J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2021/01/08/2021020067/justel

Titel
8 JANUARI 2021. - Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van artikel 34/1, tweede lid, en artikel 47/1 van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juni 2020 tot uitvoering van het decreet van 29 mei 2020 tot organisatie van de meldingsplicht en het contactonderzoek in het kader van COVID-19 Zie wijziging(en)

Bron :
VLAAMSE OVERHEID
Publicatie : 11-01-2021 nummer :   2021020067 bladzijde : 874       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2021-01-08/01
Inwerkingtreding : 12-01-2021

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :2020041828        2020016501       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Uitvoering van artikel 34/1, tweede lid, en artikel 47/1 van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid
Art. 1-6
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juni 2020 tot uitvoering van het decreet van 29 mei 2020 tot organisatie van de meldingsplicht en het contactonderzoek in het kader van COVID-19
Art. 7-14
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
Art. 15-16

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Uitvoering van artikel 34/1, tweede lid, en artikel 47/1 van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid

  Artikel 1. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder agentschap: het intern verzelfstandigd agentschap Zorg en Gezondheid, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Zorg en Gezondheid".

  Art. 2. Overeenkomstig artikel 34/1, tweede lid, van het decreet van 21 december 2003 wordt het agentschap aangewezen als de verwerkingsverantwoordelijke voor de persoonsgegevens, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming.

  Art. 3. De termijn van de tijdelijke afzondering, vermeld in artikel 47/1, § 1, eerste lid, van het decreet van 21 november 2003, is:
  1° minimaal zeven dagen na aanvang van de symptomen en tot ten minste drie dagen zonder koorts en met verbetering van de respiratoire symptomen, als er symptomen van COVID-19 zijn;
  2° zeven dagen vanaf de datum van de COVID-19-test, als er geen symptomen van COVID-19 zijn.
  De tijdelijke afzondering, vermeld in artikel 47/1, § 2, eerste lid, van het voormelde decreet, duurt tien dagen vanaf de laatste dag dat de persoon in kwestie in een hoogrisicogebied is geweest, tenzij die persoon een negatieve COVID-19-test heeft ondergaan vanaf de zevende dag van de tijdelijke afzondering.
  De tijdelijke afzondering, vermeld in artikel 47/1, § 3, eerste lid, van hetzelfde decreet, duurt tien dagen vanaf het laatste contact dat heeft geleid tot een verhoogd risico op COVID-19, tenzij de persoon een negatieve COVID-19-test heeft ondergaan vanaf de zevende dag van die tijdelijke afzondering.
  In afwijking van het tweede en derde lid kan de termijn van de tijdelijke afzondering, vermeld in artikel 47/1, § 2, eerste lid, en § 3, eerste lid, tijdelijk worden opgeheven om een noodzakelijke activiteit te vervullen, als die activiteit niet kan worden uitgesteld.

  Art. 4. In artikel 47/1, § 2, vierde lid, 1°, van het decreet van 21 november 2003 wordt onder een beperkte duur minder dan 48 uur verstaan.
  De inschatting van de kans op besmetting, vermeld in artikel 47/1, § 2, vierde lid, 2°, van het voormelde decreet gebeurt via een zelfevaluatie die is opgenomen in het Passagier Lokalisatie Formulier van de bevoegde federale dienst.
  De essentiële redenen, vermeld in artikel 47/1, § 2, vierde lid, 3°, van het voormelde decreet van 21 november 2003 waarvoor de tijdelijke afzondering, vermeld in artikel 47/1, § 2, eerste lid, van het decreet van 21 november 2003 en de verplichting om zich bij een COVID-19 testcentrum, een triagecentrum of hun behandelende arts te melden, vermeld in artikel 47/1, § 2, tweede lid, van hetzelfde decreet, niet gelden, zijn:
  1° grensbewoners of grensarbeiders;
  2° vervoerspersoneel dat belast is met goederenvervoer en ander vervoerspersoneel, als dat nodig is voor de uitoefening van hun functie;
  3° diplomaten;
  4° personeelsleden van een internationale organisatie of personen die door een internationale organisatie zijn uitgenodigd en van wie de fysieke aanwezigheid vereist is voor de goede werking van die organisatie;
  5° militair personeel;
  6° personeel van de openbare ordediensten;
  7° personeel van de Federale Politie;
  8° personeel van de Dienst Vreemdelingenzaken;
  9° douanepersoneel;
  10° humanitaire hulpverleners en civiel beschermingspersoneel bij de uitoefening van hun functie;
  11° passagiers op doorreis, ongeacht vanwaaruit ze reizen;
  12° zeevarenden bij de uitoefening van hun functie;
  13° hooggekwalificeerde personen, als hun werk vanuit economisch standpunt noodzakelijk is en niet kan worden uitgesteld. Daaronder worden ook beroepssporters verstaan die zich verplaatsen bij de uitoefening van hun professionele activiteit;
  14° leerlingen, studenten en stagiairs die zich dagelijks naar het buitenland verplaatsen.
  Een persoon die conform artikel 47/1, § 2, vierde lid, 3°, van het voormelde decreet, vrijgesteld is van de tijdelijke afzondering, vermeld in artikel 47/1, § 2, eerste lid, van het voormelde decreet, en van de verplichting om zich bij een COVID-19-testcentrum, een triagecentrum of zijn behandelende arts te melden, vermeld in artikel 47/1, § 2, tweede lid, van het voormelde decreet, legt het bewijs daarvan voor in het kader van de handhaving van de maatregel, vermeld in artikel 47/1 van het voormelde decreet.

