J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 4 uitvoeringbesluiten 1 gearchiveerde versie
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/1996/06/30/1996011196/justel

Titel
30 JUNI 1996. - Koninklijk besluit betreffende de prijsaanduiding van produkten en diensten en de bestelbon.
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 30-07-1996 en tekstbijwerking tot 01-10-2004)

Bron : ECONOMISCHE ZAKEN
Publicatie : 30-07-1996 nummer :   1996011196 bladzijde : 20156
Dossiernummer : 1996-06-30/39
Inwerkingtreding : 01-09-1996

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Definities.
Art. 1
HOOFDSTUK II. - Prijsaanduiding van produkten.
Afdeling 1. - Algemene bepalingen.
Art. 2-5
Afdeling 2. - (Prijsaanduiding per meeteenheid van producten). <KB 2000-02-07/31, art. 2; Inwerkingtreding : 18-03-2000>
Onderafdeling 1. - (Algemene bepalingen). <KB 2000-02-07/31, art. 2; Inwerkingtreding : 18-03-2000>
Art. 6-8
Onderafdeling 2. - (Nadere regels inzake de aanduiding van de prijs per meeteenheid van de producten). <KB 2000-02-07/31, art. 2; Inwerkingtreding : 18-03-2000>
Art. 9
Onderafdeling 3. - (Overige bepalingen en vrijstellingen). <KB 2000-02-07/31, art. 2; Inwerkingtreding : 18-03-2000>
Art. 10-12, 12bis
HOOFDSTUK III. - De prijsaanduiding van diensten.
Afdeling 1. - Prijsaanduiding van homogene diensten.
Art. 13-15
Afdeling 2. - Prijsaanduiding van niet-homogene diensten.
Art. 16-18
HOOFDSTUK IV. - De bestelbon.
Art. 19
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen.
Art. 20-22
Bijlagen
Art. N

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Definities.

  Artikel 1. <KB 2000-02-07/31, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 18-03-2000> Voor de toepassing van dit besluit moet worden verstaan onder prijs per meeteenheid, de prijs voor een kilogram, een liter, een meter, een vierkante meter of een kubieke meter van het product.
  Na advies van de Raad voor het verbruik, kunnen de Ministers, tot wiens bevoegdheid Consumentenzaken, Middenstand en Economische Zaken behoren, de verwijzing naar een andere, enkelvoudige meeteenheid opleggen, wanneer deze op algemene wijze en gewoonlijk gebruikt wordt voor het in de handel brengen van specifieke producten.

  HOOFDSTUK II. - Prijsaanduiding van produkten.

  Afdeling 1. - Algemene bepalingen.

  Art. 2. § 1. De prijs van het produkt dat aan de consument te koop wordt aangeboden moet op het produkt zelf of op de verpakking ervan worden aangeduid.
  De prijs van het produkt mag in de onmiddellijke nabijheid ervan worden aangeduid wanneer er geen onzekerheid kan bestaan omtrent het produkt waarop de prijs betrekking heeft.
  § 2. Voor de produkten, die tegen een zelfde prijs te koop worden aangeboden en samen worden uitgestald mag één enkele prijs worden aangeduid, ook al gaat het om niet identieke produkten, op de voorwaarde dat er omtrent de produkten waarop de prijs betrekking heeft, geen onzekerheid kan bestaan.

  Art. 3. Voor identieke produkten die in een zelfde inrichting te koop worden aangeboden mogen geen verschillende prijzen worden aangeduid, zoniet is de door de consument te betalen prijs de laagst aangegeven prijs.
  Dit artikel is niet van toepassing op produkten waarvan de verkoopprijs door de overheid opgelegd is.

  Art. 4. In afwijking van artikel 2 moeten de verkopers, bij een tekoopaanbieding ten huize van de consument, ten huize van een andere natuurlijke persoon dan de koper of op de arbeidsplaats van de consument de prijslijst van de produkten die ze te koop aanbieden ter beschikking stellen van de consument.

