012.
  In afwijking van het eerste lid treden de artikelen 7 en 9 tot en met 11 van deze wet in werking vijftien dagen na haar publicatie.
  
  Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Gegeven te Brussel, 17 augustus 2013.
  FILIP
  Van Koningswege :
  De Vice-Eerste Minister en Minister van Economie, Consumenten en Noordzee,
  J. VANDE LANOTTE
  De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen,
  Mevr. J. MILQUET
  De Minister van Justitie,
  Mevr. A. TURTELBOOM
  De Staatssecretaris voor Leefmilieu, Energie en Mobiliteit,
  M. WATHELET
  Met 's Lands zegel gezegeld :
  De Minister van Justitie,
  Mevr. A. TURTELBOOM

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
    Zitting 2012-2013. Kamer van volksvertegenwoordigers. Stukken. - Wetsontwerp, 53-2943 - Nr. 1. - Verslag, 53-2943 - Nr. 2. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat, 53-2943 - Nr. 3. Integraal verslag. - 17 juli 2013. Senaat. Stukken. - Ontwerp geŰvoceerd door de Senaat, 5-2225 - Nr. 1. - Verslag, 5-2225 - Nr. 2. - Beslissing om niet te amenderen, 5-2225 - Nr. 3. Handelingen van de Senaat. - 18 juli 2013.

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 2 uitvoeringbesluiten
Franstalige versie