  Art. 5. De personen, vermeld in artikel 47/1, § 3, eerste lid, van het decreet van 21 november 2003, worden via het centrale contactcentrum, via een lokaal contactcentrum of via een arts op de hoogte gebracht van het feit dat ze een verhoogd risico op COVID-19 hebben.

  Art. 6. Er is een verhoogd risico op COVID-19 als vermeld in artikel 47/1, § 3, eerste lid, van het decreet van 21 november 2003, als dat door het centrale contactcentrum, een lokaal contactcentrum of een arts wordt vastgesteld conform de richtlijnen van de bevoegde federale dienst overeenkomstig artikel 47/1, § 3, vijfde lid, van het voormelde decreet.

  HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juni 2020 tot uitvoering van het decreet van 29 mei 2020 tot organisatie van de meldingsplicht en het contactonderzoek in het kader van COVID-19

  Art. 7. In het opschrift van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juni 2020 tot uitvoering van het decreet van 29 mei 2020 tot organisatie van de meldingsplicht en het contactonderzoek in het kader van COVID-19 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "de meldingsplicht en" worden opgeheven;
  2° tussen het woord "het" en het woord "contactonderzoek" wordt het woord "centrale" ingevoegd en tussen het woord "contactonderzoek" en het woord "in" wordt de zinsnede "door een samenwerkingsverband van externe partners, het lokale contactonderzoek door lokale besturen of zorgraden en tot organisatie van de COVID-19-teams" ingevoegd.

  Art. 8. Artikel 1 van hetzelfde besluit vervangen door wat volgt:
  "Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
  1° agentschap: het intern verzelfstandigd agentschap Zorg en Gezondheid, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Zorg en Gezondheid";
  2° centraal contactcentrum: het centrale contactcentrum, vermeld in artikel 3, eerste lid, van het decreet van 29 mei 2020;
  3° COVID-19-team: een COVID-19-team als vermeld in artikel 6/2, § 1, van het decreet van 29 mei 2020;
  4° decreet van 29 mei 2020: het decreet van 29 mei 2020 tot organisatie van het centrale contactonderzoek door een samenwerkingsverband van externe partners, het lokale contactonderzoek door lokale besturen of zorgraden en tot organisatie van de COVID-19-teams in het kader van COVID-19;
  5° lokaal contactcentrum: een lokaal contactcentrum als vermeld in artikel 6, eerste lid, van het decreet van 29 mei 2020;
  6° samenwerkingsverband: het samenwerkingsverband van externe partners, vermeld in artikel 3, eerste lid, van het decreet van 29 mei 2020.".

  Art. 9. In artikel 2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het derde lid wordt opgeheven;
  2° in het bestaande vierde lid, dat het derde lid wordt, wordt de zinsnede "punt 1° tot en met 4° " vervangen door de zinsnede "artikel 4, eerste lid, van het decreet van 29 mei 2020";
  3° er worden vier leden toegevoegd, die luiden als volgt:
  "In het kader van het contactonderzoek kunnen veldonderzoekers van acht uur 's morgens tot acht uur `s avonds fysieke bezoeken afleggen.
  Een fysiek bezoek heeft geen bindend karakter en wordt op initiatief van de veldonderzoeker beëindigd als die zich niet veilig voelt, of wordt op initiatief van de persoon in kwestie beëindigd als die niet langer zijn medewerking wil verlenen.
  Voor een fysiek bezoek meldt een veldonderzoeker zich alleen of in het gezelschap van een collega-veldonderzoeker met het nodige beschermingsmateriaal aan op de hoofdverblijfplaats van de persoon in kwestie of op de plaats waar die verblijft.
  Bij aanvang van een fysiek bezoek vraagt de veldonderzoeker of de persoon in kwestie aanwezig is, legitimeert de veldonderzoeker zich en vraagt hij de medewerking van de persoon in kwestie. Tijdens het fysieke bezoek vraagt de veldonderzoeker de persoon in kwestie om informatie en kan hij aanbevelingen geven conform het samenwerkingsakkoord van 25 augustus 2020.".