  Art. 5. Als de consument een produkt bestelt door middel van een communicatietechniek op afstand, buiten een tekoopaanbieding op afstand, zoals bedoeld in artikel 77 van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument, moet de verkoper, op het verzoek van de consument en indien hij bereid is het produkt te leveren, hiervan de prijs ter kennis brengen door middel van om het even welk bewijsmiddel en voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst.

  Afdeling 2. - (Prijsaanduiding per meeteenheid van producten). <KB 2000-02-07/31, art. 2; Inwerkingtreding : 18-03-2000>

  Onderafdeling 1. - (Algemene bepalingen). <KB 2000-02-07/31, art. 2; Inwerkingtreding : 18-03-2000>

  Art. 6. <KB 2000-02-07/31, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 18-03-2000> Elke verkoper die aan de consument producten te koop aanbiedt moet, benevens de verkoopprijs, de prijs per meeteenheid aanduiden.

  Art. 7. <KB 2000-02-07/31, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 18-03-2000> De prijs per meeteenheid hoeft niet te worden aangeduid als deze identiek is aan de verkoopprijs.
  Voor los verkochte producten hoeft alleen de prijs per meeteenheid te worden aangeduid.

  Art. 8. <KB 2000-02-07/31, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 18-03-2000> Elke reclame, waarin de verkoopprijs van producten wordt vermeld, moet ook de prijs per meeteenheid aanduiden.

  Onderafdeling 2. - (Nadere regels inzake de aanduiding van de prijs per meeteenheid van de producten). <KB 2000-02-07/31, art. 2; Inwerkingtreding : 18-03-2000>

  Art. 9. <KB 2000-02-07/31, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 18-03-2000> De prijs per meeteenheid van de producten moet ondubbelzinnig, gemakkelijk herkenbaar en goed leesbaar worden aangeduid in de onmiddellijke nabijheid van de vermelding van de verkoopprijs.
  De prijs per meeteenheid van de los verkochte producten moet worden aangeduid in de onmiddellijke nabijheid van deze producten.
  Wanneer de aanduiding van het nettogewicht en van het netto uitlekgewicht van bepaalde voorverpakte voedingsproducten verplicht is, is het voldoende de prijs per meeteenheid van het netto uitlekgewicht aan te duiden.

  Onderafdeling 3. - (Overige bepalingen en vrijstellingen). <KB 2000-02-07/31, art. 2; Inwerkingtreding : 18-03-2000>

  Art. 10. <KB 2000-02-07/31, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 18-03-2000> In afwijking van de bepalingen van artikelen 6 tot 9, is de aanduiding van de prijs per meeteenheid niet verplicht voor de volgende voedings- en niet-voedingsproducten :
  1° de producten geleverd naar aanleiding van een dienstverlening,
  2° de producten te koop aangeboden door toedoen van automatische verdelers, uitgezonderd de geautomatiseerde winkels die producten van verschillende aard aanbieden.

  Art. 11. <KB 2000-02-07/31, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 18-03-2000> In afwijking van de bepalingen van de artikelen 6 tot 9, is de aanduiding van de prijs per meeteenheid niet verplicht voor de volgende voedingsproducten :
  1° de voorverpakte producten die aan snel bederf onderhevig zijn, wanneer zij te koop aangeboden worden met een aankondiging van een prijsvermindering;
  2° de producten die in hotels, restaurants, drankslijterijen, ziekenhuizen, kantines en soortgelijke inrichtingen worden te koop aangeboden en ter plaatse worden verbruikt;
  3° de producten opgenomen in bijlage III van het koninklijk besluit van 26 januari 1976 betreffende sommige modaliteiten van de aanduiding der hoeveelheid, die vrijgesteld zijn van elke hoeveelheidsaanduiding;
  4° de geconditioneerde wijn in flessen van 75 cl;
  5° de voorverpakte snoep, snacks en ijsjes die per stuk te koop aangeboden worden met het oog op onmiddellijke en gehele consumptie;
  6° het assortiment van producten aangeboden in een fantasieverpakking, normaal bestemd om als geschenk aangeboden te worden.

  Art. 12. <KB 2000-02-07/31, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 18-03-2000> In afwijking van de bepalingen van artikelen 6 tot 9, is de aanduiding van de prijs per meeteenheid niet verplicht voor de voorverpakte niet-voedingsproducten, behoudens voor de producten en de categorieën van producten opgesomd in de bijlage bij dit besluit.

  Art. 12bis. <Ingevoegd bij KB 2004-09-21/35, art. 1; Inwerkingtreding : 11-10-2004> In afwijking van de bepalingen van de artikelen 6 tot 9, is de aanduiding van de prijs per meeteenheid niet verplicht voor voorverpakte producten in vooraf bepaalde hoeveelheden die te koop worden aangeboden door verkopers die over een netto verkoopsoppervlakte gelijk aan, of minder dan 150 m2 beschikken.

  HOOFDSTUK III. - De prijsaanduiding van diensten.

  Afdeling 1. - Prijsaanduiding van homogene diensten.

  Art. 13. De prijs van homogene diensten, zowel van hoofdzakelijk materiële aard als van hoofdzakelijk intellectuele aard, moet forfaitair aangeduid worden of door verwijzing naar parameters die een direct verband houden met de aard van de dienst. De aangenomen parameters moeten uitdrukkelijk aangegeven worden.

  Art. 14. § 1. De prijs van homogene diensten moet aangeduid worden door middel van een tarief aangebracht op een goed zichtbare manier en op een van buiten van de inrichting, het lokaal, het kraam of het voertuig waar de diensten te koop worden aangeboden, goed zichtbare plaats.
  § 2. Nochtans voor de winkelbedrijven met menigvuldige afdelingen, moet het tarief minstens, op een goed zichtbare wijze, worden aangebracht bij de toegang tot het departement of de betrokken afdeling.
  § 3. Bij tekoopaanbieding ten huize van de consument, ten huize van een andere natuurlijke persoon dan de koper of op de arbeidsplaats van de consument, moet het tarief van de aangeboden diensten ter beschikking worden gesteld van de consument.

  Art. 15. Als de consument om de uitvoering van een homogene dienst verzoekt door middel van een communicatietechniek op afstand, buiten een tekoopaanbieding op afstand, zoals bedoeld in artikel 77 van voornoemde wet van 14 juli 1991 moet de verkoper, indien hij bereid is de dienst uit te voeren en indien de consument dit vraagt, hiervan het tarief ter kennis brengen door middel van om het even welk bewijsmiddel en voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst.

  Afdeling 2. - Prijsaanduiding van niet-homogene diensten.

  Art. 16. In geval van een tekoopaanbieding van niet-homogene diensten van hoofdzakelijk niet-intellectuele aard moet een bestek worden afgeleverd aan de consument, voor zover deze hierom verzoekt en de verkoper bereid is de dienst te verlenen.

  Art. 17. Het bestek vermeldt :
  1° de naam en/of de maatschappelijke benaming, het adres en in voorkomend geval het inschrijvingsnummer van de verkoper in het handelsregister of in het ambachtsregister;
  2° de beschrijving en de aard van de te verlenen diensten en eventuele leveringen;
  3° de forfaitair berekende prijs of de prijs bepaalbaar door verwijzing naar criteria die een direct verband houden met de aard van de dienst;
  4° de datum en de geldigheidsduur van het bestek;
  5° de schatting van de duur van de uitvoering.

  Art. 18. Alvorens een bestek opgesteld wordt, moet de consument ingelicht worden over de prijs van het bestek, tenzij dat kosteloos is.

  HOOFDSTUK IV. - De bestelbon.

  Art. 19. De bestelbon vermeldt ondermeer :
  1. de naam of de benaming, het adres en in voorkomend geval het inschrijvingsnummer van de verkoper in het handelsregister of in het ambachtsregister;
  2. de datum en het volgnummer van die bon;
  3. een beschrijving die een zekere identificatie van het produkt of de dienst mogelijk maakt;
  4. de eenheidsprijs, de hoeveelheid en de totale prijs;
  5. het bedrag van het betaalde voorschot;
  6. het saldo;
  7. de datum of termijn van de levering van het produkt of van het verlenen van de dienst;
  8. de handtekening van de verkoper.

  HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen.