  Art. 10. In artikel 3 van hetzelfde besluit worden de woorden "Het agentschap is" vervangen door de zinsnede "Overeenkomstig artikel 3, tweede lid, van het decreet van 29 mei 2020 is het agentschap".

  Art. 11. In artikel 4 en 5 van hetzelfde besluit wordt tussen het woord "het" en het woord "contactcentrum" telkens het woord "centrale" ingevoegd.

  Art. 12. Artikel 6 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 6. Overeenkomstig artikel 6, tweede lid, van het decreet van 29 mei 2020 wordt het agentschap aangewezen als de verwerkingsverantwoordelijke voor de persoonsgegevens, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming. Het agentschap sluit een verwerkingsovereenkomst met de lokale besturen of de zorgraden conform artikel 28, lid 3, van de voormelde verordening.".

  Art. 13. In hetzelfde besluit worden een artikel 6/1 tot en met 6/5 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "Art. 6/1. De lokale besturen of de zorgraden nemen de volgende organisatorische en technische beveiligingsmaatregelen voor de verwerking van persoonsgegevens door de lokale contactcentra die zij oprichten:
  1° de medewerkers van de lokale contactcentra hebben een geheimhoudingsverklaring ondertekend, waarin hen wordt gewezen op het feit dat zij gehouden zijn aan het beroepsgeheim. Die geheimhoudingsverklaring vermeldt de verplichtingen waaraan de medewerkers moeten voldoen, en ook de mogelijke sancties die zij kunnen oplopen bij niet-naleving van het beroepsgeheim;
  2° bij gegevensuitwisseling, het vaststellen van de technische en organisatorische maatregelen ter bescherming van de persoonsgegevens die genomen moeten worden, bij de definiëring en uitvoering van nieuwe verwerkingen van persoonsgegevens of bij aanpassingen aan de bestaande verwerkingen raadplegen de lokale besturen of de zorgraden, een veiligheidsteam, dat minstens is samengesteld uit de functionarissen voor gegevensbescherming van de lokale besturen of de zorgraden en de functionaris voor gegevensbescherming van het agentschap;
  3° de technische en organisatorische maatregelen die worden genomen ter bescherming van de persoonsgegevens worden geaudit door een intern of extern auditteam;
  4° de lokale contactcentra geven aan iedere persoon die ze contacteren of bezoeken, voor zover die nog niet over de informatie beschikt, de informatie die in de algemene verordening gegevensbescherming voorzien is over de verwerking van hun persoonsgegevens en informeert hen over waar ze die informatie kunnen terugvinden.
  Art. 6/2. Als een lokaal contactcentrum fysieke bezoeken organiseert, is artikel 2, vierde tot en met het zevende lid, van dit besluit van overeenkomstige toepassing.
  Art. 6/3. Het agentschap is de entiteit, vermeld in artikel 6/2, § 2, vierde lid, van het decreet van 29 mei 2020.
  Art. 6/4. Overeenkomstig artikel 6/2, § 2, achtste lid, van het decreet van 29 mei 2020 wordt het agentschap aangewezen als de verwerkingsverantwoordelijke voor de persoonsgegevens, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming. Het agentschap sluit conform artikel 28, lid 3, van de voormelde verordening een verwerkingsovereenkomst met de zorgraad waarbij een COVID-19-team is opgericht.
  Art. 6/5. De zorgraden nemen de volgende organisatorische en technische beveiligingsmaatregelen voor de verwerking van persoonsgegevens door het COVID-19-team dat zij oprichten:
  1° de medewerkers van het COVID-19-team hebben een geheimhoudingsverklaring ondertekend, waarin hen wordt gewezen op het feit dat zij gehouden zijn aan het beroepsgeheim. Die geheimhoudingsverklaring vermeldt de verplichtingen waaraan de medewerkers moeten voldoen, en ook de mogelijke sancties die zij kunnen oplopen bij niet-naleving van het beroepsgeheim;
  2° bij gegevensuitwisseling, het vaststellen van de technische en organisatorische maatregelen ter bescherming van de persoonsgegevens die genomen moeten worden, bij de definiëring en uitvoering van nieuwe verwerkingen van persoonsgegevens of bij aanpassingen aan de bestaande verwerkingen raadpleegt de zorgraad, een veiligheidsteam, dat minstens is samengesteld uit de functionaris voor gegevensbescherming van de zorgraad en de functionaris voor gegevensbescherming van het agentschap;
  3° de technische en organisatorische maatregelen die worden genomen ter bescherming van de persoonsgegevens worden geaudit door een intern of extern auditteam;
  4° het COVID-19-team geeft aan iedere persoon die ze contacteren of bezoeken, voor zover die nog niet over de informatie beschikt, de informatie die in de algemene verordening gegevensbescherming voorzien is over de verwerking van hun persoonsgegevens en informeert hen over waar ze die informatie kunnen terugvinden.".