  Art. 20. Worden opgeheven :
  1° het koninklijk besluit van 10 juli 1972 betreffende de prijsaanduiding gewijzigd door het koninklijk besluit van 30 januari 1975, met uitzondering van artikel 6;
  2° het ministerieel besluit van 12 februari 1975 tot gedeeltelijke inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 30 januari 1975 betreffende de prijs- en hoeveelheidsaanduiding, gewijzigd door de ministeriële besluiten van 19 januari 1975 en van 25 augustus 1975;
  3° het koninklijk besluit van 22 januari 1976 betreffende de meervoudige prijsaanduiding van de te koop aangeboden produkten;
  4° het koninklijk besluit van 29 januari 1979 betreffende de aanduiding van prijzen en tarieven in Belgische frank;
  5° het koninklijk besluit van 27 februari 1991 betreffende de prijsaanduiding van de produkten die los of voorverpakt in variabele hoeveelheden worden verkocht.

  Art. 21. Dit besluit treedt in werking de eerste dag van de tweede maand volgend op die gedurende welke het in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.

  Art. 22. Onze Minister tot wiens bevoegheid de Economische Zaken behoren en Onze Minister tot wiens bevoegdheid de Middenstand behoort zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 30 juni 1996.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Vice-Eerste Minister en Minister van Economie,
  E. DI RUPO
  De Minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen,
  K. PINXTEN

  Bijlagen

  Art. N. <Ingevoegd bij KB 2000-02-07/31, art. 2; Inwerkingtreding : 18-03-2000> A. Courante huishoudelijke verbruiksproducten.
  1.Verzorgings- en schoonheidsproducten.
  1.1. Toiletzeep.
  1.2. Tandpasta's.
  1.3. Producten voor bad en douche.
  1.4. Shampoos en conditioners, haarlotions, met uitsluiting van haarkleurings- en ontkleuringsproducten.
  1.5. Scheerproducten (crèmes, lotions, schuimen).
  1.6. Eaux de toilette, uitgezonderd de parfumerieproducten.
  2. Huishoudelijke onderhoudsproducten.
  2.1. Producten om te schuren, ontkalken, ontstoppen, af te bijten, ontvlekken.
  2.2. Onderhoudsproducten voor vloeren, tapijten, vinyl.
  3. Wasmiddelen.
  B. Bouw- knutsel- en tuinmaterialen.
  1. Cementen, kalken, plaasters en zand.
  2. Isolatieweefsels en isolatiepanelen.
  3. Chemische basisproducten zoals kleurstoffen, solventen en zuren.
  4. Verven, vernissen en verdunningsmiddelen, uitgezonderd fijne verven voor artisanaal gebruik en onderwijs.
  5. Lijmen, uitgezonderd lijmen in tubes.
  6. Onderhoudsproducten en bodemverbeterende middelen.
  7. Turf, potgrond, compost en de phytosanitaire producten.
  8. Zaden met uitzondering van verpakkingen van minder dan 100 g.
  9. Kabels.
  10. Vlak glas en gelijkgestelde producten.
  C. Andere producten.
  1. Smeermiddelen en antivries.
  2. Folies voor voedingswaren in aluminium, plastiek of papier.

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   ALBERT II, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en de bescherming van de consument, inzonderheid op de artikelen 6 en 39;
   Gelet op de Richtlijn nr. 79/581/EEG van de Raad van 19 juni 1979 inzake de bescherming van de consument op het gebied van de prijsaanduiding van levensmiddelen, gewijzigd bij de Richtlijn nr. 88/315/EEG van 7 juni 1988;
   Gelet op de Richtlijn nr. 88/314/EEG van de Raad van 7 juni 1988 inzake de bescherming van de consument op het gebied van de prijsaanduiding van niet voor de voeding bestemde produkten;
   Gelet op het advies van de Raad van State;
   Op de voordracht van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Economie en van Onze Minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 21-09-2004 GEPUBL. OP 01-10-2004
    (GEWIJZIGD ART. : 12BIS)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 07-02-2000 GEPUBL. OP 22-02-2000
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 6; 7; 8; 9; 10; 11; 12)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 4 uitvoeringbesluiten 1 gearchiveerde versie
    Franstalige versie