  Art. 14. In hetzelfde besluit wordt een artikel 7/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 7/1. Dit besluit houdt op uitwerking te hebben op 31 december 2021.".

  HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen

  Art. 15. Het decreet van 18 december 2020 tot wijziging van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid en van het decreet van 29 mei 2020 tot organisatie van de meldingsplicht en het contactonderzoek in het kader van COVID-19 treedt in werking op de dag die volgt op de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van artikel 7 tot en met 15, die uitwerking hebben met ingang van 1 juli 2020.
  Dit besluit treedt in werking op de dag die volgt op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van artikel 7 tot en met 14, die uitwerking hebben met ingang van 1 juli 2020.

  Art. 16. De Vlaamse minister, bevoegd voor de gezondheids- en woonzorg, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, 8 januari 2021.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
J. JAMBON
De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding,
W. BEKE

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Rechtsgronden
   Dit besluit is gebaseerd op:
   - het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid, artikel 34/1, tweede lid, en artikel 47/1, § 1, tweede lid, § 2, derde en vijfde lid, en § 3, derde, vierde en vijfde lid, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2020;
   - het decreet van 29 mei 2020 tot organisatie van het centrale contactonderzoek door een samenwerkingsverband van externe partners, het lokale contactonderzoek door lokale besturen of zorgraden en tot organisatie van de COVID-19-teams in het kader van COVID-19, artikel 3, tweede en vijfde lid, en het zesde lid, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2020, artikel 4, tweede lid, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2020, artikel 6, tweede lid, vervangen bij het decreet van 18 december 2020, en zesde lid, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2020, en artikel 6/1, tweede lid, en artikel 6/2, § 2, vierde, achtste en tiende lid, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2020;
   - het decreet van 18 december 2020 tot wijziging van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid en van het decreet van 29 mei 2020 tot organisatie van de meldingsplicht en het contactonderzoek in het kader van COVID-19, artikel 16.
   Vormvereisten
   De volgende vormvereisten zijn vervuld:
   - De Inspectie van Financiën heeft advies gegeven op 22 december 2020.
   - Met toepassing van artikel 10/4, § 1, tweede lid, van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer werd een verzoek om het advies mee te delen binnen een termijn van vijftien dagen, gemotiveerd door de omstandigheid dat, gelet op de beslissing van het Overlegcomité dd. 18 december 2020 een dringende aandacht op efficiëntere handhaving noodzakelijk is, en dat meer moet worden ingezet op contactopsporing, contact- en omgevingsonderzoek en advisering en voorlichting omtrent COVID-19, om zodoende een verdere verspreiding van de schadelijke effecten veroorzaakt door COVID-19 tegen te gaan en te vermijden dat nieuwe, meer verregaande maatregelen moeten worden genomen om dit doel te bereiken. De Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens heeft advies nr. 2021/08 gegeven op 6 januari 2021.
   - Er is een verzoek om spoedbehandeling ingediend, gemotiveerd door de omstandigheid dat, gelet op de beslissing van het Overlegcomité dd. 18 december 2020 een dringende aandacht op efficiëntere handhaving noodzakelijk is, en dat meer moet worden ingezet op contactopsporing, contact- en omgevingsonderzoek en advisering en voorlichting omtrent COVID-19, om zodoende een verdere verspreiding van de schadelijke effecten veroorzaakt door COVID-19 tegen te gaan en te vermijden dat nieuwe, meer verregaande maatregelen moeten worden genomen om dit doel te bereiken. De Raad van State heeft advies 68.613/3 gegeven op 4 januari 2021, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de wetten op de Raad Van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
   Initiatiefnemer
   Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding.
   Na beraadslaging,
   DE VLAAMSE REGERING BESLUIT:

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • BESLUIT VLAAMSE REGERING VAN 29-01-2021 GEPUBL. OP 08-02-2021
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 4)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel
    Franstalige versie